BP Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther - Toelichting
Tekst van het document
4.8.1
Omgekeerde werking
Binnen de gronden die betrokken zijn bij het wijzigen van de bestemming is er geen sprake van het oprichten van geurgevoelige objecten. Daarnaast zijn er in de huidige situatie geen geurgevoelige objecten aanwezig. Derhalve wordt dit deel van het plangebied niet getoetst aan het aspect geur. De locatie Laverdonk 9a is een voormalige rundveehouderij. In de beoogde situatie worden er naast het akkerbouwbedrijf op Laverdonk 9a activiteiten geëxploiteerd in de vorm van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zoals de op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel en een bed & breakfast. Deze activiteiten vinden plaats in de bestaande loods die onlangs ten behoeve van het akkerbouwbedrijf is gerealiseerd. Doordat er geen sprake is van een permanent verblijf of een daarmee vergelijkbaar gebruik is er geen sprake van een geurgevoelig object. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat een recreatieve voorziening niet geurgevoelig is, omdat er geen sprake is van permanent verblijf. Een bed & breakfast is gericht op het bieden van recreatief (nacht)verblijf voor beperkte duur. De Raad van State overweegt dan ook dat van permanent of daarmee gelijk te stellen gebruik voor menselijk verblijf geen sprake is 1 ‘inzake een kampeerboerderij’.
Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wgv moet de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij, ten minste 50 meter bedragen indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom ligt. Deze afstand moeten veehouderijen in de omgeving in de bestaande situatie dus al in acht nemen en dat blijft in de beoogde situatie het geval. Daar de bedrijfswoning met het initiatief niet dichter bij veehouderijen in de omgeving wordt gesitueerd, verandert de toetsingsafstand voor die veehouderijen niet. Zoals hiervoor beschreven, betreffen de activiteiten geen geurgevoelige objecten. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de ontwikkelingen met zekerheid niet zorgt voor een onevenredige belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving.
4.8.2
Woon- en leefklimaat
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat er ter plaatse van de planlocatie sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur. Om dit te kunnen beoordelen is in eerste instantie aangesloten bij de richtafstanden die zijn gesteld in de VNG-handreiking. De dichtstbijzijnde veehouderij ten opzichte van de locatie Laverdonk 9a ligt aan Laverdonk 7. Dit betreft een pluimveehouderij in combinatie met een rundveehouderij. Voor dit bedrijfstype geldt een richtafstand van 200 meter. In de huidige situatie is Laverdonk 7 op 192 meter afstand gelegen (gemeten vanaf randbouwvlak) van de locatie Laverdonk 9a. In de beoogde situatie wordt het bouwvlak verkleind waardoor de afstaand vergroot wordt naar 226 meter. Er kan dus ruimschoots worden voldaan aan de richtafstanden ten opzichte van (intensieve) veehouderijen in de omgeving. Ten aanzien van het aspect geur zijn er dus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
1
zie ABRvS 11 januari 2012, nr. 201104200/1/H1 (ECLI: NL.RVS.2012.BV0553)
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
46
Luchtkwaliteit In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en sindsdien staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). In de Wet luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Met name de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) worden beleidsmatig relevant geacht. Er dient te worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat ten aanzien van deze stoffen ter plaatse aanvaardbaar is en als gevolg van de beoogde ontwikkeling in de omgeving aanvaardbaar blijft. De binnen het plangebied gelegen gronden die wijzigen van bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ naar bestemming ‘Natuur’ en omgekeerd, zijn geen inrichting gelegen. Het gaat hier enkel om het wijzigen van de bestemming en het gebruik. Daarom wordt er alleen aan de locatie Laverdonk 9a getoetst in het kader van luchtkwaliteit en woon- en leefklimaat.
4.9.1
Niet in betekenende mate
Indien ontwikkelingen binnen de locatie Laverdonk 9a gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit moet aandacht worden besteed aan de gevolgen voor de milieukwaliteitseisen. Onderzoek moet worden verricht naar de gevolgen voor de in bijlage 2 van de Wet milieubeheer genoemde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht. Volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 moeten de concentraties worden bepaald vanaf de grens van het terrein van de inrichting. Dit onderzoek kan echter achterwege blijven indien de nieuwe bestemming betrekking heeft op één of meer categorieën van gevallen als genoemd in de Regeling niet in betekende mate bijdragen. In die gevallen wordt aangenomen dat de toename van de concentratie in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM 10) als stikstofdioxide de 3% grens van de jaargemiddelde concentratie niet overschrijdt. Op Laverdonk 9a te Heeswijk-Dinther wordt een akkerbouwbedrijf geëxploiteerd. Voorheen werd er een akkerbouwbedrijf in combinatie met een rundveebedrijf geëxploiteerd. Vooruitlopend op dit bestemmingsplan is de rundveehouderij beëindigd. In de beoogde situatie wordt het akkerbouwbedrijf voortgezet in combinatie met activiteiten. De activiteiten bestaan uit een niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de vorm van op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel.
Daarnaast wordt kleinschalige recreatieve activiteiten uitgevoerd in de vorm van een bed & breakfast. Met de beëindiging van de rundveehouderij zijn de verkeersbewegingen afgenomen. Dit zijn voornamelijk zware verkeersbewegingen zoals: - tractorbewegingen ten behoeve van landwerkzaamheden zoals het uitrijden van mest; - ruwvoer teelt en het inkuilen hiervan; - aan- en afvoer van dieren; - het drie keer in de week ophalen van melk. Lichte verkeersbewegingen in de vorm van bedrijfsbezoek van erfbetreders zoals adviseurs, dierenarts, vertegenwoordiger enz. De verkeersbewegingen ten behoeve van op- en overslagbedrijf in combinatie met een webwinkel en bed & breakfast zijn gelijk aan de rundveehouderij en zullen voornamelijk uit zware verkeersbewegingen bestaan. In de beoogde situatie neemt het aantal verkeersbewegingen niet toe. Daarnaast is er sprake van een afname van fijnstof in de buitenlucht door het beëindigen van de rundveehouderij. Het beoogde initiatief valt in het Besluit NIBM onder de categorie inrichtingen. De Regeling NIBM noemt hierbij de subcategorie ‘akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt’ als NIBM, ongeacht de omvang van het bedrijf. De beoogde ontwikkeling heeft dus met zekerheid geen significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving. Er kan worden geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het initiatief.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
47
4.9.2
Woon- en leefklimaat
Op grond van de Wet luchtkwaliteit zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt daarnaast een grenswaarde voor PM 2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO 2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof PM10, PM2,5 en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde fijnstofconcentratie binnen het plangebied is conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 19,12 μg/m3, voor PM2,5 11,71 μg/m3 en voor NO2 20-25 μg/m3, zie onderstaande afbeeldingen.
