Eindrapport rekenkameronderzoek BsGW 16-7-2021
Tekst van het document
| 26
percentage
gehonoreerde
de
lager dan dit gemiddelde. Volgens de Waarderingskamer maakt
kwalitatief
BsGW serieus werk van zelfevaluaties. De Waarderingskamer heeft
(tenminste) vergelijkbaar is met andere belastingorganisaties. Dat
verder aangegeven dat BsGW de afgelopen jaren veel heeft
neemt niet weg dat er in absolute zin bij BsGW wel veel bezwaren
geïnvesteerd in optimalisatie van beheer van objectkenmerken .
waardebepaling
van
de
bezwaren
is
een
indicatie
WOZ-objecten
bij
BsGW
dat
worden ingediend en dus ook dat in absolute zin veel bezwaren Uit de vergelijking blijkt verder dat bij BsGW sprake is van relatief
worden gehonoreerd.
veel bezwaren per WOZ-object. Er is geen duidelijk aanwijsbare BsGW is gevraagd naar een mogelijke verklaring voor het relatief
reden voor het relatief hoge aantal WOZ-bezwaren bij BsGW. Het
hoge aantal bezwaren. BsGW heeft aangegeven dat ze geen
percentage gehonoreerde bezwaren voor woningen en niet-woningen
eenduidige oorzaak kan aanwijzen. Als mogelijke verklaring geeft
ligt bij BsGW iets lager dan bij de benchmarkorganisaties en het
BsGW aan dat twee van de vijf grote landelijke ncnp-bureaus
landelijk gemiddelde. Dit lagere percentage gehonoreerde bezwaren
gevestigd zijn in Limburg. Daarnaast kan volgens BsGW de
is een indicatie dat de waardebepaling van de WOZ-objecten bij
grootschaligheid
BsGW
van
het
samenwerkingsverband
mogelijk
kwalitatief
(tenminste)
vergelijkbaar
aantrekkelijk zijn voor ncnp-bureaus.
belastingorganisaties.
Samenvattend
3.5. Beelden over kwaliteit uit de interviews
is
met
andere
Aanvullend op de analyse uit paragraaf 3.3 is de kwaliteit van de uitvoering van dienstverlening van BsGW vergeleken met andere belastingorganisaties door een analyse te maken van een aantal WOZ-indicatoren. Betrouwbare vergelijkingscijfers over de kwaliteit van
dienstverlening
op
andere
belasting-taakvelden
zijn
niet
beschikbaar.
Eerder is aangegeven dat BsGW de deelnemende gemeenten niet actief en expliciet bevraagt hoe zij de kwaliteit van dienstverlening door BsGW ervaren. In de interviews met bestuurders en ambtelijke accounthouders is gevraagd om aan te geven hoe zij kijken naar de (ontwikkeling van de) kwaliteit van dienstverlening door BsGW. In deze paragraaf staan de belangrijkste bevindingen.
BsGW scoort de afgelopen jaren een ‘voldoende’ (drie sterren) op de uitvoering van de WOZ. Vier van de vijf benchmarkorganisaties scoren hoger dan BsGW, namelijk vier sterren (predicaat ‘goed’). Voor belastingsamenwerkingen met meer dan 200.000 inwoners is de gemiddelde score een 3,2. BsGW scoort met een score ‘3’ dus
Meerwaarde BsGW Bestuurlijk en ambtelijk wordt bij de betrokken bestuurders duidelijk de meerwaarde gezien van BsGW als samenwerkingsorganisatie in de uitvoering van lokale belastingen. In vrijwel alle gesprekken is aangegeven dat een zekere schaalgrootte nodig is om voldoende
| 27
deskundigheid in huis te kunnen hebben en om minder kwetsbaar te
om kwantitatieve groei van het aantal deelnemers; kwalitatieve groei
zijn in de uitvoering. Vrijwel alle geïnterviewde bestuurders en
(verbetering van dienstverlening) was ondergeschikt. Dat heeft –
ambtelijke accounthouders zijn het erover eens dat uitvoering van
samen met de financiële taakstelling – volgens geïnterviewden de
lokale belastingtaken (waarderen, heffing en innen) de afgelopen
kwaliteit van dienstverlening van BsGW de eerste jaren na oprichting
jaren complexer is geworden en een mate van specialisatie vergt die
fors onder druk gezet. Daarbij wijzen ze erop dat BsGW niet zelf kon
vraagt om een schaalgrootte die de schaal van individuele
bepalen welke medewerkers in dienst kwamen, maar dat toetredende
gemeenten overstijgt. Zelfstandige uitvoering van deze taken door
gemeenten bepaalden welke medewerkers overgingen naar BsGW.
individuele kleine en middelgrote gemeenten is kwetsbaar, niet realistisch en onverstandig, aldus veel geïnterviewden.
Dat beeld wordt bevestigd in interviews met leidinggevenden van BsGW. Zij geven aan dat vooral de gemeenten zelf de personele en
Bij geïnterviewde raadsleden is het beeld over de meerwaarde van
financiële randvoorwaarden hebben bepaald waarbinnen BsGW
BsGW minder eenduidig. De meeste geïnterviewde raadsleden zijn
diende te opereren.
van mening dat BsGW meerwaarde heeft en dat samenwerking tussen gemeenten in de uitvoering van belastingtaken een positief
De eerste jaren typeren geïnterviewde ambtelijke accounthouders en
effect heeft op de kwaliteit van de taakuitvoering. Maar diverse
portefeuillehouders BsGW als een aanbodgerichte organisatie. In de
geïnterviewde raadsleden plaatsen daar wel de kanttekening bij dat
beginperiode
door samenwerking in BsGW de relatie met de burger wel
geïnterviewden een aantal maal voor dat BsGW met moeite
afstandelijker is geworden. Dat betekent volgens deze raadsleden
toestemming kreeg van de Waarderingskamer om WOZ-aanslagen
dat de kwaliteit van taakuitvoering waarschijnlijk wel is verbeterd,
op te leggen. Dat beeld wordt bevestigd door de Waarderin gskamer.
maar dat de kwaliteit van dienstverlening richting belastingbetalers
De Waarderingskamer heeft aangegeven dat BsGW de afgelopen
een aandachtspunt is. Een enkel raadslid vraagt zich af of deze
jaren wel veel heeft geïnvesteerd in optimalisatie van beheer van
afstand tot de belastingbetaler mogelijk een rol speelt bij de hoogte
objectkenmerken en verbetering van de WOZ-processen.
van het aantal ingediende WOZ-bezwaren.
van
BsGW
kwam
het
volgens
een
aantal
Na de periode van kwantitatieve groei heeft BsGW volgens de
Ontwikkeling kwaliteit van dienstverlening BsGW
meeste
geïnterviewde
Veel bestuurders en ambtelijke accounthouders geven aan dat in de
accounthouders
beginjaren na de oprichting van BsGW sterk de nadruk lag op
dienstverlening en is BsGW bezig om zich om te vormen tot een
uitbreiding van het aantal deelnemers en kostenbesparing. Het ging
vraaggerichte organisatie. Met name het OOP heeft volgens
een
portefeuillehouders
been
bijgetrokken
in
en de
ambtelijke
kwaliteit
van
| 28
bestuurders
en
accounthouders
geleid
tot
een
belangrijke
accounthouders nog wel stappen te zetten heeft. De visie op
kwaliteitsimpuls bij BsGW. De personele bezetting is beter in lijn
dienstverlening is een mooie eerste stap op papier, die zich in de
gebracht met de opgaven waar BsGW voor staat en de communicatie
praktijk nog moet bewijzen. Een aantal gesprekspartners geeft aan
richting deelnemers is verbeterd. Een voorbeeld daarvan is dat in
dat BsGW in de communicatie-uitingen naar de media en naar de
overleg met de accounthouders van de gemeenten in 2020 een
deelnemers ook meer aandacht mag besteden aan zaken die goed
werkgroep kwaliteitsnormen is gestart waar BsGW samen met
gaan.
gemeenten kwaliteitsnormen en bijbehorende indicatoren opstelt die de informatievoorziening over kwaliteit richting deelnemers moet
BsGW zit volgens de meeste geïnterviewden middenin de transitie
verbeteren. In een aantal gesprekken is wel aangegeven dat
van aanbodgerichte naar vraaggerichte organisatie. De richting die is
gegevensuitwisseling
ingeslagen met het OOP in 2018 en de visie op dienstverlening wordt
tussen
BsGW
en
gemeenten
een
door
aandachtspunt is.
vrijwel
iedereen
onderschreven.
Wel
zijn
er
diverse
geïnterviewden die daarbij opmerken dat het OOP erg ambitieus is Bestuurders, ambtelijke accounthouders en raadsleden geven in
en
maar
de
vraag
meerderheid
kwaliteitsverbetering
en
beloofde
aan
dat
hen
relatief
weinig
klachten
van
dat
het
is
of
BsGW
efficiencywinst
de
beoogde
zal
kunnen
belastingbetalers over BsGW ter ore komen. Over de communicatie
realiseren, zeker gelet op diverse andere uitdagingen waar BsGW
richting belastingbetalers komt met name uit de interviews met
mee wordt geconfronteerd (zoals de transitie naar waarderen op
raadsleden wel het beeld naar voren dat de relatie tussen BsGW en
basis van oppervlakte in plaats van inhoud van WOZ-objecten).
de belastingbetaler afstandelijker is geworden. Hoewel er weinig klachten zijn, kan de dienstverlening van BsGW volgens veel
Informatie over kwaliteitsontwikkeling
geïnterviewden aan kwaliteit winnen door meer en gerichte aandacht
Verreweg
te besteden aan duidelijke communicatie naar belastingbetalers. Een
gemeenten zijn van mening dat de informatie die BsGW beschikbaar
aantal geïnterviewden geeft aan dat het nog regelmatig voorkomt dat
stelt over de ontwikkeling van de kwaliteit van dienstverlening niet
BsGW bij klachten snel (en onterecht) doorverwijst naar de
adequaat is. Dat beeld geldt zowel voor ambtelijke accounthouders,
gemeente. Er zijn geen cijfers beschikbaar om dit beeld
AB-leden/portefeuillehouders
te
de
meeste
geïnterviewden
als
voor
van
de
deelnemende
raadsleden
van
de
onderbouwen. Daarbij tekenen diverse geïnterviewde ambtelijke
gemeenten. Vrijwel alle geïnterviewden geven aan dat de informatie
accounthouders en portefeuillehouders aan dat de communicatie
die BsGW verstrekt zeer omvangrijk is en dat het vrijwel onmogelijk
naar belastingbetalers vooral het laatste jaar is verbeterd. Dat neemt
is om uit de informatie een beeld te destilleren over de ontwikkeling
niet weg dat BsGW daarin volgens verschillende bestuurders en
van de kwaliteit. Ter illustratie wordt gewezen op het feit dat de
| 29
opeenvolgende periodieke bestuursrapportages zeer omvangrijk zijn
werkzaamheden van BsGW. Dat voorkomt dat het alleen maar over
en vaak weinig nieuwe informatie bevatten. Het is
volgens
geld gaat. ‘Onbekend maakt onbemind’, zo klinkt het in verschillende
geïnterviewden voor betrokkenen (ambtenaren, bestuurders en zeker
raden. Raadsleden geven aan dat er behoefte is aan betere
raadsleden) nauwelijks te doen om snel de essentie uit de stukken te
informatievoorziening
halen. Er is in diverse interviews aangegeven dat er behoefte is aan
informatiebijeenkomsten door BsGW. Dat is de afgelopen jaren
een kort en bondig overzicht van de belangrijkste afwijkingen ten
mondjesmaat het geval geweest, maar werd in die gevallen wel
opzichte van de voorgaande periode, bijvoorbeeld in de vorm van een
gewaardeerd. Volgens vrijwel alle geïnterviewde raadsleden kunnen
dasboard over kwaliteitsontwikkeling. Daarbij wordt opgemerkt dat
informatieavonden voor raden over BsGW een belangrijke bijdrage
vrijwel alle geïnterviewden in de gesprekken zelf ook geen concreet
leveren aan meer inzicht en begrip over de rol en taken van BsGW
beeld hebben gegeven van de precieze informatiebehoefte. Er is ook
en bijdragen aan een ander type gesprek over BsGW in de raad
geen gedeeld beeld over de definitie van kwaliteit van dienstverlening
(minder alleen over kosten maar meer over de relatie tussen kwaliteit
bij de gemeenten.
en kosten).
Veel raadsleden geven aan dat ze weinig zicht hebben op de kwaliteit
3.6. Samenvatting en beoordeling van de bevindingen
over
BsGW
in
de
vorm
van
van de dienstverlening van BsGW. Het beeld dat sommige raadsleden hebben over de kwaliteit van de uitvoering door BsGW wordt sterk ‘gekleurd’ door de steeds terugkerende discussies over stijgende proceskosten en de daarmee samenhangende aanvullende bijdragen die gemeenten moeten betalen. Veel raadsleden vragen zich af of een organisatie die ‘steeds aanvullende bijdragen vraagt’
Streven naar gelijkblijvende kwaliteit BsGW
streeft
naar
‘minimaal
gelijkblijvende
kwaliteit
van
dienstverlening en waar mogelijk verbetering van de kwaliteit van dienstverlening’. Bij oprichting van BsGW hebben BsGW en de deelnemers niet vastgesteld wat de kwaliteit van taakuitvoering op dat moment was (kwalitatieve nulmeting) en zijn er ook geen
wel grip heeft op de werkprocessen.
afspraken gemaakt tussen BsGW en de deelnemers hoe BsGW de meeste
doelstelling van ‘minimaal gelijkblijvende kwaliteit’ zou monitore n. In
gemeenteraden vrijwel nooit onderwerp van gesprek. De meeste
de diverse plannen van BsGW (ondernemingsplan en het OOP) zijn
raadsleden geven aan dat BsGW vrijwel alleen onderwerp van
door BsGW geen prestatie-indicatoren opgenomen die dienen ter
discussie is rond de oplopende proceskosten. Hoewel BsGW een
toetsing en monitoring van de kwaliteitsontwikkeling. Door de
uitvoeringsorganisatie is, bestaat bij de meeste raden wel de
combinatie van het ontbreken van een kwalitatieve nulmeting en het
behoefte om beter inhoudelijk op de hoogte te zijn van de
ontbreken van vastgestelde indicatoren is niet objectief vast te stellen
Kwaliteit
van
dienstverlening
van
BsGW
is
in
de
| 30
of BsGW heeft voldaan aan de eigen ambitie van ‘minimaal
onderbouwing en toelichting hoe BsGW op basis van onderliggende
gelijkblijvende kwaliteit’.
data en eigen normen komt tot het positieve oordeel op de individuele indicatoren.
De stevige uitbreiding van het aantal deelnemers in BsGW heeft veel van de organisatie BsGW gevraagd. De nadruk lag tot 2016 op
De
meeste
indicatoren
die
BsGW
presenteert
in
de
kwantitatieve groei van het aantal deelnemers; kwalitatieve groei
bestuursrapportages laten een positieve score zien. Deze positieve
(verbetering van dienstverlening) was ondergeschikt. BsGW moest
scores staan in contrast met de analyse van BsGW zelf over de staat
het doen met medewerkers die overkwamen vanuit de toetredende
van de organisatie in het OOP in 2017. BsGW geeft daarin zelf aan
gemeenten. Samen met de financiële taakstelling in de eerste jaren
dat de organisatie door de ondergrens dreigt te zakken. Dat zet
heeft dat een stevige wissel getrokken op de kwaliteit van
vraagtekens bij de relevantie en bruikbaarheid van de indicatoren
dienstverlening van BsGW. Met het OOP in 2018 en de visie op
waarover BsGW rapporteert.
dienstverlening (2020) lijkt BsGW de kwaliteit van dienstverlening een stevige impuls te geven, maar het is nog te vroeg om de
Vergelijking kwaliteit BsGW met andere organisaties
resultaten te beoordelen.
BsGW scoort met een ‘voldoende’ op de kwaliteit van het WOZproces lager ten opzichte van de meeste benchmarkorganisaties en
Sturing en grip op kwaliteitsontwikkeling
de referentieklasse. De Waarderingskamer heeft aangegeven dat
Op verschillende momenten per jaar en in verschillende rapportages
BsGW de afgelopen jaren veel heeft geïnvesteerd in optimalisatie
gaat BsGW in op (aspecten van) de ontwikkeling van de kwaliteit van
van beheer van objectkenmerken.
de organisatie. Informatie over de ontwikkeling van kwaliteit van dienstverlening is te vinden in de begrotingen, jaarrekeningen,
Bij BsGW is sprake van relatief veel bezwaren per WOZ-object. Er is
jaarverslagen en periodieke bestuursrapportages. De beschikbare
geen duidelijk aanwijsbare reden voor het relatief hoge aantal WOZ -
informatie over kwaliteitsontwikkeling in deze documenten
is
bezwaren bij BsGW. Het percentage gehonoreerde bezwaren voor
hoofdzakelijk kwalitatief van aard en er is geen sprake van
woningen en niet-woningen ligt bij BsGW iets lager dan bij de
overzichtelijke informatie waaruit een integraal beeld kan worden
benchmarkorganisaties en het landelijk gemiddelde. Dit lagere
afgeleid over de ontwikkeling van de kwaliteit van dienstverlening.
percentage
Voor zover er door BsGW wel meer concrete indicatoren worden
waardebepaling
gebruikt over de ontwikkeling van de kwaliteit van dienstverlening
(tenminste) vergelijkbaar is met andere belastingorganisaties.
gehonoreerde van
de
bezwaren
is
een
indicatie
WOZ-objecten
bij
BsGW
dat
de
kwalitatief
(met name in de bestuursrapportages), ontbreekt het aan een goede
| 31
Periodieke informatie over kwaliteitsontwikkeling BsGW BsGW informeert de deelnemers periodiek (met name) door middel van de bestuursrapportages. Eerder is al geconstateerd dat het in de informatievoorziening
ontbreekt
aan
overzichtelijke
informatie
waaruit een integraal beeld kan worden afgeleid over de ontwikkeling van de kwaliteit van dienstverlening. Daarnaast zijn vraagtekens te zetten bij de relevantie en bruikbaarheid van de indicatoren waarover BsGW rapporteert. Het beeld dat de informatie ontoereikend is, wordt bevestigd door geïnterviewde accounthouders, portefeuillehouders en raadsleden van
de
deelnemende
gemeenten.
Hoewel
de
kwaliteit
van
dienstverlening van BsGW in gemeenten bijna nooit onderwerp van gesprek is, geven vrijwel alle gemeentelijke gesprekspartners aan dat de beschikbare informatie zo omvangrijk is dat het vrijwel onmogelijk om uit de veelheid aan informatie een duidelijk beeld te destilleren over de ontwikkeling van de kwaliteit van BsGW. Daarbij wordt opgemerkt dat alle geïnterviewden in de gesprekken zel f ook geen concreet beeld hebben gegeven van de informatiebehoefte die aan de basis ligt van de informatie die BsGW dient te verstrekken. Er is ook geen gedeeld beeld over de definitie van kwaliteit van dienstverlening bij de gemeenten. Er blijkt een duidelijke behoefte bij deelnemende gemeenten (ambtelijk, bestuurlijk en politiek) aan beter toegankelijke en meer overzichtelijke informatie in de vorm van een beknopt dashboard en door het organiseren van informatiebijeenkomsten door BsGW.
| 32
4. Ontwikkeling kosten BsGW
van de oorspronkelijke kosten van de deelnemers (de zogenaamde
4.1. De onderzoeksvraag
paragraaf 4.8 staat een vergelijking met de kostenontwikkeling bij
In dit hoofdstuk staat de tweede deelvraag uit het onderzoek centraal:
deelnemende gemeenten aankijken tegen de kostenontwikkeling van
‘nulmetingen’ 17) eind 2019 ongeveer 105 miljoen euro bedraagt. In andere organisaties. In paragraaf 4.9 wordt belicht hoe de BsGW. In paragraaf 4.10 wordt afgesloten met een samenvatting en
Hoe ontwikkelen de kosten van dienstverlening van BsGW zich? In
paragraaf
4.2
wordt
ingegaan
op
de
doelstellingen
beoordeling van de bevindingen. en
4.2. Financiële doelstellingen en taakstellingen
taakstellingen die BsGW heeft meegekregen bij de start en de wijze waarop BsGW deze heeft verwerkt en daar verantwoording over heeft
Een belangrijke doelstelling bij de oprichting van BsGW was dat
afgelegd. Daarna beschrijft paragraaf 4.3 de wijze waarop BsGW grip
BsGW kostenreductie en daarmee verlaging van de bijdrage van
houdt op de kostenontwikkeling door de financiële sturing aan de
deelnemers
hand van de P&C cyclus op hoofdlijnen toe te lichten 16. Paragraaf 4.4
schaalvergroting. Daartoe is afgesproken dat BsGW taakstellend een
geeft informatie over de ontwikkeling van de kosten op hoofdlijnen.
kostenreductie van 10% dient te realiseren in de eerste vijf jaren na
In paragraaf 4.5 wordt dieper ingegaan op de ontwikkeling van de
de oprichting (periode 2012-2016) door efficiencyverbetering en
tarieven
de
innovatie. Deze taakstelling is conform de afspraak bij de oprichting
kostenontwikkeling. In paragraaf 4.6 wordt aandacht besteed aan
van BsGW ingevuld door vijf jaar lang af te zien van jaarlijkse
een aantal majeure ontwikkelingen met een belangrijke financiële
indexering van kosten bij BsGW (gesteld op 2% per jaar). Bij de
component, zoals de proceskosten, financiële afspraken rond de
vaststelling van de Kadernota 2017 heeft het AB besloten om BsGW
toetreding van deelnemers en de betaalde goodwill aan de
ook in 2017 een taakstellende kostenreductie van 2% op te leggen,
oprichters. Paragraaf 4.7 besteedt aandacht aan de factsheet die
door af te zien van indexering van de kosten in dat jaar. Daarmee
voor
dienstverlening
als
indicator
voor
realiseert
door
efficiencyverbetering
en
BsGW eind 2020 aan de deelnemers heeft gestuurd. Daarin wordt aangegeven dat de totale cumulatieve kostenbesparing ten opzichte
16
In hoofdstuk 6 gaan we dieper in op de P&C cyclus als instrument in de sturings- en verantwoordingsrelatie tussen BsGW en de deelnemers.
17
Dit zijn financiële nulmetingen die door de gemeenten zijn opgesteld voorafgaande aan de toetreding tot BsGW.
| 33
komt de totale taakstellende kostenreductie van BsGW op 12% uit
bedraagt afgerond 5,6 miljoen euro. In totaal gaat het om een
(2% hoger dan was afgesproken bij oprichting).
structurele
jaarlijkse
besparing
van
7,2 miljoen
euro.
Deze
besparingen zijn op de juiste wijze verwerkt in de begroting van Daarnaast zijn bij de toetreding van nieuwe deelnemers (maatwerk)
BsGW en werken structureel door in de meerjarenbegroting.
afspraken gemaakt over efficiencyvoordelen die in de begroting van BsGW zijn verwerkt. In de volgende figuur is aangegeven hoe de
Een deel van de structurele besparing van 7,2 miljoen euro is ingezet
financiële taakstelling en de efficiencyvoordelen door nieuwe
ter dekking van de niet in de begroting opgenomen stijging van de
toetreders zijn verwerkt in de begroting van BsGW.
proceskosten. Het gaat hier om een bedrag van (afgerond) 1,2 miljoen euro dat in 2015 was ingeboekt als efficiencyvoordeel van de toetreding van nieuwe deelnemers. Het principebesluit daartoe is
4.000 3.262
in het AB van 22 juni 2017 genomen en verwerkt in een
3.500
begrotingswijziging op 14 december 2017.
3.000 2.500
Samenvattend Er zijn duidelijke en concrete afspraken gemaakt tussen BsGW en de
2.000 1.257
deelnemende gemeenten over de financiële taakstelling. In totaal
1.500 888
bedraagt de cumulatieve (structurele) verlaging van de begroting van
1.000
BsGW in de periode 2012 – 2017 7,2 miljoen euro, waarvan 1,6
500
229
-
179
204
282
300
300
300
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Taakstelling 2%
Schaalvoordelen door toetreders
miljoen euro als gevolg van de taakstellende kostenverlaging gedurende de eerste zes jaar na oprichting en 5,6 miljoen euro door efficiencyvoordelen als gevolg van de uitbreiding van het aantal gemeenten tot 2016.
Figuur 10: taakstelling kostenreductie en schaalvoordelen door toetreders (* € 1.000)
In totaal bedraagt de cumulatieve kostenbesparing als gevolg van de opgelegde financiële taakstelling van 10% afgerond 1,6 miljoen euro. De kostenreductie door efficiencyvoordelen door nieuwe toetreders
BsGW heeft de taakstelling en de efficiencywinst jaarlijks in de begroting verwerkt en toegelicht in de begroting. Deze be sparingen werken door in het meerjarenperspectief van BsGW en zijn daarmee structureel. Een deel van het efficiencyvoordeel uit 2015 is ingezet in de begroting om de stijgende proceskosten op te vangen.
| 34
4.3. Grip op kostenontwikkeling
door middel van een meerjarenbegroting. De begroting wordt vastgesteld door het AB. Deelnemers kunnen een zienswijze
In de voorgaande paragraaf is geconstateerd dat BsGW de financiële taakstelling en efficiencywinst door uitbreiding op juiste wijze in de begroting heeft verwerkt. Daarmee voldoet BsGW aan de financiële
indienen op de begroting. •
Begrotingswijzigingen.
Indien
er
tijdens
het
lopende
begrotingsjaar aanleiding is voor het aanpassen van de
afspraken bij oprichting. Het is tevens een eerste indicatie van de
begroting, wordt er een begrotingswijziging opgesteld. Deze
grip op kostenontwikkeling bij BsGW.
wordt voor zienswijze aan de deelnemers voorgelegd als de wijziging invloed heeft op de bijdrage van deelnemers. De
Om een beter beeld te krijgen in hoeverre BsGW grip heeft op kostenontwikkeling, wordt in deze paragraaf ingegaan op vraag of de planning en control-cyclus (P&C-cyclus) van BsGW adequate sturing
begrotingswijziging wordt door het AB vastgesteld. •
jaarrekening en het jaarverslag opgesteld. Daarmee legt het DB
op de ontwikkeling van kosten mogelijk maakt. Daarnaast wordt in deze paragraaf beoordeeld of BsGW in staat is om adequaat te begroten, zodat de voorspelbaarheid van werkelijke cijfers hoog is.
Jaarrekening en jaarverslag. Na afsluiten van het jaar wordt de van BsGW verantwoording af aan het AB over het afgelopen jaar.
•
Bestuursrapportages. Per kwartaal wordt het AB van BsGW door het DB geïnformeerd over de stand van zaken bij BsGW. In de bestuursrapportages wordt aandacht besteed aan:
P&C-cyclus Om grip te houden op de ontwikkeling van de kosten maakt BsGW gebruik van een zogenaamde P&C-cyclus. Op hoofdlijnen bestaat de P&C-cyclus uit de volgende onderdelen:
✓
Relevante inhoudelijke ontwikkelingen
✓
Stand van zaken bedrijfsvoering (exploitatie, investeringen en formatie)
•
De kadernota. In de kadernota worden de ontwikkelingen en
✓
Stand van zaken projecten (zoals het OOP)
kostenreducties geschetst die mogelijk van invloed zijn op de
✓
Kwaliteit van dienstverlening (zie paragraaf 3.3)
bedrijfsvoering van BsGW voor de komende periode. Op basis
✓
Proceskosten
✓
Prestatie-kengetallen
van deze nota stelt het bestuur de financiële kaders vast voor de •
bedrijfsvoering.
De bestuursrapportages worden door het AB vastgesteld en naar
De begroting. Op basis van de uitgangspunten die in de
de deelnemende gemeenten gestuurd (college en raad).
kadernota
zijn
vastgelegd
worden
de
begroting
en
meerjarenbegroting opgesteld. De begroting geeft de financiële kaders voor het volgend jaar en een doorkijk naar komende jaren
BsGW heeft de P&C-cyclus ingericht volgens normen die algemeen geaccepteerd zijn. In de begroting van BsGW wordt inzichtelijk
| 35
gemaakt hoe BsGW de taakstelling en efficiency-effecten van nieuwe
zien dat de kosten in de oorspronkelijke begroting en de kosten in de
toetreders heeft verwerkt.
bijgestelde begroting slechts marginaal van elkaar afwijken in de periode 2016 – 2019 18. De kosten in de bijgestelde begroting en de
In paragraaf 5.2 wordt vanuit het perspectief van het samenspel
kosten in de jaarrekening zijn in die periode vrijwel gelijk. Daarbij
tussen BsGW en deelnemers dieper ingegaan op de werking van de
moet de kanttekening worden gemaakt dat dit wel geldt voor alle
P&C-cyclus in de praktijk.
eerdergenoemde kosten (personeel, huisvesting, ICT etc.), maar niet voor de proceskosten. Op de ontwikkeling van de proceskosten en
Kwaliteit van de begroting en het begrotingsproces
de dekking komen we terug in paragraaf 4.6.
Analyse van de begroting van BsGW laat zien dat een groot deel van de
budgetposten
in
de
exploitatie
van
BsGW
een
hoog
Samenvattend
‘zekerheidsniveau’ kennen, waardoor ze eenvoudig te begroten en te
De P&C-cyclus van BsGW voldoet aan de eisen die daaraan gesteld
monitoren
en
kunnen worden. Door de inrichting van de P&C-cyclus met daarin de
realisatiecijfers in de jaarrekening dicht bij elkaar liggen. Dat geldt
rapportage per kwartaal is geborgd dat BsGW periodiek zicht en grip
voor onder andere personeelskosten, huisvestingskosten, ICT-
heeft op de ontwikkeling van de kosten per jaar. Veel kosten van
kosten, afschrijvingen en bank- en rentekosten. In totaal is ongeveer
BsGW hebben een hoog ‘zekerheidsniveau’ en zijn relatief makkelijk
85 – 90% van de kosten door BsGW met redelijk grote zekerheid te
te begroten en te monitoren. Dat geldt echter niet voor de
begroten. Het MT van BsGW stuurt maandelijks op het beheersen
ontwikkeling van de proceskosten (zie paragraaf 4.6).
zijn.
Dat
betekent
dat
de
exploitatiebegroting
van uitgaven. Per kwartaal is extra aandacht vanuit het MT voor kostenbeheersing
in
de
voorbereiding
op
de
periodieke
bestuursrapportages.
Analyse van de oorspronkelijke begrotingen, bijgestelde begrotingen en jaarrekeningen over de periode 2016 – 2019 geeft een beeld van een ordentelijk begrotingsproces.
Een vergelijkende analyse van de oorspronkelijke begroting met de bijgestelde begroting en de realisatiecijfers in de jaarrekening laat
18
In de periode voor 2016 waren de verschillen tussen oorspronkelijke begroting en bijgestelde begroting vaak groter als gevolg van toetreding van nieuwe deelnemers.
| 36
4.4. Achtergrondinformatie over kostenontwikkeling BsGW
In de begroting van BsGW is de kostenverdeelsystematiek als volgt schematisch weergegeven.
Toelichting systematiek De ontwikkeling van de kosten van BsGW is geanalyseerd aan de hand van de ontwikkeling van de tarieven voor de vijf primaire producten van dienstverlening
die betrekking hebben op de
verschillende belastingsoorten, zoals onroerendezaakbelastingen (OZB), rioolheffing, afvalstoffenheffing etc. Deze tarieven vormen een belangrijke indicator voor de kostenontwikkeling van BsGW. Het gaat om de volgende primaire producten van dienstverlening: •
Gegevensbeheer
en
heffen.
Beheer
en
onderhoud
van
basisgegevens om de basisgegevens voor belastingen en vastgoed van alle deelnemers actueel en betrouwbaar te houden. •
Waarderen. Waarderen van onroerende zaken conform de Wet WOZ en de eisen van de Waarderingskamer (waaronder
Figuur 11: schematische weergave kostenverdeelsystematiek
jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, herwaardering als gevolg van bezwaar/beroep en de marktanalyse woningen en
rekenen
niet-woningen). •
Innen. Tijdig en volledig innen en afdragen van opgelegde aanslagen.
•
Klantzaken.
Tijdig
en
adequaat
afhandelen
van
alle
klantcontacten via alle beschikbare communicatiekanalen. •
De tarieven worden berekend door de totaal begrote kosten toe te
Ondersteuning en ontwikkeling. Activiteiten ter ondersteuning van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken (zoals informatievoorziening, automatisering, HRM, bestuursondersteuning, Planning & Contro l etc.
aan
de
primaire
producten
van
dienstverlening
en
vervolgens deze toegerekende kosten te delen door het totale volume van de werkzaamheden van elk primair product van dienstverlening. Het tarief per primair product van dienstverlening is dus voor elke deelnemer gelijk. De tarieven (‘p’) maal de volumes per deelnemer (‘q’) leiden tot de jaarlijkse bijdrage per deelnemers. In de begroting wordt jaarlijks een overzicht gegeven van de tarieven en de volumes per
product
(gegevensbeheer
en
heffen,
innen,
waarderen,
klantzaken en O&O) en de totale bijdrage per gemeente. Er vindt geen nacalculatie plaats in de jaarrekening ; de tariefbepaling is voorcalculatorisch. | 37
Productievolumes
De gemeenten Bergen en Beesel zijn binnen de deelnemende
De productievolumes die gehanteerd worden als verdeelsleutels zijn
gemeenten aan dit onderzoek – gemeten naar volume – de kleinste
vaste sleutels die bij toetreding tot BsGW zijn vastgesteld. Deze
afnemers
volumes worden niet jaarlijks herijkt. In onderstaande tabel zijn de
Kerkrade en Venlo zijn de grootste afnemers.
van
diensten
van
BsGW.
Heerlen,
Sittard-Geleen,
productievolumes voor de primaire producten voor de 11 gemeenten en de totale productievolumes voor BsGW weergegeven. Aanslagregels
WOZobjecten
Aanslagbiljetten
Klantcontacten
Aandeel O&O
Beesel
26.851
7.628
8.311
2.833
1%
Bergen
24.650
6.500
9.100
2.800
1%
Brunssum
65.100
16.350
18.800
6.073
2%
Gennep
45.426
8.507
14.826
3.595
1%
Heerlen
209.000
54.700
59.500
18.515
7%
Kerkrade
147.101
28.106
50.707
8.481
4%
Landgraaf
80.300
19750
23.700
7.918
3%
Peel en Maas
59.200
22.100
21.900
8.983
3%
Sittard-Geleen
212.000
51.900
70.500
19.554
7%
Stein
60.500
12.900
12.500
5.330
2%
Venlo
165.000
56.000
53.000
51.500
10%
Overig
2.892.488
276.672
957.099
306.672
59%
Totaal
3.987.616
561.113
1.299.943
442.254
100%
Tabel 9: productievolumes van de 11 gemeenten en de totale volumes
| 38
Ontwikkeling totale kosten per primair product van dienstverlening
2020), indexering en cao-afspraken en in 2020 door ophoging van de
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de toegerekende
post ‘onvoorziene uitgaven’ van 0,4% naar 1,4% van het bruto
begrote (netto)kosten per product van dienstverlening weergegeven
begrotingstotaal.
