Toelichting Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Tekst van het document
Figuur 4-2 Uitsnede archeologische beleidskaart voormalige gemeente Groesbeek (O=plangebied)
16-2-2022
24
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
De gemeente Berg en Dal heeft het archeologiebeleid verwerkt in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Groesbeek. Op basis van het geldende bestemmingsplan is de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarden’ op het grootste deel van het plangebied van toepassing. Op basis van de gebiedsinformatie van de archeologische beleidskaart vaan de (voormalige) gemeente Groesbeek dient een aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 , een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende mate zijn vastgelegd. De nieuw te bouwen woningen zijn gelegen in het gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde, dan wel in een gebied waar sprake is van een hoge verwachtingswaarde maar van een verstoord gebied (ter plaatse van bestaande stallen met 1,5-2 meter diepe kelders). Conclusie In voorgaande paragraaf is een korte uitwerking uitgevoerd naar de archeologische verwachtingswaarde ter plaatse van het plangebied. Hieruit is gebleken dat het plangebied grotendeels verstoord is. Hierdoor is het niet zinvol om een archeologisch veldonderzoek uit te voeren ter plaatse van reeds verstoorde grond.
Daarnaast is de dubbelbestemming Archeologische verwachtingswaarde gehandhaafd in het bestemmingsplan. Hiermee staat het aspect archeologie niet in de weg voor dit planvoornemen. Wel geldt het algemene voorzorgsbeginsel, dat indien archeologische resten worden aangetroffen tijdens graafwerkzaamheden dat hier melding van wordt gedaan.
16-2-2022
25
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
4.2.2
Cultuurhistorie
Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Hierbij gaat het om alle objecten, of het nu rood of groen is, die van cultuurhistorische waarde zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. Situatie plangebied Om te bepalen of binnen het plangebied sprake is van cultuurhistorische waarden waarmee rekening dient te worden gehouden, is de Cultuurhistorische waardenkaart van de voormalige gemeente Groesbeek geraadpleegd. Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de voormalige gemeente Groesbeek is te zien dat het plangebied is gelegen in het cultuurlandschap jonge landbouwontginning in het droge zandgebied, zie figuur 4-3.
Figuur 4-3 Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart voormalige gemeente Groesbeek (O = plangebied)
Conclusie Er bevinden zich op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de voormalige gemeente Groesbeek geen rijks- dan wel gemeentelijk monumententer plaatse van het plangebied. Ten zuiden noordwesten van het plangebied bevinden zich historische boerderijen of woonhuizen. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen relevante rijks- dan wel gemeentelijke monumenten aanwezig.
16-2-2022
26
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
4.2.3
Bodem
Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Situatie plangebied De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat uit Eerdgronden (EL5), nog specifieker dikke eerdgronden. Gronden sterk beïnvloed door het gebruik als agrarisch cultuurlandschap, bijvoorbeeld door het ophogen met humusrijk materiaal. De grondwatertrap ter plaatse van het plangebied is VII, dit is een hoge grondwatergrap wat betekent dat het een relatief droog gebied is. De bestaande activiteiten in het plangebied, zijnde een intensieve veehouderij, zijn niet bij voorbaat vrijgesteld van bodemverontreiniging. Denk aan de gevolgen van het bedrijfskundige gebruik van het bedrijf met machines en het houden van dieren. Maar denk ook aan de daken met golfplaten van asbesthoudend materiaal. Om hierin inzicht te krijgen, dient een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5725, 5740 en 5707. Het is niet mogelijk om dit volledige bodemonderzoek uit te voeren voorafgaand aan de sloop van de gebouwen. Wel is het mogelijk om het bureauonderzoek conform NEN 5725 voorafgaand aan de sloop uit te voeren. Door het uitvoeren van dit onderzoek is er voorafgaand aan de sloop een goed beeld van de verdachte deellocaties.
Dit bureauonderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan de sloop. Na de sloop van de bedrijfsgebouwen zal een algeheel bodemonderzoek uit worden gevoerd ter plaatse van het plangebied (althans op de verdachte locaties) en dit onderzoek zal getoetst worden in het kader van de omgevingsvergunning bouw voor de nieuwe woningen en het op te richten bijgebouw. Conclusie Er zal een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden ter plaatse van het te saneren bedrijf. Dit onderzoek is niet praktisch uitvoerbaar voorafgaand aan de sloop. Er wordt voorafgaand aan de sloop een bureaustudie conform NEN 5725 uitgevoerd om de verdachte deellocaties te bepalen. Vervolgens wordt na afloop van de sloop en grondwerkzaamheden het fysieke bodemonderzoek gedaan conform NEN 5740 en NEN 5707. Het aspect bodem staat hiermee niet in de weg voor de realisatie van het planvoornemen.
16-2-2022
27
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
4.2.4
Waterparagraaf
In deze paragraaf worden de wateraspecten van het plan beschreven. Startend met de toetsing van het plan aan de verschillende beleidslagen, vanuit Europa, Rijk, Provincie en gemeente. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebied beheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Het gaat gezien de beperkte omvang van het project (twee woningen) te ver om het plan aan het Europese beleid te toetsen, er mag vanuit worden gegaan als het plan voldoet aan beleid van de Nationale overheden dat dan ook wordt voldaan aan het Europese beleid. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015).
Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). Het gaat gezien de beperkte omvang van het project (twee woningen) te ver om het plan aan het Rijksbeleid te toetsen, er mag vanuit worden gegaan als het plan voldoet aan beleid van de Provincie, Gemeente en Waterschap dat dan ook wordt voldaan aan het Rijksbeleid. Provinciaal beleid De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water beschreven in de Omgevingsvisie zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Waterschap Rivierenland Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland.
De uitgangspunten die door het waterschap worden gehanteerd in het kader van de watertoets kunnen worden verwoord als: • Waterneutraal inrichten. Om te voorkomen dat door de aanleg van nieuw verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang om het verlies aan waterberging in de bodem te compenseren.
16-2-2022
28
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
•
•
Schoon inrichten. Om te voorkomen dat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater negatief wordt beïnvloed. Binnen het stedelijk gebied zal daarom schoon hemelwater van nieuwbouwprojecten gescheiden van het vuilwater dienen te worden afgevoerd: afkoppelen. Het waterschap streeft naar 100 % afkoppeling van schoon hemelwater van verharde oppervlakken (gebouwen, wegen en ander terreinverharding). Veilig inrichten. Door nieuwbouwplannen mag de veiligheid van een (primaire) waterkering, het waterkerend vermogen, niet worden aangetast. Dit geldt niet alleen voor de dijk zelf, maar tevens voor de beschermingszones ter weerszijden van de dijk.
Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaande of een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerpbuien ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit: •
•
De T=10+10% neerslag. Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. De T=100+10%-neerslag. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm. Deze vuistregel geldt vooral voor droogvallende voorzieningen.
Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur te bedragen. Volgens de Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland geldt vanaf nieuw verhard oppervlak een vrijstelling van de compensatieplicht voor toename tot 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m2 voor het buitengebied. Als peildatum voor het eenmalig gebruik is 1 januari 2010 aangehouden, Dit betekent dat alleen aanspraak gemaakt kan worden op de vrijstelling als hier in het verleden (na 1 januari 2010) nog geen gebruik van is gemaakt. Bij voorgenomen ontwikkeling is er sprake van een afname van verhard oppervlak en is er dus geen sprake van compensatieplicht op basis van het beleid. In het kader van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Berg en Dal zal er wel een waterbergende voorziening worden aangelegd om zodanig extra bij te dragen aan het voorkomen van piekbelastingen op het watersysteem.
16-2-2022
29
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Watertoets Waterschap Rivierenland Op 20 juli 2021 is de digitale watertoets uitgevoerd. In figuur 4-4 is de ligging van het plangebied zichtbaar op de leggerkaart van het waterschap Rivierenland. Uit de onderstaande figuur en uit de uitgevoerde watertoets blijkt dat de watergang aan de zuidwest zijde van het plangebied een Awatergang betreft. Deze watergang is ter hoogte van de Hogewaldseweg 22 overkluist. Het water stroomt in noordwestelijke richting af. Langs de A-watergang ligt aan weerszijden een beschermingszone van 5 meter breed. Binnen deze zone mag niet worden gebouwd. In de bestaande situatie staat er beplanting aan de kavelgrens ter plaatse van de sloot. Er wordt dan ook geschouwd vanuit de andere oever.
Figuur 4-4 Uitsnede leggerkaart Waterschap Rivierenland (O = plangebied)
Uit de watertoets volgt dat de beschermingszone niet hoeft te worden aangeduid in het bestemmingsplan. Aangezien op basis van de keur hier een bouwverbod geldt. Er liggen geen andere waterschap belangen binnen het plangebied, zoals rioolleidingen of andere voorzieningen. De sloop van de varkensstallen en de bouw van de nieuwe woningen hebben heeft geen invloed op de A-watergang. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Ten aanzien van de specifieke wateraspecten voor het plangebied wordt nog het volgende opgemerkt. Oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In het kader van voorliggend plan wordt ook geen oppervlaktewater gerealiseerd. Wel wordt voorgesteld om een Wadi te realiseren en een zaksloot als infiltratie voorziening, zie hiervoor navolgende alinea’s.
16-2-2022
30
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Verhard oppervlak Bij een toename van het verhard oppervlak met meer dan 1.500 m² is het noodzakelijk compenserende maatregelen te nemen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een afname van verhard oppervlak. Zie onderstaande tabel voor een inventarisatie van de bestaande en beoogde verharding binnen het plangebied. Tabel 4.1 Inventarisatie verhard oppervlakte
Type verharding Daken
Oppervlakte gewenst in m2 999
Oppervlakte bestaand in m2 4.393
Oppervlakte afname in m2 3.394
Erfverharding Totaal
1.003 2.002
2.050 6.443
1.047 4.441
De nieuwe woningen en eventuele bijgebouwen worden voorzien van infiltratie voorzieningen conform de systematiek van bergen, vasthouden en afvoeren. Hemelwater Het hemelwater van de bestaande stallen en bedrijfswoningen worden op dit moment afgevoerd op de A-watergang aan de westzijde van het plangebied. Ten opzichte van de bestaande woningen wijzigt dit niet. Het van daken en verhardingen vrijkomende hemelwater zal volledig worden opgevangen en infiltreren in het plangebied. Het ontsluitingspad watert richting boomgaard af. Het maaiveld ter hoogte van de boomgaard is hol te profileren zodat afstromend hemelwater tijdens zware buien in het centrum van de boomgaard kan worden opgevangen en ter plaatse kan infiltreren. Aan de zuidoostkant van de boomgaard is een overloopbeveiliging te realiseren; bij een te hoog oplopende waterstand stroomt het overtollige water af naar een zaksloot ten zuidoosten van de bebouwing.
Figuur 4-5 Uitsnede pg 18 landschappelijk inpassingsplan met voorstellen voor infiltratievoorzieningen
Met betrekking tot het op te richten gebouw wordt aangegeven dat er geen uitlogende materialen gebruikt zullen worden.
16-2-2022
31
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Berekening hemelwaterberging Ondanks de afname van verhard oppervlakte wordt alle verharding en de nieuwe daken afgekoppeld van het watersysteem. Hiermee wordt geanticipeerd op klimaatverandering en wordt invulling gegeven aan het principe van vasthouden-bergen-afvoeren. Deze verplichting komt voort uit het beleid van de gemeente en niet vanuit het Waterschap. In Berg en Dal kan infiltratie plaatsvinden, maar om de infiltratiecapaciteit van de bodem te bepalen moet een zogenaamd K-waarde onderzoek worden uitgevoerd. Een dergelijk relatief kostbaar onderzoek is in dit geval niet uitgevoerd, daarom mag voor het vertraagd afvoeren van hemelwater geen rekening worden gehouden met infiltratie. Waterberging dient te worden gevonden in (extra) open water, wadi’s of ondergrondse bergingsvoorzieningen. Berging mag alleen plaatsvinden boven de ter plaatse vastgestelde GHG. In dit geval is geen sprake van een vastgestelde GHG maar van een vast peil van 12,5 meter boven NAP. Het plangebied is gelegen in peilgebied GRB002 van waterschap Rivierenland. Uit het Actueel hoogtebestand Nederland (AHN viewer) blijkt dat het plangebied is gelegen op 17-18 meter boven NAP. Aangezien de locatie op de hogere flanken van het peilgebied is gelegen is hierdoor de waterstand in de naastgelegen A-watergang erg laag. De waterberging moet boven het vast peil worden gerealiseerd.
