Eindrapport rekenkameronderzoek BsGW 16-7-2021
Tekst van het document
te laat
2016 Begroting
2018 Begroting
8
12
9
-
-
29
14
9
2
1
2
29
2020 Begroting
gevraagd voor het rapporteren over de voortgang van het OOP. Daarnaast valt op dat gemeenten het dictum van hun besluit over de zienswijzen nogal verschillend formuleren. Zo wordt bijvoorbeeld vaak aangegeven dat er geen zienswijze wordt ingediend, maar dat
2019 Begroting
met het weerstandsvermogen en een negatief begrotingsresultaat. Ook is via het indienen van een zienswijze een aantal keren aandacht
2017 Begroting
deelnemers). Het gaat daarbij vaak over de hoogte van de
wel aandacht wordt gevraagd voor een aantal zaken, zoals de hoogte van de proceskosten. Ook komt voor dat een gemeenteraad besluit
2021
*Totalen wijken af door fusie waterschappen (2017) en herindeling Beekdaelen (2019)
om niet in te stemmen met een onderdeel van de begroting van BsGW. Bij de AB-voorstellen om de begroting BsGW vast te stellen wordt een memo gemaakt waarin wordt gereageerd op de zienswijze
Tabel 13: overzicht van ingediende zienswijzen
van de deelnemers op de begroting. Uit geen enkel AB -voorstel blijkt dat de begroting BsGW op basis van een zienswijze gewijzigd is
Het jaar 2016 valt op als jaar waarin de meeste deelnemers in de GR
vastgesteld.
geen zienswijze hebben ingediend. 2020 is een uitschieter met een hoog aantal zienswijzen. Uit dit schema is op te maken dat een aantal
Beelden van gemeenten
gemeenten niet binnen de termijn kan reageren, omdat het proces
Uit de gesprekken met raadsleden komt naar voren dat – hoewel het
van besluitvorming bij BsGW niet of onvoldoende aansluit op de
aantal
vergaderfrequentie van gemeenteraden. Dit is in paragraaf 5.2 reeds
gemeenteraden steeds minder gemotiveerd zijn om een zienswijze in
aan de orde geweest.
te dienen. Dat komt omdat het beeld bij gemeenteraden is dat een
zienswijzen
de
afgelopen
jaren
is
toegenomen
–
ingediende zienswijze niet leidt tot aanpassing van de begroting van BsGW. Raadsleden geven aan dat raden ook vrijwel nooit een
| 79
terugkoppeling van de portefeuillehouder krijgen over de uitkomst
raad
door
het
college/portefeuillehouder.
Gemeenteraden zijn
van een ingediende zienswijze.
daardoor steeds minder gemotiveerd om een zienswijze in te dienen. Zowel bestuurlijk als bij gemeenteraden overheerst het gevoel dat
Zowel bij de grotere als de kleine gemeenten leeft het gevoel dat door
door de omvang van het AB, de samenstelling van het DB en de
de stemverhouding weinig invloed kan worden uitgeoefend op de
stemverhouding, het AB nauwelijks invloed kan uitoefenen op de
besluitvorming. Met name de kleine gemeenten vinden het lastig om
besluitvorming.
iets te bereiken, omdat er veel gemeenten nodig zijn om een meerderheid te krijgen in de besluitvorming in het AB.
5.6. Gevolgen nieuwe GR sturingsmogelijkheden gemeenten
Het gevoel bij veel AB-leden is dat het DB in grote mate bepaalt hoe
In deze paragraaf staat de vraag centraal of en zo ja welke gevolgen
het gaat. Het huidige DB vertegenwoordigt ongeveer 47% van de
de
stemmen in het AB. Door de samenstelling en de stemverhouding zijn
sturingsmogelijkheden van de gemeenten. Ook wordt kort ingegaan
in het AB nog maar 1 of 2 gemeenten extra nodig om een
op de nieuwe Wet versterking legitimatie gemeenschappelijke
meerderheid
regelingen, die nog in voorbereiding is.
te
krijgen
voor
voorstellen
van
het
DB.
Door
nieuwe
opzet
van
de
GR
BsGW
heeft
voor
de
verschillende AB-leden wordt in dat verband wel de vergelijking gemaakt met coalitie (DB) versus oppositie (overige AB-leden). Een aantal AB-leden vraagt zich in dat verband af of BsGW niet te groot is geworden.
Op 23 december 2020 is de nieuwe gemeenschappelijk e regeling BsGW
in werking getreden. De belangrijkste wijziging heeft
betrekking op de bevoegdheid tot het aanwijzen van leden in het AB. In de oude regeling lag deze bevoegdheid bij de gemeenteraden.
Samenvattend
Deze bevoegdheid is in de nieuwe regeling bij het college van B&W
Gemeenten hebben mogelijkheden om te sturen op kwaliteit en
neergelegd. De belangrijkste reden voor deze wijziging was om snel
kosten via de besluitvorming in het AB en het indienen van
te kunnen handelen als er een nieuw lid van het AB moet komen.
zienswijzen op de begroting en tussentijdse begrotingswijzigingen. De afspraken daarover zijn helder en passen bij hetgeen gebruikelijk is bij een GR.
Een andere wijziging heeft betrekking op de samenstelling van het DB. In de oude GR hadden het waterschap en de gemeente Venlo een vaste zetel in het DB en werden de overige leden uit het midden
Hoewel er op diverse momenten zienswijzen zijn ingediend, hebben
van het AB gekozen en benoemd. In de nieuwe GR heeft het
deze vrijwel niet geleid tot het aanpassen van een begroting door het
waterschap een vaste zetel en worden de overige zetels in het DB
AB. Verder ontbreekt het vaak ook aan een terugkoppeling naar de
verdeeld volgens een geografische spreiding.
| 80
In de gevoerde gesprekken noemen meerdere portefeuillehouders en
het AB sneller kunnen worden ingevuld waardoor alle deelnemers in
accounthouders het aanwijzen van AB-leden door het college van
het AB vertegenwoordigd kunnen zijn.
B&W, de belangrijkste wijziging in de nieuwe GR. Met de oude GR duurde het invullen van vacatures lang, omdat voor het aanwijzen
Een ander gevolg van de nieuwe GR is dat het waterschap een vaste
van een nieuw lid een besluit van de gemeenteraad nodig was.
zetel heeft in het DB en dat de overige zetels in het DB worden ingevuld op basis van geografische spreiding.
