CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toekomstgerichte Landbouwsystemen

Commissie Ruimte en Economie 15 mei 2024, gemeente BergenBij agendapunt: Presentatie over het onderzoek naar toekomstige landbouwsystemen in de gemeente Bergen;25.980 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

23

grind. De zandige ondergrond is goed doorlatend. Restgeulen langs terrasranden worden gevoed door kwel vanuit hoger gelegen terrassen. Bron: Arcgis.com. Het Noord-Limburgse Maasdal bekleedt een unieke positie in het Nederlandse rivierengebied. In tegenstelling tot andere riviertrajecten is de Maas hier geen brede deltarivier, maar een insnijdingsrivier met een smal dal (‘canyonstructuur’), omgeven door relatief hooggelegen, oude rivierterrassen. Dit hangt samen met de tektonische processen waarbij Noordelijk Limburg al miljoenen jaren omhoog gedrukt wordt. Ook het Maasdal rond Bergen en Well stijgt nog altijd met ongeveer 2 cm per eeuw.

Figuur 4-2 Bodemkaart gemeente Bergen (bron: https://bodemdata.nl/basiskaarten)

In Figuur 4-2 staat de bodemkaart van de gemeente Bergen weergegeven. Hierop is zichtbaar dat: • in oost- en midden-Bergen vooral sprake is van grof zand: haar- en veldpodzolgronden en duinvaaggronden. Deze beslaan veruit het grootste deel van de gemeente. • in het noordoosten (rond Siebengewald) sprake is van oude kleigronden, met vooral leek-/woudeerdgronden. • de kleigronden langs de maasoevers vooral bestaan uit kalkloze polder- en ooivaaggronden en hoge bruine enkeerdgronden.

24

Het huidige watersysteem staat weergegeven in Figuur 4-3.

Figuur 4-3 Watersysteem gemeente Bergen (bron: https://www.klimaateffectatlas.nl/)

Een groot deel van het gebied is gevoelig voor droogte, met name De Maasduinen, maar ook grote delen van de Maasterrassen. Dit zijn de infiltratiegebieden waar het grondwater gemiddeld lager is (kaartje in rood). In de beekdalen kwelt water op en zijn de grondwaterstanden gemiddeld hoger (blauw).

Figuur 4-4 Hoogtekaart gemeente Bergen

25

4.1.2

Infrastructuur

Vervolgens kijken we naar de infrastructuur, zoals genoemd in § 3.4.2. In het hart van de gemeente Bergen ligt Nationaal Park De Maasduinen. Samen met de rivier de Maas zijn de Maasduinen het meest bepalende onderdeel van de infrastructuur van de gemeente. Ze beslaan het grootste deel van de gemeente en hebben een heel sterke invloed op de mogelijkheden van andere functies, waaronder landbouw. Hoewel de Maas een prominente rol speelt in de gemeentelijke infrastructuur, heeft de gemeente alleen een jachthaven, waardoor de infrastructurele rol vooral de doorvaarroute en recreatieve functie betreft.

Figuur 4-5 Nationaal park Maasduinen en Natura 2000 gebieden (bron: atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten)

26

Omstreeks 1840 werd ten oosten van de Maas de Rijksweg aangelegd van Maastricht naar Nijmegen, nu bekend als de N271. De spoorlijn Nijmegen-Roermond kwam aan de westelijke oever van de Maas, dus daarvan profiteerden de Maasdorpen aan de oostzijde van de Maas minimaal. Vandaag de dag is er nog steeds geen rechtstreekse spoorverbinding naar de kernen in de gemeente Bergen. Met de ruilverkaveling in de jaren 60 en 70 kwam ook de bijbehorende rationalisering van de infrastructuur: rechte beken, samengevoegde percelen en een grootschaliger karakter. Naast de bebossing voor mijnbouw kwam in de Maasduinen de zandwinning op gang, met de afgraving en aanleg van het Leukermeer en het Reindersmeer van de jaren zestig tot aan 2001. Het Reindersmeer is omzoomd met natuur, het Leukermeer werd later omgevormd tot recreatieplas en kleine campings vestigden zich aan de rand van de Maasduinen. Een aantal daarvan zijn doorontwikkeld tot bungalowparken. Zoals gezegd is de Maas zelf vanzelfsprekend ook een factor van belang qua infrastructuur. In de kaart hieronder staan de overgangspunten aangegeven (drie veerponten en een brug). Er zijn wel een aantal dwarsverbindingen met Duitsland: via Bergen-Siebengewald, via Well en via WellerlooiTuindorp). Deze geven niet alleen toegang tot bijv.

het internationale vliegveld Weeze (op slechts afstand van 12 km over de weg vanaf Siebengewald), maar ook tot een potentiële Duitse afzetmarkt voor regionaal geproduceerd voedsel in bijv. Kevelaer en Goch.

Figuur 4-6 Verkeersverbindingen (bron: gemeente Bergen)

27

Figuur 4-7 Netkaart hoogspanning (bron: webkaart.hoogspanningsnet.com)

In de gemeente ligt (nog) geen zware energie-infrastructuur. Gerelateerd hieraan: er zijn momenteel in de gemeente geen windmolens 3 of zonnevelden4. In de Structuurvisie Energielandgoed Wellsmeer is de ambitie vastgelegd om op Energielandgoed Wellsmeer wel een groot zonneveld te realiseren. Hiervoor is een extra hoogspanningskabel nodig vanuit Venray richting het in te richten energielandgoed. De procedures om dit te realiseren lopen momenteel.

3 https://windenergie-nieuws.nl/kaart-met-windparken/ 4 http://zonopkaart.nl

28

4.1.3

Occupatielaag

De volgende laag is de occupatielaag (zie ook § 3.4.3): hoe wordt het gebied momenteel gebruikt? Dit bepaalt deels de mogelijkheden om het gebied op de gewenste wijze in te richten. Het is nu eenmaal niet mogelijk om type en inhoud van de diverse functies op korte termijn drastisch aan te passen. Historie Het gebied is al duizenden jaren bewoond. Op de stroomruggen en terrasranden langs de Maas ontstonden de eerste vaste nederzettingen. Akkerbouw en veeteelt domineerden het gebruik van de meeste gronden, terwijl de natste plekken begroeid waren met broekbos. In de Romeinse Tijd begon de verstedelijking, met de aanleg van de eerste verharde wegen en villa’s. Tijdens de Middeleeuwen ontstonden kampontginningen, grotere akkercomplexen rond de dorpen en weidegronden in oude geulen onderaan de terrasranden. De dorpen waren verbonden door zandwegen. Op de hogere Maasduinen bevonden zich heidevelden, stuifzanden, bossen en vennen. Afferden, Aijen, Bergen, Nieuw Bergen, Siebengewald, Well en Wellerlooi zijn de huidige kernen van de gemeente. In totaal telt de gemeente momenteel ruim 13.000 inwoners (bron: CBS). Typen landbouw en natuur- en recreatiegebied

Figuur 4-8 Typen landbouw, natuur en recreatie 29

De totale oppervlakte landbouwgrond in 2022 bedroeg 3890 ha, waarvan 577 ha akkerbouw, 119 ha tuinbouw, 1737 ha grasland en 515 ha voedergewassen. In § 2.3 hebben we al wat uitgebreider stilgestaan bij de ontwikkelingen in grondgebruik over de afgelopen decennia. Daaruit blijkt dat het grondgebruik in de gemeente gemiddeld genomen verschoven is van minder naar meer belastend voor de omgeving (minder blijvend grasland, minder graanteelt en meer vollegrondsgroente).

Figuur 4-9 Belangrijkste functies die in de gemeente Bergen worden uitgeoefend (bron: https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten)

4.1.4

Stuurlaag

Zoals toegelicht in § 3.4.4 kan bovenop de drie basislagen een vierde laag gepositioneerd worden, met daarin wetten, regels en beleidsplannen (landelijk, provinciaal en gemeentelijk). We lichten er een aantal relevante uit, met extra aandacht voor de gemeentelijke ambities. Landelijk: LBV regeling In het kader van het landelijke stikstofbeleid is er de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties opengesteld geweest tot 1 december 2023. Voor bedrijven die zijn aangemerkt als zgn. “piekbelaster” is de LBV+ regeling open tot 5 april 2024. Er zijn geen gedetailleerde cijfers beschikbaar over de aanmeldingen in de gemeente Bergen. RVO heeft na het sluiten van de LBV regeling wel de voorlopige resultaten bekend gemaakt per provincie. Deze zijn hieronder weergegeven.

