Ontwerpbegroting BsGW 2026 Meerarenraming 2027-2030
Tekst van het document
De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 4.5.4 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van investeringen kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegden verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt. Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 25 van 60
Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer a.
Kasgeldlimiet
Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale bruto lasten (€ 29,8 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2026 uit op een bedrag van € 2,440 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,440 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,-
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Gem. netto vlottende schuld (1)
4.927
4.927
4.927
4.927
Kasgeldlimiet (2)
2.362
2.362
2.362
2.362
Ratio (1)/(2)
209%
209%
209%
209%
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. b.
Renterisiconorm
Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en wordt in zeven termijnen lineair afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Op deze lening is een marginale negatieve rente van toepassing tot en met 2027. Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 26 van 60
Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat. Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 4.5.5 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van BsGW. Hiervoor is het Dagelijks Bestuur beleidsvormend.
De stand van de organisatie en de ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in deze beleidsbegroting. 4.5.6 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen. 4.5.7 Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is niet van toepassing voor BsGW. 4.5.8 Openbaarheid De Wet open overheid (Woo), in werking getreden op 1 mei 2022, verplicht BsGW onder andere om in de jaarlijkse begroting aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. Vervolgens verplicht de wet om in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van de uitvoering van de Woo in samenhang met die beoogde beleidsvoornemens. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is. Openheid en transparantie van bestuur dragen bij aan maatschappelijk draagvlak voor beleid, vertrouwen in de overheid en de goede werking van de lokale democratie. Voor de implementatie ervan hebben bestuursorganen acht jaar de tijd. De Woo bevat de volgende belangrijke verplichtingen: 1. Woo-contactfunctionaris; 2. passieve openbaarmaking middels Woo-verzoeken; 3.
actieve openbaarmaking van bij wet genoemde informatiecategorieën; 4. (digitale) informatiehuishouding op orde hebben en houden. Woo-contactfunctionaris Een Woo-contactfunctionaris beantwoordt vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en leidt de steller (zijnde mensen van buiten de organisatie) naar de juiste plek of persoon. Het betreft hier
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 27 van 60
informatievragen niet zijnde Woo-verzoeken. Bij BsGW is deze rol overigens reeds in 2022 toegewezen aan meerdere functionarissen. Passieve openbaarmaking Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is er wettelijk vrijwel niets veranderd. Voor een zorgvuldige en tijdige afhandeling van deze verzoeken is het van belang dat de informatiehuishouding en onderliggende werkprocessen op orde zijn (zie: Informatiehuishouding op orde). De Woo-verzoeken behoren tot één van de actief openbaar te maken informatiecategorieën (zie: Actieve openbaarmaking). Actieve openbaarmaking De Woo verplicht bestuursorganen om op termijn de in de wet benoemde informatiecategorieën gefaseerd actief te publiceren. In 2022 is gestart met de implementatie van de actieve openbaarmaking conform de aanpak die landelijk wordt geadviseerd en gehanteerd (m.n. op initiatief van de VNG). Eind 2023 is gestart met de concrete uitwerking hiervan en de inrichting van het proces, zodat BsGW per tranche op efficiënte, veilige, en AVG-conforme wijze kan publiceren. Op 1 november 2024 is de eerste tranche in werking getreden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) biedt organisaties tijd en ruimte om het platform (verder) in te richten vóór de inwerkingtreding van de tweede tranche medio 2025.
Gelet op de vele ontwikkelingen en projecten binnen BsGW heeft het Dagelijks Bestuur ambitieniveau Basis vastgesteld voor de implementatie van de Woo. Daarmee voldoet BsGW aan de wettelijke verplichtingen en volgt BsGW de planning van het ministerie van BZK. In 2026 draagt BsGW er dan ook zorg voor dat de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief worden gepubliceerd. Via de Woo-index – als deelregister van het Register van Overheidsorganisaties – worden deze verplichte informatiecategorieën ook ontsloten. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Op basis
van
een
op
te
stellen
meerjarenplan
moeten
maatregelen
worden
genomen
om
informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. In 2023 heeft BsGW hier verder uitvoering aan gegeven in combinatie met de realisatie van het Informatiebeleidsplan 2022-2025 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. In 2026 zal BsGW doorgaan met het uitvoeren van de maatregelen i.c.m. de realisatie van het in 2024 vernieuwde Informatiebeleidsplan BsGW 2024-2027 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. Onderdeel hiervan is en blijft het creëren van bewustwording bij medewerkers en – voor zover van toepassing – het trainen van medewerkers in andere werkwijzen. Daarnaast maakt de (door)ontwikkeling van het documentmanagementsysteem (DMS) hier onderdeel van uit.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 28 van 60
5. Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten
Realisatie
Begroting KVM
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2024
2025
2026
2026
2026
2027
2028
2029
2030
Personeelskosten
0
17.362
18.247
248
18.495
19.287
20.271
21.304
22.391
Huisvestingkosten
0
919
951
0
951
983
1.016
1.051
1.087
Afschrijvingkosten
0
357
57
0
57
59
61
63
65
ICT-kosten
0
2.972
3.384
40
3.424
3.540
3.660
3.785
3.913
drukwerk
0
12
13
0
13
13
14
14
15
print/kopieerwerk
0
187
194
11
204
211
218
226
233
porti
0
610
631
0
631
653
675
698
721
telefonie/datacommunicatie
0
27
28
0
28
29
30
31
32
kosten brongegevens
0
406
316
104
420
434
449
464
480
operationele kosten
0
118
122
0
122
126
131
135
140
Overige operationele kosten
0
1.361
1.304
114
1.418
1.466
1.516
1.568
1.621
Diensten door derden
0
1.015
1.050
0
1.050
1.086
1.123
1.161
1.200
Kostenvergoeding bezwaar en beroep
0
3.506
3.625
0
3.625
3.748
3.876
4.007
4.144
Overige operationele kosten
0
5.882
5.979
114
6.093
6.300
6.514
6.736
6.965
algemene kosten
0
609
630
0
630
651
673
696
720
onvoorzien
0
365
424
0
424
439
453
469
485
Algemene kosten
0
974
1.054
0
1.054
1.089
1.127
1.165
1.204
bankkosten
0
290
300
0
300
310
321
331
343
rentekosten
0
7
8
0
8
8
8
9
9
Bank- en rentekosten
0
297
308
0
308
318
329
340
352
Toevoegingen aan voorzieningen
0
555
375
0
375
375
375
375
375
Totale lasten
0
29.319
30.353
402
30.756
31.951
33.353
34.819
36.352
-800
-1.000
0
-1.000
-1.200
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
0
28.519
29.353
402
29.756
30.751
32.053
33.519
35.052
Renteopbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0 0
28.519 0
29.353 0
402 0
29.756 0
30.751 0
32.053 0
33.519 0
35.052 0
Totaal bijdragen
0
28.587
29.353
402
29.756
30.751
32.053
33.519
35.052
