Ontwerpbegroting BsGW 2026 Meerarenraming 2027-2030
Tekst van het document
Ontwerp-Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 BsGW
Versie 1.0 d.d. 27-02-2025
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 4 1.1 Algemeen .................................................................................................................. 4 1.2 Indeling van de begroting ............................................................................................ 4 1.3 Leeswijzer.................................................................................................................. 4
2. Ravijnjaar ......................................................................................................... 6 3. Financiële effecten ............................................................................................10 3.1 Financieel effect op de (exploitatie)begroting 2026 ........................................................10
4. Beleidsbegroting ...............................................................................................12 4.1 Uitgangspunten .........................................................................................................12 4.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien.......14 4.3 Ontwikkelingen ..........................................................................................................15 4.3.1 Landelijke ontwikkelingen ................................................................................... 15 4.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering .................................................................... 17 4.4 Produkten van dienstverlening .....................................................................................22 4.5 Paragrafen ................................................................................................................24 4.5.1 Lokale heffingen ................................................................................................ 24 4.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................ 24 4.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen ..............................................................................
25 4.5.4 Financiering ...................................................................................................... 25 4.5.5 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 27 4.5.6 Verbonden partijen ............................................................................................ 27 4.5.7 Grondbeleid ...................................................................................................... 27 4.5.8 Openbaarheid ................................................................................................... 27
5. Financiële begroting ..........................................................................................29 5.1 Overzicht baten en lasten ...........................................................................................29 5.2 Effect Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode ....................................................29 5.3 Toelichting op de baten en lasten .................................................................................31 5.4 Uiteenzetting van de financiële positie ..........................................................................34 5.4.1 Investeringen ................................................................................................... 34 5.4.2 Financiering ...................................................................................................... 34 5.4.3 Stand en verloop reserves en voorziening............................................................. 34
Bijlagen ...............................................................................................................35 Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2025-2029 ...............................................36 Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk ........37 Bijlage 3: Staat van vaste schulden ...................................................................................38 Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................39 Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage ........................................................43 Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek ...........................................................44 Bijlage 7: Risicoanalyse ....................................................................................................48 Bijlage 8: Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) ........................................................54 Bijlage 9: Berekend EMU-saldo .........................................................................................55 Bijlage 10: Geprognosticeerde balans 2024-2030 ................................................................56 Bijlage 11: Bijdragen 2026 ...............................................................................................57
Bijlage 12: Bijdrage Waterschap Limburg volgens BBP-opzet ................................................60
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
1. Inleiding 1.1 Algemeen Voor u ligt de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 van Belastingsamenwerking Gemeenten
en
Waterschappen
(BsGW). Hierin zijn
de
financiële
consequenties van
zekere
ontwikkelingen en bestuursbesluiten meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen in de begroting meegenomen voor zover deze zijn in te schatten. De door het Algemeen Bestuur van BsGW op 12 december 2024 vastgestelde kadernota 2026 dient als basis voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt hierbij is een sluitende begroting en meerjarenraming. Het is vanwege de aanhoudende en zelfs toenemende dynamiek in de (inter)nationale samenleving steeds lastiger om meerjarig vooruit te kijken. Daaraan kan worden toegevoegd dat BsGW als gemeenschappelijke regeling de kadernota en de begroting inclusief meerjarenraming vroegtijdig dient aan te leveren als input voor de begrotingen van de deelnemende gemeenten en Waterschap Limburg. BsGW is 1 april 2011 opgericht als samenwerkingsverband op belastinggebied voor gemeenten en waterschappen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. BsGW is een openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Per 1 januari 2025 zijn Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren,
Eijsden-Margraten,
Gennep,
Gulpen-Wittem,
Heerlen,
Kerkrade,
Landgraaf,
Leudal,
Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook & Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert deelnemers in BsGW. De begroting 2026 is gebaseerd op bovenstaande 30 deelnemers. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de deelnemende gemeenten de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis)gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ, dit alles op basis van bedrijfseconomische principes. 1.2 Indeling van de begroting Aangezien BsGW een samenwerking is voor zowel gemeenten als een waterschap, volgt uit de wetgeving dat verslaggeving dient plaats te vinden conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is dan ook ingedeeld volgens het BBV en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. In de beleidsbegroting worden het programmaplan en de verplichte paragrafen weergegeven. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit het programma ‘940 lasten heffing en invordering belastingen’. (Bron: Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording blz. 19)
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. In hoofdstuk 2 wordt uitvoerig ingegaan op het Ravijnjaar.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 4 van 60
In hoofdstuk 3 worden de financiële effecten op de (exploitatie)begroting 2026 gepresenteerd evenals de meerjarenraming 2027-2030. Hoofdstuk 4 bevat de beleidsbegroting met de (reken)uitgangspunten en de ontwikkelingen, waarmee daar waar mogelijk rekening is gehouden in de (financiële) begroting. Deze paragraaf bevat daarnaast de vaste rubrieken met een toelichting op het (benodigde) weerstandsvermogen en de financiering. Tot slot wordt de financiële begroting in hoofdstuk 5 nader toegelicht.
