Bijlage_2__Consultatieversie_Koersdocument_inwoners_met_een_psychische_kwetsbaarheid_2024-2028
Tekst van het document
h.
De regio bereidt zich organisatie breed en zorgvuldig voor op de invoering van de Wams (Wet aanpak meervoudige probleemhuishoudens sociaal domein) en pakken daarin een voortrekkersrol in het land.
Het doel is te komen tot afspraken over integrale opvang, ondersteuning en zorg voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Niet de financieringsvorm moet leidend zijn, maar de integrale hulp en ondersteuning aan inwoners. Vaak zien we dat inwoners gebruik maken van zorg uit verschillende financieringsvormen en wettelijke kaders: Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet verplichte GGZ, Jeugdwet, Wet Zorg en Dwang, etc. We zien nu nog te vaak dat complexe casuïstiek ronddraait tussen wet- en regelgeving of domeinen. De morele afwegingen, de integrale blik en de gezamenlijke verantwoordelijkheid kan alleen vorm krijgen als ketenpartners elkaar opzoeken, multidisciplinaire overleggen (MDO’s/samenwerkoverleggen) organiseren, daar waar nodig opschalen conform de uitgangspunten van het AVE-model (aanpak voorkoming escalatie) en daarmee een doorbraak naar een oplossing forceren. Voorheen lag de rol om deze doorbraak te forceren bij de Centrumgemeente. Na de doordecentralisatie krijgen alle gemeenten een belangrijke rol in de procesregie van de eigen inwoners. Het Regioteam BWO (de regionale toegang tot het specialistisch vangnet in de regio) vervult hierin de rol van expertiseteam en kan meekijken en adviseren.
Onmisbare ketenpartners aanvullend op deze samenwerking zijn sociale teams, bemoeizorg, zorgverzekeraars/ zorgkantoor, GGZ- en verslavingszorgaanbieders en de Maatschappelijke Opvang. De toenemende complexe en grootstedelijke problematiek in de regio zorgt er voor dat veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan. Zorg en veiligheid kunnen dan niet meer los van elkaar beoordeeld worden. Ook hier is een integrale blik en samenwerking nodig in de keten om morele afwegingen te maken en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de mogelijkheden en 18
Consultatieversie Januari 2023 oplossingsrichtingen. Twee keer per jaar komt het ketenoverleg voor complexe casuïstiek in de regio bijeen. Hier worden trends, ontwikkelingen en problematiek waarvan we zien dat we daar allemaal tegenaan lopen, besproken. Daarnaast is afgesproken dat de lokale partners een beroep kunnen doen op de partners van het ketenoverleg bij complexe casuïstiek. Dan organiseert de lokale gemeente een MDO en nodigt daar de desbetreffende partners voor uit. Mocht een MDO op AVE 2 niet lukken, dan schaalt de lokale gemeente op naar het Zorg- en Veiligheidshuis (AVE 3). Mocht dit ook niet volstaan dan kan de lokale gemeente besluiten om een vierhoek bijeen te roepen (Burgemeester, OM, politie en GGZ). Onmisbare ketenpartners voor deze samenwerking zijn tweedelijns GGZ- en Verslavingszorg, politie, het Meldpunt Zorg en Overlast, het Openbaar Ministerie, het Zorg- en Veiligheidshuis, forensische zorgaanbieders en andere maatschappelijke partners. Hoewel de ambities hoog zijn en we onze zorgplicht voor onze inwoners hoog in het vaandel hebben staan, zullen wij geen verantwoordelijkheden van andere financiers overnemen.
Is het nodig informatie in te winnen, onwenselijke bewegingen in de keten te bespreken of bovenregionaal op te schalen, dan kan gebruik worden gemaakt van de volgende al bestaande overlegstructuren: Samenwerkingsagenda Zorgverzekeraars en Gemeenten: Samen met regio Den Bosch is er een meerjarige samenwerkingsagenda opgesteld met de zorgverzekeraars, waar o.a. de GGZ doelgroep is benoemd als speerpunt. We gebruiken deze samenwerking nu ook al om (on)wenselijke ontwikkelingen in de Wlz en Zvw te bespreken. B7-overleggen - Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen/Verslavingszorg: De 7 grote gemeenten in Noord-Brabant hebben periodiek ambtelijk overleg over deze onderwerpen. Met name het gesprek over grootstedelijke problematiek, het signaleren van nieuwe ontwikkelingen, wet- en regelgeving interpreteren, goede voorbeelden uitwisselen, gezamenlijk optrekken richting bestuurders/zorgaanbieders/Rijk wanneer geëscaleerd moet worden, maken deze overleggen waardevol. Programmaraad Zorg en Veiligheid (PRZV): De PRZV ondersteunt bij knelpunten op het snijvlak van zorg en veiligheid conform de “3 A’s”: Afstemmen, Agenderen en Aanjagen. In de Programmaraad zijn bestuurders van zorgaanbieders, politie, gemeenten uit Noord- en Zuidoost-Brabant vertegenwoordigd.
Naast knelpunten op het brede terrein van zorg en veiligheid ligt de focus van de PRZV de komende jaren op enerzijds personen met onbegrepen (en overlastgevend) gedrag (en een hoog veiligheidsrisico) en anderzijds (vooralsnog) huiselijk geweld en kindermishandeling. De gemeente Oss neemt namens de regio bestuurlijk deel aan deze Programmaraad. Landelijk Programma Multiprobleemhuishouden: Wanneer landelijke wet- en regelgeving in de weg staat is het mogelijk om op te schalen naar een landelijk netwerk van Centrumgemeenten en zeven Ministeries. Centrumgemeente Oss is aangesloten bij PMM namens de regio. Doel is om gebruik te maken van het brede netwerk van expertise en gebruik te kunnen maken van een escalatiemogelijkheid richting landelijke uitvoeringsinstanties (CAK/SVB/Belastingdienst) en Ministeries. Met de invoering van de Wams (Wet aanpak meervoudige problematiek) per 1 januari 2024 komt er een wettelijke basis voor het domein overstijgend gegevens delen ten behoeve van een gecoördineerde aanpak bij meervoudige problematiek. In principe wordt het dus makkelijker om gegevens te delen. Dit is geen vrijbrief om zomaar gegevens te delen, maar een middel om de hulpvraag van de cliënt beter te beantwoorden. De gemeente Oss bereidt zich al enige tijd voor op de invoering van deze wet. O.a. door een brede organisatiescan en het aansluiten bij de landelijke voorbereiding.
De extra capaciteit die dit vraagt wordt bekostigd van de lokale investeringsagenda Beschermd Wonen en resultaten worden gedeeld met de regiogemeenten. Uiteindelijk hebben we te maken met dezelfde ketenpartners en daarom is afstemming van de werkafspraken die gemaakt gaan worden van belang.
19
Consultatieversie Januari 2023 5.4 Reguliere geïndiceerde Wmo-ondersteuning Beleidsuitgangspunten: a. De zorg en ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de eigen leefomgeving. b. Ondersteuning is zo licht als mogelijk en zwaar als nodig. c. Is thuis ondersteunen niet mogelijk, dan wordt gekozen voor interventies gericht op het weer terug naar de thuissituatie kunnen. d. De gemeente van herkomst van de inwoner is verantwoordelijk voor steunstructuren in de wijk, een dak boven het hoofd, de toegang tot ondersteuning en zorg inclusief de brede vraagverheldering en het inzetten van reguliere Wmo geïndiceerde hulp en ondersteuning.
Een groot deel van de inwoners met een psychische kwetsbaarheid woont gewoon thuis. Een deel van deze inwoners heeft hier ondersteuning bij nodig, vaak gericht op meerdere leefgebieden. De hulp en ondersteuning begint in de eigen omgeving van de inwoner en krijgt van hieruit vorm. Als zelfstandig wonen tijdelijk niet mogelijk is, zijn interventies er zoveel mogelijk op gericht dat iemand weer terug naar huis kan. Hiervoor organiseren we op lokaal niveau de lichte hulp en ondersteuning en zetten we in elke gemeente de volgende instrumenten in om de basis op orde te krijgen in elke gemeente.
