CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

4. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Kasteellaan 2-4 Heesch motivering

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-IMRO Omgevingsplan ''Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4, Heesch'' *25.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan het historisch ensemble. Een historisch boerenerf wordt hersteld en er wordt een nadere accentuering gelegd op een lijn van het sterrenbos. Op die wijze wordt de woning verankerd in de ondertussen (deels) herstelde structuren van het sterrenbos en hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden van het landgoed.

Figuur 23: Uitsnede van de kaart Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging

Daarnaast is het plangebied aangewezen als gelegen binnen het gebied reservering waterberging. Voor ontwikkelingen binnen het Landelijk gebied zijn in de artikelen van de verordening is per beoogde ontwikkeling (instructie) regels gesteld.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

33

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

3.2.2.2.4 Kwaliteitsverbetering van het landschap In artikel 5.11 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is opgenomen dat activiteiten/ontwikkelingen in het Landelijk gebied gepaard gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De fysieke verbetering moet worden onderbouwd en geborgd in het plan. Het verbeteren kan aan de hand van de volgende aspecten: door landschappelijke inpassing; door het toevoegen, versterken, herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de landschapsstructuur of de relatie tussen stad en land; door het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken; door het wegnemen van verharding; -

door het slopen van bebouwing; door het realiseren van NNB of een ecologische verbindingszone; door aanleggen extensieve recreatieve mogelijkheden.

Dit plan ziet toe op wijziging van een agrarische bedrijfsfunctie naar een tweetal woonfuncties voor in totaal drie wooneenheden. De bestaande bebouwing wordt significant verkleind en de locatie wordt landschappelijk ingepast. De impact voor de omgeving is zeer beperkt en alleen maar als positief te kwalificeren. Deze ontwikkeling draagt op zichzelf bij aan het behoud en herstel van het cultuurhistorisch landschap ‘De Berkt’. Het realiseren van een goede landschappelijke inpassing is geborgd in de regels. Het plangebied wordt daarbij landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Dit plan is een kwaliteitsverbetering op zichzelf. Bij toepassing van de maatwerkregeling is een berekening van de kwaliteitsverbetering niet noodzakelijk. 3.2.2.2.5 Regels voor wonen Met dit plan wordt een woonfunctie aan een (voormalige) agrarische bedrijfswoning toegekend. Op grond van artikel 5.77 is de enige voorwaarde die hieraan gesteld is, de voorwaarde dat het aantal woningen binnen het plangebied niet toeneemt. Er is wel de toename van een extra woning, maar hiertoe wordt de regeling Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit toegepast. De bedrijfswoning wordt gesplitst in meerdere wooneenheden.

In afwijking hierop is splitsing in meerdere woonfuncties wél mogelijk indien de splitsing (in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing) als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. Deze regels zijn van toepassing voor het herbestemmen van de locatie Kasteellaan 2-4. 3.2.2.2.6 Reservering waterberging De instructieregels binnen dit gebied zijn gericht op het beperken van functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. Binnen het plangebied vindt hergebruik van een bestaand bouwperceel plaats waarbij de bebouwing per saldo afneemt. Dit plan heeft geen negatieve invloed op de waterhuishouding. Voor dit plan zijn de waterhuishoudkundige aspecten nader uitgewerkt en toegelicht in paragraaf 5.2 van deze motivering. 3.2.2.2.7 Cultuurhistorische waarden De bescherming van cultuurhistorische waarden is belangrijk omdat deze onvervangbaar zijn. In deze verordening zijn daarom de vanuit provinciale optiek belangrijke gebieden, gebouwen of complexen van

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

34

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

bebouwing met cultuurhistorische waarden opgenomen. Voor de aangeduide gebieden zijn de waarden en kenmerken beschreven op de Cultuurhistorische waardenkaart. Het plangebied is gelegen binnen ‘Landgoed De Berkt’. Groot Landgoed de Berkt (111 hectare) is op de Cultuurhistorische waardenkaart aangeduid als cultuurhistorisch waardevol complex. Ter plaatse van het plangebied is het de bedoeling bij te dragen aan het cultuurhistorische behoud en herstel van het complex door: - Het plaatsen van een ‘boswachters’ woning in de as van één van de lanen van dit sterrenbos (dat wordt hersteld); - Het herstellen van het erf bij de historische pachtboerderij door o.a. de sanering van de over-

tollige agrarische bedrijfsgebouwen, erfverhardingen en voorzieningen; het landschappelijk inpassen van het perceel

Het geheel aan maatregelen draagt bij aan versterking van de belevingswaarde van het gebied. Er wordt bijgedragen aan een betere beleving van de zichtas en de bebouwing wordt opgericht in een beeldkwaliteit die recht doet aan het cultuurhistorisch landschap. 3.2.2.2.8 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit Beoogd wordt een agrarische bedrijfsfunctie te herontwikkelen naar een woonfunctie voor drie wooneenheden. Per saldo wordt de bedrijfswoning gesplitst in twee woningen en er wordt een vrijstaande woning toegevoegd. Navolgend wordt Artikel 5.14 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit toegelicht en getoetst. Lid 1 Een omgevingsplan kan voor een concreet initiatief een bouw- of gebruiksactiviteit mogelijk maken als: a. dat aantoonbaar bijdraagt aan het fysiek versterken van omgevingskwaliteit, zoals de sloop van bebouwing, de aanleg van natuur en bos, groenblauwe dooradering, het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken, het terugdringen van emissie van milieuhinderlijke stoffen of de verbetering van het woon- en leefklimaat, doordat die bouw- of gebruiksactib. c. d. e. f. g. h.

viteit daarvoor de middelen genereert; de realisering van de onder a. bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; de onder a. bedoelde versterking van omgevingskwaliteit bijdraagt aan algemene belangen en juridisch is geborgd; de bouw- of gebruiksactiviteit door meerwaardecreatie bijdraagt aan algemene belangen zoals energietransitie, klimaat, circulariteit en verduurzaming; zowel de activiteit als de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12; is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; zowel de activiteit als de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