30

Figuur 4-10 Aanvragen beëindigingsregeling (bron: https://www.rvo.nl/onderwerpen/lbv-plus-actueel)

In de provincie Limburg hebben zich 134 varkenshouders, 40 pluimveehouders en 40 melkveehouders aangemeld. Dit betekent nog niet dat deze definitief stoppen, maar wel dat ze de procedure ingaan. Er kunnen nog extra bedrijven bijkomen die zich melden voor de LBV+ regeling, omdat de inschrijftermijn verlengd is tot 20 december 2024. Het aantal landbouwbedrijven krimpt de afgelopen jaren sowieso elk jaar verder, ook in de gemeente Bergen (zie ook § 2.3). De LBV regelingen hebben waarschijnlijk een versterkend effect op deze ontwikkeling voor wat betreft de veehouderijbedrijven. Uit een analyse van bestaande vergunningen en gesprekken met de LLTB is de verwachting voor de gemeente Bergen dat er bijvoorbeeld slechts ca. 10 melkveehouders over zullen blijven over 10 jaar. Dit zou enerzijds ruimte kunnen geven aan de “blijvers”, maar baart tegelijkertijd zorgen: we zien dat het areaal van de stoppers vaak niet naar melkveehouders gaat, maar naar grote partijen in de bollenteelt of vollegrondsgroenteteelt, meestal met (sterk) negatieve effecten op emissies van N en chemische gewasbeschermingsmiddelen naar het grondwater. Naast regelgeving rond stikstof zijn ook bijv. de Kaderrichtlijn Water en het Convenant Dierwaardige Veehouderij ontwikkelingen die een grote impact (kunnen) gaan hebben op de richting waarin landbouwbedrijven zich ontwikkelen.

Veel van deze beleidsregels komen bij elkaar in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), dat vertaald is naar Provinciale plannen en momenteel wordt doorontwikkeld naar een gemeentelijk/regionaal PLG. Provinciaal: natuur en landschapsbeheer De Provincie Limburg stimuleert landeigenaren en -gebruikers om natuurterreinen en landschapselementen (ook in en om boerenland) in stand te houden en te beheren, o.a. via de

31

Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer (SVNL). De Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) subsidies worden uitgegeven via de Collectieven. Deze zijn in 2016 opgericht, toen het subsidiestelsel voor agrarisch natuurbeheer is gedecentraliseerd. Momenteel zijn er in Nederland 40 Collectieven. Collectief Natuurrijk Limburg dekt de gehele provincie Limburg. Op de kaart hieronder staat het natuurbeheerplan voor het voorjaar 2024 weergegeven.

Figuur 4-11 Natuurbeheerplan voorjaar 2024 (Bron: https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default en vervolgens op die pagina in de bibliotheek onder “Natuur” de optie “Natuurbeheerplan Voorjaar 2024” kiezen)

32

Gemeentelijk: Omgevingsvisie Bergen 2030 In de Omgevingsvisie uit 2019 worden 10 hoofddoelen gesteld, waarvan een deel ook direct impact heeft op wat wel en niet mogelijk is op het gebied van landbouw in de gemeente: 1. De meest toekomstbestendige gemeente; 2. Energieonafhankelijk in 2030; 3. Landschap en landbouw in balans; 4. Waterbeheer op maat; 5. Versterken natuurwaarden en biodiversiteit; 6. Kwaliteitsslag en zonering recreatievoorzieningen; 7. Afstemmen woningvoorraad op vraag; 8. Voorzieningen bereikbaar houden; 9. Verder bouwen aan een gezonde leefomgeving; 10. Leefklimaat in de dorpen verbeteren. Gemeentelijk: Landschapsvisie Maasdal Bergen De gemeente Bergen heeft daarna in 2020 in samenspraak met diverse overheden en organisaties een Landschapsvisie opgesteld voor het Maasdal. Met deze visie neemt gemeente Bergen de verantwoordelijkheid als rentmeester van het Maasdal met haar Maasheggen, terras- en steilranden, kwelgeulen, beekdalen, oude wegen en laanbeplantingen. Doel is een doorontwikkeling van het Maasdal naar een aantrekkelijk en vitaal landschap. De Landschapsvisie is gebruikt om richting te geven aan ontwikkelingen in het Maasdal en heeft ons geholpen om keuzes te maken in het onderzoek naar de toekomstige landbouwsystemen in Bergen, met name voor het Maasdal.

Het Maasdal in Bergen staat voor diverse ontwikkelingen, waaronder zandwinning, dijkversterking, rivierverruiming, natuurontwikkeling, herstel van Maasheggen en toerisme. De Landschapsvisie heeft tot doel om deze ontwikkelingen met elkaar in overeenstemming te brengen en tegelijkertijd de kwaliteiten van het landschap te behouden en/of te versterken. Het Maasdal is nauw verbonden met de Maasduinen. Deze combi is belangrijk voor de toeristische aantrekkingskracht van de gemeente. Door het versterken van landschappelijke contrasten en het creëren van recreatieve verbindingen kan deze samenhang nog beter beleefbaar worden gemaakt. In de Landschapsvisie worden vijf kernambities geformuleerd die zijn gekoppeld aan vijf landschappelijke lagen: 1. Behoud en versterk de landschappelijk basisstructuur van terrassen en geulen. 2. Bouw voort op de rijke cultuurhistorie van het gebied en vorm een gevarieerd, kleinschalig cultuurlandschap, met bijzondere aandacht voor herstel van het Maasheggenlandschap. 3. Maak een aantrekkelijk en samenhangend netwerk van recreatieve routes en poorten tussen Maasdal en Maasduinen. 4. Stimuleer de ontwikkeling van natuurinclusieve landbouw. Voorwaarden hiervoor zijn dat de boer gemotiveerd is en dat er een goed verdienmodel is. 5. Zorg voor vitale dorpen en maak hier parels in het landschap van.

In de Landschapsvisie wordt onderkend dat de beleidsdoelen van de diverse overheden voor waterveiligheid, recreatie, natuur en landbouw grote ruimtelijke consequenties zullen hebben voor het gebied. Bovendien hebben ook maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers hun eigen

33

toekomstbeelden en doelen. Ook die hebben hun effect op de omgeving. Het rapport omschrijft de vijf belangrijkste ontwikkelingen: •

• • •

•

Recreatie: Gemeente Bergen wil de zichtbaarheid en beleefbaarheid van het Maasdal vergroten via nieuwe fiets- en wandelroutes en uitzichtplekken. Intensieve recreatie moet geclusterd worden in drie zones, terwijl de Rijksweg als recreatie-as ontwikkeld wordt. Waterveiligheid: dijkversterking is nodig en mogelijk rivierverruimende maatregelen. Natuur: de Provincie wil het natuurnetwerk in het Maasdal uitbreiden, o.a. in het gebied tussen Bergen-Aijen en Nieuw Bergen en het gebied rond Maaspark Well. Zandwinning: Maaspark Well moet in 2030 gereed te zijn en gaan fungeren als recreatiegebied. Elders in het Maasdal hebben zandwinners gronden aangekocht zonder concrete plannen. Landbouw.

De vijfde ontwikkeling is die van de landbouw. Daar staan we iets langer bij stil. De constatering is dat ontwikkelingen in de sector sterk beïnvloed worden door Europese regelgeving, mondiale markt en individuele ondernemersbeslissingen. Dat maakt dat de sturingsmogelijkheden voor de lokale overheid beperkt zijn. Bovendien is het aantal actieve agrarische bedrijven in de gemeente relatief klein en wordt er nog een sterke daling van dit aantal verwacht in de komende 10 jaar. Het Natura 2000-gebied Maasduinen stelt beperkingen aan de stikstofuitstoot. De Rijksoverheid en de gemeente willen ‘natuurinclusieve landbouw’ stimuleren. In de Landschapsvisie uit de gemeente de wens om natuurinclusieve landbouw te stimuleren, mede vanuit het oogpunt van verlaging van stikstofdepositie en toeristische aantrekkingskracht. Het initiatief moet uit de sector komen, waarbij de overheid kan faciliteren en stimuleren via planologische regelingen en subsidies. De ervaring leert dat veel agrariërs belangstelling hebben voor natuurinclusieve activiteiten, maar dat het verdienmodel daarvoor nog moeilijk structureel te maken is. Hierop komen we terug in hoofdstuk 6.1. Een bijzondere omstandigheid in de gemeente Bergen is dat in het kader van zandwinning, rivierverruiming, dijkaanleg en natuurontwikkeling veel gronden zijn aangekocht door de gemeente.