In dit geval gelden ondanks de afname van verhard oppervlakte de compensatie-eisen van de gemeente Berg en Dal. Bij nieuwbouw, wordt een infiltratievoorziening geëist voor het hemelwater. De waterbergingseis is T=10+10% (vuistregel 436 m3 berging per ha verhard oppervlak). Voor noodgevallen mag een overloop plaatsvinden op de gemeentelijke riolering (niet op drukriolering) Uit tabel 4.1 blijkt dat er in totaal in het plan 2.002 m2 verhard oppervlakte is in het plangebied na de sloop, die verharding bestaat uit de nieuwe toegangswegen, het bijgebouw voor het bedrijf aan huis en, de bestaande woningen en de twee nieuwe woningen. Op basis van de norm van 0,43 mm dient er in het plan minimaal 86 m3 waterberging te worden gerealiseerd om alle verharding af te kunnen koppelen. De waterberging vindt plaats in twee elementen. Enerzijds een hol geprofileerde Wadi van 29x13 meter en 0,5 meter diep. In deze Wadi wordt rekening gehouden met een waking van 10 centimeter en kan dus maximaal 40 cm water worden geborgen. In de situatieschets in bijlage 1 is een doorsnede van de Wadi opgenomen, in het tekenprogramma is een 3D model opgesteld en hieruit blijkt dat de Wadi een waterbergend vermogen heeft van 74 m3. Het hemelwater vanaf de toegangswet rondom de boomgaard alsmede van de bestaande woningen wordt hier op geloosd.
Vanaf de Wadi is een overstroomvoorziening gerealiseerd naar een nieuw te graven sloot aan de zuidzijde van de nieuwe woningen in de vorm van een PVC buis van 12 cm diameter. De nieuwe sloot aan de zuidzijde van de woningen is het tweede waterbergende element. Deze sloot heeft een lengte van 80 meter, een breedte van 1,2 meter op maaiveld en een minimale diepte van 0,5 meter, gemeten vanaf het laagste punt in het plangebied. Zie voor de dimensionering van de sloot de doorsnede in bijlage 1. Omdat de sloot bij zware buien ook als overstort fungeert van de Wadi is er in dit geval rekening gehouden met een waking van 20 cm. Dit betekent dat er voor het berekenen van het waterbergend vermogen van de sloot rekening gehouden kan worden met maximaal 30 cm. Gezien de lengte en breedte van het waterbergend
16-2-2022
32
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
pakket kan er in dit geval dus maximaal 12 m3 water worden geborgen in deze sloot. De sloot bevat aan de oostzijde een noodoverstort voorziening in de vorm van een PVC buis in een dam van 2 meter breed. In totaal is er dus in de twee elementen 74+12=86 m3 waterbergend vermogen gerealiseerd in het plan. Het plan omvat daarnaast getrapte afvoer van water om gevolg te geven aan het principe van vasthouden-bergen-afvoeren. In onderstaande figuur een referentiebeeld van de boomgaard in de hol geprofileerde Wadi:
Figuur 4-7 referentiebeeld Wadi met boomgaard
Afvalwater Net als in de huidige situatie, zal de vuilwaterafvoer van de nieuwe woningen worden aangesloten op de gemeentelijke (druk)riolering. De toename op het riool met twee woningen is niet significant belastend voor het bestaande riool. Conclusie Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn niet aan de orde, het plan draagt op diverse onderdelen bij aan het verbeteren van Waterschapsopgaven op het gebied van waterkwantiteit en waterkwaliteit. Het plan zal bijdragen aan een vermindering van verhard oppervlakte van bijna 4.500 m2. De resterende 2.002 m2 verharding zal geheel gecompenseerd worden door waterbergende voorzieningen op basis van het gemeentelijke beleid. In totaal omvat het plan voor 86 m3 aan waterbergende voorzieningen. Het Waterschap is betrokken in de afweging ten aanzien van het plan door de uitvoering van een digitale watertoets en door het informele vooroverleg voorafgaand aan de ter inzage legging van het bestemmingsplan. Op 22 december 2021 heeft de plantoetser van het Waterschap per email aangegeven dat de waterhuishoudkundige inhoud van het plan niet op bezwaren stuit van het Waterschap.
16-2-2022
33
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
4.2.5
Natuur en landschap
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming en de bescherming van houtopstanden (voormalige Boswet). Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Nederlands Natuurnetwerk. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. In de bestaande situatie is sprake van een intensieve veehouderij, waarvoor op 10 januari 2014 een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (nu Wet natuurbescherming) is verleend op het zaaknummer 2013011642. In de bestaande situatie is er sprake van een vergunning voor de uitstoot van 2.424,85 kg NH3. De later verleende omgevingsvergunning milieu bevat tevens een VVGB, maar aangezien deze omgevigsvergunning nooit volledig in werking is getreden is ook deze VVGB niet vigerend als referentiesituatie in het kader van de vergunningverlening voor de Wnb. In deze paragraaf worden de effecten van het planvoornemen om deze intensieve veehouderij te beëindigen in ruil voor de bouw van twee ruimte voor ruimte woningen nader onderzocht.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de effecten op de omliggende natuurgebieden en op de soorten die eventueel voorkomen binnen of nabij het plangebied, hiervoor is een Quick Scan ecologie uitgevoerd door een erkende veldecoloog. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Hierin zijn ook Europees beschermde gebieden opgenomen. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in deze Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het plangebied is gelegen nabij de volgende Natura 2000-gebieden De Bruuk Op 7 december 2004 is het Natura-2000 gebied De Bruuk definitief aangewezen als Natura-2000 gebied. Uit figuur 4-7 blijkt dat het gebied op ca. 882 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt.
De bestaande intensieve veehouderij draagt in belangrijke mate bij aan de stikstofdepostie op het nabijgelegen Natura-2000 gebied De Bruuk, alsook op het iets verder weg gelegen gebied ‘SintJansberg’. Stikstofgevoelige en overbelaste habitattypen zoals ‘Blauwgraslanden’ hebben hier onder te leiden in de bestaande situatie.
