CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek23.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarnaast is van fijn stof bekend dat er ook significant schadelijke effecten zijn op de gezondheid beneden de wettelijke grenswaarde van 40 microgram per kuub. De WHO hanteert daarom een advieswaarde van 20 microgram per m3. Een concentratie van boven de 20 microgram per kuub voor fijn stof wordt door de landelijke GGD bestempelt als zijnde milieugezondheidkwaliteit onvoldoende en boven de 30 microgram als zijnde zeer onvoldoende. De wettelijke jaargemiddelde concentratie ligt daar dus aanzienlijk boven.

16-2-2022

 51

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Fijner stof (PM2,5) Fijner stof (PM2,5) is een belangrijke schadelijke component van fijn stof. De WHO hanteert daarom een advieswaarde van 10 microgram per m3. Een concentratie van boven de 10 microgram per kuub wordt door de landelijke GGD bestempelt als zijnde milieugezondheidkwaliteit onvoldoende en boven de 14 microgram als zijnde zeer onvoldoende. De wettelijke jaargemiddelde concentratie ligt met 25 microgram per kuub daar aanzienlijk boven. De gehanteerde advieswaarden van WHO en GGD ligt aanzienlijk lager dan de wettelijke grenswaarden. Pas als aan deze waarden wordt voldaan kan vanuit een goede motivering worden gesproken over acceptabele concentraties en goed woon- een leefklimaat. Plan specifiek Om te beoordelen of er spraken is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het gebied van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is verspreiding van fijn stof (PM10) vanuit de nabijgelegen pluimveehouderij aan de Ketelstraat 36 en de geitenhouderij aan de Ketelstraat 19 onderzocht. Op basis van de vigerende vergunning is met behulp van het programma Isl3a de fijn stof verspreiding onderzocht. Hierbij zijn voor alle vier de woningen de dichtstbijzijnde hoekpunten opgenomen als toetspunten. In deze modelberekeningen zit tevens de achtergrondconcentratie inbegrepen, de berekeningen zijn opgenomen in bijlage 7.

Ten aanzien van PM 2,5 mag worden verwacht dat als voldaan kan worden aan de grenswaarden voor PM10 dat dan ook voldaan kan worden aan de grenswaarden voor PM 2,5. Hierbij is wel de achtergrondconcentratie onderzocht op basis van de RIVM kaarten met grootschalige concentraties. Fijn stof (PM10) Ten aanzien van de fijn stof belasting (PM10) op de woningen in relatie tot een goed woon- en leefklimaat is gekeken naar de ‘Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland’ van het RIVM. Hieruit blijkt dat er in de bestaande situatie in 2020 sprake is van 14,83 ug PM10/m3 lucht. Met deze concentratie wordt voldaan aan de advieswaarde van de GGD en de WHO van 20 ug PM10/m3. Echter omdat er twee belangrijke fijn stof bronnen in de omgeving zitten is ook verder en met behulp van de feitelijke situatie (bestaande emissiepunten) onderzoek gedaan naar de verspreiding vanaf deze twee omliggende veehouderijen. In navolgende tabellen zijn de uitkomsten opgenomen van de berekeningen op de vier hoekpunten van de woningen in het plangebied. Tabel 4-3 Uitkomsten Isl3a berekening fijn stof (PM10) verspreiding vanaf de Ketelstraat 19 (bron: zie bijlage 7)

16-2-2022

52 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Tabel 4-4 Uitkomsten Isl3a berekening fijn stof (PM10) verspreiding vanaf de Ketelstraat 36 (bron: zie bijlage 7)

Uit de uitkomsten van de berekeningen volgt dat de pluimveehouderij aan de Ketelstraat 36 bepalend is voor het beoordelen van de fijn stof concentratie in het plangebied. De hoogst berekende concentratie aan fijn stof is 17,62 ter plaatse van woning 2 (=Hogewaldseweg 24). Dit is ook logisch omdat deze bestaande bedrijfswoning het dichtst bij de pluimveehouderij is gelegen. Daarnaast is er sprake van 6,6 overschrijdingsdagen per jaar. Uit de berekeningen blijkt dat ten aanzien van de pluimveehouderij als geitenhouderij voldaan kan worden aan de advieswaarde van de WHO voor een maximale concentratie van fijn stof in de lucht van 20 microgram/m3 lucht. Het aantal overschrijdingsdagen is bovendien relatief laag, en ruim onder het maximum van 35 per jaar. Hiermee is in de gewenste situatie ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat op het gebied van fijn stof, ondanks de nabijheid van de veehouderijen. Daarnaast betekent dit ook dat de veehouderijen niet belemmerd worden in hun ontwikkeling. Door het wegnemen van een belangrijke fijn stof bron in de omgeving (de intensieve veehouderij aan de Hogewaldseweg 22-24) wordt de luchtkwaliteit in PM10 bovendien veel beter ter plaatse van de bestaande woningen.

