BP Aijen 4a en 4d vastgesteld totaal
Tekst van het document
Bestemmingsplan Aijen 4A en 4D Gemeente Bergen (L)
NL.IMRO.0893.BP20013AI4AAIJ-VA01 | Vastgesteld Projectnr. W-20002 | 27 september 2021
Gemeente Bergen (L) Bestemmingsplan Aijen 4A en 4D
Toelichting Regels Verbeelding
Vestigingsadres: Schoenaker 10, 6641 SZ Beuningen Telefoonnummer 024 - 675 23 56 Emailadres info@burowaalbrug.nl Website www.burowaalbrug.nl Rekeningnr. IBAN NL98 RABO 0302 2351 59 KvK Nummer 58365524 BTW Nummer NL8530.06.453.B01
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend(e) plan(nen) 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie
13 13 15 16 16 18
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
19 19 23 24 25 27 28 29 31 32 34 35 36
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels
37 37 37 37 39 39
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Zienswijzen
40 40 40 40
Bijlagen bij toelichting
41
Bijlage 1
Aerius-berekening
42
Bijlage 2
Zienswijzennota
43
2
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Regels
45
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
46 46 50
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Maatschappelijk Wonen Waarde - Archeologie
51 51 53 56
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels
58 58 58 59
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
60 60 60
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
4
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Toelichting
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Sinds 1 februari 2019 staat horecagelegenheid café-zaal 't Veerhuis aan Aijen 4A en 4D te Bergen (L.) leeg. Het lukte de voormalige exploitant niet om tot een rendabele exploitatie te komen en het ontbrak aan investeringsruimte. Inmiddels heeft de voormalige eigenaar de horecagelegenheid eind 2019 verkocht en willen de nieuwe eigenaren (hierna: de initiatiefnemers) deze locatie te behouden als ontmoetingsplek voor Aijen om de leefbaarheid van het dorp op peil houden. Daarbij zal wel deels een andere invulling gegeven worden aan de bebouwing op het perceel. De bestaande zaalaccommodatie van 't Veerhuis aan de noordzijde van het perceel blijft behouden en wordt doorontwikkeld tot een multifunctioneel centrum c.q. gemeenschapshuis. Het gebouw krijgt daarmee een nieuwe sociale en maatschappelijke functie. Het voormalige café wordt bij de bedrijfswoning (op de verdieping van het voormalige café) getrokken en omgezet naar één geschakelde burgerwoning. Het terras krijgt een functie als tuin bij de burgerwoning. De beoogde ontwikkeling betreft uitsluitend een verandering van de gebruiksfuncties binnen al bestaande bebouwing en op het bestaande erf. Een dergelijke ontwikkeling is niet mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is het daarom noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Aijen (volgens de Basisadministratie Adressen en Gebouwen is het Bergen (L.)) aan de westzijde van de straat Aijen. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Bergen, sectie S, nummer 1.405. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 995 m² en wordt begrensd door: Noordzijde: het woonperceel aan de Aijen 4; Oostzijde: de straten Aijen - Kampweg. Zuidzijde: een woonperceel in ontwikkeling aan de Aijen 4F. Westzijde: het terrein van het gilde en het woonperceel Aijen 2. Navolgende afbeelding toont globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
6
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Globale ligging en begrenzing plangebied (rode omkadering, bron: maps.google.nl)
1.3
Geldend(e) plan(nen)
Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Aijen', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 2 november 2010. In het geldende bestemmingsplan is het voormalige café met achterliggende zaalaccommodatie voorzien van de bestemming 'Horeca' met de aanduiding 'horeca van categorie 3. De gronden zijn zodoende bestemd voor horeca in categorie 1 t/m 3. Er is binnen het hele bestemmingsvlak één bedrijfswoning toegestaan. De maximum goot- en bouwhoogte binnen het bouwvlak bedragen 3,5 m respectievelijk 6,0 m. Om de gewenste herontwikkeling naar een multifunctioneel centrum met een burgerwoning mogelijk te maken zal de bestemming voor de gronden in het plangebied herzien moeten worden.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het planologisch kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.
Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Huidige situatie
In de huidige situatie staat de bebouwing in het plangebied leeg. Voorheen was in het plangebied café-zaal 't Veerhuis gevestigd, waarbij het café aan de zuidzijde gevestigd was en de zaal aan de noordzijde is gelegen. Op de verdieping van het café is een bedrijfswoning aanwezig. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich het 'sport'-terrein van het gilde. De speeltuin is, conform de eerdere wens van de speeltuin-commissie, al weggehaald en zal op een openbaar toegankelijke plaats in Aijen herplaatst worden.
