CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport rekenkameronderzoek BsGW 16-7-2021

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Instemmen met de conclusies en aanbevelingen Rekenkameronderzoek BsGW;35.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Om een beeld te krijgen hoe de kosten van dienstverlening van BsGW zich verhouden tot andere organisaties, is een vergelijking gemaakt

is onbekend om welke bedragen het gaat

op

een

aantal

indicatoren

bij

andere

belastingsamenwerkingen. Daarbij hebben we ons gebaseerd op Samenvattend

beschikbare vergelijkingsgegevens uit openbare bronnen bij een

BsGW heeft in december 2020 de deelnemende gemeenten een

aantal

factsheet toegestuurd waarin staat dat de deelnemers gezamenlijk

jaarrekeningen) en op vergelijkingscijfers uit de database van de

over

Waarderingskamer.

de

afgelopen

kostenbesparing

jaren

hebben

ongeveer

105

miljoen

euro

aan

gerealiseerd.

In

totaal

bedraagt

de

cumulatieve besparing voor de 11 aan het onderzoek deelnemende gemeenten ongeveer 40 miljoen euro vanaf toetreding door de

andere

belastingsamenwerkingen

(begrotingen

We gaan in op de volgende indicatoren: •

Percentage overheadkosten (2017-2019)

•

Ontwikkeling bijdrage deelnemers (2017-2019)

De in de factsheet van BsGW aangegeven cumulatieve besparing

•

Omvang weerstandsvermogen benchmarkorganisatie

van ongeveer 105 miljoen euro is gebaseerd op realistische

•

Kosten uitvoering WOZ per object

verschillende gemeenten tot eind 2019.

aannames en uitgangspunten. Daarbij zijn twee kanttekeningen aan de orde: 1.

2.

en

Het is niet mogelijk gebleken om een zinvolle vergelijking te maken van de tarieven voor de verschillende producten die BsGW

de juistheid van de financiële nulmetingen zijn in dit onderzoek

onderscheidt. Dat komt door verschillen in definities en verschillen in

niet

de

de toerekening van kosten tussen organisaties. Ook is het niet

realiteitswaarde van de nulmetingen in twijfel getrokken , maar

mogelijk om een vergelijking te maken van de inwonerbijdragen

toetredende gemeenten zijn zelf opdrachtgever gewe est voor de

tussen BsGW en de benchmarkorganisaties. De takenpakketten van

nulmetingen.

de verschillende belastingorganisaties wijken te veel van elkaar af

er

onderzocht.

is

bij

de

Door

een

opstelling

aantal

geen

deelnemers

rekening

wordt

gehouden

met

om een zinvolle vergelijking mogelijk te maken.

achterblijvende frictiekosten bij de intredende gemeenten. Het is onbekend om welke bedragen het gaat

| 54

Percentage overheadkosten Het relatieve aandeel van overheadkosten in de totale kosten geeft een indicatie van de inzet van de organisatie op de primaire

38%

40%

36% 34%

35%

producten ten opzichte van ondersteunende taken en indirecte 30%

kosten.

28%

28%

29%

25%

In het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) is een definitie van overhead

opgenomen

die

toegepast

moet

worden

voor

de

20% 15%

jaarrekening en begroting voor overheden en gemeenschappelijke regelingen. Uitgangspunt is dat iedere organisatie bij het opstellen van de jaarstukken de voorgeschreven definitie hanteert.

10% 5% 0%

In onderstaande figuur zijn de overheadkosten als percentage van de totale kosten bij BsGW vergeleken met de benchmarkorganisaties.

2017

2018 BsGW

2019

Gemiddeld benchmark

Figuur 22: overheadkosten BsGW en gemiddeld BMO’s 27 als percentage van de totale kosten

De overheadkosten als percentage van de totale kosten zijn bij BsGW lager dan gemiddeld bij de benchmarkorganisaties. Een mogelijke verklaring hiervoor kan liggen in de schaalvoordelen door de omvang van BsGW (als grootste van de samenwerkingsorganisaties).

27

BMO staat voor benchmarkorganisatie.

| 55

Ontwikkeling bijdrage deelnemers

gemiddelde jaarlijkse bijdrage aan BsGW (5,8%) is hoger dan

In onderstaande grafiek is de procentuele ontwikkeling van de

gemiddeld (4,6%). De variatie tussen de benchmarkorganisaties is

bijdrage van de deelnemers aan BsGW in de periode 2016 – 2019

echter zo groot dat er geen eenduidig beeld ontstaat hoe de bijdrage

afgezet tegen de ontwikkeling van de procentuele bijdrage van

van de deelnemers zich ontwikkelt ten opzichte van andere

deelnemers bij de BMO’s. Als basis zijn de totale werkelijke bijdragen

organisaties.

uit de jaarrekeningen genomen. Omvang weerstandsvermogen Het benodigde weerstandsvermogen wordt vastgesteld aan de hand

10,0% 8,0% 8,0%

van een risicoanalyse. Hoe groter de risico’s, hoe groter het 7,6% 5,8%

6,0%

4,0%

benodigde weerstandsvermogen. Aangezien de BMO’s vergelijkbare taken uitvoeren als BsGW is in het onderzoek ervan uitgegaan dat het risicoprofiel van BsGW

3,1%

vergelijkbaar is met het risicoprofiel van de vijf BMO’s. Dat betekent 2,0%

dat de omvang van het weerstandsvermogen als percentag e van de totale omzet een indicatie geeft in hoeverre een organisatie

0,0% BMO 1

BMO 2

-2,0%

BMO 3

BMO 4

BsGW

eventuele tegenvallers zelf kan opvangen. In onderstaande figuur is deze

-1,6%

indicator

voor

BsGW

vergeleken

met

de

vijf

benchmarkorganisaties. -4,0%

Figuur 23: ontwikkeling bijdrage deelnemers (2016 – 2019)

Er zijn aanzienlijke verschillen in de ontwikkeling van de bijdrage van deelnemers

tussen

de

samenwerkingsorganisaties.

Twee

samenwerkingsorganisaties kennen een hogere jaarlijkse stijging van de bijdrage en twee kennen een lagere stijging ( of zelfs een daling) van de bijdrage van de deelnemers. De stijging van de

| 56

€16,00

25%

€14,00

20% 19%

20%

€2,08 €12,00

15% 10%

8% 8% 6%

€4,36

13%

12%

€10,00 6%

€8,00

6%

5% 3%

5%

3%

3% 1% 1%

1%

0% BMO 1 -5%

-1% -3%

BMO 2

BMO 3

BMO 4

BMO 5

BSGW

€6,00 €4,00 €2,00

2017

2018

2019

Figuur 24: weerstandsvermogen als percentage van de omzet (2017 – 2019)

Er zijn grote verschillen tussen de organisaties zichtbaar. Het weerstandsvermogen als percentage van de omzet varieert tussen 20% en -3%. Het weerstandsvermogen als percentage van de omzet van BsGW ligt gemiddeld met 2% aanzienlijk lager dan het gemiddelde van de vijf benchmarkorganisaties (6%). Geconstateerd wordt dat BsGW in vergelijking tot de andere organisaties minder in staat is om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Kosten uitvoering WOZ per object In onderstaande figuur zijn de kosten voor de uitvoering van de WOZ bij BsGW vergeleken met de kosten bij de benchmarkorganisaties.

€2,70

€0,94

€0,85 €4,03

€3,74

€3,22

€0,85

€0,74 €2,03

€5,09 €0,19 €0,86

€3,09

€4,41

€1,34

€0,18 €0,90

€4,11

€3,22

€2,09

€1,89

€1,34

€BSGW 2018 BMO's 2018 Beheer WOZ-adm. Marktanalyse Taxeren

BSGW 2019 Bezwaar/beroep

BMO's 2019 Overig Mat. Kstn.

Figuur 25: kosten uitvoering WOZ uitgesplitst per object (2018/2019)

Een analyse van de onderscheiden onderdelen van de totale kosten voor de uitvoering WOZ laat zien dat er grote verschillen zijn tussen BsGW en de benchmarkorganisaties, maar ook tussen de cijfers 2018 en 2019 van de benchmarkorganisaties zelf. Er is volgens BsGW en volgens de Waarderingskamer geen duidelijke verklaring voor deze verschillen, anders dan dat de wijze van registratie van WOZ-kosten

niet

eenduidig

plaatsvindt.

Daardoor

zijn

de

verschillende kostenonderdelen op basis van deze gegevens niet met elkaar te vergelijken.

De data zijn afkomstig van de database van de Waarderingskamer. De analyse van de totale WOZ-kosten laat zien dat BsGW zowel in 2018 als in 2019 per object lagere kosten maakt dan het gemiddelde van de benchmarkorganisaties. In 2018 is het verschil ongeveer € 1

| 57

per object (7% van de totale kosten per object). In 2019 bedraagt het

benchmarkorganisaties. Een vergelijking van de kostenonderdelen is

verschil ongeveer € 2 per object (14% van de totale kosten per

niet mogelijk.

object).