Het Dagelijks Bestuur BsGW,
Roermond, 27 juni 2025
N.M.J.G. Lebens, directeur
G.H.C. Frische, voorzitter
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 5 van 60
2. Ravijnjaar Een aantal gemeenten heeft zich per brief tot het DB gericht met een opdracht om in het kader van het Ravijnjaar de uitgaven dusdanig bij te stellen dat vanaf 2026 de bijdrage van de deelnemers met minimaal 5% afneemt. Ook in de AB-vergaderingen van september en december 2024 is uitvoerig stilgestaan bij (de effecten van) het Ravijnjaar. Uiteraard heeft BsGW begrip voor het financiële perspectief van de gemeenten in dit kader. BsGW heeft vanuit historisch perspectief reeds een structurele bezuiniging gerealiseerd en werkt momenteel toe naar een aanvullende structurele bezuiniging. Bij dit alles dient evenwel de continuïteit van de bedrijfsvoering van BsGW te worden gegarandeerd. Beleidsarm BsGW is een uitvoeringsorganisatie en hanteert daarmee per definitie een beleidsarme begroting. Mocht er al sprake zijn van (nieuw) beleid, dan is dit op basis van een wettelijke grondslag (bijv. de Woo) dan wel op verzoek van de deelnemers. Het Samenwerkingsportaal en vooral de doorontwikkeling hiervan is een goed voorbeeld van dit laatste. Historische kostenreductie Eén van de doelstellingen, die voortvloeien uit de missie van BsGW, is kostenreductie. Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is dan ook altijd geweest: sober en doelmatig.
BsGW heeft zich gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van afgerond 13% procent in de eerste 6 jaar na de oprichting en heeft in de jaren 2012 – 2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde, historische kostenreductie voor de deelnemers loopt hiermee op tot structureel € 1,565 miljoen per jaar. Ondernemings- en Ontwikkelplan Met het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) heeft het Algemeen Bestuur de BsGW-organisatie een structurele, taakstellende kostenreductie opgelegd van € 1,3 miljoen met ingang van 2028. Dit resulteert in het structureel verlagen van de bijdragen van de deelnemers met hetzelfde bedrag. Om dit te bereiken wordt de BsGW-begroting met ingang van 2024 stapsgewijs benedenwaarts bijgesteld. Deze taakstellende kostenreductie – die in belangrijke mate gerealiseerd wordt middels een formatiereductie – loopt op van ruim 2% in 2024 tot structureel 4% vanaf 2028, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Jaar
Begroting
Taakstelling Bijdragen
%
2024
25.122.000
-600.000
24.522.000
-2,39%
2025
29.319.000
-800.000
28.519.000
-2,73%
2026
30.466.000
-1.000.000
29.466.000
-3,28%
2027
31.711.000
-1.200.000
30.511.000
-3,78%
2028
31.881.000
-1.300.000
30.581.000
-4,08%
(Bron: vastgestelde begroting 2025)
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 6 van 60
De historische kostenreductie en het effect van het OOP leidt tot de volgende cumulatieve kostenreductie:
Jaar
Historische
Taakstelling
Kostenreductie
kostenreductie
OOP
totaal
2024
1.565.000
600.000
2.165.000
2025
1.565.000
800.000
2.365.000
2026
1.565.000
1.000.000
2.565.000
2027
1.565.000
1.200.000
2.765.000
2028
1.565.000
1.300.000
2.865.000
Maatwerk Het Harmonisatietraject, dat in 2023 is afgerond, heeft er onder andere toe geleid dat de kosten voor maatwerk voortaan via een offertetraject in beeld worden gebracht en dat deze één op één worden doorberekend aan de desbetreffende deelnemer. Dit betekent dat deelnemers, die geen maatwerk afnemen, niet langer financieel bijdragen aan het duurdere maatwerk van andere deelnemers. Een en ander leidt tot een benedenwaartse bijstelling van de reguliere begroting met ingang van 2025 en daarmee de bijdrage van de deelnemers, die geen maatwerk afnemen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is in principe bedoeld als buffer voor het opvangen van risico’s, waarvan de financiële gevolgen vooraf niet redelijkerwijs zijn in te schatten. Deze post wordt jaarlijks berekend aan de hand van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde risicoanalyse. Hierbij worden de risico’s (kwalitatief) en de bedragen plus de inschatting van de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet (kwantitatief) in kaart gebracht. De vigerende bestuurlijke lijn is dat het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch realistisch moet zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder terug te hoeven vallen op de deelnemers. Deze benadering wordt gedeeld door de toezichthouder (Provincie Limburg).
Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre BsGW in staat is om bij onverwachte gebeurtenissen met een financieel gevolg deze tegenvaller te nemen zonder dat dit gevolgen heeft voor de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders en doelstellingen in de begroting. In
de
basis
moet
de
beschikbare
weerstandscapaciteit
even
groot
zijn
als
de
Bestuur
heeft
ten
aanzien
benodigde
weerstandscapaciteit. Naar
aanleiding
van
de
discussie
in
het
Algemeen
van
het
weerstandsvermogen nader overleg met de accountant plaatsgevonden. De accountant kan zich vinden in de methode, de omvang en de onderbouwing van het weerstandsvermogen. Wanneer er bij BsGW geen sprake zou zijn van een (afdoende) weerstandsvermogen, dan dient BsGW zichtbaar onderdeel te zijn van het weerstandsvermogen van alle 30 deelnemers. Bij de risicoanalyse eind 2024 is in het kader van het Ravijnjaar extra kritisch gekeken naar de omvang en onderbouwing van het weerstandsvermogen. Dit heeft geresulteerd in een benedenwaartse bijstelling van het weerstandsvermogen ten opzichte van de begroting 2025 met € 472 duizend. Het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel is om deze € 472 duizend terug te storten naar de deelnemers.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 7 van 60
Indexeringspercentages Conform
toezegging
(AB
12-12-2024)
heeft
BsGW
de
door
de
deelnemers
gebruikte
indexeringspercentages geïnventariseerd. Dit levert een zeer divers beeld op, waaruit geen ‘grootst gemene deler’ kan worden afgeleid. Naar
aanleiding
van
de
discussie
in
het
Algemeen
Bestuur
heeft
ten
aanzien
van
de
indexeringspercentages nader overleg met de accountant plaatsgevonden. De accountant is op basis van het uitgangspunt ‘reëel begroten’ voorstander van het toepassen van indexeringspercentages en kan zich vinden in de hoogte en de onderbouwing van de indexpercentages, die BsGW hanteert. In het verlengde van het bovenstaande continueert BsGW de indexpercentages, zoals opgenomen en toegelicht in paragraaf 3.1. Renteopbrengsten Naar aanleiding van de discussie in het Algemeen Bestuur heeft ten aanzien van de renteopbrengsten nader overleg met de accountant plaatsgevonden. De renteopbrengsten zijn niet beïnvloedbaar door BsGW. Op dit moment komen de renteopbrengsten ten gunste van de deelnemers. Indien de renteopbrengsten zouden verworden tot een begrotingspost, dan dient op basis van het uitgangspunt ‘reëel begroten’ een realistische inschatting te worden gemaakt in dezen. Het bijkomend effect is dan wel dat het financiële risico, dat hierdoor ontstaat, verwerkt dient te worden in het weerstandsvermogen. In het verlengde van het bovenstaande heeft BsGW de afweging gemaakt om de rente-opbrengsten geen onderdeel van de begroting te laten worden. Nieuwe bestemmingsreserve AHA In 2022 zijn drie grote aanbestedingstrajecten opgestart voor de hosting, de belasting- en de waarderingsapplicatie van BsGW. De implementatie hiervan is in 2023 gestart, met een uitloop naar 2024.