Fijner stof (PM2,5) Ten aanzien van de fijn stof belasting (PM2,5) in relatie tot een goed woon- en leefklimaat is gekeken naar de ‘Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland’ van het RIVM. Hieruit blijkt dat er in de bestaande situatie in 2020 sprake is van 8,53 ug PM2,5/m3 lucht. Met deze concentratie wordt in de bestaande situatie voldaan aan de advieswaarde van de GGD en de WHO van 10 ug PM2,5/m3. Uit de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland van het RIVM voor 2025 blijkt in het plangebied een verwachte achtergrondconcentratie van PM2,5 van 8,58 ug/m3. In 2030 wordt een achtergrondconcentratie van 6,84 ug/m3 aan PM2,5 verwacht. Omdat dit plan actief bijdraagt aan de vermindering van de achtergrondconcentratie door het wegnemen van een emissiebron van fijn stof (de intensieve veehouderij op deze locatie) kan worden aangesloten bij de toekomstige inschattingen van het RIVM voor de fijn stof concentratie PM2,5. Hiermee is dit besluit in lijn met een goede ruimtelijke ordening en wordt voldaan aan de advieswaarden van de GGD en WHO ten aanzien van zeer fijn fijn stof (PM2,5). Stikstofdioxide (NO2) Afsluitend is de NO2 achtergrondconcentratie beoordeeld met behulp van de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland van het RIVM. De achtergrondconcentratie NO2 is ter

16-2-2022

 53

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

plaatse van het plangebied 13,52 ug/m3 in 2020. Ruim onder de wettelijke jaargemiddelde concentratie grenswaarde van 40 ug/m3. NIBM-toets Dit bestemmingsplan ‘draagt niet in betekende mate bij’ aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Per saldo leidt dit bouwplan slechts tot een beperkte toename van bouwmogelijkheden in de vorm van twee extra woningen. De verkeersaantrekkende werking van de concrete ontwikkeling waarin dit bestemmingsplan voorziet is maximaal 8 verkeersbewegingen per etmaal. Aangenomen kan dan ook worden dat de effecten op de luchtkwaliteit lager zijn dan die van de projecten die per definitie niet in betekende mate bijdragen aan het verslechteren van de luchtkwaliteit, zoals een woningbouwlocatie met 1.500 woningen en één ontsluitingsweg. Oftewel het project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde op het gebied van NOX en PM10. Daarnaast blijkt uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland van het RIVM dat de luchtkwaliteit in het plangebied en de omgeving ruimschoots aan de grenswaarden voldoet. De kaarten voor 2025 laten zien dat dit nog verder gaat verbeteren. De beëindiging van de varkenshouderij zorgt voor een beëindiging van de fijn stof (PM10) uitstoot van 153 kg op jaarbasis. Hiermee draagt dit plan bij aan de luchtkwaliteit op omliggende woningen.

Conclusie Hiermee staat het aspect luchtkwaliteit niet in de weg voor het voornemen en draagt het plan netto bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit en indirect ook aan de gezondheid. In de bestaande als beoogde situatie voldoet het plan aan de wettelijke grenswaarden. Ten aanzien van de advieswaarden wordt voldaan aan de waarden voor PM10 in de huidige situatie en ten aanzien van PM2,5. Op basis hiervan is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van beide woningen op het gebied van luchtkwaliteit verzekerd. 4.4.4

Geluid

Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een weg. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. Plan specifiek Door het bouwen van twee nieuwe ruimte-voor-ruimte woningen wordt er een nieuw geluidgevoelig object opgericht. Hiervoor is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd door het onderzoeksbureau G&O consult. De rapportage van het onderzoek is opgenomen in bijlage 8 en is gedateerd op 12 juli 2021 (rapportnummer: 2760ao26821). Samenvattend blijkt uit het onderzoek het volgende (p. 4): “Op basis van de beschikbaar gestelde verkeersgegevens is een rekenmodel opgezet en is de gevelbelasting berekend als gevolg van de omliggende wegen. Daarnaast eis er geleken of er

16-2-2022

54 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

sprake is van een goed woon- en leefklimaat en wordt er een uitspraak gedaan over het verblijfklimaat. De geluidsniveaus inclusief artikel 110 Wgh overschrijden de waarde van 48 dB (A) ter hoogte van de gevels niet. Ter plaatse van de woningen bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 47dB. Met een gevelwering welke minste 20 dB bedraagt, zal het binnenniveau ten hoogste 27 dB bedragen. Derhalve zal voldaan worden aan de eisen van het Bouwbesluit. Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf in de tuin dan wel terras kan verondersteld worden dat een overwegend goede milieukwaliteit heerst ter hoogte van de woningen. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat”. Naast de toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder is ook een beoordeling gemaakt van het woon- en leefklimaat op de buitenruimtes. Hiervoor is onderstaande figuur gemaakt om de geluidscontouren in beeld te brengen (figuur 3, geluidsrapport G&O) Een methode om geluid te beoordelen op hinderlijkheid is vermeld in de Handreiking cumulatie en saldobenadering geluid, uitgegeven door de Regiegroep Geluid Limburg. In deze notitie wordt in hoofdstuk 3 een Classificering op basis van LDEN vermeld.

