CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2023

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de begroting 2023;31.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het is een continu proces. Weerstandsvermogen Ambities kunnen niet gerealiseerd worden zonder risico’s te nemen. Risico’s horen bij het proces van verandering. Het is belangrijk dat de gemeenteraad zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid van onze gemeente en dat zij hierop stuurt. Of we in staat zijn de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die we hebben om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Die bestaan onder andere uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de ‘post onvoorzien’ die in de begroting is opgenomen. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s waar we mee worden geconfronteerd (het risicoprofiel) zoals financiële risico’s binnen projecten. Voor deze risico’s kunnen geen verzekeringen worden afgesloten of voorzieningen worden gevormd, omdat ze weinig voorkomen en niet goed meetbaar zijn. Tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen, maar die wel belangrijk kunnen zijn voor onze financiële positie, bestaat dus een relatie. Die relatie wordt het weerstandsvermogen genoemd.

Ons gemeentelijk beleid is verwoord in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2021. Deze nota is vastgesteld in de raadsvergadering van 15 december 2020. Hierbij is ook vastgesteld dat de gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen 2,0 moet zijn (dit houdt in dat ons eigen vermogen minimaal 2 keer de omvang van de ingeschatte risico’s moet zijn). Daarbij is ook aangegeven dat er een verplichte risicoparagraaf opgenomen wordt in college- en raadsvoorstellen en dat ons risicoprofiel twee keer per jaar (bij de begroting en bij de jaarrekening) als onderdeel van de paragraaf weerstandsvermogen wordt gerapporteerd.

57

Stand van zaken We hebben gekozen voor een cyclische aanpak bij het risicomanagement. Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse hebben we een top 10 vertaald naar een financieel risico. Risicomanagement heeft nu op het niveau van de raad, het college en het ambtelijk management een structurele plek gekregen binnen de Planning, Reporting & Control cyclus. Voor de raad betekent dit dat we bij de begroting en jaarrekening rapporteren hoe de risico’s zich ontwikkelen en hoe deze zich verhouden tot de ontwikkeling van de weerstandscapaciteit. Aanwezige risico's De top 10 van risico's voor onze gemeente wordt hieronder beschreven met een inschatting van het financiële risico. Om de risico’s in kaart te brengen is bij het samenstellen van de nota risicomanagement en weerstandsvermogen een risico-inventarisatie uitgevoerd. Nadat de risico’s zijn benoemd zijn deze gekwantificeerd op: 1. de kans dat de gebeurtenis zich zal voor doen en 2. de financiële consequenties als zich dat risico voor zal doen. In de afgelopen periode zijn de risico’s nogmaals tegen het licht gehouden. In dit onderdeel zullen we ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen die zich kunnen voordoen en benoemen we eventuele nieuwe risico’s. Risico

Toelichting

Gevolg

1

Oorlog in Oekraïne

Door de oorlog in Oekraïne zijn nu al nadelige effecten zichtbaar en die zullen naar verwachting toenemen. De prijzen van gas en elektriciteit zijn hoog, er zijn verliezen op de Europese beurzen en er ontstaat hoge inflatie. Ook zal er opvang geregeld moeten worden voor de vluchtelingen.

2

Energielandgoed Wells Meer

Fase 4. Het doel is te komen tot een gedragen gebiedsontwikkeling voor het realiseren van duurzame energie. Hierbij staat centraal dat het Energielandgoed de komende jaren gebouwd wordt waarbij particulieren financieel kunnen deelnemen.

€ 333.000

3

WAA

De voorgenomen verkoop van de WAA aan Venlo zorgt mogelijk voor hogere kosten.

€ 300.000

4

Jeugdzorg

Vanaf 2015 zijn we financieel verantwoordelijk voor bijna alle taken die met Jeugdzorg te maken hebben. Een van de grootste risico’s is het feit dat we niet de enige verwijzers zijn. We hebben geen invloed op bepaalde vormen van specialistische hulp die heel erg duur zijn, maar we moeten die als gevolg van een rechterlijke machtiging wel uitvoeren (bijvoorbeeld gesloten jeugdzorg met verblijfbehandeling in residentiële instellingen). Ook kunnen huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen doorverwijzen naar jeugdzorg trajecten.