Met de nieuwe GR is dit opgelost. Nu een nieuw lid door het college van B&W kan worden aangewezen, kunnen vacatures sneller worden ingevuld
waardoor
alle deelnemers in de AB vergaderingen
vertegenwoordigd kunnen zijn. Landelijk
is
op
dit
moment
een
wijziging
van
de
Wet
versterking legitimiteit gemeenschappelijke regelingen 32. Hoewel deze ontwikkeling buiten de context van dit onderzoek valt, wordt wel melding gemaakt van deze ontwikkeling, omdat het raakt aan de sturing van gemeenteraden op gemeenschappelijke regelingen . Het introduceert
Toereikende kaders voor sturing en verantwoording In de GR BsGW zijn toereikende kaders opgenomen die gaan over
gemeenschappelijke regelingen in voorbereiding, te weten de Wet
wetsvoorstel
5.7. Samenvatting en beoordeling van de bevindingen
nieuwe
instrumenten
waarmee
gemeenteraden hun controlerende en kaderstellende taken beter kunnen uitvoeren. Het wetsvoorstel beoogt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Samenvattend De nieuwe GR legt de bevoegdheid tot het aanwijzen van een AB-lid neer bij het college van B&W. Dit heeft tot gevolg dat vacatures in
de sturings- en verantwoordingsrelatie tussen gemeenten en BsGW. Het gaat hier over algemene kaders over governance, taken en bevoegdheden,
stemverhoudingen
en
informatie-
en
verantwoordingsplicht. Deze zijn passend bij hetgeen verwacht mag worden bij een GR. Een
van
de
weinige
directe
manieren
om
te
sturen
voor
gemeenteraden zit in het indienen van een zienswijze op de conceptbegroting en een tussentijdse begrotingswijziging en in de gemeentelijke
verantwoordingsrelatie
tussen
college
en
gemeenteraad. De kaders zijn conform hetgeen gebruikelijk is bij een gemeenschappelijke regeling. Naast de zienswijzenprocedure is de verantwoordingsrelatie tussen gemeenteraad
en
college/portefeuillehouder
van
belang.
Het
32 Kamerstukken II 2019/20, 35513, nr.4
| 81
onderzoek laat zien dat er nauwelijks sprake is van sturing vooraf en
Rol bestuurders
verantwoording achteraf in de gemeenteraden over de inbreng en
Portefeuillehouders
inzet
BsGW.
vertegenwoordiger van de gemeente en veel minder als bestuurder
Bestuursrapportages en AB-besluiten worden niet geagendeerd en
van BsGW. Dat geldt niet voor DB-leden. In de praktijk ontstaat
besproken.
daardoor een soort tegenstelling in het AB van BsGW tussen AB-
van
de
gemeente
in
het
bestuur
van
functioneren
in
het
AB
primair
als
leden en DB-leden. Informatievoorziening BsGW informeert colleges en gemeenteraden voornamelijk via de
Daarnaast wordt het bestuurlijke besluitvormingsproces in het AB
P&C-producten. De P&C-cyclus werkt in de praktijk conform de
door veel AB-leden als complex en soms onoverzichtelijk ervaren. Op
gestelde kaders, waarbij wordt aangetekend dat informatie in
basis van de interviews met AB-leden is vast te stellen dat in de
sommige gevallen informatie laat wordt aangeleverd, mede doordat
praktijk nauwelijks sprake is van gezamenlijke sturing vanuit het
de vergadercyclus van het AB niet altijd even goed aansluit op de
belang van BsGW. Diverse portefeuillehouders geven aan dat het
vergaderingen van de gemeenteraden. Ambtelijk vindt overleg plaats
agenderen van een dialoog over belangrijke onderwerpen in het AB
tussen BsGW en de gemeenten om de cycli beter op elkaar aan te
kan bijdragen om ook het AB meer als bestuur van BsGW te laten
laten sluiten.
functioneren.
Zoals al in hoofdstuk 3 en 4 is aangegeven zijn portefeuillehouders, gemeenteraden en accounthouders niet in alle opzichten tevreden over de kwaliteit van de informatievoorziening. Info rmatie is vaak te gedetailleerd en onoverzichtelijk. Het is lastig de essentie uit de stukken te halen en te zien wat er ten opzichte van een vorige periode is veranderd. Hoewel dit gevoel breed leeft, is hierover in het AB nog niet expliciet het gesprek gestart. Wel wordt er ambtelijk gekeken hoe de kwaliteit van de informatie kan worden verbeterd. Het gevoel bij zowel BsGW als de deelnemende gemeenten is dat – na de focus op de interne bedrijfsvoering van BsGW in de afgelopen jaren – het hoog tijd is om meer aandacht te besteden aan verbetering van de informatie-uitwisseling met de deelnemers.
| 82
6. Conclusies
drie onderzoeksvragen die in dit hoofdstuk worden weergegeven. De conclusies vormen de opmaat voor de aanbevelingen in hoofdstuk 7.
6.1. Vooraf
De conclusies komen voort uit onderzoek in opdracht van de rekenkamer(commissie)s van 11 aan het onderzoek deelnemende
De
rekenkamer(commissie)s
van
de
11
aan
dit
onderzoek
deelnemende gemeenten hebben onderzoek laten doen naar het
gemeenten. De overige deelnemers in BsGW (de overige gemeenten en het waterschap) maken geen deel uit van het onderzoek.
functioneren van BsGW. Het doel van het onderzoek is tweeledig: •
Inzicht geven in de kostenontwikkeling en de ontwikkeling van
6.2.
Conclusies
de kwaliteit van de taakuitvoering/dienstverlening door BsGW. •
Inzicht geven in de mate waarin de gemeenten (college en raad)
Het onderzoek heeft geleid tot 14 conclusies. De conclusies zijn
grip hebben op de ontwikkeling van de kwaliteit van de
geordend naar de drie onderzoeksvragen, voorafgegaan door twee
taakuitvoering/dienstverlening en de ontwikkeling van de kosten
algemene conclusies.
van BsGW. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt:
Algemene conclusies 1.
In de ontwikkeling van BsGW zijn op hoofdlijnen drie fasen te onderscheiden.
“Hoe effectief en kosten-efficiënt is de taakuitvoering van BsGW voor deelnemende gemeenten?”
In de ontwikkeling van BsGW zijn op hoofdlijnen drie fasen te Deze hoofdvraag is uitgewerkt in de volgende drie deelvragen:
onderscheiden: 1.
Fase 1: Groeifase (2012-2015)
1.
Hoe ontwikkelt de kwaliteit van de taakuitvoering zich?
2.
Fase 2: Consolidatiefase (2016-2020)
2.
Hoe ontwikkelen de kosten van dienstverlening van BsGW zich?
3.
Fase 3: Fase van doorontwikkeling (2020-…)
3.
Hoe is de sturings- en verantwoordingsrelatie vormgegeven? In de eerste fase (tot 2016) ligt de nadruk bij BsGW op het op - en
De rekenkamer(commissie)s komen op basis van de bevindingen uit
uitbouwen van de organisatie. Er is sprake van stevige kwantitatieve
de vorige hoofdstukken tot een aantal conclusies langs de lijn van de
groei door uitbreiding van het aantal deelnemers. Het belangrijks te doel in deze fase is om de uitvoeringskosten te verlagen; dat is ook
| 83
de belangrijkste motivatie van gemeenten om deel te nemen in
2020 en de informatievoorziening rond proceskosten in het eerste
BsGW. Naast de kwantitatieve groei van het aantal deelnemers heeft
kwartaal van 2021.
BsGW in die periode te maken met een jaarlijkse financië le taakstelling en wordt van BsGW verwacht de taken uit te voeren met
Duiding van deze drie fasen is van belang als context voor de over ige
personeel dat overkomt van de toetredende deelnemers. De
conclusies.
combinatie van sterke kwantitatieve groei, weinig invloed op het personeelsbestand dat overkomt van nieuwe deelnemers en de
2.
