Rotonde Well N271 vastgesteld Toelichting Bijlage 14 Explosievenonderzoek
Tekst van het document
Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het gebied; Opnamedata; Beeldkwaliteit; Opnamehoogte en (brandpunt van) de gehanteerde lens (schaal); Beschikbare neveninformatie (bijv. bombardements- en aanvalsdata); Ondersteunende technische mogelijkheden (bijv. analoge of digitale interpretatie-systemen); Ervaring van het uitvoerende personeel met interpreteren/analyseren.
19 Afhankelijk van de fotohoek (verticals - split verticals e.d.), vlieghoogte, de schaal, de gehanteerde fotolens, de
beeldkwaliteit, de stabiliteit tijdens de vlucht van het fotograferende vliegtuig, de beschikbare georeferentiepunten, hoogteverschillen in het landschap en de georectificatie, treden er tijdens de georeferentie van de verschillende foto’s afwijkingen (toleranties) van 5 meter tot maximaal 10 meter op. Tijdens dit project houden we een afwijking van 10 meter aan, dit komt door de grote afstand waarop de gebruikte foto’s zijn genomen en de afwijkingen in de georeferentie die hierbij optreedt.
446-019-VO-02
Pagina 34 van 90
Daarnaast blijft een luchtfoto een momentopname van een situatie die bijvoorbeeld een week, een maand of een jaar later totaal anders zou kunnen zijn. Het is mogelijk dat een bomkrater of een loopgraaf op de ene foto wel, maar op een eerdere of latere luchtfoto niet (meer) zichtbaar is. Tussentijdse herstel- en/of dempwerkzaamheden en camouflage kunnen een vertekend/onvolledig beeld geven. Bovendien kunnen bijvoorbeeld: jaargetijden, bebouwing, schaduwwerking, wolken, puin, begroeiing en water een belemmerend effect hebben op het ontlenen van gegevens aan luchtfotografie. 2.10.4
INVENTARISATIE, SELECTIE EN INTERPRETATIE VAN HET GEHANTEERDE BEELDMATERIAAL Voor dit onderzoek is er door ECG een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtopnamen in de luchtfotocollecties van Wageningen University (WUR), de Topografische Dienst te Zwolle (TOPO), National Archives and Records Administration (NARA), National Collection of Aerial Photography (NCAP) - The Aerial Reconnaissance Archives (TARA) te Edinburgh (Schotland) en het Laurier Military History Archive (LMHA) te Waterloo (Canada). Van de in deze archieven beschikbare luchtfoto’s van het onderzoeksgebied, zijn er in totaal 15 luchtfoto’s uit de periode 1944-1945 geïnterpreteerd op indicaties van oorlogshandelingen. Een verdere analyse met uitsneden van foto’s is te vinden in 2.11.2 Beeld en kaartmateriaal analyse. In het navolgende overzicht zijn de opnamen beschreven welke voor de luchtfoto interpretatie zijn gebruikt.20 De waargenomen indicaties zijn opgenomen in de overzichtstabel van paragraaf 2.11. NR.: DATUM:
SORTIE NR.:
BEELDNUMMER(S):
KWALITEIT:
SCHAAL
ARCHIEF:
01
28-09-1944
400-140A
3024, 3025
Goed
1:12.000
LMHA
02
15-10-1944
400-1303
3399, 3400
Goed
1:8.000
TOPO
03
11-11-1944
698L 001-083
444
Goed
1:24.000
NARA
04
16-11-1944
106G-3544
4159
Goed
1:10.000
LMHA
05
21-11-1944
F-726-R-44
404
Goed
1:30.000
NARA
06
16-02-1945
4-1765
3006, 3007
Uitstekend
1:8.000
LMHA
07
02-03-1945
4-1876
3044, 3045, 3046
Goed
1:7.000
LMHA
08
19-06-1945
369-BS-7054-21
118
Slecht
1:35.000
LMHA
09
02-09-1945
3G-TUD-S485
5015, 5016
Voldoende
1:35.000
LMHA
Tabel 5: Overzicht van geanalyseerd beeldmateriaal.
20 Bij de selectie van luchtfoto’s is rekening gehouden met: opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het
fotobeeld en de schaal.
446-019-VO-02
Pagina 35 van 90
2.11 RESULTATEN INDICATIEONDERZOEK In de volgende paragrafen zijn de resultaten van het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfoto-interpretatie verwerkt. 2.11.1
OVERZICHTSTABEL OORLOGSHANDELINGEN UIT LITERATUUR, ARCHIEFMATERIAAL EN LUCHTFOTO’S
In navolgend overzicht zijn de gegevens opgenomen welke zijn achterhaald uit hiervoor opgesomde geraadpleegde literatuur, archiefdelen en luchtfoto’s. In de tabel worden de locatie beschrijvingen nader getoetst op herleidbaarheid en relevantie met betrekking tot het onderzoeksgebied. DATUM: 10-05-1940
08-02-1941
15-02-1941 04-06-1942 13-06-1942
Luchtfoto 28-09-1944
28-09-1944
LITERATUUR: Haumann: De Duitsers trekken om 4 uur 's nachts in Well over de grens. De dorpskern moet evacueren ivm mogelijk frontgebied. Om 5 uur weer terug. Nederlandse militairen vluchten over de Maas en laten de pont zinken.21
NATIONALE ARCHIEVEN
De eerste dagen gingen we kijken naar het Moleneind waar de Duitsers langstrokken met pantservoertuigen en motoren/ fietsen. Ze lagen in de enveloppenfabriek (nu woonhuis Sjef Vink). 22 Haumann: Ortscommandant met 80 Duitsers bezetten kasteel Well.23 Haumann: De eerste bommen vallen in de Band.24 Haumann: Drie brandbommen gevallen - geblust - geen schade.25 Haumann: Acht brisantbommen in Knikkerdorp - op huis Broekmans en schuur Göbbels verbrand. 100 brandbommen gevallen, schuur van Göbbels uitgebrand en een bij Dr. v. Bracht, de woning van Broekmans (Knikkerdorp) afgebrand.26 Sortienummer: 400-140A
HERLEIDBAARHEID EN RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: Contextuele informatie. Geen aanwijzingen voor potentieel achtergebleven CE.
De exacte inslaglocaties kunnen op basis de locatieomschrijvingen en het geraadpleegde bronnenmateriaal niet worden achterhaald/herleid tot het onderzoeksgebied.
Fotonummer(s): 3024, 3025
Analyse: Figuur 8: luchtfoto van 28-09-1944 (sortie 400140A, luchtfoto 3024). Op de foto is het begin van het uitgebreide loopgravenstelsel te zien. De loopgraven bevinden zich ten zuiden van het onderzoeksgebied.
Eversteijn: Op deze dag zijn de volgende vliegtuigen verongelukt: (…)
Op basis van de locatiebeschrijving niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied.
21 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295. 22 Haumann, J., Alle Wellse WOII geschriften, p. 166. 23 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295. 24 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295. 25 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295. 26 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295.
446-019-VO-02
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Pagina 36 van 90
Typhoon Mk F3- van het No. 438 RCAF Sabre-toothedTiger squadron bij Papenbeek, Bergen.27
September 1944
Verliesregister: Volgnummer: T4424 – Tijd: 0800 – Plaats van verlies: Well - Vliegtuigtype: Typhoon – Serienummer: JR497 – Eenheid: 438 Sqn28 Haumann: Vanaf begin september vallen veel granaten in Well.29
De frontperiode in Well is relevant voor het onderzoek. De vele granaten, welke in Well zijn gevallen, zoals beschreven in de literatuur, zijn via luchtfoto’s te verifiëren in en rondom het onderzoeksgebied. Derhalve worden deze indicaties meegenomen in de afbakening van het verdachte gebied.