De verwachte implementatiekosten van dit programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA) waren ingeschat op € 2,775 miljoen. Per 31-12-2024 is het project afgesloten waarbij de totale projectkosten AHA lager zijn uitgevallen dan begroot. Daarnaast hoefde een in de projectbegroting opgenomen risicopost niet te worden aangesproken. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om voor het volgende aanbestedings- en implementatietraject 2028/2029 een nieuwe bestemmingsreserve te vormen (AB 12-12-2024). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar (AB 27-6-2024). De onderbesteding van het huidige project AHA van afgerond € 445 duizend (voorlopig bedrag; ook dit realisatiecijfer dient nog door de accountant te worden gecontroleerd) wordt als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve. Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend, betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 met € 180 duizend kunnen worden verlaagd naar € 375 duizend. Areaaluitbreiding In het kader van het Ravijnjaar dient niet alleen gekeken te worden naar bezuinigingsaspecten. In voorkomende gevallen geven gemeenten niet (volledig) of met de nodige vertraging areaaluitbreidingen door. Hierdoor worden opbrengsten misgelopen.
Mutatiedetectie Ook het consequent en zorgvuldig laten uitvoeren van de jaarlijkse mutatiedetectie kan leiden tot extra inkomsten, bijvoorbeeld in het geval van (vergunningvrij) bouwen. De objecten worden immers groter en waardevoller. Wanneer (vergunningvrij) slopen niet goed in de boeken komt, leidt dat tot extra bezwaren en daarmee gepaard gaande uitvoeringskosten en bij de inzet van ncnp-bedrijven of andere gemachtigden tot uitkeringskosten.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 8 van 60
Kritische blik Om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen zijn de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt. Een en ander neemt niet weg dat BsGW kritisch blijft kijken naar haar eigen organisatie, processen en kosten(reductie), zoals de proceskosten. Ontwikkelingen op dit vlak worden via de P&C-cyclus gerapporteerd. Bij een financieel voordeel wordt dit op de gebruikelijke wijze (jaarresultaat) verrekend. Bij een structureel voordeel zal de begroting hierop worden aangepast, al dan niet in eerste instantie in de vorm van een begrotingswijziging.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 9 van 60
3. Financiële effecten 3.1 Financieel effect op de (exploitatie)begroting 2026
Ontwikkelingen begroting 2026
Zekere ontwikkelingen
Effect op netto kosten 2026 t.o.v. begroting 2025 Opgenomen in de begroting:
Indexering salarissen
€ 897.000
cf KN2026 (AB 12-12-2024) obv C PB september circulaire
Inflatie
€ 433.000
cf KN2026 (AB 12-12-2024) obv C PB september circulaire
Verschil taakstelling OOP 2026 t.o.v. 2025
€ -200.000
cf besluit (AB 14-12-2017)
€ -180.000 onbekend, geen meerkosten
cf besluit (AB 12-12-2024)
Verlaging bestemmingsreserve IC T 2025 - 2029 Wet herwaardering proceskostenvergoeding
cf wet (1-12024), HR 12-7-2024, Belastingplan 2025
Verbetering archiefbeheer
budgetneutraal
cf Archiefwet en inspectie Provincie Limburg
Informatiebeveiliging & Privacy
budgetneutraal
cf KN2026 (AB 12-12-2024) obv NIS2 en BIO2
Stimuleringsregeling
budgetneutraal
cf besluit (AB 23-6-2016)
Effect Harmonisatie en kostenverdeelmethode
Opgenomen in de begroting:
Inflatie maatwerk & beeldmateriaal (uit begroting)
€ -115.000
cf nieuwe opzet KVM (AB 25-1-2024), format DVO
Interne kosten maatwerk (nu via offertetraject)
€ 115.000
(AB 12-12-2024) en Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)
Mogelijke ontwikkelingen
Niet opgenomen: onbekend
Tegengaan toenemende armoede
onbekend
- Sociaal invorderen
onbekend
- Vroegsignalering Fiscale Vereenvoudigingswet 2017
vooralsnog niet (2027 of later)
Krapte op de arbeidsmarkt
onbekend
Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen
onbekend
Robotisering en artificial intelligence (AI)
onbekend
Ontwikkelingen begroting 2026
Niet in begroting BsGW, wel positief effect deelnemers
Surplus weerstandsvermogen cf risico-analyse B2026
€ -572.000 *
* vooruitlopend op het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel om het verschil tussen het aanwezige en benodigde weerstandsvermogen ad € 572 duizend terug te storten naar de deelnemers.
