CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther - Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 3 april 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther25.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Er vindt geen uitbreiding van bebouwing/en of verharding plaats. Hierdoor wordt de functie van waterberging niet aangetast. Het geheel wordt daarnaast voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Bernheze.

3.3.2

Bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is, is voor het plangebied en de omliggende percelen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ geldend. Daarnaast zijn de regels van het bestemmingsplan ‘BPL Teeltondersteunende voorzieningen gemeente Bernheze’ (vastgesteld 13-122018), het bestemmingsplan ‘Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bernheze 2018’ (vastgesteld 18-042019) en het bestemmingsplan ‘Herziening Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bernheze 2018’ (vastgesteld 10-12-2020) van toepassing. Op de locatie Laverdonk 9a te Heeswijk-Dinther zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: - Enkelbestemming: ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’; - Bouwvlak; - Functieaanduiding: agrarisch bedrijf; - Maatvoeringsaanduiding: aantal bedrijfswoningen 1; - Gebiedsaanduiding; groenblauwe mantel; - Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – extensiveringsgebied. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ weergegeven ter plaatse van Laverdonk 9a te Heeswijk-Dinther.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

25

Afbeelding 13: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De percelen ten zuiden van Laverdonk 9a (agrarisch bedrijf) hebben in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ de volgende bestemming en aanduidingen gekregen: - Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden; (deels) - Enkelbestemming: Natuur; (deels) - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2; (deels) - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 3; (deels) - Dubbelbestemming: Waarde – Natte natuurparel; (deels) - Gebiedsaanduiding: wro-zone natuurontwikkelingsgebied; (deels) - Gebiedsaanduiding: groenblauwe mantel; (deels) - Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – extensiveringsgebied. In navolgende afbeelding zijn de gronden globaal weergegeven die betrekking hebben op het omzetten van natuurgronden naar landbouwgronden en omgekeerd. Deze gronden zijn in navolgende afbeelding rood omlijnd.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

26

Afbeelding 14: uitsnede verbeelding vigerend www.ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ (bron:

Binnen de bestemmingsplannen ‘BPL Teeltondersteunende voorzieningen gemeente Bernheze’, ‘Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bernheze 2018’ en ‘Herziening Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bernheze 2018’ zijn geen bestemmingen en aanduidingen opgenomen voor het plangebied. De bestemmingen en aanduidingen zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze zijn daarom geldend voor het plangebied. De gewenste activiteiten exploiteren van een bed & breakfast en op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel als activiteit bij een akkerbouwbedrijf zijn niet rechtstreeks toegestaan het vigerend bestemmingsplan. Wél is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in artikel 5.6.1. onder b van het vigerend bestemmingsplan. Aan deze afwijkingsbevoegdheid zijn navolgende voorwaarden verbonden. Deze worden in navolgend kader toegelicht. Daarnaast zijn de activiteiten wijzigen van de bestemming ‘Natuur’ naar bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ en het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ naar bestemming ‘Natuur’ niet rechtstreeks toegestaan. Daarom is voor voorliggend plan een herziening van het bestemmingsplan voorbereid.

De gemeente Bernheze heeft aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan een herziening van het bestemmingsplan. Dit is per brief op 9 maart 2020 (kenmerk 1341001/1438592) en op 3 juli 2020 (kenmerk 1341001/1474487) kenbaar gemaakt. In de brief van 9 maart 2020 (kenmerk 1341001/1438592) heeft de gemeente de volgende voorwaarden gesteld: het bouwvlak dient verkleind te worden (minder terugbouwen). Er wordt verzocht om na te denken over een grotere kwaliteitsverbetering (groter dan genoemd in het principeverzoek) op de locatie Laverdonk 9a. In de aanvullende brief 3 juli 2020 (kenmerk 1341001/1474487) heeft de gemeente Bernheze aangegeven dat gevraagde functie (niet agrarische bedrijvigheid) acceptabel is als functie, ongeacht of deze ondergeschikt is of niet aan het agrarisch bedrijf. De eis dat deze functie ondergeschikt moet zijn aan de hoofdfunctie (agrarisch bedrijf) is daarmee komen te vervallen.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

27

In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ en ‘Vrijkomende agrarische bebouwing Bernheze 2018’ is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. Wél is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in artikel 5.6.1 onder b, waarmee de voorgenomen ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Aan deze afwijkingsbevoegdheid zijn onderstaande voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden worden in deze paragraaf waar nodig nader toegelicht. Artikel 5.6.1 onder b, bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.1 onder n en de uitoefening van verbrede landbouw, of recreatieve nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') toestaan, onder de voorwaarden dat:

1. de activiteit blijft ondergeschikt aan het bestaand gebruik van het perceel;