5.5 Steunstructuren en basis op orde in elke gemeente Beleidsuitgangspunten: a. Elke gemeente in de regio bouwt aan passende steunstructuren in de wijk en randvoorwaarden zodat inwoners met een psychische kwetsbaarheid zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen met ondersteuning dichtbij en gebruik van het specialistische vangnet in de regio voorkomen kan worden. Dit proces noemen we ook wel: de basis op orde in elke gemeente. Wat hiervoor nodig is, is deels uitgewerkt in de Ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid en deels in het Plan van aanpak dak- en thuisloosheid. In bijlage 4 van dit koersdocument is een niet limitatieve lijst opgenomen met parameters voor de basis op orde in elke gemeente. b. Wat de basis op orde is in elke gemeente kan lokaal verschillen, maar minimaal bedoelen we hier de volgende ambities mee. Elke gemeente: 1.
beschikt over een goed functionerende lokale toegang en/of sociale teams die integraal kijken en werken vanuit de leefwereld van de inwoner;
2.
zet in op integrale ondersteuning op verschillende leefgebieden waarbij in eerste instantie ervoor wordt gezorgd dat voorzien wordt in de primaire levensbehoeften (dak boven het hoofd, toegang tot zorg, inkomen, etc.). In de WvGGZ wordt in deze context gesproken over ‘essentiële voorwaarden’;
3.
werkt volgens de afspraken over op- en afschalen van casuïstiek binnen het sociaal domein, gebruikmakend van een escalatiemodel (zoals bijvoorbeeld AVE) en schoolt medewerkers hierin;
4.
creëert draagvlak en steunstructuren voor sociale inclusie in de wijk;
5.
investeert in en faciliteert betaalbare woningen voor de doelgroep. O.a. door woon-zorgvisies waarin de aandachtsgroepen psychisch kwetsbaren en dak- en thuislozen nadrukkelijk een plek krijgen en leiden tot concrete prestatieafspraken met woningbouwcorporaties voor de doelgroep. Er is behoefte aan meer, gedifferentieerde, kleine en betaalbare studio’s voor deze groep inwoners en specifiek passende woonvormen voor inwoners die zich in de wijk niet (meer) kunnen handhaven;
20
Consultatieversie Januari 2023 6.
beschikt over voldoende toegankelijke basisvoorzieningen in de wijk, waaronder ontmoetings- en inloopfuncties, welzijnsvoorzieningen, een goed werkende toegang, begeleiding en dagbesteding, onafhankelijke cliëntondersteuning, budgetcoaches, zelfregiecoaching, maatschappelijke werk, inzet van ervaringsdeskundigen, preventieve GGZ en verslavingszorg. Ook werken gemeenten lokaal samen met partners om het nietgemeentelijke voorzieningenniveau te versterken (netwerksamenwerking), waaronder toegang tot eerstelijns zorg, POH GGZ, beschikbaarheid van wijkagenten en voldoende huurwoningen voor de doelgroep.
7.
realiseert één tussenvoorziening voor eigen inwoners in de gemeente om de uitstroom uit intramurale opvang/zorg op gang te krijgen. Na de ‘tussenvoorziening’ krijgt de inwoner met voorrang een plek ‘in de wijk’. Zo geven gemeenten vorm aan de doorstroom in het specialistisch vangnet en de doordecentralisatie naar wonen thuis;
8.
geeft uitvoering aan het Regionale Plan van aanpak dak- en thuisloosheid;
9.
geeft uitvoering aan de Regionale Ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid en vertaalt deze naar een lokaal uitvoeringsplan;
10. geeft inwoners toegang tot passende financiële steun, o.a. het verstrekken van een briefadres, toeleiding naar een zorgverzekering, verstrekken van een uitkering en toegang tot minimaregelingen; 11. stimuleert de participatie van inwoners met een psychische kwetsbaarheid, onder andere door het versterken van de samenwerking tussen welzijn, zorg, ervaringsdeskundigen, clubs en verenigingen, het realiseren van inloopvoorzieningen en het toeleiden naar steunstructuren in de wijk; 12. versterkt intern de samenwerking tussen zorg en veiligheid en de samenwerking met ketenpartners; 13. schoolt medewerkers op het uitvoeren van de brede vraagverheldering voor Beschermd Wonen en Opvang; 14. schoolt medewerkers en/of contracteert ketenpartners om te werken met een uitstroomplan om duurzaam wonen in de wijk voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid mogelijk te maken; 15. beschikt over voldoende en deskundige procesregisseurs die in- en uitstroom in het specialistisch vangnet faciliteren, doorbraken bij vastgelopen casuïstiek realiseren, werkafspraken met ketenpartners in het medisch en veiligheidsdomein kennen, bereikbaar en beschikbaar zijn binnen kantoortijden voor ketenpartners en werken volgens het AVE-model; 16.
zorgt er voor dat sociale teams en consulenten aansluiten bij de regionale leersessies en indien gewenst bij de intervisiebijeenkomsten over complexe casuïstiek; 17. werkt intensief samen met de regionale toegang tot het specialistisch vangnet; 18. realiseert GGZ consultatie in de wijken ter ondersteuning van consulenten, sociale teams, eerstelijns professionals en woningbouwcorporaties o.a. over psychiatrisch en/of psychosociale problematiek, behandelopties, gedragsproblematiek, toedienen van medicatie, veiligheidsrisico’s, zorg in het kader van Zvw/Wlz/Wzd/Wvggz. c. Elke gemeente, woningcorporatie en zorgaanbieder werkt mee aan de uitvoering van de Urgentie+ regeling in de regio, met als doel: voorrang aan eigen inwoners voor duurzame huisvesting, om terugkeer naar herkomstgemeente te realiseren, om uitstroom uit intramurale voorzieningen te versnellen en herstel en normalisatie te bevorderen. d. De regionale toegang, het Regioteam BWO, heeft de rol van expertiseteam. Zij kunnen gemeenten adviseren bij individuele situaties waar meer deskundigheid gewenst is.
In de bijlage van de Centrumregeling Wmo 2024-2025 staat een niet limitatieve lijst met wat de regio verstaat onder ‘de basis op orde’. Elke gemeente bepaalt zelf waar prioriteiten liggen en welke accenten gelegd worden. De uitvoeringsbudgetten BW waar elke gemeente jaarlijks de beschikking over heeft, kunnen ingezet worden om deze transformatieopgaven te bekostigen 21
Consultatieversie Januari 2023 (zie hoofdstuk 7). Gemeenten spreken daarbij af dat zij samen sturen op deze opgaven in de regio en jaarlijks gezamenlijk evalueren op doelrealisatie. Omdat op dit moment de complexiteit van de casuïstiek aan het toenemen is, in het hele land de schaarste in woon-/zorg- en opvangplekken voelbaar is en de gevolgen hiervan – een toenemende complexe doelgroep in de wijken - zichtbaar zijn in zowel de grote als de kleine gemeenten in de regio, past deze aanpak bij de urgentie die lokale gemeenten voelen. 5.6 Regionaal specialistisch vangnet
Beleidsuitgangspunten: a.
Het regionaal specialistisch vangnet heeft ten doel tijdelijk passende zorg te realiseren voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid die niet zelfstandig kunnen wonen en niet kunnen voorzien in een eigen dak boven het hoofd.
b.
Voorzieningen in het regionaal specialistisch vangnet worden ingekocht door Centrumgemeente Oss en daarop vindt beleidscoördinatie plaats vanuit de Centrumgemeente.
c.
De toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang trajecten (m.u.v. kortdurende, directe opvang voor daken thuislozen) is belegd bij de regionale toegang van de Centrumgemeente.
d.
Het regionaal specialistisch vangnet bestaat uit de volgende voorzieningen: 1.
Beschermd wonen voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid (op afroep of 24-uurs toezicht),
2.
Maatschappelijke opvang
3.
Bemoeizorg
4.
GGZ-preventie
5.
Preventie verslavingszorg
6.
Time-out voorziening
7.
Beschermd wonen voor verslaafden in herstel
8.
Meld- en adviespunt Zorg en Overlast (incl. toegang bemoeizorg, Wvggz en er-op-af-functie)
9.
Stichting Barka; kortdurende hulp aan dakloze EU-arbeidsmigranten gericht op perspectief in Nederland (werk en huisvesting) of terugkeer naar een passende voorziening in het land van herkomst.
f.
De volgende taken zijn geen onderdeel van het specialistisch vangnet, maar blijven een verantwoordelijkheid van elke gemeente. De lokale gemeente voert hier regie op:
g.
1.
Steunstructuren in de wijk en de basis op orde in elke gemeente
2.
