Ontwerp projectplan Waterwet Dijkververbetering
Tekst van het document
PP.DR57.18.001 ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET DIJKVERBETERING NIEUW BERGEN Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei
Datum: 30-10-2020 Kenmerk (SP): 12632 Versienummer: 0.9 Status: 90%
In opdracht van:
HWBP Noordelijke Maasvallei
INHOUDSOPGAVE
Inhoudsopgave.................................................................................................................................... 2 1
Inleiding ....................................................................................................................................... 4 Aanleiding dijkversterkingsprogramma en doel Projectplan Waterwet.............................. 4 Planproces dijkversterking: aanpak............................................................................ 7 Projectplan Waterwet .............................................................................................. 8 Leeswijzer............................................................................................................. 10
2
3
4
5
6
7
8
9
Dijkversterkingsmaatregel Nieuw Bergen ....................................................................................... 11 2.1
Doelstellingen HWBP Noordelijke Maasvallei ............................................................... 11
2.2
Beschrijving plangebied: deelgebieden en dijkvakken .................................................. 14
2.3
Doelstellingen dijkversterking Nieuw Bergen .............................................................. 17
Beschrijving ingepast Voorkeursalternatief ..................................................................................... 29 3.1
Samenvatting ingepast VKA ..................................................................................... 29
3.2
Beschrijving ingepast VKA per deelgebied en dijkvak ................................................... 34
3.3
Inpassingsmaatregelen ........................................................................................... 46
3.4
Verschil aanleghoogte en kruinhoogte ....................................................................... 48
3.5
Flexibiliteitsbepaling ............................................................................................... 49
Uitvoering werk ........................................................................................................................... 50 4.1
Aanbesteding ........................................................................................................ 50
4.2
Globale planning, bouwfasering en ontsluiting ............................................................ 51
4.3
Wijze van uitvoeren ................................................................................................ 53
4.4
Beschikbaarheid gronden ........................................................................................ 54
4.5
Overige uitvoeringsaspecten .................................................................................... 57
Toetsing aan de hoofddoelstellingen van de Waterwet ..................................................................... 62 5.1
Overstromingen, wateroverlast en waterschaarste ...................................................... 62
5.2
Chemische en ecologische kwaliteit ........................................................................... 72
5.3
Vervulling van maatschappelijke functies ................................................................... 73
5.4
Conclusie doelstellingen Waterwet ............................................................................ 81
Maatregelen (mogelijke) nadelige gevolgen .................................................................................... 82 6.1
Rivierkundige compensatie ...................................................................................... 82
6.2
Bomen ................................................................................................................. 83
6.3
Natuur en landschap............................................................................................... 85
6.4
Compensatieplan ................................................................................................... 88
6.5
Hinderbeperkend werken tijdens uitvoering................................................................ 91
6.6
Financieel nadeel ................................................................................................... 92
Legger, beheer en onderhoud ....................................................................................................... 94 7.1
Keur en Legger Waterschap Limburg ......................................................................... 94
7.2
Beheer en onderhoud ............................................................................................. 95
Procedures en rechtsbescherming ................................................................................................. 98 8.1
Projectplan Waterwet ............................................................................................. 98
8.2
Crisis- en herstelwet ............................................................................................... 99
8.3
M.e.r-aanmeldingsnotitie......................................................................................... 99
8.4
Overige vergunningen en relevante besluiten ........................................................... 102
Samenwerking ...........................................................................................................................107 9.1
Betrokken overheidspartijen .................................................................................. 107 2
HWBP Noordelijke Maasvallei 9.2
Omgeving ........................................................................................................... 108
Literatuurlijst ....................................................................................................................................111 Bijlage I
: Plankaart en dwarsprofielen Nieuw Bergen .....................................................................112
Bijlage II
: Besluit m.e.r.-beoordeling ............................................................................................113
Bijlage III
: Tabel afweging restpunten en optimalisaties...................................................................114
Bijlage IV
: inrichtingsplan.............................................................................................................115
Bijlage V
: Kaart te verleggen kabels en leidingen ...........................................................................116
Bijlage VI
: Compensatieplan .........................................................................................................117
Bijlage VII
: Rapport rivierkunde .....................................................................................................118
3
HWBP Noordelijke Maasvallei
1 INLEIDING Aanleiding dijkversterkingsprogramma en doel Projectplan Waterwet Om te borgen dat Nederland nu en in de toekomst beschermd is tegen overstromingen, is wettelijk vastgelegd dat primaire waterkeringen periodiek worden gecontroleerd. Primaire waterkeringen die niet op orde zijn, worden versterkt. Afspraken over welke primaire waterkeringen wanneer aangepakt worden, leggen het Rijk en de waterschappen gezamenlijk vast in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Het HWBP wordt jaarlijks geactualiseerd en steeds voor een periode van zes jaar opgesteld, met een doorkijk naar twaalf jaar. Het doel van het huidige programma is het op orde krijgen van de primaire waterkeringen die in de afgelopen en lopende toets/beoordelingsronde zijn afgekeurd. Waterschap Limburg (WL) is verantwoordelijk voor de hoogwaterbescherming in het door haar beheerde gebied. Ze werkt daarbij nauw samen met partners als het Rijk, Provincie Limburg, betrokken gemeenten en naastgelegen waterschappen. Na de hoge rivierwaterstanden in 1993 en 1995 zijn in het beheergebied van WL in snel tempo Maaskades aangelegd op basis van een norm van 1/50e per jaar. Deze Maaskades zouden deels een tijdelijke functie hebben en vooruitlopend op rivierverruiming hoogwaterbescherming bieden tegen de hoge rivierwaterstanden zoals deze in 1993 en 1995 optraden. Op 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd.
Er zijn nieuwe wettelijke normen voor hoogwaterveiligheid in werking getreden. Voor ieder dijktraject bestaan de wettelijke normen uit twee delen, beide uitgewerkt in een overstromingskans per jaar. Ten eerste de signaleringswaarde, de overstromingskans per jaar die de beheerder het sein geeft dat de waterkering op termijn versterkt moet worden. Daarnaast de ondergrens, de overstromingskans per jaar waarop het dijktraject gedurende de gehele levensduur ten minste berekend moet zijn. Voor dijktraject Nieuw Bergen betreft dit een signaleringswaarde van 1/300e per jaar en een ondergrens van 1/100e per jaar. Na dijkverbetering dient de waterkering gedurende de gehele levensduur in ieder geval veiliger te zijn dan de ondergrenswaarde.
4
HWBP Noordelijke Maasvallei
Op basis van de nieuwe normen voor hoogwaterbescherming in de Waterwet zijn veel dijken in het beheergebied van Waterschap Limburg afgekeurd op hoogte en sterkte. In 2016 heeft het Waterschap een dijkverbeteringsprogramma opgestart om diverse dijktrajecten in de Noordelijke Maasvallei te verhogen en te versterken. Deze dijkverbeteringen zijn opgenomen in het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat, provincie Limburg, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, gemeente Beesel, gemeente Bergen, gemeente Leudal, gemeente Maasgouw, gemeente Peel en Maas, gemeente Roermond en gemeente Venlo hebben samen de Stuurgroep HWBP Noordelijke Maasvallei opgezet. Deze Stuurgroep adviseert de bevoegde bestuursorganen met betrekking tot de te nemen besluiten. De doelstelling van het dijkversterkingsprogramma is primair: het verbeteren van de waterveiligheid in de Maasvallei (versterkingsopgave). De secundaire doelstelling is het versterken van gebiedskwaliteiten (opgave ruimtelijke kwaliteit). Deze doelstellingen zijn van alle betrokken partners binnen de Stuurgroep HWBP Noordelijke Maasvallei. Deze opgaven zijn in hoofdstuk 2 nader toegelicht.
5
HWBP Noordelijke Maasvallei
Figuur 1 Locaties dijkversterkingen Waterschap Limburg in het Hoogwaterbeschermingsprogramma
6
HWBP Noordelijke Maasvallei
Planproces dijkversterking: aanpak Het HWBP werkt aan de hand van een systematiek die ontleend is aan de werkwijze uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Dit betekent dat de volgende fasen doorlopen worden: de voorverkenning, de verkenning, de planuitwerking en de realisatie. Momenteel bevindt het project dijkverbetering Nieuw Bergen zich aan het einde van de planuitwerking.
