Ontwerpbegroting BsGW 2024 en MJB 2025 - 2027 versie 1.4 28-2-2023
Tekst van het document
Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
JR2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
B2026
21,4%
14,2%
12,7%
11,2%
9,7%
8,5%
7,3%
21,4%
14,2%
12,7%
11,2%
9,7%
8,5%
7,3%
-4,0% nvt nvt nvt
13,8% nvt nvt nvt
14,2% nvt nvt nvt
14,7% nvt nvt nvt
15,2% nvt nvt nvt
15,8% nvt nvt nvt
16,4% nvt nvt nvt
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2021 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2022 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctu-
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 23 van 58
aties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 3.5.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld. De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 3.5.3 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van (ICT-)investeringen, kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer.
Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegd- en verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt. Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer 1.
Kasgeldlimiet
Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale bruto lasten (€ 26 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2024 uit op een bedrag van € 2,1 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 24 van 58
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,1 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,Gem. netto vlottende schuld (1)
Kwartaal 1 5.366
Kwartaal 2 5.366
Kwartaal 3 5.366
Kwartaal 4 5.366
Kasgeldlimiet (2)
1.800
1.800
1.800
1.800
Ratio (1)/(2)
298%
298%
298%
298%
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2021 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2022 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 2.
Renterisiconorm
Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Op deze lening is een negatieve rente van toepassing tot en met 2027. Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen.
Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 25 van 58
In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat. Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 3.5.4 Bedrijfsvoering Verdeelsleutels De processen voor het waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, overeenkomstig de organisatieopzet van BsGW. Dit resulteert in vijf primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken, Ondersteuning en Ontwikkeling en één subproduct Parkeerbelasting. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening. De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt.
Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de vijf producten van de primaire processen. Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: bruto-aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing – een zogenaamde exoot - wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels (gebaseerd op jaarschijf 2012 en gefixeerd voor de jaren erna). De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien. Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en levert ook bij de voorstellen voor nieuwe toetreders een verkeerde verwachting over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst. Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode, te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode.
In de tabel in bijlage 8 worden de (bruto)productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode. 3.5.5 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 26 van 58
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Meerjarenperspectief
Realisatie
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
bruto lonen
9.666
10.639
11.316
11.689
12.075
12.473
sociale lasten
2.841
3.405
3.615
3.735
3.858
3.985
overige personeelskosten
440
692
714
738
762
787
personeel derden
-47
0
0
0
0
0
Personeelskosten
12.899
14.736
15.644
16.162
16.695
17.246
Huisvestingkosten
679
808
829
851
873
896
Afschrijvingkosten
366
357
357
357
357
357
3.322
5.271
2.775
2.949
3.026
3.105
1
12
12
12
13
13
print/kopieerwerk
193
179
183
188
193
198
porti
419
518
532
545
560
574
telefonie/datacommunicatie
114
25
26
27
28
28
1
0
0
0
0
0
313
383
393
403
413
424
Bedragen x € 1.000
Lasten
ICT-kosten drukwerk
incassokosten kosten brongegevens overige operationele kosten
0
112
114
117
120
124
Overige operationele kosten
1.041
1.228
1.260
1.293
1.326
1.361
Diensten door derden
1.918
863
886
909
932
956
Tegemoetkoming proceskosten
1.467
3.057
3.136
3.218
3.302
3.388
Overige operationele kosten
4.426
5.148
5.282
5.419
5.560
5.705
Algemene kosten
580
452
464
476
488
501
Onvoorzien Algemene kosten
0 580
328 781
332 797
341 817
350 838
359 860
bankkosten
205
273
280
288
295
303
rentekosten
0
32
33
33
33
33
205
306
313
320
328
336
0
0
0
0
0
0
22.477
27.406
25.998
26.876
27.678
28.504
0
0
0
0
0
0
22.477
27.406
25.998
26.876
27.678
28.504
423
437
452
467
Renteopbrengsten
3
13
13
13
13
13
BsGW diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
overige opbrengsten
96
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
96
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
2.093
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
2.192
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Netto kosten
20.285
25.231
23.822
24.701
25.503
26.329
0
0
0
0
0
0
21.242
25.231
23.822
24.701
25.503
26.330
0
0
0
0
0
Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten taakstellende kostenreductie Totaal lasten Baten
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo) Bijdragen Totaal bijdragen Bijdragen samenwerkingsportaal
333
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
624
In bovenstaande tabel zijn de gerealiseerde, nog niet door de accountant gecontroleerde, cijfers opgenomen. In de definitieve meerjarenraming 2025-2027 worden uiteraard de gecontroleerde cijfers opgenomen.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 27 van 58
Meerjarenperspectief
Realisatie
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Gemeente Beek
234
284
268
278
287
296
Gemeente Beekdaelen
513
624
587
609
629
649
Gemeente Beesel
212
255
240
249
257
266
Gemeente Bergen
186
224
212
220
227
234
Gemeente Brunssum
464
557
526
545
563
581
Gemeente Echt-Susteren
495
592
559
580
598
618
Gemeente Eijsden-Margraten
441
543
510
529
546
564
Gemeente Gennep
259
312
295
306
316
326
Gemeente Gulpen-Wittem
214
257
242
251
260
268
Gemeente Heerlen
1.609
1.917
1.818
1.885
1.946
2.009
Gemeente Kerkrade
829
1.001
944
979
1.011
1.043
Gemeente Landgraaf
568
682
644
668
689
712
Gemeente Leudal
494
593
559
580
599
618
Gemeente Maasgouw
359
431
407
422
435
450
Gemeente Maastricht
1.970
2.361
2.229
2.311
2.386
2.463
Gemeente Meerssen
339
400
381
395
408
421
Gemeente Mook en Middelaar
