80% versie omgevingsvisie.docx
Tekst van het document
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
80% versie PARTNERVISIE LEEFOMGEVING BERNHEZE 2040 met een doorkijk naar 2050
Hoe 60 partners samenwerken aan de toekomst van Bernheze
Tevens de omgevingsvisie Bernheze conform de Omgevingswet
Versie 4.1 Datum: 10 mei 2023 Gemeente Bernheze
1
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
Inleiding Hoe een partnervisie en een omgevingsconvenant zorgen voor een gezamenlijke ambitie? Vanaf het begin van het proces om te komen tot een omgevingsvisie, werken we samen aan een toekomstbestendig Bernheze. Met ‘we’ bedoelen we de 60 partners die meewerkten aan deze visie. De gemeente is één van deze partners. Het hele proces vanaf medio 2021 tot 2024 werken onze partnerorganisaties, inwoners en ondernemers mee aan het tot stand komen van deze partnervisie op de leefomgeving van Bernheze in 2040 en een omgevingsconvenant.
Partnervisie leefomgeving Bernheze 2040 Op 15 februari 2023 verkenden we tijdens de derde dialoogsessie omgevingsvisie aan vijf thematafels wat we samen willen voor de gemeente Bernheze.. De omgevingsvisie, die voor u ligt, wordt een optelsom van de bijdrage van alle betrokken partners. Zo werken we aan een omgevingsvisie waarbij we overeenstemming hebben over de toekomst van Bernheze en wie wat uitvoert. De ondertekening van de intentieverklaring door alle deelnemers geeft vertrouwen. Vertrouwen dat we begin 2024 komen tot een gedragen omgevingsvisie waar iedereen naar vermogen aan wil bijdragen, waaronder de gemeentelijke organisatie. In de omgevingsvisie geven we aan welke toekomst we wenselijk vinden en hoe de initiatieven van onze partners ook een plek kunnen krijgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan initiatieven van het waterschap, rijkspartijen (bijv. De Regiodeal, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat), provincie, wooncorporaties, boeren en andere ondernemers. Daarnaast werken we aan een breed draagvlak voor de omgevingsvisie bij maatschappelijke organisaties. Daarom noemen we vanaf heden deze visie de partnervisie leefomgeving Bernheze 2040
Leeswijzer: Wat is de 80 % versie partnervisie leefomgeving Bernheze? Wat is een 80 % versie? Voor u ligt een eerste selectie uit de tussenrapportage “drie toekomstscenario’s voor Bernheze in 2040”. Deze ruwe selectie noemen we de 80% versie van de partnervisie. 80%, omdat onder andere: • er verschillende maatschappelijke opgaven nog niet (volledig) voorzien zijn van een antwoord; • de uitkomsten van de Omgevingseffectrapportage zeer recent in concept beschikbaar zijn gesteld; • de ambities nog een keer langs de lat gelegd moeten worden van wat het Rijk en de provincie voorschrijven of verwachten voor te schrijven in het kader van de Omgevingswet en welke beleidsvrijheid we dus als gemeente hebben; • de ambtelijke toetsing nog niet volledig is afgerond, nadat de opbrengst van onze partnerorganisaties in de dialoogsessie van 15 februari is verwerkt. Zowel t.a.v. wat zij zelf willen initiëren als t.a.v. wat zij een wenselijke toekomst vinden • de separate input van sommige organisaties nog niet geheel is verwerkt
2
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie Hoe is deze selectie tot stand gekomen? Het bureau Kragten, dat ons ondersteunt bij de omgevingsvisie en een ambtelijk team van de gemeente Bernheze hebben een selectie gemaakt van ambities uit de drie scenario’s, waar zij in eerste instantie enthousiast over zijn. Vervolgens is de opbrengst van de dialoogsessie verwerkt tot wat we nu de 80% versie noemen . Dialoogsessie 15 februari Doel van de 3e dialoogsessie was onder meer: • Consensus building Partnerorganisaties worden gevraagd met elkaar in dialoog te gaan en met gezamenlijke (verbeter) voorstellen voor de 50% versie van de omgevingsvisie te komen. Alle aanwezige partners hebben de intentieverklaring ondertekend, waarin ze hebben verklaart samen te willen werken aan de omgevingsvisie en het omgevingsconvenant • Minimale eisen Ophalen van de minimale eisen voor het ondertekenen van de omgevingsvisie en het omgevingsconvenant • Agree to disagree Toetsen waar het schuurt met de ambities van of tussen de partnerorganisaties (en waar dus bestuurlijke of ambtelijke vervolgactie op nodig is) • Comfort Voortzetten van de goede samenwerkingsfeer en daarmee de basis versterken van in co creatie werken aan de omgevingsvisie. “hier wil ik als partnerorganisatie bij horen!”
3
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
Hoofdstuk 1: Waarom een omgevingsvisie? 1.1 Omgevingswet: veranderingen vragen een nieuwe visie De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Deze wet verplicht elke gemeente een omgevingsvisie op te stellen. De omgevingsvisie is een strategisch beleidsdocument. Het huidige strategische beleidsdocument over de kwaliteit en ontwikkelingen buiten (de fysieke leefomgeving) is de gemeentelijke Structuurvisie ’Structuurvisie Bernheze’ uit 2010. Sinds deze structuurvisie in 2010 is geschreven is het een en ander veranderd. Zo hebben we te maken met een aantal opgaven die destijds niet of nauwelijks de beleidsagenda bepaalden. Denk hierbij aan thema’s als klimaatverandering, biodiversiteit, de energietransitie, een CO₂ neutrale samenleving, gezondheid en veiligheid. Trends en ontwikkelingen, die in de structuurvisie benoemd werden hebben zich inmiddels doorgezet of zijn opgelost. Deze veranderde context én de nieuwe Omgevingswet maken het noodzakelijk om de structuurvisie uit 2010 aan te passen. We vinden het als gemeente bovendien belangrijk om onze visie na een aantal jaar aan te passen aan de veranderde context. Een visie is namelijk geen blauwdruk voor de toekomst, maar een document gericht op ontwikkelingen.
1.2 Omgevingsvisie: een visie in samenhang voor de lange termijn De Omgevingswet verplicht alle overheidslagen – nationaal, provinciaal en gemeentelijk – een omgevingsvisie op te stellen. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld in 2020. De Provinciale Omgevingsvisie (POVI) van de Provincie Noord-Brabant is vastgesteld in 2018. Deze wordt ook wel de Brabantse omgevingsvisie genoemd. Nu is het de beurt aan gemeenten om een omgevingsvisie op te stellen. Ook in de gemeente Bernheze werken we hieraan. Dit nieuwe strategische document is de Omgevingsvisie Bernheze. We kijken vooruit naar het jaar 2040, met een doorkijk naar 2050. Deze visie richt zich op de kwaliteit en ontwikkeling buiten (onze fysieke leefomgeving) voor de lange termijn. De visie gaat over alles dat buiten aanwezig is en kijkt hiernaar in samenhang. Denk hierbij aan de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur (wegen, sporen, kanalen, bruggen et cetera), recreatie, landbouw en cultureel erfgoed. In de omgevingsvisie verkennen we hoe deze verschillende onderdelen zich in de toekomst ontwikkelen. Vervolgens kijken we hoe we deze onderdelen en hun ontwikkelingen op een zo wenselijk mogelijke manier in samenhang met elkaar kunnen ontwikkelen. Het motto van de Omgevingswet ‘ruimte voor ontwikkeling’, sluit hierbij aan.