De aankoop van Energielandgoed Wellsmeer heeft de grondpositie van de gemeente verder versterkt. Dit geeft een mogelijkheid om via grondruil of duurzame pachtconstructies bij te dragen aan de gewenste agrarische ontwikkeling. In 2023 is weliswaar het beheer van de gronden van de gemeente overgedragen aan Stichting de Marke, maar het principe blijft hetzelfde. Overigens geldt dit niet alleen voor de gronden van de gemeente. Ook de zandwinners en bijvoorbeeld Staatsbosbeheer kunnen via hun grondposities invloed uitoefenen op de manier waarop de gronden gebruikt worden. Geformuleerde richtingen in de Landschapsvisie: • Oude akkergronden rond de dorpen: natuurinclusieve akkerbouw met bloemrijke akkerranden en aangepaste teelten, zoals oude graansoorten en kleinschalige vollegrondstuinbouw, gericht op streekproducten of lokale ‘groentepakketten’. • De stroomruggronden: nu al overwegend in extensief agrarisch gebruik en kunnen als natuurinclusieve weidegronden beheerd worden. Voorwaarde: een lokaal gevestigd veehouderijbedrijf moet dit willen oppakken met een goed verdienmodel. • Natte kwelgronden in de geulen: deels al in beheer als natuurgebied. Verder uitbreiden richting een aaneengesloten geulensysteem met hoge natuur- en 34

•

landschapswaarde, en tevens een functie voor de hoogwaterafvoer. Het beheer kan door agrariërs verzorgd worden. Dit geldt ook voor watergangen, oevers, heggen, solitaire bomen en houtsingels. Oevers van de geplande zandwinplas: ecologisch afwerken en aan de zuidzijde een beperkte uitbreiding voor aansluiting op aangrenzend landschap en de te ontwikkelen “Groene Rivier” bij Well.

Via de lagenbenadering / SPLENDID methode in dit rapport maken we een analyse van de geschikte typen landbouw in de verschillende deelgebieden van de gemeente (zie § 4.3). Gemeentelijk: Groene Rivier Specifiek voor de wateropgaven is onder leiding van Waterschap Limburg het project Gebiedsontwikkeling Groene Rivier Well opgestart. In het project vindt een combinatie plaats van dijkversterking en dijkverlegging, beekherstel en natuur- en landschapsontwikkeling. Deze heeft specifiek betrekking op het gebied rond Elsteren. We besteden er daarom wat extra aandacht aan in hoofdstuk 7.

Figuur 4-12 Overzicht activiteiten Groene Rivier Well (bron: website Waterschap Limburg)

4.2

Vertaling naar dimensies

Nu alle lagen in beeld zijn, kan de vertaling gemaakt worden naar een set van dimensies, die gerelateerd zijn aan de kwaliteit van het bodem-watersysteem (zoals benoemd in § 3.5.) of de randvoorwaarden die een gebruiksfunctie aan het gebied stelt: 1. Bodemvruchtbaarheid; 2. Waterbeschikbaarheid; 3. Uitspoelingsgevoeligheid; 4. Beekdalen en veengebieden; 5. Drinkwatergebieden.

35

Daarnaast zijn er dimensies die van belang zijn, maar die (nog) niet in regelgeving vastgelegd, of meer normatief van aard. Op die laatste categorie heeft de gemeente dus meer invloed. 6. 7. 8. 9.

Overgangszones rond natuur; Cultuurhistorische waarde van het landschap; Nabijheid van bevolkingsconcentraties; Ligging aan grote(re) infrastructuur.

4.2.1

Bodemvruchtbaarheid

Bodemvruchtbaarheid is het vermogen van de bodem om een gewas van voedingsstoffen te voorzien. De chemische, fysische en biologische eigenschappen van de bodem bepalen de bodemvruchtbaarheid. Bodemvruchtbaarheid is daarnaast belangrijk voor een goede waterregulatie, ziekte- en plaagwering, zuivering en het vastleggen van koolstofdioxide (CO 2).

Figuur 4-13 Kwaliteit bodemstructuur voor groei van gewassen (bron: https://www.nationaalgeoregister.nl/)

36

Figuur 4-14 Geschiktheid voor akkerbouw

Figuur 4-15 geschikt gebied voor grasland en voedergewassen (links) en voor groenteteelt (rechts).

Op bovenstaande kaarten is te zien dat met name in het noordoosten van de gemeente rondom Siebengewald de gronden liggen die van nature een hogere bodemvruchtbaarheid hebben en die geschikt zouden kunnen zijn voor akkerbouw en eventueel groententeelt. De gronden liggende aan de Maas zijn geschikt voor grasland en eventueel voedergewassen.

37

4.2.2

Waterbeschikbaarheid

De dimensie waterbeschikbaarheid heeft betrekking op zowel te weinig als te veel water. Te weinig water uit zich in droogtestress, teveel water in zuurstofstress. Een (te) lage grondwaterstand kan onder meer tot droogtestress/verdroging leiden van gewassen. Als gevolg van klimaatverandering zal dit op steeds meer plekken aan de orde zijn of verergeren. Een (te) hoge grondwaterstand kan nadelig zijn voor grondbewerking, intensieve begrazing of leiden tot zuurstofstress. Onderstaande kaarten komen uit de Klimaateffectatlas en schetsen het beeld voor de gemeente Bergen. Ter illustratie is opnieuw de landelijke kaart ernaast bijgevoegd. Een risico onder de 10% wordt als acceptabel beschouwd. Het is duidelijk dat de gemeente in een van de meest uitdrogingsgevoelige gebieden van Nederland ligt. Een belangrijk deel van de uitdrogingsgevoelige zone ligt in de Maasduinen, maar ook buiten het nationaal park liggen binnen de gemeente uitdrogingsgevoelige gebieden, o.a. in delen van het Maasdal.

Figuur 4-16 Verdrogingsrisico (bron: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)

Door de aanwezigheid van de Maas ontstaat in Bergen de bijzondere situatie dat sommige delen van de gemeente zowel uitdrogingsgevoelig als zuurstofstressgevoelig zijn. Zie hiervoor de Een risico kleiner dan 15% wordt als acceptabel beschouwd. Het grootste deel van de gemeente valt weliswaar binnen die grens, maar vanwege de overstromingsrisico’s zijn de percentages in het Maasdal beduidend hoger. Deze overstromingsrisico’s zijn ook zichtbaar gemaakt in specifieke kaarten, waarop duidelijk te zien is dat ook hiervoor geldt dat het Maasdal in de gemeente Bergen behoort tot de meest risicovolle gebieden van Nederland.

38

Figuur 4-17 Risico zuurstofstress

Figuur 4-18 Overstromingskans

39

Grondwaterstanden Hoge grondwaterstanden kunnen natschade veroorzaken in de landbouw en in sommige natuurtypen. Ook in stedelijk gebied kan grondwateroverlast ontstaan. Figuur 4-19 hieronder geeft aan wat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand is in de huidige situatie. De GHG wordt doorgaans in de wintermaanden bereikt. Te lage grondwaterstanden vormen voor veel functies een bedreiging. Natuur kan onomkeerbaar beschadigen, waarbij nattere doelsoorten verdwijnen en drogere doelsoorten het gebied niet kunnen bereiken. Droogtestress in de landbouw brengt oogsten in gevaar en de kans op natuurbranden neemt toe. Een veel gebruikte eenheid in het grondwaterbeheer is de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG): een berekende waarde die aanduidt hoe laag de grondwaterstand in een gebied kan uitzakken. Onderstaande kaarten geven resp. de GHG en GLG voor Bergen aan.

Figuur 4-19 Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Bergen (bron: https://bodemdata.nl/basiskaarten)

40

Figuur 4-20 Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Bergen (bron: https://bodemdata.nl/basiskaarten)

Vochtleverend vermogen door de bodem De kaart in Figuur 4-21 geeft het vochtleverend vermogen aan van de bodem. Dit bepaalt in welke mate er tijdens het groeiseizoen vocht in de bodem via de plantenwortels beschikbaar is voor de plant. De vochtleverantie bepaalt voor een belangrijk deel de groei en (dus) gewasopbrengst. Bodems met een hoog vochtleverend vermogen hebben in perioden met neerslagtekorten een kleine kans op groeistagnatie, terwijl bij een laag vochtleverend vermogen de kans op groeivertraging en lagere opbrengsten juist groot is. De kaart correspondeert met die van verdrogingsrisico’s en grondwaterstanden hierboven en geeft aan – zoals eerder genoemd – dat ook in de landbouwgebieden in de gemeente een deel van de gronden een laag vochtleverend vermogen heeft. Dit heeft consequenties voor de opbrengst en geeft beperkingen aan de intensiviteit van de agrarische bedrijfsvoering.