€ 255.000

onbekend

De afgelopen jaren hebben we voor verschillende jongeren dure verblijfsvormen ingezet. Omdat de problematiek hierbij complex is, worden ook zeer specialistische behandeltrajecten ingezet. Ook in 2023 verwachten we jongeren in deze dure trajecten. De aantallen zijn lastig te voorspellen. 5

Corona BUIG (Bijstand/BBZ)

De definitieve impact van de coronacrisis op de uitkeringslasten is moeilijk in te schatten. In het begin van de coronacrisis (maart/april 2020) was een lichte stijging te zien in het aantal bijstandsgerechtigden. De verwachting is dat werkzoekenden eerst een beroep zullen doen op de WW. Tot op dit moment zien we nog geen structurele stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. Ook de definitieve impact van de coronacrisis op de BBZ-regeling is op dit moment moeilijk in te schatten.

€ 250.000

6

Integrale veiligheid

Hoogwater Maas.

€ 175.000

7

Wet Maatschappelijke De kans blijft bestaan op een toenemend gebruik van de voorzieningen. De Wmo is Ondersteuning een openeinderegeling (geen maximale uitgaven) en meer mensen zullen als gevolg van de vergrijzing een beroep hierop doen. Het risico is gebaseerd op de mogelijke overschrijding die optreedt in de tijd die nodig is om tot beleidsaanpassingen over te gaan.

58

€ 170.000

8

Informatiebeveiliging

Onvoorziene acute uitgaven i.v.m. incidenten in het kader van informatiebeveiliging

€ 150.000

9

Leerlingenvervoer

Betreft een openeinderegeling (geen maximale uitgaven).

€ 145.000

10

Belastingheffing

Indien de BsGW niet meer aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen, is Bergen voor ca. 1% aansprakelijk voor de schulden van de BsGW. In het ongunstigste geval kan de gemeenten dan voor € 130.000 worden aangesproken.

€ 130.000

Totaal top 10 geïnventariseerde risico’s Overige risico’s

€ 1.958.000

Naast de top 10 risico’s zijn er nog 32 andere risico’s in kaart gebracht.

€ 1.274.500

Totaal geïnventariseerde risico’s

€ 3.357.500

Benodigde weerstandscapaciteit (70%)

€ 2.350.250

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit financiële middelen en mogelijkheden waarover een gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn af te dekken. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is niet voorgeschreven welke bestanddelen bij de weerstandscapaciteit horen. In het algemeen worden de bestanddelen gebruikt die in onderstaande tabel zijn genoemd.

Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve Bestemmingsreserves Stille reserves Begrotingsaldo (incl. onvoorzien incidenteel) Subtotaal

Werkelijk 2021 Raming 2022

Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Raming onvoorzien Subtotaal

Raming 2023

5.005.248

6.261.000

4.805.248

5.545.138

4.743.000

5.376.990

p.m

p.m

p.m

14.508

711.000

1.023.163

10.564.894

11.715.000

11.205.401

Werkelijk 2021 Raming 2022

Raming 2023

496.666

942.000

62.000

62.000

62.000

558.666

1.004.000

996.322

Totaal weerstandsvermogen

11.123.560

12.719.000

12.201.723

Benodigde weerstandscapaciteit

2.316.650

2.077.000

2.350.250

4,8%

6,1%

5,2%

Ratio weerstandsvermogen Beoordeling financiële positie

Voor de waardering van het weerstandsvermogen gebruiken we de volgende indeling. Waardering

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 - 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1,0

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

59

934.322

We streven naar beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambities en de daarmee samenhangende risico’s. Het uitgangspunt daarbij is een uitstekend weerstandsvermogen. Dat betekent een ratio weerstandsvermogen > 2,0 met als waardering A. Uitkomsten Bergen In onderstaande tabel zijn de uitkomsten voor Bergen afgezet tegen de signaleringswaarden zoals de provincie die hanteert. Categorie A is het minst risicovol en categorie C is het meest risicovol.

Verloop van de kengetallen Rekening Begroting Kengetallen: 2021 2022 Netto schuldquote 74% 95% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 75% 96% Solvabiliteitsratio 21% 15% Grondexploitatie 2% 2% Structurele exploitatieruimte 4,3% 3,8% Belastingcapaciteit 98% 92%

Begroting 2023 108% 109% 15% 2% 0,9% 92%

Signaleringswaarden Om de kengetallen eenvoudig te kunnen lezen heeft NAR (Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement) met de Universiteit Twente signaleringswaarden opgesteld. Categorie C is het meest risicovol en categorie A is het minst risicovol. Door kleuren aan de signaleringswaarden te geven wordt de tabel nog beter leesbaar. In de tabel hieronder is te zien welke signaleringswaarden in welke categorie (A, B of C) vallen. Kengetal 1. Netto schuldquote

A. zonder correctie doorgeleende gelden B. met correctie doorgeleende gelden

2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit

60

Categorie A Categorie B <90% 90-130% <90% 90-130% >50% 20-50% <20% 20-35% Begroting >0% Begroting 0% <95% 95-105%

Categorie C >130% >130% <20% >35% Begroting <0% >105%

Netto schuldquote De netto schuld geeft inzicht in de schulden van gemeenten vergeleken met de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een aanwijzing van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. We bevinden ons in categorie A. 1a. Netto schuldquote A. B. C. D. E. F. G.

