Jaarstukken 2021
Tekst van het document
In 2021 werkten we nog met een kostenverdeelmodel, waarbij alle interne kosten verzameld werden in de kostenverdeelstaat. Kostentoedeling vond modelmatig plaats aan de functionele taakvelden, indirecte kosten werden toegerekend aan het taakveld Overhead. In 2022 doen we een onderzoek naar de mogelijkheid van het afschaffen van de kostenverdeling. Hiermee wordt de administratie nog transparanter ingericht en is kostentoedeling niet meer nodig en werken we in lijn met de notitie overhead van de commissie BBV. Wat hebben we ervoor gedaan? Kostentoedeling is toegepast volgens de methode die in de begroting 2021 was opgenomen. Hiermee passen we een consistent systeem toe waarbij alle (directe en indirecte) kosten verantwoord worden op de juiste taakvelden.
48
Wat heeft het gekost? Baten en Lasten
Overhead
(bedragen x € 1.000)
Rekening
Begroting 2021
Rekening
Verschil
Omschrijving
2020
Primitief
Definitief
2021
Totale lasten
5.809
6.840
7.291
7.291
0
Totale baten
0
0
0
0
0
5.809
6.840
7.291
7.291
0
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
Onttrekking aan reserves
89
0
0
0
0
Mutaties reserves
89
0
0
0
0
5.720
6.840
7.291
7.291
0
Resultaat voor bestemming Reserves
Resultaat na bestemming
49
Deel 3 De Paragrafen
In de navolgende paragrafen bespreken wij onderwerpen die van belang zijn voor het inzicht in de financiële positie. De paragrafen bevatten de beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten en de lokale heffingen. Om die reden behoren deze tot de programmabegroting. De artikelen 9 tot en met 16 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijven deze verplichte paragrafen voor. Achtereenvolgens komen aan de orde: de lokale heffingen, het weerstandsvermogen, onderhoud kapitaalgoederen, de financiering, de bedrijfsvoering, de verbonden partijen en het grondbeleid en de corona crisis.
50
Paragraaf A Lokale Heffingen Algemeen De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste: a. de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Van de lokale heffingen die bij de algemene dekkingsmiddelen horen is de OZB het belangrijkste. Ook de opbrengsten toeristenbelasting en forensenbelasting worden als algemeen dekkingsmiddel aangemerkt. Daarnaast zijn er nog heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen horen, maar wel in het beleidsmatige deel van het overzicht betrokken zouden kunnen worden. Onder deze profijtheffingen vallen voornamelijk legesinkomsten, zijnde gevraagde vergoedingen voor de door of vanwege de gemeente verstrekte diensten.
Bij de bepaling van de tarieven wordt gestreefd naar maximale kostendekking. Beleid De ontwikkeling van de gemeentelijke belastingen is gebaseerd op de financiële kaders, die zijn voortgekomen uit het coalitieakkoord 2018-2022 'energiek aan de slag !'. Handhaven structureel en reëel evenwicht. Opbrengst onroerendezaakbelasting is in 2021 verhoogd met het inflatiecijfer van 2,2%. De verblijfsbelasting bedraagt in 2021 € 1,25 per persoon per overnachting. Tarieven afvalstoffenheffing in 2021 zijn kostendekkend. Bij de vaststelling van het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan (GRP) in 2020 is besloten om het tarief van het rioolrecht jaarlijks aan te passen met het inflatiecijfer. In 2021 bedroeg dit percentage 2,2%. Sinds 2012 verzorgt de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) de uitvoering van gemeentelijke belastingen en de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De bevoegdheden zijn overgedragen aan deze gemeenschappelijke regeling. Bij de gemeente is alleen vaststelling beleid en regievoering overgebleven.
51
Omschrijving Algemene heffingen Onroerende zaakbelasting Niet woningen Woningen Verblijfsbelasting Reclamebelasting Forensenbelasting Begrafenisrechten Subtotaal Profijtheffingen Secretariegelden Paspoorten/rijbewijzen Bijzondere wetten Omgevingsvergunningen Afvalstoffenheffing Rioolrecht Subtotaal Totalen belastingen en retributies
Rekening 2020
Begroting 2021
Rekening 2021
729.094 1.556.906 422.668 8.640 49.763 9.474
774.447 1.525.668 503.400 7.200 35.409 15.000
763.852 1.541.815 477.476 8.529 56.792 13.110
2.776.545
2.861.124
2.861.574
21.549 106.687 3.601 258.461 1.287.087 1.428.492
20.500 215.600 5.000 277.370 1.366.802 1.372.811
20.983 126.440 4.822 501.001 1.422.830 1.471.173
3.105.877
3.258.083
3.547.249
5.882.422
6.119.207
6.408.823
Wet WOZ OZB als percentage van de waarde Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) taxeert de gemeente alle onroerende zaken binnen de gemeentegrenzen. Voorbeelden van onroerende zaken zijn: woningen, bedrijfspanden en bouwkavels. De WOZ-waarde is belangrijk omdat deze waarde jaarlijks als grondslag dient voor de onroerendezaakbelastingen van de gemeente en voor belastingen van het Rijk en het Waterschap. Sinds 2007 vindt er jaarlijks een algehele hertaxatie plaats. Hierbij is de periode tussen de peildatum en de aanvang van het nieuwe WOZ-tijdvak verkort van twee naar één jaar. De aanslagen OZB 2021 zijn derhalve gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2020. Met ingang van 1 januari 2012 hebben wij de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen uitbesteed aan het BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen). Een belangrijk onderdeel daarvan betreft de WOZ. De beleidsregels en verordeningen worden door de gemeenteraad vastgesteld. Onroerende zaak belastingen Met dagtekening 28-03-2021 zijn nagenoeg alle objecten in de gemeente Bergen in het kader van de uitvoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) opnieuw gewaardeerd en beschikt. De heffingsgrondslag voor de berekening van de onroerende zaakbelastingen is de op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken vastgestelde WOZ-waarde.
De verhoging van de WOZ-waarden eigenaren woningen is 8,1%. De niet-woningen zijn gedaald met 0,9%. De no cure no pay-bureaus manifesteren zich steeds meer in de landelijke en lokale media. Hierdoor neemt ook jaarlijks het aantal bezwaarschriften toe. Door een veranderde landelijke systematiek moet de taxatie op € 1.000 nauwkeurig plaatsvinden. In de praktijk is het nagenoeg onmogelijk om dit op € 1.000 nauwkeurig te taxeren, waardoor het aantal bezwaarschriften stijgt.
52
Tariefsoort Ozb-eigenarentarief voor woningen Ozb-eigenarentarief voor niet-woningen Ozb-gebruikerstarief voor niet-woningen
2020 2021 0,11452% 0,10654% 0,21927% 0,23009% 0,18405% 0,19612%
Aantal bezwaarschriften per heffingsjaar
2018
2019
2020
2021
Afgehandeld
316
266
421
482
In behandeling
4
2
2
5
320
268
423
487
Woningen
141
108
253
346
Niet-woningen
44
47
31
48
185
155
284
394
98,3%
99,5%
99,7%
99,0%
Afwijzingen
54,2%
53,8%
52,4%
51,0%
Toewijzingen
45,8%
46,2%
47,6%
49,0%
Bezwaarschriften
Totaal WOZ Bezwaren Woz object onder bezwaar
Totaal Voortgang afhandelproces Afgehandelde WOZ bezwaren Percentage toe- en afwijzingen
Verblijfsbelasting De tarieven voor de verblijfsbelastingen zijn in 2021 gewijzigd ten opzichte van 2020. Het tarief is gestegen met € 0,05 per overnachting en bedraagt in 2021 € 1,25 per overnachting. De totale opbrengst voor 2021 is geraamd op € 503.400. In totaal is er in het belastingjaar 2021 € 477.476 aan verblijfsbelasting ontvangen. Daarnaast is een bedrag van € 44.746 terugbetaald, betrekking hebbende op afrekeningen van voorgaande jaren. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt geheven van personen die niet staan ingeschreven in de GBA van gemeente Bergen, maar die hier wel een woning in hun bezit hebben en daar ook gedurende langere tijd verblijven. De heffingsgrondslag voor de forensenbelasting is de WOZ-waarde. Bij de bepaling van het tarief is in overeenstemming met de geldende systematiek rekening gehouden met wat hiervoor bij de onroerende zaak belasting is vermeld. In 2021 zijn er 31 belastingplichtigen geweest die een aanslag hebben ontvangen. De tarieven bedragen in 2021 bij een waarde in het economisch verkeer van: € 60.000 of minder € 281; € 60.001 tot en met € 120.000 € 574; € 120.001 tot en met € 180.000 € 1.337; € 180.001 tot en met € 299.000 € 2.478; € 299.001 of meer € 2.713.
