CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering - regels - verbeelding

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling TAM-omgevingsplan ''Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald;30.715 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

37 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

•

Perceel R197: de afstand tussen het agrarische perceel en het plangebied bedraagt 0 meter. De afstand tussen het agrarische perceel en de situering van de toekomstige woning bedraagt ca. 34 meter. Momenteel wordt er snijmaïs geteeld. Maïs wordt meestal één keer per jaar gespoten, maar de frequentie kan variëren afhankelijk van de teeltpraktijken, het soort ziekten en het klimaat. De hoogte waarop maïs meestal wordt gespoten, hangt af van de gebruikte technieken en het type spuitapparatuur. Bij grondspuiten wordt vaak op een hoogte van 50-70 centimeter boven de grond gespoten om ervoor te zorgen dat spuitmiddelen goed op de bladeren terechtkomen. Daarnaast kan windrichting een belangrijke rol spelen bij drift. In Nederland is de overwegende windrichting west tot zuidwest. Het perceel R197 ligt ten zuiden van het plangebied. Wanneer de wind uit westelijke tot zuidwestelijke richting komt, is er sprake van minder kans op drift van bestrijdingsmiddelen naar het plangebied. Daarbij mag worden aangenomen dat de gewassen enkel worden bespoten bij lage windsnelheden. Geconcludeerd kan worden dat, op basis van bovenstaande, de afstand vanaf het agrarische perceel tot aan de toekomstige woning acceptabel geacht kan worden.

•

Perceel R216: de afstand tussen het agrarische perceel en het plangebied bedraagt 0 meter. De afstand tussen het agrarische perceel en de situering van de toekomstige woning bedraagt ca. 56 meter. Momenteel groeit er op dit perceel gras. Over het algemeen hoeft grasland niet gespoten te worden, maar dit hangt af van het specifieke doel van het gras, en de onkruiddruk. De grond tussen het agrarische perceel en de woningen wordt ingezet t.b.v. landschappelijke inpassing van het gehele plan. Er zullen groenstructuren gerealiseerd worden en er bevindt zich tevens een wadi, waardoor een grotere afstand gecreëerd wordt (ca. 56 meter). Deze groenstructuren kunnen mogelijk een afschermende werking vervullen, en mogelijk drift reduceren. Geconcludeerd kan worden dat, op basis van bovenstaande, de afstand vanaf het agrarische perceel tot aan de toekomstige woning acceptabel geacht kan worden.

•

Perceel R561: de afstand tussen het agrarische perceel en het plangebied bedraagt 0 meter. De afstand tussen het agrarische perceel en de bestaande (voormalige) (bedrijfs-)woning bedraagt 45 meter. Momenteel groeit er op dit perceel gras. Over het algemeen hoeft grasland niet gespoten te worden, maar dit hangt af van het specifieke doel van het gras, en de onkruiddruk. Dit perceel ligt ten oosten van het plangebied, waardoor er, gezien de gunstige windrichting (west tot zuidwest) sprake is van minder kans op drift. Daarbij mag worden aangenomen dat de gewassen enkel worden bespoten bij lage windsnelheden. Geconcludeerd kan worden dat, op basis van bovenstaande, de afstand vanaf het agrarische perceel tot aan de toekomstige woning acceptabel geacht kan worden.

•

Perceel R761: de afstand tussen het agrarische perceel en het plangebied bedraagt ca. 13 meter. De afstand tussen het agrarische perceel en de bestaande (voormalige) (bedrijfs-)woning bedraagt ca. 19 meter. Op een gedeelte van dit perceel wordt een hoogstamboomgaard geteeld. Gelet op de omvang van het aantal bomen, kan geconcludeerd worden dat het hier een hoogstamboomgaard betreft welke niet intensief wordt beheerd, en daardoor vaak minder of zelfs niet wordt bespoten met gewasbeschermingsmiddelen. Hoogstamboomgaarden die minder intensief worden beheerd, bijvoorbeeld in biologische of natuurgerichte landbouwsystemen, maken vaak minder gebruikt van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dit komt omdat de teelt minder gericht is op het maximaliseren van de opbrengst per hectare en meer gericht is op een natuurlijk evenwicht in het ecosysteem. Indien het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk is, mag worden aangenomen dat er enkel gespoten wordt bij lage windsnelheden waardoor drift zo goed als mogelijk beperkt blijft. Geconcludeerd kan worden dat, op basis van bovenstaande, de afstand vanaf het agrarische perceel tot aan de toekomstige woning acceptabel geacht kan worden. 38 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Conclusie spuitzones Uit de beoordeling van de bovengenoemde agrarische percelen, blijkt dat het mogelijke gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nauwelijks tot geen impact zal hebben op de toekomstige woningen en de bestaande woning. Dit in combinatie met de reeds geldende regels ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij open teelten in het Bal, wordt de bestaande afstanden derhalve voldoende geacht.

39 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

5.

Uitvoerbaarheid

5.1.

Financieel – economische uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Uit voorliggende motivering blijkt dat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan worden bereikt, en dat de beoogde functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aanvullend worden aangenomen dat realisatie economisch uitvoerbaar is. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat de beoogde functies om financiële redenen op langere termijn niet zullen worden gerealiseerd. Opmerkt wordt dat er in de regels behorende bij de dit TAM-omgevingsplan een voorwaardelijke verplichting is opgenomen in artikel 10.3: Uitvoeren van een bodemonderzoek conform NEN5740. Na de sloop, en voor de bouw van de nieuwe woningen incl. bijbehorende bouwwerken, dient een eindonderzoek naar de bodemkwaliteit te worden uitgevoerd. Indien uit dit bodemonderzoek blijk dat er een grote verontreiniging zit, wordt deze verontreiniging geheel opgeruimd. Hiervoor heeft initiatiefnemer voldoende financiële middelen beschikbaar. Daaruit kan geconcludeerd worden dat met deze motivatie is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies op een aanvaardbare wijze gerealiseerd kan worden. Kostenverhaal In hoofdstuk 13 Omgevingswet zijn de financiële bepalingen opgenomen.