Aangezien in onderhavig onderzoek enkel wegverkeerslawaai is beschouwd, geeft dit een aardig handvat voor de beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Uit deze systematiek volgt dat een norm van 50 dB of lager een goede woon- en leefklimaat met zich meebrengt. Uit naastgelegen figuur blijkt dat bijna het hele plangebied, ook voor de bestaande woningen kan voldoen aan deze waarde. Figuur 4-17 Uitsnede modelberekening woon- en leefklimaat geluid Conclusie (figuur 3, rapport G&O in bijlage 8 bij de toelichting) De geluidsniveaus ter plaatse van de voormalige bedrijfswoningen en de ruimte-voor-ruimte woningen overschrijden de voorkeurswaarde van 48 dB (A) ter hoogte van de gevels niet. Omdat bijna het gehele plangebied voldoet aan de waarde van 50 dB(Lden) kan ook een goed woon- en leefklimaat voor de buitenruimtes worden gegarandeerd. Het aspect geluidhinder staat niet in de weg voor het voornemen tot oprichten van de nieuwe woningen op de beoogde locatie.

16-2-2022

 55

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

4.4.5

Gezondheid

Algemeen De beoogde ontwikkeling betreft de gevoelige functie ‘wonen’, waarbij het gaat om de herbestemming van twee bestaande bedrijfswoningen naar woning en de realisatie van twee ruimte-voor-ruimte woningen. Hierbij dient gekeken te worden naar mogelijke aspecten die van invloed kunnen zijn op de gezondheid van de toekomstige bewoners in de twee bestaande en twee nieuwe huishoudens. Plan specifiek Er is bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan extra aandacht geweest voor de milieugevolgen van de omliggende veehouderijen. Op basis van de inventarisatie in het kader van de milieuzonering (paragraaf 4.3.1) konden milieugevolgen vanaf de veehouderijen aan de Ketelstraat 19 (geitenhouderij) en Ketelstraat 36 (pluimveehouderij) niet bij voorbaat worden uitgesloten. Daarnaast was ook de Hogewaldseweg 31 (rundveehouderij) op relatief korte afstand gelegen, maar gezien het feit dat hier relatief weinig dieren worden gehouden is ten aanzien van deze veehouderij de toetsing beperkt tot een toetsing aan de vaste afstanden van geur. Er zal nader worden ingegaan op de aspecten geur, fijn stof en endotoxinen ten aanzien van volksgezondheid, daarnaast zullen ook specifiek de nabijgelegen pluimveehouderij en geitenhouderij worden beschouwd.

Geur Op grond van vaste rechtspraak (zie onder meer ECLI:NL:RVS:2012:BX7725, ECLI:NL:RVS:2012:BY1045 en ECLI:NL:RVS:2014:3678) mag ervan worden uitgegaan dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als een situatie voldoet aan de afstandsnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij c.q. het Activiteitenbesluit. Alleen als niet wordt voldaan aan de afstandsnormen is nadere motivering nodig. In deze situatie wordt voor de nieuwe woningen voldaan aan de afstandsnormen van 50 meter. Desalniettemin zijn de voorgrond- en achtergrondbelasting berekend, afkomstig van de omliggende veehouderijen. Uit de berekeningen blijkt dat voldaan kan worden aan alle geurnormen en dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het gebied van geurhinder kan worden gegarandeerd. Hiermee zal geen onaanvaardbare geurhinder optreden die zal leiden tot problemen op het gebied van volkgsgezondheid. Luchtkwaliteit Ter plaatse van de twee ruimte voor ruimte woningen en de bestaande woningen is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden. Die conclusie kan worden getrokken uit de gemaakte fijn stof berekeningen van de nabijgelegen pluimveehouderij en geitenhouderij. Tevens is hierin de achtergrondconcentratie betrokken, zie bijlage 7 voor de gemaakte berekeningen en een toelichting van de invoergegevens.

De hoogst berekende fijn stof concentratie is 17.62 microgram per m3 lucht en is berekend op de bestaande woning Hogewaldseweg 24 (woning 2 oost in de berekening). Er kan hiermee ruim worden voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor fijn stof (PM10) van 40 microgram per m3 lucht. Daarnaast kan ook worden voldaan aan de WHO advieswaarde van 20 microgram per m3 lucht op alle vier de woningen. De veehouderijen houden daarnaast voldoende gebruiksruimte voor