Uitvoering van lokale acties in de Ontwikkelagenda
3.
Aanpak voorkoming escalatie (AVE-werkwijze)
4.
Openbare orde en veiligheid
5.
Toeleiding naar zorg die niet tot het specialistisch vangnet behoort: Wlz, Zvw, forensichse zorg, etc.
Lokale gemeenten blijven via een procesregisseur betrokken bij hun kwetsbare inwoners: bij in-, door- en uitstroom van inwoners in het regionaal specialistisch vangnet.
h.
Inwoners in de regio Brabant Noordoost-Oost kunnen gebruik maken van het regionaal specialistisch vangnet, tenzij: 1.
Inwoner niet mee wil werken aan plaatsing of herstel.
2.
Inwoner niet voldoet aan de toegangseisen voor plaatsing in een voorziening.
22
Consultatieversie Januari 2023
3.
De benodigde zorg en/of het beveiligingsniveau niet geleverd kan worden binnen de zorgplicht van de Wmo. Er wordt dan wel samenwerking gezocht met het medisch- en/of veiligheidsdomein.
4.
Inwoner alle passende mogelijkheden van het specialistisch vangnet heeft doorlopen en er geen oplossingen meer beschikbaar zijn.
i.
Uitstroom uit het specialistisch vangnet wordt vorm gegeven door middel van een uitstroomplan, waarbij de regie ligt bij de casusregisseur uit de keten en een procesregisseur van de gemeente van herkomst.
j.
De Centrumgemeente zorgt via het inkopen van zorg voor een sluitende keten van voorzieningen in het specialistisch vangnet en signaleert ontwikkelingen in de vraag. De inkoopopgaven worden twee-/driejaarlijks opgenomen in het regionaal Inkoopplan Wmo.
k.
Elke gemeente beschikt over procesregisseurs die tijdens kantoortijden bereikbaar zijn voor de regionale toegang en ketenpartners die lokale procesregie nodig hebben voor inwoners.
l.
De brede vraagverheldering voor het specialistisch vangnet wordt gedaan door de gemeente van herkomst.
m.
De Centrumgemeente realiseert ontbrekende voorzieningen in het specialistisch vangnet. Het gaat hier o.a. om beschermde woonplekken voor inwoners die willen werken aan hun verslaving (Wmo) en chronisch verslaafden (Wlz) in de regio waarvan de financiering onder de Wlz valt.
n.
De Centrumgemeente onderzoekt wat de mogelijkheden zijn voor woonplekken voor structurele overlastgevers en inwoners met onbegrepen gedrag die een prikkelarme omgeving nodig hebben.
o.
Ten aanzien van de groep 16-27-jarigen: we voorkomen dat jongeren vanuit jeugdzorg onnodig in het specialistisch vangnet stromen. Zij komen hier in aanraking met een zware doelgroep zoals ernstige psychiatrische en/of verslavingsproblematiek. Woon-/zorgplekken gericht op de volgende stap naar zelfstandig wonen en normalisatie, zijn beter passend bij deze doelgroep.
De belangrijkste wijziging met de voorgaande periode is dat ondersteuning van inwoners met een psychische kwetsbaarheid zo veel mogelijk lokaal begint en eindigt. Ook als een inwoner een Beschermd Wonen-vraag heeft of Maatschappelijke Opvang nodig heeft. Op het moment dat de lokale basis op orde is, is het in de meeste gevallen niet nodig om inwoners gebruik te laten maken van zware, schaarse en dure opvang- en zorgvormen. Zo kan het voorkomen van huisuitzetting en dus dakloosheid van een inwoner lokaal betekenen: dat verergering van problematiek voor de inwoner uitblijft; een langdurig en duur opvangtraject via Maatschappelijke Opvang wordt voorkomen; een urgentieplusproces voor een woning niet opgestart hoeft te worden; inwoner waarschijnlijk met lichtere zorg- en ondersteuning goed geholpen kan worden. De lokale gemeente blijft betrokken bij haar kwetsbare inwoners die een ondersteuningsvraag hebben. Het regionaal specialistisch vangnet van zwaardere voorzieningen en zorg is een tijdelijke aanvulling op een lokaal ingezet traject. Op deze manier leggen we echt de verbinding met de leefwereld van de inwoner en brengen we de ondersteuning naar de inwoner toe in plaats van de inwoner per definitie uit zijn of haar omgeving te halen en in een opvangsetting te plaatsen. Deze overplaatsingen kunnen afbreukrisico’s vormen voor deze inwoners.
Het doorvoeren van scheiden van wonen zorg is een belangrijk sturingsmiddel gebleken in de regio om inwoners volwaardig mee te laten doen in de samenleving, de zorg leidend te laten zijn in plaats van de woonfunctie, keuzevrijheid te stimuleren en afbreukrisico’s te voorkomen. De regio loopt voor op in het land met het doorvoeren van scheiden wonen en zorg en daarmee wordt aan een belangrijke randvoorwaarde voor het doordecentralisatie-proces voldaan. Het regionale vangnet blijft beschikbaar voor de groep waarvoor een integrale lokale aanpak niet voldoende is en opvang en/of een beschermde woonomgeving noodzakelijk zijn. Vanuit de transformatiegedachte hangen het regionale vangnet en de lokale aanpak met elkaar samen. Het risico op een waterbedeffect is daarbij reëel: als het één niet op orde is (steunstructuren en basis 23
Consultatieversie Januari 2023 op orde), wordt onnodig gebruik gemaakt van het ander (regionaal vangnet). Daarom richt de uitvoering van de Ontwikkelagenda zich op zowel de lokale- als regionale inspanningen die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken, samen te leren en de samenwerking te versterken. Figuur 3: Wmo-voorzieningen voor psychisch kwetsbare inwoners
Specialistisch vangnet
5.7 Beschermd Wonen en de doordecentralisatie Beleidsuitgangspunten: a.
We omarmen in de regio de visie van Dannenberg op de doordecentralisatie van beschermd wonen en hebben deze visie vertaald in voorliggend koersdocument voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. De Ontwikkelagenda is daarbij het verplichte Regioplan die in opdracht van het Rijk is opgesteld, tevens de uitvoeringsagenda. Uitgangspunten van de visie van Dannenberg zijn:
b.
-
Van beschermde woonvormen, naar zo zelfstandig mogelijk wonen in de wijk
-
Vergroten van kansen op meedoen en participatie
-
Op- en afschalen van zorg wordt vanzelfsprekend
-
Een soepele overgang tussen opvang, beschermd wonen en thuis wonen met zorg;
-
Lokale ondersteuningsstructuren bouwen om duurzaam in de wijk wonen mogelijk te maken
De doordecentralisatie van beschermd wonen wordt uitgevoerd binnen de nieuwe wettelijke kaders: -
Doel: van beschermd wonen naar beschermd thuis
-
Elke gemeente wordt verantwoordelijk
-
Verplichte gezamenlijke bekostiging en inkoop in de regio
-
Het Rijk kan ingrijpen bij onvoldoende beschikbare zorg
-
Ingangsdatum: 1 januari 2024
-
Doorlooptijd van de financiële doordecentralisatie: 10 jaar
-
Samenwerking en regiovisie zijn verplicht
24
Consultatieversie Januari 2023 c.
Financiële afspraken over doordecentralisatie zijn vastgelegd in de Centrumregeling Wmo 2024-2028.
d.
De middelen die de gemeenten in de regio ontvangen van het Rijk voor Beschermd Wonen worden bij elkaar gebracht en ingezet:
e.
-
voor de doelgroep psychisch kwetsbare inwoners;
-
voor de bekostiging van het regionaal specialistisch vangnet en de voorzieningen;
-
om risico’s af te dekken, zoals de invoering van het Woonplaatsbeginsel BW en tekorten;
-
om nieuwe, ontbrekende voorzieningen in het specialistisch vangnet te bekostigen;
-
om de basis op orde te brengen in elke gemeente;
-
om te innoveren.
Gemeenten kunnen voor de projectmatige kosten voor realisatie van de tussenvormen en het opzetten van steunstructuren in de lokale gemeente, een beroep doen op het regionaal Investeringsfonds. Afspraken over het Investeringsfonds zijn uitgewerkt in de Centrumregeling Wmo 2024-2028.
f.