4.9. Beelden over kostenontwikkeling uit de interviews Samenvattend Vergelijking tussen de kosten en bijdragen van deelnemers van BsGW en de benchmarkorganisaties

is niet eenvoudig door

verschillen in definities, verschillen in toerekeningssystematiek van kosten en verschillen in takenpakketten. Op de onderdelen waar wel een vergelijking mogelijk is, komt een wisselend beeld naar voren. De overheadkosten als percentage van de totale kosten zijn bij BsGW lager dan gemiddeld bij de benchmarkorganisaties. De vergelijking van de ontwikkeling van de bijdrage van deelnemers in de afgelopen drie jaar laat zien dat de bijdragen van deelnemers van BsGW in die periode sneller stijgen dan gemiddeld bij de benchmarkorganisaties. Maar de variatie tussen de benchmarkorganisaties is groot, waardoor geen eenduidig beeld ontstaat hoe de bijdrage van de deelnemers van BsGW zich ontwikkelt ten opzichte van andere organisaties. Hoe de ontwikkeling van de bijdragen van deelnemers aan BsGW zich in de jaren voor 2016 verhoudt tot de ontwikkeling bij de BMO’s is niet onder zocht. Het weerstandsvermogen van BsGW als percentage van de omzet is bij BsGW beduidend lager dan gemiddeld bij de andere BMO’s. Daardoor is BsGW minder in staat om zelf financiële tegenvallers op te vangen. Verder zijn de totale kosten van de uitvoering WOZ bij BsGW in 2018 en 2019 lager dan de gemiddelde kosten bij de

Grip op kostenontwikkeling Er

bestaat

een

wisselend

beeld

onder

portefeuillehouders,

accounthouders en gemeenteraden over de mate waarin BsGW grip heeft op de kosten en in control is. Een deel van de geïnterviewden stelt dat BsGW in control is, omdat de reguliere taken binnen de begroting worden uitgevoerd. Toch bestaat bij veel gemeentelijke gesprekspartners het beeld dat BsGW niet in control is en geen grip heeft op de kosten. De stijging van de proceskosten speelt hier een sterke rol in de beeldvorming. Focus op kosten Bij de oprichting heeft BsGW een stevige financiële taakstelling meegekregen.

Uit

de

interviews

blijkt

dat

de

beoogde

kostenbesparing voor deelnemers de belangrijkste reden was om toe te treden tot BsGW. Deze focus op kosten is nog steeds sterk bepalend in de sturingsrelatie tussen BsGW en de deelnemende gemeenten. De focus op financiën leidt ertoe dat in de relatie tussen BsGW en de deelnemers bijna geen ruimte is om het over kwaliteit van dienstverlening te hebben. Onder

de

bestuurlijk

portefeuillehouders

en

de

ambtelijke

accounthouders bestaan verschillende beelden over de realisatie van de

kostenbesparing.

accounthouders

stelt

Een dat

aantal de

portefeuillehouders

beloofde

kostenbesparing

en is

| 58

gerealiseerd.

Ze

geven

veelal

aan

dat

de

stijging van

de

proceskosten een landelijk fenomeen is, waar BsGW maar beperkte

deelnemers. De betreffende raadsleden geven aan dat ze niet over concrete informatie beschikken om deze beelden te onderbouwen.

invloed op heeft. Dat beeld wordt bevestigd door BsGW, waarbij BsGW aangeeft dat individuele gemeenten ook te maken zouden

BsGW geeft zelf aan dat het beschikbare budget van BsGW krap is.

hebben

evenveel

Dit vraagt volgens BsGW om een continue afweging tussen kwaliteit

accounthouders en portefeuillehouders uiten hun twijfel of toetreding

en geld. Er is volgens BsGW erg weinig buffer om onvoorziene

tot

substantiële

uitgaven op te vangen (laag weerstandsvermogen). Bij onverwachte

kostenbesparing. Deze laatste groep wijst er vooral op dat BsGW de

gebeurtenissen met een negatief financieel effect – volgens BsGW

laatste jaren regelmatig een hogere bijdrage heeft gevraagd van de

vaak als gevolg van niet of nauwelijks beïnvloedbare externe

deelnemers

Deze

ontwikkelingen – moet BsGW dan ook direct aankloppen bij de

geïnterviewden vragen zich af of de stijging van de proceskosten zich

deelnemers voor een aanvullende bijdrage. Een voorbeeld daarvan

ook had voorgedaan als ze niet in BsGW zouden participeren.

zijn de proceskosten.

Er is geen duidelijke scheidslijn tussen gemeenten die wel- en

Informatievoorziening

gemeenten die niet vinden dat BsGW de besparingen heeft

Bij het onderdeel informatievoorziening over de ontwikkeling van de

gerealiseerd.

een

kwaliteit van dienstverlening van BsGW is al aangegeven dat de

portefeuillehouder en een accounthouder van dezelfde gemeente

informatie die BsGW verstrekt zeer omvangrijk is . Dat geldt ook voor

een verschillende mening hebben op dit punt.

de financiële informatie in de begroting en in de bestuursrapportages .

gehad

BsGW

met

stijgende

daadwerkelijk

vanwege

Het

heeft

de

komt

proceskosten. geleid

stijgende

ook

Maar tot

proceskosten.

regelmatig

voor

dat

Met name raadsleden geven aan dat het heel lastig is om een goed Uit de gesprekken met raadsleden blijkt de focus op kostenbesparing

beeld te vormen over de kostenontwikkeling. Het is voor raadsleden

nog sterker. Het realiseren van aanzienlijke kostenreductie bij de

nauwelijks te doen om snel de financiële essentie uit de stukken te

uitvoering

zonder

halen. Veel raadsleden geven aan dat ze (ook ten aanzien van de

uitzondering het belangrijkste aandachtspunt. Onder veel raadsleden

financiële ontwikkeling van BsGW) een duidelijk en beknopt

bestaat het beeld dat de besparingen zijn achtergebleven bij de

dashboard met relevante financiële informatie missen. Ook geven ze

geschetste besparingen bij toetreding tot BsGW. Dat beeld is

aan dat er behoefte is aan informatiebijeenkomsten met BsGW om

hardnekkig

oplopende

de financiële zaken te kunnen doorgronden. Overigens kan daarbij

proceskosten en de bijbehorende aanvullende bijdragen door de

worden aangetekend dat de factsheets met financiële en kwalitatieve

van

en

belastingtaken

wordt

vooral

vormt

voor

veroorzaakt

raadsleden

door

informatie die BsGW eind 2020 naar de raden stuurde, door vrijwel

| 59

geen van de geïnterviewde raadsleden is opgemerkt (in de

Een aantal geïnterviewde ambtenaren en bestuurders zetten

ingekomen stukken). Dat geeft aan dat ook beknopte en duidelijk

vraagtekens bij de kwaliteit van de taxaties die BsGW uitvoert en zien

gepresenteerde informatie niet noodzakelijkerwijs wordt opgemerkt

dat als een mogelijke oorzaak van de hoogte van de proceskosten.

door raadsleden.

Dat beeld wordt niet bevestigd door het aantal gehonoreerde bezwaren (zie paragraaf 3.4). Geïnterviewde gemeenteraadsleden

De ontwikkeling van proceskosten bepaalt het beeld van deelnemers

zijn nog kritischer op BsGW als het gaat om proceskosten. Veel

Het negatieve beeld over de kostenontwikkeling van BsGW wordt

raadsleden zijn van mening dat BsGW veel meer moet doen om de

vrijwel geheel gevoed door de stijging van de proceskosten en de

proceskosten in de greep te houden, zonder dat ze daar expliciete

negatieve beeldvorming over ncnp-bureaus. In gesprekken met DB-

voorstellen voor paraat hebben.

leden van BsGW is aangegeven dat BsGW zich binnen de mogelijkheden optimaal heeft ingespannen om deze proceskosten

Een aantal geïnterviewden (ambtenaren, portefeuillehouders en

terug te dringen. In diverse gesprekken wordt ook aangegeven dat

raadsleden) heeft in de interviews ook aangegeven dat je als

BsGW geringe invloed heeft op de omvang van de proceskosten.

deelnemer krijgt waar je op stuurt. Als je een organisatie opricht die primair gericht is op verlaging van de kosten en deze een zeer

Dat

neemt

niet

weg

dat

veel

geïnterviewde

ambtelijke

strakke financiële taakstelling oplegt zonder financiële buffers, dan

accounthouders en bestuurders van mening zijn dat BsGW meer kan

moet je niet gek opkijken dat financiële tegenvallers als een

en moet doen om deze proceskosten te verminderen. Een aantal

boemerang bij je terugkomen. Dat is een belangrijke les volgens deze

geïnterviewden geeft aan dat BsGW inwoners actiever en beter moet

geïnterviewden.

informeren over de mogelijkheden om zelf bezwaar te maken in plaats van bezwaar door een ncnp-bureau. BsGW geeft aan dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, waar BsGW g raag samen optrekt met de gemeenten. Dat wordt overigens door veel gemeenten beaamd.