Voorverkenning
Verkenning
Planuitwerking
Realisatie
Figuur 2 De planfasen van de HWBP dijkversterkingen
De voorverkenning is gericht op het bepalen van de opgaven van een dijkversterkingsproject. Bij de start van de verkenningsfase zijn mogelijke oplossingsrichtingen bepaald en geselecteerd. De verkenningsfase richt zich op het – samen met betrokken stakeholders - verkennen van de mogelijke oplossingsrichtingen en eindigt met de keuze van een voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief is de bestuurlijke voorkeur voor het tracé en het type waterkering. Dit voorkeursalternatief wordt opgenomen in de Nota Voorkeursalternatief en ter vaststelling aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Limburg voorgelegd. Op 23 januari 2018 is de nota VKA Nieuw Bergen vastgesteld. In de planuitwerkingsfase worden het voorkeursalternatief en eventuele restpunten verder uitgewerkt en gedetailleerd. Het uiteindelijke ruimtebeslag (hoogte en breedte) kan afwijken van het vastgestelde voorkeursalternatief. In bijlage III bij dit Ontwerp-Projectplan is een afwegingstabel opgenomen, waarin de restpunten in het ontwerp die na vaststelling van het VKA nog openstonden zijn afgewogen. Het uiteindelijke ingepaste voorkeursalternatief (het referentieontwerp) wordt vastgelegd in het Projectplan Waterwet. Het Ontwerp-Projectplan wordt door het Dagelijks Bestuur namens het Algemeen Bestuur van het waterschap vastgesteld en ter visie gelegd, met gelegenheid om zienswijzen in te dienen.
Na verwerking van de zienswijzen in het definitieve Projectplan wordt dit door het Dagelijks Bestuur namens het Algemeen Bestuur van het waterschap vastgesteld en ter 7
HWBP Noordelijke Maasvallei
goedkeuring aan Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg voorgelegd. Na goedkeuring wordt het Projectplan ter inzage gelegd en is er gelegenheid om beroep in te stellen. Parallel aan de voorbereiding van het Projectplan vindt de voorbereiding van de realisatie plaats. Het referentieontwerp wordt op onderdelen, voor de uitvoering, nog nader uitgewerkt. Een nadere uitwerking dient te passen binnen het ruimtebeslag dat wordt vastgelegd op de plankaart en de dwarsprofielen (bijlage I) bij dit Ontwerp-Projectplan Waterwet. Nadat het Projectplan onherroepelijk is, start de uitvoering van de werkzaamheden, conform het vastgestelde Projectplan. Gekoppeld aan het Projectplan Waterwet is voor dijktraject Nieuw Bergen een m.e.r.-beoordelingsprocedure doorlopen. Zoals nader beschreven in paragraaf 8.3, is in de m.e.r.-beoordeling in beeld gebracht of en zo ja welke milieueffecten er kunnen optreden en of dit kan leiden tot belangrijke nadelige effecten op het milieu. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is opgenomen in bijlage II bij dit Ontwerp-Projectplan. In de onderstaande paragraaf wordt het Projectplan Waterwet nader toegelicht.
Projectplan Waterwet De dijkverbetering wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van Waterschap Limburg. Het waterschap is eigenaar en beheerder van de kering en is verantwoordelijk voor het (veilig) functioneren van de kering. Aanleiding en doel Dijktraject Nieuw Bergen is een van de dijktrajecten die versterkt dient te worden in het HWBP Noordelijke Maasvallei. Het huidige dijktraject betreft een dijk, verholen kering en tijdelijke waterkering (voorheen ophoging) die in 1996 is aangelegd in het kader van het Deltaplan Grote Rivieren. De kering is 1.831 meter lang en afgekeurd op de vereiste hoogte over het gehele traject. De hoogteopgave is zodanig dat de kering op alle faalmechanismen opnieuw wordt ontworpen. Voor deze kering is een signaleringswaarde van 1/300e per jaar van kracht, met een bijbehorende ondergrens van 1/100e (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 20161). De opgave voor dit dijktraject is een benodigde kruinhoogte (ontwerphoogte) van NAP + 15,0 - 15,60 meter bij zichtjaar 2050. Op de locaties waar de kering in grond wordt uitgevoerd is er sprake van een
1
Inmiddels is dit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. 8
HWBP Noordelijke Maasvallei
overhoogte van maximaal 0,2 meter, hierdoor kan de kering tijdens realisatie en bij de oplevering (aanleghoogte) wellicht hoger zijn. De overhoogte wordt aangebracht om het effect van klink en zetting te mitigeren. De aanleghoogte2 op deze locaties is daarmee beperkt hoger dan de ontwerphoogte. Om de dijkversterking te mogen uitvoeren moet een aantal wettelijke procedures worden doorlopen. De belangrijkste hiervan is de vaststelling van het Projectplan Waterwet. Het Projectplan Waterwet is een besluit van het waterschap en legt vast op welke wijze de kering wordt versterkt, welke effecten worden verwacht, welke maatregelen worden genomen om negatieve gevolgen zoveel mogelijk te beperken en welke inpassingsmaatregelen worden genomen. Met dit Projectplan Waterwet wordt het maximale, permanente ruimtebeslag van de dijkversterkingsmaatregel inclusief de daarbij integraal ontworpen inpassingsmaatregelen vastgelegd. Dit ruimtebeslag is vastgelegd op de plankaart in bijlage I. Naast het permanente ruimtebeslag zal tijdelijk ruimtebeslag nodig zijn ten behoeve van de uitvoeringswerkzaamheden. Van het tijdelijk ruimtebeslag is een reële inschatting gemaakt. Deze inschatting vormt het vertrekpunt bij de grondverwerving om hier het tijdelijke gebruik van te regelen met de grondeigenaren en/of gebruikers.
Tevens is dit tijdelijk ruimtebeslag gebruikt als basis voor de effectbeoordeling, onder andere in voorliggend Projectplan en in de m.e.r.-beoordeling. Dit tijdelijke ruimtebeslag wordt in een latere fase definitief vastgesteld op basis van de uitvoeringswijze van de aannemer. Ten behoeve van de nieuwe waterkering worden eveneens nieuwe beschermingszones vastgesteld die deels buiten het permanente ruimtebeslag vallen. De beschermingszones worden vastgelegd in een Leggerwijzigingsbesluit. Dit besluit wordt parallel met dit Ontwerp-Projectplan Waterwet opgesteld en in procedure gebracht en is nader toegelicht in hoofdstuk 8 van dit Ontwerp-Projectplan Waterwet. Wettelijke grondslag Bij de aanleg of wijziging van waterstaatswerken door de beheerder dient op basis van artikel 5.4 van de Waterwet een Projectplan te worden vastgesteld. Omdat het gaat om een primaire waterkering wordt het Projectplan voorbereid met toepassing van de projectprocedure, zoals vastgelegd in paragraaf 5.2 van de Waterwet. Op basis van deze procedure wordt de vergunningverlening en de ter inzagelegging van de benodigde (ontwerp) besluiten gecoördineerd door 2
De aanleghoogte betreft de maximale hoogte waarop de aannemer het dijklichaam mag opleveren. 9
HWBP Noordelijke Maasvallei
Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Bevoegd gezag voor het vaststellen van het Projectplan is het Waterschap Limburg. Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg dienen het Projectplan Waterwet vervolgens goed te keuren.
Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat nader in op de achtergrond van de dijkversterkingsmaatregel Nieuw Bergen in relatie tot het programma HWBP Noordelijke Maasvallei. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het ingepaste voorkeursalternatief van de nieuwe waterkering. Hoofdstuk 4 beschrijft de wijze waarop het werk zal worden uitgevoerd. De toetsing aan de hoofddoelstellingen van de Waterwet is in hoofdstuk 5 opgenomen. Maatregelen ten behoeve van (mogelijke) nadelige gevolgen zijn in hoofdstuk 6 opgenomen. Hoofdstuk 7 gaat in op gevolgen voor de Legger van Waterschap Limburg en het toekomstige beheer en onderhoud van de waterkering. Hoofdstuk 8 bevat een beschrijving van te doorlopen vergunningprocedures. In hoofdstuk 9 wordt de samenwerking met externe partners beschreven en wordt nader ingegaan op inspraakmogelijkheden.
10
HWBP Noordelijke Maasvallei
2 DIJKVERSTERKINGSMAATREGEL NIEUW BERGEN De dijkversterkingsmaatregel Nieuw Bergen maakt onderdeel uit van het HWBP Noordelijke Maasvallei. Het HWBP Noordelijke Maasvallei kent een primaire doelstelling (het versterken van de huidige kering; hoogwaterveiligheid) en een secundaire doelstelling (het versterken van de gebiedskwaliteiten; ruimtelijke kwaliteit). Deze doelstellingen zijn van alle betrokken partners binnen de Stuurgroep HWBP Noordelijke Maasvallei. Beide doelstellingen worden hieronder toegelicht. Vervolgens wordt het plangebied van de dijkversterkingsmaatregel nader toegelicht. Ten slotte worden de doelstellingen van het HWBP Noordelijke Maasvallei concreet gemaakt voor de dijkversterkingsmaatregel Nieuw Bergen.
2.1 Doelstellingen HWBP Noordelijke Maasvallei Primaire doelstelling: versterkingsopgave Hoogwaterbescherming is voor een laaggelegen land als Nederland essentieel. Om te voorkomen dat het achterland in Nederland overstroomt, zijn dijken aangelegd. Deze dijken liggen langs de kust en langs de grote rivieren. Eén van deze grote rivieren is de Maas. In 1993 en 1995 vonden er overstromingen plaats in het stroomgebied van de Maas. Om nieuwe overstromingen te voorkomen, zijn in 1996 onder de noodwet keringen aangelegd op verschillende plekken langs de Maas. De veronderstelling was dat dit tijdelijke maatregelen waren in afwachting van rivierverruiming. De keringen blijken echter blijvend nodig te zijn. In 2005 hebben de keringen langs de Maas de wettelijke status “primaire waterkeringen” gekregen. In 2010 zijn de keringen in Limburg getoetst en voor een groot deel afgekeurd. De afgekeurde Limburgse keringen zijn ingebracht bij het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma. In de Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas (november 2011) zijn afspraken gemaakt tussen het Rijk, provincie Limburg en Waterschap Limburg over (onder meer) de dijkversterkingen.
Overeengekomen is om voor 15 dijktrajecten aanvullende versterkingen van de primaire (water)keringen in het Maasdal een beschermingsniveau op basis van een overschrijdingskans van 1/250e per jaar te leveren door aanvullende versterkingen van de primaire (water)keringen. 11
HWBP Noordelijke Maasvallei
Op 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. Er zijn nieuwe wettelijke normen voor hoogwaterveiligheid in werking getreden. Voor ieder dijktraject bestaan de wettelijke normen uit twee delen, beide uitgewerkt in een overstromingskans per jaar. Ten eerste de ondergrens, de overstromingskans per jaar waarop het dijktraject gedurende de gehele levensduur ten minste berekend moet zijn. Daarnaast de signaleringswaarde, de overstromingskans per jaar die de beheerder het sein geeft dat de waterkering op termijn versterkt moet worden. Voor dijktraject Nieuw Bergen betreft dit een ondergrens van 1/100e per jaar en een signaleringswaarde van 1/300e per jaar. Na dijkversterking dient de waterkering gedurende de gehele levensduur in ieder geval veiliger te zijn dan de ondergrenswaarde. Primaire doelstelling voor de dijktrajecten in het HWBP Noordelijke Maasvallei: “Het verbeteren van de waterveiligheid in de Maasvallei, zodanig dat deze voldoet aan de nieuwe in de Waterwet vastgelegde norm voor deze keringen”
Bij het ontwerpen van de kering wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen, zoals klimaatverandering en bodemdaling, zodat de kering ook in de toekomst voldoende bescherming biedt. Voor oplossingen met grond (dijklichaam) wordt ontworpen op de omstandigheden die over 50 jaar kunnen optreden (zichtjaar 2075). Voor constructieve oplossingen (zoals een damwand) wordt ontworpen op de omstandigheden die kunnen optreden gedurende de gehele levensduur van deze constructie. Hiervoor wordt een periode van 100 jaar aangehouden (zichtjaar 2125). Faalmechanismen De opgave is zodanig dat de kering op alle faalmechanismen opnieuw wordt ontworpen. Faalmechanismen zijn manieren waarop keringen kunnen bezwijken. Wanneer het waterschap voor een dijk(traject) uitrekent dat een kering bij de berekende waterstand kan bezwijken, voldoet de dijk niet langer aan de veiligheidsnorm en moet deze worden versterkt. Voorbeelden van faalmechanismen zijn: Overloop: de dijk kan worden beschadigd door water dat over een te lage dijk stroomt; Overslag: de dijk kan worden beschadigd door golven die bij veel wind over de dijk slaan;
12
HWBP Noordelijke Maasvallei
Piping: hoge waterstanden kunnen sterke kwelwaterstromingen veroorzaken, die het zand onder de dijk wegspoelen of de ondergrond dusdanig verweken, dat de dijk afschuift/ inzakt; Macro-instabiliteit: de dijk kan bij een lage waterstand aan de rivierzijde afschuiven (in elkaar zakken) door een te hoge druk in het grondwater onder en achter de dijk (binnenwaarts) of door een te hoge waterdruk in de dijk na hoogwater en/of bij veel regen (buitenwaarts); Micro-instabiliteit: de beschermde grasmat of stenen bekleding kan beschadigd raken door waterdruk of door dierlijke of menselijke activiteiten, waardoor de dijk kwetsbaar wordt voor water en wind. Deze dijkversterkingsopgave staat niet op zichzelf, maar brengt andere opgaven met zich mee. Voorbeelden hiervan zijn verleggingen van kabels en leidingen, bereikbaarheid van het gebied, invloed op gebruiksfuncties, een goede ruimtelijke inpassing, de groen-compensatieopgave en aanpassing van kunstwerken. Als gevolg van de uitkomsten van de Bestuursopdracht Waterveiligheid is voor Nieuw Bergen, in afwijking van deze algemene uitgangspunten, gekozen voor een adaptief ontwerp. De hoogte voor dijklichamen is daarbij voor een periode van 25 jaar ontworpen. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 2.3.
Secundaire doelstelling: ruimtelijke kwaliteit Naast de waterveiligheidsopgave geldt als secundaire doelstelling de versterking van lokale gebiedskwaliteiten. Lokale gebiedskwaliteiten (inpassing, ruimtelijke kwaliteit, waarde vastgoed, economische ontwikkeling) worden meegenomen in de ontwerpopgave. Secundaire doelstelling voor het HWBP Noordelijke Maasvallei: “Het versterken van de gebiedskwaliteiten in de Noordelijke Maasvallei”
De technische versterkingsopgave van de dijktrajecten in de Maasvallei resulteert in ruimtelijke ingrepen in het landschap. De totstandkoming van meerwaarde op het gebied van ruimtelijke kwaliteit vergt gezien de opgave van het programma (HWBP Noordelijke Maasvallei) een inspanning en eensgezindheid van alle betrokkenen. Daarbij is het belangrijk dat er op hoofdlijnen overeenstemming is over welke specifieke ruimtelijke kwaliteiten resultaat worden van dit programma. Deze kwaliteiten zijn verwoord in leidende principes, die handvatten bieden voor kwalitatief goede, doelgerichte en 13
HWBP Noordelijke Maasvallei
duurzame waterveiligheidsmaatregelen voor de korte en lange termijn. Daarmee zijn deze principes noodzakelijk voor de integrale afweging van voorkeursalternatieven. De 5 leidende principes zijn: Landschap leidend; Vanzelfsprekende dijken; Contact met de Maas; Welkom op de dijk; Fundament en katalysator voor ontwikkeling. Voor een toelichting van de Principes wordt verwezen naar het document “Visie & Leidende Principes Ruimtelijke Kwaliteit, voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma noordelijke Maasvallei, Oktober 2017”. De leidende principes blijven gedurende het programma toetssteen voor de ruimtelijke kwaliteit van alle dijktrajecten binnen het programma. In paragraaf 2.3 van dit ontwerp Projectplan Waterwet zijn de leidende principes specifiek voor dijktraject Nieuw Bergen nader toegelicht. Meekoppelkansen De koppeling van projecten (van derden) aan de versterkingsopgave draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied, creëert meer draagvlak, vermindert hinder voor de omgeving doordat projecten tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden en biedt kansen voor kostenverlaging. Deze mogelijke combinatie van projecten worden meekoppelkansen genoemd. In de planuitwerkingsfase zijn diverse wensen vanuit de omgeving meegenomen in het referentieontwerp, maar is geen sprake van op zichzelf staande meekoppelkansen.