53
Leges, rechten en heffingen De gemeentelijke verordeningen worden regelmatig getoetst aan nieuwe regelgeving, jurisprudentie en andere relevante ontwikkelingen. De wettelijke grondslag is geregeld in de artikelen 216 tot en met 229 van de Gemeentewet. Het heffen van de leges vindt plaats als vergoeding voor geleverde diensten. Wij streven naar een kostendekkende opbrengst van de legesverordening. De legesverordening en de daarbij horende tarieventabel wordt in 2022 geactualiseerd. Kostendekkendheid Overzicht kostendekkendheid legestarieven 2021 Omschrijving
Aantal
Kosten
Opbrengsten Percentage
2021
2021
2021
3.607
244.243
148.946
60,98%
2021
Titel 1
Algemene dienstverlening
Hoofdstuk 1
Burgerlijke stand
49
38.138
8.555
22,43%
Voltrekking huwelijk en registratie partnerschap
25
36.204
8.075
22,30%
Trouwboekje of partnerschapboekje
24
1.934
480
24,82%
Naspeuringen registers burgerlijke stand
0
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
1.253
76.850
60.607
78,86%
Paspoorten
340
20.758
21.777
104,91%
Nederlandse identiteitskaart personen
321
19.777
20.809
105,22%
Nederlandse identiteitskaart personen jeugd
592
36.315
18.021
49,62%
1.772
79.383
57.966
73,02%
Hoofdstuk 2
Reisdocumenten
Hoofdstuk 3
Rijbewijzen
Hoofdstuk 4
Verstrekkingen Gemeentelijke basisadministratie
148
29.878
10.047
33,63%
Verstrekkingen GBA persoonsgegevens
132
1.934
1.320
68,25%
Naspeuringen gemeentelijke basisadministratie
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
16
27.944
8.727
31,23%
Besluit optie- en naturalisatiegelden Hoofdstuk 5
Verstrekkingen kiezersregister
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 6
Verstrekkingen Wet bescherming persoonsgegevens
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 7
Bestuursstukken
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 8
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 9
Overige publiekszaken
275
8.083
7.013
86,76%
Verklaring omtrent het gedrag
119
5.746
4.921
85,64%
Attestatie de vita
133
1.892
1.862
98,41%
Legalisatie handtekening
23
445
230
51,69%
Hoofdstuk 10
Gemeentearchief
0
0
0
0
Hoofdstuk 11
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 12
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 13
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 14
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 15
Winkeltijdenwet
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 16
Kansspelen
6
223
552
247,53%
54
Hoofdstuk 17
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 19
Verkeer en vervoer
77
2.115
2.657
125,63%
Hoofdstuk 20
Diversen
27
9.573
1.549
16,18%
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Evenementenvergunning
17
7.903
1.165
14,74%
Standplaatsvergunning en ontheffing kampeerverbod Aanvraag overige vergunningen en beschikkingen ingevolge de APV
10
1.670
384
22,99%
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Geluidhinder
Omschrijving
Aantal
Titel 2
Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
Hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
Hoofdstuk 2
Vooroverleg
Hoofdstuk 3
Kosten
230
Opbrengsten Percentage
272.206
507.032
186,27%
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
15
10.146
6.032
59,45%
Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning bouwactiviteiten minder dan € 5.000 Omgevingsvergunning bouwactiviteiten € 5.000 tot € 10.000 Omgevingsvergunning bouwactiviteiten € 10.000 tot € 15.000 Omgevingsvergunning bouwactiviteiten € 15.000 tot € 25.000 Omgevingsvergunning bouwactiviteiten € 25.000 tot € 50.000 Omgevingsvergunning bouwactiviteiten € 50.000 tot € 100.000 Omgevingsvergunning bouwactiviteiten € 100.000 tot € 200.000 Omgevingsvergunning bouwactiviteiten € 200.000 of meer Omgevingsvergunning bouwactiviteiten achteraf ingediende aanvraag
215
262.060
501.000
191,18%
9
5.620
504
8,97%
13
11.322
3.978
35,14%
1
2.261
389
17,20%
7
6.046
3.918
64,80%
7
8.931
5.385
60,30%
13
16.534
18.285
110,59%
12
15.878
27.610
173,89%
42
110.765
415.849
375,43%
0
0
0
0,00%
Aanlegactiviteiten Planologisch strijdig gebruik waarbij sprake is van een bouwactiviteit Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit
4
4.331
1.475
34,06%
28
48.173
20.202
41,94%
13
8.649
1.422
16,44%
Brandveiligheid
2
1.670
456
27,31%
Monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten
3
1.364
531
38,93%
Sloopactiviteiten
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Sloopmelding
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Kappen Projecten of handelingen i.h.k.v. de Natuurbeschermingswet 1998
61
20.516
996
4,85%
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Handelingen in het kader van de Flora- en Faunawet
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Andere activiteiten omgevingsvergunning
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Beoordeling bodemrapport
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Verklaring van geen bedenking
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
55
Hoofdstuk 4
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 5
Teruggaaf
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 6
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 7
Intrekking omgevingsvergunning Wijziging omgevingsvergunning als gevolg wijziging project
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 8
Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 9
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 10
In deze titel niet benoemde beschikking
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Omschrijving Titel 3
Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1
Horeca
Hoofdstuk 2
Aantal
Kosten
57
13.246
Opbrengsten Percentage
4.232
31,95%
50
12.689
4.092
32,25%
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 3
Prostitutiebedrijven
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 4
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 5
Gereserveerd
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 6
Gebruiksvergunning brandveiligheid
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Hoofdstuk 7
Diversen (APV Exploitatievergunning drank- en horeca)
7
557
140
25,13%
3.894
529.695
660.210
124,64%
totaal generaal
Afvalstoffenheffing Bij de vaststelling van de tarieven 2021 (raadsbesluit 15 december 2020) heeft de raad een amendement ingediend waarbij het tarief van vastrecht met 8,5 % (€ 10) is verhoogd en de variabele tarieven met 17 %. Zie tabel hieronder. 2020
2021
Vastrecht
117,00
127,00
GFT 25 ltr bak
3,30
3,86
GFT 80 ltr bak
4,56
5,34
GFT 140 ltr bak
5,93
6,94
Rest 40 ltr bak
3,99
4,67
Rest 60 ltr afvalzak ondergrondse container
2,60
3,04
Rest 80 ltr bak
5,24
6,13
Rest 140 ltr bak
7,11
8,32
Rest 240 ltr bak
10,24
11,98
Voor een gemiddeld huishouden bedroeg bij een aantal ledigingen van 12x de 140 liter restafvalcontainer en 7x de 140 liter Gft-container in 2021 het totaaltarief € 275,42.