Gemeenten hebben de beschikking over een jaarlijks uitvoeringsbudget om aan de doordecentralisatie-opgaven te werken en zetten deze in om de basis op orde te brengen in elke gemeente en het afdekken van Wmo-kosten voor de doelgroep. Afspraken over het uitvoeringsbudget zijn opgenomen in de Centrumregeling Wmo 2024-2028.
g.
Wat de opgaven zijn voor de ‘basis op orde’, is uitgewerkt in bijlage 4 en in de ‘Ontwikkelagenda voor zorg, opvang en ondersteuning van inwoners met een psychische kwetsbaarheid’.
h.
Er worden bovenregionale afspraken gemaakt in B7-verband (Brabant zeven grootste gemeenten) over bovenregionale plaatsingen, samenwerking, casusoverleg (warme overdracht) en informatie-uitwisseling.
i.
Het nieuwe product ‘wonen met ondersteuning thuis’ is per 2024 uitgewerkt in samenwerking met beleidsadviseurs in de regio en Team Inkoop & Contractmanagement van de Centrumgemeente. De financiering van dit product valt onder de lokale Wmo. De dekking komt van lokale Wmo-middelen.
j.
Voor tussenvormen gebruiken we in de regio de omschrijving en het product ‘wonen met ondersteuning thuis’ en niet de landelijke term ‘beschermd thuis’. Hiermee voorkomen we spraakverwarring en het hanteren van te hoge tarieven door zorgaanbieders die zorg leveren in een tussenvorm.
k.
De hoeveelheid zorg dat iemand nodig heeft (24 uurs toezicht en/of nabijheid) bepaalt of het beschermd wonen betreft of een tussenvorm zoals bedoeld in de doordecentralisatie.
l.
Het scheiden van wonen en zorg is en blijft het uitgangspunt bij beschermd wonen in deze regio. Het draagt bij aan keuzevrijheid, normalisatie, participatie en zelfredzaamheid voor inwoners, vermindert afbreukrisico’s bij in- en uitstroom in het specialistisch vangnet, draagt bij aan een realistische tariefstelling voor zorg zonder wooncomponent en draagt bij aan uniformering van tarieven tussen zorgaanbieders in de regio.
De voorbereiding op de doordecentralisatie van Beschermd Wonen is niet alleen landelijk, maar ook in de regio Brabant Noordoost-Oost sinds 2019 ingezet. Verschillende documenten liggen ten grondslag aan de ingeslagen koers en daar heeft ook al vaker besluitvorming door Colleges en Raden op plaatsgevonden, zoals in: 2019: Raadsbesluit Koersdocument 2020: Collegebesluit financiële afspraken doordecentralisatie BW 2020/2021: Regionale Ontwikkelagenda in 2020/2021 De Regionale Ontwikkelagenda is als verplicht ‘regioplan’ aangeleverd bij en goedgekeurd door het landelijk transitiebureau (VNG/VWS). Deze is als voorbeeld geïntroduceerd bij het landelijk bestuurlijk overleg. Uitgangspunten voor de samenwerking zijn niet nieuw, maar een voortzetting van de samenwerking zoals we die al kennen in de Wmo. In de Centrumregeling Wmo 2024-2028 zijn afspraken gemaakt die noodzakelijk zijn om de doordecentralisatie ook op het gebied van governance, juridisch 25
Consultatieversie Januari 2023 en financieel, goed te regelen. De voorlopige financiële vertaling van de afspraken met betrekking tot de doordecentralisatie is terug te lezen in hoofdstuk 7. 5.8 Aanpak dak- en thuisloosheid Beleidsuitgangspunten: a. De aanpak van dak- en thuisloosheid richt zich in de eerste plaats op preventie en vroegsignalering; het voorkomen van dak- en thuisloosheid. b. We willen meer inzicht in de aard en omvang van dak- en thuisloosheid in de regio om data ondersteund en gericht preventiebeleid te kunnen maken. c. Alle gemeenten geven lokaal vorm aan de preventie van dak- en thuisloosheid, o.a. door vroegsignalering van risico’s op dakloosheid. d. Wonen gaat voor opvang: enkelvoudige woonproblemen worden lokaal opgelost voordat een beroep wordt gedaan op het specialistisch vangnet in de regio. e. Waar van meerwaarde, werken we regionaal samen, bijvoorbeeld door gezamenlijke afspraken te maken met ketenpartners en woningbouwcorporaties. f. We gaan voor zo min mogelijk huisuitzettingen. In de regio worden geen mensen uit hun woning gezet op basis van alleen een huurachterstand. g. Jongeren worden niet losgelaten tot dat de big 5 is geregeld: Support, Wonen, School en werk, Inkomen en schulden en Welzijn en gezondheid. Hiermee voorkomen we dak- en thuisloosheid onder jongeren, in het bijzonder jongeren die uitstromen uit (intramurale) jeugdzorg.
Landelijk is door een brede coalitie een ambitieus plan van aanpak dakloosheid uitgewerkt met als ultieme ambitie het beëindigen van dakloosheid in 2030. Pijlers in deze aanpak zijn preventie, wonen eerst en ervaringskennis. Om deze ambities te realiseren stelt het Rijk structureel extra middelen beschikbaar aan gemeenten. Deze ambities verdiepen en versterken de eerder al vastgestelde uitgangspunten in deze regio “wonen gaat voor opvang” in het “Koersdocument voor opvang, zorg en ondersteuning voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid” uit 2019 en het vastgestelde “Uitvoeringsplan brede aanpak dak- en thuisloosheid”. In deze geactualiseerde koersnota werken wij daarom de ambities rondom het thema dak- en thuisloosheid verder uit. Landelijk is er beperkt zicht op de omvang van dak- en thuisloosheid. De monitoring richt zich vooral op het gebruik van voorzieningen voor dak- en thuislozen, maar hiermee is de omvang van het probleem onvoldoende in beeld. Dit geldt ook in onze regio. Om deze reden nemen wij als regio, samen met de regio van centrumgemeente ’s-Hertogenbosch, als eerste twee regio’s in Nederland, deel aan een telonderzoek naar de aard en omvang van dak- en thuisloosheid volgens de Europese Ethos definitie. We hopen dat de resultaten van dit onderzoek helpen om ons preventiebeleid gerichter vorm te geven. Naast preventie is een tweede uitgangspunt “wonen eerst”.
Wonen eerst gaat uit van de gedachte dat een duurzaam herstel niet mogelijk is zonder eigen woonplek: eerst een dak boven je hoofd is een randvoorwaarde en dan de juiste zorg en ondersteuning om verder te werken aan herstel en/of een duurzame woonplek. De focus op deze twee uitgangspunten, preventie en wonen eerst, vraagt een omslag in het denken over dak- en thuisloosheid en opvang. Waar voorheen iemand die (dreigend) dak- of thuisloos was werd verwezen naar de Maatschappelijke Opvang, onderdeel van het regionaal vangnet, verschuift de inzet naar lokale preventie en vraagverheldering om een beroep op opvang te voorkomen. Wanneer er toch opvang nodig is, is deze kortdurend en blijft de lokale gemeente betrokken. De inwoner keert zo snel mogelijk terug naar een passende woonplek in de gemeente van herkomst. Eerst een dak, dan de juiste hulp. Deze beweging vraagt om een transformatie van de Maatschappelijke Opvang, waar we in het volgende hoofdstuk nader op ingaan, en de opbouw van voldoende en passende ambulante ondersteuning. 26
Consultatieversie Januari 2023 5.9 Transformatie van de Maatschappelijke Opvang Beleidsuitgangspunten: a.
Er wordt alleen een beroep gedaan op maatschappelijke opvang als er lokaal geen oplossingen gevonden kunnen worden.
b.
Waar inwoners dakloos zijn geraakt, zijn regionale opvangvoorzieningen kortdurend en tijdelijk beschikbaar als vangnet, maar blijven we lokaal betrokken bij de eigen inwoners.
c.
Vanaf instroom wordt gewerkt aan (duurzame) uitstroom, zonder dat alle problemen binnen de opvang opgelost hoeven worden. De duur van maatschappelijke opvang trajecten is zo kort als mogelijk. Uitstroom kan naar een zelfstandige woning, al dan niet met begeleiding, maar ook naar een passende woonvoorziening wanneer noodzakelijk, zoals beschermd wonen of een Wlz voorziening.
d.