Afdeling 13.6 gaat over “kostenverhaal bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen”. Op grond van artikel 13.11 van de Omgevingswet, zijn bestuursorganen verplicht om de kosten vanwege, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwactiviteiten of activiteiten vanwege gebruikswijzigingen, naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemer die hiervan profijt ondervindt. Als het niet mogelijk is een overeenkomst via privaatrechtelijke weg af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een projectbesluit. Kostenverhaal-plichtige activiteiten zijn: • Aangewezen bouwactiviteiten (artikel 8.13 Omgevingsbesluit); • Aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen (bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn nog geen specifieke activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen). Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. Artikel 8.13 Omgevingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten een kostenverhaal verplicht is. Artikel 8.14 Omgevingsbesluit bepaalt de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal. Ten behoeve van voorliggend plan wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en initiatiefnemer waarin het verhaal van kosten verzekerd is.

Nadeelcompensatie Hoofdstuk 15 Omgevingswet behandeld ‘schade’. Afdeling 15.1 gaat over “nadeelcompensatie” (voorheen planschadevergoeding). Op grond van artikel 15.1, eerste lid van de Omgevingswet, wordt door een bestuursorgaan nadeelcompensatie toegekend aan degene die als gevolg van bijvoorbeeld een planontwikkeling schade lijdt. Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht is alleen van toepassing op de toekenning van schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

40 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Op grond van artikel 4.126 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om met een aanvrager (initiatiefnemer) van een plan een overeenkomst te sluiten. De strekking van een dergelijke overeenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de aanvrager. Ten behoeve van voorliggend plan wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en initiatiefnemer waarin initiatiefnemer het risico van het ontstaan van schade aanvaardt.

5.2.

Juridische aspecten

Met de komst van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn alle bestemmingsplannen opgegaan in één gemeentelijk tijdelijk deel van het omgevingsplan. Daarnaast bestaat het omgevingsplan nog uit de Bruidsschat en, indien van toepassing, een aantal gemeentelijke verordeningen. In de Bruidsschat bevinden zich een aantal regels die vanuit het Rijk overgegaan naar de gemeente. Het gaat onder andere om regels over bouwwerken en milieubelastende activiteiten. Het omgevingsplan van rechtswege kan door de gemeente gewijzigd worden, waarbij voorliggende wijziging zich beperkt tot de locatie Vrij 27. 5.2.1.

Wijzigen van omgevingsplan van rechtswege

Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan bestaat uit een aantal delen: • Motivatie; • Regels; • Verbeelding. Het eerste deel van het besluit betreft voorliggend motivering. In deze motivering wordt de aanleiding tot wijzigen omgevingsplan genoemd en of het inpasbaar is in de fysieke leefomgeving. In de regels die deel uit gaan maken van het omgevingsplan, wordt aangegeven welke regels mogelijk worden gewijzigd, toegevoegd of verwijderd als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Verder wordt duidelijk aangegeven voor welke locatie(s) de regels gaan gelden. Dit middels een verbeelding c.q. aan te geven werkingsgebied. Voor deze ontwikkeling wordt aansluiting gezocht bij de geldende regels voor wonen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De specifieke wijzigingen worden aangegeven in paragraaf 5.2.3. 5.2.2.

Planregels

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • • •

Inleidende bepalingen; Specifieke regels over functies; Algemene regels over functies; Overgangs- en slotregels.

Voor het vormgeven van de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan is aansluiting gezocht bij de regels van het vigerende bestemmingsplan op de locatie Vrij: ‘Buitengebied 2018, 1 e herziening’. Deze zijn onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Bergen (L). Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat drie artikelen. Artikel 1 omvat het toepassingsbereik van deze regels. Artikelen 2 bevat de definities van begrippen/bepalingen die van belang zijn voor toepassing van het plan. Artikel 3 betreft de wijze van meten waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de regels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 Specifieke regels over functies Voor het plangebied gelden twee functies: tuin en wonen, waarbij binnen de woonfunctie onderscheidt wordt gemaakt in ‘Wonen – 4’ en ‘Wonen – 5’. Per functie wordt begonnen met een toepassingsbereik. Daarna volgt 41 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

de functieomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden waar dergelijke functies zijn toegekend, gebruikt mogen worden. In de nadere detaillering worden nog een aantal zaken verder verduidelijkt. De functieomschrijving wordt gevolgd door beoordelingsregels m.b.t. gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten, omgevingsplanactiviteiten en aanlegactiviteiten. Hierin staat aangegeven onder welke voorwaarden gebruik en bebouwing van deze gronden is toegestaan. Afhankelijk van de functie en de noodzakelijke regeling kunnen de beoordelingsregels worden gevolgd door maatwerkvoorschriften, specifieke beoordelingsregels met nadere afweging en specifieke functieregels voor gebruik. Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels voor het gehele plangebied. Artikel 8 Aanvraagvereisten In dit artikel wordt aangegeven welke aanvraagvereisten van toepassing zijn op een omgevingsvergunning, welke op grond van dit TAM-omgevingsplan verleend kan worden. Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Deze regel zorgt ervoor dat gronden niet dubbel worden meegerekend bij het toestaan van bouwplannen. Artikel 10 Bouwactiviteit – algemeen In dit artikel staan algemene bepalingen voor bouwactiviteiten, waaronder ondergronds bouwen en hydrologisch neutraal bouwen.