56
Kostendekkendheid Afval Kosten taakveld (incl. omslagrente)
Begroting 2021
werkelijk
1.410.365
1.203.132
Inkomsten taakveld excl heffingen
170.672
170.683
1.239.693
1.032.449
Overhead incl. omslagrente BTW
122.493 101.682
122.493 223.947
Totaal toe te rekenen
224.175
346.440
Totale kosten
1.463.868
1.378.889
Opbrengst heffingen
1.366.802
1.427.537
Dekkingspercentage
93%
104%
Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten
Rioolrechten Het tarief bedraagt in 2021 € 240,70. Kostendekkenheid Rioolheffing
raming 2021
werkelijk
Kosten taakveld (incl. omslagrente)
1.208.289
1.015.336
Inkomsten taakveld excl heffingen
0
0
1.208.289
1.015.336
Overhead incl. omslagrente BTW
200.510 -35.988
200.510 255.327
Totaal toe te rekenen
164.522
455.837
Totale kosten
1.372.811
1.471.173
Opbrengst heffingen
1.372.811
1.471.173
Dekkingspercentage
100%
100%
Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten
Kwijtschelding De kwijtscheldingsnorm is in 2021 gehandhaafd op 100% van de bijstandsnorm. Door deze maatregel komen alle mensen met een minimum inkomen in principe in aanmerking voor kwijtschelding van de lokale heffingen. Er kan voor het vastrecht van de afvalstoffenheffing kwijtschelding worden verleend. Kwijtschelding voor de onroerende zaakbelasting, de rioolheffing en andere belastingen is niet mogelijk. Net als in voorgaande jaren is er een automatische kwijtschelding verleend aan personen die al 2 jaar kwijtschelding kregen, een inkomen op bijstandsniveau hebben en bekend zijn bij sociale zaken. Hieronder een overzicht van de aangevraagde kwijtscheldingen.
57
Aantal verzoekschriften voor kwijtschelding per heffingsjaar
2018
2019
2020
2021
Aantal verzoekschriften
248
237
308
167
Totaal
248
237
308
167
100,0%
100,0%
100,0%
99,4%
41,7%
31,7%
22,0%
28,9%
Geautomatiseerd
44,9%
55,0%
68,5%
51,2%
Handmatig
13,4%
13,3%
11,8%
19,9%
58,3%
68,3%
80,3%
71,1%
11.133
12.785
16.101
14.507
Voortgang afhandelproces Afgehandeld Percentage toe- en afwijzingen Afwijzingen Toewijzingen
totaal Bedrag
Met ingang van 1 januari 2012 is de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen naar de BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) in Roermond over gegaan. Dit betekent dat de uitvoeringswerkzaamheden van de kwijtscheldingen ook door het samenwerkingsverband wordt afgehandeld.
58
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a. netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; 4. structurele exploitatieruimte; 5. belastingcapaciteit. e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan hoe solide de financiële huishouding van de gemeente is. Een financieel weerstandsvermogen is van belang wanneer er zich financiële tegenvallers voordoen. In de raadsvergadering van 15 december 2020 is de nota risicomanagement en weerstandsvermogen gemeente Bergen geactualiseerd. Deze nota geeft het beleid weer dat onze gemeente voert met betrekking tot risicomanagement. Belangrijk onderdeel van het managen van risico’s is de mate waarin risico’s opgevangen kunnen worden (de berekening van de weerstandscapaciteit).
De nota is een uitwerking van de Gemeentewet, het Besluit begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële Verordening gemeente Bergen. In de Financiële Verordening is tevens vastgelegd dat de nota waarin de uitgangspunten voor risicomanagement en weerstandsvermogen worden behandeld, tenminste eenmaal in de vier jaar wordt beoordeeld op actualiteit en toepasbaarheid of zoveel vaker als gewijzigde wet- en regelgeving of omstandigheden dit eisen. De nota is primair bedoeld als kaderstellend instrument voor de gemeenteraad om risicomanagement in de organisatie in te richten. De nota bakent de formele kaders af waarbinnen het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie dienen om te gaan met het cyclische proces van inventariseren, beoordelen en kwantificeren van risico’s en het uitvoeren van beheersmaatregelen om de gevolgen van risico’s te verkleinen. De nota vervult een ondersteunende rol bij de Planning, Reporting en Controlling producten (de risico’s worden opgenomen in de verplichte paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing) en draagt bij aan een solide financiële huishouding van de gemeente. Opbouw paragraaf weerstandsvermogen Iedere gemeente heeft te maken met risico's bij de uitvoering van haar taken. Deze risico's lijken toe te nemen door de uitbreiding van het takenpakket en de complexer wordende samenleving.
Een goed afgestemde financiële buffer oftewel weerstandscapaciteit is nodig om te voorkomen dat tegenvallers dwingen tot bezuinigingen of drastische beleidsbijstellingen. Risico's kunnen behoorlijk impact hebben op de organisatie, daarom is het van belang om de risico's goed in beeld te houden. De belangrijkste risico's moeten door adequate maatregelen beheerst worden.
59
Weerstandsvermogen is het vermogen van een gemeente om niet-structurele risico's op te kunnen vangen, zodat het afgesproken takenpakket toch onverkort kan worden uitgevoerd. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet. Weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt/ kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Voor het kunnen beoordelen van het weerstandsvermogen is het noodzakelijk de aanwezige weerstandscapaciteit te analyseren in samenhang met de omvang en achtergronden van de risico’s. Er zijn geen uniforme antwoorden te geven op de vraag hoe groot het weerstandsvermogen van een gemeente zou moeten zijn. Dit is sterk afhankelijk van de eigenheid van de gemeente en het risicoprofiel dat zij heeft. Hoe ziet de sociale structuur eruit, zijn er nog groeipotenties, hoe is de bedrijfsvoering: voorzichtig of worden risico’s geaccepteerd? De paragraaf is als volgt opgebouwd: - Stand van zaken; - Aanwezige risico’s; - Berekening weerstandsvermogen; - Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit; - Financiële kengetallen.
Stand van zaken aanwezige risico's Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt rekening gehouden met de veronderstelling dat nooit alle risico's zich zullen voordoen en zeker niet allemaal tegelijk en in maximale omvang. Door deze benadering kan op een verantwoorde wijze een lagere weerstandscapaciteit worden aangehouden. Er wordt uitgegaan van een zekerheidspercentage van 70%. Waardering
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Gemeente Bergen streeft naar beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambities en de daarmee samenhangende risico’s. Het uitgangspunt daarbij is een uitstekend weerstandsvermogen; dat betekent een ratio weerstandsvermogen > 2,0 met als waardering A Berekening weerstandsvermogen De uitkomst van het weerstandsvermogen is als volgt bepaald: Rekening 2020
Rekening 2021
Incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Totaal weerstandsvermogen
13.509.000 573.680 14.082.680
12.606.885 558.666 13.165.551
Benodigde weerstandscapaciteit
2.598.050
2.316.650
60
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
2020 Ratio weerstandsvermogen
Beschikbare weerstandscapaciteit
14.082.680 =
Benodigde weerstandscapaciteit (70%)
€ 2.598.050
Beschikbare weerstandscapaciteit
13.165.551 =
Benodigde weerstandscapaciteit (70%)
2.316.650
5,4%
2021
Ratio weerstandsvermogen
5,7%
Om de risico’s in kaart te brengen is bij het samenstellen van de nota risicomanagement en weerstandsvermogen een risico-inventarisatie uitgevoerd. Uit de inventarisatie zijn ruim 40 risico’s in beeld gebracht. Nadat de risico’s zijn benoemd zijn deze gekwantificeerd op: 1. de kans dat de gebeurtenis zich zal voor doen en 2. de financiële consequenties als zich dat risico voor zal doen. In de afgelopen periode zijn de risico’s nogmaals tegen het licht gehouden. In dit onderdeel zullen we ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen die zich kunnen voordoen en worden eventuele nieuwe risico’s benoemd. Risico
Toelichting
Gevolg
1
Oorlog in Oekraïne
Door de oorlog in Oekraïne zijn nu al nadelige effecten zichtbaar en die zullen naar p.m. verwachting toenemen. De prijzen van gas en elektriciteit zijn hoog en er zijn verliezen op de Europese beurzen en er ontstaat hoge inflatie. Niet alleen daar zit een risico, maar er zal ook opvang geregeld moeten worden voor de vluchtelingen.
