Programmabegroting 2022 9 november 2021
Tekst van het document
Weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt/ kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Voor het kunnen beoordelen van het weerstandsvermogen is het noodzakelijk de aanwezige weerstandscapaciteit te analyseren in samenhang met de omvang en achtergronden van de risico’s. Er zijn geen uniforme antwoorden te geven op de vraag hoe groot het weerstandsvermogen van een gemeente zou moeten zijn. Dit is sterk afhankelijk van de eigenheid van de gemeente en het risicoprofiel dat zij heeft. Hoe ziet de sociale structuur eruit, zijn er nog groeipotenties, hoe is de bedrijfsvoering: voorzichtig of worden risico’s geaccepteerd? Ons gemeentelijk beleid is verwoord in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Deze nota is vastgesteld in de raadsvergadering van 15 december 2020. Hierbij is tevens vastgesteld dat de gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen 2,0 moet zijn. Daarbij is ook aangegeven dat er een verplichte risicoparagraaf opgenomen wordt in college- en raadsvoorstellen en dat het risicoprofiel van de gemeente twee keer per jaar (bij de begroting en bij de jaarrekening) als onderdeel van de paragraaf weerstandsvermogen wordt gerapporteerd. De paragraaf is als volgt opgebouwd: • Stand van zaken.
• Aanwezige risico’s. • Beschikbare weerstandscapaciteit. • Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. • Financiële kengetallen. Stand van zaken Wij hebben gekozen voor een cyclische aanpak bij het risicomanagement. Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse is een top 10 vertaald naar een financieel risico. Risicomanagement heeft nu op het niveau van de raad, het college en het ambtelijk management een structurele plek gekregen binnen de Planning, Reporting & Control cyclus. Voor de raad betekent dit dat bij de begroting en jaarrekening gerapporteerd wordt hoe de risico’s zich ontwikkelen en hoe deze zich verhouden tot de ontwikkeling van de weerstandscapaciteit. Aanwezige risico's De top 10 risico's voor de gemeente Bergen worden hieronder beschreven met een inschatting van het financiële risico. Om de risico’s in kaart te brengen is bij het samenstellen van de nota risicomanagement en weerstandsvermogen een risico-inventarisatie uitgevoerd. Nadat de risico’s zijn benoemd zijn deze gekwantificeerd op:
59
1. 2.
de kans dat de gebeurtenis zich zal voor doen en de financiële consequenties als zich dat risico voor zal doen.
In de afgelopen periode zijn de risico’s nogmaals tegen het licht gehouden. In dit onderdeel zullen we ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen die zich kunnen voordoen en worden eventuele nieuwe risico’s benoemd. Risico
Toelichting
1
Jeugdzorg
Vanaf 2015 zijn we financieel verantwoordelijk voor vrijwel alle taken die met Jeugdzorg te maken hebben. Een van de grootste risico’s is het feit dat wij niet de enige verwijzers zijn. We hebben geen invloed op bepaalde vormen van specialistische hulp die heel erg duur zijn maar die we als gevolg van een rechterlijke machtiging wel moeten uitvoeren (bijvoorbeeld gesloten jeugdzorg met verblijfbehandeling in residentiële instellingen). Ook kunnen huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen doorverwijzen naar jeugdzorg trajecten. De afgelopen jaren hebben we voor verschillende jeugdigen duurdere verblijfsvormen ingezet. Omdat de problematiek bij deze jeugdigen veelal vrij complex is, worden naast verblijf zeer specialistische behandeltrajecten ingezet. Ook in 2021 zullen we nog jeugdigen in deze dure trajecten hebben of plaatsen. Voor 2021 hebben we de kosten voor jeugdzorg zo reëel mogelijk geraamd. Het aantal jeugdigen in dure trajecten blijft echter lastig te voorspellen.
€ 450.000
2
Herverdeling gemeentefonds
Op 2 februari heeft demissionair minister van Binnenlandse Zaken Ollongren de Tweede Kamer geïnformeerd over de aanstaande herverdeling van het Gemeentefonds. De Nederlandse gemeenten ontvangen ongeveer de helft van hun inkomsten uit het Gemeentefonds. De totale omvang hiervan bedraagt ongeveer € 30 miljard. Een groot deel van dit bedrag wordt nu anders verdeeld. De totale omvang van de uitkering uit het Gemeentefonds neemt niet toe of af. Maar dat neemt niet weg dat de nieuwe verdeling winnaars en verliezers kent. Niet eerder dan in juni komt Binnenlandse Zaken met een aangepast voorstel voor een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Demissionair minister Ollongren laat weten het huidige voorstel ‘nog een keer’ kritisch tegen het licht te houden.
€ 350.000
Het plan van aanpak heeft als doel te komen tot een gedragen gebiedsontwikkeling voor het realiseren van duurzame energie, waarbij het realiseren van en voor de gemeenschap en participatie in het proces en deelname bij realisatie centraal staat.
€ 317.000
3
Energielandgoed Welsmeer
Gevolg
4
Corona BUIG (Bijstand/BBZ)
De impact van de coronacrisis op de uitkeringslasten is op dit moment moeilijk in te schatten. In het begin van de coronacrisis (maart/april) is een lichte stijging te zien in het aantal bijstandsgerechtigden. De verwachting is dat werkzoekenden eerst een beroep zullen doen op de WW. Mogelijk zal eind 2021 en begin 2022 een doorval naar de bijstand zichtbaar worden in de aantallen. Ook de impact van de coronacrisis op de BBZ regeling is op dit moment moeilijk in te schatten. Als de problematiek op de arbeidsmarkt langer aanhoudt, is het voor bedrijven steeds moeilijker zich staande te houden. Daar komt bij dat komende periode de steunpakketmaatregelen versoberen.
€ 250.000
5
Wegen, straten en pleinen
Onderhoud wegen: strenge winters leiden tot schade aan wegen. De gemeente is als wegbeheerder, ongeacht of dit aan haar te wijten is, verantwoordelijk voor een veilige weg.
€ 200.000
6
Corona De impact van de coronacrisis op de verschillende gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke waarin de gemeente Bergen deelneemt, zijn op dit moment moeilijk te overzien. De Regelingen eigen bijdrage die de gemeente aan GR'en als BsgW, Omnibuz, MGR en Veiligheidsregio betaalt, zouden verhoogd kunnen worden als gevolg extra (uitvoerings)kosten. Wet De kans blijft bestaan op een toenemend gebruik van de voorzieningen. De Wmo is Maatschappelijke en blijft een open einde regeling en meer mensen zullen als gevolg van de vergrijzing Ondersteuning een beroep doen op de Wmo. Een budgetoverschrijding als gevolg van deze groei vraagt om beleidsmaatregelen. Het risico betreft de mogelijke overschrijding die optreedt in de tijd die nodig is om tot beleidsaanpassingen over te gaan.
€ 175.000
Leerlingenvervoer
€ 135.000
7
8
Betreft een open-einde regeling.
60
€ 140.000
9
Belastingheffing
Indien BsGW niet meer aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen is Bergen voor ca. 1% aansprakelijk voor de schulden van BsGW. In het meest ongunstigste geval kan de gemeenten dan voor € 130.000 worden aangesproken.