We scheiden wonen en zorg in het inkoopbeleid, om zelfredzaamheid te bevorderen, afbreukrisico’s van verhuizingen te voorkomen en duurzaam herstel mogelijk te maken.
e.
De maatschappelijke opvang is altijd beschikbaar voor mensen met acute woningnood die ook problemen hebben op meerdere leefgebieden: de kwetsbare doelgroep die niet zelf in een oplossing kan voorzien.
f.
We omschrijven de doelgroep nader in beleidsregels om duidelijk te maken voor wie de opvang wel en voor wie deze niet bedoeld is. Zo voorkomen we dat de beschikbaarheid voor de kwetsbare doelgroep onder druk komt te staan.
g.
We maken de komende jaren keuzes over hoe de maatschappelijke opvang eruit moet zien en welke eisen hieraan gesteld worden. Dit vanuit het gegeven dat de volgende ontwikkelingen invloed hebben op de toekomstvisie op de maatschappelijke opvang: -
het uitgangspunt “wonen eerst” en de effecten daarvan op de maatschappelijke opvang;
-
het intensiveren en verkorten van trajecten;
-
de signalen over toenemende aantallen en complexiteit van de problematiek van een deel van de doelgroep daken thuislozen met onder andere psychische- en verslavingsproblematiek.
h.
Winteropvang wordt onderdeel van de eisen aan de maatschappelijke opvang, zodat deze structureel geborgd is.
De afgelopen jaren is ingezet op verbetering van de in- door en uitstroom in de Maatschappelijke Opvang onder andere door verkorten en verbeteren van trajecten, toegang tot de opvang ingericht bij de Centrumgemeente en verbeteren van de uitstroom door het invoeren van het urgentieplus proces met woningcorporaties, zorgaanbieders en gemeenten. De komende periode wordt dit proces gemonitord en geoptimaliseerd. Het urgentieplus proces heeft de afbouw van plekken mogelijk gemaakt in het kleinschalig wonen met lange trajectduur, zoals de ‘doorstroomwoningen’ binnen de Maatschappelijke Opvang worden genoemd. Tegelijkertijd zijn er toenemende signalen over dakloze mensen op straat en toegenomen complexiteit van de doelgroep die een beroep doen op de opvang. Dit geldt met name voor een doelgroep die een beroep doet op de huidige nachtopvang. Hier is soms sprake van complexe multiproblematiek met onder meer ernstige verslaving en psychische problemen. Deze inwoners kunnen soms nergens anders terecht of er is (nog) geen passende plek. Er wordt dan als een allerlaatste vangnet een beroep gedaan op de Maatschappelijke Opvang. Maar deze is niet ingericht en toegerust op deze doelgroep, die vaak langdurige zorgexpertise/behandeling, al dan niet in een prikkelarme omgeving en/of een (be)veilig(d)e omgeving nodig heeft.
Onder andere deze ontwikkeling heeft geleid tot de keuze om onder meer te investeren in extra plekken nachtopvang, inzet van beveiliging en inzet van Stichting Barka en de Straatdokter. Daarnaast wordt er jaarlijks gezocht naar een plek om winteropvang te kunnen verzorgen. Aan winteropvang worden bijzondere eisen gesteld, omdat deze voor iedereen toegankelijk is, ook de mensen die normaal gesproken geen toegang krijgen tot opvang. Het is bovendien steeds maar enkele maanden per jaar nodig. Het is steeds moeizamer en bovendien kostbaar om een locatie te vinden en deze jaarlijks te bemensen. Daarom is het wenselijk hiervoor een meer structurele oplossing te vinden. 27
Consultatieversie Januari 2023
Voorgaande ontwikkelingen gecombineerd met een beleidsvisie gericht op “wonen eerst” en “preventie” vragen om een herijking van de opdracht Maatschappelijke Opvang en vragen om keuzes de komende jaren.
5.10 Meldpunt Zorg en Overlast/Bemoeizorg/Wvggz Beleidsuitgangspunten: a. Normalisatie en inclusie van inwoners met een psychische kwetsbaarheid en het opvangen, ondersteunen en beschermen van kwetsbare inwoners midden in de samenleving in diverse woonvarianten brengt de doelgroep letterlijk dichterbij al onze inwoners en in de wijken. Dit vraagt om adequate steunstructuren in wijken en voldoende kennis bij alle betrokkenen. b. Eén van de manieren waarop we deze kennis naar de wijk toebrengen is via het integrale meld- en adviespunt zorg en overlast. Dit is een plek (telefoonnummer) waar inwoners en professionals terecht kunnen met vragen en zorgen om inwoners. Dit adviespunt geeft ook regionaal uitvoering aan het landelijke meldpunt voor “onbegrepen of zorgwekkend gedrag”. Het heeft bovendien een er-op-af functie om direct op een melding af te gaan en zo te kunnen de-escaleren. c. Betere bekendheid van het meldpunt bij zowel inwoners, netwerkpartners, als professionals in het sociaal-, medisch- en veiligheidsdomein is een ontwikkelpunt voor de komende jaren. Dit doen we door samenwerkingsafspraken te maken met ketenpartners zoals politie, welzijn en GGZ, en door communicatiemiddelen in te zetten. d. We bundelen expertise van het Meldpunt, Bemoeizorg, Wet verplichte ggz en een Er-op-af functie in één integraal team.
Dit levert een inhoudelijke meerwaarde omdat de doelgroep waarover het gaat grotendeels overeenkomt en hierdoor aan de voorkant een goed triage van de problematiek kan plaatsvinden. e. Er is een (zeer kleine) groep inwoners waarbij het niet lukt om passende hulp te vinden of zij accepteren deze niet. In uitzonderlijke gevallen leidt dit ertoe dat er geen hulp meer wordt geboden. We onderzoeken de mogelijkheid of er vanuit de bemoeizorg en/of meldpunt-functie een vinger aan de pols gehouden kan worden bij inwoners die anders compleet buiten beeld dreigen te raken. f. Verplichte zorg (Wvggz) kan in ernstige situaties onder voorwaarden mogelijk zijn. We zetten in op het vergroten van de kennis hierover bij professionals, het waar mogelijk voorkomen van verplichte zorg en goede samenwerking als het gaat om de randvoorwaarden. Waar knelpunten ontstaan buiten de gemeentelijke invloed agenderen we dit op de juiste plekken. Het Meld- en adviespunt zorg- en overlast heeft een belangrijke informatiefunctie voor de omgeving van inwoners onbegrepen gedrag en daarmee een anti-stigmatiserende functie. Daarnaast kunnen zij inzetten op de-escalerende interventies bij overlast en veiligheid en adviseren hoe om te gaan met deze inwoners in de wijk. Met dit meldpunt niet-acuut wordt een plek gerealiseerd waar melders 24/7 terecht kunnen.
Er is voor melders geen alternatief (behalve wanneer er sprake is van een acute situatie, crisis of politie) buiten kantoortijden. Door een meldpunt te creëren waar meldingen terecht komen en triage plaatsvindt zorgen gemeenten ervoor dat het eenvoudig blijft voor melders. We kunnen niet verwachten dat zij weten bij welk “loket” zij terecht kunnen. We kiezen voor een meldpunt met een er-op-af-functie, zodat er ook direct gereageerd kan worden op meldingen wanneer nodig. Dit ontlast politie, BOA’s en andere medewerkers in de openbare ruimte of het veiligheidsdomein en er kan beter passende hulp geboden worden aan de inwoner om wie het om gaat. Ook in het verbeteren van de samenwerking tussen het sociaal-, medisch- en veiligheidsdomein heeft dit meldpunt een belangrijke functie. Alle beschikbare instrumenten en zorg komen samen bij dit meldpunt voor deze doelgroep. Door hierin de samenwerking op te zoeken, helpt het de juiste zorg op de juiste plek te brengen voor inwoners. Hiermee voorkomen we dat inwoners in “het systeem” worden rondgepompt. Bemoeizorg richt zich op inwoners met zorgmijdend gedrag, die contact met en vertrouwen in reguliere zorg zijn verloren. De eerste inzet is gericht op het binnenkomen en het herstellen van contact en vertrouwen, met als doel outreachend te 28
Consultatieversie Januari 2023 bemiddelen naar reguliere ondersteuning en zorg. Er is een zeer kleine groep inwoners waarbij alle vormen van hulp vanuit het sociaal domein zijn uitgeput. Dit zijn inwoners die geen hulp (kunnen) accepteren, waarbij geen dwingend kader inzetbaar is, maar waarvan de verwachting is dat zonder contact escalatie of gevaar voor zichzelf en omgeving aanwezig is. We onderzoeken of het wenselijk is dat het meldpunt en/of bemoeizorg een rol kan spelen bij het in beeld houden van deze inwoners. Het gaat hierbij om een zeer kleine groep in de regio, maar waarbij de verwachting is dat deze functie kan helpen bij tijdig deescaleren, voorkomen van overlast en verbeteren van het veiligheidsgevoel in wijken en dorpen. De Wet verplichte GGZ geldt voor mensen bij wie een psychische stoornis leidt tot gedrag dat ernstig nadeel (gevaar) veroorzaakt voor henzelf of voor anderen. Als er geen vrijwillige zorg mogelijk is om dat ernstig nadeel weg te nemen, kan de rechter hen verplichte zorg opleggen. De rechter kan verplichte zorg alleen opleggen als deze zorg: de enige manier is om het ernstige nadeel weg te nemen; proportioneel is (in verhouding staat tot het op te lossen ernstig nadeel); effectief is (resultaat oplevert). Dit kan bij spoed door een crisismaatregel via de Burgemeester en in alle overige gevallen door middel van een zorgmachtiging via de rechter.
