13. Bijlage 1 - Mobiliteitsplan Euregio Rijn-Waal 2030
Tekst van het document
Verreweg de meeste gemeenten ontwikkelen plannen om te voorzien in de groeiende behoefte aan beveiligde stallingen en oplaadpunten voor (elektrische) fietsen. In landelijke gebieden in Nederland en het noordelijke deel van Rheinland hebben conflictsituaties tussen landbouwverkeer en fietsverkeer bijzondere aandacht. Dit onderwerp is met name relevant op schoolroutes die landbouwgebieden doorkruisen. Door aanleg van vrijliggende fietspaden kunnen gevaarlijke situaties worden voorkomen. Grensoverschrijdend In de ERW spelen grensoverschrijdende fietsverbindingen een toenemende rol bij grensoverschrijdend verkeer. Voorbeelden zijn de Europa-Radbahn tussen Nijmegen en Kleve en het bijna geheel gerealiseerde ‘Duits lijntje/Boxteler Bahn’ Boxtel- Gennep–Wesel. Ook de kortgeleden gerealiseerde verbinding Weeze – Bergen is een goed voorbeeld van een grensoverschrijdende fietsverbinding die door gezamenlijke inzet van beide gemeenten tot stand is gekomen.
39
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Bestaande grensoverschrijdende fietsverbindingen zijn vaak voorzien voor recreatief gebruik. Positief is de grensoverschrijdende realisatie van het knooppuntennetwerk, met uniforme vormgeving en herkenbaarheid. Wel bestaat de wens om ook optimale en herkenbare grensoverschrijdende utilitaire verbindingen aan te leggen om woon-werkverkeer per fiets te stimuleren. Het nieuw te ontwikkelen fietsroutenetwerk in NRW dient daarom goed aan te blijven sluiten op het reeds bestaande Nederlandse netwerk. Naast de realisatie van grensoverschrijdende verbindingen, hebben gemeenten in het grensgebied de wens voor een uniform systeem voor leenfietsen. Hiermee zouden leenfietsen aan beide zijden van de grens moeten kunnen worden ingeleverd zonder additionele handelingen of kosten.
Busverbindingen Landelijk gebied In landelijke gebieden zijn gebruikers van buslijnen vaak jongeren en ouderen zonder toegang tot alternatieve modaliteiten. Hoewel deze lijnen vaak niet rendabel zijn, blijven de verbindingen essentieel om ontsluiting te bieden tussen kleine kernen onderling en naar grotere steden in de regio. In landelijke gebieden in Nederland zijn busnetwerken vaak onrendabel en door besparingen steeds verder uitgedund. In landelijke gebieden in Duitsland zijn busnetwerken nog altijd relatief fijnmazig, echter sinds enkele jaren staan deze ook onder druk. Vooral in landelijke gebieden zijn speciale schoolbussen nog steeds van groot belang. Om bereikbaarheid in het landelijke gebied te kunnen blijven waarborgen, ontwikkelen lokale overheden in beide landen een diversiteit aan initiatieven zoals buurtbussen, belbussen of regiotaxi’s. In Nederland faciliteren concessiehouders de haltetaxi, waarmee reizigers op afroep naar bushaltes of stations binnen een straal van 15 kilometer worden vervoerd (RRReis, z.d). In Duitsland is NIAG vanuit Kleve aangevangen met het aanbieden van een vraaggestuurde vervoersdienst. Begin 2022 is in de Kreistag van Kleve een voorstel besproken om het lokale busvervoer een impuls te geven door de frequentie en het netwerk te optimaliseren. Dit geoptimaliseerde busnetwerk moet een aantrekkelijk alternatief voor de auto worden.
Hierin komen ook een
40
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
aantal grensoverschrijdende verbindingen aan bod, zoals Nijmegen – Kleve, Venlo – Straelen en Emmerich – Doetinchem. Stedelijke gebieden In stedelijke gebieden overbruggen busverbindingen afstanden die niet eenvoudig te voet of met de fiets kunnen worden afgelegd. In deze gebieden worden busverbindingen gebruikt door een breed publiek. Hierdoor biedt het busnetwerk in stedelijke gebieden vaak een goede basis voor het realiseren van een netwerk van mobiliteitshubs. In enkele steden wordt het busnetwerk aangevuld door andere vormen van openbaar vervoer, zoals Stadtbahn (lightrail) in Düsseldorf, of trolleybussen in Arnhem. Alternatieve brandstoffen In Nederland is nationaal beleid aangenomen dat vanaf 2025 alle nieuwe bussen emissievrij dienen te zijn. Vanaf 2030 dienen alle bussen emissievrij te zijn. In Duitsland is in het Klimaschutzprogramm vastgelegd dat in 2030 de helft van alle bussen elektrisch aangedreven dient te zijn. Tevens wordt de omschakeling naar waterstof aangedreven bussen door NRW gesubsidieerd. Een aandachtspunt is dat afstemming nodig is om te bepalen of Duitse bussen die ingezet worden op grensoverschrijdend verbindingen ook aan deze Nederlandse wetgeving moeten voldoen. Hoogwaardig openbaar vervoer In Nederland wordt in landelijke gebieden het concept van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) ontwikkeld.
Hierbij wordt busvervoer opgewaardeerd door een verbetering van frequentie en comfort. HOV komt deels voort uit een besparingsslag: er moet meer worden gedaan met minder geld. Anderzijds wordt met HOV
de aantrekkelijkheid van OV
gestimuleerd door snelle en directe verbindingen te bieden. In Duitsland wordt In het kader van Klimaschutzprogramm 2030 gewerkt aan verbetering van het OV. Hierbij biedt NRW financiering voor projecten met als doelstelling het gebruik van OV te stimuleren, zoals een app waarmee bezettingsgraad van OV-vervoersmiddelen inzichtelijk wordt maakt voor reizigers. Tevens worden busverbindingen verbeterd door de vrije uitwisseling van reisinformatie tussen Verkehrsverbünde.
41
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
In Nederland is sinds 2006 de toegankelijkheid van bushaltes en toegangswegen voor mindervaliden wettelijk geregeld. In Duitsland dienen vanaf 2022 in principe alle haltes drempelvrij te zijn uitgevoerd, tenzij hiervoor ontheffing is aangevraagd.
Ticketing In Nederland hebben provincies de rol van concessieverlener en zijn daarmee verantwoordelijk voor aanbesteding van openbaar vervoer aan commerciële aanbieders. Hiermee is de rol van lokale overheden bij van openbaar vervoer beperkt. Wensen en vernieuwingen van lokale overheden op het gebied van openbaar vervoer moeten worden voorgelegd aan de provincies. In Duitsland zijn Kreise en Kreisfreie steden verantwoordelijk voor organisatie en realisatie van openbaar vervoer. De uitvoeringsorganisatie voor het openbaar treinvervoer en ticketing aan de Duitse zijde van ERW is het Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR). In Nederland kan integraal gebruik worden gemaakt van een landelijk uniform ticketingsysteem, de OV-Chipkaart. In Duitsland bestaat geen overkoepelend systeem voor alle vervoersorganisaties, wat resulteert in een diversiteit aan ticketingsystemen. Aangezien VRR de enige vervoersorganisatie is in het Duitse gedeelte van de ERW, speelt deze problematiek niet aan de Duitse zijde van de ERW. Hetzelfde vervoerbewijs (genaamd Eezy) is sinds kort in geheel NRW beschikbaar, waarbij tarieven worden bepaald op basis van de hemelsbreed afgelegde afstand. In de ERW is het bij een beperkt aantal Duitse OV-verbindingen mogelijk om de Nederlandse OV-chipkaart te gebruiken. Bij spoorverbindingen betreft dit de regionale trein RE19 (Arnhem–Düsseldorf).