In september viel een van de eerste granaten die door de Engelsen afgeschoten was in de dorpskern (in de boomgaard van Borsboom). Hier en daar waren wat ruiten kapot. Groot was de woede: Hoe durven de Engelsen op ons te schieten, we zullen wel eens schadevergoeding gaan eisen. Maar binnen een maand zat Well in het frontgebied en was schade dagelijkse kost.30
Oktober 1944
06-10-1944
12-10-1944
Daemen: In Well en in de omliggende buurtschappen ontploffen steeds meer granaten, afgeschoten van de overzijde van de Maas. Er zijn reeds verschillende huizen getroffen en ook de kerktoren heeft reeds enkele treffers moeten incasseren.31 Haumann: Vanaf 12 oktober was het een bijna dagelijkse ramp. Overal vielen Engelse granaten of werd er vanuit de lucht op verdachte zaken geschoten. Ze konden het verschil tussen Duitse en Engelse granaten horen. Hoge toon; een Duitse en ging over de Maas, lage toon; een Engelse en viel in de buurt.32 Haumann: Granaten vallen op Bergen, in Well ziet de lucht er zwart van, men telde er 2300.33 Haumann: Op 12 oktober was het zover. Het was voor Well de ergste dag tot nu toe. Het was een verschrikkelijke dag. Eerst vlogen er drie vliegtuigen laag over de veerpont. De veerpont werd nauwelijks geraakt, maar het dorp wel. Het tramemplacement aan het Moleneind werd ook beschoten en er vielen zes bommen. Bij de volgende vlucht werd er gebombardeerd. Het water spatte over de huizen op de Grotestraat.34
2ndTAF: NRO. No activity seen at ferry E.8629. (181/124) One section of four aircraft led by S/Ldr. W.B. Edwards, DFC took off at 15.35 hours to carry out a V.C.P. patrol. No target was given but 32 x 60 lb. and cannon were fired at 2 small, and 1 large barge and Jetty at E.852285. One salvo near miss and cannon strikes on barge. Meagre light flak
27 Eversteijn, T. - Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p., z.j.) 2216. 28 Verliesregister 1939-1945, 1944. 29 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295. 30 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 75. 31 Daemen, J., Op weg naar de bevrijding, p. 6. 32 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 83. 33 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295. 34 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 87.
446-019-VO-02
Pagina 37 van 90
Het beschieten van het tramemplacement (en de goederenwagons) is relevant voor het onderzoek. Het tramemplacement lag op de plaats van de huidige bushalte Kasteellaan. Ook op luchtfoto’s van 15 oktober 1944 zijn beschadigingen te zien (zie Figuur 11).
Well werd op 12 oktober 1944 zwaar getroffen door 9 stuks Hawker Typhoon jachtbommenwerpers van de Britse luchtmacht. Gezamenlijk vuurden zij 62 raketten af op Well, daarnaast gebruikten zij ook hun boordkanonnen.35
was encountered but all aircrraft returned to base landing at 16.45 hours.38
Ook aan het Moleneind zijn bommen gevallen. In het huis was zo goed als geen ruit meer heel.36
Luchtfoto 15-10-1944
17-10-1944
Liebrand: Zoals overal op de MBS-lijn reed op 17 september 1944 de laatste officiële tram door Well. Bij het station waren echter enkele goederenwagens achtergebleven. Thissen (1999) weet te melden dat deze op 12 oktober van dat jaar door jachtbommenwerpers werden ontdekt en daarna beschoten. Enkele gewonden en vernielde rails waren het resultaat.37 Sortienummer: 400-1303
Fotonummer(s): 3399, 3400
Analyse: Figuur 9: luchtfoto van 15-10-1944 (sortie 4001303, luchtfoto 3399). Op de foto is hetzelfde gebied weergegeven als in Figuur 8.Op deze luchtfoto zijn al meer loopgraven zichtbaar. Figuur 10: luchtfoto van 15-10-1944 (sortie 4001303, luchtfoto 3399). Op de foto is het gebied bij het kruispunt van Moleneind, de Wezerweg en het Sterrenbos zichtbaar. Op de foto zien we wapenopstellingen nabij het onderzoeksgebied. Figuur 11: luchtfoto van 15-10-1944 (sortie 4001303, luchtfoto 3399). Op de luchtfoto zijn beschadigingen te zien van de aanval op het tramemplacement. Verder zijn er ook kraters (waarschijnlijk van raketten) en beschadigde bebouwing zichtbaar. 2ndTAF: Hutted Camp E.865301 identified and attacked with 47 R/P, at least five long huts dest. (137/124)
Haumann: Zeer veel kanongebulder dichtbij. Een schip wordt gebombardeerd ter hoogte van Knikkerdorp. Men praat in Well over evacueren.39
Bad weather again prevented any ops. Taking place until 15.18 hrs. When 7 Typhoons R.F. led by F/L W.B.Short, attacked a hutted camp at E.865301. Target was well plastered with R.P. and cannon and at least 5 long huts were destroyed and many others damaged. Intense light flak was encountered on the trip. P/O E.
35 Well 100 dagen frontlinie
, 12 Oktober 1944 - 75 jaar geleden..., https://bit.ly/39Vvika.
36 Haumann, J., Alle Wellse WOII geschriften, p. 102. 37 Liebrand, J., Het verhaal van de Maas-Buurttram, p. 41. 38 TNA, AIR 27, No 181 Squadron: Operations Record Book, 1942 Dec -1945 Sept, inv.nr. 1138. 39 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295.
446-019-VO-02
Pagina 38 van 90
Het huttenkamp zoals beschreven in de bronnen is het woonoord “Oude Molen”. Op luchtfoto’s zijn beschadigde hutten en kraters te zien (zie Figuur 14). Het kamp en de waargenomen kraters zijn te ver van het onderzoeksgebied om relevantie te veronderstellen voor dit onderzoek.
Luchtfoto 11-11-1944 Luchtfoto 16-11-1944 Luchtfoto 21-11-1944
Sortienummer: 698L-001-083 Sortienummer: 106G-3544 Sortienummer: F-726-R-44
01-12-1944
Haumann: Veel granaatvuur in Well. Wanssum is ook bevrijd.41
04-12-1944
22-12-1944
Ashworth failed to take off due to technical trouble.40 Analyse: Geen (nieuwe) oorlogshandelingen zichtbaar Analyse: Geen (nieuwe) oorlogshandelingen zichtbaar Analyse: Figuur 12: luchtfoto van 21-11-1944 (sortie F726-R-44, luchtfoto 404). Op de luchtfoto zijn loopgraven ingetekend, hierop is te zien dat het loopgravenstelsel nu ook door het onderzoeksgebied loopt.
Fotonummer(s): 444 Fotonummer(s): 4159 Fotonummer(s): 404
Van Bussel: Op 4 december 1944 werd deze mooie molen door de Britse artillerie vanaf de linker Maasoever doormidden geschoten waarna hij in elkaar zakte.42 Haumann: Pastorie schoongemaakt, zo goed als alles weggehaald. Ze hebben zelfs geen bedden. Erg veel granaten, 2 doden bij de Coöperatie. Vrouw Thissen, Knikkerdorp jonge vrouw en kindje en een jongen van 15 jaar; 3 gewonden aan Moleneind. Vanavond ook nog meer granaten.43
05-01-1945
63 Med Regt: Code name: Raisin 1 Map Ref: 86203000 Height: 20 m Regiments: 63 Med (loss 1 tp)44 7/9 Royal Scots: Target No.: 1911 Regts Allotted: 63 Med Regt Map Ref: 8618 3005 Ht: 21 Axis: conc45 7/9 Royal Scots: Own A/Tk guns engaged enemy OP in Well 8529.46 Analyse: Figuur 13: luchtfoto van 16-02-1945 (sortie 41765, luchtfoto 3006). Op de kruising van Moleneind, de Wezerweg en het Sterrenbos zijn veel oorlogshandelingen te zien. De kruising zelf
09-02-1945
13-02-1945
Luchtfoto 16-02-1945
Sortienummer: 4-1765
Fotonummer(s): 3006, 3007
40 TNA, AIR 27, No 137 Squadron: Operations Record Book, 1941 Okt -1945 Aug, inv.nr. 954. 41 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295. 42 https://www.molendatabase.org/molendb.php?step=details&nummer=2349 43 Haumann, J., Alle Wellse WOII geschriften, p. 106. 44 TNA, WO 171, 63 Regt, 1945 Jan-June., inv. Nr. 5025. 45 TNA, WO 171, 7/9 Royal Scots, 1945 Jan.-Dec., inv. Nr. 5259. 46 TNA, WO 171, 7/9 Royal Scots, 1945 Jan.-Dec., inv. Nr. 5259.
446-019-VO-02
De frontperiode in Well is relevant voor het onderzoek. De vele granaten, welke in Well zijn gevallen, zoals beschreven in de literatuur, zijn via luchtfoto’s te verifiëren in en rondom het onderzoeksgebied. Derhalve worden deze indicaties meegenomen in de afbakening van het verdachte gebied.
Pagina 39 van 90
De veldartillerie plannen duiden op artillerie beschietingen in het onderzoeksgebied (of in het Nord de Guerre-grid van het onderzoeksgebied. Derhalve is deze indicatie relevant voor het onderzoek.
