CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

80% versie omgevingsvisie.docx

Commissie Ruimtelijke Zaken 21 juni 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Opiniërende bespreking 80%-versie omgevingsvisie / Partnervisie leefomgeving20.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tegelijkertijd helpt deze hoge lat voor nieuwe ontwikkelingen bij het behalen van de 2030 doelen. o Minder broeikasgasuitstoot gaat ook over grondstoffen (minder consumeren, meer hergebruiken) en landbouw/voeding. Denk aan een meer plantaardig voedingspatroon en regeneratieve landbouw o We gebruiken meer biobased materialen, zodat we daarmee ook bijdragen aan de opslag van CO₂. We gaan in Bernheze de productie van deze grondstoffen onderdeel maken van het verdienmodel van onze boeren. o Nieuwe gebouwen realiseren we bij voorkeur met gebiedseigen, lokale biobased materialen. Daarom willen we ook in Bernheze meer productiebossen. Daarnaast maken we gebruik van secundaire materialen. Ook bij de renovatie en onderhoud ligt een enorme opgave voor energietransitie en circulair materiaalgebruik o We bouwen gasloos en stimuleren het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de slimme collectieve opslag van energie. o We hanteren het voorzorgprincipe bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de strook van de 150kV verbinding van Tennet nabij de A50. De risico’s op (brand)schade of andere activiteiten die de elektriciteitsvoorziening in gevaar kan brengen vermijden

32

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie we.

•

•

We kiezen vaker voor modulaire en losmaakbare bouwmethodes met een lagere CO2 voetafdruk o Dit maakt het mogelijk om sneller en flexibeler te bouwen, zodat we beter in kunnen spelen op de vraag, ook voor kortere periodes. o Doordat het een lichte vorm van bouwen is wordt het makkelijker om een laag toe te voegen aan de bestaande gebouwen. We geven de energie- en warmtetransitie per kern en op maat vorm o Dit willen we per kern of wijk vormgeven samen met de gebruikers o De warmte – en energietransitie geven we organisch vorm, zodat we maximaal gebruik kunnen maken van innovaties en nieuwe ervaringen o Om de elektrificatie het hoofd te bieden maken we ruimte om in elke wijk een verdrievoudiging van de “trafohuisjes” tot stand te brengen en zullen op korte termijn nieuwe kabels gelegd moeten worden. De trafohuisjes worden duurzaam, circulair en natuurinclusief aangelegd. o Daarnaast willen we collectieve opslag van energie en warmte in buurten mogelijk maken

Aantrekkelijk wonen en leven •

We richten ons op de lokale behoefte om te wonen, waarbij goede zorg voor elkaar kenmerkend is voor Bernheze o Diversifieer het huidige woningaanbod. Dit kan door bijvoorbeeld tiny houses, (tijdelijke) startersunits of mantelzorgwoningen aan het huidige aanbod toe te voegen. Binnen 15 jaar verwachten we een substantiële toename van dit soort woningen. o Prioriteit geven we aan starterswoningen om meer mogelijkheden voor jongeren te creëren. Op korte termijn is in de kernen Vorstenbosch en Loosbroek aandacht voor verjonging gewenst. o Prioriteit aan woningen voor de 55+ groep. Deze groep wordt snel groter en woont nu nog veelal in eengezinswoningen.

33

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie In het buitengebied bieden we ruimte voor kleinschalige (ecologisch en duurzame) woonlocaties en alternatieve woonvormen (zoals boerderij- en woongemeenschappen). Kleinschalige historische erven en erfgroen in het buitengebied herstellen we. o We zullen ook meer ruimte moeten vinden voor meer en een divers aanbod aan woon-zorg-concepten in en nabij de dorpskernen. Het beroep op de ruimte voor duurzame en flexibele opvang en huisvesting van de niet oorspronkelijke bevolking zal naar verwachting steeds groter worden. Het woning- en voorzieningenaanbod gaan we hierop inrichten. We werken samen met onze inwoners aan integratie en sociale cohesie in onze buurten. Signalen over ongewenst gedrag komen zodoende snel onder onze aandacht. Een goede verdeling huur- en koop woningen houdt de kernen aantrekkelijk voor iedereen o Wij hechten aan minimaal 30% sociale huur en sociale koop, zoals in de woondeal met het rijk is overeengekomen.. Dit kan bijvoorbeeld ook door middel van rode loper projecten, waarbij we een aantrekkelijke groene entree voor een dorpskern maken, en zo ook sociale woningbouw te stimuleren. De doelstellingen voor woningbouw tot 2027 worden onverkort overgenomen uit het bestaande beleid van de gemeente. In een uitvoeringsprogramma waarborgen we de realisatie van die doelen tot 2027.

We verkennen hoe en met wie we de naoorlogse wijken kunnen revitaliseren. De provincie en de gemeente nemen hierin samen met de eigenaren het initiatief. o De naoorlogse wijken in Heesch zijn hier een voorbeeld van. o Bij het revitaliseren van wijken maken we werk met werk en zorgen we voor het verduurzamen van de woningen, meer bewegen en natuur in gezonde groene structuren. We hechten aan snelheid in het bieden van ruimte voor meer woningen o Wanneer inbreiden door de complexe eigendomssituatie op korte termijn niet mogelijk is, gaan we de dorpskernen uitbreiden. Bij het zoeken naar geschikte uitleglocaties hanteren we de norm van bodem en water sturend, klimaat- en natuuradaptief, aansluiting op groene gezonde structuren, en landschappelijk passende inrichting en vormgeving en de beschikbaarheid van een geschikte ontsluiting van de uitleglocatie. o We reserveren een ruime zone voor uitleglocaties bij alle dorpskernen voor woningen voorzieningen en groene gezonde structuren, maar het tempo is uiteindelijk afhankelijk van de afspraken met rijk, provincie en regio. o De verhouding van het type woningen voor de verschillende doelgroepen, laten we ook afhangen van de noodzaak om het voorzieningenniveau in de dorpskernen op peil te houden. o Met de toenemende vergrijzing werken we aan een aantrekkelijk woningaanbod voor de ouder wordende medemens.

Door deze doorstroming op gang te brengen komen er meer gezinswoningen beschikbaar. We bieden meer ruimte aan inclusief ontmoeten o Maatschappelijk vastgoed richten we zo in dat het in 2030 ruimte biedt voor ontmoeting op een veilige en gezonde manier. o Vitale en aantrekkelijke centra dragen bij aan de duur van het verblijven en het aantal ontmoetingen. o Voorzieningen in de kernen trekken mensen aan. o We borgen de toegankelijkheid en bereikbaarheid voor iedereen en houden daarbij rekening met mensen met een beperking (bijvoorbeeld rolstoel, slechtziend, prikkelarm en dementievriendelijk). o o

•

•

•

•

•

34

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie Verkeersluwe kernen en buitengebied met prioriteit voor wandelen en fietsen De wijze waarop verkeersluwe kernen en buitengebied realiseren werken we uit in het thematisch programma onder de Omgevingswet “Mobiliteit en Infrastructuur” vast te stellen in 2024. De doelstellingen van dit programma zijn: 1. Actief verkeer (wandelen en fietsen) krijgt prioriteit boven gemotoriseerd verkeer, omdat we gezondheid in het straatbeeld prioriteit geven 2. Doorgaand gemotoriseerd verkeer ontmoedigen we in het straatbeeld in de kernen, om te beginnen het vrachtverkeer. 3. We stimuleren deelmobiliteit 4. We verduurzamen het verkeersaanbod, om te beginnen het vrachtverkeer in de kernen 5. De veiligheid voor kwetsbare weggebruikers krijgt prioriteit 6. Het groen, sloten en karakteristieke lanen langs de wegen vormen kernwaarden voor het landschap en de biodiversiteit. Deze vormen een randvoorwaarde voor het aanpassen van het stelsel van infrastructuur. 7. Afwikkeling van bovenlokaal verkeer vindt plaats via de N279, A50 en A59 en niet door het smalle wegennet van Bernheze 8. Donkerte is een kernwaarde voor de biodiversiteit. Verlichting van wegen, indien noodzakelijk, houdt rekening met deze kernwaarde. 9. Parkeren van bezoekers van bedrijven mag niet leiden tot overlast voor andere lokale ondernemers en inwoners 10.