35

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

Beoogd wordt de cultuurhistorische kortgevelboerderij te splitsen en één extra vrijstaande woning te realiseren waarvoor onder andere de sanering van het eigen bedrijf de en het versterken van het cultuurhistorisch landschap de tegenprestatie vormt. Daarmee levert het planvoornemen een meerwaarde voor de omgevingskwaliteit. De kwaliteitswinst is niet via een andere wijze verzekerd en de herontwikkeling draagt door het staken van een agrarisch bedrijf bij aan algemene belangen zoals energietransitie, klimaat en verduurzaming. Slechts een aantal lanen met verharde wegen zoals de Vinkelsestraat en een deel van de Kasteellaan en een aantal lanen met zandpaden zoals de Jonkerstraat en Schaapssteeg zijn nu herkenbaar als monumentale laan. Vanuit cultuurhistorisch perspectief is het zeer wenselijk om het bijzondere lanenpatroon van groot Landgoed de Berkt te herstellen. Vooral de unieke aanwezigheid van lanen met zandpaden in combinatie met natuurgebieden maakt het gebied buitengewoon aantrekkelijk voor wandelaars en fietsers. Deze ambitie staat ook in de gemeentelijke beleidsstukken (o.a. cultuurhistorische waardenkaart, structuurvisie Bernheze 2010 en het landschapsontwikkelingsplan) omschreven. De transitie van het plangebied draagt derhalve bij aan de ontwikkelrichting van het gebied en is hierom ook volhoudbaar en verdedigbaar.

In 2023 het bestemmingsplan Landgoed De Berkt is vastgesteld. Dit plan omvat een onder andere het herstel van het verdwenen sterrenbos. Ook bevat het plan om in links en rechts van de as van één van de lanen van dit sterrenbos een woning te bouwen. Met dit plan wordt aangesloten bij de nadere uitwerking van het landgoed en is het idee ontstaan om in een westelijke as van een laan van dit sterrenbos de geplande ‘boswachterswoning’ van Kasteellaan 2-4 te positioneren. Op die manier wordt de nieuwe woning verankerd in de ondertussen (deels) herstelde structuren van dit sterrenbos en wordt een bijdrage geleverd aan het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden van het landgoed. Bij de uitwerking van dit plan is reeds de cultuurhistorisch deskundige van provincie Noord-Brabant betrokken. Lid 2 In het geval dat de fysieke versterking van omgevingskwaliteit is gericht op sanering van een milieubelastende activiteit, omvat de juridische borging in ieder geval dat alle voor die activiteit op de locatie rustende rechten en toestemmingen, waaronder verleende vergunningen, zijn ingetrokken. Het bedrijf zal worden gestaakt en de vergunning wordt ingetrokken. Lid 3 In aanvulling op het eerste lid worden bij de hierna genoemde gevallen tenminste de volgende aspecten in acht genomen: a. als de activiteit de toevoeging van een woning betreft: 1.

wordt de woning gerealiseerd op een passende locatie; 2. staat de omvang van de fysieke tegenprestatie gericht op het versterken van omgevingskwaliteit in verhouding tot de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; en 3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort;

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

36

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

b. als de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft: 1. heeft het landgoed ten minste een omvang van10 hectare; 2. is de fysieke tegenprestatie in het versterken van omgevingskwaliteit gericht op de ontwikkeling van natuur die bijdraagt aan de samenhang en kwaliteit van het Natuur Netwerk Brabant; 3. bestaat 50% van het gerealiseerde landgoed uit aangelegde natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant; 4. wordt bebouwing buiten het Natuur Netwerk Brabant gesitueerd en zo veel mogelijk geconcentreerd opgericht; 5. is de bebouwing van allure en qua omvang passend bij de uitstraling van het landgoed;

c.

6. zijn naast landgoedwoningen ook andere bij een landgoed passende gebruiksactiviteiten mogelijk, waaronder zorg; en 7. is de openbaarheid van het landgoed verzekerd; als de ontwikkeling is gericht op het behoud van een bestaand landgoed is de toevoeging van een woning of andere gebruiksactiviteit mogelijk op het bestaande landgoed als: 1. het landgoed niet is aangewezen als cultuurhistorisch waardevol complex; en

2. waar mogelijk toepassing wordt gegeven aan het bepaalde onder b; d. als de ontwikkeling tot doel heeft om de cultuurhistorische waarden en kenmerken te behouden of te herstellen van een rijks- of gemeentelijk monument of een cultuurhistorisch waardevol complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische waardenkaart, is de fysieke tegenprestatie in het versterken van omgevingskwaliteit gericht op het behoud of herstel van de aanwezige waarden en kenmerken. De toe te voegen woning wordt gerealiseerd op een passende locatie. Sprake is van een bebouwingsconcentratie. Het plangebied betreft een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie. De nieuwe woning wordt opgericht binnen het bestaande agrarisch bouwvlak. Door de woning te plaatsen aan het einde van een van de herstelde lanen van het sterrenbos vormt de nieuwe woning een duurzame afronding van de noordwestkant van het bebouwingscluster. Ook draagt de toevoeging van een boswachterswoning bij aan de beleefbaarheid van de Kasteellaan. Met het realiseren van de woning en het saneren van het bedrijf wordt voldoende tegenprestatie geleverd aan het behoud van het cultuurhistorisch landschap. Een en ander is reeds besproken met en deskundige van de provincie. Lid 4 Er is sprake van een passende locatie voor de toevoeging van een woning als: a. de ontwikkeling in een bebouwingsconcentratie ligt; b.

de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied, Bebouwd gebied of een bebouwingsconcentratie; of c. de woning inpandig wordt gerealiseerd binnen karakteristieke bebouwing. De locatie is gelegen in een bebouwingscluster. De structuur van het cluster, de Kasteellaan en het Sterrenbos wordt versterkt en er gaan geen waardevolle doorzichten verloren. Daarmee wordt een logische afronding van het cluster voorzien.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

