CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp projectplan Waterwet Dijkververbetering

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen op aanvraag van het waterschap over de dijkversterking Nieuw Bergen;26.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 23 Hoogtekaart huidige situatie dijkvak 6 met hoger gelegen woningen

In de Nota VKA Nieuw Bergen (PP.13.001) is ten aanzien van het VKA in dit dijkvak afgewogen dat het niet wenselijk is woningen en opstallen die thans beschermd worden tegen hoog water met de dijkverbetering buitendijks te plaatsen.

69

HWBP Noordelijke Maasvallei

Dijkvak 7: Rivierzijde steenfabriek In de huidige situatie ligt de steenfabriek niet achter een kering, maar zorgt de steenfabriek voor zijn eigen waterveiligheid door middel van zelf aangebrachte ophogingen. De dijkversterking bij Nieuw Bergen biedt echter de kans om de steenfabriek en aanvullend vier woningen (waarvan twee bedrijven) te beschermen en mogelijke schade als gevolg van hoogwater te voorkomen. Daarnaast heeft een korte aansluiting op de hoge grond, waarbij de kering ten zuiden van de steenfabriek al naar de hoge grond buigt, enkele nadelen ten opzichte van een dijk om de steenfabriek. Een korte aansluiting op de hoge grond zou ertoe leiden dat de kering de N271 zou kruisen. Doordat de N271 een 80 km/h weg is, zou als gevolg van de kruising de N271 over een relatief grote lengte opgehoogd moeten worden. Dit veroorzaakt risico’s voor de verkeersveiligheid, doordat het zicht beperkt wordt op onder andere de aanwezige op- en afritten aan beide zijden van de N271. De huidige situatie is al verkeersonveilig, deze korte aansluiting zal de onveilige situatie dus alleen maar verder verergeren. De korte aansluiting heeft ook een negatieve impact op de bedrijfsvoering van restaurant Heeren van Heukelom. Het restaurant is niet meer bereikbaar via de bestaande op- en afrit van de N271, omdat deze niet inpasbaar is.

De korte aansluiting veroorzaakt bovendien bomenkap langs de N271. De korte aansluiting op hoge grond kan dan ook rekenen op weinig draagvlak bij bewoners, steenfabriek en Heeren van Heukelom. Zodoende is besloten om de steenfabriek, inclusief 4 woningen, binnendijks te brengen. Omdat het een nieuwe kering betreft is de redeneerlijn niet van toepassing, deze is echter wel als richtlijn voor de onderbouwing gebruikt. Bij het beschermen van de steenfabriek en vier woningen is het uitgangspunt om buiten het stroomvoerend regime te blijven. Daarom is gekozen voor een constructie die buitendijks met grond wordt aangeheeld. Deze aanheling loopt tot de grens van het stroomvoerend regime en neemt circa 0,13 ha thans bergend volume in. De wegafgang parallel aan de dijk richting het noorden heeft echter wel een beperkt ruimtebeslag op het stroomvoerend regime van circa 0,17 ha. Dit talud loopt in de stroomrichting van de rivier en heeft daardoor geen effecten op de waterstand. Als gevolg van de optimalisatie van deze variant is de variant met steenfabriek binnendijks goedkoper dan de variant met korte aansluiting naar de hoge grond ten zuiden van de steenfabriek.

70

HWBP Noordelijke Maasvallei

Dijkvak 8: Noordzijde steenfabriek Het uitgangspunt in dijkvak 8 is om de kering zo strak mogelijk langs het perceel van de steenfabriek te leggen. Aan de noordzijde van de steenfabriek is gekozen voor een tracé wat grenst aan het terrein van de steenfabriek om het ruimtebeslag op het bergend regime te minimaliseren. Ter hoogte van de N271 wordt aangesloten op hoge grond. Samenvatting en conclusie De nieuwe kering om Nieuw Bergen te beschermen wordt, ten opzichte van de huidige kering, zowel binnenwaarts als buitenwaarts uitgevoerd. In dijkvakken 2 tot en met 7 wordt deels buitenwaarts versterkt. Als gevolg van de rivierwaartse verleggingen neemt het rivierbed netto af. De buitenwaartse versterkingen zijn te rechtvaardigen op basis van de aspecten zoals genoemd in de redeneerlijn buitenwaarts versterken. Daarnaast wordt er door het deels terugleggen van de kering in dijkvak 5 circa 0,7 ha stroomvoerend rivierbed toegevoegd aan de uiterwaarde. Per saldo neemt het rivierbed op het stromend regime in oppervlak af met 0,93 ha (en qua volume met 22,2 duizend m3) en het rivierbed op het bergend regime neemt met 0,13 ha af. De compensatie van dit oppervlak wordt nader behandeld in hoofdstuk 6.

Bergend regime [m2]

Stromend regime [m2]

Bergend regime [m2]

Netto verandering rivierbed [m2]

Toename rivierbed [m2]: binnendijkse (landwaartse) versterking Stromend regime [m2]

Afname rivierbed [m2]: buitendijkse (rivierwaartse) versterking Bergend regime [m2]

Dijkvak 2 (rivierwaartse versterking)

Stromend regime [m2]

Dijkvakken

Tabel 5 Toe- en afname van het stroomvoerend en bergend rivierbed conform de Bgr in relatie tot de dijkversterking Nieuw Bergen (in hectares - ha)

-1.855

0

0

0

-1.855

0

71

HWBP Noordelijke Maasvallei Dijkvak 3 (rivierwaartse versterking)

-1.612

0

51

0

-1.561

0

Dijkvak 4 (rivierwaartse versterking)

-5.836

0

0

0

-5.836

0

Dijkvak 4 & 5 (Binnendijkse verlegging ten zuiden van Heukelom

0

0

7.019

0

7.019

0

-4.486

0

78

0

-4.408

0

Wegkruising Daem van Kekenstraat

-968

0

0

0

-968

0

Wegkruising steenfabriek

-1.728

-1.332

0

0

-1.728

-1.332

Totale verschil

-16.485

-1.332

7.148

0

-9.337

-1.332

Dijkvak 5 & 6 (Rivierwaartse verleggingen Heukelom) + lokale teruglegging in dijkvak 5

5.2 Chemische en ecologische kwaliteit Deze paragraaf toetst het Projectplan Waterwet aan de doelstelling in artikel 2.1 lid b van de Waterwet: bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Geconcludeerd wordt dat door uitvoering van de maatregelen en met inachtneming van de maatregelen in dit Ontwerp-Projectplan geen negatieve effecten op de fysisch-chemische kwaliteit van oppervlaktewater optreden en de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater niet noemenswaardig nadelig wordt beïnvloed.

Maas Voor de te doorlopen procedure moeten de effecten op de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) worden getoetst. In dit kader wordt getoetst aan het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren, een zogenaamde BPRW-toets. Binnen de begrenzing van het waterlichaam ‘Zandmaas’ worden in het kader van de dijkverbetering geen aanpassingen aan de Maas of haar oevers gedaan. Er is 72

HWBP Noordelijke Maasvallei

daardoor geen sprake van een negatief effect op de geplande en al uitgevoerde KRW-maatregelen. Heukelomsebeek De dijkversterking heeft geen blijvend effect op de (chemische) waterkwaliteit van de Heukelomsebeek. De dijkverbetering heeft geen ruimtebeslag op de Heukelomsebeek, waardoor er geen negatief effect op de waterkwaliteit van de beek plaats vindt. Voor een goede waterhuishouding worden er verschillende greppels langs de dijk gelegd die afvoeren op de beek. Deze afvoer van water uit de greppels op de beek heeft geen negatieve effecten op de waterkwaliteit van de beek. Wel kan tijdens de uitvoering van werkzaamheden tijdelijk vertroebeling van het oppervlaktewater optreden doordat onopgeloste bestanddelen (grond) in het water kunnen komen. Dit is een tijdelijk effect zonder permanente gevolgen voor de biologische of chemische waterkwaliteit. De toe te passen materialen voldoen bovendien aan het Bouwstoffenbesluit, waardoor ongewenste uitloging van stoffen naar het oppervlaktewater niet aan de orde is. Het naleven van deze wettelijke bepaling wordt eveneens geborgd in het contract. De werkzaamheden ten behoeve van de dijkversterking hebben geen langdurig negatief effect op de waterkwaliteit van de Heukelomsebeek.