Schematische impressie huidige situatie
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Impressie bestaande situatie noordzijde
Impressie bestaande situatie zuidzijde
10
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
2.2
Toekomstige situatie
Multifunctioneel centrum De zaalaccommodatie wordt doorontwikkeld tot een multifunctioneel centrum. Dit betekent dat de initiatiefnemers onder andere samen met de dorpsraad en verenigingen activiteiten zullen ontplooien in de zaal zoals het samen vieren van feestdagen, kindermiddagen, bingo, kunstmarkt. Daarnaast zal de zaal ingezet worden voor activiteiten zoals carnaval, bijeenkomsten van het gilde, (communie)feestjes, kunst- en antiekveilingen, vergaderingen, lezingen, workshops (bierbrouwen/koken/social media), kaarten, filmvertoningen, koffietafels voor uitvaarten, (bedrijfs)borrels, exposities, dansavonden en/of hoogwater-crisiscentrum. Vrijwel alle activiteiten zijn voor groepen van maximaal 50 personen. Net als in de huidige zaalaccommodatie vinden er echter soms in het multifunctioneel centrum ook grotere feesten/ activiteiten plaats voor maximaal 200 personen. De gebruiksfrequentie zal naar verwachting enkele keren per week in de herfst-, winter- en lenteperiode bedragen tot enkele keren per maand in de zomerperiode, in totaal minimaal 80 keer per jaar, gemiddeld circa 7 keer maand (exclusief nog te ontwikkelen activiteiten). Eén en ander duidelijk afhankelijk van de behoefte vanuit het dorp. Navolgend een overzicht van het geschatte aantal evenementen per jaar: Aard
omvang qua bezoekersaantallen
frequentie
borrelmiddag/ -avond
10 - 20 personen
30 x per jaar
vieren feestdagen
20 - 50 personen
4 x per jaar
dorpsactiviteiten
20 - 80 personen
10 x per jaar
sociaal-culturele activiteiten
20 - 80 personen
15 x per jaar
workshops
5 - 20 personen
12 x per jaar
feesten
50 - 200 personen
12 x per jaar
te ontwikkelen activiteiten
5 - 80 personen
naar behoefte
Het multifunctioneel centrum moet ook gemakkelijk toegankelijk zijn. Dit betekent dat een eigen toegang noodzakelijk is. Deze toegang komt aan de straatzijde, rechts van de huidige nooddeur. Via de nieuwe toegang komen bezoekers in de garderoberuimte, achter de zaal, waardoor het geluid binnen blijft als mensen het multifunctioneel centrum binnenkomen en verlaten. Het wordt een brede toegangsdeur, geschikt voor mensen in een rolstoel. De nooddeur is overigens de plek waar vroeger (voor 2005) de toegang tot de zaal heeft gezeten. Om de zaal toegankelijker en fraaier te maken, zullen twee ramen (in de huidige landelijke stijl) teruggeplaatst worden in de zijgevel van de zaal. Meer dan deze twee ramen is helaas technisch gezien niet mogelijk, omdat de bouwkundige constructie dat niet toelaat. Er zit namelijk een oude schoorsteen in de weg, en er staat aan de binnenzijde een grote bar tegen de buitengevel waar geen raam geplaatst kan worden. Vroeger hebben er overigens op deze plekken ook ramen gezeten in de gevel.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Schematische impressie toekomstige situatie De fietsenstalling voor bezoekers is voorzien ter hoogte van de verspringing in de oostelijke gevel van het multifunctioneel centrum. Op deze wijze staan de fietsen niet direct tegenover de woning(en) aan de overzijde van de straat, maar tegenover de inrit ten zuiden daarvan. Woonhuis Het huidige café wordt samen met de bovenwoning verbouwd tot woonhuis (=burgerwoning). Dit betekent dat er een extra geluidwerende woningscheidende wand (zie verder subparagraaf 4.4.2) geplaatst wordt tussen de huidige zaal en het café. Deze woningscheidende wand wordt zo uitgevoerd dat tevens brandoverslag en -doorslag wordt voorkomen. Daarnaast wordt er een nieuwe trap gerealiseerd om vanuit de woonkamer (beneden) op de bovenverdieping te komen. In het woonhuis komt een kleinschalig handelsbedrijf aan huis in de vorm van een kantoor met opslag van maximaal 25 m² in voornamelijk caravanartikelen, kachelaccessoires en antiek. De artikelen gaan veelal rechtstreeks van de fabriek naar de afnemer, waardoor er ter plaatse niet tot nauwelijks leveringen plaatsvinden. Het huidige terras tot aan de zijdelingse perceelgrens wordt straks gebruikt als tuin, afgescheiden van de weg door middel van een poort. De parkeerbehoefte voor de woning wordt opgelost binnen dit eigen erf.
De toegang van het gilde tot hun perceel (ten westen van het voormalige terras) is op een andere wijze geregeld.