Luchtfoto 03-02-1945 03-03-1945
Sortienummer: 4-1876 Haumann: Well wordt bevrijd - geen Wellenaar die dit meemaakte in het spookdorp. De Engelsen hielden weliswaar hun dagboek zeer nauwkeurig bij, maar er staat verder niets meer in over bombardementen op Well. Toch zijn er in de maanden tot de bevrijding van Well op 3 maart 1945 nog granaten in Well gevallen. Echt gevochten is er niet in Well.47
Na de oorlog
Luchtfoto 19-06-1945 Luchtfoto 02-09-1945 02-02-1967
Haumann: 36 woningen vernietigd/afgebroken. 99 woningen zwaar beschadigd/herstelbaar. 299 woningen weinig beschadigd.50 Sortienummer: 369-BS-7054-21 Sortienummer: 3G-TUD-S485
Fotonummer(s): 3044, 3045, 3046 Archief Well: The village of Well was liberated by British 1st Commando brigade (supported by tanks of the 52nd "lowland" division) on the eve of 3 march 1945. As the last village in the Provence of Limburg. In advance of Operation Varsity the 1st Commando brigade practiced river crossing operations, street fighting and hand-to-hand combat for a period of two weeks in Well, at the exact spot these photographs are made. They made use of stormboats, DUKW's and Buffalo amphibious assault vehicles.48
De frontperiode in Well is relevant voor het onderzoek. De vele granaten, welke in Well zijn gevallen, zoals beschreven in de literatuur, zijn via luchtfoto’s te verifiëren in en rondom het onderzoeksgebied. Derhalve wordt deze indicatie meegenomen in de afbakening van het verdachte gebied.
De indicatie duidt erop dat veel woningen zijn aangetast door oorlogsgeweld.
Fotonummer(s): 118 Fotonummer(s): 5015, 5016 Gemeentearchief Bergen: Hierbij deel ik U mede, dat er een granaat is gevonden op de Sterrenbos in Well.51
Tabel 6: Indicatietabel
47 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 295. 48 https://www.archiefwell.nl/historie/tweede-wereldoorlog/bevrijding-03-03-1945-well 49 TNA, WO 171, R.A., 1945 Jan.-Dec., inv. Nr. 4264. 50 Haumann, J., Well in de Tweede Wereldoorlog, p. 259. 51 Gemeentearchief Bergen, I-1306, Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog, 1966/1971.
446-019-VO-02
is opgeblazen met behulp van een vernielingslading. In de bossen rond de kruising zijn wapenopstellingen zichtbaar. Verder zijn er ook veel kraters zichtbaar van geschutsmunitie en zijn er veel beschadigde gebouwen zichtbaar. Figuur 14: luchtfoto van 16-02-1945 (sortie 41765, luchtfoto 3006). Op de luchtfoto is het kamp ten noorden van het onderzoeksgebied te zien. Op de foto zijn duidelijk de beschadigde tenten zichtbaar en de raketinslagen. Figuur 15: luchtfoto van 16-02-1945 (sortie 41765, luchtfoto 3007). Op de luchtfoto zijn veel kraters van geschutsmunitie te zien, zowel in als nabij het onderzoeksgebied. Analyse: Geen (nieuwe) oorlogshandelingen zichtbaar Lowlands Division: Enemy disengaged and pursuit started. Going (onleesbaar) and both mines and craters encountered. Little arty support required.49
Pagina 40 van 90
Analyse: Geen (nieuwe) oorlogshandelingen zichtbaar Analyse: Geen (nieuwe) oorlogshandelingen zichtbaar De Sterrenbos in Well ligt in het onderzoeksgebied. Dat er een granaat is gevonden op deze locatie duidt op artillerie beschietingen in het onderzoeksgebied.
2.11.2 BEELD EN KAARTMATERIAAL INDICATIES In deze paragraaf is het beeld- en kaartmateriaal opgenomen dat is aangetroffen in de luchtfoto’s.
Figuur 8: luchtfoto van 28-09-1944 (sortie 400-140A, luchtfoto 3024). Op de foto is het begin van het uitgebreide loopgravenstelsel te zien. De loopgraven bevinden zich ten zuiden van het onderzoeksgebied.
446-019-VO-02
Pagina 41 van 90
Figuur 9: luchtfoto van 15-10-1944 (sortie 400-1303, luchtfoto 3399). Op de foto is hetzelfde gebied weergegeven als in Figuur 8. Op deze luchtfoto zijn al meer loopgraven zichtbaar.
446-019-VO-02
Pagina 42 van 90
Figuur 10: luchtfoto van 15-10-1944 (sortie 400-1303, luchtfoto 3399). Op de foto is het gebied bij het kruispunt van Moleneind, de Wezerweg en het Sterrenbos zichtbaar. Op de foto zien we wapenopstellingen nabij het onderzoeksgebied.
446-019-VO-02
Pagina 43 van 90
Figuur 11: luchtfoto van 15-10-1944 (sortie 400-1303, luchtfoto 3399). Op de luchtfoto zijn beschadigingen te zien van de aanval op het tramemplacement. Het tramemplacement bevond zich waar de huidige bushalte zich bevind. Verder zijn er ook kraters van raketten en beschadigde bebouwing zichtbaar.
446-019-VO-02
Pagina 44 van 90
Figuur 12: luchtfoto van 21-11-1944 (sortie F-726-R-44, luchtfoto 404). Op de luchtfoto zijn loopgraven ingetekend, hierop is te zien dat het loopgravenstelsel nu ook door het onderzoeksgebied loopt.
446-019-VO-02
Pagina 45 van 90
Figuur 13: luchtfoto van 16-02-1945 (sortie 4-1765, luchtfoto 3006). Op de kruising van Moleneind, de Wezerweg en het Sterrenbos zijn veel sporen van oorlogshandelingen te zien. De kruising zelf is opgeblazen met behulp van een vernielingslading. In de bossen rond de kruising zijn wapenopstellingen zichtbaar. Verder zijn er ook veel kraters zichtbaar van geschutsmunitie en zijn er veel beschadigde gebouwen zichtbaar.
446-019-VO-02
Pagina 46 van 90
Figuur 14: luchtfoto van 16-02-1945 (sortie 4-1765, luchtfoto 3006). Op de luchtfoto is het kamp ten noorden van het onderzoeksgebied te zien. Op de foto zijn duidelijk de beschadigde tenten zichtbaar en de raketinslagen.
446-019-VO-02
Pagina 47 van 90
Figuur 15: luchtfoto van 16-02-1945 (sortie 4-1765, luchtfoto 3007). Op de luchtfoto zijn veel kraters van geschutsmunitie te zien, zowel in als nabij het onderzoeksgebied.
446-019-VO-02
Pagina 48 van 90
3 HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK In het onderzoeksgebied kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld grondroerende werkzaamheden (zoals ontgravingen, de aanleg van wegen en watergangen, grootschalige agrarische activiteiten, bouw van opstallen etc.) waarbij veronderstelt mag worden dat bij deze werkzaamheden eventuele aangetroffen CE zijn gemeld en geruimd. Er kunnen activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk CE bevatten (redepositie). Onder contra-indicaties worden ook opsporingswerkzaamheden door zowel de EOD (en haar voorgangers) en civiele opsporingsbedrijven verstaan. In dit hoofdstuk zal voor wat betreft de locaties waarvoor indicaties zijn achterhaald worden nagegaan of er ter plaatse sprake is van contra-indicaties. De wijze waarop dit plaatsvindt, is middels kaart- en beeldvergelijking.
3.1
KAARTVERGELIJKING
In verband met het contra-indicatie onderzoek is kaartmateriaal bestudeerd voor wat betreft de naoorlogse ontwikkeling van het gebied waarvoor feitelijk herleidbare indicaties zijn achterhaald. Het kaartmateriaal is afkomstig van het Kadaster te Zwolle. Op de navolgende pagina's treft u ongeveer per naoorlogs decennium een weergave van het betreffende gebied.
446-019-VO-02
Pagina 49 van 90
Aan de hand van voorgaande kaarten kunnen enkele zaken worden opgemerkt. Ten eerste kunnen we opmerken dat er tussen 1955 en 1970 enkele veranderingen plaatsvinden in en rond het onderzoeksgebied. Er wordt een extra weg aangelegd (de huidige N270). Rond 2006 krijgt de rotonde zoals die er nu ligt vorm.