We verlagen de parkeernorm stapsgewijs, om te beginnen bij nieuwbouw en het herstructureren of revitaliseren van het openbaar gebied van wijken. 11. De infrastructuur van Bernheze richten we circulair, leefbaar, natuurinclusief en klimaatadaptief in De onderstaande suggesties wegen we nader af en werken we verder uit in het programma onder de Omgevingswet “mobiliteit en infrastructuur”: •

Actief verkeer (wandelaars en fietsers) krijgt prioriteit boven gemotoriseerd verkeer. o o o o o o o

Verkeersverbindingen voor actief verkeer geven we meer prioriteit en richten we aantrekkelijk en sociaal veilig in, bij voorkeur met groen. Speciale aandacht hebben we voor veilige fietsroutes rondom scholen. In de kernen is de maximale snelheid dertig kilometer per uur. We richten woon- en winkelerven in waar alleen stapvoets gereden mag worden. We onderzoeken mogelijkheden om de snelheidsbeperkingen in de kernen realiseerbaar te maken, en daar de handhaving op aan te passen. We faciliteren zoveel mogelijk rechtstreekse fiets- en wandelverbindingen vanuit de wijken naar de voorzieningen als winkels, sport en uitgaan.. We zorgen voor veilige en aantrekkelijke fietsroutes naar de voorzieningen in de regio (Oss, Uden, Veghel, Schijndel, St Michielsgestel en Den Bosch). Voor recreatief verkeer en (snel)fiets verkeer leggen we aparte routes aan tussen de kernen en met de omliggende stedelijke gebieden. Dit doen we door wegen verkeersluw te maken

35

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

o

o o

•

•

en/of eenrichtingsverkeer in te voeren, of door nieuwe vrij liggende paden bij voorkeur op verdwenen routes uit het verleden. In 2030 is zo al dertig kilometer ingericht. We zetten in op het scheiden van verkeersstromen, door bijv. vrijliggende fiets- en wandelpaden of zelfs het tot wel 30% onttrekken van het smalle wegennet in het buitengebied aan gemotoriseerd verkeer en de vrijgekomen ruimte ten goede laten komen aan actief verkeer. Via deze aanpak zetten we in op meer recreatie in bijvoorbeeld de kern Nistelrode. Vanzelfsprekend zorgen we dat het landbouwverkeer op een adequate wijze de aan- en afvoer van producten kan afhandelen. We onderzoeken de mogelijkheden om het overige verkeer in het buitengebied te ontvlechten. Verkeersaantrekkende voorzieningen en initiatieven die leiden tot een toename aan gemotoriseerd verkeer op wegen die nu al overbelast zijn vermijden we.

Doorgaand verkeer weren we uit de kernen o We onderzoeken in hoeverre een randweg bij Nistelrode en Heeswijk-Dinther kan bijdragen aan het verminderen van de verkeersdruk in de kernen in vergelijking met andere maatregelen om doorgaand verkeer te weren uit de kernen. . Bij het ontwikkelen van de variant van een randweg dient de inrichting van de omgeving van de randweg integraal bijdragen aan andere opgaven, zoals herstel wijstgronden, klimaatadaptatie, biodiversiteit, cultuurhistorie en groene gezonde verbindingen. o Het doorgaande verkeer leiden we altijd af naar de hoofdontsluiting van snelwegen en de provinciale weg Veghel-Den Bosch. De radiale wegen naar deze hoofdontsluiting vanuit de kernen krijgen een veiligheidsupdate. o Vrachtverkeer en landbouwverkeer ontmoedigen we in de kernen o Hiermee zetten we ook in op het autoluw maken van Heesch voor doorgaand verkeer. We stimuleren deelmobiliteit, zodat minder gemotoriseerd verkeer nodig is en stimuleren we verschillende mobiliteitsvormen (per rit). o Voor dit verkeer werken we met drie mobiliteitshubs (nabij Heesch, Nistelrode en HeeswijkDinther), waarmee we de benodigde verkeer/parkeerruimte en de uitstoot beperken. o We zetten in op zelfrijdende duurzame voertuigen die parkeren buiten deze hubs uiteindelijk overbodig maken.

•

Openbaar vervoer: PM (teksten volgen van de provincie NB) o We handhaven het huidige niveau (2023) aan openbaar vervoer-voorzieningen. Dit is het absolute minimum voor leefbare kernen. o We stimuleren en faciliteren initiatieven die het mogelijk maken dat kwetsbare inwoners kunnen ontmoeten, kopen, bewegen etc.

•

Het gemotoriseerd verkeer dat overblijft, is zoveel mogelijk duurzaam. Minder geluid, fijnstof en fossiele energie o We maken vervoer op basis van elektriciteit of waterstof aantrekkelijk met goede voorzieningen. Mobiliteit kent een verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektriciteit. Elektrische mobiliteit wordt gefaciliteerd door voldoende openbare laadmogelijkheden. o We ontmoedigen vrachtverkeer dat op fossiele brandstoffen rijdt in de kernen om uiteindelijk dit terug te brengen tot een kleine groep uitzonderingen. De gemeente geeft het goede voorbeeld door dit als eis te stellen bij de gunning van bijv. infrastructurele werken. o We verkennen of het parkeren voor dit verkeer met minder ruimtebeslag kan, door bijvoorbeeld ondergronds te parkeren. o We voeren om te beginnen milieuzones in voor vrachtverkeer in de kernen.

Onze kernen hebben een aantrekkelijk en vitaal dorpscentrum •

We zetten in op dorpscentra met een passende mix van wonen, werken, ontmoeten en verblijven o We wijzen compactere dorpscentra per kern aan om de vitaliteit te waarborgen. o Hiermee willen we de dreigende leegstand van de detailhandel tegengaan.

36

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie •

o We stimuleren werkconcepten waar werken en ontmoeten centraal staat. We zetten in op het behoud van het dorpse karakter. o Dit doen we door middel van een passend (basis) aanbod van voorzieningen te waarborgen. o Lokaal kopen stimuleren we hier. o Met de realisatie van goede (basis) voorzieningen, beperken we onnodige vervoersbewegingen en zetten we zo in op een reductie van de CO₂ emissies.

We geven ruimte aan inwonersinitiatieven Wanneer we alle ambities waar willen maken dan kunnen we dat alleen samen met inwoners en ondernemers, naast de gebruikelijke samenwerking met (overheids)professionals. •

(Zichtbare) betrokkenheid van inwoners bij de kernen stimuleren we. o We stimuleren inwonersinitiatieven door het beschikbaar stellen van kennis en het bieden van procedurele en financiële ondersteuning indien ze bijdragen aan de in deze visie gestelde ambities. o Initiatieven van inwoners om tiny houses, mantelzorgwoningen of knarrenhofjes aan het huidige aanbod toe te voegen zijn welkom. o De gemeente wil een cultuuromslag maken, naar een ja, mits benadering bij initiatieven van inwoners en ondernemers, conform de geest van de Omgevingswet. En laten een “nee-tenzij” benadering zoveel mogelijk tot het verleden. Dit heeft tijd nodig en vraagt om een nieuwe verhouding tussen overheid en inwoners & ondernemers