Zoals zichtbaar is gemaakt in bovenstaande tabel is de beïnvloedbaarheid door BsGW van de in de begroting opgenomen posten nihil. De begrotingsposten zijn nagenoeg allemaal gebaseerd op eerder door het bestuur van BsGW vastgestelde stukken en besluiten en wetgeving.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 10 van 60
Per saldo stijgen de reguliere netto-kosten 2026 met € 835 duizend ten opzichte van de begroting 2025. Reguliere Begroting 2025 (via KVM)
€
Indexering salarissen interne kosten
€
Inflatie
€
433.000
€
1.330.000
Verschil taakstelling OOP2026 t.o.v. 2025
€
-200.000
Verlaging bestemmingsreserve IC T 2025 - 2029
€
-180.000
Inflatie maatwerk
€
-12.000
Beeldmateriaal: maatwerk via seperate facturatie
€
-103.000
€
-495.000
28.519.000
897.000
Reguliere Begroting 2026 (via KVM) Maatwerk 2025 (voorheen in begroting BsGW)
€
Inflatie maatwerk
€
12.000
Beeldmateriaal: maatwerk via seperate facturatie
€
103.000
Maatwerk extra (IC T) kosten
€
40.000
Maatwerk totaal 2026
€
401.000
€
835.000
€
29.354.000
€
29.756.000
246.000
Begroting BsGW totaal
Naast de reguliere begroting, zijnde de kosten voor de uitvoering van voorkeursvarianten die worden verrekend via de kostenverdeelmethode, kent BsGW maatwerkvarianten. De uitvoering van de maatwerkvarianten wordt separaat geoffreerd en gefactureerd bij de betreffende deelnemers. Samen vormt dit de totaalbegroting van BsGW. Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030: Realisatie
Begroting KVM
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2024
2025
2026
2026
2026
2027
2028
2029
2030
Personeelskosten
0
17.362
18.247
248
18.495
19.287
20.271
21.304
22.391
Huisvestingkosten
0
919
951
0
951
983
1.016
1.051
1.087
Afschrijvingkosten
0
357
57
0
57
59
61
63
65
ICT-kosten
0
2.972
3.384
40
3.424
3.540
3.660
3.785
3.913
Overige operationele kosten
0
1.361
1.304
114
1.418
1.466
1.516
1.568
1.621
Diensten door derden
0
1.015
1.050
0
1.050
1.086
1.123
1.161
1.200
Kostenvergoeding bezwaar en beroep
0
3.506
3.625
0
3.625
3.748
3.876
4.007
4.144
Overige operationele kosten
0
5.882
5.979
114
6.093
6.300
6.514
6.736
6.965
algemene kosten
0
609
630
0
630
651
673
696
720
onvoorzien
0
365
424
0
424
439
453
469
485
Algemene kosten
0
974
1.054
0
1.054
1.089
1.127
1.165
1.204
bankkosten
0
290
300
0
300
310
321
331
343
rentekosten
0
7
8
0
8
8
8
9
9
Bank- en rentekosten
0
297
308
0
308
318
329
340
352
Toevoegingen aan voorzieningen
0
555
375
0
375
375
375
375
375
Totale lasten
0
29.319
30.353
402
30.756
31.951
33.353
34.819
36.352
-800
-1.000
0
-1.000
-1.200
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
0
28.519
29.353
402
29.756
30.751
32.053
33.519
35.052
Renteopbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
BsGW diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
overige opbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0 0
28.519 0
29.353 0
402 0
29.756 0
30.751 0
32.053 0
33.519 0
35.052 0
Totaal bijdragen
0
28.587
29.353
402
29.756
30.751
32.053
33.519
35.052
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
0
68
0
0
0
0
0
0
0
0
68
0
0
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000
Meerjarenperspectief
Lasten
Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten
Mutatie bestemmingsreserve AHA Resultaat na terugbetaling OOP
Voor een nadere toelichting en ontwikkelingen verwijzen we u naar hoofdstuk 4 en 5.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 11 van 60
4. Beleidsbegroting 4.1 Uitgangspunten Onderwerp
Uitgangspunt
Raming personele lasten
Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).
Formatie en personeel
BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.
Financiering
Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.
Raming materiële lasten
Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.
Inhuur derden
De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.
Raming onvoorzien
De raming onvoorzien bedraagt 1,4% van de begrote kosten.
Investeringen in het belastingpakket
Bij investeringen in het belastingpakket is BsGW verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse abonnements- en licentiekosten. Er vindt dus geen reservering kapitaalslasten inzake belastingsoftware meer plaats. Er wordt niet langer op afgeschreven omdat BsGW geen juridisch eigenaar is.
Risicomanagement
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.
Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers
Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.
Kostenverdeelmethode
De (nieuwe) kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 januari 2024). Maatwerk en Externe vorderingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 12 van 60
Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020
Het OOP moet – conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017 – leiden tot een stapsgewijze nettokostenreductie, oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Jaar: Lagere netto-kosten i.r.t. OOP: 2024 € 600.000 2025 € 800.000 2026 € 1.000.000 2027 € 1.200.000 2028 € 1.300.000 Deze kostenreductie, die met name gerealiseerd wordt middels een formatiereductie, is als taakstelling opgenomen in de (meerjaren) begroting van BsGW.
Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)
De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, fluctueren, zijn niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar door BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil. Mocht in enig jaar sprake zijn van renteopbrengsten als gevolg van bovenstaande, dan zal BsGW deze renteopbrengsten doorstorten naar de deelnemers. * betreft voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.
Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de Cao Werken voor waterschappen. De huidige cao is eind 2024 geëindigd. De uitkomsten van de cao-onderhandelingen zijn nog niet bekend en kunnen derhalve niet worden opgenomen in de ontwerpbegroting. Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten is zoals te doen gebruikelijk de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Indexeringen Begroting 2026 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2024-2026 bedraagt tussen de 3,0% en 3,6%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2024-2026 van 3,4% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2024-2026 bedraagt tussen de 2,1% en 8,4%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2024-2026 aan te houden van 5,1%. Mocht
de
septembercirculaire
van
het
CPB
d.d.
2025
daartoe
aanleiding
geven,
dan
zal
dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 13 van 60
4.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien Reserves kunnen worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Reserveren betekent geld opzij leggen: -
om later een (grote) investering te doen;
-
voor moeilijke tijden (weerstandsvermogen. Dit is het weerstandsvermogen en dit betreft alleen de algemene reserve);
-
om risico’s op te vangen;
-
voor onverwachte zaken.
Voorzieningen zijn passiefposten in de balans (vreemd vermogen), die een inschatting geven van voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden min of meer onzeker zijn. Bij voorzieningen is er sprake van een oorzaak uit het verleden: er is iets gebeurd wat niet terug te draaien is en wat waarschijnlijk leidt tot lasten in de toekomst die niet waren voorzien (begroot). Ook kan een voorziening ingesteld worden ter egalisatie van pieken in de kosten in de begroting. Deze kosten dienen zeker plaats te vinden. Van een vrije keuze bij het instellen van een voorziening is derhalve geen sprake. Wel kunnen soms de gevolgen nog beïnvloed worden. Bij het bepalen van de noodzakelijke omvang van de voorziening wordt hiermee ook rekening gehouden. Weerstandscapaciteit is de mate waarin BsGW over middelen beschikt of kan beschikken om niet voorziene tegenvallers op te vangen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de post onvoorzien en het weerstandsvermogen. De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene externe tegenvallers: onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken en zorgt zodoende voor een beetje flexibiliteit.
Er kunnen zich gezien de tijdspanne tussen het opstellen van de kadernota (laatste kwartaal van begrotingsjaar t-2), de (ontwerp-)begroting en realisatie (begrotingsjaar t), altijd tegenvallers voordoen als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen in wet-/regelgeving. Tussentijdse begrotingswijzigingen worden hiermee zoveel als mogelijk voorkomen. Het weerstandsvermogen is in principe bedoeld als buffer voor het opvangen van risico's, waarvan de financiële gevolgen vooraf niet redelijkerwijs zijn in te schatten. Jaarlijks wordt deze post berekend aan de hand van de door het bestuur vastgestelde risico-analyse. Hierbij worden de risico’s (kwalitatief) en de bedragen plus de inschatting van de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet (kwantitatief) in kaart gebracht. Zie ook paragraaf 4.5.2 en bijlage 7 Risicoanalyse.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 14 van 60
4.3 Ontwikkelingen In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW, naast de indirecte effecten van het Ravijnjaar, mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. 4.3.1 Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende proceskosten (uitvoerings- en uitkeringskosten). Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) zijn de proceskosten drastisch verlaagd per 1-1-2024. Echter heeft de Hoge Raad op 12 juli 2024 het door de wetgever vastgestelde lagere bedrag voor proceskostenvergoeding buiten toepassing verklaard. Daarmee is het hoge tarief weer van toepassing. Middels het Belastingplan 2025 is daarom als herstelmaatregel de wegingsfactor voor bezwaren aangepast van 0,25 naar 0,125, zodat de proceskostenvergoeding (tarief * wegingsfactor) in WOZ-zaken weer uitkomt op het niveau dat de wetgever voor ogen had per 1 januari 2024. Echter, voor beroepszaken is de factor van 0,25 in stand gebleven.
Het bedrag aan proceskostenvergoeding voor WOZ-beroepszaken wordt daarmee zelfs hoger dan voor de wetswijziging. Indien zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen en het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging 2025 geen stijging vertoont ten opzichte van 2024 heeft voorgenoemde herstelmaatregel
naar
alle
waarschijnlijkheid
toch
een
positief
effect
op
de
begrotingspost
‘proceskostenvergoeding’. BsGW hanteert evenwel het voorzichtigheidsprincipe in dezen, te meer omdat er ten aanzien van de aanslagoplegging 2025 (peildatum 1 januari 2024) sprake is van een aanzienlijke (gemiddelde) waardestijging van de objecten in combinatie met een in voorkomende gevallen stevige tariefstijging door gemeenten. Ook het feit dat met betrekking tot de heffingsjaren 2023 en 2024 procentueel gezien meer ncnp-bedrijven in beroep gingen en de proceskostenvergoeding in deze hoger is dan voor de wetswijziging rechtvaardigt in de ogen van BsGW het hanteren van het voorzichtigheidsprincipe. De begrotingspost blijft dan ook gehandhaafd. Wel heeft BsGW na het uitvoeren van de risico-analyse het risico op hogere proceskosten afgeschaald tot een Pro Memorie-post in het weerstandsvermogen. Mocht zich ten aanzien van de proceskosten een positief effect voordoen, dan wordt dit in eerste instantie in het lopend boekjaar via de P&C-cyclus verantwoord en verrekend. Voor het daaropvolgende jaar zal – rekening houdend met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde spelregels (AB 8-12-2022) – een begrotingswijziging worden doorgevoerd. Mocht
er
op
enig
moment
sprake
zijn
van
een
positief
effect
op
de
begrotingspost
‘proceskostenvergoeding’ dan staat dit los van de kostenreductie in het kader van het OOP. Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken Het doel van het project Inwinning Secundaire Objectkenmerken is het terugwinnen van het vertrouwen bij de woningeigenaren in de overheid in het algemeen en de bepaling van de WOZ-waarde in het
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 15 van 60
bijzonder door de woningeigenaren maximaal te betrekken bij het vaststellen van (een aantal van) de secundaire objectkenmerken en hierbij maximale transparantie te bieden. Bij het project, dat onder verantwoordelijkheid van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) wordt uitgevoerd, zijn o.a. de VNG, het ministerie van Financiën, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Waarderingskamer, de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond betrokken. In afstemming met genoemde partijen is een vragenlijst tot stand gekomen, die in de vorm van een aantal pilots aan woningeigenaren wordt voorgelegd in combinatie met een opgave van de huidige situatie (lees: weergave van de huidige secundaire objectkenmerken). De pilots worden goed ontvangen door de aangeschreven woningeigenaren. In de loop van het eerste kwartaal 2025 worden de eerste resultaten van de pilots verwacht. Onderzoek tweejaarlijkse WOZ-waardering Bij de Algemene Ledenvergadering van de VNG in juni 2024 is een motie aangenomen om op korte termijn een onderzoek te starten naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse herwaardering in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering. Wat de eventuele gevolgen zijn voor andere belastingen en/of instrumenten, waarvoor de WOZ-waarde de basis vormt, dient hierin mee te worden genomen.