In de begripsomschrijving, in artikel 1.63 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, wordt onder nevenactiviteit het volgende verstaan: een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel. De nevengeschiktheid volgt in dit kader uit de afhankelijkheid van de hoofdfunctie. In de brief 3 juli 2020 (kenmerk 1341001/1474487) heeft de gemeente Bernheze aangegeven dat gevraagde functie (niet agrarische bedrijvigheid) acceptabel is als functie, ongeacht of deze ondergeschikt is of niet aan het agrarisch bedrijf. In de beoogde situatie wordt 1.070 m2 van de gebouwen gebruikt ten behoeve van het akkerbouwbedrijf, maximaal 1.000 m2 gebruikt ten behoeve op- en overslag van containers in combinatie met webwinkel en ongeveer 130 m2 ten behoeve van een bed & breakfast. Daarmee zijn de beoogde activiteiten, bed & breakfast en op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel, in omvang (oppervlakte bebouwing) ondergeschikt aan het agrarisch bedrijf.

2. de activiteit qua aard en omvang dient te passen bij de specifieke agrarische kwaliteit en schaal van de omgeving;

De beoogde ontwikkeling van het landelijk gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met in hoofdzaak een agrarische economie met daarbij passende bestemmingen. Er is naast land- en tuinbouw in een gemengde plattelandseconomie ruimte voor de ontwikkeling van nietagrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Met de beoogde ontwikkeling wordt kleinschalige bedrijvigheid en toerisme/recreatie toegevoegd op de locatie Laverdonk 9a, daarmee past de ontwikkeling binnen het gebied. Het agrarisch bedrijf blijft als hoofdfunctie zichtbaar. Hierdoor is er geen sprake van een omschakeling naar een bedrijfsbestemming. De initiatiefnemer is voornemens om activiteiten te exploiteren op de locatie Laverdonk 9a in de vorm van een bed & breakfast en een container op- en overslagbedrijf met webwinkel. De activiteiten vinden plaats in de bestaande agrarische bebouwing. Conform de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering zijn de voorgenomen activiteiten vergelijkbaar met een milieucategorie 2 ontwikkeling (zie paragraaf 4.7). De beoogde activiteiten zijn dus passend binnen de omgeving. Daarbij worden de nevenactiviteiten in m2 oppervlakte vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan.

Hierdoor is geborgd dat de omvang van de activiteiten passend zijn in de omgeving.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

28

3. de maximale oppervlakte voor de recreatieve nevenactiviteit niet groter mag zijn dan 500 m², met uitzondering van voorzieningen in de op de verbeelding nader aangeduide 'wro-zone recreatie-ontwikkelingsgebied', waarvoor geen maximale oppervlaktemaat geldt; De oppervlakte van de beoogde bed & breakfast is ongeveer 130 m 2. Daarmee blijft de beoogde bed & breakfast onder de 500 m2, en voldoet het aan de norm.

4. de activiteit niet mag leiden tot toename van bebouwing;

De activiteiten vinden plaats in het bestaande bedrijfsgebouw. Er wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd.

5. de activiteit geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen mag veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen;

De activiteit veroorzaakt geen onevenredige hinder over belemmeringen aan omliggende bedrijven of woningen. Dit is onder andere nader toegelicht in paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren.

6. de activiteit qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur;

Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande opritten en infrastructuur. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren nader toegelicht.

7. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit;

Het wegennetwerk beschikt over voldoende capaciteit. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren.

8. ondergeschikte en ondersteunende horeca is toegestaan, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m2 en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m2; n.v.t.

9. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden;

het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren nader toegelicht.

10. sprake is van een goede ruimtelijke uitstraling;

De activiteiten vinden plaats in bestaande bebouwing. Het geheel wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.6.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

29

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. Het initiatief betreft uitoefenen van activiteiten op een akkerbouwbedrijf en het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden naar bestemming ‘Natuur’ en andersom. Binnen de betrokken landbouwgronden en natuurgronden is geen bedrijf gevestigd en worden geen gebouwen opgericht of werken uitgevoerd. De bestemming van deze gronden wordt gewijzigd zodat dit overeenkomt met het huidig gebruik. Derhalve zullen de beoordeling van de milieuhygiënische planologische aspecten zich voornamelijk beperken tot de locatie Laverdonk 9a. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed.

Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3.2 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden. Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat het plan geen significant effect heeft op de Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Op de locatie Laverdonk 9a is de hoofdfunctie een akkerbouwbedrijf.

