CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp projectplan Waterwet Dijkververbetering

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen op aanvraag van het waterschap over de dijkversterking Nieuw Bergen;26.170 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

32

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 7 Dijkvakken en deelgebieden inclusief ingepast VKA met tijdelijk (blauw) en permanent (geel) ruimtebeslag

33

HWBP Noordelijke Maasvallei

3.2 Beschrijving ingepast VKA per deelgebied en dijkvak In deze paragraaf wordt het ingepast VKA (referentieontwerp) nader omschreven per deelgebied en dijkvak. Deelgebied 1 Nieuw Bergen (Dijkvak 1, 2 en 3) Deelgebied 1 bevat de dijkvakken 1, 2 en 3 en omvat deels een nieuwe kering alsook het volgen van de ligging van de bestaande kering.

Figuur 8 Bovenaanzicht ingepast VKA dijkvak 1 (indicatief)

Dijkvak 1 betreft een nieuwe keringen, waarbij de N271 wordt verhoogd tot een ontwerp- en aanleghoogte van NAP + 15,3 meter, wat een ophoging van circa 0,3 meter van de N271 betekent. Op deze locatie worden geen zettingen verwacht omdat de ophoging ten opzichte van maaiveld minimaal is, hierdoor is de ontwerphoogte gelijk aan de aanleghoogte. De N271 zal hierbij dienen als aansluiting op de hoge grond. Ten oosten van de N271 worden enkele lokale laagtes opgehoogd. Ten westen van de wegkruising begint dijkvak 2.

34

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 9 Bovenaanzicht ingepast VKA dijkvak 2 (indicatief, voor legenda zie afbeelding 6)

In dijkvak 2 wordt de kering grotendeels buitenwaarts verlegd ten opzichte van de bestaande kering. De kering heeft een aanleghoogte van NAP +15,5 meter en een ontwerphoogte van NAP +15,3 meter. Gelet op de te verwachten klink en restzetting na gereedkomen mag de dijk met maximaal 0,2 m overhoogte worden opgeleverd, de aanleghoogte. De kering zal in de tijd daarna gaan klinken waardoor de daadwerkelijke hoogte uiteindelijk zal uitkomen op de ontwerphoogte. De ontwerphoogte van NAP +15,3 meter betekent daarmee een ophoging van circa 0,6 meter ten opzichte van de huidige kering in dijkvak 2. Na het kruisen van de N271 in dijkvak 1 wordt parallel aan de N271 de aansluiting met de ligging van de huidige kering gezocht. Deze nieuwe kering wordt parallel aan de N271 uitgevoerd als groene kering met een buitendijks talud van circa 1:3 en een binnendijks talud van 1:3.5. De kruinbreedte van de kering is circa 4,5 meter. Er komt een onderhoudspad op de kruin te liggen. Binnendijks van de inspectiestrook wordt een greppel aangelegd die afwatert in de richting van een nieuw aan te leggen pomplocatie aan noordzijde van de dijkovergang van de Daem van Kekenstraat.

35

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 10 Indicatief dwarsprofiel dijkvak 2

De ligging van het dijktracé is verder afgestemd op het behoud van karakteristieke en waardevolle beplantingsstructuren in dit dijkvak. Dit in het kader van het ontwerpprincipe ‘Behoud en versterken landschappelijke structuren’ en ‘behoud bomen Lindenlaan’. De kering sluit aan op de ligging van het huidige dijktracé en loopt parallel aan de Lindenlaan. Om de beeldbepalende bomen langs de Lindenlaan te behouden, wordt de huidige kering afgegraven en minimaal 6,5 meter van de bomen buitenwaarts verlegd (zie Figuur 10). Deze 6,5 meter is opgebouwd uit een ontgrondingskuil, stabiliteitszone en een marge voor maaiveldonzekerheid. Om piping te voorkomen wordt overwogen een verticale pipingmaatregel aan te brengen van maximaal 7 meter diep.

36

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 11 Bovenaanzicht ingepast VKA dijkvak 3 (indicatief)

Bij de kop van de Lindenlaan gaat de kering over in dijkvak 3. In dijkvak 3 volgt de groene kering het huidige dijktracé totdat de kering parallel gaat lopen aan de N271. Hierbij kruist de dijk de Daem van Kekenstraat. Bij de kop van de Lindenlaan is er net als in dijkvak 2 sprake van een buitendijks talud van circa 1:3 en een binnendijks talud van 1:3.5, waarbij de kruinbreedte circa 4,5 meter is. De aanleghoogte van dijkvak 3 bedraagt NAP +15,5 meter. De ontwerphoogte van de kering is NAP +15,3 meter, wat een uiteindelijke ophoging van circa 0,6 meter ten opzichte van de huidige kering betekent. Vanuit het ontwerpprincipe ‘herkenbare en veilige dorpsentree’ (paragraaf 2.3) is aandacht besteed aan deze locatie. De kering bij de Lindenlaan benadrukt de dorpsentree van Nieuw Bergen door als groene kop door de steilrand te steken.

37

HWBP Noordelijke Maasvallei

Voor de afwatering van de Lindenlaan richting de Heukelomse beek wordt voorzien in een duiker door de dijk met hoogwaterveilige afsluiters aan de kop van de Lindenlaan om eventueel waterbezwaar bij hoogwater te kunnen wegpompen. Ook wordt hier de wegenstructuur aangepast om een veilige situatie te creëren. Bij de wegkruising Daem van Kekenstraat worden de aansluitingen van de Lindenlaan op de Daem van Kekenstraat afgesloten, waarmee zowel de Lindenlaan Zuid als de Lindenlaan Noord doodlopen aan de westzijde. Door de beide Lindelanen doodlopend te maken, kan verkeer niet meer rondrijden. Ten behoeve van toegankelijkheid van bewoners, vuil ophaaldiensten en calamiteiten verkeer worden keer mogelijkheden aanbracht doormiddel van steeklussen. Door de wegstructuur op deze manier aan te passen vindt er minder verkeersuitwisseling plaats en wordt de kruising met de dijk overzichtelijker. Aanvullend worden snelheid remmende maatregelen en een aantal aanpassingen aan de verkeersstructuur van de Lindenlaan genomen, zodat alle verkeersfuncties gehandhaafd blijven en er een veilige afwikkeling van het verkeer kan plaatsvinden. Om zowel de steilrand structuur als het contrast tussen ‘het dorpfront’ en winterbed zoveel mogelijk intact te houden, worden de buitendijkse op- en afritten naar agrarische percelen en de zorgboerderij parallel aan de steilrand gemaakt.

Na de kop van de Lindenlaan maakt de groene kering een knik in de richting van de N271. Een gedeelte van de huidige kering wordt afgegraven. In dit dijkvak wordt overwogen een verticale pipingmaatregel aan te leggen van maximaal 6 meter diep. Het ontwerp van de kering vloeit voort vanuit het ontwerpprincipe ‘compact dijkprofiel’. Dit is schematisch weergegeven in Figuur 5. Deelgebied 2 Verbinding Nieuw Bergen – Heukelom (Dijkvak 4) Deelgebied 2 bestaat enkel uit dijkvak 4. Het dijkvak loopt parallel aan de N271. De groene kering ligt om tramhalte de Potterie heen, waarna de kering in een tuimelkade overgaat (Figuur 12).

38

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 12 Bovenaanzicht ingepast VKA dijkvak 4 (indicatief)

Het eerste deel van het dijkvak 4 bestaat uit een groene kering welke om tramhalte de Potterie heen ligt. Vervolgens gaat het dijklichaam over in een tuimelkade langs de westzijde van de N271. Op deze wijze kan de aanwezige laanbeplanting behouden blijven. Het buitentalud van de kering heeft een talud van circa 1:3 en de kering heeft een kruinbreedte van circa 3 meter. De aanleghoogte van de kering in dit dijkvak bedraagt NAP +15,5 meter. De ontwerphoogte is NAP +15,3 meter dit betekent afhankelijk van de locatie in het dijkvak een ophoging van circa 1,3 tot 3,3 meter ten opzichte van het maaiveld. Om de beeldbepalende bomen langs de N271 te behouden, is de afstand tussen bomen en de binnenteen van de tuimelkade minimaal 6,5 meter. Om een samenhangend beeld tussen weg en tuimelkade te behouden wordt de ruimte tussen kering en bomen aangevuld met grond. Tussen de bomen en de tuimeldijk wordt tevens een beheerpad aangelegd van 3,0 meter breed. Op de tuimelkade is ruimte voor een wandelpad, vanaf waar men zicht op het Maasdal heeft. Door te kiezen voor een tuimelkade kan de aanwezige laanbeplanting behouden blijven. Hiermee wordt invulling gegeven aan het ontwerpprincipe ‘behoud en versterken landschappelijke structuren’.