Laverdonk 9a
Afbeelding 22: uitsnede GCN kaart NO2 (bron: http://geodata.rivm.nl/gcn/)
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
48
Laverdonk 9a
Afbeelding 23: uitsnede GCN kaart PM10 (bron: http://geodata.rivm.nl/gcn/)
Laverdonk 9a
Afbeelding 24: uitsnede GCN kaart PM2,5 (bron: http://geodata.rivm.nl/gcn/) Ten aanzien van de luchtkwaliteit zijn er dus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen. Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) vormt sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
49
In de Wgh is bepaald dat voor locaties in een bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting dient te worden onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. De geluidsproductie van een akkerbouwbedrijf is in hoofdzaak afkomstig van transportbewegingen, het laden en lossen en overige motoren binnen de inrichting. In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor locaties in het bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. In deze situatie is geen sprake van een nieuwe geluidgevoelige bestemming, het toevoegen van activiteiten binnen bestaande bebouwing. De activiteiten bestaan uit een bed & breakfast en op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel. De recreatieve verblijfsvoorzieningen hoeven niet betrokken te worden in de besluitvorming. Vaste jurisprudentie hierover is dat recreatieverblijven geen geluidsgevoelige objecten zijn 2. In de inrichting vinden wel activiteiten plaats die een geluidsuitstraling hebben naar de omgeving. De werkzaamheden van het akkerbouwbedrijf wijzigingen in de beoogde situatie niet.
Gezien de omvang van het bed & breakfast is eventuele geluidshinder beperkt. Tevens is hier sprake van lichte verkeersbewegingen. De werkzaamheden van de nieuwe activiteiten bestaan uit op- en overslag van containers waarbij de containers van en naar de locatie worden getransporteerd. De initiatiefnemer zal zelf ongeveer 2 tot 3 keer per dag van en naar de locatie rijden om containers te transporteren, gedurende 5 dagen per week. De inrit van het bedrijf op de locatie Laverdonk 9a is op 65 meter afstand gelegen van het bouwvlak van derden. De eventuele geluidbelasting als gevolg van de bedrijfsvoering is laag en de activiteiten vinden veelal inpandig of nabij de loodsen plaats. Bovendien is de afstand tot de geluidgevoelige objecten zo groot dat de activiteiten geen overlast zullen veroorzaken. Vooruitlopend op deze bestemmingsplanprocedure is de rundveehouderij op de locatie beëindigd. Hierdoor is er een afname is verkeersbewegingen door tractorbewegingen ten behoeve van landwerkzaamheden zoals het uitrijden van mest, ruwvoer teelt en het inkuilen hiervan, aan- en afvoer van dieren, het drie keer in de week ophalen van melk. Daarnaast zijn er lichte verkeersbewegingen in de vorm van bedrijfsbezoek van erfbetreders zoals adviseurs, dierenarts, vertegenwoordiger enz.
De verkeersbewegingen ten behoeve van op- en overslagbedrijf in combinatie met een webwinkel en bed & breakfast zijn vergelijkbaar met dat van het rundveebedrijf. In er beoogde situatie zal er minder sprake zijn van piekbelastingen doordat er bij een op- en overlag bedrijf geen seizoenwerkzaamheden zijn. De verkeersgeneratie zal in de beoogde situatie niet toenemen. Er kan worden geconcludeerd dat er voor wat betreft het aspect geluid geen belemmeringen zijn voor het initiatief. Verkeer en parkeren Binnen het plangebied dient een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer verzekerd te zijn, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. Omdat de agrarische gronden en natuurgronden geen wijzigingen plaatsvinden met betrekking tot de in- en uitrit en er op deze locaties geen inrichting bevindt beperkt het aspect verkeer en parkeren zich alleen tot de locatie Laverdonk 9a. Verkeer De locatie Laverdonk 9a is gelegen aan de weg Laverdonk, een verharde weg die voornamelijk wordt gebruikt voornamelijk wordt gebruikt door agrarisch bestemmingsverkeer en omwonenden. De weg wordt ontsloten door de Hulsakker. Deze ontsluitingsroute beschikt over voldoende capaciteit om verkeersbewegingen af te wikkelen. Op Laverdonk 9a te Heeswijk-Dinther wordt een akkerbouwbedrijf geëxploiteerd.