1.3 De filosofie voor de omgevingsvisie in Bernheze: de omgevingsvisie voor Bernheze maken we samen! 4
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie We zien de omgevingsvisie als een belangrijk strategisch document. Een richtinggevend document voor de toekomst van de gemeente Bernheze en haar inwoners en ondernemers. In Bernheze werken we graag samen aan deze toekomst. Een toekomst die leefbaar en veerkrachtig is voor volgende generaties. Samen maken wij dus ook de omgevingsvisie voor Bernheze waarin deze toekomst beschreven is. “Wij” is dus iedereen die meewerkt aan de omgevingsvisie voor Bernheze. De gemeente Bernheze wil op deze manier laten zien dat we alleen door samen te werken en samen de schouders eronder te zetten we die betere toekomst kunnen bereiken. Inwoners (ook kinderen), ondernemers, medewerkers van overheden, politieke partijen en partnerorganisaties werken aan deze toekomstvisie voor Bernheze. Dit document is samengesteld uit wat is opgehaald uit bijeenkomsten waar iedereen aan heeft bijgedragen. Daarmee is dit document van iedereen, en is iedereen onderdeel van die “wij”. In 2021 verzamelden we al onze dromen, ambities en ideeën in het inspiratiedocument omgevingsvisie Bernheze. Wat we in het inspiratiedocument verzamelden vormde de input voor drie toekomstbeelden voor 2040. Deze toekomstbeelden noemen we ook wel toekomstscenario’s.
Deze toekomstscenario’s staan beschreven in het gelijknamige rapport ‘Drie toekomstscenario’s voor Bernheze in 2040’. Die toekomstbeelden en de reacties hierop gebruiken we om tot één omgevingsvisie te komen. Deze ene omgevingsvisie die we samen omarmen beschrijven we in dit document. Het document dat voor u ligt. Een omgevingsvisie, waar we allemaal voor willen tekenen. Allemaal, want het is niet aan de overheid om de toekomst alleen te bepalen. De beste toekomst bereiken we door samen te werken.
2. Omgevingsconvenant en governance In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de omgevingsvisie tot stand is gekomen en hoe de governance eruit ziet. Waarom een omgevingsvisie? ‘Een omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied.’ Voor Bernheze is dit de eerste keer dat we een integrale visie maken. Dat is ook nodig, omdat de druk op de openbare ruimte steeds groter wordt. Dan kun je niet meer volstaan met een optelsom van sectorale ambities. Je moet integraal, samen met elkaar, aan de slag. De omgevingsvisie is, onder de Omgevingswet, ook een verplicht instrument voor het Rijk, provincies en gemeenten. Het Rijk maakt een nationale omgevingsvisie, de provincie een provinciale omgevingsvisie en de gemeente een gemeentelijke omgevingsvisie. De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grens en bevoegdheid van een gemeente, waterschap of provincie. De verantwoordelijkheden en omgevingsvisies van andere bestuursorganen maken daarmee deel uit van de context van de zelf op te stellen omgevingsvisie. Goede samenwerking, afstemming en verbinding is dus van groot belang.
5
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie De omgevingsvisie is vormvrij, maar moet wel elektronisch raadpleegbaar zijn en voldoen aan de publicatiestandaarden in het digitale stelsel (DSO). Afhankelijk van ambities, tijdhorizon en thematiek kan daar op eigen wijze inhoud aan worden gegeven’ (VNG). Inhoudelijke scope van de omgevingsvisie Het nieuwe omgevingsbeleid stelt dat de rol van de overheid op het gebied van de fysieke leefomgeving verandert. Hier is een veel prominentere rol weggelegd voor de samenwerking en het vertrouwen tussen overheid, inwoners en organisaties. Een integrale benadering van de fysieke leefomgeving leidt tot passende en duurzame oplossingen. De Omgevingswet heeft daarom als uitgangspunt dat er meer flexibiliteit moet zijn. De omgevingsvisie werkt volgens de instructies van de nieuwe Omgevingswet. Dat blijkt uit de brede scope van de omgevingsvisie, die gericht is op de hele fysieke leefomgeving en daarbij behorende integraliteit van opgaven en ambities. We kunnen daarmee stellen dat de scope met de komst van de Omgevingswet en daarbij behorende instrumenten is veranderd van slechts Ruimtelijke Ordening naar de gehele fysieke leefomgeving. Niet alleen ruimtelijke aspecten zijn meer onderdeel van het beleid, maar ook onderdelen met andere componenten, zoals water, milieuaspecten en gezondheid zijn onderdeel van de omgevingsvisie.
In Bernheze kiezen we voor vijf thema’s, welke passen bij de scope van de omgevingsvisie in brede zin. De volgorde geeft het belang aan dat we met de partners hebben bepaald: 1. 2. 3. 4. 5.
Gezonde leefomgeving Leefbare kernen Klimaatbestendig en (herstel) biodiversiteit Vitale en duurzame landbouw en economie Landschap en erfgoed
We hanteren in onze omgevingsvisie een planhorizon van 2040, met een doorkijk naar 2050. De toekomst van Bernheze maken we samen De omgevingsvisie Bernheze is een product van iedereen die heeft meegewerkt aan het ontwikkelen van deze omgevingsvisie. Elke partner, inwoner en ondernemer draagt immers bij aan de toekomst van Bernheze vanuit zijn/haar/hun rol en mogelijkheden. De gemeente Bernheze is één van deze partners. Proces tot nu toe De gemeenteraad heeft het college van B&W opgedragen een omgevingsvisie MET al deze partners te maken en afspraken te maken hoe we samen verantwoordelijk worden voor deze toekomst. De gemeenteraad van Bernheze is degene die conform de Omgevingswet de omgevingsvisie vaststelt en zo toetst of ook aan deze opdracht is voldaan. Alle sleutelpartners die zich committeren aan de ambities die in deze visie staan zijn ook gevraagd welke rol en bijdrage zij willen leveren bij het realiseren van de ambities. Immers we zijn van elkaar afhankelijk hoe snel we de ambities voor 2040 realiseren. Ruwe opbrengst dialoogsessies met partners op 15 februari 2023 6
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie De dialoogsessies zijn constructief verlopen en hebben tot het ondertekenen van een intentieverklaring geleid. Alle partners voelen zich erg betrokken bij de omgevingsvisie van Bernheze en zijn voornemens om alle inspanningen te leveren om de visie voor Bernheze te laten slagen. Sturing en governance Het is belangrijk dat we als gemeente een sturingsstijl kiezen. Deze sturingsstijl bestaat uit enerzijds de overheidsrol die we kiezen (reguleren, samenwerken of ondersteunen), plus een instrumentenmix (geld, juridisch, communicatie) (IPLO). Deze nemen we op in deze omgevingsvisie. Door de (participatie-)processen die we reeds in gang hebben gezet en uit hebben gevoerd, kan het niet anders zijn dan dat onze overheidsrol zich typeert als die van ‘samenwerken’. Samenwerkende overheidsrol Communicatieve instrumenten - Experiment - Gesprekstafel - Gebiedsvisie - Participatie - Denktank Financieel-economische instrumenten - Maatschappelijk fonds - Lening - Publiek-private samenwerking - Eigendom van grond en gebouwen Juridische instrumenten - Omgevingsplan - Bestuursovereenkomst - Publiek-private overeenkomst - Green Deal - Convenant - Concessie
Networkgovernance Zoals al eerder gesteld, is de omgevingsvisie een product van iedereen die eraan heeft meegewerkt. Dit gaat van partners, naar inwoners, tot ondernemers en de rol die zij daarin pakken. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor lange termijn vast. De wetgever heeft vastgelegd dat in de omgevingsvisie moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen betrokken zijn. In Bernheze hebben we deze aanpak goed vormgegeven en hebben we veel actoren betrokken. De governancestructuur die we daarmee impliciet hebben gekozen is die van een netwerk.
7
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
Naar: Kenis en Provan (2008). Om verder te verdiepen in netwerken, onderscheiden Provan en Kenis (2007) een drietal vormen van netwerk governance. Het zelfregulerende netwerk, het leiderorganisatie netwerk en een netwerk administratieve organisatie.