Een akkerbouwbedrijf komt in de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. niet voor. Op de agrarische gronden en natuurgronden die uitgewisseld worden is geen bedrijf gevestigd. Deze activiteit komt niet voor op de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. Er geldt voor het initiatief derhalve geen (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Daarnaast is er sprake van een bestaande functie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er voor het initiatief geen (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: - Beschrijving waterrelevant beleid; - Bestaande waterhuishoudkundige situatie; - Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

30

4.2.1

Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; - Een betere waterveiligheid door preventie; - Koppeling van waterberging en droogtebestrijding.

Zoals reeds uiteen is gezet in paragraaf 3.1.3 liggen er binnen de Iov de werkingsgebieden ‘Attentiezone waterhuishouding’ en ‘Reservering waterberging’ binnen het plangebied met betrekking tot het aspect water. In paragraaf 3.1.3 is aan de voorwaarden opgenomen in artikel 3.26 en 3.36 reeds getoetst. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkelingen geen gevolgeng heeft voor de betreffende werkingsgebieden. Gelet op voorgaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat, is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit.

Kort gezegd gaat het PMWP voor: - Voldoende water voor mens, plant en dier; - Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); - Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; - Verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Zoals weergegeven is in afbeelding 15 hebben het plangebied en de overige percelen in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water voor de groenblauwe mantel’ en ‘Water voor natuurnetwerk Brabant’ toegekend gekregen. De aanduiding ‘Water voor de groenblauwe mantel’ komt overeen met de aanduiding ‘groenblauwe mantel’ en ‘Natuurnetwerk Brabant’ uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor deze deelfunctie geldt beperkt beschermingsbeleid. Dit houdt in, dat binnen deze gebieden in beginsel waterhuishoudkundige ingrepen mogen plaatsvinden, mits deze zijn gericht op het verbeteren van de condities voor natuur of op verbetering van de landbouwkundige condities. Het ruimtelijk beleid in de groenblauwe mantel is vooral gericht op ontwikkeling van groenblauwe waarden.

Het initiatief betreft de uitoefening van activiteiten in bestaande bebouwing en het wijzigen van de bestemming van agrarische en natuurgronden. Met het initiatief worden geen gebouwen gerealiseerd. Daarnaast wordt de locatie Laverdonk 9a landschappelijk ingepast. Er is hierdoor geen sprake van waterhuishoudkundige ingrepen, die een negatief effect kunnen hebben op de ontwikkeling van de groenblauwe mantel. Daarnaast heeft ontwikkeling naast een verbetering van de landbouwkundige condities ook een verbetering van de conditie van de natuurwaarden tot gevolg.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

31

Plangebied

Afbeelding 15: uitsnede plankaart PWMP (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft het plangebied geen aanduiding gekregen. Volgens het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen het plangebied. Hiermee past het initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap Waterschap Aa en Maas is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheer is gericht op het duurzaam beheren van het watersysteem, waarbij uitgegaan wordt van een watersysteembenadering. In het waterbeheerplan ‘Werken met water voor nu en later’ beschrijft Waterschap Aa en Maas de hoofdlijnen van haar beleid. Het huidige waterbeheerplan beschrijft de plannen voor de periode 2016 – 2021. De missie van het waterschap is: ‘Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten’. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger.

De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Aa en Maas.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

32

4.2.2

Bestaande waterhuishoudkundige situatie

In de omgeving van het plangebied zijn A-watergangen en B-watergangen gelegen. Deze watergangen zijn opgenomen in de ‘Vastgestelde Legger Oppervlaktewater’ van het Waterschap Aa en Maas. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van deze Legger weergegeven. Een deel van projectlocatie, namelijk percelen 3161 en 3163, zijn gelegen aan een A-watergang met een beschermingszone. Langs de A-watergang is een beschermingszone gesitueerd. Er is een verbod opgenomen om binnen 5,00 meter breedte, gemeten vanaf de insteek aan beide zijden van een Awatergang om nieuwe obstakels te plaatsen of te hebben. Gelet op de waterhuishoudkundige belangen is het noodzakelijk om deze zone, de beschermingszone, vrij te houden van alle obstakels. Het oprichten van nieuwe obstakels is alleen mogelijk als deze in overeenstemming zijn met de Keur.

Afbeelding 16: uitsnede vastgestelde Legger Oppervlaktewater (Waterschap Aa en Maas) In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt op de locatie Laverdonk 9a het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m 3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-house-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten. Binnen de agrarische en natuurgronden zijn geen gebouwen of erfverharding gelegen. Het hemelwater kan hierdoor direct infiltreren in de gronden.