De opgehaalde meekoppelkansen hebben veelal geen fysieke koppeling met de dijkversterking óf lopen qua planning niet parallel met de dijkversterking.
2.2 Beschrijving plangebied: deelgebieden en dijkvakken Het plangebied van de dijkversterking bevindt zich binnen het grondgebied van de gemeente Bergen. De woonkern die gelegen is in het plangebied is Nieuw Bergen, aangevuld met het buurtschap Heukelom. De belangrijkste landschappelijke dragers van dit gebied zijn de Maas en de Heukelomsebeek. De Heukelomsebeek is gelegen in het buitendijks gebied tussen de kernen van Bergen en Nieuw Bergen en mondt uit in de Maas ter hoogte van het buurtschap Heukelom. Op dit moment kent het dijktraject van Nieuw Bergen ongeveer 1,8 14
HWBP Noordelijke Maasvallei
kilometer kering welke bestaat uit een dijk, nooddijken en tijdelijke maatwerk oplossingen voor hoogwaterbescherming. Het plangebied kan op basis van landschappelijke overwegingen worden opgedeeld in drie deelgebieden. De deelgebieden zijn: 1. Deelgebied 1: Nieuw Bergen; 2. Deelgebied 2: Verbinding Nieuw Bergen – Heukelom 3. Deelgebied 3: Heukelom.
Figuur 3 Huidig dijktraject Nieuw Bergen (oranje lijn) en aanduiding deelgebieden (1 tot en met 3)
De deelgebieden zelf zijn verder ingedeeld in dijkvakken. Deze dijkvakken zijn gekozen op basis van technische ontwerpprincipes. Het dijktraject is opgedeeld in 8 dijkvakken.
15
HWBP Noordelijke Maasvallei
Figuur 4 Dijkvakken 1 tot en met 8 ingepast VKA dijktraject Nieuw Bergen
Deelgebied 1: Nieuw Bergen In deelgebied 1 ligt de dorpskern van Nieuw Bergen. De huidige kering ligt om de Lindenlaan heen en sluit aan de zuidzijde van de Lindenlaan aan op hoge grond die iets ten oosten van de N271 ligt. De huidige kering is een dijk met zowel op het binnen- als het buitentalud een grasbekleding. De huidige kering aan de zuidelijke zijde van de Lindenlaan ligt vrijwel direct aan de Lindenlaan. 16
HWBP Noordelijke Maasvallei
Aan de noordzijde van de Lindenlaan ligt de dijk ruim om de Lindenlaan heen. Belangrijk kenmerk van dit deelgebied zijn de bomenrijen parallel aan de Lindenlaan. In deelgebied 1 liggen dijkvakken 1, 2 en 3. Deelgebied 2: Verbinding Nieuw Bergen – Heukelom Dit deelgebied vormt de verbinding tussen de bescherming van deelgebied 1 en deelgebied 3. Deze verbinding begint bij het einde van de Lindenlaan en loopt tot de weg ‘Smal’ bij Heukelom. In dit deelgebied ligt de tramhalte ‘de potterie’, aangewezen als gemeentelijk monument. Kenmerkend voor het dijkvak zijn de bomen langs de N271. Over het eerste deel van de N271, bestaat de huidige waterkering uit een verholen kering die samenvalt met de N271. Dit deelgebied kent maar één dijkvak, namelijk dijkvak 4. Deelgebied 3: Heukelom De kering in deelgebied 3 beschermt met name het buurtschap Heukelom. Het deelgebied start ter hoogte van Smal bij de N271 en eindigt bij de noordelijke aansluiting op hoge grond. In de huidige situatie bestaat deze kering uit hoger gelegen gebied (rivierduinen) waartussen in laagtes noodkeringen zijn aangebracht. Binnen deelgebied 3 komen veel laagtes voor rondom de huizen. De huizen zelf liggen op een hoger niveau dan het omliggende land, maar niet hoog genoeg om te kunnen voldoen aan de nieuwe normering.
In dit deelgebied is ook het ensemble van poel, bomen en oude routestructuur aangemerkt als waardevol landschapselement. Aan het einde van het deelgebied is de steenfabriek gelegen. Het deelgebied bestaat uit vier dijkvakken, namelijk dijkvak 5, 6, 7 en 8.
2.3 Doelstellingen dijkversterking Nieuw Bergen Om aan de primaire en secundaire doelstellingen van het HWBP te kunnen voldoen worden verschillende uitgangspunten gehanteerd. De hieronder geformuleerde uitgangspunten hebben geresulteerd tot een ingepast VKA, waarbij het dijktraject Nieuw Bergen bestaat uit het versterken en verleggen van het huidige dijktracé, de aanleg van nieuwe aansluitingen op hoge gronden en het inpassen van lokale gebiedskwaliteiten in de omgeving. De uitgangspunten worden in deze paragraaf nader toegelicht. 2.3.1. Ontwerpuitgangspunten
17
HWBP Noordelijke Maasvallei
Waterschap Limburg werkt samen met het Rijk, provincie en gemeenten, aan veilige dijken in heel Limburg. Dat is nodig om iedereen die aan de Maas woont, werkt of recreëert ook in de toekomst te beschermen tegen hoogwater. Waterschap Limburg kent een urgente en actuele opgave van meer dan 40 kilometer waaronder dijktraject Nieuw Bergen. Voor 2050 moet een groot deel van de resterende 140 kilometer waterkeringen in Limburg nog worden versterkt. Veiligheid voorop dus. Tegelijkertijd wordt gezocht naar oplossingen die zo goed mogelijk passen bij de lokale omstandigheden. Waterschap Limburg luistert naar de omgeving, maar maakt ook keuzes om tot een veilig Maasdal te komen. Niet altijd makkelijk, wel noodzakelijk. De werkzaamheden die nodig zijn voor waterveiligheid vergen grote investeringen en hebben een aanzienlijke impact op de omgeving. Deze impact is het gevolg van het meerjarig proces van een dijkversterking, het benodigde ruimtebeslag, de lokale inpassing en de realisatiewerkzaamheden. Waterkeringen worden dan ook voor de lange termijn gebouwd: ervaring leert dat een optimale ontwerplevensduur voor een groene dijk zo’n 50 jaar is en voor een constructie 100 jaar. Waterschap Limburg anticipeert bij het ontwerpen van de waterkering dan ook op de onzekerheden die gedurende de levensduur van de kering kunnen optreden.