3.2
BEELDVERGELIJKING
Het vaststellen van naoorlogse grondroerende activiteiten gebeurt conform het WSCS-OCE deels aan de hand van een beeldvergelijking van recente satellietbeelden en kaarten met luchtfoto's uit het tijdvak 1940-1945. De beeldvergelijking is weergegeven op de navolgende pagina’s. Op de beeldvergelijking is goed te zien dat er veel is veranderd in het landschap. Op de luchtfoto’s is te zien dat de huidige wegen (N270 en N271) er nog niet waren. Verder ontbreekt op de luchtfoto’s ook de rotonde, het tankstation en de parkeerplaats.
446-019-VO-02
Pagina 56 van 90
3.3
ARCHIEFBEZOEK BERGEN (L.)
Door ECG is archiefonderzoek verricht in het Gemeentearchief Bergen met betrekking tot naoorlogse werkzaamheden. Informatie over naoorlogse werkzaamheden kan in dit geval worden achterhaald uit bouwtekeningen en kaarten van de wegen in het onderzoeksgebied. Een van deze naoorlogse werkzaamheden is het aanleggen van riolering in het Moleneind te Well (L.) in 1985.52 Een tweede naoorlogse grondroering is de verbetering van het wegdek.53 Ook het herstel van het wegdek op het Moleneind is een contra-indicatie. De werkzaamheden bestaan uit het omploegen en egaliseren van het wegdek. Daarna wordt alles “afgewalst” met 6 centimeter maasgrind onder toevoeging van de benodigde hoeveelheden leem, zand en water. Later afgedekt met 1 centimeter scherpzand. ECG beschikt niet over de complete informatie aangaande de maatvoering van de waargenomen naoorlogse grondroerende activiteiten/werkzaamheden.
3.4
ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUUR
Naast de bovengrondse bebouwing is het om twee redenen van belang om de ligging van ondergrondse kwetsbare infrastructuur te achterhalen. Ten eerste om te bepalen of de bodem naoorlogs geroerd is en ten tweede om te bepalen op welke wijze CE eventueel opgespoord kunnen worden. Over het algemeen kan worden gesteld dat kabels, leidingen en riolen gelden als contraindicatie omdat explosieven ter hoogte van de kabel- en leidingtracés zullen zijn aangetroffen en geruimd. Daarnaast geldt dat kabels en leidingen de detectieresultaten ernstig verstoren, waardoor op basis van de detectieresultaten geen uitspraak gedaan kan worden over de mogelijke aanwezigheid van CE. Het bepalen van de aanwezigheid van deze objecten is dan ook van belang voor het vaststellen van een eventueel benodigde, alternatieve opsporingsmethode ter plaatse. In februari 2020 is een KLIC-melding gedaan bij het Kadaster te Zwolle.54 Resultaat van deze melding is de wetenschap dat er zich in het verdachte gebied diverse kabels en leidingen bevinden. Zie hiervoor de tekening op de volgende pagina. De beheerders en typen infrastructuur zijn als volgt op te sommen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
KPN (datatransport) V.d. Donk BBAH (datatransport) Relined (datatransport) Trent (datatransport) Vitens (water) AKZO Nobel Nederland BV (water) AKZO Nobel Nederland BV (datatransport) AKZO Nobel Nederland BV (gas hoge druk) AKZO Nobel Nederland BV (hoogspanning) AKZO Nobel Nederland BV (laagspanning) AKZO Nobel Nederland BV (overig) AKZO Nobel Nederland BV (petrochemie)
52 Gemeentearchief Bergen, II-641. 53 Gemeentearchief Bergen, II-46 Bestemmingsplan Rijksweg en 1 e herziening. 54 Vermeld dient te worden dat de gegevens omtrent ondergrondse infrastructuur zoals deze door de uitgevoerde oriëntatie
zijn verkregen, een geldigheidsduur hebben van maximaal 20 werkdagen na aanvraag.
446-019-VO-02
Pagina 58 van 90
13. 14. 15. 16. 17. 18. 19.
446-019-VO-02
AKZO Nobel Nederland BV (riool) AKZO Nobel Nederland BV (warmte) Liander (middenspanning) Liander (gas lage druk) Liander (laagspanning) Ziggo BV (datatransport) Eurofiber (datatransport)
Pagina 59 van 90
3.5
SAMENVATTING NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN
Ter plaatse van het onderzoeksgebied zijn (visueel waarneembaar) enkele contra-indicatieve werkzaamheden/activiteiten achterhaald. Dit betreft onder andere het aanleggen en verbeteren van wegen en het aanleggen van een rotonde. Verder is de aanleg van riolering en kabels en leidingen ook relevante naoorlogse grondroering. Op basis van het contra-indicatie onderzoek kan worden vastgesteld dat er in het onderzoeksgebied op grote schaal werkzaamheden hebben plaatsgevonden waarbij de bodem is geroerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Uit de kaart- en beeldvergelijking blijkt dat er een nieuwe rotonde is aangelegd; De tramlijn, emplacement ed. zijn verwijdert; Uit de beeldvergelijking blijkt dat er diverse infrastructurele aanpassingen zijn verricht op het Moleneind, waaronder de aanleg van de Rijksweg, het tankstation en de parkeerplaats; Aanleg riolering; Uit archiefonderzoek is gebleken dat het wegdek van het Moleneind is vernieuwd; Uit de KLIC-melding blijkt dat er na de oorlog kabels en leidingen zijn aangelegd.
In het navolgende contra-indicatie schema (Figuur 16) zijn diverse achterhaalde contra-indicatieve aspecten weergegeven. MOGELIJKE OORZAKEN VOOR CONTRA-INDICATIES VOOR DE AANWEZIGHEID VAN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN
Ontgravingen
Gronddepositie
BAGGERWERKZAAMHEDEN
OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN
EOD en voorgangers
Civiele opsporingsbedrijven
Figuur 16: Schema met voorbeelden van oorzaken/scenario’s voor contra-indicaties betreffende de aan/afwezigheid van CE.
In de tekening op de volgende bladzijde zijn de contra-indicaties in het onderzoeksgebied getekend. Opvallend is dat weinig delen van het onderzoeksgebied niet geroerd zijn na de Tweede Wereldoorlog.
446-019-VO-02
Pagina 61 van 90
4 AFBAKENING VERDACHT GEBIED 4.1
EVALUATIE AFWEGING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES
Uitgaande van de indicaties en contra-indicaties vindt er een afweging plaats omtrent de indicatie VERDACHT/ONVERDACHT. Uit het indicatie-onderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied zich in de periode september 1944 – maart 1945 in een frontgebied bevond. Tijdens deze periode zijn er granaten in en rondom het onderzoeksgebied gevallen. Uit literatuuronderzoek is gebleken dat het tramemplacement beschoten is met zowel raketten als boordkanonnen, dit is via luchtfoto-interpretatie geverifieerd. Ook zijn er op luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog zowel loopgraven als kraters van geëxplodeerde vernielingsladingen te zien in het onderzoeksgebied. In de periode na de oorlog hebben er grondroerende werkzaamheden in de bodemlaag plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Het uitgangspunt in deze is dat bij de reeds uitgevoerde grondroerende werkzaamheden en uitgevoerde opsporingswerkzaamheden eventuele aangetroffen Conventionele Explosieven gemeld en geruimd zouden zijn. Uit de ruimingslijst van de EOD blijkt dat er in de jaren’70 van de vorige eeuw CE zijn geruimd in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Hierna lijken op basis van de geraadpleegde informatie ondanks de bodemroerende activiteiten geen CE meer te zijn aangetroffen in het onderzoeksgebied.
Derhalve acht ECG het reëel en redelijk om te veronderstellen dat er ter plaatse van de naoorlogs geroerde bodemlagen geen sprake meer is van een aantoonbare concrete verhoogde kans op het aantreffen van CE. De plaatsen waar grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied zijn als onverdacht aangemerkt voor achtergebleven Conventionele Explosieven. De uitzonderingen hierop zijn de randen van de rotonde op de N271 en parkeerplaats op de kruising van het Sterrenbos en het Moleneind, de ingrepen hier hebben slechts invloed gehad op de bovenste laag grond, hieronder is naar de mening van ECG nog een verhoogde kans op het aantreffen van Conventionele Explosieven.
4.2
HORIZONTALE AFBAKENING
Het verdachte gebied zal, indien mogelijk, horizontaal worden afgebakend aan de hand van bijlage 3 van het WSCS-OCE (zie Bijlage 1).55 Van de richtlijnen uit de afbakeningstabel mag gemotiveerd worden afgeweken. De indicaties uit paragraaf 2.11 dienen als uitgangspunt bij de horizontale afbakening van verdacht gebied.