Onze kernen zijn onderdeel van een veilige leefomgeving •

•

In onze dorpskernen is de omgevingsveiligheid goed geregeld o We werken samen aan een veilige fysieke leefomgeving; o We bouwen met voldoende afstand tot risico’s; o We zorgen dat bouwwerken en de omgeving bescherming bieden; o Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; o De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; o Inwoners, werknemers en ondernemers zijn bekend met risico’s en weten hoe te handelen; o Veiligheidsvoorzieningen in de zorg zijn toegankelijk voor en afgestemd op inwoners en bezoekers. Uit de aantrekkelijke inrichting spreekt betrokkenheid o Een aantrekkelijke inrichting maakt de betrokkenheid van inwoners, ondernemers en gemeente zichtbaar. En daarmee draagt het bij aan de beleefde veiligheid. o Leegstand pakken we actief aan door gezamenlijk met partijen (breed) te zoeken naar andere (tijdelijke) functies. o De toename aan gemotoriseerd verkeer, door meer bedrijven en meer inwoners, leidt tot onveilige situaties in de kernen. Ook de verkeersdruk in de kernen vormt voor de inwoners en de ondernemers een ergernis. Tegelijkertijd geeft de toename aan bezoekers ruimte aan vitale ondernemingen en levendige kernen. Partijen gaan samen werken aan een innovatieve herinrichting van de openbare ruimte.

o Met het inrichten van Groene Gezonde Structuren dragen we zorg voor een buitenruimte waar gezondheid, veiligheid en natuurbeleving samen komen

37

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie •

In het buitengebied werken we aan perspectief voor landbouw en passende vormen van bedrijvigheid. In een florerend buitengebied is er immers weinig leegstand en wordt de kans op ondermijning kleiner. o Met nieuwe verdienmodellen, die we snel mogelijk maken, zorgen we dat het buitengebied vitaal blijft en we leegstand, verloedering en ondermijning voorkomen. o We geven agrarische ondernemers in het dekzandgebied ruimte om te innoveren en te groeien, onder meer door een groter bouwblok, zodat stallen op een brandveilige afstand van elkaar staan. We ondersteunen vitale agrarische ondernemingen om te verplaatsen naar het dekzandgebied, zodat op de Peelhorst en in het beekdallandschap ruimte ontstaat voor natuurinclusieve landbouw of natuurbeheer en klimaatadaptief beheren door boeren.

Verwijzingen naar andere hoofdstukken •

•

Voor leefbare kernen is een gezonde leefomgeving een essentieel onderdeel. De ambities die we hiervoor hebben zijn beschreven bij het thema gezonde leefomgeving. Voor leefbare kernen is een goede omgang met onze gezamenlijke identiteit van toegevoegde waarde, daar gaan we in het hoofdstuk landschap en erfgoed nader op in.

38

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

Thema Klimaatbestendig en (herstel) biodiversiteit Door anders om te gaan met onze omgeving bereiden wij ons voor op een toekomst met extremere weersomstandigheden en werken we aan het herstel van biodiversiteit Het klimaat verandert waardoor de weersomstandigheden extremer worden. We krijgen vaker te maken met droogte, hitte en langdurige periodes van regen en extremere piekbuien. Dat vraagt om aanpassingen in de openbare ruimte. Ook zien we dat de biodiversiteit afgelopen decennia drastisch is afgenomen, terwijl biodiversiteit cruciaal is voor al het leven op aard inclusief de mens. Verdrogingsaanpak | Elke druppelwater in Bernheze moet bijdragen aan de opgave van verdroging Klimaatverandering | De provincie Noord-Brabant geeft in beleid uit 2021 aan, dat het rekening houdt met een toename van 8 tropische dagen met tempraturen boven de 30 graden, 1 dag >25 mm neerslag, en een neerslagtekort van 200mm in 2020 naar 18 tropische dagen, 4 natte dagen en 300mm neerslagtekort door klimaatverandering. Dit vraagt om klimaatadaptieve maatregelen die hierop anticiperen. Zie ook het rapport ‘Zonder water geen later’ (Feit/trend)

Keur van het Waterschap Aa en Maas Waterbeheersplan 2022-2027 Waterschap Aa en Maas (zie kaartje hieronder) met noodzakelijke grondwaterpeilverhogingen Water en bodem sturend Ministerie (27-03 besproken in 2e kamer) Brabants programma landelijk gebied (nog in ontwikkeling, verwacht in zomer 2023 Brief van het rijk mbt Nationaal programma landelijk gebied - Klimaatproof Brabant | Brabant is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht (De kwaliteit van Brabant Visie op de Brabantse leefomgeving, december 2018). Daarvoor is het nodig dat Brabant in 2020 al klimaatbestendig en waterrobuust handelt en in 2030 de eerste grote gebiedsopgaven gerealiseerd zijn. Daarvoor zetten we in op klimaatslimme verstedelijking (het combineren van de woningbouwopgave met de klimaatopgave), klimaatbestendig beekdallandschap (met stromende, kronkelde ondiepe beken om zoveel mogelijk water vast te houden en te bergen in de bodem op de hoge zandgronden) en robuust rivierlandschap (een landschap dat om kan gaan met hogere waterstanden). (Beleidsdoel)

• •

een reductie van de hoeveelheid stikstof in de atmosfeer in 2030 met 50%

•

Biodiversiteit | In de vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) is door de Eu vastgesteld hoe we de biodiversiteit zo kunnen herstellen en versterken op een manier dat op termijn de condities zodanig zijn dat alle beschermde soorten en habitats in goede staat kunnen voortbestaan en tussentijds niet verslechteren." Het doel is dat dit in 2050 is bereikt in combinatie met een halvering van onze ecologische voetafdruk (NOVI, 2019). In 2020 zijn de doelen niet gehaald, in 2030 moeten we op 65 % zitten om in 2050 de 100% te halen, deels buiten de bestaande natuurgebieden (Agenda Natuurinclusief). (Beleidsdoel)

•

Biodiversiteit | Om de biodiversiteit te verbeteren is een reductie van de hoeveelheid stikstof in de atmosfeer belangrijk. De overheid heeft zich beleidsmatig verplicht (Naar een uitweg uit de stikstofcrisis, PBL, 2021) aan de afspraak dat in 2020 op 25% van het areaal de kritische depositiewaarden . (*'de hoeveelheid depositie die een intact ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder dat significante schade optreedt aan de structuur of het functioneren van dat systeem') niet worden overschreden. Dat dient in 2030 50% te zijn. (Beleidsdoel)

Bossenstrategie | Het aanplanten van extra bomen is een interessant instrument om klimaatbestendig te worden en de biodiversiteit te herstellen. De provincie Noord-Brabant (Brabantse Bossenstrategie, 2020) wil voor 2030 13.000 ha nieuw bos aanleggen bos ten opzichte van 2020 (70.000 ha). Bovendien wil de provincie van de huidige 70.000 ha, 60.000ha geleidelijk te vernieuwen en daarmee klimaatbestendig en brandveilig te maken voor 2050. Daarvan wordt 35.000 ha multifunctioneel productiebos en de rest hoogwaardige natuurbossen. (Beleidsdoel)

39

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

40

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

41

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie Water en bodem sturend We hanteren het principe van water en bodem sturend voor de ruimtelijke keuzen in Bernheze. Dit moet leiden tot toekomstbestendige inrichting en beheer en tot logische keuzen, bijvoorbeeld bij het bouwen van woningen en inrichten van het watersysteem. De klimaatonderlegger (zie kaart XXX) is daarbij een belangrijke leidraad. Het principe van water en bodem sturend heeft tot gevolg dat we: •

• • • • • •

Niet bouwen in de lagere delen nabij de kernen, maar aansluiten bij de hogere dekzandruggen, omdat we de lagere gebieden bij de dorpskernen reserveren voor waterberging afkomstig uit de dorpskernen bij extreme regenval Beplantingskeuze in het openbaar groen laten afhangen van bodemtype en beschikbaarheid van water. Mogelijkheden voor verschillende typen (kringloop)landbouw en de transitie van de landbouw baseren we op de kansenkaarten. Waterbeschikbaarheid en overlast bepaalt mogelijkheden van gronden voor teelt gewassen Kwelwater gebieden koesteren en zodanig inrichten dat de natuur de ruimte krijgt Herstel van wijstgronden als internationaal kenmerkend geologische verschijnsel op de breuklijnen. Infrastructuur zodanig inrichten dat het watersysteem en de natuurlijke kenmerken beter tot z’n recht komen.

