CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Aijen 4a en 4d vastgesteld totaal

Commissie Ruimte en Economie 8 september 2021, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan Aijen 4A en 4D;21.774 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico’s worden vooral bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Uit een inventarisatie van de risicokaart (www.risicokaart.nl) blijkt dat de onderstaande risicobron voor het plangebied relevant kan zijn. Hierna wordt het risico bepaald en de consequenties hiervan voor het ruimtelijk besluit. In de nabijheid van het voorliggende plangebied is de volgende risicobron aangetroffen:  transport van gevaarlijke stoffen over de Maas. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de Maas De Maas - ten westen van het plangebied - geldt als een transportroute voor gevaarlijke stoffen. De vaarroute is op grond van de Regeling Basisnet aangewezen als een binnenvaartverbinding voor chemische clusters & achterlandverbindingen met toetsafstand (zwarte vaarroute). De PR 10 -6 contour ligt daarmee op het water en reikt niet verder dan de oever. De waterlijn is de lijn waar het water de oever raakt bij de waterstand die het meest regelmatig optreedt. Vanaf deze lijn treedt bij zwarte vaarwegen een plasbrandaandachtsgebied (PAG) op van 25 m. Binnen deze zone geldt een motiveringsplicht bij bouw van nieuwe objecten. Het PAG reikt niet tot het voorliggende plangebied. De bevaarbaarheidsklasse (CEMT) van de Maas is Va. Op basis van de Regeling basisnet (bijlage III) worden de volgende jaarintensiteiten vervoerd over de Maas. In de tabel wordt tevens het invloedsgebied van deze vaarwegen genoemd. Stofcategorie

Aantal schepen (per jaar)

1% letaliteitsafstand (in meters)

LF1

Brandbare vloeistof (diesel)

803

35

LF2

Brandbare vloeistof (benzine) 2.710

35

LT1

Toxische vloeistof (acrylnitril) 40

600

GF3

Brandbare gassen (LPG)

90

289

Tabel 4.3: jaarintensiteiten Maas Het groepsrisico wordt in Nederland bij transport over water voornamelijk bepaald door transporten van toxische stoffen (GT en LT). Over de Maas worden geen stoffen uit de categorieën LT3 en LT4 vervoerd. Bovenstaande intensiteiten geven aan dat er 40 transporten van gevaarlijke stoffen met toxische vloeistoffen (LT1) plaatsvinden. Het invloedsgebied van deze toxische stoffen ligt op 600 m en reikt tot het voorliggende plangebied. Het aantal wooneenheden in het plangebied blijft echter gelijk, zodat er wat dat betreft geen verslechtering op zal treden. Voor de overige stoffen reikt het invloedsgebied niet tot het plangebied. In de verantwoording wordt daarom ingegaan op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid ten aanzien van het toxische scenario. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied is niet gelegen in de directe nabijheid van aardgastransportleidingen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen op het water (de Maas) is de beschikbaarheid van voldoende blus-/koelwater geen beperkende factor. Een calamiteit op het water zal over het algemeen echter niet of slecht bereikbaar zijn. Hiervoor is de inzet van een blusboot noodzakelijk. Afhankelijk van de exacte locatie van de calamiteit kan de inzet van de blusboot langere tijd op zich laten wachten.

Net als bij het spoor- en wegvervoer zullen calamiteiten maar zelden kunnen worden voorkomen en zal de inzet zich richten op het beperken en bestrijden van de effecten. Het grote aantal slachtoffers dat bij incidenten met gevaarlijke stoffen kan vallen kan de capaciteit van de geneeskundige hulpverlening in veel gevallen te boven gaan. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij het scenario van een koude BLEVE zal er geen tijd beschikbaar zijn voor zelfredding. Bij een warme BLEVE is er mogelijk beperkte vluchttijd. Gezien deze korte tijd zijn er geen mogelijkheden tot evacuatie. Daarom zullen de personen op eigen kracht het gebied moeten ontvluchten in geval van een incident. De maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid zullen daarom in de planologische, organisatorische en bouwkundige sfeer moeten worden gezocht. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Op een afstand