Iedereen die zich zorgen maakt over iemand die misschien (verplichte) geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan dat melden bij het meldpunt. Zij beoordelen dan of een verkennend onderzoek voor toegang tot Wvggz mogelijk is. Het is voor professionals en inwoners niet altijd helder wat zij kunnen verwachten van de Wvggz, dit vraagt om het vergroten van de kennis hierover bij die mensen die ermee te maken krijgen. We maken goede afspraken over samenwerking en de uitwisseling van informatie, ook in relatie tot de nieuwe wet WAMS (Wet aanpak meervoudige problematiek in het Sociaal Domein). We maken in goede samenwerking afspraken over de essentiële voorwaarden bij uitstroom uit de Wvggz, denk aan de beschikbaarheid van een woning en inkomen. We agenderen knelpunten op de juiste plekken, denk aan signalen zoals: - de Wvggz vraagt zoveel capaciteit van de GGZ en verslavingszorg dat de levering van andere soorten zorg in de knel komt; - Wet forensische zorg (Wfz): er is een tekort aan beveiligde bedden.
5.11 Preventie in het regionaal vangnet Beleidsuitgangspunten: a. Preventieve activiteiten en voorzieningen krijgen een plek binnen het regionaal vangnet, wanneer zij bijdragen aan het verminderen van het beroep op specialistische voorzieningen in het regionaal vangnet. b. Preventie-activiteiten kopen we regionaal in, wanneer het effectiever en efficiënter is om de activiteiten regionaal uit te voeren of wanneer zij direct gekoppeld zijn aan een regionale voorziening. c. We kunnen regionale preventieve activiteiten toevoegen wanneer zij passen binnen de regionale ontwikkelagenda. d. We zetten in op meer gebruik van ervaringskennis. Dit past bij de krapte op de arbeidsmarkt en past bij de visie op normaliseren, versterken van de zelfregie en wonen in de wijk. e. We sluiten aan op landelijke ontwikkelingen zoals het landelijk zorg- en preventieakkoord, vernieuwing en transformatie, bijvoorbeeld door vergroten van bereik via digitalisering, herstel- en/of regiecentra en digitale lotgenotengroepen (e-communities).
Op dit moment hebben we een aantal preventieve activiteiten opgenomen als onderdeel van het regionaal vangnet: 1. Stichting Barka als preventieve activiteit bij Maatschappelijke Opvang Stichting Barka biedt ondersteuning aan arbeidsmigranten, aansluitend bij de eigen taal en cultuur, die bijdraagt aan participatie, onderdak en zelfredzaamheid voor EU-arbeidsmigranten, met name uit de MOE-landen (Midden-, Oost-Europa). Zij helpen bij het vinden van werk en onderdak in Nederland en wanneer dit niet mogelijk is bieden zij hulp bij terugkeer naar het land van herkomst. Bij terugkeer bemiddelen zij naar opvang en hulp in land van herkomst. Barka werkt met maatschappelijk werkers, in combinatie met vrijwilligers en ervaringsdeskundigen die de cultuur kennen en de juiste taal 29
Consultatieversie Januari 2023 spreken. De inzet van stichting Barka zorgt ervoor dat er minder beroep wordt gedaan op de Maatschappelijke Opvang en dat overlast op straat vermindert. 2. Straatdokter In 2022 is gestart met de opzet van een Straatdokter(steam). Dit is nu nog een lokale pilot in Oss. De ambitie is het als regionale functie onder te brengen onder de Zorgverzekeringswet omdat er grotendeels sprake is van huisartsenzorg. Doel is het verlenen van sociaal medische zorg aan inwoners die geen eigen huisarts of zorgverzekering hebben of niet bereikbaar of zichtbaar zijn binnen de reguliere huisartsenzorg. Deze activiteit ontlast de reguliere huisartsenzorg en de Maatschappelijke Opvang die veel tijd kwijt was met het bereid vinden van een (huis)arts om zorg te verlenen aan deze patiënten. Een OGGZ Verpleegkundige ondersteunt de Straatdokter bij verpleegkundig handelen, sociaal medische screening en het oppakken van verwaarlozings- en vervuilingsproblematiek. Een verpleegkundig specialist GGZ ondersteunt de Straatdokter en de Maatschappelijke Opvang bij psychiatrische casuïstiek en om direct contact te leggen met de 2e lijns specialistische GGZ. Doel van deze pilot in 2023 is te leren wat er nodig is voor deze doelgroep. Ondertussen werken we samen met de zorgverzekeraars aan structurele inbedding in de regionale huisartsenzorg. 3.
Preventie verslavingszorg en GGZ GGZ- en verslavingszorg-behandeling vallen niet binnen de wettelijke context van het sociaal domein. Alleen de preventieactiviteiten zijn een toegewezen gemeentelijke taak in de Wmo2015. Onder andere als gevolg van de druk op de arbeidsmarkt, schaarste van behandelplekken en in de intramurale (Wlz) zorg, ontstaat druk op de preventieve taak en begeleiding binnen het sociaal domein. We willen voorkomen dat gemeenten verantwoordelijkheden overnemen van behandeling door druk in de 1e en 2e GGZ- en verslavingszorg. Dit doen we door tijdig escaleren en signaleren bij provinciaal en landelijk netwerk van VNG en het Ministerie VWS, wanneer de druk uit de Zvw en Wlz onevenredig op deze preventietaak in het sociaal domein komt te liggen. Wel willen we voor de toekomst onderzoeken hoe de preventietaak verbeterd kan worden, onder andere door: - Onderzoeken of en welke inzet nog meer nodig is op het vóórkomen en voorkómen van middelengebruik in de regio en op welke vindplaatsen inzet nodig is. - Meer inzet op zelfregie, herstel en ervaringsdeskundigheid, o.a. door het opzetten van een (regionaal) herstel- en regiecentrum. - Transformatie en vernieuwing: vergroten bereik en specifieke doelgroepen, digitalisering, e-communities, etc.
30
Consultatieversie Januari 2023 5.12 Zorg & Veiligheid Beleidsuitgangspunten: a.
We investeren in een nog sterkere verbinding tussen de domeinen zorg en veiligheid om een integrale aanpak te realiseren (bron: Regionaal Veiligheidsplan 42 gemeenten).
b.
Bij de aanpak van personen met onbegrepen gedrag leggen we de focus op passende woonruimte voor deze doelgroep én richten we ons op het voorkomen van overlast en criminaliteit (bron: Regionaal Veiligheidsplan 42 gemeenten).
c.
Elke gemeente heeft een periodiek overleg op lokaal ambtelijk- en bestuurlijk niveau tussen Burgemeester, Wethouder(s) zorg, politie, Openbaar Ministerie en eventuele zorgpartners (bron: Beleidskader Integrale Veiligheid).
d.
Elke gemeente werkt conform de uitgangspunten van het AVE-model (aanpak voorkoming escalatie) bij het op- en afschalen van complexe casuïstiek in het sociaal domein.
e.
Elke gemeente investeert in de verbinding en samenwerking tussen zorg en veiligheid binnen de eigen gemeentelijke organisatie en met ketenpartners.
f.