Op Nederlands grondgebied kan gereisd worden met OV-chipkaart, er dient dan op de stations gebruik te worden gemaakt van de ticketing-apparatuur van Arriva/Breng. In de loop van 2022 kan de ook op de stations Elten, Emmerich en Praest gebruikt gemaakt worden van de OV-chipkaart. Bij busverbindingen betreft dit buslijn SB58 (Emmerich-KleveKranenburg-Nijmegen). Er bestaat momenteel geen grensoverschrijdend vervoerbewijs dat in de hele ERW geldig is. Relevant voor dit thema is de pilot Easy Connect die in Euregio Maas-Rijn (rond Limburg – Aken) vanuit Duitse zijde wordt doorgevoerd en die daarmee aansluit
42
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
op de pilot Mobility as a Service (MaaS) die vanuit Nederland is geïnitieerd. Tot de doelstellingen behoort het creëren van een smartphone-gebaseerde oplossing voor grensoverschrijdende ticketing. De uitgifte van een barcode op de smartphone van de reiziger wordt tijdens een pilotfase getest op de regionale trein RE18 (Aken – Maastricht). Bij dit project zijn ook het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het NRW Ministerie van Verkeer betrokken. Dit is een thema in de Grensland Agenda NRW-NL 2021. Reisinformatie Bij reisinformatie kan onderscheid worden gemaakt tussen: •
Pre-trip reisinformatie en reisplanners Informatie met betrekking tot aankomende reizen, aangeboden via apps en websites. Pre-trip reisinformatie wordt door reizigers gebruikt bij de keuze voor modaliteit en planning van reisgedrag.
•
On-trip reisinformatie Informatie over reizen die reeds plaatsvinden, aangeboden via informatiepanelen bij haltes, stations, in vervoermiddelen en in toenemende mate ook via apps en websites. On-trip reisinformatie maakt reizen efficiënter, comfortabeler en voorspelbaarder.
In zowel Duitsland als ook in Nederland is de beschikbaarheid van pre-trip en ontrip informatie al langere tijd gemeengoed in het openbaar vervoer. Bij grensoverschrijdende reizen is integrale reisinformatie vaak niet eenvoudig beschikbaar, vooral bij verdere aansluitingen. Hierdoor is het plannen en uitvoeren van reizen in het grensgebied vaak complexer dan het plannen van reizen binnen een nationaal openbaar vervoer netwerk. Grensoverschrijdend Binnen de ERW zijn er vier grensoverschrijdende busverbindingen, maar de meeste buslijnen eindigen vlak voor de grens. Naast lijndiensten worden busverbindingen ook geëxploiteerd door commerciële partijen zoals Flixbus. Deze busverbindingen naar bestemmingen door heel Europa concurreren met treinverbindingen en vliegverkeer. In de ERW bevinden zich opstapplaatsen in Arnhem, Nijmegen, Duisburg, Krefeld en Düsseldorf. Binnen de ERW worden busverbindingen tussen Isselburg-Duisburg, DuisburgDüsseldorf en Düsseldorf-Nijmegen verzorgd.
43
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Spoorverbindingen De trein is een duurzame en vaak snelle modaliteit over langere afstanden. Het is echter ook de minst flexibele vorm: treinverbindingen bieden immers een vast traject op vaste tijden. Investeringen Het vergroten van spoorcapaciteit is een streven aan beide zijden van de grens. In Nederland vindt dit plaats in kader van ‘Programma Hoogfrequent Spoor’, waarmee de doelstelling is om doorlopend een verbinding aan te bieden (‘spoorboekvrij reizen’). In NRW wordt een aantal concrete spoorwegprojecten geschetst in het document ‘Masterplan Nordrhein-Westfalen’. Een daarvan is de versterking van de treinverbinding Emmerich – Duisburg. Eveneens is in 2022 het ‘NRW-Takt’ gepresenteerd, waarin de toekomstplannen voor personenvervoer per spoor zijn gepresenteerd. In de Zielnetzkonzeption 2040 wordt onder andere de verbinding Oberhausen – Emmerich genoemd als een verbinding die uitbreiding behoeft, terwijl de verbindingen Düsseldorf-Wesel-Arnhem/Rhede en ook de verbinding Düsseldorf – Nijmegen als reactivering worden benoemd (Landtag NRW, januari 2022). Daarnaast hebben diverse Europese vervoerders en circa 20 landen (waaronder Nederland en Duitsland) een intentieverklaring ondertekend om de Trans-EuropExpress nieuw leven in te blazen. De TEE 2.0 zal Europese steden over het hele continent verbinden met een combinatie van hogesnelheidstreinen en nachttreinen,
zonder
de
noodzaak
voor
additionele
investeringen
in
infrastructuur. De focus hiervan is het aanbieden van snelle internationale treinverbindingen tegen relatief goedkope prijzen. Deze ontwikkelingen passen binnen het kader van Green Deal van de Europese Unie, met als doelstelling de trein concurrerend te maken met luchtvaart voor reizen tot 500 kilometer. Op lokaal niveau wordt geïnvesteerd in de verbetering van treinstations. Stations spelen een belangrijke rol in de ketenmobiliteit, waarbij reizigers snel en vlot overstappen tussen vervoermiddelen. Focuspunten bij lokale overheden zijn: •
Beschikbaarheid van fietsenstallingen;
•
Toegankelijkheid van stations;
•
Verbetering van aantrekkelijkheid van stationsomgeving voor reizigers.
44
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
In Nederland wordt ernaar gestreefd om in 2023 alle 180 resterende onbewaakte overwegen opgeheven of beveiligd te hebben (ProRail, z.d.). Om dit te realiseren zullen gemeenten hiervoor budget vrij moeten maken. In Duitsland zijn er vaak nog ‘onbewaakte’ overwegen op het onderliggende wegennet waarbij de maximumsnelheid is beperkt tot 80 km/uur. Er zijn geen concrete plannen om deze overwegen op grote schaal uit te faseren, voornamelijk door gebrek aan financiering (Das Bundesgesetzblatt, 25 april 2019). Grensoverschrijdend Binnen de ERW zijn er twee grensoverschrijdende spoorverbindingen. Op het traject Utrecht-Arnhem-Emmerich-Düsseldorf rijdt sinds 2017 een regionale trein, waarbij in 2019 met Emmerich-Elten een nieuw station op het traject is ingericht. Het traject wordt tevens benut door de ICE van Amsterdam naar Frankfurt en Basel, waarbij in de ERW de stations Arnhem, Duisburg en Düsseldorf worden aangedaan. Tevens biedt een overstap in Duisburg een ICEverbinding naar Berlijn. Deze aansluiting vanuit Duisburg richting Berlijn dient nog verbeterd te worden. In het noordelijk deel van de ERW bevindt zich de spoorverbinding Amsterdam – Apeldoorn – Hannover - Berlijn. Op dit traject rijden dagelijks meerdere intercity’s tussen Amsterdam en Berlijn.
Deze treinverbinding en de snelweg A1 vormen daarmee een belangrijke corridor tussen Nederland en Duitsland in het noordelijk deel van de ERW. In het verleden waren er meerdere grensoverschrijdende spoorlijnen; tot 1991 was er een treinverbinding tussen Nijmegen en Kleve, via Groesbeek en Kranenburg. In 2021 heeft de Kreis Kleve een onderzoek aangekondigd naar mogelijke reactivering van de oude verbinding. Lokale overheden aan de Nederlandse zijde van de grens zetten bij voorkeur in op busvervoer om bereikbaarheid van de verschillende tussenliggende kernen te borgen. Diverse partijen - waaronder de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen en Provincie Gelderland - onderzoeken mogelijkheden om de ICE-treinverbinding tussen Arnhem en Düsseldorf verder op te waarderen. Doelstelling is om synergie tussen Hightech en Health clusters gelegen rondom de beide steden te stimuleren door de frequentie, snelheid en betrouwbaarheid van de huidige treinverbinding te verbeteren. Daarnaast wordt door een opwaardering een verdere verbetering van de snelle verbinding van de regio richting Amsterdam en stedelijke centra in Duitsland gerealiseerd.
45
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Het belang van grensoverschrijdende spoorverbindingen blijkt uit de gezamenlijke agenda voor grensoverschrijdend spoorvervoer, in 2016 opgesteld door de Nederlandse provincies en de deelstaat NRW. Ditzelfde belang wordt geduid in het ‘Toekomstbeeld OV’; een visiestuk van de Nederlandse overheid waarin de verbinding met Duitsland en het optimaliseren van verbindingen binnen
de
landsgrenzen
belangrijke
speerpunten
zijn
(Ministerie
van
Infrastructuur en Waterstaat, z.d.). Ook op Europees niveau wordt de verbetering van grensoverschrijdend spoorvervoer ondersteund (CINEA, z.d.). De bestaande verbindingen maken deel uit van de TEN-T corridors Rhine-Alpine en Noordzee-Baltische Zee. Deze corridors worden financieel ondersteund door het programma 3EUStatesToCross, waarin gestreefd wordt naar snelle grensoverschrijdende spoorverbindingen met geharmoniseerde afspraken over reisinformatie, tickets en prijzen. Onder de leden van dit programma scharen zich NRW en de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg
en
Noord-Brabant.