Artikel 11 Gebruiksactiviteiten – algemeen In dit artikel staan algemene bepalingen voor gebruiksactiviteiten. In dit artikel zijn ook voorwaardelijke bepalingen te vinden, waaronder een voorwaardelijke bepaling voor de landschappelijke inpassing, alsook een voorwaardelijke bepaling omtrent het uit te voeren bodemonderzoek. Artikel 12 Afwijken – algemeen In dit artikel worden algemene afwijkingsregels benoemd. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk staan regels m.b.t. het overgangsrecht bouwwerken en gebruik (artikel 13) en de uitzonderingen hierop. 5.2.3.

Afwijken omgevingsplan

Ten behoeve van het juridisch correct borgen van onderhavige ontwikkeling, zijn er een aantal aanpassingen verwerkt, welke afwijken van de regels van het onderliggende moederplan: het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018, 1e herziening’, vastgesteld op 13 december 2022 en onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Bergen (L). Per functie zullen hiernavolgend de afwijkingen worden opgesomd. Tuin • Artikel 4.2.1 sub d is aangevuld: vijvers, sloten en waterhuishoudkundige voorzieningen; • Artikel 4.2.1 sub e is toegevoegd: landschappelijke inpassing en instandhouding; • Artikel 4.2.1 sub f is toegevoegd: erf- en terreinafscheidingen of hekwerken met een maximale hoogte van 1,5 m, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie. Toelichting: Artikelen 4.2.1 sub d en e zijn toegevoegd t.b.v. de realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing en de daarbij behorende infiltratievoorziening, welke deels gesitueerd is binnen de functie ‘Tuin’.

42 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Artikel 4.2.1 sub f is toegevoegd zodat op deze manier een fysieke afbakening van het eigen terrein mogelijk is, zonder dat dat daarbij ruimtelijke onverantwoord is aangezien het uitsluitend een open constructie mag betreffen. Wonen – 4 • Omgevingswaarde/aanduiding toegevoegd: maximum bijbehorende bouwwerken (m 2). Artikel 5.4.2 sub b, lid 1 toegevoegd: de oppervlakte van vrijstaande bouwwerken mag per woning niet meer bedragen dan 125 m2, met dien verstande dat: indien sprake is van de aanduiding ‘maximum bijbehorende bouwwerken (m2)’, de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken maximaal 400 m2 mag bedragen; Toelichting De toelichting voor het toestaan van een groter vrijstaand bijbehorend bouwwerk is te vinden in deze motivering, in paragraaf 2.2 ‘Beoogde situatie’. Wonen – 5 • Artikel 6.2.2 sub a is toegevoegd: het een woning met schuurkarakter betreft, zoals gedefinieerd in artikel 2.102. • Artikel 6.4.2 sub a is toegevoegd: 1. De inhoud van een woning uitsluitend mag bestaan uit een enkelvoudig volume, waarbij het maximale volume niet meer mag bedragen 1.200 m3; 2. De goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 3,5 m; 3. De woning, inclusief bijbehorende bouwwerken moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15 graden; 4. Burgemeester en wethouders winnen advies in bij de Kwaliteitscommissie t.b.v.

de beoordeling van het bouwplan; 6. In geval van nieuwbouw dient de voorgevel van een woning achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd, op minimaal 25 meter afstand van de naar de weg gekeerde perceelsgrens van het locatievlak. • Artikel 6.4.2 sub c is toegevoegd: op een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel ‘Wonen – 5’ zijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met uitzondering van: 1. Erf- en terreinafscheidingen of hekwerken met een maximale hoogte van 1,5 m, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie; 2. Grondgebonden zonnepanelen, indien voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 6.5.1 lid 1. • Artikel 6.4.2 sub d is toegevoegd: Uitsluiting vergunningvrije bouwwerken: 1. Voor gronden met de gebiedsaanduiding ‘Uitsluiting vergunningvrije bouwwerken’ geldt dat zij geen deel uitmaken van een gebouwerf als bedoel in bijlage l van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. Het is verboden deze gronden in te richten of te gebruiken als gebouwerf ten dienste van het gebruik als hoofdgebouw, met dien verstande dat gebruik als tuin wel is toegestaan; 3. Als gevolg hiervan zijn op deze gronden de vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet toegestaan; 4.

De bouw van een hoofdgebouw, zijnde een woning met schuurkarakter, blijft hierbij mogelijk. Afwijken – algemeen • Artikel 12.2 is toegevoegd: De afwijkingen zoals genoemd in artikel 12.1 onder a, b, c en d, kunnen niet worden toegepast op gronden welke zijn aangewezen als ‘Wonen – 5’. • Artikel 12.3 is toegevoegd: burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 en staan een gewijzigde landschappelijke inpassing toe, onder de voorwaarden dat: 1. Er sprake is van gewijzigde omstandigheden die aanleiding geven tot een aangepaste landschappelijke inpassing. 43 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.

3.

De gewijzigde landschappelijke inpassing tenminste een gelijkwaardige landschappelijke kwaliteit waarborgt als het inpassingsplan ‘Vrij 27, Siebengewald, d.d. 28 oktober 2025; Het nieuwe inpassingsplan is voorzien van een positief advies van de kwaliteitscommissie.