30

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

groter dan 150 m is bij een BLEVE het schuilen in een gebouw vaak de beste manier om de calamiteit te overleven. Met name de ruimten die buiten het bereik van rondvliegend glas liggen zijn als veilige plekken aan te merken. Na afloop van een 'BLEVE' kan het beste worden gevlucht, om secundaire branden te vermijden. Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich buiten bevinden (Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen (PGS) 3). Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de Maas is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safehaven-principe). Indien dit niet mogelijk is kan ervoor gekozen worden te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk, in de afgekeerde richting van de Maas. Door vanuit het multifunctioneel centrum te vluchten via de nieuwe toegang aan de straatzijde is dit het geval.

Voor de hulpverleningsdiensten is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Dit kan met behulp van het zogenaamde waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Het WASnetwerk is dekkend voor het plangebied. Het gebruik van WAS, eventueel aangevuld met het gebruik van SMS-alert kan eraan bijdragen dat het aantal slachtoffers wordt beperkt. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt voor advies voorgelegd aan het bestuur van de Veiligheidsregio LimburgNoord.

4.8

Waterhuishouding

4.8.1

Regelgeving

Het plan gebied ligt in het stroomgebied van het Waterschap Limburg (voormalig waterschap Peel en Maasvallei). Waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei hebben het Waterbeheerplan 2016 – 2021 vastgesteld. Zo konden zij, vooruitlopend op de fusie in 2017, alvast invulling geven aan gezamenlijk waterbeheer. Het Waterbeheerplan zet de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg. Het beschrijft:  hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen;  voor welke thema’s het waterschap aan de lat staat en haar strategie daarvoor;  welke maatregelen het waterschap gaat uitvoeren, wie haar partners daarin zijn en hoe zij dit monitort en bijstuurt. Het beleid voor hemelwater afkomstig van nieuwbouw in Bergen is als volgt: hemelwater afkomstig van daken en verhardingen dient conform de watertoets op particulier terrein in de bodem te worden geïnfiltreerd of - indien niet mogelijk - worden gebufferd en vertraagd worden afgevoerd naar een hemelwaterriool of oppervlaktewater.

Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn:  er moeten maatregelen worden getroffen om vervuiling van hemelwater te voorkomen (geen toepassing van uitlogende bouwmaterialen);  afvoer en infiltratie gebeurt bij voorkeur bovengronds;  indien mogelijk worden de voorzieningen op particulier terrein gedimensioneerd op de verwerking van een bui van T=2 en met een berging van 20 mm;  de voorzieningen binnen het hele plangebied worden gedimensioneerd op een bui van T=10 met een berging van 35 mm;  de risico’s van een bui T=100 moeten in beeld worden gebracht en indien nodig dienen er aanvullende maatregelen worden getroffen;  als het echt niet mogelijk is om de volledige voorzieningen binnen het plangebied te realiseren, kan het college van Burgemeester en Wethouders hier ontheffing voor verlenen, wel moet de initiatiefnemer meebetalen aan compenserende voorzieningen buiten het plangebied. Voor situaties waarbij (via de infiltratievoorziening) direct of indirect wordt afgevoerd naar oppervlaktewater gelden naast de gemeentelijke uitgangspunten ook de op dat moment geldende eisen en uitgangspunten van het waterschap.

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Voor de nieuwbouw zal het uitgangspunt hydrologisch neutraal bouwen gehanteerd worden. Dit bekent onder andere geen tot minimale toename van verhard oppervlakte. Keur 2019 Per 1 april 2019 is er een nieuwe keur in werking getreden. In de keur staan regels over wat er wel en niet mag in en rondom het water in Limburg. Voor de meest voorkomende vergunningplichtige activiteiten zijn er beleidsregels. In deze beleidsregels staat op basis van welke criteria de vergunningsaanvraag beoordeeld wordt.