118
146
137
142
146
151
Gemeente Nederweert
233
283
266
276
285
294
Gemeente Peel en Maas
599
720
679
704
727
750
Gemeente Roerdalen
309
372
351
364
376
388
Gemeente Roermond
887
1.058
1.004
1.041
1.074
1.109
Bedragen x € 1.000
Bijdragen
Gemeente Simpelveld
163
196
185
192
198
204
1.540
1.844
1.746
1.810
1.869
1.929
Gemeente Stein
397
473
448
464
479
495
Gemeente Vaals
184
225
212
219
227
234
Gemeente Valkenburg a/d Geul
262
315
297
308
318
328
2.054
2.403
2.309
2.394
2.472
2.552
Gemeente Voerendaal
181
217
205
212
219
227
Gemeente Weert
747
887
843
874
902
932
4.381
5.059
4.722
4.896
5.055
5.219
21.242
25.231
23.822
24.701
25.503
26.330
Gemeente Sittard-Geleen
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg Totaal bijdragen
4.2 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Uitgangspunt voor de berekening van de personeelskosten is het formatieplan. De formatie bestaat uit 161,8 fte. De staat van personeelslasten is als aparte bijlage (6) opgenomen. In de kadernota 2024 worden enkele (landelijke en wettelijke) ontwikkelingen beschreven, die ertoe leiden dat BsGW geconfronteerd wordt met extra uitvoeringstaken en -kosten in 2024 en verdere jaren. Deze taken en kosten waren ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2027 nog niet bekend en zijn derhalve ook niet in die meerjarenraming opgenomen. Vandaar dat BsGW hier nu extra formatie voor vraagt. Daarnaast is als gevolg van de wereldwijde economische situatie de loonindex verhoogd. Deze betrof in de begroting 2023 2,5%. Voor 2024 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 3,3%. Tevens is sprake van een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om tijdig te anticiperen in bijvoorbeeld leer-werktrajecten en trainee-ships, als investering in de nabije toekomst.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 28 van 58
2024
2025
2026
2027
1,0
1,0
1,0
-
tijdelijk / structureel tijdelijk
PO
0,5
0,5
0,5
0,5
structureel
C ommunicatiemedewerker
0,5
0,5
0,5
-
tijdelijk
Recordmanager
0,8
0,8
0,8
0,8
structureel
Totaal
2,8
2,8
2,8
1,3
Trainees
2024
2025
2026
Trainee 1
1,0
1,0
Trainee 2
1,0
1,0
Noodzakelijke fte's Juridisch adviseur
Trainee 3
1,0
Trainee 4
1,0
Totaal
2027 1,0 1,0
2,0
2,0
2,0
2024
2025
2026
4,8
4,8
4,8
3,3
€ 423.462
€ 437.436
€ 451.871
€ 300.031
Aantal fte's incl. trainees Totale kosten
E V A L U A T I E
2,0
2027
Indexering goederen en diensten Voor 2024 is uitgegaan van een kosteninflatie van 2,6 % ten opzichte van 2023. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten van BsGW hebben voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICT- en organisatieontwikkelingsprojecten. BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn investeringskredieten opgenomen van € 300 duizend per jaar. Daarnaast worden kosten voor grote aanschaf en vervanging van inventaris geactiveerd en jaarlijks afgeschreven. De staat van vaste activa en onderhanden werken is als bijlage 2 opgenomen. ICT-kosten Wegens de grote mate van automatisering van de primaire processen, worden de ICT-kosten - naast de (ICT) afschrijvingskosten - als aparte post weergegeven. De ICT-kosten bestaan voornamelijk uit jaarlijkse onderhoudskosten ICT plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en beheer.
In de begroting 2023 is uit hoofde van het programma aanbesteding Hosting en Applicaties € 2,275 miljoen opgenomen. Deze kosten zullen naar verwachting niet meer in 2024 voorkomen.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 29 van 58
Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 gecontinueerd. Hiertoe was reeds een bedrag opgenomen van € 250 duizend per jaar in de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2027. Dit wordt nu voor de jaren 2025 tot en met 2027 verhoogd naar € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen geven. Dit is in lijn met de kosten van het Samenwerkingsportaal voor 2022 – 2024 ad. € 333 duizend. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie (voorheen niet jaarlijks) waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover staat een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG, BGT en de WOZ. Daarnaast worden de kosten uit hoofde van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) met ingang van 2023 centraal gefinancierd. De centrale financiering, via een structurele uitname uit het gemeentefonds, maakt een einde aan de naheffingen voor de ontwikkeling en het gebruik van de voorzieningen in de GDI. Deze centrale financiering leidt daarmee tot minder administratieve lasten4. Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware.
Operationele kosten Operationele kosten omvatten de overige met de operationele primaire processen samenhangende kosten, naast de afschrijvings- en ICT-kosten. Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd naar voor het primaire proces belangrijke kosten, waaronder de post ‘tegemoetkoming proceskosten’. Eveneens zijn door de toegenomen (meer dan begrote) WOZ-bezwaren en -beroepen ook de hieraan gelieerde uitvoeringskosten toegenomen, zoals extra inzet van KCC-medewerkers, taxateurs, ICT-ers en juridisch medewerkers). Deze kosten zijn begroot onder ‘diensten door derden’. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten, accountantskosten, advieskosten, abonnementen en lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen. De post onvoorzien 2024 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. Bank- en rentekosten De rentekosten betreft de rente over de investeringskredieten en de wettelijk door BsGW te vergoeden invorderingsrente. In de begroting 2024 is het reken-rentepercentage gesteld op 0,5%.
Gezien de geringe geraamde kasgeldlening, is het effect op de totale netto-kosten gering. Baten Renteopbrengsten BsGW ontvangt vanaf eind 2013 geen rentevergoeding meer voor de dagelijkse positieve saldi op de heffingenbankrekeningen door de invoering van schatkistbankieren aangezien de positieve saldi dagelijks worden afgeroomd naar de schatkist. De staat vergoedt geen rente voor wat betreft de bij haar gestalde financiële middelen.
4 Bron: VNG, GDI vanaf 2023 centraal gefinancierd, 13 oktober 2022 (https://vng.nl/nieuws/gdi-vanaf-2023-centraal-gefinancierd)
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 30 van 58
Opbrengst vervolgingskosten De werkelijk geïnde vervolgingskosten lopen direct via de exploitatie van BsGW. De verwachte netto opbrengst vervolgingskosten in de begroting en meerjarenraming wordt gebaseerd op een reëel ingeschat bedrag gerelateerd aan de aantallen te versturen aanmaningen, dwangbevelen en overige aanvullende dwanginvorderingsacties op grond van de kostenwet. Toelichting op de meerjarenraming 2024-2028 In de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 3,3% op de personele lasten en 2,6% over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen van de rente op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 0,5%. Op de baten vindt geen indexering plaats. Bijdragen deelnemers De bijdragen per deelnemer voor de door de desbetreffende deelnemer in de samenwerking ondergebrachte taken voor het begrotingsjaar 2024, worden in navolgende tabel weergegeven.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 31 van 58