12
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezig houden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie subparagraaf 3.1.2. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. De SVIR is verder niet specifiek van toepassing op het voorliggende plangebied.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Het gehele plangebied ligt binnen de aanduiding 'rivierbed'. In de toelichting op het Barro (artikel 2.4.3) staat het volgende beschreven over de regeling behorende bij het besluitsubvlak rivierbed: 'Dit artikel verwoordt de algemene rivierkundige voorwaarden waaraan toe te laten (bouw)activiteiten in het rivierbed, ongeacht de aard en de omvang daarvan, altijd moeten voldoen. Deze voorwaarden zijn een vertaling van de zorgplicht van de initiatiefnemer van een activiteit in het rivierbed, die is verwoord in artikel 6.15, eerste lid, van het Waterbesluit.
Om de belangen waarop deze bepaling ziet, ook via het ruimtelijke spoor te borgen, dienen deze voorwaarden door te werken in het bestemmingsplan. Dit laat overigens onverlet dat het eveneens gewenst is dat rekening wordt gehouden met de in het gebied aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden. In artikel 2.4.3 van de regels van het Barro is het volgende opgenomen: 1. Een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van: a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. 2. Bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. 3. In een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Ad 1a Het bestemmingsplan voorziet in het omzetten van de bestemming 'Horeca' naar 'Maatschappelijk' en 'Wonen' zonder het toevoegen van nieuwe bebouwing. Het plangebied is in de huidige situatie al bebouwd en maakt onderdeel uit van Aijen, waardoor het plan geen invloed heeft op het veilig en doelmatig gebruik van de rivier. Bovendien ligt het plangebied binnen de nieuwe dijk om Aijen (en Bergen) die in 2019 is opgeleverd. Ad 1b De ontwikkeling levert geen extra belemmering op voor de afvoercapaciteit van de rivier, omdat er slechts sprake is van functieverandering van bestaande bebouwing. Ad 1c Omdat er slechts sprake is van functieverandering van bestaande bebouwing, vindt er geen waterstandsverhoging en/of een afname van waterbergend vermogen plaats. Ad 1d De beoogde functieverandering is neutraal qua effect op de ecologische toestand. De conclusie is dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de voorwaarden uit artikel 2.4.3 van het Barro. Voor het overige is het Barro niet specifiek van toepassing op het voorliggende plangebied.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6., lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk
gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conform jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) worden alleen ontwikkelingen van 12 woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 Bro. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en maakt in planologische zin geen nieuwe woningen mogelijk. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning, waarbij het aantal wooneenheden gelijk blijft. Daarnaast krijgt de voormalige zaalaccommodatie van 't Veerhuis een nieuwe functie als multifunctioneel centrum. Het hergebruiken van bestaande bebouwing voor een andere functie past binnen de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Gelet hierop kan niet gesproken worden van een stedelijke ontwikkeling en hoeft dus ook niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Bovendien draagt het realiseren van een multifunctioneel centrum bij aan het bereikbaar houden van voorzieningen en het verder bouwen aan een leefbare gemeenschap. De beoogde ontwikkeling voorziet daarmee in een behoefte en heeft een positieve sociale impact voor de inwoners van Aijen.
14
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014
Op 12 december hebben Provinciale Staten het 'Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014)' vastgesteld als opvolger van het POL2006. Landelijke kernen zijn gemengde woon-/ werkgebieden met een duidelijke binding met het omliggende landelijk gebied, met lokale of regionale voorzieningen. De demografische ontwikkeling, gekoppeld aan trends als schaalvergroting, individualisering, vergroting van de mobiliteit, de opmars van digitale apparaten en interactieve applicaties heeft consequenties voor het voorzieningenniveau. Terwijl het accommodatiebeleid van veel gemeenten in de afgelopen decennia gericht was op het realiseren van een fijnmazig netwerk van maatschappelijke voorzieningen, moet deze koers nu drastisch verlegd worden. Het uitgangspunt van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’, in iedere wijk of kern dezelfde voorzieningen, is niet langer vol te houden, want het effect hiervan is een versnipperde voorzieningenstructuur met onderlinge concurrentie en met negatieve gevolgen voor de kwaliteit, de functionaliteit en de exploitatie van het maatschappelijk vastgoed. Dit geldt evenzeer voor commerciële voorzieningen. We zien over de volle breedte van het voorzieningenpalet een gestaag toenemende leegstand, waar het draagvlak in de bevolking te gering is.