Gemeenschappelijke
agenda
Dit
streven
wordt
onderschreven
Grensoverschrijdend
Spoorvervoer
in
de van
bovengenoemde leden. De volgende treinverbindingen zijn aanwezig in het gebied van de ERW: -
Amsterdam - Arnhem – Duisburg - Düsseldorf – Frankfurt - Basel (ICE)
-
Arnhem–Emmerich/Wesel–Duisburg/Düsseldorf (RE19/ICE)
-
Amsterdam – Apeldoorn – Hengelo – Hannover – Berlijn (IC)
-
Roosendaal – Den Bosch - Nijmegen - Arnhem – Zwolle
-
Dordrecht – Breda – Den Bosch – Nijmegen - Arnhem
-
Apeldoorn – Zutphen – Winterswijk
-
Arnhem – Zevenaar - Doetinchem – Winterswijk
-
Arnhem – Dieren - Zutphen – Apeldoorn
-
Nijmegen - Cuijk – Boxmeer – Venlo - Roermond
-
Kleve - Goch - Weeze – Geldern - Krefeld - Düsseldorf (RE10)
-
Xanten - Rheinberg - Moers - Duisburg (Niederrheinstrecke).
46
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 2: Spoorwegen in de Euregio Rijn - Waal
47
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Autoverkeer Een fijnmazig wegennet verbindt de ERW onderling en naar buiten toe. Het grensoverschrijdende snelwegennet zorgt voor snelle verbindingen tussen grotere kernen, terwijl het onderliggende wegennetwerk zorgt voor rechtstreekse verbindingen tussen landelijke gebieden en kleinere kernen. Met name de opzet van dit onderliggende wegennet is in het grensgebied niet optimaal door het ontbreken van een grensoverschrijdende netwerkvisie. Zowel in Nederland als in Duitsland is de auto het meest gebruikte vervoersmiddel voor langere afstanden. Vaak wordt hiermee het enige praktische alternatief geboden om afstanden snel en efficiënt te overbruggen. Waar in Nederland voor afstanden tot 7,5 km vaak de fiets wordt gebruikt (Fietsberaad, z.d.), worden deze afstanden in Duitsland nog vaak met de auto afgelegd – bijna de helft van autoritten in NRW is korter dan 7,5 km. De inrichting van de openbare ruimte biedt in beide landen ruim baan voor de auto. Een uitzondering hierop zijn stadscentra in Nederland, die steeds vaker autoluw ingericht worden. In Duitsland blijft dit een punt van hevige discussie en blijft de autovrije binnenstad begrensd tot een beperkte voetgangerszone. Ook deze voetgangerszones staan onder druk, aangezien winkelend publiek en detailhandel sterk lobbyen voor hernieuwde openstelling voor autoverkeer.
Alternatieve brandstoffen Elektrische en door waterstof aangedreven voertuigen worden inmiddels op steeds grotere schaal geproduceerd. In Duitsland werden in 2020 voor het eerst meer auto’s verkocht met alternatieve aandrijflijn dan met verbrandingsmotor. De overgang naar duurzame energiebronnen vereist significante investeringen om een dekkend laadnetwerk te realiseren. Gecompliceerde wetgeving en capaciteitsgebrek bij gemeenten zijn vaak een belemmerende factor in de realisatie van een dekkend laadinfrastructuur. Verkeersveiligheid In stedelijke centra waar verschillende vormen van mobiliteit samenkomen, is de laatste jaren toenemend aandacht voor leefbaarheid en verkeersveiligheid. Dit is tevens de motivatie voor invoering van een generiek snelheidsregime van 30 km/u binnen de bebouwde kom in beide landen, hoewel deze ontwikkeling in Duitsland incidenteel is en op minder grote schaal dan in Nederland wordt doorgevoerd.
48
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Verkeersveiligheid is een belangrijk onderwerp binnen de regio: in vrijwel alle beleidsstukken wordt specifiek aandacht aan dit thema besteed. Het merendeel van de ERW-leden werkt verkeersveiligheidsmaatregelen uit tot op detailniveau, waarbij bijvoorbeeld vermeld wordt welke kruispunten opnieuw ingericht dienen te worden en welke locaties in aanmerking komen voor de realisatie van verkeersremmende maatregelen. Parkeren Parkeerbeleid is een lokale aangelegenheid, waarbij sterke verschillen zich voordoen tussen lokale overheden onderling. Vaak wordt parkeerbeleid gerealiseerd door een samenwerking tussen lokale overheden en commerciële partijen (bijvoorbeeld exploitanten van parkeerlocaties) en kan dus sterk verschillen tussen gemeenten onderling, afhankelijk van het mobiliteitsbeleid en welke functie de gemeenten aan parkeren toeschrijven. Parkeren heeft diverse motieven en daarbij past bijbehorende regelgeving. In woonwijken en bij werkgevers tijdens kantooruren wordt vaak gratis geparkeerd. In contrast daarmee dient betaald te worden om stadcentra te bezoeken voor recreatieve doeleinden. Vooral rondom centrumgebieden is de parkeerdruk hoog. Hier is het van belang om passende oplossingen te vinden, die de leefbaarheid van stadscentra verbeteren zonder bereikbaarheid te verminderen voor bezoekers, maar vooral voor bewoners.
Oplossingen zijn bijvoorbeeld invoeren van parkeerzones met gedifferentieerde tarieven, of realisatie van vergunningszones. Door tarieven in parkeergarages te verlagen en tarieven voor parkeren op straat te verhogen, kan op een effectieve manier parkeerbeleid worden gestimuleerd.
49
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 3: Hoofdwegennet in de ERW
50
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Goederenvervoer 5.6.1 Goederenvervoer over de weg Goederenvervoer over de weg is te verdelen in twee vormen: transitvervoer over lange afstanden en lokale en regionale bezorgdiensten. Beide vormen van goederenvervoer nemen toe in volume door de groeiende economie en door ontwikkelingen op het gebied van home working en online winkelen. Parkeerplaatsen voor vrachtwagens Een significant deel van het goederenvervoer tussen Nederland en Duitsland, wordt met vrachtwagens getransporteerd. In 2018 was het aandeel wegvervoer 33% van de 137 miljoen ton export naar Duitsland (CBS, z.d.). De chauffeurs van deze grote aantallen vrachtwagens moeten regelmatig rusttijden nemen, waardoor grote behoefte is aan parkeerplaatsen langs snelwegen. Voorbeelden van grootschalige voorzieningen zijn Truckparking Duiven, nabij de grensovergang aan de A12, en de vrachtwagenparkeerplaats bij Bracht op A61. Van weg naar water en spoor Voor goederenvervoer over langere afstanden wordt de nadruk gelegd op een verschuiving van wegvervoer naar vervoer over water of per spoor. De Nederlandse regering heeft hiervoor financiële middelen beschikbaar gesteld. Het doel is om in de jaren 2020 - 2024 circa 2.000 containers per dag van de weg naar het spoor of het water te verschuiven (Spoorpro, 2 april 2021).
In Duitsland hebben meer dan 230 transportbedrijven hun krachten gebundeld in Kombiverkehr KG om goederenvervoer te verschuiven van weg naar spoor (Bundesministerium für Verkehr und digitale Infrastruktur, 29 maart 2021). In het Duitse deel van de ERW speelt de haven van Duisburg als grootste binnenhaven ter wereld een belangrijke rol. Zo realiseert de haven een trimodale containerterminal, waarmee de grootste achterlandterminal van Europa zal ontstaan. Voor- en natransport van goederen zal hoofdzakelijk over water en per spoor plaatsvinden. Vermeldenswaardig is ook de haven van Emmerich, die eveneens over een trimodale vervoersverbinding (weg, water en spoor) beschikt en profiteert van de nabijheid van de Nederlandse grens.
