CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024 gecorrigeerd

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Programmabegroting 2024;29.707 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

€ 170.000

51

Top 10 geïnventariseerde risico’s Overige risico’s

€ 2.305.000

Naast de top 10 risico’s zijn er nog 32 risico’s in kaart gebracht.

€ 1.801.000

Totaal geïnventariseerde risico’s

€ 4.106.000

Benodigde weerstandscapaciteit (70%)

€ 2.874.200

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit Iedere gemeente heeft te maken met risico's bij de uitvoering van haar taken. Deze risico's nemen toe door de uitbreiding van het takenpakket en de complexer wordende samenleving. Een goed afgestemde financiële buffer oftewel weerstandscapaciteit is nodig om te voorkomen dat tegenvallers dwingen tot bezuinigingen of drastische beleidsbijstellingen. Risico's kunnen behoorlijk impact hebben op de organisatie, daarom is het van belang om de risico's goed in beeld te houden. De belangrijkste risico's moeten door adequate maatregelen beheerst worden. Weerstandsvermogen is het vermogen van een gemeente om niet-structurele risico's op te kunnen vangen, zodat het afgesproken takenpakket toch ongehinderd kan worden uitgevoerd. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet. Weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Voor het kunnen beoordelen van het weerstandsvermogen is het noodzakelijk de aanwezige weerstandscapaciteit te analyseren in samenhang met de omvang en achtergronden van de risico’s.

Er zijn geen uniforme antwoorden te geven op de vraag hoe groot het weerstandsvermogen van een gemeente zou moeten zijn. Dit is sterk afhankelijk van de eigenheid van de gemeente en het risicoprofiel dat zij heeft. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt rekening gehouden met de veronderstelling dat nooit alle risico's zich zullen voordoen en zeker niet allemaal tegelijk en in maximale omvang. Door deze benadering kan op een verantwoorde wijze een lagere weerstandscapaciteit worden aangehouden. Er wordt uitgegaan van een zekerheidspercentage van 70%. Kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeente. Om dit te bereiken, is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: 1. netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; 4. structurele exploitatieruimte; 5. belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid.

Signaleringswaarden Om de kengetallen eenvoudig te kunnen lezen heeft NAR ( Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) met de Universiteit Twente signaleringswaarden opgesteld. Categorie C is het meest risicovol en categorie A is het minst risicovol.

52

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1a.

Netto schuldquote zonder correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

1b.

Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

2.

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

3.

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

4.

Structurele exploitatieruimte

>0

=0

<0

5.

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

1A en 1B Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. 1 Netto schuldquote (bedrag x € a. 1.000)

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

A. Vaste schulden

38.543

38.528

35.477

32.425

29.374

26.323

B. Netto vlottende schuld

10.721

24.121

25.989

26.971

27.903

28.730

C. Overlopende passiva

2.584

2.584

2.584

2.584

2.584

2.584

D. Financiële vaste activa

-1.406

-1.366

-1.366

-1.366

-1.366

-1.366

-286

-286

-286

-286

-286

-286

-7.943

-7.943

-7.943

-7.943

-7.943

-7.943

E. Liquide middelen F

Uitzettingen korter dan 1 jaar

G. Overlopende activa

-1.743

-1.743

-1.743

-1.743

-1.743

-1.743

Totaal

40.470

53.895

52.712

50.642

48.523

46.299

H. Totale baten

43.741

53.216

43.573

40.668

40.530

46.845

93%

101%

121%

125%

120%

99%

Netto schuldquote

Netto schuldquote gecorrigeerd 1 voor alle verstrekte leningen b. (bedrag x € 1.000)

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

A. Vaste schulden

38.543

38.528

35.477

32.425

29.374

26.323

B. Netto vlottende schuld

10.721

24.121

25.989

26.971

27.903

28.730

C. Overlopende passiva

2.584

2.584

2.584

2.584

2.584

2.584

D. Financiële vaste activa

-698

-688

-688

-688

-688

-688

E. Liquide middelen

-286

-286

-286

-286

-286

-286

F. Uitzettingen korter dan 1 jaar

-7.943

-7.943

-7.943

-7.943

-7.943

-7.943

G. Overlopende activa

-1.743

-1.743

-1.743

-1.743

-1.743

-1.743

Totaal

41.178

54.573

53.390

51.320

49.201

46.977

H. Totale baten

43.741

53.216

43.573

40.668

40.530

46.845

94%

103%

123%

126%

121%

100%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

53

2 Solvabiliteitsrisico Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De komende periode zullen we inzetten op het extra aflossen van geldleningen om de solvabiliteitsratio te verbeteren. 2. Solvabiliteitsratio (bedrag x €1.000)

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

A. Eigen vermogen

14.639

12.441

11.937

11.714

11.495

11.413

B. Balanstotaal Solvabiliteitsratio

69.339 21%

80.802 15%

79.412 15%

77.119 15%

75.078 15%

73.096 16%

3 Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de grondexploitaties moet terugverdiend worden. Een laag kengetal is gunstig: de boekwaarde is dan beperkt in relatie tot de totale omzet van de gemeente. Onze grondexploitaties zijn heel beperkt wat terug komt in een heel laag kengetal. 3. Grondexploitatie (bedrag x €1.000)

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

A. Niet in exploitatie bouwgrond

0

B. Bouwgrond exploitatie

85

647

874

413

565

0

85

1.848

2.409

1.948

2.100

1.535

43.741 0%

53.216 3%

43.573 6%

40.668 5%

40.530 5%

46.845 3%

Totaal C. Totale baten Kengetal grondexploitatie

1.201

1.535

1.535

1.535

1.535

4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Ook wordt rekening gehouden met toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het verschil tussen de structurele baten en lasten wordt uitgedrukt in een percentage van de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. 4. Exploitatieruimte (bedrag x € 1.000)

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

A. Structurele lasten

32.200

37.016

37.016

37.016

37.016

37.016

B. Structurele baten

37.610

39.019

39.019

39.019

39.019

39.019

247

356

356

356

356

356

C. Structurele toevoeging reserves D. Structurele onttrekking reserves

0

785

785

785

785

785

E. Totale baten Structurele exploitatieruimte

43.741 12%

53.216 5%

43.573 6%

40.668 6%

40.530 6%

46.845 5%

54

5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mogelijkheid om belastingtarieven te verhogen. Dit kan nodig zijn om financiële tegenvallers op te vangen of om ruimte te maken voor nieuw beleid. 5.

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

A. OZB gezin gemiddelde WOZ waarde Rioolheffing gezin gemiddelde WOZ B. waarde

271,41

274,11

274,11

274,11

274,11

274,11

245,25

261,00

283,00

283,00

283,00

283,00

C. Afvalstoffenheffing gezin

280,42

262,00

262,00

262,00

262,00

262,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

797,08

754,81

754,81

754,81

754,81

754,81

831,85 96%

817,37 92%

817,37 92%

817,37 92%

817,37 92%

817,37 92%

D. Eventueel heffingskorting Totale lasten gezin gemiddelde WOZ E. waarde F. Woonlasten landelijk gemiddelde gezin

Beoordeling onderlinge verhouding De berekende kengetallen, worden afgezet tegen de signaleringswaarden. Bij de rekening scoren we de op de verschillende onderdelen: • Netto schuldquote 121% => categorie B • Netto gecorrigeerde schuldquote 123% => categorie B • Solvabiliteitsrisico 15% => categorie C • Grondexploitatie 6% => categorie A • Exploitatierisico 6% => categorie A • Belastingcapaciteit 92% => categorie A De kengetallen moeten in samenhang worden beoordeeld. Deze beoordeling is positief. De ontwikkeling van alle kengetallen laat een stabiel beeld zien voor de komende jaren. Voor het kengetal van de solvabiliteit zullen wij de komende tijd nadere actie ondernemen.