Voorheen werd er een akkerbouwbedrijf in combinatie met een rundveebedrijf geëxploiteerd. Vooruitlopend op dit bestemmingsplan is de rundveehouderij beëindigd. In de beoogde situatie wordt het akkerbouwbedrijf voortgezet in combinatie met activiteiten. De activiteiten bestaan uit een niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de vorm van op- en overslag van containers in combinatie
2
zie ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1 (ECLI: NL.RVS.2004.AO5659)
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
50
met een webwinkel. Daarnaast wordt kleinschalige recreatieve activiteiten uitgevoerd in de vorm van een bed & breakfast. Verwacht wordt dat de verkeersbewegingen ten behoeve van op- en overslagbedrijf in combinatie met een webwinkel en bed & breakfast gelijk zijn aan de rundveehouderij en zullen voornamelijk uit zware verkeersbewegingen bestaan. In de beoogde situatie neemt het aantal verkeersbewegingen niet toe. Er is een inschatting gemaakt van het aantal verkeersbewegingen van het rundveebedrijf en de beoogde activiteiten in de vorm van op- en over van containers in combinatie met webwinkel en een bed & breakfast. Hieruit blijkt dat er sprake is van een afname van het aantal verkeersbewegingen. Verkeersbewegingen Met de beëindiging van de rundveehouderij zijn de verkeersbewegingen afgenomen. Dit zijn voornamelijk zware verkeersbewegingen zoals: Afvoer melk, 3 x per week een vrachtwagen; Afvoer diertransport 1 x per twee weken een vrachtwagen; Aanvoer van dieren 1 x per maand; Aanvoer voer 1 x vrachtwagen per maand; Afvoer kadavers 1 x per maand; Diverse goederen 1 x per week vrachtwagen; Bezoekers en klein transport (bestelbusjes) 4 x per week; Aanvoer en bewerken ruwvoer ongeveer 350 x per jaar; Afvoer mest ongeveer 900 keer per jaar. Ten behoeve van de bed & breakfast is aangesloten bij de verkeersgeneratie voor een hotel.
Daarvoor geldt een verkeersgeneratie van 1,3 per kamer. Uitgaande van 2 kamers betekent dit 2,6 verkeersbewegingen per dag. Ten behoeve van de op- en over van containers in combinatie met webwinkel worden geen bezoekers verwacht. Deze vrachtwagen wordt door de initiatiefnemer zelf bestuurd. Uitgaande dat de initiatiefnemer 4 keer per dag van- en de inrichting rijd ten behoeve van op- en overslag van containers en 260 werkdagen in het jaar zijn dit 2.080 zware verkeersbewegingen per jaar. Het aantal verkeersbewegingen van het rundveebedrijf en de beoogde activiteiten in de vorm van open over van containers in combinatie met webwinkel en een bed & breakfast in navolgende tabel weergegeven.
Tabel 4: inschatting verkeersbewegingen per jaar Activiteit
Aantal verkeersbewegingen per jaar Rundveehouderij
Nevenactiviteit en B&B
Afvoer melk
312 zware verkeersbewegingen
Aan- afvoer dieren
72 zware verkeersbewegingen
Voer
24 zware verkeersbewegingen
Ruwvoer
700 zware verkeersbewegingen
Mest
1.800 zware verkeersbewegingen
Kadavers
24 zware verkeersbewegingen
Diverse goederen
104 zware verkeersbewegingen
Bezoekers bedrijf
416 lichte verkeersbewegingen
949 lichte verkeersbewegingen
2.978 zware verkeersbewegingen 416 lichte verkeersbewegingen
2.080 zware verkeersbewegingen 2.080 zware verkeersbewegingen 949 lichte verkeerswegingen
Transport Totaal
Ten behoeve van het melkveebedrijf zijn er ongeveer 2.978 zware verkeersbewegingen en 416 lichte verkeersbewegingen. In totaal zijn dit 3.394 verkeersbewegingen. In de beoogde situatie wordt verwacht dat er 2.080 zware verkeersbewegingen zijn en 949 lichte verkeersbewegingen zijn ten
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
51
behoeve van het op- en overslagbedrijf met webwinkel en bed & breakfast. In totaal worden er 3.029 verkeersbewegingen verwacht. Geconcludeerd kan worden dat het aantal verkeersbewegingen afneemt in de beoogde situatie. Parkeren CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte, schrijft in ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ kencijfers ten aanzien van parkeren en verkeersgeneratie voor uiteenlopende activiteiten voor. Er zijn echter geen representatieve cijfers in opgenomen voor agrarisch bedrijven. Eigen machines en werktuigen kunnen worden gestald in de daarvoor bestemde machine- en werktuigenbergingen. Vrachtwagens en tractoren van derden verblijven altijd maar kortstondig op het bedrijf, bijvoorbeeld voor aflevering goederen of loonwerk. Voor dergelijk materieel is ruim voldoende erfverharding aanwezig. In navolgende afbeelding is de ontsluiting van de locatie 9a weergegeven in de beoogde situatie. Ten behoeve van de op- en overslag van containers in combinatie met webwinkel worden geen bezoekers verwacht. Er wordt gebruik gemaakt van een vrachtwagen voor het vervoeren van de containers. Deze vrachtwagen wordt door de initiatiefnemer zelf bestuurd. Zoals hierboven beschreven is kunnen eigen machines en werktuigen gestald worden in de daarvoor bestemde machine- en werktuigenbergingen.
Ten behoeve van de bed & breakfast is aangesloten bij de parkeernormen voor een hotel. Daarvoor geldt een parkeernorm van 0,5 per kamer. Uitgaande van 2 kamers betekent dit 1 parkeerplaats.
Afbeelding 25: ontsluiting locatie Laverdonk 9a, met een oranje pijl is de ontsluiting weergeven Voor het eigen personenvervoer wordt aangesloten bij de vereiste parkeergelegenheid bij een vrijstaande koopwoning, liggend in niet-stedelijk buitengebied. Hiervoor wordt een minimum van 2 parkeerplaatsen voorgeschreven. Op de inrit naar de bedrijfswoning is ruim voldoende ruimte om 2 auto’s te kunnen parkeren. Gemiddeld zullen er dagelijks 2 tot 4 bezoekers met personenvervoer naar het bedrijf toe komen. Te denken valt aan de vertegenwoordigers, adviseurs, privébezoekers etc. Normaliter zullen deze niet gelijktijdig op het bedrijf aanwezig zijn, maar zelfs als dit het geval zou zijn is er ruim voldoende erfverharding aanwezig voor in totaal 7 (incl. bed & breakfast)
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
52
personenvervoersmiddelen, eigen vervoersmiddelen en van bezoekers, te parkeren. In navolgende tabel is een overzicht gemaakt van de benodigde parkeerplaatsen.