51
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Stadslogistiek Ook binnen steden is goederenvervoer onmisbaar: zowel voor bevoorrading van winkels als op individueel niveau. Vooral in grotere steden leidt dit tot geluidsoverlast en verminderde toegankelijkheid. Lokale overheden ontwikkelen steeds vaker beleid voor het verduurzamen van deze ‘last mile logistics’, waaronder de Green Deal ZES, waarbij grote bedrijven en gemeenten streven naar een emissievrije binnenstedelijke logistiek (zero emission) in 2025. De steden Arnhem en Nijmegen maken hier onderdeel van uit. Aan
de
Duitse
kant
werken
gemeenten
vanuit
het
beleid
voor
klimaatbescherming aan vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Dit heeft gevolgen voor de vormgeving van mobiliteit. In beide landen worden duurzame oplossingen gerealiseerd, zoals fietskoeriers en lichte elektrische voertuigen (LEV), waarmee een groter volume aan goederen op duurzame wijze binnen stadscentra kan worden vervoerd. Daarnaast zetten lokale overheden in beide landen zich in om milieuzones te realiseren voor gemotoriseerd verkeer. Deze zones zijn alleen toegankelijk voor voertuigen die voldoen aan de gestelde uitstooteisen. Milieuzones zijn zowel in Nederland als in Duitsland een belangrijke maatregel voor binnenstedelijke leefbaarheid; hoewel de uitvoeringsvorm verschilt.
5.6.2 Goederenvervoer per spoor Goederenvervoer over het spoor is efficiënter en duurzamer dan over de weg. Wel is de capaciteit van het goederenvervoer over het spoor beperkter dan over de weg; ook het personenvervoer moet immers veelal plaatsvinden over dezelfde spoorwegen als het goederenvervoer. Ontwikkelingen Vanuit de havens van Rotterdam worden goederen per trein naar het Europese binnenland vervoerd, waarbij de haven van Duisburg een belangrijke rol speelt als wereldwijd grootste binnenhaven en transportknooppunt. Naast de binnenvaart is het spoorvervoer de aangewezen manier om goederen te vervoeren. Het beperkt de congestie op de wegen en is vele malen efficiënter dan vervoer per vrachtwagen. In 1997 is begonnen met de aanleg van de Betuweroute, een directe goederenspoorverbinding tussen de Maasvlakte bij Rotterdam en het Ruhrgebied. In 2007 is deze spoorverbinding aan Nederlandse zijde in gebruik genomen en sluit deze in Zevenaar aan op de bestaande spoorverbinding naar
52
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Duitsland. De realisatie van een derde spoor tussen Emmerich en Oberhausen, als voortzetting van de Nederlandse Betuweroute, om daarmee spoorcapaciteit aan Duitse zijde te vergroten, zal op zijn vroegst medio 2030 gereed zijn. In het kader van Goederenvervoer Noordoost-Europa (GNOE) wordt onderzoek gedaan naar een alternatieve route voor goederenvervoer door Oost-Nederland, de noordelijke aftakking van de Betuweroute, die kan bijdragen aan de gestelde doelen van het ‘Toekomstbeeld OV 2040’ (Provinciale Staten Overijssel, 14 december 2021). Bijzondere aandacht verdient de Nieuwe Zijderoute (ook Chinese Belt and Road Initiative genoemd), waarmee goederenvervoer per spoor wordt gefaciliteerd tussen China en Europa. Het project werd in 2013 gepresenteerd en omvat een uitgebreid netwerk aan weg- en spoorverbindingen. Volgens verschillende schattingen betreft dit één van de grootste infrastructurele projecten in de geschiedenis. Tegenover dit vanuit China geïnitieerde initiatief staat het Europese initiatief Global Gateway. Deze strategie werd in september 2021 aangekondigd en zal in de komende jaren verder worden uitgewerkt. Overslagpunten Tussen Emmerich en Oberhausen wordt zoals gezegd aan de aanleg van een derde spoor gewerkt. Deze verbinding is een essentieel onderdeel van de goederenroute tussen Rotterdam en Genua.
Door de toename van het goederenen personenverkeer heeft het traject tussen Emmerich en Oberhausen zijn capaciteitsgrenzen bereikt. Het doel van de uitbreiding is de capaciteit te vergroten, de kwaliteit te verbeteren en het verkeer te scheiden, zodat in de toekomst snelle langeafstandstreinen kunnen worden gescheiden van langzame lokale treinen en goederentreinen. Aan de grens met Nederland is al een technische wijziging in het stroomsysteem doorgevoerd, zodat internationaal treinverkeer wordt versneld. In
Valburg
wordt
een
trimodale
overslaglocatie
gebouwd.
Ook
de
goederenterminal in Emmerich is trimodaal ontsloten, evenals de havens in Duisburg en Düsseldorf. Omdat het containervolume blijft toenemen, wordt de oppervlakte van dit terrein in Emmerich het komende jaar opnieuw aanzienlijk uitgebreid.
53
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Investeringen De Connecting Europe Facility (CEF) stelt op Europees niveau middelen ter beschikking voor onder meer de uitbreiding van spoorverbindingen. In de ERW wordt gewerkt aan verbetering van spoorwegknooppunten (Arnhem, Nijmegen en Düsseldorf) en capaciteitsuitbreiding bij Emmerich en Duisburg. Daarnaast wordt er op Europees niveau geïnvesteerd in de uitvoering van een gemeenschappelijk veiligheidsprogramma. Met behulp van ERMTS (European Rail Traffic Management System) is het mogelijk om baanvakken efficiënter te benutten, waardoor capaciteit van het bestaande spoornetwerk toeneemt. In Nederland is de Betuweroute reeds uitgerust met ERMTS en andere drukke spoortrajecten zullen hiermee worden uitgerust voor 2030 (Prorail, z.d). In Duitsland is in 2020 aangevangen met grootschalige implementatie van ERTMS. Relevant voor de ERW is met name de implementatie van ERMTS op de TEN-T corridors Rhine – Alpine en North Sea – Baltic. Een concreet tijdspad hiervoor is nog niet bekend (ERMTS, z.d.). Capaciteit Door de beperkte capaciteit van het spoornetwerk, betekent een toename van goederenvervoer per spoor vaak een vermindering van capaciteit voor personenvervoer per spoor. Overlast Goederenvervoer
veroorzaakt
vaak
trillings-
en
geluidsoverlast
voor
omwonenden van spoorlijnen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen kan een risico voor de volksgezondheid opleveren. Met name bij woningbouw in stedelijke gebieden heeft dit een significante impact op leefbaarheid.
5.6.3 Goederenvervoer over het water De binnenvaart is een efficiënte modaliteit bij goederenvervoer over lange afstanden. Het overgrote deel van internationale logistieke verplaatsingen over water vanuit de ERW vinden plaats via de Noordzeehavens in o.a. Rotterdam, Antwerpen en Hamburg. In de ERW bevinden zich havens in Duisburg, Düsseldorf (Neuss-Düsseldorfer Häfen) Arnhem, Cuijk, Doesburg, , Emmerich, Nijmegen, Rheinberg, Tiel, Voerde en Wesel.
54
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Duurzame brandstoffen Specifiek voor binnenvaart op de Rhine-Alpine-corridor is RH2INE gelanceerd, een gezamenlijk initiatief van provincies en NRW om een geïntegreerde aanpak te ontwikkelen voor de realisatie van waterstofoplossingen voor de binnenvaart. Ten aanzien van efficiëntie van de binnenvaart valt tevens winst te behalen door het verminderen van verscheping van lege containers. Normaliter dienen deze geretourneerd te worden bij de oorspronkelijke rederij. Dit mechanisme veroorzaakt onnodige transportbewegingen en vermindert efficiëntie en capaciteit van de binnenvaartschepen (Evofenedex, z.d.). Vergelijking goederenvervoer weg, spoor en water Goederenvervoer levert zowel in Nederland als Duitsland een belangrijke economische bijdrage. Door de ERW lopen de belangrijke TEN-T corridors RhineAlpine (Rotterdam-Keulen-Genua) en North Sea – Baltic Corridor (Antwerpen– Warsaw–Helsinki). Goederenvervoer in beide landen vindt momenteel voornamelijk plaats via water en weg. Beide landen streven ernaar om goederenvervoer via de weg zoveel mogelijk te vervangen door goederenvervoer via spoor of water. Hiertoe wordt geïnvesteerd om capaciteit van spoor- en waterwegen te optimaliseren.