Ook

is

in

diverse

gesprekken

met

ambtelijke

accounthouders, bestuurders en raadsleden aangegeven dat BsGW meer kan doen om deelnemers inzicht te geven in de achterliggende oorzaken, ontwikkelingen en inspanningen rondom de proceskosten.

| 60

Harmonisatie 28

kosten

In de gesprekken is ook stilgestaan bij de vraag in hoeverre BsGW

taakuitvoering bij BsGW.

maar

ook

tot

verbetering

van

de

kwaliteit

van

de

nog efficiencywinst kan behalen door harmonisatie van taken en Er wordt door BsGW gedacht aan een zogeheten cafetaria-model met

werkprocessen.

basistaken waar gemeenten een vaste vergoeding voor betalen. Op dit moment heeft BsGW te maken met veel verschillende

Daarnaast zijn aanvullende maatwerkafspraken mogelijk, waar

varianten als heffingsgrondslag voor lokale belastingen. Gemeenten

gemeenten dan extra voor betalen. Vrijwel alle gemeenten geven aan

hebben een zekere mate van vrijheid om de heffings grondslag vast

dat ze openstaan voor dat gesprek en dat BsGW daarin het voortouw

te stellen. Het vaststellen van de heffingsgrondslag is een

moet nemen.

bevoegdheid van de gemeenteraad (verordenende bevoegdheid). Er zijn vooral veel verschillen in gehanteerde heffingsgrondslagen bij de

Geïnterviewde ambtenaren, bestuurders en raadsleden zijn in

rioolheffing,

le ges.

Bij

overgrote meerderheid positief over verdere harmonisatie en staan

gekozen

voor

open om hierover het gesprek aan te gaan. Het gesprek hierover

belastingheffing op basis van een vast bedrag per perceel, het

moet in het AB worden gevoerd en de gemeenteraden moeten hier

gebruik

goed bij worden betrokken. Raadsleden geven daarbij wel aan dat de

afvalstoffenheffing

afvalstoffenheffing

kan

(bijvoorbeeld

en

bijvoorbeeld per

kg

diverse worden

aangeboden

afval)

of

de

inzamelfrequentie. Deze verschillen in heffingsgrondslag maken het inrichten van de fysieke en geautomatiseerde processen binnen BsGW arbeidsintensief en complex.

verordenende bevoegdheid bij de raad ligt. Samenvattend Er bestaan verschillende beelden bij ambtelijke accounthouders,

Veel gemeenten en BsGW zien harmonisatie van de wijze van heffen

bestuurders en raadsleden van de aan het onderzoek deelnemende

en innen van lokale belastingen als belangrijke mogelijkheid om de

gemeenten over de kostenontwikkeling bij BsGW. Ongeveer de helft

uitvoeringskosten te verlagen. Daarnaast leidt harmonisatie van

van de geïnterviewden is van mening dat BsGW de beloofde

heffen en innen van lokale belastingen tot verdere vereenvoudiging

kostenbesparing heeft gerealiseerd. De andere helft is van mening

van de werkprocessen. Dat zou niet alleen moeten leiden tot lagere

dat dit niet is gelukt. Er is geen duidelijke scheidslijn tussen

28

In het rapport wordt gekozen voor de term harmonisatie. In de interviews zijn de termen harmonisatie en standaardisatie door elkaar gebruikt.

| 61

gemeenten die wel- en gemeenten die niet vinden dat BsGW de

kostenontwikkeling beter moet. Het is voor (met name) raadsleden

besparingen heeft gerealiseerd.

nauwelijks te doen om uit de veelheid aan financiële informatie snel de financiële essentie uit de stukken te halen.

Raadsleden zijn over het algemeen kritischer dan bestuurders en ambtenaren over de kostenbesparingen. Het negatieve beeld van

Veel gemeenten en BsGW zien harmonisatie van de wijze van heffen

geïnterviewden wordt met name veroorzaakt door de sterke stijging

en innen van lokale belastingen als belangrijke mogelijkheid om de

van de proceskosten. Veel geïnterviewden van de aan het onderzoek

uitvoeringskosten te verlagen en de kwaliteit van de taakuitvoering

deelnemende gemeenten zijn van mening dat BsGW meer kan en

bij BsGW te verhogen. Daarbij wordt gedacht aan een zogeheten

moet doen om de proceskosten te verminderen. Daarin zijn

cafetaria-model met basistaken en plustaken. Vrijwel alle gemeenten

raadsleden het meest uitgesproken. Zij zijn van mening dat BsGW

geven aan dat ze openstaan voor dat gesprek en dat BsGW daar in

meer inzet moet plegen om inwoners actiever en beter te informeren

het voortouw moet nemen. Raadsleden geven daarbij wel aan dat de

over de mogelijkheden om direct bij BsGW bezwaar te maken in

verordenende bevoegdheid bij de raad ligt.

plaats van via een ncnp-bureau. Ook willen gemeenten zelf beter geïnformeerd worden over achterliggende oorzaken, ontwikkelingen

4.10. Samenvatting en beoordeling van de bevindingen

en ingezette acties rondom beheersing van de proceskosten. BsGW

De financiële taakstelling is gerealiseerd

geeft aan dat er al heel veel gebeurt om de stijging van de

Het onderzoek wijst uit dat BsGW de opgelegde financiële

proceskosten een halt toe te roepen. BsGW geeft aan dat – zolang

taakstelling heeft gerealiseerd. BsGW heeft de taakstelling jaarlijks

de wet niet wordt aangepast – er weinig andere mogelijkheden zijn

op correcte wijze verwerkt en toegelicht in de begroting. Deze

om grip te krijgen op de proceskosten. Individuele gemeenten zouden

besparingen werken door in het meerjarenperspectief van BsGW en

ook te maken hebben gehad met stijgende proceskosten, aldus

zijn daarmee structureel. Een deel van het efficiencyvoordeel uit

BsGW.

2015 is ingezet in de begroting om de stijgende proceskosten op te vangen.

De nadruk in de sturingsrelatie tussen BsGW en de deelnemende gemeenten ligt op kostensturing. Er is minder aandacht voor sturing

Er zijn duidelijke en concrete afspraken gemaakt tussen BsGW en de

op kwaliteitsontwikkeling.

deelnemende gemeenten over de financiële taakst elling. In de

Over de informatievoorziening rond de ontwikkeling van kosten

interviews heeft ongeveer de helft van de gesprekspartners van de aangesloten gemeenten twijfels geuit of

BsGW de beloofde

bestaat een gedeeld beeld dat de huidige informatievoorziening rond

| 62

kostenbesparing heeft gerealiseerd. Met name raadsleden zijn over

2019 worden toegerekend aan de primaire producten (‘waarderen’ en

het algemeen kritisch of BsGW de beoogde kostenbesparingen heeft

‘klantcontacten’). In totaal is ruim 60% van de toename van

gerealiseerd.

toegerekende kosten aan de primaire producten van dienstverlening toe te schrijven aan de toerekening van de proceskosten vanaf 2019.

Grip op kostenontwikkeling De P&C-cyclus van BsGW voldoet aan de algemene eisen die

Per saldo geldt dat de tarieven voor de producten ‘gegevensbeheer

daaraan gesteld worden. Door de inrichting van de P&C-cyclus met

en heffen’ en ‘waarderen’ in 2021 hoger zijn dan in 2012. De tarieven

daarin de rapportage per kwartaal is geborgd dat BsGW periodiek

voor de overige primaire producten zijn in 2021 lager dan in 2011.

zicht en grip heeft op de ontwikkeling van de kosten per jaar. Het begrotingsproces maakt een ordentelijke indruk. Veel kosten van BsGW hebben een hoog ‘zekerheidsniveau’ en zijn relatief makkelijk te begroten en te monitoren. Dat geldt echter niet voor de ontwikkeling van de proceskosten.

van

de

vijf

dragen de deelnemende gemeenten ook bij aan kosten die niet in de tarieven zijn verwerkt, zoals aanvulling van het e igen vermogen van BsGW en goodwill aan de oprichters. De reguliere bijdrage aan BsGW (voor de primaire producten) bedraagt bij de 11 aan het

Verder stuurt BsGW transparant op de ontwikkeling van de kostenontwikkeling

Naast de kosten voor de primaire producten van dienstverlening

primaire

producten

van

dienstverlening door in de begroting jaarlijks de (ontwikkeling van de) tarieven weer te geven.