5.3 Vervulling van maatschappelijke functies Deze paragraaf toetst het Projectplan Waterwet aan de doelstelling in artikel 2.1 lid c van de Waterwet: vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. De toetsing is breed ingestoken, waarbij niet alleen effecten van de dijkversterking op de vervulling van functies door het watersysteem zijn beoordeeld, maar ook de effecten op de omgeving. Hierdoor is ook een toetsing van de inpassing van de nieuwe dijk mogelijk gemaakt. De effectbeoordeling ten aanzien van de milieu en omgevingsaspecten wordt daarnaast nader toegelicht in Bijlage II. Landschap en cultuurhistorie Landschap Een groot deel van het plangebied bij Nieuw Bergen is in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (2014) aangewezen als Bronsgroene landschapszone, Zilvergroene natuurzone of Goudgroene natuurzone. De Goudgroene natuurzone 73

HWBP Noordelijke Maasvallei

vormt het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen de Goudgroene natuurzone streeft de provincie naar behoud en beheer van bestaande natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Voor een beschrijving van de kenmerken van de Goudgroene natuurzone en mogelijke effecten wordt verwezen naar ‘Natuur’.Voor een beschrijving van de kenmerken van de Goudgroene natuurzone en mogelijke effecten wordt verwezen naar ‘Natuur’. Het beleid binnen de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone is erop gericht om de landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone zijn, het: •

Groene karakter;

•

Visueel-ruimtelijk karakter;

•

Cultuurhistorisch erfgoed;

•

Reliëf.

Deze kernkwaliteiten zijn nader beschreven in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg (Provincie Limburg, 2009).

74

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 24 Dijkvak 1 t/m 8 ruimtebeslag op zilver- en bronsgroene zone

Uit het compensatieplan (PP.DR57.18.006) blijkt dat er in dijkvak 2 en 3 lokaal sprake is van een negatief effect op de kernkwaliteit het groene karakter van de Bronsgroene landschapszone als gevolg van de kap van een deel van de aanwezige beplanting. Door de dijkversterking in dijkvak 7 en 8 moeten enkele bomen langs de Heukelomsestraat en tussen de Heukelomsestraat en de N271 worden gekapt. De kap van de beplantingen heeft lokaal een negatief effect op de kernkwaliteit het groene karakter van de Bronsgroene landschapszone. Ook een deel van de gronden die nodig zijn voor de tijdelijk werkstrook voor de aanleg van de dijk (dijkvak 3 en 6) hebben een negatief effect op de kernkwaliteit het groene karakter van de Bronsgroene landschapszone, omdat bomen en beplanting worden gekapt. 75

HWBP Noordelijke Maasvallei

In dijkvak 2 en 3 is daarnaast sprake van een beperkt negatief effect op de kernkwaliteit het visueel-ruimtelijk karakter door de verhoging van de huidige kering. Het negatieve effect op de kernkwaliteit het visueel-ruimtelijk karakter wordt, waar mogelijk en gewenst, gemitigeerd door op de kruin van de dijk een onderhoudspad met halfverharding te realiseren waarop gewandeld kan worden en de beleving van het landschap vanaf de dijk toeneemt. Echter in dijkvak 3 wordt de dijk niet toegankelijk voor recreanten waarmee het negatieve effect op het visueel-ruimtelijk karakter niet kan worden gemitigeerd. In dijkvak 6 ligt de nieuwe (hogere) kering achter agrarische erven waardoor deze beperkt waarneembaar is vanaf openbaar gebied. Vanaf de overige hoger gelegen delen blijft zicht op het rivierdal van de Maas mogelijk. Er is een beperkt negatief effect op de kernkwaliteit het visueel-ruimtelijk karakter van de Bronsgroene landschapszone. Ten behoeve van de dijkversterking is een compensatieplan (bijlage VI) uitgewerkt, waarin zowel invulling wordt gegeven aan compensatie vanuit natuur als vanuit landschap en cultuurhistorie. In dit plan wordt tevens opgenomen hoe en waar bomen en beplanting teruggebracht worden en hoe daarbij wordt aangesloten op de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone.

Met het terugbrengen van bomen en beplanting kan de identiteit van het gebied worden versterkt en worden de negatieve effecten op de kernkwaliteit van de Bronsgroene landschapszone en beperkt. Het dijktype en de ligging van de dijk zijn, daar waar mogelijk, afgestemd op het behoud van karakteristieke en waardevolle bomen en beplantingstructuren. Het streven is om, in het kader van compensatie, zo veel mogelijk beplanting te realiseren, waarmee waardevolle landschappelijke structuren worden versterkt. Op de kering zijn geen bomen toegestaan. Bij het herplanten van bomen moet de dijkveiligheid gewaarborgd blijven. De compensatieopgave wordt nader toegelicht in hoofdstuk 6. Cultuurhistorie Bij het ophogen van de dijk en het aanpassen van de kruising met de Lindenlaan blijven oude wegen als waardevolle lijnelementen behouden. Ook de lindes langs de Lindenlaan blijven behouden (dijkvak 2). In dijkvak 3 worden enkele oude eiken langs de onverharde weg ten noorden en zuiden van de Kerkstraat (Daem van Kekenstraat) gekapt. Dit is een historische laanbeplanting. Een deel van de gronden rondom de dijk zijn tijdelijk benodigd als werkstrook voor de aanleg van 76

HWBP Noordelijke Maasvallei

de dijk. Voor de werkstroken moeten bomen en beplantingen worden gekapt. In dijkvak 6 betreft het enkele bomen langs de Heukelomsestraat, ook een historische structuur. Bij de aanleg van een nieuwe dijk (tuimelkade) aan de rivierzijde gedeeltelijk langs de Rijksweg N271 (dijkvak 4) blijft de laanbeplanting langs deze weg behouden. Ook de tramhalte blijft staan. Bij Heukelom (dijkvak 5) wordt de kering in de vorm van een nieuwe rivierduin aangelegd die natuurlijk overgaat in het glooiend landschap aan de zuidkant van de buurtschap. Dit is een positief effect. De poel, een waardevol landschapselement, wordt ingepast en de historische wegenstructuur blijft intact als een wandelpad. De dorpsentree, en daarmee de overgang van buitendijks naar binnendijks gebied, wordt benadrukt door dubbele bomenrij. Hier wordt een zitplek gemaakt gekoppeld aan de bestaande steilrandroute, met uitzicht op het Maasdal en de kerk van Bergen. Langs de steilrandroute wordt een nieuwe bomenstructuur geplant in het kader van de compensatieopgave. De Sint Anthoniuskapel blijft behouden. Ten behoeve van de dijkversterking is een compensatieplan uitgewerkt, waarin zowel invulling is gegeven aan compensatie vanuit natuur als vanuit landschap en cultuurhistorie.