37

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

De bestaande boerderijwoning wordt gesplitst. Daarmee wordt eveneens bijdragen aan het cultuurhistorisch aspect. Onder meer het slopen van overtollige bedrijfsgebouwen en erfverhardingen vormt hiervoor de tegenprestatie. Lid 5 Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. Artikel 5.8, eerste lid, onder a en e; b. Artikel 5.11. 3.2.2.2.9 Conclusie Voldaan wordt aan de regels uit de omgevingsverordening.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Bernheze

3.3.1.1 Wettelijk kader De Omgevingsvisie Bernheze 2040 is een richtinggevende visie voor de fysieke leefomgeving. Nieuwe initiatieven worden getoetst op basis van deze omgevingsvisie. Het schetst de ambities voor de komende 20 jaar. Ambities en doelen die samen met de partners zijn bepaald. Met de omgevingsvisie wil de gemeente de kwaliteit van de leefomgeving behouden en versterken. De gemeente hanteert daarvoor de volgende aanknopingspunten om slim met de ruimte om te gaan: - Kenmerken en identiteit van het gebied centraal stellen; - Meervoudig ruimtegebruik, waar het kan; - Voorkomen van afwenteling. De omgevingsvisie vervangt de gemeentelijke structuurvisie en een groot deel van andere lange termijn visies op de fysieke leefomgeving van de gemeente. De omgevingsvisie is een dynamisch document en zal ook meebewegen met nieuwe en veranderende maatschappelijk opgaven. De kern van de omgevingsvisie bestaat uit de uitwerking in vijf strategische thema’s. In deze uitwerking vertaalt de gemeente de opgaven naar ambities en doelen. De vijf thema’s zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 3.3.1.2

Gezonde leefomgeving Leefbare kernen Klimaatadaptatie en herstel biodiversiteit Vitale en duurzame landbouw en economie Kwaliteit landschap en erfgoed Toets

Met de beoogde herontwikkeling wordt ingespeeld op het thema ‘Kwaliteit landschap en erfgoed’. Over dat laatste wordt onder andere het volgende geschreven: We hebben bijzonder erfgoed in Bernheze. Denk dan bijvoorbeeld aan Kasteel Heeswijk, Buitenplaats Zwanenberg, De Berkt, de museumboerderij, de molens en religieus erfgoed. Erfgoed dat we kunnen gebruiken om het verhaal over het verleden, heden en de toekomst van het boerenleven op historisch waardevolle plekken te vertellen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

38

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

De laatste jaren verschuift de focus binnen de erfgoedwereld van een objectgerichte benadering naar een gebiedsgerichte aanpak. Dat houdt in, dat de relatie met de omgeving van belang is voor de totaal beleving van het monument. Niet alleen aandacht en instandhouding van individuele monumenten, maar ook de verhouding tot de omgeving van het monument is van belang. Het gaat om de ruimtelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving, waarbij we erfgoed als vertrekpunt en dragende kracht inzetten. Een bestaande agrarische bedrijfslocatie wordt herontwikkeld naar een functie wonen voor in totaal drie wooneenheden. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan behoud en herstel van het cultuurhistorisch landschap ‘De Berkt’. Voor de ‘De Berkt’ wordt specifiek ingezet op de kaart als bijzonder gebied, door de natuur- en landschappelijke waarden te beschermen, herstellen en versterken. Het agrarisch bedrijf, dat storend is wordt gesaneerd en er wordt een nieuwe woning gezet in het verlengde van één van de herstelde lanen van het sterrenbos. Daarmee wordt een meerwaarde geleverd aan het historisch ensemble. Tevens draagt de transitie bij aan klimaatadaptatie en herstel biodiversiteit doordat de agrarische bedrijfsfunctie met bijbehorende emissies komt te vervallen. Bijgedragen wordt daarmee aan de ambities en doelen zoals gesteld in de gemeentelijke omgevingsvisie.

3.3.2

Erfgoedvisie

3.3.2.1 Wettelijk kader In de gemeente Bernheze heeft op 20 mei 2020 de erfgoedvisie ‘Ode aan het boeren leven’ vastgesteld. De erfgoedvisie vormt de leidraad voor het vastleggen hoe het Bernhezer erfgoed voor de toekomst kan worden behouden, kan worden versterkt en de (maatschappelijke) meerwaarde ervan kan worden ingezet. Om dit te bewerkstelligen is een andere manier van kijken en omgang met erfgoed vereist: erfgoed als belangrijke drager of vertrekpunt voor allerlei hedendaagse thema’s en ontwikkelingen (als sociale cohesie, landschaps- en gebiedsontwikkeling, klimaatadaptatie, energietransitie, etc.). Erfgoed kan daarvoor waardevolle inspiratie en ervaringen bieden. Daarbij is erfgoed een aanjager voor de lokale economie, wat het belang van behoud en versterking alleen maar meer duidelijk maakt: -

gemeenten met veel erfgoed zijn aantrekkelijk als woonlocatie; gemeenten met een historische kern zijn aantrekkelijk als toeristische bestemming.