Bijdrage 2024 per deelnemer
Totaal
Gemeente Beek
267.647
Gemeente Beekdaelen
587.380
Gemeente Beesel
240.342
Gemeente Bergen
211.735
Gemeente Brunssum
525.662
Gemeente Echt-Susteren
558.983
Gemeente Eijsden-Margraten
510.401
Gemeente Gennep
294.853
Gemeente Gulpen-Wittem
242.447
Gemeente Heerlen
1.818.002
Gemeente Kerkrade
944.057
Gemeente Landgraaf
643.748
Gemeente Leudal
559.446
Gemeente Maasgouw
406.760
Gemeente Maastricht
2.228.762
Gemeente Meerssen
381.014
Gemeente Mook en Middelaar
136.526
Gemeente Nederweert
266.411
Gemeente Peel en Maas
678.941
Gemeente Roerdalen
350.877
Gemeente Roermond
1.003.588
Gemeente Simpelveld
184.731
Gemeente Sittard-Geleen
1.745.527
Gemeente Stein
447.888
Gemeente Vaals
211.633
Gemeente Valkenburg Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert
296.958 2.309.052 204.933 842.847
Waterschap Limburg
4.721.744
Totaal bijdragen
23.822.896
De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2024 is € 23,822 miljoen, gelijk aan de netto-kosten begroting 2024. Producten De volgende tabel geeft weer hoe de netto-uitvoeringskosten uit de begroting 2024 zijn toegewezen aan de vier producten en 1 sub-product (exoten) van dienstverlening. Per (sub-)product wordt de verdeelsleutel genoemd waarmee de netto kosten worden omgeslagen naar een tarief per product. De verdeelsleutels voor de kosten van de vier primaire processen plus de niet-reguliere belastingsoort Parkeerbelasting, zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. De kosten van het product Ondersteuning & Ontwikkeling worden omgeslagen naar de deelnemers op basis van het aandeel in de kosten van de vier producten van de primaire processen plus het sub-product Parkeerbelasting.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 32 van 58
Tarief Producten
2024
Heffen Waarderen Innen Klantzaken Parkeerbelasting Ondersteuning & ontwikkeling
€ € € € € €
3.774.454 8.673.973 133.882 3.303.931 382.194 7.554.462
Totaal producten
€ 23.822.896
Verdeelsleutels
Aantal
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
Aantal (bruto) aanslagregels Aantal WOZ-objecten Aantal biljetten Aantal klantcontacten Aantal aanslagregels Aandeel uitvoeringskosten
4.028.915 565.334 1.311.262 443.887 37.276 100%
€ 0,94 € 15,34 € 0,10 € 7,44 € 10,25 nvt
€ 1,01 € 17,26 € 0,21 € 7,90 € 10,17 nvt
€ 0,84 € 13,44 € 0,14€ 6,54 € 9,37 nvt
€ 0,82 € 11,04 € 0,16€ 6,40 € 9,14 nvt
€ € € € €
€ € € € €
€ € € € €
0,82 9,25 0,178,61 8,94 nvt
0,78 8,31 0,247,56 8,58 nvt
0,76 7,09 0,276,04 8,39 nvt
2015 2017 € 0,75 € 6,97 € 0,30€ 5,94 € 9,25 nvt
€ € € € €
2014
2013
0,74 7,66 0,146,50 9,50 nvt
€ 0,77 € 12,43 € 0,16 € 9,82 € 16,29 nvt
De tarieven 2013-2023 betreffen de tarieven zoals eerder vermeld in de desbetreffende initiële begrotingen van die jaren. De daling van de tarieven in 2024 wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het programma AHA in 2024 is afgerond en de GDI centraal wordt gefinancierd. Deze daling in de tarieven wordt deels opwaarts gecompenseerd door de hogere indexering van de salariskosten, goederen en diensten en de extra benodigde fte’s. 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie 4.3.1 Investeringen Voor het jaar 2024 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2024-2027 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2024. Het MeerjarenInvesteringsProgramma is als bijlage 1 opgenomen. 4.3.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 3.5.3. 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen geen aanvullende storting.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 33 van 58
4.5 (Financiële) effecten begroting 2024 De basis voor de begroting 2024 is de jaarschijf 2024 uit de vastgestelde begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2027, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo dalen de netto-kosten 2024, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met maximaal € 1,409 miljoen ten opzichte van de begroting 2023 als gevolg van de volgende posten: 1. Loonindexering
€ 486 duizend
2. Indexering goederen en diensten
€ 302 duizend
3. Vervallen kosten GDI-voorzieningen
€ 345 duizend -/-
4. Vervallen implementatiekosten AHA
€ 2,275 miljoen -/-
5. Extra fte’s
€
Totaal:
423 duizend
€ 1,409 miljoen -/-
Financieel effect op de begroting 2025 tot en met 2027: Samenwerkingsportaal
€ 100 duizend
Ten opzichte van de jaarschijf 2024 uit de meerjarenraming 2023 nemen de kosten toe: Begroting 2024:
€ 23.823 duizend
Begroting jaarschijf 2024 uit begroting 2023:
€ 23.524 duizend
Verschil:
€
299 duizend
6. Loonindexering*)
€
155 duizend
7. Indexering goederen en diensten*)
€
66 duizend
8. Vervallen kosten GDI-voorzieningen
€
345 duizend -/-
9. Extra fte’s
€
423 duizend
Totaal:
€
299 duizend
*) Loonindex was 2,5%, wordt 3,3%. Prijsindex ICT en overige goederen en diensten was 2,7% resp.1,9%, wordt 2,6%.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 34 van 58
In de onderstaande tabel worden de ontwikkelingen voor 2024 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd:
Ontwikkelingen begroting 2024 Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen
Effect op netto kosten 2024 t.o.v. begroting 2023 Opgenomen in de begroting: + € 486.000,-
- Inflatie
+€
302.000,-
- Vervallen kosten GDI-voorzieningen
-€
345.000,-
- Vervallen implementatiekosten AHA
- € 2.275.000,-
- Vorming bestemmingsreserve AHA 2024 - 2029
onbekend
- Extra fte’s:
+€
- Stimuleringsregeling
budgetneutraal
Mogelijke ontwikkelingen Wet Modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV)
423.000,-
Niet opgenomen in de begroting: onbekend
Sociaal invorderen
onbekend
Vroegsignalering
onbekend
Fiscale Vereenvoudigingswet 2017
vooralsnog niet
Verruiming gemeentelijk belastinggebied
onbekend
Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel
onbekend
Wet toekomst pensioenen
onbekend
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 35 van 58
Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2024-2027 Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhandenwerk Bijlage 3: Staat van vaste schulden Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage Bijlage 6: Staat van personeelslasten Bijlage 7: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Bijlage 8: Risicoanalyse Bijlage 9: Bijdrage waterschap volgens BBP-opzet Bijlage 10: Berekend EMU-saldo Bijlage 11: Geprognosticeerde balans 2023 Bijlage 12: Harmonisatie: tijdslijn Separate bijlage: Ontwikkelingen