Het waterschap hanteert de landelijk beschikbaar gestelde instrumenten, kennis en ervaring zoals onder meer opgenomen in het Ontwerpinstrumentarium (OI2014v4), landelijke leidraden en technische rapporten. De opbouw van de kering, de hoogte, het profiel, bekleding en constructieve elementen dienen tezamen de wettelijk vastgelegde hoogwaterveiligheid te bieden. Tegelijkertijd moet de kering niet onnodig “sterk” gebouwd worden: naast hogere investerings- en onderhoudskosten heeft een kering met grotere afmetingen meer impact op de omgeving. In dit projectplan vindt dan ook een zorgvuldige afweging plaats van belangen, resulterend in een ontwerp van de waterkering. Zo maakt het waterschap keuzes bij het ontwerpen van de dijken. Keuzes die uiteindelijk leiden tot de afmetingen van dijken. Bij het dijkontwerp rekent het waterschap met ontwerpuitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn op 10 juli 2019 door het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg vastgelegd in de “Nadere
18
HWBP Noordelijke Maasvallei
uitwerking beleidsuitgangspunten dijkversterkingsprojecten” (document nummer 2019-D38310). Een aantal van deze ontwerpuitgangspunten bepaalt in belangrijke mate de afmetingen van een dijk. Sommige uitgangspunten staan vast. Zo moet de dijk voldoen aan de wettelijk vastgestelde veiligheidsnorm. Dat is een harde eis. Er is een aantal ontwerpuitgangspunten die voor alle dijktrajecten in het HWBP programma hetzelfde zijn of op nationaal niveau worden vastgesteld. Denk aan keuze klimaatscenario en de rivierkundige situatie (waterstand waarmee gerekend wordt). Bij andere uitgangspunten is het, mits goed onderbouwd, mogelijk andere keuzes te maken dan de landelijk gebruikelijke uitgangpunten, en die af hangen van de lokale omstandigheden. Voorbeelden hiervan zijn het profiel en de faalkansbegroting. De keuzes in de uitgangspunten staan niet op zichzelf. Elke keuze heeft namelijk voor- en nadelen die weer invloed hebben op andere afwegingen waar het waterschap rekening mee moet houden. In ieder geval wordt gekeken naar de beschermingsopgave, rivierkundige effecten, ruimtelijke kwaliteit, kosten, draagvlak, handelingsperspectief bij calamiteiten en beheer en onderhoud. Het waterschap kijkt zowel per project als naar het hele beheergebied van Waterschap Limburg. Alleen door al deze afwegingen mee te nemen, kunnen weloverwogen keuzes worden gemaakt.
Bestuursopdracht Waterveiligheid In 2019 is in opdracht van Provinciale Staten gewerkt aan de Bestuursopdracht Waterveiligheid, een onderzoek naar de normen voor waterveiligheid in Limburg. Aanleiding van dit onderzoek is onder meer de toenemende zorg in Limburg over de financiële, maatschappelijke en landschappelijke impact in het gebied door de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de normen voor hoogwaterveiligheid in de Waterwet, die sinds 1 januari 2017 gelden. Uit het onderzoek blijkt dat voor een aantal dijktrajecten mogelijk een te strenge norm wordt gehanteerd. Na intensief overleg hebben partijen - Waterschap Limburg, Provincie Limburg en de Limburgse Maasgemeenten met betrokkenheid van het Rijk en RWS – in het voorjaar van 2020 gezamenlijke afspraken gemaakt over de vervolgaanpak voor het Limburgse waterveiligheidsbeleid. Uitgangspunt is en blijft dat de 19
HWBP Noordelijke Maasvallei
hoogwaterveiligheid voor alle Limburgers blijft gegarandeerd. De gemaakte afspraken hebben direct invloed op vijf lopende dijktrajecten, die momenteel in voorbereiding zijn, waaronder het traject Nieuw Bergen. De reden voor de aanpassing van deze trajecten is gelegen in de onzekerheid of voor deze trajecten in de toekomst de huidige norm gehandhaafd blijft. Een beslissing hierover wordt genomen na de evaluatie van de Waterwet in 2024, mede op basis van het advies dat de Deltacommissaris zal geven. Daarom is gekeken naar mogelijkheden om, binnen de wetgeving (de normen uit de Waterwet 2017) en met behoud van de financiering, te komen tot een zo laag mogelijk ontwerp van de dijk. Er is daartoe besloten dat, bij uitzondering, kan worden gedraaid aan de ‘ontwerpknop’ levensduur verkorting: een dijk met een kortere levensduur is lager, omdat er voor een kortere periode rekening wordt gehouden met economische groei en klimaatverandering. Voor Nieuw Bergen hebben overheden vervolgens, na een uitgebreid ontwerpproces, besloten te kiezen voor een kortere levensduur van dijken, namelijk van 25 jaar in plaats van 50 jaar. Die kortere levensduur levert in Nieuw Bergen voor nu een dijkverlaging van circa 15 cm op. Daarnaast zijn voor Nieuw Bergen de meest recente inzichten toegepast bij de berekening van de benodigde hoogte van de dijk.
Deze aanpassing leverde circa 20 cm dijkverlaging op in Nieuw Bergen. De andere onderdelen van het ontwerp, zoals de breedte van de dijk, zijn gelijk gebleven aan het eerdere ontwerp conform beleidsuitgangspunten. Op deze manier wordt de kering adaptief ontworpen. De lagere uitvoering van het dijktracé van in totaal 30 tot 35 cm (voor de komende 25 jaar) als gevolg van de bestuursopdracht zorgt er voor dat er voor de komende 25 jaar geen dijkversterkingsopgave is langs delen van de N271. Zo hoeft in dijkvak 1 ten oosten van de N271 geen kering te worden aangelegd (voor de volgende 25 jaar) om aan te sluiten op de zuidelijke hoge grond. De N271 wordt opgehoogd waardoor deze de aansluiting op de hoge grond borgt. Daarnaast hoeft het deel tussen de Flammert en Heukelom bij de N271 niet te worden opgehoogd. De weg ligt voor nu hoog genoeg. Ook ter plaatse van het meest noordelijk deel van het dijktraject (voormalig dijkvak 9) ligt de N271 in noordelijke richting hoog genoeg voor de komende 25 jaar. Ter plaatse geldt dat er geen hoogteopgave meer is en dijkvak 9 (aansluiting hoge grond noord) komt te vervallen. Door de dijkverlaging en bijbehorende ontwerpoptimalisaties blijven kenmerkende landschapselementen behouden, waaronder steilranden, bosschages en bomen. 20
HWBP Noordelijke Maasvallei
(Geoptimaliseerde) ontwerpuitgangspunten De (geoptimaliseerde) ontwerpuitgangspunten die voor Nieuw-Bergen zijn gehanteerd, worden hieronder verder toegelicht. De techniek van de ontwerpuitgangspunten: de dijken die Waterschap Limburg aanlegt moeten, zoals hiervoor gesteld, voldoen aan de wettelijke overstromingsnorm. Dat is een harde eis die is vastgelegd in de Waterwet ten aanzien van de kans waarop een dijk faalt (overstroming). Voor Nieuw Bergen geldt een signaleringswaarde met een kans van 1/300e per jaar en een ondergrens met een overstromingskans van 1/100e per jaar. Daarnaast bepalen de volgende ontwerpuitgangspunten in belangrijke mate de afmetingen van een dijk: Rivierkundige situatie: hierbij gaat het over de waterstanden die je als uitgangspunt neemt. Het is gebruikelijk om het effect van toekomstige rivierverruimende maatregelen al mee te nemen in de berekening van de waterstanden. Dit vanuit de gedachte dat de maatregelen zorgen voor een lagere waterstand en dat bij lagere waterstanden de dijk minder hoog en/of breed hoeft te worden. Standaard worden die maatregelen meegenomen, die reeds gerealiseerd zijn of worden. In aanvulling daarop is afgesproken met het Rijk dat ook de maatregelen die in voorbereiding zijn meetellen. Het Rijk bepaalt welke maatregelen wel of niet meegenomen worden in de berekeningen.