Recent is met de ontwikkeling van Landgoed ‘De Berkt’ een eerste ontwikkeling in gang gezet van het herstel van landgoed ‘De Berkt’. Daarbij is onder andere het sterrenbos deels hersteld. De eerste stap richting herstel en de doorontwikkeling van groot Landgoed De Berkt is daarmee gezet. Het initiatief binnen het plangebied sluit daarbij aan.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

39

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

Figuur 24: Uitsnede erfgoedvisie

Voedsellandgoed de Berkt, de terugkeer van het multifunctioneel landgebruik Rondom Huis de Berkt werd een landgoed aangelegd met diverse bossen, een doolhof, lanenstructuur en enkele boerderijen met kleine akkers. Veel historische element refereren aan de zelfvoorzienendheid van het voormalig landgoed, zoals de houtwallen voor de bakkerijen, het sterrenbos voor de jacht, etc. Verder werd er geëxperimenteerd met beendermeel om de vruchtbaarheid van de bodem te verbeteren. Zo werd het fosfaattekort in de zanderige bodem aangevuld. Het landgoed heeft 111 hectare beslagen, maar is door gedeeltelijke verkoop versnipperd geraakt. Om de maatschappelijke waarde van het landgoed te vergroten is het land rondom het huis opengesteld voor het publiek en zijn er rondwandelingen uitgestippeld over het landgoed. Voorstel is om, net zoals het landgoed oorspronkelijk zelfvoorzienend was, het landschap zo multifunctioneel mogelijk in te zetten. Mogelijk kan de landgoederenstructuur van de Berkt versterkt worden door historische relicten te herstellen. Het gebied aan de oostzijde van het voormalige landgoed heeft een waterbergingsopgave. Door de aanplant van rabattenbossen, langwerpige ophogingen tussen natte greppels, kan hier zowel bosbouw, agroforestry als waterberging plaatsvinden.

Erfgoed kan worden ingezet om zo bij te dragen aan klimaat adaptieve maatregelen voor de gemeente en er ontstaan nieuwe verdienmodellen voor het onderhoud van het landgoed. 3.3.2.2 Toets Voor het landgoed De Berkt is een van de opgaven versterking van de landgoederen structuur. Dit initiatief draagt daarom bij. Een naoorlogs agrarisch bedrijf wordt gesaneerd en een nieuw element wordt geplaatst in het verlengde van een laan van het sterrenbos. dit maakt het weer aantrekkelijk om te wandelen over de Kasteellaan en het landschap te beleven.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

40

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

4. ASPECTEN VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING 4.1 Bodemkwaliteit 4.1.1

Wettelijk kader

Het aspect bodemkwaliteit maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Steeds dient te worden gezocht naar de juiste balans tussen enerzijds het beschermen van de gezondheid en het milieu en anderzijds het benutten van de bodem ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid 1 Omgevingswet). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het plangebied is en of dit nog aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde functietoedeling. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan daarvoor gestelde interventiewaarden (bijlage IIA Bal). De gemeente kan echter in haar Omgevingsplan ook afwijkende lokale waarden vastleggen, voor zover de maximale grenswaarden als bedoeld in artikel 5.89j, tweede lid, van het Bkl niet worden overschreden.

4.1.2

Toets

Door Van Oort Bodemonderzoek BV is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd Dit onderzoek met rapportnummer KLN.330122 behoort als bijlage bij deze motivering. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna samengevat opgenomen. “Op de locatie aan de Kasteellaan 2-4 te Heesch is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd in verband met een herbestemming en nieuwbouw. Kadastraal staat de locatie bekend als; gemeente Heesch, sectie F, nummers 1072 en 1289. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 10.685 m2. Het algemeen doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er met betrekking tot de bodemkwaliteit bezwaren zijn tegen het wijzigen van de bestemming naar wonen en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5740 en NEN 5707. De onderzoeksstrategie is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018. De grondanalyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV (AS3000) en de asbestanalyses door Eurofins Analytico BV. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen.

Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat plaatselijk de bovengrond licht verontreinigd is met minerale olie of PAK (>Aw). Voor het overige zijn in de boven- en ondergrond geen verontreinigingen waargenomen (<Aw). Ter plaatse van de onbedekte drupzones van de bijgebouwen en stallen is een asbestgehalte bepaald van VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

41

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

maximaal 6,5 mg/kg ds. Het grondwater is niet verontreinigd (<Sw). De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inziens geen belemmering te vormen voor een woonbestemming en latere nieuwbouw. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Bernheze. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Na sloop van alle agrarische gebouwen dient nog een aanvullend grondonderzoek van de bovengrond ter plaatse van de gesloopte gebouwen te worden uitgevoerd.

4.2 Water 4.2.1

Wettelijk kader

4.2.1.1 Inleiding In artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bepaald dat in een Omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de gevolgen van een plan voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van Aa en Maas. 4.2.1.2 Nationaal Water Programma 2022-2027 In Nederland zijn er grote opgaven voor het waterdomein. Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en moet blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor een goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Om aan te geven hoe om te gaan met de uitdagingen van water heeft de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 vastgesteld. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De Rijksoverheid werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.

Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de Rijkswateren. Dit plan wordt door de waterschappen op gebiedsniveau vormgegeven. 4.2.1.3 Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is het provinciaal beleidsplan voor Water en Vitale bodem. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het RWP heeft een

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

42

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

looptijd tot en met 2027. Vanwege nieuwe ontwikkelingen vult de provincie het RWP tussentijds aan. De provincie geeft hiermee richting aan ‘Water en Bodem sturend' in Noord-Brabant. Het Doel van het RWP 2022-2027 is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. 4.2.1.4 Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2024 Sinds 1 januari 2024 heeft Waterschap Aa en Maas een waterschapsverordening. Deze verordening vervangt de Keur. In de waterschapsverordening staan de regels voor bewoners en bedrijven die activiteiten doen bij beken, sloten en gemalen. De Waterschapsverordening is een aanvulling op regels uit de Omgevingswet. De Waterschapsverordening is van toepassing op de rivieren, beken, sloten, grondwater en dijken (waterkeringen) die in beheer zijn bij het waterschap. Maar ook op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen, zoals agrariërs en tuinders. 4.2.1.5 Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 In het Waterbeheerplan is beschreven welke doelen door het waterschap worden nagestreefd in de periode 2022-2027 en hoe het waterschap deze doelstellingen gaat behalen.