55

Paragraaf C Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen: a. wegen en kunstwerken; b. riolering; c. water; d. groen; e. gebouwen; f. verlichting; g. speeltuinen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. Inleiding Onze gemeente heeft veel openbare ruimte in beheer. In die openbare ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, speeltuinen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. In de gemeente Bergen vormen de lasten van het onderhoud van kapitaalgoederen ongeveer 10% van de begroting 2024. Dit is inclusief de arbeidsuren en kapitaalslasten. Hieronder is een tabel opgenomen waarin de status van onderhoudsplannen voor kapitaalgoederen is vermeld. Actuele onderhoudsplannen

Jaar vaststelling

Jaar nieuwe vaststelling

Groenstructuurplan Riolerings- en waterplan Verlichtingsplan Onderhoud gemeentegebouwen Wegenonderhoudsplan Onderhoud speeltuinen

2016 2019 2013 2016 2020 2021

2026 2025 2023* 2024 2025 2025

*) Het verlichtingsplan wordt dit jaar geactualiseerd.

Openbaar groen Het groenstructuurplan bepaalt de contouren voor de inrichting van en het onderhoudsniveau voor het groen in de openbare ruimte. Het plan geeft in hoofdlijnen een zicht op het groenareaal. Het groenstructuurplan 2016-2026 bevat een aantal kaders:  Goedkoper maar duurzaam beheer van het groen areaal;  Het accentueren van de landschappelijke verscheidenheid;  Het versterken van de ecologische waarden;  Praktische en doelmatige inrichting.

56

Het doel van het groenstructuurplan is het in beeld brengen van besparingen die mogelijk zijn waarbij met minder manuren het groenareaal op een acceptabel niveau (sober en doelmatig) onderhouden kan worden. Bij het opstellen van het plan is uitgegaan van een beleidsplan voor de komende 10 jaar. Oppervlakte in ha.

Openbaar groen Gras Beplanting

26,22 13,8 12,42

Wegen Als wegbeheerder zijn we verantwoordelijk voor de staat van het onderhoud en de veiligheid van de openbare wegen binnen onze gemeente. Het beheer vraagt een gestructureerde aanpak. De uitkomsten van de wegenschouw, planning en begroting zijn vastgelegd in het digitale beheersysteem van de gemeente Bergen: GBI. In het wegenbeheersplan gaan we uit van: ‘een goede staat van de wegen met een minimaal risico op schade voor weggebruikers. De Nota Wegbeheer 2021-2024 is in december 2021 aan de Raad aangeboden en vastgesteld. Met ingang van het jaar 2020 is de dotatie in de bestemmingsreserve structureel met € 25.000 verhoogd naar € 247.125. In de meerjarenraming is hiermee rekening gehouden. De kapitaallasten van de rehabilitatie van wegen worden gedekt door de reserve kapitaallasten infrastructuur. De stand van deze reserve is € 807.714 op 31 december 2022. Er is structureel € 229.000 in de exploitatie beschikbaar voor onderhoudslasten. Kosten onderhoudsplan wegen

Onderhoudslasten Kapitaallasten Dotatie reserve kapitaallasten Totaal

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

259 628 247

229 764 247

229 815 247

229 811 247

229 971 247

229 971 247

1.134

1.240

1.291

1.287

1.447

1.447

Kunstwerken Een goede en veilige staat van onderhoud van 42 kunstwerken is gegarandeerd door het programmatisch uitvoeren van onderhoud. Op basis van inspecties en kengetallen is een meerjarenplanning voor de onderhoudswerkzaamheden van de kunstwerken opgesteld. Uit deze meerjarenplanning blijkt dat, uitgezonderd een aanvullende investering voor het onderhoud van enkele grote kunstwerken, het structurele jaarlijkse budget voor de komende 5 tot 10 jaar toereikend is. Daarbij dient het per jaar beschikbare budget van € 20.000 van het ene naar het andere jaar overgeheveld te worden. Gelden uit jaren van minder onderhoud worden gespaard voor grote noodzakelijke onderhoudswerken in de toekomst. Riolering en water Het GRP 2020-2025 is een voortzetting van het voorgaande beleid met een prominentere plek voor het klimaat adaptief maken van de leefomgeving. Daarnaast ligt de focus in de planperiode op het continueren van de afkoppel-activiteiten bij particulieren en in de openbare ruimte, het oplossen van een aantal knelpunten van wateroverlast, het verbeteren van waterkwaliteit en regionale samenwerking. In 2023 is een financiële actualisatie doorgevoerd van het GRP. De voorziening riolering is ten behoeve van het onderhoud en vervanging. De stand van de voorziening riolering is per

57

ultimo 2022 € 530.793. Wij gaan er vanuit dat de voorziening toereikend is mits de jaarlijkse verhoging die in het GRP is aangegeven doorgevoerd wordt. De inspecties en het onderhoud worden planmatig uitgevoerd. In 2023 is het kostendekkingsplan van GRP 2020-2025 geactualiseerd. Uit deze prognose blijkt dat de huidige verhoging met € 10 euro + inflatiecorrectie voldoende is om het GRP 2020-2025 uit te voeren. Een ecologisch verantwoorde inrichting van infiltratiebermen en wadi’s draagt bij aan verbetering van de biodiversiteit. Dit is onder meer uitgevoerd op het veldje bij de Boterdijk te Siebengewald en het Kösterplein in Siebengewald. Er is op dit moment geen sprake van achterstallig onderhoud. Gebouwen Het onderhoudsplan voor gebouwen is verouderd en wordt in 2024 herzien. In 2022 werd een groot deel van het gemeentelijk vastgoed opnieuw geïnventariseerd en is de onderhoudsstaat in kaart gebracht volgens de NEN2767-methode voor conditiemetingen. De uitkomsten van de inventarisatie zullen we borgen in een softwarepakket voor facilitair beheer. Dit om overzicht over de objecten te houden, efficiënter te werken, te sturen op risico’s en jaarlijks een geactualiseerd meerjarig onderhoudsplan op te stellen. Het plan zal in 2023 worden afgerond. Op dit moment hebben we circa 49 objecten in eigendom met een verzekerde waarde van € 49 miljoen.

In de loop van 2023 is een verbouwingsplan verder uitgewerkt voor het gemeentehuis om te voldoen aan de huidige Arbo- en duurzaamheidseisen. Het uitgangspunt is sober en doelmatig. Er is op dit moment wel sprake van achterstallig onderhoud aan het gemeentehuis. Verlichting In mei 2013 is het Beleidsplan Openbare Verlichting 2013-2022 vastgesteld. In dit beleidsplan worden de uitgangspunten voor de plaatsing, vervanging, beheer en onderhoud van de openbare verlichting in onze gemeente voor de komende periode van 10 jaar beschreven en vastgelegd. Het plan bevat aanbevelingen die zich richten op de functies en kenmerken van de openbare ruimten met daarbij het gewenste verlichtingsniveau. De uitwerking van dit beleidsplan leidt tevens tot de noodzakelijke investeringen. Vervanging, beheer en het onderhoud van de openbare verlichting wordt jaarlijks uitgevoerd. De bestaande voorziening is omgezet in een bestemmingsreserve en bedraagt ultimo 2022 € 487.544. De dotatie in 2024 bedraagt € 89.000. In 2023 zal een nieuw verlichtingsplan worden vastgesteld. Per 31 december 2022 waren er 3.431 armaturen. De Energiemonitor openbare verlichting 2020 gemeente Bergen (peildatum januari 2021) levert de volgende resultaten op t.o.v. de landelijke doelstellingen  31,4% energiebesparing: doelstelling 50% in 2030.  61,0% energiezuinige verlichting.  39,0% conventionele-armaturen.