Gemeenten werken conform de werkwijze en afspraken van het Zorg- en Veiligheidshuis in Noord-Brabant.
g.
Centrumgemeente Oss is bestuurlijk vertegenwoordigd in de Programmaraad Zorg & Veiligheid namens de regio. Gemeentelijke afstemming over de agenda en standpunten vindt plaats tussen gemeenten Helmond, Eindhoven, Den Bosch en Oss.
h.
Gemeenten voelen zich gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de groep structurele overlastgevers in de regio en realiseren samen met het veiligheidsdomein oplossingen om de overlast, veiligheidsrisico’s te verminderen en leefbaarheid in wijken en dorpen te verbeteren.
i.
De gemeenten in Oost-Brabant blijven bovenregionaal samenwerken met betrekking tot de ketenveldnorm.
j.
Elke gemeente werkt met betrekking tot de ketenveldnorm aan: - scholing en kennisbevordering onder eigen medewerkers, bij voorkeur via de regionale leersessies; - het aanmelden van eigen inwoners bij de adviestafel ketenveldnorm; - de beschikbaarheid van een ‘gemeentelijke regisseur’ voor de ketenveldnorm.
De verbinding tussen de domeinen zorg en veiligheid is niet meer weg te denken. Verschillende thema’s binnen het sociaal domein hebben raakvlakken met de thema’s uit het domein veiligheid. Denk hierbij onder andere aan: woonoverlast, aanpak complexe casuïstiek, aanpak huiselijk geweld/kindermishandeling, verslavingsproblematiek, jeugd/jongeren met sociale-, gedrags- of multiproblematiek die overlast veroorzaken en/of delicten plegen. De samenwerking tussen zorg en veiligheid binnen de gemeentelijke organisatie, in de ketensamenwerking en tussen domeinen (sociaal-, medisch- en veiligheidsdomein) lijkt logisch, maar is niet zo eenvoudig te realiseren. In de regio merken we dat hier nog een verbeterslag in gemaakt kan worden. Voldoende capaciteit is een belangrijke randvoorwaarde om deze verbeterslag te realiseren. Dit onderwerp is daarom als belangrijk opgave genoemd in de basis op orde in elke gemeente (bijlage 4). Een ander aandachtspunt is dat elke gemeente werkt conform de uitgangspunten van het AVE-model. Dit houdt o.a. in dat elke gemeente beschikt over een procesregisseur op AVE 2 niveau en dat duidelijk is wanneer sprake is van op- en afschalen. Ook de randvoorwaarden om aan te sluiten bij de ketenveldnorm4 moeten geregeld worden: van scholing van medewerkers tot de beschikbaarheid van een gemeentelijke
4 De Ketenveldnorm is ambulante ondersteuning met indien nodig (tijdelijke) intensieve zorg voor landelijk ongeveer 2000 personen die (potentieel)
gevaarlijk gedrag vertonen, als gevolg van een psychische stoornis en/of een verstandelijke beperking en/of een verslaving en/of een niet aangeboren hersenaandoening. Het is een integrale samenwerking tussen zorgaanbieders (GGZ/forensisch/verslavingszorg/gehandicaptenzorg), politie, OM en gemeenten in de keten, gericht op continuïteit van intensieve zorg, levenslange betrokkenheid, snel op- en afschalen tussen lichte zorg en beveiligde/zware zorg. In 2022 zijn er 5 inwoners uit de regio Brabant Noordoost-Oost geïncludeerd.
31
Consultatieversie Januari 2023 regisseur in elke gemeente. Tot slot werken we aan een handelingsperspectief zorg en veiligheid dat een overzicht geeft van in te zetten gemeentelijke instrumenten binnen de domeinen zorg en veiligheid. Wanneer de druk op zorg en veiligheid en/of de samenwerking in de keten onder druk staat, en bovenstaande oplossingen geen resultaat opleveren, dan kunnen gemeenten verantwoordelijkheid nemen door regionale en landelijke netwerken in te zetten om signalen af te geven en de samenwerking met het medisch- en veiligheidsdomein te verbeteren. Vooral bij inwoners die tussen wal en schip dreigen te raken of bij structurele overlastgevers in de regio waarbij alle mogelijke opvang en specialistische zorg is ingezet, komen we op het punt dat alle partijen en financiers elkaar diep in de ogen moeten kijken en het gesprek moeten voeren over de reikwijdte van de zorgplicht, individuele verantwoordelijkheden binnen en gezamenlijke verantwoordelijkheden tussen domeinen en morele afwegingen in individuele complexe casuïstiek. Dit vraagt om creativiteit, samenwerking, over eigen en andermans grenzen heen kijken en gezamenlijke verantwoordelijkheid.
32
Consultatieversie Januari 2023 5.13 Inkoop en contractmanagement
Beleidsuitgangspunten: a.
Beschermd wonen is en blijft in deze beleidsperiode een gesloten inkoop om de specialistische deskundigheid en de kwaliteit te kunnen blijven borgen in de regio.
b.
Waar mogelijk, en binnen de grenzen van wet- en regelgeving, trekken we bij nieuw te realiseren voorzieningen in het regionaal specialistisch vangnet, nieuwe zorgaanbieders met specifieke GGZ-, verslavingszorg-, of opvangexpertise naar de regio. Zo ontstaat een bredere markt, meer deskundigheid, meer doorplaatsmogelijkheden en daardoor slagkracht in de regio.
c.
In alle overeenkomsten worden bepalingen opgenomen om de inzet van ervaringsdeskundigen te bevorderen.
d.
Wanneer er een toezichtsonderzoek n.a.v. calamiteiten of incidenten wordt uitgevoerd, die betrekking heeft op een voorziening in het regionaal specialistisch vangnet, wordt de gemeente van huisvesting geïnformeerd en betrokken bij de afwikkeling.
e.
Spreiding van voorzieningen is een verantwoordelijkheid van elke gemeente in de regio. Bij nieuwe voorzieningen wordt nadrukkelijk gekeken naar locaties in die gemeenten die hierin achterblijven. De Centrumgemeente ondersteunt de lokale gemeente desgewenst, in het proces naar een geschikte locatie.
f.
In contractgesprekken met zorgaanbieders is de doordecentralisatie van beschermd wonen, de transformatie van de maatschappelijke opvang en andere transformatiedoelen zoals opgenomen in dit koersdocument, onderwerp van gesprek.
g.
Inkoop is betrokken bij het realiseren van nieuwe voorzieningen in het specialistisch vangnet.
h.
We blijven werken aan het beperken van de administratieve lasten voor zorgaanbieders binnen de mogelijkheden die we hebben, zonder dat dit afbreuk doet aan de kwaliteit van contractmanagement, toezicht, verantwoordingseisen of monitoring en datagesteund werken.
i.
Daar waar mogelijk wordt bij regionale contracten gewerkt met meerjarige overeenkomsten.
Deze beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van inkoop en contractmanagement zijn in de komende jaren leidend. Meer specifieke doelen en transformatieopgaven voor de uitvoering van deze taken, zijn opgenomen in het Inkoopplan Wmo 20242025. Dit inkoopplan wordt om de twee/drie jaar geactualiseerd om te kunnen blijven sturen op nieuwe inzichten, actuele ontwikkelingen of veranderende wetgeving.