Ook de gevolgen voor diverse andere instanties die de WOZ-waarde (en andere WOZ-gegevens gebruiken voor diverse doeleinden, worden in het onderzoek betrokken. Hiertoe wordt een klankbordgroep ingesteld met daarin vertegenwoordigers van de VNG, de Unie van Waterschappen, het Ministerie van Financiën, de Belastingdienst, Vereniging Eigen Huis en de Landelijke Vereniging van Lokale Belastingen (LVLB). Het onderzoek zal worden uitgevoerd door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) en dient in nauwe samenspraak c.q. afstemming met de uitvoering (lees: LVLB) en de betrokken ministeries plaats te vinden. De indieners van de motie verwachten dat een tweejaarlijkse herwaardering leidt tot een verlaging van de druk op de uitvoering van de Wet WOZ en daaruit voortvloeiend: -
een verbetering van de kwaliteit van de herwaardering;
-
een verbetering van de kwaliteit van de bezwarenafhandeling;
-
een tijdige afdoening van bezwaren;
-
het beter kunnen verwerken van bezwaaruitkomsten in een volgende herwaardering;
-
het beschikbaar krijgen van capaciteit voor contact met de burger;
-
een reductie van kosten, met name als het gaat om proceskosten en inhuur.
In december 2024 is een enquête onder gemeenten en belastingsamenwerkingsverbanden uitgezet. Hierop volgend vinden interviews ter verdieping plaats. In de planning staat dat in de loop van de maand maart 2025 het eindrapport wordt opgeleverd. Tegengaan toenemende armoede Ook het nieuwe kabinet heeft in de Miljoenennota maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Het percentage oninbaar zal mogelijk stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 16 van 60
4.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt De grote krapte op de arbeidsmarkt houdt onverminderd aan. In alle beroepsgroepen is sprake van een tekort aan personeel, voor ICT-ers geldt dit in het bijzonder. Het effect van traditionele wervingscampagnes neemt af. Er zal gezocht moeten worden naar andere manieren om toch de juiste kennis in huis te halen. In dit kader wordt, analoog aan het zelf opleiden van taxateurs, nadrukkelijk ook gedacht aan het zelf opleiden van ICT-ers, zoals bijvoorbeeld Functioneel Applicatiebeheerders. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. BsGW anticipeert hier zo goed als mogelijk op, zodat de bijbehorende kennis bijtijds en zorgvuldig wordt overgedragen. Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen Het wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen is door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel biedt waterschappen betere mogelijkheden om het profijtbeginsel toe te passen. Zo kunnen zij meer kosten neerleggen bij diegenen, die meer voordeel hebben bij de werkzaamheden van het waterschap.
Daarnaast kunnen waterschappen door de voorgenomen wijzigingen beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wetswijziging regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. Waterschappen krijgen door de aanpassingen in de watersysteemheffing meer mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang. Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2026. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie van het huidige naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor de structurele kosten. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel zullen deze via de gebruikelijke Planning & Controlcyclus van BsGW worden verwerkt en doorbelast aan Waterschap Limburg.
Harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode Op 9 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het procesvoorstel m.b.t. harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode. Beide onderdelen zijn actief ter hand genomen. Besluitvorming door de deelnemers over harmonisatie heeft in nagenoeg alle gevallen voor september 2023 plaatsgevonden. Vanaf 2024 wordt het zogenaamde maatwerk separaat bij de desbetreffende deelnemers in rekening gebracht. Aansluitend aan het harmonisatietraject is de kostenverdeelmethode geëvalueerd en herijkt. De nieuwe kostenverdeelmethode is begin 2024 (AB 25-01-2024) door het Algemeen Bestuur vastgesteld en treedt met ingang van 2025 in werking.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 17 van 60
De nieuwe kostenverdeelmethode heeft overigens geen invloed op de begroting van BsGW zelf, maar de aanpassingen in de methodiek leiden wel tot wijzigingen in de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Zie ook bijlage 11: Bijdragen 2026. Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. Vanaf 2022 zijn op basis van het vastgestelde plan van aanpak verbeterstappen gezet. Naast het digitaliseren van ons archief en het zaaksysteem-werken is met name ook aanvullende kennis en kunde nodig om alle aspecten rondom de (digitale) informatiehuishouding binnen BsGW vanuit juridisch perspectief én kostenbewustzijn (enkelvoudige opslag – meervoudig gebruik) te (waar)borgen. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis.
Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamd Samenwerkingsportaal. Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR). Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZadministratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen.
Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025. Een nieuwe streefdatum is nog niet bekend, zo de SOR er al zal komen. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch gecontinueerd voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Om de gebruikers meer te betrekken bij het
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 18 van 60
Samenwerkingsportaal is een Gebruikersoverleg in het leven geroepen. Dit Gebruikersoverleg fungeert als klankbord en overlegplatform. Informatievoorziening en ICT In 2022 zijn drie grote aanbestedingstrajecten opgestart voor de hosting, de belasting- en de waarderingsapplicatie van BsGW. De implementatie hiervan is in 2023 gestart, met een uitloop naar 2024. De verwachte implementatiekosten van dit programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA) waren ingeschat op € 2,775 miljoen. Per 31-12-2024 is het project afgesloten waarbij de totale projectkosten AHA lager zijn uitgevallen dan begroot. Daarnaast hoefde een in de projectbegroting opgenomen risicopost niet te worden aangesproken. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om voor het volgende aanbestedings- en implementatietraject 2028/2029 een nieuwe bestemmingsreserve te vormen (AB 12-12-2024). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar (AB 27-6-2024). De onderbesteding van het huidige project AHA van afgerond € 445 duizend (voorlopig bedrag; ook dit realisatiecijfer dient nog door de accountant te worden gecontroleerd) wordt als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve.
Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 met € 180.000 kunnen worden verlaagd naar € 375 duizend. Begroting MJR
Begroting MJR
Bestemmingsreserve
2025-2029
Voorstel
2026-2030
Startkapitaal
€
-
€
445.000
€
445.000
Bijdrage begroting 2025
€
555.000
€
555.000
€
-
Bijdrage begroting 2026
€
555.000
€
375.000
€
-180.000
Bijdrage begroting 2027
€
555.000
€
375.000
€
-180.000
Bijdrage begroting 2028
€
555.000
€
375.000
€
-180.000
Bijdrage begroting 2029
€
555.000
€
375.000
€
-180.000
€ 2.500.000
€
-275.000
€ 2.775.000
Robotisering en artificial intelligence (AI) Ook BsGW volgt de ontwikkelingen op het gebied van Kunstmatige Intelligentie (Artificial Intelligence oftewel AI) met bovengemiddelde belangstelling. Generatieve AI is een specifieke vorm van AI. Het helpt mensen, bedrijven en organisaties bij het genereren van bijvoorbeeld tekst, beeld en audio. ChatGPT is het meest sprekende voorbeeld. Generatieve AI zal grote impact hebben op economie, maatschappij en op de overheid en daarmee ook op samenwerkingsverbanden, zoals bijvoorbeeld BsGW. Enerzijds biedt generatieve AI kansen, bijvoorbeeld om beter met burgers te communiceren, processen te verbeteren (efficiency) en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt mede het hoofd te bieden. Anderzijds maken ook partijen als ncnp-bedrijven intensief gebruik van generatieve AI, met dien verstande dat voor hen niet geldt dat er sprake moet zijn van proven technology. Het oneigenlijk gebruik van AI door derden in relatie tot dataveiligheid vergt niet alleen kennis, maar ook (extra) financiële investeringen. De overheidsbrede visie op generatieve AI biedt in dit kader houvast door: samen te werken met alle stakeholders, de snelle ontwikkelingen op het gebied van AI nauwgezet te volgen, passende wet- en regelgeving te ontwikkelen, het vergroten van kennis en kunde en als overheid zelf veilig te experimenteren met generatieve AI.
Door sterk toezicht op AI met handhaving waar nodig kan Nederland vooraan staan bij de onvermijdelijke veranderingen in onze samenleving. BsGW hoeft om moverende redenen niet voorop te lopen. Het is vooral zaak om op het juiste moment en op het juiste wijze aan te haken.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 19 van 60
Wettelijk gezien is een en ander geregeld in de AI-verordening. De AI-verordening is een Europese wet die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van AI-systemen. AI zal naar de toekomst toe meer en meer worden ingezet door organisaties. Denk hierbij ook aan de inzet van AI op het gebied van informatiebeveiliging. Informatiebeveiliging & Privacy Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening zijn gewaarborgd. Eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen, monitort dit niet alleen intern op naleving maar laat ook externe audits of onderzoeken uitvoeren hiernaar. Informatiebeveiliging krijgt ook steeds meer en extra aandacht van de externe accountant. Een van de beheersmaatregelen is uiteraard het voldoen aan de (Europese) wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging. En op dat gebied zijn enkele ontwikkelingen aanstaande. Europese Network and Information Security (NIS) Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in de EU-lidstaten te verbeteren werden in 2016 de Europese Network and Information Security (NIS)-richtlijnen geïntroduceerd: een Europees kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen die van algemeen belang zijn voor de openbare veiligheid.