19
voor de jaren 2016-2021 . De kostenstijgingen leiden tot een verhoging van de toegerekende kosten naar de primaire producten van dienstverlening. Vanaf 2016
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Gegevensbeheer/heffen
2.984
2.984
3.037
3.112
3.260
3.378
stijgingen zijn te zien bij het product ‘klantzaken’ (9,7%), het product
Waarderen
3.910
3.910
3.978
4.664
5.193
5.330
‘waarderen’ (7,3%) en het product ‘ondersteuning en ontwikkeling’
Innen
-390
-390
-357
-312
-221
-166
Klantzaken
2.627
2.627
2.672
3.343
3.809
3.905
O&O
5.169
5.169
5.369
5.778
6.514
6.666
Totaal
14.299
14.299
14.669
16.585
18.555
19.113
bedraagt de gemiddelde jaarlijkse stijging 6,7%. De grootste
(5,8%). De toegerekende kosten aan het product ‘gegevensbeheer en heffen’ stijgt jaarlijkse gemiddeld met 2,6%. De kostenverhouding tussen de verschillende primaire producten van dienstverlening is over de beschouwde jaren ongeveer gelijk , als
Tabel 10: begrote netto-kosten per product van dienstverlening (* € 1.000) 20
gevolg
van
het
‘vastzetten’
van
de
productieaantallen.
De
kostenverhouding is in de volgende figuur weergegeven.
De stijging van de toegerekende kosten aan de primaire producten van dienstverlening in 2019 ten opzichte van 2018 bedraagt ongeveer 1,9 miljoen euro en de stijging in 2020 ten opzichte van 2019 is bijna 2 miljoen euro. De stijging van toegerekende kosten wordt met name veroorzaakt door de toerekening van de proceskosten aan de primaire producten (1,2 miljoen euro in 2019 en 2 miljoen euro in
19 Exclusief de kosten voor het sub-product parkeren.
20
Eventuele baten (zoals opbrengst vervolgingskosten en renteopbrengsten) zijn in mindering gebracht op de kosten). Het product Parkeerbelasting is buiten beschouwing gelaten.
| 39
toetreding tot BsGW zijn vastgesteld. Deze volumes worden niet jaarlijks herijkt. 19%
Vanaf 2016 bedraagt de gemiddelde jaarlijkse stijging van kosten die
36%
toegerekend worden aan de primaire producten 6,7%. De grootste stijgingen zijn te zien bij het product ‘klantzaken’ (9,7%), het product ‘waarderen’ (7,3%) en het product ‘Ondersteuning en ontwikkeli ng’
27%
(5,8%). De toegerekende kosten aan het product ‘gegevensbeheer
19%
en heffen’ stijgt jaarlijkse gemiddeld met 2,6%. De stijging van -2%
Gegevensbeheer en Heffen
Waarderen
toegerekende Innen
Klantzaken
O&O
kosten
wordt
met
name
veroorzaakt
door
de
toerekening van de proceskosten aan de primaire producten (1,2 miljoen euro in 2019 en 2 miljoen euro in 2020), indexering en cao -
Figuur 12: verhouding kosten primaire producten van dienstverlening
Het product O&O is met gemiddeld 36% van de begrote kosten het
afspraken en in 2020 door ophoging van de post ‘onvoorziene uitgaven’ van 0,4% naar 1,4% van het bruto begrotingstotaal.
grootste primaire product, gevolgd door Waarderen (27%). De
4.5. Ontwikkeling tarieven BsGW
producten Gegevensbeheer en Heffen en Klantzaken zijn ongeveer
De ontwikkeling van de tarieven voor de primair e producten van
even groot (19%).
dienstverlening van
BsGW
is
een
goede
indicator
voor
de
kostenontwikkeling van BsGW en de bijdrage die gemeenten moeten Samenvattend De tarieven voor de primaire producten van dienstverlening worden berekend door de kosten toe te rekenen aan de primai re producten van dienstverlening en vervolgens deze toegerekende kosten te
betalen
voor
het
afnemen
van
de
primaire
producten
van
dienstverlening van BsGW. Hieronder geven we de ontwikkeling van de verschillende begrote tarieven voor de primaire producten van dienstverlening over de afgelopen jaren weer.
delen door het totale volume van de werkzaamheden van elk primair product van dienstverlening. Het tarief per primair product (‘p’)van
Tarief gegevensbeheer en heffen
dienstverlening is dus voor elke deelnemer gel ijk. Er vindt geen
In de volgende grafiek is de ontwikkeling van het tarief voor
nacalculatie plaats in de jaarrekening. De productievolumes die
gegevensbeheer
gehanteerd worden als verdeelsleutels zijn vaste sleutels die bij
2011 – 2021.
en
heffen
weergegeven
voor
de
periode
| 40
€0,86
€14,00
€0,84
€12,00
€0,82
€10,00
€0,80 €8,00
€0,78
€6,00
€0,76 €0,74
€4,00
€0,72
€2,00
€0,70 €-
€0,68 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Figuur 13: ontwikkeling tarief gegevensbeheer en heffen (2011 – 2021)
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Figuur 14: ontwikkeling tarief waarderen (2011 – 2021)
Toelichting:
Toelichting:
In de periode 2011 - 2017 is sprake van lichte daling van het tarief
De stijging van dit tarief in 2013 wordt verklaard doordat naast
voor gegevensbeheer en heffen. In 2017 ligt het tarief 2% lager dan
werkzaamheden voor de WOZ-administratie ook de WOZ-taxatie is
in 2011. Vanaf 2017 is sprake van een stijging van dit tarief met
toegevoegd. Van 2013 daalt het tarief voor waarderen door toename
12,5% tot 2021. Dat is een gemiddelde stijging van 3, 1% per jaar in
van het aantal deelnemers (en dus WOZ-objecten). Vanaf 2019 stijgt
deze periode. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door loon -
het tarief weer, als gevolg van reguliere loon- en prijsindexering en
en prijsontwikkeling. In de gehele periode (2011 – 2021) stijgt het
het vanaf 2019 toerekenen van een deel (50%) van de totale
tarief voor gegevensbeheer en heffen met 11%. Dat is een gemiddelde stijging van 1% per jaar. Tarief waarderen In de volgende grafiek is de ontwikkeling van het tarief voor waarderen weergegeven voor de periode 2011 – 2021.
| 41
proceskosten 21 aan het product ‘waarderen’. De overige 50% van de
€0,30
proceskosten worden vanaf 2019 toegerekend aan het pro duct ‘klantcontacten’. In 2019 zijn de proceskosten voor 600.000 euro toegerekend aan waarderen’, in 2020 is het toegerekende bedrag aan ‘waarderen’ opgelopen tot 1 miljoen euro.
€0,20 €0,10 €2011
Afgezien van de piek in 2013 daalt het tarief voor waarderen tot 2016 met 20%. Vanaf 2018 stijgt het tarief. Vergeleken met 2011 is het tarief voor waarderen in 2021 8% hoger. Dat komt neer op een
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
€(0,10) €(0,20)
gemiddelde stijging van 0,7% per jaar. €(0,30)
Tarief innen
€(0,40)
In de volgende grafiek is de ontwikkeling van het tarief voor innen weergegeven voor de periode 2011 – 2021.
Figuur 15: ontwikkeling tarief innen (2011 – 2021)
Toelichting: De kosten die BsGW maakt voor het ‘innen’ worden gedekt door de opbrengst van vervolgingskosten die BsGW, naar aanleiding van dwanginvorderingsacties, in rekening brengt bij belastingschuldigen. Vanaf 2014 zijn de opbrengsten groter dan de kosten voor dit product, mede als gevolg van de stijging van het aantal deelnemers. Tot 2016 stijgen de invorderingsopbrengsten tot een bedrag van 2,1 miljoen euro en blijven daarna constant. Het tarief voor innen
21
Voor 2019 werden proceskosten in een begrotingswijziging verwerkt, waardoor ze niet zichtbaar zijn in de tarieven. In paragraaf 4.7 wordt
nog uitgebreid ingegaan op de ontwikkeling en verantwoording van proceskosten.
| 42
stijgt vanaf 2017 door stijgende kosten (jaarlijkse loon- en
2019 zijn de proceskosten (die tot 2018 niet aan de producten zijn
prijsindexatie) en gelijkblijvende inkomsten.
toegerekend) voor 600.000 euro toegerekend aan het primaire product ‘klantcontacten’. In 2020 gaat het om een toegerekend
Tarief klantcontacten
bedrag aan het product ‘klantcontacten’ van 1 miljoen euro aan
In de volgende grafiek is de ontwikkeling van het tarief voor
proceskosten. In 2021 is het tarief voor klantcontacten nog 14% lager
klantcontacten weergegeven voor de periode 2011 – 2021.
dan in 2011. Tarief O&O
€12,00
Het product Ondersteuning en Ontwikkeling (O&O) bevat de kosten €10,00
van de ondersteuning van de organisatie als geheel. Deze kosten zijn niet op een eenduidige manier te verdelen naar de andere producten.
