Rotonde Well N271 vastgesteld Toelichting Bijlage 14 Explosievenonderzoek
Tekst van het document
Bergen en Heijen 1945/1946 I-193 Herstel wegbeplantingen 1948/1950 I-182 Oorlogsschade door Vliegtuigbommen, 1940/1943. I-168 Oorlogsschade diverse gemeente panden I-167 Oorlogsschade boerderijen en andere gebouwen, 1947-1956. I-159 Herbouw van door oorlogsgeweld vernielde panden, 1946-1957. i-144 Herstel aan wegen 446-019-VO-02
Pagina 79 van 90
I-143 i-140 i-132 I-38
Herbouw van door oorlogsgeweld vern ielde panden Herstel oorlogsschade gebouwen inventaris Herstel oorlogsschade Voorschriften, rapporten - oorlogsperiode, 1940/1945.
Tabel 23: Overzicht geraadpleegde stukken Gemeente Bergen. CORR.ARCHIEF GEMEENTE BERGEN, OVERBRENGING ARCHIEFBLOK II, 1973-1989 INV.NR.: OMSCHRIJVING: II-46 Bestemmingsplan Rijksweg en 1 e herziening II-398 Straatnaamgeving1980/1986 II-641 Vestiging erfdienstbaarheid leggen riolering Tuindorp te Wellerlooi en Knikkerdorp en Moleneind te Weil II-653 Huisnummering II-657 Straatnaamgeving 1978 II-73 Straatnaamgeving, 1973/1979 Tabel 24: Overzicht geraadpleegde stukken Gemeente Bergen. CORR.ARCHIEF GEMEENTE BERGEN, OVERBRENGING ARCHIEFBLOK IV, 2000-2007 INV.NR.: OMSCHRIJVING: IV-151 Quickscan flora en fauna Bergse Heide 10 / Heidepad te Nieuw Bergen, 2007 IV-162 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog a.d. Groene Streep 4 te Afferden, 2000-2002 IV-163 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog a.d. Groene Streep sectie C. 1865 te Afferden, 2002/2003 IV-164 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. aanleg hoogwatergeul Well-Aijen, 2004 IV-196 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. herinrichting Eckeltsebeek, 2005 IV-310 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. pand Heukelom 20 te Afferden, 2005/2007 IV-566 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. locatie Bleijenbeek, 2004/2006 IV-790 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v.
perceel hoek Vogellaan-Bergse Heide te NieuwBergen (bestemmingsplan Bergsche Bos), 2007/2008 IV-791 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. perceel aan het Bargapark te Nieuw-Bergen (bestemmingsplan KOBS-locatie), 2007/2008 IV-827 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. onderzoeksgebied Ericaweg te Siebengewald, 2009 IV-828 Ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. bestemmingsplan Sint Jozefstraat te Siebengewald, 2009 IVRuiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. omgeving Twistedenerweg 5 te Wellerlooi, 2009 1071 IVRuiming explosieven Tweede Wereldoorlog t.b.v. plan Mosaique te Nieuw Bergen, 2011 1260 Tabel 25: Overzicht geraadpleegde stukken Gemeente Bergen.
446-019-VO-02
Pagina 80 van 90
8 BIJLAGEN BIJLAGE 1: VASTSTELLEN VERDACHT GEBIED EN AFBAKENING IN VOORONDERZOEK Deze bijlage maakt onderdeel uit van paragraaf 6.5 van het WSCS-OCE en wordt gebruikt om te beoordelen of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken.
446-019-VO-02
Pagina 81 van 90
wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenregeling - BWBR0008587
Indicatie
Artillerie-, mortier- of raketbeschieting
Raketbeschieting inslagenpatroon bekend
Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom
Algemene omschrijving
Locatie van aangebrachte vernielingslading. Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers.
Uitgangspunt Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied conclusie Verdacht Onverdacht
x
Situationeel te bepalen.
x
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen.
Vliegtuigbom die niet in werking is getreden.