55
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Luchtvaart Met Düsseldorf Airport en Airport Weeze levert de luchtvaart een belangrijke bijdrage aan de internationale ontsluiting van zakelijke, wetenschappelijke en toeristische sectoren binnen de ERW. Door de gunstige ligging, goede bereikbaarheid met wegverkeer en frequente ICE-treinverbindingen (wat betreft Düsseldorf) worden ook door Nederlandse reizigers frequent van beide luchthavens gebruik gemaakt. Düsseldorf Airport biedt een diversiteit aan internationale en intercontinentale vluchten. Düsseldorf Airport faciliteert jaarlijks 25,5 miljoen passagiers (2019) en is daarmee de op vier na grootste luchthaven van Duitsland. Vanuit Airport Weeze wordt een kosteneffectief aanbod van nationale en internationale vluchten aangeboden. Airport Weeze faciliteert op jaarbasis ca. 1,2 miljoen passagiers (2019). Daarnaast faciliteert de Düsseldorf Airport de jaarlijkse verplaatsing van 70.000 ton aan goederen (2019) (Flughavenverband ADV, z.d.). Het overgrote deel van logistieke verplaatsingen per luchtvaart vanuit de ERW vindt plaats via luchthavens in Keulen, Luik en Amsterdam.
56
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 4: Luchthavens in en rondom ERW
57
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
58
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
6. Uitwerking naar modaliteit Uitgaande van de huidige situatie zoals beschreven in voorgaande hoofdstukken, wordt in dit hoofdstuk op basis van expertise en kennis van de ERW een analyse gemaakt van de te versterken verbindingen. De opgedane kennis wordt daarmee een stap verder gebracht en op een praktische manier gecombineerd met verkeerskundige vakkennis. De uitwerking naar modaliteit is in eerste instantie benaderd vanuit een verkeerskundige invalshoek hetgeen impliceert dat vanuit de experts een weergave is gegeven van de inschatting van de benodigde versterkingen. Daarbij is het van belang om te vermelden dat deze soms niet aansluiten
bij
de
politiek-bestuurlijke
realiteit
of
de
beleidsplannen.
Desalniettemin wordt er vanuit mobiliteitsoogpunt een signaal gegeven over mogelijke versterkingskansen vanuit een analyse van het netwerk.
Voetverkeer Voetverkeer maakt inherent deel uit van first mile en last mile van bijna alle verplaatsingen met andere modaliteiten, maar door de lokale schaalgrootte valt voetverkeer buiten de scope van grensoverschrijdende mobiliteit. Realisatie van maatregelen bij voetverkeer zijn verantwoordelijkheid van lokale overheden aangezien de scope van relevante maatregelen veelal op specifiek lokaal niveau relevantie heeft. Wel wordt verderop een aantal initiatieven vermeld die bijdragen aan voorzieningen voor voetgangers.
Fietsverbindingen De fiets is als modaliteit inherent duurzaam en relevant voor korte en middellange afstanden (tot 10–20 km). Door de komst van e-bikes is de afstand die comfortabel kan worden afgelegd toegenomen (tot 20–30 km). Het is een modaliteit met zowel een recreatief als een utilitair element. Passend bij de doelen van dit mobiliteitsplan wordt vooral gefocust op utilitaire fietsverbindingen. Huidige situatie fietsverbindingen In Nederland is op lokaal niveau sprake van een fijnmaziger netwerk van fietsverbindingen dan in Duitsland. Ook op regionaal niveau is het utilitaire netwerk van hoogwaardige, doorgaande verbindingen in Nederland substantieel fijnmaziger. In Duitsland ligt een sterke focus op het verbeteren van het utilitaire netwerk voor fietsverkeer.
59
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Door de schaalgrootte vallen vooral verbindingen op middellange afstand (tot 20-30 km) binnen de scope van grensoverschrijdende mobiliteit. Bij fietsverbindingen valt een aantal zaken op: •
Er
is
een
beperkt
aantal
hoogwaardige
grensoverschrijdende
fietsverbindingen; •
In beide landen vormen de rivieren een barrière voor doorgaande fietsverbindingen. Daarmee vormen deze een knelpunt in het fietsnetwerk.
•
Fietsveren worden ingezet op recreatieve verbindingen gedurende het toeristisch seizoen. Deze veren bieden mogelijk een relatief goedkoop en flexibel alternatief voor bruggen op utilitaire verbindingen.
Hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen Om het gebruik van fietsen te stimuleren dient geïnvesteerd te worden in hoogwaardige parkeervoorzieningen. Aandachtspunten zijn hierbij veilige stallingen voor (dure) e-bikes, laadinfrastructuur en stallingen voor andersoortige fietsen zoals cargobikes. Relevante locaties zijn daarbij onder meer stadscentra, bedrijven, scholen, kennisinstellingen, stations, mobiliteitshubs, sportaccommodaties en culturele voorzieningen. Infrastructurele aanpassingen voor snelle en andersoortige fietsen Fietsinfrastructuur – vooral opgewaardeerde verbindingen – dient steeds meer rekening te houden met de opkomst van snellere fietsen zoals e-bikes en andersoortige
fietsen
zoals
cargobikes.
Aandachtspunten
zijn
daarbij
inrichtingseisen zoals bochtradius, verlichting, belijning, breedte en verharding. Te versterken fietsverbindingen Bij fietsverbindingen zijn niet alleen ontbrekende verbindingen van belang, maar met name ook de versterking van bestaande fietsverbindingen. Hierbij is tevens een eerdere haalbaarheidsstudie naar fietsverbindingen meegenomen, in 2019 in opdracht gegeven door de steden Moers en Nijmegen aan PTV Transport en Roelofs.
De
te
versterken
verbindingen
hieronder
zijn
ingedeeld
in
‘grensoverschrijdend’ en ‘overige’.
60
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Grensoverschrijdende fietsverbindingen •
Doetinchem – Zevenaar – Emmerich Realiseert een grensoverschrijdende verbinding en biedt een duurzaam alternatief voor autoverkeer via A12/A3.
•
Kleve – Kranenburg – Nijmegen Deze grensoverschrijdende oost-west verbinding biedt een duurzaam alternatief voor autoverkeer via N325/B9. Deze corridor bestaat uit 2 separate tracés. Het eerste tracé loopt van Kleve via Kranenburg en Groesbeek naar de universiteit in Nijmegen. Het tweede tracé loopt van Kleve via Kranenburg en Wyler naar de Waalbrug in Nijmegen en sluit daarmee aan op Rijn-Waalpad (F325) richting Arnhem. Deeltrajecten van deze verbindingen bestaan in Duitsland en Nederland, maar benodigen een integrale corridoraanpak. Tevens dient het Nederlandse deel van deze corridor opgewaardeerd te worden naar volwaardige snelfietsroute.
•
Land van Cuijk - Gennep – Goch – Xanten – Wesel Realiseert een grensoverschrijdende oost-west verbinding via een voormalig spoortracé. Sluit vanuit Wesel aan bij verbinding richting Metropolregio Rhein – Ruhr. Deze verbinding is deels gerealiseerd als recreatieve verbinding, het ‘Duits lijntje/ Boxteler Bahn’ (Niederrhein Tourismus, z.d.).
•
Rees - Isselburg – Doetinchem Realiseert grensoverschrijdende noord-zuid verbinding.
•
Geldern – Arcen Realiseert grensoverschrijdende oost-west verbinding.
•
Straelen – Venlo Realiseert grensoverschrijdende noord-zuid verbinding.
61
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 5: Te versterken grensoverschrijdende fietsverbindingen
62
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Overige fietsverbindingen •
Arnhem – Elst – Oosterhout – Nijmegen Realiseert
een
westelijke
noord-zuid
verbinding
binnen
Groene
Metropoolregio Arnhem – Nijmegen en biedt daarmee een duurzaam 2e alternatief voor autoverkeer via A325 en N325. •
Wesel – Voerde – Dinslaken Realiseert aansluiting vanuit noordelijke richting met Metropolregion Rhein – Ruhr.
•
Dinslaken – Duisburg Realiseert verdere aansluiting op Metropolregion Rhein – Ruhr en biedt daarmee een duurzaam alternatief voor autoverkeer via A59.
•
Kamp Lintfort – Moers Realiseert aansluiting vanuit westelijke richting met Metropolregion. Rhein – Ruhr.