onderzoek deelnemende gemeenten gemiddeld 77% van de totale kosten. Cumulatieve kostenbesparing BsGW heeft in december 2020 aangegeven dat de deelname in BsGW de deelnemers een cumulatieve besparing heeft opgeleverd

Kostenontwikkeling BsGW In de jaren tot 2017 is sprake van een dalende trend in de tarieven voor de primaire producten van dienstverlening door BsGW. Deze

van ongeveer 105 miljoen euro. In de interviews met accounthouders en bestuurders van de deelnemende gemeenten zijn twijfels geuit over de juistheid van dit bedrag.

daling is direct toe te schrijven aan de opgelegde financiële taakstelling en de efficiencyvoordelen door uitbreiding van het aantal

Uit het onderzoek blijkt dat de berekening van BsGW is gebaseerd

deelnemers. Na 2017 is sprake van een stijging van de tarieven.

op realistische aannames en uitgangspunten. Daarbij zijn twee

Gemiddeld stijgen de toegerekende kosten aan de primaire

kanttekeningen aan de orde:

producten van dienstverlening vanaf 2017 met 6,7% per jaar. De belangrijkste oorzaak zit in de stijging van de proceskosten die vanaf

| 63

1. 2.

de juistheid van de financiële nulmetingen zijn in dit onderzoek

benchmarkorganisaties. Een vergelijking van de kostenonderdelen

niet onderzocht

van de proceskosten is niet mogelijk door verschillen in definitie en

er

is

bij

de

opstelling

geen

rekening

gehouden

met

kostentoerekening.

achterblijvende frictiekosten bij de intredende gemeenten. Het is Nadruk op de ontwikkeling van de proceskosten

onbekend om welke bedragen het gaat

De combinatie van een beperkt weerstandsvermogen met de sterke Vergelijking kostenontwikkeling met andere organisaties

stijging van de proceskosten in de afgelopen jaren heeft ertoe geleid

De mogelijkheden om de ontwikkeling van de kosten te vergelijken

dat BsGW de afgelopen jaren aanvullende bijdragen heeft moeten

met andere belastingorganisaties is beperkt door verschillen in

vragen aan de deelnemers. De sterke stijging van de proceskosten

definities en toerekening van kosten.

bepaalt in hoge mate het beeld over BsGW bij de deelnemende gemeenten.

Bij de indicatoren waar wel een zinvolle vergelijking mogelijk is, komt een wisselend beeld naar voren. De overheadkosten als percentage

Veel geïnterviewden van deelnemende gemeenten zijn van mening

van de totale kosten zijn bij BsGW lager dan gemiddeld bij de

dat BsGW meer kan en moet doen om de proceskosten te

benchmarkorganisaties. De bijdragen van deelnemers van BsGW

verminderen. Daarin zijn raadsleden het meest uitgesproken. Zij zijn

stijgen in de afgelopen drie jaar sneller dan gemiddeld bij de

van mening dat BsGW meer inzet moet plegen om inwoners actiever

benchmarkorganisaties.

de

en beter te informeren over de mogelijkheden om direct bij BsGW

benchmarkorganisaties is groot, waardoor geen eenduidig beeld

bezwaar te maken in plaats van via een ncnp-bureau. Ook willen

ontstaat. Hoe de ontwikkeling van de bijdragen van deelnemers aan

gemeenten zelf beter geïnformeerd worden over achterliggende

BsGW zich in de jaren voor 2016 verhoudt tot de ontwikkeling bij de

oorzaken, ontwikkelingen en ingezette acties rondom beheersing

BMO’s, is niet onderzocht.

van de proceskosten. BsGW geeft aan dat er al heel veel gebeurt om

Maar

de

variatie

tussen

Het weerstandsvermogen van BsGW als percentag e van de omzet is bij BsGW beduidend lager dan gemiddeld bij de andere BMO’s. Daardoor is BsGW minder in staat om zelf financiële tegenvallers op te vangen.

de stijging van de proceskosten een halt toe te roepen. BsG W geeft aan dat – zolang de wet niet wordt aangepast – er weinig andere mogelijkheden zijn om grip te krijgen op de proceskosten. Individuele gemeenten zouden ook te maken krijgen met stijgende proceskosten , aldus BsGW.

Verder zijn de totale kosten van de uitvoering WOZ bij BsGW in 2018 en

2019

lager

dan

de

gemiddelde

kosten

bij

de | 64

Informatie over kostenontwikkeling De nadruk in de sturingsrelatie tussen BsGW en de deelnemende gemeenten ligt op kostensturing. Over de informatievoorziening rond de ontwikkeling van kosten bestaat een gedeeld beeld dat de huidige informatievoorziening beter moet. Het is voor (met name) raadsleden nauwelijks te doen om uit de veelheid aan financiële informatie snel de financiële essentie uit de stukken te halen. Net als bij de informatie over de ontwikkeling van kwaliteit blijkt een duidelijke behoefte bij deelnemende gemeenten (ambtelijk, bestuurlijk en politiek) aan beter toegankelijke en meer overzichtelijke financiële informatie in de vorm van

een

beknopt

dashboard

en

door

het

organiseren

van

informatiebijeenkomsten door BsGW. Harmonisatie Veel gemeenten en BsGW zien harmonisatie van de wijze van heffen en innen van lokale belastingen als belangrijke mogelijkheid om de uitvoeringskosten te verlagen en de kwaliteit van de taakuitvoering bij BsGW te verhogen. Vrijwel alle gemeenten geven aan dat ze openstaan voor dat gesprek en dat BsGW daarin het voortouw moet nemen. Raadsleden geven daarbij wel aan dat de verordenende bevoegdheid bij de raad ligt.

| 65

5.2. Kaders sturing en verantwoording

5. Sturing en verantwoording

Gemeenten hebben op basis van de Wet gemeenschappelijke

5.1. Inleiding

regelingen (Wgr) de mogelijkheid om op basis van een regeling, een

In dit hoofdstuk staat de vraag centraal hoe de sturings - en

openbaar lichaam op te richten. De Wgr bevat bepalingen waar de

verantwoordingsrelatie tussen BsGW en de deelnemende gemeenten

regeling aan moet voldoen. Zo moet de regeling onder andere

is vormgegeven.

bepalingen bevatten over de inrichting, de samenstelling en de bevoegdheden van het bestuur. In de Wgr wordt een aantal artikelen

In paragraaf 5.1 worden de kaders uiteengezet die gaan over sturing

uit de Gemeentewet van toepassing verklaard op het houden en de

en verantwoording. Paragraaf 5.2 geeft antwoord op de vraag op

orde van vergaderingen van het bestuur van een GR. De Wgr vormt

welke wijze de gemeenten worden geïnformeerd over BsGW, of dit

hiermee de wettelijke basis en het wettelijk kader voor de GR BsGW.

voldoet aan de kaders en of dit als adequaat wordt ervaren. Er wordt en

Voor BsGW zijn de kaders voor sturing en verantwoording vastgelegd

verantwoordingsinformatie. Ook wordt een beeld gegeven over de

in de GR BsGW. In de sub-paragrafen wordt hier nader op ingegaan.

wijze waarop de communicatie tussen BsGW en de deelnemende

Ook wordt bezien of op basis van de GR hieromtrent nog andere

gemeenten plaatsvindt en hoe deze in de praktijk wordt ervaren.

kaders zijn gesteld.

inhoudelijk

en

procesmatig

ingegaan

op

de

sturings-

Paragraaf 5.3 beschrijft hoe de gemeenten invulling geven aan de rol van deelnemer in BsGW. Aan de hand van beelden van zowel gemeenten als BsGW wordt beschreven hoe het samenspel tussen AB, DB en directie van BsGW wordt ervaren en hoe gemeenten vinden dat BsGW zijn rol invult in het samenspel met gemeenten op ambtelijk, bestuurlijk en politiek niveau. Welke mogelijkheden gemeenten hebben om te sturen op kwaliteit en kosten, wordt behandeld in paragraaf 5.4. In paragraaf 5.5 wordt ingegaan op de gevolgen die de nieuwe gemeenschappelijke regeling BsGW heeft voor gemeenten. In paragraaf 5.6 wordt afgesloten met een samenvatting en beoordeling van de bevindingen.