Opschaling van bepaalde voorzieningen, zoals sporthallen, cultuur- en onderwijsinstellingen, lijkt onontkoombaar om een verantwoorde exploitatie en kwaliteit te handhaven. Toch blijven lokale voorzieningen cruciaal voor de leefbaarheid. In elke gemeenschap zou minstens één ontmoetingsplek moeten zijn. In iedere wijk en elk dorp zou een accommodatie moeten zijn met een ontmoetingsfunctie. Dat kan een wijkcentrum zijn of een dorpshuis, maar ook een school, een sportaccommodatie of een zorgcentrum kunnen daarvoor geschikt zijn. Een ontmoetingsplek is essentieel voor de sociale vitaliteit. Het is de thuisbasis van actief burgerschap en een knooppunt in de lokale netwerksamenleving. Daarbij blijft de multifunctionaliteit van voorzieningen van belang. Planspecifiek Op de uitsnede van de POL2014-kaart 'zonering Limburg' is te zien dat het plangebied zich bevindt binnen het 'bebouwd gebied in de Maasvallei'. Bij gebiedsontwikkelingen in de Maasvallei moet rekening gehouden worden met de hoofdfuncties van de rivier (afvoer van water en ijs, scheepvaart, drinkwatervoorziening, waterrecreatie en aquatisch ecologie) en ook de hoofdfuncties van het gebied (agrarisch, natuur, wonen, werken, oeverrecreatie e.d.). In subparagraaf 3.1.2 is al aangetoond dat de beoogde ontwikkeling geen afbreuk doet aan de hoofdfunctie van de rivier.
Een toekomstbestendige transformatie van bestaand leegstaand vastgoed, zoals in onderhavig plangebied, is één van de zaken die bij uitstek past binnen de doelstellingen van het POL. Bovendien draagt het realiseren van een multifunctioneel centrum bij aan het bereikbaar houden van voorzieningen en het verder bouwen aan een leefbare gemeenschap. De beoogde ontwikkeling voorziet daarmee in een behoefte en heeft een positieve sociale impact voor de inwoners van Aijen. Het plan past daarmee binnen de beleidsregels uit het POL2014.
3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Er moet voldaan worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze toets heeft reeds plaatsgevonden in het kader van het nationale beleid (zie subparagraaf 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking). Tevens is aangegeven dat de mogelijkheden voor hergebruik van leegstaande monumentale en beeldbepalende panden dienen te worden bezien.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Planspecifiek Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied niet ligt binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Het plangebied is aangeduid als 'bebouwd gebied'. De Omgevingsverordening is daar niet op van toepassing.
3.2.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale structuurvisie Wonen Noord-Limburg
De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg, vastgesteld op 20 april 2016, is een visie waarmee de bestuurders van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. De structuurvisie heeft de status van intergemeentelijke structuurvisie op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee heeft het document een juridische status met een zelfbindend karakter. Samen met alle woonpartners zijn vijf inhoudelijke pijlers geïdentificeerd die de kern vormen van de visie. De pijlers rusten idealiter op een stevig fundament: krachtige gemeenten en een sterke regio. De inhoudelijke pijlers zijn: 1. een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte; 2. de juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer; 3. goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor onder andere arbeidsmigranten; 4. kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal; 5. een levensloopvriendelijke en duurzame regio. Belangrijk is verder dat de vier gemeenten Beesel, Bergen, Mook en Middelaar en Gennep naar verwachting in de periode 2027 - 2030 als eerste met de krimp van huishoudens in Noord-Limburg te maken krijgen.
Daarnaast groeit de groep huishoudens van 65 tot 75 jaar met 35% in Noord-Limburg en doet zich dit verschijnsel in de noordelijkste gemeenten bovengemiddeld voor. De huidige plancapaciteit is te ruim in relatie tot de woningbehoefte en de woningbehoefte verandert. Dit leidt onder meer tot de beleidskeuze om nieuwe woningbouw hoofdzakelijk te concentreren in de hoofdkernen. Daarnaast wordt bij nieuwe woningbouw primair gekozen voor inbreidingslocaties in plaats van uitbreiding. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling maakt in planologische zin geen nieuwe woningen mogelijk. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning, waarbij het aantal wooneenheden gelijk blijft. De regionale structuurvisie is verder niet van invloed op het plangebied.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Bergen 2030
In de afgelopen jaren is ook in de gemeente Bergen veel veranderd op het gebied van onder andere bevolkingsopbouw, duurzaamheid en economie. Daarom heeft de gemeenteraad op 23 april 2019 de Omgevingsvisie Bergen 2030 vastgesteld. Deze visie bepaalt in welke richting de gemeente zich wil ontwikkelen. De Omgevingsvisie heeft betrekking op het hele grondgebied van de gemeente Bergen, met uitzondering van het gebied Wells Meer. Concrete aanvragen van overheden, organisaties, ondernemers en burgers toetst Gemeente Bergen voortaan aan de tien navolgende uitgangspunten van deze visie:
16
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
1. Waterbeheer op maat; 2. Voorzieningen bereikbaar houden; 3. Verder bouwen aan een gezonde leefomgeving; 4. Energie onafhankelijk in 2030; 5. Woningvoorraad op maat; 6. Versterken natuurwaarden en biodiversiteit; 7. De meest toekomstbestendige gemeente; 8. Leefklimaat in de dorpen verbeteren; 9. Landschap en Landbouw in balans; 10. Kwaliteitsslag en zonering recreatievoorzieningen. Planspecifiek Uit de visiekaart blijkt dat de hele bestaande kern van Aijen is aangemerkt als 'overige dorpen'. Hier is geen specifiek beleid aan gekoppeld. Het realiseren van een multifunctioneel centrum zorgt ervoor dat er een ontmoetingsplek behouden blijft voor de kern. Dit sluit aan bij drie van de gemeentelijke hoofdkeuzes c.q. ambities uit de omgevingsvisie: nr. 2 voorzieningen bereikbaar houden, nr. 3. verder bouwen aan een gezonde leefomgeving en nr. 8 leefklimaat in dorpen verbeteren. De gemeenteraad ziet ruimte voor ontmoeting als cruciaal voor het functioneren van de verschillende kernen. De beoogde ontwikkeling voorziet daarmee in een behoefte en heeft een positieve sociale impact voor de inwoners van Aijen; De dorpsbewoners kunnen bij elkaar komen op een plek die voor iedereen toegankelijk is. De beoogde ontwikkeling draagt daarmee bij aan het realiseren van de gemeentelijke ambities uit de omgevingsvisie.