De netwerksamenwerking en governancestructuur die gelieerd is aan de omgevingsvisie van Bernheze, typeert zich het beste als een leiderorganisatie-netwerk. De gemeente is leider van de netwerkorganisatie. De gemeente draagt zorg voor het proces, zodat de gezamenlijke doelen van het netwerk worden behaald. De gemeente faciliteert en regisseert. Tegelijkertijd draagt de gemeente verantwoordelijkheid voor een aantal collectieve belangen, in het bijzonder daar waar geen andere partij zich als belanghebbende aandient. Je kunt dan denken aan bijvoorbeeld afvalwater, infrastructuur en schone lucht. Daarnaast is de gemeente degene die de juridische kaders (omgevingsplan) bepaalt op basis van de ambities in de gezamenlijke omgevingsvisie. Rollen van (sleutel)partijen Niet alleen de gemeente gaat werken volgens de Omgevingswet. Ook Rijkspartijen, provincies en waterschappen zijn als overheden gebonden aan deze wet. Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld en gepubliceerd. Ook de provincie Noord-Brabant heeft een eigen omgevingsvisie en omgevingsverordening gepubliceerd. Bovendien moeten provincies aanvragen en meldingen uit het Omgevingsloket kunnen ontvangen en behandelen. Waterschappen 8
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie moeten een projectbesluit kunnen vaststellen en meldingen uit het Omgevingsloket kunnen ontvangen en behandelen (IPLO). Deze bovenstaande partijen hebben wettelijke taken in relatie tot de Omgevingswet en daarmee samenhangende instrumenten. Andere partijen hebben deze wettelijke taken niet, maar moeten wel betrokken worden bij het opstellen van de omgevingsvisie. De partijen die hierin echt onmisbaar zijn voor de omgevingsvisie van Bernheze hebben wij sleutelpartijen genoemd. We gaan in kaart brengen welke rol alle sleutelpartijen vervullen in het netwerk en welke taken zij op zich nemen. In netwerken hebben actoren diverse rollen, namelijk die van participant, die van netwerkleider of van coalitieleider. ‘De rol van participant draait om het vertegenwoordigen van een organisatie of achterban in het netwerk. Wij noemen de mensen die zo’n rol innemen ook wel grenswerkers, omdat ze opereren op de grens van de eigen organisatie en het netwerk. […] Een netwerkleider is bezig met vele activiteiten die gericht zijn op de samenhang in het netwerk. Een netwerkleider is niet de baas, maar wel degene die de boel bij elkaar houdt en waar nodig stuurt. De netwerkleider moet het vertrouwen hebben van de andere partijen dat hij het netwerk – en niet zijn eigen organisatie – voorop stelt.
[…] De coalitieleider is degene die een coalitie binnen het netwerk leidt. Hier komen twee rollen bij elkaar: die van projectmanager en die van coalitieleider. De coalitie zal altijd bestaan uit mensen die vanuit verschillende organisaties komen en iets willen bereiken en daarmee hun eigen belangen willen behartigen door mee te werken aan een opgave. Je werkt toe naar een bepaald resultaat volgend op de gezamenlijke ambitie van alle deelnemers. Dat maakt dat een coalitieleider veel meer stuurt dan een regisseur’ (Boommanagement, 2018). Voor de rol van de partners in het netwerk, gebruiken we ook de factor C-methode. Dit gaat over functionele rollen in het netwerk. Welke invloed hebben partijen in het netwerk? Deze rollen bestaan uit meebepalen, meewerken, meedenken en meeweten. Zie de bijlage voor een overzicht van betrokken partners. Omgevingsconvenant: festival van de toekomst Tijdens de dialoogsessies van 15 februari is, met de ondertekening van de intentieverklaring, de eerste stap gezet naar een omgevingsconvenant. Deze willen we begin 2024, met een festival van de toekomst, gaan ondertekenen. Met het omgevingsconvenant wordt door alle deelnemende partijen de omgevingsvisie en het belang hiervan onderschreven. Alle partijen zetten zich in voor de uitvoering van het convenant in de rollen die zij kunnen en willen pakken.
Aan het omgevingsconvenant is een inspanningsverplichting verbonden met betrekking tot omgevingsprogramma’s waarin we afspreken wie wat doet. Bijvoorbeeld: wie betaalt, wie faciliteert, wie de monitoring doet en hoe de juridische kaders er uit komen te zien.
9
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
10
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
3. Realisatiestrategie Hoe gaan we na het vaststellen van de partnervisie en het omgevingsconvenant samen realiseren? Met het vaststellen van de partnervisie en het omgevingsconvenant begint het echte werk pas. Dit doen we langs verschillende sporen: 1. Omgevingsplan In het omgevingsplan legt de gemeente de juridische kaders vast op basis van de partnervisie. Dit doen we stap voor stap. Deze juridische kaders zijn bindend voor inwoners, ondernemers en andere initiatiefnemers. De gemeente werkt het ‘ja-mits’ principe hierin uit. Omdat we samen werken met provincie en waterschap aan de realisatie van de partnervisie, verwachten we dat zij ook hun kaders aanpassen. 2. Verleiden In Bernheze kiezen we er voor om mensen te verleiden het goede te kiezen. Alleen wanneer het echt nodig is gebruiken we juridische kaders in het omgevingsplan. Dat verleiden doen we met vier sporen: a. Met geld Met subsidies en andere financiële prikkels geven we initiatiefnemers en inwoners een extra duwtje in de rug om te kiezen voor de ambities uit de partnervisie. De overheidspartners zoals de EU, het rijk, de provincie, het waterschap en de gemeente maken de ambities uit deze partnervisie eerder mogelijk. Maar daarnaast zijn er ook andere fondsen die initiatieven ondersteunen die bijdragen aan de ambities. b.
Grondposities Inzetten van grondpositie van overheden voor het realiseren van de ambities uit de partnervisie c. Communicatie Door informatie en kennis te delen over de belangrijke opgaven uit deze partnervisie en de praktische oplossingsrichtingen, kunnen onze inwoners, ondernemers en partnerorganisaties andere en betere keuzes maken. d. Partnerdeals Partners, waaronder de gemeente kunnen met elkaar een packagedeal sluiten om zowel de ambities uit de partnervisie te realiseren als de ambities van inwoners en ondernemers. 3. Monitoring en evaluatie Niet alleen het opstellen van de omgevingsvisie vraagt tijd en aandacht, maar ook het vervolg ervan. De omgevingsvisie is een continu proces en past binnen de beleidscyclus. Monitoringsinformatie en evaluatie kan daarom aanleiding zijn om de omgevingsvisie bij te stellen. We worden als het ware gedwongen om vooruit te kijken en de haalbaarheid van onze visie te bepalen. Monitoring en evaluatie zijn belangrijke instrumenten om onze leefomgeving continu te verbeteren. Bij de Omgevingswet is dit proces echt nodig. 4. Vierjarige cyclus We gaan aan de slag met een vierjarige cyclus, waarin we het monitoren, evalueren, herijken en aanpassen elke vier jaar organiseren. De ambities uit onze omgevingsvisie werken door in alle andere acties van de gemeente, zoals het omgevingsplan, programma’s en vergunningverlening.
Maar dat geldt ook voor de andere partners. De omgevingsvisie werkt door in hun bedrijfsvoering of planning. Omdat de Omgevingswet iedereen ruimte geeft voor initiatieven in de leefomgeving, is de
11
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie gemeente niet meer alleen aan zet. Monitoring is een instrument om te toetsen of we de
gezamenlijke doelen en ambities uit de omgevingsvisie dichterbij brengen. De omgevingsvisie/partnervisie is na vaststelling het afwegingskader en bepaalt of we ontwikkelingen wenselijk vinden. We stellen, zoals eerder geschreven, een vierjarige cyclus voor. We monitoren voortdurend, evalueren vierjaarlijks, waarna we kunnen herijken en aanpassen. De omgevingsvisie is dynamisch en onderhevig aan maatschappelijke veranderingen. Het beste moment daarvoor lijkt ons binnen een jaar na de gemeenteraadsverkiezingen. Dit betekent dat we in 2025 de evaluatie af moeten hebben en in 2026 het proces starten om samen te herijken of de ambities uit de partnervisie willen aanpassen. 5. Omgevingsprogramma’s als instrument Een omgevingsprogramma is een flexibel instrument uit de omgevingswet dat de overheid kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Het instrument is een beleidsdocument, net als de omgevingsvisie zelf. Een programma omvat maatregelen en is zelfbindend voor het bestuursorgaan dat het vaststelt. Een programma is, anders dan een omgevingsplan, niet direct bindend voor derden, tenzij we dat met hen afspreken. Het instrument leent zich voor beleidsdoorwerking in de beleidscyclus van de Omgevingswet en kan daarnaast ook worden ingezet bij beleidsontwikkeling en uitvoering.