•
Moers – Duisburg Realiseert verdere aansluiting met Metropolregion Rhein – Ruhr en biedt daarmee een duurzaam alternatief voor autoverkeer via A40 en A42.
•
Beneden-Leeuwen – Druten – Ewijk - Beuningen – Nijmegen Realiseert
aansluiting
vanuit
westelijke
richting
met
Groene
Metropoolregio Arnhem – Nijmegen en biedt daarmee een duurzaam alternatief voor autoverkeer via A15 en N322. Complementaire maatregel voor dit thema is: •
Toepassen van fiets- en voetveren op specifieke locaties, waarmee snellere (utilitaire) fietsverbindingen gerealiseerd kunnen worden. Zo mogelijk kan dit het hele het jaar rond plaatsvinden.
63
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 6: Totaaloverzicht te versterken fietsverbindingen
64
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Busverbindingen Huidige situatie busverbindingen Binnen de ERW is een groot aantal busverbindingen aanwezig. Op hoofdlijnen verbinden deze diverse kernen die op afstanden tot 20 kilometer van elkaar liggen en verknopen daarmee het landelijk en stedelijk gebied. Wanneer op detailniveau naar deze verbindingen gekeken wordt, valt een aantal zaken op: •
Vrijwel alle buslijnen eindigen bij de landsgrenzen. Slechts enkele verbindingen zijn grensoverschrijdend.
•
Het doel van bestaande busverbindingen is om alle kernen in een gebied te ontsluiten. Hierdoor zijn de verbindingen vaak niet efficiënt bezien vanuit de individuele reiziger.
•
Hoogwaardige en hoogfrequente snelbuslijnen gecombineerd met ontsluitende streekbuslijnen en mobiliteitshubs kunnen een robuuster OV-netwerk bewerkstelligen.
•
Noord/zuid verbindingen worden bemoeilijkt door Waal en Rijn. Oost/west verbindingen worden bemoeilijkt door Maas en IJssel.
Te versterken busverbindingen De volgende verbindingen, ingedeeld in ‘grensoverschrijdend’ en ‘overige’ komen voor versterking in aanmerking. Grensoverschrijdende busverbindingen •
Doetinchem – ‘s-Heerenberg - Emmerich Reactivering van deze verbinding, waar jarenlang buslijn 24 tussen Doetinchem en Kleve reed, wordt momenteel onderzocht. Begin 2003 werd de buslijn ingekort tot Doetinchem-’s-Heerenberg en de route Emmerich-’s-Heerenberg voortgezet als lijn 91 van NIAG.
•
Nijmegen – Kleve (snelbus) Op dit tracé reed tot 1991 een trein. Sinds 1955 rijdt hier ook een busdienst. Deze buslijn doet op dit moment alle haltes in de tussenliggende kernen aan. Hierdoor is er met name aan de Duitse zijde geen sprake is van een snelbusverbinding. Deze verbinding wordt ook vermeld als te versterken verbinding in het ambitiedocument van Kreis Kleve.
65
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
•
Beek – Elten Terwijl de afstand hemelsbreed nog geen vijf kilometer is, bedraagt de reistijd tussen Beek en Elten met OV maar liefst 50 minuten. Vanuit Elten kan verder gereisd worden met de trein, terwijl vanuit Beek verder gereisd kan worden richting ’s-Heerenberg en Doetinchem.
•
Nijmegen – Airport Weeze Realiseren van een hoogwaardige OV-verbinding zorgt voor betere internationale ontsluiting van regio Arnhem/Nijmegen. Door een directe aansluiting op het centraal station van Nijmegen wordt Airport Weeze ook ontsloten voor reizigers met het OV vanuit Nederland.
•
Groesbeek – Kranenburg Terwijl de afstand hemelsbreed nog geen vijf kilometer is, bedraagt de reistijd tussen Groesbeek en Kranenburg met openbaar vervoer 80 minuten. Realisatie zou mogelijk zijn door een bestaande buslijn vanuit Groesbeek te verlengen tot Kranenburg. Al is deze verbinding vanuit een integrale blik logisch, behoeft deze meer onderzoek. Lijn 55 reed sinds begin 2009 tussen Kleve en Groesbeek. Begin 2012 werd de lijn ingekort tot Kleve-Kranenburg aangezien het Nederlandse deel van de verbinding nauwelijks benut werd.
•
Gennep – Goch Al is deze verbinding vanuit een integrale blik op het bestaande netwerk logisch, behoeft deze meer onderzoek. Lijn 86 reed van december 2017 tot december 2019 tussen Gennep en Goch. De lijn verviel vanwege het geringe reizigersaanbod.
•
Boxmeer – Goch Tussen Noord-Limburg en Kreis Kleve eindigen vrijwel alle buslijnen bij de landsgrens. Door een van deze lijnen te verlengen – bijvoorbeeld tussen Boxmeer en Goch – ontstaat een dwarsverbinding tussen de OVnetwerken in Duitsland en Nederland. Al is deze verbinding vanuit een integrale blik op het bestaande netwerk logisch, behoeft deze meer onderzoek. Lijn 51 reed tot 1988 tussen Bergen en Goch, deze lijn verviel vanwege het geringe gebruik. Lijn 22 reed van 2006 tot 2016 op het tracé tussen Boxmeer-Afferden-Siebengewald, deze werd vanaf 2016 deels vervangen door een OV-lijntaxi.
66
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 7: Overzicht van te versterken grensoverschrijdende busverbindingen
67
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Overige busverbindingen •
Kleve – Xanten (snelbus) Door de verbinding te verbeteren tussen Kleve en Xanten wordt de ontsluiting vanuit Kleve richting regio Duisburg/Düsseldorf versterkt. Reactivering van de voormalige spoorverbinding is niet mogelijk aangezien het voormalige tracé door woningbouw niet meer beschikbaar is. Een mogelijk alternatief is een snelbusverbinding. Deze verbinding wordt ook vermeld als te versterken verbinding in het ambitiedocument van Kreis Kleve.
•
Didam – Doesburg Terwijl de afstand hemelsbreed nog geen tien kilometer is, bedraagt de reistijd tussen Didam en Doesburg met openbaar vervoer 60 - 80 minuten. Realisatie zou mogelijk zijn door een bestaande buslijn vanuit Doesburg te verlengen tot Didam. Hiermee wordt een dwarsverbinding in noord/zuid richting gerealiseerd.
Spoorverbindingen Spoorverbindingen zijn relevant voor duurzame mobiliteit over afstanden, van enkele tientallen kilometers – waarbij de trein een alternatief biedt voor autoverkeer – tot enkele honderden kilometers – waarbij de trein een alternatief biedt voor luchtvaart. Dit overzicht is vanuit het perspectief van personenvervoer. Spoorverbindingen als onderdeel van goederenvervoer wordt verderop in dit document besproken. Huidige situatie spoorverbindingen De ontsluiting van de ERW per spoor is goed vanwege het aanwezige spoornetwerk tussen de grotere steden en overige kernen. Het aantal grensoverschrijdende spoorverbindingen is binnen de ERW beperkt. Wel kent de regio twee grote spoorverbindingen die vooral ook voor het internationale en doorgaande treinverkeer worden gebruikt.
68
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Te versterken spoorverbindingen De volgende verbindingen, ingedeeld in ‘grensoverschrijdend’ en ‘overige’ komen voor verbetering of realisatie in aanmerking. Grensoverschrijdende spoorverbindingen •
Amsterdam – Arnhem – Düsseldorf – Frankfurt Diverse partijen, waaronder Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en provincie Gelderland - onderzoeken mogelijkheden om de ICEtreinverbinding tussen Arnhem en Düsseldorf verder op te waarderen. Doelstelling is om synergie tussen Hightech en Health clusters gelegen rondom beide steden te stimuleren. Daarvoor dienen frequentie, snelheid en betrouwbaarheid van de huidige treinverbinding te worden verbeterd. Daarnaast verbetert dit ontsluiting van de regio richting Amsterdam en richting stedelijke centra in Duitsland.
•
Amsterdam-Arnhem-Duisburg-Berlijn Een directe ICE-verbinding van Amsterdam via Arnhem/Duisburg via het Ruhrgebied naar Berlijn ontsluit een groot reizigerspotentieel. Een verbetering van de aansluiting in Duisburg heeft een grote toegevoegde waarde. Een krachtige lobby vanuit Nederland en Nordrhein-Westfalen blijft noodzakelijk.