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 36 van 58
Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma : MIP 2024-2027
MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) BsGW (bedragen x 1.000)
Jaar 2024
Jaar 2025
Jaar 2026
Jaar 2027
Totaal 2024-2027
Innovatie en Procesoptimalisatie
300
300
300
300
1.200
Totaal BsGW
300
300
300
300
1.200
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 37 van 58
Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk
Financiële vaste activa
Cumulatieven per 31-12-2021 Aanschafwaarde Afschrijving €0 €0
Boekwaarde 31-12-2022 €0
OHW naar SVA €0
Mutaties 2023 Investeringen €0
Afschrijving €0
Boekwaarde 31-12-2023 €0
Immateriële vaste activa
€ 3.905.972
-€ 3.374.735
€ 531.238
€ 396.000
€0
-€ 251.000
€ 676.238
Materiële vaste activa
€ 340.212
-€ 178.380
€ 161.832
€0
€ 10.000
-€ 10.000
€ 161.832
Immateriële vaste activa (OHW)
€ 396.000
€0
€ 396.000
-€ 396.000
€ 396.000
€0
€ 396.000
€0
€0
€0
€0
€0
€ 1.089.070
€0
€ 406.000
-€ 261.000
€ 1.234.070
Materiële vaste activa (OHW) Totaal activa en ohw
€ 4.642.185
-€ 3.553.115
Deze staat wordt nog aangepast zodra de definitieve gecontroleerde cijfers 2022 bekend zijn.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 38 van 58
Bijlage 3: Staat van vaste schulden Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 39 van 58
Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen Reserves BsGW
x € 1.000
Initieel gestort weerstandsvermogen
385
Resultaat 2011
509
Resultaat 2012
-102
Resultaat 2013
-174
Resultaat 2014
-570
Resultaat 2015
-332
Resultaat 2016
-714
Resultaat 2017
-433
Aanvulling weerstandsvermogen (2017)
1.591
Aanvulling weerstandsvermogen (2018)
433
Resultaat 2018
-325
Aanvulling weerstandsvermogen (2019)
325
Resultaat 2019
13
Aanvulling weerstandsvermogen (2020)
596
Resultaat 2020
-2.092
Aanvulling weerstandsvermogen (2021)
2.092
Resultaat 2021
-1.565
Aanvulling weerstandsvermogen (2022)
1.552
Begroting 2022 Reserves 31-12-2022
0 1.190
Bestuurlijk is afgesproken dat BsGW beperkte reserves aanhoudt, in de vorm van een weerstandsreserve, zodat BsGW operationele risico’s zelf kan opvangen zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. De benodigde omvang wordt gemaximeerd op het bedrag dat voortvloeit uit de risicoanalyse. Het meerdere wordt afgedragen aan de deelnemers naar rato van het aandeel op basis van de kostenverdeelmethodiek. Bij de oprichting is het weerstandsvermogen op basis van de risicoanalyse vastgesteld op € 385.000,- (ca. 5% van het begrotingstotaal) en gerealiseerd middels een bodemstorting van de drie founding fathers van BsGW. Het positief resultaat 2011 is door het bestuur van BsGW toegevoegd aan de reserves van BsGW om slagvaardig de realisatie van de met het bestuur afgesproken groeistrategie van BsGW te kunnen nastreven. Het negatief resultaat van 2014 - 2017, voor het leeuwendeel veroorzaakt door extra proceskosten, is door het bestuur aan de reserves onttrokken. Eind 2017 en eind 2018 is besloten om de in deze jaren opgebouwde negatieve reserves aan te vullen tot het bedrag gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen van 593 duizend conform de begin 2018 uitgevoerde risico-analyse ten behoeve van de begroting 2019-2023. In 2019 is besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen (AB 27-6-2019: Vaststellen bijdragen 2020).
In 2020 is de onderschrijding op de beheerkosten GDI (€ 193 duizend) en het te veel gestorte vermogen uit hoofde van de lagere proceskostenvergoeding van 2019 (€ 356 duizend) ten gunste van het weerstandsvermogen gebracht (totaal € 548 duizend) en aangewend voor de oplossingsrichting met
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 40 van 58
Waterschap Limburg inzake de (her)verdeling van de proceskostenvergoeding 2020 en GDI (AB 25 juni 2020, Weerstandsvermogen 2020). Hierin is vastgesteld dat het Waterschap Limburg (WL) ten onrechte meebetaalde aan de kosten van de WOZ-waardering. Tevens is vastgesteld dat het Waterschap Limburg te weinig betaalde aan GDI-kosten: via de bestaande kostenverdeelmethode betaalde WL 25% van deze kosten, volgens de vaste verdeelsleutel van het ministerie van BZK zou dit 60% moeten zijn. Het negatieve resultaat over 2021 ad. € 1.565 duizend was voor € 808 duizend toe te schrijven aan COVID-19, voor - € 1,240 miljoen aan proceskostenvergoeding en een positief resultaat op de reguliere bedrijfsvoering. Met het aanvullen van het negatief resultaat over 2021 is het weerstandsvermogen aangevuld tot het benodigde weerstandsvermogen. De bestemming van het resultaat 2022 is nog niet vastgesteld door het Algemeen Bestuur en daarom nog niet opgenomen in bovenstaande tabel. Derhalve is de begroting als uitgangspunt genomen, omdat de jaarcijfers nog niet zijn vastgesteld door de accountant.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 41 van 58
Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage Sinds de verzelfstandiging van BsGW is geformaliseerd, kan BsGW deelnemen aan het geldverkeer, is een eigen bankrekening geopend en kunnen kort en/of langlopende leningen aangegaan worden.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 42 van 58
Bijlage 6: Staat van personeelslasten Begroting 2024
Heffen
Waarderen
Innen
Klantenzaken
Parkeer belasting
400000 bruto lonen 400010 overwerkvergoeding 400011 HRM cafetaria model 400200 gratificatie jubilea/afscheid 400201 gratificatie prestatie
Ondersteuning & Ontwikkeling
Totaal BsGW
11.211.486
2.253.156
2.704.587
1.494.269
1.788.793
185.099
2.785.582
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
17.279
20.741
11.460
13.718
1.420
21.363
85.981
3.647
4.378
2.419
2.895
300
4.509
18.147
2.274.083
2.729.706
1.508.147
1.805.407
186.818
2.811.453
11.315.614
401000 sociale premies
580.699
697.045
385.113
461.020
47.705
713.468
2.885.050
401002 werkgeversaandeel ziektekosten
147.007
176.461
97.494
116.710
12.077
180.619
730.368
401100 sociale lasten
727.706
873.506
482.607
577.730
59.782
894.086
3.615.418
402000 wervingskosten
0
0
0
0
0
15.431
15.431
402100 reiskosten woon-werk
43.983
57.804
22.496
32.145
5.964
30.520
192.912
402200 opleidingskosten
48.802
78.114
31.165
44.970
6.617
71.224
280.892
402201 seminars symposia
0
0
0
0
0
42.519
42.519
402300 geschenkenregeling
17.645
15.506
7.594
11.184
2.392
21.573
75.894
402302 personeelsvereniging
0
0
0
0
0
21.141
21.141
402303 vergoeding kosten BHV
0
0
0
0
0
0
0
402304 bedrijfarts/arbodienst
0
0
0
0
0
44.596
44.596
403004 kosten ondernemingsraad
0
0
0
0
0
26.231
26.231
403099 overige personeelskosten
0
0
7.813
0
0
6.947
14.759
408100 overige personeelskosten
400100 bruto lonen
110.429
151.424
69.068
88.299
14.973
280.181
714.374