4.8.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In het plangebied zal de hoeveelheid verhard oppervlak licht afnemen ten opzichte van de huidige situatie omdat het deel van het plangebied ingericht wordt als siertuin. Per saldo zal daarmee een beperkte afname van het verhard oppervlak in de vorm van terreinverharding plaatsvinden. Veiligheid In de directe nabijheid van het plangebied is de waterkering van de Maas aanwezig, maar het plangebied maakt hier geen onderdeel van uit. Omdat de beoogde ontwikkeling uitsluitend functieverandering betreft van bestaande bebouwing, doet dit verder geen afbreuk aan de veiligheid van de waterkering. Hemelwater Volgens het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Bergen (L) moet het hemelwater van nieuwbouwwoningen worden afgekoppeld van de riolering en op eigen terrein worden geïnfiltreerd in de bodem. Hiertoe dienen voorzieningen te worden aangebracht met voldoende capaciteit om het hemelwater van alle bebouwing en verharding in het plangebied te kunnen opvangen. Volgens de indicatieve kaarten van het Waterschap Limburg is de doorlatendheid voor hemelwater ter plaatse zeer goed, met 1,5 tot 10,0 m per dag. Het hemelwater zal ter plaatse goed kunnen infiltreren. Omdat de beoogde ontwikkeling uitsluitend functieverandering betreft van bestaande bebouwing, waarbij alleen een interne verbouwing plaatsvindt, heeft het plan verder geen consequenties voor het aspect hemelwater.

Dit blijft aangesloten op de riolering. In de praktijk zal het percentage verharding naar verwachting licht afnemen omdat het terras ten zuiden van het voormalige café in gebruik genomen wordt als tuin bij de woning. Watercompensatie wordt daarom niet nodig geacht. Afvalwater De riolering voor het afvalwater blijft aangesloten op het bestaande gemeentelijke rioleringssysteem. Grondwater Zoals het geldende bestemmingsplan en de Omgevingsverordening Limburg aantonen, ligt het plangebied niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. Oppervlaktewater In de nabije omgeving van het plangebied is de Maas gelegen. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving

De Wet natuurbescherming (Wnb) kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes:

32

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming De Wnb brengt voor de bescherming van soorten in ieder geval de volgende drie voor de praktijk belangrijke wijzigingen met zich: 1. Allereerst is onder de Wnb niet langer de minister van Economische Zaken, maar zijn Gedeputeerde Staten van de provincies het bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen. 2. Ten tweede kunnen de in de praktijk gehanteerde “tabelsoorten” niet langer gebruikt worden. In plaats daarvan wordt met de nieuwe indeling van de Wnb gewerkt. 3. Tot derde is de inhoud van de verboden en de ontheffingsgrondslagen gewijzigd. In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Soortenbescherming In de huidige situatie is de bebouwing van het café en de zaalaccommodatie in het plangebied modern en goed onderhouden. Omdat de beoogde ontwikkeling uitsluitend functieverandering betreft van deze moderne bebouwing, waarbij alleen een interne verbouwing plaatsvindt, kan gesteld worden dat ter plaatse geen beschermde soorten aanwezig zijn waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Er gelden zodoende geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming. Vanwege de bestaande situatie, alsmede de toekomstige inrichting, wordt het uitvoeren van een veldonderzoek niet noodzakelijk geacht. Het verder onderzoeken van aanwezige flora- en fauna wordt in dit kader namelijk niet effectief bevonden. Er bevinden zich ook geen bomen en struiken in het plangebied die gerooid moeten worden. Verder geldt voor alle soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, een zogenaamde 'algemene zorgplicht'. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden, zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.

De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. Gebiedsbescherming Het plangebied heeft geen status in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebied (Vogel- of Habitatrichtlijngebieden)). Wel is op circa 1,5 km ten oosten van het plangebied het Natura 2000-gebied 'Maasduinen' gelegen. Gezien de kleinschaligheid van de ingreep doet het voornemen geen afbreuk aan de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Bovendien zal het aantal verkeersbewegingen als gevolg van voorliggende ontwikkeling behoorlijk afnemen ten opzichte van de huidige situatie (zie paragraaf 4.1 Verkeer & parkeren). Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet nodig. Deze conclusie wordt bevestigd door de uitgevoerde Aeriusberekening (zie bijlage 1) waarbij worst-case geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om intern te salderen met de huidige situatie. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Wel zijn enkele gebieden in de omgeving van het plangebied aangemerkt als NNN. Het voornemen heeft door zijn locatie, aard en omvang geen negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Vanuit het provinciale natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep.

