BP Aijen 4a en 4d vastgesteld totaal
Tekst van het document
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 de afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
50
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve, religieuze en openbare dienstverlening; b. een multifunctioneel centrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - MFC'; c. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; d. voorzieningen van algemeen nut; met daaraan ondergeschikt ten dienste van voornoemde voorzieningen onder a: e. detailhandel; f. ondergeschikte horeca van categorie 1 t/m 3; met de daarbij behorende: g. wegen en paden; h. tuinen, erven en terreinen i. groenvoorzieningen; j. parkeervoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, niet zijnde woningen en bijbehorende bouwwerken bij woningen, gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mogen niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2,0 m, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde bouwgrens 1,0 m bedraagt; b. de maximum bouwhoogte van een overkapping bedraagt 4,0 m, met dien verstande dat er slechts één overkapping per bouwperceel gerealiseerd mag worden, met een maximum oppervlakte van 30 m² en enkel opgericht mag worden achter de gevelrooilijn; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2,5 m. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. seksinrichtingen; b. coffeeshops. 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting a. Het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en gebouwen in het plangebied overeenkomstig lid 3.1 is uitsluitend toegestaan als er wordt voorzien in een akoestische afscheiding tussen de functioneel verbonden woning en het multifunctioneel centrum. Deze afscheiding moet opgebouwd worden uit: 1. een ankerloze spouwmuur met een geluidsisolatie Rw van 72 dB; Tevens moet de vloer onder de spouwmuur worden doorgezaagd, ter voorkoming van trillingsoverdracht. b. De maatregelen zoals bedoeld onder a moeten uiterlijk zijn voltooid op het moment dat het multifunctioneel centrum in gebruik wordt genomen. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 3.1 en ook maatschappelijke voorzieningen in de vorm van gezondheidszorg toestaan.
52
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van 1. een aan-huis-verbonden beroep in hoofd- en bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat maximaal 40 % van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep, met een maximum van 60 m²; 2. een aan-huis-verbonden-bedrijf in hoofd- en bijbehorende bouwwerken, met een maximum bedrijfsvloeroppervlakte van 25 m² en voor het overige onder de voorwaarden als genoemd in sublid 4.6.1. b. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen; met de daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen en erfontsluiting; e. voorzieningen van algemeen nut. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. binnen het bouwvlak, ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand', zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; c. nieuwe woningen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', voor het overige mogen geen nieuwe woningen worden gebouwd behoudens herbouw ter plaatse; d. per bouwperceel is maximaal 1 woning toegestaan, splitsing van een bouwperceel ten behoeve van nieuwbouw van een tweede woning is niet toegestaan; e. het bebouwingspercentage van het bouwperceel voor hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, die hoger zijn dan 1,0 m gemeten vanaf het aansluitend terrein mag niet meer dan 60 bedragen; f. de voorgevel van een hoofdgebouw moet worden gebouwd in dan wel maximaal 3,0 m achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak g. de horizontale maximum diepte van een hoofdgebouw bedraagt 12,0 m, met dien verstande dat de horizontale maximum diepte van een vrijstaand hoofdgebouw 15,0 m bedraagt; h. de minimum afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt bij vrijstaande woningen 2,5 m aan beide zijden; i. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. 4.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de bijbehorende bouwwerken moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximum goot- en bouwhoogte bedragen 3,2 m respectievelijk 5,0 m; c. bijbehorende bouwwerken mogen in of op minimaal 1,0 m afstand van de zijdelingse perceelsgrens worden opgericht; d. indien een bijbehorende bouwwerk met één gevel op de perceelsgrens wordt opgericht bedraagt de maximum bouwhoogte aan de zijde van de betreffende gevel 3,2 m; e. de minimum afstand tot de naar de weg gekeerde bouwgrens bedraagt 3,0 m;
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
53
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
f.
de maximum gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken gelegen buiten het hoofdbebouwingsvlak, mits het bebouwingspercentage uit sublid 4.2.1 onder e niet wordt overschreden, bedraagt:
totale oppervlakte per bouwperceel (m²)
maximum gezamenlijke oppervlakte (m²)
tot 300
60
van 300 tot 500
80
van 500 tot 750
90
van 750 tot 1.000
100
van 1.000 en meer
150
4.2.3
Bouwen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens
Voor het bouwen van gebouwen in of op de gronden gelegen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens gelden de volgende bepalingen: a. op de gronden gelegen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens zijn uitsluitend erkers toegestaan, met dien verstande dat deze niet toegestaan zijn aan de zijgevel, tenzij het een hoekwoning betreft; b. de breedte van een erker bedraagt aan de voorzijde maximaal 50 % van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; c. de maximum bouwhoogte van een erker is gelijk aan het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; d. de maximum diepte van een erker bedraagt 1,25 m, met dien verstande dat een erker minimaal 2,5 m van de voorste perceelsgrens verwijderd is; e. op een erker is een afscheiding toegestaan met een maximum bouwhoogte van 1,0 m gemeten vanaf de bovenkant van de erker. 4.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens bedraagt: 1. voor een gesloten erfafscheiding: 1,0 m; 2. voor open hekwerken in de zijdelingse perceelsgrens, voor zover niet gesitueerd in de voortuin: 2,0 m; 3. voor pergola's: 2,5 m. b. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde bouwgrens bedraagt 2,0 m; c. de maximum bouwhoogte van een overkapping bedraagt 4,0 m, met dien verstande dat er slechts één overkapping per bouwperceel gerealiseerd mag worden, met een maximum oppervlakte van 30 m² en alleen binnen de aanduiding een bouwvlak; d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2,5 m. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
54
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
4.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in sublid 4.2.2 onder d ten behoeve van het toestaan van een maximum bouwhoogte van 5,0 m, mits stedenbouwkundig en ruimtelijk toelaatbaar; b. het bepaalde in sublid 4.2.2 onder e ten behoeve van het toestaan van een minimum afstand van 1,0 m, mits stedenbouwkundig aanvaardbaar en het bijgebouw een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van het hoofdgebouw blijft behouden. 4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. bewoning als afhankelijke woonruimte; c. kamerbewoning; d. seksinrichtingen. 4.5.2
Functionele verbinding
Ter plaatse van de woning die met de figuur 'relatie' is verbonden met de maatschappelijke voorziening ter plaatse van de aanduiding ''specifieke vorm van maatschappelijk - MFC', is bewoning alleen toegestaan als er een functionele verbinding is met de maatschappelijke voorziening.