409000 uitzendkrachten
0
0
0
0
0
0
0
409001 personeel andere overheid
0
0
0
0
0
0
0
409100 personeel derden
0
0
0
0
0
0
0
409999 personeelskosten
3.112.219
3.754.638
2.059.823
2.471.437
261.574
3.985.721
15.645.406
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 43 van 58
Bijlage 7: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Begroting
Lasten bruto lonen sociale lasten overige personeelskosten personeel derden Personeelskosten Huisvestingkosten Afschrijvingkosten ICT-kosten drukwerk print/kopieerwerk porti
Kosten per produkt Waarderen
Innen
Parkeerbelasting
2024
Heffen
Klantzaken
11.315.614 3.615.418 714.374 0 15.645.406 829.145 357.000 2.774.629 11.885 183.242
2.274.083 727.706 110.429 0 3.112.218 0 0 289.778 477 16.775
2.729.706 873.506 151.424 0 3.754.637 0 7.000 973.462 16 118
1.508.147 482.607 69.068 0 2.059.822 0 0 156.793 178 1.219
1.805.407 577.730 88.299 0 2.471.436 0 0 220.801 0 145.479
186.818 59.782 14.973 0 261.573 3.884 9.728 6.117 68 6.853
O&O
2.811.453 894.086 280.181 0 3.985.720 825.261 340.272 1.127.678 11.147 12.799
531.671
0
990
3.640
501.872
25.170
0
telefonie/datacommunicatie incassokosten kosten brongegevens diensten door derden tegemoetkoming proceskosten overige operationele kosten Overige operationele kosten algemene kosten onvoorzien Algemene kosten Bankkosten Rentekosten Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Baten Renteopbrengsten BsGW diensten aan derden overige opbrengsten Diensten aan derden Bijdragen van derden Opbrengst vervolgingskosten Totale baten
26.137 0 392.754 885.573 3.136.482 114.400 5.282.145 463.903 332.422 796.325 280.438 32.551 312.989 0 25.997.640
0 0 329.771 18.968 0 2.516 368.506 2.646 0 2.646 0 1.306 1.306 0 3.774.454
0 0 0 805.411 3.136.482 -2.836 3.940.180 0 0 0 0 -1.306 -1.306 0 8.673.973
0 0 0 0 0 55.759 60.795 0 0 0 0 25.145 25.145 0 2.302.556
1.448 0 0 0 0 -39.622 609.177 2.516 0 2.516 0 0 0 0 3.303.931
35 0 62.983 2.098 0 446 97.654 1.868 1.550 3.418 5.890 0 5.890 0 388.264
24.654 0 0 59.096 0 98.137 205.832 456.873 330.873 787.745 274.548 7.406 281.954 0 7.554.462
12.776 0 0 0 0 2.161.968 2.174.744
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
12.676 0 0 0 0 2.155.998 2.168.674
0 0 0 0 0 0 0
100 0 0 0 0 5.970 6.070
0 0 0 0 0 0 0
Netto kosten
23.822.896
3.774.454
8.673.973
133.882
3.303.931
382.194
7.554.462
Verdeelsleutels per deelnemer
aantal aanslagregels
Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Waterschap Limburg Totaal verdeelsleutels BsGW
aantal WOZobjecten
31.000 70.717 26.851 24.650 65.100 66.115 108.165 45.426 25.204 209.000 147.101 80.300 50.500 50.000 276.000 76.686 16.184 31.350 59.200 38.500 100.500 22.550 212.000 71.500 33.100 26.735 165.000 25.300 74.181 1.800.000 4.028.915 €
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
0,94
aantal biljetten
8.250 17.887 7.628 6.500 16.350 17.500 13.247 8.507 7.741 54.700 28.106 19.750 18.000 12.500 69.600 9.572 4.221 8.200 22.100 11.000 30.000 5.700 51.900 12.900 6.300 9.846 56.000 6.250 25.079 0 565.334 €
15,34
aantal aandeel in de aantal klantcontacte productkoste aanslagregels n n
15.000 36.552 8.311 9.100 18.800 14.000 50.278 14.826 7.475 59.500 50.707 23.700 17.000 14.900 69.750 10.477 11.319 14.100 21.900 13.000 36.500 6.600 70.500 12.500 15.600 8.665 53.000 7.300 25.902 594.000 1.311.262 €
0,10
3.442 7.617 2.833 2.800 6.073 6.698 5.217 3.595 3.012 18.515 8.481 7.918 7.634 5.054 25.316 4.190 1.633 3.400 8.983 4.493 11.575 2.270 19.554 5.330 2.050 3.465 51.500 2.634 10.106 198.500 443.887 €
7,44
0 0 0 0 0 0 0 0 0 6.100 716 0 0 0 0 900 0 0 0 0 4.000 0 4.325 0 0 0 17.000 0 4.235 0 37.276 €
1,12% 2,47% 1,01% 0,89% 2,21% 2,35% 2,14% 1,24% 1,02% 7,63% 3,96% 2,70% 2,35% 1,71% 9,36% 1,60% 0,57% 1,12% 2,85% 1,47% 4,21% 0,78% 7,33% 1,88% 0,89% 1,25% 9,69% 0,86% 3,54% 19,82% 100%
10,25
pagina 44 van 58
Bijdrage per deelnemer
Totaal
Heffen
Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Waterschap Limburg Totaal bijdragen
267.647 587.380 240.342 211.735 525.662 558.983 510.401 294.853 242.447 1.818.002 944.057 643.748 559.446 406.760 2.228.762 381.014 136.526 266.411 678.941 350.877 1.003.588 184.731 1.745.527 447.888 211.633 296.958 2.309.052 204.933 842.847 4.721.744 23.822.896
29.042 66.251 25.155 23.093 60.988 61.939 101.333 42.557 23.612 195.800 137.810 75.228 47.310 46.842 258.568 71.843 15.162 29.370 55.461 36.068 94.153 21.126 198.610 66.984 31.009 25.046 154.579 23.702 69.496 1.686.314 3.774.454
Waarderen
Innen
126.581 274.442 117.037 99.730 250.860 268.504 203.250 130.524 118.771 839.267 431.233 303.026 276.176 191.789 1.067.879 146.864 64.763 125.813 339.082 168.774 460.293 87.456 796.307 197.926 96.661 151.068 859.213 95.894 384.789 0 8.673.973
1.532 3.732 849 929 1.920 1.429 5.133 1.514 763 6.075 5.177 2.420 1.736 1.521 7.122 1.070 1.156 1.440 2.236 1.327 3.727 674 7.198 1.276 1.593 885 5.411 745 2.645 60.648 133.882
Klantzaken 25.619 56.692 21.087 20.839 45.202 49.851 38.831 26.758 22.419 137.811 63.126 58.935 56.818 37.621 188.432 31.187 12.152 25.307 66.863 33.441 86.156 16.896 145.544 39.672 15.259 25.791 383.324 19.605 75.221 1.477.472 3.303.931
Parkeerbelasting 0 0 0 0 0 0 0 0 0 62.544 7.341 0 0 0 0 9.228 0 0 0 0 41.012 0 44.345 0 0 0 174.303 0 43.422 0 382.194
O&O 84.873 186.264 76.215 67.143 166.692 177.259 161.853 93.501 76.882 576.505 299.369 204.138 177.405 128.988 706.761 120.823 43.294 84.482 215.298 111.266 318.247 58.580 553.523 142.029 67.111 94.168 732.222 64.986 267.275 1.497.309 7.554.462
1. Algemeen De netto exploitatiekosten van BsGW worden gedragen door de deelnemers in BsGW. Om deze kosten over de deelnemers te verdelen, maakt BsGW gebruik van een methodiek waarbij de kosten toegerekend worden aan producten van dienstverlening, aansluitend op de procesmatige organisatieopzet van BsGW. BsGW functioneert als een kostenbesparende uitvoeringsorganisatie voor haar deelnemers. Daarom is een efficiënte procesinrichting en een geoptimaliseerde applicatiearchitectuur essentieel. De gegevensverwerkende processen worden hiertoe voor alle deelnemers integraal uitgevoerd en hebben een hoge automatiseringsgraad. Kosten worden niet product specifiek gemaakt en kosteninformatie is als gevolg hiervan niet per belastingsoort beschikbaar. De kosten van activiteiten op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals de ondersteuning van het personeel) worden als apart product inzichtelijk gemaakt, omwille van een betere sturing, controle en beheersing van deze kosten. Het doorbelasten van deze kosten, via allerlei verdeelsleutels, aan de primaire producten zou alleen maar leiden tot een vertroebeling van het inzicht in de kosten van de primaire producten. De aard van deze kosten maakt namelijk dat ze niet te splitsen zijn naar de primaire processen. 2.