Een nadere beoordeling is niet nodig.

4.10

Archeologie & cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.

34

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.

4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Omdat het gaat om functieverandering binnen bestaande bebouwing zullen er geen werkzaamheden in de bodem plaatsvinden. De bodem blijft onaangetast. Er hoeft geen archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Cultuurhistorie In (de directe omgeving van) het plangebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig.

4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In (de directe omgeving) van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding moeten worden opgenomen.

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. De voorgenomen activiteiten in dit bestemmingsplan liggen ruim onder de drempelwaarden waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Het betreft immers functieverandering van al bestaande bebouwing. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen.

Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven- en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora en fauna, water, archeologie en cultuurhistorie. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet nodig wordt geacht.

36

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo, het geldende bestemmingsplan 'Aijen' en het bestemmingsplan 'Well'. Dit laatste bestemmingsplan is als basis gebruikt voor de bestemming 'Maatschappelijk', aangezien qua regels is aangesloten bij de regeling die ook voor MFC de Buun in Well is gebruikt. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang.

In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

5.2

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen

In de bestemmingsregels zijn de verschillende bestemmingen opgenomen. Deze zijn als volgt opgebouwd: Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels.

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijk strijdige gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

5.3.2

Bestemmingen

Het bestemmingsplan kent twee (enkel)bestemmingen en één dubbelbestemming: Maatschappelijk Maatschappelijke functies betreffen het verlenen van diensten door organisaties op het gebied van openbaar bestuur respectievelijk het verlenen van diensten door religieuze en andere levensbeschouwelijke organisaties, gezondheids- en veterinaire diensten, welzijnsorganisatie, sociaal-culturele en culturele instellingen alsmede sociale organisaties en onderwijs. Om flexibiliteit in de planregels te verkrijgen zijn de specifieke functies niet expliciet op een locatie aangeduid. Het is daarom toegestaan om binnen de maatschappelijke bestemming vormen van maatschappelijke dienstverlening te vestigen. Voor het multifunctioneel centrum, dat is aangegeven met de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – MFC’, gelden enkele uitgebreidere gebruiksmogelijkheden. Hier is onder andere een zaalaccommodatie en ondergeschikte horeca toegestaan. Gebouwen moeten binnen een bouwvlak opgericht worden en mogen geheel worden bebouwd. Gebouwen mogen maximaal zo hoog worden gebouwd als op de verbeelding is aangegeven. Wonen is uitgesloten in de specifieke gebruiksregels. Wonen Het plangebied is voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze bestemming is op hoofdlijnen gelijk aan de bestemming 'Wonen' uit het geldende bestemmingsplan 'Aijen' en sluit inhoudelijk aan bij actuele regelingen voor vergelijkbare ontwikkelingen c.q. bestemmingsplannen in de gemeente Bergen. De uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf is in dit specifieke geval onder voorwaarden tot 25 m² toegestaan zonder het doorlopen van een afwijkingsprocedure. De woningen (hoofdgebouwen) moeten gerealiseerd worden binnen het aangeduide bouwvlak, met dien verstande dat binnen het bouwvlak ten hoogste één woning is toegestaan. De maximum gooten bouwhoogten zijn op de verbeelding weergegeven. De regeling is verder flexibel gehouden, met als gevolg dat er bij het bouwen, verbouwen of veranderen van een woning slechts aan een beperkt aantal voorwaarden voldaan hoeft te worden. Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen en bijgebouwen) mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Op het nu nog onbebouwde deel van het woonperceel zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan behalve vergunningvrije bouwwerken. Ter plaatse van de woning, die met de figuur 'relatie' is verbonden met de maatschappelijke voorziening ter plaatse van de aanduiding ''specifieke vorm van maatschappelijk - MFC', is bewoning alleen toegestaan als er een functionele verbinding is met de maatschappelijke voorziening.