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
0
68
0
0
0
0
0
0
0
0
68
0
0
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000
Meerjarenperspectief
Lasten
Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten
Mutatie bestemmingsreserve AHA Resultaat na terugbetaling OOP
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 5.2 Effect Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode Ten opzichte van voorgaande begrotingen, kent BsGW vanaf 2025 maatwerk-producten. Daarnaast treedt de nieuwe kostenverdeelmethode vanaf 2025 in werking. Het Harmonisatietraject, dat samen met de deelnemers is uitgevoerd, heeft geresulteerd in de volgende onderverdeling van de verschillende producten die BsGW levert aan haar deelnemers op het gebied van belastingheffing en -inning: -
voorkeursvarianten, waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten;
-
maatwerkvarianten;
-
externe heffingen.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 29 van 60
Vanaf 2024 worden de laatste twee categorieën voortaan via een separaat offerte- en factureringstraject in rekening gebracht bij de betreffende deelnemers. De kosten voor de reguliere belastingsoorten, de voorkeursvarianten, worden via de nieuwe, vastgestelde kostenverdeelmethode bij de deelnemers in rekening gebracht (AB 25-1-2024). De nieuwe KVM treedt per 1 januari 2025 in werking. In onderstaande tabel wordt dit financieel weergegeven: Realisatie
Begroting KVM
Begroting KVM
Maatwerk intern
Maatwerk extern
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2024
2025
2026
2026
2026
2026
2026
Personeelskosten
0
17.362
18.247
248
0
248
18.495
Huisvestingkosten
0
919
951
0
0
0
951
Afschrijvingkosten
0
357
57
0
0
0
57
ICT-kosten
0
2.972
3.384
0
40
40
3.424
Overige operationele kosten
0
1.361
1.304
114
0
114
1.418
Diensten door derden
0
1.015
1.050
0
0
0
1.050
Kostenvergoeding bezwaar en beroep
0
3.506
3.625
0
0
0
3.625
Overige operationele kosten
0
5.882
5.979
114
0
114
6.093
algemene kosten
0
609
630
0
0
0
630
onvoorzien
0
365
424
0
0
0
424
Algemene kosten
0
974
1.054
0
0
0
1.054
bankkosten
0
290
300
0
0
0
300
rentekosten
0
7
8
0
0
0
8
Bank- en rentekosten
0
297
308
0
0
0
308
Toevoegingen aan voorzieningen
0
555
375
0
0
0
375
Totale lasten
0
29.319
30.353
362
40
402
30.756
-800
-1.000
0
-1.000
0
0
0
0
0
28.519
29.353
362
40
402
29.756
Renteopbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
0
0
0
0
0
0
0
Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0 0
28.519 0
29.353 0
362 0
40 0
402 0
29.756 0
Totaal bijdragen
0
28.587
29.353
362
40
402
29.756
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
0
68
0
0
0
0
0
0
68
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000
Lasten
Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten
Mutatie bestemmingsreserve AHA Resultaat na terugbetaling OOP
Uitgangspunt voor de begroting is de vastgestelde reguliere begroting 2025. Na verwerking van de indexering, de lagere storting in de bestemmingsreserve AHA en eventuele wijzigingen voor wat betreft het maatwerk, resulteert dit in de begroting voor de reguliere werkzaamheden voor 2026. Deze kosten worden via de nieuwe KVM doorbelast aan de deelnemers van BsGW via de reguliere bijdragen. De kosten voor de maatwerkvarianten en de externe heffingen, die voorheen deels onderdeel uitmaakten van de reguliere begroting BsGW, worden separaat geoffreerd en gefactureerd. De reguliere begroting plus het maatwerk vormen samen de totale begroting BsGW voor 2026. Naast bovengenoemde kosten voor maatwerk en externe vorderingen, worden er voor deze producten ook extra, externe (ICT-)kosten gemaakt aangezien deze niet-reguliere processen niet worden
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 30 van 60
ondersteund door de verschillende pakketten en systemen van BsGW. Deze kosten zijn ook apart zichtbaar gemaakt in bovenstaande tabel. Het totaal hiervan is separaat geoffreerd en wordt ook separaat gefactureerd aan de desbetreffende deelnemers. 5.3 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Voor 2026 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 5,1%. Tevens is er nog steeds sprake van een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om tijdig anticiperen. BsGW heeft daarom geïnvesteerd in bijvoorbeeld leer-werktrajecten en trainee-ships, als investering in de nabije toekomst. Daarnaast worden de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauw gevolgd. Indexering goederen en diensten Voor 2026 is uitgegaan van een kosteninflatie van 3,4% ten opzichte van 2025. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak en beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Afschrijvingskosten BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom blijven(d) investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. De afschrijvingskosten van BsGW hadden voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICTen organisatieontwikkelingsprojecten.
Sinds BsGW is overgestapt naar SaaS-oplossingen voor wat betreft de belasting-, waarderings- en overige applicaties en de hosting (project AHA), zal hier (nagenoeg) geen sprake meer van zijn. De kosten van (door)ontwikkeling bestaan daarmee uit licentieen abonnementskosten. In de voorliggende begroting is daarom een bedrag van € 300 duizend overgeheveld naar ICT-kosten. De resterende kosten hebben voornamelijk betrekking op de jaarlijkse afschrijvingen van geactiveerde aanschaf en vervanging van inventaris en hardware. ICT-kosten Vanwege de overstap naar de SaaS-omgeving bestaan ICT-kosten voornamelijk uit jaarlijkse licentieen abonnementskosten plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en -beheer. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit is – reeds in de begroting 2024 – het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch in de meerjarenraming opgenomen. Vanaf de start van het Samenwerkingsportaal is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie, waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging staat in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG, BGT en de WOZ. Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 31 van 60
Operationele kosten Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd. De post Proceskosten bezwaar en beroep betreft de uitkeringskosten. De hieraan gelieerde uitvoeringskosten, zoals extra inzet van KCC-medewerkers, taxateurs, ICT-ers en juridisch medewerkers zijn begroot onder ‘diensten door derden’, naast de overige inhuur. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn
de
advertentie-
en
reclamekosten,
accountantskosten,
advieskosten,
abonnementen
en
lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen. De post onvoorzien 2026 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. Baten Renteopbrengsten De gerealiseerde renteopbrengsten betreffen voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil aangezien de rentevergoedingen op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, fluctueren, niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar zijn door BsGW. Eventuele renteopbrengsten worden gereserveerd en meegenomen in de (besluitvorming over de) resultaatbestemming. De post renteopbrengsten wordt daarmee nihil. Toelichting op de meerjarenraming 2027-2030 In de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 5,1% op de personele lasten en 3,4% over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen van de rente op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 0,5%.