Ons watersysteem richten we in op het vasthouden van water •

We houden meer water vast Het centrale principe: Elke druppel water in Bernheze willen we in Bernheze vasthouden en tegelijkertijd een verbetering van de waterkwaliteit bereiken. Daar zijn we het met elkaar over eens. Het waterschap heeft hierin het voortouw. o Het water houden we vast door hettoestaan van hogere (grond)waterpeilen. Het grondwaterpeil in de Peelhorst moet eigenlijk gemiddeld met minstens 50 cm omhoog. Dit betekent o.a. dat we al het regenwater op de Peelhorst vasthouden. We vragen het waterschap eerst te onderzoeken wat de effecten hiervan zijn, zoals het risico op nattere kelders, schade aan ondergrondse infrastructuur en de effecten op de landbouw. De grondwaterstanden verhoogt het waterschap op korte termijn al met 35 cm in de Peelhorst door bijv. het afdammen van sloten, verondiepen van sloten, aanleggen van waterbergingsgebieden en het herstel van de wijstgronden. Waar mogelijk zorgen we dat schoon regenwater uit de kernen Nistelrode en Heesch, met technische voorzieningen, in de Peelhorst blijft (ten oosten van de Peelrandbreuk). In het dekzandlandschap verhoogt het waterschap om te beginnen de

42

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie grondwaterstand met 20 cm en in het beekdallandschap met 10 cm.

We vergroten de sponswerking van de bodem. Dit doen we door meer organische stof toe te voegen, meer bos en beplanting aan te brengen (beter doorwortelde bodem), en het bodemleven betere kansen te geven. o Door de teelt en de functie van het land het peil te laten volgen en niet andersom. o We onttrekken minder (grond)water en beginnen met het uitfaseren van beregeningsinstallaties en grondwaterpompen, op plaatsen waar watertekorten zich dreigen voor te doen. (voorzorgprincipe) o Tegelijkertijd willen we dat de inwoners de beschikking hebben over voldoende drinkwater. Voor de drinkwaterwinning, het waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied in Bernheze hanteren we het voorzorgprincipe. Dat houdt in dat we geen enkele activiteit toestaan, die de drinkwaterwinning in gevaar kan brengen. Bij twijfel of gebrek aan kennis staan we de activiteit ook niet toe. We geven beken en watergangen meer ruimte. Het waterschap neemt hierin de lead.

o We herstellen historische waterlopen en sloten o We laten beken en andere waterlopen (weer) meanderen o We richten natuurvriendelijke oevers in o Waar ruimte is realiseren we nevengeulen o We reserveren ruimte voor natuurlijke overstromingsgebieden nabij de beken en watergangen o Overtollig regenwater uit de kernen slaan we zoveel mogelijk op in de kernranden/groen-gezonde cirkels, voordat het in de stelsel van beken, watergangen en sloten komt, zodat het een aanvulling is op het grondwater. o We sluiten hierbij aan bij het concept van groen-blauwe mantel van de provincie. Binnen Groenblauwe mantel is het beleid gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem en de ontwikkeling van landschap en natuur. We creëren meer ruimte voor (tijdelijke) waterberging van regenwater en stimuleren dat grondeigenaren en inwoners daarin ook een eigen verantwoordelijkheid nemen. o Op daken o Onder verhardingen, zoals terrassen en parkeerplaatsen of het toepassen van halfverharding o

•

•

43

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie In tuinen en de openbare ruimte zorgen we met een groenere en waterbergende inrichting voor meer infiltratie in de bodem en koppelen/wateren we regenwaterafvoer bewust af op het groen om het riool te ontzien. o We realiseren meer ruimte voor water via wadi’s, vijvers en zaksloten voor meer ruimte voor water. o Ook verkennen we de mogelijkheid om via het herstel/gebruik van breuklijnen en wijstgronden meer water vast te houden. o Pas als alle mogelijkheden van waterberging zijn uitgeput in de dorpskernen kan het water in het regenwaterstelsel stromen (primair bovengronds, secundair ondergronds om vervolgens in de randen van de dorpskernen in tijdelijke waterbergingsgebieden op te slaan. o Met het waterschap en de provincie hebben we de potentiële waterbergingsgebieden in het landbouwgebied aangeduid, die kunnen volstromen bij wateroverlast. In het Aa-dal zijn er mogelijkheden om meer langdurig water op te vangen in bergingsvijvers, door de aanwezige leemlagen. Het waterschap onderzoekt welke kansen aanwezig zijn om hier zelfs (tijdelijke) zwemvijvers te ontwikkelen. We behouden de mogelijkheid om af te voeren o Met het inrichten van de buitenruimte op het meer vasthouden van water, wordt de buffer groter. Om wateroverlast tegen te gaan, moeten de mogelijkheid om in uitzonderlijke situaties af te voeren blijven.

o We zorgen voor een doelmatige inzameling van afvalwater en zien afvalwater steeds meer als een grondstof. o We bouwen het rioolsysteem om naar een gescheiden stelsel. De snelheid is mede afhankelijk van het gemeentelijke investeringsprogramma en mogelijk derde geldstromen. o We maken het aantrekkelijk voor bewoners en bedrijven om water op eigen grond en op gebouwen op te slaan en te infiltreren in de bodem. Dat is altijd de eerste oplossing. Daar waar een gescheiden rioolsysteem wordt aangelegd verleiden we, bijv. door financiële tegemoetkoming en prikkels, particuliere grondeigenaren gelijktijdig met het aanleggen van het regenwatersysteem aan te sluiten op dit systeem, dat alleen bij extreme regenval beschikbaar komt. Waterschap en gemeente werken hierin samen. o Het waterschap vragen we te onderzoeken wat de gevolgen zijn van peil gestuurde drainage en het dempen van sloten op de hydrologische balans van een gebied. o

•

We realiseren aangename plekken rekening houdend met extreme weersomstandigheden •

We houden meer rekening met hitte in onze openbare ruimte o In iedere kern hebben we in 2030 tenminste een grotere aaneengesloten groene koelte plek. Elk huis moet een grotere aangename koelte plek hebben binnen een loopafstand van 150 meter. Binnen 500 meter moet een groter gebruiksgroen beschikbaar zijn. o We ontwikkelen gezonde klimaatstraten als onderdeel van de groene gezonde structuren, waar bewoners koelte door schaduw en water in een natuurlijke omgeving kunnen vinden bij grote hitte. o Waar waterlopen en beken aanwezig zijn, richten we deze op termijn in als veilige zwemlocatie, indien de waterkwaliteit voldoet aan de kwaliteitseisen, waarvoor de provincie verantwoordelijk is. o Naaldbos in de nabijheid van woonwijken vormen we met prioriteit om naar gemengd en natuurlijk loofbos

44

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie •

Grote bomen met een groot bladerdek in de kernen beschermen we, zodat er voldoende schaduw is bij hittedagen

We herstellen de biodiversiteit •

•

We beschermen en herstellen wat we hebben o Onze zandwegen beschermen we strikt en versterken de ecologische kwaliteiten. Alle zandwegen zijn in 2050 aantrekkelijk voor de biodiversiteit en staan in verbinding met andere natuurgebieden. Dit betekent ook dat we verkeersaantrekkende ontwikkelingen niet meer toestaan. Zandwegen zijn tevens aantrekkelijk als wandelroute in de GGS en vormen daarmee een bijzondere toeristische kwaliteit. o Bestaande houtwallen, lanen, oudere bomen (> 50 jaar) en monumentale bomen, beken en andere watergangen, zandwegen, natuurgebieden, ecologische verbindingen en de voor natuur belangrijke “donkerte” beschermen we. o Pesticide gebruik in het openbaar groen en op pachtgronden van de gemeente gaat naar nul. Het openbaar groen beheren we in 2025 100% ecologisch en klimaatadaptief, o Om de biodiversiteit te verbeteren is een reductie van de hoeveelheid stikstof in de atmosfeer belangrijk. Dat dient in 2030 50% te zijn o Activiteiten als bouwen, windenergie, zonneparken, intensiveren van de landbouw en andere activiteiten die de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit laten verminderen zijn in het buitengebied van het hele beekdallandschap en de Peelhorst doorgaans niet meer wenselijk. Als ze desondanks toch worden toegestaan, dan alleen onder de voorwaarde dat ze ook veel kwaliteit voor biodiversiteit en landschap toevoegen.