Tabel 5: overzicht parkeernorm Categorie
Parkeerbehoefte
Woning
2
Bezoekers woning en bedrijvigheid
4
Bezoekers bed & breakfast
1 Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen:
7
In navolgende afbeelding zijn de parkeervoorzieningen weergegeven. Zoals op de afbeelding is weergegeven is ten behoeve van de bed & breakfast is er ruimte voor minimaal 1 parkeerplaats. De oprit heeft een lengte van minimaal 25 meter en is zeker 15 meter breed. Hier is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor minimaal 6 personenauto’s. Zoals aangegeven is er 1 vrachtwagen in het gebruik ten behoeve van het op- en overslag bedrijf. Wanneer de vrachtwagen niet in gebruik is kan deze bijvoorbeeld geparkeerd worden tussen de twee loodsen. In de loods is een werktuigenberging aanwezig waarin de tractoren, loader, verreijker en eventuele andere werktuigen opgeslagen worden. In afbeelding 26 is een plattegrondtekening van de loods weergegeven. Hierop is de werktuigenberging op aangegeven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er ruim voldoende parkeergelegenheid aanwezig is op het bedrijf.
Minimaal 1 parkeerplaats B&B
Parkeergelegenheid vrachtwagen
Werktuigenberging
Minimaal 6 parkeerplaatsen bezoekers woning en bedrijf
Afbeelding 26: overzicht parkeervoorzieningen locatie Laverdonk 9a
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
53
Afbeelding 27: plattegrondtekening loods Er kan worden geconcludeerd dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen zullen ontstaan voor de afwikkeling van personen- en goederenvervoer. Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.
4.12.1 Regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
54
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= ‘1’). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente).
Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.
Tabel 6: Wanneer groepsrisico verantwoorden? (bron: ODBN)
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Barro, effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’, enz..
Gemeentelijk beleid Door de gemeente Bernheze is een beleidsvisie externe veiligheid opgesteld met als doel het verduidelijken en nader invullen van het beleidsthema externe veiligheid. Zij doet dit door middel van het afbakenen van het beleidsveld externe veiligheid, het inzichtelijk maken van knelpunten, het inzichtelijk maken van wettelijke eisen en ambities van de gemeente, de toedeling van verantwoordelijkheden tussen verschillende actoren en het inschatten van de toekomstige ontwikkelingen en de omvang van het gemeentelijke takenpakket. De ambitie is het streven naar het optimaliseren van externe veiligheid in de gemeente.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
55
4.12.2 Toetsing aan beleid
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken. Indien van toepassing moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening getoetst worden aan overige wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid zoals bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit en Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Toetsing aan het beleid begint met de inventarisatie van de omgeving van de projectlocatie. Laverdonk 9a
Afbeelding 28: uitsnede EV-signaleringskaart (bron: ODBN) Binnen de gronden die betrekking hebben op de bestemmingswijziging zijn geen kwetsbare objecten aanwezig en worden geen kwetsbare objecten nieuw opgericht. Het betreft hier enkel en alleen om de wijziging van bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ naar bestemming ‘Natuur’ en andersom. Derhalve zal dit deel van het plangebied niet verder getoetst worden aan het aspect externe veiligheid. De locatie Laverdonk 9a is een voormalige (rund)veehouderij. In de beoogde situatie worden er naast het akkerbouwbedrijf op Laverdonk 9a activiteiten geëxploiteerd in de vorm van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zoals de op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel en een bed & breakfast. Deze activiteiten vinden plaats in de bestaande loods die onlangs ten behoeve van het akkerbouwbedrijf is gerealiseerd. Een gedeelte van de huidige loods (gebouw 1) zal worden gebruikt voor de op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel. Deze containers (boxen) worden gebruikt om spullen van particulieren en/of bedrijven tijdelijk in op te slaan, bijvoorbeeld tijdens een verhuizing of verbouwing. Middels een webwinkel kan de container (box) besteld worden. De initiatiefnemer bezorgt de container (box) op locatie.
Wanneer deze volgeladen is met spullen haalt de initiatiefnemer deze container wordt deze in de loods (tijdelijk) opgeslagen. De container met spullen wordt later op een afgesproken moment weer terug gebracht. In het kader van veiligheid zijn de containers (boxen) vrij van gasflessen en jerrycans met brandbare of explosieve stoffen. De opslaglocatie heeft een besloten karakter en is alleen toegankelijk voor de initiatiefnemer.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
56
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten op de locatie Laverdonk 9a is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de EV-signaleringskaart blijkt dat er op de locatie Laverdonk 9a een propaantank aanwezig is, gesitueerd ten oosten van de bedrijfswoning. Deze bevindt zich op voldoende afstand van de toekomstige ontwikkelingen waardoor deze geen risico oplevert. Tevens blijkt uit de EVsignaleringskaart blijkt dat de locatie Laverdonk 9a binnen het invloedsgebied is gelegen van de 18 m 3 propaantank op het adres Laverdonk 9c (RRGS nummer 20896). Op grond van een uitgevoerde QRA d.d. 6 mei 2011 is het invloedsgebied vastgesteld op een afstand van 320 meter. Het maatgevend scenario betreft het plaatsvinden van een BLEVE (‘Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion’ (kokendevloeistof-gasexpansie-explosie)) tijdens de tankautoverlading met propaan. In het Bevi is een verantwoording van het groepsrisico verplicht voor elk ruimtelijk plan dat (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk maakt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting (zie afbeelding 28). Conform art. 13 Bevi dient het groepsrisico verantwoord te worden. In navolgend kaders is het groepsrisico verantwoord. Verantwoording groepsrisico
Het aantal personen in het invloedsgebied
De ‘Handleiding Populatieservice’ (Impuls Omgevings Veiligheid, juli 2018) betreft een geactualiseerde versie van de tabellen in de ‘Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico’ (VROM, november 2007). Hierin zijn kentallen voor panden per gebruiksfuctie opgenomen. Deze kentallen dienen als bron boor populatiekentallen. In de bestaande situatie is er sprake van een (voormalige) rundveehouderij en een akkerbouwbedrijf. De initiatiefnemer is voornemens om naast het akkerbouwbedrijf inkomsten te genereren middels activiteiten in vorm van een bed & breakfast en het op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel. In de ‘Handleiding Populatieservice’, tabel 1 overzicht kentallen per gebruiksfunctie voor panden, wordt voor de (bedrijfs)woning (gezin) uitgegaan van 2,4 personen. In paragraaf 4.7 Bedrijven en milieuzonering is beschreven dat het akkerbouwbedrijf op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel behoort tot de milieucategorie 2. In tabel is voor een industriefunctie (milieucategorie 3.1 en lager) een norm van 50 m2 per BVO p.p. opgenomen. Een B&B valt onder een logiefunctie. De B&B heeft in de beoogde situatie 2 kamers er is daarom aangesloten bij de kentallen van een kleine logiefunctie (personeel en gasten). De B&B heeft een oppervlakte van ongeveer 130 m2. In navolgende tabel zijn de kentallen per gebruiksfunctie voor panden weergegeven.