Dit betekent dat het bij elkaar behorende bouwpercelen zijn, die voor de toepassing van het bestemmingsplan een functionele relatie met elkaar hebben. Waarde - Archeologie Deze dubbelbestemming geldt voor het hele plangebied. Indien een ontwikkeling plaatsvindt moet getoetst worden of archeologische waarden verstoord kunnen worden. Indien een ontwikkeling de gronden dieper dan 0,5 m verstoord en het te verstoren gebied groter is dan 250 m² moet een archeologisch bureauonderzoek plaatsvinden. Dit sluit aan bij de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart.

38

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

5.4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Deze regels bevatten een verbodsbepaling ten aanzien van gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling zijn regels opgenomen ten aanzien van afwijkingsmogelijkheden die voor het hele plangebied gelden en die Burgemeester en wethouders de benodigde flexibiliteit bieden ten aanzien van het bestemmingsplan. Algemene wijzigingsregels In deze regels is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

5.5

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling die door dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt is een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De Wro verplicht gemeenten voor bouwplannen een exploitatieplan vast te stellen of het kostenverhaal anderszins te verzekeren. Alle kosten die gemaakt moet worden het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Hiermee is het kostenverhaal verzekerd en is aangetoond dat het bestemmingsplan voor de gemeente economisch uitvoerbaar is.

6.2

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), toegezonden aan diverse overleginstanties. De ontvangen reacties worden te zijner tijd voorzien van een gemeentelijke beantwoording.

6.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 3 juni t/m woensdag 14 juli 2021 (gedurende zes weken) ter visie gelegen. Hierbij is de mogelijkheid geboden binnen deze termijn schriftelijk of mondeling zienswijzen in te dienen. Er is één zienswijze ontvangen. De zienswijze is tijdig ontvangen en ontvankelijk. In de zienswijzennota (zie bijlage 2) is de ontvangen zienswijze samengevat en voorzien van een reactie van de gemeente. De zienswijze is toegevoegd als bijlage aan de zienswijzennota.

40

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Bijlage 1

42

Aerius-berekening

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RVwQ7zGJ7sKA (15 juli 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Buro Waalbrug

Aijen 4A, 5854 PR Bergen (L)

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bestemmingsplan Aijen 4A en 4D

RVwQ7zGJ7sKA

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

15 juli 2020, 09:25

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

2,75 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Functieverandering café - zaal naar multifunctioneel centrum c.q. gemeenschapshuis

Situatie 1

RVwQ7zGJ7sKA (15 juli 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Verkeer - noord Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

2,48 kg/j

Verkeer - zuid Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RVwQ7zGJ7sKA (15 juli 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

74,0 / etmaal NOx NH3

2,48 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Verkeer - noord 200426, 399623 2,48 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

Verkeer - zuid 200492, 399376 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

9,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RVwQ7zGJ7sKA (15 juli 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Database versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RVwQ7zGJ7sKA (15 juli 2020) pagina 5/5

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Bijlage 2

Zienswijzennota

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

44

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

ZIENSWIJZENNOTA Ontwerpbestemmingsplan Aijen 4a en 4d

99-3

Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Aijen 4a en 4d gemeente Bergen (L.)

Procedure Het ontwerpbestemmingsplan Aijen 4a en 4d heeft van 3 juni t/m 14 juli 2021 ter inzage gelegen. Hierbij is de mogelijkheid geboden binnen deze termijn schriftelijk of mond eling zienswijzen in te dienen. Zienswijzen Er is één zienswijze ontvangen. De zienswijze is tijdig ontvangen en ontvankelijk. In deze nota wordt de ontvangen zienswijze samengevat en voorzien van het standpunt van de gemeente. De zienswijze is toegevoegd als bijlage aan de zienswijzennota. Bijlagen Zienswijze bewoners Aijen 2 (ontvangen 5 juli 2021)