Toelichting Artikel 6.2.2 sub a is toegevoegd om de voorwaarde welke de provincie Limburg heeft gesteld aan het uiterlijk van de schuurwoning, te borgen. Artikel 6.4.2 sub a is toegevoegd om de voorwaarde welke de provincie Limburg heeft gesteld aan het uiterlijk van de schuurwoning, te borgen. Artikel 6.4.2 sub c is toegevoegd zodat op deze manier een fysieke afbakening van het eigen terrein mogelijk is, zonder dat dat daarbij ruimtelijke onverantwoord is aangezien het uitsluitend een open constructie mag betreffen. Artikel 6.4.2 sub d is toegevoegd om de voorwaarde welke de provincie Limburg heeft gesteld aan het niet mogelijk maken van vergunningvrije bouwwerken bij deze woning, te borgen. Artikel 12.2 is toegevoegd zodat niet alsnog via de algemene regels kan worden afgeweken van de gestelde bouwregels voor gronden met de functie ‘Wonen – 5’. Artikel 12.3 is toegevoegd omdat het in de praktijk steeds vaker voorkomt dat de landschappelijke inpassingsplannen, zoals deze aanvankelijk zijn opgesteld, na verloop van tijd niet altijd meer volledig aansluiten bij de actuele wensen en behoeften van de initiatiefnemers. Dit kan zich uiten in kleine, praktische aanpassingen, zoals het verplaatsen van bomen of het aanpassen van hagen, die het oorspronkelijke ontwerp niet wezenlijk wijzigen, maar die wel noodzakelijk kunnen zijn om het plan goed uitvoerbaar te houden.

Door het mogelijk maken van een binnenplanse afwijking onder specifieke voorwaarden, kunnen deze kleine aanpassingen op een efficiënte en gecontroleerde manier worden doorgevoerd. Hiermee wordt verzekerd dat de landschappelijke inpassing zoals bedoeld, wordt gerealiseerd, maar tegelijkertijd ruimte geboden wordt voor praktische aanpassingen die passen binnen de beoogde ontwikkeling.

5.3.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.3.1.

Participatie

Initiatiefnemer heeft in de periode van half april 2025 gesproken met omwonenden over het wijzigen van de functie op de locatie Vrij 27 van agrarisch – intensieve veehouderij naar wonen waarbij, naast de omzetting van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning, ook twee nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt. De volgende adressen zijn benaderd: -

Vrij 12 Vrij 14 Vrij 16 Vrij 18 Vrij 25 Vrij 29

Tijdens het overleg is het plan toegelicht en is er ruimte geboden voor eventuele opmerkingen. Met een handtekening heeft de buurt aangegeven geïnformeerd te zijn over het plan. I.v.m. de privacywetgeving is dit formulier niet opgenomen als bijlage bij deze motivatie. Het formulier is bekend bij de gemeente Bergen (L). 5.3.2.

Vooroverleg/intaketafel

Om te komen tot voorliggend plan is voorafgaand aan het opstellen van dit TAM-omgevingsplan contact geweest met de gemeente Bergen (L). Op 8 maart 2024 is er een principeverzoek ingediend, waarop op 27 juli een positief principebesluit is genomen. Dit heeft geleid tot het opstellen van voorliggend plan.

44 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Daarnaast is in artikel 2.2 van de Omgevingswet een algemene verplichting opgenomen dat bestuursorganen overleg voeren, met elkaars belangen rekening houden en zo nodig onderling afstemmen. In het voortraject van voorliggend plan is reeds aan de provincie Limburg advies gevraagd in het kader van toevoegen van woningen in het buitengebied. De provincie heeft hierop op 11-11-2024 een ‘advies omgevingskwaliteit’ voorgelegd. In paragraaf 1.1 zijn de randvoorwaarden welke in deze brief beschreven staan, reeds genoemd. Deze randvoorwaarden, zoals genoemd in paragraaf 1.1 van deze motivering, zijn verwerkt in de regels behorende bij dit omgevingsplan. De provincie Limburg heeft aangegeven geen bezwaren te zien op voorliggend plan. Daarnaast is het plan voorgelegd aan Waterschap Limburg. Het Waterschap heeft aangegeven geen bezwaren te zien op voorliggend plan. 5.3.3.

Zienswijze

Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft van 28-11-2025 tot en met 08-01-2026 voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan geen zienswijze ingediend.

45 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

6.

Procedure

De gemeente heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan met de regels voor activiteiten voor de leefomgeving. Om dit omgevingsplan van rechtswege te wijzigen, volgt de gemeente een vaste juridische procedure. De procedurebepalingen staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht. In afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht staan de van toepassing zijnde openbare voorbereidingsprocedure, welke kan worden opgedeeld in twee stappen: 1. Ontwerp-omgevingsplan De gemeente geeft kennis van het ontwerp-omgevingsplan. De gemeente plaatst het ontwerpbesluit integraal in het digitale gemeenteblad en legt het ontwerp-omgevingsplan en de bijbehorende stukken voor 6 weken ter inzage. Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerpomgevingsplan kan eenieder een zienswijze inbrengen. Indien er binnen de termijn van 6 weken geen zienswijze zijn ingediend, doet de gemeente hiervan een melding in het gemeenteblad en neemt de gemeente het besluit binnen 4 weken nadat de termijn voor zienswijze is verstreken. 2. Vaststellen omgevingsplan De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het elektronische gemeenteblad.

Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Tegen het besluit tot wijzigen van een omgevingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

46 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald Regels

VanBuiten bv Leveroyseweg 9a 6093 NE Heythuysen Tel: +31(0)475 - 49 44 07 info@bijvanbuiten.nl www.bijvanbuiten.nl IBAN: NL86 ABNA 0128 3056 65 KVK 91612144 btw: NL865711732B01

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald Gemeente Bergen (L) Regels

Plangebied:

Vrij 27, 5853 EJ Siebengewald

Status:

Vastgesteld

Datum:

7 juli 2026

Identificatienummer:

NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01

Projectnummer/ Kenmerk:

BO-2025-008675/ 37797

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleidende bepalingen ................................................................................................................. 5

Artikel 1

Toepassingsbereik ............................................................................................................................. 5

Artikel 2

Begripsbepalingen ............................................................................................................................. 6

Artikel 3

Meten en rekenen ........................................................................................................................... 16

Hoofdstuk 2

Specifieke regels over functies................................................................................................... 18

Artikel 4

Tuin ............................................................................................................................................. 18

4.1

Toepassingsbereik .............................................................................................................................. 18

4.2

Functieomschrijving Tuin ..................................................................................................................... 18

4.3

Gebruiksactiviteit................................................................................................................................. 18

4.4

Bouwactiviteiten .................................................................................................................................. 18

Artikel 5

Wonen – 4 ................................................................................................................................... 18

5.1

Toepassingsbereik ............................................................................................................................... 18

5.2

Functieomschrijving Wonen – 4 .......................................................................................................... 18

5.3

Gebruiksactiviteit................................................................................................................................. 19

5.4

Bouwactiviteit ...................................................................................................................................... 19

5.5

Afwijken van de beoordelingsregels .................................................................................................... 20

5.6

Omgevingsplanactiviteit ...................................................................................................................... 21

Artikel 6 Wonen – 5 .......................................................................................................................................... 22 6.1

Toepassingsbereik ............................................................................................................................... 22

6.2

Functieomschrijving Wonen – 5 .......................................................................................................... 22

6.3

Gebruiksactiviteit................................................................................................................................. 23

6.4

Bouwactiviteit ...................................................................................................................................... 23

6.5

Afwijken van de beoordelingsregels .................................................................................................... 23

6.6

Omgevingsplanactiviteit ...................................................................................................................... 24

Hoofdstuk 3

Algemene regels over functies ................................................................................................... 25

Artikel 7

Toepassingsbereik....................................................................................................................... 25

Artikel 8

Aanvraagvereisten ...................................................................................................................... 25

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel ..................................................................................................................... 25

Artikel 10

Bouwactiviteit – algemeen ......................................................................................................... 25

Artikel 11

Gebruiksactiviteiten – algemeen ................................................................................................ 26

Artikel 12

Afwijken – algemeen .................................................................................................................. 27

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels ............................................................................................................ 29

Artikel 13

Overgangsrecht ........................................................................................................................... 29

Bijlagen: Bijlage 22K.1 Kaart Cultuurhistorische waarden Bijlage 22K.1a Tabel Cultuurhistorische waarden Bijlage 22K.1b Tabel Cultuurhistorische waarden geomorfologie Bijlage 22K.2 Kaart Landschappelijke waarden Bijlage 22K.3 Landschappelijk inpassingsplan Vrij 27 Siebengewald 3 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Bijlage 22K.4 Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 22K.5 Geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen

4 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende bepalingen

Toepassingsbereik

1.1 Omgevingsplan Bergen Dit plan wijzigt het omgevingsplan Bergen (L) in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Bergen (L) een hoofdstuk 22K wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22K van het omgevingsplan gemeente Bergen (L). In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22K.’ gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22K.’ gelezen worden. 1.2 Tijdelijk omgevingsplan – bestemmingsplan De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4. 1.3 Tijdelijk omgevingsplan – bruidsschat (vangnetbepaling) De regels in afdeling 22.2 van het omgevingsplan gemeente Bergen (L) (activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen) met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 (activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan), en afdeling 22.3 (milieubelastende activiteiten) zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.

1.4 Verwijzing naar verbeelding De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01.

5 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Artikel 2

Begripsbepalingen

2.1 Van toepassing verklaring Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan. 2.2 Aanvullende begrippen In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.119 gehanteerd. 2.3 Plan Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01 van de Bergen (L). 2.4 TAM-omgevingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.5 Omgevingsplan gemeente Bergen (L) omgevingsplan, bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet. 2.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

2.8 aangebouwd bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 2.9 aan-huis-verbonden bedrijf het door de bewoner van de (bedrijfs-)woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs-)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 2.10 aan-huis-verbonden-beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 2.11 afhankelijke woonruimte een (aangebouwd) bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding gehuisvest is.

6 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.12 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). 2.13 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). 2.14 archeologisch onderzoek een onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een certificaat ex artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA). Een archeologisch onderzoek is slechts afgerond zodra een archeologisch rapport ter goedkeuring aan de gemeente kan worden overlegd. 2.15 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 2.16 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangeven percentage, dat de grootte van het deel van het functievlak of bouwperceel aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd door gebouwen en overkappingen. 2.17 bed & breakfast het bieden van recreatief nachtverblijf, kortdurend, in de vorm van logies met ontbijt, in het hoofdgebouw of in één van de bestaande bijbehorende bouwwerken. 2.18 beeldbepalende (monumentale) bomen: een uit stedenbouwkundig, landschappelijk, cultuurhistorisch, natuurlijk of ecologisch oogpunt belangrijke boom.