•
Regionale trein Arnhem – Zevenaar – Emmerich – Wesel – Düsseldorf Sinds 2017 rijdt de regionale trein tussen Arnhem en Düsseldorf. Deze trein stopt ook op tussengelegen lokale stations en is daarmee van groot belang voor ontsluiting van steden en dorpen tussen Metropolregion Rhein-Ruhr en Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Tevens biedt deze
treinverbinding
beide
metropoolregio’s
een
internationale
ontsluiting via Düsseldorf Airport. Versterking van deze treinverbinding wordt tevens geschetst in het document ‘Masterplan NordrheinWestfalen’. •
Amsterdam – Apeldoorn – Bad Bentheim – Hannover – Berlijn De IC-verbinding Amsterdam-Berlijn rijdt zes keer per dag en brengt reizigers binnen 7 uur van Amsterdam naar Berlijn. Hiermee heeft de verbinding grote waarde voor internationale ontsluiting van de regio. Deze verbinding kan versterkt worden door verbeterde betrouwbaarheid, snelheid en frequentie.
69
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
•
Nijmegen – Duisburg/Düsseldorf De huidige treinverbinding tussen Nijmegen en metropoolregio RheinRuhr vergt een omweg via Arnhem en Emmerich. Dit terwijl tussen Kleve en Duisburg/Düsseldorf een directe spoorverbinding bestaat. Een hoogwaardige OV-verbinding tussen Nijmegen en Kleve versterkt daarmee deze verbinding. De verbinding Nijmegen-Kleve werd tot 1979 bediend door een internationale intercity en tot 1991 door een stoptrein. De lijn verviel vanwege het geringe gebruik. Een mogelijk alternatief is realisatie van een snelbusverbinding. Deze verbinding is opgenomen in de SPNV-Zielnetzkonzeption NRW 2032/2040 van NRW (Landtag NRW, januari 2022).
Overige spoorverbindingen •
Arnhem – Doetinchem Realisatie van een intercityverbinding tussen Arnhem en Doetinchem zou de Achterhoek beter ontsluiten. Hiermee wordt tevens een hoogwaardig OV-alternatief geboden voor autoverkeer op de A12-corridor. Onderzoek naar een zogenaamde RegioExpres is gaande. De eerste fase van de planuitwerking is begin 2022 gestart.
•
Noordelijke aftakking Betuweroute Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is gestart met een onderzoek naar nut en noodzaak van een noordelijke aftakking van de Betuweroute.
•
Arnhem – Apeldoorn Een directe treinverbinding Arnhem – Apeldoorn als volwaardig openbaar vervoersalternatief voor autoverbinding A50 ontbreekt wanneer vanuit verkeerskundig netwerkperspectief naar de regio gekeken wordt. Hiervoor is een tracé benodigd door natuurgebied Hoge Veluwe en realisatie is daardoor onwaarschijnlijk. De reizigersbehoefte op deze verbinding wordt sinds 1996 bediend door snelbuslijn 91 en sinds december 2021 door snelbuslijn C2.
•
Rhenen – Kesteren Het realiseren van de ontbrekende OV-verbinding Rhenen – Kesteren creëert een dwarsverband tussen A12-corridor en A15-corridor wanneer vanuit netwerkperspectief naar de regio gekeken wordt. Hiermee wordt de toegankelijkheid tussen de Betuwe en de provincie Utrecht verbeterd.
70
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Tevens
zou
een
universiteitssteden
rechtstreekse Wageningen
OV-verbinding en
Nijmegen
tussen kunnen
de worden
gerealiseerd. De brugverbinding over de Nederrijn vormt voor realisatie van deze verbinding een significante opgave en realisatie is daardoor onwaarschijnlijk. •
Nijmegen – Roermond De spoorverbinding Nijmegen – Roermond is een erg druk en intensief bereden enkelsporige lijn. Vanaf 2023 wordt deze spoorlijn op vier plaatsen uitgebreid met een tweede spoor en worden er overige werkzaamheden verricht. Zo worden overgangen verbreed, bochten verruimd en wordt de lijn geëlektrificeerd. Door de versterking van deze verbinding wordt de lijn betrouwbaarder en duurzamer.
71
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 8: Te versterken grensoverschrijdende treinverbindingen
72
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Autoverbindingen Huidige situatie autoverbindingen De grensoverschrijdende infrastructuur is op hoofdlijnen goed op orde. Door het ontbreken van een grensoverschrijdende integrale benadering zijn bestaande verbindingen niet altijd optimaal. Dit is op diverse plekken in de regio zichtbaar zoals bijvoorbeeld nabij Kranenburg, Ulft en Goch. Te versterken wegverbindingen Binnen het netwerk is een aantal grensoverschrijdende bovenregionale verbindingen
te
benoemen
waarmee
de
nationale
en
internationale
bereikbaarheid van de regio verder kan worden versterkt. Grensoverschrijdende wegverbindingen •
Bemmel – Zevenaar – Emmerich (Aansluiting A15 op A12 en A3) Met deze verbinding wordt doorstroming in de regio Arnhem/Nijmegen sterk verbeterd. Tevens wordt de ontsluiting voor transitverkeer tussen de Rotterdamse haven en Duitsland geoptimaliseerd. In 2020 is dit project stilgelegd wegens juridische procedures rond stikstof.
•
Goch – Uden – Eindhoven (Aansluiting A57/A77 op A50) Vanuit netwerkperspectief versterkt het opwaarderen van de bestaande verbinding de oost-west verbinding en optimaliseert de toegang richting bovenregionale bestemmingen zoals de Brainport regio.
•
Nijmegen – Kleve – Emmerich (Aansluiting A325 op B9, B220 en A3) Het realiseren van een versterkte verbinding tussen Emmerich en Nijmegen
vermindert
doorgaande
verkeersbewegingen
in
de
tussenliggende woongebieden wanneer vanuit netwerkperspectief naar de regio gekeken wordt. De huidige B9 verbinding is niet volledig gerealiseerd door het Düffel-Kellener Altrhein und Flußmarschen natuurgebied op het geplande tracé. Verdere realisatie is onwaarschijnlijk, waardoor
mogelijke
alternatieve
oplossingen
dienen
te worden
onderzocht. •
Doetinchem – Münster (Aansluiting A18 op A43) Het opwaarderen van deze verbinding versterkt de ontsluiting van de Achterhoek
richting
Duitsland
en
Oost-Europa.
In
2018
zijn
werkzaamheden begonnen aan de B67n waarmee een verbinding tussen
73
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
de snelwegen A3 (Bocholt) en A43 (Dülmen) wordt gerealiseerd. Verdere opwaardering van deze verbinding is mogelijk door optimalisatie van de aansluiting in oostelijke richting tussen A18 en A12 bij Oud-Dijk. Vanuit de regio Achterhoek bestaat er een nadrukkelijke wens voor het opwaarderen van de N18. Dit houdt concreet in het aanleggen van twee ongelijkvloerse
tweebaanswegen
en
het
verhogen
van
de
maximumsnelheid naar 100 km/h. •
Apeldoorn – Münster (Aansluiting van A1 (NL) op A1 (DE)) Het opwaarderen van deze verbinding versterkt de ontsluiting van de noordelijke Achterhoek richting Duitsland. Het meest voor de hand liggend is het opwaarderen van N35 in Nederland en B54 in Duitsland.
•
Malden – Groesbeek – Kranenburg (Aansluiting A73 op B9 en A325) Deze verbinding komt ter versterking naar voren uit de netwerkanalyse. Door middel van deze verbinding wordt de verbinding versterkt tussen Kreis Kleve en de A15-corridor en A50-corridor. Tevens zou deze verbinding het onderliggende wegennet ontlasten tussen Malden en Groesbeek. Deze verbinding is vooral gewenst vanuit het oogpunt van vrachtverkeer tussen het industrieterrein van Groesbeek en de A73, dat momenteel gebruikmaakt van het onderliggend wegennet in Mook. Hierbij dient opgemerkt te worden dat dit een lokaal knelpunt is met regionale grensoverschrijdende effecten. Een zorgpunt is dat door de verbinding te versterken tussen de A73 en de A325 er een mogelijkheid ontstaat voor sluipverkeer van A73 richting A12. Deze verbinding behoeft nader onderzoek en de realisatie hiervan is dan ook onwaarschijnlijk.