Bestuurlijk en ambtelijk wordt de meerwaarde van BsGW als gezamenlijke uitvoeringsorganisatie erkend. Het beeld over de
financiële taakstelling trekt in deze periode een stevige wissel op de
meerwaarde van BsGW bij raadsleden is minder eenduidig.
kwaliteit van taakuitvoering door BsGW. In de tweede fase (van 2016-2020) blijft het aantal deelnemers gelijk
Bestuurlijk en ambtelijk wordt door de deelnemende gemeenten aan
en is bij BsGW meer ruimte voor het op orde krijgen van de
het rekenkameronderzoek de meerwaarde van BsGW onderschreven
werkprocessen en interne bedrijfsvoering. Het Ondernemings- en
als
ontwikkelingsplan (OOP) uit 2018 markeert dat proces bestuurlijk.
belastingen. Daarbij is het belangrijkste argument dat een zekere
Met het OOP zet BsGW in op een kwaliteitsimpuls voor de
schaalgrootte nodig is om voldoende deskundigheid in huis te kunnen
organisatie, taakuitvoering en stroomlijning van werkprocessen van
hebben, de ontwikkeling van de kosten te kunnen beheersen en om
BsGW. Deze fase kenmerkt zich met name door een interne
in de uitvoering minder kwetsbaar te zijn. Er heerst bij bestuurders
oriëntatie van BsGW.
en ambtenaren van de aan het rekenkameronderzoek deelnemende
samenwerkingsorganisatie
in
de
uitvoering
van
lokale
gemeenten een gedeeld beeld dat een goede uitvoering van loka le De derde fase (van medio 2020 tot heden) kenmerkt zich door een
belastingtaken (waarderen, heffing en innen) het schaalniveau van
combinatie
individuele gemeenten overstijgt.
van
verdere
aandacht
voor
verbetering
van
de
taakuitvoering en meer aandacht voor kwaliteit van dienstverlening. BsGW wil de externe oriëntatie naar deelnemers versterken. De
Het beeld over de meerwaarde van BsGW bij raadsleden van de
externe oriëntatie slaat onder andere neer
deelnemende
in de Visie op
gemeenten
is
minder
eenduidig.
De
meeste
Dienstverlening van december 2020, waarin BsGW plannen ontvouwt
geïnterviewde raadsleden zijn van mening dat BsGW meerwaarde
om de kwaliteit van dienstverlening een stevige impuls te geven.
heeft, hoewel veel raadsleden ook aangeven dat ze eigenlijk geen
Daarnaast is zichtbaar dat BsGW meer periodieke informatie
duidelijk beeld hebben. Een aantal raadsleden wijst er wel op dat
verstrekt aan deelnemers, bijvoorbeeld in de factsheets in december
door samenwerking in BsGW de relatie met de burger op het gebied
| 84
van lokale belastingen afstandelijker is geworden. Mogelijk is de
de
kwaliteit van taakuitvoering wel verbeterd, maar de kwaliteit van
gelijkblijvende kwaliteit’ zou moeten meten en monitoren. In de
dienstverlening richting belastingbetalers is volgens veel raadsleden
diverse plannen van BsGW (ondernemingsplan uit 2011 en het OOP
een aandachtspunt. Dat beeld wordt bevestigd door de uitkomsten
uit 2018) zijn geen prestatie-indicatoren opgenomen die dienen ter
van de klanttevredenheidsonderzoeken uit 2016, 2017 en 2019. Een
toetsing en monitoring van de kwaliteitsontwikkeling. Door de
enkel raadslid vraagt zich af of deze afstand tot de belastingbetaler
combinatie van het ontbreken van een kwalitatieve nulmeting en het
mogelijk een rol speelt bij de hoogte van het aantal ingediende WOZ -
ontbreken van vastgestelde indicatoren is niet objectief vast te stellen
bezwaren. Daarvoor is in het onderzoek echter geen concrete
of BsGW heeft voldaan aan de eigen ambitie van ‘minimaal
aanwijzing gevonden.
gelijkblijvende kwaliteit van dienstverlening’.
Conclusies
over
de
ontwikkeling
van
de
kwaliteit
van
dienstverlening BsGW
deelnemers
BsGW
hoe
BsGW
rapporteert
in
de
doelstelling
verschillende
van
‘minimaal
rapportages
(bestuursrapportages, kadernota, begrotingen, jaarrekening) over de ontwikkeling van de kwaliteit van de taakuitvoering (zie hoofdstuk 3).
3.
De ontwikkeling van de kwaliteit van dienstverlening door BsGW
De beschikbare informatie over kwaliteitsontwikkeling in deze
valt niet objectief vast te stellen door het ontbreken van een
documenten is hoofdzakelijk kwalitatief van aard. Er is geen sprake
kwalitatieve
en
van overzichtelijke informatie waaruit een integraal beeld kan worden
ontoereikende indicatoren. Het is daardoor eveneens niet
afgeleid over de ontwikkeling van de kwaliteit van taakuitvoering en
mogelijk om vast te stellen of BsGW het strategische doel van
kwaliteit van dienstverlening. Voor zover door BsGW wel meer
‘minimaal gelijkblijvende kwaliteit van dienstverlening’ heeft
concrete
gerealiseerd.
bestuursrapportages) over de ontwikkeling van de kwaliteit van
nulmeting,
gefragmenteerde
informatie
indicatoren
worden
gebruikt
(met
name
in
de
taakuitvoering en dienstverlening, ontbreekt het aan een goede BsGW heeft als strategische doelstelling geformuleerd te s treven
onderbouwing en toelichting hoe BsGW op basis van onderliggende
naar ‘minimaal gelijkblijvende kwaliteit en waar mogelijk verbetering
data en eigen normen komt tot het positieve oordeel op de individuele
van de kwaliteit’. Bij oprichting van BsGW hebben BsGW en de
indicatoren. Op basis van de verzamelde informatie is niet eenduidig
deelnemers niet vastgesteld wat wordt verstaan onder kwaliteit (van
af te leiden hoe de kwaliteit van taakuitvoering door BsGW zich de
taakuitvoering
afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Zie ook conclusie 10 bij de sturings -
en
dienstverlening)
en
wat
de
kwali teit
van
taakuitvoering en dienstverlening op dat moment was (kwalitatieve
en verantwoordingsrelatie.
nulmeting). Er zijn er ook geen afspraken gemaakt tussen BsGW en
| 85
Daarnaast geven de gebruikte kwaliteitsindicatoren weinig bruikbare
(score 4; goed) en ook lager dan de gemiddelde landelijke
informatie over de ontwikkeling van de kwaliteit van taakuitvoering
score (score 3,2).
en dienstverlening en maakt BsGW niet duidelijk zichtbaar welke beheersmaatregelen worden getroffen als een indicator niet voldoet
Uit de vergelijking met andere belastingorganisaties blijkt dat bij
aan
‘goedkeurende
BsGW sprake is van relatief veel ingediende bezwaren (aantal WOZ -
accountantsverklaring’ een weinig relevante indicator om de kwaliteit
bezwaren uitgedrukt als percentage van het aantal WOZ -objecten).
van processen te beoordelen en wordt met de uitkomsten van de
Het aantal bezwaarschriften als percentage van de WOZ -objecten in
klanttevredenheidsonderzoeken
De
de periode 2016-2019 is bij BsGW 1,9%. Dat ligt 50-60% hoger dan
gebruikte kwaliteitsindicatoren geven een onvolledig beeld van de
bij de benchmarkorganisaties en ook hoger dan het landelijk
ontwikkeling van de kwaliteit bij BsGW. Dat blijkt uit het feit dat de
gemiddelde. In 2018 ligt het aantal bezwaren als percentage van het
gebruikte indicatoren een overwegend positieve score laten zien in
aantal WOZ-objecten bij BsGW zelfs ruim tweemaal zo hoog als het
de afgelopen jaren, terwijl BsGW in het OOP zelf aangeeft dat de
landelijk
organisatie door de ondergrens dreigt te zakken.
benchmarkorganisaties.