33
Consultatieversie Januari 2023
6. Van beleid naar uitvoering 6.1 Regionale ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid De uitvoeringsagenda van dit Koersdocument is de ‘Regionale ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid’. Deze is in 2020 door de gemeenteraden in de regio vastgesteld en is nog steeds actueel als uitvoeringsagenda. Niet in de laatste plaats omdat de acties die er in benoemd zijn afkomstig zijn uit thematafels met ketenpartners. Bijna 40 ketenpartners, variërend van zorgaanbieders, tot woningcorporaties, zorgverzekeraars, politie, OM, Welzijn tot cliëntorganisaties, maar ook Trimbos Instituut en GGZ Vriendelijke Gemeenten, hebben input geleverd voor dit uitvoeringsplan. De gekozen onderwerpen van deze thematafels waren: 1. Cliënten en Naasten, 2. Normalisatie en Inclusie, 3. Gezondheidsbeleid psychisch kwetsbare inwoners, 4. Wonen in de wijk, 5. Opvang en ondersteuning, 6. Zorg en Veiligheid In de Ontwikkelagenda zijn beleidsuitgangspunten vertaald in concrete inspanningen en acties. Het doel is meer te sturen op de beleidsdoelen en de gewenste resultaten. Hierbij is de methodische en systematische aanpak gehanteerd van de effectketen (Robbe, 2018). Figuur 4 Effectketen van Robbe, 2018
De Ontwikkelagenda is gericht op de transformatie en verschuiving die we willen maken in de regio. Om nog beter aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners met een psychische kwetsbaarheid is de ontwikkelagenda opgesteld vanuit het perspectief van de inwoner op een vijftal thema’s. Deze zijn opgebouwd van lichte ondersteuning naar specialistische ondersteuning, van normalisatie naar escalatie en van lokaal naar regionaal: 1. Een fijne leefomgeving en sociaal netwerk 2. Formele hulp en ondersteuning 3. Wonen gaat voor opvang 4. Zorg en veiligheid 5. Regionaal vangnet We willen in de regio in elke gemeente de basis op orde brengen en samen sturen op het regionaal specialistisch vangnet. Daarom is afgesproken dat de Regionale Ontwikkelagenda in elke gemeente wordt vertaald naar een lokale ontwikkelagenda om de veranderingen lokaal vorm te geven. We volgen de voortgang gezamenlijk, leren en wisselen uit via regionale leersessies, prioriteren en sturen bij waar nodig. De looptijd van de Ontwikkelagenda wordt verlengd, zodat deze gelijk loopt met de looptijd van dit Koersdocument. 6.2 Regionaal plan van aanpak dak- en thuisloosheid Eind 2019 is door het Rijk de Brede Aanpak Terugdringen Dak- en Thuisloosheid aangekondigd. Deze brede aanpak richt zich op drie hoofdthema’s: 1. Preventie 2. Vernieuwen van de opvang 34
Consultatieversie Januari 2023 3.
Wonen met begeleiding.
Met subsidie vanuit het Rijk is deze opdracht in de regio Brabant Noordoost-Oost uitgewerkt in het ‘Regionale Uitvoeringsplan brede aanpak terugdringen dak- en thuisloosheid’. Dit plan is in 2021 vastgesteld door de gemeenten in de regio en in elke gemeente vertaald naar een lokaal plan van aanpak met prioritering, acties en planning. De opgaven in het regionale en lokale uitvoeringsplannen geven uitvoering aan de ambities in dit koersdocument. Ook zijn deze nog niet gereed. Het kost gemeenten tijd om deze ambities uit te voeren. De nieuwe plannen vanuit het Rijk om dak- en thuisloosheid aan te pakken, moeten daarin meegenomen worden. Het Regionale Uitvoeringsplan aanpak dak- en thuisloosheid’, wordt daarom verlengd tot het moment dat deze geactualiseerd kan worden met nieuwe wet- en regelgeving. Samen met de ontwikkelagenda blijven beide uitvoeringsdocumenten de koers voor de komende jaren die gaande weg kan worden bijgestuurd op basis van de uitgangspunten in dit koersdocument, nieuwe ontwikkelingen, de ontwikkeling van de zorgvraag in de regio of nieuwe wet- of regelgeving.
35
Consultatieversie Januari 2023
7. Financiële kaders 7.1 Doordecentralisatie van Beschermd Wonen Beleidsuitgangspunten: a. Gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het specialistisch vangnet. b. We volgen de adviezen op die het Transitiebureau VWS/VNG heeft gegeven inzake de financiële vertaling van de doordecentralisatie in deze regio: huidige samenwerking voortzetten via een Centrumregeling, solidariteit afspreken voor het specialistisch vangnet, verantwoordelijkheden lokaal/regionaal opnemen in Centrumregeling Wmo, uitvoeringsbudget beschikbaar stellen, investeringsfonds instellen. c. We spreken 100% solidariteit af voor het regionaal specialistisch vangnet. Dit betekent dat alle middelen jaarlijks doorgestort worden naar de Centrumgemeente om het specialistisch vangnet te bekostigen en dat er een jaarlijks ‘uitvoeringsbudget lokaal’ beschikbaar is voor elke gemeente op basis van inwoneraantallen. d. De financiën moeten de inhoudelijke beweging volgen: geld volgt taak en de techniek is ondersteunend. e. Alle middelen afkomstig van de rijksuitkering en uit de reserve worden ingezet voor de doelgroep inwoners met een psychische kwetsbaarheid. f. We sturen op lokale doelrealisatie per gemeente. g. Jaarlijks wordt er verantwoording afgelegd op doelrealisatie in de regio en per gemeente lokaal (opgaven versus resultaten) aan het bestuurlijk overleg, POHO Wmo.
Dit om gezamenlijk te kunnen blijven sturen op de beweging, transformatie en realisatie in de regio als geheel. h. Jaarlijks wordt er verantwoording afgelegd over de besteding van de lokale uitvoeringsmiddelen Beschermd Wonen aan de eigen gemeenteraad. i.
In verband met de verwachte schaarste en verdelingsvraagstukken in de komende jaren en de transformatieopgaven lokaal, bouwen we de reserve af in de komende jaren door de middelen in te zetten voor een investeringsfonds en de basis op orde in elke gemeente.
j.
We evalueren bovenstaande uitgangspunten en volgen hoe deze uitpakken: op doelrealisatie, maar ook of de middelen bij de doelgroep en de opgaven landen. Indien nodig stellen we bij en passen de afspraken aan.
Wanneer we de beleidsuitgangspunten in dit Koersdocument 2024-2028 en de governance-afspraken in de Centrumregeling Wmo 2024-2028 financieel vertalen, dan is er vanaf 2024 ruim 17 miljoen beschikbaar voor inkoop en uitvoering van het specialistisch vangnet. Dankzij de ingezette transformatie-opgaven en de realisatie hiervan in de afgelopen jaren op het gebied van o.a. het invoeren van scheiden van wonen en zorg en uniformering van tarieven tussen aanbieders, is er in de regio een aanzienlijke reservepositie opgebouwd. Deze middelen zijn bestemd voor de doelgroep inwoners met een psychische kwetsbaarheid en de gemeenten in de regio. De reservepositie maakt het mogelijk om, in tegenstelling tot enkele andere regio’s, flink te investeren in de lokale randvoorwaarden en basis op orde in elke gemeente. De doordecentralisatie van Beschermd Wonen gaat per 1 januari 2024 in. Deze doordecentralisatie gaat gepaard met een nieuw verdeelmodel: deze wijzigt van een historische verdeling naar een objectief verdeelmodel met een ingroeipad van 10 jaar. De regio Brabant Noordoost-Oost betreft een voordeelregio: het budget groeit de komende jaren tot ruim 21 miljoen in 2033. Disclaimer: deze cijfers kunnen nog wijzigen in de meicirculaire van 2023.
36
Consultatieversie Januari 2023 Figuur 5 Financiële doordecentralisatie in beeld
Wanneer de rijksuitkering op basis van inwoneraantallen doorgerekend wordt, komen we uit op de verwachte uitkering per gemeente in figuur 6. Disclaimer: deze cijfers kunnen nog wijzigen als de circulaire in 2023 wijzigt. Figuur 6 Verwachte uitkering per gemeente, cijfers x 1.000
In de figuur 6 is zichtbaar dat de opbouw van de middelen bij de lokale gemeenten langzaam plaats gaat vinden verspreid over 10 jaar. Daarom is het belangrijk om de middelen in de komende jaren bij elkaar te houden en de specialistische zorg beschikbaar te houden voor inwoners. Als het de regio niet lukt deze middelen bij elkaar te houden, verdwijnen er specialistische zorg en opvangplekken in de regio voordat er lokaal iets opgebouwd is. Dit risico ontstaat ook als we achteraf gaan afrekenen per gemeente: de voorzieningen in het specialistisch vangnet zijn dure voorzieningen en bestaan voor een groot deel uit beschikbaarheidsfinanciering. Het volume van de specialistische plekken moet daarbij voldoende zijn voor inkoop, wil de zorg rendabel en betaalbaar blijven in de toekomst. Beschikbaarheid-, continuïteit- en toegankelijkheid van zorg voor alle inwoners in Brabant Noordoost-Oost is alleen haalbaar als de Centrumgemeente de inkoop voor de regio blijft verzorgen. Gemeenten hebben eerder uitgesproken de regionale samenwerking te willen blijven voortzetten (raadsbesluiten Ontwikkelagenda 2020/2021).