€ 130.000
10
Participatie
Sociale uitkeringen (WWB) en Participatiewet. Voor de prognose van het aantal uitkeringsgerechtigden gaan wij uit van de cijfers van het UWV, CBS de ontwikkeling van ons eigen klantenbestand en de informatie van het werkgeverservicepunt. We zien dat ons uitkeringsbestand de laatste jaren tegen de landelijke ontwikkelingen in daalt. De verwachting van het Werkgeverservicepunt is dat het aantal banen voor laaggeschoolde arbeid in de regio Venlo de komende jaren stijgt. Juist onze doelgroep maakt aanspraak op deze banen. Voor 2021 en de daarop volgende jaren nemen we aan dat het volume van het aantal uitkeringen gelijk blijft ondanks het feit dat wij beseffen dat deze aanname geen absolute wetenschap is.
€ 125.000
Top 10 geïnventariseerde risico’s
€ 2.272.000
Coronavirus
Het coronavirus heeft in 2020 heftig toegeslagen. De overheid heeft verregaande maatregelen moeten treffen om het virus te beteugelen en om de economie te steunen. De gemeente heeft hier ook een taak in. Denk aan het uitvoeren van de regeling ondersteuning zelfstandige zonder personeel. Dit leidt tot additionele kosten die gecompenseerd worden door het Rijk. Door de maatregelen zijn veel evenementen afgelast, vakantieparken en sportparken gesloten. Verzoeken voor financiële ondersteuning worden ontvangen en de inkomsten dalen met name voor de toeristenbelasting. De omvang van de kosten en lagere inkomsten zijn niet bekend.
Overige risico’s
Naast de top 10 risico’s zijn er nog 32 risico’s in kaart gebracht.
p.m.
€ 1.439.500
Totaal geïnventariseerde risico’s
€ 3.711.500
Benodigde weerstandscapaciteit (70%)
€ 2.598.050
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn af te dekken. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is niet voorgeschreven welke bestanddelen behoren tot de weerstandscapaciteit. In het algemeen worden de bestanddelen gebruikt die in onderstaande tabel zijn genoemd. Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve (incl. grondexploitaties) Bestemmingsreserves Stille reserves
Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 6.461.000
6.677.000
6.261.000
5.708.000
4.283.000
4.743.000
p.m.
p.m.
p.m.
Begrotingspost onvoorzien
1.340.000
548.000
711.000
Subtotaal
13.509.000
11.508.000
11.715.000
511.680
530.000
942.000
Structureel weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Raming onvoorzien
62.000
62.000
62.000
Subtotaal
573.680
592.000
1.004.000
Totaal weerstandsvermogen
14.082.680
12.100.000
12.719.000
Benodigde weerstandscapaciteit
2.598.050
2.077.000
2.077.000
5,4%
5,8%
6,1%
Ratio weerstandsvermogen
61
Beoordeling financiële positie De provincie Limburg hanteert een drietal categorieën, waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Waardering
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Als beleidsuitgangspunt is in de nota vastgesteld dat wij minimaal de ratio > 2,0 hanteren.
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de gemeenten ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Wij bevinden ons in categorie A. 1a. Netto schuldquote
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
A.
Vaste schulden
38.507
36.381
34.079
31.778
29.652
27.526
B. C.
Netto vlottende schulden Overlopende passiva
5.854 3.191
5.854 3.191
5.854 3.191
5.854 3.191
5.854 3.191
5.854 3.191
D. E.
Financiële vaste activa Uitzettingen korter dan 1 jaar
-1.332 -5.963
-701 -5.963
-776 -5.963
-731 -5.963
-678 -5.963
-647 -5.963
F. G.
Liquide middelen Overlopende activa
-18 -758
-18 -758
-18 -758
-18 -758
-18 -758
-18 -758
H.
Totaal Totale baten
39.481 49.569
37.986 51.246
35.609 50.139
33.353 49.471
31.280 49.029
29.185 48.632
Netto schuldquote
80%
74%
71%
67%
64%
60%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend, is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c van het BBV).
62
1b.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
A. B.
Vaste schulden Netto vlottende schulden
38.507 5.854
36.381 5.854
36.381 5.854
34.079 5.854
31.778 5.854
29.652 5.854
C. D.
Overlopende passiva Financiële vaste activa
3.191 -618
3.191 -651
3.191 -621
3.191 -591
3.191 -561
3.191 -531
E. F.
Uitzettingen korter dan 1 jaar Liquide middelen
-5.963 -18
-5.963 -18
-5.963 -18
-5.963 -18
-5.963 -18
-5.963 -18
G.
Overlopende activa Totaal
-758 40.195
-758 38.036
-758 38.066
-758 35.794
-758 33.523
-758 31.427
H.
Totale baten
50.909
51.246
50.139
49.722
49.264
48.867
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
79%
74%
76%
72%
68%
64%
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal verstaan. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Wij bevinden ons in categorie B. 2.
Solvabiliteitsratio
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 20225
A.
Eigen vermogen
13.509
11.433
11.004
10.617
10.322
10.089
B.
Balanstotaal
64.024
60.613
57.997
55.465
53.160
51.007
Solvabiliteitsratio
21%
19%
19%
19%
19%
20%
Kengetal grondexploitatie De grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarden van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend. In artikel 38, onderdeel a van het BBV wordt gevraagd om in de balans afzonderlijk op te nemen grond- en hulpstoffen gespecificeerd naar: 1. Niet in exploitatie genomen bouwgronden; 2. Overige grond- en hulpstoffen. In onderdeel B van artikel 38 wordt gevraagd om "onderhanden werk" te vermelden. Hieronder vallen ook bouwgronden in exploitatie. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond en exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. Wij bevinden ons in categorie A. 3.
Grondexploitatie
A.
Niet in exploitatie genomen bouwgrond
B.
Bouwgrond in exploitatie
C.
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
0
0
0
0
0
0
1.968
2.260
2.304
2.326
2.348
2.379
Totaal
1.968
2.260
2.304
2.326
2.348
2.379
Totale baten
49.569
51.246
51.246
50.139
49.471
49.029
4%
4%
4%
5%
5%
5%
Grondexploitatie
63
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij de structurele lasten gaat het om personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. In artikel 19 onderdeel c van het BBV wordt een overzicht gevraagd van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma tenminste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten kunnen in een totaalbedrag opgenomen worden. In artikel 19 onderdeel d wordt een overzicht gevraagd van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Op basis van deze gegevens kan het saldo van structurele baten en structurele lasten worden berekend. Daarbij wordt het saldo opgeteld van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten. Wij bevinden ons in categorie A. 4.
Rekening 2020
Structurele exploitatie ruimte
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
A.
Structurele lasten
47.594
33.325
34.991
34.734
34.434
34.399
B.
Structurele baten
48.995
33.115
34.598
34.356
34.140
34.391
C.
Structurele toevoeging reserves
289
354
356
356
356
356
D.
Structurele onttrekking reserves
E.
Totale baten Saldo structureel
321
1.112
785
743
652
388
50.909
51.246
50.139
49.471
49.029
48.632
-1.433
Structurele exploitatieruimte
548
-2,8%
1,1%
36 0,1%
9 0,0%
2 0,0%
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de atlas voor lokale lasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente. De belastingcapaciteit van de gemeente wordt daarom berekend door de totale woonlasten voor meerpersoonshuishoudens te vergelijken met het landelijk gemiddelde. 5. Belastingcapaciteit
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
A. OZB gezin gemiddelde WOZ waarde
250,28
269,00
274,11
274,11
274,11
274,11
B. Rioolheffing gezin gemiddelde WOZ waarde
221
241
241
241
241
241
C. Afvalstoffenheffing gezin
202
240
240
240
240
240
D. Eventueel heffingskorting
0
0
0
0
0
0
E. Totale lasten gezin gemiddelde WOZ waarde
673,28
749,70
754,81
754,81
754,81
754,81
F. Woonlasten landelijk gemiddelde gezin
817,37
817,37
817,37
817,37
817,37
817,37
Belastingcapaciteit
82%
92%
92%
92%
92%
92%
64
24 0,0%
Samenvattend oordeel kengetallen De kengetallen voor het inzicht in onze financiële positie blijven allemaal gunstig. • De netto schuldquote is fors gedaald en de solvabiliteitsratio ligt boven de geldende norm van een gezonde financieringssituatie. • De boekwaarden van onze grondexploitaties zijn laag. • Het kengetal structurele exploitatieruimte is positief. • Het kengetal belastingcapaciteit geeft aan dat er nog ruimte is voor belastingverhoging mocht dit noodzakelijk zijn.