4.
De analyse van het aantal ingediende WOZ-bezwaren, het
In het onderzoek is gezocht naar de oorzaken van het relatief hoge
aantal gehonoreerde WOZ-bezwaren en de score van de
aantal bezwaren. In de eerste plaats is gekeken naar de kwaliteit van
Waarderingskamer op de kwaliteit van het WOZ-proces geeft
de uitvoering van de WOZ. BsGW scoort de afgelopen jaren een
geen eenduidig beeld over de oorzaak van het relatief hoge
‘voldoende’ (drie sterren) op de uitvoering van de WOZ. Vier van de
aantal WOZ-bezwaren bij BsGW.
vijf benchmarkorganisaties scoren hoger dan BsGW, namelijk vier
4a Het aantal ingediende WOZ-bezwaren als percentage van
sterren (predicaat ‘goed’). Voor belastingsamenwerkingen met meer
het aantal WOZ-objecten ligt bij BsGW 50%-60% hoger dan
dan 200.000 inwoners is de gemiddelde score een 3,2. BsGW scoort
bij de in dit onderzoek onderzochte benchmarkorganisatie.
met een score ‘3’ dus lager dan dit gemidde lde. Volgens de
4b Het gemiddelde percentage gehonoreerde WOZ-bezwaren
Waarderingskamer maakt BsGW serieus werk van zelfevaluaties. De
ligt bij BsGW met 43% ongeveer 10% lager dan bij de
Waarderingskamer heeft verder aangegeven dat BsGW de afgelopen
benchmarkorganisaties.
jaren veel heeft geïnvesteerd in optimalisatie van beheer van
BsGW scoort met een score 3 (voldoende) op de kwaliteit
objectkenmerken. De kwaliteit van de WOZ-uitvoering ligt dus lager
van het WOZ-proces lager dan de benchmarkorganisatie
dan gemiddeld, maar BsGW scoort wel een voldoende.
de
4c
‘norm’.
Zo
is
de
lange
indicator
tijd
weinig
gedaan.
gemiddelde
en
het
gemiddelde
bij
de
| 86
Aanvullend is in het onderzoek gekeken naar het percentage
kostenreductie van 10% dient te realiseren in de eerste vijf jaren na
gehonoreerde bezwaren. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen
de oprichting (periode 2012-2016).
twee
typen
WOZ-objecten:
woningen
en
niet-woningen.
Het
gemiddeld percentage gehonoreerde bezwaren bij BsGW ligt met
Deze taakstelling is conform afspraak ingevuld door BsGW door vijf
43%
jaar lang af te zien van jaarlijkse indexering van kosten (gesteld op
ongeveer
10%
onder
het
gemiddelde
bij
de
2% per jaar). Bij de vaststelling van de Kadernota 2017 heeft het AB
benchmarkorganisaties.
besloten om BsGW ook in 2017 een taakstellende kostenreductie van Er worden dus verhoudingsgewijs veel bezwaren ingediend bij
2% op te leggen, door af te zien van indexering van de kosten in dat
BsGW, maar verhoudingsgewijs minder bezwaren toegekend. Dit
jaar. Daarmee komt de totaal gerealiseerde taakstelling uit op 12%.
lagere percentage gehonoreerde bezwaren is een indicatie dat de
In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt in welke jaren de
waardebepaling
taakstelling is gerealiseerd.
van
de
WOZ-objecten
bij
BsGW
kwalitatief
(tenminste) vergelijkbaar is met andere belastingorganisaties. Dat neemt niet weg dat er in absolute zin bij BsGW wel veel bezwaren
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Totaal
179
204
282
300
300
300
1.565
worden ingediend en dus ook dat in absolute zin veel bezwaren worden gehonoreerd. Er is in het onderzoek geen duidelijk aanwijsbare reden gevonden die het hoge aantal WOZ -bezwaren bij BsGW kan verklaren. Ook BsGW, de Waarderingskamer en de
Gerealiseerde taakstelling
deelnemers blijven het antwoord hierop schuldig. Conclusies over de kostenontwikkeling BsGW
Tabel 14: gerealiseerde taakstelling (* € 1.000)
5.
BsGW heeft de financiële taakstelling van 10% kostenreductie
BsGW heeft de taakstelling en de efficiencywinst jaarlijks op correcte
gerealiseerd.
wijze verwerkt en toegelicht in de jaarcijfers. Deze besparingen werken door in het meerjarenperspectief van BsGW en zijn daarmee
In
tegenstelling
tot
de
ontwikkeling
van
de
kwaliteit
van
dienstverlening zijn er tussen BsGW en de deelnemers duidelijke e n
structureel. Een deel van het efficiencyvoordeel uit 2015 i s ingezet in de begroting om de stijgende proceskosten op te vangen.
concrete afspraken gemaakt over de financiële taakstelling. Bij oprichting van BsGW is afgesproken dat BsGW taakstellend een
| 87
Naast de oorspronkelijke financiële taakstelling van 10% zijn
per jaar. Veel kosten van BsGW hebben een hoog ‘zekerheidsniveau’
aanvullende besparingen gerealiseerd als gevolg van efficiencywinst
en zijn relatief makkelijk te begroten en te monitoren.
door toetreding van nieuwe deelnemers. In totaal heeft BsGW een cumulatieve (structurele) verlaging van de begroting gerealiseerd in
Analyse van de oorspronkelijke begrotingen, bijgestelde begrotingen
de periode 2012 – 2017 van 7,2 miljoen euro. 1,6 miljoen euro van
en jaarrekeningen over de periode 2016 – 2019 geeft een beeld van
dat bedrag is het gevolg van de taakstellende kostenverlaging
een ordentelijk en traceerbaar begrotingsproces en een (tot 2018)
gedurende de eerste zes jaar na oprichting (10% e n 2% taakstelling)
gematigde ontwikkeling van de tarieven van de primaire producten
en 5,6 miljoen euro door efficiencyvoordelen als gevolg van de
van dienstverlening. Daarbij geldt dat de belangrijkste kosten van de
uitbreiding van het aantal gemeenten tot 2016 (zie paragraaf 4.2). De
werkzaamheden van BsGW neerslaan in de tarieven voor de primaire
structurele besparing geldt voor de totale begroting van BsGW en
producten van dienstverlening (zie paragraaf 4.5). De tarieven voor
komt daarmee ten goede aan alle deelnemers.
de primaire producten van dienstverlening laten tot 2017 een dalende trend zien. Deze daling is direct toe te schrijven aan de opgelegde
6.