Va ste schul den Netto vl ottende schul den Overl opende pa ssi va Fi na nci ël e va s te a cti va Ui tzetti ngen korter da n 1 Li qui de mi ddel en Overl opende a cti va Totaal H. Totale baten Netto schuldquote

Rekening 2021

Begroting 2022

33.679 10.746 3.096 -1.442 -5.992 -283 -519 39.285 53.384 74%

Begroting 2023

34.079 23.630 3.096 -1.405 -5.992 -283 -519 52.606 55.535 95%

31.778 24.165 3.096 -1.405 -5.992 -283 -519 50.840 47.192 108%

Begroting 2024 29.652 23.263 3.096 -1.405 -5.992 -283 -519 47.812 47.456 101%

Begroting 2025 27.525 22.441 3.096 -1.405 -5.992 -283 -519 44.863 47.746 94%

Begroting 2026 25.399 24.734 3.096 -1.405 -5.992 -283 -519 45.030 45.409 99%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, geven we bij de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De manier waarop we de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden berekenen, is gelijk aan de netto schuldquote. Dit alleen als we ervan uitgaan dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c van het BBV). We bevinden ons in categorie A. 1b. A. B. C. D. E. F. G. H.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Va s te s chul den Netto vl ottende schul den Overl opende pas si va Fi na nci ël e va s te a cti va Ui tzetti ngen korter dan 1 jaa r Li qui de mi ddel en Overl opende a cti va Totaal Totale baten Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 33.679 34.079 31.778 29.652 27.525 25.399 10.746 23.630 24.165 23.263 22.441 24.734 3.096 3.096 3.096 3.096 3.096 3.096 -706 -697 -697 -697 -697 -697 -5.992 -5.992 -5.992 -5.992 -5.992 -5.992 -283 -283 -283 -283 -283 -283 -519 -519 -519 -519 -519 -519 40.021 53.314 51.548 48.520 45.571 45.738 53.384 55.535 47.192 47.456 47.746 45.409 75%

96%

109%

102%

95%

101%

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan we het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves verrekend met het resultaat uit het overzicht baten en lasten. We bevinden ons in categorie C. Dit komt door het aantrekken van geldleningen in het verleden. In de komende jaren gaan we deze leningen aflossen en daardoor verbetert onze solvabiliteit.

61

2.

Solvabiliteitsratio

A. B.

Ei gen vermogen Ba l ans tota a l Solvabiliteitsratio

Rekening 2021 13.680 64.152 21%

Begroting 2022 11.629 76.292 15%

Begroting 2023 10.787 74.141 15%

Begroting 2024 11.247 71.990 16%

Begroting 2025 11.830 70.132 17%

Begroting 2026 9.407 68.375 14%

Kengetal grondexploitatie De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarden van de voorraden grond is van belang, omdat die waarde moet worden terugverdiend. In artikel 38, onderdeel a van het BBV wordt gevraagd om in de balans afzonderlijk op te nemen grond- en hulpstoffen gespecificeerd naar: 1. Niet in exploitatie genomen bouwgronden; 2. Overige grond- en hulpstoffen. In onderdeel B van artikel 38 wordt gevraagd om "onderhanden werk" te vermelden. Hieronder vallen ook bouwgronden in exploitatie. Voor de berekening van dit kengetal tellen we de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond en exploitatie bij elkaar op en delen deze door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken. Deze drukken we uit in een percentage. We bevinden ons in categorie A. 3.

Grondexploitatie

A. B.

Ni et i n expl oi ta ti e genomen bouwgrond Bouwgrond i n expl oi ta ti e Totaal Tota l e ba ten Grondexploitatie

C.