16-2-2022
34
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
882 m
Figuur 4-7 Afstand plangebied tot Natura 2000-gebied De Bruuk (bron: Aerius calculator) (O= plangebied)
Reichswald Het plangebied ligt op meer dan een kilometer afstand van het Duitse Natura 2000-gebied Reichswald. In Duitsland worden deposities onder de 7,14 mol/ha/jaar niet als significant aangemerkt. Ook voor het Natura 2000-gebied Reichswald geldt dat doordat er vanuit de intensieve veehouderij aan de Hogewaldseweg 22-24 niet langer sprake is van de ammoniakemissie, voorgenomen ontwikkeling geen significant negatief effect zal hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebiede en beschermde natuursoorten in de omgeving. Zie de Aerius berekening bijlage 4 bij de toelichting van de beoogde situatie. Stikstofeffecten op Natura-2000 gebieden De uitstoot van stikstof door het houden van dieren of bijvoorbeeld verkeer kan leiden tot stikstofdepositie in Natura-2000 gebieden. Deze depositie kan leiden tot verzuring en vermesting en zo de instandhoudingsdoelstelling van de Natura-2000 gebieden negatief beïnvloeden. Door voorgenomen ontwikkeling zal de ammoniakemissie van de inrichting aan de Hogewaldseweg 2424 afnemen van 2.424,85 naar 0 kg NH3 per jaar. Daarmee zal ook de stikstofdepositie vanaf dit bedrijf in ‘De Bruuk’ dalen van 5,75 mol tot 0 mol per hectare/jaar, zie bijlage 4 voor de Aerius berekening van de vergunde en beoogde situatie.
Hiermee draagt voorgenomen ontwikkeling in belangrijke mate bij aan herstel en verbetering van de natuurkwaliteit in de binnenlandse en buitenlandse Natura-2000 gebieden. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbeteringen ingegaan. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (ingangsdatum 01-07-2021) werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg en sloopactiviteiten. Er hoeft voor de aanlegfase van voorgenomen omwikkeling derhalve sinds 1 juli 2021, geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.
16-2-2022
35
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Natuur Netwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in provincie Gelderland bestaande uit het Gelders Natuurnetwerk; GNN en de Groene ontwikkelingszones; GO) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Uit de kaart Kernkwaliteiten GNN en GO op de website van de provincie Gelderland, blijkt dat het plangebied geen deel uitmaakt van het GNN of GO. Het dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het GNN ligt op circa 350 meter ten noordwesten van het plangebied, zie figuur 4-8. In artikel 2.6.1 van de provinciale Omgevingsverordening is bepaald dat voor zover een bestemmingsplan betrekking heeft op het Gelders Natuurnetwerk, de nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten wordt als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor dit Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone. In dit geval is het plangebied gelegen buiten het GNN gebied en tast het de oppervlakte niet aan. De wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied worden door deze planontwikkeling versterkt. Met name door het beëindigen van de veehouderij op deze locatie. Hierdoor is er minder (zwaar) verkeer naar de locatie en minder tot geen stikstofdepositie meer die verband houdt met deze bedrijvigheid.
350m
Figuur 4-8 Uitsnede kaart Kernkwaliteiten GNN en GO Gelderland (Rode ballon is plangebied, bron: provincie Gelderland)
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan deze wet noodzakelijk. Beschermde soorten kunnen overal voorkomen. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met de soortenbescherming ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming plaats te vinden.
16-2-2022
36
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan is een Quick Scan uitgevoerd van de effecten van de beoogde sloop- en bouwwerkzaamheden ter plaatse van het plangebied. De Quick Scan is uitgevoerd door ‘Fopma Natuuradvies’, het rapport (2021-503, d.d. 19 juli 2021) is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. De quick scan bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek, het veldbezoek is hiervoor afgelegd op 17 juli 2021. Voor de bevindingen van de ecoloog verwijzen wij naar de bijlage 5. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste conclusies opgenomen voor de effecten op de onderzochte soortgroepen.
Figuur 4-9, tabel 13 rapport Quick Scan ecologie met de conclusies ten aanzien van effecten op soortgroepen
Op basis van de uitgevoerde Quick scan kunnen effecten op beschermde soorten binnen en buiten het plangebied worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn ook extra te nemen maatregelen besproken in het kader van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Op basis hiervan zijn in de bijlage van het rapport adviezen toegevoegd omtrent natuur inclusief bouwen. Waar mogelijk zullen deze adviezen worden opgevolgd bij de nieuwbouw plannen. Daarnaast zijn op basis van de adviezen van de ecoloog plannen gemaakt omtrent waterinfiltratie in het plangebied. In de anterieure overeenkomst is geborgd dat bij de bouw van de nieuwe woningen voldaan moet worden aan het behalen van een minimum aantal punten in de duurzaamheidstabel van de gemeente zoals weergegeven in tabel 3.1 in deze toelichting. Hieruit blijkt dat er minimaal 2 punten gescoord moeten worden op het aspect Groen en natuurinclusief bouwen. Het is mogelijk om 1 punt te scoren door het aanbrengen van bijvoorbeeld nestgelegenheden voor gierzwaluwen, huiszwaluwen, vleermuizen of andere vogels middels een vogelvide.
16-2-2022
37
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
De daadwerkelijk te treffen maatregelen zijn afhankelijk van de kopers/bouwers van de woningen en zullen worden getoetst door de gemeente in het kader van de omgevingsvergunning bouw voor de woningen. Hierover zijn anterieure afspraken gemaakt die ook overgaan op nieuwe eigenaren, Landschap en landschappelijke inpassing Het perceel ligt in het zuidelijk deel van het lage middengebied. Dit gebied wordt gekenmerkt door een kleinschalig (half)besloten karakter en staat in het teken van het behoud en versterking van het natuurkerngebied de Bruuk. De gronden in dit gebied zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van verbindende beplantingselementen en versterking van beken en het behoud van de hoge grondwaterstanden. Ten aanzien van het aspect landschappelijke inpassing en stedenbouw is een landschapsarchitect betrokken bij het project. In bijlage 3 bij de toelichting en als bijlage 3 bij de regels is het landschappelijk inpassingsplan opgenomen. In figuur 4-10 is de voorgestelde landschappelijke inpassing voor het plangebied weergegeven.