BsGW heeft zicht en grip op de algemene ontwikkeling van de
financiële taakstelling en de efficiencyvoordelen door uitbreiding van
kosten van de uitvoering van de primaire producten van
het aantal deelnemers. Na 2016 groeit het aantal deelnemers in
dienstverlening, met uitzondering van de proceskosten.
BsGW niet meer en vervalt de afgesproken financiële taakstelling. Na 2017 is sprake van een stijging van de tarieven van de primaire
Om
te
beoordelen
in
hoeverre
BsGW
grip
heeft
op
producten van dienstverlening. Gemiddeld stijgen de toegerekende
kostenontwikkeling, is een analyse gemaakt van de planning en
kosten aan de primaire producten van dienstverlening na 2017 met
control-cyclus (P&C-cyclus) van BsGW. Daarbij is specifiek ingegaan
6,7% per jaar. De belangrijkste oorzaak zit in de stijging van de
op de vraag in hoeverre de voorspelbaarheid van de werkelijke
proceskosten (zie ook conclusie 7) die vanaf 2019 worden
kostenontwikkeling hoog is.
toegerekend
aan
de
primaire
producten
(‘waarderen’
en
‘klantcontacten’). Uit het onderzoek blijkt dat BsGW de P&C-cyclus volgens algemeen geaccepteerde normen heeft ingericht (opzet) en ook werkt op de wijze zoals het is vastgelegd (werking). Door de inrichting van de P&C-cyclus met daarin de rapportage per kwartaal is geborgd dat BsGW periodiek zicht en grip heeft op de ontwikkeling van de ko sten
| 88
7.
Ondanks diverse maatregelen heeft BsGW vrijwel geen grip op
van de tijd en de toegenomen proceskostenvergoedingen aan ncnp -
de ontwikkeling van de WOZ-proceskosten. De stijging van de
bureaus. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat BsGW meer tijd kwijt is
proceskosten belast de samenwerking tussen BsGW en de
aan een bezwaar dat door een ncnp-bureau wordt ingediend dan een
deelnemers en ondermijnt het draagvlak voor BsGW onder de
bezwaar dat door een burger zelf wordt ingediend. BsGW geeft aan
deelnemers.
dat de stijging van de proceskosten een landelijk fenomeen is waar alle gemeenten mee te maken hebben. Dat beeld wordt bevestigd
In tegenstelling tot de overige kosten, heeft BsGW vrijwel geen grip
door de Waarderingskamer en diverse onderzoeken die zijn
op
uitgevoerd.
de
ontwikkeling
van
de
WOZ-proceskosten.
De
WOZ-
proceskosten bij BsGW laten in de loop van de jaren een sterke stijging zien. In 2019 bedragen de proceskosten ongeveer 8% van de
BsGW heeft de afgelopen jaren diverse maatregelen getroffen om de
totale begroting van BsGW (2,7 miljoen euro). In 2012 wa s dit nog
proceskosten te verlagen (zie paragraaf 4.6 en bijlage 6). Daarnaast
0,3% van de totale begroting (29.000 euro). De stijging zet na een
heeft BsGW de afgelopen maanden op diverse momenten de
lichte daling in 2019 verder door in 2020. Ook voor de jaren na 2020
deelnemende gemeenten geïnformeerd over de achterliggende
wordt een verdere stijging van de WOZ-proceskosten voorzien (zie
oorzaken en ontwikkelingen rond proceskosten. Ondanks deze
figuur 18 paragraaf 4.6). Het is niet mogelij k om de proceskosten per
maatregelen
deelnemende gemeente inzichtelijk te maken. Daarnaast is door
gemeenten bestaat het beeld dat BsGW meer kan en moet doen om
verschillen in registratie het niet mogelijk om een zinvolle vergelijking
de WOZ-proceskosten te verlagen.
blijven
de
WOZ-proceskosten
stijgen.
Bij
veel
te maken met de WOZ-proceskosten bij benchmarkorganisaties. Een groot deel van de stijgende proceskosten heeft geleid tot jaarlijkse
De stijgende proceskosten zijn niet alleen in financiële zin
begrotingswijzigingen, aangezien deze kosten slechts voor een klein
problematisch, maar leiden ook tot een negatief beeld bij de
deel in de begroting van BsGW waren opgenomen.
deelnemende gemeenten over de mate waarin BsGW in control is en in hoeverre de samenwerking in BsGW daadwerkelijk leidt tot lagere
De stijging van de proceskosten vindt zijn oorsprong in een
kosten. De stijgende proceskosten leiden bij veel deelnemers tot het
wetswijziging in 2014, waardoor de zogenaamde ‘Fierensdrempel’
beeld dat er ‘altijd geld bij moet’ bij BsGW. Dat beeld ondermijnt het
werd afgeschaft. Dat gaf ruimte aan no-cure no-pay bureaus (ncnp-
draagvlak voor samenwerking in BsGW. Met name veel raadsleden
bureaus) om namens inwoners bezwaar te maken tegen een WOZ -
zijn op dit punt kritisch richting BsGW. Veel raadsleden zijn van
beschikking. Vanaf het afschaffen van de Fierensdrempel is
mening dat BsGW veel meer moet doen om de proceskosten in de
(landelijk) sprake van een stijging van het aantal bezwaren in de loop
| 89
greep te houden. BsGW geeft aan dat het om een gezamenlijke
onderzocht. In de tweede plaats is het niet ondenkbaar dat
inspanning vraagt van BsGW en deelnemers gezamenlijk.
toetredende gemeenten na toetreding nog te maken hebben gehad met achterblijvende frictiekosten. Ondanks dat is het aannemelijk dat
8.
Het is aannemelijk dat de besparing die gemeenten hebben
de
gerealiseerd door samenwerking in BsGW aanzienlijk is. De
samenwerking in BsGW aanzienlijk zijn.
exacte
omvang
van
de
door
gemeenten
besparingen
voor
de
deelnemende
gemeenten
door
gerealiseerde
besparingen is in het onderzoek niet vastgesteld.
9.
Er zijn verdere kostenbesparingen en kwaliteitsverbeteringen te realiseren door harmonisatie van de taakuitvoering BsGW.
BsGW heeft in december 2020 in een factsheet aan de deelnemende gemeenten becijferd dat de deelnemers gezamenlijk door toetreding
Op dit moment heeft BsGW te maken met veel verschillende
in BsGW over de afgelopen jaren ongeveer 105 miljoen eu ro aan
varianten als heffingsgrondslag voor lokale belastingen. Er zi jn
kostenbesparing
vooral veel verschillen in gehanteerde heffingsgrondslagen bij de
hebben
gerealiseerd.
Voor
de
aan
het
rekenkameronderzoek deelnemende gemeenten bedraagt de door
rioolheffing,
afvalstoffenheffing
BsGW berekende cumulatieve besparing ongeveer 40 miljoen euro
afvalstoffenheffing
vanaf toetreding door de verschillende gemeenten tot eind 2019 (zie
belastingheffing op basis van een vast bedrag per perceel, het
paragraaf 4.7). Bij de berekening zijn de werkelijke cumulatieve
gebruik
bijdragen van deelnemers aan BsGW afgezet tegen de kosten die
inzamelfrequentie. Deze verschillen in heffingsgrondslag maken het
deelnemers zouden hebben gemaakt als ze niet zouden zijn
inrichten van de fysieke en geautomatiseerde processen binnen
toegetreden in BsGW. Voor de berekening van dat laatste bedrag zijn
BsGW arbeidsintensief en complex.
kan
(bijvoorbeeld
en
diverse
leges.
bijvoorbeeld
worden
gekozen
per
kg
aangeboden
Bij
afval)
de voor
of
de
de bij toetreding opgestelde financiële nulmetingen als uitgangspunt genomen.