16-2-2022

56 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen is op grond van het bovenstaande aanvaardbaar te achten. Endotoxinen Voor micro-organismen en het voorkomen van zoönosen zijn geen normen of grenswaarden beschikbaar, Alleen voor endotoxinen geeft de Gezondheidsraad een aanbeveling voor een gezondheidskundige advieswaarde van 30 EU/m3 in de buitenlucht. Deze aanbeveling is niet wettelijk verankerd. Aanvankelijk zou de Rijksoverheid een landelijk toetsingskader voor endotoxinen ontwikkelen. Daarvan heeft de Rijksoverheid inmiddels afgezien. De goede werking van de huisvestingssystemen in de nabijgelegen veehouderijen wordt geregeld via artikel 3.123 lid 2 en 3 van het Activiteitenbesluit. De artikelen in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit hebben een rechtstreeks werking. Wanneer wordt voldaan aan de artikelen uit de hoofdstukken 2 en 3 van het Activiteitenbesluit, de bijbehorende ministeriële regeling en de vigerende wetgeving ten aanzien van volksgezondheid en besmettingsgevaar, zijn er geen redenen om nader onderzoek te doen naar de volkgsgezondheid ter plaatse van het plangebied. Omliggende veehouderijen hebben recente en actuele vergunningen op basis waarvan ze voldoen aan het milieubeleid zoals neergelegd in het Activiteitenbesluit.

De gemeente Berg en Dal of de provincie Gelderland heeft geen toetsingskader voor endotoxinen vastgesteld, zodat niet kan worden getoetst of wordt voldaan aan de advieswaarde van 30 OU/m3. De wetenschappelijke gegevens omtrent endotoxinen zijn te smal om te dienen voor een kwalitatief beoordelingskader waarin is vastgesteld welke risiconiveaus voor omwonenden maximaal toelaatbaar zijn. In twee uitspraken van 27 februari 2019 (ECLI;NL:RVS:2019:619 en ECLI:NL:RVS:2019:644) oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het bevoegd gezag niet hoeft te toetsen of wordt voldaan aan de advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxinen van 30 EU/M3. In dit plan wordt daarom aangesloten bij deze vaste jurisprudentie. Pluimveehouderij Uit het onderzoeksprogramma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III (VGO-3) zoals gepubliceerd op 22 oktober 2018 is gebleken dat er geen verband is tussen wonen in de buurt van een pluimveehouderij en een verhoogd risico op longontsteking. Eerdere onderzoeken gaven hier nog wel aan dat er mogelijk een verband zou zijn, maar uit het meest recente wetenschappelijke onderzoek blijkt dit verband er niet specifiek te zijn met de pluimveehouderij. Wel blijkt uit de VGO III onderzoeken dat er sprake kan zijn van een verlaagde longfunctie als er veel veehouderijen in de buurt zijn gelegen van een woning.

Hierbij is met name het verband gevonden tussen 15 veehouderijen of meer binnen 1 kilometer afstand. In dit geval liggen er 8 nog feitelijk actief zijnde en vergunde veehouderijen binnen deze afstand van het plangebied. Hiermee is dit dus niet een gebied waar de veehouderij zich in belangrijke mate concentreert en waar dus normaal gesproken een verlaagde longfunctie kan worden verwacht. Ook het wonen nabij een pluimveehouderij verhoogt dit risico dus niet. Wel is het van belang dat er voldaan wordt aan de advieswaarden op het gebied van fijn stof, waar in het plangebied sprake van is.

16-2-2022

 57

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Geitenhouderij De geitenhouderij is gelegen binnen 200 meter afstand (bouwvlak-bouwvlak), maar de meest dichtbij zijnde stal van de geitenhouderij is gelegen op 270 meter afstand van de dichtstbijzijnde nieuw te realiseren woning in dit plangebied. Hiermee wordt voldaan ten aanzien van de GGD adviesafstand van 250 meter voor veehouderijen, maar niet voor geitenhouderijen, hiervoor geldt een adviesafstand van 2 kilometer. Dit zou beteken dat deze geitenhouderij, waar gewerkt wordt met een kwetsbare doelgroep in het kader van een zorgboerderij, alle ontwikkelingen in een straal van 2 kilometer zou belemmeren. Hierna onderzoeken wij of de planspecifieke omstandigheden hier aanleiding toe geven. Uit het onderzoek VGO Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden I en II blijkt dat mensen die in het VGO-gebied wonen binnen twee kilometer van een geitenhouderij, gemiddeld een 25% hogere kans op longontsteking hebben dan mensen die in hetzelfde gebied op meer dan 2 km van een geitenhouderij wonen. In 2016 kwamen binnen het hele VGO-gebied gemiddeld 18,7 nieuwe gevallen van longontsteking per duizend inwoners voor. Binnen twee kilometer van een geitenhouderij waren dat 23,4 gevallen per duizend inwoners. De gevonden associatie betekent niet dat er een oorzakelijk verband bewezen is.