In Nederland werd de NIS-regelgeving vertaald naar de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen voor digitale dienstverleners (Wbni). Door de toegenomen onrust in de wereld (zoals COVID, Oekraïne, cyberdreigingen) en de nieuwe technologische ontwikkelingen voldoen de NIS en daarmee ook de Wbni niet meer. Daarom wordt er nu gewerkt aan een opvolger: NIS2. Concreet betekent dit voor overheidsorganisaties, en dus ook BsGW, het volgende: •
Strengere meldplicht
•
Zorgplicht: meer focus op preventie
•
Handhaving door toezichthouders zal meer proactief gaan plaatsvinden
•
Potentiële persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders
•
Registratieplicht
De verwachting is dat zowel de NIS2 als Cyberbeveiligingswet in het derde kwartaal van 2025 van kracht worden. Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) De zorgplicht uit de cyberbeveiligingswet bestaat feitelijk uit het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) die sinds 1 januari 2020 van kracht is. De BIO geldt als normenkader voor alle overheden en verving de afzonderlijke baselines informatieveiligheid voor gemeenten, Rijk, waterschappen en provincies. Met de komst van de BIO kwam er een eenduidige en herkenbare stevige basis voor een veilige digitale overheid. Overheidsbreed wordt aan de opvolger van de BIO gewerkt, BIO2 genaamd. BIO2 volgt op de evaluatie van de huidige BIO en geeft tevens invulling aan eisen vanuit de nieuwe Europese Network and Information Security (NIS2) richtlijn. Het ontwerp voor de BIO2 is ontwikkeld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid en zal in de loop van 2025 vastgesteld worden.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 20 van 60
Naast de routekaart waarmee de komende jaren gewerkt wordt aan het verhogen van het volwassenheidsniveau van de organisatie op het gebied van informatiebeveiliging & privacy en reeds door BsGW ingezette maatregelen om de risico’s op het gebied van veiligheidsincidenten te mitigeren, zal de komende periode gewerkt worden om te voldoen aan de eisen van de NIS2 en de BIO2. Tenzij de implementatie van de NIS2 en de BIO2 een onevenredig beslag leggen op de middelen (zowel formatief als financieel) worden de meerkosten binnen de begroting van BsGW opgevangen.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 21 van 60
4.4 Produkten van dienstverlening BsGW heeft haar processen uitgedrukt in drie producten van dienstverlening: 1. Heffen 2. Waarderen 3. Innen Heffen Kern van het product Heffen is het beheer en onderhoud van de basisgegevens belastingen en vastgoed van alle deelnemers. Aangezien de kwaliteit van de basisgegevens bepalend is voor de kwaliteit van de andere primaire processen, worden de basisgegevens continu actueel gehouden. Dit gebeurt hoofdzakelijk via geautomatiseerde verwerkingen. Er is permanente aandacht voor bestandsbeheer en reguliere, structurele controles op de juistheid en volledigheid van de basisgegevens. Binnen de randvoorwaarden van betrouwbare en actuele basisgegevens worden aanslagen met een zo vroeg mogelijke dagtekening opgelegd. Er worden per belastingplichtige zoveel mogelijk aanslagregels belastingen van gemeente(n) en heffingen van waterschap(pen) gecombineerd op één biljet. Waarderen Het product Waarderen heeft tot doel het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgever, conform de Wet Waardering Onroerende Zaken. Onder waarderen wordt de jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, de herwaardering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures en de marktanalyse woningen en niet-woningen verstaan. Het resultaat van de waardering dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Waarderingskamer hieraan stelt.
Innen Het product Innen omvat het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, als ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast behelst dit product het tijdig
afdragen
van de
ontvangsten, conform de
met
opdrachtgevers overeengekomen
afdrachtenprognoses. Intern kent BsGW nog twee ondersteunende afdelingen: -
Klantzaken
-
Ondersteuning & Ontwikkeling
Klantzaken Klantzaken is verantwoordelijk voor registratie van alle contacten die via de verschillende contactkanalen binnenkomen. Daarnaast beantwoordt Klantzaken alle verzoeken om informatie, reacties tegen de kosten van aanmaningen en dwangbevelen, treft Klantzaken betalingsregelingen en boekt bezwaarschriften in. Ook het accountmanagement met onze opdrachtgevers is bij Klantzaken ondergebracht. Ondersteuning & Ontwikkeling Het product Ondersteuning & Ontwikkeling heeft betrekking op de algemene activiteiten die een indirect verband hebben met de operationele uitvoering van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken. Het gaat hierbij vooral om activiteiten op het gebied van ICT, HRM, bestuursondersteuning, algemene (fiscaal)-juridische aangelegenheden, Planning & Control, staf Control, algemeen management en directievoering.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 22 van 60
Deze activiteiten worden veelal uitgevoerd ter ondersteuning van de activiteiten die verricht moeten worden om de primaire taken van de dienstverlening uit te voeren. Hiermee vallen ook de huisvesting en overige facilitaire zaken onder de kosten van dit product. De kosten van de activiteiten die vallen onder Ondersteuning & Ontwikkeling voldoen aan de definitie Overhead conform BBV: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De overheadkosten van BsGW bedragen voor 2026 € 11.874.942,-.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 23 van 60
4.5 Paragrafen 4.5.1 Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen is niet van toepassing voor BsGW. 4.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een, bij de oprichting, bepaalde methode van risicoanalyse. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385 duizend. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden.
Het aanhouden van een weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen. Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. Voor
het
beleidsmatige
kader
wordt
verwezen
naar
de
‘Kadernota
risicomanagement
en
weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). De
risicoanalyse
wordt
elk
jaar
uitgevoerd
zodat
bepaald
kan
worden
of
het
gestorte
weerstandsvermogen toereikend is. Hierin is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook bijlage 7: Risicoanalyse. Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende begroting berekend op € 998 duizend miljoen. Het aanwezige weerstandsvermogen vóór bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 bedraagt € 1,570 miljoen. De ratio komt hiermee uit op 1,57.
Deze ratio valt buiten de bandbreedte van 0,8 en 1,4 waardoor er aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 572 duizend.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 24 van 60
Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen
JR2022
JR2023
B2024
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
Netto schuldquote
-9,3%
1,6%
-11,2%
-10,6%
-10,3%
-9,9%
-9,5%
-9,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-9,3%
1,6%
-11,2%
-10,6%
-10,3%
-9,9%
-9,5%
-9,5%
Solvabiliteitsrisico
19,5%
-31,6%
29,8%
31,5%
32,5%
33,6%
33,6%
33,7%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Structurele exploitatieruimte
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen (per 4-12-2020, looptijd 7 jaar, lineaire aflossing) maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 4.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(-licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld.