CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering - regels - verbeelding

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling TAM-omgevingsplan ''Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald;30.715 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2.114 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, en inlaten. 2.115 waterstaatkundige voorzieningen werken, waaronder begrepen kunstwerken, die verband houden met de waterstaat, zoals dammen, dijken, sluizen, beschoeiingen, en remmingswerken. 2.116 wonen 15 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

een permanente verblijfplaats ten behoeve van de huisvesting van een huishouden in een woning. het bewonen van een woning door niet meer dan één afzonderlijk huishouden 2.117 woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 2.118 woonunit een geprefabriceerd, demontabel en/of relatief eenvoudig te verwijderen gebouw, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht (met de basisvoorzieningen) ten dienste van woonverblijf. 2.119 woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. 2.120 zorgboerderij: het bieden van de mogelijkheid tot zorg aan zorgvragers, door middel van een aan het agrarisch gebruik verbonden werkgemeenschap van sociaal therapeutische aard en in de vorm van dagopvang en dagbesteding waarbij nachtverblijf is uitgesloten. 2.121 zorgwoning een woning voor de huisvesting van één of meer personen voor wie in het kader van de algemene dagelijkse levensverrichtingen professionele hulp of begeleiding nodig is van huishoudelijke, sociale, sociaal-medische of medische aard.

Artikel 3

Meten en rekenen

3.1 Meetbepalingen In aanvulling op en, indien van toepassing, in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan gemeente Bergen, gelden de meetbepalingen van Artikel 3: 3.2 Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is. 3.3 Bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.4 Bouwhoogte van een windmolen horizontale as-turbine: de som van de mastlengte (= ashoogte) en de ‘straal’ (= diameter x 0,5) van de rotor. verticale as-turbine: de som van de mastlengte (= ashoogte) en de rotorhoogte. Ashoogte: de hoogte gemeten vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein. 3.5 Dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.6 Goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.7

Lengte, breedte en diepte van een bouwwerk 16 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren). 3.8 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 3.9 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.10 Ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.

17 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Hoofdstuk 2

Specifieke regels over functies

Artikel 4

Tuin

4.1

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-ON01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin.

4.2

Functieomschrijving Tuin

4.2.1 Algemeen Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin heeft de volgende functies: a. b. c. d. e. f.

beplanting zoals gras, bloemen, struiken en bomen; paden en verhardingen; parkeervoorzieningen; vijvers, sloten waterhuishoudkundige voorzieningen; landschappelijke inpassing en instandhouding; erf- en terreinafscheidingen of hekwerken met een maximale hoogte van 1,5 m, met dien verstanden dat erf- en terreinafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie.

4.3

Gebruiksactiviteit

4.3.1 Algemeen Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die: a.

niet ten dienste staat van de in 4.2.1 genoemde functies van de gronden.

4.4

Bouwactiviteiten

4.4.1 Algemeen Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 4.2.1. 4.4.2 Beoordelingsregels a. Bouwwerken buiten het bouwvlak – gebouwen Gebouwen en overige bouwwerken zijn niet toegestaan.

Artikel 5

Wonen – 4

5.1

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-ON01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 4.

5.2

Functieomschrijving Wonen – 4

5.2.1 Algemeen Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 4 heeft de volgende functies: a. wonen;

18 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

b. c. d. e. f. g.

aan-huis-verbonden bedrijven met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk; aan-huis-verbonden beroepen met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk; erven en tuinen; groenvoorzieningen en water; paden en wegen; behoud en herstel van cultuurhistorische waarden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 22K.1 bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 22K.1a en 22K.1b bij deze regels opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden.

5.2.2 Nadere detaillering a. Aantal woningen en soort woningen Per functievlak binnen de functie ‘Wonen – 4’ is maximaal één woning toegestaan. b. Aan-huis-verbonden bedrijf 1. Een aan-huis-verbonden bedrijf/ beroep als bedoeld in 5.2.1 onder b en c is bedrijf/beroep uit milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 22K.4 aan de regels is toegevoegd. 2. Het maximum oppervlak van een aan-huis-gebonden bedrijf/beroep als bedoeld in 5.2.1 onder b en c bedraagt 60 m2 en dient qua aard en uitstraling ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie.