De VGO vervolgonderzoeken na 2018 zijn er speciaal op gericht om meer inzicht in zo’n oorzakelijk verband te krijgen. Helaas is het VGO vervolgonderzoek vertraagd door de COVID pandemie, hierdoor zijn er veel minder mensen met longontstekingen in de buurt van veehouderijen die kunnen deelnemen aan de studies. De minister van LNV heeft hierover de kamer op 10 maart 2021 geïnformeerd. LNV geeft aan dat gezien het analyseren, interpreteren en rapporteren van de laboratoriumresultaten niet voor eind 2024 zal zijn afgerond. Hierdoor zal er op korte termijn geen duidelijkheid komen over de oorzaken van de constateerde verhoogde kans op longontsteking binnen 2 kilometer van geitenhouderijen. Tot die tijd is er dus ook nog geen sprake van een oorzakelijk verband. De geitenhouderij valt in zijn geheel onder het Activiteitenbesluit en er mogen op basis van de vigerende melding 266 opfokfeiten tot een jaar (C2.100), 80 opfokgeiten tot en met 60 dagen ( C 3.100) en 267 geiten ouder dan 1 jaar (C 1.100) worden gehouden. Uit de website Agrimatie van de Wageningen Universiteit (WUR) blijkt dat een gemiddelde geitenhouderij 837 melkgeiten heeft in 2020. Bijna een verdubbeling met de gemiddelde omvang 10 jaar geleden. Dit bedrijf is dus qua omvang ver onder gemiddeld, en dat blijkt ook uit de fijn stof concentratiemodelberekeningen zoals opgenomen in bijlage 7.

Het bedrijf stoot relatief weinig fijn stof uit, en zorgt voor hele lage fijn stof concentraties ter plaatse van de vier beoogde woningen in het plangebied. Daarnaast is er sprake van een ligging van de geitenhouderij ten oosten van het plangebied. Op basis van de informatie op de website ‘kennisplatformveehouderij) is de heersende windrichting een mee te wegen belang. De pluim van stofdeeltjes vanaf de veehouderij verspreid zich vooral met de wind mee. Aangezien de heersende windrichting zuidwest is, ligt het plangebied gunstig ten aanzien van de verspreiding van fijn stof. Dit is een mee te wegen factor in het bepalen van mogelijke gezondheidseffecten van een nabijgelegen veehouderij.

16-2-2022

58 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Conclusie In dit geval wordt een grote intensieve veehouderij gesaneerd die in de bestaande situatie leidt tot een overbelaste situatie ten aanzien van geurhinder voor de omliggende woningen. Ook draagt het bedrijf in de bestaande situatie in belangrijke mate bij aan de achtergrondconcentratie van fijn stof in de omgeving van het plangebied. De sanering van deze veehouderij draagt in belangrijke mate bij aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat van de omwonenden alsmede ter plaatse van de bestaande bedrijfswoningen. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat voldaan kan worden aan de advieswaarden en grenswaarden op het gebied van geur en fijn stof ter plaatse van het plangebied, daarnaast ligt het plangebied ten oosten van de pluimveehouderij en geitenhouderij en zal de heersende windrichting niet over het plangebied heen gaan. Dus hoewel de locatie is gelegen binnen 2 kilometer van een geitenhouderij en nabij een pluimveehouderij kan op dit punt gemotiveerd afgeweken worden van de indicatieve afstandsnormen. Het woon- en leefklimaat in het plangebied is namelijk over het algemeen goed tot in ieder geval aanvaardbaar. Het woon- en leefklimaat voor omwonenden verbeterd door de beëindiging van deze veehouderij op een groot aantal woningen significant.

16-2-2022

 59

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

5

WIJZE VAN BESTEMMEN

5.1

ALGEMEEN

Dit bestemmingsplan bestaat uit geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1945.BPHogewaldseweg 22en24-onw1 met de bijbehorende regels (en bijlagen) en een toelichting hierop. Het GML-bestand (simpel gezegd; de kaart) en de bijbehorende regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. In het GML-bestand zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels over het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2

METHODIEK 5.2.1

Regels

De regels van het bestemmingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: •

•

• •

Hoofdstuk I (artikelen 1 en 2) bevat de inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen. Hoofdstuk II bevat de bestemmingen. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk regels die specifiek voor die bestemming gelden. Ook zijn dit hoofdstuk de dubbelbestemmingen opgenomen. Hoofdstuk III bevat de algemene regels, waaronder een anti-dubbeltelregel en de algemene gebruiksregels. Hoofdstuk IV bevat de overgangs- en slotregel.

Regels in verband met de bestemmingen • De bestemmingsregels kennen allemaal dezelfde opbouw: • bestemmingsomschrijving; • bouwregels; • nadere eisen (indien aanwezig); • afwijken van de bouwregels (indien aanwezig); • specifieke gebruiksregels (indien aanwezig); • afwijken van de gebruiksregels (indien aanwezig); • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien aanwezig); • omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (indien aanwezig); • wijzigingsbevoegdheid (indien aanwezig).