65
Paragraaf C Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Onze gemeente heeft veel openbare ruimte in beheer. In die openbare ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, speeltuinen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. In de gemeente Bergen vormen de lasten van het onderhoud van kapitaalgoederen ongeveer 10% van de begroting 2022. Dit is inclusief de arbeidsuren en kapitaalslasten. Voor het wegenonderhoudsplan en voor de rioleringen geldt dat voordelen voortvloeiende uit aanbestedingen niet aan de algemene middelen worden toegevoegd, maar aan de desbetreffende voorziening. Hieronder is een tabel opgenomen waarin de status van onderhoudsplannen voor kapitaalgoederen is vermeld. Naam
Jaar van vaststelling
Nieuwe vaststelling
Groenstructuurplan
2016
2026
Rioleringsplan
2019
2025
Verplichtingsplan
2013
2023
Onderhoud gemeentegebouwen
2016
2022
Wegenonderhoudsplan
2015
2025
Onderhoud speeltuinen
2015
2021
Openbaar groen Het groenstructuurplan bepaalt de contouren voor de inrichting van en het onderhoudsniveau voor het groen. Het plan geeft in hoofdlijnen een zicht op het groenareaal. In 2016 is een nieuw groenstructuurplan 2016-2026 vastgesteld. Er is een aantal kaders opgesteld op basis waarvan het groenstructuurplan is opgesteld: • Goedkoper maar duurzaam beheer van het groen areaal; • Het accentueren van de landschappelijke verscheidenheid; • Het versterken van de ecologische waarden; • Praktische en doelmatige inrichting. Het doel van het groenstructuurplan is het in beeld brengen van besparingen die mogelijk zijn waarbij met minder manuren het groenareaal op een acceptabel niveau (sober en doelmatig) onderhouden kan worden. Bij het opstellen van het plan is uitgegaan van een beleidsplan voor de komende 10 jaar. Onderhoud
Ha
Openbaar groen
26,22
Gras
13,80
Beplanting
12,42
Wegen Als wegbeheerder is de gemeente Bergen verantwoordelijk voor de staat van onderhoud en veiligheid van vele openbare wegen binnen onze gemeente. Met een lengte van 293 km. en een oppervlakte van 1.285.600 m² vraagt het beheer van deze wegen een planmatige gestructureerde aanpak. De uitkomsten van de wegenschouw, planning en begroting zijn vastgelegd in het digitale beheersysteem van de gemeente Bergen GBI. In het wegenbeheersplan is als streefwaarde het huidige kwaliteitsniveau aangehouden. Dit houdt in dat de weg functioneel in een goede staat is en waarbij het risico van aansprakelijkheid tot een minimum beperkt blijft.
66
In het kader van het opstellen van de Nota Wegbeheer 2021-2024 heeft een ingenieursbureau in het in 2020 weginspecties uitgevoerd. De globale conclusie is dat de gewenste investeringen worden onderschreven. De Nota Wegbeheer 2021-2024 is in december 2021 aan de Raad aangeboden en vastgesteld. Het college heeft de opdracht om te komen met een programmatische realiseerbare aanpak (meerjarenraming) voor de transformatie van de openbare ruimte, naar de door onze burgers gewenste kwaliteit en behoefte. De in deze nota genoemde beheerskosten zijn onder te verdelen in rehabilitatie- en onderhoudskosten. Over het algemeen worden de meer grootschalige (wegenbouwkundige) ingrepen betitelt als rehabilitatie. Het plaatselijk repareren of conserveren van bestaande wegconstructies vallen onder onderhoudskosten. Op basis van de te verwachten werkzaamheden en aan de hand voor resultaten uit het verleden is de budgetverhouding tussen rehabilitatiewerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden respectievelijk 65% om 35%. Met ingang van het jaar 2020 is de dotatie in de bestemmingsreserve structureel met € 25.000 verhoogd naar € 247.125. In de meerjarenraming wordt hiermee rekening gehouden. De kapitaallasten van de rehabilitatie van wegen worden gedekt door de reserve kapitaallasten infrastructuur. De stand van deze reserve is € 924.758 op 31 december 2021. Onderhoud
Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Onderhoudslasten
255
224
210
210
Kapitaalasten
443
454
862
868
Dotatie reserve kapitaallasten
222
247
247
247
Beheer en onderhoud wegen
920
925
1.319
1.325
Kunstwerken Een goede en veilige staat van onderhoud van 42 kunstwerken is gegarandeerd door het programmatisch uitvoeren van onderhoud. Op basis van inspecties en kengetallen is een meerjarenplanning voor de onderhoudswerkzaamheden van de kunstwerken opgesteld. Uit deze meerjarenplanning blijkt dat, uitgezonderd een aanvullende investering voor het onderhoud van enkele grote kunstwerken, het structurele jaarlijkse budget voor de komende 5 tot 10 jaar toereikend is. Wij hebben een voorziening kunstwerken ingesteld welk elk jaar gedoteerd wordt met € 20.000. en dient voor grote noodzakelijke onderhoudswerken in de toekomst. Riolering Het nieuwe GRP van 2019 is een voortzetting van het huidige beleid met dien verstande dat het klimaat adaptief maken van de leefomgeving een meer prominente plaats heeft gekregen. Daarnaast ligt de focus de komende periode op het continueren van de afkoppelactiviteiten bij particulieren en in de openbare ruimte, het oplossen van een aantal knelpunten van wateroverlast, verbeteren van waterkwaliteit en regionale samenwerking. Voor het jaar 2022 is een tariefverhoging van de rioolheffing niet noodzakelijk behoudens de inflatiecorrectie. In 2022 wordt een financiële actualisatie uitgevoerd waaruit zal blijken of de rioolheffing nog voldoet. Het nieuwe GRP heeft een geldigheidsduur van zes jaar, van 2020 tot en met 2025.