5.3

Gebruiksactiviteit

5.3.1 Algemeen Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die: a. niet ten dienste staat van de in 5.2.1 genoemde functies van gronden; en b. niet in overeenstemming is met de in 5.2.2 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken.

5.4

Bouwactiviteit

5.4.1 Algemeen Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 5.2 en als voldaan wordt aan de voorwaardelijke bepalingen in artikel 11. 5.4.2 Beoordelingsregels a. Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: 1. per functievlak is maximaal één woning toegestaan, indien een bouwvlak is opgenomen dient de woning in het bouwvlak te zijn gesitueerd; 2. de inhoud van een woning, exclusief bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 800 m³, tenzij de bestaande inhoud meer bedraagt, in welk geval die bestaande vergunde inhoud als maximum geldt; 3. de goothoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 6,5 m, tenzij de bestaande goothoogte meer bedraagt, in welk geval die bestaande vergunde goothoogte als maximum geldt; 4. de bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 10 m, tenzij de bestaande bouwhoogte meer bedraagt, in welk geval die bestaande vergunde bouwhoogte als maximum geldt; 5. de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelgrens dient ten minste 5 m te bedragen; 6. de woning moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°; 7. in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de woning op dezelfde locatie te worden terug gebouwd; 8.

in geval van nieuwbouw dient de voorgevel van een woning te worden gebouwd op minimaal 3 m achter de naar de weg gekeerde grens van het locatievlak; b. Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: 19 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

1.

2. 3. 4. 5. 6.

de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag per woning niet meer bedragen dan 125 m² met dien verstande dat: • indien sprake is van de aanduiding ‘maximum bijbehorende bouwwerken m2’, de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken maximaal 400 m 2 mag bedragen; bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de woning worden opgericht; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; de bijbehorende bouwwerken moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°; voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende regels: • de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag, aanvullend op de oppervlakte zoals bepaald in 5.4.2 b onder 1, niet meer bedragen dan 30 m2; • de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan 4 m;

c. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. De bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; 2. De bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; 3. Voor overkappingen gelden dezelfde regels zoals opgenomen in 5.4.2 b onder 6; 4. De bouwhoogte van overige bouwwerken, niet zijnde zonnepanelen, mag niet meer bedragen dan 5 m. 5.4.3 Maatwerkvoorschrift Bij maatwerkvoorschriften kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen ten aanzien van : a. Tegenprestaties gericht op verbetering van gebiedskwaliteit; b. De situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; c. De aard, hoogte, en situering van erfafscheidingen; d. Voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; e. De aard, situering en oppervlakte van verhardingen.

5.5

Afwijken van de beoordelingsregels

5.5.1 Vergroten woning en bijbehorende bouwwerken 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 5.4.2 a en 5.4.2 b voor het vergroten van de inhoud van een woning en/of het vergroten van de toegestane oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, mits: a. het locatievlak dat is aangewezen als 'Wonen' voor ten hoogste 20% wordt bebouwd, tot een absoluut maximum van 1.000 m2; b. de verruiming van de bouwmogelijkheden aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; c. sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering die in verhouding staat tot de verruiming van de bouwmogelijkheden, waarvoor geldt dat: • ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen; • het inrichtingsplan dient te voldoen aan het keuzemenu voor ontwerpprincipes cultuurhistorische waarden en landschapselementen zoals opgenomen in de bijlage 22K.2 bij deze regels; • burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. d. de bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd; e.

de verruiming van de bouwmogelijkheden vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is; f. de verruiming van de bouwmogelijkheden niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven; g. de natuurlijke waarden niet worden aangetast; h. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 2. Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1. 20 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

5.5.2 1.

a. b. c. d. 2.

Verkleining afstand tot zijdelingse perceelsgrens

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 5.4.2 a onder 5 om het bouwen van hoofdgebouwen op een kleinere afstand van de zijdelingse perceelsgrens toe te staan, mits: dit vanuit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt aanvaardbaar is; dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden; er geen extra belemmeringen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven; voldaan wordt aan de bepalingen in het Besluit kwaliteit leefomgeving op het gebied van geluidhinder. Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.