In dit plan is tevens opgenomen hoe en waar bomen en beplanting gecompenseerd worden en hoe daarbij wordt aangesloten op historische beplantingsstructuren. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 6. Natuur: Beschermde gebieden en stikstofdepositie Om te bepalen of de voorgenomen dijkverbetering in Nieuw Bergen mogelijke negatieve effecten heeft op beschermde gebieden is er een effectbeoordeling natuur en passende beoordeling uitgevoerd. De belangrijkste conclusies uit de onderzoeken worden hieronder toegelicht. Natura 2000 Het Natura 2000-gebied Maasduinen ligt nabij het plangebied. Er is geen sprake van ruimtebeslag op het Natura 2000-gebied door de dijkversterking. Geohydrologische effecten treden niet op omdat het Natura 2000-gebied hoger ligt dan het dijktraject. De dijkverbetering Nieuw Bergen kan mogelijk wel leiden tot indirecte of externe effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de emissies van het in te zetten materieel, tot een eenmalige stikstofdepositie gedurende één jaar op Natura 2000-gebieden. In de gebruiksfase is geen sprake zijn van een verandering van emissies. In de passende beoordeling 77

HWBP Noordelijke Maasvallei

(PP.DR57.18.004) is onderzocht of deze eenmalige deposities wel of niet leidt tot significante gevolgen voor habitattypen of leefgebieden van soorten. Uit de passende beoordeling is naar voren gekomen dat de dijkversterking Nieuw Bergen geen gevolgen voor de kwaliteit van de habitats- en de leefgebieden van soorten in omliggende Natura 2000-gebieden heeft. De natuurlijke kenmerken van deze gebieden worden niet aangetast. Een vergunning Wet natuurbescherming kan om die reden worden verleend. Goudgroene en zilvergroene natuurzone Er vindt ruimtebeslag plaats op gebied van de Goudgroene natuurzone, dat moet worden gecompenseerd. Het gaat hier om ruimtebeslag als gevolg van de aanleg van de kering alsook tijdelijke werkstroken. Er is sprake van ruimtebeslag op meerdere natuurbeheertypes. De exacte omvang van het te compenseren ruimtebeslag is, in overleg met bevoegd gezag, bepaald in het integrale compensatieplan (bijlage VI). Het beperkte (tijdelijke) ruimtebeslag op de Zilvergroene natuurzone bevindt zich in de noordelijke helft van het projectgebied, net onder Heukelom (dijkvak 5). In de huidige situatie is hier een watergang en open grasland aanwezig. De waarde als ecologische verbinding komt echter niet in het geding. Er is daarmee geen sprake van een compensatieopgave.

Natuur: Beschermde soorten In het plangebied bevinden zich soorten die zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming, alsook soorten welke zijn beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Een overtreding ten aanzien van deze soorten tijdens de werkzaamheden kan niet geheel worden uitgesloten. Dit geldt voor de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en steenuil. Het gaat hier om de vernieling van voortplantingsof rustplaatsen. Ontheffing zal worden aangevraagd. Compenserende maatregelen zijn nader uitgewerkt in het kader van de ontheffing. Compenserende maatregelen met een ruimtelijke uitwerking worden bovendien integraal meegenomen in het op te stellen compensatieplan. Over de compensatie zijn afspraken gemaakt met de Provincie en de gemeente en uitgewerkt in het compensatieplan.

78

HWBP Noordelijke Maasvallei

Andere effecten op beschermde soorten kunnen worden gemitigeerd door het nemen van maatregelen. Daarnaast werkt het Waterschap conform de geldende gedragscode. Gelet op de te nemen mitigerende maatregelen worden er geen belangrijke nadelige gevolgen verwacht ten aanzien van andere beschermde soorten. Bomen Voor de versterkingsopgave worden op verschillende plekken in het plangebied bomen gekapt. Het dijktype en de ligging van de dijk is, daar waar mogelijk, afgestemd op het behoud van karakteristieke en waardevolle (beplantings-) structuren en kwaliteiten. Het gaat daarbij met name om de structuren van de N271, steilrand, Heukelomsebeek en Heukelomsestraat en het inpassen van de steenfabriek. De ecologische functie van de te kappen bomen zijn in het kader van beschermde soorten beoordeeld en in de vorige paragraaf opgenomen. Voor te kappen bomen waarvoor niet in het kader van dit Ontwerp-Projectplan Waterwet toestemming wordt verleend, wordt een kapvergunning aangevraagd en/of een melding op grond van de Wet natuurbescherming gedaan. Het kappen van bomen wordt gecompenseerd. Waterschap Limburg heeft hiervoor in overleg met de provincie en gemeente een compensatieplan opgesteld. De compensatieopgave is nader toegelicht in hoofdstuk 6. Voor het overzicht van de te kappen bomen wordt verwezen naar het compensatieplan (bijlage VI).

Overige maatschappelijke functies Bedrijvigheid De kering is dusdanig ontworpen dat zo min mogelijk ruimtebeslag ter plaatse van erven komt te liggen. In enkele delen van het plangebied is er echter nog wel sprake van beperkt ruimtebeslag op bedrijvigheid (percelen) als gevolg van de dijkversterking. Dit geldt voornamelijk ten aanzien van agrarische grond in dijkvakken 2, 3, 4, 5 en 6. Dit heeft een beperkte vermindering van functionaliteit als gevolg, maar leidt niet tot aantasting van de bedrijfsvoering. De bereikbaarheid van agrarische percelen wordt gehandhaafd, indien nodig worden nieuwe op- en afritten aangelegd. Ten behoeve van vrachtverkeer richting het bedrijventerrein bij Lindenlaan Noord wordt de kruising van de Lindenlaan met de Daem van Kekenstraat aangepast om bereikbaarheid te garanderen.

79

HWBP Noordelijke Maasvallei

Bij Heukelom 12a wordt de kering aangelegd over een gebied dat in het bestemmingsplan is aangeduid als bouwblok. Hierdoor kan ter plaatse van dit ruimtebeslag niet gebouwd worden. In dijkvak 6 wordt de bestaande functionaliteit van de veedoorgang teruggebracht. De kering komt in dijkvak 7 en 8 gedeeltelijk op het terrein van de steenfabriek te liggen. De exacte ligging is afgestemd met de steenfabriek. Hier wordt de kering als constructie uitgevoerd wat het ruimtebeslag beperkt. Hiermee komt de steenfabriek binnendijks te liggen. Dit is een positief effect. De versterking van de keringen heeft geen invloed op het toerisme dat naar het Nationaal Park Maasduinen komt. Ten aanzien van bedrijvigheid is geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen. Verkeer Bij het aanleggen van de kering wordt bereikbaarheid van percelen in stand gehouden. Bestaande op- en afritten worden hiertoe hersteld. Bij de aansluiting op hoge grond in dijkvak 1 wordt de N271 beperkt verhoogd. Het gaat hier om een verhoging van circa 0,3 meter. Dit leidt niet tot negatieve effecten voor verkeer. De Lindenlaan noord en zuid worden uitgevoerd als doodlopende straat met keermogelijkheden. Hierdoor wordt een onoverzichtelijke kruising nabij de dijkovergang vermeden. Nabij de eerste woningen aan de Lindenlaan worden verder, vanaf de ovonde gezien, een aantal aanpassingen gedaan aan het wegontwerp.

In dijkvak 5 wordt de toegangsweg richting de woning omgelegd rondom de poel en komt op de kering te liggen. De oprit van de Heukelomsestraat richting de dijk wordt in dit dijkvak tevens gedeeltelijk verlegd. Voor de bereikbaarheid van de steenfabriek wordt in dijkvak 6 en 7 een kruising gemaakt boven op de dijk voor bestemmingsverkeer richting de steenfabriek. Ten gevolge van de dijkkruising bij Heukelomsestraat kunnen nabijgelegen geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) blootgesteld worden aan een toegenomen geluidsemissie afkomstig van wegverkeer. Uit een worst-case inschatting is gebleken, dat dit mogelijke geluidseffect beperkt blijft tot een 80

HWBP Noordelijke Maasvallei

toename van minder dan 1 dB (decibel). Hierbij is het geluidsniveau van de huidige situatie vergeleken met de geluidsbelasting bij een veranderende situatie bij dezelfde verkeersintensiteit. Het effect is zo beperkt dat dit niet tot aanvullende geluidsoverlast voor de omgeving leidt. Door ingepaste maatregelen en maatwerk is er voor het verkeer geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen. Wonen De voorgenomen ontwikkelingen aan het dijktraject hebben beperkte gevolgen voor de woonomgeving. Bij enkele woningen in de dijkvakken 2, 3 en 6 kan enige zichthinder ontstaan als gevolg van de hogere kering. Kap van bomen kan in deze dijkvakken ook tot beperkte effecten op woonomgeving leiden. De effecten gedurende de aanlegfase worden besproken in hoofdstuk 6.