Speeltuinen In 2021 is de speeltuinennota herijkt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen in de gemeente Bergen wordt op het niveau “schoon, heel en veilig” uitgevoerd. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. Wij gaan het aantal speeltoestellen niet uitbreiden. Dit omdat er voldoende toestellen zijn. In het vastgestelde speeltuinenbeleid kunnen de speeltoestellen worden vervangen die niet meer veilig zijn en als er nog behoefte aan is. Er is op het moment geen sprake van achterstallig onderhoud. Overzicht onderhoud kapitaalgoederen Onderstaand een totaaloverzicht jaarlijkse kosten van het regulier onderhoud van de kapitaalgoederen(excl. loonkosten).

58

Budgetten per onderdeel (bedragen x €1.000)

Openbaar groen Riolering & water Wegen Verlichting Onderhoud gebouwen Kunstwerken Speeltuinen Totaal

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

117 408 258 60 106 49 19

152 408 258 57 65 20 20

152 408 258 57 65 20 20

152 408 258 57 65 20 20

152 408 258 57 65 20 20

152 408 258 57 65 20 20

1.017

980

980

980

980

980

59

Paragraaf D Financiering Algemeen De paragraaf financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. Voor gemeenten is de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) van toepassing. De belangrijkste uitgangspunten van de Wet Fido zijn het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden alsmede het beheersen van renterisico’s. Het beleid voor de financiering binnen de gemeente Bergen is geregeld in het treasurystatuut 2021 dat is vastgesteld door de raad op 26 april 2021. Het treasurystatuut is het geheel aan regels waarbinnen de treasury-activiteiten plaats moeten vinden. Het betreft niet alleen de regels waar de treasuryfunctie zich aan moet houden, maar ook de bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van treasury-activiteiten.

Algemene interne en externe ontwikkelingen Intern Maandelijks wordt bekeken aan de hand van het banksaldo, het saldo van de schatkist en de liquiditeitenprognose of er een langlopende lening afgesloten moet worden of dat het mogelijk is om overtollige middelen weg te zetten. De ontwikkelingen op de kapitaalmarkt van kortlopende- en langlopende financieringsmiddelen zijn ook mede bepalend voor het moment waarop een lening aangetrokken wordt. De rente is afgelopen periode behoorlijk gestegen door renteverhogingen van de ECB. We blijven dit goed monitoren en actie ondernemen als dit noodzakelijk is. Het treasurystatuut is ook gericht op het voorkomen van risico’s bij het uitzetten van gelden. Met de invoering van het schatkistbankieren zijn de mogelijkheden tot het uitzetten van gelden verder beperkt. Extern Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het verwachte verloop van de rente. De gegevens van deze rentevisie zijn afkomstig van onze huisbankier de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. Relatiebeheer & Kasbeheer De Bank Nederlandse Gemeenten is onze huisbankier. Verder wordt (in zeer beperkte mate) gebruik gemaakt van rekening-courant faciliteiten van de Rabobank. Deze rekening wordt vooral gebruikt voor het afstorten van contanten uit de kassa’s van het KCC.

Liquiditeitspositie Hieronder is de gemiddelde liquiditeitspositie over het jaar 2022, begroting 2023 en begroting 2024 opgenomen. We hebben een rekening-courant faciliteit met de BNG-bank, waarbij de kredietlimiet € 500.000 bedraagt. De rentevergoeding voor deze faciliteit bedraagt: 1-maands Euribor met een opslag van 12 basispunten.

60

Berekening van de liquiditeitspositie

Rekening

(bedrag x € 1.000)

2022

Berekening vlottende schuld Vlottende schuld Vlottende middelen Per saldo vlottende schuld

Begroting Begroting 2023 primitief 2024

0 288 -288

0 292 -292

0 290 -290

Berekening van de kasgeldlimiet Begrotingstotaal Ministerieel percentage Kasgeldlimiet

55.211 8,5 4.693

35.281 8,5 2.999

43.573 8,5 3.704

Berekening ruimte binnen kasgeldlimiet Gemiddelde vlottende schuld Kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet

-288 4.693 4.981

-292 2.999 3.291

-290 3.704 3.994

Rentebeleid In de BBV is bepaald dat in de paragraaf Financiering een renteschema wordt opgenomen waaruit ook het renteresultaat blijkt. Daarnaast moet inzicht geboden worden in de financieringsbehoefte. Begroting 2023 primitief

Begroting 2024

114.447 -69.283 45.164

139.737 -66.583 73.154

289.550 -43.610 245.940

2.727

11.440

0

0

0

0 2.727

0 -11.440

0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

47.891

61.714

245.940

Aan taakvelden toebedeelde rente

-169.227

-136.709

-283.388

Renteresultaat

-121.336

-74.995

-37.448

Rekening 2022

Renteschema

Externe rentelasten Externe rentebaten Rentesaldo Rente die doorberekend moet worden aan het grondbedrijf Rente projectfinanciering die doorberekend moet worden aan taakveld Rentebaat van doorverstrekte leningen die die doorberekend moeten worden aan taakveld Rente naar taakvelden Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Rente over vermogen Te verdelen rentekosten

61

Risicobeheer Het renterisico van de vlottende schuld wordt bepaald op basis van de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet wordt vastgesteld op basis van een percentage van de totale begrotingsomvang. Het percentage is door de minister vastgesteld op 8,5%. De gemeente mag voor deze ruimte kortlopende schulden aangaan. Verantwoording over de ruimte binnen de kasgeldlimiet wordt afgelegd aan de provincie. De kasgeldlimiet is gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Doordat de kortlopende schuld structureel niet hoger mag zijn dan de kasgeldlimiet, wordt het risico beperkt op grote fluctuaties in de korte rente, waarmee het begrotingsevenwicht in gevaar zou kunnen komen. Kasgeldlimiet De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kort- en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot één jaar, dient rekening gehouden te worden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de wet FIDO. De kasgeldlimiet is gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal in 2024 € 3,7 miljoen. Doordat de kortlopende schuld structureel niet hoger mag zijn dan de kasgeldlimiet, wordt het risico beperkt op grote fluctuaties in de korte rente, waarmee het begrotingsevenwicht in gevaar zou kunnen komen.

Zoals aangegeven bij het kengetal over de solvabiliteit zullen wij de komende periode inzetten op extra aflossen van geldleningen. Kasgeldlimiet x € 1.000 Totale lasten Ministerieel percentage Kasgeldlimiet

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

39.466 8,5% 3.354,61

53.159 8,5% 4.518,52

43.573 8,5% 3.703,71

43.310 8,5% 3.681,35

40.668 8,5% 3.456,78

40.530 8,5% 3.445,05

Renterisiconorm Het renterisico over de vaste schuld wordt uitgedrukt in de mate van overschrijding van de renterisiconorm. De renterisiconorm is een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage (sinds 2001 vastgesteld op 20%) van de vaste schuld per 1 januari van het betreffende jaar. Renterisiconorm x € 1.000 Totale lasten Ministerieel percentage Rente risiconorm

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

39.466 20% 7.893,20

53.159 20% 10.631,80

43.573 20% 8.714,60

43.310 20% 8.662,00

40.668 20% 8.133,60

40.530 20% 8.106,00

Leningenportefeuille De huidige leningenportefeuille bestaat uit drie leningen aangegaan met de NV Bank Nederlandse Gemeenten en één met de Nederlandse Waterschapsbank N.V.. Leningen in portefeuille