Sturingskaders De sturingsrelatie tussen BsGW en de gemeenten gaat over de mate waarin deelnemers in staat zijn om invloed uit te oefenen op de inhoudelijke koers van BsGW. De kern van de sturingsrelatie zit in de taken en de bevoegdheden die het AB en het DB hebben bij het nemen van besluiten en in de aansturing van BsGW. Een ander belangrijk kader is het besluitvormingsproces van de deelnemers en de stemverhoudingen, omdat stemverhoudingen bepalen of en zo ja , in welke mate, een lid van het DB of het AB invloed kan uit oefenen op de besluiten. Daar hoort bij de rol die de gemeenraden hebben in dit proces. De GR-BsGW biedt hiervoor het kader. Het gaat dan om:

| 66

• • • •

De omvang, samenstelling en beëindiging lidmaatschap (art. 8

Het DB voert het dagelijks bestuur. De taken en de bevoegdheden

GR BsGW)

richten zich vooral op de voorbereiding van de besluitvorming in het

De

taken

en

de

bevoegdheden

van

AB

en

DB

(art. 12 respectievelijk 16 GR BsGW)

organisatie van BsGW. De leden van het DB geven desgevraagd

De taken en de bevoegdheden van de voorzitter (art. 19 GR

inlichtingen aan het AB en doen dit ook aan gemeenteraden als zij

BsGW)

daar om verzoeken.

Het besluitvormingsproces en de stemverhoudingen in AB en DB De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van h et

(art. 10, 11 en art. 15) •

AB, de aansturing van de directeur en het stellen van regels over de

Specifieke

bepalingen

voor

proces

begroting,

begrotingswijziging en jaarrekening (art. 23, 24 en 25 GR BsGW) In paragraaf 2.3 is een deel van de organisatievorm reeds beschreven, zoals de samenstelling, de vergaderfrequentie en de stemverhouding.

AB en het DB. De voorzitter zorgt ervoor dat besluiten van het DB en AB naar behoren worden uitgevoerd. De directeur van BsGW voert de besluiten van AB en DB uit. Gemeenteraden kunnen op twee manieren sturen op het functioneren van BsGW. Gemeenteraden kunnen sturen door in de P&C-cyclus van BsGW zienswijzen in te dienen. Deze mogelijkheid heeft de

Het AB staat aan het hoofd van de GR BsGW, waarbij het aantal

gemeenteraad bij de conceptbegroting en een tussentijdse wijziging

leden gelijk is aan het aantal deelnemers in de regeling. Het college

van de begroting. Ook ontvangt de gemeenteraad een aantal P&C -

van B&W wijst uit zijn midden één lid aan als lid van het A B. Het

documenten van BsGW ter kennisname, zoals de kadernota en de

collegelid dat wordt aangewezen vervult daarmee de rol van

periodieke bestuursrapportages. Daarnaast hebben gemeenteraden

‘aandeelhouder’ in het algemeen bestuur van BsGW, maar is tevens

de

portefeuillehouder in de eigen gemeente. Op grond van artikel 13 GR

(portefeuillehouder en college). Het college dient verantwoording af

BsGW kan het AB-lid door zowel het college als de gemeenteraad

te

gevraagd worden inlichtingen te verstrekken als daar om wordt

portefeuillehouder in het bestuur van BsGW. Gemeenteraden kunnen

gevraagd.

het

mogelijkheid leggen

aan

college/de

om de

te

sturen

gemeenteraad

portefeuillehouder

via

de

over daarop

gemeentelijke

de

inbreng

aanspreken.

van Uit

lijn de de

interviews met raadsleden en portefeuillehouders blijkt dat sturing in Het AB richt zich in hoofdlijnen op besluiten die kaderstellend zijn

de gemeentelijke lijn (informatievoorziening door portefeuillehouder

voor

aan de raad en afleggen van verantwoording) buiten de formele

BsGW,

zoals

het

kostenverdeelsystematiek.

vaststellen

van

begroting

en

de

momenten (jaarrekening en begroting) in de praktijk nauwelijks

| 67

voorkomt. Bestuursrapportages en AB-besluiten worden in de regel

uitvoeringsovereenkomst relevant. Daarin is overe engekomen wat de

niet geagendeerd in gemeenteraden. In sommige gemeenten worden

aard en de omvang is van het takenpakket dat BsGW uitvoert namens

de bestuursrapportages wel actief naar de gemeenteraad gestuurd

de deelnemer. Aanvullend op deze standaardovereenkomst worden

samen met een memo.

specifieke overeenkomsten afgesloten op directieniveau. Dit is een bijlage van de uitvoeringsovereenkomst die jaarlijks wordt afgesloten

Een ander kader in de sturingsrelatie tussen gemeenten en BsGW

en waarin concrete werk- en planningsafspraken worden gemaakt.

zijn de dienstverleningsovereenkomsten die bij de start van de deelname zijn opgesteld. In artikel 7 van de GR-BsGW is bepaald dat

De bepalingen in de standaard uitvoeringsovereenkomsten vormen

het DB met iedere deelnemer een dienstverleningsovereenkomst

ook een kader, maar hebben betrekking op de individuele relatie

aangaat.

tussen BsGW en de deelnemer. Gezien de reikwijdte van dit onderzoek worden deze kaders vanwege hun ‘individuele karakter’

De

dienstverleningsovereenkomst

moet

ten

minste

afspraken

niet verder getoetst in dit onderzoek.

bevatten over: Verantwoordingskaders •

Te leveren producten en diensten

De verantwoordingsrelatie tussen BsGW en de gemeenten gaat over

•

Uit te voeren processen

de wijze waarop BsGW verantwoording aflegt over het gevoerde

•

Kwaliteit van producten en diensten

bestuur binnen een gemeenschappelijke regeling. In deze paragraaf

•

Verantwoording door BsGW

staat centraal welke kaders hierover zijn gesteld.

•

Afdracht van inkomsten

•

Relaties/gegevensuitwisseling

Artikel 13 en 17 van de GR BsGW omvatten bepalingen over de

•

Relatiebeheer

verantwoordingsplicht van respectievelijk AB en DB. Artikel 13 gaat

•

Accountantsverklaring

•

Toetreding en investeringsfee

in op de plicht die het AB-lid heeft om te allen tijde verantwoording af te leggen over het door hem – in het AB – gevoerde beleid aan de gemeenteraad en het college van B&W van de gemeente die hem als

Het DB van BsGW heeft op grond van dez e bepaling met het college

AB-lid heeft aangewezen. Ook regelt het artikel het ontslag in geval

van alle deelnemers dezelfde standaard uitvoeringsovereenkomst

het AB-lid niet langer het vertrouwen geniet van het college dat hem

“Heffing en Invordering belastingen en uitvoering wet WOZ”

heeft aangewezen.

afgesloten.

Voor

de sturing

is

artikel

2

van

de

standaard

| 68

Artikel 17 GR BsGW regelt de informatie- en verantwoordingsplicht

betreft de individuele verantwoording en richt zich op de directe

van het DB. Het DB is verantwoording schuldig aan het AB over het

relatie tussen BsGW en de betreffende deelnemer.

door het DB gevoerde bestuur. In dit artikel is eveneens een bepaling opgenomen over het gelijktijdig met de jaarrekening uitbrengen van

De kaders die in de uitvoeringsovereenkomst zijn opgenomen over

het

de

jaarverslag,

waarmee

het

DB

verslag

doet

over

de

verantwoording

richten

zich

op

verantwoording

over

de

bedrijfsvoering sec en de afspraken die zijn gemaakt tussen BsGW

werkzaamheden van BsGW over het afgelopen jaar .

en de individuele gemeenten. Zij vallen daarmee buiten de scope van Artikel 3 van de standaard uitvoeringsovereenkomst “Heffing en

dit onderzoek en worden derhalve niet getoetst.

Invordering belastingen en uitvoering wet WOZ” gaat over de verantwoordingsrelatie tussen BsGW en de individuele gemeenten. In artikel 3.a van de standaard uitvoeringsovereenkomst is bepaald dat

BsGW

ieder

kwartaal

via

een

managementrapportage

verantwoording aflegt aan het DB over de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de prestaties. Ook levert BsGW aan het DB de managementletter van de accountant aan. In artikel 3.b zijn afspraken opgenomen over de informatie die BsGW levert aan de deelnemer. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan onderbouwde prognoses van opbrengsten kwartaalrapportages

opgenomen

informatie

en de in de

over

het

aantal

opgelegde aanslagen, ontvangen belastingmiddelen en percentage kwijtscheldingen. De bepalingen die in de standaard uitvoeringsovereenkomsten staan, vormen, net als bij de sturing, een kader voor de verantwoording. Het kader benoemd in art. 3.a van deze overeenkomst betreft de verantwoording over de bedrijfsvoering van BsGW die de directeur BsGW aflegt aan het DB. Het kader in art. 3.b van de overeenkomst | 69

GRIP op samenwerking Naast de (formele) sturings- en verantwoordingskaders in de GR BsGW is in 2016 door de griffiers en gemeentesecretarissen in de

regio

Noord-Limburg

onder

de

noemer

‘Grip

op

Samenwerking Noord-Limburg’ het initiatief genomen om de beleids-

en

controlcyclus

van

de

gemeenschappelijke

regelingen waar Noord-Limburgse gemeenten in participeren, beter in te richten. Doel van het traject was om gemeenteraden te ontzorgen en beter in positie te brengen om te sturen op gemeenschappelijke regelingen. Dat heeft geleid tot vier actiepunten: 1.