5.5.3

Bouwen voor de voorgevelrooilijn

1.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 5.4.2 b onder 2 om het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor de voorgevelrooilijn toe te staan, mits: a. dit vanuit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt aanvaardbaar is; b. dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden; c. ten behoeve van de beoordeling van de stedenbouwkundige en planologische aanvaardbaarheid en landschappelijke waarde, advies kan worden ingewonnen bij de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit; d. er geen extra belemmeringen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven; e. voldaan wordt aan de bepalingen in het Besluit kwaliteit leefomgeving op het gebied van geluidhinder. 2. Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1. 5.5.4 1.

2.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 5.4.2 c om het bouwen van zonnepanelen bij de woning toe te staan, mits: a. het gaat om grondgebonden zonnepanelen binnen de gebieden die zijn aangemerkt als zone 2 en 3 zoals opgenomen op de in bijlage 22K.5 bij deze regels opgenomen 'geschiktheidskaart zonneen windenergie Bergen' dan wel diens rechtsgeldige opvolger; b. wordt aangetoond dat de zonnepanelen niet op het dak kunnen worden geplaatst vanwege de constructie of beschikbare ruimte; c. de oppervlakte aan zonnepanelen niet meer bedraagt dan noodzakelijk om in de eigen energiebehoefte te voorzien; d. wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing; e. er geen hinder ontstaat voor nabijgelegen woningen en het verkeer. Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.

5.6

Omgevingsplanactiviteit

5.6.1 1.

2.

Zonnepanelen

Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende gebruiksactiviteiten uit te oefenen: a. aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 22K.4 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten; b. een ondergeschikte nevenactiviteit in de zin van een bed & breakfast; De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast; b. een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 21 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

c. d. e. f. g. h. i. j. k.

er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; het een nevenactiviteit betreft en de woonfunctie de overheersende functie blijft; geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; de oppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, mag maximaal 30% van het totale oppervlak van de gebouwen bedragen; er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; parkeren op eigen terrein plaatsvindt; geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; voor bed & breakfast gelden daarnaast de volgende voorwaarden:  er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok;  er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt;  degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert;  het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6;  de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m 2;  de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw of een bestaand bijbehorend bouwwerk.

Artikel 6 Wonen – 5 6.1

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-ON01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 5.

6.2

Functieomschrijving Wonen – 5

6.2.1 Algemeen Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 5 heeft de volgende functies: a. b. c. d. e. f. g.

wonen; aan-huis-verbonden bedrijven met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw; aan-huis-verbonden beroepen met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw; erven en tuinen; groenvoorzieningen en water; paden en wegen; behoud en herstel van cultuurhistorische waarden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 22K.1 bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 22K.1a en 22K.1b bij deze regels opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden.

6.2.2 Nadere detaillering a. Aantal woningen en soort woningen Per functievlak binnen de functie ‘Wonen – 5’ is maximaal één woning toegestaan, met dien verstande dat: 1.

Het een woning met schuurkarakter betreft, zoals ook gedefinieerd in artikel 2.102;

b. Aan-huis-verbonden bedrijf 1. Een aan-huis-verbonden bedrijf/ beroep als bedoeld in 6.2.1 onder b en c is bedrijf/beroep uit milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 22K.4 aan de regels is toegevoegd. 2. Het maximum oppervlak van een aan-huis-gebonden bedrijf/beroep als bedoeld in 6.2.1 onder b en c bedraagt 60 m2 en dient qua aard en uitstraling ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie.

22 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

6.3

Gebruiksactiviteit

6.3.1 Algemeen Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die: a. niet ten dienste staat van de in 6.2.1 genoemde functies van gronden; en b. niet in overeenstemming is met de in 6.2.2 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken.

6.4

Bouwactiviteit

6.4.1 Algemeen Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 6.2 en als voldaan wordt aan de voorwaardelijke bepalingen in artikel 11. 6.4.2 Beoordelingsregels a. Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: 1. de inhoud van een woning, inclusief bijbehorende bouwwerken mag uitsluitend bestaan uit een enkelvoudig volume, waarbij het maximale volume niet meer mag bedragen dan 1.200 m3; 2. de goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 3,5 m; 3. de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15 graden; 4. burgemeester en wethouders winnen advies in bij de Kwaliteitscommissie t.b.v. de beoordeling van het bouwplan; 5. in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de woning op dezelfde locatie te worden terug gebouwd; 6. in geval van nieuwbouw dient de voorgevel van een woning achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd, op minimaal 25 m afstand van de naar de weg gekeerde perceelsgrens van het locatievlak; b. Bijbehorende bouwwerken Op een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 5 zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. c.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 5 zijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met uitzondering van; 1. erf- en terreinafscheidingen of hekwerken met een maximale hoogte van 1,5 m, met dien verstande dat erfen terreinafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie; 2. grondgebonden zonnepanelen, indien voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 6.5.1 lid 1. d. Uitsluiting vergunningvrije bouwwerken 1. Voor gronden met de gebiedsaanduiding ‘Uitsluiting vergunningvrije bouwwerken’ geldt dat zij geen deel uitmaken van een gebouwerf als bedoeld in bijlage l van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. Het is verboden deze gronden in te richten of te gebruiken als gebouwerf ten dienst van het gebruik van het hoofdgebouw, met dien verstande dat gebruik als tuin wel is toegestaan; 3. Als gevolg hiervan zijn op deze gronden de vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet toegestaan; 4. De bouw van een hoofdgebouw, zijnde een woning met een schuurkarakter, blijft hierbij mogelijk.

6.5

Afwijken van de beoordelingsregels

6.5.1 1.

Zonnepanelen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te 23 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

2.

verlenen in afwijking van 6.4.2 c lid 2 om het bouwen van zonnepanelen bij de woning toe te staan, mits: a. het gaat om grondgebonden zonnepanelen binnen de gebieden die zijn aangemerkt als zone 2 en 3 zoals opgenomen op de in bijlage 22K.5 bij deze regels opgenomen 'geschiktheidskaart zonneen windenergie Bergen' dan wel diens rechtsgeldige opvolger; b. wordt aangetoond dat de zonnepanelen niet op het dak kunnen worden geplaatst vanwege de constructie of beschikbare ruimte; c. de oppervlakte aan zonnepanelen niet meer bedraagt dan noodzakelijk om in de eigen energiebehoefte te voorzien; d. wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing; e. er geen hinder ontstaat voor nabijgelegen woningen en het verkeer. Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.

6.6

Omgevingsplanactiviteit

6.6.1 1.

2.

Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende gebruiksactiviteiten uit te oefenen: a. aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 22K.4 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten; b. een ondergeschikte nevenactiviteit in de zin van een bed & breakfast; De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast; b. een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; c. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; d. het een nevenactiviteit betreft en de woonfunctie de overheersende functie blijft; e. geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; f. de oppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, mag maximaal 30% van het totale oppervlak van de gebouwen bedragen; g. er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; h. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; i. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; j. geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; k.

voor bed & breakfast gelden daarnaast de volgende voorwaarden:  er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok;  er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt;  degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert;  het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6;  de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m 2;  de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw.

24 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels over functies

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-ON01.

Artikel 8 a.

b.

Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan gemeente Bergen (L), zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: 1. het bepaalde in artikel 22.284 van het omgevingsplan gemeente Bergen (L) van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en 2. het bepaalde in artikel 22.286 van het omgevingsplan gemeente Bergen (L) van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10

Bouwactiviteit – algemeen

10.1 Ondergronds bouwen – algemeen 10.1.1 Ondergrondse werken en werkzaamheden Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 10.1.2

Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.

ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; indien geen bouwvlak is opgenomen, dan zijn ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw; het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²; de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden.

10.1.3 Afwijken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 10.1.2 onder c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,5 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 10.1.4 Zwembaden Op een bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden:

25 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

a. b. c. d.

het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van de zijdelingse en van de achterste perceelsgrens; het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; de oppervlakte van het zwembad mag maximaal 50 m² bedragen; de diepte van het zwembad bedraagt maximaal 3 meter onder peil.