55 De “algemene omschrijving” en “uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied” in deze bijlage worden gebruikt om te
beoordelen of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van Conventionele Explosieven (VERDACHT of ONVERDACHT) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken.
446-019-VO-02
Pagina 63 van 90
Artillerie-, mortier- of raketbeschieting Middels archief- en literatuuronderzoek en luchtfoto-interpretatie is vastgesteld dat (de omgeving van) het onderzoeksgebied met Geallieerde artillerie is beschoten. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie de volgende omschrijving opgenomen: Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Het uitgangspunt voor afbakening van deze indicatie is ‘verdacht’, waarbij de afbakening van het verdachte gebied situationeel is te bepalen. Voor deze bureaustudie geschiedt de afbakening aan de hand van de geraadpleegde literatuur, luchtopnamen en War Diaries. Gezien de duur van de frontperiode, de hoeveelheid waar te nemen kraters op luchtfoto’s en de gemelde en geruimde explosieven in en rondom het onderzoeksgebied worden de gedeeltes van het onderzoeksgebied, waarin geen of beperkte naoorlogse grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden, op verschoten munitie verdacht verklaard. Het onderzoeksgebied wordt op bepaalde plaatsen als ‘verdacht op verschoten CE’ aangemerkt, zie hiervoor de bodembelastingkaart (Bijlage 2). Vernielingslading Kruispunt Moleneind-Wezerweg Middels luchtfoto-interpretatie is vastgesteld dat het kruispunt van het Moleneind en de Wezerweg is opgeblazen met behulp van vernielingsladingen.
In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie de volgende omschrijving opgenomen: Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en). Het uitgangspunt voor afbakening van deze indicatie is ‘verdacht’, waarbij de afbakening van het verdachte gebied situationeel is te bepalen Naast het risico op achtergebleven restant(en) springlading is er ook mogelijk dat de kraters welke zijn veroorzaakt door de springlading zijn gebruikt als dumpplek voor munitie en/of achtergebleven delen van een vernielingslading. Voor deze indicatie geschiedt de afbakening op basis van luchtfotointerpretatie. De kraters op het kruispunt Moleneind-Wezerweg wordt als ‘verdacht op gedumpte munitie en/of achtergebleven restant(en) springlading’ aangemerkt. Loopgraven Op de luchtfoto’s zijn loopgraven waargenomen. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie het volgende uitgangspunt opgenomen: Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s. Op de locaties van de waargenomen loopgraven hebben naoorlogse grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden.
Tevens zijn er geen aanwijzingen achterhaald die erop duiden dat de loopgraven bemand zijn geweest door (strijdende) gevechtstroepen ECG verklaart het onderzoeksgebied derhalve niet verdacht op gedumpte munitie in de loopgraven.
446-019-VO-02
Pagina 64 van 90
Beschieting met raketten en boordwapens tramemplacement 12 oktober 1944 Middels archief- en literatuuronderzoek en luchtfoto-interpretatie is vastgesteld dat het tramemplacement in het onderzoeksgebied met 64 Geallieerde raketten en boordwapenkanonnen is beschoten. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicaties de volgende omschrijvingen opgenomen: Raketbeschieting op zgn. "Pin Point Target": Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Het uitgangspunt voor afbakening van deze indicatie is ‘verdacht’. De afbakening van het verdachte gebied wordt bepaald door een buffer met een radius van 108 meter, gemeten vanuit het hart van het doel, te trekken. Voor beschietingen met boordwapenkanonnen is er in het WSCS-OCE geen horizontale afbakening opgenomen. ECG gebruikt hiervoor dezelfde horizontale afbakening als voor een raketbeschieting op zgn. "Pin Point Target". Er wordt een buffer met een radius van 108 meter, gemeten vanuit het hart van het doel (het tramemplacement) getrokken. De gedeeltes van het onderzoeksgebied, waarin geen of beperkte naoorlogse grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden, worden op verschoten munitie verdacht verklaard.
Het onderzoeksgebied wordt op bepaalde plaatsen als ‘verdacht op verschoten CE’ aangemerkt, zie hiervoor de bodembelastingkaart (Bijlage 2). Het bovenstaande resulteert in het navolgende schematische overzicht van mogelijke oorzaken voor de aanwezigheid van Conventionele Explosieven binnen het onderzoeksgebied.
446-019-VO-02
Pagina 65 van 90
MOGELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
LUCHTAANVALLEN
Bombardement
Beschieting met boordwapens
Beschieting met raketten
Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen
GRONDGEVECHTEN (SECUNDAIRE GEVOLGEN)
Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)
In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven
MUNITIE VERNIETIGING
MILITAIR GEBRUIK
MUNITIE OPSLAG
Springputten en dergelijke
Militair oefenterrein
Munitie fabricage en/of opslag
Munitiedump of stort
Stationering militairen
Munitie inrichtingen
Munitiedump in water
Vliegveld
(afzinking)
Mijnenveld(en)
Vernielingsactiviteiten
Figuur 17: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van CE.
446-019-VO-02
Pagina 66 van 90
4.3
MOGELIJK AAN TE TREFFEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
Op basis van de resultaten uit de bronnenstudie kan worden aangenomen dat de volgende typen en kalibers Conventionele Explosieven of restanten hiervan mogelijk aangetroffen kunnen worden in de als VERDACHT aangemerkte gebieden. Omdat er geen compleet sluitende gegevens met betrekking tot de ingezette munitieartikelen zijn aangetroffen, zijn de verwachte Conventionele Explosieven deels gebaseerd op de ruimingen van de EOD en eerdere ervaringen met vergelijkbare indicaties. AFKOMST: CATEGORIE:
KALIBER:
VERSCHIJNINGSVORM:
HOEVEELHEID:
Geallieerd
Geschutsmunitie
Verschoten
Niet feitelijk vast te stellen
Duits
Infanteriemunitie
Gedumpt
Niet feitelijk vast te stellen
Geallieerd
Raketten
25 ponder, 75 mm, 3” mortier, 2”mortier, 37 mm, 76 mm, 5,5”, 57 mm, 20 mm, 60 mm, 81 mm mortier, 6 ponder, 40 mm, 90 mm, 4,2” mortier, 17 ponder, 155 mm, 105 mm, 3.7” Steelhandgranaat, KKM, geweer-granaat, pantserschreck, panzerfaust 60lbs
Verschoten
Geallieerd
Boordwapenmunitie
20 mm
Verschoten
Geallieerd of Duits
Springlading
Niet feitelijk vast te stellen
Weggeslingerd of achtergebleven
Niet feitelijk vast te stellen Niet feitelijk vast te stellen Niet feitelijk vast te stellen
Tabel 7: Mogelijk aan te treffen CE binnen de als VERDACHT aangegeven gebieden.
4.4
VERTICALE AFBAKENING
Om de te verwachten diepte van de vermoede CE vast te kunnen stellen, dient bezien te worden van welke verschijningsvorm er wordt uitgegaan, in dit geval: • Verschoten; • Gedumpte munitie en/of achtergebleven restant(en) springlading. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient verder rekening gehouden te worden met de bodemweerstand, de verwachte snelheid en hoek waarmee het explosief in de bodem indringt, gewicht, vorm en diameter van de CE (bij de beschreven verschijningsvorm restant vernielingslading/gedumpt is dit niet van toepassing). Verschijningsvorm: verschoten Aangezien de gegevens voor het merendeel van de benodigde parameters (bijvoorbeeld verwachte snelheid, inslaghoek ed.) ontbreken en/of niet achterhaalbaar zijn, is het niet mogelijk om een op feiten gebaseerde rekenmethode voor de penetratiediepte van verschoten CE toe te passen. Op basis van eerdere ervaringen met soortgelijke munitieartikelen, hanteert ECG voor verschoten munitie een maximale indringing van circa 2 meter onder het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Op 446-019-VO-02
Pagina 67 van 90
basis van eerdere ervaringen met soortgelijke munitieartikelen, hanteert ECG voor raketten een maximale indringing van circa 3,5 meter onder het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Verschijningsvorm: gedumpt en/of achtergebleven restant(en) springlading Voor de gedumpte munitie en/of achtergebleven restant(en) springlading wordt het uitgangspunt gehanteerd dat deze niet dieper is gelegen dan de bodem van de loopgraaf of stelling waarin deze is gedumpt. In het algemeen wordt hier een diepte van circa 1,8 meter (manshoogte) onder het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog aangehouden. De volgende verticale afbakening is voorlopig opgesteld: VERSCHIJNINGSVORM:
MINIMALE DIEPTE (MAAIVELDHOOGTE TWEEDE WERELDOORLOG):
MAXIMALE DIEPTE (MAAIVELDHOOGTE TWEEDE WERELDOORLOG):
Verschoten Verschoten (raketten) en/of achtergebleven restant(en) springlading
0,1m -MV 0,1m –MV. 0,1m-MV
2m -MV Parameters ontbreken Geen gegevens bekend. Situationeel variabel.