Figuur 4-10 Uitsnede bijlage 3 landschappelijk inpassingsplan met voorgestelde landschappelijke elementen
De bestaande woningen en de nieuw te bouwen ruimte voor ruimte woningen worden rond een kleine bongerd gesitueerd met als centraal element een kersengaard. Ze worden ontsloten door een rond de bongerd te voeren pad, in klinkers of grind. De kavels van de te bouwen woningen
16-2-2022
38
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
worden ingeraamd met lage veekerende en meersoortige grove hagen. De nieuwe woningen en de bebouwing op het resterende erf wordt omgeven door bomenrijen en solitaire bomen. Het zuidoostelijk deel van het plangebied zal worden benut als weiland, met langs de A-watergang een 5 meter brede zone bloemrijkgrasland. De herwonnen doorkijk op het openlandschap vanaf de ten noordoosten gelegen weg is positief te waarderen en open te houden. De realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels en is tevens in de anterieure overeenkomst opgenomen. Conclusie Gezien de beëindiging van het intensieve veehouderij op de locatie Hogewaldseweg 22-24 met de daar bijbehorende emissie op het gebied van ammoniak en het opstellen van een landschappelijk inrichtingsplan, kan worden geconcludeerd dat het aspect natuur en landschap geen belemmering oplevert voor voorgenomen ontwikkeling.
16-2-2022
39
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
4.3
NETWERKEN LAAG 4.3.1
Kabels en leidingen
In het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, waarmee specifiek rekening gehouden dient te worden bij het bouwen van de woningen of sloop van de varkensstallen en verharding. Dit aspect behoeft geen nadere bespreking. 4.3.2
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); • het Registratiebesluit externe veiligheid; • het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); • het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de Regeling basisnet; • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen(Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Situatie plangebied Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de figuur 4-11 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode ster) en omgeving weergegeven.
16-2-2022
40
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Figuur 4-11 Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl)
Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen die vallen onder het vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Zoals op figuur 4-11 te zien is, zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen gesitueerd. Op het bedrijf aan de Ketelstraat 36 was een bovengrondse propaantank gesitueerd. Deze is nog aangegeven in figuur 4-10, maar is volgens de beoordeling van de Odrn inmiddels verwijderd. Er liggen ook geen buisleidingen of overige gevaarlijke objecten in de nabijheid van het plangebied. Conclusie Het aspect externe veiligheid staat niet in de weg voor het realiseren van het planvoornemen.
16-2-2022
41
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
4.3.1
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied is bereikbaar vanaf de Ketelstraat, die aansluit op Hogewaldseweg. De functiewijziging zal een forse afname van het verkeer naar het plangebied genereren. Er hoeft geen voer en geen dieren meer te worden aangevoerd. Er hoeft geen mest en dieren meer te worden afgevoerd. Het beëindigen van de intensieve veehouderij zal deze verkeersaantrekkende werking beëindigen. Dit komt ten goede aan het woon- en leefklimaat van omwonenden en aan de verkeersveiligheid op de Ketelstraat en Hogewaldseweg. In bijlage 4 is in het kader van de stikstofberekening van de beoogde situatie een inventarisatie gemaakt van de bestaande en toekomstige verkeersbewegingen door de planontwikkeling. Parkeren Centraal in het plangebied is een ‘bongerd’ opgenomen met een toegang pad van grind of gebakken klinkers, rondom een aan te leggen boomgaard Op eigen terrein is bij elk van de in totaal vier woningen in het plangebied, te voorzien in minimaal twee parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers. De berm van het ontsluiting pad is aan de zijde van de boomgaard te stabiliseren middels ondergrondse voorzieningen als grasplaten, zodat deze incidenteel (feestjes), kan worden benut als uitwijkruimte of overloopparkeerruimte(parkeren in de berm van de Hogewaldseweg is niet gewenst en te voorkomen).
Zie onderstaande figuur voor de ontsluiting en parkeervoorzieningen op eigen terrein rondom de bongerd. Met deze parkeervoorzieningen op eigen terrein wordt voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 381 ;toekomstbestendig parkeren’. , op grond waarvan 2 parkeerplaatsen per woning zijn voorgeschreven. Naast parkeervoorzieningen bij de woningen worden ook op eigen terrein parkeervoorzieningen aangelegd bij de loods ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten. Hierbij is het aantal parkeervoorzieningen afhankelijk van de bedrijfsactiviteit. Het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein is gebord in de planregels.
Figuur 4-12 Ontsluiting plangebied rondom Bongerd
Conclusie Er kan voldaan worden aan de richtlijnen die worden gesteld ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren. De beëindiging van de intensieve veehouderij zal bijdragen aan vermindering van met name het zware verkeer richting deze locatie, hiermee wordt bijgedragen aan de verkeersveiligheid en aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat voor omwonenden. Het aspect parkeren is geborgd in de planregels, er zullen op eigen terrein per woning minimaal 2 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
16-2-2022
42
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
4.4
OCCUPATIE LAAG 4.4.1
Milieuzonering
Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing van nieuwe ontwikkelingen, in milieu hygiënisch opzicht, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen/ handhaven van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies als wonen en verblijfsrecreatie voorzieningen. Situatie plangebied De omgeving van het plangebied wordt getypeerd als een ‘rustige woonwijk’. In de omgeving van het plangebied liggen enkele agrarische bedrijven nabij het plangebied. Er zal worden getoetst in welke milieucategorie die bedrijven vallen en of kan worden volstaan aan de afstandseisen. Afsluitend zal worden getoetst of het toevoegen van het bedrijf aan huis zal leiden tot milieugevolgen voor de omgeving. Uit figuur 4-13 op de volgende pagina blijkt dat er in totaal 7 niet wonen bestemmingen rondom het plangebied liggen. Het zijn zes agrarische bedrijven en een gemengde bestemming, zijnde een dierenpension. In tabel 4.1 zijn de locaties opgenomen, de maatgevende afstandsnormen en de afstand tot het plangebied (bouwvlak-bouwvlak).
1 2 6
5 3
7
4
Figuur 4-13 Inventarisatie omliggende bedrijfsbestemmingen (achtergrond is verbeelding vigerend bestemmingsplan).
Uit tabel 4.2 blijkt ook dat ten aanzien van bedrijven aan de Ketelstraat 19, de Ketelstraat 36 en de Hogewaldseweg 31 niet bij voorbaat op basis van de milieuzonering kan worden uitgesloten dat deze bedrijven van invloed zullen zijn op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.