Rekening 2021

Begroting 2022

0 1.009 1.009 53.384 2%

0 1.144 1.144 55.535 2%

Begroting 2023 0 909 909 47.192 2%

Begroting 2024 0 505 505 47.456 1%

Begroting 2025

Begroting 2026

0 252 252 47.746 1%

0 0 0 45.409 0%

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij de structurele lasten gaat het om personeelskosten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. In artikel 19 onderdeel c van het BBV wordt een overzicht gevraagd van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma tenminste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd. De overige posten kunnen in een totaalbedrag opgenomen worden. In artikel 19 onderdeel d wordt een overzicht gevraagd van de verwachte structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Op basis van deze gegevens kan het saldo van structurele baten en structurele lasten worden berekend. Daarbij wordt het saldo opgeteld van de structurele onttrekkingen en de toevoegingen aan reserves. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Wij bevinden ons in categorie A.

62

4.

Structurele exploitatie ruimte

A. B. C. D. E.

Structurel e l a s ten Structurel e ba ten Structurel e toevoegi ng res erves Structurel e onttrekki ng res erves Tota l e baten Saldo structureel Structurele exploitatieruimte

Rekening 2021 53.384 53.384 585 2.889 53.384 2.304 4,3%

Begroting 2022 55.535 55.535 369 2.476 55.535 2.107 3,8%

Begroting 2023 47.225 47.192 356 836 47.192 447 0,9%

Begroting 2024 47.400 47.456 356 752 47.456 452 1,0%

Begroting 2025 47.639 47.746 356 518 47.746 269 0,6%

Begroting 2026 45.142 45.409 356 465 45.409 376 0,8%

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de atlas voor lokale lasten. Onder woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente. De belastingcapaciteit van de gemeente wordt daarom berekend door de totale woonlasten voor meerpersoonshuishoudens te vergelijken met het landelijk gemiddelde. We bevinden ons in categorie A. 5. Belastingcapaciteit A. OZB gezi n gemi ddel de WOZ wa a rde B. Ri ool heffi ng gezi n gemi ddel de WOZ wa arde C. Afva l s toffenheffi ng gezi n D. Eventueel heffi ngs korti ng E. Total e l a sten gezi n gemi ddel de WOZ wa arde F. Woonl a s ten l a ndel i jk gemi ddel de gezi n Belastingcapaciteit

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

281,72

274,11

274,11

274,11

274,11

274,11

241 275 0

241 240 0

241 240 0

241 240 0

241 240 0

241 240 0

797,72

754,81

754,81

754,81

754,81

754,81

816,60 98%

817,37 92%

817,37 92%

817,37 92%

817,37 92%

817,37 92%

Samenvattend oordeel kengetallen Vanaf dit jaar presenteren we ook de ontwikkeling van de financiële kengetallen voor de komende jaren. We zien bij alle kengetallen een positieve ontwikkeling. Ook uit de ratio van het weerstandsvermogen blijkt dat we uitstekend in staat zijn om eventuele risico's het hoofd te bieden.

63

Paragraaf C Onderhoud Kapitaalgoederen BBV vereisten De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen:  wegen;  riolering;  water;  groen;  gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen geven we de volgende zaken aan: het beleidskader; de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Bij het schrijven van deze paragraaf houden we rekening met de indeling van het BBV. Inleiding Onze gemeente beheert veel openbare ruimte. In die openbare ruimte vinden een groot aantal activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig: zoals wegen, riolering, kunstwerken, groen, speeltuinen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. In onze gemeente vormen de lasten van het onderhoud van kapitaalgoederen ongeveer 10% van de begroting 2023. Dit is inclusief de arbeidsuren en kapitaalslasten. Hieronder staat een tabel met de jaartallen waarin de onderhoudsplannen zijn gemaakt en worden vernieuwd. Naam

Jaar van vaststelling

Nieuwe vaststelling

Groenstructuurplan

2016

2026

Rioleringsplan

2019

2025

Verplichtingsplan

2013

2023

Onderhoud gemeentegebouwen

2016

2022

Wegenonderhoudsplan

2015

2025

Onderhoud speeltuinen

2015

2022

Openbaar groen Het groenstructuurplan bepaalt de contouren voor de inrichting van en het onderhoudsniveau voor het groen. Het plan geeft in hoofdlijnen zicht op het groenareaal. In 2016 is het groenstructuurplan 20162026 vastgesteld. Er is een aantal kaders vastgesteld op basis waarvan het groenstructuurplan is opgesteld:  Goedkoper maar duurzaam beheer van het groen areaal;  Het accentueren van de landschappelijke verscheidenheid;  Het versterken van de ecologische waarden;  Praktische en doelmatige inrichting. Het doel van het groenstructuurplan is het in beeld brengen van besparingen die mogelijk zijn waarbij met minder manuren het groenareaal op een acceptabel niveau (sober en doelmatig) onderhouden kan worden. Bij het opstellen van het plan is uitgegaan van een beleidsplan voor de daarop volgende 10 jaar.