3.4.2
Woonvisie gemeente Bergen 2017 - 2021
In november 2017 heeft de gemeenteraad de woonvisie Bergen vastgesteld. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Destion. Kwantitatieve programmering 2015 - 2030 Speelruimte 170 - 250 woningen (netto-uitbreiding, dus minus eventuele sloop); Eerste planreductie gericht op regionale afspraak (40 % van de overmaat); Toetsing harde en zachte plannen aan de hand van een kwalitatief afwegingskader; Aan de hand daarvan indeling in groene, oranje en rode plannen; Aan de hand daarvan plannen kwantitatief en/of kwalitatief bijstellen en gesprek met initiatiefnemers aangaan; Kansen voor hogere productie pakken, onder uitdrukkelijke voorwaarden (voortvarende uitvoering Strategische Regiovisie, geen negatieve waardeontwikkeling vastgoed, geen toenemende leegstand, geen ‘kannibalisering’ op buurgemeenten). Kwantitatieve programmering Met het oog op de kansrijke segmenten uit de analyses zet de gemeente in op de volgende voor het plangebied relevante zaken: een evenwichtige woningvoorraad in de dorpen; een mix aan woningtypes in huur en koop, met het accent op woningen voor kleine huishoudens (wel met voldoende ruimte!) en woningen die geschikt of eenvoudig geschikt te maken zijn voor mensen met een beperking; met betrekking tot de prijsklassen stelt de gemeente zich flexibel op.
Grenzen zijn immers altijd arbitrair. Als bijvoorbeeld duurzame woningen worden gerealiseerd, zullen de vaste lasten voor de bewoners dalen. Een hogere bovengrens voor goedkope woningen is in dat geval acceptabel. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling maakt in planologische zin geen nieuwe woningen mogelijk. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning, waarbij het aantal wooneenheden gelijk blijft. De beoogde ontwikkeling is daarmee passend binnen de gemeentelijke woonvisie.
3.4.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
3.5
Conclusie
Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.
18
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & parkeren
4.1.1
Verkeer
Huidige situatie Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename danwel -afname als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de voertuigaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de voertuiggeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de functieverandering van een café-zaal met één bovenwoning naar een multifunctioneel centrum met één geschakelde vrijstaande burgerwoning in 'niet stedelijk' gebied, in de rest bebouwde kom. In de CROW-publicatie zijn geen voertuiggeneratiecijfers opgenomen voor de functie café-zaal. Daarom is de voertuiggeneratie op een alternatieve wijze bepaald: Het café zal zowel tijdens de middag alsmede tijdens de avond door bezoekers ‘van buiten’ worden bezocht. Het is aannemelijk dat de ‘normale’ parkeervraag wordt benut (iedere parkeerplaats wordt 1x gebruikt). Tussendoor zullen er eveneens gasten komen. Aangenomen is dat daardoor de parkeerplaatsen gemiddeld 2 x per etmaal gebruikt worden door een auto van een café gast (‘turn over’ van gemiddeld 2,0 auto’s per parkeerplaats). Dit geeft een voertuiggeneratie van 4,0 ritten / parkeerplaats (1 auto genereert 2 ritten: komen en gaan).