74
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 9: Te versterken autoverbindingen (in groen)
75
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Goederenvervoer Door de gunstige ligging, goede bereikbaarheid via spoor, weg en water heeft de ERW een uitstekende internationale ontsluiting voor goederenvervoer. De ERW vormt tevens een belangrijk schakel voor transitverkeer op de TEN-T corridors Rhine-Alpine (Rotterdam – Keulen - Genua) en North Sea – Baltic Corridor (Noordzeehavens – Apeldoorn – Hannover – Berlijn – Baltische staten).
Huidige situatie goederenvervoer Met een diversiteit aan grotere multimodale overslagpunten binnen de ERW spelen de verbindingen tussen binnenvaart, spoor en wegverkeer een belangrijke rol. De grotere overslagpunten in de regio worden ondersteund door een onderliggend netwerk van kleinere havens en logistieke hotspots. Verdere versterking van de Betuweroute tussen de Maasvlakte bij Rotterdam en het Ruhrgebied is een belangrijk thema. Realisatie van een derde spoor tussen Emmerich en Oberhausen is daarbij essentieel, maar is waarschijnlijk niet voor 2030 gerealiseerd. De Nieuwe Zijderoute en de Europese Global Gateway betreffen kansrijke maar onzekere ontwikkelingen gelet op de mondiale geopolitieke verhoudingen. Vanuit ERW-perspectief bezien betreffen deze verbindingen voornamelijk transitvervoer.
76
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Figuur 10: Huidige situatie logistiek
77
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Te versterken overslagpunten De volgende te versterken overslagpunten met grensoverschrijdend karakter zijn geïdentificeerd: •
Versterking trimodaal overslagpunt Emmerich Het trimodale overslagpunt in Emmerich maakt onderdeel uit van de Nieuwe Zijderoute met China. Versterking van dit overslagpunt benodigt vooral een verhoging van de capaciteit van de spoorverbinding tussen Emmerich en Oberhausen.
•
Versterking
trimodaal
overslagpunt
DeltaPort
Wesel/Voerde
Het trimodale overslagpunt DeltaPort betreft een samenwerking van Hafen Emmelsum, Rhein-Lippe-Hafen Wesel en Stadthafen Wesel. In September 2021 heeft DeltaPort aankondigd een grootschalige distributie hub voor waterstof te gaan realiseren. •
Overslagpunt Valburg Het nieuw aan te leggen overslagpunt in Valburg versterkt de positie van bestaande overslagpunten in Arnhem en Nijmegen, en maakt een trimodale ontsluiting mogelijk. Momenteel is realisatie afhankelijk van ontwikkelingen rondom stikstofuitstoot.
Complementaire maatregelen voor dit thema zijn: •
Versterken samenwerking door overkoepelende initiatieven Door onderlinge samenwerking te zoeken en goederenstromen te bundelen kunnen kleinere overslagpunten efficiëntie verbeteren.
•
Infrastructurele versterkingen goederenvervoer Naast
specifieke
versterkingen
in
de
overslagpunten
versterkingen benodigd in het wegen- en spoornet.
zelf,
zijn
Gezien de
schaalgrootte van dergelijke ontwikkelingen is een gezamenlijke lobby benodigd om deze op de bestuurlijke agenda’s te krijgen. •
Alternatieve brandstoffen goederenvervoer op overslagpunten Door realisatie van tank- en laadinfrastructuur bij multimodale overslagpunten kan het gebruik van alternatieve brandstoffen bij logistiek verkeer worden gestimuleerd. Overslagpunten zijn immers centrale locaties waar de logistieke modaliteiten samenkomen en eenvoudig kunnen laden of tanken. Voor de aanvoer van brandstof naar deze overslagpunten is de benodigde transportinfrastructuur reeds aanwezig.
78
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Luchtvaart Met twee luchthavens, Düsseldorf Airport en Airport Weeze, is de ERW via het luchtruim internationaal goed ontsloten. De luchthavens in Düsseldorf en Weeze zijn uitstekend bereikbaar per auto door de nabijheid van autosnelwegen. Düsseldorf Airport is tevens uitstekend bereikbaar met openbaar vervoer door een eigen treinstation. Airport Weeze is moeilijk bereikbaar met openbaar vervoer vanuit Duitsland, voor Nederlandse reizigers is openbaar vervoer geen realistische optie. Door het realiseren van een hoogwaardige OV-verbinding tussen Airport Weeze en het centraal station van Nijmegen zou Airport Weeze ook goed ontsloten worden voor reizigers met openbaar vervoer vanuit Nederland. Deze verbinding is elders in dit hoofdstuk uitwerkt.
79
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
80
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
7. Naar een toekomstgerichte mobiliteit Na het vaststellen van de huidige situatie met de mogelijk te versterken verbindingen in het mobiliteitsnetwerk in de ERW, zal in hoofdstuk 7 gekeken worden
naar
onderliggende
beleidsdoelstellingen
die
leiden
tot
een
afwegingskader. Gebaseerd op het afwegingskader volgt het overzicht van mobiliteitsinitiatieven die de grensoverschrijdende mobiliteit in de ERW verbeteren.
Beleidsdoelstellingen Beleidsdoelstellingen van ERW De ERW streeft in haar Strategische Agenda 2025+ naar een regio die optimaal verbonden is op het gebied van economie, klimaat, arbeidsmarkt, onderwijs, leefbaarheid en euregionale identiteit. Daarbij is mobiliteit over de landgrenzen heen een belangrijke randvoorwaarde. De belangrijkste elementen met betrekking tot mobiliteit zijn daarin: •
Binnen economie & klimaat is aandacht voor een duurzame en toekomstbestendige economie, waar veel ruimte is voor innovatie gericht op de klimaataanpak.
•
Centraal in arbeidsmarkt & onderwijs staat het verbinden van jongeren, opleidingen en banen. Er wordt ingezet op onderwijs en een arbeidswereld waarin digitalisering een grote rol speelt.
•
Leefbaarheid krijgt een impuls door het behouden en uitbouwen van een prettige en groene leefomgeving. Dit wordt ondersteund door een goed functionerend
OV-netwerk,
waarin
vervoersbewijzen
en
reizigersinformatie grensoverschrijdend beschikbaar zijn. •
De Euregionale identiteit wordt versterkt door het vergroten van de zichtbaarheid van de ERW en haar plek binnen Europa. De onderlinge kennisuitwisseling tussen leden draagt hieraan bij, net als de toegenomen kennis van structuren van het buurland.
Binnen de ERW bestaat daarmee een duidelijke doelstelling voor duurzame en grensoverschrijdende mobiliteit en bereikbaarheid: het ondersteunen van een grensoverschrijdende economie, onderwijs en arbeidsmarkt.
81
Gezamenlijk grenzeloos mobiel | Euregio Rijn - Waal
Mobiliteit speelt daarin een sleutelrol door: •
Toegang te faciliteren tot onderwijsinstellingen, woongebieden en werklocaties;
•
Behouden en verbeteren van leefbaarheid in de regio door gebruik van duurzaam vervoer te stimuleren;
•
Versterken van de Euregionale identiteit door grensoverschrijdend reizen drempelvrij te maken.
Mobiliteitsbeleid bij de leden van ERW Mobiliteit is een belangrijk instrument voor inwoners van de grensregio in het kader van wonen, werken, studeren en recreëren. De ERW kenmerkt zich door contrasten tussen verstedelijking en landelijk gebied. Het belang van mobiliteit wordt daarbij zonder uitzondering door de leden van de ERW onderstreept in revelante beleidsdocumenten. De gemeenschappelijke noemer laat zich het best duiden als: het bevorderen van (duurzame) bereikbaarheid. Dit laat zich terugvinden als een rode draad door alle mobiliteitsvisies, verkeersen vervoersplannen, uitvoeringsprogramma’s en position papers. Samenvattend komen de volgende thema’s aan bod: •
Bereikbaarheid
•
Duurzaamheid
•
Verkeersveiligheid
•
Communicatie
Uitgangspunten en kader Vanuit
de
hiervoor
genoemde
(grensoverschrijdende)
verbindingen
diverse ter
uiteenlopende
versterking
volgen