Meestal solitaire, goed geproportioneerde boom (soms in semi-bosverband of op een erf) met een leeftijd van vaak meer dan 100 jaar en een grote omvang; daardoor visueel zeer opvallend. 2.19 begraafplaats terrein waar stoffelijke resten van overledenen begraven, bijgezet of verstrooid worden, niet gelegen rond een kerk. In die zin te onderscheiden van kerkhof. 2.20 bestaand a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan of mag worden gebouwd op grond van een bouwvergunning of omgevingsvergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan. 2.21 functiegrens de grens van een functievlak. 2.22 functievlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde gebruiksdoel. 2.23 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 2.24 bijbehorende voorziening zaken ter ondersteuning van een adequate bedrijfsvoering, zoals een mestbe- en verwerkingsinstallatie voor het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf, luchtwassers, wasplaatsen, weg- en waterbouwkundige voorzieningen danwel energievoorzieningen.

7 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.25 bijzondere huisvesting huisvesting in een woning zonder dat sprake is van een regulier huishouden, zoals kamerverhuur, huisvesting van seizoensarbeiders en bijzondere woonvormen voor mensen met sociale, lichamelijke of geestelijke beperkingen waarvoor de woningen beschikken over speciale voorzieningen danwel waarbij de bewoners professionele ondersteuning kunnen krijgen om zelfstandig te kunnen wonen. 2.26 boerderijwinkel een winkel bij een agrarisch bedrijf, waar eigen geproduceerde agrarische producten worden verkocht. 2.27 bos een grondoppervlakte waarvan bomen en houtachtige struiken de belangrijkste structuur uitmaken, waartoe een eigen flora en fauna behoort, en die verder als levensgemeenschap gekarakteriseerd wordt door bestendigheid, wederzijdse beïnvloeding en inwerking op de omgeving. 2.28 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 2.29 bouwgrens de grens van een bouwvlak/functievlak.

2.30 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd en dat een oppervlakte beslaat van meer dan 50% van het grondvlak van het hoofdgebouw, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 2.31 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.32 bouwperceelsgrens een grens van een bouwperceel. 2.33 bouwvlak/functievlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 2.34 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 2.35 chalet een onderkomen met een lichte constructie welke niet vast op/in de grond gefundeerd is, in zijn geheel of enkele delen kan worden verplaatst en niet als stacaravan aangemerkt kan worden.

2.36 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk en/of gebied of beplanting toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van gronden en gebouwen, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het wegenpatronen of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan: a. de stedenbouwkundige waarden of waarden van de gebouwde (of: bebouwde) omgeving; b. de landschapswaarden, natuurlijke waarden, aardkundige waarden of historisch-geografische waarden.

8 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.37 dagbesteding het bieden van de mogelijkheid tot zorg aan zorgvragers, door middel van een werkgemeenschap van sociaal therapeutische aard en in de vorm van dagopvang en dagbesteding waarbij nachtverblijf is uitgesloten. 2.38 dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen ten behoeve van ontspanning in de vorm van sport, spel en verblijf, zonder dat daarbij sprake is van overnachting. 2.39 dagvoorziening een voorziening gericht op het bieden van dagbestedingsactiviteiten voor mensen die door een beperking begeleiding nodig hebben om te kunnen functioneren in de maatschappij, waarbij het gaat om actieve, belevingsgerichte buitenactiviteiten, zoals het verzorgen van paarden en honden en het onderhouden van groenten-, fruit- en bloementuintjes. 2.40 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 2.41 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan het publiek, zoals een kapsalon, reisbureau, uitzendbureau, bankfiliaal, wasserette of apotheek, eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht, met uitzondering van garagebedrijf, horeca en seksinrichtingen.

2.42 district Maasduinen het grondgebied van de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en de voormalige gemeente Arcen en Velden. 2.43 dove gevel een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering - conform NEN 5077 - die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (in geval van weg- en railverkeerslawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 2.44 energieopwekking voor eigen gebruik Het opwekken van duurzame energie teneinde (geheel of gedeeltelijk) te kunnen voorzien in het energieverbruik van de ter plaatse toegelaten gebruiksactiviteiten van het ter plaatste gevestigde huishouden c.q. bedrijf. 2.45 erf- en terreinafscheiding met een open constructie (niet zijnde gaasnet hekwerk) een erf- of terreinafscheiding met een constructie die voor ten minste 80% open is, zoals palen met draad en hekwerken met planken waarbij voldoende ruimte tussen de planken vrij blijft.

2.46 extensief recreatief medegebruik recreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving, zoals wandelen, vissen en fietsen, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, bankjes, of een loopbrug. 2.47 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

9 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.48 gebouwerf bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt. 2.49 geluidsgevoelig object gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder. 2.50 geluidwerende voorziening geluidsreducerende constructie of bouwwerk in de vorm van voorzieningen zoals geluidsschermen, geluidswallen of aan deze constructies gelijk te stellen bouwwerken of constructies. 2.51 gemeenschappelijke voorzieningen voorzieningen ten dienste van en ondergeschikt aan de verblijfsrecreatieve functie, zoals een ontvangstruimte, ruimte voor vermaak, sport- en speelvoorzieningen en/of sanitaire voorzieningen. 2.52 geomorfologische waarden landschappelijke waarden, die samenhangen met de ontstaansgeschiedenis van de grond en die herkenbaar zijn in het bodemreliëf. 2.53 groepsaccommodatie recreatief verblijf voor overnachting door personen die elders hun hoofdverblijf hebben, in een accommodatie die naar afmetingen en inrichting specifiek bedoeld is voor een grotere groep van personen, tot uitdrukking komend in onder andere gezamenlijke faciliteiten voor logies, dagverblijf en maaltijdbereiding.