39

HWBP Noordelijke Maasvallei

Een deel van de N271, vanaf industrieterrein de ‘Flammert’, wordt niet versterkt. Het huidige grondlichaam geeft de komende 25 jaar voldoende veiligheid. Dit deel gaat wel onderdeel uitmaken van de primaire waterkering en wordt toegevoegd aan de legger middels de leggerwijziging die parallel aan dit projectplan Waterwet wordt opgesteld. Het tweede deel van dijkvak 4 ligt bij Heukelom. Hier worden bestaande wegen aangepast om aan te sluiten op de nieuwe kering in dijkvak 5.

Figuur 13 Indicatief dwarsprofiel dijkvak 4

Voor de afwatering van de N271 wordt een greppel aangelegd tussen de waterkering en de bomen langs de N271. De greppel watert het zuidelijk deel van dijkvak 4 af in noordelijke richting naar de Vlammertse Leigraaf. Het noordelijk deel van dijkvak 4 wordt door de greppel afgewaterd in deels zuidelijke richting naar de Vlammertse Leigraaf. Om deze afwatering middels greppels mogelijk te maken moet op een aantal plaatsen korte duikers worden aangelegd, deze worden aangebracht in op- en afritten van de N271. Deelgebied 3 Heukelom (Dijkvak 5, 6, 7 en 8) Deelgebied 3 bestaat uit dijkvak 5, 6, 7 en 8. Aan het begin van dijkvak 5 wordt de dijk beperkt binnendijks verlegd en versterkt. Op deze wijze kunnen de poel en de meeste bomen behouden blijven. Hierdoor worden de waardevolle landschapselementen en structuren in dit dijkvak zoveel mogelijk behouden en wordt invulling gegeven aan het ontwerpprincipe ‘Behoud en versterken waardevolle landschapselementen’.

40

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 14 Bovenaanzicht ingepast VKA dijkvak 5 (indicatief)

Door de verlegging komen de bomen en de poel buitendijks te liggen. De huidige kering wordt hier deels afgegraven. De nieuwe kering wordt aangevuld met grond om een glooiende overgang te creëren met flauwe taluds van de binnendijkse gronden en het Maasdal. Deze aanheling dient tevens als pipingmaatregel. Bestaande structuren van wegen en paden worden zo veel mogelijk hersteld en geoptimaliseerd in combinatie met de nieuwe kering. Greppels worden aangelegd ten behoeve van afwatering en dijk op- en afgangen ter ontsluiting van binnen- en buitendijkse percelen. Ter plekke van de percelen met (woon)bebouwing komt de kering zo strak mogelijk langs particuliere percelen/bestaande bebouwing te liggen.

Figuur 15 Indicatief dwarsprofiel dijkvak 5 (poel en grondaanvulling dijk)

41

HWBP Noordelijke Maasvallei

In dijkvak 5 wordt de kering circa 4,5 meter breed en er komt een beheerpad op de kering te liggen. De aanleghoogte in dijkvak 5 bedraagt NAP + 15,5 meter, hierbij is de ontwerphoogte NAP +15,3 meter. Hierdoor zal de uiteindelijke ophoging, afhankelijk van de locatie, circa 0,5 tot 3,5 meter ten opzichte van de huidige kering zijn. Vervolgens sluit de nieuwe kering aan op de ligging van de huidige dijk. Bij een deel van het tracé wordt overwogen om gebruik te maken van een verticale pipingmaatregel omdat het maaiveld laag ligt.

Figuur 16 Ingepast VKA dijkvak 6 (indicatief)

De nieuwe dijk in dijkvak 6 brengt de bestaande woningen en bebouwing binnendijks. In dijkvak 6 bedraagt de aanleghoogte NAP + 15,4 meter. De ontwerphoogte bedraagt NAP +15,2 meter, wat een ophoging van circa 1,8 tot 3,5 meter betekent. De kering heeft een kruin van circa 4,5 meter breed en er 42

HWBP Noordelijke Maasvallei

komt een onderhoudspad op te liggen. De kering kruist de Heukelomsestraat die vanuit Bergen, Heukelom binnen komt. Door de ophoging dient deze kruising aangepast te worden. De weg wordt opgehoogd om de kering te kunnen kruisen. Voor het ontwerp van de wegkruising wordt eveneens zoveel mogelijk de huidige ligging van de weg gevolgd. Aan buitendijkse zijde wordt de weg zo strak mogelijk tegen het dijktalud gelegd om het totale grondlichaam zo compact mogelijk te houden. Binnendijks van de inspectiestrook wordt een greppel aangelegd die afwatert in de richting van de te vervangen duiker met pomplocatie ter plaatse van de watergang richting de Heukelomsebeek. Ter plaatse van het adres Heukelom 30 wordt aan de binnenzijde het talud aangeheeld. Deze aanheling dient tevens als pipingmaatregel.

Figuur 17 Indicatief dwarsprofiel dijkvak 6 (inpassing dorpsentree Heukelom)

Na het perceel van Heukelom 12a loopt de dijk weer parallel langs de bestaande Heukelomsestraat. De straat komt aan het einde van het dijkvak op de kering te liggen en wordt opgehoogd waardoor binnendijks een nieuwe op- en afrit nodig is. Ter plaatse van Heukelom 8 wordt de functionaliteit van de huidige veedoorgang teruggebracht. De huidige kering wordt in dit dijkvak wordt afgegraven. Binnendijks van de inspectiestrook wordt een greppel aangelegd die afwatert in de richting van de duiker met pomplocatie bij de watergang naar de Heukelomsebeek. Ook wordt lokaal het maaiveld aangepast bij de binnenteen van de dijk. Deze maatregelen worden genomen om de waterhuishouding en afwatering te bevorderen.

43

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 18 Bovenaanzicht ingepast VKA dijkvak 7 (indicatief)

In dijkvak 7 loopt het dijktracé om de steenfabriek heen en knikt vervolgens richting de N271. Op de overgang van dijkvak 6 naar dijkvak 7 wordt een nieuwe op- en afrit gerealiseerd ten behoeve van de ontsluiting van de steenfabriek. Ook de aansluiting op het pad richting de Maas wordt hersteld. Het dijktracé rondom de steenfabriek bestaat uit een nieuwe kering in de vorm van een constructieve oplossing aan de westelijke zijde. De constructieve oplossing wordt een damwand die aan buitendijkse zijde wordt aangeheeld met een circa 1:2 grondtalud. Het buitentalud wordt groen bekleed om de continuïteit in de groene kering te behouden. Aan de binnenzijde komt een circa 1 meter brede beheerstrook en een obstakelvrij te maken zone van 4 meter op het terrein van de steenfabriek. Binnendijks wordt een drainagemaatregel aangebracht die afwatert in de richting van de nieuw te plaatsen duiker met pomplocatie ten noorden van de op- en afrit naar de steenfabriek.

44

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 19 Indicatief dwarsprofiel dijkvak 7

Aan de buitenzijde is een grondtalud opgenomen zodat kan worden aangesloten op het landschappelijke principe van groene dijken in het gehele gebied. Om ruimtebeslag op het stroomvoerende winterbed zoveel mogelijk te voorkomen, komt de kering op het terrein van de steenfabriek te liggen. In dijkvak 7 betekent dit een aanleghoogte en ontwerphoogte van NAP +15,6 meter, wat een ophoging van circa 1,9 tot 2,6 meter betekent. De aanleghoogte is gelijk aan de ontwerphoogte omdat er geen zetting wordt verwacht omdat het een constructie betreft.

Figuur 20 Bovenaanzicht ingepast VKA dijkvak 8 (indicatief).

In dijkvak 8, het noordelijke deel van het tracé rondom de steenfabriek, bestaat de kering uit een nieuwe dijk waarbij wordt overwogen een verticale pipingmaatregel van maximaal 5,5 meter toe te passen. De kruinbreedte van de kering varieert van circa 4,5 meter breed en heeft een aflopende aanleghoogte van NAP +15,4 meter naar NAP +15,2 meter. De ontwerphoogte ligt hierbij 45

HWBP Noordelijke Maasvallei

gemiddeld tussen de NAP +15,2 en NAP +15,0, dit is een ophoging van circa 1,9 tot 2,9 meter ten opzicht van maaiveld6. De grondwal die in de huidige situatie dienst doet als informele waterkering wordt afgegraven. In dijkvak 8 is de kering opgebouwd volgens het ontwerpprincipe ‘compact dijkprofiel’. De kering sluit ten slotte haaks aan op de N271 die dient als hoge grond.