41

Figuur 4-21 Vochtleverend vermogen door de bodem (bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal)

4.2.3

Uitspoelingsgevoeligheid

De uitspoelingsgevoeligheid zegt iets over de mate waarin stoffen (bijv. gewasbeschermingsmiddelen en mineralen uit mest) uit de bodem kunnen uitspoelen naar grond- of oppervlaktewater en dus niet meer beschikbaar zijn voor planten. Bodems gevoelig voor uitspoeling zijn met name zandgronden met een diepe grondwaterstand (grondwatertrap VII en VIII). Aan de hand van de bodemkaart en de watertrappenkaart is het uitspoelingsgevoelig gebied geselecteerd. Gebruikte data zijn afkomstig van https://bodemdata.nl/basiskaarten.

42

Figuur 4-22 Uitspoelingsgevoeligheid (bron: https://bodemdata.nl/basiskaarten).

Grote delen van de gemeente Bergen vallen in deze categorieën en moeten dus beschouwd worden als uitspoelingsgevoelig. Dit geldt ook voor delen van de landbouwgebieden binnen de gemeente. De gemeente behoort landelijk gezien tot de meest uitspoelingsgevoelige. 4.2.4

Beekdalen en veengebieden

In de gemeente Bergen liggen een aantal natuurbeken (zie Figuur 4-24 bron: http://nationaalgeoregister.nl). Voorheen werden deze aangeduid als “beken met specifiek ecologische functie”. Rond en in deze beken staat het ecologisch functioneren en de natuurfunctie centraal. Inrichting, beheer en onderhoud moeten zoveel mogelijk op de natuurfunctie zijn afgestemd. Op de in Figuur 4-23 (bron: Waterschap Limburg) staan ook de zgn. AEF beken weergegeven. Alle beken zonder natuurfunctie hebben wel een Algemeen Ecologische Functie. In haar visie op beekdalontwikkeling geeft het Waterschap Limburg haar voorkeuren en doelen aan voor bufferzones rond de diverse soorten beken, waarin landbouwgrond minder of niet bemest mag worden en geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Een van de voorgestelde middelen om dit te bereiken is om landbouwgrond eenmalig met 50% af te waarderen.

43

Figuur 4-24 Natuurbeken

4.2.5

Drinkwaterwingebieden

Figuur 4-23 Beken incl. AEF beken

Planologisch worden drinkwaterwingebieden beschermd met de aanduiding “drinkwaterbeschermingsgebied”: een zone rondom de waterwingebieden, waarvoor wettelijk regels gelden m.b.t. bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Het gebied tussen Nieuw-Bergen en het Reindersmeer ten oosten van de Rijksweg is aangemerkt als drinkwaterbeschermingsgebied.

44

Figuur 4-25 Beregeningsonttrekkingen en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl)

4.2.6

Overgangszones

Rond natuur spelen overgangszones een belangrijke rol in het herstel van natuurgebieden. Rond Natura 2000 gebieden worden overgangsgebieden ingesteld, die moeten bijdragen aan het terugdringen van verstorende invloeden van o.a. de landbouw op de natuur. Deze gebieden zullen ook een rol spelen voor herstel van de waterhuishouding en voor het verminderen van de recreatieve druk op deze gebieden. Als het gaat om hoe deze gebieden gebruikt mogen worden, staan ze ten dienste van de natuur en het herstel daarvan in het Natura 2000-gebied. De maat van deze overgangsgebieden hangt af van de kwetsbaarheid van het gebied en is nog niet definitief vastgelegd. De gemeente Bergen heeft in de gesprekken aangegeven met name voor het gebied rondom de Maasduinen op zoek te zijn naar toekomstmogelijkheden voor landbouw, in de combinatie van ecologie en economie. In de Omgevingsvisie Bergen 2030 wordt voor de randen van het Nationaal Park vooral ingezet op “Het ontwikkelen van een ‘agrarisch landschap met kwaliteiten’. Behoud en herstel van kenmerkende landschappelijke, natuurlijke en

45

cultuurhistorische waarden staat hier voorop, eventueel in combinatie met kleinschalige ontwikkelingen op het gebied van recreatie en (zorg)voorzieningen”. 4.2.7

Archeologische en cultuurhistorische waarde van het landschap

Naast archeologische monumenten heeft provincie Limburg in haar ruimtelijk beleid gebieden met een hoge cultuurhistorische waarde vastgelegd. In deze gebieden moet bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met die waarden. Gebruikte data: https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/ (kaarten “Archeologische monumenten” en “"Archeologische landschappenkaart Nederland") en https://www.nationaalgeoregister.nl/ (“Provinciale archeologisch aandachtsgebieden”).

Figuur 4-26 Archeologische monumenten (links) en archeologische landschappen (rechtsboven) (bron van beiden: www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl) en provinciaal archeologisch aandachtsgebied in de gemeente Bergen (rechtsonder) (bron: www.nationaalgeoregister.nl).

46

Figuur 4-27 Kwaliteitskaart Landschap gemeente Bergen (bron: https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default > Landschap > Landschapskader Noord- en Midden-Limburg > Kaart 4 Kwaliteitskaart landschap)

Gemeente Bergen heeft in haar landschapsbeleid de cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen in beeld gebracht en vastgelegd in het beleid en in het bestemmingsplan c.q. omgevingsplan. In Figuur 4-27 staat een totaaloverzicht weergegeven van de waardevolle landschapselementen in de gemeente.

47

4.2.8

Nabijheid van bevolkingsconcentraties

De gemeente is relatief dun bevolkt met haar 13.000 inwoners. Wel hebben de omringende gemeenten Land van Cuijk-Gennep-Venray-Kevelaer-Goch samen ca. 215.000 inwoners, die enerzijds vaak als terugkerende toerist de gemeente zullen bezoeken, maar anderzijds ook een potentiële afzetmarkt vormen voor regionaal geproduceerd voedsel. In een iets grotere context is Bergen centraal gelegen tussen Nijmegen, Den Bosch, Eindhoven, Venlo en het Ruhrgebied.

Figuur 4-28 Positie in de regio (bron: Omgevingsvisie Bergen 2030)

4.2.9

Ligging aan grotere infrastructuur

Deze dimensie is van belang voor de aan- en afvoer van grondstoffen en producten en de bereikbaarheid van het gebied voor zowel inwoners als toeristen. In § 3.4.2 wordt nader ingegaan op de infrastructuur, waarbij met name de afwezigheid van snelwegen, spoorwegen en zware elektrische infrastructuur hun effect hebben. Tegelijkertijd versterkt deze afwezigheid wel het authentieke karakter van de regio en daarmee de toeristische aantrekkingskracht.

48

4.2.10 Conclusies o.b.v. de analyse op de dimensies De belangrijkste aandachtspunten die we uit de dimensies meenemen: 1. De Maasduinen zijn zeer bepalend voor de omgeving en de functies van het gebied er omheen, nu en in de toekomst; 2. Er is veel recreatie, ook n.a.v. de zandwinning (uitbreiding) Leukermeer; 3. De bodem is meest relatief onvruchtbaar; 4. De gemeente bestaat voor een groot deel uit uitdrogings- en uitspoelingsgevoelige gebieden en behoort tegelijkertijd tot de gebieden met het hoogste overstromingsrisico in Nederland; 5. Grote infrastructuur ontbreekt; 6. Er is één waterwingebied. Voordat we de kansen voor individuele bedrijfstypen behandelen, geven we hieronder een aantal algemene implicaties van deze aandachtspunten voor de landbouw in Bergen: Ad 1/3/4/6: • Natuur op zandgronden is voor het belangrijkste deel van haar stikstofaanvoer afhankelijk van grondwater. De nitrificatie in de bodem is voor deze natuurgebieden dus relevanter / impactvoller dan de stikstofdepositie uit de lucht. Je zou dus graag willen voorkomen dat veel grasland wordt omgezet naar vollegrondsgroente teelten of boomkwekerijen/bollentelers. Dit staat echter op gespannen voet met de rendementen per ha in die gewassen en de druk op grond bij eigenaren. • De afgelopen 20 jaar is het areaal granen in Bergen gehalveerd, groente-akkerbouw verdubbeld.