Omvang per 1 januari Vervroegde aflossingen Reguliere aflossingen Nieuw aangetrokken leningen Omvang per 31 december

Rekening 2022

36.380.600 0 2.301.275 7.500.000 41.579.325

Begroting 2023

41.579.325 0 3.051.275 0 38.528.050

62

Begroting 2024

38.528.050 0 3.051.275 0 35.476.775

Paragraaf E Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Algemeen De Gemeente Bergen acteert in een dynamische omgeving waarin zij haar toegevoegde waarde naar partners en burgers voortdurend moet bewijzen en waarin de verwachtingen hooggespannen zijn. Organisatie (ontwikkeling) Een goed openbaar bestuur doet er toe en dient daarin ondersteund te worden door een goed toegerust ambtelijk apparaat. Uitgangspunt is een sterke en flexibele eigen organisatie. In 2023 is verder gewerkt aan de organisatievisie en een daarbij passende structuur. De organisatievisie is gestoeld op vier thema’s, te weten leiderschap, kwaliteit werkorganisatie, dienstverlening en personeel & organisatie. De stand van zaken over de uitgevoerde maatregelen wordt hierna aan de hand van de 4 thema’s van organisatieontwikkeling toegelicht. Leiderschap In 2023 is de rol van coördinator geëvalueerd en verduidelijkt op rol- en taakstellingen. Deze rol is belegd binnen elk team zodat er voor medewerkers een eerste aanspreekpunt is. Hiërarchisch gezien blijft de afdelingsmanager verantwoordelijk maar wordt deze ondersteund door de coördinator in de dagelijkse aansturing.

Met het leidinggevend kader worden periodiek werksessies gehouden waarin de afstemming plaatsvindt over de 4 thema’s van organisatieontwikkeling. Dienstverlening In 2023 is verder uitvoering gegeven aan het programma dienstverlening. Een plan dat meerjarig voorziet in concrete maatregelen om de dienstverlening te verbeteren. Periodiek wordt de raad over de stand van zaken geïnformeerd. Alle medewerkers hebben in 2023 de training “Hoe klantgericht ben jij” gevolgd. Medewerkers zijn hiervoor random ingedeeld en dit leverde een mooie mix aan inzichten en ervaringen op. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar deel 2 programmaverantwoording, thema 'Publieke dienstverlening'. Kwaliteit werkorganisatie In 2023 is verder uitvoering gegeven aan de implementatie van het zaaksysteem en na afronding is er veel aandacht en tijd gestoken in het verfijnen en werkbaar houden van de processen. Blijvende aandacht zal er in 2024 zijn voor procesoptimalisatie, snelheid, betrouwbaarheid en continuïteit van onze dienstverlening. De regels rondom de rechtmatigheid gaan veranderen. In samenspraak met de auditcommissie en de accountant is een verkenning gedaan naar de wijze waarop hieraan invulling wordt gegeven. Het jaar 2022 heeft als pilot gediend en in de jaarrekening heeft het college hierover een verklaring toegevoegd in de paragraaf bedrijfsvoering.

De Rekenkamercommissie heeft afgelopen jaar onderzoek gedaan naar informatieveiligheid, zowel de systemen als de processen. Het rapport is eind vorig jaar opgeleverd en het college heeft aangegeven uitvoering te geven aan de gedane aanbevelingen. Personeel en organisatie In 2023 is verder uitvoering gegeven aan het up to date houden van arbeidsvoorwaarden. De personeelsdossiers van medewerkers zijn gedigitaliseerd en worden up to date gehouden. Ook gespreksverslagen van functionerings- en boordelingsgesprekken zijn onderdeel van dit dossier. Op het gebied van Arbo/Rie is geïnvesteerd in een nieuw systeem voor bedrijfshulpverlening en zijn ook nieuwe medewerkers hiervoor opgeleid. De grote verbeterpunten voor de komende jaren met betrekking tot arbeidsomstandigheden zijn gekoppeld aan de aanpassingen van het gemeentehuis en gemeentewerf. In samenwerking met het MT is er gestart het leerplatform "de Bergen Academie". Een eigen opleidingsplatform waarin medewerkers met en van elkaar kunnen leren. Dit door middel van e-

63

learningmodules in combinatie met workshops voor en door medewerkers. De focus ligt hierbij op het opwaarderen van het eigen vakmanschap en vitaliteit. Voorbeelden hiervan zijn workshops door eigen medewerkers, denk hierbij aan de Griffie, Financiën en uitleg over de mandaatregeling door Juridische Zaken. De Bergen Academie is een dynamisch concept van en voor medewerkers. In 2024 zal verder invulling gegeven worden aan vitaliteitsbeleid. Dit betekent dat er geïnvesteerd wordt in randvoorwaarden om medewerkers fit voor het werk te houden. Dit hangt natuurlijk samen met goede werkomstandigheden en ontwikkelen van vaardigheden maar ziet ook op maatregelen die medewerkers zelf kunnen nemen op het gebied van gezondheid waarin de werkgever ondersteunend/faciliterend kan zijn. Regionale samenwerking Het coalitieakkoord gaat er vanuit, dat wij waar mogelijk en nodig blijven samenwerken met andere overheden. De gemeente Bergen wil op regionaal niveau een betrouwbare strategische partner zijn voor onze buurgemeenten in Nederland en Duitsland. Echter, samenwerken is geen doel op zich, maar moet in het belang zijn van onze gemeente. Tot op heden hebben wij in Noord- en Midden Limburg meerdere samenwerkingsverbanden. Sommige zijn wettelijk voorgeschreven, andere zijn vrijwillig aangegaan.

Alle zijn daarbij van invloed op onze organisatie vanuit de gedachte dat dit (op termijn) zijn effect krijgt op kwaliteit en kosten. Te noemen zijn:  Te noemen zijn:De RUD (Regionale Uitvoeringsdienst), waar tenminste de basistaken milieu worden uitgevoerd.  De Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) voor crisisbeheersing, openbare veiligheid en gezondheidszorg.  Uitvoering van de Regiovisie Bergen, Gennep en Mook en Middelaar, ter versterking van de regionale structuur. De gebiedsvisie Top van Limburg vormt de schakel tussen de Regiovisie BGMM uit 2010 en een concrete uitwerking in projecten die in onderlinge samenhang te realiseren zijn en waar stakeholders een actieve bijdrage aan leveren.  Grensoverschrijdende samenwerking tussen de gemeenten Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Goch, Kalkar, Mook en Middelaar, Uedem en Weeze. Mogelijkheden voor een nieuw gezamenlijk Interreg-project worden gezocht, waarbij ingezet wordt op grensoverschrijdende samenwerking.  In de Regio Noord-Limburg is gezamenlijk door de 8 gemeenten gewerkt aan het uitvoeren van de Regiovisie en uitvoeringsprogramma. Enerzijds via de Regiodeal, een partnerschap tussen Rijk en regio om brede maatschappelijke opgaven vanuit de regio op te pakken. Anderzijds via de investeringsagenda, een samenwerking tussen Provincie en Regio.