Tabel 8: Overzicht globale inschatting diepteligging (exclusief eventuele gevolgen van redepositie etc.).
446-019-VO-02
Pagina 68 van 90
5 LEEMTEN IN KENNIS ▪
Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.
▪
Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.
▪
De locaties van de gemelde inslaglocaties op 15-02-1941, 04-06-1942 en 13-06-1942 kunnen op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal niet worden achterhaald/herleid.
▪
ECG beschikt niet over de complete informatie aangaande de maatvoering van de waargenomen naoorlogse grondroerende activiteiten/werkzaamheden.
▪
De raketbeschieting van 12 oktober 1944 op het tramemplacement is niet te herleiden tot één van de Groups of Wings die deze dag over het onderzoeksgebied vlogen of in de nabijheid acties uitvoerde.
▪
De War Diaries van de 1 Commando Brigade van maart 1945 ontbreken. Deze zijn door The National Archives te London niet opgenomen in de betreffende archiefmap.
▪
Er zijn geen luchtfoto’s gehanteerd van de periode 1940-1944.
446-019-VO-02
Pagina 69 van 90
6 CONCLUSIE EN ADVIES Het doel van deze studie is het verkrijgen van een, door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal, gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1. Is het onderzoeksgebied of delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven oftewel van VERDACHT-gebied? Uit het indicatie-onderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied zich vanaf september 1944 tot en met maart 1945 in het frontgebied bevond, waarbij het gebied betrokken is geweest bij granaatbeschietingen, boordwapenbeschietingen en raketbeschietingen. De sporen van de granaatbeschietingen en de raketbeschietingen zijn middels luchtfotoanalyse feitelijk herleidbaar tot het onderzoeksgebied. Ook is er middels luchtfoto-interpretatie in werking gestelde vernielingsladingen zichtbaar. Op luchtfoto’s is er eveneens een loopgraaf zichtbaar in het onderzoeksgebied, deze bevindt zich nabij de huidige rotonde op de N271. 2.
Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk VERDACHT) gebied als ONVERDACHT kan worden aangemerkt? Op basis van het contra-indicatieonderzoek is vastgesteld dat er in de naoorlogse periode de navolgende werkzaamheden binnen en nabij het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, waarbij grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden: -
Er is een nieuwe rotonde is aangelegd; Verwijdering tramrails en emplacement; Er zijn diverse infrastructurele aanpassingen zijn verricht op het Moleneind, waaronder de aanleg van de Rijksweg, het tankstation en de parkeerplaats; Aanleg riolering; Het wegdek van het Moleneind is vernieuwd; Er zijn na de oorlog kabels en leidingen aangelegd. De plaatsen waar grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied zijn onverdacht voor achtergebleven Conventionele Explosieven. De uitzonderingen hierop zijn de randen van de rotonde op de N271 en parkeerplaats op de kruising van het Sterrenbos en het Moleneind, de ingrepen hier hebben slechts invloed gehad op de bovenste laag grond, hieronder is nog een restrisico op het aantreffen van Conventionele Explosieven.
3. Indien er sprake is van VERDACHT-gebied wat is dan de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Conventionele Explosieven? Op basis van het uitgevoerde onderzoek dient geconcludeerd te worden dat er binnen het onderzoeksgebied gerede kans is op het aantreffen van verschoten munitie van Geallieerde troepen. Veel voorkomende kalibers in de betreffende regio zijn granaten van 25 pond, 75 mm, 3” mortier, 446-019-VO-02
Pagina 70 van 90
2”mortier, 37 mm, 76 mm, 5,5”, 57 mm, 20 mm, 60 mm, 81 mm mortier, 6 pond, 40 mm, 90 mm, 4,2” mortier, 17 pond, 155 mm, 105 mm, 3.7”. In het onderzoeksgebied is er ook een kans op het aantreffen van raketten, hierbij gaat het om de 60-ponders. Ook is er mogelijk in het onderzoeksgebied gedumpte Duitse infanteriemunitie aan te treffen. De te verwachten soorten infanterie munitie zijn steelhandgranaten, Klein Kaliber Munitie, geweer-granaten, pantser-schreck en panzerfausten. Ook is er mogelijk in het onderzoeksgebied boordwapenmunitie aan te treffen, het gaat hier om 20 mm munitie. Verder is er in het onderzoeksgebied mogelijk springlading aan te treffen. Het kaliber hiervan is onbekend. ECG adviseert om de locaties waar gebouwd gaat worden nader te onderzoeken op de aanwezigheid van mogelijk aanwezige objecten die voldoen aan het voorgenoemde zoekdoel.
446-019-VO-02
Pagina 71 van 90
7 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archieven: ▪ Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg ▪ Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg ▪ Gemeentearchief Bergen (L) ▪ Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle ▪ Nationaal Archief te Den Haag ▪ National Archives te London (Engeland) ▪ National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh (Schotland) ▪ Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag ▪ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies te Amsterdam ▪ Regionaal Historisch Centrum Limburg ▪ Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk ▪ Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Literatuur: ▪ Amersfoort, H. en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag 2005). ▪ Blondel, M., Oorlog en herstel in Noord-Limburg (Venlo 1981). ▪ Cammaert, A.P.M., Tussen twee vuren: fronttijd en evacuatie van de oostelijke Maasoever in Noord- en Midden-Limburg: september 1944-mei 1945 (Assen 1983). ▪ Camps, R., De oorlog in Noord-Limburg: terug in de tijd 1940-1990 (Venlo 1981). ▪ Daemen, Jan, Op weg naar de bevrijding (Bergen 1995). ▪ Haumann, Jacques, Alle Wellse WOII geschriften (Well 2009).
▪ Haumann, Jacques, Well in de Tweede Wereldoorlog (Venray 2008). ▪ Levels, H. en M. Liefting, Waar blijven de bevrijders: frontperiode Noord- en Midden-Limburg (Roermond 2016). ▪ Liebrand, Rudi, Het verhaal van de Maas-Buurttram (Venlo 2013). ▪ Nierstrasz, V.E., De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, mei 1940 (Den Haag 1953). ▪ Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden 1947). ▪ Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (Den Haag 2008). ▪ White, P., With the Jocks; A Soldier’s Struggle for Europe 1944-45 (Gloucestershire 2001). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag 1990). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag 1993). Niet gepubliceerde literatuur: ▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p. z.j.). 446-019-VO-02
Pagina 72 van 90
Overige rapportages/documentatie: ▪ Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). ▪ Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013). ▪ Werkveldspecifieke certificatieschema voor het systeemcertificaat opsporing Conventionele Explosieven zoals opgenomen in bijlage XII van de Arbeidsomstandighedenregeling (WSCSOCE). Internet: ▪ http://ahn.nl ▪ http://archiefwell.nl ▪ http://dotkadata.nl ▪ http://explosievenopsporing.nl ▪ http://www.inspectieszw.nl ▪ http://maps.bing.com ▪ http://maps.google.nl ▪ http://topotijdreis.nl
446-019-VO-02
Pagina 73 van 90
Archieven: Bundesarchiv-Militärarchiv RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4 5. Abteilung (Ic; Feindaufklärung, Abwehr, geistige Betreuung) 4.1 Lagemeldungen, Lageberichte 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940 206 Lageberichte Nr.259-Nr.264, 22. Mai 1940 – 27. Mai 1940 207 Lageberichte Nr.265-Nr.270, 28. Mai 1940 – 1. Juni 1940 208 Lageberichte Nr.271-Nr.276, 3. Juni 1940 – 7. Juni 1940 209 Lageberichte Nr.277-Nr.282, 9. Juni 1940 – 13. Juni 1940 210 Lageberichte Nr.283-Nr.290, 15. Juni 1940 – 21. Juni 1940 211 Lageberichte Nr.292-Nr.298, 23. Juni 1940 – 29. Juni 1940 211a 1. Juli 1940 – 5. Juli 1940 212 Lageberichte Nr.305-Nr.317, 7. Juli 1940 – 19. Juli 1940 213 Lageberichte Nr.319-Nr.330, 21. Juli 1940 – 1. Aug. 1940 214 Lageberichte Nr.375-Nr.382, 15. Sept. 1940 – 22. Sept. 1940 215 Lageberichte Nr.383-Nr.391, 23. Sept. 1940 – 1. Okt. 1940 216 Lageberichte Nr.393-Nr.403, 3. Okt. 1940 – 13. Okt. 1940 217 Lageberichte Nr.404-Nr.414, 14. Okt. 1940 – 24. Okt. 1940 218 Lageberichte Nr.415-Nr.425, 25. Okt. 1940 – 4. Nov. 1940 219 Lageberichte Nr.426-Nr.434, 5. Nov. 1940 – 13. Nov. 1940 220 Luftlageberichte Nr.435-Nr.440, 14. Nov. 1940 – 19. Nov. 1940 221 Luftlageberichte Nr.441-Nr.447, 20. Nov. 1940 – 26. Nov. 1940 222 Luftlageberichte Nr.448-Nr.454, 27. Nov. 1940 – 3. Dez.