Het waterbeheerplan is gebaseerd op de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; 3. Afvalwaterketen. Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. In het programma ‘Afvalwaterketen’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: -

schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Om deze doelen te bereiken zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: het maken van actieplannen met maatregelen gericht op een klimaatrobuust watersysteem; het verkennen van de mogelijkheden om de hoeveelheid water die vanuit bebouwd gebied wordt afgevoerd op het regionale systeem te beperken; inzetten op extra maatregelen: ontstenen, vergroenen, afkoppelen en groene daken;

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

43

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

-

-

meedenken met gemeenten bij beleid en regelgeving rondom meervoudig ruimtegebruik, afkoppelen, hemelwaterverordeningen en het opnemen van klimaatadaptatie in bestemmingsplannen; handhaven van de stimuleringsregeling klimaatactief bebouwd gebied en deze koppelen waar mogelijk aan gemeentelijke regelingen; de samenwerking met gemeenten, woningcorporaties, ontwikkelaars en de bouwsector breed opzoeken in het bebouwde gebied; Intensief samenwerken op de overgang tussen bebouwd gebied en landelijk gebied, ook rondom bedrijventerreinen.

4.2.1.6

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Op basis van de Keur en deze beleidsregel wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd.

Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. 4.2.1.7 Verordening Fysieke leefomgeving De gemeenteraad heeft op 7 oktober 2021 de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) vastgesteld. Hierin staan de regels die in Bernheze gelden voor bouwen, wonen, natuur, erfgoed, milieu, wegen en water. De VFL is een samenvoeging van een reeks bestaande verordeningen en een aantal regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV). Hiermee zijn alle regels voor ruimtelijke ontwikkeling in één verordening terug te vinden. Deze nieuwe verordening is een resultante van de voorbereidingen op de Omgevingswet. Over hemelwaterberging wordt onder meer gesteld dat: - de minimale te realiseren hemelwatervoorziening 20 mm (per m2 verhard oppervlak) moet kun-

-

-

nen verwerken; de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand worden gehouden; het verboden is vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

44

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

4.2.2

Toets

4.2.2.1 Waterschapsverordening Het plangebied is niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied. 4.2.2.2 Beleid hemelwaterzorgplicht en regels watertoetsproces Binnen het plangebied is sprake van toevoeging van één nieuwe vrijstaande woning (één wooneenheid wordt inpandig toegevoegd). Het hemelwater dient te worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Dit is een voorwaarde die aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit is verbonden. Binnen het plangebied wordt een verhard oppervlak verwacht van circa 1.200 m². Het betreft hierbij de verharding voor drie wooneenheden, bijgebouwen en erfverharding. Per saldo vindt echter wel een significante afname van verhard oppervlak. Het gaat om 1.265 m² aan bebouwing en 1.400 m² erfverharding. De afname van bebouwing en verharding is een resultante van de sanering van het agrarisch bedrijf. Ten behoeve van de beoogde nieuwe verharding geldt dan een bergingsopgave van (schatting verhard oppervlak 1.200 m² x 0,06=) 72 m³. Er wordt zorg gedragen voor realisatie van deze waterberging binnen het plangebied door aanleg van een hemelwaterinfiltratieberging. Voorgesteld wordt hemelwater middels een infiltratieriool richting de zaksloot aan de westzijde van het plangebied. Met een lengte van 100 meter wordt voorzien in ruimschoots voldoende bergingscapaciteit.

Figuur 25: Principeprofiel infiltratiegreppel

Een infiltratieriool moet boven de GHG liggen zodat het in natte perioden geen drainerende functie krijgt. Een bovengrondse voorziening is goedkoper, minder onderhoudsgevoelig en minder fout gevoelig dan een ondergrondse voorziening. In het uiteindelijke bouwplan zal de hemelwaterinfiltratie nader worden uitgewerkt met in acht name van deze paragraaf.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

45

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

Om te borgen dat geen hemelwateroverlast op het perceel plaatsvindt, wordt de infiltratievoorziening aansluitend aan de verharding gerealiseerd, dan wel wordt het terrein zodanig gedimensioneerd dat het water vanaf de verharding natuurlijk richting de infiltratievoorziening stroomt. Het water dat valt in een bui die groter is dan 60 mm+, stroomt het water af op het aangrenzend in eigendom van initiatiefnemer gelegen weiland en naar de beplantingsvakken aan de perceelsgrenzen van het plangebied. Voor deze beplanting is het belangrijk dat water binnen het plangebied behouden blijft. 4.2.2.3 Wateraspecten binnen het plangebied Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater gelegen. Het plangebied is gelegen op zandgronden; voedselarm en vochtig tot droog (cHn21) en er sprake van een GHG van circa 40-60 cm-mv. Navolgende figuur geeft een uitsneden van de GHG waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

Besluitgebied

Figuur 26: Uitsnede kaart met GHG voor de omgeving van het plangebied

De bodem is geschikt voor infiltratie van hemelwater en het terrein is groot ten opzichte van de toevoeging van verharding. Er is binnen het plangebied ook voldoende ruimte voor hemelwaterinfiltratie.

4.2.3

Afvalwater

Het is niet toegestaan hemelwater af te voeren op de riolering. De nieuwe woning dient te worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Hierover worden afspraken gemaakt met de initiatiefnemers. Bij splitsing van het bestaande pand moet iedere woning een eigen rioolaansluiting krijgen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

46

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

4.3

Cultureel erfgoed

4.3.1

Wettelijk kader

In de Omgevingswet wordt cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving als volgt afgebakend: ‘monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het Omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet'. Onder 'ander cultureel erfgoed’ gaat het zowel om roerend erfgoed (‘cultuurgoederen’) als om immaterieel cultureel erfgoed voor zover dat aan een specifieke plek gebonden is. De gemeente moet voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen in het Omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze regels gaan over: ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; -

gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermd monument;

-

aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.

4.3.2

Cultuurhistorie

4.3.2.1 Beleidskader De gemeente Bernheze het gemeentelijk erfgoed in beeld gebracht en vastgelegd op de Cultuurhistoriekaart Bernheze. Navolgende figuur geeft een uitsnede voor deze kaart voor de omgeving van het plangebied.