o Het landschapspark incl Hooge Vorssel dat als groene buffer tussen Oss en Heesch ligt ontwikkelen we door als natuur-, recreatie-, en ‘gezond-voedsel’-gebied (bron verstedelijkingsakkoord) o Weidevogelgebieden, dassenburchten, roofvogelbroedplaatsen en andere rust-, broed- of foerageergebieden beschermen we met het oog op ‘een gunstige staat van instandhouding van soorten’ cf de Omgevingswet, de provinciale verordening en de Vogel- en habitatrichtlijn. De gemeente gaat daar meer op toezien. o In de stuifduinen bij De Berg brengen we de recreatiedruk terug, door nieuwe aangrenzende groengebieden te ontwikkelen en zo de natuurwaarden te vergroten. We ontwikkelen nieuwe gebieden o We vergroten het areaal waar biodiversiteit de ruimte krijgt, zoals in natuurgebieden, op agrarische percelen, in tuinen en in de openbare ruimte. o De groene buffers tussen de dorpskernen met Oss, Uden en Veghel versterken we met een natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting, cf het verstedelijkingsakkoord. o Met subsidies van de provincie we herstellen het coulisselandschap en zien kansen voor houtwallen, lanen en oude bomenrijen, (oude) hagen en bloemrijke akkerranden (bij voldoende geld kunnen we 75 % van de randen van akkers en weilanden insectvriendelijk inrichten), waarbij we zorgen voor voldoende waard- en drachtplanten. Wanneer we doorpakken is in 2030 al 40 % ingericht.

Bij de agrariërs is de bereidheid volop aanwezig. Bij deze vernieuwde inrichting kiezen we voor inheems regionaal plantmateriaal. o We vergroten het natuurgebied in de Peelhorst fors met nieuwe bossen, bloemrijke agrarische gronden, herstel van de wijstgronden, waterberging en waterbuffers. De provincie en het waterschap hebben hierin de lead. We verwachten immers nieuwe

45

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

•

•

geldstromen, deels vanuit de EU en het rijk, voor klimaat, biodiversiteit en waterkwaliteit. Dat kan oplopen tot honderden hectares. o Dat geldt ook voor het beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf. Het waterschap heeft hierin de lead bij het vergroten van het areaal water en oevers en andere natuur. o Hydrologisch interessante gebieden zoals de wijstgronden en de kwelgebieden reserveren we voor natuurlijke ontwikkeling. o Groenontwikkeling binnen en nabij de dorpskernen is een primaire verantwoordelijkheid voor de gemeente, in het buitengebied ligt dat primair bij het rijk, provincie & waterschap, tenzij het nu al eigendom is van de gemeente of particulieren. o We creëren nieuwe verbindingen tussen gebieden, zodat het leefgebied van verschillende soorten vergroot. Dit doen we onder meer via het NatuurNetwerkBrabant (NNB) en andere natuurlijke blauw-groene verbindingen, zoals de Groene-gezonde-structuren. o We veranderen waar mogelijk verharding naar groen, onverhard of halfverharding. Onnodige verharding (bv. bij brede wegprofielen of dubbele voetpaden) verwijderen we. We kijken of we de parkeernorm stapsgewijs kunnen verlagen van 2 naar 1,6 voor meer groen. Zodra we een buurt of weg gaan herinrichten benutten we dit om meer groen toe te voegen en ontbrekende schakels in de groene gezonde structuren aan te vullen.

We richten onze omgeving met meer natuurlijke diversiteit in o We sluiten zoveel mogelijk aan bij het landschap en de natuurlijke variaties daarin. Water en bodem worden leidende principes voor de ruimtelijke inrichting en het herstel van biodiversiteit. o Waarbij we meer afwisseling stimuleren met glooiingen, afwisseling tussen hoge en lage beplanting en waterrijk en droge gebieden. Waar we kansen zien in de bodem, waterhuishouding of cultuurhistorie om meer variatie in het landschap te brengen doen we dat. Zo geldt voor de dekzandgebieden dat hier kommen en hagen in zijn gelegen. De Bleken biedt bijvoorbeeld ruimte voor Dassen, weidevogels en trekvogels. o In het beekdalsysteem en andere watergangen versterken we de biodiversiteit door meer meanders, natuurvriendelijke oevers, bloemrijke hooilanden, moerassen en moerasbos. In 2027 is het hele NatuurnetwerkBrabant ingericht en zijn door meekoppeling met nieuwe klimaatadaptieve initiatieven gronden van het waterschap (bovenop de EVZ’s) extra ecologisch ingericht. o Bij de keuze voor beplanting kiezen we zoveel mogelijk inheems, gebiedseigen en divers. In plaats van strak gemaaid monotoon gazon in het openbaar groen kiezen we bijvoorbeeld vaker voor bloemrijke hooilanden. o Soorten die minder water verdampen en lang CO2 vasthouden krijgen de voorkeur.

Dit betekent bijvoorbeeld dat we naaldbomen via een natuurlijk proces en geleidelijk uitkappen vervangen door (inheemse) loofbomen, hooiland, heide of andere natuurdoeltypen. De nieuwe gebieden en de andere inrichting geven we zoveel mogelijk in samenhang vorm o In Heeswijk-Dinther bijvoorbeeld, verbinden we ecologisch, recreatief en hydrologisch meer met de Aa, de Leijgraaf en omliggende bosgebieden. De Abdij van Berne, Kasteel Heeswijk en de omliggende historische boerderijen en andere historische relicten worden onderdeel van het eco-hydrologische systeem van de Aa en Heeswijk-Dinther. Landschapselementen, natte hooilanden en zaksloten maken dit zichtbaar. Regenwater afvoer wordt hierbij in 2030 voor 80 % geregeld via zaksloten. o De Peelhorst versterken we in kwaliteit met nieuwe bos- en natuur op vrijgekomen landbouwgronden en pachtgronden in eigendom van overheidspartners. De provincie

46

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie heeft hier het voortouw. De Peelhorst (tot en met de Peelrandbreuk) wordt sterk verbonden met het natuurgebied de Maashorst. We zien dit als de ‘levendige schil’ rond het natuurgebied. We zien hier ruimte voor natuurontwikkeling, recreatie, bosontwikkeling, klimaatadaptatie, natuurinclusieve landbouw en dergelijke. Activiteiten als bouwen, windenergie, intensiveren van de landbouw en ontwikkelingen die de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit verminderen zijn dan niet meer wenselijk. . •

We beheren onze omgeving anders o We beheren ecologisch en stellen de biodiversiteit centraal o Bij vervanging van openbare beplanting vormen we de leefomgeving om naar meer biodiversiteit en gebiedseigen soorten

We worden energieneutraal, met oog voor ons landschap •

We passen hernieuwbare energiebronnen landschappelijk in o Zonnepanelen leggen we primair op daken en secundair op (landbouw)grond en zorgen vervolgens dat deze het landschap en de biodiversiteit netto versterken o Grondgebonden zonnepanelen combineren we zoveel mogelijk met andere functies, zoals natuur en recreatie. Na 25 jaar geven wij de voorkeur aan het veranderen van de activiteit van energieopwekking met een zonnepark naar natuur. Dit stelt eisen aan de inrichting van het zonnepark. o Windturbines richten we natuurinclusief in, zodat de kans op aanvaringen met vogels minimaal is (bijv.’n zwarte wiek en bij vogeltrek stil zetten van de wieken) o We verkennen alternatieven voor windenergie die beter passen in het landschap, zoals lokale energieopwekking, biogas en geothermische energie.