16-2-2022

60 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

De inleidende regels (hoofdstuk I)) en de overgangs- en slotregel (hoofdstuk IV) worden hier verder niet toegelicht. Voor de overige bestemmingen volgt in de volgende paragraaf een inhoudelijke beschrijving. 5.3

BESTEMMINGEN

In het plangebied zijn twee enkelbestemmingen van toepassing. Daarnaast kent het plangebied een dubbelbestemming voor archeologie. Hieronder volgt een beschouwing van deze drie bestemmingen. 5.3.1

Wonen

Ter plaatse van de twee huidige bedrijfswoningen en de nieuwe ruimte voor ruimte wonen komt een bestemmingsvlak wonen. In de regels wordt geregeld wat de bouwmogelijkheden zijn binnen het bouwvlak en daarbuiten. Functies Binnen de bestemming Wonen - is burger wonen toegestaan, alsmede een beroep aan huis. Tevens mag een bedrijf aan huis worden uitgeoefend in het bedrijfsgebouw met de daarvoor geldende aanduiding. Doormiddel van een functieaanduiding is de omvang van het gebouw voor een aan huis gebonden bedrijf beperkt tot 320 m2. Het bedrijf aan huis is toegestaan om medewerking te verlenen aan een doorstart naar een bedrijf in de verhuur en onderhoud van campers. Om echter de initiatiefnemers voldoende perspectief te geven is in de plansystematiek een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, opgenomen dat onder strenge voorwaarden een ander bedrijf aan huis in milieucategorie 1 en 2 is toegestaan binnen de aangewezen loods. Het is daarnaast toegestaan om op de gronden met deze bestemming tuinen, erven en paden aan te leggen. Ook zijn waterhuishoudingsvoorzieningen toegestaan en mag er geparkeerd worden op eigen terrein.

Voorwaardelijke verplichting Om bestuursrechtelijk te borgen dat de stallen worden gesloopt en de landschappelijke inpassing wordt aangelegd en in stand wordt gehouden is ter plaatse van de twee ruimte voor ruimte woningen een ‘voorwaardelijke verplichting’ opgenomen op de verbeelding. In artikel 4.3.2. van de regels zijn nadere regels gesteld die het gebruik als woonbestemming ter plaatse van de ruimte voor ruimte kavels pas mogelijk maken als is voldaan aan de voorwaarde dat de stallen zoals aangeduid in bijlage 2 bij de regels zijn gesloopt en dat het beplantingsplan zoals is opgenomen in bijlage 3 bij de regels binnen 1 jaar is aangelegd en in stand wordt gehouden. 5.3.2

Groen – Landelijk groen

Ter plaatse van de groene elementen in het plan, in totaal bijna 3.000 m2, is de enkelbestemming ‘Groen – Landelijk groen’ opgenomen. Hiermee wordt planologisch geborgd dat de landschappelijk inpassing aangelegd wordt en in stand wordt gehouden, naast de voorwaardelijke verplichting die gekoppeld is aan het gebruik van de ruimte voor ruimte woningen. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd.

16-2-2022

 61

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

5.3.3

Agrarisch met Waarden – Natuur en landschapswaarden

Het overige deel van het plangebied houdt de huidige bestemming Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden. Het bestaand agrarisch bouwvlak komt door voorliggend plan te vervallen. Normaal agrarisch gebruik is wel toegestaan, ook is het oprichten van erf- en terreinafscheidingen onder voorwaarden toegestaan. Wijzigingsbevoegdheden en afwijkingsbevoegdheden die niet in de lijn der verwachting liggen zijn verwijderd. 5.4

DUBBELBESTEMMINGEN

De bestemmingsplanregeling bevat naast de bovengenoemde bestemmingen ook een dubbelbestemming. Dubbelbestemmingen vallen als het ware over 'onderliggende' (enkel)bestemmingen heen en houden beperkingen en aanvullingen in voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van die bestemmingen. Dubbelbestemmingen dienen een specifiek ruimtelijk belang dat middels de dubbelbestemming beschermd wordt. 5.4.1

Waarde – Archeologische verwachtingswaarde

De voor de “Waarde – archeologische verwachtingswaarden’ aangewezen gronden zijn, behalve voorde andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Hoewel het gebied op basis van de archeologische beleidskaart voor een groot deel al is verstoor is de bestaande dubbelbestemming overgenomen. Hiermee wordt het aspect archeologie geborgd in het bestemmingsplan en blijft er aandacht en toetsing voor het aspect, bijvoorbeeld in het kader van de omgevingsvergunning bouw voor de woningen. Daarnaast is het van belang om ook op de niet verstoorde delen van het plangebied de dubbelbestemming archeologie te handhaven, dit in lijn met het gemeentelijke archeologie beleid. 5.5

ALGEMENE REGELS 5.5.1

Anti-dubbeltelregel

Om te voorkomen dat grond dubbel wordt meegeteld, is hier geregeld dat grond die eenmaal bij een bouwplan is meegenomen, bij andere aanvragen buiten beschouwing moet blijven. 5.5.2

Algemene bouwregels

Maatvoering In deze bepaling is opgenomen dat wanneer de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of de afstand tot enige aanduiding van bouwwerken die volgens het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen en op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedragen dan hetgeen in hoofdstuk 2 van de planregels is bepaald, deze minimale dan wel maximale waarden voor de genoemde onderdelen gelden.