€8,00
Voor deze kosten kan geen tarief per eenheid worden ber ekend. De kosten worden verdeeld over de deelnemers op basis van het
€6,00
aandeel van deelnemers in de kosten van
overige primaire
producten. Om de ontwikkeling van de kosten in beeld te brengen , is
€4,00
gezocht naar een bruikbaar verhoudingsgetal dat een beeld geeft dat €2,00
vergelijkbaar is met de tarieven van de andere producten. Het verhoudingsgetal dat we gebruiken is het bedrag O&O dat is
€2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Figuur 16: ontwikkeling tarief klantcontacten (2011 – 2021)
uitgedrukt per euro van de totale bijdrage van de vier producten. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van het tarief voor O&O weergegeven voor de periode 2011 – 2021.
Toelichting: Door het stijgende aantal klantcontacten en de taakstellende bezuiniging daalt het tarief voor klantcontacten tot 2016 en blijft daarna gelijk tot 2019. Vanaf 2019 loopt het tarief op als gevolg van het (deels) toerekenen van de proceskosten WOZ aan het product klantcontacten (zie eerdere uitleg bij het product ‘waarderen’). In
| 43
deelnemers. Na 2016 groeit het aantal deelnemers in BsGW niet
€0,64
meer en vervalt de afgesproken financiële taakstelling. Vanaf 2017 is €0,62
sprake van een stijging van de tarieven. Gemiddeld stijgen de
€0,60
toegerekende kosten aan de primaire producten van dienstverlening
€0,58
vanaf 2017 met 6,7% per jaar. De belangrijkste oorzaak zit in de stijging van de proceskosten die vanaf 2019 worden toegerekend aan
€0,56
de primaire producten (‘waarderen’ en ‘klantcontacten’). In totaal is
€0,54
ruim 60% van de toename van toegerekende kosten aan de primaire
€0,52
producten van dienstverlening toe te schrijven aan de toerekening van
€0,50
de
proceskosten
vanaf
2019.
Naast
de
toegerekende
proceskosten wordt de stijging van tarieven vooral veroorzaakt door
€0,48 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
het doorrekenen van loon- en prijscompensatie. Per saldo geldt dat de tarieven voor de producten ‘gegevensbeheer
Figuur 17: ontwikkeling tarief O&O (2011 – 2021)
en heffen’ en ‘waarderen’ in 2021 hoger zijn dan in 2012. De tarieven voor de overige primaire producten zijn in 2021 lager dan in 2011.
Toelichting: Tot 2015 dalen de aan dit product toegerekende kosten sneller dan
4.6. Aanvullende analyse kostenontwikkeling
de kosten die aan de andere producten worden toegerekend. Dat leidt tot een afnemend bedrag. Vanaf 2014 stijgen de toegerekende
In paragraaf 4.5 zijn we ingegaan op de ontwikkeling van de tarieven
kosten aan het product ‘O&O’ sneller dan de totale kosten , waardoor
voor de primaire producten van dienstverlening door BsGW . De
het ‘tarief’ stijgt. In totaal is sprake van een daling van 15% in 11 jaar.
tarieven zijn belangrijk om een beeld te krijgen van de mate waarin BsGW in staat is om de kosten van de uitvoering van zijn primaire
Samenvattend
producten van dienstverlening laag te houden. De ontwikkeling van
In de jaren tot 2017 is sprake van een dalende trend in de tarieven
de tarieven vertelt echter niet ‘het hele verhaal’. Niet alle kosten
voor de primaire producten van dienstverlening door BsGW. Deze
worden namelijk aan de deelnemers doorbelast via de primaire
daling is direct toe te schrijven aan de opgelegde financiële
producten; een deel van de kosten wordt (geheel of gedeeltelijk)
taakstelling en de efficiencyvoordelen door uitbreiding van het aantal
| 44
afzonderlijk aan de deelnemers in rekening gebracht . Dat geldt voor de volgende dossiers:
Een proceskostenvergoeding wordt toegekend aan een ncnp -bureau indien de bij bezwaar vastgestelde WOZ-waarde meer dan € 1.000
•
Aanvulling eigen vermogen door hogere proceskosten
afwijkt van de oorspronkelijk getaxeerde WOZ-waarde. Dan is sprake
•
Afspraken invlechten andere gemeenten
van een gegrond bezwaar. De bedragen die moeten worden betaald
•
Betaling goodwill
aan een ncnp-bureau zijn afhankelijk van de wegingsfactor. Standaard is de wegingsfactor 1,0. Voor complexe zaken kan de wegingsfactor
Aanvulling eigen vermogen door hogere proceskosten
1,5 of 2,0 zijn. Voor verreweg de meeste bezwaren geldt een
In 2014 is de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkoming
wegingsfactor 1,0.
proceskosten gewijzigd. De zogenaamde Fierensdrempel werd
Ncnp-bureaus krijgen – als een bezwaar gegrond wordt verklaard –
afgeschaft waardoor er geen drempelwaarde meer is in de
een
bezwaarprocedure. Dat heeft geleid tot meer bezwaren tegen de
proceskostenvergoeding bedraagt € 265. In veel gevallen wordt bij het
waardebepaling. Veel ncnp-bureaus benaderen vanaf dat moment
bezwaar door een ncnp-bureau ook een hoorzitting aangevraagd. De
inwoners om namens hen bezwaar te maken tegen de WOZ-
proceskostenvergoeding voor een hoorzitting bedraagt eveneens
waardebepaling. Dat gebeurt regelmatig aan de hand van een
€ 265. Deze bedragen worden vermenigvuldigd met de wegingsfactor
doorlopende machtiging.
van het bezwaar. Daarnaast krijgen ncnp-bureaus een vergoeding als
vergoeding
voor
het
indienen
van
bezwaar.
Deze
ze een taxatierapport laten opstellen. De vergoeding daarvoor
Het afschaffen van de Fierensdrempel en de opkomst van de ncnp-
bedraagt € 257. Voor een bezwaar met een wegingsfactor van 1,0 kan
bureaus heeft geleid tot een stijging van het aantal bezwaren en een
de proceskostenvergoeding dus oplopen tot een bedrag van € 787. Bij
stijging van de daarmee gemoeide kosten (proceskosten). In het volgend kader wordt dit nader toegelicht.
een wegingsfactor van 2,0 kan dit bedrag oplopen tot € 1.574. De aanvullende proceskostenvergoeding voor een beroepsprocedure kan oplopen tot ruim € 1.100 voor een beroep met een wegingsfactor 1,0 en tot ruim € 2.200 voor een beroepsprocedure met een wegingsfactor 2,0. Een beroepsprocedure komt veel minder vaak voor dan e en bezwaarprocedure.
| 45
Tot 2018 werden de proceskosten niet structureel toereikend
3.500
opgenomen in de begroting van BsGW en werd een eventueel negatief resultaat jaarlijks bij het vaststellen van de jaarrekening met
3.000
3.000
2.700
de deelnemers verrekend en/of onttrokken uit de algemene reserve (zie toelichting in deze paragraaf onder ‘aanvulling eigen vermogen’). De proceskosten werden daarmee grotendeels buiten de ta rieven
2.850 2.500
2.000
1.700
voor de primaire producten van dienstverlening gehouden. 1.500
vanaf 2018. De dekking werd gevonden in de efficiencywinst door
1.000
‘waarderen’ en ‘klantcontacten’.
1.500
851
toetreding van nieuwe deelnemers in 2015. Vanaf 2019 worden de begrote proceskosten toegerekend aan twee primaire producten:
1.332
1.362
Met het AB-besluit van 22 juni 2017 zijn de proceskosten wel begroot
542 500
-
258 …
29
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van de werkelijke proceskosten van BsGW per jaar weergegeven voor de periode 2011-
Figuur 18: ontwikkeling proceskosten BsGW 2011-2022 (* € 1.000)
2022. Het betreft de proceskosten van BsGW per belastingjaar . De De
De proceskosten laten in de loop van de jaren een sterke stijging
proceskosten voor de jaren 2021 en 2022 zijn prognoses uit de
zien. In 2019 bedragen de proceskosten ongeveer 8% van de totale
begroting.
begroting van BsGW. In 2012 was dit nog 0,3%. De stijging zet na
proceskosten
voor
2020
zijn
voorlopige
realisatiecijfers.
een lichte daling in 2019 22 verder door in 2020. De stijging van de proceskosten wordt veroorzaakt
door stijging van het aantal
bezwaren
in
de
loop
van
de
tijd
en
proceskostenvergoedingen
aan
ncnp-bureaus
de
toegenomen
(zie
ook
het
onderstaande tekstkader over het WODC-onderzoek). Daarnaast zijn
22
BsGW heeft geen verklaring voor de daling van de proceskosten in 2019.
| 46
er aanwijzingen dat de eigen organisatie meer tijd kwijt is aan een
Er is geen goede vergelijking te maken tussen de hoogte van de
bezwaar dat door een ncnp-bureau wordt ingediend dan een bezwaar
proceskosten van BsGW en andere belastingorganisaties. De reden
dat door een burger zelf wordt ingediend 23.
is dat de registratie van de proceskosten per organisatie verschillend is.