2
Herverdeling gemeentefonds
Op 2 februari 2020 heeft demissionair minister van Binnenlandse Zaken Ollongren de Tweede Kamer geïnformeerd over de herverdeling van het Gemeentefonds. De Nederlandse gemeenten ontvangen ongeveer de helft van hun inkomsten uit het Gemeentefonds. De totale omvang hiervan bedraagt ongeveer € 30 miljard. Een groot deel van dit bedrag wordt vanaf 2023 anders verdeeld. De totale omvang van de uitkering uit het Gemeentefonds neemt niet toe of af. Maar dat neemt niet weg dat de nieuwe verdeling winnaars en verliezers kent. In juni 2020 is Binnenlandse Zaken met een aangepast voorstel voor een nieuwe verdeling van het gemeentefonds gekomen. Demissionair minister Ollongren heeft laten weten het huidige voorstel ‘nog een keer’ kritisch tegen het licht te houden. Naar verwachting treedt het nieuwe verdeelmodel per 2023 in werking.
€ 350.000
3
Energielandgoed Wellsmeer
Fase 4. Het doel is te komen tot een gedragen gebiedsontwikkeling voor het realiseren van duurzame energie, waarbij het realiseren van en voor de gemeenschap en participatie in het proces en deelname bij realisatie centraal staat.
€ 325.000
4
Jeugdzorg
Vanaf 2015 zijn we financieel verantwoordelijk voor vrijwel alle taken die met Jeugdzorg te maken hebben. Een van de grootste risico’s is het feit dat wij niet de enige verwijzers zijn. We hebben geen invloed op bepaalde vormen van specialistische hulp die heel erg duur zijn maar we moeten die als gevolg van een rechterlijke machtiging wel uitvoeren (bijvoorbeeld gesloten jeugdzorg met verblijfbehandeling in residentiële instellingen). Ook kunnen huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen doorverwijzen naar jeugdzorg trajecten. De afgelopen jaren hebben we voor verschillende jeugdigen duurdere verblijfsvormen ingezet. Omdat de problematiek bij deze jeugdigen veelal vrij complex is, worden naast verblijf zeer specialistische behandeltrajecten ingezet. Ook in 2021 hadden we jeugdigen in deze dure trajecten. Het aantal jeugdigen in dure trajecten blijft lastig te voorspellen.
€ 250.000
61
5
Corona BUIG (Bijstand/BBZ)
De definitieve impact van de coronacrisis op de uitkeringslasten is moeilijk in te schatten. In het begin van de coronacrisis (maart/april 2020) was een lichte stijging te zien in het aantal bijstandsgerechtigden. De verwachting is dat werkzoekenden eerst een beroep zullen doen op de WW. Tot op dit moment zien wij nog geen structurele stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. Ook de definitieve impact van de coronacrisis op de BBZ regeling is op dit moment moeilijk in te schatten.
€ 250.000
6
Corona Gemeenschappelijke Regelingen
De impact van de coronacrisis op de verschillende gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Bergen deelneemt, zijn op dit moment moeilijk te overzien. De eigen bijdrage die de gemeente aan GR'en als BsgW, Omnibuz, MGR en Veiligheidsregio betaalt, zouden verhoogd kunnen worden als gevolg extra (uitvoerings)kosten. Wet Maatschappelijke De kans blijft bestaan op een toenemend gebruik van de voorzieningen. De Wmo is Ondersteuning en blijft een open einde regeling en meer mensen zullen als gevolg van de vergrijzing een beroep doen op de Wmo. Het risico betreft de mogelijke overschrijding die optreedt in de tijd die nodig is om tot beleidsaanpassingen over te gaan.
€ 175.000
8
Leerlingenvervoer
Betreft een open-einde regeling.
€ 140.000
9
Belastingheffing
Indien BsGW niet meer aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen is Bergen voor ca. 1% aansprakelijk voor de schulden van BsGW. In het meest ongunstigste geval kan de gemeenten dan voor € 130.000 worden aangesproken.
€ 130.000
10
Participatie
Sociale uitkeringen (WWB) en Participatiewet. Voor de prognose van het aantal uitkeringsgerechtigden gaan wij uit van de cijfers van het UWV, CBS de ontwikkeling van ons eigen klantenbestand en de informatie van het werkgeverservicepunt. We zien dat ons uitkeringsbestand de laatste jaren tegen de landelijke ontwikkelingen in daalt. De verwachting van het Werkgeverservicepunt is dat het aantal banen voor laaggeschoolde arbeid in de regio Venlo de komende jaren stijgt. Juist onze doelgroep maakt aanspraak op deze banen. Voor 2021 en de daarop volgende jaren zijn wij ervan uit gegaan dat het volume van het aantal uitkeringen gelijk blijft.
€ 125.000
7
Top 10 geïnventariseerde risico’s Overige risico’s
€ 160.000
€ 1.905.000
Naast de top 10 risico’s zijn er nog 32 risico’s in kaart gebracht.
€ 1.404.500
Totaal geïnventariseerde risico’s
€ 3.309.500
Benodigde weerstandscapaciteit (70%)
€ 2.316.650
Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeente. Om dit te bereiken, is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: a. netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; b. solvabiliteitsratio; c. grondexploitatie; d. structurele exploitatieruimte; e. belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid.
62
1 A en 1 B Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een schuldquote lager dan 100% wordt als gezond ervaren. Hier zitten we ruim onder. 1 a. Netto schuldquote
A. B. C. D. E. F G.
H.
Va s te schul den Netto vl ottende s chul d Overl opende pa ss i va Fi na nci ël e vas te a cti va Li qui de mi ddel en Ui tzetti ngen korter da n 1 ja a r Overl opende a cti va Totaal Totale baten Netto schuldquote
1 b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle A. B. C. D. E. F. G. H.
verstrekte leningen
Va s te schul den Netto vl ottende s chul d Overl opende pa ss i va Fi na nci ël e vas te a cti va Li qui de mi ddel en Ui tzetti ngen korter da n 1 ja a r Overl opende a cti va Totaal Totale baten Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
(bedragen x € 1.000) 31-12-2020
31-12-2021
76%
75%
38.507 3.500 3.103 -1.332 70 -4.686 -758 38.404 50.820
(bedragen x € 1.000)
36.381 7.000 3.097 -1.444 -283 -3.994 -552 40.205 53.366
31-12-2020
31-12-2021
38.507 3.500 3.103 -714 70 -4.686 -758 39.022 50.820
36.381 7.000 3.097 -704 -283 -3.994 -552 40.945 53.366
77%
77%
2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. Over het algemeen wordt gesproken van een gezonde situatie als de solvabiliteitsratio hoger dan 20% is. In 2020 is de balanspositie gewijzigd in verband met het project Energiepark Wells meer. 2. A. B.
Solvabiliteitsratio Ei gen vermogen Ba l ans tota a l Solvabiliteitsratio
(bedragen x € 1.000) 31-12-2020
13.418 61.870 21,69%
31-12-2021
13.848 65.534 21,13%
3. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de grondexploitaties moet terugverdiend worden. Een laag kengetal is gunstig: de boekwaarde is dan beperkt in relatie tot de totale omzet van de gemeente. Onze grondexploitaties zijn heel beperkt wat terug komt in een heel laag kengetal. 3. A. B. C.