Op de baten vindt geen indexering plaats. Bijdragen deelnemers De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2026 is € 29,353 miljoen. Dit is gelijk aan de nettokosten begroting 2026 minus de door BsGW te realiseren taakstellende kostenreductie OOP.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 32 van 60
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2026
2026
2026
Totale lasten
30.353
402
30.756
Taakstelling kostenreductie OOP
-1.000
0
-1.000
0
0
0
29.353
402
29.756
Bedragen x € 1.000
Structurele kostenreductie Totale lasten Totale baten
0
0
0
Netto kosten
29.353
402
29.756
0
0
0
29.353
402
29.756
0
0
0
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo) Totaal bijdragen Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
De uitsplitsing naar deelnemer is opgenomen in bijlage 11 van deze begroting.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 33 van 60
5.4 Uiteenzetting van de financiële positie 5.4.1 Investeringen Voor het begrotingsjaar 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 is geen krediet voor innovatie en procesoptimalisatie openomen in de begroting als gevolg van de overgang naar SaaS-oplossingen. De kosten van (door)ontwikkeling bestaan daarmee uit licentie- en abonnementskosten. 5.4.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 4.5.4. 5.4.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen geen aanvullende
storting.
Integendeel!
Het
verschil
tussen
het
aanwezige
en
het
benodigde
weerstandsvermogen bedraagt € 572 duizend. Het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel is om dit bedrag terug te storten naar de deelnemers.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 34 van 60
Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2025-2029 Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhandenwerk Bijlage 3: Staat van vaste schulden Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Bijlage 7: Risicoanalyse Bijlage 8: Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) Bijlage 9: Berekend EMU-saldo Bijlage 10: Geprognosticeerde balans 2024-2030 Bijlage 11: Bijdragen 2026 Bijlage 12: Bijdragen Waterschap Limburg volgens BBP-opzet
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 35 van 60
Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2025-2029 In de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 is geen krediet voor innovatie en procesoptimalisatie openomen als gevolg van de overgang naar SaaS-oplossingen. Bij SaaS-oplossingen is sprake van abonnements- en licentiekosten.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 36 van 60
Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk
Financiële vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Immateriële vaste activa (OHW) Materiële vaste activa (OHW) Totaal activa en ohw
Cumulatieven per 31-12-2023 Aanschafwaarde Afschrijving €0 €0
Boekwaarde 31-12-2024 €0
OHW naar SVA €0
Mutaties 2025 Investeringen €0
Afschrijving €0
Boekwaarde 31-12-2025 €0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 340.212
-€ 263.517
€ 76.695
€0
€ 10.000
-€ 10.000
€ 76.695
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 340.212
-€ 263.517
€ 76.695
€0
€ 10.000
-€ 10.000
€ 76.695
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. Vanwege de overstap naar de SaaS-omgeving vervallen de investeringen in ICT-projecten. De staat van vaste activa bestaat dan nog enkel uit materiele vaste activa met betrekking tot de geactiveerde aanschaf en vervanging van inventaris en hardware.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 37 van 60
Bijlage 3: Staat van vaste schulden Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Het (negatieve) rentepercentage van deze lening bedraagt -/- 0,18% Langlopende lening x € 1.000 Initieel
Aflossing
Restschuld
0
2.000
31-12-2021
-286
1.714
31-12-2022
-286
1.429
31-12-2023
-286
1.143
31-12-2024
-286
857
31-12-2025
-286
571
31-12-2026
-286
286
31-12-2027
-286
0
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 38 van 60
Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen Algemene reserve BsGW
x € 1.000
Initieel gestort weerstandsvermogen
385
Resultaat 2011
509
Resultaat 2012
-102
Resultaat 2013
-174
Resultaat 2014
-570
Resultaat 2015
-332
Resultaat 2016
-714
Resultaat 2017
-433
Aanvulling weerstandsvermogen (2017)
1.591
Aanvulling weerstandsvermogen (2018)
433
Resultaat 2018
-325
Aanvulling weerstandsvermogen (2019)
325
Resultaat 2019
13
Aanvulling weerstandsvermogen (2020)
596
Resultaat 2020
-2.092
Aanvulling weerstandsvermogen (2021)
2.092
Resultaat 2021
-1.565
Aanvulling weerstandsvermogen (2022)
1.552
Resultaat 2022 € 812 duizend waarvan: - Aanvulling weerstandsvermogen (2023)
312
Resultaat 2023 (begroting)
-1.293
- Aanvulling weerstandsvermogen (2024)
1.293
Reserves 31-12-2023
1.502
Resultaat 2024 (begroting)
0
Reserves 31-12-2024
1.502
Resultaat 2025 (begroting)
68
Reserves 31-12-2025
1.570
Resultaat 2026 (begroting)
0
Reserves 31-12-2026
1.570
Resultaat 2027 (begroting)
0
Reserves 31-12-2027
1.570
Resultaat 2028 (begroting)
0
Reserves 31-12-2028
1.570
Resultaat 2029 (begroting)
0
Reserves 31-12-2029
Bestuurlijk
is
afgesproken
1.570
dat
BsGW
beperkte
reserves
aanhoudt,
in
de
vorm
van
een
weerstandsreserve, zodat BsGW operationele risico’s zelf kan opvangen zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. De benodigde omvang wordt gemaximeerd op het bedrag dat voortvloeit uit de risicoanalyse. Het meerdere wordt afgedragen aan de deelnemers naar rato van het aandeel op basis van de kostenverdeelmethodiek.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 39 van 60
Bij de oprichting is het weerstandsvermogen op basis van de risicoanalyse vastgesteld op € 385 duizend (ca. 5% van het begrotingstotaal) en gerealiseerd middels een bodemstorting van de drie founding fathers van BsGW. Het positief resultaat 2011 is door het bestuur van BsGW toegevoegd aan de reserves van BsGW om slagvaardig de realisatie van de met het bestuur afgesproken groeistrategie van BsGW te kunnen nastreven. Het negatief resultaat van 2014-2017, voor het leeuwendeel veroorzaakt door extra proceskosten, is door het bestuur aan de reserves onttrokken. Eind 2017 en eind 2018 is besloten om de in deze jaren opgebouwde
negatieve
reserves
aan
te
vullen
tot
het
bedrag
gelijk
aan
het
benodigde
weerstandsvermogen van € 593 duizend conform de begin 2018 uitgevoerde risico-analyse ten behoeve van de begroting 2019-2023. In 2019 is besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen (AB 27-6-2019: Vaststellen bijdragen 2020). In 2020 is de onderschrijding op de beheerkosten GDI (€ 193 duizend) en het te veel gestorte vermogen uit hoofde van de lagere proceskostenvergoeding van 2019 (€ 356 duizend) ten gunste van het weerstandsvermogen gebracht (totaal € 548 duizend) en aangewend voor de oplossingsrichting met Waterschap Limburg (WL) inzake de (her)verdeling van de proceskostenvergoeding 2020 en GDI (AB 25 juni 2020, Weerstandsvermogen 2020). Hierin is vastgesteld dat het WL ten onrechte meebetaalde aan de kosten van de WOZ-waardering. Tevens is vastgesteld dat het WL te weinig betaalde aan GDI-kosten: via de bestaande kostenverdeelmethode betaalde WL 25% van deze kosten, volgens de vaste verdeelsleutel van het ministerie van BZK zou dit 60% moeten zijn. Het negatieve resultaat over 2021 van € 1.565 duizend was voor € 808 duizend toe te schrijven aan COVID-19, voor € 1,240 miljoen aan proceskostenvergoeding en een positief resultaat op de reguliere bedrijfsvoering. Met het aanvullen van het negatief resultaat over 2021 is het weerstandsvermogen aangevuld tot het benodigde weerstandsvermogen.