4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1
Aan huis verbonden bedrijf
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 onder a voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie moet in overwegende mate gehandhaafd blijven. Dit betekent dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit 2012 en de Bouwverordening gemeente Bergen 2012; 2. degene die de gebruiker is van de woning, ook degene is die het aan huis verbonden bedrijf uitoefent; 3. de bedrijfsvloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 50 m²; b. bedoeld gebruik geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt, dit betekent onder meer dat: 1. geen afwijking wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid dat onder de werking van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (Stb. 1993, 50) valt, tenzij het betreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; 2. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; 3. het gebruik de woonfunctie moet ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijgebouw uitvoert tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; 4.
het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; 5. parkeren moet zoveel mogelijk op eigen terrein plaatsvinden; 6. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
55
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, primair bedoeld voor: a. de bescherming en veiligstelling van de en/of in deze gronden verwachte archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de tot 'Waarde - Archeologie' bestemde gronden mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van: 1. verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk wordt gewijzigd; 2. bouwwerken ten dienst van de in lid 5.1 genoemde doeleinden en ten dienste van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld en het gebied niet groter is dan 250 m². 5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 5.2 voor het bouwen van bouwwerken ten dienste van de in lid 5.1 genoemde doeleinden en ten dienste van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien en voor zover: a. met een archeologisch (bureau)onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; b. in voldoende mate is gegarandeerd dat de door middel van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving; c. alvorens een afwijking als bedoeld onder a wordt toegestaan, wordt archeologisch advies ingewonnen. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Verbod
Het is verboden om op of in de in lid 5.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren: a. het verlagen of afgraven van de bodem, waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; b. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,5 m onder het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; c. het verlagen van het grondwaterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; d. het ophogen van de bodem; e. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van de daarbij behorende constructies; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; j. het aanleggen van bouwland; k. het aanleggen van bos of boomgaard; l. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd;
56
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
m. het aanbrengen van constructies die verband houden met bovengrondse leidingen; n. alle overige werkzaamheden die archeologische waarden in de aangeduide gronden kunnen aantasten. 5.4.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in sublid 5.4.1 geldt niet: a. voor werken, geen gebouwen zijnde, of werkzaamheden, die het normale onderhoud betreffen; b. voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn. 5.4.3
Toelaatbaarheid
Voor zover het bepaalde in sublid 5.4.2 niet van toepassing is, zijn de werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 5.4.1 slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in lid 5.1 genoemde waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast.
5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' (geheel of gedeeltelijk) voor het gehele plangebied of voor gedeelten daarvan te doen laten vervallen, indien door middel van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
57
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
7.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
7.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
7.3
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
7.3.1
Maximum maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
7.3.2
Minimum maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
7.3.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in sublid 7.3.1 en sublid 7.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
58
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. indien deze mogelijkheid niet reeds elders in deze regels is opgenomen: de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, percentages tot ten hoogste 10 % van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m. e. het bepaalde ten aanzien van de maximum (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits: 1. de maximum oppervlakte van de vergroting 10 % van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximum bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
59
bestemmingsplan Aijen 4a en 4d
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 9.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Aijen 4a en 4d'.
60
bestemmingsplan "Aijen 4a en 4d" (vastgesteld)
PLANGEBIED
VERKLARINGEN PLANGEBIED
bestemmingsgrens
ondergrond
BESTEMMINGEN bestemmingen ART. 3
Maatschappelijk
M ART. 4
Wonen
W
dubbelbestemmingen ART. 5
Waarde - Archeologie
WR-A
AANDUIDINGEN bouwaanduidingen [vrij]
M
vrijstaand
bouwvlak
(sm-MFC)
3,5 3,5 [vrij]
functieaanduidingen
3,5 6
(sm-MFC)
W WR-A
specifieke vorm van maatschappelijk - MFC
maatvoeringen 3,5
maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)
6
figuren relatie
GEMEENTE BERGEN FORMAAT
A3
PLANSTATUS TEKENAAR
ES
PROJECTNUMMER W-18046
vastgesteld
Bestemmingsplan Aijen 4a en 4d verbeelding
PLANNUMMER
SCHAAL
DATUM
NL.IMRO.0893.BP20013AI4AAIJ-VA01
1:1000
27-09-2021
Schoenaker 10 - 6641 SZ Beuningen
telefoon: 024 - 675 23 56
info@burowaalbrug.nl
www.burowaalbrug.nl