Bewustwording en gedrag Inwoners en ondernemers willen we verleiden tot een meer duurzaam gedrag. •

• •

•

We communiceren over onze grotere bijdrage aan positieve bijdragen van ruimtelijke ontwikkelingen aan ecosysteemdiensten, zoals (schoon) drinkwater, bestuiving, waterberging, bodemvruchtbaarheid, reinigend vermogen van de bodem, het water en de lucht en groene recreatie. o We leggen uit waarom we kiezen voor meer divers groen in plaats van enkel gazongras, zodat de bijdragen van het groen aan ecosysteemdiensten veel groter zijn. o We verschuiven de focus op de kosten van het groen, naar de bijdragen die het levert aan gezondheid, klimaat en biodiversiteit en communiceren daar over. We zorgen dat inwoners inspirerende praktijkvoorbeelden kunnen zien van duurzaam wonen en leven, zoals https://www.breda.nl/informatiecentrum-greenhopper We zorgen ervoor dat reststromen zo hoogwaardig mogelijk worden verwerkt en terugkeren in de keten. Consumenten en bedrijven verminderen het restafval met tenminste 50% in 2040. Bernheze test nieuwe, innovatieve manieren om afval in te zamelen en te verwerken. We laten zien dat we trots zijn op het toeristisch recreatief product van het beekdallandschap, natuur, het erfgoed (Kasteel, Abdij, Molen etc.) en de oude kernen om de waardering te vergroten.

47

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie •

Met financiële en communicatieve stimulansen gaan we samen met inwoners en ondernemers werken aan een beter klimaat, circulair bouwen en ondernemen, klimaatadapatieve maatregelen, meer biodiversiteit etc.

48

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

Vitale en duurzame landbouw & economie Onze economie is toekomstbestendig, de landbouwtransitie geven we vorm en we zijn een voorbeeld van hoe het anders kan. Opgaven die niet ter discussie staan - Circulaire economie: norm van 50% niet primaire grondstoffen te gebruiken in 2030 - Transitie Landbouw | De landbouw is een belangrijke economische factor die - mede door geïmporteerd veevoer - veel exporteert. Tegelijk heeft de landbouw als grootste ruimtegebruiker nog te veel een negatieve impact op de kwaliteit van de leefomgeving (bodem, water en lucht) en biodiversiteit en daarmee op het welbevinden van de Brabanders en het vestigingsklimaat volgens de Brabantse omgevingsvisie. (Feit/trend) - Transitie landbouw | De komende jaren is de verwachting dat in de landbouw veel gaat veranderen. De provincie NoordBrabant toont in haar ontwikkeling en prognose van oktober 2021 dat de verwachting is dat het aantal kleine agrarische bedrijven (<100.000€) afneemt van 3250 in 2020 naar 1000 in 2040. Het aandeel middelgrote bedrijven neemt af van 4500 in 2020 naar 2000 in 2040. Terwijl het aantal grote bedrijven (>1.000.000€) toeneemt van 1100 in 2020 naar 2000 in 2050. Voor het totale areaal grasland en groenvoedergewassen is de verwachting dat dit afneemt van ca. 145.000 ha in 2020 naar ca. 115.000 ha in 2040.

Verder is de verwachting dat in de periode van 2020 tot 2040 het aantal varkens in de provincie afneemt van 5,7 milj. naar 5 milj. , de hoeveelheid rundvee halveert naar 300.000 en het aantal kippen afneemt van 260 miljoen naar 200 miljoen. (Feit/trend)

- Transitie landbouw | In de Greendeal van de EU is afgesproken dat de streefwaarde is dat in 2030 25% van het totale areaal biologische landbouw betreft. In 2020 was dat in Europa nog 7,7% en in Nederland 4,1%. (beleidsdoel)

49

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie Halveren van de stikstof depositie landbouw, industrie en verkeer in 2030 Klimaatdoelen in 2035 CO2 neutraal | De provincie heeft in 2018 in provinciaal beleid vastgesteld dat Noord-Brabant in 2050 100% CO2 neutraal is. De aangegeven tussenstap daarbij is dat dit in 2030 50% is. (Beleidsdoel) Biodiversiteit| gunstige staat van instandhouding van bedreigde diersoorten buiten de natuurgebieden (vogel- en habitatrichtlijn) KRW in 2027 bereikt Voedselproductie is een belangrijke economische functie van grondgebruik areaal biologische landbouw betreft. In 2020 was dat in Europa nog 7,7% en in Nederland 4,1%. (beleidsdoel)

Regionale Energiestrategie NOB met de doelstelling van 1,6 TWh duurzame opwerk in 2030 door middel van zonne- en windenergie. Deze regionale doelstelling is voor elke gemeente vertaald naar een lokale RES-opgave. Voor de gemeente Bernheze bedraagt deze 0,06 TWh waarvan 0,04 TWh nog te realiseren. Let op: de opgave voor na 2030 is vele malen groter. CO2 neutraal | De provincie heeft in 2018 in provinciaal beleid vastgesteld dat Noord-Brabant in 2050 100% CO2 neutraal is. De aangegeven tussenstap daarbij is dat dit in 2030 50% is. (Beleidsdoel) - Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden Nederland als koploper in kringlooplandbouw (ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit): kringlopen van grondstoffen en hulpbronnen zijn in 2030 op een zo laag mogelijk – nationaal of internationaal – schaalniveau gesloten en Nederland is koploper in kringlooplandbouw - Koersnotitie RNOB ‘Transitie landbouw op dreef’ (colleges en het dagelijks bestuur hebben ingestemd met deze koersnotitie): Ambitie Bestuurlijke Kopgroep Transitie Landbouw “Op weg naar een toekomstbestendige voedselproductie die bijdraagt aan een goed woon-, werk- en leefklimaat in het buitengebied (zonder het streven naar een emissievrije veehouderij los te laten)”.

Op basis van gebiedswaarden (bodemkenmerken en water, natuurwaarden, geografische kenmerken, verstedelijkingsopgaven) worden vanuit de transitie landbouw vier gebiedstypologieën onderscheiden. De gezamenlijke overheden binnen RNOB geven per gebied aan welke agrarische activiteiten (zie blz 18 van Koersnotitie Transitie landbouw op dreef voor de verschillende typologieën) daarin mogelijk zijn.

De landbouw is een belangrijke economische drager in Bernheze. Dat willen we graag zo houden. Daarbij zien we dat het huidige intensieve landbouwsysteem op onderdelen toe is aan een transitie. We hebben oog voor de nadelige gevolgen van de intensieve landbouw en hebben daarnaast ook te maken met veranderende omstandigheden door klimaatverandering. Andere (innovatieve) manier van landbouw bedrijven met meer oog voor de omgeving en het welzijn van mens en dier is een actuele maatschappelijke wens. De agrarische ondernemers zijn creatief en vindingrijk in het vinden van innovatieve oplossingen. De land- en tuinbouw is van wezenlijk belang voor onze voedselvoorziening, ons landschap, de sociale cohesie en leefbaarheid op het platteland. Daarom is het belangrijk agrarisch ondernemers duidelijkheid te geven over doelen en tijdpad en hen gericht te ondersteunen in de transitie naar kringlooplandbouw. Het eerlijke verhaal is daarbij ook dat niet alle agrarisch ondernemers door kunnen met hun onderneming, en ook niet altijd op de manier zoals iemand nu boert. We bieden nieuwe en aangepaste beleidsinstrumenten om grootschalige leegstand tegen te gaan en om ontwikkelende, veranderende en stoppende ondernemers perspectief te bieden. We zetten in op het volgende: - < de onderstaande kopjes invoegen>

50

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

51

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

52

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie We zijn een innovatieve toplocatie voor (grootschalige) voedsel- en grondstof-productie •

•

In het middengebied (dekzandgronden) zetten we in op (grootschalige) voedsel en grondstofproductie o Innovaties in de kennisintensieve, technologische grootschalige voedselproductie vinden hier hun plek passend bij de omgeving, waardoor we een koploper zijn in de regio. o De focus ligt daarbij op duurzame concepten die goed zijn voor de omgeving. o Dit kan, naast de grondgebonden vormen, ook (biologische) verticale landbouw zijn, die bijvoorbeeld op bedrijventerreinen een plek vindt. o We verwachten een verschuiving van vlees georiënteerde activiteiten naar de productie van (vleesvervangende) hybride producten, geprint- en kweekvlees of eiwitproductie. Om een duurzaam landbouwsysteem te bouwen, met een zo klein mogelijk landgebruik, is een transitie naar minder dierlijke eiwitten en meer plantaardige eiwitten ook mogelijk3. o Hierbij geldt bovendien dat de transitie hand in hand gaat met grondwater peilverhogingen, dat betekent dat de teelt moet aanpassen bij het peil. Zo wordt de landbouw minder afhankelijk van beregening en grondwaterpompen. In natte tijden staan we tijdelijk water op graslanden toe om het grondwater aan te vullen. o Daarnaast lijken de kansen voor de productie van biobased grondstoffen toe te nemen, met de stimulerende maatregelen van het rijk.