4.2.3

Beoogde waterhuishoudkundige situatie

In de beoogde wordt de bestaande loods op de locatie Laverdonk 9a gedeeltelijk gebruikt ten behoeve van activiteiten. Er is geen sprake van het oprichten van gebouwen of erfverharding in de beoogde situatie. Het uitoefenen van activiteiten binnen bestaande bebouwing heeft geen op waterhuishoudkundige situatie.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

33

In de beoogde situatie worden er geen gebouwen opgericht binnen de agrarische gronden en natuurgronden. Er is hier enkel sprake van het wijzigen van de bestemming. Met de uitvoering van de beoogde ontwikkelingen is er geen sprake van een toename van verhard oppervlakte. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het initiatief. Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.3.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan.

Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening (Iov) de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Iov. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ van de Iov is het plangebied (globaal rood gearceerd in navolgende afbeelding) een NNB aanwezig, zie navolgende afbeelding. De beoogde ontwikkeling betreft het uitoefenen van activiteiten op de locatie Laverdonk 9a binnen bestaande gebouwen.

De activiteiten bestaan uit op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel en een bed & breakfast. Binnen de locatie Laverdonk 9a is geen NNB gebied aanwezig. Gezien de activiteiten en afstand kan gesteld worden dat deze ontwikkeling geen invloed heeft op het NNB gebied in de omgeving. Daarbij wordt opgemerkt dat door de aanleg van de zorgvuldige landschappelijke inpassing de ecologische waarden in de omgeving versterkt zullen worden.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

34

Naast de ontwikkeling op Laverdonk 9a wordt de bestemming van een aantal gronden gewijzigd van ‘Agrarisch met waarden – landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ naar ‘Natuur’ en andersom. Op gronden met de bestemming ‘Natuur’ is het werkingsgebied ‘Natuur Netwerk Brabant’ gelegen. Dit betreft bos. Dit bos valt onder het beheertype ‘Vochtig bos met productie’. ‘Vochtig bos met productie’ bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els. De diversiteit is laag tot matig hoog door uniforme aanleg en beheer in het verleden. Het betreft hier een productiebos waarbij houtoogst een doel is van het bos. De houtoogst vindt periodiek plaats met een hogere intensiteit dan vochtige bossen zonder productie, of boomsoorten die oorspronkelijk van buiten Europa zijn ingevoerd. In de beoogde situatie zal perceel (deels) 3161 en 3163 (Ca. 18.671 m2) de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden krijgen. In de huidige situatie wordt de grond als landbouwgrond gebruik. In het verleden is in overleg met de provincie Noord Brabant en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een verzoek gedaan voor het verplaatsen van de herplantplicht. RVO en de provincie Noord Brabant hebben destijds met het verzoek ingestemd.

In voorliggende toelichting wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. Middels deze voorliggende toelichting wordt aan de Provincie Noord-Brabant gevraagd om een aanpassing van de Iov met betrekking tot NNB gebied. Ter compensatie wordt de bestemming van andere gronden, zoals eerder benoemd, gewijzigd van Agrarisch met waarden – landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ naar ‘Natuur’. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het bestaand gebruik planologisch vastgelegd in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Hierdoor wordt het behoud van de aanwezige natuurwaarden van het bos met beheertype ‘Vochtig bos met productie’ planologisch geborgd. Locatie Laverdonk 9a

Wijziging gronden

Afbeelding 17: uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ Iov (bron: viewer Iov Omdat de huidige gronden binnen het werkingsgebied NNB gebruikt worden als landbouwgronden heeft deze wijziging geen invloed op het de NNB waarden. In de beoogde situatie wijzigt het totaal oppervlakte met de bestemming ‘Natuur’ niet. Op de nieuwe ‘Natuur’ gronden wordt natuur gerealiseerd. Dit wordt geborgd in de regels en verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

35

Gezien bovenstaande hebben de beoogde ontwikkelingen geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016.

4.3.2

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd.

Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek, dat op een afstand van circa 13,3 kilometer ligt. Elke ruimtelijke ontwikkeling kan negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. Er zijn namelijk verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht spelen hierbij een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen. Daarnaast kunnen andere factoren eveneens leiden tot een verstoring van habitattypen en soorten, indien een ontwikkeling op korte afstand van een gebied plaatsvindt.

Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht

Het bedrijf op de locatie Laverdonk 9a is in het bezit van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. De vergunning (kenmerk: Z/005424-29812) is op 22 maart 2016 afgegeven door de provincie Noord-Brabant. In navolgende tabel wordt de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming weergegeven met ammoniakemissies. Middels het rekenprogramma AERIUS is de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden berekend van de vigerende vergunning. Hiermee is het bestaande het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Deze berekening is als separate bijlage toegevoegd in bijlage 2.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

36

Tabel 2: vergunning Wet natuurbescherming 22 maart 2016 Dier categorie

RAV code

Huisvestings-systeem

Ammoniak Aantal kg NH3 totaal dieren per kg NH3 dier

zoogkoeien ouder dan 2 A 2.100 jaar

alle systemen

6

4,10

24,60

fokstieren en overig A 7.100 rundvee ouder dan 2 jaar

alle huisvestingsystemen

5

6,20

31,00

vrouwelijk jongvee tot 2 A 3.100 jaar

alle systemen

80

4,40

352,00

11

12,35

135,85

100

13,00

1.300,00

Totaal:

1.843,45

melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

A 1.100

melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

A 1.100

overige huisvestingssystemen

met beweiden

overige huisvestingssystemen

met permanent opstallen

Op de locatie Laverdonk 9a werd een rundveehouderij in combinatie met een akkerbouwbedrijf geëxploiteerd. Vooruitlopend op de planologische wijziging is het rundveebedrijf reeds beëindigd. Door het beëindigen van de veehouderij ter plaatse van de locatie Laverdonk 9a wordt een aanzienlijke milieuwinst behaald. Zo vindt er een afname plaats van de hoeveelheid stikstof die wordt uitgestoten op de locatie. In de beoogde situatie wordt het akkerbouwbedrijf voortgezet in combinatie met activiteiten in de vorm van een op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel en een bed & breakfast. De beoogde activiteiten zijn passend binnen de vigerende vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming en hebben geen negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden. Er is immers sprake van een afname van ammoniak door het beëindigen van het rundveebedrijf. Zoals in paragraaf 4.9 nader is beschreven bestaan de verkeersbewegingen voornamelijk personenvervoersmiddelen, vrachtwagens en tractoren (ten behoeve van de akkerbouw en het opslagbedrijf) die van en naar de inrichting bewegen. Het aantal verkeersbewegingen van en naar locatie Laverdonk 9a zijn vergelijkbaar akkerbouwbedrijf in combinatie met rundveehouderij. Ten opzichte van de voorgaande situatie is er geen sprake van een toename van verkeersbewegingen.

Daarnaast zijn de verkeersbewegingen, voornamelijk zware verkeersbewegingen, vergelijkbaar met het akkerbouw- en rundveebedrijf. In voorliggend bestemmingsplan worden geen nieuwe gebouwen opgericht. Gezien de omvang van de beoogde bouwactiviteiten, een deel van de loods aanpassen naar een B&B, in combinatie met de grote afstand tot het meest nabijgelegen Natura-200 gebied worden geen nadelige gevolgen verwacht. Om te borgen dat het plan, met haar maximale planologische mogelijkheden, niet kan leiden tot mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden wordt de vigerende vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming vastgelegd in de planregels van het bestemmingsplan. Voor de locatie Laverdonk 9a is maximaal de bestaande stikstofdepositie (mol/ha/jaar) begrepen/toegestaan zoals opgenomen in de vergunning van 22 maart 2016 (kenmerk: Z/00542429812). Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan de hoogste depositie ingevolge de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

37

Overige storingsfactoren Vanwege de ruime afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek leidt het initiatief verder niet tot andere voorkomende storende factoren op omliggende Natura 2000-gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling.

Conclusie

Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Er is derhalve op grond van de Wet natuurbescherming geen omgevingsvergunning in het kader van gebiedsbescherming noodzakelijk. Bescherming van soorten De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van de ontwikkelingen, dient er bepaald te worden of ter plaatse van de locatie Laverdonk 9a beschermde natuurwaarden voorkomen, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten is zonder ontheffing niet toegestaan.

Gezien het huidige intensieve gebruik van de loods is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten. Voor de locatie Laverdonk 9a is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd door IJzerman Advies (d.d. 8 september 2020, rapportnummer 2020575). De veldinspectie heeft plaats gevonden op 28 augustus 2020. Hierbij zijn alle te slopen te slopen bebouwing is uitvoerig aan binnen- en buitenzijde onderzocht en de te kappen houtsingel. Het rapport hiervan is als separate bijlage bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 3). In deze QuickScan wordt het volgende advies gegeven: - Vrijgestelde soorten kunnen mogelijkerwijs worden aangetroffen. Hiervoor hoeft in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het voorkomen van deze soorten wordt door de geplande ontwikkelingen niet in gevaar gebracht. Het is echter

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

38

-

-

wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. Voor overige beschermde soorten is nader onderzoek niet noodzakelijk door het ontbreken van geschikte biotopen en vaste verblijfslocaties. Van gebouw bewonende soorten zoals huismussen, gierzwaluwen, uilen of vleermuizen zijn geen nest- of verblijfslocaties in de te slopen structuren aangetroffen. Er worden geen vaste nest- of verblijfs-locaties aangetast. Ook nader onderzoek hiernaar is niet relevant. Ter voorkoming van het verstoren van broedende vogels wordt aangeraden eventuele kap- of sloopwerkzaamheden tussen half juli en half maart (buiten het broedseizoen) te verrichten. Het verstoren van broedende vogels is verboden. Voor het verstoren van broedende vogels wordt geen ontheffing verleend. In het broedseizoen kan ook gesloopt worden, alleen dient het dan onder begeleiding van een ter zake kundig te worden uitgevoerd.