Tabel 7: overzicht kentallen per gebruiksfunctie voor panden Gebruiksdoelen Bag
Woonfunctie Industriefunctie Logiesfunctie
Aanvullende indeling op basis van onderscheid naar omvang (klein/groot) Woonfunctie gezin
Kengetal per verblijfsobject Aantal personen
m2 BVO p.p.
2,4
Industriefunctie klein (milieucategorie 3.1 en lager Logiesfunctie klein (personeel en gasten) Totaal aantal personen
50 15
Bestaand
Beoogd
2,4
2,4
110.000
103.500
0
1.950
110.002,4
105.452,4
In de bestaande situatie wordt 2.200 m2 van de gebouwen gebruikt ten behoeve van het akkerbouwbedrijf. In de beoogde situatie wordt 1.070 m2 van de gebouwen gebruikt ten behoeve van het akkerbouwbedrijf, maximaal 1.000 m2 gebruikt ten behoeve op- en overslag van containers in combinatie met webwinkel en ongeveer 130 m2 ten behoeve van een bed & breakfast. In bovenstaande tabel zijn de kentallen van de bestaande en beoogde situatie weergegeven. In de bestaande situatie is op basis van de gebruiksdoelen in BAG sprake van 110.002,4 personen. In de beoogde situatie is er sprake van 105.452,4 personen. De beoogde ontwikkeling brengt een afname van het aantal personen met zich mee van 4.550 personen. Daarmee is er sprake van een afname van het aantal personen in het invloedsgebied.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
57
Verantwoording groepsrisico
Het groepsrisico
Zoals reeds beschreven brengt de beoogde ontwikkeling een afname van het aantal personen binnen het invloedsgebied met zich mee. Daarmee is er sprake van een afname van het groepsrisico.
De mogelijkheden tot risicovermindering
Door de beperking van de mogelijkheden van nieuwvestiging van risicovolle bedrijven of kwetsbare groepen mensen, wordt het groepsrisico in het buitengebied geconsolideerd. In de beoogde situatie is er sprake van een afname van het aantal personen binnen het invloedsgebied. Daarmee is er sprake van een afname van het groepsrisico. Door de uitvoering van dit plan is er sprake van een risicovermindering binnen het plangebied.
De alternatieven
De uitvoering van het plan leidt tot een vermindering van het groepsrisico en daarmee tot een risicovermindering.
De mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken
De propaantank is gelegen binnen de inrichting Laverdonk 9C. Binnen het plangebied aan de Laverdonk 9A zijn geen mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken. De veiligheidsregio is in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen en heeft geadviseerd. Uit het advies (bijlage 5) volgen geen nieuwe mogelijkheden of maatregelen voor het plan omdat het bestemmingsplan geen negatieve gevolgen heeft voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten en voor de zelfredzaamheid van personen in het plangebied.
De mogelijkheden tot zelfredzaamheid.
Het relevante scenario is in relatie tot het plangebied een ‘Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion’ (BLEVE) ook wel kokendevloeistof-gasexpansie-explosie. Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tank. Propaan komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Voor het scenario BLVE is vluchtten het beste handelingsperspectief. Dit bekend dat de aanwezige op tijd gealerteerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. In de nabijheid van het plangebied zijn vluchtwegen aanwezig waardoor de zelfredzaamheid als voldoende wordt beoordeeld (zie advies veiligheidsregio). Om de zelfredzaamheid te verhogen worden initiatiefnemers en bezoekers van de bed & breakfast geïnformeerd over het aanwezige risico en handelingsperspectief.
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de Rijksweg. Op de projectlocatie Laverdonk 9a en omliggende agrarische bedrijven zijn propaantanks gelegen. Deze propaantanks dienen bevoorraad te worden. Propaan is een gevaarlijk stof dat valt onder de categorie GF3 en heeft een invloedsgebied van 355 meter. De projectlocatie ligt op minder dan 200 meter afstand van de transportroute. Conform art. 8 Bevt dient het groepsrisico volledig verantwoorden. Op basis van de vuistregels van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HarT) kan echter bepaald worden of een beperkte verantwoording van het groepsrisico voldoende is.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
58
Toetsing HarT Uit onderzoek van de ODBN blijkt dat de gemeentelijke weg ‘Laverdonk’ een transportroute is voor gevaarlijke stoffen uit de categorie GF3 die dient ter bevoorrading van de propaantanks bij enkele agrarische bedrijven in de omgeving. Aan de hand van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (HaRT) kan bepaald worden of een volledige of beperkte verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden. De gemeentelijke weg Laverdonk is een 60 km/uur weg buiten de bebouwde kom. Voor dit routetype zijn geen vuistregels opgesteld in het HaRT. Op basis van een worst-case benadering wordt getoetst aan de vuistregels behorende bij het routetype ‘weg buiten de bebouwde kom 80 km/uur’ met eenzijdige bebouwing. Toetsing plaatsgebonden risico Vuistregel 1: Een weg buiten de bebouwde kom heeft geen 10-5-contour; Vuistregel 2: Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen 10-6-contour. Uit onderzoek van de ODBN blijkt dat het aantal transportbewegingen over weg ‘Laverdonk’ 16 transporten per jaar bedraagt. Geconcludeerd kan worden dat de ‘Laverdonk’ geen plaatsgebonden risicocontour heeft. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor het plan. Toetsing Groepsrisico
Toetsing oriëntatiewaarde -
Vuistregel 1: Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe; Vuistregel 2: Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-6 (eenzijdige bebouwing) of 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-7 (2-zijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.