Als de het college van B&W van de gemeente een programma opstelt, dan moeten ze motiveren hoe de samenleving en andere bestuursorganen betrokken zijn geweest bij de voorbereiding. Er zijn verschillende methodes om een programma op te stoelen. In Bernheze denken we aan zowel gebiedsgerichte programma’s als thematische programma’s. Programma’s voor gebieden en dorpskernen Het college van B&W kan ervoor kiezen om samen met de betrokken partners per gebied of dorpskern een integraal omgevingsprogramma op te stellen. Dit houdt in dat het college samen met partners kijkt naar de individuele kwaliteiten en behoefte van de gebieden of kernen en deze relateren aan de keuzes die we in de omgevingsvisie hebben gemaakt. Je kunt dan denken aan: • • •
Hooge Vorssel en andere delen van de Peelhorst Beekdallandschap Aa en Leijgraaf Per dorpskern inclusief de kernranden
Programma’s voor thema’s Het college B&W kan er ook voor kiezen om samen met partners voor een onderwerp uit de omgevingsvisie een programma op te stellen. Het resultaat hiervan is dat ze nadrukkelijk verbindingen en dwarsverbanden moeten gaan leggen. Gedacht kan worden aan: • • • •
Bouwen en wonen Groene gezonde structuren Mobiliteit en infrastructuur Water en riolering
12
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
4. De omgevingsvisie van Bernheze Voor het opstellen van de omgevingsvisie zien we vijf belangrijke thema’s die we komende jaren nadrukkelijk aandacht willen geven. Deze thema’s, namelijk gezonde leefomgeving, leefbare kernen, klimaat en biodiversiteit en landbouw en economie, formuleerden we op basis van de input die we tijdens de eerste dialoogsessie ontvingen. Deze input is in het inspiratiedocument verzameld op basis van de thema’s Op basis van landschappelijke kenmerken verdelen we de gemeente Bernheze in drie deelgebieden (de peelhorst, de dekzandgronden en het beekdal).
4.1 Leidende principes van de partnervisie leefomgeving Bernheze 2040 uitgewerkt in kenmerken per deelgebied Met deze thema’s en de uitwerking ervan staan we voor de global goals1 en werken we actief aan het bereiken van een brede welvaart2 in Bernheze.
LEIDENDE PRINCIPES /THEMA
Peelhorst
Dekzand
Oostelijk van de Peelrandbreuk
Middengebied
Gezonde leefomgeving Gezondheid en zorg in de groen-blauwe leefomgeving is voor iedereen bereikbaar en aantrekkelijk. De Groene-GezondeStructuur (GGS) is het meeste dominante concept.
Bereikbaar, veilig en toegankelijk per fiets en wandelen Schoon, stil en natuurlijk Natuurinclusief voedsel Zorg in het groen
Bereikbaar, veilig en toegankelijk per fiets en wandelen Aantrekkelijk landschap met houtwallen, zandwegen, natuurlijke perceelsranden & waterlopen Zorg bij de boer
Bereikbaar, veilig en toegankelijk per fiets en wandelen Schoon, stil en natuurlijk Natuurinclusief voedsel Zorg in het groen
Leefbare Kernen Meer ruimte voor langzaam verkeer, groen-blauw, circulair, ondernemend centrum, natuur- en
Vasthouden van water, circulair, klimaat- en natuurinclusief bouwen en revitaliseren van
Vasthouden van water, circulair, klimaat- en natuurinclusief bouwen en revitaliseren van wijken. Prioriteit aan
Vasthouden van water, circulair, klimaat- en natuurinclusief bouwen en revitaliseren van wijken. Prioriteit aan wandelen en fietsen in
1 2
Beekdallandschap Aa en Leijgraaf Zuidelijk gebied
Home - SDG Nederland Brede welvaart: het CPB voorbij het bbp 13
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie LEIDENDE PRINCIPES /THEMA
Peelhorst
Dekzand
Oostelijk van de Peelrandbreuk
Middengebied
klimaat-inclusief, toekomstbestendig wonen,
wijken. Prioriteit aan wandelen en fietsen in mn de GGS. Doorgaand verkeer ontmoedigen, alleen elektrisch/H2 vrachtverkeer
wandelen en fietsen in mn de GGS. Doorgaand verkeer ontmoedigen, alleen elektrisch/H2 vrachtverkeer
mn de GGS. Doorgaand verkeer ontmoedigen, alleen elektrisch/H2 vrachtverkeer
Klimaat en biodiversiteit Bodem en water sturend en meer ruimte voor herstel biodiversiteit
Waterpeil tussen de 35 – 50 cm omhoog en vasthouden, naald omvormen naar natuurlijk loofbos, natuurinclusieve landbouw en nieuwe gemengde productiebossen of andere biobased grondstoffen. Geen wind- of zonneparken of gebouwen in het buitengebied. Onderdeel van het natuurgebied de Maashorst Natuurinclusieve landbouw en nieuwe verdienmodellen voor bijv. dag- en verblijfsrecreatie, hout en andere biobased grondstoffen. Dorpskernen levendig centrum met horeca en winkels.
Waterpeil 20 cm omhoog en vasthouden, waterberging, meanderen en natuuroevers rondom de hoofdwatergangen, landschap en biodiversiteit beschermen en in perceelsranden en in de GGS versterken.
Waterpeil 10 cm omhoog en vasthouden, moerasbos en andere natuurlijke terreinen ontwikkelen. Natuurinclusieve landbouw. Herstel loop van de beken, meer meanderen en overstromingsgebieden. Geen wind-of zonneparken of gebouwen in het buitengebied.
Toplocatie voor productie van voedsel en biobased grondstoffen. Grotere bouwblokken. Nieuwe verdienmodellen. Innovaties als oplossing voor schadelijke neveneffecten. Geen nieuwe bedrijfsterreinen. Plek waar we boeren naar verplaatsen uit de twee andere
Natuurinclusieve landbouw en nieuwe verdienmodellen voor bijv. dag- en verblijfsrecreatie, waterberging en natuurbeheer. Dorpskernen levendig centrum met horeca en winkels.
Landbouw en economie Innovatieve landbouw & ondernemers en levendige dorpscentra
Beekdallandschap Aa en Leijgraaf Zuidelijk gebied
14
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie LEIDENDE PRINCIPES /THEMA Landschap en erfgoed Beschermen, herstellen en meekoppelen met nieuwe ontwikkelingen. Beleefbaar en toegankelijk landschap
Peelhorst
Dekzand
Oostelijk van de Peelrandbreuk
Middengebied
Breuklijn en wijstgronden herstellen, beleefbaar maken, vindplaats Bronsschat,
deelgebieden Houtwallen en zandwegen, rivierkommen
Beekdallandschap Aa en Leijgraaf Zuidelijk gebied
Historische gebouwen en bijbehorende landerijen en cultuurhistorische structuren
15
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
3.1 Beschrijving van de omgevingsvisie per thema
Wat is de opzet per thema De opbouw per thema ziet er als volgt uit:
Thema Richting gevende tekst (hoofddoel) + Toelichting op opgave die we zien (waarom)
Richtinggevend subdoel (hoe) •
Wat stellen we voor/ waar zetten we op in (wat) o Voorbeelden/kansen/mogelijkheden o Ter illustratie o ….. o \
16
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
Thema: gezonde leefomgeving Onze leefomgeving bevordert onze gezondheid, voor alle leeftijden. Gezondheid krijgt steeds meer aandacht; zowel de gezondheidsrisico’s als het welbevinden van mensen . Je kunt dan denken aan blootstelling aan lichaamsvreemde stoffen in de lucht, het oppervlaktewater en de bodem, in ons eten en drinkwater. We zien gelukkig de laatste jaren de uitstoot van sommige stoffen in de lucht die schadelijk zijn voor onze eigen gezondheid afnemen. Tegelijkertijd zien we veel verleidingen die leiden tot een inactieve leefstijl, ongezonde (eet)gewoonten, eenzaamheid, armoede en mentale problemen. Verschillen tussen buurten zijn groot. Dat willen we anders. Daarom gaan we de leefomgeving zodanig inrichten en beheren dat het bijdraagt aan de positieve en brede gezondheid. Positieve en brede gezondheid richt zich met name op preventie en kijkt naar de gezondheidsbeleving van onze inwoners. We kijken naar wat onze inwoners wél kunnen in plaats van wat ze niet kunnen en bieden ze handvatten om gezond te kunnen leven. Beweegnorm | In 2020 haalde 62% van de Nederlanders de Nederlandse norm van gezond bewegen. De verwachting is dat dit in 2040 68% is. (Feit/trend) Overgewicht | Van de volwassenen heeft meer dan de helft overgewicht. De verwachting is dat dit toeneemt en in 2040 9,1 miljoen mensen in Nederland overgewicht hebben.