De gronden met de bestemming ‘Natuur’ worden in de huidige situatie gebruikt als landbouwgrond. Met het wijzigen van de bestemming wijzigt er niets aan het huidig gebruik. Het (deel) van de percelen met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ wordt gewijzigd naar ‘Natuur’ dit betekent dat daar waar al natuur aanwezig is dit behouden blijft worden. Waar dit nog niet van toepassing is wordt ‘Natuur’ gerealiseerd. Gezien het voorstaande kan geconcludeerd worden dat het aantreffen van beschermde natuurwaarden niet aan de orde is. Een omgevingsvergunning in het kader van de bescherming van soorten is op grond van de Wet natuurbescherming derhalve niet noodzakelijk. Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden zoals die is vastgelegd in de Wnb vloeit voort uit de voormalige Boswet. Voorwaarden zijn gericht op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en liggend buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Voor de locatie Laverdonk 9a is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd door IJzerman Advies (d.d. 8 september 2020, rapportnummer 2020575). Tijdens de veldinspectie is de te kappen houtwal onderzocht dat binnen het bouwvlak is gelegen.

In het rapport wordt geconcludeerd dat de Natura 2000-gebieden geen negatieve effecten ondervinden. Geconcludeerd kan worden dat op grond van de Wet natuurbescherming geen omgevingsvergunning in het kader van de bescherming van houtopstanden noodzakelijk is. Bodemkwaliteit In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient de aanwezige bodemkwaliteit te passen bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren. Indien de bodemkwaliteit (humane) risico’s met zich mee brengt of er sprake is van een spoedeisend geval van bodemverontreiniging kan de ontwikkeling voor bepaalde nieuwe functies geen doorgang vinden tot de risico’s zijn beheerst of weggenomen door sanering. Een historisch en verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 dient te worden uitgevoerd wanneer de bestemming en/of gebruik wordt gewijzigd én wanneer een gebouw of gebruik wordt gerealiseerd waarin mensen 2 uur of langer gaan verblijven. Op de locatie Laverdonk 9a betreft de ontwikkeling het uitoefenen van activiteiten binnen de locatie waarbij de hoofdfunctie ‘agrarisch bedrijf’ blijft.

De activiteiten betreffen een bed & breakfast en op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel binnen de bestaande loods. De locatie Laverdonk 9a is in gebruik agrarisch bedrijf.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

39

Indien de bodemkwaliteit (humane) risico’s met zich mee brengt of er sprake is van spoedeisend geval van bodemverontreiniging kan de ontwikkeling voor bepaalde nieuwe functies geen doorgang vinden tot de risico’s zijn beheerst of weggenomen door sanering. Uit het bodemonderzoek (verkennend bodemonderzoek Laverdonk 9a te Heeswijk-Dinther, Milon, kenmerkt 20212268, d.d. 30 september 2021) blijkt dat de bodemkwaliteit geen belemmering is voor het nieuwe en beoogde gebruik. De overige percelen, daar waar geen wijzigen zijn, hebben al een bruikbare kwaliteit. Gezien voorgaand kan worden geconcludeerd dat er voor wat betreft het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor het initiatief. Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet moet onderzocht worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.

4.5.1

Cultuurhistorie en aardkunde

Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat het plangebied niet in gebied ligt met aardkundige of cultuurhistorische waarden, zie navolgende afbeelding. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.

Locatie Laverdonk 9a

Gronden t.b.v. wijziging

Afbeelding 18: uitsnede kaart 'Instructieregels gemeenten: Aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden’ Iov De gemeente Bernheze heeft een Cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld. Op navolgende afbeelding is een uitsnede hiervan weergegeven. Een klein gedeelte van de percelen liggen in het beekdal. De Laverdonk, waaraan het plangebied gelegen is, is een oude wegtracé van redelijk hoge historische geografische waarde. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden opgenomen. Er is derhalve geen sprake van aantasting van het landschap. De voorgenomen activiteiten en wijziging doet daarom geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden in de omgeving.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

40

Locatie Laverdonk 9a Gronden t.b.v. wijziging

Afbeelding 19: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Bernheze 4.5.2