Dit willen we graag mogelijk maken, mits dit past bij het lokale peil en het ecologisch functioneren van het gebied. Deze koploperspositie bereiken we door het realiseren van een goed vestigingsklimaat en het samenwerken met kennisinstellingen o We bieden een goed vestigingsklimaat voor innovatieve (landbouw)bedrijven vanuit een ja, mits houding om duurzame innovaties te ondersteunen o Ondernemers krijgen ruimte om te innoveren, mits ze ook bijdragen aan maatschappelijke doelen. o We maken ook transities naar andere economische activiteiten mogelijk, omdat soms ook daar de innovatie in zit. o Indien nodig helpen we onze eigen agrariërs, die nu nog ondernemen in de Peelhorst of het beekdallandschap naar meer toekomstbestendige plekken in het dekzandgebied te verhuizen. Daar bieden we hen een flexibel bouwblok. We willen voorkomen dat ondernemers van buiten Bernheze marktverstorend werken. o We werken samen met kennisinstellingen & opleidingsinstituten, zoals de Hogere Agrarische School, de Wageningen University & Research en Technische Universiteit Eindhoven. o We bieden ruimte aan experimenten en het opschalen van ‘best practices’. Zeker als het gaat om innovaties die passen bij de condities in Bernheze (waterpeil en bodem). o We zetten in op een intensievere samenwerking in de regio door de focus te verschuiven naar een ketensamenwerking.

We zijn ook innovatief met andere (meer extensieve) vormen van landbouw •

In de Peelhorst en het beekdallandschap ligt op weg naar 2040 de focus op natuurinclusieve landbouwvormen in een kleinschalig landschap

3 professor Imke de Boer van Wageningen University & Research

53

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie Natuurinclusieve en innovatieve vormen van landbouw versterken het kleinschalige landschap in de Peelhorst en het beekdallandschap. o Voedseltuinen en -bossen krijgen hier een plek en beheren we in cocreatie met partijen die hier goed in zijn, zoals lokale agrariërs, natuurorganisaties, bewonerscollectieven en stichtingen. o De focus ligt op voedsel voor de lokale gemeenschap produceren, maar zetten producenten natuurlijk bij voldoende aanbod ook regionaal af. o Het concept van Herenboeren en andere vormen van gemeenschapslandbouw leent zich ook voor deze locaties. o Als streven is in 2030 15% van het landbouwoppervlak gevuld met biologische of regeneratieve landbouw. Dat is in lijn met de Europese en landelijke doelstelling. De verwachting is dat de extensieve landbouwvormen hieraan bijdragen, hoewel deze opgave niet exclusief dit gebied toebehoort. o Deze gebieden zijn van oorsprong de hoger gelegen gronden waar de bewoning als eerste tot ontwikkeling kwam. Ook nu zien we daar de meeste bewoning. de andere landbouwvormen mengen hiermee beter dan de reguliere landbouw vanwege de kleinere hindercomponent o Als gemeente geven we het goede voorbeeld op gebied van duurzaam en circulair inkopen . We schakelen over op 60-100% lokaal en biologisch inkopen om de kringlooplandbouw te stimuleren.

Tevens wordt lokaal inkopen de norm. We stimuleren partners (zoals de gemeenschapshuizen en partneroverheden) hetzelfde te doen. We experimenteren volop met nieuwe combinaties in de landbouw. o We faciliteren verbreding en vernieuwing in de agrarische sector. Een landbouwbedrijf dat inkomsten kan gaan halen uit andere bedrijfsprocessen dan alleen voedselproductie (verbreding), kan extensiveren en dan de principes van de kringlooplandbouw toepassen. Daarom bieden we de ruimte voor nieuwe combinaties vanuit een ja, mits principe. Ondernemers krijgen ruimte om te verbreden, mits ze ook bijdragen aan maatschappelijke doelen. o We onderzoeken de mogelijkheden voor verticale landbouw op bedrijfsterreinen als Heesch West of in de directe nabijheid ervan, met als oogpunt een duurzame en waterbesparende vorm van landbouw. o . o

•

We houden rekening met andere functies en beperken overlast •

We blijven ook in de toekomst een trotse agrarische gemeente en zijn op zoek naar een balans met andere functies en een realistisch verdienmodel. o Eenvoudiger om meerdere functies te ontplooien naast een agrarische bestemming o Om de agrarische activiteiten zo goed mogelijk te kunnen combineren met andere functies geven we in gebiedsgerichte programma’s onder de Omgevingswet perspectieven o We verwachten dat de komende jaren veel agrariërs stoppen. Vrijkomende erven hergebruiken we en benutten we om kwaliteit te behouden / toe te voegen aan het buitengebied. Deze erven bieden kansen voor nieuwe (gezamenlijke) kleinschalige woonvormen/-gemeenschappen.

•

We zoneren zorgvuldig en gaan gebiedsgericht te werk. o Nabij de kernen ligt de focus op natuur, gezondheid, klimaat en wonen en op meer afstand van de kernen ligt de focus op landbouw.

54

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie o o

o o

o o

•

In de landbouwgebieden in het dekzandgebied is binnen de wettelijke milieunormen meer mogelijk. We wijzen een groene-gezonde cirkel (GGC) rondom de kernen aan waar veehouderij en overlastgevende activiteiten op termijn verdwijnen4. Binnen deze zone, (incl de potentiële uitleglocaties), beginnen we zo snel mogelijk met het vrijwillig beëindigen of verplaatsen van veehouderij en overlast gevende bedrijven. Deze cirkel willen we wel benutten voor extensieve vormen van landbouw (voor lokaal voedsel), waterberging, alternatieve woonvormen en groen. We werken een visie op geurcirkels uit We stimuleren vrijkomende agrarische gebouwen binnen deze Groene Gezonde Cirkel rondom de kernen te transformeren naar nieuwe woonvormen voor verschillende doelgroepen. Dit kan bijvoorbeeld in combinatie met zorg(voorzieningen). We brengen oude en nieuwe landbouw samen op historische plekken om zo de geschiedenis van de landbouw te laten zien. We combineren en komen tot virtuele (innovatie)hubs voor transitie landbouw, bouw en energie, waar we experimenten en kennisuitwisseling faciliteren.

Gezondheidsschade en overlast door toedoen van de landbouw en dorpskernen voorkomen we, om zo bij te dragen aan een gezonde en veilige fysieke leefomgeving o We stimuleren een landbouw met meer aandacht voor gezondheid, biodiversiteit, luchtkwaliteit en een gezonde bodem en water. Goed voor de boer en goed voor de natuur. o Om de waterkwaliteit te verbeteren wordt de bron aangepakt. De waterkwaliteit is leidend en zal moeten toenemen, mede ivm de KRW eisen.. o We gaan lozing van rioolwater op oppervlaktewater dan ook tegen. o We verminderen geuroverlast en verbeteren de luchtkwaliteit o Daarnaast zien we ook mogelijkheden om met innovaties schadelijk uitstoot te verminderen. Dit kan bijvoorbeeld met drone technieken waardoor bemesting en gewasbescherming op maat mogelijk is. o Zwaar landbouwverkeer door de kernen vermijden we. o We verwachten dat onze agrariërs met innovaties ook andere maatschappelijke doelen tot stand brengen, zoals een bijdrage leveren aan biologisch voedsel, circulaire ketens, biobased verbouwen van grondstoffen, het verhogen van de biodiversiteit, klimaat en landschap en een productie zonder schadelijke bijwerking aan mens, natuur en bodem. o Het is voor boeren niet toegestaan om te vormen naar vormen van landbouw met een hoger niveau van werkzame stoffen bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden, zoals in de intensieve tuinbouw.