Er zijn eind 20232 drie vier tranches met projecten geweest, met als doel een gezonde regio, waar je prettig woont, werkt, leert en onderneemt.  De MGR sociaal domein voor gezamenlijke inkoop van zorg. Personeelskosten Vaste en tijdelijke personeelskosten Het ingerichte proces van managementrapportages zorgt er voor dat we voldoende stuurinformatie hebben en in control zijn op gebied van personele kosten. Bestuurlijk wordt elk kwartaal gerapporteerd. De externe inhuur wordt ingezet daar waar specifieke expertise ontbreekt. Voorop staat dat er eerst gekeken wordt naar kansen voor de eigen medewerkers in de zin van ontwikkelkansen. Jobcarving (werk passend bij capaciteiten en behoeften werknemer) en investeren in het opleiden van medewerkers in de praktijk helpt de organisatie in het vinden van oplossingen in een overspannen arbeidsmarkt. Bezetting De inhuur van externen laat een daling zien in de uitgaven. De gemeente Bergen blijft inzetten op het zoveel mogelijk structureel invullen en de vaak duurdere tijdelijke externe inhuur te beperken. Voor bepaalde taken is externe inhuur noodzakelijk vanwege specifieke expertise en soms ook vanwege de tijdelijkheid van een opdracht. De organisatie realiseert bovengenoemd streven door organisatie breed te kijken naar oplossingsmogelijkheden.

Voorbeelden hiervan zijn vacaturebeleid, herbezetting door langdurig ziekteverzuim, tijdelijke specifieke kennis inhuren of het invullen van moeilijk invulbare vacatures door externen. Dit verklaart de toename in bezetting en de afname in de uitgaven van externe inhuur.

64

65

Arbeidsvoorwaarden CAO-onderhandelingen VNG, de WSGO, FNV Overheid, CNV Overheid en PDO hebben pas op 21 februari 2023 een principeakkoord voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO (samenwerkende gemeentelijke organisaties) gesloten met een looptijd tot 1 januari 2024. Met dit akkoord willen sociale partners uiting geven aan de waardering voor de inzet van de medewerkers bij het oppakken van de vele en veranderende maatschappelijke opgaven voor de gemeentelijke sector. De financiële afspraken (loonstijging 5-9% afhankelijk van salarisschaal) komen tegemoet aan de noodzaak om (extra) te investeren in de koopkracht van de medewerkers die daarin zo’n vitale rol hebben, en in de aantrekkelijkheid van de gemeentelijke sector voor zittende en nieuwe medewerkers. De onderhandelingen voor de nieuwe CAO vanaf 2024 zullen dit jaar dan wel begin 2024 afgerond worden. In- en uitstroom Met behulp van enkele afbeeldingen is het in één oogopslag duidelijk dat de organisatie op een gezonde manier bezig is met haar personeelsbeleid. De beelden laten een organisatie in control zien zonder extremen. Dat wil zeggen geen grote schommelingen. Het beeld in de groep 55 jaar en ouder kent voornamelijk een natuurlijk verloop, zoals zelf vervroegd stoppen met werken, of het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd.

De uitstroom in overige categorieën heeft te maken met persoonlijke ambitie welke gevonden is buiten de organisatie. De afbeeldingen instroom, in relatie tot het inhuren van externen, geeft eveneens een beeld van in control zijn. Het lukt de organisatie, ook in deze turbulente arbeidsmarkt om nieuwe “jongere” medewerkers aan de organisatie te binden.

66

67

Strategische personeelsplanning Van belang is aandacht te hebben voor de personeelsplanning nu en in de toekomst. Dit vraagt een goed beeld van de competenties en potentials in de eigen organisatie gerelateerd aan de opgaven de komende jaren alsmede inzicht in de arbeidsmarkt, zoals de beroepen waarbij schaarste is. Binnen het overheidsdomein worden door veel partijen (o.a. A&O fonds) deze ontwikkelingen nauwlettend gevolgd. Ook de gemeente Bergen wil tijdig inspelen op ontwikkelingen door middel van het instrument van strategische personeelsplanning. Zicht hebben op wie de organisatie de komende jaren gaat verlaten op basis van leeftijd en weten waar medewerkers moeilijk te vervangen zullen zijn gelet op de krapte op de arbeidsmarkt. Daar waar medewerkers gekoppeld zijn aan bedrijf kritische processen willen we tijdig inspelen op vervanging dan wel opleiding van eigen medewerkers. In 2024 willen we concreet inzichtelijk hebben welke opgave we de komende jaren in dit opzicht hebben. Vooruitdenken en handelen en zo voorkomen dat we ad hoc zijn overgeleverd aan marktpartijen. Zoals aangegeven vraagt het borgen van continuïteit in personele capaciteit en kwaliteit om tijdig anticiperen op de feitelijke situatie.

De huidige populatie ambtenaren van de gemeente Bergen 28% > 60 jaar maakt de dienstverlening kwetsbaar als we niet tijdig inspelen op de realiteit en de immer nog krappe arbeidsmarkt. Dit kan betekenen dat ook de gemeente Bergen gelet op het inspelen op bovengenoemde ontwikkelingen extra middelen vrij zou moeten maken om medewerkers eerder aan te nemen en op te leiden/begeleiden dan de datum waarop de huidige medewerker de organisatie zal verlaten. Een soort dubbele bezetting gedurende een bepaalde tijdspanne. Arbo & RIE Voor een goede huisvesting van het personeel is het afgelopen jaar verder gewerkt aan de plannen tot aanpassing van het gemeentehuis. Relevante wet- en regelgeving nopen tot een aanpak op diverse onderdelen, met name klimatologische maatregelen, verduurzaming en verbetering van enkele functionaliteiten. In een afzonderlijk traject zal in 2023 een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Ziekteverzuim

Het ziekteverzuimpercentage is gedefinieerd als het totaal aantal ziektedagen van de medewerkers, in procenten van het totaal aantal beschikbare kalenderdagen van de medewerkers in enig jaar. Het verzuimpercentage kan in de volgende klassen worden verdeeld: - Kort verzuim: verzuim dat maximaal 7 kalenderdagen duurt - Middellang verzuim: verzuim dat 8 tot en met 42 kalenderdagen duurt - Lang Verzuim: verzuim dat tot en met 365 kalenderdagen duur - Extra lang verzuim: verzuim dat 366 kalenderdagen of langer duurt

68

In de opbouw dient te worden meegenomen dat er in 2022 nog sprake was van een relatief hoog ziekteverzuim van 6,3%. In twee frequente langdurige verzuimgevallen is er sprake van het beëindigen van het dienstverband. Twee langdurig zieke medewerkers zijn in de loop van 2023 weer volledig hersteld gemeld. De doorvertaling hiervan zal volgens verwachting tot gevolg hebben dat het verzuimpercentage in 2023 lager gaat uitkomen. De huidige lopende ziekte casuïstiek betreft medewerkers met een medische oorzaak. De organisatie blijft consequent sturen op de uitvoering van de Wet verbetering Poortwachter in nauwe samenspraak met leidinggevenden en de Arbodienstverlener, de Bedrijfspoli. Informatisering en automatisering De eerste stappen zijn gezet naar een nieuwe opzet voor de infrastructuur op basis van SAAS (Software As A Service). Hiermee verschuiven een aantal werkzaamheden en verantwoordelijkheden van de gemeente naar de leverende partij. De nadruk bij de gemeente komt hierdoor meer te liggen op regie voeren op applicaties, functioneel applicatiebeheer, security, monitoring en ondersteuning op het gebied van gebruikersbeheer, autorisaties en kantoorautomatisering. Er is veel aandacht besteed aan het verbeteren van de processen en procedures rondom informatieveiligheid.

Op het gebied van netwerk- en device monitoring is de implementatie afgerond van de software die daarin voorziet. Daarnaast is het Information Security Management Systeem (ISMS) vernieuwd, waardoor de bewustwording en verantwoording van de informatiehuishouding beter binnen de hele organisatie is belegd. Op servergebied zijn er veel wijzigingen doorgevoerd, waarbij de besturingssystemen up to date zijn gebracht. Oude software en hardware is uitgefaseerd, waardoor de risico's op misbruik zijn verkleind. Er is meer aandacht voor de informatiehuishouding binnen de organisatie en de gebruikte applicaties, waarbij sterk wordt ingezet op het motto ”de juiste informatie, voor de juiste persoon op het juiste moment beschikbaar hebben”.