Zo moet er een ruimtelijk besluit zijn genomen en moet er zicht op financiering zijn. Klimaatscenario: we weten dat het klimaat verandert. De mate waarin en in welke hoedanigheid is onzeker. Daarom heeft het KNMI voor de toekomstige ontwikkeling van het klimaat verschillende scenario’s opgesteld om inzicht te krijgen in de bandbreedte van de gevolgen. Er zijn twee scenario’s beschikbaar voor het berekenen van de dijkhoogte, waarvan het zogenaamde W+-scenario gebruikelijk is. Het andere scenario, het G-scenario, leidt tot een minder hoge dijk, maar heeft als risico dat de dijk mogelijk minder lang voldoet aan de norm dan met een W+ scenario en daardoor eerder moet worden versterkt. Vanwege de impact die werkzaamheden aan de dijk hebben op de omgeving, de omvang van de totale versterkingsopgave en het financiële risico hanteert het waterschap de landelijke standaard, het W+ scenario. Het ontwerpinstrumentarium biedt de mogelijkheid om de kering adaptief aan te 21
HWBP Noordelijke Maasvallei
leggen gebaseerd op een middenscenario (G), mits het dijkontwerp uitbreidbaar is. Deze mogelijkheid is hieronder verder uitgewerkt. Zichtjaar/levensduur: uitgangspunt voor de ontwerpbasis3, zoals de dijkbreedte, van een groene dijk is een levensduur van 50 jaar met zichtjaar 2075 en voor een constructie geldt een levensduur van 100 jaar. Het uitgangspunt voor de ontwerphoogte vanuit de Bestuursopdracht Waterveiligheid voor een groene dijk is een levensduur van 25 jaar met zichtjaar 2050 en voor een constructie levensduur van 100 jaar. Dit houdt in dat er in 2050 opnieuw gekeken wordt naar de hoogte van de groene dijk, of deze voor de volgende 25 jaar volstaat of deze verder opgehoogd moet worden om aan de waterveiligheidsnormen te blijven voldoen. Een uitzondering op de uitgangspunten voor de ontwerplevensduur zijn de constructieve delen van de veetunnel in dijkvak 64, hierbij wordt uitgegaan van een ontwerplevensduur van 100 jaar. Dit geeft de aannemer ruimte voor een goed ingepast tunnelontwerp. Ook een uitzondering is de damwand ten hoogte van de steenfabriek in dijkvak 7, hier geldt dook een ontwerplevensduur van 100 jaar, deze is naar aanleiding van de bestuursopdracht niet aangepast. Adaptief bouwen: dit betekent dat je in stappen toegroeit naar de beoogde dijkhoogte. De waterkering wordt grotendeels voor de gebruikelijke levensduur aangelegd.
De hoogte van de kering wordt voor een kortere levensduur gerealiseerd. Bijvoorbeeld: de basis van een groene kering, zoals de dijkbreedte, worden aangelegd voor een periode van 50 jaar en de hoogte voor 25 jaar. Dit houdt wel in dat het waterschap naar verwachting eerder terug moet komen om de dijk toch op te hogen. Op locaties waar als gevolg van beperkte ruimte, de versterking van de dijk grote impact heeft op de omgeving, kan adaptief bouwen worden overwogen. Adaptief bouwen kan op twee manieren door het hanteren van een ander klimaatscenario, waarbij het ontwerp op basis van een middenscenario (G) toe kan groeien naar een primaire kering op basis van W+ scenario, of het hanteren van een andere ontwerplevensduur. In Nieuw Bergen is vanuit de bestuursopdracht gekozen voor een kortere ontwerplevensduur.
3
Met uitzondering van de ontwerphoogte
4
De veetunnel wijkt eveneens af van beleid van WL vastgelegd in Beheersplan keringen 2017 - 2022
doordat functies gecombineerd worden. Op deze locatie is ervoor gekozen specifiek maatwerk toe te passen om de huidige functionaliteit te behouden. Het plan voldoet verder aan de nadere uitwerking van het beleid van WL zoals vastgelegd in het Afwegingskader type kering (vastgesteld 11 maart 2020). 22
HWBP Noordelijke Maasvallei
In Nieuw Bergen is naar aanleiding van de Bestuursopdracht er voor gekozen om de groene dijk adaptief te ontwerpen. Dit houdt in dat de groene dijken voorlopig (eerste 25 jaar) lager worden aangelegd, maar wel in de basis worden geschikt gemaakt voor toekomstige verhoging. Voor Nieuw-Bergen is gekozen voor een adaptief ontwerp middels verkorting van de levensduur. Het W+ scenario blijft het uitgangspunt voor het dijkontwerp. Overslagdebiet: dit is het water dat tijdens extreem hoogwater over de dijk komt door golven op de Maas. De wind veroorzaakt deze golven. Bij het ontwerpuitgangspunt van het overslagdebiet (hoeveelheid water die over de dijk mag komen) is gekeken naar de gevolgen voor de kering, het beheer en onderhoud en het gebied achter de kering. Een hoger overslagdebiet zorgt voor een lagere dijk, maar ook voor hogere eisen aan het binnentalud en de hoeveelheid water die naar binnen stroomt (waterbezwaar). Waterschap Limburg gaat uit van een overslagdebiet van 5 l/s/m, zodat de waterkering tot aan het moment van bezwijken te voet begaanbaar is en het binnendijkse waterbezwaar beheersbaar blijft. Voor Nieuw Bergen geldt ook het uitgangspunt van 5 l/m/s. Bij de meeste delen van de dijk zijn aanvullende maatregelen nodig om het waterbezwaar op te vangen, zoals duikers met (tijdelijke) pompvoorzieningen.
Dijkvak 4 tussen industrieterrein de Flammert en Heukelom is echter een uitzondering. Hier wordt een hoger overslagdebiet van 10 l/m/s gehanteerd. Doordat het gebied achter de dijk bestaat uit bos ontstaat er hier door golven tijdens extreem hoogwater niet of nauwelijks schade. Het risico op schade aan de dijk tot 2050 is naar verwachting laag. Ook voldoet de dijk aan de wettelijke norm. Faalkansbegroting: bij dit uitgangspunt kijk je naar de oorzaken waardoor een dijk kan bezwijken. Denk aan piping of overslag. Dit noemen we de faalmechanismen. De faalkansbegroting is de vertaling van de wettelijke norm naar ontwerpeisen per faalmechanisme. Er is een landelijke standaard. Ook hier kan, goed beargumenteerd, een andere verdeling toegepast worden. Voor de faalkansbegroting is met name de impact op omgeving (ruimtebeslag en hoogte kering) en de impact op kosten van belang. Dit is dijktraject specifiek. Bij Nieuw Bergen is het gedeeltelijk niet optreden van piping en het toepassen van verticale maatregelen tegen piping/heave waar dit wel nodig is, aanleiding om af
23
HWBP Noordelijke Maasvallei
te wijken van de standaard faalkansbegroting5. Het toepassen van verticale maatregelen heeft een beperkte bijdrage in de faalkansbegroting, waardoor er ruimte overblijft. Deze ruimte wordt vanuit een beperktere ruimtelijke inpassing en kostenbesparing ingezet op het faalmechanisme overloop- en golfoverslag. Voor overloop- en golfoverslag wordt in Nieuw Bergen 44% (was 24%) gehanteerd en voor opbarsten en piping 4% (was 24%). De dijk wordt daardoor in het hele dijktraject minder hoog (20 – 30 cm) en minder breed (1.20 m – 1.80 m) dan met een standaard faalkansbegroting. Profiel: hierbij gaat het om de helling van het talud of de vorm van een constructie. Het profiel of de vorm van een dijk heeft effect op de golfoverslag en daarmee ook op de hoogte van de dijk. Gebruikelijk is vanuit het oogpunt van beheerbaarheid om voor een groene dijk een verhouding van 1 op 3 te hanteren en voor een constructie een verticale wand. Afhankelijk van andere overwegingen, zoals inpassing in het landschap, kan hiervan worden afgeweken. Bijvoorbeeld door een trapsgewijs talud aan te brengen of een minder steil talud. In Nieuw Bergen is de dijk adaptief ontworpen naar aanleiding van de bestuursopdracht, dit betekent dat de ontwerphoogte van een groene dijk een levensduur van 25 jaar heeft. De andere onderdelen van het groene dijkontwerp hebben een levensduur van 50 jaar.