5.4 Conclusie doelstellingen Waterwet Na toetsing op de bovenstaande punten, kan geconcludeerd worden dat de uitvoering van dit plan in overeenstemming is met de doelstellingen van de Waterwet.

81

HWBP Noordelijke Maasvallei

6 MAATREGELEN (MOGELIJKE) NADELIGE GEVOLGEN 6.1 Rivierkundige compensatie In hoofdstuk 5 zijn de effecten beschreven van de uitvoering van de nieuwe kering in dijktraject Nieuw-Bergen op de waterstanden in de rivier. Het dijkontwerp levert een kleine opstuwing op de as van de rivier. De waterstandsverhoging op de as van de rivier is maximaal 2,4 mm op het traject tussen de rivierkilometers 136 - 138. Tot aan rivierkilometer 122 (dijktraject Arcen) is er nog een opstuwing aanwezig van 1 mm. Het waterstand verhogende effect wordt primair veroorzaakt door een tweetal wegkruisingen (incl. op- en afritten) die afzonderlijk van elkaar een stuwkromme veroorzaken. Het rivierkundig effect buiten de as van de rivier is een waterstandsverhoging van maximaal 31 mm. Deze verhoging vindt net bovenstrooms plaats van de wegkruising Daem van Kekenstraat. Naast deze stuwkromme doet een tweede stuwkromme zich voor bij de op- en afrit net ten zuiden van Heukelom in dijkvak 5 die opnieuw wordt ingepast en verhoogd met de dijkversterking. Hier ontstaat lokaal een opstuwing van 25 mm. Als gevolg van de dijkversterkingsopgave neemt het bergend vermogen binnen de Beleidslijn Grote Rivieren (BGR)indeling netto af met 0,93 ha rivierbed op het stromend regime en 0,13 ha bergend regime.

In overleg tussen keringbeheerder Waterschap Limburg en rivierbeheerder Rijkswaterstaat, en in lijn met de landelijke redeneerlijn buitendijks (rivierwaarts) versterken, is een stappenplan afgesproken voor invulling van de rivierkundige compensatie. In eerste instantie wordt voor de compensatie gezocht naar mogelijkheden in de nabijheid van Nieuw Bergen, waarmee de lokaal optredende, waterstandverhogende effecten worden gecompenseerd. Zowel de rivierbeheerder als de keringbeheerder hebben een sterke voorkeur voor robuuste compenserende maatregelen, die indien mogelijk meerdere doelen dienen en meerwaarde hebben voor het riviersysteem. Indien na afweging van de mogelijkheden blijkt dat lokale maatregelen niet inpasbaar zijn, zal compensatie voor de waterstandsverhogende effecten plaatsvinden op HWBP programmaniveau (tijd- en plaats onafhankelijke compensatie), binnen het systeem van de Maas. De compensatiemaatregel(en) dienen ertoe te leiden dat er op het niveau van de Maas geen waterstandsverhoging optreedt als gevolg van de uitvoering van het HWBP programma. Ook hier geldt weer de voorkeur voor robuuste compenserende maatregelen. 82

HWBP Noordelijke Maasvallei

Naast de effectanalyse op dijktrajectniveau heeft Waterschap Limburg een riviertakanalyse uitgevoerd (december 2018) waarin voor alle huidige en toekomstige HWBP dijkversterkingsprojecten (tot en met 2050), het effect op de waterstanden in beeld is gebracht. Deze riviertakanalyse geeft houvast en kan als basis gebruikt worden om afspraken te maken over tijd- en plaats onafhankelijke compensatie van waterstandseffecten. Keringbeheerder Waterschap Limburg en rivierbeheerder Rijkswaterstaat stellen een overeenkomst op waarin nadere afspraken worden vastgelegd omtrent compensatie van waterstandverhogende effecten als gevolg van het HWBP programma. Hierin zullen de genoemde effecten en compenserende maatregelen voor dijktraject Beesel expliciet in mee worden genomen.

6.2

Bomen

Tabel 6 bevat een overzicht van de te kappen bomen en houtopstanden, de beschermingsregimes die erop van toepassing zijn en een verkorte weergave van de wijze van compenseren. In totaal dienen 223 bomen en circa 0,65 ha houtopstanden gekapt te worden. Compensatie is nader uitgewerkt in het compensatieplan in bijlage VI.

83

HWBP Noordelijke Maasvallei

Tabel 6: Overzicht compensatie opgave en invulling Beleidskader

Compensatieopgave

Invulling compensatie

Bestemmingsplan Buitengebied

160* bomen en circa 0,65 ha

Fysiek/Financieel

(BB)/Algemene Plaatselijke

(6.495 m2) aan houtopstanden.

Verordening (APV) Hiervan valt 153.6 m2 aan houtopstanden BB/ APV binnen de Goudgroene natuurzone. Dit is exclusief de toeslag. Wet natuurbescherming

119 bomen en circa 0.43 ha

houtopstanden (WNB)

(4.325 m2) aan houtopstanden.

Fysiek

Hiervan valt 153.6 m2 aan houtopstanden Wnb gelijktijdig binnen de Goudgroene natuurzone. Dit is exclusief de geldende toeslag. Op alle bomen en houtopstanden is gelijktijdig de gemeentelijke APV/ BB van toepassing.

*63 bomen (van de 223) vallen onder de nieuwe vrijstelling die in de gewijzigde APV 2019, art. 4.11 lid 4, is opgenomen, deze maken dan ook geen onderdeel uit van bovenstaande tabel.

Algemene plaatselijke verordening en bestemmingsplan Buitengebied gemeente Bergen Als gevolg van het permanent en tijdelijke ruimtebeslag worden 160 bomen en circa 0,65 ha (6.495 m2) aan houtopstanden gekapt die vallen onder de Algemene Plaatselijke Verordening 2019 (APV 2019), dan wel het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Bergen. Op 67 bomen en circa 42 m2 houtopstanden is de APV 2019 van toepassing. Voor het kappen van deze bomen en houtopstanden wordt een omgevingsvergunning kappen aangevraagd. De kap en compensatie van de overige bomen en houtopstanden valt onder dit Projectplan Waterwet. Van de 0,65 ha valt 153.6 m2 aan houtopstanden binnen de Goudgroene natuurzone. Waterschap Limburg heeft in overleg met de gemeente en de provincie een compensatieplan (bijlage VI) opgesteld. Wet natuurbescherming houtopstanden 84

HWBP Noordelijke Maasvallei

Binnen het plangebied voor de versterkingsopgave bij Nieuw Bergen vallen 119 bomen en verschillende houtopstanden met een oppervlakte van in totaal circa 0,43 hectare (4.274 m2) onder de Wet natuurbescherming en moeten volgens Artikel 4.3 van de Wnb binnen drie jaar na het vellen worden herplant. Op de bomen waarop gelijktijdig Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden van de Algemene Plaatselijke Verordening 2019 van de gemeente Bergen van toepassing is, moet zowel een kapmelding worden gemaakt bij het bevoegd gezag als een omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de gemeente Bergen. Waterschap Limburg heeft in overleg met de gemeente en de provincie het compensatieplan opgesteld. Waar sprake is van een dubbel regime worden de bomen in het compensatieplan één keer gecompenseerd. De wijze van compenseren is verder toegelicht in bijlage VI.

6.3 Natuur en landschap Tabel 7 bevat een overzicht van de compensatieopgave met betrekking tot natuur en landschap als gevolg van te kappen bomen en houtopstanden. Compensatie is nader uitgewerkt in het compensatieplan in bijlage VI. Tabel 7: Overzicht compensatie opgave en invulling natuur en landschap Beleidskader

Compensatieopgave

Invulling compensatie

Goudgroene natuurzone

N12.02 Kruiden- en faunarijk

Financieel

grasland: 12.347m2 (p) 4.453 m2 (t)** N12.03 Glanshaverhooiland: 269 m2 (p) 334 m2 (t) N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos: 141 m2 (p) N16.03 Droog bos met productie: 12 m2 (p) N00.01 Gerealiseerde areaaluitbreiding natuur: 5.985 m2 (p) 3.343 (t) Dit is exclusief de geldende toeslag. Zilvergroene natuurzone

•

Cultuurhistorisch erfgoed:

Bomen langs de historische structuur van de Heukelomsestraat.