De voorziening riolering is ten behoeve van het onderhoud en vervanging. De stand van de voorziening riolering is per ultimo 2021 € 878.381. De aanbestedingsvoordelen worden in de reserve teruggestort. Wij gaan er vanuit dat de voorziening toereikend is mits de jaarlijkse verhoging die in het GRP is aangegeven doorgevoerd wordt. De inspecties en het onderhoud worden planmatig uitgevoerd. Gebouwen De basis van de meerjarenonderhoudsplannen (mjop) is na enkele cycli van her controles verouderd en toe aan een “nulmeting”. In 2021 zal een groot gedeelte van het gemeentelijk vastgoed opnieuw geïnventariseerd worden en de onderhoudsstaat in kaart worden gebracht volgens de NEN2767-
67
methode voor conditiemetingen. De uitkomsten van de inventarisatie zullen we borgen in een softwarepakket voor facilitair beheer om overzicht over de objecten te houden, efficiënter te kunnen werken, te sturen op risico’s en jaarlijks een geactualiseerde mjop op te stellen. Het plan zal in 2022 worden afgerond. Op dit moment heeft de Gemeente Bergen circa 44 objecten in eigendom met een verzekerde waarde van € 43 miljoen. In de loop van 2021 wordt een verbouwingsplan uitgewerkt voor het gemeentehuis om te voldoen aan de huidige Arbo-eisen van duurzaamheid. Uitgangspunt is sober en doelmatig. Verlichting In mei 2013 is een nieuw Beleidsplan Openbare Verlichting 2013-2022 vastgesteld. In dit beleidsplan worden de uitgangspunten voor de plaatsing, vervanging, beheer en onderhoud van de openbare verlichting in onze gemeente voor de komende periode van 10 jaar beschreven en vastgelegd. Het plan bevat aanbevelingen die zich richten op de functies en kenmerken van de openbare ruimten met het daarbij het gewenste verlichtingsniveau. De uitwerking van dit beleidsplan leidt tevens tot de noodzakelijke investeringen. Vervanging, beheer en het onderhoud van de openbare verlichting wordt jaarlijks uitgevoerd. De bestaande voorziening is omgezet in een bestemmingsreserve en bedraagt ultimo 2021 € 431.274. De donatie in 2021 bedraagt € 87.000.
In 2022 en 2023 bedraagt de dotatie € 89.000,- per jaar. In 2023 zal een nieuw verlichtingsplan worden vastgesteld. Per 31 december 2021 waren er 3.128 lichtmasten. De Energiemonitor openbare verlichting 2020 gemeente Bergen (peildatum januari 2021) levert de volgende resultaten op t.o.v. de landelijke doelstellingen ➢ 31,4% energiebesparing: doelstelling 20% energiebesparing in 2020 en 50% in 2030. ➢ 54,5% energiezuinige verlichting: doelstelling 40% in 2020. ➢ 41,6% slim energiemanagement: doelstelling 40% in 2020. Uit de cijfers blijkt dat wij op alle punten boven het landelijke gemiddelde scoren. Speeltuinen In 2021 is de speeltuinennota herijkt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen in de gemeente Bergen wordt op het niveau “schoon, heel en veilig” uitgevoerd. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. Wij gaan het aantal speeltoestellen niet uitbreiden. Dit omdat er voldoende toestellen zijn. In het vastgestelde speeltuinenbeleid kunnen de speeltoestellen worden vervangen die niet meer voldoen. Er is gekozen om een splitsing te maken van reguliere speeltoestellen en speeltoestellen in de recreatieve speeltuinen. Vanaf de begroting 2022 is voor onderhoud en vervangingen van speeltoestellen in totaal een bedrag opgenomen van € 20.000.
68
Overzicht onderhoud kapitaalgoederen Onderstaand een totaaloverzicht van de kapitaalgoederen. Onderhoud
Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Openbaar groen
103
109
109
109
Beheer/onderhoud riolering en waterhuishouding
506
506
506
524
Verlichting
29
53
53
53
Onderhoud gemeentelijke gebouwen
69
75
63
63
Beheer en onderhoud wegen
253
224
210
210
Kunstwerken
2
2
20
20
Speeltuinen
22
25
20
20
Totaal
984
994
981
999
69
Paragraaf D Financiering
Algemeen In deze paragraaf beschrijven we de uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie. De financieringsfunctie zorgt ervoor dat voldoende geld beschikbaar is om aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Hiervoor trekken we kortlopende en langlopende leningen aan. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen en garanties en het beheersen van financiële risico’s. Het wettelijk kader komt voor een deel uit nationale regelgeving en voor een deel uit Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving zijn de kaders vooral de: - Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO); - Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF); - Gemeentewet. Deze wettelijke kaders hebben we verder uitgewerkt en vastgelegd in het gemeentelijke Treasurystatuut. In het Treasurystatuut is vastgelegd op welke wijze geldstromen en financiële vermogenswaarden en de hieraan verbonden risico’s worden beheerst. Het betreft niet alleen de regels waar de treasuryfunctie aan moet voldoen, maar ook de bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van de treasury-activiteiten. Interne ontwikkelingen Voor het tijdig aantrekken of uitzetten van middelen (vooral voor de lange termijn) is een liquiditeitenplanning van belang.
Op basis van de liquiditeitsplanning kan worden vastgesteld wanneer een langlopende lening afgesloten moet worden of dat overtollige middelen eventueel weggezet kunnen worden. Het treasurystatuut is ook gericht op het voorkomen van risico’s bij het uitzetten van gelden. Met de invoering van het schatkistbankieren zijn de mogelijkheden tot het uitzetten van gelden beperkt. Externe ontwikkelingen Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het verwachte verloop van de rente. De gegevens van deze rentevisie zijn afkomstig van onze huisbankier de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. In de begroting wordt gerekend met een rentepercentage van 2%. Schatkistbankieren De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag dat bepaald is op 0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000 is. Voor gemeente Bergen geldt voor 2022 een drempelbedrag van € 262.500. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU schuld van de collectieve sector.
Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak. Alle deelnemers aan het schatkistbankieren hebben een privaatrechtelijke rekeningcourantovereenkomst met de Staat der Nederlanden. De rekening-courant bij de schatkist is gekoppeld aan de BNG bankrekening van de gemeente Bergen. Via die bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald. Door de invoering van het schatkistbankieren dienen gemeenten in de toelichting op de balans te rapporteren over het drempelbedrag (maximum bedrag wat de gemeente aan liquiditeiten in eigen beheer mag aanhouden) en per kwartaal het bedrag aan liquiditeiten welke buiten de schatkist zijn aangehouden. Voor de gemeente Bergen is het drempelbedrag als volgt:
70
Schatkistbankieren (x € 1 mln.)
2020
Begrotingstotaal
2021
2022
33
36
35
Percentage
0,75%
0,75%
0,75%
Drempelbedrag
0,2475
0,2700
0,2625
Rentebeleid In artikel 13 van de BBV is opgenomen dat met ingang van het begrotingsjaar 2018 in de financieringsparagraaf inzicht moet worden gegeven in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. In onderstaand renteschema staan de gevraagde gegevens vermeld.
Renteschema
1-1-2022
1-1-2021
Boekwaarde conform staat van activa
65.683.382
31.586.091
Grondexploitaties, in exploitatie genomen gronden
2.303.802
2.297.380
Totaal boekwaarde investeringen
67.987.184
33.883.471
Financiering met langlopende gelden
34.079.325
11.500.000
Subtotaal
33.907.859
22.383.471
Saldo reserves en voorzieningen
15.187.378
14.297.740
Financieringsoverschot c.q. tekort (-/-)
18.720.481
8.085.731
Langlopende leningen
39.185
8.528
Rente grondbedrijf
-22.116
-21.989
Rente lening Optisport
-39.342
-15.900
0
0
Totale rentelasten
-22.273
-29.361
Omslagpercentage: rentelasten/boekwaarde x 1%
-0,03%
-0,09%
Rente op basis van omslagpercentage
178.790
664.658
Saldo taakveld treasury
201.063
694.019
Rentelasten/baten
Rente kortlopende gelden
Risicobeheer Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico's. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten opgenomen, die de basis vormen voor alle transacties op dit gebied. Daarnaast geeft de Wet FIDO normen voor het beperken van risico's. De belangrijkste risicocategorie is het renterisico, waarvan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm belangrijke richtlijnen zijn ter beperking van renterisico's. De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een rente typische looptijd tot één jaar en de renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een rente typische looptijd vanaf één jaar.