(Feit/trend) Aantal gezonde levensjaren | De provincie zet erop in dat iedereen in 2030 drie gezonde levensjaren erbij krijgt. (Provincie Noord-Brabant, Beleidskader gezondheid 2021-2030, 19 mei 2021). (Beleidsdoel)
17
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
18
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
19
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie We verminderen externe gezondheidsrisico’s Uit berekeningen van het RIVM voor het in 2020 afgesloten Schone Lucht Akkoord (SLA) blijkt dat ongeveer 7.500 vroegtijdige sterfgevallen aan fijnstof zijn toe te schrijven. De landbouwsector is betrokken bij (ruim) de helft van de fijnstofconcentraties in Nederland. Het Programma Landelijk Gebied (NPLG) richt zich specifiek op de transitie in het landelijk gebied en het landgebruik, met de landbouw als grootste landgebruiker. Dat heeft alles te maken met synergie: maatregelen en doelen rondom landbouw en landgebruik moeten in samenhang worden opgepakt. Slim gekozen maatregelen dragen bij aan het oplossen van meerdere vraagstukken. Het NPLG benadrukt dat de transitie veel maatschappelijke belangen dient, zoals de gezondheid van mensen en het belang van schone lucht. In het NPLG zijn daarom ook meekoppelende structurerende keuzes opgenomen die gaan over het verbeteren van de gezondheid voor omwonenden, verminderen van risico’s op verspreiding dierziekten en zoönosen, en de vermindering van fijnstof en geurhinder. De KaderRichtlijn Water (KRW) van de EU gaan we uiterlijk 2027 voor de KRW wateren (Aa, Leijgraaf, Grote & Kleine Wetering) uitvoeren (zie kaartje en normen in bijlage XX) In Bernheze werken we samen aan de volgende doelen: •
•
•
We voldoen aan de normen voor schone lucht, - bodem en -water en voor geluid- en geurhinder, voor zover de bronnen binnen de gemeente liggen en we invloed hebben. o We zetten in op een schone lucht en halen het Schone Lucht Akkoord in 2040 voor 100%. Hetzelfde geldt voor geur- en geluidsoverlast. We meten dat en rapporteren daarover. o We zetten in op een goede bodem- en waterkwaliteit. De waterkwaliteit in sloten, beken en ander oppervlakte water voldoet in 2030 aan de normen, zoals de KRW. Met grootschalige agrarische activiteit met dieren is reductie van het risico van ziektes van dier op mens nodig. o Met behulp van onder anderen technische innovaties minimaliseren we zoönose en andere ziekteverwekkers als gevolg van agrarische activiteiten. o Intensieve veehouderij in de nabijheid van de dorpskernen faseren we uit. Uitbreiding is in deze zone niet meer mogelijk, op basis van provinciaal beleid. Onze beken en waterlopen zien we graag schoner doordat we minder en uiteindelijk geen overstorten uit het riool in het oppervlaktewater na een forse regenbui hebben.
We realiseren groene gezonde structuren (GGS) Wat is een groene gezonde structuur (GGS)? Principe Het concept van een groene gezonde structuur is gebaseerd op het principe dat elk huis een aansluiting heeft op een netwerk van aantrekkelijke groen-blauwe structuren. Te vergelijken met een aansluiting op het drinkwater- of elektriciteitsnetwerk. Vanuit je huis kom je te voet of fietsend in het groene netwerk snel in een groene gezonde omgeving. De kralen aan de ketting van lintvormige groene of blauwe lijnvormige landschapselementen bestaan uit parken en plantsoenen, buitenspeelterreinen en groen-blauwe schoolpleinen, beken, waterlopen, wadi’s en overstromingsgebieden, bloemrijke perceelranden, kernranden, natuurinclusieve en biologische landbouw, sportvelden, bos- en natuurgebieden, cultuurhistorische kenmerken, zandwegen en houtwallen.
20
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie De groene-gezonde-structuren zijn niet alleen voor de mens. Door de inrichting en het beheer klimaat- en natuurinclusief te maken vormen ze ook een netwerk voor flora en fauna en zijn het plaatsen waar we water vasthouden en CO2 vastleggen. Doel Het doel van een groene en gezonde structuur is om functies en activiteiten zo veel mogelijk te combineren en met elkaar te verbinden en zo met de ruimtedruk slim om te gaan. Door een aantrekkelijke GGS willen we onze inwoners verleiden gezonder te gaan leven, door meer te wandelen, te fietsen en te sporten en gezond voedsel, direct bij de boer of in een bijv. een voedselbos te kopen. Roken en ander ongezond gedrag willen natuurlijk ontmoedigen in de GGS. De doelen die we willen combineren zijn, positieve gezondheid, bewegen, bereikbaar groenblauw, ontmoeten, gezonde voeding, biodiversiteit, cultuurhistorie, landschappelijke kwaliteit, landart, klimaatadaptatie, CO2 vastleggen, circulair, schone lucht, bodem en water, bereikbare bos- en natuurgebieden, inclusief toegankelijk, Dorpskernen In de dorpskernen en op bedrijfsterreinen gaan we het fiets en wandelnetwerk combineren met aantrekkelijk groen en blauw voor mens en natuur. We gebruiken transities als nieuwbouw, herinrichting van buurten, renovatie en (grootschalig) onderhoud om de GGS te versterken.
Dit is met name het openbaar groen, waarvoor in 2024 in het Groenstructuurplan van de gemeente de uitwerking van de GGS volgt. Maar we vragen inwoners en ondernemers ook op hun eigen terrein bij te dragen aan aantrekkelijk groen, meer biodiversiteit en klimaatadaptieve matregelen, bijv. door minder steen en harde schuttingen te gebruiken en het gebouw en het groen natuurinclusief in te richten. Waar mogelijk nemen we groen-blauwe schoolpleinen, historische gebouwen en sportvelden op in de GGS in de dorpskernen. In het buitengebied In het buitengebied is het netwerk van recreatieve paden, beken en waterlopen en groene lijnelementen (lanen, houtwallen en bloemrijke bermen en perceelranden) de ketting. Daaraan koppelen we o.m. - de bestaande en nieuwe bos- en natuurgebieden - natuurvriendelijke oevers, waterbergingen, zwemvijvers - natuurinclusieve en biologische voedselproductie - cutuurhistorische elementen en gebouwen Grondeigenaren als Staatsbosbeheer, het Waterschap Aa en Maas, Brabants Landschap, Brabant Water, de gemeente Bernheze, Kasteel Heeswijk en ondernemers en particulieren nodigen we uit mee te werken aan een programma onder de Omgevingswet om de GGS tot stand te brengen en hierover tot een uniforme communicatie in de routeaanduiding en beeldmerk te komen.