De N-belasting van de Maasduinen via het grondwater is daarmee sterk gestegen. • Hiermee samenhangend: grasland heeft een factor 4 à 5 meer beregening nodig dan sommige soorten akkerbouw, dus meer grondwateronttrekking. Toch hebben vollegrondsgroente/akkerbouw vaak alsnog meer N-uitspoeling. • Hoge droogtegevoeligheid en lage bodemvruchtbaarheid leveren gemiddeld lagere opbrengsten. Een veehouderijbedrijf of gemengd bedrijf zal daardoor meer voer moeten inkopen, waardoor deze snel moeilijker rendabel te maken is. • Grasland en granen zorgen vaak voor bodemverbetering, vollegrondsgroente voor verarming. Een groenteteler zet daarom juist graag grasland om naar akkerland, vanwege de (tijdelijk) betere bodem en (dus) hogere opbrengst. • Mede door het Didam-arrest zijn overheden en terrein beherende organisaties (TBO’s) verplicht om gronden bij openbare inschrijving te verpachten. Er zijn situaties bekend waarbij de hoogste bieders van ver weg komen, zonder enige binding met het gebied. In de weging van criteria voor inschrijvers is hier wel in te sturen. Ad 2/4/5: • Het leggen van verbinding met de omgeving werkt vaak goed via brede voedselproductie (zowel dierlijke als plantaardige humane voeding). Vanuit dat oogpunt is het wel gewenst om een deel van het totale areaal in te vullen met groente en graan. • Boeren zijn goed inzetbaar voor landschapsbeheer.

Dit kan hun verdienmodel op bedrijfsniveau versterken en tegelijkertijd de kwaliteit van het landschap betaalbaar op een hoog niveau houden. • De omringende gemeenten Boxmeer-Gennep-Venray-Kevelaer-Goch hebben samen ca. 215.000 inwoners. Eventuele inspanningen gericht op het vermarkten van regionaal geproduceerde producten zullen dus nadrukkelijk daarop gericht moeten zijn. Vuistregel

49

bij Community Supported Agriculture (CSA) initiatieven is een afstand van ongeveer 15 km. Dat betekent dat de grotere context (Nijmegen - Den Bosch – Eindhoven – Venray – Ruhrgebied) voor dit soort concepten uit de gemeente Bergen minder geschikt is. Meer hierover in hoofdstuk 5. 4.3

Kansen per toekomstig bedrijfstype in Bergen

De derde stap is de vertaling naar de kansen per type kringlooplandbouw in de gemeente. Om deze te kunnen onderbouwen hebben we voor elke type de dimensies geanalyseerd. ‘Extra kansen’ kunnen bijv. voortkomen uit een gunstige ligging die bijvoorbeeld neveninkomsten kunnen opleveren. Per type landbouw wordt in een tabel de relatie gegeven die de SPLENDID methode legt met de dimensies en vervolgens vertaald naar de gemeente Bergen. 4.3.1

Extensieve akkerbouw

SPLENDID zegt: Extensieve akkerbouw levert een lagere productie per hectare op dan de intensievere versie, maar daarvoor compenseert een gezondere bodem die op de lange duur de productiviteit in stand houdt. Ook is het effect op natuur en landschap gunstiger. 1. Extensieve akkerbouw Dimensie Bodemvruchtbaarheid

Onderbouwing Een hoge bodemvruchtbaarheid is belangrijk voor een goede productie wanneer geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.

Waterbeschikbaarheid

Hoe natuurgerichter de productie, hoe belangrijker de beschikbaarheid van voldoende water.

Uitspoelingsgevoeligheid Overgangszone N2000

Is minder relevant omdat gestreefd wordt naar evenwichtsbemesting. Dit kan extra verdienvermogen opleveren via bijvoorbeeld natuur- en landschapsbeheer, aanbieden van natuurgerichte nevenactiviteiten.

Beekdalen

Hoge grondwaterstanden zijn ongunstig voor gangbare grondgebonden teelten en deze teelten zijn lastig te combineren met natte natuurdoelstellingen.

Cultuurhistorische waarde landschap

Ligging in een landschap met hoge cultuurhistorische waarden kan extra verdienvermogen opleveren uit bijvoorbeeld landschapsbeheer of nevenactiviteiten.

Drinkwaterwinning/beschermingsgebied

Extensieve akkerbouw kan hier mogelijk profiteren van beheervergoedingen, mits geen gebruik gemaakt wordt van gewas- en bestrijdingsmiddelen.

Ligging t.o.v. grotere infrastructuur

Minder relevant, beperkte/ geen grootschalige aanvoer en afvoer van producten/mest.

Nabijheid bewoningsconcentratie Indien < 15 km: biedt kansen voor extra inkomen uit bijv. verkoop aan huis. Beschikbaarheid energie Minder relevant. Het meest optimaal zijn de gebieden waar zowel bodemvruchtbaarheid als de waterbeschikbaarheid gunstig zijn. Op de kaart is niet af te lezen waar beide van toepassing zijn. Legenda: Kansrijk Biedt extra kansen Ongeschikt Minder relevante dimensie

50

Beoordeling Bergen • Met name in het noordoosten van de gemeente rondom Siebengewald en in een deel ten oosten van de Maasduinen liggen de meer vruchtbare gronden, waar ook waterbeschikbaarheid een minder groot probleem is dan in bijna de gehele rest van de gemeente. Dat maakt dat deze gronden geschikt kunnen zijn voor extensieve akkerbouw en groente-akkerbouw. • De overgangszones van de Maasduinen zullen gemiddeld genomen te droog zijn om geschikt te maken voor extensieve akkerbouw, afhankelijk van waar de grenzen van de overgangszones uiteindelijk worden gelegd. De basis hiervoor is het Nationaal Programma Landelijk Gebied, maar de vertaling moet per provincie worden gemaakt. • Wellicht zijn er mogelijkheden voor innovatieve teelten. Meer hierover in § 4.3.3. • Het waterwingebied ligt niet in een gebied wat geschikt is voor extensieve akkerbouw. • Het overstromingsrisico van de Maas maakt het Maasdal minder geschikt voor de teelt van akkerbouwgewassen i.v.m. de financiële risico’s (hogere kosten / hogere derving). • Voor het gebied rond Siebengewald zijn met name Boxmeer en Goch geschikt als potentiële afzetmarkten voor lokale producten en/of basis voor deelnemers aan CSAachtige activiteiten. Samen met de inwoners uit de gemeente Bergen is dat een potentiële markt van 75.000+ klanten. 4.3.2

Extensieve veeteelt

SPLENDID zegt: Dit type veehouderij biedt voordelen voor landschap, biodiversiteit, waterberging en klimaat in vergelijking met de gangbare melkveehouderij. De productie van melk en andere dierlijke producten per hectare is aanzienlijk lager, maar daar staat een gezondere bodem tegenover. 2. Extensieve veeteelt Dimensie Bodemvruchtbaarheid

Onderbouwing Een hoge bodemvruchtbaarheid is belangrijk voor een goede productie zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen.

Waterbeschikbaarheid Uitspoelingsgevoeligheid Overgangszone N2000

Is minder relevant vanwege extensiever karakter. Is minder relevant omdat gestreefd wordt naar evenwichtsbemesting. Dit kan extra verdienvermogen opleveren via bijvoorbeeld natuur- en landschapsbeheer, aanbieden van op natuurgerichte nevenactiviteiten.

Beekdalen

Extensieve beweiding met bijv. jongvee is in een deel van het jaar mogelijk, en kan als vorm van natuurbeheer worden ingezet.

Cultuurhistorische waarde landschap

Ligging in een landschap met hoge cultuurhistorische waarden kan extra verdienvermogen opleveren uit bijvoorbeeld landschapsbeheer.

Drinkwaterwinning/beschermingsgebied

Extensieve veeteelt kan hier mogelijk profiteren van beheervergoedingen, mits geen gebruik gemaakt wordt van gewas- en bestrijdingsmiddelen.

Ligging t.o.v. grotere infrastructuur Nabijheid bewoningsconcentratie Beschikbaarheid energie

Minder relevant. Indien < 15 km: biedt kansen voor extra inkomen uit bijv. verkoop aan huis. Minder relevant. Legenda: Kansrijk Biedt extra kansen Ongeschikt Minder relevante dimensie

51

Beoordeling Bergen: • Deels geldt voor de extensieve veehouderij hetzelfde als voor extensieve akkerbouw. De gronden rondom Siebengewald en in een deel ten oosten van de Maasduinen zijn ook geschikt voor extensieve veehouderij, in combinatie met gras-, maïs- en graanteelt voor dierlijke en/of humane consumptie. • De overgangszones van de Maasduinen zijn mogelijk geschikt voor natuurinclusieve beheerstrategieën met relatief “zware beheerpakketten”. Of dit rendabel te maken is voor de veehouder hangt o.a. van de langjarige beschikbaarheid van ANLb-gelden (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer) en de mogelijkheid om mee te doen aan het duurzaamheidsprogramma van de zuivelverwerker. Dat laatste hangt o.a. af van de locatie van de verwerking (logistiek van de zuivelfabriek) en of er voldoende vraag is in de markt naar het product met een meerprijs. • Het beperkte aantal percelen grasland in het waterbeschermingsgebied worden waarschijnlijk momenteel ook al gebruikt voor extensieve veehouderij, vanwege de restricties die samenhangen met de waterwinning. Het waterbeschermingsgebied bestaat hoofdzakelijk uit natuurgronden. Een aantal van de landbouwpercelen werd het afgelopen jaar gebruikt voor gerst, tarwe, snijmais en groene braak, maar ook voor uien en bloembollenteelt.