71
Het doel van deze normen van de Wet FIDO is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote verschillen optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico's.
Kasgeldlimiet
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begrotingstotaal
33
34
35
35
34
34
Percentage
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
Kasgeldlimiet
2,8
2,9
3,0
3,0
2,9
2,9
Rente risiconorm
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begrotingstotaal
34
34
35
35
34
34
Percentage Rente risiconorm
20% 6,8
20% 6,7
20% 7,0
20% 7,0
20% 6,8
20% 6,8
Leningen Stand leningen per 1 januari 2021
Bedrag 36.380.600
Vervroegde aflossingen
0
Reguliere aflossingen
2.301.275
Nieuw aan te trekken leningen Stand leningen 31 december 2021
0 34.079.325
Kasgeldlimiet Consolidatie De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot één jaar, dient rekening gehouden te worden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de wet FIDO. De kasgeldlimiet is gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal in 2022 € 2,81 miljoen. Doordat de kortlopende schuld structureel niet hoger mag zijn dan de kasgeldlimiet, wordt het risico beperkt op grote fluctuaties in de korte rente, waarmee het begrotingsevenwicht in gevaar zou kunnen komen. Wij hebben in het najaar 2020 een vaste geldlening afgesloten van € 10.000.000 tegen een rentepercentage van -0,10% met een looptijd van 10 jaar voor consolidatie. Deze lening was nodig vanwege onze financieringsbehoefte en het overschrijden van de kasgeldlimiet. Voor de aankoop van gronden en gebouwen van de Provincie Limburg voor het project Wells meer is einde 2020 een geldlening aangetrokken met een looptijd van 25 jaar van € 28.156.875 tegen een rentepercentage van 0,18%.
72
Liquiditeitsberekening 1 Vlottende schuld
Q3 2020
Q4 2020
Q1 2021
Q2 2021
0
0
0
0
(aanvang maand)
0
0
0
0
0
0
0
0
2 Vlottende middelen
265
268
255
270
(aanvang maand)
267
268
250
271
-265
-268
-255
-270
Overschot vlottende middelen (-) (1-2)
-267
-268
-250
-271
4 Gemiddelde netto vlottende schuld (+) /
-177
-179
-168
-180
5 Kasgeldlimiet
2.767
2.767
3.105
3.105
6a Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4)
2.944
2.945
3.273
3.285
6b Overschrijding kasgeldlimiet (4-5)
0
0
0
0
Berekening kasgeldlimiet 7 Begrotingstotaal
Q3 2019
Q4 2019
Q1 2020
Q2 2020
32.548
32.548
36.524
36.524
8 Ministerieel percentage
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
9 Kasgeldlimiet (7x8)
2.767
2.767
3.105
3.105
3 Netto vlottende schuld (+)
Gemiddelde overschot vlottende schuld (-)
73
Paragraaf E Bedrijfsvoering
Algemeen Het doel van deze paragraaf is om inzicht te verschaffen in de exploitatie(-kosten) van de gehele gemeentelijke organisatie, zowel de ambtelijke als de bestuurlijke. Werkzaamheden op het gebied van personeel & organisatie, financieel beheer, planning & control, informatisering & automatisering en huisvesting behoren tot de bedrijfsvoering. Bedrijfsvoering ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Het welslagen van deze programma’s is dus in belangrijke mate afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Organisatieontwikkeling We ontwikkelen door naar een organisatie waar de basis op orde is, dienstverlening extra aandacht krijgt en we strategisch daadkrachtig zijn. Maatschappelijke vraagstukken veranderen snel en zijn complex. Daarnaast ervaren we dat de antwoorden niet alleen in het gemeentehuis te vinden zijn, maar ook in de samenleving liggen. Daarbij aansluiten, initiatieven ruimte geven, de juiste netwerken bouwen en onderhouden zijn vaardigheden die we verder gaan ontwikkelen in 2022. Dat vraagt bewustwording en aandacht van en voor elkaar. Een ambitieus bestuur wil uitvoeren wat in het recente verleden is voorbereid en samen met de samenleving werken aan een aantal grote complexe maatschappelijke veranderingsopgaven. Die opgaven vragen in hun uitwerking betrokkenheid en inzet van ons.
Met de vastgestelde nieuwe organisatievisie en de daarop aangepaste interne organisatiestructuur is er een actueel visiedocument en uitvoeringsprogramma waarmee de Gemeente Bergen haar ambities wil gaan vormgeven. Trots, betrokken en enthousiast zijn kenmerkend voor ons. We willen werken vanuit vertrouwen. Wij verstaan ons vak. De kunst is ons stevig fundament te gaan combineren met een aantal nieuwe en aanvullende vaardigheden, competenties en gedrag. De opgave voor de komende jaren is de organisatie en individuele collega’s toekomstbestendig houden.
Personeel Personeelsmonitor In het jaar 2021 heeft de Gemeente Bergen deelgenomen aan het A&O fonds Gemeenten Initiatief Personeelsmonitor. Dit onderzoek wordt jaarlijks uitgevoerd door Etil Research group. Het onderzoek heeft een valide vergelijking opgeleverd hoe de prestaties en inrichting van de Gemeente Bergen zich verhouden tot benchmark gemeenten < 20.000 inwoners, en in vergelijking met alle gemeenten. Resultaten per onderdeel ziet u terug in de afbeeldingen. In vergelijking met de overige cijfers lijkt het op het eerste oog dat de organisatie qua formatie procentueel hoger zit. De verklaring kan gevonden worden in het feit dat er intern veel dienstverlening is georganiseerd met eigen medewerkers. Dit is ook terug te zien in de inhuurkosten welke lager zijn voor de gemeente Bergen. Zie hiervoor externe inhuur (pag. 80).
74
Strategisch Personeelsplan In 2021 is een aanvang gemaakt worden met een Strategisch Personeelsplan, vast te stellen door het College, voor de jaren 2022-2025. De huidige opbouw in leeftijd maakt het noodzakelijk tijdig verantwoordelijkheid te nemen als organisatie om de huidige populatie duurzaam inzetbaar te houden en preventief te anticiperen op een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. Het is belangrijk om als Gemeente Bergen een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven. Om instroom van jongeren mogelijk te maken maar het blijven binden en boeien van de zittende medewerkers is eveneens van eminent belang.
Arbo RI & E (Risico-inventarisatie & Evaluatie) In 2021 is met behulp van een externe deskundige een vervolg gegeven aan het herijken van de verplichtingen waaraan de Gemeente Bergen moet voldoen vanuit de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). De onderdelen welke niet te maken hebben met de huisvesting, zijn in kaart gebracht en de activiteiten welke gewenst of noodzakelijk waren georganiseerd. Denk hierbij aan bijvoorbeeld preventief bloedonderzoek (Lyme screening) voor medewerkers in de buitendienst tot het in kaart brengen van en uitvoeren van verplichte opleidingsinspanningen in het kader van veiligheid voor diverse beroepenvelden. Het opleiden van 2 preventiemedewerkers is gestart en het aan boord hebben van voldoende medewerkers met geaccrediteerde BHV kwalificatie is gerealiseerd. In 2022 zal aan de lopende en geplande activiteiten een verder vervolg gegeven worden.