Grondexploitatie Ni et i n expl oi tati e bouwgrond Bouwgrond expl oi tati e Totaal Totale baten Kengetal grondexploitatie
(bedragen x € 1.000) 31-12-2020
0 1.968 1.968 50.820 3,87%
63
31-12-2021
0 1.009 1.009 53.366 1,89%
4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Ook wordt rekening gehouden met toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het verschil tussen de structurele baten en lasten wordt uitgedrukt in een percentage van de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. 4. A. B. C. D. E.
Exploitatie ruimte Tota l e l as ten Inci dentel e l a s ten Structurele lasten Tota l e ba ten Inci dentel e ba ten Structurele baten Toevoegi ng res erves Inci dentel e toevoegi ng Structurele toevoeging reserves Onttrek. res erves Inci dentel e onttrekki ng Structurele onttrekking reserves Saldo structureel Tota l e ba ten Structurele exploitatieruimte
(bedragen x € 1.000) 31-12-2020
49.479 -1.885 47.594 50.820 -1.743 49.077 1.282 -961 321 2.097 -1.516 581 1.743 50.820 3,43%
31-12-2021
50.614 -1.414 49.200 53.366 -551 52.815 0 -4.052 -4.052 478 -5.878 -5.400 2.267 53.366 4,25%
5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mogelijkheid om belastingtarieven te verhogen. Dit kan nodig zijn om financiële tegenvallers op te vangen of om ruimte te maken voor nieuw beleid. 5. A. B. C. D. E. F.
(bedragen x € 1.000) Belastingcapaciteit: woonlasten 31-12-2020 meerpersoonshuishoudens OZB gezi n gemi ddel de WOZ wa a rde 250,28 Ri ool heffi ng gezi n gemi ddel de WOZ wa a rde 221,00 Afva l s toffenheffi ng gezi n 202,00 Eventueel heffi ngs korti ng 0,00 Tota l e l as ten gezi n gemi ddel de WOZ wa a rde673,28 Woonl a sten l andel i jk gemi ddel de gezi n 817,37 Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens 82,37%
31-12-2021
281,72 241,00 275,00 0,00 797,72 816,60 97,69%
Samenvattend oordeel kengetallen De kengetallen voor het inzicht in onze financiële positie blijven allemaal gunstig. We zien zelfs een positieve ontwikkeling bij de kengetallen van: grondexploitatie, exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Heffing vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 is de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor overheidsondernemingen ingevoerd. Wij hebben een inventarisatie gemaakt van al onze activiteiten en daarbij aangegeven of mogelijk sprake is van een Vpb-plicht. Om te bepalen of sprake is van een belastingplicht moeten drie vragen beantwoord worden: 1. Is er sprake van duurzame organisatie van kapitaal en arbeid? 2. Is er deelname aan het economisch verkeer? 3. Worden voordelen beoogd of behaald? Kan een van de vragen met ‘nee’ worden beantwoord, dan is er geen belastingplicht. Op basis van onze jaarrekening zijn voor alle functies de drie vragen beantwoord. Conclusie is dat, met uitzondering van de grondexploitaties, geen enkele activiteit belastingplichtig is. Dit betekent dat er geen extra lasten zijn voor onze exploitatie.
64
Voor de grondexploitaties zijn we belastingplichtig. Per 1 januari 2021 hebben we nog zes grondexploitaties. Een voorlopige berekening is gemaakt van omzet en kosten. Op basis van deze berekening zijn wij over 2021 geen vennootschapsbelasting verschuldigd. In de jaarrekening is daarom geen bedrag opgenomen voor de heffing voor de vennootschapsbelasting. Mocht daadwerkelijke betaling van vennootschapsbelasting aan de orde zijn dan is dit voor de grondexploitaties en kunnen we deze dekken uit de algemene reserve grondexploitaties.
65
Paragraaf C Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Indeling De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen: a. wegen; b. riolering; c. water; d. groen; e. gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. Onze gemeente heeft veel openbare ruimte in beheer. In die openbare ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, speeltuinen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. In de gemeente Bergen vormen de lasten van het onderhoud van kapitaalgoederen ongeveer 10% van de jaarrekening 2021. Dit is inclusief de arbeidsuren en kapitaallasten. Voor het wegenonderhoudsplan en voor de rioleringen geldt dat voordelen voortvloeiende uit aanbestedingen niet aan de algemene middelen worden toegevoegd, maar aan de desbetreffende voorziening. Hieronder is een tabel opgenomen waarin de status van onderhoudsplannen voor kapitaalgoederen is verwerkt.
Naam
Jaar van vaststelling
Nieuwe vaststelling
Groenstructuurplan
2016
2026
Rioleringsplan
2019
2025
Verlichtingsplan
2013
2023
Onderhoud gemeentegebouwen
2016
2022
Wegenonderhoudsplan
2020
2025
Onderhoud speeltuinen
2015
2022
Openbaar groen Het groenstructuurplan bepaalt de contouren voor de inrichting van en het onderhoudsniveau voor het groen. Het plan geeft in hoofdlijnen een zicht op het groenareaal. In 2016 is een nieuw groenstructuurplan 2016-2026 vastgesteld. Er zijn een aantal kaders opgesteld op basis waarvan het groenstructuurplan is opgesteld: Goedkoper maar duurzaam beheer van het groen areaal. Het accentueren van de landschappelijke verscheidenheid. Het versterken van de ecologische waarden. Praktische en doelmatige inrichting. Het doel van het groenstructuurplan is het in beeld brengen van besparingen die mogelijk zijn waarbij met minder manuren het groenareaal op een acceptabel niveau (sober en doelmatig) onderhouden kan worden. Bij het opstellen van het plan is uitgegaan van een beleidsplan voor de komende 10 jaar.
66
Onderhoud
Ha
Openbaar groen
26,22
Gras
13,80
Beplanting
12,42
Wegen Als wegbeheerder is de gemeente Bergen verantwoordelijk voor de staat van onderhoud en veiligheid van vele openbare wegen binnen onze gemeente. Met een lengte van 293 km. en een oppervlakte van 1.285.600 m² vraagt het beheer van deze wegen een planmatige gestructureerde aanpak. De uitkomsten van de wegenschouw, planning en begroting zijn vastgelegd in het digitale beheersysteem van de gemeente Bergen (GBI). In het wegenbeheersplan is als streefwaarde het huidige kwaliteitsniveau aangehouden. Dit houdt in dat de weg functioneel in een goede staat is en waarbij het risico van aansprakelijkheid tot een minimum beperkt blijft. In het kader van het opstellen van de Nota Wegbeheer 2021-2024 heeft een ingenieursbureau in 2020 weg inspecties uitgevoerd. De globale conclusie is dat de gewenste investeringen worden onderschreven. De Nota Wegbeheer 2021-2024 is in december 2020 aan de Raad aangeboden en vastgesteld. Het college heeft de opdracht om te komen met een programmatische realiseerbare aanpak (meerjarenraming) voor de transformatie van de openbare ruimte, naar de door onze burgers gewenste kwaliteit en behoefte. De in deze nota genoemde beheerskosten zijn onder te verdelen in rehabilitatie- en onderhoudskosten. Over het algemeen worden de meer grootschalige (wegenbouwkundige) ingrepen betiteld als rehabilitatie.