2.54 groenvoorziening ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, bermen, erfbeplantingen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren. 2.55 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering een agrarische bedrijfsvoering waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, zoals een melkrundveehouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderij of een vollegronds tuinbouwbedrijf. 2.56 herbouw het oprichten van bebouwing op een bouwperceel waar op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bebouwing van dezelfde bestemming als de op te richten bebouwing aanwezig was. 2.57 hobbymatig houden van dieren het niet bedrijfsmatig houden van dieren in een vorm die niet is gericht op productie en dus ook niet op economisch gewin, maar die plaatsvindt voor educatieve of recreatieve doeleinden of uit liefhebberij.

2.58 hoofdgebouw gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is; 2.59 houtsingel cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol lijnvormig landschapselement bestaande uit inheemse boom- en struikbeplanting, waarvan bomen het hoofdbestanddeel vormen, al dan niet dienende ter eigendomsmarkering en/of perceel scheiding.

10 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.60 houtwal cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol lijnvormig landschapselement bestaande uit een wallichaam van enkele meters breed voorzien van een inheemse boom- en struikbeplanting, waarvan bomen het hoofdbestanddeel vormen, al dan niet dienende ter eigendomsmarkering en/of perceelsscheiding. 2.61 hoveniersbedrijf een bedrijf, gericht op het aanleggen en onderhouden van tuinen en andere (groen)voorzieningen, met de daarbij noodzakelijke hulpmaterialen en gereedschappen, al dan niet in combinatie met het kweken en verkopen van planten, heesters en bomen ten behoeve van het hoveniersbedrijf. 2.62 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 2.63 hydrologisch neutrale ontwikkeling ontwikkeling waarbij maatregelen worden getroffen zodat deze geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding ten opzichte van de uitgangssituatie. Dit betekent in ieder geval dat in de nieuwe situatie geen hemelwater wordt afgevoerd, maar dat dit lokaal wordt geïnfiltreerd en/of gebruikt.

2.64 inrichtingsplan een plan, bestaande uit één of meer kaartbeelden, indien nodig vergezeld van een toelichtende tekst, waarin de landschappelijke inpassing en, voor zover vereist, de ruimtelijke kwaliteitsverbetering zijn vastgelegd in relatie tot de nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden. 2.65 karakteristiek herkenbaar, markant, wegens schoonheid en/of cultuurhistorische en/of architectonische waarde van belang. 2.66 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen ten behoeve van wandelen, fietsen, vissen, kanoën en natuurobservatie in de vorm van aanlegsteigers, picknickplaatsen, informatieborden en banken. 2.67 kunstwerk een overig bouwwerk ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 2.68 kwaliteitscommissie De commissie (of diens opvolger) belast met de advisering van het bevoegd gezag over de landschappelijke inpassing van (bouw-)activiteiten en compensatie- maatregelen. Een en ander zoals vastgelegd in de Bouwverordening.

2.69 kwetsbaar object objecten als zodanig bedoeld in artikel 1 eerste lid, onderdeel I van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, waaronder woningen, gebouwen die bestemd zijn voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, hotels, winkels, restaurants en cafés, kantoren, sporten recreatieterreinen en vergelijkbare functies. 2.70 laanbeplanting een eenzijdige, tweezijdige en soms dubbele rijbeplanting van opgaande bomen langs een weg; bijna altijd uniform qua soort en leeftijd. 2.71 landbouwhuisdieren dieren die worden gehouden voor productiedoeleinden, bijvoorbeeld voor de productie van melk, vlees, wol, veren of eieren, of die worden gehouden in verband met het berijden ervan, en waarvoor in de Regeling ammoniak en veehouderij emissiefactoren zijn vastgesteld. 11 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.72 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. De volgende (landschaps-)elementen maken hier in elk gevel deel van uit: houtsingels, houtwallen, laanbeplantingen, oude akkers en monumentale, beeldbepalende bomen. 2.73 landschappelijke inpassing inpassing in het omringende landschap door bij de situering van bebouwing in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen. 2.74 Limburgs Kwaliteitsmenu het Limburgs Kwaliteitsmenu 2012 vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 12 januari 2010, met daarin verwerkt de aanpassingen zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 2 januari 2012. 2.75 maatschappelijke voorzieningen sociale, culturele, onderwijs-, levensbeschouwelijke en (para)medische voorzieningen, voorzieningen voor sporten recreatiebeoefening in verenigingsverband en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening.

2.76 milieuhygiënische uitvoerbaarheid overkoepelend begrip voor milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd. 2.77 minicamping een camping met maximaal 25 standplaatsen, niet bestemd voor stacaravans, behorende bij een burgerwoning of agrarisch bedrijf zonder vaste voorzieningen. 2.78 monument een monument is ingevolge de Erfgoedwet een onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed. Het gaat dan om gebouwen die als monumentwaardig worden beschouwd. 2.79 natuurlijke waarden waarden in verband met de aanwezigheid van of potentiële mogelijkheden voor bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid, zeldzaamheid, natuurlijkheid, ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied. 2.80 natuurgebied een gebied met opvallende eigenschappen als het gaat om flora, fauna, geologische of landschappelijke gesteldheid, zoals tot uiting komt in een grote uitgestrektheid of biodiversiteit. Voorbeelden zijn beschermde landschappen en nationale parken.

2.81 nieuwbouw het oprichten van bebouwing op een bouwperceel waar op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen bebouwing van dezelfde bestemming als de op te richten bebouwing aanwezig was. 2.82 nutsvoorziening een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport, de telecommunicatie, het transport van drinkwater en afvalwater en daarmee vergelijkbare voorzieningen, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuis en een verdeelstation.