16-2-2022

62 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Bebouwingspercentage In de gevallen dat een bebouwingspercentage, dat in overeenstemming is met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen en op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedraagt dan hetgeen in hoofdstuk 2 van de planregels is bepaald, dit bebouwingspercentage maximaal is toegestaan. 5.5.3

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik In deze bepaling is opgenomen wat onder strijdig gebruik valt. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het gebruik en laten gebruiken van bijbehorende bouwwerken bij een woning als een zelfstandige woning. 5.5.4

Algemene aanduidingsregels

In het plangebied is de gebiedsaanduiding overige zone – zuidelijk deel lage middengebied opgenomen. Het doel hiervan is de landschappelijke waarden van dit gebied te borgen in het plan. 5.5.5

Algemene afwijkingsregels

Algemeen Onder de in dit artikel genoemde voorwaarden kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het afwijken van de regels inzake bouwgrenzen, bouwhoogte van specifieke overige bouwwerken. Evenementen Onder de in dit artikel genoemde voorwaarden kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het afwijken van de bestemmingsregels en toestaan dat er dat het tijdelijk gebruik van de gronden voor het houden van evenementen is toegestaan. 5.5.6

Algemene wijzigingsregels

Er zijn geen algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen. 5.5.7

Overgangs- en slotregels

In dit artikel van de regels is het overgangsrecht opgenomen. Daarbij is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij overgangsrecht dat is voorgeschreven voor bestemmingsplannen in de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In het laatste artikel van de regels is de slotregel opgenomen.

16-2-2022

 63

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

6

UITVOERBAARHEID

In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het plan beschreven. De volgende zaken komen aan bod:

6.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan het kostenverhaal anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt het plan gerealiseerd op particulier initiatief. Initiatiefnemer draagt de kosten voor de gewenste ontwikkeling. Voor de gemeente Berg en Dal is geen sprake van kosten verbonden aan opstellen van het bestemmingsplan en de uitvoering hiervan. Het verhaal van gemeentelijke kosten van exploitatie (in dit geval de kosten in verband met de planologische procedure) is anderszins verzekerd door het sluiten van een anterieure overeenkomst. Ook de dekking van eventuele planschadekosten is door middel van deze overeenkomst verzekerd. De raad kan dan ook op grond van de Wet ruimtelijke ordening, artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. Daarnaast worden de leges omgevingsvergunning in een later stadium afzonderlijk in rekening gebracht bij aanvrager. 6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.2.1

Participatie

De gemeente Berg en Dal heeft een meetlat opgesteld om de gewenste vorm van participatie met de omgeving te bepalen. Hiervoor zijn een vijftal vragen geformuleerd. In totaal scoort dit initiatief maximaal 7 punten op de vragen. Op basis hiervan is conform de meetlat geen participatie-aanpak nodig maar is informeren voldoende. De bewoners van de volgende adressen zijn geïnformeerd:  Hogewaldseweg 31;  Hogewaldseweg 29;  Ketelstraat 36;  Ketelstraat 38  Ketelstraat 31;  Ketelstraat 17;  Eigenaar agrarische gronden westzijde plangebied. Het betreft in deze allen agrarische bedrijven of woningen in de omgeving. Van belang voor de initiatiefnemers is dat bedrijven niet belemmerd worden in hun bedrijfsontwikkeling. Alle gesproken eigenaren van de omliggende bedrijven staan positief tegenover het planvoornemen. In algemene zin heeft het informeren van de omgeving bijgedragen aan het voorbereiden van het plan en aan het vroegtijdig informeren van de omwonenden voor de plannen in hun directe omgeving.

16-2-2022

64 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

6.2.2

Vooroverleg

Voorliggend plan is in het kader van het wettelijke vooroverleg in 2021 voorgelegd aan het Waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland. In onderstaande alinea’s wordt verslag gedaan van de opmerkingen en de manier waarop met de opmerkingen in het kader van vooroverleg rekening is gehouden in het ontwerpbestemmingsplan. Waterschap Rivierenland Het waterschap heeft de toelichting beoordeeld en opmerkingen gemaakt ten aanzien van de waterparagraaf. Naar aanleiding van de opmerkingen is besloten om een veldbezoek af te leggen om de opmerkingen te bespreken. Een vertegenwoordiger van het waterschap heeft het plangebied bezocht op 20 december 2021. Tijdens het veldbezoek zijn de opmerkingen besproken en zijn afspraken gemaakt over het vervolg. De besproken punten zijn als volgt:  Infiltratie Het waterschap onderschrijft de wens om te komen tot infiltratie van hemelwater gezien de impact van droogte op de grondwaterstanden. Er zijn in de opmerkingen vragen gesteld over de afstroming van hemelwater bij piekbuien gezien de ligging van het plangebied op de overgang van het bekken naar Groesbeek en het grenzen aan het stuwwalmassief van het Reichswald. De initiatiefnemers wonen al hun hele leven in het plangebied en hebben nog nooit een situatie meegemaakt dat er sprake was van afstroming van hemelwater over het land.