1940 223 Luftlageberichte Nr.455-Nr.463, 4. Dez. 1940 – 12. Dez. 1940 224 Luftlageberichte Nr.464-Nr.471, 13. Dez. 1940 – 21. Dez. 1940 225 Luftlageberichte Nr.472-Nr.479, 22. Dez. 1940 – 31. Dez. 1940 226 Luftlageberichte Nr.480-Nr.488, 1. Jan. 1941 – 9. Jan. 1941 227 Luftlageberichte Nr.489-Nr.497, 10. Jan. 1941 – 18. Jan. 1941 228 Luftlageberichte Nr.498-Nr.510, 19. Jan. 1941 – 31. Jan. 1941 229 Luftlageberichte Nr.511-Nr.519, 1. Feb. 1941 – 9. Feb. 1941 230 Luftlageberichte Nr.520-Nr.528, 10. Feb. 1941 – 18. Feb. 1941 231 Luftlageberichte Nr.529-Nr.538, 19. Feb. 1941 – 28. Feb. 1941 232 Luftlageberichte Nr.539-Nr.546, 1. März 1941 – 8. März 1941 233 Luftlageberichte Nr.547-Nr.554, 9. März 1941 – 16. März 1941 234 Luftlageberichte Nr.555-Nr.559, 17. März 1941 – 21 März 1941 235 Luftlageberichte Nr.560-Nr.562, 22. März 1941 – 24. März 1941 236 Luftlageberichte Nr.563-Nr.569, 25. März 1941 – 31. März 1941 237 Luftlageberichte Nr.570-Nr.575, 1. Apr. 1941 – 6. Apr. 1941 238 Luftlageberichte Nr. 577-Nr. 583, 8. Apr 1941 – 14. Apr. 1941 239 Luftlageberichte Nr.584-Nr.591, 15. Apr. 1941 – 22 Apr. 1941 240 Luftlageberichte Nr.592 – Nr.599, 23. Apr. 1941 – 30. Apr. 1941 241 Luftlageberichte Nr.600 – Nr.605, 1. Mai 1941 – 6. Mai 1941 242 Luftlageberichte Nr.606 – Nr.613, 7. Mai 1941 – 14. Mai 1941 446-019-VO-02
Pagina 74 van 90
RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: OMSCHRIJVING: 243 Luftlageberichte Nr.614 – Nr.625, 15. Mai 1941 – 26. Mai 1941 244 Luftlageberichte Nr.626 – Nr.637, 27. Mai 1941 – 7. Juni 1941 245 Luftlageberichte Nr.638 – Nr.645, 8. Juni 1941 – 15. Juni 1941 246 Luftlageberichte Nr.646 – Nr.655, 16. Juni 1941 – 25. Juni 1941 247 Luftlageberichte Nr.656 – Nr.660, 26. Juni 1941 – 30. Juni 1941 248 Luftlageberichte Nr.661 – Nr.666, 1. Juli 1941 – 6. Juli 1941 249 Luftlageberichte Nr.667 – Nr.672, 7. Juli 1941 – 12. Juli 1941 250 Luftlageberichte Nr.673 – Nr.678, 13. Juli 1941 – 18. Juli 1941 251 Luftlageberichte Nr.679 – Nr.684, 19. Juli 1941 – 24. Juli 1941 252 Luftlageberichte Nr.685 – Nr.691, 25. Juli 1941 – 31. Juli 1941 253 Luftlageberichte Nr.692 – Nr.700, 1. Aug. 1941 – 9. Aug. 1941 254 Luftlageberichte Nr.701 – Nr.707, 10.Aug. 1941 – 16. Aug. 1941 255 Luftlageberichte Nr. 708 – Nr.713, 17. Aug. 1941 – 22. Aug. 1941 256 Luftlageberichte Nr.714 – Nr.719, 23. Aug. 1941 – 28. Aug. 1941 257 Luftlageberichte Nr.720 – Nr.725, 29. Aug. 1941 – 3.Sept. 1941 258 Luftlageberichte Nr.726 – Nr.730, 4. Sept. 1941 – 8.Sept. 1941 259 Luftlageberichte Nr.731 – Nr.736, 9. Sept. 1941 – 14. Sept. 1941 260 Luftlageberichte Nr.737 – Nr.742, 15. Sept. 1941 – 20. Sept. 1941 261 Luftlageberichte Nr. 743 – Nr.748, 21. Sept. 1941 – 26. Sept.
1941 262 Luftlageberichte Nr.749 – Nr.754, 27. Sept. 1941 – 2. Okt. 1941 263 Luftlageberichte Nr.755 – Nr.760, 3. Okt. 1941 – 9. Okt. 1941 264 Luftlageberichte Nr.761 – Nr.765, 10.Okt. 1941 – 14. Okt. 1941 265 Luftlageberichte Nr.766 – Nr.769, 15. Okt. 1941 – 18. Okt. 1941 266 Luftlageberichte Nr.770 – Nr.774, 19. Okt. 1941 – 23. Okt. 1941 267 Luftlageberichte Nr.775 – Nr.778, 24. Okt. 1941 – 28. Okt. 1941 268 Luftlageberichte Nr.779 – Nr.785, 28. Okt. 1941 – 3. Nov. 1941 269 Luftlageberichte Nr.786 – Nr.791, 4. Nov. 1941 – 9. Nov. 1941 1025 Lageberichte Nr.331-Nr.340, 2.- 11. Aug. 1940 1026 Lageberichte Nr.341-Nr.345, 12.- 16. Aug. 1940 1557 Lagebericht Nr. 269, 1. Juni 1940 Tabel 9: Geraadpleegde archiefdelen uit RL2-II.
Nationaal Archief 2.04.53.15 MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN: INSPECTIE BESCHERMING BEVOLKING TEGEN LUCHTAANVALLEN, 1937-1946 INV.NR.: OMSCHRIJVING: 47 Commissaris der Koningin in de provincie Limburg, nrs. 18.11.1 – 18.11.18. 79 Meldingen en proces-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten Limburg 1941. Tabel 10 Overzicht geraadpleegde stukken Inspectie Bescherming Bevolking luchtaanvallen
446-019-VO-02
Pagina 75 van 90
2.13.210 MINISTERIE VAN DEFENSIE: COMMISSIE VAN PROEFNEMING INV.NR.: OMSCHRIJVING: 23 Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940. Tabel 11: Overzicht geraadpleegde stukken Commissie van Proefneming. 2.13.71 ARCHIEVEN VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE TE LONDEN 1940-1941 – MINISTERIE VAN OORLOG TE LONDEN [19411945]; DEPARTEMENT VAN OORLOG: BUREAU LONDEN [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) INV.NR.: OMSCHRIJVING: 368 Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland, 1941, 1944-1945 2.1 Het archief van de Marineattaché Londen, 1937, 1940-1945 576-577 Stukken betreffende luchtaanvallen op en inundaties van Nederland, 1940-1945 1787 Stukken betreffende bombardementen en beschietingen, voornamelijk van en op Nederland, 19411945 1788Rapporten betreffende verdedigingsstelsels in Nederland, 1941-1945 2107 2078 provincie Limburg. 1942-1945 Overige stukken 2298 Stukken betreffende gegevens van kazernes, legerplaatsen en kampementen in Nederland. 1944 2309 Stukken betreffende de locatie van munitiedepots in Nederland. 1944-1945 Tabel 12: Overzicht geraadpleegde stukken Ministerie van Defensie te Londen. 2.04.110 ARCHIEF KORPS HULPVERLENINGSDIENST VAN HET MINISTERIE BINNENLANDSE ZAKEN 1945-1974 INV.NR.: OMSCHRIJVING: 20 Registers met krantenknipsels inzake explosieven. Zonder datum.