Besluitgebied

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

47

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

4.3.2.2 Toets Algemeen De occupatie binnen de gemeente Bernheze is ontstaan op de rand van de beekdalen en de hoger gelegen zandgronden. In de periode tussen de 15e en 18e eeuw werden voor de landbouw woeste gronden ontgonnen grenzend aan de beekdalen. Vanaf het midden van de 19e eeuw heeft grootschalige heideontginning tot forse uitbreiding van de landbouwgronden geleid. Voor de ontwikkeling van de nederzettingen binnen de gemeente is met name de ligging aan belangrijke doorgaande routes tussen grotere plaatsen in de omgeving van belang. De oorspronkelijke dorpslinten die aan deze routes zijn ontstaan zijn waardevol als historische structuur. Daarnaast liggen in het buitengebied ook enkele bebouwingsconcentraties die cultuurhistorisch van belang zijn. Nistelrode is gelegen op de overgang tussen de Peelhorst en de Peelrandbreuk en maakt deel uit van een reeks oude ontginningen. De structuur wordt bepaald door de noord-zuid gerichte lintbebouwing en de karakteristieke driehoekige pleintjes. Het dorp heeft relatief veel historische bebouwing. De omgeving wordt gekenmerkt door verschillende landschapstypen die direct gekoppeld zijn aan de natuurlijke onderlaag; oude akkercomplexen, natte graslanden, bos en heide wisselen elkaar af. Landgoed de Berkt Landgoed De Berkt is rond 1800 ontstaan door ontginning van woest heide- en broekland in de gemeente Heesch.

In die tijd werd een bestaand huis met grond genaamd “De Berkt ” door de heer Joannes Linsen aangekocht. Het landschap bestond destijds uit ondiepe beekdalgronden gelegen tus sen de beek De Vinckel en de hoger gelegen en reeds in cultuur gebrachte akkergronden van de gehuchten Munnekens Vinkel en Zoggel. Tussen 1800 en 1830 wist Joannes Linsen zijn bezit uit te breiden tot een aaneengesloten gebied van circa 111 hectare. In verschillende aktes wordt aankoop van gronden gedaan door zowel zijn vader Joannes de Oude als door Joannes Linsen de Jonghe.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

48

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

Op het Kadastraal Minuutplan uit 1832 wordt het huis op De Berkt aangeduid als kasteel met tuinen en boomgaarden. Ook zijn in die tijd de lanen en dreven aangelegd, allen met voorpoot recht en beplant met eikenbomen, waarvan de huidige Jonkerstraat als zichtas vanuit het buitenhuis bewaard is gebleven. De buitenplaats werd omgeven met een binnengracht, tuinen, vijvers en boomgaarden. In de boomgaarden werden hoogstamfruitbomen aangeplant. Om het gehele huisperceel werd een buitengracht aangelegd. Aansluitend daarop ontstonden een sterrenbos en een zogenaamd Engels bos. Ook werden nog diverse andere bospercelen ingeplant. Er werden drie boerderijen en een tuinmanswoning gevestigd. Het kavelpatroon van de landbouwpercelen was zeer kleinschalig van opzet . Alle kavels waren omgeven door sloten en houtwallen, vanwege het oorspronkelijke natte heide- en broekland. De ontwatering werd geregeld door het graven van waterlopen langs de noord- en zuidzijde van het landgoed die verderop westelijk uitmondden in de water lopen naar de beek De Vinckel. De lichte helling van ongeveer een meter over de gehele lengte (1100 meter) van de door Joannes Linsen aangelegde zicht laan op het huis, de huidige Jonkersstraat , geeft een subtiele versterking van de aanblik daarvan.

In de periode 1842-1848 wordt het gehele landgoed overgenomen door de adellijke familie Van den Bogaerde van Terbrugge, die ook het kasteel Heeswijk en het kasteel Nemelaer in bezit had. Het huis en de boerderijen krijgen in die tijd de kleuren van het kas teel van Heeswijk. In de akte van verkoop d.d. 17 november 1848 wordt het bezit omschreven als: “Een landgoed bes taande uit een herenhuis, drie bouwmanshuizen met drie afzonderlijke schuren, een arbeiderswoning, verschillende opstallen zoals schoppen en varkenshokken, erven, boomgaarden, Engelse tuinen, mast – en schaarbossen, bouwen weilanden, lanen, wegen.” Door de familie Van den Bogaerde werd De Berkt voornamelijk als jachtgebied gebruikt. Het huis wordt in die periode omschreven als het jachtslot op de De Berkt. Rond 1895 komt Franciscus de Laat, de overgrootvader van de huidige eigenaar , als pachter op het huis De Berkt wonen. De buitenplaats krijgt dan een bestemming als bakkerij, grutterij en boerderij. Voor zijn bedrijf is in 1911 een grote graanschuur met veestalling gebouwd. Langzaam verdwenen de tuinen, vijvers en de boomgaarden met de oude hoogstamfruitbomen en werd steeds meer de nadruk op het boerenbedrijf gelegd. Het broodbakken in de houtgestookte oven werd na de oorlog gestaakt .

Vooral na 1950 zijn door intensivering in de landbouw en de noodzaak tot schaalvergroting veel elementen van het oorspronkelijke landgoed verdwenen. In 1966 is het landgoed versnipperd door openbare verkoop. Van de boerderijen werden de zittende pachters de nieuwe eigenaren. De lanen en dreven, totaal 4 hectare, grotendeels bezet met oude eiken, gingen over in andere particuliere handen. In 1998 is De Berkt in het kader van de Natuurschoonwet opnieuw tot landgoed benoemd. Hiertoe behoort 8,5 hectare van het voormalige sterrenbos en de boslaan vanaf de Kasteellaan tot aan de Vinkelsestraat. Ook de buitengracht , die met de ruilverkaveling was overgegaan naar de gemeente, is in 1998 weer bi j het landgoed gevoegd. Besluitgebied Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘landgoed’. De aanliggende wegen betreffen een oud wegtracé.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