75
Hybride werken Op dit moment zijn er nog geen landelijke financiële/fiscale kaders of beleid rondom het faciliteren van hybride werken en nog geen zicht op een nieuwe CAO. Wel worden er momenteel veel voorbereidingen getroffen om het thuiswerken met een structureel karakter te organiseren voor medewerkers. De gemeente Bergen wil daarom alvast een aantal stappen zetten. We blijven de ontwikkelingen op de voet volgen en maken hierop volgtijdelijk ons lokale beleid definitief waarbij de verplichting vanuit de Arbowetgeving zal worden gevolgd. De gesprekken met de betrokken partijen zoals het lokaal overleg, vakbonden, Ondernemingsraad worden momenteel gevoerd. Deze overleggen zijn noodzakelijk om beleid vast te kunnen stellen als het gaat om nieuwe personele regelingen of wijzigingen in bestaande regelingen. In 2021 is er een enquête gehouden binnen de organisatie. Met een deelname van 70 % is er een goed beeld verkregen over de ervaringen met thuiswerken en de wensen voor de komende jaren. Driekwart van de medewerkers wil ook na het Corona tijdperk vaker thuiswerken. • Ca. 18% wil tussen de 0 en 20% thuiswerken • Ca. 40% wil tussen de 40 en 60% thuiswerken • Ca. 25% wil tussen de 20 en 40% thuiswerken • Ca.
15% wil tussen de 60 en 80% thuiswerken Op basis van deze uitkomsten is de conclusie van de enquête dat het merendeel de voorkeur heeft om tussen de 40% en 60% van de arbeidsduur thuis te werken. Digitalisering De digitaliseringsgolf gaat door en wordt groter. Werk dat nu nog fysiek of administratief door mensen wordt gedaan, wordt straks meer en meer door gedigitaliseerde systemen ondersteund en deels overgenomen. Dit heeft een enorme impact op onze organisatie. We zullen ons werk drastisch zien veranderen of zelfs verdwijnen en er komt ander, nieuw werk voor terug. Dat vraagt wendbaarheid en ontwikkeling van organisatie en medewerkers. Met de aankoop van het zaaksysteem Djuma zal de gemeente Bergen beter in staat zijn haar processen en capaciteit op elkaar af te stemmen. Zijn de gegevens die je bijwerkt wel actueel? Wie werkt aan welke zaak? Hoe staat het met die ene aanvraag? Door te investeren in slimme software zal “de zaak” leidend worden in onze rol van betrouwbare dienstverlener. Het project zal in 2022 geïmplementeerd worden. Dienstverlening Om goed te kunnen aansluiten op wat inwoners, bedrijven en instellingen in Bergen nodig hebben en waarderen, is onderzoek gedaan naar de lokale behoeften en voorkeuren. Dit onderzoek heeft eind 2019 en begin 2020 plaatsgevonden.
Op basis van deze bevindingen zijn er 7 servicebeloften geformuleerd en beschreven in de nota Dienstverlening/ Door met elkaar servicebeloften vast te stellen en deze te verweven in het dagelijks bestuur, de aansturing en de samenwerking kan er bewuster gewerkt worden aan een optimale lokale dienstverlening. De kracht van de servicebeloften is dat deze houvast bieden en de basis vormen voor de uitwerking per afdeling, team en medewerker. Voor het betreffende organisatieonderdeel, product of dienst zullen de servicebeloften uitgewerkt en omgezet worden in een pragmatisch uitvoeringsplan met daarbij aangegeven wat dit vraagt aan systemen, processen en vooral houding en gedrag. De projectgroep, met deelnemers uit de gehele organisatie, is inmiddels samengesteld en actief aan de slag. De geformuleerde ambitie op dienstverlening vraagt om een goede organisatorische inbedding. Deze wordt geborgd door het – op basis van de Nota Dienstverlening opgestelde uitvoeringsplan dienstverlening te beschouwen als en te koppelen aan organisatieontwikkeling onder regie en eindverantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris. Als onderdeel van het uitvoeringsplan is er door een extern onderzoeksbureau gestart in 2021 met het meten van de telefonische bereikbaarheid van de medewerkers. Corona heeft ons meer dan ooit laten zien wat tijd- en locatie onafhankelijk werken met zich meebrengt.
De resultaten zullen na bekendmaking vertaald worden in activiteiten welke door de projectgroep zullen worden opgepakt. Medewerker tevredenheid onderzoek (MTO) In Q4 2021 zal gestart worden met het organisatiebreed Medewerkersonderzoek door een externe partij. Hierover zijn in het verleden afspraken gemaakt met Ondernemingsraad en gaan nu uitgevoerd worden. De Corona periode, de nieuwe organisatievisie en structuur maar ook de evaluatie van het Generatiepact maken een meetmoment wenselijk. De resultaten kunnen worden meegenomen in de
76
doorontwikkeling naar een organisatie waar de basis op orde is, dienstverlening extra aandacht krijgt en we strategisch daadkrachtig zijn. Verbouwing Gemeentehuis Het huidige gemeentehuis voldoet op een aantal onderdelen niet aan daarvoor geldende eisen, zowel nu als de korte en de (middel)lange termijn. Zo dient voldaan te worden aan de wettelijke eisen in het kader van Arbowetgeving (met name klimatologische arbeidsomstandigheden en geluid) en duurzaamheidsvoorschriften die gelden voor kantoorgebouwen per 1 januari 2023. Per genoemde datum dient een kantoorgebouw te voldoen aan de wettelijke verplichting van het duurzaamheidslabel C. Het huidige gebouw is qua duurzaamheid te kwalificeren als deels categorie E en deels G. Op grond van de Wet Arbeidsomstandigheden (Arbowet) is de werkgever verplicht zorg te dragen voor optimale arbeidsomstandigheden. Daartoe is het opstellen van een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) voorgeschreven dat o.a. toeziet op onderzoek naar de klimatologische omstandigheden in het gebouw. Naast het wettelijk kader als referentie voor verbouw is nu ook het moment om het hybride werken als uitgangspunt toe te voegen. Hybride werken staat voor gecombineerd en in balans werken op kantoor en thuis. De balans vertaalt zich in minimaal 40% thuis en maximaal 60% op kantoor als richtlijn.
Genoemde uitgangspunten zijn vertaald in een programma van eisen op functioneel, ruimtelijk en technisch gebied. Uitgangspunt bij het programma van eisen zijn de door de raad aangegeven randvoorwaarden van “sober en doelmatig”. De Raad zal betrokken worden bij de vormgeving van de verbouwing middels werksessies. Een separaat kredietvoorstel zal aan de Raad worden voorgelegd. HRM-kengetallen Hieronder worden een aantal kengetallen nader toegelicht. Ziekteverzuim Na een unieke periode waarin de wereldwijde pandemie Covid-19 overal zijn sporen heeft nagelaten, ook binnen de eigen gelederen, is het effect op het ziekteverzuimcijfer minimaal. De aanhoudende golfbewegingen en de bijbehorende maatregelen hebben geen interne besmettingsbron laten zien, terwijl de werkzaamheden, thuisonderwijs etc. onverstoorbaar doorgingen. Besmettingen en quarantaineperikelen hadden een andere oorzaak, veelal zijn deze in de privésfeer ontstaan Daar waar nodig zijn medewerkers gefaciliteerd om de balans werk en privé op koers te houden, ook als het even niet lukte om alle ballen hoog te houden. Deze periode met de geïntensiveerde samenwerking en aanpak van het MT, P&O en huidige Arbodienst heeft een gunstig effect teweeggebracht op het ziekteverzuimpercentage en de meldingsfrequentie.