99-3

Zienswijze bewoners Aijen 2 Betreft: Aijen 4a en 4d Datum: Brief ontvangen 7 februari 2019 Inhoud zienswijze: De zienswijze bestaat uit twee delen. 1. Toegang gildeterrein: Er is gesignaleerd dat in de toelichting op het bestemmingsplan een fout staat m.b.t. het recht op overpad. Het is onjuist dat de toegang van het gilde tot hun perceel geregeld is via een recht van overpad over het perceel van de eigenaren van Aijen 2. In de zienswijze wordt dit nader toegelicht. Het verzoek is gedaan om dit aan te passen. 2. Terras: De vraag wordt gesteld of het is toegestaan om een terras te voeren op het buitengedeelte van het MFC. De zorgen worden geuit dat een eventuele terras heel dicht bij de woning van Aijen 2 kan komen te liggen wat voor overlast zou zorgen. Reactie: 1. Bij de initiatiefnemers is navraag gedaan omtrent het recht op overpad. Men heeft bevestigd dat de tekst in de toelichting op het bestemmingsplan Aijen 4a en 4d daarin onjuist is. De toegang tot het gildeterrein voor voetgangers is blijkens de bri ef van reclamanten op een andere manier geregeld dan in het ontwerp bestemmingsplan is aangenomen . In de eigendomsakte van Aijen 4A is niets beschreven over een erfdienstbaarheid voor (toegang tot het perceel van ) het gilde over hun perceel. De exacte wijze waarop de toegang voor motorvoertuigen tot het gildeterrein is geregeld, is niet bekend bij de initiatiefnemers.

De desbetreffende passage wordt geschrapt en vervangen door een passage waaruit blijkt dat de toegang tot het perceel van het gilde op andere wijze is geregeld. 2. In antwoord op de gestelde vraag, nee het is op basis van het voorliggende bestemmingsplan niet toegestaan een terras te voeren binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – mfc’. Uit artikel 3.1 sub f volgt dat het wel is toegestaan om ondergeschikte horeca van categorie 1 t/m 3 te laten plaatsvinden. Wanneer naar artikel 1.32 wordt gekeken (beschrijving van wat een multifunctioneel centrum is) dan blijkt daaruit dat een terr as geen onderdeel uitmaakt van de ondergeschikte horeca. Ook binnen de bestemming Wonen is een terras voeren niet toegestaan. Conclusie: De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan door de passage m.b.t. het recht op overpad te schrappen en te vervangen door een passage waaruit blijkt dat de toegang tot het perceel van het gilde op andere wijze is geregeld.

99-4

3/4

Bijlagen Zienswijze bewoners Aijen 2 (ontvangen 5 juli 2021 en geanonimiseerd)

99-4

4/4

Marcel van Aerssen & Kim Zegers Aijen 2 5854 PR Bergen (L)

INGEKMJIEN Gemeente Berger

Gemeenteraad van Bergen (L) Postbus 140 585411 Bergen (L)

Aijen, 27-06-2021 Betreft: Zienswijze "Ontwerpbestemmingsplan Aijen 4a en 4d"

Geachte heer, mevrouw, Via deze weg willen wij onze zienswijze indienen tegen het ontwerpbestemmingsplan Aijen 4a en 4d, zoals door u op 02-06-2021 ter inzage is gelegd. Ten eerste willen wij benadrukken dat wij als inwoners van Aijen en omwonende blij zijn met de ontwikkeling van een buurthuis. Dit is een positieve ontwikkeling voor ons dorp, en belangrijk voor de gemeenschap. Echter zouden wij u willen wijzen op een onjuistheid m.b.t. ons perceel (Aijen 2, kadastraal bekend als Sectie S, nummer 2626 / 2625). In Hoofdstuk 2.2 "Toekomstige Situatie" wordt het volgende beschreven: "De toegang van het gilde tot hun perceel is van oudsher en juridisch geregeld via een recht van overpad over (een gedeelte van) het perceel van de eigenaren van Aijen 2." Wij (eigenaren van het perceel Aijen 2) zijn van mening dat dit onjuist is, en willen u bij deze verzoeken de passage aan te passen naar juistheid, of de passage te verwijderen uit het bestemmingsplan. Van oudsher is de toeging naar het gildeterrein geregeld via het perceel van het huidige veerhuis. Het gildeterrein was dan ook aanwezig (eerst op grond van het oude veerhuis, en later als onderdeel van het perceel Aijen 2) ver voor de huidige koopacte is beschreven. Ook het huidige huisnummer (4E) van het gildeterrein, en de bestaande stroomleiding geven aan dat de hoofdingang via deze weg heeft gelopen.