12 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.83 opslag het bewaren van goederen, waaronder agrarische producten, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel. 2.84 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven straatpeil is gelegen. 2.85 ondergeschikte detailhandel detailhandel die als activiteit naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. 2.86 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 2.87 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden. 2.88 onderkomens voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, chalets, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf. 2.89 oude akkers agrarische gronden, tenminste sedert de middeleeuwen in gebruik als akker, zowel in combinatie als grote velden of als kleinere kampen; altijd gelegen op de drogere en van nature meest voedselrijke grond.

2.90 oude bewoningsplaatsen een sinds honderden jaren bewoonde plaats, zoals een erf, huisterp, gehucht of nederzetting. 2.91 overkapping een overig bouwwerk omsloten door maximaal drie wanden waarvan maximaal één eigen wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 2.92 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enig omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.93 paardenbak een onoverdekt terrein, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen, al dan niet voorzien van een omheining, bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden. 2.94 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 2.95 para- commerciële instelling niet-commercieel ‘rechtspersoon’ zoals stichtingen of verenigingen die zich in de eerste plaats richten op het stimuleren van activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Horeca-activiteiten behoren dus niet tot hoofdactiviteiten. 2.96 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de kruinstrook van die weg; 13 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

b. c. d.

voor bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'peil': de hoogte ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (NAP) zoals aangegeven door middel van de aanduiding 'peil'; in andere gevallen en voor overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; voor stacaravans: de bovenzijde begane grondvloer.

2.97 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf. 2.98 plattelandswinkel winkel waarin verkoop plaatsvindt van agrarische producten die ter plekke of in de directe omgeving van de plattelandswinkel vervaardigd of bewerkt worden. 2.99 reliëf afwisseling van hoogten en laagten in het landschap ontstaan door natuurlijke processen, in de vorm van steilranden, terraswanden, kliffen, stootoevers, steilwanden, rivierduinen en dergelijke. 2.100 ruimtelijke kwaliteitsverbetering verbetering van de kwaliteit van het buitengebied als tegenprestatie voor een ruimtelijke ontwikkeling, die verder gaat dan een landschappelijke inpassing van die ruimtelijke ontwikkeling, door het treffen van fysieke maatregelen die de stedenbouwkundige, landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en/of recreatieve waarden van het buitengebied versterken, waaronder de aanleg van natuur, de aanleg of het herstel van landschapselementen, de renovatie van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, de sloop van bebouwing en het verwijderen van verharding. 2.101 schuilgelegenheid een overdekte ruimte die aan maximaal drie zijden is omsloten door wanden, waarvan dieren gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierenwelzijn.

2.102 schuurkarakter een bouwstijl waarbij de hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering refereren aan die van traditionele agrarische schuren in het buitengebied van Limburg. Kenmerkend zijn eenvoudige rechthoekige bouwvolumes, kapvormen zoals zadeldaken, kleinschalige en doelmatige gevelopeningen, ingetogen kleurgebruik, en sobere detaillering. Er dient sprake te zijn van een enkelvoudig volume en lage goot zonder toevoegingen zoals dakkapellen. Het gebouw mag in zijn architectuur en gevelelementen niet als woning herkenbaar zijn, dus geen stereotype woningvensters. De daglichteis vanuit het BBL kan worden bereikt via een combinatie van kleine ramen en grote poortopeningen ingevuld met glas. Bij een lage goothoogte kan daglichttoetreding worden gerealiseerd via dakvensters. Zie voor sfeerbeelden van diverse schuurkarakters, paragraaf 2.2 van de motivering van het bestemmingsplan ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27, Siebengewald’. 2.103 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.104 stacaravan een zelfstandig verrijdbaar bouwwerk, bestaande uit een lichte constructie en uit lichte materialen met wielas, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf, die gedurende meerdere jaren op een kampeerterrein op dezelfde plaats blijft staan en als kampeermiddel valt aan te merken. 2.105 standplaats onder een standplaats wordt verstaan:

14 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

vaste standplaats: een plaats die op een vaste dag in de week, vaste dagen in de week, of de gehele week zijn aangewezen voor het innemen gedurende het hele jaar. De frequentie van het aantal dagen in de week is ondergeschikt, maar kent wel een minimum van één volledige dag. incidentele standplaats: een plaats op een locatie die voor een vooraf bepaalde duur van maximaal 28 dagen per kalenderjaar op één of meerdere dagen, maximaal 6 aaneengesloten, in de week wordt ingenomen. 2.106 standplaats voor kampeermiddel een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten. 2.107 stedenbouwkundig beeld het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 2.108 stedenbouwkundige waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie situering en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied (tot uitdrukking komend in de bouwmassa, hoogtematen, dakvorm en gevelopbouw).

2.109 theehuis/theetuin een aan de hoofdfunctie ondergeschikt horecabedrijf dat slechts beperkt is tot het verstrekken van alcoholvrije dranken en het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide kleinere etenswaren. 2.110 tuin niet bebouwde grond, die is ingericht met planten zoals gras, bloemen, struiken en bomen en waarvan de volgende voorzieningen deel kunnen uitmaken: paden, verhardingen, vijvers, sloten en parkeervoorzieningen. 2.111 verblijfsrecreatie recreatief verblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen, recreatie- woningen en/of recreatieverblijven, door personen die elders hun hoofdverblijf hebben. 2.112 voorgevel a. de naar de weg gekeerde, en op de weg georiënteerde zijde van een gebouw; b. indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel: de naar de weg gekeerde gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op de uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. c. met dien verstande dat in afwijking van het voorgaande onder a en b, de gevel ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn', de betreffende gevel als voorgevel wordt aangemerkt. 2.113 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn die getrokken kan worden langs de voorgevel van het hoofdgebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17033221/1