Voor de zaalaccommodatie is een lagere norm gehanteerd omdat de verwachting is dat gasten minder vaak wisselen in de zaal en de 'turn over' daardoor gemiddeld 1,5 auto's per parkeerplaats is. Dit geeft een voertuiggeneratie van 3,0 ritten/ parkeerplaats. Functie
Oppervlakte (m² bvo)/ aantal
Voertuiggeneratie/ eenheid Totaal
Café
150 m²
28,0 per 100 m² bvo
42,0
Zaalaccommodatie
350 m²
21,0 per 100 m² bvo
73,5
1
7,8
7,8
Bovenwoning (koop appartement duur) Totaal
123,3
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie bevinden zich een multifunctioneel centrum en één geschakelde vrijstaande koopwoning in het plangebied. In publicatie 381 van het CROW staan geen voertuiggeneratiecijfers voor een brede maatschappelijke bestemming als een multifunctioneel centrum benoemd. Op basis van de verschillende typen culturele functies (evenementenhal, dansstudio, biljart- en snookercentrum of filmtheater) waarvan wel voertuiggeneratiecijfers in publicatie 381 zijn opgenomen, wordt uitgegaan van gemiddeld circa 17,0 voertuigbewegingen per 100 m² bruto vloeroppervlak per etmaal voor het multifunctioneel centrum. Omdat dit lager is dan de voertuiggeneratiecijfers die in de huidige situatie horen bij de voormalige zaalaccommodatie wordt er, op basis van een worst-case scenario, van de hoogste parkeernorm van deze twee functies uitgegaan; de voertuiggeneratiecijfers van de zaal met 21,0 motorvoertuigbewegingen per 100 m² bvo. Functie
Oppervlakte (m² bvo)/ aantal
Voertuiggeneratie/ eenheid Totaal
Multifunctioneel centrum
350 m²
21,0 per 100 m² bvo
73,5
Vrijstaande woning (koop)
1
8,6
8,6
Totaal
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
82,1
19
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Uit de vergelijking tussen de huidige situatie en de toekomstige situatie blijkt dat er vanwege de functiewijziging van ‘café-zaal’ naar ‘multifunctioneel centrum’ een afname plaatsvindt van het aantal voertuigbewegingen met circa 33 %. Bovendien is het zo dat de verkeersaantrekkende werking van het multifunctioneel centrum voor een groot deel zal bestaan uit bezoekersverkeer (voornamelijk fietsers en voetgangers uit Aijen zelf) en de bevoorrading daarvan. Aanpassingen aan de openbare weg als gevolg van dit project zijn niet noodzakelijk omdat de bestaande weg deze relatief lage intensiteiten gemakkelijk kan verwerken. Het plan heeft geen consequenties voor de wegenstructuur, verkeersintensiteiten en verkeersveiligheid. Net als in de huidige situatie zal het plangebied voor autoverkeer in belangrijke mate ontsloten worden via de route Aijen - Aijerdijk naar de N271. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.1.2
Parkeren
Huidige situatie Om de parkeerbehoefte van de voormalige horecafunctie en de bestaande bovenwoning te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. De gemeente Bergen (L.) is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'niet stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom'. Voorheen was in het plangebied een café met zaalaccommodatie gevestigd. Er is echter geen aparte parkeernorm voor een zaalaccommodatie. Voor de aan te houden parkeernorm van de horecagelegenheid wordt daarom zowel voor het café als de zaal de norm voor 'café' aangehouden. De parkeerbehoefte volgens publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' van het CROW (uitgaande van het gemiddelde van de aangegeven bandbreedte) komt uit op: Functie
Oppervlakte (m² bvo)/ aantal
Parkeernorm/ eenheid
Totaal
Café
150 m²
7,0 per 100 m² bvo
10,5
Zaal
350 m²
7,0 per 100 m² bvo
24,5
1
2,1
2,1
Bovenwoning (koop appartement duur) Totaal
37,1
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie bevinden zich een multifunctioneel centrum en één geschakelde vrijstaande koopwoning in het plangebied. In publicatie 381 van het CROW staan geen parkeernormen voor een multifunctioneel centrum benoemd. Wanneer gekeken wordt naar het gemiddelde van alle parkeernormen van de verschillende functies die het multifunctioneel centrum vervuld zoals evenementenhal, dansstudio, biljart- en snookercentrum of filmtheater, kan grofweg uitgegaan worden van 5,8 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Omdat dit lager is dan de parkeernorm die in de huidige situatie hoort bij de voormalige zaalaccommodatie wordt er, op basis van een worst-case scenario, van de hoogste parkeernorm van deze twee functies uitgegaan; de parkeernorm van de zaal met 7,0 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Functie
Oppervlakte (m² bvo)/ aantal
Parkeernorm/ eenheid
Totaal
Multifunctioneel centrum
350
7,0 per 100 m² bvo
24,5
Vrijstaande woning (koop)
1
2,3
2,3
Totaal
20
26,8
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Uit de vergelijking tussen de huidige situatie en de toekomstige situatie blijkt dat er vanwege de functiewijziging van 'café-zaal' naar 'multifunctioneel centrum' een afname plaatsvindt van de parkeerbehoefte met ruim 27,5 %. De belangrijkste verklaring voor het afnemen van de parkeerbehoefte is het sluiten van het café met bijbehorend terras. Ook zullen veel bezoekers van het multifunctioneel centrum vooral uit Aijen zelf komen, terwijl dit voor het café voorheen minder het geval was. Op eigen terrein zelf zijn geen parkeerplaatsen voorzien voor het multifunctioneel centrum. Daarvoor ontbreekt simpelweg de fysieke ruimte. Daarom wordt er, net als toen café-zaal 't Veerhuis nog open was, op eigendom van de gemeente geparkeerd, op de openbare weg in de nabijheid van het multifunctioneel centrum. Zoals uit de vergelijking tussen de huidige (planologische) situatie en de toekomstige (planologische) situatie blijkt, zal de parkeerdruk per saldo echter afnemen. Daar komt bij dat de meeste gasten uit het dorp zelf afkomstig zullen zijn en dat er wordt voorzien in een fietsenstalling op eigen terrein.