Het positieve resultaat over 2022 van € 812 duizend – door onder andere lagere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten als gevolg van het lagere aantal ingediende bezwaren dan voorzien – is als volgt bestemd (AB 29-6-2023) en verwerkt in bovenstaande tabel: -
€ 500 duizend bestemmingsreserve AHA
-
€ 312 duizend aanvulling weerstandsvermogen
In 2023 is een negatief resultaat behaald van € 1,293 miljoen. Dit werd onder andere veroorzaakt door hogere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten (€ 2,773 miljoen nadeel) als gevolg van de hausse aan ingediende bezwaren ten opzichte van de jaren daarvoor. Daartegenover stond een incidenteel voordeel van € 711 duizend aan renteopbrengsten plus een positief resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering van € 769 duizend. Het negatieve resultaat 2023 is ten laste gebracht van het weerstandsvermogen, waarna het weerstandsvermogen is aangevuld met hetzelfde bedrag (AB 27-6-2024). De bestemming van het resultaat 2024 is nog niet vastgesteld door het Algemeen Bestuur en daarom nog niet opgenomen in bovenstaande tabel. De begroting als uitgangspunt genomen.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 40 van 60
De bijdragen 2025 (en verdere jaren) op deelnemersniveau worden berekend aan de hand van de per 1 januari 2025 in werking getreden nieuwe kostenverdeelmethode (KVM) (AB 25-1-2024). Omdat uit de
eerste
indicatieve
doorrekening
bleek
dat
er
(te)
grote
verschillen
ontstonden
in
de
deelnemersbijdrage volgens nieuwe versus oude KVM, is gekozen voor een ingroeimodel (AB 28-32024)
waarbij
voor
2025
50%
van
dit
verschil
wordt
doorberekend
in
de
bijdrage.
De
afrondingsverschillen die hierdoor ontstaan, leiden tot een positief begrotingssaldo van € 68 duizend.
Bestemmingsreserve BsGW
x € 1.000
Resultaat 2022 € 812 duizend waarvan: - Bestemmingsreserve AHA
500
Begroting 2023
2.275
Onttrekking in 2023
-1.819
Reserves 31-12-2023
956
Ontrekking in 2024
-511
Reserves 31-12-2024
445
De verwachte implementatiekosten van het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (voortaan genoemd: AHA) zijn ingeschat op € 2,775 miljoen, waarvan € 2,275 miljoen op de begroting 2023 drukken. Dit bedrag is toegevoegd aan de bestemmingsreserve AHA. Vanuit het positieve resultaat over 2022 ad. € 813 duizend is € 500 duizend toegevoegd aan deze bestemmingsreserve AHA. Onttrekkingen vonden plaats in 2023 en 2024. Per 31-10-2024 is het programma definitief afgesloten. De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De totale projectkosten AHA vallen lager uit dan begroot. Dit heeft met name ermee te maken dat een risicoscenario zich niet heeft voorgedaan. Daarnaast vielen de implementatiekosten van zowel de hosting als de waarderingsapplicatie lager uit. BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Daarnaast zijn investeringen verplicht om te (blijven) voldoen aan wettelijke eisen. Vanwege einde contractduur zijn zowel de ICT-infrastructuur als de waarderings- en belastingpakketten op basis van een Europese aanbesteding gegund en geïmplementeerd (2023 en 2024). Deze contracten kunnen maximaal worden verlengd tot en met 2029.
Bij einde contractduur is opnieuw een Europese aanbesteding aan de orde. Gezien de ervaringen uit het huidige aanbestedings- en implementatietraject is besloten het projectbudget voor de aanbesteding en implementatie in 2028 en 2029 te verlagen naar € 2,5 miljoen en hiervoor een bestemmingsreserve te vormen (AB 12-12-2024). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar (AB 27-6-2024). De onderbesteding van het huidige project AHA van afgerond € 445 duizend wordt als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve. Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend, betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 kunnen worden verlaagd naar € 375 duizend in de (ontwerp-)begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 41 van 60
Bestemmingsreserve BsGW
x € 1.000
Startkapitaal 2024
445
Reserves 31-12-2025
445
Begroting 2025
555
Reserves 31-12-2025 Begroting 2026 Reserves 31-12-2026 Begroting 2027 Reserves 31-12-2027 Begroting 2028 Reserves 31-12-2028 Begroting 2029 Reserves 31-12-2029
1.000 375 1.375 375 1.750 375 2.125 375 2.500
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 42 van 60
Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage Het rente-omslagpercentage wordt berekend door het saldo van aan taakvelden toe te rekenen externe en interne rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het begrotingsjaar. De vaste activa bestaan uit de immatriële, materiële en financiële vaste activa voor zover deze integraal zijn gefinancierd met uitzondering van de aan derden verstrekte leningen. Het rente-omslagpercentage voor begrotingsjaar 2026 (en meerjarenraming 2027-2030) is nihil.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 43 van 60
Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Aansluitend aan het harmonisatietraject is de kostenverdeelmethode (KVM) geëvalueerd. Dit met als doel om te komen tot een gedragen methode, die ertoe leidt dat de kosten van BsGW op een rechtvaardige en efficiënte manier worden verdeeld over de deelnemers. Uitgangspunt hierbij is dat de te betalen bijdrage per deelnemer een juiste weerspiegeling is van de inspanning die BsGW levert per deelnemer, zonder dat dit jaarlijks leidt tot substantiële schommelingen in de bijdragen (beleidskeuzes van de deelnemers daargelaten). Het solidariteitsprincipe is steeds meegewogen bij het maken van keuzes. Op grond van de ‘Evaluatie 2023 Kostenverdeelmethode BsGW’ (AB 10-12-2023) zijn de volgende conclusies getrokken: -
De werkwijze van de toerekening van de kosten naar de diverse producten/taken is robuust en grofmazig te noemen. Na de oprichting van BsGW heeft nooit een herijking c.q. aanpassing van deze werkwijze plaatsgevonden, zodat onduidelijk is of de inrichting van de huidige organisatie en de daarbij uitgevoerde taken nog aansluit bij de gehanteerde productindeling.