De methodiek van kostenverdeling De basis van de kostenverdeling wordt gevormd door een reële en transparante begrotingsopzet. Het noodzakelijke inzicht om te komen tot een pragmatische en voor de deelnemers eerlijke toerekening van kosten wordt verkregen door gebruik te maken van een kostenplaatsenstructuur die aansluit op de procesmatige organisatieopzet van BsGW. De kosten worden gebaseerd op de begroting en met behulp van kostenplaatsen toegerekend aan de hoofdprocessen van BsGW. Deze hoofdprocessen zijn uitgedrukt in vijf producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken en Organisatieondersteuning & Ontwikkeling (O&O).
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 45 van 58
Vervolgens worden de kosten met behulp van aparte verdeelsleutels omgeslagen naar een eenheidstarief per product van dienstverlening. De processen voor waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. Het hanteren van eenheidstarieven is, gezien de overlap van de processen en integrale wijze van uitvoering van de processen gerechtvaardigd. Belastingen die niet passen in de integrale uitvoeringswijze van BsGW worden aangemerkt als exoot. In de uitvoeringsregeling van BsGW worden de standaard belastingsoorten en de afwijkende belastingsoorten (de zogenaamde exoten) die hiervoor in aanmerking komen apart genoemd. Indien een exoot in de samenwerking ingebracht wordt dan dient via een (financiele) analyse bepaald te worden of de gangbare methodiek van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend moeten worden. Vanaf 2012 voert BsGW de parkeerbelasting uit voor enkele gemeenten. Omdat parkeerbelasting in eerste instantie was aangemerkt als exoot, werd dit uitgevoerd via een pilot.
De uitkomst hiervan was dat de directe activiteiten die BsGW moet uitvoeren voor de parkeerbelasting voor het overgrote deel specifiek van aard zijn en uitsluitend gericht zijn op een adequate uitvoering van deze taak voor de betreffende gemeente. De directe activiteiten kunnen niet geïntegreerd worden in de reguliere uitvoering van de processen. Vanaf 2014 is daarom het product Parkeerbelasting toegevoegd als sub-product van de dienstverlening van BsGW. De verdeelsleutels voor de kosten van de vier primaire processen, plus het sub-product Parkeerbelasting zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. Voor het toewijzen van indirecte kosten aan primaire processen bestaat vanuit cost-accounting oogpunt geen algemeen geldende oplossing. Elke verdeelsleutel is een arbitraire keuze. De kosten van het product van dienstverlening O&O worden omgeslagen naar de deelnemers op basis van het aandeel in de kosten van de vier producten van de primaire processen plus het subproduct parkeerbelasting.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 46 van 58
In onderstaand figuur is de methodiek van kostenverdeling schematisch weergegeven.
3. De methode van kostenverdeling toegepast BsGW begroot haar uitvoeringskosten per activiteit en direct gerelateerd aan de kostenplaatsenstructuur. De kostenplaatsenstructuur is gebaseerd op de organisatieopzet en opgezet vanuit het principe dat de kosten per kostenplaats direct gerelateerd moeten kunnen worden aan het subproduct van dienstverlening. Per kostensoort zijn de kosten direct (zonder verdeelsleutels) toegewezen aan de juiste kostenplaatsen. Door het samenvoegen van de kostenplaatsen per product van dienstverlening ontstaat inzicht in de kosten per product van dienstverlening. Hierna worden de kosten omgeslagen naar een tarief per (sub-)product van dienstverlening op basis van aparte verdeelsleutels. De verdeelsleutels die hierbij gehanteerd worden, zijn gebaseerd op de verwachte productieaantallen: - Voor het product Heffen, het aantal (bruto) aanslagregels. - Voor het product Waarderen, het aantal WOZ-objecten. - Voor het product Innen, het aantal aanslagbiljetten. - Voor het product Klantzaken, het aantal klantcontacten. - Voor het sub-product Parkeerbelasting, het aantal aanslagregels. De kosten van het product O&O worden omgeslagen naar rato van het aandeel van de deelnemer in de kosten van de vier primaire producten plus het sub-product Parkeerbelasting.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 47 van 58
Bijlage 8: Risicoanalyse Om de financiële gevolgen van de genoemde risico’s op te kunnen vangen is het van belang dat BsGW een weerstandsvermogen aanhoudt dat overeenkomt met de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het beleidsmatige kader, zie ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ versie februari 2022. Op basis van de risicoanalyse is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. Het totale benodigde weerstandsvermogen voor de genoemde risico’s is € 1,339 miljoen (was: 1,42 miljoen). De uitsplitsing en opbouw van dit bedrag staat in de tabel ‘Berekening weerstandsvermogen BsGW’. Voor elk van de risico’s is het bruto risicobedrag geïdentificeerd. Dit is het maximale bedrag dat nodig is indien het risico zich daadwerkelijk voordoet, in een situatie waar geen beheersmaatregelen worden genomen. Daarna is voor elk van de risico’s het netto risicobedrag gekwantificeerd. Dit is het risico dat kan optreden indien de geformuleerde beheersmaatregelen effectief zijn uitgevoerd. Vanuit het netto risico is het restrisico berekend. Het restrisico is het netto risicobedrag vermenigvuldigd met de kans die er bestaat dat het geïdentificeerde risico optreedt, ná het nemen van de geformuleerde beheersmaatregelen. Hierbij is de maximale kans genomen zoals die in de risico analyse staat aangegeven.