64

Onderhoud

Ha

Openbaar groen

26,22

Gras

13,80

Beplanting

12,42

Wegen Als wegbeheerder zijn we verantwoordelijk voor de staat van het onderhoud en de veiligheid van de openbare wegen binnen onze gemeente. Het beheer vraagt een gestructureerde aanpak. De uitkomsten van de wegenschouw, planning en begroting zijn vastgelegd in het digitale beheersysteem van de gemeente Bergen: GBI. In het wegenbeheersplan gaan we uit van: ‘een goede staat van de wegen met een minimaal risico op schade voor weggebruikers. De Nota Wegbeheer 2021-2024 is in december 2021 aan de Raad aangeboden en vastgesteld. Het college heeft de opdracht om te komen met een programmatische en realiseerbare aanpak (meerjarenraming) voor de transformatie van de openbare ruimte. Onderhoud wegen (bedrag x €1.000)

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Onderhoudslasten Kapitaallasten Dotatie reserve kapitaallasten

203 582 247

229 660 247

229 754 247

229 728 247

229 673 247

229 673 247

Totaal

1.032

1.136

1.230

1.204

1.149

1.149

Kunstwerken Het in goede en veilige staat houden van 42 kunstwerken is gegarandeerd door het programmatisch uitvoeren van onderhoud. Op basis van inspecties en kengetallen is een meerjarenplanning voor de onderhoudswerkzaamheden van de kunstwerken opgesteld. De lasten hiervan zijn opgenomen in de (meerjaren) begroting. Riolering Het GRP 2020-2025 is een voortzetting van het voorgaande beleid met een prominentere plek voor het klimaat adaptief maken van de leefomgeving. Daarnaast ligt de focus in de planperiode op doorgaan met de afkoppel-activiteiten bij particulieren en in de openbare ruimte, het oplossen van een aantal knelpunten van wateroverlast, het verbeteren van waterkwaliteit en regionale samenwerking. Gebouwen Het onderhoudsplan voor gebouwen is verouderd en wordt in 2022 herzien. In 2022 werd een groot deel van het gemeentelijk vastgoed opnieuw geïnventariseerd en is de onderhoudsstaat in kaart gebracht volgens de NEN2767-methode voor conditiemetingen. De uitkomsten van de inventarisatie zullen we borgen in een softwarepakket voor facilitair beheer. Dit om overzicht over de objecten te houden, efficiënter te werken, te sturen op risico’s en jaarlijks een geactualiseerd meerjarig onderhoudsplan op te stellen. Het plan zal in 2022 worden afgerond. Op dit moment hebben we circa 44 objecten in eigendom met een verzekerde waarde van € 43 miljoen.

In de loop van 2022 wordt een verbouwingsplan verder uitgewerkt voor het gemeentehuis om te voldoen aan de huidige Arbo- en duurzaamheidseisen. Het uitgangspunt is sober en doelmatig.

65

Verlichting In mei 2013 is het Beleidsplan Openbare Verlichting 2013-2022 vastgesteld. In dit beleidsplan worden de uitgangspunten voor de plaatsing, vervanging, beheer en onderhoud beschreven. Het plan bevat aanbevelingen die zich richten op de functies en kenmerken van de openbare ruimten met daarbij het gewenste verlichtingsniveau. De uitwerking van dit beleidsplan leidt ook tot de noodzakelijke investeringen. In 2023 zal een nieuw verlichtingsplan worden opgesteld. Op 31 december 2021 waren er 3.128 lichtmasten. De Energiemonitor openbare verlichting 2020 gemeente Bergen (peildatum januari 2021) levert de volgende resultaten op t.o.v. de landelijke doelstellingen  31,4% energiebesparing: landelijke doelstelling 20% energiebesparing in 2020 en 50% in 2030.  54,5% energiezuinige verlichting: landelijke doelstelling 40% in 2020.  41,6% slim energiemanagement: landelijke doelstelling 40% in 2020. Speeltuinen In 2021 is de speeltuinennota herijkt. Het onderhoud van de speeltuinen wordt op het niveau “schoon, heel en veilig” uitgevoerd. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. Wij gaan het aantal speeltoestellen niet uitbreiden. Dit omdat er voldoende toestellen zijn. In het vastgestelde speeltuinenbeleid staat dat speeltoestellen vervangen worden als ze niet meer veilig zijn en als er nog behoefte aan is.