In 1995 heeft de toenmalig eigenaar van ons perceel, Aijen 2, een deel verkocht aan het schuttersgilde. Hierbij is deze een erfdienstbaarheid gevestigd, wat alleen toegang bied als voetpad. In de koopactie van het gildeterrein uit 1995 is de volgende erfdienstbaarheid te lezen: "De comparanten verklaren ter uitvoering van het bij voormelde koopovereenkomst overeengekomene bij deze ten behoeve van het verkochte, als heersend erf, en ten laste van het nog bij verkoper in eigendom zijnde resterende gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Bergen sectie S nummer 15, als dienend erf, te vestigen de erfdienstbaarheid van voetpad, inhoudende het recht om, te voet of met een voertuig aan de hand, te komen van en te gaan van en naar de openbare weg Ayen van en naar het heersend erf, over een strook grond, deel uitmakende

van het dienend erf, gelegen tussen de tuin (behorende bij het huis staande op het dienend erf (Ayen 2)) en de op te richten dijk op het dienend erf" Let wel dat bij het opmaken van de acte, de dijkring nog niet was opgericht! De "oude" dijkring is in 1996 tot stand gekomen, waarna een duidelijk pad zichtbaar was "tussen de tuin en dijk" Met het oprichten van de Dijk is deze erfdienstbaarheid op grond van het waterschap komen liggen. Er is dan ook geen juridische basis dat het gilde recht heeft om over (een gedeelte van) ons perceel te lopen naar de openbare weg. Graag zouden wij u dan ook verzoeken deze aanname te verwijderen uit het bestemmingsplan. Ondanks dat deze erfdienstbaarheid over de grond van het waterschap loopt, hebben wij natuurlijk wel hinder (privacy) van het feit dat hier mensen lopen. Na goed overleg met het Gilde, hebben wij gezamenlijk besloten het voetpad te verplaatsen naar de andere zijde van ons perceel. Deze overeenkomst hebben wij bij u kenbaar gemaakt op 14-04-2020 (kenmerk RD 8568) Echter betreft dit geen juridische regeling, en betreft ook dit alleen een voetpad (zoals beschreven staat in de erfdienstbaarheid). Er is dan ook geen mogelijkheid het terrein te betreden met een auto of soortgelijk vervoer.

Als laatste hebben wij nog een vraag aan u, omdat het voor ons niet geheel duidelijk is of de initiatiefnemers (of toekomstige eigenaren / exploitanten) een terras mogen hebben binnen het huidige bestemmingsplan. In de oude situatie had het veerhuis een terras (zoals beschreven in Hoofdstuk 2.1), maar in de nieuwe situatie wordt deze niet meer benoemd. Het buitengedeelte horende bij het multifunctioneel centrum heeft verder in de kaart geen aanduiding. Ook kan men lezen bij "Regels" 1.32 / C "ondergeschikte horeca, niet zijnde een terras" Ons lijkt het dan ook dat de initiatiefnemers niet van plan zijn een terras te gaan voeren, en dit tevens ook niet is toegestaan binnen dit bestemmingsplan. Graag zouden wij van u zekerheid krijgen, of het (nu of in de toekomst) is toegestaan binnen dit bestemmingsplan een terras te voeren op het buitengedeelte van het MFC. U zult begrijpen dat wij geen bezwaar hebben tegen een terras op de oude locatie, maar dat een terras op het buitengedeelte van het MFC heel dicht bij onze woning komt te liggen. Het is dan ook zeker dat wij hier overlast van gaan ondervinden, en hebben hier dan ook bezwaar tegen. Wilt u ons de ontvangst van deze zienswijze bevestigen? Alvast bedankt voor uw medewerking. In afwachting van uw bericht. Met vriendelijke groet,