Dit leidt tot een conservatief weerstandsvermogen, dat wil zeggen: met het berekende weerstandsvermogen worden de risico’s afgedekt. Weerstandsvermogen begroting 2024 Begin 2023 is de risico-analyse opnieuw uitgevoerd, waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2023 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandcapaciteit, exclusief risico frictiekosten, komt uit op € 1,339 miljoen, circa 5,59 % van de netto-kosten 2024. Bij de (meerjaren)-begroting 2023-2027 is het weerstandsvermogen berekend op € 1,42 miljoen, circa 6,3% van de netto-kosten BsGW 2023. Een afname van € 81 duizend. Deze afname heeft te maken met een aantal veranderingen in de (kans op) risico’s, naast nieuw benoemde risico’s, zie onderstaande tabel en de erop volgende toelichting. Het aanwezige weerstandsvermogen bedraagt € 1,19 miljoen. De uitkomsten van de laatste risicoanalyse geven, conform de vastgestelde kaders (zie de kadernota Risicomanagement, AB 24-32022), geen aanleiding om het weerstandsvermogen verder aan te passen. De ratio van het weerstandsvermogen ad. 0,89 valt binnen de bandbreedte van de 0,8 en 1,4. Zie onderstaande tabel: Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 ≥ 1,4 - ≤ 2,0 ≥ 1,0 - < 1,4 ≥ 0,8 - < 1,0 ≥ 0,6 - < 0,8 < 0,6
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
Betekenis
Actie
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Voorstel aan AB om terug te storten Geen actie Geen actie Voorstel aan AB om bij te storten
pagina 48 van 58
Marktontwikkelingen
Nr. Risico
Mogelijk effect
Mogelijke oorzaak
Beheersmaatregelen
1. Recessie Financieel risico: hogere kosten en lagere opbrengsten
Hogere kosten als gevolg van prijsstijgingen leveranciers, CAO 2024 en verdere jaren. Meer faillissementen (innen) met als gevolg oninbaarheid van vorderingen. Lagere opbrengsten vervolgingskosten. Meer werk.
(Hoge) inflatie, recessie.Koopkrachtdaling en financiele nood bij belastingschuldigen als gevolg van recessie en hoge inflatie
Kostenontwikkeling BsGW plus heffingen/belastingopbrengsten inzichtelijk maken Nauw contact houden met onze deelnemers inzake de kostenontwikkeling BsGW enerzijds en de heffingen/belastingopbrengsten anderzijds
2. Rechtmatigheidsverantwoording wordt niet voldoende nageleefd
Een verklaring met beperking/ een afkeurende verklaring/ een verklaring van oordeelonthouding van de accountant
Rechtmatigheidsverantwoording is niet goed geimplementeerd in de organisatie. Te weinig capaciteit om het proces te bewaken. Niet voldoende kennis van wet/regelgeving.
Opstellen van een adequaat beleid, procedures en goed uitgevoerde verbijzonderde interne controles/lijncontroles. Voldoende capaciteit voor uitvoer van interne controles (uitvraag 2024 formatieuitbreiding VICfunctionaris). Goede tussentijdse afstemming tussen accountant en BsGW: tussentijds zaken voorleggen ogv beleid en processen.
Wet- en regelgeving
Meer werk Meerkosten accountant
5. Koepelvrijstelling van de BTW
Kostprijsverhogend voor deelnemers
Wijziging in wet-/regelgeving.
Groot risico, dus onderzoek naar laten doen. Wellicht dat het Btw-compensatiefonds (BCF) hier weer een sleutel geeft ter bestrijding van kostenverhogende factor.
6. Kwijtschelding valt onder bezwaaren beroepenregime (Fiscale vereenvoudigingswet 2017)
Extra proceskostenvergoeding
Wijziging in wet-/regelgeving
Uitvoering van het dynamische plan van aanpak. Dit zit (m.u.v. de Haagse lobby) niet in het huidige plan van aanpak; BsGW zal beleidsvorming vanuit het westen op de voet moeten volgen. Afdelingshoofd Innen zit in landelijke netwerkgroep Lvlb mbt innen.
Hogere kosten voor de deelnemers, voornamelijk als gevolg van langer schaduwdraaien door later in produktie Financieel risico: eventuele dubbele gaan van nieuwe belasting-systeem en lasten (schaduwdraaien). hosting. 6. Onvoldoende gestructureerde Gerichter sturen op het proces bezwaar informatiestromen en beroep wordt bemoeilijkt zo niet onmogelijk. Hogere proceskostenvergoedingen. Inefficiënte werkwijzen (excel) en foutgevoelig. 7. Meer bezwaren en beroepen: Overschrijding begroting als gevolg van - ncnp's hogere proceskostenvergoedingen en - Kwijtschelding valt onder bezwaar- hogere uitvoeringskosten. en - beroepenregime - Box 3 Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten
Ontbreken van een goede overall Risicomanagement is in het AHA-project opgenomen. strategie. Zorgen voor goede strategische visie en mensen die daarop kunnen acteren. Het Management Informatie Systeem (MIS) sluit niet aan op de informatiebehoefte van de gebruikers.
Herinrichten/verbeteren MIS. Extra capaciteit (uren intern danwel extern) vrijmaken voor inrichting/verbetering MIS
Door gewijzigde wet-/regelgeving Uitvoering van het dynamische plan van aanpak: dit is er voor de ncnp-bedrijven een plan bevat interne acties en 'Den Haag'-gerichte verdienmodel ontstaan. acties; deze stroomlijnen en aan de lijn blijven met con-collega's, zodat de aanpak sluitend blijft. Door gewijizgde wet-/regelgeving valt ook kwijtschelding en uitstel van betaling onder bezwaar- en beroepregime Mogelijke wijziging in wet/regelgeving: de eigen woning wordt in box 3 gerubriceerd.
8. Datalek Cyberaanvallen/hack i.c.m. onzekerheid ICT-leverancier
Boete van de Autoriteit Persoonsgegevens. Afbreukrisico/reputatieschade. Aanvullende kosten door productieverlies.
Hackersaanvallen. Nalatigheid medewerkers/ deelnemers.
1.Procedure meldplicht datalekken BsGW 2.Informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol. 3.Bewustwording medewerkers/opleiding/elearning/mistery guest. 4.De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. 5.BsGW zet ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, mail, adequate antivirusbeveiligingen en data-encryptie, Third Party Memo-randum, ISAE 403-verkaring. 6.Verstrekking aan deelnemers alleen na een privacy toets/doelbinding. 7. Gebruik van Zivver
9. ICT-storingen in de piekbelasting
Het niet kunnen opleggen van aanslagen.
Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Regelen van back-ups waardoor werkzaamheden snel opgepakt kunnen worden/uitwijklokatie. Extra inzet externe capaciteit.
10. Fraude door medewerkers
Financieel verlies ten gevolge van (incasso/afdracht)fraude zal BsGW dienen te compenseren. Imagoschade BsGW.