3.3 Inpassingsmaatregelen Onderdeel van de versterkte dijk is een aantal inpassingsmaatregelen. Deze maatregelen dienen enerzijds om de functies die verweven zijn met de waterkering te herstellen, anderzijds om de nieuwe waterkering optimaal in de omgeving in te passen. Op de plankaart zijn de inpassingsmaatregelen opgenomen met een genummerd vlak. Het vlak geeft het maximale ruimtebeslag waterstaatswerk weer, waarbinnen de maatregel nader ontworpen wordt. In Tabel 2 zijn de inpassingsmaatregelen opgenomen. Eisen die aan de maatregel gesteld worden, zijn in deze tabel opgenomen. Tabel 2 Inpassingsmaatregelen Dijkvak

Inpassingsmaatregel

Aanduiding plankaart

Eisen

1/2

op hogen van de N271

1a-2a

Behoud functionaliteit van

en gebruiken als hoge

de bestaande situatie

grond. 2

Greppel

2b

Voorkomen overlast door afstromend hemelwater

Keerlus Lindenlaan

2c

Behoud functionaliteit van

Zuid incl. verplaatsen

de bestaande situatie als

lantaarnpaal

gevolg van doodlopend maken weg.

3

Aanpassing

3a

verkeerssituatie bij

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

wegkruising Daem van Kekenstraat dijklichaam Afrit Daem van

3b

Kekenstraat 10 Greppel

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

3c

Voorkomen overlast door afstromend hemelwater

Duiker

3d

Verbinden afwateringssysteem

6

De grondwal bij de steenfabriek ligt aanmerkelijk hoger dan het maaiveld. 46

HWBP Noordelijke Maasvallei Duiker

3e

Keerlus Lindenlaan

3f

Verbinden afwateringssysteem

Noord Aanpassing

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

3g

Behoud functionaliteit van

wegontwerp nabij

de bestaande situatie als

Ovonde

gevolg van doodlopend maken Lindenlaan.

4

Afrit Daem van

4a

Kekenstraat 10 Beheerspad

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

4b

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

Duiker

4c

Verbinden afwateringssysteem

Opstelplaats + Duiker

4d

Verbinden afwateringssysteem

Greppel

4e

Voorkomen overlast door afstromend hemelwater

5

Wegaansluiting N271 -

5a

Heukelom Aansluiting weg

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

5b

Heukelom

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

Afgraven huidige kering

5c

Duiker

5d

Duiker

5e

Greppel

5f

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie Verbinden afwateringssysteem Verbinden afwateringssysteem Voorkomen overlast door afstromend hemelwater

Wegaanpassing

5g

Heukelomse straat Agrarische op- & afrit

van de bestaande situatie 5h

Heukelom 30 Agrarische op- & afrit

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

5i

Heukelom 22 Beekverbinding

Behouden functionaliteit

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

5j

herstellen en

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie

verwijderen bestaande Heukelomsestraat 6

Veepad

6a

Behoud functionaliteit van de bestaande situatie

Dijkovergang Heukelom 12a

6b

Behoud functionaliteit van de bestaande situatie

47

HWBP Noordelijke Maasvallei Veedoorgang

6c

Duiker

6d

Greppel

6e

Behouden functionaliteit van de bestaande situatie Verbinden afwateringssysteem Voorkomen overlast door afstromend hemelwater

7

Verbreding &Duiker

7a

Verbinden

8

Op- & afrit kruin

8a

Toegankelijk voor beheer

Greppel

8b

Voorkomen overlast

afwateringssysteem

door afstromend hemelwater

3.4 Verschil aanleghoogte en kruinhoogte Na aanleg van de dijken dient rekening gehouden te worden met klink van het ophoogmateriaal en mogelijke zettingen in de ondergrond, waardoor de dijk na aanleg lager wordt. Dit betekent dat de dijken met een overhoogte aangelegd worden om de benodigde hoogte voor hoogwaterveiligheid (ontwerphoogte, of hydraulisch belasting niveau - HBN) te bereiken. (Figuur 21).

Figuur 21 Verschil tussen aanleghoogte en dijkhoogte

Gelet op de te verwachten klink en restzetting na gereedkomen mag de dijk met maximaal 0,2 meter overhoogte worden opgeleverd. Het verschil in aanleghoogte7 en ontwerphoogte per dijkvak is in Tabel 3 weergegeven.

7

De aanleghoogte betreft de maximale hoogte waarop de aannemer het dijklichaam mag opleveren. De

uiteindelijke hoogte waarmee de dijk wordt afgewerkt, is de verantwoordelijkheid van de aannemer en hangt nauw samen met de uitvoeringsvolgorde, planning en toe te passen kernmateriaal en/of verdichting daarvan. Uitgangspunten die zijn gehanteerd voor klink en restzetting staan beschreven in de Ontwerpnota Nieuw-Bergen. 48

HWBP Noordelijke Maasvallei Tabel 3 Ontwerphoogte en aanleghoogte per dijkvak (afgerond op één decimaal) Dijkvak 1 2 3 4 5 6 7 8

HBN [m +NAP] 15,3 15,3 15,3 15,3 15,3 15,2 15,6 15,0

Aanleghoogte [m +NAP] 15,3 15,5 15,5 15,5 15,5 15,4 15,6 15,2

3.5 Flexibiliteitsbepaling Het referentieontwerp en de inpassingsmaatregelen (het ingepaste VKA) zijn omgezet naar vlakken die zijn weergegeven op de als bijlage I bij het OntwerpProjectplan gevoegde plankaart met dwarsprofielen. Met de onderstaande flexibiliteitsbepaling wordt enige ruimte geboden hiervan af te wijken. Bij afwijkingen kan het bijvoorbeeld gaan om optimalisaties van de aannemer die het werk uit gaat voeren. Afwijken is alleen mogelijk indien wordt voldaan aan de voorwaarden die in de flexibiliteitsbepaling zijn opgenomen. Bij de realisatie van de versterking mag worden afgeweken van het ingepaste VKA mits: 1. Het type gekozen oplossing (groene dijk of harde constructie), zoals beschreven in paragraaf 0, niet wijzigt; 2. Het ontwerp blijft binnen het op de Plankaart aangegeven ruimtebeslag; 3. Het ontwerp van de waterkering blijft binnen het op de Plankaart aangegeven ruimtebeslag waterkering; 4. Het ontwerp blijft binnen de op de Dwarsprofielen aangegeven aanleghoogten; 5. De buitenkruinlijn van het ontwerp niet verder rivierwaarts komt te liggen dan de buitenkruinlijn aangegeven op de Plankaart; 6. Inpassingsmaatregelen en maatregelen ten behoeve van de instandhouding van de waterkering, voor zover deze aan de orde zijn, worden uitgevoerd binnen daarvoor op de Plankaart aangegeven maatregelvlakken; 7.

Voldaan wordt aan de in hoofdstuk 2.3 vermelde randvoorwaarden voor het ontwerp en aan de in paragraaf 3.3 vermelde eisen voor inpassingsmaatregelen; 8. Effecten op de omgeving niet groter zijn dan de effecten die zijn beschreven in dit Ontwerp-Projectplan met bijlagen en in de m.e.r-aanmeldingsnotitie met bijlagen en geen sprake is van andere negatieve gevolgen voor de omgeving.

49

HWBP Noordelijke Maasvallei

4 UITVOERING WERK Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop het werk gerealiseerd gaat worden. Ten tijde van de totstandkoming van dit Ontwerp-Projectplan Waterwet bereidt het waterschap de aanbesteding van het werk voor. De precieze wijze van uitvoering is daarom nog niet bekend. Dit hoofdstuk noemt de randvoorwaarden waarbinnen het werk wordt uitgevoerd en maakt inzichtelijk hoe mogelijke risico’s voor de veilige (voortgang van de) uitvoering worden beheerst.