16-2-2022
43
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Nr
Adres
Type bestemming
Milieuvergunning aanwezig
Grootste Afstandsnorm
1 2 3 4 5 6 7
Ketelstraat 13 Ketelstraat 15 Ketelstraat 19 Ketelstraat 40 Ketelstraat 36 Hogewaldseweg 31 Hogewaldseweg 25
Gemengd Agrarisch – IV Agrarisch – IV Agrarisch Agrarisch – IV Agrarisch Agrarisch
Ja – honden Nee Ja – geiten Nee Ja – pluimvee Ja – rundvee Ja – rundvee
100 m 200 m 200 m 100 m 200 m 100 m 100 m
Feitelijke afstand tot plangebied 125 m 120 m 130 m 110 m 0m 10 m 350 m
Tabel 4.2 Inventarisatie omliggende bedrijven incl. afstandsnormen en feitelijke afstand (bouwvlak-bouwvlak)
Uit de gemaakte inventarisatie blijkt dat van de zeven bedrijven er twee bedrijven (aan de Ketelstraat 15 en 40) geen milieuvergunningmeer hebben en feitelijk gestopt zijn met de veehouderij. Wel hebben beide bedrijven nog een agrarische bestemming, met daarbij voor de Ketelstraat 15 de mogelijkheid voor intensieve veehouderij. Indien beide bedrijven weer opgestart zouden worden zouden zij hiervoor een nieuwe Melding Activiteitenbesluit of Omgevingsvergunning onderdeel milieu dienen aan te vragen. Omliggende woningen zoals bij de Ketelstraat 15 met name de woning aan de Ketelstraat 17 zullen dan de belemmerende factor zijn voor deze bedrijven. In het geval van de Ketelstraat 40 is dat de woning aan de Ketelstraat 21. De bestaande bedrijfswoningen in dit plan aan de Hogewaldseweg 22-24 en de nieuwe Ruimte-voorRuimte woningen zullen niet maatgevend zijn voor de bedrijfsontwikkeling van deze bedrijven. Wel zullen de woningen in dit plangebied voor bijvoorbeeld geluid en fijn stof, gezondheid en een goed woon-en-leefklimaat moeten worden meegenomen in de afwegingen. Uit de inventarisatie in tabel 4-2 blijkt dat de afstand tot het plangebied vanaf de locaties: Ketelstraat 13, Ketelstraat 40 en de Hogewaldseweg 25 groter is dan de maatgevende afstandsnorm behorende bij de milieucategorie van deze bedrijven.
Dat betekent dat het niet noodzakelijk is verder onderzoek te doen naar de milieugevolgen van deze bedrijven, gezien de afstand tot deze drie bedrijven (nrs. 1, 4 en 7 in figuur 4-13). Op basis van de milieuzonering kan bij voorbaat uitgesloten worden dat de functiewijziging van de bestaande bedrijfswoningen en het oprichten van nieuwe woningen zal leiden tot een probleem voor de bedrijfsontwikkeling van die bedrijven of tot problemen met betrekking tot het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Omgekeerde werking nieuw bedrijf aan huis Het op te richten bedrijfsgebouw wordt benut voor de verhuur stalling en onderhoud van campersopslagruimte voor agrarische werktuigen en het stallen van campers. Deze activiteiten vallen onder milieucategorie 2 en kunnen worden vergeleken met de verhuur van personenauto’s (SBI2008, nr 451, 452 en 454). Hiervoor gelden de volgende afstandsnormen (sbi code 2008 0141, 0142): voor de aspecten ‘geurhinder’ => 10 meter, voor het aspect ‘stofhinder’ => 0 meter, voor het aspect ‘geluidhinder’ => 30 meter, voor het aspect ‘gevaar’ => 10 meter. Van de twee op te richten ruimte voor ruimte woningen ligt de dichtstbijzijnde woning t.o.v. het op te richten bedrijfsgebouw op ca 36 meter. De bedrijfswoningen aan de Hogewaldseweg 31 en
16-2-2022
44
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Ketelstraat 36 zijn ook op meer dan 30 meter afstand gelegen. Deze woningen zijn dus gelegen buiten de maatgevende afstandsnorm van 30 meter. Negatieve effecten op de woningen ten aanzien van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar kunnen bij voorbaat dan ook worden uitgesloten. Aangezien voor alle bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 de maatgevende afstandsmaat niet groter is dan 30 meter kan een algehele mogelijkheid worden opgenomen voor het toestaan van kleinschalige bedrijvigheid binnen deze milieucategorieën. In de bijlage 1 bij de regels is een Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen waarin is aangegeven welke bedrijfsactiviteiten behoren tot de milieucategorie 1 of 2. Conclusie In het vervolg van deze paragraaf zal op basis van de voorgaande inventarisatie op basis van de milieuzoneringssystematiek nader worden ingezoomd op de milieugevolgen van de inrichtingen aan de Ketelstraat 19, Ketelstraat 36 en Hogewaldseweg 31 voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. De overige bedrijven zijn ofwel gestopt, dan wel op voldoende afstand gelegen dat op basis van de milieuzonering bij voorbaat enig milieugevolg kan worden uitgesloten. 4.4.2
Geur
Bij besluitvorming omtrent de ontwikkeling van een nieuwe woning dient in het kader van het aspect ‘geurhinder’ antwoord gegeven te worden op de vragen: • •
Worden omliggende veehouderijen in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt door de realisatie van de nieuwe woningen? (belangen veehouderij en derden). Kan er ter plaatse een minimaal aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd worden? (belang geurgevoelig object).