Crashlocatie vliegtuig
Aanwezigheid van CE vanwege de x crash. Krater van gedetoneerde Gebied waarin zich de krater van de incidentele detonatie van een incidentele luchtafweergranaat luchtafweergranaat bevindt. Inslagpunt van een V-1 Gebied dat is getroffen door de inslag x wapen van een V-1 wapen. Krater van een Gebied waarin zich de krater van de x (gedeeltelijk) detonatie van een V-1 wapen bevindt. gedetoneerd V-1 wapen Krater van een Gebied waarin zich de krater van de x (gedeeltelijk) detonatie van een V-2 wapen bevindt. gedetoneerd V-2 wapen Dumplocatie van munitie Dumplocatie van CE en/of x en/of toebehoren toebehoren in landbodem of op waterbodem. Ongecontroleerde (Sympathische) detonatie van een x (massa)explosie explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitie trein. Vernietigingslocatie voor Eén of meerdere springputten. x CE
Vernielingslading (in werking gesteld)
Tapijtbombardement
Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend
Locatie van in werking gestelde x vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en). Gebied dat is getroffen door een x bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.
Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Duikbombardement op Lineair gebied, nabij een spoorlijn, zgn. ‘Line Target’, dat is getroffen door een inslagenpatroon bombardement met onbekend jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen. Raketbeschieting op zgn. Gebied dat is getroffen door een ‘Pin Point Target’, raketbeschieting met inslagenpatroon jachtbommenwerpers, met als doel onbekend om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Raketbeschieting op zgn. Lineair gebied, nabij een spoorlijn, ‘Line Target’, dat is getroffen door een inslagenpatroon raketbeschieting met onbekend jachtbommenwerpers, met als doel
pagina 27 van 32
x
x
Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft. 15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. 50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten. Situationeel te bepalen.
Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water. Situationeel te bepalen
De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen.
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon 1 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel 2/3.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn 2/4.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel 2/5.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn 2/6.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2016-07-05/0/BijlageXII/afdrukken+informatie
28-07-16
BIJLAGE 2: CE-BODEMBELASTINGKAART
446-019-VO-02
Pagina 84 van 90
BIJLAGE 3: SYSTEEM CERTIFICATEN OPSPOREN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
446-019-VO-02
Pagina 86 van 90
446-019-VO-02
Pagina 87 van 90
BIJLAGE 4: PROTOCOL TOEVALSVONDST
446-019-VO-02
Pagina 88 van 90
LEGENDA
Start-werk vergadering
Actie aannemer Actie opdrachtgever Actie Politie Actie EOD Vervolgstap Communicatielijn
Personeel informeren hoe te handelen bij vondst van een (vermoedelijk) explosief
Werkzaamheden
Eventueel toolbox door een Senior OCEdeskundige
Aantreffen verdacht object bij werkzaamheden
Werkzaamheden staken
Opdrachtgever in kennis stellen van vondst
(In overleg met politie) Afzetten van het terrein
Het object niet beroeren!
Personen uit de omgeving van het object verwijderen
Maatregelen treffen tegen roeren of verplaatsen object
Bij het melden van vondst: - Naam, functie en telefoonnummer van de melder - De ligplaats van het object - Een omschrijving van het object (kleur, vorm, lengte, breedte, diameter, etc.) - Hoeveel objecten er zijn aangetroffen - Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object - (Indien mogelijk:) Een foto van het object
Politie in kennis stellen van vondst (0900-8844)
Na het aantreffen van een vermoedelijk explosief
EOD in kennis stellen van vondst
Maak geen melding van de vondst op social media!
Bevoegd Gezag in kennis stellen van vondst
Identificatie van het object
EOD arriveert bij vindplaats
Object is geen explosief
Object is een explosief
Ruiming explosief door EOD
In overleg met EOD bepalen of het om een incidentele vondst gaat JA
Incidentele vondst
Na identificatie en eventuele ruiming
Werkzaamheden hervatten
NEE Verdacht gebied
Werkzaamheden hervatten na aanvullende maatregelen
Instructies van de medewerkers van de EOD en het Bevoegd Gezag dienen strikt opgevolgd te worden!
446-019-VO-02
Pagina 90 van 90