Het plaatselijk repareren of conserveren van bestaande wegconstructies vallen onder onderhoudskosten. Op basis van de te verwachten werkzaamheden en aan de hand van resultaten uit het verleden is de budgetverhouding tussen rehabilitatiewerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden respectievelijk 65% om 35%. Met ingang van het jaar 2020 is de dotatie in de bestemmingsreserve structureel met € 25.000 verhoogd naar € 247.125. In de meerjarenraming wordt hiermee rekening gehouden. De kapitaallasten van de rehabilitatie van wegen worden gedekt door de reserve kapitaallasten infrastructuur. De stand van deze reserve is € 924.758 op 31 december 2021. Er is structureel € 229.000 in de exploitatie beschikbaar voor onderhoudslasten. Omschrijving
Rekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Onderhoudslasten
203
229
229
229
229
Kapitaallasten
582
862
862
842
786
Dotatie reserve kapitaallasten
247
247
247
247
247
Totaal
1.032
1.338
1.338
1.318
1.262
Kunstwerken Een goede en veilige staat van onderhoud van 42 kunstwerken is gegarandeerd door het programmatisch uitvoeren van onderhoud. Op basis van inspecties en kengetallen is een meerjarenplanning voor de onderhoudswerkzaamheden van de kunstwerken opgesteld. Uit deze meerjarenplanning blijkt dat, uitgezonderd een aanvullende investering voor het onderhoud van enkele grote kunstwerken, het structurele jaarlijkse budget voor de komende 5 tot 10 jaar toereikend is. Daarbij dient het per jaar beschikbare budget van € 20.000 van het ene naar het andere jaar overgeheveld te worden. Gelden uit jaren van minder onderhoud worden gespaard voor grote noodzakelijke onderhoudswerken in de toekomst.
67
Riolering Het nieuwe GRP van 2019 is een voortzetting van het huidige beleid met dien verstande dat het klimaat adaptief maken van de leefomgeving een meer prominente plaats heeft gekregen. Daarnaast ligt de focus de komende periode op het continueren van de afkoppel-activiteiten bij particulieren en in de openbare ruimte, het oplossen van een aantal knelpunten van wateroverlast, verbeteren van waterkwaliteit en regionale samenwerking. In jaren voorafgaand aan 2021 was een tariefverhoging van de rioolheffing niet noodzakelijk behoudens de inflatiecorrectie. In 2022 wordt een financiële actualisatie uitgevoerd waaruit zal blijken of het tarief van de rioolheffing nog voldoet. Het nieuwe GRP heeft een geldigheidsduur van zes jaar, van 2020 tot en met 2025. De voorziening riolering is ten behoeve van het onderhoud en vervanging. De stand van de voorziening riolering is per ultimo 2021 € 821.747. De aanbestedingsvoordelen worden in de voorziening teruggestort. Wij gaan er vanuit dat de voorziening toereikend is mits de jaarlijkse verhoging die in het GRP is aangegeven doorgevoerd wordt. De inspecties en het onderhoud worden planmatig uitgevoerd. Gebouwen De basis van de meerjarenonderhoudsplannen (mjop) is na enkele cycli van hercontroles verouderd en toe aan een “nulmeting”.
In 2021 werd een groot gedeelte van het gemeentelijk vastgoed opnieuw geïnventariseerd en is de onderhoudsstaat in kaart gebracht volgens de NEN2767-methode voor conditiemetingen. De uitkomsten van de inventarisatie zullen we borgen in een softwarepakket voor facilitair beheer om overzicht over de objecten te houden, efficiënter te kunnen werken, te sturen op risico’s en jaarlijks een geactualiseerd meerjarig onderhoudsplan op te stellen. Het plan zal in 2022 worden afgerond. Op dit moment heeft de Gemeente Bergen circa 44 objecten in eigendom met een verzekerde waarde van € 43 miljoen. In de loop van 2022 wordt een verbouwingsplan verder uitgewerkt voor het gemeentehuis om te voldoen aan de huidige Arbo-eisen en aan de eisen van duurzaamheid. Uitgangspunt is sober en doelmatig. Verlichting In mei 2013 is een Beleidsplan Openbare Verlichting 2013-2022 vastgesteld. In dit beleidsplan worden de uitgangspunten voor de plaatsing, vervanging, beheer en onderhoud van de openbare verlichting in onze gemeente voor de komende periode van 10 jaar beschreven en vastgelegd. Het plan bevat aanbevelingen die zich richten op de functies en kenmerken van de openbare ruimten met het daarbij het gewenste verlichtingsniveau. De uitwerking van dit beleidsplan leidt tevens tot de noodzakelijke investeringen.
Vervanging, beheer en het onderhoud van de openbare verlichting wordt jaarlijks uitgevoerd. De bestemmingsreserve bedraagt ultimo 2021 € 431.274. Bij een nadere doorrekening van de vervangingen bleek dat de bestemmingsreserve in het jaar 2021 te laag was en verhoogd moet worden met € 6.000. Dit betekent dat de dotatie in 2021 € 86.877 was. Per 31 december 2021 waren er 3.128 lichtmasten. De Energiemonitor openbare verlichting 2021 gemeente Bergen (peildatum december 2021) levert de volgende resultaten op t.o.v. de landelijke doelstellingen 31,4% energiebesparing: doelstelling 20% energiebesparing in 2020 en 50% in 2030. 54,5% energiezuinige verlichting: doelstelling 40% in 2021. 41,6% slim energiemanagement: doelstelling 40% in 2021. Uit de cijfers blijkt dat wij op alle punten boven de nationale doelstelling scoren. Speeltuinen Het onderhoud van de speelvoorzieningen in de gemeente Bergen wordt op het niveau “schoon, heel en veilig” uitgevoerd. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. Het speelruimteplan is in december 2020 in de raad aan de orde geweest. In de nota reserves en voorzieningen 2020 is voorgesteld om de voorzieningen aanschaf/vervanging recreatieve speeltoestellen en aanschaf/vervanging reguliere speeltoestellen te laten vervallen. Vanaf
68
de begroting 2021 is voor onderhoud en vervangingen van speeltoestellen een jaarlijks bedrag opgenomen van € 35.000. Dit geldt voor de jaren t/m 2024. Plan
Rekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Openbaar groen
180
127
127
127
Riolering
351
590
616
616
Wegen
181
229
229
229
Verlichting
61
42
42
42
Onderhoud gebouwen
65
75
75
75
Kunstwerken
0
20
20
20
Speeltuinen
12
20
20
20
Totaal
850
1.103
1.129
1.129
69
Paragraaf D Financiering Algemeen De paragraaf financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. Voor gemeenten is de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) van toepassing. De belangrijkste uitgangspunten van de Wet Fido zijn het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden alsmede het beheersen van renterisico’s. Het beleid voor de financiering binnen de gemeente Bergen is geregeld in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is het geheel aan regels waarbinnen de treasury-activiteiten plaats moeten vinden. Het betreft niet alleen de regels waar de treasuryfunctie zich aan moet houden, maar ook de bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van treasury-activiteiten.
Algemene interne en externe ontwikkelingen Intern Maandelijks wordt bekeken aan de hand van het banksaldo, het saldo van de schatkist en de ontwikkelingen intern (bijvoorbeeld investering) en extern (bijvoorbeeld oorlog) of er een langlopende lening afgesloten moet worden of dat het mogelijk is om overtollige middelen weg te zetten. De ontwikkelingen op de kapitaalmarkt van kortlopende- en langlopende financieringsmiddelen zijn ook mede bepalend voor het moment waarop een lening aangetrokken wordt. In 2020 is er ter consolidatie een vaste geldlening aangetrokken bij de Bank Nederlandse gemeenten van € 10 miljoen, looptijd 10 jaar en een rentepercentage van -0,1%. Verder is een vaste geldlening bij onze huisbankier aangetrokken van € 28.156.875 voor de financiering van de aankoop van de gronden en gebouwen van de provincie in het kader van het project Energielandschap Wells Meer. De looptijd van deze lening is 25 jaar en het rentepercentage bedraagt 0,180%. De verwachting is dat de rente de komende tijd gaat stijgen. We zullen dit goed monitoren en actie ondernemen als dit noodzakelijk is. Het treasurystatuut is ook gericht op het voorkomen van risico’s bij het uitzetten van gelden. Met de invoering van het schatkistbankieren zijn de mogelijkheden tot het uitzetten van gelden verder beperkt.