We werken toe naar natuurlijke plaagbestrijding. o Nieuwe vormen van extensieve landbouw op basis van ecologisch principes en zonder gifgebruik zijn in Bernheze meer dan welkom. Daarbij hoort bijv. ook een vermindering van kunstmestgebruik.

We zetten in op nieuwe verdienmodellen voor een vitale landbouwsector •

We stimuleren verdienmodellen rondom het versterken van de biodiversiteit en landschapselementen

4 De GGD adviseert een 1 kilometer zone rondom de kernen. Voor grootschalige geitenhouderij wordt de norm

van 2,5 km aangehouden, ivm luchtweginfecties.

55

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

•

•

•

•

•

o

Perceelsgrenzen, oevers en randen van waterlopen vormen een ecologisch netwerk in 2030, waar agrariërs van de provincie een redelijke vergoeding voor krijgen om deze klimaatbewust en ecologisch te beheren.

o

Agrariërs zijn onze beheerders van het landschap en zullen als eerste worden gevraagd het beheer tegen een redelijke vergoeding op zich te nemen. Dat geldt ook voor gemeentelijke eigendom.

We stimuleren verdienmodellen die bijdragen aan de waterberging o Landbouw die inzet op gewassen die water langer vasthouden zijn welkom. o Waterbergen bij grote regenpieken op grasland (bijvoorbeeld bij de Bleken). We stimuleren verdienmodellen met betrekking tot recreatie en toerisme o Voedselproductie zetten we in als toeristisch product. o We gaan agrariërs met een toeristische nevenactiviteit betrekken bij de communicatie over het Geopark Maashorst. o We benutten koppelkansen tussen het aanwezige erfgoed en het historische landschap. o Erfgoed en monumenten komen in het beekdallandschap veel voor en beschermen en herstellen we. Waar mogelijk doen we dit met hulp van de lokale (agrarische) ondernemers. o Daar waar toerisme en recreatie toeneemt moeten we (parkeer)voorzieningen voor fiets en auto aanpassen. We stimuleren de lokale productie van gezond voedsel o Agrariërs die omschakelen naar (gezonde) voedselproductie voor de lokale markt ondersteunen we. We stimuleren het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwen o We zien kansen voor het verbouwen van grondstoffen voor de biobased bouwindustrie, We zoeken naar mogelijkheden dat boeren een jaarlijkse vergoeding krijgen voor houtproductie, zoals dat in Duitsland al gebruikelijk is.

o We zetten in op het combineren van verbouwen van biobased grondstoffen, CO2 vastleggen en biodiversiteit We zien kansen voor verdienmodellen met de productie van duurzame energie o Agrariërs krijgen mogelijkheden om (gedeeltelijk) energieboer te zijn in het dekzandgebied met de opwekking van zonne- en/of windenergie. De productie van duurzame energie moet passen binnen en wordt gelimiteerd door de opwekopgave van de RES. o We reserveren de locatie De Bleken voor het realiseren van windenergie, indien blijkt dat zonne-energie niet voldoende hernieuwbare energie oplevert. Aanwonenden en agrariërs krijgen een aandeel in de opbrengsten van de windturbines. o In het middengebied of rondom de kernen zijn ook kansen voor het opwekken van zonne-energie met dubbelgebruik van landbouw, natuur, waterberging, en/of recreatie. Dubbelgebruik heeft gezien de ruimtedruk de voorkeur. o We onderzoeken hoe de opwekking van biogas in monovergisters kan bijdragen aan de energiebehoefte

We zetten in op hernieuwbare energie Bernheze valt onder de Regionale Energiestrategie-regio Noordoost Brabant, waarin iedere gemeente zelf een bijdrage levert in de opwek van duurzame energie. Bernheze maakt een bijdrage van 0,06 TWh elektriciteit mogelijk. Deze bijdrage wordt tot 2030 opgewekt door een combinatie van zon op dak en zon op land. Na 2030 komt er een extra opgave vanuit het Rijk, welke (voor het grootste deel) wordt gerealiseerd door zonne-energie. We houden de optie voor windenergie open. •

Grootschalige, duurzame energieopwekking vereist maatwerk omdat zij het aanzien van de omgeving verandert. Lokaal draagvlak is dan ook een van de voorwaarden voor het

56

Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie

•

•

•

• •

ontwikkelen ervan. Bewoners moeten op gepaste manieren bij keuzes worden betrokken en moeten mogelijkheden hebben om financieel mee te profiteren van de opbrengsten. Daarom willen we vijftig procent lokaal eigendom. De elektriciteitsinfrastructuur zal sterk moeten groeien vanwege de toenemende elektriciteitsvraag als gevolg van elektrificatie van warmte en mobiliteit. Elektrificatie leidt tot lastige ruimtelijke keuzes. o Grootschalige energieopwekking vraagt een grote ruimteclaim. We gaan zorgvuldig om met het landelijk gebied.; o Er zijn meer ondergrondse hoofdtracés nodig voor elektra; o Er zijn extra stations (van 2.000 tot 5.000 m2 per stuk) nodig, waaronder op het bedrijventerrein Heesch-West. o Een verdriedubbeling van het aantal middenspanningsruimtes (van 6 tot 10 m2 per stuk) is nodig in woonwijken. Deze richten we natuurinclusief en circulair in. o Collectieve opslag van warmte of elektriciteit doet een nog groter beroep op de ruimte. Functiecombinaties, bijv. door het ondergronds aanleggen van dergelijke voorzieningen in combinatie met groene gezonde structuren hebben onze voorkeur Het elektriciteitsgebruik gaat de komende decennia fors omhoog. Die toename moet worden beperkt door energiebesparing, efficiëntere technieken en energieopslag.

We maken het niveau van zelfvoorzienendheid zo groot mogelijk o Dat betekent dat we naast opwekken gaan experimenteren om energie op te slaan (is bovendien een kans als nieuw verdienmodel voor agrarische bedrijven) Hernieuwbaar, lokaal opgewekt en zelfvoorzienend of niet, besparen op energie blijft prioriteit nummer 1. We reserveren de locatie De Bleken voor het plaatsen van een aantal windturbines, indien op middellange termijn blijkt dat zonne-energie niet voldoende hernieuwbare energie oplevert. Aanwonenden en agrariërs krijgen een aandeel in de opbrengsten van de windturbines.

We koesteren en stimuleren lokale bedrijvigheid •

We zetten in op lokale bedrijvigheid in de kernen en versterken onderlinge relaties van sectoren door het aanwijzen van compacte dorpscentra per kern o Deze dorpscentra zijn een mix van werken, wonen, ontmoeten en verblijven. o Deze dorpscentra houden we vitaal door een basisaanbod van voorzieningen te waarborgen. o We stimuleren werkconcepten waar werken en ontmoeten centraal staat. o We realiseren een aantrekkelijk verblijfsklimaat voor ondernemers. o We gaan leegstand tegen van commerciële ruimtes in deze gebieden. o We zetten in op het behoud van commerciële plinten in de dorpscentra en gaan vrijkomende commerciële plinten niet achteloos herbestemmen naar wonen. Immers vitale en creatieve ondernemers maken de levendige kernen. o We concentreren voorzieningen in en rond het centrum en gaan versnippering tegen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=3712b7a1-c696-4470-8d03-43f3903bcf24