Op een groter perceel (ca 7,5 ha) waar in 2023 uien geteeld werden, stonden in 2021 en 2022 lelies (bron: www.boerenbunder.nl). • Vanwege de relatief lagere financiële risico’s voor grasland is met name het Maasdal geschikt om in te zetten voor extensieve veehouderij. • Voor het gebied rond Siebengewald zijn met name Boxmeer en Goch geschikt als potentiële afzetmarkten voor lokaal product en/of basis voor deelnemers aan CSAachtige activiteiten. Samen met de inwoners uit de gemeente Bergen is dat een potentiële markt van 75.000+ klanten. • Een CSA-achtige constructie voor bedrijven in het Maasdal is geschikter dichtbij de overgangen van de Maas, dan in het midden ertussen. De afstand van 15km wordt al snel overschreden, nog los van de mentale en cultuurhistorische barrière die de rivier vormt. • Algemeen geldt voor de hele gemeente de beperking dat de gemiddelde opbrengsten per ha relatief laag zijn, en dus relatief veel voer bijgekocht zal moeten worden. 4.3.3

Extensieve gemengde bedrijven

SPLENDID zegt: De variatie binnen dit bedrijfstype is groot, maar in algemene zin leveren deze bedrijven hoge baten voor natuur, landschap, bodemkwaliteit en leefbaarheid. De landbouwproductie zelf zal vaak niet voldoende zijn voor een volledig gezinsinkomen.

52

3. Extensieve gemengde bedrijven Dimensie Bodemvruchtbaarheid Waterbeschikbaarheid Uitspoelingsgevoeligheid Overgangszone N2000 Beekdalen

Onderbouwing Een hoge bodemvruchtbaarheid is belangrijk voor een goede productie zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Hoe natuurgerichter de productie, hoe belangrijker de beschikbaarheid van voldoende water . Is minder relevant omdat gestreefd wordt naar evenwichtsbemesting. Dit kan extra verdienvermogen opleveren via bijvoorbeeld natuur- en landschapsbeheer, aanbieden van op natuurgerichte nevenactiviteiten. Hoge grondwaterstanden zijn ongunstig voor gangbare grondgebonden teelten en deze teelten zijn lastig te combineren met natte natuurdoelstellingen. Wel kansen voor innovatieve gewassen. Extensieve begrazing kan goed inpasbaar zijn in gemengd bedrijfstype.

Cultuurhistorische waarde landschap

Ligging in een landschap met hoge cultuurhistorische waarden kan extra verdienvermogen opleveren uit bijvoorbeeld landschapsbeheer.

Drinkwaterwinning/beschermingsgebied

Extensieve landbouw kan hier mogelijk profiteren van beheervergoedingen, mits geen gebruik gemaakt wordt van gewas- en bestrijdingsmiddelen.

Ligging t.o.v. grotere infrastructuur Nabijheid bewoningsconcentratie Beschikbaarheid energie

Minder relevant. Indien < 15 km: biedt kansen voor extra inkomen uit bijv. verkoop aan huis. Minder relevant. Legenda: Kansrijk Biedt extra kansen Ongeschikt Minder relevante dimensie

Beoordeling Bergen De meeste van bovengenoemde beoordelingen van extensieve akkerbouw en veeteelt gelden ook voor de extensieve gemengde bedrijven. Aanvullend: er zijn een beperkt aantal natuurbeekdalen in de gemeente, maar daar zou de extensieve begrazing wel ingezet kunnen worden. Dit geldt vanzelfsprekend ook (of juist) voor de graslanden in het Maasdal. Specifiek bij dit bedrijfstype wordt verwezen naar eventuele kansen voor innovatieve gewassen. Voor de gebieden rond de Maasduinen verdient de teelt van biobased gewassen aandacht. Dit geldt voor de overgangszone (waarvan de grenzen nog exact moeten worden vastgesteld), maar ook daarbuiten kan biobased teelt interessant zijn. Bovendien kan de gemeente ook andere eisen stellen aan gebruik van gronden rond de Maasduinen, die ze wel in eigendom heeft, maar niet formeel in de overgangszone komen te liggen. We constateren dat in de breedte de ambities voor biobased bouwen sterk groeien. In het landelijke programma Building Balance wordt ingezet op biobased materialen van eigen bodem, dat via regionale projecten wordt ingevuld, ook in Limburg. De diverse biobased teelten hebben allen hun eigen specificaties v.w.b. waterbehoefte, gewasbescherming en bemesting. Zie ook afbeelding hieronder (bron: Building Balance). Een deel van de gewassen is daarmee goed inzetbaar in de overgangsgebieden rond de Maasduinen.

Een aantal praktische hindernissen die genomen moeten worden, zijn: • Langjarige teelten zoals Miscanthus vragen een grote aanvangsinvestering. Deze zijn voor een ondernemer dus extra risicovol zonder uitzicht op een langjarige afzetmarkt. • Voor sommige teelten, zoals bijv. vlas, zijn speciale (hele dure) machines nodig om te oogsten en bewerken. Deze kunnen niet rendabel geëxploiteerd worden door een individuele teler. Er moeten daarom afspraken gemaakt worden met afnemers en een

53

loonwerker voor meerjarige teelt en afzet. Om voor de loonwerker rendabel de benodigde machines aan te schaffen is het wel nodig dat er voldoende hectares in de omgeving beschikbaar zijn. De keuze voor een dergelijk gewas kan dus alleen gecoördineerd tussen telers en in de keten gemaakt worden. In o.a. Zeeland zijn coöperaties actief die dit bijv. voor de vlasteelt hebben georganiseerd en de meeste in Nederland geteelde vezelhennep wordt momenteel in Groningen verwerkt.

Figuur 4-29 Landbouwkundige en financiële kenmerken verschillende biobased teelten (bron: Building Balance)

Ook innovatieve teelten gericht op plantaardige eiwitproductie als veldboon of sorghum kunnen worden meegenomen in de afwegingen. Hierbij geldt overigens (ook) dat er voor veel van deze teelten momenteel nog te weinig marktvraag is om puur op basis van marktwerking rendabel te kunnen draaien. 4.3.4

Precisielandbouw

SPLENDID zegt: Precisielandbouw zorgt voor een hoge productie per hectare, en dankzij de invoering van de principes van kringlooplandbouw is de milieudruk minder dan bij de meeste gangbare akkerbouwbedrijven. Wel is die druk aanzienlijk hoger dan bij de extensieve akkerbouw. Dankzij drones en GPS-gestuurde machines kunnen meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en water nauwkeurig worden toegediend waar ze nodig zijn. Waar in de traditionele landbouw beslissingen op veldniveau worden genomen, worden behandelingen in precisielandbouw per vierkante meter of zelfs per individuele plant bepaald. Sensorwaarden worden geanalyseerd met specifieke software die beslisregels en modellen gebruikt om de toestand van het gewas, de bodem en eventuele tekorten of behoeftes vast te stellen 5. Op basis hiervan wordt bepaald óf en welke specifieke behandeling nodig is, en dit wordt uitgevoerd met nauwkeurige machinebesturing. Overigens zien we dat precisietechnieken ook in de gangbare akkerbouw een grote vlucht hebben genomen. 5 De verschillen in bodemvruchtbaarheid binnen de gemeente Bergen komen aan bod in § 4.2.1

54

4. Precisielandbouw Dimensie Bodemvruchtbaarheid

Onderbouwing Een hoge bodemvruchtbaarheid is gunstig. Een lagere bodemvruchtbaarheid biedt kansen voor meer sobere gewassen.

Waterbeschikbaarheid

Precisiebewatering biedt ook kansen in gebieden met lagere waterbeschikbaarheid.