69

Paragraaf F Verbonden Partijen Algemeen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat bij de begroting en rekening in een afzonderlijke paragraaf wordt ingegaan op de verbonden partijen. In deze paragraaf van de programmabegroting treft u een gecomprimeerde lijst van de verbonden partijen aan. In de lijst van verbonden partijen staat ten minste de volgende informatie opgenomen (artikel 15 lid 2 BBV) : a. De wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b. Het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c. De verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; d. De verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e. De eventuele risico's van een verbonden partij waar geen maatregelen voor getroffen zijn door de gemeenten en die van materiële betekenis kunnen zijn op de financiële positie van de gemeente. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. Inleiding Gezien het belang van de verbonden partijen voor de gemeente is het gewenst invulling te geven aan de kaderstellende en controlerende rol van de raad op dit terrein.

In deze paragraaf zal, onder verwijzing naar de nota Governance Verbonden Partijen, vastgesteld in 2017, ingegaan worden op de voortgang van de beleidsuitvoering en nieuwe ontwikkelingen. Het vastgestelde beleidskader is toegepast in het onderstaande overzicht van de bestaande verbonden partijen. Huidige bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging bij verbonden partijen:       

Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) Veiligheidsregio Limburg-Noord Omnibuzz Werkvoorziening Aanvullende Arbeid Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord Biblioplus Regionale uitvoeringsdienst (RUD)

De begrotingen en begrotingswijzigingen van bovengenoemde samenwerkingsverbanden worden aan de raad voorgelegd voor een zienswijze. Verbonden partijen waarover advies wordt gegeven aan college:   

Burgemeestersoverleg regio Venlo Het veiligheidshuis Noord-Limburg Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC)

70

Verbonden partijen waarvan gemeente Bergen aandeelhouder is en waarover geen advies wordt gegeven aan college en raad:       

Enexis Holding N.V Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. Claim Staat Vennootschap B.V. Extra Zekerheid Vennootschap B.V. Waterleidingmaatschappij Limburg Bank Nederlandse Gemeenten Inkoopcentrum Zuid

Verbonden partijen waarover geen advies wordt gegeven aan college en raad:                                        

Euregio-Rijn Waal Euregio-Rijn-Maas Noord Regio Venlo BING Gemeenschappelijke Orgaan regeling voor het toezicht op het Openbaar onderwijs Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave, Mill en St. Hubert Regiovisie Bergen/Gennep/Mook Bestuurlijk overleg Maas Werkbedrijf Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz Lokale educatieve en welzijnsagenda O.O.G.O. (Op Overeenstemming Gericht bestuurlijk Overleg) Overleg orgaan toezicht openbaar onderwijs De lokale Driehoek (Burgemeester, Officier Openbaar Ministerie, Chef Politie) Regionaal bestuurlijk overleg Regiovisie Sport Limburgs integriteitsoverleg Fluglärm Commission Gemeenschappelijke luchtverkeerscommissie Regionaal Mobiliteitsoverleg Nazorgorganisatie/Bodemzorg Overleg openbaar vervoer 7 Burgemeesters overleg Stichting Leisure port Stichting promotieplatform Maasduinen Stichting Limburg-Noord Routebureau Noord- en Midden Limburg Toeristisch platform Platform Noordelijke Maasvallei Overlegorgaan Nationaal Park de Maasduinen Maascorridor Industriële kring Contactgroep Flammert Coördinatieoverleg EZ Werkgroep Ruimte en Economie Werkgroep Wonen Noord-Limburg Werkgroep Landelijk gebied Regionale Energie Alliantie Waterpanel Noord Stuurgroep Wonen Noord-Limburg Stichting de Marke

71

Overzicht verbonden partijen

Omnibuzz Vestigingsplaats

Geleen

Website

https://www.omnibuzz.nl

Gemeentelijk belang

Omnibuzz is verantwoordelijk voor het (collectief) vraagafhankelijk vervoer (CVV) voor klanten met een indicatie vanuit de Wmo.

Gemeentelijk aandeel

€ 212.648

Vertegenwoordiging

Wethouder Buijsse

Beleidsverantwoording

De missie van Omnibuzz is: “Goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar doelgroepenvervoer voor nu en later”. Het doel is, het bieden van de beste service op het gebied van (aangepast) vervoer. Om te kunnen sturen op de best passende vervoersoplossingen, is Omnibuzz ingericht als mobiliteitscentrale. Bij het realiseren van haar ambities gaat Omnibuzz uit van drie pijlers: - het kantelen van vervoer en het gebruik van OV stimuleren; - het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer; - Omnibuzz als slimme organisatie. De geactualiseerde ingeschatte risico’s van de GR Omnibuzz zijn als volgt bepaald: 1. Verminderd draagvlak en/of draagkracht bij gemeenten voor de missie en visie van Omnibuzz. 2. Beheersbaarheid van het vervoer. 3. Kwetsbaarheid taxibedrijven. 4. Kennis en inzetbaarheid intern personeel. Voor de geïdentificeerde risico’s geldt dat Omnibuzz passende maatregelen treft om deze risico’s te mitigeren en beheersbaar te houden. Op basis van een impactanalyse is de minimum (€ 520.000) en maximum (€ 1.308.000) stand van de algemene reserve berekend. Het saldo primo € 900.000 ligt binnen deze bandbreedte.

Risico's

Eigen vermogen 1-1-2024

€ 1.017.498

Eigen vermogen 31-12-2024 € 1.011.373 Vreemd vermogen 1-1-2024 € 5.406.774 Vreemd vermogen 31-122024 Verwacht resultaat 2024

€ 4.689.815 €0

72

Regionale Uitvoeringsdienst Vestigingsplaats

Venray

Website

https://www.rudlimburgnoord.nl

Gemeentelijk belang

Samenwerking op basis van een Gemeenschappelijke Regeling binnen Noord - en Midden Limburg op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor taken uit het werkveld van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN) is één van de 29 Omgevingsdiensten die Nederland heeft. Namens haar 16 deelnemers is de GR RUD LN belast met de uitvoering van taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, gericht op een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Activiteiten die het leefmilieu belasten kunnen langdurige effecten op onze gezondheid hebben en zijn daarom aan regels gebonden. Er wordt gecontroleerd of deze regels in de praktijk worden nagekomen en desnoods wordt er corrigerend opgetreden (handhaving). Daarnaast zijn het vooral grote maatschappelijke (milieu)vraagstukken die extra aandacht vragen: energiebesparing/duurzaamheid, stikstofproblematiek, ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) en waterkwaliteit. Deelname aan de RUD is voor een aantal taken, de zogenaamde basistaken, verplicht op grond van de Wet VTH (Hfst 5 van de Wabo).

Gemeentelijk aandeel

€ 25.852

Vertegenwoordiging

Burgemeester Pelzer

Beleidsverantwoording

De doelstelling van het programma is om in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH taken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, flexibele, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn. De dienstverlening wordt verbeterd door: 1. Een 'level playing field' (gelijke benadering en behandeling onder de GR RUD LN); 2. Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden.