49

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

Binnen het plangebied zijn cultuurhistorische waarden aanwezig in de vorm van de cultuurhistorisch waardevolle kortgevelboerderij. Een waardestellend rapport hiervan is als bijlage bij deze motivering opgenomen. De overige opstallen kennen geen historische waarden. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden in de omgeving of aantasting van de wegstructuur. Cultuurhistorische beleidskaart Het provinciaal cultuurhistorisch belang is inzichtelijk gemaakt op de provinciale waardenkaart. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. Het provinciaal belang is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar belangrijkste taak heeft. Uit de cultuurhistorische kaarten blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied sprake is van cultuurhistorische waarden:

-

-

-

De Jonkerstraat is aangemerkt als een cultuurhistorische lijn van hoge waarde. De houtwallen en laanbeplanting rondom het plangebied zijn getypeerd als historisch groen met een hoge waarde. Het betreft karakteristieke laanbeplanting, deels langs zandwegen, en houtwallen rondom een oud kasteelterrein met onder meer zomereik, zwarte els, valse acacia, Canadapopulier, Amerikaanse eik, wilde lijsterbes, berk, sporkehout, hazelaar, haagbeuk en opvallend veel geoorde wilgen. Het geheel dateert uit 1900-1950, deels veel ouder. Het plangebied ligt in de Meijerij; een gebied met cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang. De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van de Meijerij zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meijerij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Het plangebied ligt in een cultuurhistorisch landschap van provinciaal belang, aangezien het ligt binnen het historische landgoed De Berckt.

Tussen Heesch en Vinkel bevindt zich rondom kasteel De Berckt het historische landgoed De Berckt, aangelegd tussen 1800 en 1810 door Johannes Linsen. Hij was een grootgrondbezitter en lid van Gedeputeerde Staten van Noord‐ Brabant. Het landgoed is gevormd rond zijn in 1810 gestichte landhuis, het huidige kasteel. Een belangrijk deel van dit landgoed is eveneens ontstaan uit een ontginning uit het einde van de 18e en begin van de 19e eeuw. Het kasteel met direct aangrenzende terreinen, de lanen‐ en drevenstructuren met beplanting en de restanten van het Sterrebos (noord‐ en noordoostzijde van het kasteel) hebben een grote cultuurhistorische waarde.

Onderhavig plan heeft geen negatieve gevolgen voor de aanwezige cultuurhistorische waarden. Deze blijven in stand. Het plan versterkt het karakter van het gebied. De bebouwing wordt kleinschaliger, doordat er agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Daarnaast wordt er een woning toegevoegd in het verlengde van één van de lanen van het sterrenbos van landgoed De Berkt. Hierdoor ontstaat een opening in de bestaande structuur, om een zichtrelatie te leggen tussen deze twee elementen. Een verwevenheid op hoger schaalniveau wordt hiermee

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

50

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

bereikt. De transitie binnen het plangebied draagt bij aan versterking van de landgoederenstructuur van de Berkt. Bovendien wordt de locatie landschappelijk ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met het karakter en de historie van het gebied. Een nadere uitwerking hiervan is opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage bij deze motivering is opgenomen. De sloop van bebouwing in combinatie met het toevoegen van beplanting leidt tot een aanmerkelijke kwaliteitsverbetering.

4.3.3

Archeologie

4.3.3.1 Inleiding Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied. 4.3.3.2 Beleid De gemeente Bernheze heeft in navolging van het rijksbeleid gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze’ en de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’. Op basis van deze documenten is de gemeente Bernheze in staat om op verantwoorde wijze een archeologiebeleid te implementeren. Met dit beleid wordt een juiste balans gevonden tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’ waarop het plangebied is aangeduid.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

51

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

Besluitgebied

Figuur 27: Uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’ waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

4.3.3.3 Toets Het plangebied is aangeduid als gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde, categorie 5. Daar geldt een onderzoeksplicht naar eventueel aanwezige archeologische waarden bij een verstoringsdiepte van dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld over een oppervlakte van meer dan 2.500 m². In het geldende planregime is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Deze dubbelbestemming is overgenomen in dit plan. Hiermee is verzekerd dat geen verstoring van drempelwaarden plaatsvindt zonder dat archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van archeologische waarden.

4.4 Natuur 4.4.1

Wettelijk kader

4.4.1.1 Inleiding Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de voormalige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten, waaronder vogels en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

52

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). 4.4.1.2

Gebiedsbescherming

4.4.1.2.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze gebieden worden flora, fauna en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden zijn aangewezen in twee Europese richtlijnen: de Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Nederland kent een netwerk van 162 Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen zowel direct als indirect van aard zijn. Directe effecten zijn bijvoorbeeld verstoringen door licht, geluid of trillingen. Een belangrijk negatief indirect effect op Natura 2000-gebieden is een verhoogde stikstofdepositie. Een activiteit die niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar wel significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied, wordt een ‘Natura 2000-activiteit' genoemd binnen de definitie van de Omgevingswet. Een Natura 2000-activiteit dient te voldoen aan Rijksregels zoals de specifieke zorgplicht. Daarnaast dient het bevoegd gezag geïnformeerd te worden bij een eventueel ongewoon voorval. 4.4.1.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk heeft als doel om natuurgebieden beter te verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Het NNN bestaat over het algemeen uit kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en verbindingszones. In beginsel zijn de provincies verantwoordelijk voor de instandhouding en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland. Instructieregels met betrekking tot de bescherming van Natuurnetwerk Nederland zijn dan ook opgenomen in de omgevingsverordening van de provincie. 4.4.1.2.3

Stikstof

Een activiteit die voor stikstofdepositie zorgt, wordt aangemerkt als een vergunningplichtige Natura 2000-activiteit als significante effecten op een Natura 2000-gebied niet kunnen worden uitgesloten. De beoordelingsregels kunnen er in dat geval toe strekken dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als geregistreerde stikstofdepositieruimte aan de Natura 2000-activiteit wordt toegedeeld (artikel 5.29, lid 3 Ow). 4.4.1.2.4