Uitspoelingsgevoeligheid Overgangszone N2000 Beekdalen

Afgestemd op natuurlijk systeem. Afgestemd op natuurlijk systeem. Hoge grondwaterstanden zijn ongunstig voor grondgebonden teelten en deze teelten zijn lastig te combineren met natte natuur- en klimaatdoelstellingen.

Cultuurhistorische waarde landschap

Aandachtspunt, maar geen uitsluitingsgrond als rekening gehouden wordt met cultuurhistorische waarden.

Drinkwaterwinning/beschermingsgebied

Kan niet wanneer gebruik gemaakt wordt van drijfmest, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.

Ligging t.o.v. grotere infrastructuur Nabijheid bewoningsconcentratie Beschikbaarheid energie Legenda: Kansrijk Biedt extra kansen Ongeschikt Minder relevante dimensie

Beoordeling Bergen • Precisielandbouw stemt mestgift, beregening en gewasbeschermingsmiddelen nauwkeurig af op wat ter plekke nodig is en heeft minder externe effecten. Met name voor wat betreft de (grote) uitspoelingsgevoelige delen van de gemeente kan dit interessant zijn. Vanwege forse investeringen zal de kosten-baten analyse op bedrijfsniveau doorslaggevend zijn. • Het stimuleren van precisielandbouw m.b.t. mestgift en gewasbescherming draagt sowieso bij aan milieudoelen. Vanwege de lage waterbeschikbaarheid in een groot deel van de gemeente kan precisiebewatering interessant zijn. Als echter over het totale beteelde oppervlak van een boer gemiddeld genomen toch weer heel veel geïrrigeerd moet worden vanwege de over-all lage waterbeschikbaarheid, is het effect van de precisiemaatregelen m.b.t. watergift beperkt. 4.3.5

Intensieve gewasteelt met reststromen

SPLENDID zegt: Dankzij het hergebruik van reststromen is de milieudruk lager dan in de huidige, niet-circulaire gewassenteelt. Bijvoorbeeld een bedrijf bemest uitsluitend met pellets van organische mest. In het bouwplan zijn stikstofbindende vlinderbloemigen opgenomen, zodat er minder kunstmest hoeft te worden aangevoerd. Gewasresten zoals bietenloof worden verkocht aan veetelers of de restproducten van de oogst worden op het land teruggebracht.

55

5. Intensieve gewasteelt met reststromen Dimensie Bodemvruchtbaarheid

Onderbouwing Een hoge bodemvruchtbaarheid is gunstig. Een lagere bodemvruchtbaarheid biedt kansen voor meer sobere gewassen.

Waterbeschikbaarheid

De beschikbaarheid van voldoende water is belangrijk voor gewasteelt. Bij een lagere waterbeschikbaarheid is teelt van meer droogteresistente gewassen een optie.

Uitspoelingsgevoeligheid

Intensieve teelt waarbij gebruik wordt gemaakt van drijfmest, kunstmest en bestrijdingsmiddelen is op deze gronden niet verenigbaar met waterkwaliteitsdoelen.

Overgangszone N2000

In deze gebieden is het nodig negatieve milieu-invloeden op de natuur te voorkomen. Dat verhoudt zich slecht tot een intensieve bedrijfsvoering.

Beekdalen

Hoge grondwaterstanden zijn ongunstig voor gangbare grondgebonden teelten en deze teelten zijn lastig te combineren met natte natuur- en klimaatdoelstellingen.

Cultuurhistorische waarde landschap

Aandachtspunt, maar geen uitsluitingsgrond als rekening gehouden wordt met cultuurhistorische waarden.

Drinkwaterwinning/beschermingsgebied

Kan niet wanneer gebruik gemaakt wordt van drijfmest, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.

Ligging t.o.v. grotere infrastructuur Nabijheid bewoningsconcentratie Beschikbaarheid energie

Gunstig i.v.m. aanvoer reststromen. Gunstig i.v.m. aanvoer reststromen.

Legenda: Kansrijk Biedt extra kansen Ongeschikt Minder relevante dimensie

Beoordeling Bergen • Ook voor deze vorm van landbouw is waterbeschikbaarheid een belangrijke factor. Daarmee komen het Maasdal en het gebied rond Siebengewald het meest in aanmerking, waarbij het Maasdal vanwege het overstromingsrisico weer minder geschikt zal zijn. • Voor delen met lagere bodemvruchtbaarheid kan gekeken worden naar sobere gewassen (gewassen met een lagere behoefte aan water en nutriënten), maar deze delen gaan vaak samen met lage waterbeschikbaarheid, waardoor alsnog meer beregend/geïrrigeerd moet worden. De combinatie met het hoge uitspoelingsrisico in dezelfde gebieden maakt dit lastig. • De keuzes die bedrijven zelf maken in de bedrijfsvoering m.b.t. hoeveelheid/type mest en gewasbescherming is erg bepalend voor de bijdrage die ze hebben aan milieudoelen. Dit hangt ook samen met de typen gewassen (en de rassen daarbinnen) die worden gekozen (sommige gewassen zijn bijvoorbeeld veel moeilijker te telen zonder gewasbescherming dan andere). Als gemeente kun je overwegen om eventuele extra voorwaarden te stellen, zodat dit bedrijfstype ook daadwerkelijk de impact heeft die je wilt. Dit kan in het kader van de aanwijzing van overgangsgebieden rond Natura2000, maar ook bijv. door voorwaarden te stellen in de pachtcontracten die de gemeente uitgeeft aan boeren.

Hierbij horen waarschijnlijk ook stimulerende maatregelen om kosten en opbrengsten weer in balans te houden. 4.3.6

Intensieve melkveehouderij

SPLENDID: Dit bedrijfstype wijkt niet veel af van wat nu al gangbaar is. Het is sterk gericht op een zo hoog mogelijke melkproductie. Door verbeterde omgang met mest en voer en de winning van duurzame energie is de impact op milieu, natuur en klimaat wel iets gunstiger: minder ammoniakuitstoot, minder import van soja, en iets minder uitstoot van CO2. 56

6. Intensieve melkveehouderij Dimensie Bodemvruchtbaarheid Waterbeschikbaarheid

Uitspoelingsgevoeligheid

Overgangszone N2000 Beekdalen

Cultuurhistorische waarde landschap Drinkwaterwinning/beschermingsgebied Ligging t.o.v. grotere infrastructuur Nabijheid bewoningsconcentratie Beschikbaarheid energie

Onderbouwing Een hoge bodemvruchtbaarheid is gunstig. De beschikbaarheid van voldoende water is belangrijk voor voldoende eigen ruwvoerproductie. Bij lagere eigen ruwvoerproductie moet meer voer worden ingekocht. Intensieve teelt waarbij gebruik wordt gemaakt van drijfmest, kunstmest en bestrijdingsmiddelen leidt op deze gronden altijd tot (enig) verlies naar het grondwater. In deze gebieden is het nodig negatieve milieu-invloeden op de natuur te voorkomen. Dat verhoudt zich slecht tot een intensieve bedrijfsvoering. Hoge grondwaterstanden zijn ongunstig voor intensieve begrazing of intensieve ruwvoerproductie en deze zijn lastig te combineren met natte natuur- en klimaatdoelstellingen. Aandachtspunt, maar geen uitsluitingsgrond als rekening gehouden wordt met de cultuurhistorische waarden. Kan niet wanneer gebruik gemaakt wordt van drijfmest, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Minder relevant. Minder relevant. Minder relevant. Legenda: Kansrijk Biedt extra kansen Ongeschikt

Minder relevante dimensie Beoordeling Bergen • Deels geldt voor de intensieve veehouderij hetzelfde als voor de extensieve veehouderij. De gronden rondom Siebengewald en in een deel ten oosten van de Maasduinen zijn ook geschikt voor intensieve veehouderij, in combinatie met gras-, maïs- en graanteelt (voor dierlijke en/of humane consumptie) geschikt. • Rond het waterbeschermingsgebied is dit bedrijfstype een no go vanwege de restricties die samenhangen met de waterwinning. • Vanwege de relatief lagere financiële risico’s voor grasland is met name het Maasdal geschikt voor intensieve veehouderij. Hier is ook de bodemvruchtbaarheid goed, de waterbeschikbaarheid op peil en de uitspoelingsgevoeligheid lager. • Tegelijkertijd zal vanwege de natuurwaarden in het Maasdal zelf de geschiktheid voor wat extensievere houderijvormen hoger zijn dan voor intensieve veehouderij. • Een optie voor intensievere melkveehouders is ook het gebruik maken van de bioraffinage van gras via Grassa. De eiwitten uit het gras vormen ook een alternatief voor de soja die nu aan varkens en kippen wordt gevoerd. Dat kan de import van soja verminderen uit gebieden waar de teelt voedselproductie verdringt of door ontbossing en watergebruik lokale ecosystemen aantast. Per saldo wordt de uitstoot van ammoniak, fosfaat en methaan verlaagd.