In het programma onder de Omgevingswet voor infrastructuur en mobiliteit werken we uit hoe we fietsen en wandelen aantrekkelijk en veilig maken in de GGS.
•
In het kader van preventie en positieve gezondheid werken we aan gezondheidsbevordering door te bewegen in een gezonde natuurlijke omgeving. Dit doen we met groene gezonde structuren, zoals deze op de kaart xxx indicatief is uitgewerkt. In deze groene gezonde structuren maken we het voor mensen aantrekkelijk om te genieten, te zijn, gezond te eten en te bewegen. Zo werken we aan veerkrachtige mensen en kunnen onze inwoners vitaal ouder worden. In deze structuren bevorderen we de biodiversiteit en richten we deze klimaatadaptief in. We verbinden deze structuren met de landelijke groenblauwe-dooradering Updates | Deltaplan Biodiversiteitsherstel (samenvoorbiodiversiteit.nl) .
21
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie In de kernen en op bedrijventerreinen verleiden we inwoners en werknemers graag tot ommetjes via deze groene gezonde structuren. Zeker in de kernen zetten we deze ‘groene’ ommetjes strategisch en klimaatadaptief in, zodat deze ook bijdragen aan de reductie van hittestress. o Belangrijke routes (ook tussen kernen en het buitengebied) voor recreanten en woonwerk/-schoolverkeer in de regio versterken we met groen. o We richten de groene structuren aantrekkelijk in en maken zoveel mogelijk gebruik van (bestaande) natuurlijke aanleidingen, zoals de Aa en andere waterlopen, tenzij de kwetsbare natuur dergelijke verstoring niet mogelijk maakt. o We ontwikkelen nieuwe groot groengebieden nabij de kernen als onderdeel van de GGS o In de groene gezonde structuur staat gezondheid voorop, dat betekent dat we bijvoorbeeld roken of overlast (harde muziek) ontmoedigen en straatafval gescheiden inzamelen. Op deze manier werken we ook lokaal aan het landelijke doel dat in 2040 geen enkel kind meer begint met roken. o De (buiten)locaties van sporten leveren een bijdrage aan andere maatschappelijke opgaven als klimaat, biodiversiteit, rookvrije generatie en de gezonde sportkantine. o Eveneens zetten we in op een goede bereikbaarheid van sportvoorzieningen voor iedere doelgroep.
o De groene gezonde structuren richten we ook als natuurlijke biodiversiteitsrijke verbindingen van dorpskern met het buitengebied in, bijvoorbeeld naar bos, natuurgebieden en waterlopen. o Deze (groen)structuren combineren we met andere opgaven zoals waterberging, gezonde voedselplaatsen en warmte/koelte plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. o De gezonde groene structuren vormen voor de huisartsen en geestelijke gezondheidswerkers een aanleiding om ‘natuur op recept’ te geven. o Het uitnodigende karakter van deze verbindingen versterken we met aanleidingen om te sporten en bewegen. (zoals: wandelen, fietsen, sporten, vissen, kanoën en buitengym). o We zien hier ook mogelijkheden voor landart/kunst om deze uitnodigende rol te vervullen. o We willen een inclusieve samenleving zijn, en hebben daarom ook aandacht voor diverse doelgroepen (bijv. rolstoel, slechtziend, prikkelarm en dementievriendelijk) en richten onze buitenruimte ook voor hen in. o We willen dat het zwemmen in oppervlakte water gezond en veilig kan, maar dit hoeft niet overal. Nu al wordt er gezwommen in de grotere watergangen en beken, maar dit is nog niet veilig. In het beekdallandschap en in kwelgebieden liggen de beste kansen. Het waterschap is hierbij primair aan zet. De provincie is bevoegd gezag zwemwaterkwaliteit.
De gemeente zal, nadat het water voldoet aan de eisen, recreatieve- en parkeervoorzieningen treffen. Kinderen en jongeren groeien op in het groen en worden volop uitgenodigd om te bewegen, de natuur te ontdekken en te ontmoeten. o Door het realiseren van ook voor de buurt toegankelijke groen-blauwe schoolpleinen, -speelplekken en -verbindingen. o Sport, ook de teamsporten (dragen bij aan een inclusieve ontwikkeling) faciliteren we zo mogelijk in het groen. Natuureducatie is onderdeel van het opgroeien in het groen en draagt bij aan natuurbewust beslissen in de persoonlijke levenssfeer en in je werk. We stimuleren actieve vervoersvormen, zoals fietsen en wandelen. o
•
• •
22
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie o
Komende jaren willen we op initiatief van de provincie veel meer snelfietsroutes faciliteren naar de omliggende stedelijke centra en tussen de dorpskernen. Deels kan dit ook over bestaande infrastructuur (verkeersluw maken als fietsstraat en vaker kiezen voor eenrichtingsverkeer(in de bebouwde kom), kunnen we dertig kilometer hiervan al in 2030 realiseren. De huidige snelfietsroutes maken we onderdeel van de GGS
De huidige snelfietsroutes o o
De verbindingen voor autoverkeer naar de regio zijn, zoals ze nu zijn, ook richting de toekomst voldoende. Een veiligheidsupdate van het bestaande wegennet is wenselijk. Met prioriteit voor betere en veiligere fietsroutes en een uniform verkeersbeleid waarbij we aandacht aan de groene beleving en de aantrekkelijkheid van de routes voor het actieve verkeer direct meenemen.
We creëren plekken om tot rust te komen •
•
We richten meer natuurlijke verblijfplekken in de openlucht in o.m. in de gezonde groene structuren o Groene omgevingen lenen zich goed om te ontstressen o Uitzicht op groen werkt ook stressverlagend, daarom vergroenen we onze kernen o We treffen voorzieningen om het verblijf aangenaam te maken. Vanuit de kernen ontsluiten we het buitengebied beter voor wandelaars en fietsers o De lagere dynamiek in het buitengebied prikkelt zintuigen anders. o In het buitengebied stellen we meer gebieden open en verbeteren we de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid om te wandelen.
We stimuleren ontmoetingen Niemand in Bernheze hoeft alleen te zijn. Dat is ons streven. •
Openbare ruimte bewust inrichten op het elkaar (onverwachts) ontmoeten o In de groene gezonde structuren brengen we bewust verschillende doelgroepen samen. o We nodigen mensen uit om gebruik te maken van de openbare ruimte en daarin zichtbaar te zijn. Daarom geven we prioriteit aan het actieve verkeer, (samen) wandelen, fietsen, sporten en spelen, in plaats van auto’s.
23
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie •
•
We richten plekken in die bewust bijdragen aan meer ontmoetingen, onder meer in de groene gezonde structuren o Actief (met elkaar) aan de slag gaan in de openbare ruimte bijvoorbeeld in het groen onderhoud draagt bij aan ontmoetingen en mentale/fysieke gezondheid. Dit kan bijvoorbeeld ook vanuit de dagbesteding voor mensen met een beperking. o Voedseltuinen en -bossen zijn ontmoetingsplekken, voor mensen die mee willen doen of iets willen veranderen in hun eigen leefomgeving, naast dat ze gezond voedsel opleveren. Hier willen we, in overleg, meer ruimte aan geven. o Het actieve verenigingsleven koesteren we en versterken we We stimuleren het organiseren van activiteiten die bijdragen aan ontmoetingen o (Georganiseerd) kennis delen over groen en gezondheid draagt bij aan ontmoetingen tussen mensen.