Overzicht onderhoud kapitaalgoederen Onderstaand een totaaloverzicht van de kapitaalgoederen. Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Openbaar groen riolering Wegen Verlichting Onderhoud gebouwen Kunstwerken Speeltuinen

180 351 181 61 65 0 12

127 590 229 42 76 20 20

127 805 229 42 76 20 20

127 805 229 42 76 20 20

127 805 229 42 76 20 20

127 805 229 42 76 20 20

Totaal

850

1.104

1.319

1.319

1.319

1.319

Plan (bedragen x €1.000)

66

Paragraaf D Financiering BBV vereisten De paragraaf financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens over het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, de financieringsbehoefte, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Bij het schrijven van de paragraaf houden we rekening met de indeling van het BBV. Inleiding In deze paragraaf beschrijven we hoe we omgaan met ons vermogen. We voldoen aan zowel de wettelijke regels als aan de plaatselijke regels.    

Het wettelijk kader komt voor een deel uit nationale regelgeving en voor een deel uit Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving zijn de kaders vooral de: Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO); Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF); Gemeentewet.

Deze wettelijke kaders hebben we verder uitgewerkt en vastgelegd in het gemeentelijke Treasurystatuut 2021 (B&W-besluit: 16 maart 2021). In het Treasurystatuut is vastgelegd hoe geldstromen en financiële vermogenswaarden, met de hieraan verbonden risico’s, worden beheerst. Het betreft niet alleen de regels waar de treasuryfunctie aan moet voldoen, maar ook de bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van de treasury-activiteiten. Beleidsvoornemens Bij financiering gaat het om de vraag hoe we ervoor zorgen dat we steeds voldoende geld hebben om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigen we tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moeten we geld lenen. Hebben we tijdelijk teveel ‘in kas’, dan zijn we verplicht dit geld uit te zetten bij het Rijk via Schatkistbankieren. Al deze activiteiten leiden ertoe dat we een financieringsportefeuille (financieringspositie) hebben. Deze moeten we beheren om de kosten en risico’s te beperken. De regels voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de gemeenteraad bepaald in artikel 15 van de financiële verordening 2017.

De uitoefening van de treasuryfunctie, die is opgedragen aan het college van B&W, bevat op hoofdlijnen de volgende activiteiten: o het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; o het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; o het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op de uitzettingen; o het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Interne ontwikkelingen Voor het tijdig aantrekken of uitzetten van middelen (vooral voor de lange termijn) is een liquiditeitenplanning van belang. Op basis van de liquiditeitsplanning kunnen we vaststellen wanneer een langlopende lening afgesloten moet worden of dat overtollige middelen eventueel weggezet kunnen worden. Het Treasurystatuut is ook gericht op het voorkomen van risico’s bij het uitzetten van gelden. Met de invoering van het schatkistbankieren zijn de mogelijkheden tot het uitzetten van gelden beperkt.

67

Externe ontwikkelingen Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het verwachte verloop van de rente. De gegevens van deze rentevisie zijn afkomstig van onze huisbankier de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. In de begroting rekenen we met een rentepercentage van 2%. Schatkistbankieren De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit met uitzondering van een drempelbedrag dat bepaald is op 0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000 is. Voor ons geldt voor 2023 een drempelbedrag van € 265.000. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, wat zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Alle deelnemers aan het schatkistbankieren hebben een privaatrechtelijke rekeningcourantovereenkomst met de Staat der Nederlanden. De rekening-courant bij de schatkist is gekoppeld aan de BNG bankrekening van onze gemeente. Via die bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald. Door de invoering van het schatkistbankieren dienen gemeenten in de toelichting op de balans te rapporteren over het drempelbedrag (maximum bedrag wat de gemeente aan liquiditeiten in eigen beheer mag aanhouden) en per kwartaal het bedrag aan liquiditeiten die buiten de schatkist zijn aangehouden. Voor ons is het drempelbedrag als volgt:

Schatkistbankieren

2021

2022

2023

Begrotingstotaal

36.713.424

37.442.062

35.281.164

0,75%

0,75%

0,75%

275.351

280.815

264.609

Percentage Drempelbedrag

Rentebeleid In artikel 13 van de BBV is opgenomen dat met ingang van het begrotingsjaar 2018 de financieringsparagraaf inzicht moet geven in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de manier waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. In onderstaand renteschema staan de gevraagde gegevens vermeld.