Fysiek De structuur van de Heukelomsestraat wordt hersteld en versterkt met nieuwe bomen, zodat de 85

HWBP Noordelijke Maasvallei Op al deze bomen en

historische

houtopstanden rust reeds een

verbinding/bomenlaan

compensatieopgave vanuit de

benadrukt en verbeterd wordt.

gemeentelijke APV/BB en/of de WNB.

• Bronsgroene landschapszone

Groene karakter:

Fysiek

Op al deze bomen en houtopstanden binnen deze zone rust reeds een compensatieopgave vanuit de WNB of de gemeentelijke APV/BB

•

Ter hoogte van de kop van de Lindenlaan wordt een zitplek

Visueel-ruimtelijk karakter: compenseren beperkt negatief effect op het zicht op en beleving van het laagterras vanaf de Lindenlaan in dijkvak 2 en het zicht op het rivierdal van de Maas in dijkvak 3.

op/bij de dijk ---gecreëerd, vanaf waar men het Maasdal kan ervaren. Vanaf de Lindenlaan betreft het met name afname van zicht vanuit de woningen. De dijk wordt indien mogelijk op delen opgesteld, vanaf waar men het Maasdal kan ervaren.

Op deze plekken wordt, buiten

•

Wet natuurbescherming Natura 2000 en beschermde soorten

•

Cultuurhistorisch erfgoed: dijkvak 3, compenseren negatief effect op het verdwijnen van de historische laanbeplanting langs de onverharde weg ten noorden en zuiden van de Kerkstraat (ter hoogte van de steilrand)

het dijkprofiel, nieuwe

Vleermuizen: vernietiging foerageergebied en vliegroutes in dijkvak 2,3, 5 en 7

Fysiek

beplanting aangebracht. Tevens wordt ter compensatie de steilrandbeplanting verder aangevuld ten opzichte van de huidige situatie.

** p=permanent, t =tijdelijk Voor alle te kappen bomen en houtopstanden BB/APV/WNB geldt dat zowel bomen die binnen permanent als tijdelijk ruimtebeslag vallen worden gecompenseerd. Ook als later tijdens de uitvoering blijkt dat de aannemer bomen binnen tijdelijk ruimtebeslag kan handhaven. Voor de compensatie wordt dus uitgegaan van worst case, zodat er altijd in voldoende mate wordt gecompenseerd. De aannemer krijgt wel de opdracht om binnen tijdelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk bomen te behouden. 86

HWBP Noordelijke Maasvallei

Provinciaal omgevingsplan Limburg / Natuur Netwerk Nederland (NNN) Goudgroene natuurzone Voor een deel vindt het permanente ruimtebeslag op de Goudgroene natuurzone plaats binnen de kernzone van de huidige kering. Conform afspraken met de provincie hoeft het ruimtebeslag van de huidige kering niet te worden gecompenseerd. Ter plaatse is immers reeds een kering aanwezig en toegestaan. De compensatieopgave (oppervlakte buiten bestaande kernzone vermenigvuldigd met de kwaliteitstoeslag) is in Tabel 8 weergegeven. Tabel 8: Totale ruimtebeslag van de dijk op Goudgroene natuurzone, incl. toeslagfactor en taakstellende compensatieopgave NNN Goudgroen

Code N12.02

NNN-

Oppervlak

Kwaliteitstoes

Compensatieo

beheertype

(m2)

lag

pgave (m2)

Kruiden- en

16800

33%

22343

603

33%

802

141

66%

235

12

66%

20

9328

0%

9328

faunarijk grasland N12.03

Glanshaverhooil and

N15.02

Dennen-, eiken- en beukenbos

N16.03

Droog bos met productie

N00.01

Gerealiseerde areaaluitbreidin g natuur

Totaal

26.884

32.728

Zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone Er is sprake van een compensatieopgave op grond van aantasting van de kernkwaliteit het groene karakter en het visueel ruimtelijke karakter in dijkvak 2,3 en 6 cultuurhistorisch erfgoed in dijkvak 5 en 6. De bomen en houtopstanden die bijdragen aan het zilver- en bronsgroene karakter zijn tevens compensatieplichtig op grond van de Wet natuurbescherming en Bestemmingsplan Buitengebied/ Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Bergen. De bomen worden teruggeplant nabij het gebied dat ze worden gekapt en herstellen daarmee de aangetaste karakteristieken. In geval van dubbel vigerend beleid dan is het uitgangspunt dat wordt volstaan met één vorm van compensatie, waarmee wordt voldaan aan de eisen uit beide regimes. Voor de zilvergroene natuurzone en bronsgrone landschapszone dient het volgende te worden gecompenseerd: 87

HWBP Noordelijke Maasvallei Tabel 9: Compensatieopgave Zilvergroene natuurzone

Kernkwaliteiten Zilvergroene natuurzone Cultuurhistorisch erfgoed

Compenseren negatieve effecten van de te kappen bomen die de Heukelomsestraat, de historische wegenstructuur in dijkvak 5 en 6, begeleiden

Tabel 10: Compensatieopgave Bronsgroene landschapszone

Kernkwaliteiten Bronsgroene landschapszone Visueel-ruimtelijke karakter

Compenseren beperkt negatief effect van de dijkversterking op het zicht op- en beleving van het laagterras vanaf de Lindenlaan in dijkvak 2 en het zicht op het rivierdal van de Maas in dijkvak 3 en dijkvak 6.

Cultuurhistorisch erfgoed

Compenseren negatief effect op de historische laanbeplanting langs de onverharde weg ten noorden en zuiden van de Kerkstraat in dijkvak 3.

Wet natuurbescherming Natura 2000 en beschermde soorten Vanuit de Wet natuurbescherming – beschermde soorten zijn effecten op verschillende vleermuissoorten en de steenuil niet uit te sluiten en dienen compenserende en mitigerende maatregelen genomen te worden. Ruimtelijke maatregelen worden bepaald met het opstellen van het Activiteitenplan in het kader van ontheffing Wnb. Voor het overtreden van de Wet natuurbescherming dient een ontheffing aangevraagd te worden. Tevens dienen compenserende maatregelen genomen te worden. De wijze van compenseren wordt verder toegelicht in Bijlage VI.

6.4 Compensatieplan Uitgangpunten integraal compensatieplan Om te komen tot een passende en integrale invulling van de voorgenoemde compensatieopgave heeft Waterschap Limburg gesprekken gevoerd met de gemeente Bergen, de provincie Limburg en Rijkswaterstaat (in verband met mogelijke compensatie op buitendijkse percelen). De effecten van het 88

HWBP Noordelijke Maasvallei

ruimtebeslag van de dijkversterking op de natuurbeheertypen van de Goudgroene natuurzone (Natuurnetwerk Nederland) worden, conform provinciaal beleid, verplicht financieel gecompenseerd. Waterschap Limburg, Provincie Limburg en Gemeente Bergen hebben in goed overleg gekozen voor een gezamenlijke en integrale invulling van de vereiste compensatie. Onder meer de volgende principes zijn gehanteerd: lokaal compenseren van nadelige effecten op natuur, bomen en houtopstanden waarbij zoveel mogelijk wordt aangehaakt op de landschappelijke visie en wensen van de betreffende gemeente, en waarbij instandhouding van de landschappelijke kernkwaliteiten (groene karakter, visueel ruimtelijk karakter, cultuurhistorisch erfgoed en reliëf) binnen de beschikbare mogelijkheden wordt nagestreefd. Er zal geen stapeling van compensatiemaatregelen plaatsvinden: de compensatie vanuit de verschillende beleidsregels mag overlappen mits daarmee aan de verschillende beleidsregels individueel is voldaan. Uitgangspunt hierbij is dat in de eerste plaats de totale financiële compensatieverplichting vanuit de Goudgroene natuurzone, inclusief de van toepassing zijnde kwaliteitstoeslag (66% in dit geval voor Dennen-, eiken- en beukenbos), wordt bepaald.