Dat
is
ook
de
reden
dat
het
WOZ-dashboard
van
de
Waarderingskamer geen inzicht geeft op dit punt. In
opdracht
van
het
Wetenschappelijk
Onderzoek-
en
Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en
Het is niet mogelijk om de proceskosten per gemeente inzichtelijk te
gepubliceerd naar het
maken. BsGW registreert dat niet. Het AB heeft in 2017 aangegeven
verdienmodel en de werkwijze van ncnp-bureaus. Uit dat onderzoek
dat uitsplitsing naar gemeente niet wenselijk wordt geacht vanuit de
blijkt dat het aantal WOZ-bezwaren voor woningen tussen 2015 en
collectiviteitsgedachte van de GR BsGW. Uit analyse van de door
2019 met 28% is toegenomen. Het aandeel ncnp-bureaus bij het
BsGW aangeleverde cijfers over proceskostenvergoedingen in 2019
Veiligheid is eind 2020 een
onderzoek 24
indienen van bezwaar is in deze periode gestegen van 17% naar 43%. Voor niet woningen daalde het aantal WOZ-bezwaren met 10%, maar het aandeel ncnp-bureaus steeg in deze periode van 20% naar 55%.
Het
verdienmodel
van
ncnp-bureaus
zit
vooral
in
de
en 2020 blijkt dat ongeveer 52% van de door BsGW aan ncnpbureaus betaalde proceskostenvergoedingen betrekking hebben op het indienen van het bezwaar. De betaalde proceskosten voor
bezwaarprocedure en vrijwel niet in de beroepsprocedure.
hoorzittingen in de bezwaarprocedure bedragen 40% van de totale
Het
slagingspercentage
proceskosten. De ureninzet van BsGW zelf maakt geen onderdeel uit
(percentage gegronde bezwaren) van particulieren die zelfstandig
van de proceskosten die in figuur 18 zijn weergegeven, maar worden
bezwaar indienen, weinig afwijkt van dat van door ncnp -bedrijven
verantwoord onder de primaire producten van dienstverlening.
onderzoek
laat
verder
zien
dat
het
ingediende bezwaren. In beide gevallen ligt dat in de onderzochte steekproef op ongeveer 50%.
BsGW geeft aan dat de afgelopen jaren diverse maatregelen zijn getroffen om de proceskosten te verlagen. In bijlage 6 is een
23
Bij belastingsamenwerking Munitax in de Nijmeegse regio is berekend dat dit driemaal zoveel is (Bron: presentatie belastingsamenwerking Munitax
gemeenteraad
Beuningen
13-1-21.
24
Van beroep in bezwaar, werkwijze en verdienmodel ‘no cure no pay’ bedrijven.
(zie: https://gemeentebestuur.beuningen.nl/Vergaderingen/Commissie Financien-en-AZ/2021/13-januari/19:30)
| 47
overzicht gegeven van de uitgevoerde acties en maatregelen en
BsGW aan dat twee van de vijf grote landelijke ncnp-bureaus
komende inzet van BsGW. Daarnaast voert BsGW elk jaar een
gevestigd zijn in Limburg. Daarnaast kan volgens BsGW de
informatiecampagne uit om proceskosten terug te dringen. Hiertoe
grootschaligheid
worden media benaderd en internet en social media rechtstreeks
aantrekkelijk zijn voor ncnp-bureaus.
ingezet.
Ook
worden
alle
informatieboodschappen
met
deelnemers
gefaciliteerd
van
het
samenwerkingsverband
mogelijk
met hun
In het kader van het terugdringen van proceskosten is het interessant
publiekskanalen, zoals website, social media en gemeentelijke
te vermelden is dat op 26 mei 2021 in diverse media is gemeld dat
publicaties in lokale media onder de aandacht van hun burgers en
belastingsamenwerking BSOB (Noordoosten van Brabant) er in is
bedrijven te brengen.
geslaagd om het aantal bezwaren tegen de WOZ -waardebepaling in
het
verzoek
om
deze
v ia
2021 met 35% te laten dalen door samen met deelneme nde In februari 2021 heeft BsGW een presentatie gegeven in het DB over
gemeenten in te zetten op het verstrekken van informatie richting
de proceskosten en de genomen maatregelen. Deze presentatie is
belastingplichtigen om bij bezwaren direct met BsOB te bellen in
ook gedeeld met AB-leden en ambtelijk accounthouders en ook ter
plaats van een no cure no pay (ncnp-)bureau in te schakelen.
beschikking gesteld aan de gemeenteraden. In de presentatie wordt onder andere ingegaan op de wijze van taxeren, rekenvoorbeelden
Met name als gevolg van de stijgende proceskosten (die pas vanaf
rond proceskostenvergoedingen aan ncnp-bedrijven, de hoogte van
2018 in de begroting werden opgenomen) heeft BsGW eind 2016 een
de uitvoeringskosten ten opzichte van andere belastingorganisaties
negatief eigen vermogen van ongeveer 1 miljoen euro, terwijl de
en de belangrijkste bedrijfsvoeringsmaatregelen die BsGW heeft
begin 2017 uitgevoerde risicoanalyse uitkomt op een benodigd eigen
genomen om de proceskosten te verlagen. Daarnaast heeft BsGW
vermogen van ongeveer 600.000 euro. Om het weerstandsvermogen
recent een brief aan alle raden gestuurd met een nadere toelichting
op peil te brengen conform de uitkomsten van de risicoanalyse, heeft
op de ontwikkeling van de proceskosten, inclusief een animatie die
het AB op 14 december 2017 besloten tot een eenmalige storting van
de
ook
1,6 miljoen euro. Ook in de jaren 2018 en 2019 zijn door het AB
aangegeven dat de stijging van de proceskosten een landelijk
besluiten genomen om het eigen vermogen aan te vullen om het
fenomeen is, waar alle gemeenten mee te maken hebben.
weerstandsvermogen op niveau te houden. Deze extra storting was
problematiek
rond
proceskosten
uitlegt.
Daarbij
is
nodig omdat de werkelijke proceskosten hoger uitkwamen dan BsGW is gevraagd naar een mogelijke verklaring voor het relatief
begroot. In totaal gaat het in 2018 en 2019 om een bedrag van
hoge aantal bezwaren. BsGW heeft aangegeven dat ze geen
758.000 euro.
eenduidige oorzaak kunnen aanwijzen. Als mogelijke verklaring geeft
| 48
In totaal is dus in de periode 2017 - 2019 een bedrag van ongeveer
Overige afspraken
2,4 miljoen euro door alle deelnemers gezamenlijk betaald om de
Bij het toetreden van gemeenten bij BsGW zijn maatwerkafspraken
reservepositie van BsGW op peil te brengen.
gemaakt over te behalen efficiencyvoordelen en de wijze waarop deze worden verwerkt in de begroting. Deze afspraken zijn
In onderstaande figuur zijn de aanvullende kosten als gevolg van
bekrachtigd
aanvulling van het eigen vermogen in 2017 - 2019 voor de 11 aan het
efficiencyvoordelen structureel zijn verwerkt in de reguliere bijdrage
onderzoek deelnemende gemeenten weergegeven.
van de deelnemers. Naast deze efficiencyvoordelen zijn er echter ook
door
het
AB
van
BsGW.
De
regel
is
dat
de
tijdelijke kosten die zijn toe te schrijven aan uitbreiding van 300 263
deelnemers. Deze kosten hebben betrekking op kosten van de nulmetingen, implementatiekosten en in sommige gevallen kosten ter
250
compensatie van frictiekosten. Deze tijdelijke kosten zijn niet 200 163
meegenomen in de berekening van de reguliere bijdrage van
152
deelnemers en zijn derhalve niet zichtbaar in de tarieven (paragraaf
150
60
49 50
4.5). Daarnaast zijn er tijdelijke (incidentele) kosten in rekening
92
100 27
20
31
gebracht bij de deelnemers die betrekking hebben op de voorziening
65 42
-
voor proceskosten. In onderstaande figuur zijn de incidentele kosten over de periode 2013 tot 2018 weergegeven voor de 11 aan dit onderzoek deelnemende gemeenten.
Figuur 19: aanvullende bijdragen aanvulling EV 2017 – 2019 (* € 1000)
In totaal hebben de 11 aan het onderzoek deelnemende g emeenten bijna 1 miljoen euro betaald ter aanvulling van het eigen vermogen van BsGW. De overige 1,4 miljoen euro is door de andere deelnemers aan BsGW betaald.
| 49
Goodwill
1.800
1.621
1.592
1.600
Bij toetreding van deelnemers is in de uitvoeringsovereenkomst
1.400
afgesproken dat elke toetreder gespreid over een periode van 6 jaar een bedrag van € 12,50 per inwoner betaalt aan de oprichters van
1.091
1.200
BsGW (gemeente Venlo en het Waterschap). Voor de gemeenten die
1.000
in 2015 zijn ingestroomd, loopt de betaling van de goodwill door tot
800 539
600
200
144 35
eind 2020. In onderstaande figuur is de betaalde en ontvangen
413
333
400
199
294
45
0
goodwill per gemeente weergegeven voor de jaren 2012-2019. Voor de gemeenten Kerkrade en Beesel loopt de goodwillbetaling nog één jaar door in 2020.