Dit betekent dat de dijk breed genoeg is als de dijk na 25 jaar moet worden opgehoogd. Door deze benadering heeft de kering een afwijkend asymmetrisch profiel. Het buitendijkse talud, wordt als een standaard dijk 1 op 3 uitgevoerd. Deze dient als basis voor de latere verstreking. De binnendijkse zijde bestaat uit een flauwer talud van 1 op 3.5, waarbij variatie in aansluitingen op maaiveld wordt gezocht in het onderste deel van het talud. Op termijn kan de dijk worden versterkt naar een symmetrisch profiel van 1:3. Op een beperkt deel van dijkvak 5 zijn flauwe taluds ontworpen om de waterkering optimaal in te passen in de omgeving. Op deze manier is invulling gegeven aan het ontwerpprincipe ‘Behoud en versterken waardevolle landschapselementen’.
5
Standaard faalkansbegroting: voor een dijk 24% overloop- en golfoverslag, 24% opbarsten en piping,
4% macrostabiliteit binnenwaarts, 10% beschadiging bekleding en erosie. Voor een kunstwerk 4% niet sluiten, 2% piping en 2% constructief falen. Voor overige sporen, waaronder de indirecte faalmechanismen is 30% gereserveerd. 24
HWBP Noordelijke Maasvallei
Conclusie: Na het VKA is het ontwerp van de dijk verder uitgewerkt tot een ingepast VKA (referentieontwerp). Op basis van de uitgevoerde berekeningen bleek dat het waterschap de faalkansbegroting kon optimaliseren ten opzichte van wat landelijk gebruikelijk is. Dit heeft geleid tot een verlaging van de dijk. Hierop volgend is het dijkontwerp verder geoptimaliseerd naar aanleiding van de Bestuursopdracht Waterveiligheid, dit heeft geleid tot een lagere groene dijk voor de komende 25 jaar (2050). Rond 2050 wordt opnieuw beschouwd en wordt bepaald of de hoogte van de kering nog steeds voldoet aan de waterveiligheidsnormen of dat de dijk verder moet worden opgehoogd. 2.3.2. Samenvatting uitgangspunten primaire doelstelling: versterkingsopgave Wanneer het waterschap voor een dijk(traject) uitrekent dat een kering bij de berekende waterstand kan bezwijken, voldoet de dijk niet langer aan de veiligheidsnorm en moet deze worden versterkt. Dijktraject Nieuw Bergen is afgekeurd op hoogte en stabiliteit, maar bij de versterkingsmaatregelen dient de dijk te voldoen aan alle genoemde faalmechanismen in de ontwerpuitgangspunten. Hoogte- en pipingmaatregelen zijn daarbij de belangrijkste opgaven om te kunnen voldoen aan de primaire doelstelling.
Dit betekent dat niet alleen de huidige kering versterkt moet worden aan de hand van de ontwerpuitgangspunten, maar dat ook de aansluiting op hoge grond op een ander niveau (hoogte) nodig is. De aansluiting van de dijk op hoge grond verschuift daardoor naar een hoger gelegen punt. In Tabel 1 is de huidige situatie en de primaire doelstelling van de versterkingsopgave van Nieuw Bergen opgenomen. Tabel 1 Huidige situatie en versterkingsopgave Nieuw Bergen Huidige kering
Versterkingsopgave
Reden voor aanleg
1997 - Deltaplan Grote Rivieren
HWBP Noordelijke Maasvallei
Veiligheidsniveau
Van een nooddijk
Lengte huidige tracé:
1.831 meter
Ontworpen conform OI2014 v4 Maximaal toelaatbare overstromingskans van 1/100e per jaar (zichtjaar 2050), met een signaleringswaarde van 1/300e per jaar Nieuwe tracé wordt 3.730
Type
Dijk, verholen kering en tijdelijke
Dijk en deels constructie langs
waterkering (voorheen ophoging)
de steenfabriek
meter
25
HWBP Noordelijke Maasvallei Toetsing/versterking
Door de nieuwe normering voldoet
De maximale aanleghoogte
het gehele traject niet meer aan de
varieert van NAP + 15,0 tot
vereiste hoogte. De hoogteopgave
15,60 meter.
is zodanig dat de kering op alle faalmechanismen opnieuw wordt ontworpen.
2.3.3. Samenvatting uitgangspunten secundaire doelstelling: ruimtelijke kwaliteit De leidende principes vanuit ruimtelijke kwaliteit, die van toepassing zijn in Nieuw Bergen, zijn nader uitgewerkt in ontwerpprincipes (zie bijlage IV Inrichtinsplan). Deze paragraaf gaat in op de ontwerpprincipes die ten grondslag liggen aan het ontwerp voor Nieuw Bergen. Ontwerpprincipe 1: Behoud en versterken landschappelijke structuren Op meerdere plekken loopt het dijktracé parallel aan een bestaande, beeldbepalende, boomstructuur en op enkele plekken kruist het dijktracé een landschappelijke structuur. Het dijktype en de ligging van de dijk is, daar waar mogelijk, afgestemd op het behoud van karakteristieke en waardevolle (beplantings) structuren en kwaliteiten. Het gaat daarbij met name om de structuren van de N271, Steilrand, Heukelomse beek en Heukelomsestraat. Dit principe is, daar waar mogelijk, concreet uitgewerkt bij de N271, Lindenlaan, steilrand en Heukelomse beek in deelgebied 1,2 en 3 Ontwerpprincipe 2: Behoud en versterken waardevolle landschapselementen De hoge rug met het erf en de poel met bomen bij Heukelom vormen waardevolle landschapselementen en structuren in het gebied. Het ontwerpprincipe is dat bij de inpassing van het dijktracé deze elementen/structuren zoveel mogelijk behouden en ingepast worden en waar mogelijk versterkt.
Dit principe is concreet uitgewerkt in deelgebied 3. Ontwerpprincipe 3: Compensatie inzetten om (kern)kwaliteiten terug te brengen en/of te versterken Het ontwerpprincipe voor compensatie van beplanting en (kern)kwaliteiten is om de compensatie zoveel mogelijk in te zetten op de plekken waar de aantasting van de waarden plaatsvindt en/of daarmee samenhangende landschappelijke structuren en kernkwaliteiten te hertstellen of versterken. Rekening houdend met (zicht) relatie met het Maasdal. 26
HWBP Noordelijke Maasvallei
Wanneer er een tekort aan compensatie mogelijkheden zich voordoet binnen het projectgebied, zal er gezocht worden naar het versterken van het Maasheggen UNESCO landschap. In Hoofdstuk 6 zijn de compensatievoorstellen nader toegelicht. Ontwerpprincipe 4: Compact dijkprofiel met minimaal ruimtebeslag. Voor de meeste deelgebieden wordt een compact dijkprofiel gehanteerd voor de vormgeving en inpassing van het dijkprofiel. Het principe bestaat uit een compact dijklichaam met een asymmetrisch dwarsprofiel met een buitendijks grastalud in grond van 1:3 en een binnendijks grastalud in grond die flauwer is namelijk 1:3.5. Dit met oog op een toekomstbestendige kering, waarin binnen het nieuwe ruimtebeslag de dijk opgehoogd kan worden naar een symmetrisch profiel van een 1:3 grastalud aan beide zijden. Bij het binnendijkse talud wordt in het onderste deel van het talud naar variatie in aansluiting op het maaiveld gezocht. Het is gewenst om de binnendijkse steunbermen, wanneer nodig, toe te passen in de vorm van een 1:5 aanheling. De kruin van de dijk wordt voorzien van een onderhoudspad. Het onderhoudspad op de kruin is veelal toegankelijk voor wandelaars en is opgebouwd uit een half-verharding. Berm, binnentalud, de kruin, het buitentalud en het talud van de dijkopgangen zijn bekleed met gras.
De op- en afritten hebben een talud in rijrichting variërend van 1:8 tot 1:15 (afhankelijk van de functie). De zijtaluds van de op- en afritten worden 1:3 wanneer ze parallel aan de dijk gelegen zijn en 1:2 wanneer ze haaks op de dijk gelegen zijn. Het uitgangspunt is om op- en afritten, waar mogelijk, zo compact mogelijk te dimensioneren en rivierkundig gestroomlijnd aan te leggen. Zowel langs de binnen- als langs de buitenteen van de dijk bevindt zich een teenopsluiting die tevens functioneert als secundaire inspectiestrook.