Per kwartaal wordt plenair besproken hoe de begeleiding verloopt en welke acties in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter noodzakelijk zijn. Door kort cyclisch te sturen en de juiste aandacht op het juiste moment te genereren, ontstaat er een gewenste situatie om een vervelende situatie voor een medewerker optimaal te kunnen begeleiden, en zo de duur van het verzuim te verkorten daar waar dit mogelijk is. Situaties waarbij geen sprake is van ziek zijn in het kader van verzuim worden zo eerder erkend en herkend. Het demedicaliseren van oneigenlijk verzuim laat door deze aanpak een daling zien in de cijfers.
Het verzuimpercentage voor lang ziekteverzuim (43 tot 365 dagen) en extra lang verzuim, van 365+ dagen heeft tot gevolg dat er, om de werkzaamheden en kwaliteit van de dienstverlening te kunnen blijven borgen, er mogelijk extra uitgaven nodig zijn voor externe inhuur. Gezondheid blijft een kostbaar goed en dient zich altijd onverwacht aan. Hierop dient de organisatie voorbereid te zijn.
77
*Kort verzuim = Verzuim dat maximaal 7 kalenderdagen duurt. Lang verzuim = Verzuim dat 43 tot en met 365 kalenderdagen duurt. Middellang verzuim = Verzuim dat 8 tot en met 42 kalenderdagen duurt Extra lang verzuim = Verzuim dat langer dan 366 kalenderdagen duurt.
* Meldingsfrequentie: Het gemiddeld aantal nieuwe verzuimgevallen per medewerker in jaar, omgerekend naar jaarbasis. Let op: het gaat om nieuwe verzuimgevallen. Externe inhuur De inhuur van externen laat een daling zien in de uitgaven. De gemeente Bergen zoekt actief naar manieren (om vaak duurdere) inhuur van externe krachten terug te dringen. Dit is gerealiseerd door flexibele banen om te zetten naar vaste of tijdelijke arbeidsovereenkomsten, maar ook door flexibele inzet van eigen medewerkers te benutten. Hierbij is het wel noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen capaciteit welke de organisatie wel aan zich wil binden en welke capaciteit nodig is om tijdelijk aan zich te binden. Voorbeelden hiervan zijn herbezetting door langdurig ziekteverzuim, tijdelijk specifieke kennis inhuren of het invullen van moeilijk invulbare vacatures door externen. Door de krapte op de arbeidsmarkt en uitbreiding van taken is het momenteel nog onzeker hoe deze trend zich zal ontwikkelen in 2022. Alertheid blijft geboden maar flexibiliteit is noodzakelijk om het blijvend kunnen uitvoeren van taken te borgen.
78
Arbeidsvoorwaarden CAO Gemeenten De looptijd van de huidige CAO was eindig op 1 januari 2021. De onderhandelingen over een nieuwe CAO zijn vastgelopen op diverse onderdelen. Wanneer een nieuw akkoord te verwachten valt is op dit moment nog onduidelijk. Effecten hiervan zijn te verwachten in 2022. Denk hierbij aan een loonstijging, thuiswerkvergoedingen en/of incidentele vergoedingen als gevolg van het gedwongen thuiswerken door de Corona pandemie. Indicatief is de verwachting dat er op basis van reeds gesloten onderhandelaarsakkoorden van bijvoorbeeld de Provincie-CAO en Waterschappen een structureel loonbod te verwachten is naast een financiële waardering voor getoonde flexibiliteit in de vorm van een eenmalige bruto (€750) of netto (€250) uitkering en een budget voor thuiswerken (€850,- voor 5 jaar) en/of thuiswerkvergoeding €2,/€3,- per dag. Zoals opgemerkt bij de uitgangspunten gaan wij vooralsnog uit van een cao stijging van 0.5% in 2021 en 0.5% in 2022. Het hybride werken, de combinatie van werken op kantoor en thuis vraagt aandacht in het kader van de facilitering vanuit de Arbo wetgeving en de daarmee gemoeid zijnde kosten. Personeelshandboek Onze eigen lokale regels, procedures en gedragscodes op het gebied van arbeidsvoorwaarden blijven we actualiseren zodra er nieuwe akkoorden gesloten worden, of afspraken gemaakt zijn welke aanpassing vragen.
Denk hierbij aan de nieuwe CAO en haar uitwerking, formaliseren van het functieboek HR21 en de gesprekscyclus. HR21 De gemeente Bergen heeft gekozen voor invoering van HR21. HR21 is het sectorale systeem van functie beschrijven en functie waarderen dat door BuitenhekPlus en Leeuwendaal is ontwikkeld in opdracht van de VNG. Het project zal resulteren in een eigentijds en modern functieboek voor de Gemeente Bergen waarin medewerkers zich zullen herkennen. Gesprekscyclus Het regelmatig bespreken van het functioneren, duurzame inzetbaarheid blijven stimuleren en grip houden op een aantrekkelijk loopbaanperspectief heeft in samenspraak met de Ondernemingsraad een nieuwe look & feel gekregen. Een actieve impuls voor het loopbaan- en mobiliteitsbeleid, kortom een actief personeelsmanagement. Deze trend en beweging is terug te zien in de cijfers.
Opleiding en ontwikkeling medewerkers Ook in tijden van de Corona pandemie en het verplicht thuiswerken is de scholing van medewerkers grotendeels digitaal voortgezet. Fysieke bijeenkomsten werden digitale leerplatformen. Niet een optimale situatie maar daar waar het kon is er toch invulling aangegeven. Denk hierbij aan individuele opleidingstrajecten en collectieve sessies op het gebied van AVG, Informatieveiligheid en Integriteit. In 2022 zal er gestart worden met een leiderschapsprogramma voor het MT, leidinggevenden en coördinatoren met als doelstelling het nog beter in staat zijn de organisatie in tijden van verandering te managen.
79
Regionale samenwerking De gemeente Bergen vindt het belangrijk om regionaal samen te werken. Hierbij wordt wel altijd oog gehouden voor de (financiële) belangen van de gemeente. Succesvolle samenwerkingsvormen worden voortgezet. Te noemen zijn: • Uitvoering van de Regiovisie Bergen, Gennep, Mook en Middelaar; • Samenwerking tussen Cuijk, Boxmeer, Mook en Middelaar, Gennep, Bergen, Weeze en Goch. De burgemeesters van de 7 gemeenten hebben afgesproken om de haalbaarheid van een nieuw Interreg 6 project te onderzoeken. • Samenwerking tussen de 8 Noord-Limburgse gemeenten met o.a.: ✓ Regiofonds en thematische portefeuille overleggen; ✓ Uitvoering van de Regiodeal en Investeringsagenda Noord- Limburg; ✓ Uitvoering van de Regiovisie Noord-Limburg; ✓ Uitwerking en uitvoering van het POL-beleid. • Lidmaatschap Euregio Rijn Waal. • Sturing & inkoop sociaal domein met de 7 noord-limburgse gemeenten. Het coalitieakkoord gaat er vanuit, dat wij waar mogelijk en nodig blijven samenwerken met andere overheden. Echter, samenwerken is geen doel op zich, maar moet in het belang zijn van onze gemeente. Tot op heden hebben wij in de Regio Noord- en Midden-Limburg meerdere samenwerkingsverbanden. Sommige zijn wettelijk voorgeschreven, andere zijn vrijwillig aangegaan.