Om op termijn de kosten van dienstverlening v erder te verlagen wijzen
veel
gemeenten
en
BsGW
op
de
mogelijkheid
van
De door BsGW aangegeven cumulatieve besparing van ongeveer
harmonisatie van de wijze van heffen en innen van lokale
105 miljoen euro is gebaseerd op traceerbare en logische aannames
belastingen. Harmonisatie van taakuitvoering zou kunnen leiden tot
en uitgangspunten. Toch is niet vast te stellen hoe hoog de w erkelijke
een basispakket voor alle deelnemende gemeenten, met een
cumulatieve besparing is door toetreding in BsGW. Dat wordt
keuzemogelijkheid voor gemeenten om daar van af te wijken.
veroorzaakt door twee aspecten. In de eerste plaats is in dit onderzoek
de
juistheid
van
de
financiële
nulmetingen
niet
| 90
De deelnemende gemeenten en BsGW hebben een positieve
Het beeld dat de informatie ontoereikend is om een duidelijk beeld te
grondhouding ten aanzien van harmonisatie van heffen en innen van
vormen over de ontwikkeling van de kwaliteit van de taakuitvoering
lokale belastingen, maar gemeenten hechten ook aan autonomie in
en
de
accounthouders,
keuzes
voor
het
Harmonisatie
leidt
tot
heffen/innen een
van
generieke
lokale
belastingen.
verlaging
van
dienstverlening,
wordt
bevestigd
portefeuillehouders
en
door
geïnterviewde
raadsleden
van
de
de
deelnemende gemeenten. De brede opvatting is dat de beschikbare
uitvoeringskosten en door vereenvoudiging van de werkprocessen
informatie gefragmenteerd is en dat de informatie zo omvangrijk is
ook tot kwaliteitsverbetering in de taakuitvoering. Dat betekent
dat het vrijwel onmogelijk is om een duidelijk beeld te krijgen over de
overigens niet dat alle gemeenten er financieel op vooruit gaan. Dat
ontwikkeling van de kwaliteit van dienstverlening door BsGW.
is afhankelijk van de keuzes die gemeenten zelf maken ten aanzien
Daarnaast heeft BsGW de afgelopen jaren weinig geïnvesteerd in het
van de wijze van belastingheffing. Deelnemende gemeenten geven
goed informeren van gemeenteraden van deelnemers, bijvoorbeeld
aan dat het initiatief bij het bestuur van BsGW moet liggen.
in periodieke informatiebijeenkomsten voor gemeenteraden. Dat wordt bij gemeenteraden als een gemis ervaren en leidt ertoe da t
Conclusies over de sturings- en verantwoordingsrelatie
veel raadsleden weinig beeld hebben bij de werkzaamheden van BsGW. Mede door het ontbreken van adequate informatie over de
10. De informatievoorziening over kwaliteitsontwikkeling door BsGW naar
de
deelnemende
gemeenten
is
gefragmenteerd
en
ontwikkeling van kwaliteit richten de gemeenteraden zich vooral kostenbeheersing en minder op kwaliteitsontwikkeling van BsGW.
ontoereikend voor de deelnemers om een goed beeld te vormen van de ontwikkeling van de kwaliteit van dienstverlening BsGW.
Er blijkt een duidelijke behoefte bij deelnemende gemeenten (ambtelijk, bestuurlijk en politiek) aan beter toegankelijke en meer
Zoals bij conclusie 2 al is aangegeven informeert BsGW de
overzichtelijke en samenhangende informatie over de ontwikkeling
deelnemers in verschillende rapportages over de ontwikkeling van de
van de kwaliteit van de taakuitvoering en dienstverlening in d e vorm
kwaliteit van de taakuitvoering door BsGW. Daarbij ontbreekt het aan
van een beknopt dashboard. Positief is dat een ambtelijke werkgroep,
overzichtelijke en samenhangende informatie waaruit ee n integraal
bestaande uit medewerkers van BsGW en van deelnemende
beeld kan worden afgeleid over de ontwikkeling van de kwaliteit van
gemeenten, bezig is om voorstellen te ontwikkelen voor het gebruik
dienstverlening. Daarnaast zijn vraagtekens te zetten bij de
van
relevantie en bruikbaarheid van de indicatoren waarover BsGW
kwaliteitsontwikkeling beter te kunnen meten en monitoren. De
rapporteert (zie ook conclusie 2).
uitkomst daarvan wordt de komende maanden verwacht.
overzichtelijke
en
eenduidige
indicatoren
om
de
| 91
11. De informatie die door BsGW aan de deelnemers wordt verstrekt over
de
kostenontwikkeling
is
te
gedetailleerd
en
geeft
onvoldoende inzicht en overzicht om de kostenontwikkeling bij
12. De kaders voor de sturings- en verantwoordingsrelatie tussen BsGW en de deelnemende gemeenten zijn in opzet toereikend en passend bij een GR.
BsGW goed te kunnen monitoren. In de GR-BsGW zijn bepalingen opgenomen die gaan over de Net als de informatievoorziening over de ontwikkeling van de kwaliteit
sturings- en verantwoordingsrelatie tussen gemeenten en BsGW. Het
van de taakuitvoering en dienstverlening is ook de financiële
gaat hier over algemene kaders betreffende governance, taken en
informatie die BsGW verstrekt aan de deelnemers zeer omvang rijk
bevoegdheden,
en niet erg toegankelijk. Het is vooral voor raadsleden heel lastig om
verantwoordingsplicht.
stemverhoudingen
en
informatie-
en
eenvoudig de financiële essentie uit de stukken te halen en zich daarmee een goed beeld te vormen over de kostenontwikkeling van
Gemeenteraden hebben een directe sturingsmogelijkheid door het
BsGW. Het ontbreekt aan een duidelijk en beknopt dashboard met
indienen van een zienswijze op de conceptbegroting en een
relevante
periodieke
tussentijdse begrotingswijziging van BsGW met financiële effecten
informatiebijeenkomsten voor raadsleden waarin ruimte is voor
voor de deelnemers. Deze sturings- en verantwoordingsrelatie is
vragen en toelichting rond financiële zaken. Overigens kan daarbij
naar zijn aard primair financieel van aard. Daarnaast kan de
worden aangetekend dat de factsheets met financiële en kwalitatie ve
gemeenteraad invloed uitoefenen door sturing via de gemeentelijke
informatie die BsGW eind 2020 naar de raden stuurde, door slechts
lijn (tussen college en raad). Daarbij geldt dat het college (c.q. de
enkele gemeenteraden actief is besproken.
portefeuillehouder als lid van het AB BsGW) de gemeenteraad actief
financiële
informatie
en
aan
dient te informeren en kan de gemeenteraad de portefeuillehouder Het algemene beeld dat de informatie (zowel financieel als over
ter verantwoording roepen over de gemeentelijke inzet en het
kwaliteit) niet toereikend is, heeft nog niet geleid tot expliciete
gevoerde beleid bij BsGW.
signalen vanuit deelnemende gemeenten en tot een expliciet gesprek hierover in het bestuur van BsGW.