73

Risico's

De RUD LN inventariseert jaarlijks de risico's waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering. De RUD LN beschikte tot voor kort niet over een algemene reserve. Het Algemeen Bestuur is in de Begroting voor 2024 voorgesteld om het positieve jaarrekeningresultaat over 2022 (€ 135.000) te storten in een te vormen algemene reserve. Naast deze algemene reserve beschikt de RUD LN in de begroting over een post onvoorzien ter hoogte van €50.000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden. Risicobeheersing Mochten de risico's in een jaar boven de post onvoorzien uitkomen, dan worden deze doorberekend aan de deelnemers conform de GR. Er wordt bewust voor gekozen om niet alle mogelijke risico's af te dekken. Enerzijds omdat er vanuit gegaan wordt dat niet alle risico's zich tegelijkertijd zullen voordoen. Anderzijds omdat het rekeningresultaat (positief dan wel negatief) verrekend wordt met de deelnemers. Mochten de risico's in een jaar boven de post onvoorzien uitkomen , dan dienen deelnemers deze extra kosten te betalen conform de GR.

Eigen vermogen 1-1-2024

€ 309.000

Eigen vermogen 31-12-2024 € 309.000 Vreemd vermogen 1-1-2024 € 0 Vreemd vermogen 31-122024 Verwacht resultaat 2024

€0 €0

74

Werkvoorziening Aanvullende Arbeid Venlo e.o. (WAA) Vestigingsplaats

Venlo

Website

http://www.waagroep.nl

Gemeentelijk belang

De doelstelling van WAA is het - voor en namens de deelnemende gemeenten - als Gemeenschappelijke Regeling uitvoering geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Participatiewet onderdeel Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) in de regio Venlo tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Gemeentelijk aandeel

€ 25.000

Vertegenwoordiging

Wethouder Buijsse

Beleidsverantwoording

Visie en missie zijn concreet vertaald in onderstaande strategische items en uitgangspunten: “De WAA organisatie overall…..: - Heeft sociaal en financieel renderende strategische allianties en cocreaties met het regionale bedrijfsleven en overheden”. - Realiseert voor haar SW-medewerkers duurzame plaatsingen in groepen bij opdrachtgevers. - Ambieert samen met haar SW-medewerkers ontplooiing gericht op maximale loonwaarde”. - Is een proces- en resultaatgerichte organisatie waarin met plezier gewerkt wordt”. De strategische koers is verder vertaald door het Bestuur en vastgelegd in strategische uitgangspunten en beleidslijnen. Risico’s voor Schap als publiekrechtelijke organisatie: • Optimalisatie- en finetuning proces • Mogelijke herijking bestuurlijke constellatie WAA • Risico’s uit hoofde van de WSW • Risico’s naar aanleiding van gemeentelijke herindeling • Demografische risico’s • Fiscale risico’s • Financieringsrisico’s • Risico’s Covid-19 ten aanzien van Rijksbijdrage WSW Bedrijfsrisico’s vanuit het ondernemerschap:

Risico's

Eigen vermogen 1-1-2024

€ 3.103.000

Eigen vermogen 31-12-2024 € 2.792.000 Vreemd vermogen 1-1-2024 € 310.000 Vreemd vermogen 31-122024 Verwacht resultaat 2024

€ 160.000 € -311.000

75

Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Vestigingsplaats

Roermond

Website

https://bsgw.nl/nl

Gemeentelijk belang

BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende waterschappen en gemeenten de zorg voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen en beheert de authentieke basisregistratie WOZ (administratie en waardering). BsGW draagt zorg voor het heffen en innen van in beginsel alle lokale belastingen van gemeenten en waterschappen. De keuze welke belastingen door BsGW worden uitgevoerd wordt bepaald door de deelnemer. Het takenpakket bestrijkt het taakveld van advisering en opstellen van conceptverordening(en), de opbouw van benodigde basisregistraties, het opleggen en innen van de aanslagen tot en met de dwang invordering en oninbaar verklaring. Afhandeling van klantreacties gedurende deze processtappen behoort eveneens tot het takenpakket.

Gemeentelijk aandeel

€ 223.000

Vertegenwoordiging

Burgemeester Pelzer

Beleidsverantwoording

De strategische doelstellingen van BsGW zijn: - daling kosten deelnemers; - minimaal gelijkblijvende kwaliteit van de dienstverlening; - vergroting digitale dienstverlening.

Risico's

1. Datalek, hackers aanvallen en overige ICT-storingen 2. Uitbesteding van niet-kernactiviteiten 3. Fraude 4. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden 5. Overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW 6. Ambitieuze raming opbrengst vervolgingskosten 7. Frictiekosten personeel

Eigen vermogen 1-1-2024

€ 1.203.000

Eigen vermogen 31-12-2024 € 1.203.000 Vreemd vermogen 1-1-2024 € 6.507.000 Vreemd vermogen 31-122024 Verwacht resultaat 2024

€ 5.941.000 €0

76

Veiligheidsregio Limburg Noord Vestigingsplaats

Venlo

Website

https://www.vrln.nl

Gemeentelijk belang

De Veiligheidsregio Limburg-Noord geeft vorm en inhoud aan samenwerking tussen gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en heeft tot doel: I. Het behartigen van de belangen van de gemeenten en hun inwoners op het gebied van: a) brandweerzorg b) geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen c) rampenbestrijding en crisisbeheersing d) bevordering van multidisciplinaire uitvoering van rampenbestrijding, crisisbeheersing en bestrijding van zware ongevallen e) bevordering van samenhangend integraal veiligheidsbeleid in de regio. II. Het behartigen van die taken die door de wet- en regelgeving aan gemeenten zijn toegekend op het gebied van collectieve preventie volksgezondheid en maatschappelijke zorg. Hiervoor moeten gemeenten uit de regio samenwerken. Dat is efficiënter en effectiever.

Gemeentelijk aandeel

€ 1.829.053

Vertegenwoordiging

Burgemeester Pelzer (Wethouder Ponjee v.w.b. GGD)

Beleidsverantwoording

De Veiligheidsregio Limburg-Noord geeft vorm en inhoud aan samenwerking tussen gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en heeft tot doel: I. Het behartigen van de belangen van de gemeenten en hun inwoners op het gebied van: a) brandweerzorg b) geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen c) rampenbestrijding en crisisbeheersing d) bevordering van multidisciplinaire uitvoering van rampenbestrijding, crisisbeheersing en bestrijding van zware ongevallen e) bevordering van samenhangend integraal veiligheidsbeleid in de regio. II. Het behartigen van die taken die door de wet- en regelgeving aan gemeenten zijn toegekend op het gebied van collectieve preventie volksgezondheid en maatschappelijke zorg. Hiervoor moeten gemeenten uit de regio samenwerken. Dat is efficiënter en effectiever.

Risico's

Vanuit de risico inventarisatie is een benodigd weerstandsvermogen becijferd van € 1,25 mln. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dit bedrag van € 1,25 mln aan te houden.

77

Eigen vermogen 1-1-2024

€ 6.047.000

Eigen vermogen 31-12-2024 € 5.603.000 Vreemd vermogen 1-1-2024 € 33.182.000 Vreemd vermogen 31-122024 Verwacht resultaat 2024

€ 42.839.000 € 305.000

78

Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Vestigingsplaats

Venray

Website

https://sociaaldomein-limburgnoord.nl

Gemeentelijk belang

De MGR is eind 2014 opgericht. Aanleiding voor de instelling van deze gemeenschappelijke regeling zijn de drie decentralisatieopgaven (Jeugd wet, Wmo en Participatie wet) en de hierbij gewenste transformaties. Gemeenten pakken de meeste taken lokaal op. Echter, voor een aantal opgaven is regionale samenwerking noodzakelijk. De MGR is opgericht om de samenwerking in het sociaal domein op uitvoerend niveau vorm te geven. Deze samenwerking is in het afgelopen jaar uitgebreid met een tweede module (beschermd wonen, maatschappelijke opvang en bemoeizorg & preventie), waarbij ook het aantal deelnemende gemeentes is uitgebreid.