-
De gehanteerde productindeling van BsGW is een mix van primaire producten en producten c.q. taken met een meer ondersteunende taakstelling ten aanzien van de primaire producten.
-
Binnen het product Heffen wordt, met uitzondering van de belastingsoort Parkeerbelasting, geen (financieel)
onderscheid
gemaakt
tussen
standaardbelastingsoorten
en
de
meer
arbeidsintensieve belastingsoorten. -
De productieaantallen, die de basis vormen voor de toedeling van de kosten in de KVM, zijn eenmalig vastgesteld bij de toetreding van de betreffende deelnemers en zijn nadien nooit meer geactualiseerd.
-
De opbrengst vervolgingskosten wordt jaarlijks geheel ten gunste van de exploitatie van BsGW gebracht, terwijl diverse (maatschappelijke en juridische) argumenten pleiten om deze opbrengsten rechtstreeks af te dragen aan de betreffende deelnemers.
Op basis van bovenstaande conclusies zijn de navolgende aanbevelingen door het Algemeen Bestuur (AB 10-12-2023) bekrachtigd: -
Op basis van kennis en ervaring van de medewerkers BsGW analyseren of de omvang en de toekenning van de loonkosten naar de diverse producten aansluit met de werkelijke tijdsbesteding aan deze producten en deze analyse periodiek (3 jaarlijks) te herhalen.
-
De kosten van de producten Klantzaken en Ondersteuning & Ontwikkeling voortaan via interne verdeelsleutels door te belasten aan de primaire (hoofd)producten Waarderen, Heffen en Innen. Als gevolg daarvan ook de vigerende verdeelsleutels voor de producten Klantzaken en Ondersteuning & Ontwikkeling in de KVM laten vervallen.
-
Intern onderzoeken voor welke belastingsoorten een afwijkend tarief per aanslagregel in de KVM noodzakelijk c.q. wenselijk is.
-
Per omgaande over te gaan tot het hanteren van de meest actuele productieaantallen in de KVM en deze aantallen ook jaarlijks te actualiseren.
-
Op
enigerlei
wijze
te
formaliseren
op
welke
wijze
de
opbrengst
vervolgingskosten
geadministreerd dient te worden en hier vervolgens uitvoering aan te geven bij de KVM.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 44 van 60
Uitgangspunten kostenverdeelmethode Op basis van het vorenstaande is een nieuwe systematiek tot stand gekomen gebaseerd op de volgende uitgangspunten: a.
De kostentoerekening naar de producten vindt plaats op basis van de meest actuele taakverdeling binnen de organisatie. Alleen die kostencomponenten, welke rechtstreeks en integraal kunnen worden toegerekend aan een product, worden direct aan het product toegerekend. De overige kostencomponenten worden doorbelast via de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling.
b.
De hoofdindeling van de nieuwe KVM is gebaseerd op de drie hoofdproducten: a.
Waarderen,
b.
Heffen,
c.
Innen.
c.
Binnen de (hoofd)producten vindt waar nodig een onderverdeling plaats naar sub-producten.
d.
Er wordt alleen gebruik gemaakt van sub-producten, indien deze sub-producten een substantiële extra tijdsinspanning vergen van BsGW.
e.
De te hanteren verdeelsleutels dienen te zijn gebaseerd op de meest actuele productie-eenheden (bij begroting t-2).
f.
De opbrengsten met betrekking tot de vervolgingskosten en invorderingsrente maken geen onderdeel meer uit van de BsGW-begroting.
Systematiek kostenverdeelmethode Kostencomponenten
Hoofdproducten
Sub-producten
I ndirec te kosten
WAARDEREN D irec te kosten
Belastingsoort X
I ndirec te kosten
HEFFEN
Belastingsoort Y
D irec te kosten Belastingsoort Z
I ndirec te kosten
Financiële inv ordering
INNEN D irec te kosten
Dwanginv ordering
Kostentoerekening naar producten De actuele tijdsbesteding per (sub-)proces is bepalend voor de kostentoerekening naar de betreffende producten. Personele kosten worden op grond van de actuele inzet (aantal fte’s) direct toegerend naar de betreffende producten c.q. sub-producten. Kostencomponenten, die niet rechtstreeks en integraal zijn toe te rekenen aan de externe hoofd- c.q. sub-producten, worden verantwoord binnen de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling. Voor deze twee interne producten worden afzonderlijke verdeelsleutels gehanteerd, eveneens gebaseerd op de actuele tijdsbesteding binnen deze interne producten.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 45 van 60
Operationele kostencomponenten, die direct en integraal zijn toe te rekenen aan een bepaald product (bijv. proceskosten) worden rechtstreeks aan het betreffende hoofd- c.q. sub-product toegerekend. Dit resulteert uiteindelijk in totaalkosten per (hoofd)product Heffen, Waarderen en Innen, die via de verschillende verdeelsleutels worden omgeslagen naar een tarief per product van dienstverlening. De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. Verdeelsleutels per (hoofd)product Product Waarderen Het product Waarderen omvat alle werkzaamheden, die betrekking hebben op het bijhouden van de WOZ-administratie, het taxeren/waarderen van alle objecten en het integraal verwerken van de bezwaar- en beroepsprocedures. Alle kosten, die hier direct dan wel indirect uit voortvloeien, worden verantwoord binnen het product Waarderen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per WOZ-object’. Product Heffen Binnen het product Heffen vallen alle werkzaamheden, die betrekking hebben op het bestands- c.q. gegevensbeheer van alle uit te voeren belastingsoorten van alle deelnemers. Aanvullend vindt binnen dit (hoofd)product de oplegging plaats van (combi-)aanslagen aan alle belastingschuldigen.
Alle kosten, die direct dan wel indirect uit deze werkzaamheden voortvloeien, worden verantwoord binnen het product Heffen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per aanslagregel’. In het eindrapport ‘Project harmonisatie’ (AB 8-12-2022) zijn alle belastingsoorten geclassificeerd in de categorieën: -
voorkeursvarianten (A), waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten (B);
-
maatwerkvarianten (C1);
-
externe heffingen (C2).