Het aantal transportbewegingen over de Laverdonk is lager dan de drempelwaarden in tabel 1-6. De oriëntatiewaarde wordt niet overschreden.
Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde -
Vuistregel 1: Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe; Vuistregel 2: Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 1-6 (een-zijdige bebouwing) of in Tabel 1-7 (2-zijdige bebouwing) wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden.
Het aantal transportbewegingen over de Laverdonk is lager dan de drempelwaarden in tabel 1-6. 10% van de oriëntatiewaarde wordt niet overschreden. Conclusie Conform art. 8 lid 2 Bevt kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing.
Naar aanleiding van bovenstaande toetsing (vuistregels van het HaRt) kan er met worden volstaan met een beperkte groepsrisico. In het kader van het Bevi, conform artikel 13 is het groepsrisico reeds verantwoord zie kader ‘verantwoording groepsrisico’. In navolgend kader is het advies van de veiligheidsregio samengevat met betrekking tot het aspect externe veiligheid.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
59
Advies Veiligheidsregio Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de lokale transportroute Laverdonk en het de propaantank aan de Laverdonk 9C dient conform art 8 BEVT en art 13 BEVI het groepsrisico te worden verantwoord. In het kader van verantwoording groepsrisico is heeft de brandweer Brabant Noord het ‘Advies externe veiligheid Laverdonk 9A, Heeswijk-Dinther opgesteld (kenmerk: 2021-004405 dit rapport is als separate bijlage bijgevoegd bij deze toelichting. Zie bijlage 5. Hierin worden de volgende onderdelen beschreven: adviesgrondslag; het relevante scenario; beoordeling zelfredzaamheid; beoordeling bestrijdbaarheid en advies. Volgens het adviesrapport wordt de zelfredzaamheid als voldoende beoordeeld. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende vluchtwegen aanwezig. Om de zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen wordt het geadviseerd om initiatiefnemers (bewoners) te informeren over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van-en het nemen van eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid.
Daarnaast wordt geadviseerd om bezoekers van de bed & breakfast te informeren over de risico’s en wat zij moeten doen ten tijden van een incident met gevaarlijke stoffen. De realisatie van de bed & breakfast leidt niet tot een belemmering in het kader van het groepsrisico. In de nabijheid van het plangebied zijn vluchtwegen aanwezig waardoor de zelfredzaamheid als voldoende wordt beoordeeld. Om de zelfredzaamheid te verhogen worden initiatiefnemers en bezoekers van de bed & breakfast geïnformeerd over het aanwezige risico en handelingsperspectief.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding – […]’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Hoogspanningslijnen Op een afstand van ruim 1,5 kilometer van het plangebied ligt een hoogspanningslijn, zie navolgende afbeelding. In de beoogde situatie worden geen nieuwe kwetsbare objecten opgericht. Deze hoogspanningslijn vormt daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
60
plangebied
Afbeelding 29: weergave dichtstbijzijnde hoogspanningslijn (bron: www.hoogspanningnet.com) Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 28). Ten behoeve van de technische infrastructuur is een nadere toetsing derhalve niet noodzakelijk. Spuitzones In de vollegronds- en sierteelt ontkomt men niet aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tegen schimmels, luizen en andere vormen van ongedierte. In relatie tot omliggende gronden heeft de locatie Laverdonk 9a derhalve mogelijk te maken met spuitzones. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om drift te voorkomen of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Met voorliggend initiatief wordt geen nieuw gevoelig object mogelijk gemaakt.
De locatie Laverdonk 9a ligt wel direct aansluitend aan landbouwgronden. Met betrekking tot de richtafstand van 50 meter moet worden opgemerkt dat die richtafstand met name is bedoeld voor gewassen die verticaal bespoten moeten worden, zoals boomgaarden. Grondgewassen worden altijd neerwaarts bespoten, wat de drift (indien deze al bestaat) aanzienlijk beperkt. In de omgeving van de locatie Laverdonk 9a komen geen boomgaarden voor. Daarnaast wordt in Nederland doorgaans gebruik gemaakt van driftarme doppen om mogelijke drift die ontstaat bij de bespuiting tot een minimum te beperken. De spuitdruk gecombineerd met het type dop bepaalt de druppelgrootte. Zo geven driftarme doppen meer grove druppels, die minder snel verwaaien. Hiermee worden reductiepercentages van 50-95% gehaald, afhankelijk van het type dop en de spuitdruk. Deze worden spuitdoppen getest op windsnelheden waaronder geen sprake meer is van een gevaar voor de volksgezondheid (door de Technische Commissie Techniekbeoordeling, versie 19 feb 2016). Deze maximale windsnelheid is vastgesteld op 5 m/s. Hiervan uitgaande zal in de beoogde situatie niet gespoten worden bij een windsnelheid van 5 m/s op spuithoogte.
Daarbij wordt opgemerkt dat het gebruik bij een hogere windsnelheid ook een negatief effect heeft op de werking van de te gebruiken bestrijdingsmiddelen waardoor de ondernemer gebaat is bij gebruik bij een lage windsnelheid.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
61
Bovendien wordt de locatie Laverdonk 9a voorzien aan de randen voorzien van landschappelijke inpassing. Hierdoor wordt voorkomen dat drift – mocht deze al ontstaan – tot aan de locatie Laverdonk 9a reikt. De locatie Laverdonk 9a heeft dus in relatie tot omliggende gronden geen negatief effect van spuitzones. Binnen de gronden die betrekking hebben op de bestemmingswijziging van ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ naar bestemming ‘Natuur’ en andersom zijn geen kwetsbare objecten aanwezig en worden geen kwetsbare objecten nieuw opgericht. Het betreft hier enkel en alleen om de wijziging van de bestemming. Derhalve hoeft hier niet getoetst te worden aan het aspect spuitzones. Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt.