Op deze financiële compensatie worden de kosten van de herplant, als gevolg van de te compenseren oppervlakte Wnb houtopstanden/APV/BB welke samenvalt met de Goudgroene natuurzone, in mindering gebracht. De oppervlakten in de samenvattende tabel zijn de daadwerkelijke oppervlaktes die gekapt en teruggeplant worden, dus zonder toeslag. Compensatie vleermuizen De compensatie die voor beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming aan de orde is (in dit geval vleermuizen) en waaraan met ruimtelijke maatregelen invulling wordt gegeven, is eveneens in voorliggend compensatieplan meegenomen. Deze maatregelen zijn nader uitgewerkt in het Activiteitenplan. Invulling compensatieplan Op meerdere plekken loopt het dijktracé parallel aan een bestaande, beeldbepalende boomstructuur en op enkele plekken kruist het dijktracé een landschappelijke structuur. Het dijktype en de ligging van de dijk is, daar waar 89

HWBP Noordelijke Maasvallei

mogelijk, afgestemd op het behoud van karakteristieke en waardevolle (beplantings-) structuren en kwaliteiten. Het gaat daarbij met name om de structuren van de N271, de steilrand, Heukelomsebeek en Heukelomsestraat en het inpassen van de steenfabriek. Veel van deze structuren functioneren tevens als vleermuisroute. Op die plekken wordt landschapsherstel en versterking gecombineerd met herstel en het creëren van essentiële vliegroutes en fourageergebieden voor de vleermuizen. Het ontwerpprincipe voor compensatie van beplanting en (kern)kwaliteiten is om: 1. de compensatie zoveel mogelijk in te zetten op die plekken waar de aantasting van de waarden plaatsvindt; 2. daarmee samenhangende landschappelijke structuren en kernkwaliteiten te herstellen of te versterken. Rekening houdend met de (zicht)relatie en recreatieve toegang tot het Maasdal. De nadere uitwerking en verbeelding van de compensatie is opgenomen in het compensatieplan in bijlage VI. De getalsmatige samenvatting van het compensatieplan is opgenomen in onderstaande tabellen. Tabel 11 Opgave en invulling compensatie houtopstanden Gemeente Bergen

Bomen

bosplantsoen/struiken

Totaal in m²

Compensatie: Nieuw te planten houtopstanden inrichtingsplan

242 bomen

2.955 m²

+ 13.603 m²

Opgave: Te kappen houtopstanden APV/BB (Permanent en tijdelijk)

160 bomen

6.495 m²

-13.535 m²

Totaal

+ 86 m²

Tabel 12 Opgave en invulling compensatie houtopstanden Provincie Limburg

Bomen*

bosplantsoen/struiken

Totaal in m²

Compensatie: Nieuw te planten houtopstanden inrichtingsplan

211 bomen*

2.955 m²

+ 12.239 m²

Opgave: Te kappen houtopstanden APV/BB (Permanent en tijdelijk)

119 bomen

4.325 m²

-9.561 m²

90

HWBP Noordelijke Maasvallei

Totaal

+ 2.678 m²

(*31 nieuwe bomen ter hoogte van de Lindenlaan, vallen binnen bebouwde kom en zijn buiten beschouwing gelaten bij deze herplant)

6.5 Hinderbeperkend werken tijdens uitvoering Geluid en trillingen Als gevolg van het plaatsen van verticale constructies in de bodem kan schade aan de bestaande bebouwing (woningen, monumenten) of hinder (trillingsintensiteit, geluidhinder) voor personen in de omgeving worden veroorzaakt. In dijktraject Nieuw Bergen wordt in dijkvakken 2, 3, 5 en 8 overwogen om verticale constructies in de bodem te plaatsen ten behoeve van piping. Hierbij kunnen effecten van trillingen en de daaruit volgende effecten op het gebied van geluidhinder optreden. In dijkvakken 1 en 7 is een constructie gepand (bovengrondse muur). Daarbij treden waarschijnlijk ook geluid- en trillingseffecten op. Bij het plaatsen van deze verticale constructies kan trillingshinder optreden. Om dit effect te beperken, kunnen maatregelen genomen worden zoals voorboren of gebruik maken van hoogfrequent trillen. Eventuele heiwerkzaamheden zijn van korte duur en worden enkel overdag uitgevoerd. De maatregelen worden bepaald en genomen door de aannemer. Wat betreft hinderoverlast dient de aannemer te voldoen aan de normen uit het Bouwbesluit (2012) en de Algemene Plaatselijke Verordening (Gemeente Bergen, 2019). In het geval hier niet aan voldaan kan worden, dient de aannemer een ontheffing bij de gemeente aan te vragen.

In het contract worden voorwaarden opgenomen om effecten en hinder ten gevolge van geluid en trillingen te minimaliseren. Ook spant Waterschap Limburg zich in om een aannemer te selecteren die extra aandacht besteed aan hinderbeperkend werken. Het waterschap neemt hiertoe EMVI criteria op in haar uitvraag. Zo wordt de mitigatie geborgd en is er geen sprake van een langdurige geluidsemissie. Afhankelijk van de risico’s met betrekking tot de werkelijke bouwlogistiek en de afstand van deze werkzaamheden tot aan gebouw worden gebouwen binnen het invloedsgebied van de werkzaamheden voor en na de werkzaamheden opgenomen, zodat er geen discussie ontstaat over de oorzaak van schade aan gebouwen. De verwachting is echter dat de effecten minimaal zijn, gezien de 91

HWBP Noordelijke Maasvallei

korte duur van de werkzaamheden en de mogelijkheden tot optimalisatie van de uitvoering. In het vervolg van de planuitwerkingsfase wordt het ontwerp verder uitgewerkt en gekeken of en zo ja welke maatregelen noodzakelijk zijn. Verkeershinder Het versterken van de dijk bij Nieuw Bergen gaat onvermijdelijk gepaard met enige verkeershinder. Via het nog op te stellen contract wordt de aannemer gestimuleerd verkeershinder ten gevolge van werkzaamheden zo veel mogelijk te beperken. Ten tijde van de werkzaamheden wordt ervoor gezorgd dat lokaal bestemmingsverkeer altijd doorgang heeft. Hierbij wordt getracht de hinder te minimaliseren.

6.6 Financieel nadeel Voor eventueel financieel nadeel, dat onverhoopt ontstaat als gevolg van de rechtmatige uitvoering van het projectplan, kan een belanghebbende een verzoek om schadevergoeding indienen bij het Waterschap Limburg op grond van het bepaalde in artikel 7.14 van de Waterwet. Een verzoek om schadevergoeding bevat in ieder geval een motivering en een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding. Overige eisen die aan het verzoek worden gesteld kunt u vinden via de in de

“Verordening

Nadeelcompensatie Waterschap Limburg”12 . Voor het verzoek geldt een verjaringstermijn van vijf jaar nadat de schade zich heeft geopenbaard, dan wel nadat de betrokkene redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de schadeveroorzakende gebeurtenis. De mogelijkheid om een verzoek in te dienen verjaart in ieder geval twintig jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis. Voorbeelden van nadelen die mogelijk voor (geheel of gedeeltelijke) vergoeding in aanmerking komen zijn: waardevermindering van gronden en opstallen, inkomensschade en kosten van onder meer schadebeperkende maatregelen. Verzoeken of aanvragen voor schadevergoeding worden conform de Verordening Nadeelcompensatie Waterschap Limburg afgehandeld.13 Een onafhankelijke commissie nadeelcompensatie zal, wanneer het verzoek voldoet aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de verordening, onderzoeken of het geleden nadeel voor vergoeding in aanmerking komt en het bestuur van het waterschap hierover adviseren. Hiervoor gelden onder andere de volgende criteria: •

Alleen schade die in vergelijking met andere burgers onevenredig zwaar op iemand drukt, wordt vergoed. Bij de vraag of schade onevenredig is, wordt onder andere gekeken of de schade op een beperkte groep burgers 92

HWBP Noordelijke Maasvallei

•

•

of instellingen drukt en of de schade uitstijgt boven het ‘normaal maatschappelijk risico'. Schade die niet uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico komt niet voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding is niet of niet voldoende anderszins verzekerd. Het waterschap streeft ernaar om in een zo vroeg mogelijk stadium overeenstemming met rechthebbenden te bereiken over de schadeafhandeling. Voorbeelden van “anderszins verzekerd” zijn het geven van een financiële vergoeding bij gewas- en structuurschade volgens de normbedragen per vierkante meter van LTO-Gasunie, het herstellen/opnieuw plaatsen van afrasteringen (vergoeding in natura) en reeds vergoede schade tijdens grondverwerving. Schadevergoeding is niet aan de orde als er sprake is van ‘risicoaanvaarding'. Hiervan is sprake als de betrokkene rekening had moeten houden met de kans dat er een ongunstig besluit zou worden genomen (actieve risicoaanvaarding). Ook als de betrokkene een gunstig regime van voorschriften of beleid voorbij heeft laten gaan zonder dat hij daar gebruik van heeft gemaakt (passieve risicoaanvaarding), heeft hij bij wijziging van dat regime geen recht op schadevergoeding.