Alleen de kosten van de belastingsoorten A en B worden binnen het product Heffen verantwoord. De kosten van de belastingsoorten C1 en C2 worden op basis van offertes rechtstreeks (en dus buiten de KVM om) bij de betreffende deelnemers in rekening gebracht. Het verwerkingsproces voor de belastingsoorten B kunnen niet volledig geautomatiseerd uitgevoerd. De noodzakelijke handmatige werkzaamheden hebben een kostenverhogend effect. Het gaat in dit kader om: 1. Afvalstoffenheffing – diftar (voorkeursvariant) 2. Reclamebelasting 3. Precariobelasting 4. Toeristenbelasting 5. Forensenbelasting 6. Watertoeristenbelasting 7. Parkeerbelasting 8. Verontreinigingsheffing 9. Zuiveringsheffing bedrijven – aangifte meetbedrijven. Voor het toerekenen van de kosten van deze sub-producten aan de betreffende deelnemers wordt eveneens gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per aanslagregel’. Product Innen
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 46 van 60
Binnen het product Innen vallen alle werkzaamheden voor het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, alsmede ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Bij het niet of niet tijdig betalen van aanslagen zal uiteindelijk ook de inzet van de deurwaarder aan de orde zijn. Op hoofdlijnen is het product Innen te splitsen in een tweetal sub-producten, namelijk: -
Financiële invordering met als verdeelsleutel ‘tarief per aanslagbiljet’
-
Dwanginvordering met als verdeelsleutel ‘tarief per dwangbevel’.
Binnen het product Innen zijn de opbrengst vervolgingskosten en de invorderingsrente komen te vervallen. Hiertegenover staat evenwel dat iedere deelnemer jaarlijks de werkelijke opbrengsten gelijktijdig met de belastingopbrengsten rechtstreeks krijgt uitbetaald. Productie-aantallen De productieaantallen, die de basis vormen voor de toedeling van de verschillende producten naar de deelnemers, worden jaarlijks geactualiseerd. Hierbij wordt steeds uitgegaan van de werkelijke productieaantallen van het laatst afgesloten jaar (t-2) voor de berekening van de bijdragen van het desbetreffende begrotingsjaar (t). De nieuwe KVM is door het Algemeen Bestuur vastgesteld op 25 januari 2024 en treedt met ingang van 2025 in werking.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 47 van 60
Bijlage 7: Risicoanalyse Om de financiële gevolgen van de genoemde risico’s op te kunnen vangen is het van belang dat BsGW een weerstandsvermogen aanhoudt dat overeenkomt met de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het beleidsmatige kader wordt verwezen naar de ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). Op basis van de risicoanalyse is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. De uitsplitsing en opbouw van dit bedrag staat in de tabel ‘Berekening weerstandsvermogen BsGW’. Voor elk van de risico’s is het bruto risicobedrag geïdentificeerd. Dit is het maximale bedrag dat nodig is indien het risico zich daadwerkelijk voordoet, in een situatie waar geen beheersmaatregelen worden genomen. Daarna is voor elk van de risico’s het netto risicobedrag gekwantificeerd. Dit is het risico dat kan optreden indien de geformuleerde beheersmaatregelen effectief zijn uitgevoerd. Vanuit het netto risico is het restrisico berekend. Het restrisico is het netto risicobedrag vermenigvuldigd met de kans die er bestaat dat het geïdentificeerde risico optreedt, ná het nemen van de geformuleerde beheersmaatregelen. Hierbij is de maximale kans genomen zoals die in de risicoanalyse staat aangegeven. Dit leidt tot een conservatief weerstandsvermogen, dat wil zeggen: met het berekende weerstandsvermogen worden de risico’s afgedekt.
Weerstandsvermogen begroting 2026 Begin 2025 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd, waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2026 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandscapaciteit, exclusief risico frictiekosten, komt uit op € 998 duizend, circa 3,36 % van de netto-kosten 2026. Bij de (meerjaren)-begroting 2025-2029 was het weerstandsvermogen berekend op € 1,137 miljoen, circa 3,99% van de netto-kosten BsGW 2025. Een afname van € 139 duizend. Deze afname heeft te maken met een aantal veranderingen in de (kans op) risico’s, naast het vervallen van posten zoals de risico’s rondom de aanschaf van de nieuwe belasting- en waarderingsapplicaties. Zie tabel en de daarop volgende toelichting. Het aanwezige weerstandsvermogen eind 2023 (na resultaatbepaling 2023 en vaststelling begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029) bedraagt € 1,572 miljoen. Afgezet tegen het benodigde weerstandsvermogen van € 998 duizend, komt de ratio uit op 1,57. De ratio van het weerstandsvermogen is daarmee ’ruim voldoende’. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 572 duizend. Het voorgenomen DB-besluit resp. ABvoorstel is om deze € 572 duizend terug te storten naar de deelnemers. Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
Actie
A
> 2,0
Uitstekend
B
≥ 1,4 - ≤ 2,0
Ruim voldoende
Voorstel aan AB om terug te storten
C
≥ 1,0 - < 1,4
Voldoende
Geen actie
D
≥ 0,8 - < 1,0
Matig
Geen actie
E
≥ 0,6 - < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Voorstel aan AB om bij te storten
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 48 van 60
Mogelijk effect
Mogelijke oorzaak
1. Substantiele prijsstijgingen (ICT-) (toe) leveranciers
Hogere kosten van (met name ICT-) goederen en diensten.
Significant hogere prijsstijgingen Prijsstijgingen inkaderen via inkoopproces; in dan de in de begroting van BsGW inkoopvoorwaarden/contract vastleggen op basis opgenomen indexeringen van het waarvan de jaarlijkse prijsstijgingen plaats (mogen) CPB a.g.v. vinden. wereldmarktontwikkelingen. Nauw contact houden met onze deelnemers inzake de kostenontwikkeling BsGW.
2. Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen
Meer werk / inhuur op m.n. juridisch gebied.
Database met respons vanuit BsGW op meestgestelde vragen / grieven.
3. Koepelvrijstelling van de BTW
Kostprijsverhogend voor deelnemers
Extra (juridische) inzet door aangespannen procedures door soevereinen/autonomen die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten. Wijziging in wet-/regelgeving.
4. Verstoringen externe informatiestromen
Data is niet volledig. Hogere kosten a.g.v. arbeidsintensievere workarounds/oplossingen. Inefficiënte werkwijzen (excel) en foutgevoelig.
Verstoringen in het proces omdat data niet uitgewisseld kan worden tussen BsGW en externen zoals WML, afvalinzamelaars, landelijke voorzieningen zoals Kadaster, BRP, et cetera.
Alternatieve werkwijze/procedure vooraf ontwikkelen danwel achteraf vastleggen als back-up.
Bezwaren en beroepen
Proces
Wet- en regelgeving
Marktontwikkelingen
Nr. Risico
Gericht(er) sturen op het processen (waaronder bezwaar en beroep) wordt bemoeilijkt zo niet onmogelijk.