Figuur 20: aanvullende bijdragen deelnemers 2013-2019 (* € 1.000) 25
In totaal hebben de 11 aan het onderzoek deelnemende gemeenten ongeveer 6,2 miljoen euro betaald aan aanvullende bijdragen voor toetreding door gemeenten in BsGW en de voorziening voor proceskosten. Ongeveer 90% van dat bedrag heeft betrekking op uitbreiding van de deelnemers en 10% heeft betrekking op de voorziening voor proceskosten.
25
Voor Venlo zijn de kosten voor de pilot parkeerbelasting uit 2012 (€ 231.000) niet opgenomen in het overzicht.
| 50
1.000
tevens per gemeente het bedrag aan betaalde goodwill aan de
885
oprichters van BsGW weergegeven. 543 492
541
500
Reguliere bijdrage
320 216 142 167 167
205
Aanvulling EV
Kosten uitbreiding
Goodwill
Beesel
720
27
35
142
Bergen
1.181
20
144
167
Brunssum
1.910
49
333
167
Gennep
904
31
45
216
Heerlen
6.462
163
1.091
543
Kerkrade
2.843
92
199
492
Landgraaf
2.351
60
413
205
Peel en Maas
3.021
65
539
541
Sittard-Geleen
6.445
152
1.621
885
Stein
1.609
42
294
320
In totaal hebben de 10 van de 11 aan het onderzoek deelnemende
Venlo
15.689
263
1.592
-1.224
gemeenten ongeveer 3,7 miljoen euro aan goodwill betaald aan de
Totaal
43.135
964
6.306
2.454
-
-500
-1.000 -1.224 -1.500
Figuur 21: betaalde en ontvangen goodwill door de 11 deelnemers 2012-2019 (* € 1.000)
oprichters van BsGW. Venlo heeft ongeveer 1,2 miljoen euro aan goodwill ontvangen.
Tabel 11: overzicht reguliere- en overige bijdragen 11 deelnemers 2012-2019 (* 1.000 euro)
Samenvattend In onderstaande tabel zijn de totaal betaalde bijdragen van de 11 aan het onderzoek deelnemende gemeenten aan BsGW weergegeven vanaf het moment van toetreding tot en met 2019. In de tabel is
De reguliere bijdrage aan BsGW bedraagt bij de 11 aan het onderzoek deelnemende gemeenten gemiddeld 80% van de totale kosten (inclusief goodwill) vanaf het moment van deelname in BsGW
| 51
tot eind 2019. De reguliere bijdrage wordt betaald voor de vijf
toetreding. BsGW heeft aangegeven dat de toetredende gemeenten
primaire producten van dienstverlening.
zelf opdrachtgever waren voor de uitvoering van de nulmeting. Per toetredende deelnemer ontving BsGW een met die deelnemer
4.7. De berekende cumulatieve kostenbesparing
afgestemd
In december 2020 heeft BsGW een factsheet naar de gemeenteraden gestuurd met kerninformatie over BsGW. Onderdeel van de factsheet was een vergelijking tussen de geïndexeerde oorspronkelijke kosten van de uitvoering voorafgaand aan deelname aan BsGW ( de vastgestelde financiële nulmeting) en de werkelijke cumulatieve kosten van dienstverlening na toetreding in BsGW. Uit de vergelijking komt naar voren dat de deelnemers gezamenlijk over de afgelopen jaren ongeveer 105 miljoen euro aan kostenbesparing hebben gerealiseerd. In diverse gesprekken met ambtenaren en bestuurders zijn twijfels gerezen of dit cumulatieve kostenvoordeel realistisch en goed onderbouwd is.
rapport
van
het
onafhankelijke
bureau
om
de
berekeningen voor de toetreding op te baseren. Achter gebleven frictie is hierin niet meegenomen. Dat was bij de toetredende gemeenten ook bekend. BsGW is bij de berekening van de cumulatieve kostenbesparing uitgegaan van de kosten voor uitvoering van de taken die de gemeenten hebben opgegeven voorafgaand aan toetreding (de financiële nulmeting). Deze kosten zijn vervolgens geïndexeerd met 1,5% tot eind 2019. De aldus berekende fictieve cumulatieve uitvoeringskosten zijn afgezet tegen de werkelijk betaalde bijdragen van deelnemers in BsGW tot eind 2019. De werkelijk betaalde bijdragen bestaan uit de reguliere bijdrage aan de primaire taken van
Om te beoordelen in hoeverre het gepresenteerde kostenvoordeel realistisch en goed onderbouwd is, is in het onderzoek een globale toets uitgevoerd op de aannames en veronderstellingen die ten grondslag liggen aan deze berekening. Daarbij is uitgegaan van de juistheid van de financiële nulmetingen die in opdracht van de gemeenten
zijn
opgesteld,
hoewel
sommige
geïnterviewde
accounthouders vraagtekens zetten bij de realiteitswaarde van de nulmeting.
In
interviews
en
de
ambtelijke
reactie
op
het
dienstverlening van BsGW, aangevuld met de aanvullende bijdragen (zie paragraaf 4.6). De benadering van BsGW leidt tot een cumulatieve kostenbespar ing van ongeveer 105 miljoen euro voor alle deelnemers gezamenlijk tot eind 2019. In de volgende tabel is voor de 11 aan dit onderzoek deelnemende gemeenten de cumulatieve kostenbesparing in beeld gebracht.
conceptrapport is door een aantal accounthouders nadrukkelijk de kanttekening gemaakt dat op basis van de nulmeting een te rooskleurig beeld wordt geschetst van het cumulatief voordeel door
| 52
Bijdrage Reguliere Overige Nulmeting bijdrage bijdragen
Goodwill
cumulatief voordeel
procentueel voordeel
toetreding door de verschillende gemeenten tot eind 2019. De besparing ten opzichte van de cumulatieve geïndexeerde nulmeting bedraagt gemiddeld 43% voor de 11 aan het onderzoek deelnemende
Beesel
1.658
720
62
142
734
44%
Bergen
3.013
1.181
164
167
1.501
50%
Brunssum
4.013
1.910
382
167
1.554
39%
Gennep
1.266
904
76
216
70
7%
Heerlen
13.066
6.462
1.254
543
4.807
37%
Kerkrade
6.798
2.843
291
492
3.172
47%
Landgraaf
4.929
2.351
473
205
1.900
39%
(financiële nulmetingen en bijdragen van de deelnemers). De in de
Peel en Maas
7.752
3.021
604
541
3.586
46%
factsheet van BsGW aangegeven cumulatieve besparing van
Sittard-Geleen
17.559
6.445
1.773
885
8.456
48%
ongeveer 105 miljoen euro is derhalve realistisch.
Stein
3.876
1.609
336
320
1.611
42%
Venlo
28.952
15.689
1.855
-1.224
12.632
44%
Totaal
92.882
43.135
7.270
2.454
40.023
43%
gemeenten. Opvallend is dat het cumulatieve voordeel voor de gemeente Gennep aanzienlijk lager is dan bij de andere gemeenten. Dat wordt verklaard door het relatief kleine verschil tussen de financiële nulmeting en de bijdrage van Gennep aan BsGW 26. De berekeningswijze van BsGW is gebaseerd op logische en consistente aannames en sluit aan bij de onderliggende documenten
Daarbij worden twee kanttekeningen gemaakt: 1.
de juistheid van de financiële nulmetingen zijn in dit onderzoek niet
onderzocht.
Door
een
aantal
deelnemers
wordt
de
realiteitswaarde van de nulmetingen in twijfel getrokken , maar Tabel 12: cumulatieve kostenbesparing 11 gemeenten 2012-2019
toetredende gemeenten zijn zelf opdrachtgever geweest voor de
(* € 1.000)
nulmetingen. 2.
In totaal bedraagt de cumulatieve besparing voor de 11 aan het onderzoek deelnemende gemeenten ongeveer 40 miljoen euro vanaf
26
bij toetredende gemeenten zal sprake zijn geweest van achterblijvende kosten (directe en indirecte formatie, versnelde afschrijvingen) en het wegvallen van dekking van overhead. Die
De uitgangspositie van Gennep was anders dan bij de andere deelnemers. De uitvoering van belastingtaken was voor de deelname aan BsGW al uitbesteed aan een particuliere partij.
| 53
frictiekosten zijn bij de meeste deelnemers niet betrokken in de
4.8. Vergelijking kostenontwikkeling met andere organisaties
toetredingsafspraken. Voor een zuiver beeld van de besparingen zouden deze achtergebleven kosten in mindering moeten worden gebracht van het berekende cumulatieve voordeel. Het