Extern Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het verwachte verloop van de rente. De gegevens van deze rentevisie zijn afkomstig van onze huisbankier de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. In de begroting 2021 is gerekend met een rentepercentage van 2%. Relatiebeheer & Kasbeheer Het huisbankierschap is in handen van de Bank Nederlandse Gemeenten. Verder wordt (in zeer beperkte mate) gebruik gemaakt van rekening-courant faciliteiten van de Rabobank. Deze rekening wordt vooral gebruikt voor het afstorten van contanten uit de kassa’s van het KCC.
70
Liquiditeitspositie Deze staat vermeldt de gemiddelde liquiditeitspositie over het jaar 2021 per kwartaal. Kolom1 Liquiditeitsberekening
Q1 2021
Q2 2021
Q3 2021
Q4 2021
1
Vlottende schuld (aanvang maand)
0 0
0 0
712 0
0 0
2
Vlottende middelen
69 255
0 270
0 0
0 279
(aanvang maand)
250 0
271 271
276 280
281 290
3
Netto vlottende schuld (+) Overschot vlottende middelen (-) (1-2)
-255 -250
-270 -271
712 -276
-279 -281
4
Gemiddelde netto vlottende schuld (+)/
69 -145
-271 -271
-280 52
-290 -283
5
Gemiddelde overschot vlottende schuld (-) Kasgeldlimiet
3.105
3.105
3.105
3.105
6a 6b
Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4) Overschrijding kasgeldliniet (4-5)
3.250 0
3.376 0
3.053 0
3.388 0
Berekening kasgeldlimiet 7 8
Begrotingstotaal Ministerieel percentage
36.524 8,5%
36.524 8,5%
36.524 8,5%
36.524 8,5%
9
Kasgeldlimiet (7x8)
3.105
3.105
3.105
3.105
Rentebeleid In de BBV is bepaald dat in de paragraaf Financiering een renteschema wordt opgenomen waaruit ook het renteresultaat blijkt. Daarnaast moet inzicht geboden worden in de financieringsbehoefte. De werkelijke rentelasten minus de baten omgeslagen over het totaal aan activa komt uit op een omslag-percentage van -0,06%. In de begroting 2021 is bij de toerekening van de rente aan de taakvelden uitgegaan van een omslagrente van 2%, dit is berekend over de boekwaarde per 1 januari van de activa behorende bij het taakveld. Door de hogere omslagrente hebben we een positief resultaat op het taakveld Treasury. Renteschema
Begroting 2021
Boekwaarde conform staat van activa
31.586.091
Rekening 2021 55.316.703
Grondexploitaties, in exploitatie genomen gronden
2.297.830
1.968.185
Totaal boekwaarde investeringen Financiering met langlopende gelden
33.883.921 11.500.000
57.284.888 39.081.875
Subtotaal Saldo reserves en voorzieningen
22.383.921 14.297.740
18.203.013 17.224.706
Financieringsoverschot c.q. tekort (-/-) Rentelasten/baten
8.086.181
978.307
Langlopende leningen Rente ambtenarenleningen
8.528 -21.989
58.451 -11.225
Rente lening optisport Rente kortlopende gelden
-15.900 0
-17.347 -21.968
Totale rentelasten
-29.361
7.911
Rente op basis van omslagpercentage
673.380
116.484
Saldo taakveld treasury
702.741
108.573
71
Risicobeheer Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico's. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten opgenomen, die de basis vormen voor alle transacties op dit gebied. Daarnaast geeft de Wet FIDO normen voor het beperken van risico's. De belangrijkste risicocategorie is het renterisico, waarvan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm belangrijke richtlijnen zijn ter beperking van renterisico's. De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een rente typische looptijd tot één jaar en de renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een rente typische looptijd vanaf één jaar. Het doel van deze normen van de Wet FIDO is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote verschillen optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico's. Kasgeldlimiet Het renterisico van de vlottende schuld wordt bepaald op basis van de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet wordt vastgesteld op basis van een percentage van de totale begrotingsomvang. Het percentage is door de minister vastgesteld op 8,5%. De gemeente mag voor deze ruimte kortlopende schulden aangaan. Verantwoording over de ruimte binnen de kasgeldlimiet wordt afgelegd aan de provincie. De kasgeldlimiet is gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal in 2021 € 3,15 mln.
Doordat de kortlopende schuld structureel niet hoger mag zijn dan de kasgeldlimiet, wordt het risico beperkt op grote fluctuaties in de korte rente, waarmee het begrotingsevenwicht in gevaar zou kunnen komen. Kasgeldlimiet
x € 1 miljoen Rekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Begrotingstotaal
37
36
36
36
36
Percentage
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
Kasgeldlimiet
3,15
3,06
3,06
3,06
3,06
Renterisiconorm Het renterisico over de vaste schuld wordt uitgedrukt in de mate van overschrijding van de renterisiconorm. De rente-risiconorm is een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage (sinds 2001 vastgesteld op 20%) van de vaste schuld per 1 januari van het betreffende jaar.
Rente risiconorm
Begroting 2021
x € 1 miljoen Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begrotingstotaal
37
36
36
36
36
Percentage
20%
20%
20%
20%
20%
Rente risiconorm
7,40
7,20
7,20
7,20
7,20
Leningen portefeuille De huidige leningenportefeuille bestaat uit leningen aangegaan met de NV Bank Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Waterschapsbank N.V. In 2020 hebben wij een tweetal vaste geldleningen aangetrokken.
72
Leningen
Bedrag
Stand leningen per 1 januari 2021
39.081.875
Vervroegde aflossingen
0
Reguliere aflossingen
2.701.275
Nieuw aan te trekken leningen Stand leningen 31 december 2021
0 36.380.600
Ontwikkeling pintransacties
2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Contante betaling 46% 42% 39% 37% 30% 30% 26% 27% 23% 22% 18% 17% 16% 13% 12% 12%
Pin/ chipknip 54% 58% 61% 63% 70% 70% 74% 73% 77% 78% 82% 83% 84% 87% 88% 88%
73
Paragraaf E Bedrijfsvoering Algemeen Indeling De paragraaf bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. Corona en thuiswerken Vanaf medio maart 2020 is door de overheid verplicht gesteld om thuis te werken tenzij… Het afgelopen jaar is door onze medewerkers in hoofdzaak vanuit thuis gewerkt. Ook in deze situatie is gelet op de duur ervan, de werkgever mede verantwoordelijk dat dit op een verantwoorde wijze gebeurt. Medewerkers die op basis van medische noodzaak behoefte hebben aan aangepaste hulpmiddelen voor het thuiswerken, zijn hierin gefaciliteerd. Denk daarbij o.a. aan aangepast meubilair. Daar waar geen medische noodzaak is, zijn medewerkers gefaciliteerd om in overleg met P&O gebruik te maken van bestaand meubilair om het thuiswerken mogelijk te maken. Ook zijn er extra beeldschermen aangeboden. Van deze mogelijkheden is goed gebruik gemaakt. Voor een definitief standpunt ten aanzien van thuiswerken en passende vergoeding en/of faciliteren van hulpmiddelen zal in 2022 nieuw beleid worden gemaakt. Dit beleid wordt gebaseerd op de grondslag van de af te sluiten nieuwe CAO en de mogelijkheden hierin op basis van fiscale regelgeving.