4.1 Aanbesteding De werkzaamheden worden in opdracht van het Waterschap Limburg uitgevoerd. Het waterschap is een publiekrechtelijke instelling en werken van dergelijke omvang moeten daarom openbaar aanbesteed worden. Waterschap Limburg is voornemens een Engineering & Construct contract af te sluiten om het werk te realiseren. Een dergelijk contract houdt in dat de aannemer het ontwerp nog verder kan optimaliseren, waarbij moet worden voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de flexibiliteitsclausule. Tijdelijk ruimtebeslag ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden is niet vastgelegd in dit OntwerpProjectplan Waterwet. In de effectbeoordeling is een inschatting van het tijdelijk ruimtebeslag gemaakt om deze impact wel mee te nemen in de beoordeling. Waterschap Limburg stelt in het contract voorschriften en eisen ten aanzien van onder andere het kernmateriaal, de aan te brengen kleiklasse, de gedragscode van de Unie van Waterschappen (nader toegelicht in Effectbeoordeling natuur PP.DR57.18.003) en de kap van bomen. Ook worden voorschriften opgenomen aangaande veiligheid, toegankelijkheid van woningen en het minimaliseren van overlast door geluid en trillingen.

Waterschap Limburg neemt in ieder geval als randvoorwaarden voor de uitvoering in de contractvorming mee, dat: - geen blijvende schade wordt toegebracht aan aangrenzende percelen; - geen blijvende schade wordt toegebracht aan bestaande wegen en paden. De aannemer wordt verder gehouden aan de bepalingen in het Projectplan Waterwet en de vergunningen die hiermee gecoördineerd aangevraagd en verleend worden. Voor activiteiten waarvoor nog geen vergunning is verleend, of melding is gedaan, dient de aannemer de vergunning zelf te verkrijgen, dan wel 50

HWBP Noordelijke Maasvallei

de melding te verzorgen. De aannemer is te allen tijde verplicht zich te houden aan zorgplichtbepalingen in van toepassing zijnde wetgeving.

4.2 Globale planning, bouwfasering en ontsluiting Voor de realisatiefase van de dijkversterkingsmaatregel Nieuw Bergen wordt de volgende globale planning gehanteerd: • •

(Voorbereiding) contract en budget: 2021 tot 2e kwartaal 2023; (Voorbereiding) realisatie: 3e kwartaal 2023 tot en met 2e kwartaal 2025.

Ten tijde van de totstandkoming van dit Ontwerp-Projectplan is nog niet bekend welke aannemer het werk gaat uitvoeren. De aannemer zal in een later stadium een nadere planning en/of gedetailleerde bouwfasering opstellen. Zodra deze gereed is, wordt de planning gecommuniceerd aan omwonenden en andere belanghebbenden. Bij de planning van werkzaamheden zal in ieder geval rekening gehouden worden met beperkingen vanwege het hoogwaterseizoen en natuur (flora en fauna). Rekening houden met hoogwater Werkzaamheden aan de primaire waterkering vinden bij voorkeur buiten het hoogwaterseizoen (van 1 oktober tot 1 april) plaats. Maar ook buiten het hoogwaterseizoen kunnen hoogwaterperiodes optreden. Omdat niet kan worden uitgesloten (bijvoorbeeld ten gevolge van procedurele vertraging) dat bepaalde werkzaamheden worden uitgevoerd in het hoogwaterseizoen of tijdens een hoogwaterperiode, zullen in het contract door Waterschap Limburg voorschriften worden opgenomen die onder andere betrekking hebben op het nemen van maatregelen in het hoogwaterseizoen en hoogwaterperiodes. Deze maatregelen zijn erop gericht, dat het huidige veiligheidsniveau van het betreffende dijktraject moet worden gegarandeerd door de aannemer. In het geval een tijdelijke bouwplaats of werkstrook buitendijks wordt aangelegd, wordt rekening gehouden met mogelijk hoogwater in de Maas.

Dit betekent dat met de volgende voorkeursvolgorde rekening wordt gehouden bij de keuze voor een dergelijke locatie buitendijks: -

[1]

bij voorkeur niet in het rivierbed; als dat niet kan: dan in een gebied dat aangewezen is in bijlage IV bij het Waterbesluit[1]; In een dergelijk gebied geldt geen watervergunningplicht voor het gebruikmaken van het

waterstaatswerk. Het gebied is niet relevant voor het rivierkundig beheer. 51

HWBP Noordelijke Maasvallei -

als dat niet kan: in bergend gebied; als dat niet kan: in stroomvoerend gebied voor zo kort mogelijke duur.

Indien een tijdelijke bouwplaats of werkstrook in het rivierbed (bergend/stroomvoerend regime) wordt aangelegd, zorgt de aannemer voor een plan voor het tijdig verwijderen van zijn (bouw-) materialen bij hoogwater. De aannemer zal een calamiteitenplan moeten opstellen wanneer er onverhoopt toch gewerkt moet worden bij hoogwater of in het hoogwaterseizoen. Dit plan moet door het waterschap worden goedgekeurd. Werken in het hoogwaterseizoen zal enkel plaatsvinden wanneer dit gebeurt overeenkomstig een door het waterschap goedgekeurd calamiteitenplan. Rekening houden met broedvogels Alle broedvogels zijn beschermd door middel van de Wet natuurbescherming (Wnb). Voor verstoring van broedvogels wordt geen ontheffing verleend voor activiteiten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Maatregelen ter voorkoming van effecten zijn daarom noodzakelijk om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen. Om effecten (CB.13.005; PP.DR57.18.003; CB-01-RP-05) te voorkomen dienen de werkzaamheden óf buiten het broedseizoen (doorgaans 15 maart - 15 juli) te worden uitgevoerd om zo verstoring van broedvogels te voorkomen óf voor het broedseizoen te worden begonnen en continu te worden doorgezet waardoor de huidige broedlocaties ongeschikt zijn en vogels op zoek gaan naar andere broedplaatsen in de omgeving.

Als maatregel kan de aannemer op voorhand locaties ongeschikt maken voor broedvogels. Dit gebeurt bijvoorbeeld door vegetatie te verwijderen voordat zij met broedactiviteiten beginnen. De detailuitwerking van de te nemen maatregelen moet vorm worden gegeven in een ecologisch werkprotocol, deze zal door de aannemer worden opgesteld. Overige maatregelen in het kader van flora en fauna zijn beschreven in hoofdstuk 6.

52

HWBP Noordelijke Maasvallei

4.3 Wijze van uitvoeren De methode van uitvoering zal door de aannemer worden bepaald, met het oog op het minimaliseren van de kans op schade en hinder voor de omgeving. Waterschap Limburg is voornemens tijdens de aanbesteding EMVI criteria op te nemen ten aanzien van hinderbeperkend werken. Dit houdt in dat de aannemer gestimuleerd wordt hinder voor de omgeving ten gevolge van uitvoeringswerkzaamheden te beperken. De uit te voeren werkzaamheden bestaan globaal uit de volgende activiteiten: -

-

Verwijderen van objecten, bomen en struiken; Ontgraven van de leeflaag en dijkbekleding (grasmat en wortelzone); Aanbrengen van de kern (al dan niet met berm) van de dijk bestaande uit grond. Hierbij wordt zoveel mogelijk de grond uit de directe omgeving gebruikt, mits toepasbaar; De kern (en deels de berm) van de dijk wordt afgedekt met een kleilaag; Het profiel wordt afgewerkt met een leeflaag; De leeflaag wordt ingezaaid met graszaad.

Details met betrekking tot onder andere de heraansluiting van bestaande infrastructuur en te realiseren constructies worden gedurende de realisatiefase door de aannemer ontworpen. Tijdelijke werkstroken Tijdens de uitvoering wordt gebruik gemaakt van tijdelijke werkstroken. Hiermee is in het ontwerp rekening gehouden. De tijdelijke werkstroken liggen over de lengte van het referentieontwerp aan de buitendijkse zijde en zijn ca. 15 meter breed. Op enkele plekken is ook aan de binnendijkse zijde een werkstrook opgenomen en op plekken waar weinig ruimte is, wordt de breedte beperkt tot 10 meter. De afmetingen van deze tijdelijke werkstroken is meegenomen in de effectbeoordeling in hoofdstuk 5. Mocht de aannemer afwijken van deze tijdelijke werkstroken dan ligt de verantwoordelijkheid om effecten als gevolg van deze wijziging in kaart te brengen bij hem.