68

Renteschema a b

2023

externe rentelasten externe rentebaten rentesaldo

c2

rente die doorberekend moet worden aan het grondbedrijf rente projectfinanciering die doorberekend moet worden aan taakveld

c3

rentebaat van doorverstrekte leningen die die doorberekend moeten worden aan taakveld

c1

d1 d2

e f

139.737 -66.583 73.154

11.440

0

0 rente naar taakvelden

-11.440

rentesaldo

0 0 61.714

rente over eigen vermogen rente over voorzieningen

aan taakvelden toe te rekenen omslagrente

-136.709 renteresultaat -74.995

Risicobeheer Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico's. In het Treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten opgenomen die de basis vormen voor alle transacties op dit gebied. Daarnaast geeft de Wet FIDO normen voor het beperken van risico's. De belangrijkste risicocategorie is het renterisico. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn belangrijke richtlijnen om renterisico's te beperken. De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een rente typische looptijd tot één jaar en de renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een rente typische looptijd vanaf één jaar. Het doel van deze normen is het voorkomen van grote verschillen in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen bij herfinanciering van de leningen bij een (aanzienlijk) hogere rente. De normen beperken de budgettaire risico's.

Kasgeldlimiet

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begrotingstotaal € 36.713.424 € 37.442.062 € 35.281.164 € 35.052.378 € 34.837.546 € 34.830.381 Percentage Kasgeldlimiet

€ 8,50%

€ 8,50%

€ 8,50%

€ 8,50%

€ 8,50%

€ 8,50%

€ 3.120.641 € 3.182.575 € 2.998.899 € 2.979.452 € 2.961.191 € 2.960.582

69

Rente risiconorm

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begrotingstotaal € 36.713.424 € 37.442.062 € 35.281.164 € 35.052.378 € 34.837.546 € 34.830.381 Percentage 20% 20% 20% 20% 20% 20% Rente € 7.342.685 € 7.488.412 € 7.056.233 € 7.010.476 € 6.967.509 € 6.966.076 risiconorm

Leningen Stand leningen per 1 januari 2023 Vervroegde aflossingen Reguliere aflossingen Nieuw aan te trekken leningen Stand leningen 31 december 2023

Bedrag 34.079.325 0 2.301.275 0 31.778.050

Kasgeldlimiet Consolidatie (verschillende kortlopende schulden samenvoegen in één lange termijn lening) De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot één jaar, dienen we rekening te houden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de wet FIDO. De kasgeldlimiet is gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal in 2023: € 3 miljoen. Doordat de kortlopende schuld structureel niet hoger mag zijn dan de kasgeldlimiet, wordt het risico beperkt op grote fluctuaties in de korte rente, Dit houdt de begroting in evenwicht. Liquiditeitsberekening (x € 1.000)

Q3 2021

Q4 2021

Q1 2022

Q2 2022

1 Vlottende schuld

712

0

0

0

(aanvang maand)

0

0

0

0

0

0

0

0

2 Vlottende middelen

0

279

263

269

(aanvang maand)

276

281

263

266

280

290

265

264

712

-279

-263

-269

-276

-281

-263

-266

-280

-290

-265

-264

52

-283

-264

-266

5 Kasgeldlimiet

3.121

3.121

3.183

3.183

6a Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4)

3.053

3.388

3.663

3.123

6b Overschrijding kasgeldlimiet (4-5)

0

0

0

0

3 Netto vlottende schuld (+) Overschot vlottende middelen (-) (1-2) 4 Gemiddelde netto vlottende schuld (+) / Gemiddelde overschot vlottende schuld (-)