Archeologie

zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ is aan de locatie Laverdonk 9a geen archeologische aanduiding gegeven. De ontwikkeling op Laverdonk 9a betreft het gebruik van een bestaande loods ten behoeve van een bed & breakfast en op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel binnen bestaande gebouwen. Voor een deel van de gronden die deel uitmaken van de bestemmingswijziging van ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden en andersom zijn archeologische waarden opgenomen binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’. Binnen het vigerend bestemmingsplan zijn de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen. In navolgende afbeelding zijn de gronden globaal weergegeven die betrekking hebben op het omzetten van natuurgronden naar landbouwgronden en omgekeerd. Deze gronden zijn in navolgende afbeelding rood omlijnd. De archeologische waarden op de afbeelding weergegeven.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

41

Waarde – Archeologie 3

Waarde – Archeologie 3

Waarde – Archeologie 2

Waarde – Archeologie 2

Waarde – Archeologie 3

Waarde – Archeologie 3

Afbeelding 20: uitsnede verbeelding vigerend www.ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ (bron:

Voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ zijn in artikel 19 en artikel 20 van het vigerend bestemmingsplan regels opgenomen met betrekking tot bodemingrepen. Bij ingrepen groter dan respectievelijk 250 m2 en 2.500 m2 en dieper dan 0,4 meter beneden maaiveld dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit geldt naast het slopen of oprichten van gebouwen ook voor de volgende werkzaamheden: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies. In de regels onder Artikel 19 ‘Waarde - Archeologie 2’ is een vrijstelling opgenomen voor bodemingrepen kleiner 250 m2 en tot een diepte van 40 centimeter. In de regels onder Artikel 20 ‘Waarde – Archeologie 3’ is een vrijstelling opgenomen voor bodemingrepen kleiner dan 2.500 m 2 en tot een diepte van 40 centimeter vanaf het maaiveld.

De ontwikkeling betreft het wijzigen van de bestemming ‘Natuur’ naar bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ en andersom. Met het planologisch vastleggen van de bestemming ‘Natuur’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ vinden er geen bodemingrepen plaats zoals genoemd in de verbodsbepaling in artikel 19 en artikel 20. In het verleden is in overleg met de provincie Noord Brabant en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een verzoek gedaan voor het verplaatsen van de herplantplicht. RVO en de provincie Noord Brabant hebben destijds met het verzoek ingestemd. Het betreft hier het planologisch vastleggen van de reeds bestaande situatie. De natuurontwikkeling heeft reeds plaatsgevonden. Hier is een vochtig bos (N16.04) met productie gerealiseerd. Ten aanzien van archeologie zijn derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

42

Landschappelijke inpassing Zoals in paragraaf 3.2.2. aangegeven is er in het kader van kwaliteitsverbetering een landschappelijk inpassingsplan opgesteld ten behoeve van het plan. Binnen de gemeente Bernheze is de handreiking ‘Afspraken voor uitwerking en toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap (2 december 2015)’ van toepassing. Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als maximaal een categorie 2 ontwikkeling (zie paragraaf 3.2.3), wat betekent dat met enkel een goede landschappelijke inpassing voldoende kwaliteitsverbetering bereikt wordt. Ten behoeve van het initiatief is een landschappelijke inpassing opgesteld. De landschappelijke inpassing van het initiatief aan de Laverdonk 9a te Heeswijk-Dinther is afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap. Huidige situatie De locatie is gelegen ter plaatse van een beekdallandschap. Het is een relatief open, vrij gaaf beekdal met verspreide loofbosjes die dekzandruggen markeren. Het betreft oude meanders en vochtige graslanden. De erven in de omgeving zijn geheel of gedeeltelijk landschappelijk ingepast met inheemse struweel- en boomvormers om de gebouwen uit het zicht te onttrekken. Er zijn vele zichtlijnen naar het landschap te vinden. Op locatie is het huidige erf langs de noordwestzijde reeds landschappelijk ingepast door middel van een houtsingel met struweel en bomen.

Aan de voorkant van het nieuwe gebouw blijft de houtsingel met struweel- en boomvormers gehandhaafd. Beoogde situatie De bestaande inheemse bomen en struweel van het grootste deel van de bestaande houtsingel zullen in de toekomst gehandhaafd blijven. Langs de loods wordt een aan te leggen houtwal gerealiseerd. Deze houtwal wordt als het ware opgeschoven zodat er ruimte ontstaat voor de loods. De houtsingel zal aansluiten op de bestaande houtsingel. Om het eigen karakter van het gebied te versterken en de ruimtelijke schaal op locatie te verkleinen, zijn deze nieuwe groenstructuren in het landschap beoogd. Kleinschalige elementen zoals houtsingels op erf- en perceelsgrenzen versterken deze kleinschaligheid. De zichtlijn naar het achterliggende landschap vanaf de Laverdonk kan gehandhaafd blijven met dit landschappelijk inpassingsplan. Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken en sluit het aan op de landschappelijke kenmerken van de omgeving.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

43

Afbeelding 21: uitsnede landschappelijk inpassingsplan Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - Het al in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten (geur, stof, geluid en veiligheid) en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit.

Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Hier zijn dan ook kleinere richtafstanden te rechtvaardigen (behalve voor het aspect veiligheid).

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

44

Het plangebied is conform de definitie in de VNG-publicatie gelegen in het omgevingstype ‘rustig buitengebied’. In de directe omgeving vindt geringe functiemenging plaats. Tevens is er weinig verstoring door verkeer. Qua aanvaardbare milieubelasting is dit omgevingstype dus vergelijkbaar met een rustige woonwijk. Wat betreft veehouderijen word in de volgende paragraaf getoetst aan de wetgeving die specifiek van toepassing is voor veehouderijen met betrekking tot het aspect geur. Binnen de gronden die betrokken zijn bij het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden’ naar ‘Natuur’ en omgekeerd zijn geen bedrijven of andere functies gelegen. Daarom is alleen de beoogde ontwikkeling op de locatie Laverdonk 9a getoetst aan de VNG-publicatie. Op de locatie Laverdonk 9a werd een rundveehouderij in combinatie met een akkerbouwbedrijf geëxploiteerd. Vooruitlopend op de planologische wijziging is het rundveebedrijf reeds beëindigd. Het akkerbouwbedrijf wordt in de beoogde voortgezet. Een rundveebedrijf behoort tot de milieucategorie 3.2. Een akkerbouwbedrijf behoort tot de milieucategorie 2. In de beoogde situatie wordt het akkerbouwbedrijf voortgezet in combinatie met activiteiten in de vorm van een op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel en een bed & breakfast.

De beoogde activiteiten zijn niet rechtstreeks opgenomen in de handreiking. Meest overeenkomende omschrijving voor de niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zijn de categorieën ‘opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)’ en ‘groothandel in overige consumentenartikelen’. Voor bed & breakfast even tevens geen omschrijving opgenomen. De bed & breakfast vindt inpandig plaats in de bestaande loods. De meest overeenkomende omschrijving is ‘hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra’. Voor een bedrijf in milieucategorie 2, liggend in een rustig buitengebied, is de richtafstand 30 meter. In tabel 2 zijn richtafstanden milieuzonering opgenomen huidige en beoogde situatie.

Tabel 3: richtafstanden milieuzonering Omschrijving Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Groothandel in overige consumentenartikelen Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra Akkerbouw Fokken en houden van rundvee

SBI-code 2008 52109

Milieucategorie 2

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

0

0

30

10

464, 46733 5510

2 1

10 10

10 0

30 10

30 10

011, 012, 013 0143, 0145

2

10

10

30

10

3.2

100

30

30

0

Het bouwvlak van de dichtstbij gelegen woning van derden (Laverdonk 9b te De Heeswijk-Dinther) bevindt zich op een afstand van ca. 23 meter van het bouwvlak van de locatie Laverdonk 9a. De gevel van de woning is gelegen op 40 meter afstand van het bouwvlak van de locatie Laverdonk 9a. In de beoogde situatie wijzigt de afstand tussen de woning en Laverdonk 9a niet. Er is hier sprake van een bestaande situatie. De werkzaamheden bestaan uit het op- en overslag van containers waarbij de containers van en naar de locatie worden getransporteerd. De inrit van het bedrijf op de locatie Laverdonk 9a is op 65 meter afstand gelegen van het bouwvlak van de woning op Laverdonk 9b. De geluidsactiviteiten vinden plaats op meer dan 30 meter afstand van het bouwvlak van derden. In de huidige situatie wordt niet voldaan aan de VNG richtafstand van 30 meter. De bestaande woning van derden is op een afstand van 40 meter gelegen van het agrarisch bouwvlak. Ten opzichte van de eerdere planologische situatie, toen er sprake was van een rundveehouderij, is er sprake van een verlaging van de milieucategorie van 3.2 naar milieucategorie 2. Op grond hiervan kan worden gesteld dat het woon- en leefklimaat binnen de locatie Laverdonk 9a en dichtstbijzijnde woning van derden niet nadelig wordt beïnvloed. Er is zelfs sprake van een verbetering.

Op grond hiervan kan worden gesteld dat wordt voldaan aan het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’.

Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther

45

Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: a. Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabij gelegen veehouderijen? b. Is ter plaatse van het plangebied een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c6e7a993-fabf-4bec-a82a-29efe1a4dd6b