We zorgen voor elkaar •
•
•
•
We creëren een gevoel van gemeenschap o De inrichting van de openbare ruimte is gericht op elkaar zien en ontmoeten o We stellen ruimte beschikbaar in gemeenschapshuizen om elkaar te ontmoeten en met elkaar in gesprek te gaan o In de gemeenschapshuizen kunnen bewoners informatie krijgen over de gemeente en (financiële) hulp krijgen als het (even) tegenzit. o Meewerken in verenigingen/maatschappelijke initiatieven bevordert (het leren) samenwerken We delen de opbrengst (oogst) uit onze openbare ruimte o We stellen openbare ruimte beschikbaar voor initiatieven waarbij inwonerscollectieven werken aan eetbaar groen in onze openbare ruimte. De oogst die dat oplevert is van iedereen die meewerkt. o We kiezen met ons openbaar groen voor veel variatie en zoeken daarbij naar meerwaarde voor mens en dier. Waar mogelijk richten we eetbaar groen (noten, vruchten) in. o Andere vormen van openbaar groen, zoals tiny forests, voedselbossen en fruitbomen zien wij als uitgelezen kansen om bij georganiseerde groepen in onze gemeente neer te leggen. Bij dergelijke initiatieven als voedselbossen en moestuinen in de openbare ruimte bouwen mensen recht van oogst op door mee te werken.
We zetten steviger in op het zelforganiserend vermogen van de gemeenschap o Door functies en woningen te diversifiëren brengen we verschillende doelgroepen samen, bijvoorbeeld jong en oud, zodat buren meer voor elkaar kunnen betekenen. o Wanneer mensen het beheer van (een deel van de) openbare ruimte zelf willen organiseren dan bieden we daar, in overleg, ruimte aan. We werken dit uit in een Right2Challenge in Bernheze o We moedigen het aan om meer te delen (in coöperatie verband) waardoor we ruimte anders kunnen inrichten. Dit geldt bijvoorbeeld voor autobezit en energieopslag. Agrarische bedrijven die verbreden met zorg- of maatschappelijke functies ondersteunen we o Naast voedselproductie geven veel agrariërs aan graag nevenactiviteiten te willen ontplooien. We stimuleren nevenactiviteiten met een maatschappelijke functie. o Het stimuleren van bewegen en ontmoeten in het buitengebied faciliteren we graag samen met de agrarische bedrijven als onderdeel van die nevenactiviteiten.
24
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie We bieden nieuwe zorgconcepten zoals farmcommunities en andere woonvormen voor ouderen meer de ruimte. Zeker concepten die ouderen en jongeren aan elkaar verbinden vinden we interessant. We onderzoeken met de Abdij van Berne, of er diversiteit aan woon-zorgconcepten mogelijk zijn. Dit ontwikkelen we dan in co-creatie met zorginstellingen als bijvoorbeeld Het Laverhof. o
•
Onze openbare ruimte is van en voor iedereen •
•
•
We zijn een inclusieve en toegankelijke gemeente. Door de openbare ruimte bewust in te richten, zodat iedereen zich thuis voelt in de openbare ruimte. Dit betekent bijvoorbeeld dat we op plekken waar veel ouderen komen, we proberen meer zitmogelijkheden te creëren. We houden rekening met de toegankelijkheid van onze openbare ruimte, zorgen voor prikkelarme zones en zorgen ervoor dat iedereen zonder belemmeringen deel kan nemen aan de samenleving. We bieden in de openbare ruimte een aantal plekken aan waar het goed vertoeven is. Dit zijn, zeker voor mensen met een smalle beurs, plekken die als ‘uitje’ kunnen fungeren. Denk aan een bijzondere speelplek of een recreatieplas (bijvoorbeeld in het beekdal).
25
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
Thema: leefbare kernen Door innovatief, groen en compact te bouwen creëren we aantrekkelijke kernen waar het voor goede mix van mensen fijn wonen is. Komende jaren hebben we een forse woningbouwopgave. Deze kwantitatieve opgave gebruiken we graag om direct een kwalitatieve slag te maken. Een kwalitatieve slag, die antwoord geeft op andere opgaven, zoals een diverser woningaanbod waardoor we verschillende doelgroepen in onze kernen kunnen behouden of aantrekken. Met de manier van bouwen stimuleren we innovatieve bouwvormen, die beter zijn voor de omgeving en bouwen we op een manier waardoor het in een veranderend klimaat ook goed en veilig wonen blijft in de kernen. Opgaven die niet ter discussie staan - 30% sociale woning bouw - In 2050: 100% circulair en CO2 neutraal bouwen, in 2030 moet volgens het programma Nederland circulair 50% van de grondstoffen bestaan uit niet-primaire grondstoffen, zoals hout, stro, vlas en dergelijke. - Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, scherpt het kabinet het doel voor 2030 aan tot tenminste 55% CO2-reductie. Om dit doel ook zeker te halen, richt het kabinet het beleid op 60% in 2030. Doelstelling voor 2050 is klimaatneutraal, energieneutraal is daar slechts een onderdeel van.
26
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
27
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
28
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie We versterken de karakters van onze diverse kernen •
Per dorpskern stellen we een meer uitgewerkte visie, programma onder de omgevingswet en aanpak op. o Een belangrijke kwaliteit van de gemeente Bernheze is de diversiteit van de verschillende kernen. Dat willen we zo houden. o Met de voorstellen in deze omgevingsvisie sluiten we aan bij het eigen karakter van de dorpskernen en versterken het. o De ambities werken we verder uit in een gebiedsgericht programma onder de omgevingswet per kern inclusief de randen.
We breiden innovatief in: compact, betaalbaar en divers aanbod •
We breiden onze kernen in met onder andere innovatieve en compacte bouwmethodes, maar het groene en dorpse karakter moet blijven. o Hiermee bouwen we met name voor de lokale woonbehoefte in de toekomst zowel kwantitatief als kwalitatief en met oog op ▪ Een tekort aan 55+ woningen in verband met de sterk toenemende vergrijzing na 2030 ▪ een tekort aan starterswoningen voor jongeren en jonge gezinnen. o We zorgen voor meer variatie in het type woningen, zodat we verschillende doelgroepen aanspreken. Die variatie geven we speels vorm bij het inbreiden, zodat het dorpse karakter behouden blijft. Dat betekent dat we op de ene plek kiezen voor verdichten en op andere plekken juist voor een (organische) verdunning of revitalisering van ‘groenarme’ wijken. o Duurzame bouwprojecten, passend binnen de visie, krijgen voorrang bij bouwaanvragen. Met duurzaam bedoelen we met name circulair, natuurinclusief, energieneutraal en een lage ecologische voetafdruk
•
Betaalbaarheid van (een deel van) het aanbod is nodig om iedereen een kans te bieden, bijvoorbeeld o Door prefab constructies te gebruiken. o Door lokale grondstoffen te benutten. o Door tijdelijke constructies toe te staan, waarvoor goedkopere materialen gebruikt kunnen worden. o Door ook kleinere woonunits toe te voegen die aantrekkelijk zijn voor een- of tweepersoonshuishoudens. We zorgen voor meer variatie onder meer om de doorstroming te bevorderen en daarmee ook de kansen voor starters te vergroten. Te denken valt aan: o Flexwoningen en (tijdelijke) tiny houses; o Generatiewoningen; o Splitsing van grotere woningen, duo-wonen en/of kangoeroe-woningen (ook voor de combinatie met verschillende doelgroepen zoals jong & oud). o ‘Ruimte voor ruimte’ inzetten voor kleinere woningen.