Marcel van Aerssen & Kim Z

rs

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Regels

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Aijen 4a en 4d met identificatienummer NL.IMRO.0893.BP20013AI4AAIJ-VA01 van de gemeente Bergen (L.); 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan-huis-verbonden-bedrijf het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.6 aan-huis-verbonden-beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.7 afhankelijke woonruimte een tijdelijke zelfstandige woonruimte in een deel van een hoofdgebouw, een aanbouw dan wel een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij dat hoofdgebouw, waarin een tweede huishouden kan worden gehuisvest uit een oogpunt van mantelzorg, welke tijdelijke woonruimte qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met een hoofdgebouw en gelegen is binnen een bestemming die wonen mogelijk maakt.

Bedrijfsgebouwen of andere gebouwen die niet ten dienste staan van een woonfunctie vallen hier nadrukkelijk niet onder; 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat minimaal dan wel maximaal mag worden bebouwd; hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen; 1.10 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.11 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

46

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

1.12 bedrijfsvloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; 1.13 bestaand bouwwerk een bouwwerk dat:  op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan bestaat of in uitvoering is;  na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22

bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 coffeeshop een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders; 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 functionele verbinding bij elkaar behorende bouwpercelen, aangegeven op de verbeelding via de figuur 'relatie', die voor de toepassing van het bestemmingsplan een functionele relatie met elkaar hebben. 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

1.27 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.28 horecabedrijf een bedrijf dat tot doel heeft het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of het exploiteren van een zaalaccommodatie, een en ander gepaard gaande met dienstverlening; horecabedrijf, categorie 1: een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt. horecabedrijf, categorie 2: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden.

Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszakenlunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant; horecabedrijf, categorie 3: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen; Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar; 1.29 huishouden een persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.30 kamerbewoning het gebruik van een hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken door meer dan twee onzelfstandige huishoudens; 1.31 maatschappelijk het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder: a. bibliotheken; en/of b. jeugdopvang; en/of c. naschoolse opvang; en/of d. onderwijs; en/of e. openbare dienstverlening; en/of f. praktijkruimten; en/of g. religie; en/of h. verenigingsleven.

1.32 multifunctioneel centrum een locatie waarin maatschappelijke voorzieningen gehuisvest zijn die de leefbaarheid binnen de kern in stand houden of bevorderen. Binnen een multifunctioneel centrum zijn in afwijking op het bepaalde in 1.31 tevens toegestaan: a. zaalaccommodatie; b. sociaal-culturele voorzieningen waaronder kunstmarkten en kunst- en antiekveilingen; c. ondergeschikte horeca, niet zijnde een terras. 1.33 ondergeschikt bouwdeel een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak;

48

bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)

bestemmingsplan Aijen 4a en 4d

1.34 ondergeschikte functie een activiteit waarbij maximaal 30 % van de opstallen als zodanig mag worden gebruikt; 1.35 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil; 1.36 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport; 1.37 peil a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor gebouwen in het talud van de dijk: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de van de dijk afgekeerde zijde van het gebouw; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.38 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.39 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.40 terras een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van een bedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt; 1.41 voorgevel de op de weg georiënteerde gevel van een hoofdgebouw dat maximaal één voorgevel heeft; 1.42 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.43 wonen een permanente verblijfplaats ten behoeve van de huisvesting van een huishouden in een woning.

1.44 woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.45 zaalaccommodatie een horecabedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het geven van gelegenheid tot het houden van bruiloften, feesten en partijen, alsmede het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is; 1.46 zijgevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw, niet zijnde achtergevel of voorgevel; 1.47 zolder een ruimte onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 0,8 m boven de vloer is gelegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10467810/1