Iedere veehouderij moet voldoen aan diverse wet- en regelgeving voor diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aan- en afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Indien een veehouderij niet voldoet, zal een vergunning dus niet verleend worden. Er mag vanuit worden gegaan dat de grenswaarden die in de wet zijn opgenomen de volksgezondheid in voldoende mate beschermen.
4.15.1 Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden
Op 7 juli 2016 is het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) gepubliceerd, dat in opdracht van de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Economische Zaken (EZ), op advies van de Gezondheidsraad, was uitgevoerd. Uit dit onderzoek wordt duidelijk dat er sprake is van positieve en negatieve gezondheidseffecten ten gevolge van het wonen in de nabijheid van veehouderijen. Als positief wordt beschouwd dat mensen die rondom veehouderijen wonen minder astma en allergieën hebben. Voor melkvee- en varkenshouderijen zijn de effecten op de volksgezondheid naar de omgeving zeer beperkt vanwege de beperkte emissies van met name fijnstof. Bedrijven waar paarden of schapen gehouden worden zijn in de onderzoeken niet meegenomen.
4.15.2 Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid
Naar aanleiding van het eerste VGO-onderzoek wordt momenteel door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, een landelijk toetsingskader ontwikkeld voor endotoxine. In afwachting hierop is door het ondersteuningsteam van bestuurders van gemeenten in Brabant op 30 april 2018 de notitie ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 opgesteld’. Deze notitie bevat stappenplan om te boordelen of een nadere advisering van uit de GGD wenselijk is. De ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is opgesteld vanuit de handelingsperspectief van de veehouderij. De locatie Laverdonk 9a is een voormalige (rund)veehouderij. In de beoogde situatie worden er naast het akkerbouwbedrijf op Laverdonk 9a activiteiten geëxploiteerd in de vorm van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zoals de op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel en een bed & breakfast. Deze activiteiten vinden plaats in de bestaande loods die onlangs ten behoeve van het akkerbouwbedrijf is gerealiseerd. De ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is opgesteld vanuit de handelingsperspectief van de veehouderij. Omdat Laverdonk 9a een voormalige veehouderij betreft is het de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. geen toetsingskader voor deze locatie.
Vanuit het perspectief van het bestaand agrarisch bedrijf op Laverdonk 9a, waar nevenactiviteiten exploiteert worden in de beoogde situatie, zijn in het kader van volksgezondheid is het stappenplan uit de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is doorlopen (zie navolgend kader). Hierin zijn de verschillende aspecten zoals veedichtheid, endotoxine, geitenhouderijen, zoönosen toegelicht.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
62
1.Endotoxine (varkens-/pluimveehouderijen): Omgevingsdienst beoordeelt aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 dat de ontwikkeling NIET voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. Het bevoegd gezag en ondernemer komen in een dialoog niet tot een goede oplossing om een beperking van de berekende endotoxine-afstand te realiseren.
De dichtstbijzijnde pluimveebedrijf ten opzichte van de locatie Laverdonk 9a is Laverdonk 7. Volgens de website ‘Bestand Veehouderij Bedrijven’ (hierna: web-bvb) is voor de locatie Laverdonk 7 een omgevingsvergunning van 03-05-2011 aanwezig voor het houden van 74.400 dieren. In totaal is er een fijnstofemissie van 5.604 kg PM10. Aan de hand van de fijnstofemissie PM10 van het bedrijf kan de endotoxine ‘richtafstand’ bepaald worden. De ‘richtafstand’ voor Laverdonk 7 bedraagt 214 meter. Het dichtstbijzijnde emissiepunt (ventilator stal) is gelegen op 248 meter van de gevel van de te realiseren b&b en op 241 meter tot aan de gevel van de bestaande bedrijfswoning. Volgens web-bvb bevindt zich op Laverdonk 9c zich een pluimveebedrijf met vleeskuikens. De fijnstofemissie bedraagt 1.649 kg per jaar. De berekende ‘richtafstand’ bedraagt 248 meter. De dichtstbijzijnde emissiepunt bevind zich op 360 meter van de b&b en op 299 meter van de bestaande bedrijfswoning. De projectlocatie ligt daarmee buiten de endotoxine richtafstanden. Er is geen sprake van een verhoogd vol gezondheidsrisico. 2.Emissies; de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak.
De bestaande akkerbouwactiviteiten worden voortgezet in combinatie met nevenactiviteiten. In de paragraven 4.3.2. Wet natuurbescherming, 4.8 geur en 4.9 luchtkwaliteit worden de aspecten ammoniak, geur en fijnstof nader toegelicht. Hieruit blijkt dat ontwikkeling leidt niet tot een toename van emissies in geur en/of fijnstof en/of ammoniak. 3a. Geur: toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader I. de ontwikkeling valt onder de Wgv en Interim omgevingsverordening (voorheen Verordening ruimte). In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar blijft er sprake van een overbelaste situatie voor geur (voorgrond en/of achtergrond).
II. Voor dieren zonder emissiefactor: In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar de afstand vanaf de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming is kleiner dan 100 meter (in een kern), 50 meter (in het buitengebied) of de in het gemeentelijk beleid genoemde afstand. 3b. Geur, toetsen advieswaarde
aan
aanvaardbaar
woon-/leefklimaat
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
a.d.h.v.
gezondheidskundige
63
I. Voor dieren met emmissiefactor: de voor- en/of achtergrondgeurbelasting is hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. (2015).
II. voor dieren zonder emissiefactor: de afstand vanaf de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming is kleiner dan 100 meter.