27
HWBP Noordelijke Maasvallei
Figuur 5:Ontwerpprincipe profiel van ‘Compact dijkprofiel met minimaal ruimtebeslag’
Ontwerpprincipe 5: Landschappelijke inpassing van voormalige waterkering. Op plaatsen waar de nieuwe kering een ander traject volgt en er vanuit inpassing een belangrijke reden voor is, dan wordt de huidige kering afgegraven. De huidige kering wordt zo afgegraven dat bestaande waardevolle beplanting behouden blijft. Dit principe komt voor bij de Lindenlaan en op meerdere plekken in Heukelom. Ontwerpprincipe 6: Herkenbare en veilige dorpsentree. Bij dit principe staat de beleving van de overgang van het Maasdal naar binnendijks gebied centraal. De entree maakt het type landschap leesbaarder en versterkt karakteristieken ervan zoals de steilrand, hoge ruggen in het landschap, laagtes of beekdalen. Hierbij worden de bestaande landschappelijke structuren versterkt en aangevuld. Dit principe is concreet uitgewerkt bij de entree van de Lindenlaan in Deelgebied 1 en de dorpsentree bij Heukelom in deelgebied 3. Ontwerpprincipe 7: Doorgaande recreatieve routes & bijbehorende voorzieningen versterken Bij dit principe staat de beleving van het Maasdallandschap centraal waarbij struinpaden in de huidige situatie belangrijke landschappelijke structuren volgen, zoals de steilrand en de Heukelomse beek. Op twee plekken waar het struinpad de dijk kruist, bij de Poel en de kop van de Lindenlaan, wordt er een mogelijkheid tot zitten gecreëerd.
De bestaande fietsroutes blijven intact en worden meeontworpen in de nieuwe dijk. Dit principe is concreet uitgewerkt bij de entree van de Lindenlaan in Deelgebied 1 en de dorpsentree bij Heukelom in deelgebied 3
28
HWBP Noordelijke Maasvallei
3 BESCHRIJVING INGEPAST VOORKEURSALTERNATIEF Dit hoofdstuk beschrijft het ingepaste voorkeursalternatief (ingepaste VKA; referentieontwerp) dat bestaat uit het ontwerp van de nieuwe waterkering en de inpassingsmaatregelen die bij het ontwerp horen. Allereerst wordt het ingepaste VKA op hoofdlijnen samengevat. Vervolgens wordt het ontwerp per deelgebied en dijkvak toegelicht en worden inpassingmaatregelen besproken. Het ruimtebeslag van het ontwerp en de inpassingsmaatregelen zijn weergegeven op de in Bijlage 1 bij het Projectplan gevoegde plankaart met dwarsprofielen. Door nadere uitwerking kan het uiteindelijke ontwerp op onderdelen van het beschreven referentieontwerp afwijken. In paragraaf 3.5 is hiertoe een flexibiliteitsbepaling opgenomen. Afwijkingen zijn alleen mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden die in de flexibiliteitsbepaling zijn opgenomen. De figuren die hierna zijn opgenomen dienen ter verduidelijking van de tekst en hebben een indicatief karakter, ook als het gaat om maten die in figuren zijn vermeld.
3.1 Samenvatting ingepast VKA In Figuur 6 is het ingepaste VKA opgenomen (het referentieontwerp).
29
HWBP Noordelijke Maasvallei
Figuur 6 Ingepast VKA (indicatief), huidige ligging kering in groen
Het referentieontwerp van de dijk betreft een groene kering met een kruinhoogte (ontwerphoogte) variërend over het dijktraject van NAP +15,0 meter tot en met NAP +15,6 meter. Daarbij wordt een standaard kruinbreedte van circa 4,5 meter toegepast om beheer- en onderhoud van het dijklichaam 30
HWBP Noordelijke Maasvallei
mogelijk te maken. De taluds hebben buitenwaarts een helling van circa 1:3 en binnenwaarts een helling van 1:3.5, waarbij overwogen kan worden een verticale maatregel in de binnenteen te plaatsen voor stabiliteit en piping. De maximale ontwerphoogte bedraagt NAP +15,6 meter waar de constructie in dijkvak 7 bij de steenfabriek wordt toegepast. Dijkvak 1 betreft een nieuw stuk dijktracé waar de aansluiting op hoge grond wordt gemaakt door de N271 op te hogen. De ontwerphoogte bedraagt NAP + 15,3 meter. De ophoging van de N271 wordt doorgezet in dijkvak 2 waarna de kering in dijkvak 2 grotendeels buitenwaarts verlegd wordt ten opzichte van de bestaande kering zodat de bomen bij de Lindenlaan behouden kunnen blijven. De ontwerphoogte bedraagt hier NAP +15,3 meter. Bij de kop van de Lindenlaan gaat de kering over in dijkvak 3. In dijkvak 3 volgt de groene kering het huidige dijktracé totdat de kering parallel gaat lopen aan de N271. De ontwerphoogte van dijkvak 3 bedraagt NAP +15,3 meter. Het eerste deel van het dijkvak 4 bestaat uit een groene kering welke om tramhalte de Potterie heen ligt. Vervolgens gaat het dijklichaam over in een tuimelkade langs de westzijde van de N271. Op deze wijze kan de aanwezige laanbeplanting behouden blijven. De ontwerphoogte van de kering in dit dijkvak bedraagt NAP +15,3 meter.
Dit betekent afhankelijk van de locatie een ophoging van circa 1,5 tot 3,5 meter. Een deel van de N271, vanaf industrieterrein de ‘Flammert’, wordt niet versterkt. Het huidige grondlichaam geeft de komende 25 jaar voldoende veiligheid. Dit deel gaat wel onderdeel uitmaken van de primaire waterkering en wordt toegevoegd aan de legger middels de leggerwijziging die parallel aan dit projectplan Waterwet wordt opgesteld. Het tweede deel van dijkvak 4 ligt bij Heukelom. Hier worden bestaande wegen aangepast om aan te sluiten op de nieuwe kering in dijkvak 5. In dijkvak 5 wordt de dijk ter hoogte van de kruising met Smal (weg naar milieupark) hervat. Het nieuwe dijktracé wordt zo strak mogelijk rondom de percelen/bestaande bebouwing gelegd. Op sommige plekken ontstaan laagtes die worden aangeheeld om piping te voorkomen. Rondom de Poel in Heukelom wordt de dijk binnendijks verlegd. Op deze wijze kunnen de poel en bijbehorende bomen behouden blijven. Ze komen buitendijks te liggen. De huidige kering wordt hier deels afgegraven. Vervolgens sluit de nieuwe kering aan op de ligging van de huidige dijk. De kering in dijkvak 5 zal zoveel mogelijk 31
HWBP Noordelijke Maasvallei
aansluiten op de bestaande wegstructuur. De ontwerphoogte in dijkvak 5 bedraagt NAP + 15,3 meter. De nieuwe dijk in dijkvak 6 loopt vervolgens strak langs de percelen en bestaande bebouwing, hiermee worden de woningen binnendijks gelegd. Ter plaatse van Heukelom 11 wordt in dijkvak 6 de functionaliteit van de huidige veedoorgang teruggebracht. In dijkvak 6 bedraagt de ontwerphoogte NAP + 15,2 meter. Na dijkvak 6 loopt het dijktracé om de steenfabriek heen in dijkvak 7 en knikt vervolgens richting de N271. Het dijktracé rondom de steenfabriek bestaat uit een nieuwe kering in de vorm van een damwand die aan buitendijkse zijde wordt aangeheeld met een groen talud. In dijkvak 7 betekent dit een ontwerphoogte van NAP +15,6 meter. In dijkvak 8, het noordelijke deel van het tracé rondom de steenfabriek, bestaat de kering uit een nieuwe groene dijk met ontwerphoogte NAP +15,0 meter. Dit is een ophoging van circa 2,1 tot 3,1 meter. De kering sluit vervolgens haaks aan op de N271 die hoog genoeg ligt.