Rij- en werkstroken, werkterreinen en tijdelijke depots worden door de aannemer in overleg met bevoegde bestuursorganen bepaald en gebruikt. Deze maken deel uit van het tijdelijk ruimtebeslag dat de aannemer nodig zal hebben om het werk uit te kunnen voeren. Een inschatting is gemaakt van het tijdelijke ruimtebeslag (zie bovenstaand kader). Deze inschatting vormt het vertrekpunt bij de gesprekken over grondverwerving om het tijdelijke gebruik met de grondeigenaren en/of gebruikers te regelen. Daarbij zijn de tijdelijke werkstroken meegenomen in de effectbeoordeling. Dit tijdelijke ruimtebeslag wordt in een latere fase definitief 53

HWBP Noordelijke Maasvallei

vastgesteld op basis van de uitvoeringswijze van de aannemer. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal de aannemer de bouwlogistiek inzichtelijk maken en afstemmen met de gemeente, als onderdeel van de te verkrijgen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

4.4 Beschikbaarheid gronden In bijlage I is de plankaart opgenomen. Hierop zijn het ingepaste VKA en de inpassingsmaatregelen (permanent ruimtebeslag) geprojecteerd op een luchtfoto van het plangebied en de kadastrale verdeling van percelen. Hieruit is af te leiden welke grondeigendommen door de dijkverbetering en de bijbehorende inpassingsmaatregelen worden geraakt. Te verwerven gronden en tijdelijk gebruiksrecht gronden Te verwerven gronden Ten tijde van de totstandkoming van dit Ontwerp-Projectplan Waterwet is reeds gestart met de minnelijke werving van percelen van derden. Het waterschap zal in individuele gevallen steeds beoordelen of verwerving van grond noodzakelijk is of dat bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot afwijking hiervan. Het waterschap is niet gehouden om als compensatie voor aan te kopen gronden ruilgronden beschikbaar te stellen. Indien er zich ruilmogelijkheden voordoen, zal het waterschap hier echter wel aan meewerken. Uitgangspunt van het grondbeleid van Waterschap Limburg is dat de kernzone van de waterkering (kortweg: de eigenlijke waterkering) in eigendom wordt verkregen. In de Nota Grondbeleid, vastgesteld op 7 maart 2018 door het Algemeen Bestuur van het waterschap, is opgenomen dat de permanent benodigde gronden (kernzones) die in particulier eigendom zijn, worden verkregen op basis van vrijwillige verwerving.

Zakelijk recht Wanneer met de eigenaar geen overeenstemming wordt bereikt over de aankoop van de permanent benodigde gronden, zal Waterschap Limburg de eigenaar aanbieden om op de benodigde gronden een zakelijk recht (opstalrecht) te vestigen dat voorziet in de aanleg en instandhouding van het werk op zijn grond. Een zakelijk recht kan alleen worden gevestigd op basis van overeenstemming met de grondeigenaar en andere zakelijk gerechtigden. Het 54

HWBP Noordelijke Maasvallei

waterschap zal aan de eigenaren een aanbod doen voor het zakelijk recht en voor de vergoeding van als gevolg van de aanleg en instandhouding van het werk te lijden schade. Na bereikte overeenstemming wordt notarieel een zakelijk recht gevestigd op het perceel, ter realisering en instandhouding van het werk. Tijdelijk gebruiksrecht gronden: Voor de realisatie van de werken dient de aannemer in veel gevallen tijdelijk te beschikken over gronden, als werkstrook of als (grond)depot. Gronden van Waterschap Limburg, betrokken gemeentes, Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat kunnen hier te allen tijde voor worden gebruikt, mits wordt voldaan aan de bepalingen van het contract en de benodigde vergunningen door de aannemer zijn verkregen. Voor overige gronden in particulier bezit dient een tijdelijk gebruiksrecht te worden geregeld door het sluiten van een overeenkomst waarin het gebruik geregeld wordt, alsmede de eventuele afspraak op schadevergoeding en andere zaken aangaande het tijdelijk gebruiksrecht. De grondeigenaar heeft recht op een vergoeding voor het tijdelijk gebruik, alsmede voor gewasderving en eventueel bijkomende schadevergoedingen. Na realisatie en afwerking van de voorziening komt de grond weer volledig in gebruik bij de grondeigenaar.

Gedoogplicht Het waterschap streeft zoals gezegd naar minnelijke toestemming voor het permanent gebruik van de benodigde gronden. Indien onverhoopt niet (tijdig) op minnelijke wijze overeenstemming (aankoop of vestigen zakelijk recht) kan worden bereikt zal het waterschap gebruik maken van de gedoogplicht op basis van artikel 5.24 van de Waterwet. Volgens artikel 5.24 Ww kan de beheerder, ´voor zover dat voor de vervulling van zijn taken redelijkerwijs nodig is, rechthebbenden ten aanzien van onroerende zaken de verplichting opleggen om de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk en de daarmee verband houdende werkzaamheden te gedogen, wanneer naar zijn oordeel de belangen van die rechthebbenden onteigening niet vorderen´. Voorafgaand aan het inzetten van de gedoogplicht dient minnelijk overleg te hebben plaatsgevonden, dat wil zeggen dat er aantoonbaar moet zijn onderhandeld en er minimaal één schriftelijke aanbieding moet zijn gedaan. Ook kan een gedoogplicht worden opgelegd voor tijdelijk benodigde gronden (zoals werkstroken en depots). Beide gedoogplichten worden hieronder nader toegelicht. Tijdelijke benodigde gronden De grondeigenaar wordt krachtens een gedoogplichtbeschikking van het waterschapsbestuur (ex artikel 5.24 van de Waterwet) verplicht om zijn grond 55

HWBP Noordelijke Maasvallei

tijdelijk beschikbaar te stellen zodat die grond kan worden ingezet ten behoeve van de dijkversterking. Het gaat dan bijv. om een werkstrook of werkterrein, of om een tijdelijk depot. Tegen dit besluit kan een bezwaarschrift worden ingediend. Tegen de beslissing op bezwaar staat beroep open bij de rechtbank. Ook komt eventuele schade voor vergoeding in aanmerking. Permanent benodigde gronden Indien minnelijk geen overeenstemming is bereikt en de belangen van de rechthebbenden op de grond geen onteigening vorderen, zal ook voor permanent benodigde gronden een gedoogplicht op grond van artikel 5.24 van de Waterwet worden opgelegd. De grondeigenaar wordt krachtens een gedoogplichtbeschikking van het waterschapsbestuur (ex artikel 5.24 van de Waterwet) verplicht om te gedogen dat de dijkversterking op (een deel van) zijn grond wordt uitgevoerd. Als gronden op basis van het Projectplan permanent benodigd zijn, geldt de gedoogplichtbeschikking als een uitvoeringsbesluit op grond van de projectprocedure Waterwet en is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Dit betekent dat eenieder zienswijzen kan indienen en dat direct beroep kan worden ingesteld bij de Raad van State. Een eventuele combinatie van tijdelijk en permanent benodigde gronden van één grondeigenaar wordt opgenomen in één gedoogplichtbeschikking.

Deze gedoogplichtbeschikking wordt beschouwd als een uitvoeringsbesluit op grond van de projectprocedure Waterwet. Onteigening Het waterschap streeft vanzelfsprekend naar minnelijke verwerving van de permanent benodigde gronden. Indien onverhoopt niet (tijdig) op minnelijke wijze overeenstemming kan worden bereikt over de verwerving van de gronden binnen de primaire waterkering, vrij van de daarop rustende lasten en rechten, zal het waterschap deze gronden uitsluitend onteigenen indien en voor zover dat voor de uitvoering van het Projectplan noodzakelijk is. Dit is het geval wanneer de belangen van de rechthebbende (n) onteigening vorderen en er om die reden geen gedoogplicht kan worden opgelegd. De onteigeningsprocedure kent een tweetal fasen: de administratieve en de gerechtelijke fase. De administratieve fase ziet toe op de aanwijzing van de benodigde gronden ter onteigening. In die fase komt de onteigeningstitel tot 56

HWBP Noordelijke Maasvallei

stand. In de daaropvolgende gerechtelijke fase spreekt de rechtbank de onteigening uit en stelt zij de schadeloosstelling vast.

4.5 Overige uitvoeringsaspecten Een aantal fysieke aspecten in het plangebied kunnen van invloed zijn op de uitvoeringswerkzaamheden. Dit betreft met name de aanwezigheid van mogelijke bodemverontreinigingen, archeologische vindplaatsen, niet gesprongen explosieven (NGE) en kabels en leidingen. Deze aspecten zijn nader onderzocht om mogelijke risico’s voor de uitvoering inzichtelijk te maken. Bodemkwaliteit Uit onderzoek (CB.11.005; CB.01.004-1.0-1; CB.DR57.27.005) blijkt dat op een aantal locaties in Nieuw Bergen (lichte) verontreiniging in de (water)bodem aanwezig is. In dijkvak 5 is in een enkele boring een verhoogde concentratie PAK’s aangetroffen in de bovengrond. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte gemeten. Gezien het beperkte risico zal nader onderzoek door de aannemer uitgevoerd worden. Indien een aanwezige bodemverontreiniging (mogelijk) wordt beïnvloed, geldt een saneringsplicht (o.a. BUS-melding of saneringsplan). Zolang de wet- en regelgeving voor het onderdeel PFAS nog niet is aangepast, wordt volgens het tijdelijke handelingskader voor PFAS houdende grond en baggerspecie gewerkt. Het tijdelijke handelingskader biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dit kader zal juridisch worden verankerd via een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit.