In paragraaf 4.8. wordt het aspect geur toegelicht. Hieruit blijkt dat een recreatieve voorziening niet geurgevoelig is, omdat er geen sprake is van permanent verblijf. Een bed & breakfast is gericht op het bieden van recreatief (nacht)verblijf voor beperkte duur. De Raad van State overweegt dan ook dat van permanent of daarmee gelijk te stellen gebruik voor menselijk verblijf geen sprake is1 ‘inzake een kampeerboerderij’. Daarnaast wordt er voldaan aan de vaste afstanden zoals opgenomen in artikel 3., tweede lid, van de Wgv. aan geldende wet- en regelgeving wordt voldaan. In het kader van een acceptabel woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur is er aangesloten bij de VNG-richtafstanden. Uit paragraaf 4.8 blijkt dat er ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden ten opzichte van (intensieve) veehouderijen in de omgeving. 4a. Binnen één veehouderij (1 adres of 1 ondernemer) worden bedrijfsmatig meerdere diersoorten gehouden, namelijk: a) varkens en pluimvee; b) rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c) kleine herkauwers onderling
Tabel 8: overzicht diersoorten per bedrijf binnen 1 kilometer van plangebied (bron: webbvb) Adres Kanaaldijk-Noord 44a Laverdonk 5 A Laverdonk 7 Laverdonk 5 A De Knokert 10 De Knokert 9 Zwanenburgseweg 4a Kilsdonkseweg 2 Kilsdonkseweg 1 Berg- en Dalseweg 4 Laag-Beugt 3c
Dossier 5473KW44A 5473KX5A 5473KX7 5473KX9C 5462JA10 5462JA9 5473KT4A 5473KK2 54731KK1 5473KC4 5473KB3C
Diersoorten Rundvee, varkens en pluimvee Varkens Rundvee en pluimvee Pluimvee Rundvee Rundvee Rundveel Paarden Rundvee Intrekking gehele veebestand 24-05-2021 Paarden
Uit bovenstaande tabel blijkt dat er op het bedrijf aan de Kanaaldijk-Noord 44 te Heeswijk-Dinther zowel rundvee, varkens en pluimvee worden gehouden. Het bouwvlak is op ongeveer 800 meter van Laverdonk 9a gelegen. Met het oprichten van een b&b op een agrarisch bedrijf als nevenactiviteit is er geen sprake van permanent verblijf. Binnen de locatie Laverdonk 9a bevinden zich tevens geen zeer kwetsbare verblijfsobjecten.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
64
4b. De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt in de nieuwe situatie minder dan 100 meter.
De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van de omliggende varkens- en pluimveebedrijf wijzigt niet.
5a. Geitenhouderij: binnen een afstand van 2 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden.
Binnen een afstand van 2 kilometer van Laverdonk 9a is geen geitenhouderij gelegen. Op navolgende afbeelding zijn omliggende geitenhouderijbedrijven weergegeven. Om de geitenhouderij is een cirkel van 2 kilometer afgebeeld.
Plangebied
Afbeelding 30: weergave omliggende geitenhouderij en 2 kilometercirkel (blauw) 5b. Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 1 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden.
Binnen een afstand van 1 kilometer zijn 2 pluimveebedrijven gelegen, namelijk op Laverdonk 7 en op Laverdonk 9c. Er is hier sprake van bestaande situatie. Het effect van omliggende pluimveebedrijven ten opzichte van de locatie Laverdonk 9a wijzigt niet in het kader van volksgezondheid.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
65
5c. Overige veehouderijen: binnen een afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom.
Het plangebied is gelegen is buiten de bebouwde kom van Heeswijk-Dinther, in het buitengebied van de gemeente Bernheze. 6. Er is sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit.
Er is geen sprake van een mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Zover bekend vindt dit niet in de omgeving plaats. 7. Bij omwonenden is sprake van ongerustheid over de volksgezondheid;
Op het bedrijf worden geen dieren gehouden. In het kader van veehouderij en volksgezondheid zijn er geen bezwaren vanuit de initiatiefnemers. Conclusie
Het effect van omliggende veehouderijen ten opzichte van de locatie Laverdonk 9a wijzigt niet in het kader van volksgezondheid. Met het oprichten van een bed & breakfast op een agrarisch bedrijf als nevenactiviteiten is er geen sprake van een permanent verblijf. Binnen de locatie Laverdonk 9a bevinden zich tevens geen zeer kwetsbare verblijfsobjecten. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat voor wat betreft het aspect volksgezondheid geen belemmering vormt voor het realiseren op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel en een bed & breakfast in de bestaande loods.
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
66
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen betreffende de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen zoals dit plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen.
Op de locatie Laverdonk 9a te Heeswijk-Dinther zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: - Enkelbestemming: ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’; - Bouwvlak; - Functieaanduiding: agrarisch bedrijf; - Functieaanduiding: bed & breakfast; - Functieaanduiding: specifieke vorm bedrijf - op- en overslag / webwinkel containers; - Functieaanduiding: specifieke vorm groen – landschappelijk inpassing; - Maatvoeringsaanduiding: aantal bedrijfswoningen 1; - Gebiedsaanduiding; overige zone - groenblauwe mantel; - Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – extensiveringsgebied. De percelen ten zuiden van Laverdonk 9a (agrarisch bedrijf) hebben in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ de volgende bestemmingen en aanduidingen gekregen: - Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden; (deels) - Enkelbestemming: Natuur; (deels) - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2; (deels) - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 3; (deels)
Toelichting bestemmingsplan – Laverdonk 9a Heeswijk Dinther
67
-
Dubbelbestemming: Waarde – Natte natuurparel; (deels) Dubbelbestemming: Waterstaat – Beschermingszone; (deels) Gebiedsaanduiding: overige zone – natuurontwikkeling; Gebiedsaanduiding: overige zone – groenblauwe mantel; (deels) Gebiedsaanduiding: overige zone – natuurontwikkeling; Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – extensiveringsgebied.
Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. Toelichting regels De regels behorende bij deze herziening van het bestemmingsplan bestaat uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij dit bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het geldende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Bernheze’, ‘BPL Teeltondersteunende voorzieningen gemeente Bernheze’, ‘Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bernheze 2018’ en ‘Herziening Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bernheze 2018’. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.