5. Meer bezwaren en beroepen: Overschrijding begroting als gevolg van - ncnp's hogere proceskostenvergoedingen en - Bezwaren tegen andere heffingen hogere uitvoeringskosten. - Inzet AI door burgers en bedrijven Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten
Beheersmaatregelen
Groot risico, dus onderzoek naar laten doen. Wellicht dat het Btw-compensatiefonds (BCF) hier weer een sleutel geeft ter bestrijding van kostenverhogende factor.
Herinrichten/verbeteren MIS. Extra capaciteit (uren intern danwel extern) vrijmaken voor inrichting/verbetering MIS.
Het Management Informatie Systeem (MIS) sluit niet aan op de informatiebehoefte van de gebruikers. Ondanks recent gewijzigde wet- Uitvoering van het dynamische plan van aanpak: /regelgeving bestaat risico dat deze stroomlijnen en aan de lijn blijven met conbezwaarmaken tegen de OZB of collega's en 'Den Haag', zodat de aanpak sluitend andere belastingen waarbij WOZ- blijft. waarde basis is, voor de ncnpbedrijven een verdienmodel blijft. Door gewijizgde wet-/regelgeving valt ook kwijtschelding en uitstel van betaling onder bezwaar- en beroepregime
6. Infromatiebeveiliging & Privacy
Boete van de Autoriteit Persoonsgegevens. Afbreukrisico/reputatieschade. Aanvullende kosten door productieverlies.
Hackersaanvallen. Nalatigheid medewerkers/ deelnemers.
1.Procedure meldplicht datalekken BsGW 2.Informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol. 3.Bewustwording medewerkers/opleiding/elearning/mistery guest. 4.De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. 5.BsGW zet ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, mail, adequate antivirusbeveiligingen en data-encryptie, Third Party Memo-randum, ISAE 403-verkaring. 6.Verstrekking aan deelnemers alleen na een privacy toets/doelbinding. 7. Gebruik van Zivver
7. ICT-storingen in de piekbelasting
Het niet kunnen opleggen van aanslagen.
Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Regelen van back-ups waardoor werkzaamheden snel opgepakt kunnen worden/uitwijklokatie. Extra inzet externe capaciteit.
8. Fraude door medewerkers
Financieel verlies ten gevolge van (incasso/afdracht)fraude zal BsGW dienen te compenseren. Imagoschade BsGW.
Onbetrouwbare ICT-leverancier. Storing bij de energieleverancier. Bouwwerkzaamheden. onjuiste temperatuur serverruimten. Geen sluitende interne controles. Samenspanning medewerkers.
9. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
Niet tijdig kunnen vervullen van vacatures waardoor werk blijft liggen.
BsGW profileert zich te weinig naar buiten als aantrekkelijke werkgever.
Meer stage-/afstudeerplekken aanbieden en in de werving insteken op potentie die BsGW verder intern (traineeships) zal doorontwikkelen. Voorbeeld KCC-medewerker is bereid om taxateursopleiding te volgen, maar ook meedraaien op carrieredagen hogescholen.
10. Ziekteverzuim
Uitval van functionarissen met als gevolg Ziekteverzuim is niet opgenomen dat de werklast terecht komt bij de in de begroting van BsGW. andere medewerkers danwel werk blijft liggen. Langdurig ziekte verzuim is in de regel niet-werkgerelateerd bij Budgetoverschrijding als gevolg van BsGW. extra inhuurkosten.
Personeel
Technologie
Datalek Cyberaanvallen/hack i.c.m. onzekerheid ICT-leverancier
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
Stelsel van sluitende interne controles. Adequate functiescheidingen. Integriteit onder de aandacht blijven houden.
1.Adequaat HRM beleid gericht op preventie en – zo nodig – herplaatsing binnen of buiten BsGW 2.Mobiliteitsplan en budget 3.Strategisch HRM-beleid
pagina 49 van 60
Marktontwikkelingen
1
2 Wet- / regelgeving
Risico Substantiele prijsstijgingen IC T-(toe) leveranciers
Kans 3
Gevolg 3
Kans 50%
€
Gevolg 150.000
€
Score (€) 75.000
Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen
2
2
50%
€
50.000
€
25.000
Koepelvrijstelling van de BTW
1
4
2%
€
2.331.000
€
46.620
Verstoringen externe informatiestromen
3
3
65%
€
135.000
€
87.750
Meer bezwaren en beroepen: - ncnp's - Bezwaren tegen andere heffingen - Inzet AI door burgers en bedrijven
4
4
60%
€
500.000
1
4
2%
€ 20.000.000
€
400.000
IC T-storingen in de piekperiode BsGW
1
3
10%
€
200.000
€
20.000
Fraude door medewerkers
1
3
10%
€
200.000
€
20.000
Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
4
2
40%
€
270.000
€
108.000
Ziekteverzuim
3
4
80%
€
270.000
€
216.000
Totaal benodigd weerstandsvermogen:
€
998.370
3
Proces
Bezwaren en beroepen
4
5
Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten Informatiebeveiliging & Privacy
Technologie
6
7 8 Personeel
9 10
Datalek C yberaanvallen/hack
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 50 van 60
Toelichting risicoanalyse 1. Substantiële prijsstijgingen (ICT-)(toe)leveranciers Als gevolg van wereldmarktontwikkelingen stijgen de prijzen van (toe)leveranciers van ICT-producten en -diensten met een substantieel hoger percentage dan de (gewogen) inflatiecijfers, zoals gepresenteerd door het Centraal Planbureau en de in de begroting van BsGW opgenomen indexering. Ook de leverzekerheid van hardware en de krapte op de arbeidsmarkt wat ICT-medewerkers betreft, heeft effect op de prijsontwikkeling. 2. Soevereinen/autonomen Extra (juridische) inzet door aangespannen procedures door soevereinen/autonomen, die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten. De soevereinen/ autonomen zoeken – mede met behulp van AI – nieuwe wegen en schromen in toenemende mate niet om hun standpunten kracht bij te zetten, bijv. middels het hoofdelijk aansprakelijk stellen van direct betrokkenen. 3. Koepelvrijstelling van de BTW De discussie of de koepelvrijstelling in de BTW beperkter moet worden toegepast dan tot nu toe gebruikelijk was, loopt nog steeds. Het gaat hierbij, naar aanleiding van enkele uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie, om de uitleg of de koepelvrijstelling in de BTW alleen geldt voor de in de BTW-richtlijn met name genoemde activiteiten. Door deze uitspraken zou de betreffende vrijstelling sterk worden ingeperkt.