Reguliere bedrijfsvoering Om het parkeren ten behoeve van het multifunctioneel centrum in goede banen te leiden, zullen mensen bij de ingang en in de garderobe extra geattendeerd worden op het feit dat bij het parkeren langs de weg rekening gehouden moet worden met de direct omwonenden. In het bijzonder gaat het om het vrijhouden van hun inritten en de doorstroming van het verkeer over de Aijen - Kampweg. Er is in ieder geval de mogelijkheid om over een lengte van circa 53 m 12 auto's te laten parkeren (schuin insteken) aan de oostzijde van de Kampweg (ter hoogte van het weiland ten zuidoosten van het plangebied: kadastrale percelen 2.520 en 2.521). De afrastering van het weiland staat hier nu op de kadastrale grens. Aanvullend kunnen recht tegenover het Veerhuis, ter hoogte van de woning Aijen 4B, 2 auto's parkeren in de strook met grind (=gemeentegrond) voor deze woning. Ook voor het agrarisch perceel (= kadastraal perceel nr. 1.831) ter hoogte van Kampweg 1A kan in de berm geparkeerd worden. Dit betreft een strook van 50 m, waar gemakkelijk 7 auto's (langsparkeren: 6 m nodig per auto voor langsparkeren) kunnen staan. Op de loswal (voor het deel dat is afgezet met stenen en een paaltje) kunnen 7 auto's parkeren. Zie navolgende afbeelding:
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Op navolgende afbeelding een totaaloverzicht van de locaties voor parkeren voor het multifunctioneel centrum:
Het parkeren voor de vrijstaand geschakelde woning wordt op eigen terrein opgelost, doordat ruimte is gemaakt voor 2,0 parkeerplaatsen in de privétuin. Het bezoekersparkeren (0,3 parkeerplaatsen per woning) vindt soms plaats in de openbare ruimte, maar meestal op eigen terrein. Per saldo zijn daarmee 12 + 2 + 7 + 7 = 28 parkeerplaatsen langs de openbare weg en 2 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. Dit is voldoende om tijdens reguliere activiteiten te voldoen aan de parkeerbehoefte. Piekmomenten Er is verder nagegaan of er andere parkeermogelijkheden zijn in de directe omgeving bij een piekbelasting (naar schatting circa 12 x per jaar). Het gebruiken van de loswal (achter de stenen en een paaltje) zou de meest pragmatische oplossing zijn. Het terrein is voorzien van asfalt, het ligt op relatief grote afstand van woningen, het terrein kan buiten piekmomenten afgesloten worden met paaltjes en de loswal is ook in eigendom van de gemeente. Uit overleg met de dorpsraad blijkt echter dat zij bezwaren hebben tegen het openstellen van de loswal voor parkeren in verband met overlast in het verleden. Er is daarom gezocht naar een alternatief en deze is gevonden in de vorm van het weiland aan de westzijde van de Kampweg, net voorbij de wegversmalling en dus dichtbij 't Veerhuis. Het gaat om kadastraal perceel nr. 1.831, met een oppervlakte van 2.690 m² (circa 54 x 50 m).
Met deze oppervlakte is er ruim voldoende parkeergelegenheid voorhanden tijdens piekmomenten: er kunnen 100 - 120 auto's parkeren. De eigenaar is bereid zijn perceel ter beschikking te stellen aan de initiatiefnemers voor de piekmomenten van het parkeren. De overeenkomst hiervoor is inmiddels getekend. Het perceel heeft als voordeel dat het vrij hoog ligt en daardoor minder snel nat is, het in gebruik is als grasland (en niet voor het verbouwen van akkerbouwgewassen) en er geen woningbouwplannen zijn voorzien.
22
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Als back-up hebben ook beide eigenaren van het weiland direct ten zuiden van de woning Aijen 4B (kadastrale percelen 2.520 en 2.521), aan de oostzijde van de Kampweg, aangegeven akkoord te zijn met piekparkeren op hun weiland. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Omdat het gaat om functieverandering binnen bestaande bebouwing zal er geen nieuwe bodem geroerd worden. Op de locatie van de burgerwoning is bovendien op dit moment ook al sprake van een woonfunctie (bedrijfswoning boven het café), en de functies horeca en maatschappelijk zijn vergelijkbaar. Daarom is het niet noodzakelijk om in het plangebied een verkennend bodemonderzoek uit te voeren.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.
Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft. Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.
Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel:
24
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.
4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Wegverkeerslawaai De Kampweg - Aijen kent ter plaatse van het plangebied een snelheidsregime van 30 km/u. De 60 km/u zone begint pas na de dijkovergang richting Well. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is daarom niet noodzakelijk. Dit wordt nog ondersteund door de geringe breedte van deze wegen en de naar verwachting lage verkeersintensiteit ter plaatse. Railverkeerslawaai De woning in het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een spoorlijn. Akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai is derhalve niet benodigd. Industrielawaai De woning in het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een geluidgezoneerd industrieterrein. Akoestisch onderzoek naar industrielawaai is derhalve niet benodigd.
4.3.3
Conclusie
Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Tabel 4.1: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.
4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de directe omgeving van het plangebied is één relevante niet-woonfunctie aanwezig. Dit betreft het gildeterrein. Het horecabedrijf aan de Kampweg 1 ligt op circa 90 m ten zuiden van het plangebied en is daarmee niet relevant. In de toekomstige situatie treedt echter geen verslechtering op van de milieusituatie als gevolg van het gildeterrein omdat op de verdieping van het voormalige café al sprake was van een bovenwoning. Ondanks dat de begane grond bij het woonhuis getrokken wordt, komt de geschakelde, nu grondgebonden, woning niet dichter bij het gildeterrein te liggen. Daarnaast staan de schietbomen van het gilde op circa 30 m afstand. Zodoende is wat deze nietwoonfunctie betreft een goed woon- en leefklimaat voor de burgerwoning in het plangebied gewaarborgd. Qua akoestische afscheiding tussen de geschakelde burgerwoning en het multifunctioneel centrum wordt uitgegaan van bouwkundige aanpassingen. Er zal een extra geluidwerende woningscheidende wand opgetrokken worden, ter plaatse van de huidige verbinding tussen het oude café en de oude zaal. Vanuit het nieuwe multifunctioneel centrum bekeken is de opbouw als volgt: ankerloze spouwmuur met een geluidsisolatie Rw van 72 dB, type W115 van Knauf: onder de spouw wordt de vloer doorgezaagd, ter voorkoming van trillingsoverdracht.
Op deze wijze wordt de burgerwoning bouwkundig afgescheiden van het multifunctioneel centrum en treden er geen akoestische problemen op. Aanvullend hierop is aan de zijde van de woning tegen de ankerloze spouwmuur nog voorzien in een muur type W111 (Knauf) met een Rw van 51 dB en daarnaast nog een extra Acousifit isolate van 90 mm. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
26
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde). Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend.
Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.
4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Omdat er een functieverandering van een café-zaal met één bovenwoning naar een multifunctioneel centrum met één geschakelde burgerwoning plaatsvindt, zal het aantal voertuigbewegingen per saldo afnemen ten opzichte van de huidige situatie (zie voor meer informatie subparagraaf 4.1.1). In het kader van artikel 5.16 Wm zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Op de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 bepaald. Uit deze kaarten blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m 3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. De daggemiddelde norm van 50 µg/m³ voor PM10 mag maximaal 35 dagen per jaar overschreden worden en is voor PM10 belangrijker dan de jaargemiddelde norm van 40 µg/m 3. De daggemiddelde norm komt overeen met ongeveer 32 µg/m3 jaargemiddeld (Bron: www.infomil.nl). Met een waarde onder de 17 µg/m³ wordt bij de bestaande woning, ook voor deze daggemiddelde norm voor PM 10, ruimschoots aan deze lagere norm voldaan.
Dit wordt bevestigd door de resultaten uit de NSLmonitoringstool waarbij ter hoogte van de toetspunten langs de N271 (de meest nabij gelegen gemonitorde weg) voor 2020 wat betreft het aantal overschrijdingsdagen voor PM 10 ook sprake is van minder dan 35 overschrijdingsdagen. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
4.6
Geur
4.6.1
Regelgeving
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie navolgende tabel:
Binnen bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
Concentratiegebied
Niet-concentratiegebied
diercategorieën Rgv
maximaal 3 ouE/m³
maximaal 2 ouE/m³
andere diercategorieën
minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object
minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object
diercategorieën Rgv
maximaal 14 ouE/m³
maximaal 8 ouE/m³
andere diercategorieën
minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object
minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. De gemeente Bergen beschikt over een dergelijke verordening in de vorm van de Verordening geurhinder en veehouderij 2007. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit Milieubeheer zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).
4.6.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is geen sprake van agrarische bedrijven in de directe omgeving met een geurcontour die (deels) over het plangebied gelegen is. Bovendien zijn tussen omliggende agrarische bedrijven en het plangebied al andere gevoelige (woon)bestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende agrarische bedrijven. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.