Beide vragen worden in deze paragraaf besproken. Ter onderbouwing zijn modelberekeningen gemaakt door een deskundig bureau (G&O consult) waarover is gerapporteerd. In deze subparagraaf wordt geput uit het onderzoek (d.d. 16-7-2021, nr 2760go0921) zoals is opgenomen in bijlage 6 bij de toelichting. De gemeente Berg en Dal heeft middels een geurverordening het gebied waar de locatie aan de Hogewaldseweg 22-24 te Groesbeek ligt, aangewezen als “Gemengd gebied” waarvoor een maximale waarde voor geurbelasting van een veehouderij van 8,0 ouE/m3 en een minimale vaste afstand van 25 meter vanuit een veehouderij tot een geurgevoelig object geldt. Mogelijke belemmeringen voor omliggende veehouderijen (omgekeerde werking) De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Met name de handreiking wet geurhinder en veehouderij geeft nadere invulling in het gebruik van de wet. Het maakt voor de bescherming tegen geur van dierenverblijven van veehouderijen uit, of de woning een bedrijfswoning bij een veehouderij is, of was. Om te voorkomen dat de bestemmingswijziging een belemmering kan vormen voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende
16-2-2022
45
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
(intensieve)veehouderijen is onderzocht of er hierdoor nieuwe geurgevoelige objecten ontstaan in dit agrarische gebied. Er worden vijf typen geurgevoelige objecten onderscheiden in de handreiking: a. Ruimte-voor-ruimte woning (of ander geurgevoelig object ): - gebouwd na 19 maart 2000 - op een kavel die op dat moment in gebruik was als veehouderij - waarbij de veehouderij (deels) buiten werking is gebracht, én - waarbij stallen (of andere bedrijfsgebouwen) zijn gesloopt b. Bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) bij een andere veehouderij c. Voormalige bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) die op of na 19 maart 2000 geen onderdeel meer was van een andere veehouderij d. Voormalige bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) die vóór 19 maart 2000 geen onderdeel meer was van een andere veehouderij e. Alle woningen (en andere geurgevoelige objecten) die niet onder a t/m d vallen Het is vaste jurisprudentie dat bij de beoordeling van een bestaande bedrijfswoning uitgegaan dient te worden van de bestemming en niet het feitelijke gebruik. Hier is met de inwerkingtreding van de Wet plattelandswoning nog eens extra verduidelijking in gekomen. In dit geval is de bestemming een agrarische bedrijfswoning behorende bij een intensieve veehouderij, want gelegen binnen hetzelfde bouwvlak. Zie bijvoorbeeld (ABRvS, 201600147/1/A1, 25 januari 2017).
Op dit moment zijn de bedrijfswoningen nr. 22 en 24 dus te kenmerken als een categorie b object. In de gewenste situatie wordt de veehouderij beëindigd en worden de voormalige bedrijfswoningen (nr 22 en 24) gezien als een voormalige bedrijfswoning die geen onderdeel meer zijn van een veehouderij, zoals bedoeld onder categorie c. Hierover wordt in de handreiking het volgende gesteld: “Voor voormalige bedrijfswoningen (en andere geurgevoelige objecten) bij andere veehouderijen, gelden vaste afstanden, ook bij dieren met geuremissiefactoren, als de woning op of na 19 maart 2000 geen onderdeel meer uitmaakt van de veehouderij”. Omdat het in deze gaat om een plangebied dat is gelegen in het buitengebied, dient er voor deze woningen alleen getoetst te worden aan vaste afstandsnormen. Dit volgt tevens uit artikel 3 lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij. In de gemeentelijke geurverordening is voor deze locatie in het gemengd gebied de afstandsnorm verlaagd tot 25 meter. De ruimte voor ruimte woningen aan de Hogewaldseweg 22-24 zijn tevens een geurgevoelig object zoals bedoeld onder a, op basis van artikel 14 lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij. Maar ook hiervoor geldt op basis van de lokale geurverordening een vaste afstandseis van 25 meter tussen een veehouderij en een woning.
Samenvattend betekent dit dat indien de omliggende veehouderijen aan de Ketelstaart 19 en 36 een nieuwe omgevingsvergunning milieu/Melding Activiteitenbesluit doen, zij niet belemmerd worden ten aanzien van het aspect geur als de woningen op minimaal 25 meter afstand van de veehouderijen zijn gelegen. De beide woningen hoeven dus niet meegenomen te worden in geurberekeningen als sprake is van het houden van dieren met een geuremissiefactor (varkens, kippen enz.). Dit is geregeld in artikel 3 lid 2 onder b (voor voormalige bedrijfswoningen bij een veehouderij) en onder artikel 14 lid 2 (voor ruimte-voor-ruimte woningen) van de Wet geurhinder en veehouderij.
16-2-2022
46
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Door G&O consult is onderzocht of voldaan kan worden aan de vastste afstandsnormen, in de rapportage in bijlage 6 op pagina 10 wordt hierover geconcludeerd: “De afstand van de woning aan de Hogewaldseweg 24 tot de rand van het bouwblok aan de Ketelstraat 36 bedraagt 25 meter. Derhalve wordt voldaan aan de afstandsnorm van 25 meter. De overige woningen zijn op grotere afstand gelegen. In onderstaande figuur is de afstand van 25 meter vanaf de woningen weergegeven. Hieruit blijkt dat het bouwblok van de veehouderij aan de Hogewaldseweg 31 binnen deze afstand is gelegen. Het gedeelte van de Hogewaldseweg 31 dat binnen de 25 meter is gelegen betreft de bedrijfswoning. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat in dit gebied van het bouwblok ooit een ontwikkeling plaatsvindt met dieren. Derhalve wordt dit niet bezwaarlijk geacht en wordt de veehouderij niet in zijn mogelijkheden beperkt”.
Figuur 4-14 uitsnede figuur 5 rapport G&O geuronderzoek, met de blauwe lijnen zijn de 25 meter grenzen vanaf elke woning in beeld gebracht
Woon- en leefklimaat In deze paragraaf bespreken wij kort de uitkomsten van het woon- en leefklimaat van de nieuwe situatie. Tevens wordt beoordeeld of de nieuw op te richten woningen ten aanzien van het aspect geur van invloed kunnen zijn op omliggende agrarische bedrijven. Afsluitend wordt beoordeeld of er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd ter plaatse van de nieuwe en bestaande woningen. De resultaten van het geuronderzoek zijn bijgevoegd in bijlage 6.
16-2-2022
47
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Geurbeoordeling woon- en leefklimaat bestaande situatie In de bestaande situatie is ter plaatse van het plangebied sprake van een intensieve veehouderij (varkenshouderij) met een relatief groot bouwvlak en een omgevingsvergunning die bestaat uit meerdere fases die de mogelijkheid bieden om het bedrijf significant verder uit te breiden. In de situatieschets in bijlage 2 zijn bijvoorbeeld de te slopen gebouwen in beeld gebracht maar ook de vergunde gebouwen die nog niet opgericht, ofwel in aanbouw zijn. De intensieve veehouderij heeft een recente omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu uit 2017. Op 19 juli 2018 is echter een wijziging van de geuremissienormen van de luchtwassers (BWL 2009.12) doorgevoerd. Hierdoor bleken luchtwassers niet langer 85% geur te reduceren maar slechts 45%. Omdat niet de emissie maar het stalsysteem met het aantal toegestane gehouden dieren is vergund, betekent dit dat de geuremissie rechten op dit bedrijf fors hoger zijn dan waar in 2017 vanuit werd gegaan. Ter voorbereiding van het principebesluit om medewerking te verlenen aan deze plannen is een geurberekening (voorgrond) gemaakt met de huidige geurnormen van luchtwassers (45% reductie i.p.v. 85%) van de vergunde situatie fases 1, II en III.