Een definitief handelingskader voor het omgaan met PFAS-houdende grond en baggerspecie is naar verwachting begin 2021 beschikbaar. Het definitieve kader zal juridisch worden verankerd via een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit. Zodra het definitieve handelingskader is opgesteld en juridisch is verankerd, zal gewerkt worden volgens het definitieve handelingskader. PFAS is onderzocht conform het tijdelijke handelingskader. Hieruit blijkt dat de grond vrij toepasbaar is op de landbodem. De bovengrond is niet toepasbaar als waterbodem, de ondergrond wel. PFAS in grondwater blijft onder interventiewaardeniveau. De waterbodem kan op basis van het PFAS onderzoek toegepast worden op de landbodem of waterbodem binnen het plangebied (zelfde oppervlaktewaterlichaam). 57

HWBP Noordelijke Maasvallei

Om te voorkomen dat het aantreffen van (niet voorziene) bodemverontreiniging tot vertraging leidt in de uitvoeringsfase zal de aannemer vooraf een werkplan of plan van aanpak opstellen waarin procedures worden vastgelegd zodat op korte termijn actie kan worden ondernomen en wordt voldaan aan wet- en regelgeving. Dit wordt eveneens geborgd via het nog te sluiten contract. Het doel van het werkplan is om vooraf overeenstemming te krijgen met het bevoegd gezag over de te volgen procedures en de te hanteren werkwijze, zodat de werkzaamheden worden uitgevoerd conform de wettelijke kaders, zijnde het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Wet bodembescherming (Wbb) voor de bodem aan de binnendijkse zijde (de landbodem) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Waterwet voor de bodem aan de buitendijkse zijde (de waterbodem). De werkzaamheden voor de dijkversterking kunnen op deze wijze op beheerste wijze en zonder of met minimale vertraging uitgevoerd worden. Archeologie In het kader van de dijkversterkingsopgave is op basis van bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek en expert judgement (CB 01-RP-03; CB.12.005; CB.DR.57.27.001)) uitgevoerd. In deelgebied 1 en 2 zijn geen bekende vindplaatsen aanwezig en de beide deelgebieden hebben een lage verwachting op archeologische resten.

Hier worden dan ook geen negatieve effecten verwacht op archeologische waarden. In deelgebied 3 is in de zone met een middelhoge verwachting rondom Heukelom en in de zone met kans op resten van watergebonden activiteiten een negatief effect te verwachten vanwege de overwogen pipingmaatregelen, als ook door grondverzet voor de dijkverbetering (dijkvakken 5, 6, 7 en 8). Voor uitvoering van de werkzaamheden wordt conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), aanvullend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van in de vorm van karterend booronderzoek en/ of proefsleuvenonderzoek. Waar nodig zal dat resulteren in opgraven, fysiek beschermen en/ of archeologische begeleiding van de uitvoeringswerkzaamheden. Dit onderzoek zal in overleg met de gemeente en provincie plaatsvinden (bevoegd gezag). Met het volgen van het hierboven geschetste proces, wat uitgebreid beschreven staat in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), wordt de zorgvuldige omgang met 58

HWBP Noordelijke Maasvallei

archeologische waarden geborgd en worden negatieve effecten uitgesloten. Deze zorgvuldige aanpak met betrekking tot archeologische waarden wordt eveneens geborgd via het nog te sluiten contract. Niet gesprongen explosieven Uit het vooronderzoek naar mogelijke niet gesprongen explosieven (CE) blijkt uit verschillende bronnen, zoals opgenomen in het vooronderzoek, dat Nieuw Bergen gebombardeerd is geweest gedurende de Tweede Wereldoorlog (CB.01.002-1.0-3-Rp). Bij werkzaamheden waarbij de bodem geroerd moet worden zal een specialist vanuit CE meegaan het veld in om voorafgaand aan de werkzaamheden de bodem dan wel schoon te verklaren, dan wel de CE op te ruimen. Het schoon verklaren, dan wel ruimen van CE verloopt via de van toepassing zijnde richtlijnen en normen. In van toepassing zijnde gevallen wordt melding gemaakt van het ruimen van CE en worden de noodzakelijke maatregelen getroffen om de veiligheid voor de omgeving te garanderen. Deze zorgvuldige aanpak met betrekking tot niet gesprongen explosieven wordt eveneens geborgd via het nog te sluiten contract met de aannemer. Kabels en leidingen De cruciale leidingen zijn geïnventariseerd, deze kabels en leidingen zijn aangegeven op detailkaarten die zijn opgenomen in bijlage V. Door middel van de KLIC-oriëntatie-meldingen zijn kabels en leidingen in het plangebied in beeld gebracht.

Aanvullend is een indeling gemaakt voor cruciale kabels en leidingen. Bij de beheerders is hiervoor navraag gedaan naar gedetailleerde gegevens van de kabels en leidingen te weten: • • •

Materiaal Afmetingen Aanlegjaar

Deze gegevens zijn door de beheerders digitaal aangeleverd. Er zijn drie categorieën kabels en leidingen, te weten: -

Categorie 1: verlegging voorafgaand aan de dijkversterking. Voorbereiding en realisatie van de K&L verlegging voordat de werkzaamheden van de aannemer van de dijkverlegging starten; Categorie 2: De toekomstig aannemer van de dijkversterking doet de voorbereidende werkzaamheden en de aannemer van de K&L eigenaar verlegt in nauwe afstemming met de hoofdaannemer de K&L (in opdracht van de NUTS partij); 59

HWBP Noordelijke Maasvallei

-

Categorie 3: De coördinatie van de verlegging van deze categorie K&L ligt geheel in handen van de aannemer van de dijkversterking. Het betreft over het algemeen kabels en leidingen waarvan de werkzaamheden samenvallen met de werkzaamheden aan de nieuwe waterkering.

Ten tijde van het opstellen van dit Ontwerp-Projectplan Waterwet zijn de voorbereidende werkzaamheden voor het verleggen van categorie 1 kabels en leidingen reeds gestart. Indien voor verplaatste kabels en leidingen vergunningen nodig zijn dan is het aan de leidingbeheerder om deze te zijner tijd aan te vragen. Tabel 4 Overzicht kabels en leidingen met dijkvak, beheerder en categorie-indeling

Kabel/leiding

Dijkvakken

Beheerder

Categorie

Provincialeweg

1

KPN

3

Gas ld Middenspanning Laagspanning Water Telecom Kerkstraat/Deam van Kekenstraat

Provincie Limburg Enexis WML

2

Gas ld Gas hd Middenspanning Laagspanning Water Telecom Kerkstraat/Deam van Kekenstraat

1

Provincie Limburg Enexis WML

2

Vrijverval Riool Deam van Kekenstraat parallel loop

KPN

Gemeente Nieuw

3+

Bergen 2

Enexis

1

2

Enexis

1

4

Enexis

3

4

Enexis

1

Gas hd Middenspanning Rijksweg kruisende kabels & leidingen Gas hd Middenspanning Heukelom Laagspanning Heukelom Parallel loop

WBL 60

HWBP Noordelijke Maasvallei

Persriolering Gas hd Heukelom

4

Laagspanning Telecom Steenfabriek/boerderij

Enexis

3

KPN 4

Enexis

3

Aansluitingen Gas hd

61

HWBP Noordelijke Maasvallei

5 TOETSING AAN DE HOOFDDOELSTELLINGEN VAN DE WATERWET De toepassing van de Waterwet is op grond van artikel 2.1 van de Waterwet gericht op: a.

voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en

waterschaarste, in samenhang met b.

bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit

van watersystemen en c.

vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

In dit hoofdstuk vindt een toetsing aan deze hoofddoelen van de Waterwet plaats van de in hoofdstuk 3 beschreven nieuwe en gewijzigde waterstaatswerken. In iedere paragraaf wordt eerst de samenvattende conclusie gegeven, waarna de motivering van deze conclusie volgt. Daar waar negatieve effecten integraal door oplossingen binnen het ontwerp van de waterstaatswerken voorkomen worden of beperkt zijn, zijn deze oplossingen eveneens beschreven. Compenserende maatregelen die buiten het ontwerp van de waterstaatswerken vallen, zijn niet opgenomen in dit hoofdstuk, maar in Hoofdstuk 6.