In het veldbezoek werd erkend dat het plangebied ter plaatse van de woningen fors hoger ligt dan de omliggende weilanden. Wateroverlast in het plangebied wordt niet verwacht.  Berging in Wadi en infiltratiegreppel De wens om een Wadi centraal in het plangebied op te nemen wordt ondersteund. De Wadi voorziet in het bergen van het hemelwater vanaf de verharding rondom de boomgaard centraal in het plan, hierbij wordt rekening gehouden met een bergingscapaciteit voor een 43 mm bui. Vervolgens wordt het water vanuit de Wadi geloosd op een infiltratiegreppel aan de zuidzijde van de beoogde woningen. Alleen in buitengewoon zware omstandigheden zal er via een noodoverstort worden geloosd op de A-watergang. Voor de uitvoering van deze maatregelen zal een watervergunning worden aangevraagd of een melding gedaan, afhankelijk van de van toepassing zijnde regels. In de opmerkingen en in het veldbezoek is de infiltratiecapaciteit van de bodem besproken. Het betreft in deze dikke eerdgronden, specifiek tuineerdgronden (EL5). Hierbij is van belang wat de zogenaamde K-waarde is van de waterdoorlatendheid van de bodem. Zandgronden hebben een hogere K-waarde dan klei en veengronden en zijn daarmee beter waterdoorlatend. Het betreft in deze zandige leemgronden waarvan met name de bouwvoor leem bevat.

Omdat de Wadi en de infiltratiegreppel worden gerealiseerd ter plaatse van het voormalige varkensbedrijf betreffen dit geroerde gronden waarvan de leemhoudende bouwvoor niet meer in tact is. De eventueel verstorende werking van de leem in de bouwvoor voor de infiltratie zijn daardoor niet van toepassing ter plaatse van de waterbergende voorzieningen. Hiermee zijn de gronden, ondanks het niet precies bepalen van de K-waarde, voldoende geschikt voor infiltratie aldus de initiatiefnemers.

16-2-2022

 65

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Door het waterschap wordt het hierdoor niet noodzakelijk geacht verder maatregelen te nemen ten behoeve van hemelwaterberging of om nader onderzoek te doen naar de infiltratiewaarde. Het wordt wel geadviseerd om dit onderzoek uit te voeren.  Schouwen A-watergang In de bestaande situatie wordt de A-watergang langs het plangebied geschouwd (schoongehouden) via het naastgelegen agrarische perceel. In het kader van participatie is er overleg geweest tussen de initiatiefnemer en de grondeigenaar van naastgelegen perceel ten zuidwesten van het plangebied. De grondeigenaar van het perceel heeft ingestemd met schouwen van de A-watergang vanaf zijn perceel. Waar nodig zullen hierover met het waterschap nadere afspraken worden gemaakt. Provincie Gelderland De provincie heeft als volgt gereageerd in het voortraject: “We hebben het plan bekeken en staan vanuit de provincie positief tegenover deze ontwikkeling. Er is goed aandacht besteed aan het provinciaal belang ligging in nationaal landschap buiten GO/GNN. De manier waarop de woningen worden vormgegeven past binnen de kernkwaliteit Gelderse Poort, bekken Groesbeek. Met name het terugbrengen van de zichtlijn en het positioneren van de woningen in een ensemble dragen hieraan bij. Daarnaast staan we positief tegenover de integratie van klimaatadaptatie en circulariteit in het plan”.

Op basis van deze positieve reactie zijn geen verdere wijzigingen doorgevoerd in de plannen. 6.2.3

Ontwerp

Het bestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd als ontwerp. Een ieder kan in de inzage termijn reageren op het ontwerp. Eventuele zienswijzen op het ontwerp worden samengevat in deze paragraaf, dan wel in een separate nota van zienswijzen. Deze paragraaf wordt gedurende het proces verder aangevuld. 6.2.4

Vaststelling

De gemeenteraad van de gemeente Berg en Dal stelt het bestemmingsplan vast. Vervolgens wordt het plan voor zes weken ter inzage gelegd voor eventueel beroep. Ook indien geen zienswijze is ingediend kan een ieder vervolgens beroep aantekenen tegen het bestemmingsplan. Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het plan is vastgesteld.

16-2-2022

66 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGEN

16-2-2022

 67

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGE 1 SITUATIESCHETS GEWENSTE SITUATIE

16-2-2022

68 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGE 2 SITUATIESCHETS BESTAANDE SITUATIE

16-2-2022

 69

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGE 3 BEPLANTINGSPLAN

16-2-2022

70 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGE 4 STIKSTOF ONDERZOEK

16-2-2022

 71

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Bestaande situatie varkenshouderij

16-2-2022

72 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

Beoogde situatie ruimte voor ruimte

16-2-2022

 73

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGE 5 ECOLOGISCH ONDERZOEK

16-2-2022

74 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGE 6 GEUR ONDERZOEK

16-2-2022

 75

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGE 7 FIJN STOF BEREKENINGEN

16-2-2022

76 

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

BIJLAGE 8 GELUIDSONDERZOEK

16-2-2022

 77

Ontwerp Bestemmingsplan Hogewaldseweg 22-24 Groesbeek

16-2-2022

78 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11524863/1