Het besluit over vergoeding van de schade wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur van het waterschap. Tegen het besluit over vergoeding van de schade kan bezwaar worden ingediend. Indien de bezwaarmaker het niet eens is met de beslissing op bezwaar kan hij/zij beroep instellen bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

93

HWBP Noordelijke Maasvallei

7 LEGGER, BEHEER EN ONDERHOUD 7.1 Keur en Legger Waterschap Limburg Naar aanleiding van dit Ontwerp-Projectplan worden de wijzigingen in het waterstaatswerk meegenomen in een wijziging van de Legger. De Legger bestaat uit kaarten en teksten. In de Legger vindt de juridische vastlegging plaats van zaken als de ligging, vorm, afmeting en constructie van wateren of waterkeringen. Ook worden daarin de zogeheten kunstwerken vermeld zoals bruggen, stuwen en duikers. De Legger is bepalend voor de verplichtingen over en weer tussen het waterschap en burgers op het gebied van de instandhouding van de waterstaatswerken. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de Legger waar de diverse keurzones geografisch gelegen zijn. In deze keurzones gelden regels voor diverse activiteiten. Deze regels zijn vastgelegd in de Keur Waterschap Limburg 2019 en houden in dat allerlei activiteiten en werkzaamheden, zoals graven, ophogen of het planten van bomen niet zijn toegestaan zonder vergunning van het waterschap (watervergunning). Ook kunnen in de Legger onderhoudsverplichtingen worden geregeld.

Figuur 25 Keurzones waterkering

Procedure Op de Legger worden naast de nieuwe primaire waterkering ook de verschillende beschermingszones rond de kering vastgelegd. Het vaststellen van het Projectplan voor de nieuwe waterkering betekent ook dat delen van de oude waterkering hun primaire waterkerende status verliezen. Deze keringen worden daarom na realisatie van de nieuwe waterkeringen van de Legger verwijderd. Na realisatie van de dijkversterking past het waterschap haar Legger aan. Tot dat moment heeft de huidige kering nog zijn waterkerende functie en moet ook deze beschermd blijven. Ook het permanent ruimtebeslag van de nieuwe waterkering (als dat afwijkt van de huidige kering) moet al beschermd worden om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Dit betekent dat er een Legger 94

HWBP Noordelijke Maasvallei

wordt vastgesteld parallel aan het Projectplan op basis van het referentieontwerp in het Ontwerp-Projectplan en globale vuistregels, waarin zowel de huidige als de nieuwe leggerzoneringen zijn opgenomen. De hoge gronden waarop de nieuwe dijken bij Nieuw Bergen aansluiten, worden nog niet meegenomen in het Leggerwijzigingsbesluit. In aanvulling op het referentieontwerp in dit Ontwerp-Projectplan Waterwet, zal eveneens de N271 tussen dijkvak 4 en 5 opgenomen worden op de Legger aangezien deze ook de status van primaire waterkering dient te krijgen. Na realisatie van de dijkversterking zal nogmaals een leggerwijziging plaatsvinden op basis van de gerealiseerde versterking. De oude kering zal vervallen bij deze leggerwijziging. Deze tweede leggerwijziging is gebaseerd op rekenregels en biedt tevens de gelegenheid om de ligging en bescherming van hoge gronden in de Legger vast te leggen.

7.2 Beheer en onderhoud Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de waterkering en de bijbehorende beschermingszones. Een en ander staat beschreven in het Beheerplan Waterkeringen 2017-2022 van het Waterschap Limburg. Het uitgangspunt van het beheer is hierbij een waterstaatkundig beheer van de dijktaluds. Het dagelijks onderhoud tijdens de uitvoering van de dijkversterking is ondergebracht bij de aannemer. Voor het wegbeheer blijft de wegbeheerder (de gemeenten en de provincie) verantwoordelijk. Het dagelijks onderhoud (maaien grasbekledingen, wegenonderhoud, etc.) na oplevering van het werk, wordt door de onderhoudsplichtigen uitgevoerd. Doorgaans is Waterschap Limburg de onderhoudsplichtige, tenzij anders aangegeven op de onderhoudslegger. Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het in stand houden van het profiel van de waterkering (de dijkversterking is daar een onderdeel van). Dit Projectplan gaat hieronder uitsluitend in op het beheer en onderhoud van de waterkering vanuit zijn waterstaatkundige functie. Beheer van wegen, natuur en andere objecten maakt geen deel uit van dit Projectplan. Strategisch beleid Het strategische beleid voor het beheer van waterstaatswerken staat beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021 en het Beheerplan Waterkeringen 201795

HWBP Noordelijke Maasvallei

2022. Hierop zijn een onderhoudsplan en inspectieplan gebaseerd, waaraan de volgende maatregelen voor het beheer en onderhoud zijn ontleend: • Alle waterkeringen zijn of komen in beheer bij Waterschap Limburg; • Het waterschap streeft ernaar de kernzone van de waterkering in eigendom te verwerven. • Het waterschap streeft naar een waterkering zonder bomen of struiken op of nabij de waterkering. Dit geldt ook voor bestaande beplanting. • Het waterschap voert regulier (preventief), incidenteel (toestandsafhankelijk) en planmatig groot onderhoud uit om de goede staat van de waterkeringen in stand te houden. • Waterschap Limburg voert het beheer van dijkgraslanden uit, gericht op het realiseren van een erosiebestendige grasmat; • Waterkeringen worden bij dijkversterking zodanig aangelegd dat deze goed te bereiken en te inspecteren zijn middels een onderhoudspad op de kering en een obstakelvrije ruimte langs de kering, zowel in de dagelijkse beheersituatie, bij (groot)onderhoud als bij calamiteiten. Voor het beheer staat het waterschap een aantal publiekrechtelijke instrumenten ter beschikking, te weten de Keur, de Legger en de beleidsregels. Naast deze publiekrechtelijke instrumenten kan het waterschap gebruik maken van privaatrechtelijke instrumenten.