Hieruit blijkt dat in de bestaande feitelijk aanwezige situatie maar ook als het bedrijf zich doorontwikkeld zoals vergund (inclusief het oprichten van de vergunde stallen E en G), dat de bestaande overbelaste situatie qua geur significant verslechterd door de bedrijfsontwikkeling. Mede om te voorkomen dat de overbelaste geursituatie blijft bestaan, dan wel nog verder verslechterd is door het College besloten medewerking te verlenen aan de herbestemming van de intensieve veehouderij naar wonen in ruil voor het oprichten van twee nieuwe ruimte voor ruimte woningen. Geurbeoordeling woon- en leefklimaat nieuwe situatie Op twee bedrijven binnen de milieu zoneringsafstand zijn dieren met een geuremissie (geiten en pluimvee) aanwezig. Voor het aspect geur, afkomstig van de dierenverblijven van dieren met geuremissie, wordt voldaan aan de afstandsnorm uit de Wet geurhinder en veehouderij (minimaal 25 meter). Ten aanzien van de beoordeling van het woon- en leefklimaat moet een onderscheid worden gemaakt in voorgrondbelasting (geurhinder van de meest dichtbij gelegen veehouderij) en de achtergrondbelasting (cumulatieve belasting van alle omliggende veehouderijen). Voorgrondbelasting In dit geval is de meest dichtbij gelegen veehouderij, waar dieren met geuremissiefactoren worden gehouden, de Ketelstraat 36. Dit bedrijf is dus maatgevend voor de voorgrondbelasting.
De vigerende omgevingsvergunning milieu is in het model V-Stacks ingevoerd en op basis hiervan is op vier hoekpunten van alle vier de bouwvlakken de geurbelasting berekend vanaf de Ketelstraat 36. In tabel 2 in het rapport in bijlage 6 zijn de uitkomsten opgenomen van de berekeningen. Uit de berekeningen blijkt dat de ruimte voor ruimte woningen zich buiten de voorgrondnorm van 8 odeur rondom het bedrijf bevinden, zie onderstaande figuur.
16-2-2022
48
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Figuur 4-15 verbeelding onderzoek geur Hogewaldseweg 22-24 te Groesbeek, voorgrondbelasting vanaf Ketelstraat 36
De bestaande bedrijfswoning aan de Hogewaldseweg 24 valt binnen deze norm. Dit betreft echter een voormalige bedrijfswoning bij een veehouderij en hoeft als zodanig niet belemmerend te zijn voor de nabijgelegen veehouderij. Hoewel het woon- en leefklimaat hier dus niet optimaal is hoeft dit niet in de weg te staan voor de wijziging van de bestemming naar wonen. In figuur 4-15 is een indicatief kaartje opgenomen van de geurcontouren rondom de pluimveehouderij aan de Ketelstraat 36 en is goed in beeld gebracht welke geurhinder er vanuit het bedrijf verwacht mag worden in het plangebied. Omdat voldaan wordt aan de geurnormen mag een minimaal aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden verwacht op basis van de geurhinder ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen. Achtergrondbelasting Met het verspreidingsmodel V-Stacks gebied is door G&O berekend wat de achtergrondbelasting op de (beoogde) woningen aan de Hogewaldseweg 22-24 te Groesbeek is van het vergunde veebestand. Hiervoor zijn 18 voor geur relevante veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer om de locatie aan de Hogewaldseweg 22-24 te Groesbeek ingevoerd zoals op 8 juli 2021 verkregen uit I-GO Veehouderijen. In onderstaande uitsnede zijn de geurcontouren van de berekening in beeld gebracht. In bijlage 6 in tabel 3 zijn per hoekpunt de berekende achtergrondbelasting in beeld gebracht.
16-2-2022
49
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
Figuur 4-16 verbeelding onderzoek geur Hogewaldseweg 22-24 te Groesbeek, achtergrondbelasting
Op basis van de berekende achtergrondbelasting vanuit 18 veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer (maximaal 10,48 ouE/m3) op de hoekpunten van de beoogde woningen aan de Hogewaldseweg 22-24 te Groesbeek kan, aangezien de geurbelasting ruimschoots onder de 18,0 ouE/m3 ligt, een acceptabel geurniveau worden gegarandeerd. Conclusie Er is ter voorbereiding van dit bestemmingsplan uitgebreid onderzoek gedaan naar de bestaande vergunde geursituatie veroorzaakt door de voormalige intensieve veehouderij. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de toekomstige situatie na sanering van de intensieve veehouderij en het oprichten van twee nieuwe woningen. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat ter plaatse van de nieuw op te richten woningen een minimaal aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van geur kan worden gegarandeerd. Ook is onderzocht of de op te richten of te herbestemmen woningen zullen leiden tot belemmeringen voor omliggende bedrijven. Omdat het gaat om voormalige bedrijfswoningen bij een veehouderij en omdat het gaat om ruimte voor ruimte woningen zijn deze woningen in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij niet belemmerend voor omliggende veehouderijen, ze hoeven kort gezegd bij toekomstige nieuwe milieuvergunningen niet meegenomen te worden in de berekeningen. Aan de vaste afstandsnormen wordt voldaan.
Hiermee staat het aspect geur niet in de weg voor het planvoornemen.
16-2-2022
50
Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek
4.4.3
Luchtkwaliteit
Algemeen Plannen dienen te voldoen aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: “het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan het dienen van de belangen afzonderlijk”. Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is inzicht in de luchtkwaliteit situatie van belang. Daarnaast wordt gekeken naar de beoordelingsmethoden die de landelijke GGD en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert. Evenzo wordt hierbij meteen geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin gezondheid en milieu meer aan elkaar worden gekoppeld. Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen.
Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); • Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Ten aanzien van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. Ten aanzien van fijn stof wordt onderscheid gemaakt in fijn stof (PM10) en Fijner stof (PM2,5). Fijn stof (PM10) Fijn stof draagt volgens de huidige inzichten bij aan ruim 75% van alle ziektelast van milieufactoren.