De opzet van de sturings- en verantwoordingskaders is conform hetgeen gebruikelijk is bij een gemeenschappelijke re geling.
| 92
13. Gemeenten maken in de relatie met BsGW weinig gebruik van de gemeentelijke sturings- en verantwoordingsrelatie (tussen
naast
sturing
op
financiën
ook
te
sturen
op
kw aliteit
van
gemeentelijke
sturings -
en
dienstverlening.
college en raad) om het functioneren van BsGW en de gemeentelijke inbreng in het AB van BsGW aan de orde te
Uit
het
onderzoek
blijkt
dat
de
stellen.
verantwoordingslijn buiten de formele momenten (jaarrekening en begroting) in de praktijk nauwelijks voorkomt bij de deelnemende
Zoals bij de vorige conclusie is aangegeven kunnen gemeenteraden
gemeenten.
op twee manieren sturen op het functioneren van BsGW. De eerste
verantwoording achteraf in de gemeenteraden over de inbreng en
mogelijkheid geeft gemeenteraden de mogelijkheid een zienswijze in
inzet van de gemeente in het bestuur van BsGW en over het
te
tussentijdse
gevoerde beleid bij BsGW. Bestuursrapportages en AB -besluiten
begrotingswijziging met financiële gevolgen voor de deelnemers.
worden in de regel niet geagendeerd en besproken in de raden.
Hoewel er diverse zienswijzen zijn ingediend door de deelnemers,
Daarmee ontnemen gemeenteraden zichzelf een mogelijkheid om
blijkt uit de verschillende reactiememo’s van BsGW dat de
invloed uit te oefenen op het functioneren van BsGW.
dienen
op
de
conceptbegroting
en
een
Er
is
nauwelijks
sprake
van
sturing
vooraf
en
ingediende zienswijzen niet hebben geleid tot aanpassing van de begroting van BsGW. Uit gesprekken met raadsleden komt het beeld
14. De mogelijkheden van individuele deelnemers om invloed uit te
naar voren dat gemeenteraden hierdoor steeds minder gemotiveerd
oefenen op de (inhoudelijke en financiële) koers van BsGW is in
zijn om een zienswijze in te dienen.
de praktijk zeer beperkt. De nieuwe GR BsGW brengt daar geen verandering in.
De tweede mogelijkheid betreft sturing via de gemeentelijke lijn (tussen college en raad). Het college (c.q. de portefeuillehouder als
Deelnemende gemeenten die in het AB zitting hebben geven aan dat
lid van het AB BsGW) dient verantwoording af te leggen aan de
door het grote aantal deelnemers (en bijbehorende stemverhouding
gemeenteraad over de inbreng van de gemeente in het bestuur van
in het AB) door een individuele gemeente weinig invloed kan worden
BsGW. Gemeenteraden kunnen het college/de portefeuillehouder
uitgeoefend op de besluitvorming. Met name de kleine gemeen ten
daarop aanspreken. Gemeenteraden kunnen daarnaast het college
vinden het lastig om iets te bereiken, omdat er veel gemeenten nodig
bevragen op informatie die door BsGW ter kennisname aan de
zijn om een meerderheid te krijgen in de besluitvorming in het AB.
gemeenteraad is verstrekt (onder andere de bestuursrapportages). Deze sturingsrelatie biedt naar zijn aard meer mogelijkheden om
Daarnaast is het gevoel bij veel AB-leden dat het DB in grote mate bepaalt hoe het gaat. Het huidige DB vertegenwo ordigt ongeveer
| 93
47% van de stemmen in het AB. Door de samenstelling en de stemverhouding zijn in het AB nog maar één of twee gemeenten extra nodig om een meerderheid te krijgen voor voorstellen van het DB. Door verschillende AB-leden wordt in dat verband wel de vergelijking gemaakt met coalitie (DB) versus oppositie (overige AB-leden). Volgens veel AB-leden is er geen sprake van een gevoel van gezamenlijkheid in de sturing van BsGW; AB-leden zitten primair in het
bestuur
van
BsGW
vanuit
de
rol
als
gemeentel ijk
portefeuillehouder, DB-leden stellen zich primair op als bestuurder van BsGW. De afstand tussen AB en DB is groot en het is de vraag in hoeverre het AB BsGW daadwerkelijk stuurt en acteert als hoogste bestuursorgaan van BsGW. Eind 2020 is de nieuwe gemeenschappelijke regeling BsGW in werking getreden. De belangrijkste wijziging heeft betrekking op de bevoegdheid tot het aanwijzen van leden in het AB. In de oude regeling lag deze bevoegdheid bij de gemeenteraden. Deze bevoegdheid is in de nieuwe regeling bij het college van B&W neergelegd.
Een
andere
wijziging
heeft
betrekking
op
de
samenstelling van het DB. In de oude GR hadden het waterschap en de gemeente Venlo een vaste zetel in het DB en werden de overige leden uit het midden van het AB gekozen en benoemd. In de nieuwe GR heeft het waterschap een vaste zetel en worden de overige zetels in het DB verdeeld volgens een geografische spreiding. De nieuwe regeling heeft geen verdere gevolgen voor de mate van invloed van individuele gemeenten.
| 94
7. Aanbevelingen
Het is van belang dat BsGW in samenspraak met de deelnemers een kwaliteitskader opstelt met logische en samenhangende – en voor de deelnemers relevante – normen en indicatoren op basis waarvan
7.1 Vooraf
zowel BsGW zelf als de deelnemers in staat zijn om kwaliteit van taakuitvoering en dienstverlening goed te kunnen monitoren en
De 14 conclusies uit hoofdstuk 6 leiden tot zeven aanbevelingen die
eventueel kunnen bijsturen. Start vanuit een aantal kernindicatoren
in dit hoofdstuk worden gepresenteerd en op hoofdlijnen worden
en bouw het vervolgens binnen een jaar uit tot een volledige en
uitgewerkt.
samenhangende set indicatoren. Daar hoort bij dat er een nulmeting wordt uitgevoerd, die als basis dient voor het monitoren van de
De aanbevelingen zijn gericht aan de gemeenteraden van de aan het
ontwikkeling van de kwaliteit van taakuitvoering en dienstverlening.
rekenkameronderzoek deelnemende gemeente. De gemeenteraden kunnen deze aanbevelingen in het bestuur van BsGW inbrengen via
Deze indicatoren moeten vervolgens binnen een jaar periodiek in
de portefeuillehouder/AB-lid. Eén aanbeveling (aanbeveling zes) is
samenhang en op overzichtelijke wijze worden gepresenteerd,
specifiek gericht op de relatie tussen gemeenteraad en college.
waardoor in één oogopslag zichtbaar is hoe de kwaliteit van taakuitvoering en de kwaliteit van dienstverlening zich ontwikkelt.
7.2 De aanbevelingen
Een rapportageritmiek van eens per half jaar of eens per jaar om de gemeenteraden adequaat te informeren, lijkt daarvoor toereikend.