5.1 Overstromingen, wateroverlast en waterschaarste Deze paragraaf toetst het Projectplan Waterwet aan de doelstelling van artikel 2.1, lid a van de Waterwet: het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Geconcludeerd wordt dat door uitvoering van de werkzaamheden een belangrijke bijdrage geleverd wordt aan het voorkomen dan wel beperken van overstromingen en dat met inachtneming van de maatregelen in dit Ontwerp-Projectplan tegen de werkzaamheden geen overwegende bezwaren bestaan vanuit wateroverlast en waterschaarste.

Stabiliteit primaire waterkering Het hoofddoel van de dijkversterking is het vergroten van de waterveiligheid. De voorgenomen maatregelen hebben als doel de dijken langs de Maas te laten voldoen aan de nieuwe veiligheidsnorm door de dijk te versterken en verhogen. De maatregelen hebben daarmee als doel de kans op overstromingen te beperken. 62

HWBP Noordelijke Maasvallei

Wateroverlast en waterschaarste De werkzaamheden aan de waterkering vinden volgens de planning van het project plaats in de periode tussen 3e kwartaal 2023 – 2e kwartaal 2025. Doordat bij de werkzaamheden rekening gehouden wordt met het hoogwaterseizoen, mogelijke periodes van hoogwater buiten het hoogwaterseizoen en alleen overeenkomstig een door het waterschap goedgekeurd calamiteitenplan in het hoogwaterseizoen gewerkt mag worden, ontstaat er geen risico voor de hoogwaterveiligheid tijdens de aanleg. Mede door het toepassen van enkele maatregelen zorgt de dijkverbetering voor geen verslechtering van de huidige (grond)waterhuishouding. Hierdoor wordt ook na de realisatie geen wateroverlast verwacht. Grondwater De grondwaterstroming is normaliter naar de Maas toe gericht, omdat het peil in de Maas lager ligt dan de grondwaterstand in het achterland. Bij hoogwater op de Maas kan een kwelstroom onder de dijk door ontstaan. Hierdoor stijgt de (grond)waterstand binnendijks en kan piping optreden. Om de kans op instabiliteit van de waterkering als gevolg van piping te beperken wordt overwogen om een verticale constructie tegen piping te plaatsen in dijkvakken 2, 3, 7 en 8. De verticale constructie tegen piping kan tijdens dagelijkse omstandigheden lokaal leiden tot hogere grondwaterstanden, omdat grondwaterstroming richting de Maas mogelijk wordt beïnvloed.

Dit kan een negatief effect hebben op de huidige binnendijkse ontwatering van landbouwpercelen. Met het oog hierop is in het ontwerp een greppel opgenomen in dijkvakken 2, 4, 5, 6 en 8. Afstromend hemelwater De introductie en versterking van de dijk kan tijdens dagelijkse omstandigheden lokaal leiden tot wateroverlast bij regenval. Hemelwater kan namelijk de dijk afspoelen, wat leidt tot een negatief effect op de huidige binnendijkse ontwatering van (landbouw)percelen. Met het oog hierop is in het ontwerp binnendijks een greppel opgenomen in dijkvakken 2, 4, 5, 6 en 8. Rivierkunde Binnen- en buitenwaartse versterkingen Bij de dijkversterkingsopgave voor Nieuw Bergen is onder andere een afweging gemaakt tussen binnendijkse of buitendijkse versterking van de waterkering. 63

HWBP Noordelijke Maasvallei

Binnendijkse maatregelen zijn niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld vanwege ruimtegebrek of omdat ze alleen te realiseren zijn met complexe en kostbare technische oplossingen. Bij buitendijkse versterking wordt echter het oppervlak stroomvoerend rivierbed verkleind. Voor dijkversterkingsmaatregelen langs de grote rivieren in het kader van het Hoogwater-beschermingsprogramma (HWBP) hebben het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Unie van Waterschappen een redeneerlijn opgesteld voor gevallen waarin binnendijks versterken redelijkerwijs niet mogelijk is. Aan deze redeneerlijn ligt een belangenafweging ten grondslag waarin de tijdige realisatie van de dijkversterkingsmaatregel (uiterlijk 2050) zonder buitenproportionele maatschappelijke gevolgen (kosten, overlast) is afgewogen tegen het behoud van voldoende ruimte voor de rivier. De redeneerlijn buitenwaarts versterken geeft aan de hand van de volgende afwegingsaspecten nadere invulling aan de zorgplicht van artikel 6.15 Waterbesluit: 1. Binnendijkse versterking is redelijkerwijs niet mogelijk wanneer een binnendijkse oplossing: a. Tot onredelijk hoge kosten leidt ten opzichte van een buitendijkse oplossing incl. compenserende maatregelen; b. Technisch zeer lastig te realiseren is of grote uitvoeringsrisico’s met zich meebrengt; c. Aantasting van belangrijke maatschappelijke waarden oplevert. 2.

Buitendijkse versterking is mogelijk indien deze: a. Niet op een hydraulisch ongunstige locatie ligt; b. Geen belemmering oplevert voor het veilig en doelmatig gebruik van het rivierbed, waaronder de scheepvaartfunctie. De redeneerlijn is van toepassing op de dijkversterkingsmaatregelen van het HWBP, maar niet op de aansluitingen op hoge gronden, oftewel op de locaties waar geheel nieuwe keringen worden aangelegd. Waterschap Limburg hanteert de redeneerlijn wel als een richtlijn voor aansluitingen naar hoge grond. Hieronder is per dijkvak weergegeven hoe met de redeneerlijn rekening is gehouden bij de totstandkoming van het ontwerp van de maatregel. Dijkvak 1: Aansluiting hoge grond zuid (nieuwe kering) 64

HWBP Noordelijke Maasvallei

Dijkvak 1 sluit de nieuwe, versterkte waterkering ter hoogte van de Rijksweg N271 aan op de hoge grond. Dit dijkvak ligt niet in stroomvoerend of waterbergend rivierbed. De redeneerlijn buitenwaarts versterken is niet van toepassing op dit stuk waterkering, omdat het een aansluiting op de hoge grond betreft. Dijkvak 2: N271 tot Lindenlaan 1 (grotendeels bestaande kering, deels nieuwe kering) De waterkering in dijkvak 2 bestaat deels uit een nieuwe kering. Dit nieuwe deel sluit aan bij dijkvak 1 ter hoogte van de N271 en vervolgt parallel aan de N271. Hier ligt de kering voor een klein deel in rivierbed met stroomvoerend regime. De rest van de kering in dijkvak 2 ligt grotendeels in een perceel dat momenteel is aangemerkt als watervergunningvrij. Dit betekent dat het nu geen functie heeft voor het rivierkundig beheer van de Maas. Met de aanleg van de nieuwe kering gaat hier dus vrijwel geen stroomvoerend of bergend rivierbed verloren. De kering kan niet direct tegen de N271 aangelegd worden (vergelijkbaar met de tuimeldijk in dijkvak 4) vanwege de draaicirkel die nodig is voor (voertuigen voor) beheer en onderhoud van de kering. De nieuwe kering sluit ter plekke van de Lindenlaan aan op de bestaande kering die verbeterd wordt. De huidige kering in dijkvak 2 ligt parallel aan de Lindenlaan. Over de hele lengte staan in de binnenteen van de kering vitale lindes.