Invoering van een kaderbrief met de hoofdlijnen van beleid en de financiële kaders die door de GR-en aan de raden wordt aangeboden. Raden hebben de mogelijkheid om een inhoudelijke reactie te geven.

2.

Verbetering van de informatievoorziening door te sturen op informatie die tijdig, toegankelijk en eenduidig is. Dat heeft onder

andere

geleid

tot

het

Regionaal

Dashboard

Samenwerking . 3.

Invoering van een regionaal afgestemde P&C-cyclus met als doel dat gemeenteraden beter in positie komen en regionale uitwisseling van zienswijzen mogelijk wordt. Dat heeft onder andere geleid tot een spoorboekje voor het synchroniseren van de P&C-cyclus van gemeenten en GRen.

4.

Onderzoeken van de mogelijkheid om te komen tot centrale afspraken over prijsindexering en loonstijgingen. | 70

Samenvattend Samenvattend kan worden gesteld dat in de GR -BsGW bepalingen

Sturing- en verantwoordingsdocumenten in de P&C-cyclus

zijn opgenomen die gaan over de sturings- en verantwoordingsrelatie

cyclus over de ontwikkeling van BsGW geïnformeerd. In dit hoofdstuk

tussen gemeenten en BsGW. Het gaat hier over algemene kaders

worden deze verschillende P&C-producten nader toegelicht 30. De

over governance, taken en bevoegdheden, stemverhoudingen en

meeste documenten vinden hun basis in bepalingen die hierover zijn

informatie- en verantwoordingsplicht. Gemeenteraden hebben een

opgenomen in de GR BsGW.

Colleges en gemeenteraden worden vooral door middel van de P&C-

directe sturingsmogelijkheid door het indienen van een zienswijze op de conceptbegroting en een tussentijdse begrotingswijziging van BsGW. De kaders zijn conform hetgeen gebruikelijk is bij een

De P&C-producten zijn: •

Kadernota

samenwerking afspraken gemaakt om de beleids- en controlcyclus

•

Begroting

van de gemeenschappelijke regelingen beter in te richten.

•

Bestuursrapportages

•

Tussentijdse begrotingswijziging

5.3. Informatievoorziening en communicatie

•

Jaarrekening en jaarverslag

In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop gemeenten

Aan het DB wordt door de directie van BsGW ook gerapporteerd via

worden geïnformeerd over BsGW, of dit voldoet aan de kaders en of

managementrapportages. Deze managementrapportages gaan over

dit als adequaat wordt ervaren. De paragraaf is opgebouwd door

de bedrijfsvoering. Ze vallen daarmee buiten de scope van dit

eerst een beschrijving te geven van de P&C-producten 29. Per product

onderzoek.

gemeenschappelijke

regeling.

Daarnaast

zijn

in

Grip

op

wordt aangegeven wat het doel is en welke stappen er zijn qua besluitvorming.

Vervolgens

wordt

beschreven

hoe

de

Kadernota

communicatielijnen zijn vormgegeven. De paragraaf wordt afgesloten

BsGW start de P&C-cyclus met de kadernota. Deze wordt jaarlijks

met beelden die de gemeenten en BsGW hebben over de

opgesteld ter voorbereiding op de begroting . In de kadernota worden

informatievoorziening en de communicatie.

de

29

30

In paragraaf 4.3 is al op hoofdlijnen ingegaan op de P&C -cyclus vanuit de verantwoording van de kostenontwikkeling.

uitgangspunten

geschetst

en

worden

strategische -

en

In paragraaf 4.3 zijn de P&C-producten ook toegelicht, maar dan vanuit financieel perspectief.

| 71

beleidsmatige keuzes gemaakt die richtinggevend zijn voor BsGW.

aan Gedeputeerde Staten (GS). Gemeenten hebben dan n og de

De positieve en negatieve effecten op de uitvoeringskosten worden

mogelijkheid bij GS hun zienswijze naar voren te brengen.

meegenomen in de op te stellen begroting en meerjarenraming. Bestuursrapportage Artikel 23, lid 1 GR BsGW bepaalt dat het DB de algemene en

Ieder

kwartaal

financiële kaders (via de kadernota) jaarlijks voor 15 april van het

opgeleverd 31. In de bestuursrapportage

jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting gaat gelden,

gegeven over bedrijfsvoering (exploitatie, investeringen, balans en

aan de gemeenteraad toestuurt.

personeel), lopende projecten (waaronder het OOP 2018 -2020), uitvoering

van

wordt

de

door

taken

BsGW

een

bestuursrapportage

wordt een stand van zaken

(aanslagoplegging,

kwijtschelding,

Begroting

afdrachten, oninbaar en vorderingen), kwa liteit van dienstverlening

De begroting wordt jaarlijks vastgesteld in het jaar voorafgaand waar

en ontwikkeling proceskosten. De financiële rapportage geeft inzicht

de begroting betrekking op heeft. In de begroting worden de

in de realisatie van budgetten tot moment van rapporteren. Tevens

beleidsmatige- en financiële kaders vastgesteld. Het dagelijks

worden jaartotalen uit de actuele begroting, de primaire begroting

bestuur stelt voor 1 maart een ontwerpbegroting op en stuurt deze

gepresenteerd en wordt een prognose gegeven over de realisatie van

toe

de begroting per 31-12.

aan

de

raden

van

gemeenten

voor

ziens wijzen.

De

gemeenteraden kunnen bij het DB hun zienswijzen over de ontwerpbegroting

naar

voren

brengen.

Het

DB

voegt

deze

De

bestuursrapportage

wordt

door

het

DB

ter

kennisname

zienswijzen toe aan de ontwerpbegroting, die bij het AB wordt

aangeboden aan het AB en ter kennisname gezonden aan de

aangeboden.

gemeenteraden van de deelnemers (en AB waterschap). Veel raadsleden geven aan dat ze deze bestuursrapportages nauwelijks

Het AB stelt de begroting vast uiterlijk 15 juli van het ja ar voorafgaand

lezen, mede omdat ze onderdeel zijn van een grote hoeveelheid

aan het jaar waarvoor de begroting dient. Hierbij houdt het AB

ingekomen stukken. Bestuursrapportages worden in de regel niet

rekening met de uitgebrachte zienswijzen. Als de begroting is

geagendeerd in de raden.

vastgesteld, stuurt het AB de begroting aan de gemeenteraden en

31

Met ingang van 2020 is de Q4-rapportage komen te vervallen en wordt een bestuursinformatiebrief (verkorte vorm) gedeeld.

| 72

Begrotingswijziging Tussentijds

(in

het

gemeenten. Dit overleg vindt niet in een vaste frequentie plaats, maar lopende

begrotingsjaar)

kan

BsGW

een

veelal op basis van behoefte.

begrotingswijziging ter besluitvorming voorleggen. In artikel 24 GR BsGW is bepaald dat een begrotingswijziging hetzelfde proces van

Op ambtelijk niveau zijn er ook verschillende communicatielijnen. In

besluitvorming volgt als de begroting. Het DB vraagt zienswijzen aan

de specifieke overeenkomsten, die jaarlijks op basis van de

de gemeenteraden en legt het voorstel vervolgens

uitvoeringsovereenkomst wordt afgesloten, worden liaison-afspraken

inclusief

tussen BsGW en de betreffende gemeente gemaakt. Het gaat dan

zienswijzen, ter besluitvorming voor aan het AB.

om

het

aanwijzen

van

contactpersonen

voor

verschillende

Jaarrekening en jaarverslag

taakgebieden in de uitvoering. In het kader van dit onderzoek is het

In artikel 25 GR BsGW is bepaald dat het DB jaarlijks voor 15 april

relevant om te vermelden dat er ambtelijk contact is tussen de

de voorlopige jaarrekening toezendt aan de gemeenteraden. Via de

Custom Relation Managers van BsGW (CRM) en de accounthouders

jaarrekening wordt door het DB verantwoording afgelegd over het

van de gemeenten. Zij zijn eerste aanspreekpunt over en weer.

gevoerde financiële beheer. In artikel 17, lid 4 van de GR BsGW is

Binnen de gemeenten adviseren de accounthouders hun AB-lid.

geregeld dat het DB jaarlijks, gelijktijdig met de jaarrekening, aan het

Voorafgaand aan elke AB-vergadering is er ambtelijk vooroverleg

AB het jaarverslag aanbiedt waarmee zij verantwoording aflegt over

tussen de CRM-ers van BsGW en de accounthouders van de

de werkzaamheden van het achterliggend jaar. Het AB stelt de

gemeenten.

jaarrekening en het jaarverslag vast. De communicatie naar de colleges en raden van de deelnemende Wijze van interactie

gemeenten vindt plaats door het collegelid dat lid is van het AB

De interactie tussen BsGW en deelnemers vindt op verschillende

BsGW. Hij doet dit formeel als lid van het AB, maar zit hier in een

manieren plaats. Communicatie vindt veelal plaats op basis van de

dubbelrol waar hij ook wethouder is op de inhoudelijke portefeuille

formele lijnen en formele stukken. Formele communicatielijnen zijn

waar de belastingen onder vallen. Hij heeft op grond van de Wet

er tussen de directeur BsGW en het DB en tussen het DB en het AB.

Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) en de GR BsGW de

Dit contact vindt plaats in formele overlegmomenten die plaatsvinden

verplichting om op verzoek van college en gemeenteraad informatie

op basis van een agenda met onderliggende voorstellen of stukken.

te geven en vragen te beantwoorden of verantwoording af te leggen. Daarnaast heeft hij de plicht om hen zo n odig actief te informeren.

Daarnaast vindt ook overleg plaats tussen de directeur van BsGW en individuele

AB-leden/portefeuillehouders

van

de

deelnemende

| 73

Het is sporadisch voorgekomen dat de directeur BsGW op verzoek

Ook vinden veel portefeuillehouders en accounthouders dat zij de

een presentatie geeft in de gemeenteraden over BsGW of een

stukken te laat ontvangen. Dit geldt voor zowel het AB als het DB.

specifiek thema, zoals bijvoorbeeld proceskosten.

Voor de accounthouders betekent dit dat zij onvoldoende tijd hebben om de stukken goed door te nemen en te overleggen met andere

Beelden van gemeenten

deelnemers of met BsGW. Ook betekent dit dat er soms onvoldoende

De portefeuillehouders en

ambtelijke accounthouders van de

tijd is om de AB-agenda ter voorbereiding in te brengen in de colleges

gemeenten geven aan dat zij door BsGW worden geïnformeerd via

van de deelnemende gemeenten. Dit wordt als onwenselijk ervaren.

de stukken die in de P&C-cyclus worden opgeleverd en naar het AB gaan. Vrijwel iedereen ervaart deze informatievoorziening als te

Een praktisch knelpunt in de informatievoorziening ri chting raden is

omvangrijk en te gedetailleerd. Het is lastig om in de veelheid aan

dat de vergadercyclus van het AB niet altijd goed aansluit op de

informatie de essentie te ontwaren. Ook wordt aangegeven dat

vergadercyclus

rapportages vaak gestandaardiseerd zijn en een eenduidige analyse

gemeenteraden niet altijd om binnen de gestelde termijnen hun

wordt gemist van relevante verschillen/afwijkingen ten opzichte van

zienswijzen kenbaar te maken bij BsGW.

van

de

gemeenteraden.

Daardoor

lukt

het

de voorgaande periode. Hoewel er een brede wens bestaat dat BsGW minder gedetailleerde Veel geïnterviewden geven aan dat er grote behoefte is aan

informatie verstrekt en zich meer richt op de essentie, is er tot op

transparante en overzichtelijke informatie vanuit BsGW. Problemen

heden

moeten inzichtelijk gemaakt worden en de risico’s of belangrijke

informatiebehoefte van AB, accounthouders en de gemeenteraden.

punten voor het bestuur moeten duidelijker benoemd worden.

Ook is er sinds de toetreding niet meer met BsGW gesproken over

Genoemd wordt dat bijvoorbeeld ‘tekorten’ worden verstopt in de

de wijze waarop de informatievoorziening is vormgegeven. In vrijwel

tekst en inconsistenties pas worden verklaard nadat er vragen over

alle interviews met raadsleden is aangegeven dat zij – hoewel

worden

en

raadsleden niet tevreden zijn over de informatievoorziening – niet

bestuurders geeft ter illustratie aan dat zij onvoldoende beeld hebben

richting portefeuillehouder hebben aangegeven welke informatie

over de voortgang van het OOP. De informatie over het OOP in de

raden dan wel graag willen ontvangen.

gesteld.

Een

aantal

ambtelijke

accounthouders

in

het

AB

geen

expliciet

gesprek

gevoerd

over

de

bestuursrapportages en jaarrekeningen wordt door geïnterviewden niet toereikend geacht.

BsGW is niet regelmatig een gespreksonderwerp in gemeenteraden , tenzij het gaat om de stijging van de (proces)kosten. In de praktijk spreken raden over BsGW

als de conceptbegroting of een

| 74

begrotingswijziging van BsGW voorligt voor een zienswijze. Het gaat

zijn afgenomen. BsGW geeft aan dat de omvang voortkomt uit de

in de raden weinig over de kwaliteit van dienstverlening van BsGW.

wettelijke

eisen

en

geuite

wensen

van

bestuurders

en

accounthouders vanuit de gemeenten. Raadsleden geven aan graag frequenter compacte informatie te ontvangen over BsGW. Ongeveer de helft van de geïnterviewde

BsGW geeft aan dat het in een omvangrijke GR als BsGW niet

raadsleden geeft aan behoefte te hebben aan een compact

eenvoudig is om informatie te verstrekken die past bij de individuele

dashboard met de belangrijkste informatie. De andere helft van de

behoefte. BsGW geeft aan dat

geïnterviewde raadsleden heeft aangegeven dat die behoefte er niet

raadsleden van deelnemers nu eenmaal meer op afstand van de

is. Alle geïnterviewde raadsleden zijn het er wel over eens dat vooral

uitvoering staan in een gemeenschappelijke regeling.

ambtenaren, bestuurders

en

informatiebijeenkomsten door BsGW in de raad(scommissie) een bijdrage kunnen leveren om beter te begrijpen waar BsGW mee bezig

Samenvattend

is en wat belangrijke ontwikkelingen zijn. Dat is in het verleden

BsGW informeert gemeenten voornamelijk via de P&C-producten. De

mondjesmaat gebeurd, maar werd zeer gewaardeerd. Het beter

P&C-cyclus werkt in de praktijk conform de gestelde kaders . Soms

informeren van de gemeenteraden zien raadsleden als een belangrijk

wordt informatie laat aangeleverd, mede doordat de vergadercyclus

onderdeel van de opdracht aan de nieuwe directeur van BsGW.

van het AB niet altijd even goed aansluit op de vergaderingen van de gemeenteraden. Ambtelijk vindt overleg plaats tussen BsGW en de

De gemeentelijke accounthouders zijn over het algemeen tevreden

gemeenten om de cycli beter op elkaar aan te laten sluiten.

over de communicatie die zij hebben met de CRM-ers van BsGW. Als er vragen worden gesteld, komt er vaak snel een antwoord. Een deel

De portefeuillehouders, gemeenteraden en accounthouders zijn niet

van

in

de

accounthouders

vindt

dat

BsGW

opmerkingen

en

alle

opzichten

tevreden

over

Informatie

is

de vaak

kwaliteit te

van

de

gedetailleerd

en

aandachtspunten die in het ambtelijk overleg besproken worden, nog

informatievoorziening.

beter kan oppakken.

onoverzichtelijk. Het is lastig de essentie uit de stukken te halen en te zien wat er ten opzichte van een vorige periode is veranderd.

Beelden van BsGW

Hoewel dit gevoel breed leeft, is hierover in het AB nog niet expliciet

BsGW geeft aan dat de P&C-cyclus goed loopt en dat de

het gesprek gestart. Naast de vraag over betere en meer relevante

maatwerkafspraken die met gemeenten bij toetreding zijn gemaakt,

informatie,

worden nagekomen. Op de vraag waarom de bestuursrapportages zo

informatiebijeenkomsten van BsGW kunnen bijdragen aan meer

omvangrijk zijn, wordt aangegeven dat deze al behoorlijk in omvang

kennis en begrip.

geven

raadsleden

aan

dat

periodieke

| 75

5.4. Rolinvulling

dat het goed zou zijn als in het AB en door gemeenten meer vanuit vertrouwen en gemeenschappelijkheid wordt gedacht en gehandeld

In paragraaf 5.1 zijn de verschillende rollen in de aansturing en verantwoording van BsGW benoemd. Het gaat dan om de taken en

en BsGW meer als (verlengstuk van de) eigen organisatie wordt gezien.

verantwoordelijkheden van AB, DB en voorzitter en directeur BsGW. In paragraaf 5.2 zijn de verschillende communicatielijnen binne n

Het gevoel bij bestuurders en gemeenteraden is dat het grote aantal

BsGW en tussen BsGW en gemeenten benoemd.

deelnemers in combinatie met de gewogen stemverhouding, maakt dat het bestuurlijke besluitvormingsproces in het AB als complex en

In deze paragraaf staat de vraag centraal hoe de gemeenten invulling geven aan de rol die zij hebben als ‘aandeelhouder’ en als opdrachtgever van BsGW en op welke wijze deze twee rollen zijn verbonden. Daarbij wordt ook ingegaan op de vraag hoe het samenspel tussen AB, DB en directie van BsGW wordt ervaren en hoe gemeenten vinden dat BsGW zijn rol invult in het samenspel met gemeenten. Dit hoofdstuk bestaat uit een weergave van beelden die

soms wat onoverzichtelijk wordt ervaren. Iedere deelnemer heeft vaak zijn eigen agenda, waardoor er geen sprake is van gezamenlijke sturing vanuit het belang van BsGW. De belangen verschillen daarbij uiteraard: soms zijn er regionale belangen (noord-zuid) en soms loopt de scheidslijn tussen grote en kleine gemeenten. Overigens geven veel geïnterviewden aan dat dit nu eenmaal inherent is aan een (grote) GR.

hieromtrent in de interviews zijn gegeven van zowel gemeenten als BsGW.