21 Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1945-1947. 22 Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1957-1959. 27 Register met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig. 1965-1970. 28 Verzameling krantenknipsels inzake de Hulpverleningsdienst. 1947-1970. Tabel 13: Overzicht geraadpleegde stukken archief Korps Hulpverleningsdienst.
Nederlands Instituut voor Militaire Historie COLL. 575 DUITSE VERDEDIGINGSWERKEN IN NEDERLAND EN RAPPORTEN VAN HET BUREAU INLICHTINGEN TE LONDEN 1940 1945 INV.NR.: OMSCHRIJVING: 269 Verhoorverslag betreffende slagorde, verplaatsing en legering Duitse troepen in Zuid-Nederland waaronder Venlo, Roermond, Tegelen en Reuver 501 Verslagen/Inlichtingen afkomstig van ondervragingen van Nederlanders Tabel 14: Overzicht geraadpleegde stukken Collectie 575.
446-019-VO-02
Pagina 76 van 90
NIOD 077 GENERALKOMMISSARIAT FÜR DAS SICHERHEITSWESEN (HÖHERE SS- UND POLIZEIFÜHRER NORD-WEST) INV.NR.: OMSCHRIJVING: 1328 Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 1759 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943 Tabel 15: Overzicht geraadpleegde stukken Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- Und Polizeiführer Nord-West). 216K DEPARTEMENT VAN JUSTITIE INV.NR.: OMSCHRIJVING: 180 Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzak het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en de vondst van nietontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944. 181-185 Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten. 186 Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen. Tabel 16: Overzicht geraadpleegde stukken Departement van Justitie. 226B BUREAU INLICHTINGEN – HOOFDBUREAU LONDEN 1940-1945 INV.NR.: OMSCHRIJVING: 119 Rapporten en brieven over geallieerde bombardementen, neergestorte vliegtuigen en treinbeschietingen, 27 april 1943 – augustus 1944.
123 Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, april 1943-augustus 1944. 124 Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, 27 oktober 1944-14 februari 1945. 125 Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, 15 februari-16 april 1945. Tabel 17: Overzicht geraadpleegde stukken Bureau Inlichtingen – Hoofdbureau Londen.
Semi-Statisch Informatiebeheer Defensie ARCHIEF MIJN- EN MUNITIEOPRUIMINGSDIENST (M.M.O.D.) INV.NR.: OMSCHRIJVING: Doos 43 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 43: A t/m E Doos 44 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 44: B t/m E Doos 45 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 45: E t/m G Doos 48 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 48: K t/m L Doos 50 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 50: N t/m O Doos 51 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 51: P t/m S Doos 52 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 52: S t/m U Doos 53 Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 53: V t/m W 446-019-VO-02
Pagina 77 van 90
Doos 54 Doos 55
Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 54: W Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 55: W t/m Z
Tabel 18: Overzicht geraadpleegde archiefdelen archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst.
The National Archives AIR 27 AIR MINISTRY AND SUCCESSORS: OPERATIONS RECORD BOOKS, SQUADRONS INV.NR.: OMSCHRIJVING: 954 No 137 Squadron: Operations Record Book, 1941 Okt -1945 Aug 1138 No 184 Squadron: Operations Record Book, 1942 Dec.- 1945 Sept. Tabel 19: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit AIR 27. AIR 37 AIR MINISTRY: ALLIED EXPEDITIONARY AIR FORCE, LATER SUPREME HEADQUARTERS ALLIED EXPEDITIONARY FORCE (AIR), AND 2ND TACTICAL AIR FORCE: REGISTERED FILES AND REPORTS INV.NR.: OMSCHRIJVING: 714 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: July. – August 1944 715 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Sept.- Oct. 1944 716 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Nov.- Dec. 717 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Jan.- Feb. 718 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Mar.- May Tabel 20: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit AIR 37. WO 171 WAR OFFICE: ALLIED EXPEDITIONARY FORCE, NORTH WEST EUROPE (BRITISH ELEMENT): WAR DIARIES, SECOND WORLD WAR INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4264 R.A., 1945 Jan.-Dec. 5025 63 Regt, 1945 Jan-June 5259 7/9 Royal Scots, 1945 Jan.-Dec. Tabel 21: Overzicht geraadpleegde archiefdelen uit WO 171.
Regionaal Historisch Centrum Limburg 07.E09 MILITAIR GEZAG LIMBURG, 1944-1947 OMSCHRIJVING: Archieven P.M.C. Limburg 3 Diverse correspondentie P.M.C, 15/9-5/10-1944. 4 Bevelen en Besluiten van de P.M.C. van 15/9-7/10-1944. 5 Rapporten van 13/9-2/10-1944. 9 Wederopbouw-correspondentie betreffende. 14 Wapens onder burgerbevolking - correspondentie en rapporten betreffende 41 Luchtbescherming en Brandweer-algemeen 42 Mijnen en projectielen, aangiften, opruiming en rapporten betreffende. 43 Mijnen, projectielen en ander oorlogstuig-correspondentie betreffende. 45 Herstel en verbetering van verkeerswegen. 53 Waterovergangen-herstel, -correspondentie betreffende. 136 Financiële steun aan oorlogsgetroffenen-algemeen. 446-019-VO-02
Pagina 78 van 90
07.E09 MILITAIR GEZAG LIMBURG, 1944-1947 OMSCHRIJVING: 138 Oorlogsschade betreft in hoofdzaak Schade-Enquête-Commissie. 169 Opruiming van legermateriaal Duits-geallieerd-correspondentie betreffende172 Kleding, uitrusting en bewapening-correspondentie betreffende197 Opgave bevrijdingsdata der gemeenten. 269 Schade-Enquête-Commissie-tijdelijke voorziening297 Rapporten werkzaamheden Sectie XI. 312 Weekrapporten der Sectie. II. 313 Weekrapporten der Sectie. III. 314 Weekrapporten i.z. bom-munitie-en mijnopruiming. Sectie IV 317 Sectie VII en IX. Weekrapporten der Secties. 318 Dagrapporten van Sectie VII. 321 Militaire Zaken-verslagen en rapporten. Districtsmilitair commissariaat Venlo 66 Opgaven van gemeenten i.z. ligging van mijnenvelden met schetskaartjes en kladopgaven van geruimde mijnen, soort vermeldende 67 Correspondentie i.z. luchtbescherming, opruiming van mijnen, enz.; personeelslast. 142
Landbouwherstel; opruiming mijnen en begroting.
Tabel 22: Overzicht geraadpleegde stukken Militair Gezag Limburg, 1944-1947
Gemeentearchief Bergen (L) CORR.ARCHIEF GEMEENTE BERGEN, OVERBRENGING ARCHIEFBLOK I, 1938-1972 INV.NR.: OMSCHRIJVING: i-1432 Herstel oorlogsschade Diverse correspondentie tijdens de Tweede Wereldoorlog; o.a. bewapening burgemeesters; i-1424 wederinhuur Wellsche Hut 1939/1945 i-1344 Lijst van gesneuvelden tijdens de oorlog 1940-1945 1946 I-1329 Oorlogsschade aan panden door bominslagen, 1942/1944. I-1306 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog, 1966-1971. I-1305 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog, 1946-1965. I-1214 Rapporten van de Luchtbeschermingsdienst, 1942/1943 i-830 Straatnaamgeving i-824 Huisnummering i-437 Herstel oorlogsschade aan diverse bruggen in de gemeente I-307 Eckeltsebeek - verontreiniging/maatregelen vanaf Duits grondgebied (Spanische Ley) 1954/1971 I-300 Straatnaamgeving i-224 Wederopbouw van boerderijen te S'gld, Well en W’looi (opmeting noodwoningen) i-223 Wederopbouw van boerderijen te Bergen (opmeting noodwoningen) I-222 Wederopbouw van boerderijen te Afferden en Heyen (opmeting noodwoningen). i-222 Wederopbouw van boerderijen te Afferden en Heyen (opmeting noodwoningen) i-200 Herstel - onroerende goederen 1942/1949 i-195 Uitbesteding (nood-)herstel panden te Siebengewald, Weil en Wellerlooi 1945/1946 i-194 Uitbesteding (nood-)herstel panden te Afferden.