De afstand van de woningen tot de kruin van de huidige kering is circa 17 meter. Voor de versterking van de waterkering in dit dijkvak zijn een paar alternatieven overwogen. Om het verlies van rivierbed zoveel mogelijk te voorkomen, ligt een (deels) binnenwaartse versterking voor de hand. Dit zou echter gepaard gaan met de kap van de 15 tot 20 beeldbepalende lindes die nu in de binnenteen van de waterkering staan. De lindes zijn via het gemeentelijk bestemmingsplan buitengebied beschermd op grond van hun landschappelijke waarde (zie ook landschappelijke waardenkaart van de gemeente Bergen waarop de bomenrij is aangeduid als landschappelijk element8. In de landschapsvisie van de gemeente Bergen is aangegeven dat de lindes in combinatie met de dijk een zogenaamd dorpsbalkon vormen en dat de gemeente deze ruimtelijke kwaliteit wil handhaven en versterken. Aanvullend hebben de lindes een belangrijke ecologische waarde. Ze vormen een essentiële vliegroute voor vleermuizen vanuit de woonkern van Nieuw Bergen naar het donkere, insectenrijke 8

Bijlage bij bestemmingsplan buitengebied 2018, gemeente bergen 65

HWBP Noordelijke Maasvallei

buitengebied van de Maasuiterwaarden. Het is een van de weinige verbindingen in het plangebied die vanuit bewoond gebied naar het buitengebied lopen. Binnenwaarts versterken heeft in dijkvak 2 bovendien tot gevolg, dat de weg tussen de huizen en de waterkering opnieuw ingepast moet worden. Fysiek is er geen ruimte om de weg met de opritten naar de woningen dan nog goed in te passen. Deze nadelen heeft een buitenwaarste versterking in dijkvak 2, zoals opgenomen in het ingepaste VKA, niet of in mindere mate. De waterkering wordt weliswaar hoger, maar komt niet dichter bij de woningen te liggen. Ook de weg kan blijven liggen en de lindenbomen kunnen blijven staan. Ten opzichte van de huidige kering langs de Lindenlaan wordt de nieuwe kering om bovengenoemde redenen buitenwaarts versterkt en wordt de binnenteen 6,5 meter naar buiten geschoven. Door het verschuiven van de binnenteen kunnen ook de beeldbepalende lindes behouden blijven. Door deze buitenwaartse versterking verdwijnt circa 0,19 ha stroomvoerend rivierbed. Dijkvak 3: Lindenlaan 1, via noordzijde Lindenlaan, tot N271 (deels bestaande kering, deels buitenwaartse versterking). Op de kop van de Lindenlaan (kruising Daem van Kekenstraat) is de verkeersveilige inpassing van het kruispunt een knelpunt dat een gedeeltelijke buitenwaartse versterking noodzakelijk maakt.

Een (volledig) binnenwaartse versterking levert te weinig ruimte op om de op- en afrit haaks op de kering binnendijks in te passen. Zogenaamd ‘vierkant versterken’ (vanuit de kruin van de huidige kering, zowel binnenwaarts als buitenwaarts) biedt hier de optimale oplossing met een minimaal verlies van stroomvoerend rivierbed en een veilige verkeerssituatie. Naast de vierkante versterking hebben ook de op- en afrit van de weg naar Bergen ruimtebeslag op het stroomvoerend rivierbed. De op- en afrit is zo ontworpen binnen de kaders van de verkeersveiligheidsnormen van CROW. De taluds van de op- en afrit zijn zodanig ontworpen dat zowel het ruimtebeslag als het rivierkundig effect (opstuwende werking) van de op- en afrit tot een minimum beperkt worden, binnen de kaders van een verkeersveilige oplossing.

66

HWBP Noordelijke Maasvallei

Het totaal aantal hectare stroomvoerend rivierbed dat nodig is voor de versterkingen in dit dijkvak is circa 0,16 ha. Na de kop van de Lindenlaan, wordt de kering in dijkvak 3 vanuit de huidige buitenteen binnenwaarts versterkt tot aan de oude tramhalte langs de N271. De huidige kering ligt om het bedrijfsperceel aan de Lindenlaan 4. Hier wordt over een lengte van circa 30 meter de huidige kering vanaf de binnenteen circa 6,4 meter buitenwaarts versterkt om het binnendijks gelegen perceel in stand te houden. Het verlies van stroomvoerend oppervlak in dit stroomluwe deel van het rivierbed bedraagt daarmee circa 0,019 ha. Vanwege de stroomluwe ligging en het beperkte oppervlak heeft dit een verwaarloosbare invloed op het rivierkundige beheer van de Maas. Op het perceel is een woonzorg-complex voorzien. Dit complex voorziet in de behoefte van zorgverlener de Zorggroep en gemeente Bergen om een nieuwe locatie voor circa 40 wooneenheden voor 24uurszorg. De huidige locatie Maasduinen Staete in Nieuw Bergen is niet geschikt om deze zorg te verlenen. Behoud van dit perceel dient daarmee een belangrijk maatschappelijk belang. Dijkvak 4: N271, van Lindenlaan tot Heukelom (deels bestaande (verholen) kering, deels nieuwe kering) In dijkvak 4 is de huidige kering het talud van de weg (verholen kering) over een afstand van 600 meter.

Over een afstand van 900 meter is er geen sprake van een kering. Over het deel waar een kering nodig is, wordt een tuimelkade aan de westzijde van de bestaande weg (huidige verholen kering) gelegd. Op basis van de redeneerlijn zijn er voldoende argumenten om deze buitenwaartse versterking te onderbouwen. De andere alternatieven die zijn verkend (N271 integraal verhogen, damwanden plaatsen, nieuwe kering op de steilrand in de uiterwaarde), leiden tot onredelijk hoge kosten, hebben landschappelijk een grote impact vanwege de beeldbepalende bomenrij die gekapt zou moet worden langs de N271 en/of leiden tot een onredelijk groot verlies aan stroomvoerend rivierbed. Door te kiezen voor een buitendijkse tuimelkade wordt de bomenlaan langs de N271 en het uitzicht over de Maasvallei vanaf de provinciale weg behouden. Daar waar de tuimelkade eindigt, vormt de bestaande N271 het vervolg van de waterkering tot aan Heukelom. Deze argumenten hebben ervoor gezorgd dat een binnendijkse tuimelkade is komen te vervallen. Daarnaast is ervoor gekozen de kering om de oude tramhalte heen te leggen. Hierdoor kan dit gemeentelijk monument worden 67

HWBP Noordelijke Maasvallei

behouden en wordt het beschermd tegen hoog water. Dezelfde criteria als hierboven benoemd hebben daarbij een rol gespeeld. Deze buitenwaartse versterking, in combinatie met de tuimeldijk, zorgt ervoor dat er over geheel dijkvak 4 circa 0,58 ha stroomvoerend rivierbed verloren gaat. Dijkvak 5: Vanaf N271 tot Heukelom 22 (deels bestaande kering, deels nieuwe kering) Figuur 22 geeft de hoogtekaart in de huidige situatie weer. Dit dijkvak bevat nu een kering in het zuiden (125 meter), dan ontbreekt er over een lengte van 260 meter een kering en vervolgens ligt er een kering van 150 meter in het noorden. De huizen en overige opstallen liggen op een hoger niveau dan het omliggende land, maar niet hoog genoeg om te kunnen voldoen aan de huidige normering.

Figuur 22 Hoogtekaart huidige situatie dijkvak 5 en 6 met waterkeringen aan de noord- en zuidkant

Om te voldoen aan de vigerende norm worden de huidige keringen versterkt en met elkaar verbonden. Bij een buitendijkse versterking zou de poel met landschappelijke kwaliteiten verloren gaan. Daarom is gekozen om de dijk binnenwaarts te verplaatsen, waardoor de bomen en de poel buitendijks komen te liggen en behouden kunnen blijven. De huidige kering wordt deels afgegraven. Dit levert circa 0,7 ha nieuw rivierbed op. In de Nota VKA Nieuw Bergen (PP.13.001) is ten aanzien van het VKA in dit dijkvak afgewogen dat het niet wenselijk is woningen en opstallen die thans 68

HWBP Noordelijke Maasvallei

beschermd worden tegen hoog water met de dijkverbetering buitendijks te plaatsen. Dijkvak 6: Heukelom 22 tot de steenfabriek (deels bestaande kering, deels nieuwe kering) Dijkvak 6 kent een vergelijkbare situatie als dijkvak 5. Zo heeft dit dijkvak verschillende stukken kering en huizen op een hoger niveau die niet voldoen aan de huidige normering. De nieuwe kering verbindt de huidige keringen en wordt dusdanig versterkt zodat aan de norm wordt voldaan. De nieuwe dijk gaat de woningen en boerderijen in Heukelom beschermen. De huidige stukken kering liggen strak langs de erfgrenzen. Het uitgangspunt is om zo strak mogelijk aan te sluiten op deze erfgrenzen met de nieuwe kering. De kering kruist de Heukelomsestraat die vanuit Bergen, Heukelom binnen komt. Door de ophoging dient deze kruising aangepast te worden. De weg wordt opgehoogd om de kering te kunnen kruisen. Voor het ontwerp van de wegkruising wordt eveneens zoveel mogelijk de huidige ligging van de weg gevolgd. Aan buitendijkse zijde wordt de weg zo strak mogelijk tegen het dijktalud gelegd om het totale grondlichaam zo compact mogelijk te houden. Door de buitenwaartse versterking in dit dijkvak gaat circa 0,44 ha stroomvoerend rivierbed verloren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9606193/1