Door diverse gesprekspartners is aangegeven dat het DB nog kritischer naar de eigen rol mag kijken waar het de aansturing van de

Beelden van gemeenten Portefeuillehouders en ambtelijke accounthouders geven aan dat als het gaat om de rolinvulling, in het AB het eigen belang van de gemeente vaak op de eerste plaats komt. De portefeuillehouders voelen zich in hun rol als AB-lid vooral vertegenwoordiger van de eigen gemeenten en minder bestuurder van BsGW. In veel gesprekken wordt aangegeven dat het binnen het AB ontbreekt aan een ‘wij-gevoel’. Er wordt vaak gesproken over ‘wij-zij’,

informatiestroom naar AB en gemeenteraden betreft, met als doel om deze beter te laten aansluiten op de behoeften van ontvangers van deze informatie. Ook zou het DB vaker belangrijke opgaven mogen agenderen in het AB, zodat daar de dialoog kan worden gevoerd in plaats van uitleg te krijgen hoe het zit. Een voorbeeld dat vaak wordt genoemd is de informatie rond de proceskosten. Er wordt wel informatie gedeeld met het AB, maar er vindt volgens diverse portefeuillehouders geen dialoog plaats.

waar het gaat over de relatie tussen het AB en het DB van BsGW. Portefeuillehouders, gemeenteraden en accounthouders geven aan

| 76

In de praktijk wordt door gemeenten ervaren dat door BsGW te weinig

vervolgens het DB informeert. Hoewel de directeur aanwezig is bij de

regie wordt gevoerd op processen. Als voorbeeld wordt genoemd dat

vergaderingen van het AB en het DB, is dit een strakke lijn waaraan

in lopende

vastgehouden wordt.

projecten

accounthouders

niet vroegtijdig

worden

betrokken of dat BsGW zelf voorstellen ontwikkelt, zoals bijvoorbeeld op het gebied van harmoniseren, zonder accounthouders daar vanaf

BsGW is zich ervan bewust dat in de afgelopen periode de focus

het begin actief bij te betrekken. Accounthouders geven aan dat

vooral op de bedrijfsvoering en de interne organisatie heeft gelegen.

BsGW meer strategisch moet denken, een actievere rol moet pakken

Daardoor is er minder aandacht besteed aan het versterken van –

en meer regie dient te voeren op de processen, onder andere door

met name – de relatie met colleges en raden van de deelnemende

verwachtingen vooraf helder te maken en deelnemers aan de

gemeenten. Dat heeft bijgedragen aan het ontstane ‘wij-zij’ gevoel.

voorkant meer te betrekken en mee te nemen in het proces. De

In de komende periode wordt door BsGW gewerkt aan het

instelling van de ambtelijke werkgroep kwaliteitsnormen wordt als

verstevigen van de relatie onder leiding van de nieuwe directeur van

een positief voorbeeld genoemd.

BsGW. Als voorbeeld wordt genoemd het voeren van regie op een aantal complexe bestuurlijke processen, zoals bijvoorbeeld het

Veel portefeuillehouders, gemeenteraden en accounthouders vinden

proces van harmoniseren.

dat BsGW zichzelf meer mag profileren en zich positiever mag verkopen. Laat beter zien wat wel goed gaat, is het devies.

Vanuit het management van BsGW wordt aangegeven dat het ‘wij-zij’ gevoel de afgelopen jaren is toegenomen. Gemeenten zijn kritisch en

Beelden van BsGW

zijn veel bezig met de bedrijfsvoering van BsGW. D e aandacht voor

BsGW ervaart dat het besturen van een GR voor bestuurders lastig

de stijgende proceskosten lijkt een constructieve dialoog over de

is en soms ook wringt, omdat zij naast AB-lid van BsGW ook

toekomstige ontwikkeling van BsGW soms in de weg te staan.

portefeuillehouder zijn in de aangesloten gemeente. Er zijn veel bestuurswisselingen geweest. Door het ontbreken van bestuurlijke

Samenvattend

continuïteit ontbreekt het vaak aan historisch besef in het bestuur van

Portefeuillehouders voelen zich in hun rol als AB-lid vooral

BsGW. Het kost tijd voordat een nieuw AB- of DB-lid is ingewerkt. De

vertegenwoordiger van de eigen gemeenten en minder bestuurder

lage frequentie waarin AB en DB elkaar zien, helpt daar niet in mee.

van BsGW. Het bestuurlijke besluitvormingsproces in het AB wordt als complex en soms onoverzichtelijk ervaren. Er is volgens

Volgens geïnterviewden van BsGW is het aan het DB om het AB goed

verschillende portefeuillehouders in het AB nauwelijks sprake van

te informeren. Het MT van BsGW informeert de directeur die

gezamenlijke

sturing

vanuit

het

belang

van

BsGW.

Deze

| 77

portefeuillehouders wijzen erop dat het DB vaker belangrijke

Op grond van artikel 23 en 24 GR BsGW hebben gemeenten de

opgaven dient te agenderen in het AB, zodat daar de dialoog kan

mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op een conceptbegroting

worden gevoerd in plaats van uitleg te krijgen hoe het zit.

of een tussentijdse wijziging van de begroting. De zienswijzen die zijn ingediend vanaf de conceptbegroting BsGW van 20 16, zijn nader

In de afgelopen periode heeft de focus van BsGW vooral gelegen op

geanalyseerd.

de interne organisatie. Dat heeft – samen met de focus op de stijgende proceskosten – bijgedragen aan een grotere afstand tussen

Op basis van deze analyse zijn vier vormen te onderscheiden:

BsGW en deelnemers. BsGW ziet het als belangrijke opgave om de 1. Geen zienswijze omdat de begroting voor kennisgeving wordt

relatie met deelnemers te verstevigen.

aangenomen of een positieve zienswijze op basis waarvan een

5.5. Mogelijkheden sturen op kwaliteit en kosten

akkoord wordt gegeven op de begroting 2. Een zienswijze waarmee gevraagd wordt om een aanpassing in

In deze paragraaf staat de vraag centraal welke mogelijkheden gemeenten hebben om te sturen op kwaliteit en kosten, zowel als afzonderlijke gemeente of als collectief. Ook wordt ingegaan op de vraag of gemeenten gebruik maken van deze mogelijkheden. In paragraaf 5.1. zijn de kaders benoemd over de mogelijkheden om te sturen op kwaliteit en kosten. Hieruit blijkt dat gemeenten via hun

de begroting 3. Geen zienswijze, maar wel wordt een aantal opmerkingen gemaakt waarvoor aandacht wordt gevraagd 4. Procesbericht dat zienswijze niet binnen de termijn kan worden ingediend, omdat raadsvergadering later plaatsvindt dan de ABvergadering

deelname in het AB de mogelijkheid hebben om te sturen en dat gemeenteraden kunnen sturen via het indienen van een zienswijze op de conceptbegroting en tussentijdse begrotingswijzi gingen. Individueel kan een gemeente bijsturen door andere individuele afspraken

met

BsGW

te

maken

via

de

standaard

uitvoeringsovereenkomst. In de praktijk blijkt dat de afspraken die gemeenten bij toetreding hebben gemaakt met BsGW, sindsdien eigenlijk niet meer zijn besproken of geëvalueerd en daarmee dus ongewijzigd zijn gebleven.

| 78

Het proces om te komen tot de begrotingen voor de jaren 2016 tot en

Inhoudelijk valt op dat zienswijzen vrijwel altijd gaan over financiën.

met 2021, laat het volgende beeld zien:

Zienswijzen worden vooral ingediend als het een verhoging van de begroting van BsGW betreft (en dus hogere kosten voor de

Begroting

Geen

Wel

Opmer-

Reactie

Geen

Totalen*

zienswijze

zienswijze

kingen

termijn

reactie

ingediend

ingediend

24

2

5

-

1

32

13

3

4

1

11

32

12

2

9

4

4

31

16

6

5

2

2

31

proceskosten, het ‘aanvullen’ van de algemene reserve in verband

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10639777/1