10.2 Hydrologisch neutraal bouwen Het bebouwen van de gronden is slechts toegestaan indien dit geen negatieve hydrologische gevolgen heeft voor de omliggende gronden. De aanleg van een waterhuishoudkundige voorziening dient op eigen terrein plaats te vinden en in stand te worden gehouden. 10.3 Parkeren 10.3.1 Beoordelingsregel parkeren op eigen terrein a.

b.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan Bergen (L) wordt voor een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, alleen verleend, indien op het bijbehorende bouwperceel in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 22.26 van het omgevingsplan Bergen (L).

10.3.2 Afwijken beoordelingsregel parkeren op eigen terrein Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan Bergen (L) te verlenen in afwijking van 10.3.1 indien: a. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; b. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie.

Artikel 11 11.1

Gebruiksactiviteiten – algemeen

Verboden gebruik

Het is in ieder geval verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h.

het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie; het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens als coffeeshop; het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte; het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval; het inpandig of in de openlucht opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen; het inpandig of in de openlucht opslaan en/of opgeslagen houden van goederen; het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en gebouwen voor tijdelijke of permanente bewoning; het innemen van een ligplaats met een vaartuig, waarbij ter plaatse sprake is van horeca-activiteiten, of met een vaartuig dat gebruikt wordt ten behoeve van een seksinrichting of prostitutie.

11.2 Landschappelijke inpassing (voorwaardelijke bepaling) Voor de hierna genoemde locatie is het gebruik van de toegevoegde bouw- en/of gebruiksmogelijkheden ten opzichte van het voorheen geldende omgevingsplan, zoals dat gold op de datum van het besluit over het inpassingsplan zoals opgenomen in de tabel landschappelijke inpassing bij deze regels, uitsluitend toegestaan 26 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

onder de voorwaarde dat sprake is van een landschappelijke inpassing en/of van sloop van bebouwing overeenkomstig het inpassingsplan zoals genoemd in de tabel landschappelijke inpassing bij deze regels, waarbij het volgende in acht moet worden genomen: a. De inpassing wordt gerealiseerd overeenkomstig het inpassingsplan en uiterlijk op de datum genoemd in de volgende tabel en wordt vervolgens in stand gehouden; Tabel landschappelijke inpassing Locatie/adres

Datum wijzigingsbesluit omgevingsplan

Landschappelijk inpassingsplan

Dient te zijn gerealiseerd op

Vrij 27, 5853EJ te Siebengewald

7 juli 2026

Inpassing dient te geschieden overeenkomstig het inpassingsplan, zoals bij deze regels gevoegd als bijlage 22K.3

2 jaar na het onherroepelijk worden van het TAMomgevingsplan ‘Vrij 27 Siebengewald’.

11.3 Uitvoeren bodemonderzoek (voorwaardelijke bepaling) Voor de hierna genoemde locatie is het gebruik van de toegevoegde bouw- en/of gebruiksmogelijkheden ten opzichte van het voorheen geldende omgevingsplan, zoals dat gold op de datum van het besluit over het wijzigen van het omgevingsplan op onderstaande locatie, zoals opgenomen in de tabel bodemonderzoek bij deze regels, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een goede bodemkwaliteit, ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat, waarbij het volgende in acht moet worden genomen: a. Voorafgaand aan de sloop wordt een inventariserend bodemonderzoek conform NEN5707 uitgevoerd; b. Na de sloop, en voor de bouw van de nieuwe woningen incl. bijbehorende bouwwerken, dient een eindonderzoek naar de bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, conform NEN5740. Tabel bodemonderzoek Datum wijzigingsbesluit Asbest inventariserend onderzoek omgevingsplan (NEN5707)

Locatie/adres

Vrij 27, 5853EJ te 7 juli 2026 Siebengewald

Artikel 12 12.1

Dient te worden uitgevoerd voorafgaand aan de sloop van de bedrijfsbebouwing ter plaatse.

Eindonderzoek bodemkwaliteit (NEN5740) Dient te worden uitgevoerd na de sloop en voor de bouw van de nieuw woningen incl. bijbehorende bouwwerken.