Houtopstanden

Houtopstanden worden op basis van nationaal beleid beschermd door in het Bal opgenomen Rijksregels. In het Omgevingsplan wordt door de gemeenteraad een bebouwingscontour houtkap vastgesteld. Hierbinnen gelden de regels voor het vellen van houtopstanden niet die in het Bal staan. Deze regels worden gesteld met het oog op natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal in Nederland, of het beschermen van landschappelijke waarden. Voorheen waren deze regels gesteld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. De kern van het beschermingsregime uit het Bal wordt gevormd door een meldingsplicht voor degene die voornemens is om buiten de bebouwingscontour een houtopstand te vellen, en een verplichting om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan op dezelfde grond te herbeplanten. Daarbij geldt als kwaliteitseis dat de herbeplanting geschiedt op ‘bosbouwkundig verantwoorde wijze’. De provincie kan daar bij omgevingsverordening maatwerkregels of maatwerkvoorschriften over vaststellen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

53

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

4.4.1.3 Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. De Omgevingswet definieert wat een flora- en fauna-activiteit is. In de bijlage van de Omgevingswet staat de volgende definitie van een flora- en fauna-activiteit: een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Door deze brede formulering van een flora- en faunaactiviteit is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en indien aanwezig, welke soorten dat zijn. Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming.

Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten.

4.4.2

Toets

4.4.2.1 Gebiedsbescherming In de wijde omgeving van het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden gelegen. Binnen een afstand van meer dan 13 kilometer tot het plangebied is geen Natura 2000-gebied gelegen. Ten noordoosten ligt op korte afstand van het plangebied wel een onderdeel van het NNB. In de QuickScan flora en fauna is geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen wezenlijke kenmerken of waarden van Natuur Netwerk Brabant aantast. De ontwikkeling heeft geen negatief effect op natuurgebieden. 4.4.2.2 Soortenbescherming Het plangebied is in de huidige situatie ingericht ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Diverse opstallen zullen gesaneerd worden. Derhalve is op voorhand een ecologische Quickscan uitgevoerd. Daaruit wordt de volgende conclusie getrokken: “Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen. Met de sloop van de gebouwen zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De te slopen gebouwen bestaan grotendeels uit ongeschikt materiaal voor verblijf- schuil- en nestplaatsen van beschermde diersoorten. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming met de sloop van de gebouwen. Door de geplande sloop zullen de schuil- en foerageermogelijkheden voor verschillende diersoorten niet afnemen.

Door de locatie na de bouw geheel planologische in te passen en natuurinclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd.”

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

54

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. 4.4.2.3 Stikstofdepositie Het plangebied is in de huidige situatie ingericht ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Diverse opstallen zullen gesaneerd worden. De vergunning voor het houden van dieren wordt ingetrokken. Er wordt één nieuwe woning gebouwd. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een Aeriusberekening uitgevoerd. De ontwikkeling voorziet niet in een toename van stikstofdepositie. De aeriusberekening is bij deze motivering opgenomen als bijlage.

4.5 Geluid 4.5.1

Wettelijk kader

Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels over geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer komen te vervallen. Deze regels zijn tijdelijk verhuisd naar het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van de gemeente ('de bruidsschat’). De bruidsschat en dit wijzigingsbesluit vormen samen de regels van het Omgevingsplan. Gemeenten zijn aan zet om gedurende de overgangsperiode (tot 1 januari 2032) eigen regels over geluid op te nemen in het Omgevingsplan, mits daarbij wordt voldaan aan de bepalingen uit het Bkl. Zolang een gemeente nog geen eigen regels heeft, zijn regels voor geluid opgenomen in afdeling 22.3 en 22.4 van het Omgevingsplan. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelige gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De instructieregels hierover in het Bkl heeft het Rijk gesteld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (3.22 Bkl). Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (3.20 Bkl). Wanneer nieuwe activiteiten worden toegelaten in het Omgevingsplan, zijn instructieregels voor bedrijfsmatige activiteiten van toepassing (5.59 Bkl).

4.5.2

Toets

Het plangebied is gelegen aan de Kasteellaan en de Jonkerstraat. Beide wegen gaan ter hoogte van het plangebied over in onverharde wegen en ter plaatse is sprake van een lage verkeersintensiteit. De wegen worden in feite gebruikt voor bestemmingsverkeer.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

55

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22S Kasteellaan 2-4 Heesch - Motivering

Figuur 28: Wegverkeerslawaai geprojecteerd op kaart

De geluidsbelasting binnen het plangebied bedraagt minder dan 45 dB. Met deze ontwikkeling is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van wegverkeerslawaai.

4.6 Geur 4.6.1

Wettelijk kader

4.6.1.1 Algemeen Geur kan hinder veroorzaken en de gezondheid schaden. Echter ook geur veroorzakende activiteiten (bedrijven) hebben een plek in de leefomgeving nodig. Eén van de belangrijkste uitgangspunten van de Omgevingswet is realisatie van een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving (artikel 1.3 Ow: ‘zorg voor de fysieke leefomgeving’). In het Bal zijn in hoofdstuk 3 regels gesteld over milieubelastende activiteiten, waarbij deze activiteiten per bedrijfstak zijn gegroepeerd. Deze regels zijn gesteld ter voorkoming of beperking van onder andere geurhinder. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 van het Bal inhoudelijke regels gesteld aan milieubelastende activiteiten. In paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl zijn de instructieregels opgenomen ten aanzien van het aspect geur. In artikel 5.92, tweede lid Bkl, is voorgeschreven dat de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw ‘aanvaardbaar’ moet zijn. Daarbij dient tevens rekening te worden gehouden met cumulatie. Gemeenten hebben de mogelijkheid om in hun omgevingsplan eigen geurregels te formuleren. Weliswaar dienen de instructieregels uit het Bkl (artikel 5.90 tot en met 5.127 Bkl) wel te worden gevolgd. In het Omgevingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen de waarden voor geur die van toepassing zijn binnen en buiten de bebouwingscontour.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=97640e11-b111-4b5e-88ba-4ea1f2ac747c