1. Vraag aan het bestuur van BsGW om op korte termijn enkele kernindicatoren
voor
de
kwaliteit
van
taakuitvoering
Daarbij is het van belang om aan te sluiten bij de huidige P&C -cyclus.
en
dienstverlening te ontwikkelen en voor te leggen aan het AB
Een dergelijk overzicht draagt ook bij aan een ander t ype gesprek bij
BsGW. De vervolgstap is om deze binnen een jaar uit te bouwen
deelnemers (ambtelijk, bestuurlijk en politiek) over BsGW, waarbij de
tot een volledige en samenhangende set in dicatoren die relevant
nadruk komt te liggen op kwaliteit van taakuitvoering, dienstverlening
en
én financiën in de samenwerking met BsGW.
adequaat
zijn
om
als
deelnemende
gemeente
de
kwaliteitsontwikkeling te kunnen monitoren. Maak in het AB afspraken over de wijze waarop BsGW de deelnemers aan de hand van die indicatoren op overzichtelijke wijze periodiek informeert.
| 95
2. Vraag het bestuur van BsGW om binnen een jaar een
3. Vraag het bestuur van BsGW om actiever en gerichter te
overzichtelijk dashboard met relevante financiële informatie te
communiceren met de gemeenteraden van de deelnemers, en
ontwikkelen en betrek de gemeenteraden op een nader te
evalueer dit (bijvoorbeeld in een gesprek) met elk van de
bepalen wijze bij dat proces.
gemeenteraden eind 2022.
Het is van belang dat de raad op overzichtelijke wijze periodiek wordt
Er ligt een brede wens bij raadsleden om beter te worden
geïnformeerd over de financiële stand van zaken door middel van
geïnformeerd, verwachtingen over en weer te delen en zich te
een aantal relevante financiële kengetallen en
-indicatoren.
verdiepen in het werkveld en het functioneren van BsGW. Veel
Daarbij valt te denken aan ontwikkeling van de gemeentelijke
raadsleden geven aan dat ze hun beeld over BsGW vooral baseren
bijdrage door de tijd, ontwikkeling van de kosten van de primaire
op de financiële aspecten als gevolg van de stijgende proceskosten.
producten van dienstverlening door de tijd, ontwikkeling van de
Gemeenteraden beter en breder informeren waar BsGW mee bezig
proceskosten door de tijd, ontwikkeling van belastingontvangsten
is en ruimte geven voor vragen, kan bijdragen aan een meer
etc. Een deel van deze informatie wordt al door BsGW aangeleverd
genuanceerd beeld bij raden. Het is nu toch vaak een kwestie van
in de bestuursrapportages, begroting en jaarrekening, maar is slecht
‘onbekend maakt onbemind’.
toegankelijk en slecht vindbaar in de veelheid aan aangeleverde financiële informatie. Het is van belang dat – net als bij de
De geschetste ontwikkeling om meer in contact te zijn met de
kwalitatieve informatie – gekozen wordt voor een overzichtelijk
deelnemers past ook bij de – meer extern gerichte – fase waarin
presentatieformat, waarin vooral de ontwikkeling van relevante
BsGW is terechtgekomen. De wijze waarop de interactie wordt
indicatoren in de tijd inzichtelijk wordt gemaakt. De ritmiek van de
vormgegeven is aan BsGW en gemeenten samen om uit te vinden en
financiële informatie kan samenvallen met de momenten dat de
kan ook per gemeente verschillen. Mogelijk kan de presentatie van
begroting en rekening worden besproken in de gemeenteraden en
de financiële kengetallen en de kwalitatieve kengetallen jaarlijks
dient ook verwerkt te worden in de kadernota. Gemeenteraden
worden gecombineerd met een informatiemoment door BsGW aan
dienen actief te worden betrokken bij de totstandkoming van het
gemeenteraden.
financiële dashboard.
| 96
4. Stel vóór het eind van het jaar in het AB een gezamenlijke
deelnemende gemeenten (raden, colleges, ambtelijk) en BsGW (AB,
strategische aanpak (van gemeenten en BsGW) vast om de
DB en organisatie) nodig om het tij te keren, waarbij BsGW een
proceskosten
realistische
verdiepende analyse moet maken van mogelijke oorzaken van het
kwantitatieve doelstelling. Evalueer deze aanpak in het AB een
hoge aantal bezwaren. Verder dient BsGW ook in te zetten op betere
half jaar later.
kennisuitwisseling
terug
te
dringen,
inclusief
een
en
samenwerking
met
andere
belastingorganisaties. De gezamenlijke strategie moet bestaan uit De ontwikkeling van de proceskosten wordt door zowel BsGW als de
twee sporen: 1) structurele en indringende informatievoorziening
deelnemers zorgwekkend gevonden. Ondanks diverse maatregelen
naar de inwoners over de mogelijkheid om zelf bezwaar te maken om
is het nog niet gelukt om de stijging van de proceskosten een halt toe
daarmee de proceskosten te verlagen en 2) een stevige politiek -
te roepen. Sterker, de proceskosten bedragen in 2019 ruim 8% van
bestuurlijke lobby naar de landelijke politiek om tot een structurele
de uitvoeringskosten en in 2020 is dat percentage nog aanzienlijk
oplossing te komen. Dat moet leiden tot een gezamenlijke en
hoger. De stijging van de proceskosten bepaalt sterk het b eeld dat
gedragen
vooral raadsleden van deelnemende gemeenten hebben over de
evaluatiemoment na de volgende vaststelling van de WOZ -waarde
financiële prestaties van BsGW. Hoewel de belangen van BsGW en
(medio 2022).
deelnemers ten aanzien van proceskosten hetzelfde zijn, vormen de stijgende proceskosten mogelijk zelfs een potentieel gevaar voor de
aanpak
5. Vraag
het
voor
bestuur
het
van
einde
van
BsGW
het
om
jaar,
in
met
2022
een
een
besluitvormingsproces in het AB te organiseren om keuzes te
toekomstige samenwerking in BsGW.
maken voor verdere harmonisatie van taken.
Uit het onderzoek blijkt dat deelnemende gemeenten vooral BsGW er op aan spreken dat de proceskosten zo sterk stijgen en dat
Er bestaat vrij brede consensus dat harmonisatie van de wijze van
deelnemende gemeente soms openlijk twijfelen aan de inzet van
heffen en innen van lokale belastingen een belangrijke mogelijkheid
BsGW om de proceskostenstijging een halt toe te roepen. Uit het
is om de uitvoeringskosten te verlagen. Daarnaast leidt harmonisatie
onderzoek blijkt dat de proceskostenstijging vooral een landelijk
van
fenomeen is en dat er geen harde indicaties zijn dat de kwaliteit van
vereenvoudiging van de werkprocessen. Dat zou niet alleen moeten
het WOZ-proces bij BsGW debet is aan het – verhoudingsgewijs –
leiden tot (generiek) lagere kosten maar ook tot verbetering van de
hoger aantal bezwaren.
kwaliteit van de taakuitvoering bij BsGW en meer inzicht in de kosten
Het probleem is te groot en te weerbarstig om alleen door BsGW te laten
oplossen.
Er
is
een
gezamenlijke
strategie
van
heffen
en
innen
van
lokale
belastingen
tot
verdere
van dienstverlening door BsGW.
alle
| 97