Organisatie De Gemeente Bergen acteert in een dynamische omgeving waarin zij haar toegevoegde waarde naar partners en burgers voortdurend moet bewijzen en waarin de verwachtingen hooggespannen zijn. Een goed openbaar bestuur doet er toe en dient daarin ondersteund te worden door een goed toegerust ambtelijk apparaat. Uitgangspunt is een sterke en flexibele eigen organisatie. In 2021 is gewerkt aan een organisatievisie en een daarbij passende structuur. De organisatievisie is gestoeld op vier thema’s, te weten leiderschap, kwaliteit werkorganisatie, dienstverlening en personeel & organisatie. Organisatieontwikkeling In 2021 is gewerkt aan de gewenste doorontwikkeling van de organisatie. Een ontwikkeling die aan de hand van een aantal thema’s gericht is op verbeteringen in de wijze waarop het werk is georganiseerd en de wijze waarop hieraan door de organisatie invulling wordt gegeven. Leiderschap Binnen het thema leiderschap is met name het Managementteam zich meer gaan richten op concernaangelegenheden, zoals de Planning, Reporting en Control cyclus en het bevorderen van voortgang in en faciliteren van projecten en programma’s. In de dagelijkse aansturing is ervoor gekozen om per team een medewerker te laten fungeren als eerste aanspreekpunt in de rol van coördinator of als teamleider.
In hiërarchische zin blijft de manager verantwoordelijk en daarmee is er geen extra hiërarchische laag. Zoals passend bij de schaal van Bergen blijft het een platte organisatie. Dienstverlening In 2021 heeft de gemeenteraad een dienstverleningsnota vastgesteld, die geleid heeft tot een uitvoeringsprogramma. De voortgang is periodiek teruggekoppeld in de commissie Samenleving. Met de uitwerking van de servicebeloften is werk gemaakt van het concretiseren van verbeterpunten in onze dienstverlening. Het afgelopen jaar is er als nulmeting een telefonisch bereikbaarheidsonderzoek gehouden. Verbeterstappen beginnen met inzicht en bewustzijn. Dit onderzoek levert waardevolle inzichten op hoe onze bereikbaarheid voor burgers, instanties, bedrijven etc. verder verbeterd kan worden. Eind 2021 is er nieuwe telefooncentrale aangeschaft waarmee de technische onvolkomenheden in de zin van doorverbinden en een goed inzicht in de bereikbaarheid van medewerkers tot een verdere
74
verbetering dient te leiden. De effecten in de zin van de technische bereikbaarheid zullen bij een volgend telefonisch onderzoek inzichtelijk worden. Kwaliteit werkorganisatie In 2021 is overgegaan tot de aankoop van een zaaksysteem waarmee het zaakgericht werken de komende jaren wordt geïmplementeerd. Processen worden gedigitaliseerd en zorgen ervoor dat processtappen in de afhandeling inzichtelijk en raadpleegbaar zijn. Zaken worden digitaal opgeslagen waar dat momenteel nog grotendeels analoog gebeurt. Dit betekent ook dat het papieren archief op termijn vervangen wordt door een digitaal archief. Het implementatieproces van zaakgericht werken is gestart eind 2021 en zal de komende jaren in de hele organisatie uitgerold worden. Gekoppeld aan de introductie van een zaaksysteem, waarin werkprocessen gedigitaliseerd worden, zullen deze werkprocessen nog eens doorgelicht worden. Immers een goede beschrijving van stappen om te komen tot producten en diensten is voor snelheid, betrouwbaarheid en continuïteit van onze dienstverlening van groot belang. In 2021 is een start gemaakt met juridische kwaliteitszorg. Op basis van inzichten in de (juridische) kwaliteit van ons werk, bijvoorbeeld aan de hand van bezwaarschriften, beroepsprocedures, klachten en meldingen, worden verbeteringen gerealiseerd.
Aan de hand van het principe van de lerende organisatie worden verbeterpunten gestructureerd aangepakt. Verder is in het kader van een correcte naleving van de Privacywet een e-learning traject door alle medewerkers gevolgd. De Rekenkamercommissie heeft opdracht gegeven tot een informatieveiligheidsonderzoek, waarvan de resultaten in 2022 bekend worden. Een onderzoek dat zich richt op de mate waarin onze systemen en processen voldoende veilig zijn. Regionale samenwerking Het coalitieakkoord gaat er vanuit, dat wij waar mogelijk en nodig blijven samenwerken met andere overheden. Echter, samenwerken is geen doel op zich, maar moet in het belang zijn van onze gemeente. Tot op heden hebben wij in Noord- en Midden Limburg meerdere samenwerkingsverbanden. Sommige zijn wettelijk voorgeschreven, andere zijn vrijwillig aangegaan. Alle zijn daarbij van invloed op onze organisatie vanuit de gedachte dat dit (op termijn) zijn effect krijgt op kwaliteit en kosten. Te noemen zijn: De RUD (Regionale Uitvoeringsdienst), waar tenminste de basistaken milieu worden uitgevoerd. De Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) voor crisisbeheersing, openbare veiligheid en gezondheidszorg. Uitvoering van de Regiovisie Bergen, Gennep en Mook en Middelaar, ter versterking van de regionale structuur.
Uitvoering van het Interregproject Dynamic Borders, een internationale samenwerking tussen de gemeenten Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Goch, Weeze. Dit project is in 2021 afgerond. Mogelijkheden voor een vervolgproject worden verkend, waarbij wederom wordt ingezet op grensoverschrijdende samenwerking rond thema’s die verbinden. De samenwerking is gaandeweg het jaar uitgebreid door de herindeling gemeente Land van Cuijk en het toetreden van de gemeenten Mook en Middelaar, Kalkar en Uedem. In de Regio Noord-Limburg is gezamenlijk door de 8 gemeenten gewerkt aan het uitvoeren van de Regiovisie en uitvoeringsprogramma. Enerzijds via de Regiodeal, een partnerschap tussen Rijk en regio om brede maatschappelijke opgaven vanuit de regio op te pakken. Anderzijds via de investeringsagenda, een samenwerking tussen Provincie en Regio. Er is gewerkt aan twee tranches met projecten, met als doel een gezonde regio, waar je prettig woont, werkt, leert en onderneemt. De MGR sociaal domein voor gezamenlijke inkoop van zorg.
75
Personeelskosten Vaste en tijdelijke personeelskosten Het systeem van de Maraps werkt zodanig dat we elke maand alle budgetten volgen. Maandelijks worden gesprekken gehouden met alle budgetbeheerders. Het budget voor vast- en tijdelijk personeel werd op dezelfde manier gevolgd. Bestuurlijk wordt elk kwartaal gerapporteerd. Arbeidsvoorwaarden HR21 In 2021 is een principebesluit genomen over de introductie van een nieuw functiewaarderingssysteem voor onze medewerkers. Het betreft met name een technische omzetting naar een nieuw geobjectiveerd systeem met functieprofielen passend bij onze organisatie. Daartoe wordt geput uit een databank van functieprofielen die onder de vlag van de VNG breed in overheidsland wordt gehanteerd. Het proces van definitieve besluitvorming zal in 2022 met alle voorgeschreven processtappen naar de Ondernemingsraad, een indelingscommissie en het Lokaal Overleg worden afgerond. Thuiswerken In verband met de duur van het dringende thuiswerkadvies alsmede het voornemen het hybride werken in onze organisatie ook structureel te maken, zijn medewerkers goed uitgerust om ook thuis een verantwoorde werkplek te hebben. In het kader van de nog in 2021 lopende CAO onderhandelingen heeft Bergen ervoor gekozen nog geen vergoedingsregeling vast te stellen voor het thuiswerken c.q. hybride. In 2022 heeft Bergen wel een dergelijke regeling vastgesteld.