Beheer van de grasmat van de dijk Het streefbeeld voor de waterkering is een grondlichaam dat is opgebouwd met voldoende kleiafdekking waarop een erosiebestendige grasmat aanwezig is. Het waterschap kiest in beginsel voor maaien en afvoeren. De keuze voor het natuurtechnisch beheer heeft een tweeledig doel, namelijk de veiligheid (de erosiebestendigheid wordt gewaarborgd) en het bevorderen van de natuurwaarde (door het ontwikkelen van kruidenrijke graslanden). Calamiteiten In tijden van extreme droogte of hoogwater treedt de calamiteitenorganisatie van het waterschap in werking. Deze is beschreven in het calamiteitenplan van Waterschap Limburg en in de calamiteitenbestrijdingsplannen met een specifieke scope. Het waterschap dient op grond van haar beheertaak geregeld de waterkering te inspecteren, zowel in de dagelijkse situatie als bij hoogwater. Hiervoor wordt 96

HWBP Noordelijke Maasvallei

gebruik gemaakt van het onderhoudspad op de dijk en van de binnendijkse beheerstrook. Ook worden de kruin, taluds en onderhoudsstroken intensief geïnspecteerd. Een vrije doorgang is dan ook noodzakelijk. Het waterschap is zo nodig altijd gerechtigd de inspectie of schouw uit te voeren op eigendommen van derden. Beheer door derden Op en langs de waterkeringen liggen elementen die door derden worden beheerd. Het beheer en onderhoud van Rijks- en provinciale waterstaatswerken, van wegen, natuur en andere objecten maakt geen deel uit van dit OntwerpProjectplan. Het kan zijn dat eigendomsgrenzen van de beheerders niet samenvallen met het te beheren element of dat de beheergrenzen overlappend zijn. Hierover maakt het waterschap te zijner tijd nadere afspraken met overige beheerders waarbij het uitgangspunt is dat: • • • • • •

van elk element of onderdeel daarvan duidelijk is wie eigenaar is, wie het beheer heeft, wie onderhoud uitvoert en welke afspraken hiervoor gelden; dubbel onderhoudswerk wordt voorkomen en blinde vlekken worden uitgesloten; het aanspreekpunt voor het beheer en onderhoud van bepaalde elementen voor de burger zo duidelijk mogelijk is vormgegeven; wederzijds gegevens (inclusief data) worden aangeleverd en gedeeld om elkaars belangen inzichtelijk te hebben; het de intentie is om elkaars Legger, bij gelegenheid en waar mogelijk, op elkaar aan te sluiten; verdere afspraken in beheer- en/of onderhoudsovereenkomsten worden uitgewerkt.

97

HWBP Noordelijke Maasvallei

8 PROCEDURES EN RECHTSBESCHERMING Het hoofdbesluit voor de dijkversterking Nieuw Bergen is het Projectplan Waterwet. Voorafgaand aan het goedkeuren van het Projectplan Waterwet nemen Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg een besluit op basis van de de m.e.r.-aanmeldingsnotitie, die in het kader van de m.e.r.beoordelingsprocedure is opgesteld en ingediend. Daarnaast moet een aantal vergunningen worden verkregen. Een deel van deze vergunningen wordt gecoördineerd verleend in dezelfde procedure als voor het Projectplan. De provincie verzorgt de coördinatie.

8.1 Projectplan Waterwet Op grond van artikel 5.4 van de Waterwet dient voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder een Ontwerp-Projectplan te worden opgesteld. Wanneer sprake is van de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen moet hiervoor de projectprocedure van paragraaf 2 van hoofdstuk 5 van de Waterwet worden gevolgd. Op grond van bovenstaande moet voor de vaststelling van dit Ontwerp-Projectplan de projectprocedure worden gevolgd. Gedeputeerde Staten bevorderen (conform artikel 5.8 Waterwet) een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van het Ontwerp-Projectplan. Dit betekent in dit geval dat Gedeputeerde Staten de zienswijzen op het Ontwerp-Projectplan verzamelen en de afhandeling daarvan coördineren. Het Ontwerp-Projectplan wordt voorbereid volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Voorliggend Ontwerp-Projectplan is door het Dagelijks Bestuur van Waterschap Limburg namens het Algemeen Bestuur vastgesteld op PM. Voor de duidelijkheid naar de burger toe is besloten om zowel het Ontwerp-Projectplan – inclusief de Aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling en het m.e.r.-beoordelingsbesluit – als ook het Ontwerp-Leggerwijzigingsbesluit gezamenlijk ter inzage te leggen.

Het Ontwerp-Projectplan en het Ontwerp-Leggerwijzigingsbesluit zijn middels een gezamenlijke publicatie door Gedeputeerde Staten van Limburg en het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg bekendgemaakt. Een ieder kan zienswijzen indienen gedurende een termijn van zes weken bij Gedeputeerde Staten van Limburg. De zienswijzen worden verzameld en waar nodig afgestemd met de 98

HWBP Noordelijke Maasvallei

betrokken bevoegde bestuursorganen. De beantwoording van de ingediende zienswijzen op het Ontwerp-Projectplan wordt vastgelegd in een Nota van Antwoord. Aansluitend zal het Dagelijks Bestuur van Waterschap Limburg namens het Algemeen Bestuur, mede op basis van de Nota van Antwoord het Projectplan definitief vaststellen. Het definitieve Projectplan wordt vervolgens ter goedkeuring bij Gedeputeerde Staten van Limburg ingediend. Gedeputeerde Staten nemen binnen maximaal 13 weken na indiening van het definitieve Projectplan een goedkeuringsbesluit. Gedeputeerde Staten maken tenslotte door middel van een publicatie het goedkeuringsbesluit en het definitieve Projectplan algemeen bekend en leggen de stukken ter inzage gedurende een termijn van zes weken. In de publicatie wordt vermeld dat binnen bedoelde termijn beroep kan worden ingesteld tegen (het goedkeuringsbesluit voor) het Projectplan. Het beroepsschrift moet worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Beroep staat uitsluitend open voor belanghebbenden die tevens een zienswijze hebben ingediend op het Ontwerp-Projectplan en voor belanghebbenden die redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend. Op het besluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing.

8.2 Crisis- en herstelwet Op grond van bijlage 1, artikel 7.3 van de Crisis- en herstelwet vallen projecten waarvoor een Ontwerp-Projectplan Waterwet opgesteld wordt (conform artikel 5.4 Waterwet) onder de Crisis- en herstelwet. Deze wet versnelt de (vergunning)procedures, maar handhaaft de noodzakelijke waarborgen voor zorgvuldige besluitvorming. Gevolgen van het van toepassing zijn van de Crisis- en herstelwet zijn onder meer: • •

Snellere procedure: indien beroep wordt ingesteld moet de Raad van State binnen een half jaar een uitspraak doen; Geen mogelijkheid tot het indienen van een pro forma beroepschrift.

8.3 M.e.r-aanmeldingsnotitie In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd voor welke plannen en besluiten, en in welke gevallen, de procedure van de milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Hierin is bepaald dat voor de goedkeuring van een 99

HWBP Noordelijke Maasvallei

Projectplan Waterwet dat gaat over de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken’ een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Dat is hier het geval; de primaire waterkering wordt gewijzigd. De m.e.r.-beoordeling houdt in dat het bevoegd gezag, in dit geval Gedeputeerde Staten van Limburg, beoordeelt of in dit specifieke geval de procedure van de milieueffectrapportage moet worden doorlopen en er dus een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Daarbij kijkt het bevoegd gezag naar de kenmerken van de ingrepen, naar de plaats van de ingrepen en naar de verwachte milieueffecten. Ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling is een Aanmeldingsnotitie m.e.r. opgesteld (IBM, 2019). Deze is opgenomen in bijlage II van dit plan. Inhoudelijke eisen m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk geeft de m.e.r.- beoordeling informatie op basis waarvan het bevoegd gezag kan bepalen of er al dan niet sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’ als gevolg van de voorgenomen activiteit. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de Europese Richtlijn m.e.r. voor projecten (2011/92/EU, in 2015 gewijzigd: 2014/52/EU9), zie Tabel 7, die drie hoofdthema’s noemt: 1. Kenmerken van de projecten; 2.

Locatie van de projecten (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); 3. Soort en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag neemt één van de twee besluiten op basis van de m.e.r.beoordeling: 1. Indien belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, moet een m.e.r.-procedure doorlopen worden. 2. Indien belangrijke nadelige milieugevolgen niet optreden, wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Bij het oordeel of er aanleiding is om de m.e.r.-procedure te doorlopen wordt mede betrokken in welke mate er maatregelen kunnen worden getroffen om

9

De Europese richtlijn m.e.r. is in de Nederlandse wetgeving vertaald in de Implementatiewet ‘herziening m.e.r.-richtlijn’ (mei 2017), waarmee onder andere de formulering van de criteria voor de m.e.r.-beoordeling zijn aangepast.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9606193/1