Afwijken – algemeen

Algemeen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 met betrekking tot: a. b.

de in de regels gegeven (inhouds-)maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de regels, en toestaan dat het locatievlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft tot een maximale afmeting van 3 m;

27 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

c. d.

e.

f.

de regels ten aanzien van de dakhelling van de kap van gebouwen, indien het stedenbouwkundig beeld zich hiervoor leent ten behoeve van een bijzonder gebouw; de regels ten aanzien van de (bouw)hoogte van overige bouwwerken, en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken wordt vergroot: 1. ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 65 m boven NAP, onder de voorwaarden dat:  deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; 2. ten behoeve van speelvoorzieningen, beeldende kunst en dergelijke tot maximaal 10 m; 3. ten behoeve van de bouw van andere overige bouwwerken tot 8 m; de situering en de begrenzing van bouwpercelen dan wel locatievlakken of functievlakken indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de ingekomen aanvragen nodig zijn ter uitvoering van een plan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bouwvlak, met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd. het gebruiken van bouwwerken en gronden, waarop krachtens de regels van dit omgevingsplan niet mag worden gebouwd, ten behoeve van de realisering van voorzieningen voor duurzame energieopwekking, zoals passieve, actieve en fotovoltaïsche zonne-energie en kleinschalige windmolens, waarbij geldt dat: 1. de energieopwekking voor eigen gebruik is; 2.

de voorzieningen voor duurzame-energieopwekking worden opgericht binnen een zone van maximaal 100 m aansluitend aan een agrarisch locatievlak dan wel het functievlak 'Wonen'; 3. de bouwhoogte van windmolens maximaal 15 m mag bedragen; 4. de bouwhoogte van overige voorzieningen voor duurzame-energieopwekking maximaal 5 m mag bedragen; 5. grondgebonden zonnepanelen uitsluitend zijn toestaan binnen de gebieden die zijn aangemerkt als zone 2 en 3 zoals opgenomen op de in bijlage 22K.5 bij deze regels opgenomen 'geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen' danwel diens rechtsgeldige opvolger; 6. windmolens dienen te worden uitgeschakeld bij een snelheid van < 6 m/s; 7. er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van de belangen van omwonenden; 8. er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van landschappelijke, natuurlijke en/ of cultuurhistorische waarden.

12.2 Aanvulling voor functie ‘Wonen – 5’ De afwijkingen zoals genoemd in artikel 12.1 onder a, b, c en d, kunnen niet worden toegepast op gronden welke zijn aangewezen als ‘Wonen – 5’.

12.3

Afwijkingsregels met nadere beoordeling

Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 en staan een gewijzigde landschappelijke inpassing toe, onder de voorwaarden dat: 1. 2. 3.

er sprake is van gewijzigde omstandigheden die aanleiding geven tot een aangepaste landschappelijke inpassing; de gewijzigde landschappelijke inpassing tenminste een gelijkwaardige landschappelijke kwaliteit waarborgt als het inpassingsplan ‘Vrij 27, Siebengewald’ d.d. 28 oktober 2025; het nieuwe inpassingsplan voorzien is van een positief advies van de kwaliteitscommissie.

28 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken 13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 10 %. 13.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik 13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan.

29 ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald’

BESLUITGEBIED Besluitgebied

FUNCTIES EN ACTIVITEITEN T

Tuin

W-4

Wonen - 4

W-5

Wonen - 5

R 560 12

R 760

R 561

GEBIEDSAANWIJZINGEN

25

uitsluiting vergunningvrije bouwwerken

LOCATIE gevellijn R 1133

W-4

R 732

OMGEVINGSNORM EN OMGEVINGSWAARDE 27

T

u

u

400

R 733

Vrij

14

maximum bijbehorende bouwwerken (m²)

R 1117

W-5

W-4

16

Gewijzigd

: 29.04.2026

Gewijzigd

: 29.10.2025

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald R 1132 R 820

N

29

Gemeente Bergen (L)

R 194

Planstatus

: vastgesteld

Vastgesteld

: 7 juli 2026

Datum

: 08.04.2025

Schaal

: 1:1000

plankaart

Projectnummer : 2025.22-07 R 197

NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17033221/1