•
Onze dorpskernen zijn groen, klimaatadaptief en natuurinclusief •
We zetten in op veel meer groen en blauw in en nabij onze kernen. o Dit is voor het grootste gedeelte grondgebonden groen. Deze ruimte vinden we door overbodig ‘grijs’ te verwijderen of door het revitaliseren van naoorlogse wijken en andere groenarme wijken. Op het moment dat we de openbare ruimte gaan (her)inrichten hebben we hier aandacht voor. Daarbij verwachten we dat door de
29
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
o o
mobiliteitstransitie (grijze) parkeerruimte en een te ruim verhard oppervlak beschikbaar komt om te vergroenen. Voor een deel is dit groen wat we op daken en gevels toevoegen Daar waar geen ruimte is voor meer groen in met name groenarme wijken, worden wat grotere groenlocaties gezocht in de directe nabijheid, zodat op loopafstand groen bereikbaar is voor elke inwoner.
o
•
•
Het groen, zowel de omvang, de kroonprojectie als de kwaliteit behouden we in de kernen. Bij de herinrichting van de openbare ruimte en het realiseren van inbreiding laten we de oppervlakte en kwaliteit van het openbaar groen zwaar meewegen. Dit vereist maatwerk. Soms betekent dit dat we moeten over gaan tot compensatie. In deze gevallen zorgen we dat we meer groen terug krijgen dan dat is verdwenen. o Voor nieuwe uitleglocaties hanteren we een groennorm die we in het Groenstructuurplan verder uitwerken. o De gemeente en de wooncorporaties nemen bijzondere verantwoordelijkheid voor bewoners die afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van woningen in het sociale- en midden-huur & koop. We vinden dat een gezonde groene leefomgeving ook voor deze doelgroep in de buurt beschikbaar moet zijn. De gemeente gaat in overleg met de woningbouwcorporaties zorgdragen dat deze woningen betaalbaar blijven. De gemeente zal zo nodig een deel van de kosten voor een groene en gezonde leefomgeving in het uiterste geval zelf dragen.
o In de openbare ruimte gaan we nieuwe kansen zoeken om actief te vergroenen o We stimuleren onze inwoners om groen en blauw aan hun eigendom toe te voegen door ‘tegels te wippen’, waarbij we denken aan groene tuinen, gevels, daken en afkoppeling van hemelwater We houden het huidig gemiddelde aan openbaar groen per woning vast, zodat er voldoende groen is voor iedereen en het groene karakter blijft . o Bestaand groen koesteren we, beschermen we en werken we aan onder andere meer biodiversiteit en waterbergend vermogen. o De meest versteende wijken geven we voorrang bij verdere vergroening o Bij uit- en inbreidingen hanteren we een groennorm voor openbaar groen om te borgen dat we voldoende toegankelijk groen realiseren. Groen combineren we zoveel mogelijk met andere opgaven We zien groen niet enkel als mooi (esthetiek), maar als een probleemoplosser, om dit effect zo groot mogelijk te maken combineren we het met andere opgaven als bijvoorbeeld klimaat, recreatie en bewegen, biodiversiteit en ontmoeten. o Deze combinaties zoeken we in het bijzonder binnen de groene gezonde structuren (uitgewerkt in het thema gezonde leefomgeving). o We combineren groen met speel- en sportvoorzieningen. o Groen draagt bij aan het vergroten van klimaatadaptieve mogelijkheden (waaronder het vast houden van water, schaduwlevering en het verkoelen van de omgeving).
o We creëren meer ruimte voor groen in combinatie met recreatief wandelen en fietsen. Dit doen we door onze kernen meer autoluw te maken. Lagere snelheden, verplaatsen van parkeerruimte, minder wegen, parkeren op grotere afstand van de woningen, minder verharding door smallere wegen, voetgangers en verkeer in woonbuurten meer te combineren (shared space). o We willen meer ruimte bieden aan (gezond) voedsel/eetbaar groen en mensen hier meer mee verbinden. Daarom bieden we ruimte aan pluktuinen, voedselbossen en in concepten als herenboeren of wijktuinen. o De aantrekkelijkheid van de kernen willen we graag samen met onze inwoners vormgeven. Het groen vormt daar een wezenlijk onderdeel van.
30
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie Door deze groene plekken met een diversiteit aan gebiedseigen planten in te richten kunnen we de biodiversiteit herstellen. Onze kernen richten we klimaatadaptief in, ook voor de meer extreme weersomstandigheden o Dit vraagt om slimmigheden in de bouw om de nadelen hiervan zoveel mogelijk op te vangen, zoals goede isolatie, groene daken, lichte gevels, goede oriëntatie ten opzichte van de zon en regenwaterberging. o Meer ruimte voor oppervlaktewater draagt bij aan het klimaatbestendig worden van de gemeente en biedt recreatieve mogelijkheden. o Meer ruimte voor water en groen kan ook ontstaan door parkeerkelders of parkeerdaken. Onze kernen richten we natuurinclusief en gezond in, zowel het groen als het bebouwde deel o Hiermee verbinden we ook mensen met hun natuurlijke omgeving o We bieden meer rust-, nest- en voedselplekken voor dieren. o We pakken de kansen om meer kwetsbare en beschermde planten- en diersoorten binnen de dorpskernen ruimte te geven o Hiermee bieden we ook een goede voorwaarde voor de leefbaarheid van de kernen In de Peelhorst en het beeklandschap van de Aa en Leijgraaf en andere gebieden die vanuit het principe ‘bodem en water sturend’ niet geschikt zijn om te bebouwen, neemt het oppervlakte bebouwd gebied af door onder meer agrarische stoppers en verplaatsers.
De gemeente voert een actief beleid de woningbouw te concentreren in en nabij de kernen. Door het vergroenen van de kernen versterken we fysieke en sociale verbindingen o De verbinding met groene elementen in het buitengebied versterken we met een netwerk van groene gezonde structuren en maken we beter beleefbaar o Vergroening van de openbare ruimte zorgt ook voor gezonde ontmoetingen in de buitenlucht tussen inwoners. o
•
•
•
•
Onze kernen maken we duurzaam • •
•
•
•
Woningcorporaties, gemeente, projectontwikkelaars, ondernemers en inwoners maken onze kernen duurzaam We introduceren een puntensysteem, waarbij ondernemers of investeerders die goed scoren op het gebied van klimaat, water, natuurinclusief, circulair, energie, CO2 en stikstof de voorkeur verdienen bij de gunning en vergunningverlening. In 2050 is Bernheze 100% circulair. We werken ernaar toe dat alle nieuwe gebiedsontwikkelingen, transformaties en openbare ruimte in Bernheze gebaseerd is op circulaire criteria. Daaronder verstaan we materiaalgebruik met weinig milieudruk en een lange levensduur, of adaptief en demontabel bouwen om wisselende functies te ondersteunen. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Zoals biobased materiaal, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. We zorgen ook dat we meer bouwen met secundaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop en renovatie. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu. In 2030 moet Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). Deze ambitie nemen we over voor Bernheze in samenwerking met corporaties en projectontwikkelaars.
o We kiezen op korte termijn voor andere bouwmethodes waardoor we 50% minder primaire grondstoffen gebruiken. o We gebruiken grondstoffen die beter (hoogwaardig) te hergebruiken zijn. De gebouwde omgeving kent de komende jaren een verschuiving van aardgas naar duurzame warmte en elektriciteit. In 2050 moet Bernheze aardgasvrij zijn. In de Transitievisie
31
Ruw concept van mn de inhoudelijke kern van de partnervisie
• •
Warmte (TVW), die iedere vijf jaar wordt geactualiseerd, krijgt deze doelstelling nader vorm. De TVW wordt vertaald naar warmteplannen en -projecten per kern. Bernheze zet daarbij in op (nieuwe) duurzame en betaalbare warmtebronnen en doet de komende jaren onderzoek naar o.m. WKO, geothermie en aquathermie Alle nieuwbouw realiseren we aardgasvrij, ook als de wijk zelf nog met aardgas wordt gevoed. In 2030 worden 55% - 60% minder broeikasgassen uitgestoten ten opzichte van 1990 en in 2050 95% minder (Klimaatakkoord). Dat betekent meer energiebesparing, meer duurzame energieopwekking en verdere elektrificatie binnen de gebouwde omgeving, industrie, landbouw en mobiliteit. In de periode 1990 - 2020 is een reductie van 25% gerealiseerd, waardoor in het restant van dit decennium grote stappen moeten worden gezet om het doel van 55% - 60% broeikasgasreductie te behalen. In Bernheze neemt elke partner hierin z’n verantwoordelijkheid. De gemeente stuurt hierop bij de bouw en inkoop en sluiten aan bij de CO2 prestatieladder van de VNG. Om het doel te behalen moet vrijwel alles dat nu bestaat worden aangepast of vervangen om de broeikasgasuitstoot in lijn met het doel te brengen. Dit is een enorme opgave wat het cruciaal maakt om deze opgave niet verder te vergroten. Daarom moeten alle nieuwe ontwikkelingen die in 2050 nog bestaan in lijn met de 2050 doelstelling worden gerealiseerd.