Onbetrouwbare ICT-leverancier. Storing bij de energieleverancier. Bouwwerkzaamheden. onjuiste temperatuur serverruimten. Geen sluitende interne controles. Samenspanning medewerkers.
11. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
Niet tijdig kunnen vervullen van vacatures waardoor werk blijft liggen.
BsGW profileert zich te weinig naar buiten als aantrekkelijke werkgever.
Meer stage-/afstudeerplekken aanbieden en in de werving insteken op potentie die BsGW verder intern (traineeships) zal doorontwikkelen. Voorbeeld KCC-medewerker is bereid om taxateursopleiding te volgen, maar ook meedraaien op carrieredagen hogescholen.
12. Ziekteverzuim
Uitval van functionarissen met als gevolg Ziekteverzuim is niet opgenomen dat de werklast terecht komt bij de in de begroting van BsGW. andere medewerkers danwel werk blijft liggen. Langdurig ziekte verzuim is in de regel niet-werkgerelateerd bij Budgetoverschrijding als gevolg van BsGW. extra inhuurkosten.
Personeel
Technologie
Bezwaren en beroepen
Proces
5. Vertraging implementatie ICTlandschap
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
Stelsel van sluitende interne controles. Adequate functiescheidingen. Integriteit onder de aandacht blijven houden.
1.Adequaat HRM beleid gericht op preventie en – zo nodig – herplaatsing binnen of buiten BsGW 2.Mobiliteitsplan en budget 3.Strategisch HRM-beleid
pagina 49 van 58
Marktontwikkelingen
Wet- / regelgeving
Kans 1
Gevolg 4
Kans 10%
€
Gevolg 500.000
€
Score (€) 50.000
1
Risico Recessie Financieel risico: hogere kosten en lagere opbrengsten
2
Rechtmatigheidsverantwoording wordt niet voldoende nageleefd
2
1
30%
€
50.000
€
15.000
Koepelvrijstelling van de BTW
1
4
5%
€
1.890.000
€
94.500
Vereenvoudiging Beslagvrije voet
1
3
10%
€
90.000
€
9.000
Vertraging implementatie IC T-landschap
1
4
10%
€
1.000.000
€
100.000
3 4
5 Proces
Bezwaren en beroepen
Financieel risico: eventuele dubbele lasten (schaduwdraaien).
6
Onvoldoende gestructureerde informatiestromen
3
3
65%
€
130.000
€
84.500
4
4
90%
€
500.000
€
450.000
7
Meer bezwaren en beroepen: - ncnp's - Kwijtschelding valt onder bezwaar- en - beroepenregime - Box 3
Datalek C yberaanvallen/hack i.c.m. onzekerheid IC Tleverancier
1
4
1%
€ 20.000.000
€
200.000
IC T-storingen in de piekperiode BsGW
1
4
10%
€
200.000
€
20.000
Fraude door medewerkers
1
4
10%
€
200.000
€
20.000
Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
4
3
80%
€
100.000
€
80.000
Ziekteverzuim
3
3
80%
€
270.000
€
216.000
Totaal benodigd weerstandsvermogen:
€
1.339.000
Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten
Technologie
8 9 10
Personeel
11 12
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 50 van 58
Toelichting risicoanalyse 1. Recessie Ten tijde van het schrijven van deze (ontwerp)begroting hebben we te maken met een recessie. De directe gevolgen zijn merkbaar in de begroting van BsGW: de hogere kosten voor 2023 waar BsGW mee geconfronteerd wordt als gevolg van de nieuwe CAO 2023 die eind 2022 is vastgesteld en de prijsstijgingen die door de leveranciers in rekening worden gebracht. Maar er zijn ook minder directe gevolgen; er zijn meer verzoeken voor uitstel van betaling en kwijtschelding en een verwachte toename van het aantal faillissementen. Dit kan ertoe leiden dat vorderingen oninbaar worden. Conform de septembercirculaire 2022 van het Centraal Planbureau (CPB) heeft BsGW in de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 het standpunt ingenomen dat er sprake is van een normale economische situatie voor de jaren 2024 en verder. Mocht de huidige recessie echter langer aanhouden, dan kan in 2024 sprake zijn van een hogere inflatie/prijsindex dan nu in de begroting en meerjarenraming is opgenomen. Daarnaast heeft dit mogelijk negatieve gevolgen voor de inning van de waterschapsbelastingen en gemeentelijke heffingen, is er meer inzet vereist bij het inningsproces vanuit BsGW wat leidt tot hogere uitvoeringskosten (inhuur) en wellicht lagere opbrengst vervolgingskosten. 2.
Rechtmatigheidsverantwoording wordt niet voldoende nageleefd Tot en met 2022 geven externe accountants een rechtmatigheidsoordeel bij de controles af. Door een wetswijziging wordt vanaf 2023 het Dagelijks Bestuur zelf verantwoordelijk voor het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording gaat erover of de uitgaven voldoen aan relevante wet –en regelgeving. Het niet voldoen hieraan kan betekenen dat BsGW een verklaring met beperking/oordeelonthouding danwel een afkeurende verklaring ontvangt van de accountant. Om deze situatie te voorkomen is, vooruitlopend op de aanpassing van de wetgeving in 2023, een werkgroep ingesteld, die ervoor zorgt dat de rechtmatigheidsverantwoording goed geïmplementeerd en ingebed wordt in de organisatie. Voor het uitvoeren en borgen van deze extra werkzaamheden is gevraagd de formatie te worden uit te breiden met een verbijzonderde interne controle-functionaris (VIC). Zodra dit hele traject is ingeregeld, kan het risico worden bijgesteld naar nihil. Tot dan bestaat het (financiële) risico uit extra accountantskosten voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. 3.
Koepelvrijstelling van de BTW Op dit moment loopt, naar aanleiding van enkele uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie, nog steeds een discussie of de koepelvrijstelling in de BTW beperkter moet worden toegepast dan tot nu toe gebruikelijk was. Het gaat om de uitleg of de koepelvrijstelling in de BTW alleen geldt voor de in de BTW-richtlijn met name genoemde activiteiten. Door deze uitspraken zou deze vrijstelling sterk worden ingeperkt. De zorg voor een goede en veilige waterhuishouding zou bijvoorbeeld niet meer als prestatie van algemeen belang gelden. Als gevolg daarvan zouden typische waterschapstaken en belastingheffing en -inning, die niet zelfstandig door het waterschap maar bijvoorbeeld met andere overheden in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR) worden uitgevoerd, niet meer onder de koepel- vrijstelling vallen, met als gevolg dat de bijdrage van het waterschap in de uitvoeringskosten van de GR met 21% wordt verhoogd. Hiermee zou niet de gehele bijdrage met 21% omhoog gaan; voor veel posten geldt dan immers ook de vooraftrek. De grootste uitzonderingen hierop zijn de salarissen inclusief de sociale lasten.