De zorg voor een goede en veilige waterhuishouding zou bijvoorbeeld niet meer als prestatie van algemeen belang gelden. Als gevolg daarvan zouden typische waterschapstaken en belastingheffing en -inning, die niet zelfstandig door het waterschap maar bijvoorbeeld met andere overheden in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR) worden uitgevoerd, niet meer onder de koepelvrijstelling vallen, met als gevolg dat de bijdrage van het waterschap in de uitvoeringskosten van de GR met 21% wordt verhoogd. Ondanks het grote aandeel van het waterschap, zou in een dergelijke situatie niet de gehele bijdrage met 21% omhoog gaan. Voor veel posten geldt dan immers ook de vooraftrek. De grootste uitzonderingen hierop zijn de salarissen inclusief de sociale lasten. Wellicht dat het BTWcompensatiefonds de kostenverhoging bij onze gemeentelijke deelnemers (deels) teniet kan doen. De kans wordt overigens laag ingeschat dat er definitieve (Europese) regelgeving komt in 2026. 4. Verstoringen externe informatiestromen Indien de informatiestromen niet voldoende adequaat werken, kan dit tot gevolg hebben dat er inefficiënte werkwijzen danwel fouten ontstaan. Ook het gericht sturen op belangrijke processen wordt hierdoor bemoeilijkt. Verder kunnen correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen noodzakelijk zijn, waardoor extra kosten ontstaan.
BsGW zal daarom goede afspraken maken over beheer, verantwoordelijkheid en gebruik van de gegevens. Door middel van een stelsel van verbandcontroles zullen de juistheid en volledigheid van de administraties worden geborgd. Foutieve gegevens worden teruggemeld aan de bronhouders. Te denken valt aan de diverse koppelingen tussen de systemen van BsGW en die van WML, afvalinzamelaars, landelijke voorzieningen (zoals Kadaster, BRP etc.) ten behoeve van de onderlinge uitwisseling van gegevens. 5. Bezwaren en beroepen Ncnp-bedrijven Ondanks de (gerepareerde) Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) met daarin
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 51 van 60
opgenomen een reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de ncnp-bedrijven, is het nog steeds niet zeker of de proceskosten daadwerkelijk substantieel zullen dalen. De verwachting, ook vanuit de VNG, is dat de ncnp-bedrijven nog steeds genoeg winst maken bij het WOZ-bezwaarproces doordat dit nagenoeg volledig geautomatiseerd is en in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van Artificial Intelligence (AI) en eveneens hun markt zullen verruimen met bezwaren tegen anderen heffingen. Daarnaast zijn er vooralsnog geen maatregelen in het wetsvoorstel opgenomen om de uitvoeringskosten terug te dringen. Enkele maatregelen leiden zelfs tot hogere uitvoeringskosten per bezwaar. Hierbij moet met name worden gedacht aan het uitkeren van de proceskosten aan de huiseigenaar in plaats van aan het ncnp-bedrijf. Burgers en bedrijven Naast de ncnp-bedrijven maken burgers en bedrijven eveneens in toenemende mate gebruik van AI. De kans, dat het aantal bezwaren vanuit deze categorie stijgt, neemt daarmee aanzienlijk toe. 6. A. Informatiebeveiliging & Privacy Het
is
voor
BsGW
van
cruciaal
belang
dat
de
continuïteit
van
de
informatie
en
de
informatievoorziening is gewaarborgd. Eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen, monitort dit niet alleen intern op naleving, maar laat ook externe audits of onderzoeken uitvoeren. Informatiebeveiliging krijgt ook steeds meer en extra aandacht van de externe accountant. De zorgplicht uit de cyberbeveiligingswet bestaat feitelijk uit het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), die sinds 1 januari 2020 van kracht is. De BIO geldt als normenkader voor alle overheden en verving de afzonderlijke baselines informatieveiligheid voor gemeenten, Rijk, waterschappen en provincies. Met de komst van de BIO kwam er een eenduidige en herkenbare stevige basis voor een veilige digitale overheid. Overheidsbreed wordt aan de opvolger van de BIO gewerkt, BIO2 genaamd. BIO2 volgt op de evaluatie van de huidige BIO en geeft tevens invulling aan eisen vanuit de nieuwe Europese Network and Information Security (NIS2) richtlijn. Het ontwerp voor de BIO2 is ontwikkeld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid en zal naar verwachting eind 2024 vastgesteld worden.
Tenzij de implementatie van de NIS2 en de BIO2 een onevenredig beslag leggen op de middelen (zowel formatief als financieel) worden de meerkosten binnen de begroting van BsGW opgevangen. B. Datalek: Cyberaanvallen BsGW wil de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening waarborgen. De eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten, zoals (i) aanvallen van hackers, die pogen de ICT-infrastructuur van BsGW te verstoren danwel (ii) aanvallen van ransomware, maar ook (iii) verlies of diefstal van informatiedragers (laptop, USB-stick etc.) of (iiii) de verstrekking van privacygevoelige gegevens aan onbevoegden, dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen. Zo hanteert BsGW de procedure meldplicht datalekken
en
de
door
het
bestuur
vastgesteld
informatiebeveiligingsbeleid
en
besluit
gegevensverstrekking en privacy-protocol, inclusief bijbehorende procedures. Medewerkers krijgen regelmatig training in aspecten van de AVG en de BIO. De FG en CISO monitoren en toetsen op naleving. De applicatie ARDA speelt hierbij een belangrijke rol wat betreft
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 52 van 60
de bewustwording. Met ingang van 2022 is extra training op het vlak van awareness verplicht ingevoerd voor alle medewerkers. Daarnaast zet BsGW ICT-beveiligingstoepassingen in, zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, beveiligd mailen via Zivver, adequate anti-virusbeveiligingen en data-encryptie, naast een uitwijkmogelijkheid. Middels een Third Party Memorandum en ISAE3402-verklaring (assurance rapport van de onafhankelijke accountant) krijgt BsGW inzicht of haar leverancier de beveiligingseisen voldoende heeft ingericht en of deze voldoen aan de landelijke standaarden. Indien BsGW eventuele financiële (gevolg)schade lijdt, doordat haar leverancier haar zaken niet op orde heeft (denk aan slechte software, apparatuur, verloop van personeel et cetera), is dit financiële risico afgedekt middels een contract. Het eventuele restrisico betreft de mogelijke juridische kosten indien eventuele geschillen gaan optreden dan wel extra inhuur nodig is bij vertraging van een goede afloop hiervan. In 2024 is gestart met het verhogen van het volwassenheidsniveau van de organisatie op het gebied van informatiebeveiliging & privacy. Hierbij moet worden gedacht aan activiteiten gericht op het verbeteren van de beheersmaatregelen en de communicatie daarover, beter inzicht in verwerkingen met hun risico’s en het uitvoeren van impactassessments. 7.