Landelijk maken veehouders hier gebruik van, maar het is voor veehouders in Bergen bovengemiddeld interessant, omdat de productiefaciliteit zich in Afferden bevindt.

57

Figuur 4-30 Schematische weergave Grassa

4.3.7

Intensieve hokdierbedrijven met veevoerproductie

SPLENDID zegt: Op deze bedrijven kunnen kringlopen ten dele gesloten worden, maar een deel van het voer zal van buiten het bedrijf komen, en ook niet alle mest kan worden uitgereden op het land waar het voer wordt geteeld. Economisch scoren deze bedrijven goed, en dankzij moderne stallen zijn de emissies lager zijn dan in de meeste huidige hokdierbedrijven. Anderzijds blijft de productie van veevoer weinig duurzaam, met als gevolg waterverontreiniging en verdere achteruitgang van de bodem. 7. Intensieve hokdierbedrijven met veevoerproductie Dimensie Bodemvruchtbaarheid Waterbeschikbaarheid Uitspoelingsgevoeligheid Overgangszone N2000 Beekdalen

Cultuurhistorische waarde landschap Drinkwaterwinning/beschermingsgebied Ligging t.o.v. grotere infrastructuur Nabijheid bewoningsconcentratie Beschikbaarheid energie

Onderbouwing Een hoge bodemvruchtbaarheid is gunstig. De beschikbaarheid van voldoende water is belangrijk voor voldoende eigen ruwvoerproductie. Bij lagere eigen ruwvoerproductie moet meer voer worden ingekocht. Intensieve teelt waarbij gebruik wordt gemaakt van drijfmest, kunstmest en bestrijdingsmiddelen leidt op deze gronden altijd tot (enig) verlies naar het grondwater. In deze gebieden is het nodig negatieve milieu-invloeden op de natuur te voorkomen. Dat verhoudt zich slecht tot een intensieve bedrijfsvoering. Hoge grondwaterstanden zijn ongunstig voor intensieve begrazing of intensieve ruwvoerproductie en deze zijn lastig te combineren met natte natuur- en klimaatdoelstellingen. Aandachtspunt, maar geen uitsluitingsgrond als rekening gehouden wordt met de cultuurhistorische waarden. Kan niet wanneer gebruik gemaakt wordt van drijfmest, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Minder relevant. Minder relevant. Minder relevant. Legenda: Kansrijk Biedt extra kansen Ongeschikt Minder relevante dimensie

58

Beoordeling Bergen • Voor de teelt van veevoer zijn bodemvruchtbaarheid, waterbeschikbaarheid en uitspoelingsgevoeligheid op dezelfde manier bepalend als genoemd bij extensieve akkerbouw en intensieve gewasteelt met gewasresten. • In de varkens- en pluimveehouderij zijn diverse marktconcepten actief waarbij circulariteit een belangrijk thema is. Denk aan bijv. Krull, Zonvarken en Kipster. Hun positieve impact op de omgeving hangt mede samen met het feit dat het houderijsysteem sterk afwijkt van de gangbare variant, bijv. door mest en urine te scheiden, varkens in strooisel te houden en/of restproducten uit de humane voeding te gebruiken. Dit betekent enerzijds dat ze een onderscheidende marktpropositie hebben, maar anderzijds dat het een zware investering vergt van de veehouder, met bijbehorende risico’s. • Vanuit de Provincie Limburg is het project Het Circulaire Varken gestart, waarin o.a. masterclasses worden georganiseerd voor varkenshouders die nadenken over een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Momenteel zijn hier (nog) geen varkenshouders uit de gemeente Bergen bij aangehaakt, maar daar is zeker ruimte voor. De betrokkenheid van Brightlands en Jan Linders maakt op z’n minst een verkenning vanuit de gemeente over mogelijke deelname logisch. 4.3.8

Agropark met nadruk op dierlijke productie

SPLENDID zegt: “Dankzij het gesloten systeem en de grootschalige productie kunnen bij dit bedrijfstype problemen rond dierenwelzijn, luchtverontreiniging en mestverwerking efficiënt worden aangepakt, waardoor deze bedrijven hogere duurzaamheidsscores opleveren. Bovendien levert de verplaatsing van stallen naar bedrijventerreinen kansen voor verfraaiing van het landschap op. Door de toepassing van kringloopprincipes wordt de omgang met grondstoffen efficiënter. Een nadeel vanuit sociaal oogpunt is dat de directe band tussen de boer en zijn dieren wordt verbroken”. 8. Agropark met nadruk op dierlijke productie Dimensie Bodemvruchtbaarheid Waterbeschikbaarheid Uitspoelingsgevoeligheid Overgangszone N2000 Beekdalen Cultuurhistorische waarde landschap Drinkwaterwinning/beschermingsgebied Ligging t.o.v. grotere infrastructuur Nabijheid bewoningsconcentratie Beschikbaarheid energie

Onderbouwing Minder relevant, want niet-bodemgebonden systeem. Gesloten systeem. Waterbeschikbaarheid is aandachtspunt. Gesloten systeem. Schaal, maat en type zijn niet in- aan te passen aan natuur- en landschapsondersteunende karakter van de overgangszone. Schaal, maat en type niet passend bij karakter en natuur-/ klimaatadaptatie doelen. Schaal, maat en type niet passend bij cultuurhistorische waarden. Niet relevant vanwege gesloten systeem. Belangrijk vanwege veel/ grootschalige aan- en afvoer van voer, producten en mest. In geval van gesloten systeem niet relevant. Goede energievoorziening is belangrijk, maar niet ruimtelijk te duiden. Legenda: Kansrijk Biedt extra kansen Ongeschikt Minder relevante dimensie

59

Beoordeling Bergen De enige echte belangrijke dimensies voor agroparken (zowel dierlijk als tuinbouw) zijn de ligging t.o.v. grotere infrastructuur en de beschikbaarheid van energie. Beiden zijn niet de sterke punten van gemeente Bergen. Aan de beschikbaarheid van energie wordt gewerkt m.b.t. Energielandgoed Wellsmeer. Na realisatie van de geplande zonneparken op het energielandgoed zou die energievoorziening getackeld kunnen zijn. Toch stellen wij vraagtekens bij het realiseren van met name dierlijke agroparken: • Er is sprake van gebrek aan geschikte locaties. Het bedrijventerrein Bergen is nagenoeg vol en uitbreidingsmogelijkheden beperkt i.v.m. de Maasduinen. Het gebied rond Tuindorp leent zich eerder voor een plantaardige concentratie. • De nabijheid van bewonersconcentraties is volgens de SPLENDID methode niet relevant, omdat het systeem gesloten is en geen geur-, stof- of geluidsoverlast hoeft te veroorzaken. We verwachten echter dat de discussie over “megastallen” op zal oplaaien bij omwonenden, ook als productie op een agropark plaatsvindt. • Daarmee samenhangend: in de gesprekken met de gemeente kwam ook de behoefte ter sprake aan binding tussen de landbouw en de (rest van de) samenleving in de gemeente. Deze is op agroparken nagenoeg nihil. Voor wat betreft vestigingsvoorwaarden zijn dierlijke en plantaardige agroparken identiek.

Om de kringlopen op zo laag mogelijk niveau te kunnen sluiten zijn dierlijke agroparken echter afhankelijk van de samenwerking met andere bedrijven voor de aanvoer van voer en afvoer van mest. 4.3.9

Agropark met nadruk op tuinbouw

SPLENDID zegt: De verschillen met hoe de glastuinbouw nu al werkt zijn niet heel groot, alleen is er meer integratie met dierlijke productie, en mogelijk (bij verticale tuinbouw) meer toepassing van kunstlicht. Economisch scoren deze bedrijven goed, en door gebruik van reststromen is de milieudruk lager dan nu. Belangrijk is de toepassing van duurzame energie, waardoor de kas CO 2neutraal wordt. 9. Agropark met nadruk op tuinbouwtuinbouw Dimensie Bodemvruchtbaarheid Waterbeschikbaarheid Uitspoelingsgevoeligheid Overgangszone N2000 Beekdalen Cultuurhistorische waarde landschap Drinkwaterwinning/beschermingsgebied Ligging t.o.v. grotere infrastructuur Nabijheid bewoningsconcentratie Beschikbaarheid energie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14138662/1