Alle zijn daarbij van invloed op onze organisatie vanuit de gedachte dat dit (op termijn) zijn effect krijgt op kwaliteit én kosten. Te noemen zijn: • De RUD (Regionale UitvoeringsDienst) waar tenminste de basistaken milieu worden uitgevoerd; • De Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) voor crisisbeheersing, openbare veiligheid en gezondheidszorg; • De MGR sociaal domein voor gezamenlijke inkoop van zorg; • Belastingsamenwerking gemeenten en Waterschappen (BsGW). BsGW voert namens deze partijen de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en de waterschap belastingen uit. • Informatisering en automatisering De informatiebehoefte van de organisatie groeit. De digitalisering die we hebben ingezet gaat helpen om aan deze behoefte te voldoen. In 2022 zullen meerdere processen overgaan van analoge verwerking naar digitale verwerking via o.a. het zaaksysteem. Taakspecifieke applicaties worden naar de cloud gebracht, waarbij het specialistische technische beheer van de applicatie bij de leverancier komt te liggen. Hierdoor zijn we minder kwetsbaar bij uitval en krijgen onze medewerkers meer ruimte om de organisatie te bedienen op het functionele beheervlak. De meeste applicaties ondergaan een metamorfose in o.a. gebruiksgemak, waardoor processen efficiënter uitgevoerd kunnen worden. Het telefoniesysteem wordt vervangen en er wordt meer ingezet op het gebruik van e-diensten.
Hierdoor komen we op het gewenste niveau van dienstverlening.
80
Paragraaf F Verbonden Partijen
Algemeen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat bij de begroting en rekening in een afzonderlijke paragraaf wordt ingegaan op de verbonden partijen. Daarnaast is het gewenst om gezien het belang van de verbonden partijen voor de gemeente invulling te geven aan de kader stellende en controlerende rol van de raad op dit terrein. In deze paragraaf zal, onder verwijzing naar de nota Governance Verbonden Partijen, vastgesteld in 2017, ingegaan worden op de voortgang van de beleidsuitvoering en nieuwe ontwikkelingen. Het vastgestelde beleidskader is toegepast in het onderstaande overzicht van de bestaande verbonden partijen. In deze paragraaf van de programmabegroting treft u een gecomprimeerde lijst van de verbonden partijen aan. Huidige bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging bij verbonden partijen: • Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) • Veiligheidsregio Limburg-Noord • Omnibuzz • Werkvoorziening Aanvullende Arbeid • Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord • Biblioplus • Regionale uitvoeringsdienst (RUD) De begrotingen en begrotingswijzigingen van bovengenoemde samenwerkingsverbanden worden aan de raad voorgelegd voor een zienswijze. • •
Verbonden partijen waarover advies wordt gegeven aan college: Zorg- en veiligheidshuis Noord-Limburg Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC)
Verbonden partijen waarvan gemeente Bergen aandeelhouder is en waarover geen advies wordt gegeven aan college en raad: • Enexis Holding N.V • Deelneming vordering Enexis • Verkoop Vennootschap B.V. • Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. • CBL Vennootschap B.V. (Cross Border Leases) • Claim Staat Vennootschap B.V. • Extra Zekerheid Vennootschap B.V. • Waterleidingmaatschappij Limburg • Bank Nederlandse Gemeenten Verbonden partijen waarover geen advies wordt gegeven aan college en raad: • Euregio-Rijn Waal • Inkoopcentrum Zuid • Regio Noord-Limburg • Burgemeestersoverleg regio Noord-Limburg • Gemeenschappelijke Orgaan regeling voor het toezicht op het Openbaar onderwijs Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave, Mill en St. Hubert • Regiovisie Bergen/Gennep/Mook • Bestuurlijk overleg Maas • Werkbedrijf • Gemeenschappelijke regeling Omnibus
81
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Lokale educatieve en welzijnsagenda O.O.G.O. (Op Overeenstemming Gericht bestuurlijk Overleg) Overleg orgaan toezicht openbaar onderwijs De lokale Driehoek (Burgemeester, Officier Openbaar Ministerie, Chef Politie) Regionaal bestuurlijk overleg Regiovisie Sport Limburgs integriteitsoverleg Fluglärm Commission Gemeenschappelijke luchtverkeerscommissie Regionaal Mobiliteitsoverleg Nazorgorganisatie/Bodemzorg Overleg openbaar vervoer 7 Burgemeesters overleg Stichting Ondersteuning overlegorganen Nationale parken Stichting promotieplatform Maasduinen Stichting Limburg-Noord Routebureau Noord- en Midden Limburg Toeristisch platform Platform Noordelijke Maasvallei Overlegorgaan Nationaal Park de Maasduinen Industriële kring Contactgroep Flammert Coördinatieoverleg EZ Werkgroep Ruimte en Economie Werkgroep Wonen Noord-Limburg Werkgroep Landelijk gebied Regionale Energie Alliantie Waterpanel Noord Stuurgroep Wonen Noord-Limburg Natuur netwerk gemeenten
Overzicht verbonden partijen
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Vestigingsplaats
Roermond
Website
https://bsgw.nl/nl
Gemeentelijk belang
BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende waterschappen en gemeenten de zorg voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen en beheert de authentieke basisregistratie WOZ (administratie en waardering). BsGW draagt zorg voor het heffen en innen van in beginsel alle lokale belastingen van gemeenten en waterschappen. De keuze welke belastingen door BsGW worden uitgevoerd wordt bepaald door de deelnemer. Het takenpakket bestrijkt het taakveld van advisering en opstellen van conceptverordening(en), de opbouw van benodigde basisregistraties, het opleggen en innen van de aanslagen tot en met de dwanginvordering en oninbaar verklaring. Afhandeling van klantreacties gedurende deze processtappen behoort eveneens tot het takenpakket. € 167.000
Gemeentelijk aandeel
82
Vertegenwoordiging
Burgemeester Pelzer
Beleidsverantwoording
Beleid en strategie zijn gericht op: - daling kosten deelnemers; - minimaal gelijkblijvende kwaliteit van dienstverlening; - vergroting digitale dienstverlening.
Risico's
Begin 2020 heeft BsGW opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd, welke is geactualiseerd op basis van de meest actuele begrotingscijfers 2020. De benodigde weerstandcapaciteit is berekend op € 1,190 miljoen. De bedrijfsvoeringrisico’s voor BsGW, oplopend qua impact (kans x gevolg), zijn: 1.Datalek, hackersaanvallen en overige ICT-storingen 2.Uitbesteding van niet-kernactiviteiten 3.Fraude 4.Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden 5.Overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW 6.Ambitieuze raming opbrengst vervolgingskosten 7.Frictiekosten personeel Eigen vermogen 31-12-2020 - € 889.000 (negatief) Vreemd vermogen 31-122020 Resultaat 2020
€ 9.101.000 -€ 2.092.000 (verlies)
83
Veiligheidsregio Limburg Noord Vestigingsplaats
Venlo
Website
https://www.vrln.nl
Gemeentelijk belang
De VLRN geeft vorm en inhoud aan intergemeentelijke samenwerking op de schaal van Noord- en Midden-Limburg en heeft tot doel: 1. De behartiging van de belangen van de gemeenten en hun ingezetenen op het gebied van: -brandweerzorg; -geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen; -de rampenbestrijding en crisisbeheersing; -het bevorderen van de multidisciplinaire uitvoering van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de bestrijding van zware ongevallen; -het bevorderen van een samenhangend integraal veiligheidsbeleid in de regio. 2. De behartiging van die taken die door de wet- en regelgeving aan gemeenten zijn toegekend op het gebied van collectieve preventie volksgezondheid en maatschappelijke zorg en waarvoor samenwerking tussen gemeenten op de schaal van de regio uit het oogpunt van verhoging van efficiency en effectiviteit wordt vereist.