Gemeentelijk aandeel

€ 118.720

Vertegenwoordiging

Wethouder Ponjee

Beleidsverantwoording

• Vanuit sturing en inkoop is het contractmanagement vanaf 2022 via de MGR breder vorm gegeven. • Module 1 ziet hoofdzakelijk op 'opdracht geven in het sociaal domein' waar dit vooral ziet op het uitvoeren van de inkoop, uitvoeren van contractmanagement en sturen vanuit data management. • Vanuit module 2 is er een verdergaande samenwerking tussen de deelnemende gemeentes vorm gegeven. Hierbij zijn de taken van de MGR hetzelfde als voor module 1. Daarnaast heeft de MGR een belangrijke kassiers- en beheerfunctie van de financiële middelen op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen, maatschappelijke opvang en bemoeizorg & preventie. De risico’s die binnen de MGR en de module Opdrachtgevers op dit moment onderkend worden, naast het niet realiseren van te leveren prestaties, zijn: • Risico op onvoorziene budgetoverschrijdingen; • Bedrijfscontinuïteit/ onvoldoende gekwalificeerd personeel; • Niet adequaat inspelen op nieuwe ontwikkelingen in wet- en regelgeving binnen het sociaal domein; • Rechtszaken inkooptrajecten.

Risico's

Eigen vermogen 1-1-2024

€0

Eigen vermogen 31-12-2024 € 0 Vreemd vermogen 1-1-2024 € 0 Vreemd vermogen 31-122024 Verwacht resultaat 2024

€0 €0

79

Paragraaf G Grondbeleid Algemeen De paragraaf grondbeleid bevat ten minste: a. een visie op het grondbeleid. Dit in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting; b. een aanduiding van de manier waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert; c. een actuele voorspelling van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie; d. een onderbouwing van de winstneming 2021; e. de beleidsuitgangspunten over de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken. Bij het schrijven van de paragraaf houden we rekening met de indeling van het BBV. Inleiding Door middel van het grondbeleid kan de gemeente invloed uitoefenen op de wijze waarop de gronden worden gebruikt. Sturing van het grondgebruik door middel van het grondbeleid draagt bij aan de realisatie van doelstellingen op het gebied van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, infrastructuur en financiën. Onder grondbeleid verstaan we het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om de vastgestelde ruimtelijke, en deels ook economische, doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar staat ten dienste aan de realisatie van de bestuurlijk gewenste ruimtelijke doelstelling.

De gemeente wil haar beleidsinstrumentarium optimaal inzetten zodat haar ruimtelijke en economische doelstellingen kunnen worden behaald en de financiële risico’s beheersbaar kunnen worden gehouden. Met betrekking tot het grondbeleid staan twee concrete beleidsdoelen voor ogen:  Het voeren van een actieve grondpolitiek waarbij door middel van het opstellen van bestemmingsplannen woningbouwmogelijkheden in alle kernen worden gecreëerd;  Het voorbereiden en realiseren van woningbouw. Met de raad is afgesproken om: * Jaarlijks de actuele exploitatieopzetten aan de raad te presenteren. * Jaarlijks een actuele winstberekening te maken en deze te verwerken in de jaarrekening. Bij actief grondbeleid koopt de gemeente zelf als marktpartij gronden en panden aan, maakt bouw- en woonrijp en verkoopt de bouwrijpe gronden vervolgens ten behoeve van de ontwikkeling daarvan. Op deze manier verschaft de gemeente zichzelf maximale sturing in zowel productie als exploitatie van het ontwikkelgebied. Dit is de grootste zekerheid dat de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Op basis van de BBV-notitie 'grondexploitatie' hanteren we een berekening om de rentelast voor het grondbedrijf te onderbouwen. Voor onze gemeente bedraagt de jaarlijkse rentelast in 2024 1,5%.

Regionale structuurvisie Wonen Noord-Limburg De raad heeft de woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze biedt voldoende ruimte voor de woningbouwambities van de gemeente Bergen. De raad heeft de vaststelling van het gemeentelijk woningbouwprogramma neergelegd bij het college. Het vaststellen van een gemeentelijk woningbouwprogramma en het toevoegen/muteren van woningbouwplannen aan dat programma is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast heeft de minister alle regio's en gemeenten gevraagd een bijdrage te leveren aan de landelijke versnelling van de woningbouwopgave. Het bod uit 2022 resulteert in een woondeal met het Rijk. De gemeente draagt daarin bij zoveel ze kan.

80

Nationale Woon- en Bouwagenda en Programma woningbouw We staan in Nederland voor een grote woningbouwopgave. De Rijksoverheid neemt regie op de volkshuisvesting middels de Nationale Woon- en Bouwagenda. Hierin staat opgenomen dat er tot en met 2030 900.000 woningen gerealiseerd dienen te worden en dat er tevens een versnelling dient plaats te vinden in woningbouwrealisaties. Hoe gemeenten hieraan tegemoet gaan komen, en wat ze hiervoor nodig hebben vanuit medeoverheden, wordt opgenomen in landelijk af te sluiten Woondeals. Op 9 maart 2023 is de overeenkomst ‘Wonen in Limburg, bereikbaar voor iedereen!’; de woondeal; met Rijk, provincie Limburg en de Limburgse gemeenten aangaan. Bijdrage Bergen De bijdrage kent een kwantitatieve en kwalitatieve component. Kwantitatief is de bijdrage van Bergen voor de eerste periode vastgelegd op 274 woningen. Dit past binnen de kaders van onze eigen ambitie voor de realisatie van 400 bouwtitels in dezelfde periode. Er is bewust voor gekozen om voor Bergen nu geen hogere taakstelling of ambitie op te nemen in de woondeal. Het bod betreft immers een minimale bijdrage, meer mag en dat kan Bergen dan naar behoefte flexibel invullen. Ook aan de kwalitatieve component (2/3 betaalbaar bouwen, tot € 355.000 en streven naar 30% sociale huur) kan Bergen naar verwachting voldoen.

De gemiddelde verkoopprijs van de koopwoning ligt nog ruim onder de landelijke grens. Ons percentage sociaal woningbezit is op dit moment circa 28%. Destion, maar ook particuliere initiatiefnemers, zullen de komende jaren nog woningen aan deze voorraad toevoegen. Aan het streven naar 30% wordt dus voldaan. Overweging Woondeal Limburg. Met het tekenen van de woondeal wordt de bereidheid uitgesproken tot samenwerking bij het versnellen van woningbouw en de aanpak van diverse huisvestingsopgaven. Het is een gezamenlijke inspanningsverplichting. Gemeenten en provincie zitten via de samenwerking vanuit de woondeal ook direct aan tafel met het Rijk als het gaat om knelpunten met betrekking tot de realisatie van woningbouw. Daarnaast zetten we onszelf niet buitenspel bij toekomstige samenwerking en de toegang tot Provinciale- dan wel Rijksregelingen. Financiële positie Reserve grondbedrijf De reserve is beschikbaar voor het opvangen van toekomstige verliezen. De stand van de reserve grondbedrijf is per 31-12-2023 € 1.112.806. In de jaren 2023 en 2024 zal als winstneming van de diverse plannen een bedrag van ongeveer € 452.000 aan de reserve grondbedrijf worden toegevoegd. In 2023 en 2024 wordt er vanuit de reserve grondbedrijf een bijdrage geleverd voor de medewerker grondbedrijf van ongeveer € 150.000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13461733/1