Berekening kasgeldlimiet 7 Begrotingstotaal

Q3 2021

Q1 2022

Q2 2022

€ 36.713.424 € 36.713.424 € 37.442.062 € 37.442.062

8 Ministerieel percentage 9 Kasgeldlimiet (7x8)

Q4 2021

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

€ 3.120.641 € 3.120.641 € 3.182.575 € 3.182.575

70

Paragraaf E Bedrijfsvoering BBV vereisten Deze paragraaf geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens van de bedrijfsvoering. Inleiding In deze paragraaf beschrijven we een aantal thema’s die van belang zijn voor de gemeenteraad met betrekking tot de organisatie. Achtereenvolgens gaan we in op:  Organisatieontwikkeling;  Huisvesting;  MTO;  Digitalisering/Archief;  Strategisch personeelsplan;  HRM-kengetallen;  CAO-gemeenten. Organisatieontwikkeling De ontwikkeling van de organisatie spitst zich toe op een viertal thema’s’: dienstverlening*, kwaliteit werkorganisatie, leiderschap en HRM. *Voor het onderdeel dienstverlening is een afzonderlijk verbeterplan vastgesteld dat we in 2023 verder uitvoeren. De kwaliteit van de werkorganisatie richt zich o.a. op de verdere digitalisering die met de invoering van het nieuwe zaaksysteem in juli 2022 een forse impuls heeft gekregen. Dit vergt een grote inspanning van veel collega’s. 2023 zal in het teken staan van digitaal werken en archiveren. In die lijn met de Archiefwet zetten we ook in op de digitale archivering en het ontsluiten van informatie. Leiderschap is een permanent ontwikkelproces. De secretaris, afdelingsmanagers, teamleiders en coördinatoren stemmen binnen dit proces periodiek over een aantal bedrijfsvoeringen de koers af.

Elkaar spiegelen op het vervullen van rollen en taken (intervisie) is onderdeel van dit ontwikkeltraject. Op het gebied van Personeel en Organisatie willen we de arbeidsomstandigheden binnen het gemeentehuis en de gemeentewerf verbeteren. Door aanpassingen in beide gebouwen kunnen we voldoen aan de wettelijke bepalingen over arbeidsomstandigheden en onze ambities op het gebied van verduurzamen. Door tekorten op de arbeidsmarkt hebben ook gemeenten moeite om vacatures op te vullen. Dit betekent dat vacatures langer open staan dan gebruikelijk en we vaak meer dan 1 sollicitatieronde moeten doorlopen. In regionaal verband is vanuit de kring van gemeentesecretarissen hier aandacht voor. We bekijken verder hoe we ons als lokale overheid in het algemeen beter kunnen profileren in de arbeidsmarkt. Denk daarbij aan meer aansluiting zoeken bij opleidingsinstituten, stagebeleid te structureren en een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven. Huisvesting Aanpassing gemeentehuis De noodzakelijke en gewenste aanpassingen in het gemeentehuis hebben we in kaart laten brengen. De inzet is om te voldoen aan wettelijke regels rondom arbeidsomstandigheden, verduurzaming van het gebouw en het verbeteren van een aantal functionaliteiten. Daarbij houden we ook rekening met het hybride werken.

Ook de gemeentewerf als werkplaats/kantoorlocatie zal een upgrade krijgen waarbij gelet wordt op voorgeschreven arbeidsomstandigheden en verduurzaming van het gebouw. Ook de brandweerkazerne in het pand zal, in samenspraak met de veiligheidsregio, aangepast worden aan de eisen van duurzaamheid. Een uitgewerkt voorstel met een fasering van maatregelen leggen we afzonderlijk voor.

71

MTO De resultaten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) werden in 2022 bekend en gedeeld met de organisatie en ondernemingsraad. Het beeld dat naar voren komt is dat we op alle onderdelen een vergelijkbare of hogere score kennen dan het landelijk gemiddelde. Dat stemt ons als werkgever tevreden met de kanttekening dat we aandacht moeten geven aan met name werkdruk. Daarvoor zijn met alle teams binnen de organisatie in 2022 gesprekken gevoerd. De opbrengst daarvan zal in 2023 leiden tot concrete verbeteringen. Digitalisering/archivering In 2023 werken we verder aan de verbetervoorstellen over het archief- en informatiebeheer, zoals deze door de raad zijn vastgesteld. De introductie van een nieuw zaaksysteem en de invoering hiervan in 2022 leveren een belangrijke bijdrage hieraan en vergt nog de nodige inspanningen in 2023. Met de verbetervoorstellen gaan we voldoen aan de voorgeschreven eisen die de Provincie toetst in het kader van het interbestuurlijk toezicht Archief- en Informatiebeheer en waarover we aan de raad verantwoording afleggen. Strategisch personeelsplan Strategische personeelsplanning is een proces waarbij je ervoor zorgt dat de juiste persoon op de juiste plek binnen je organisatie zit. Door dit in kaart te brengen zorg je ervoor dat er niet te veel mensen beschikbaar zijn, maar ook zeker niet te weinig.

Door bedrijfsanalyses, financiën en de input van de HR-afdeling, kun je een strategische personeelsplanning opstellen die voldoet aan je bedrijfsdoelen. Door dit te doen, los je personeelsproblemen op voor nu en voor de toekomst. Waarom is strategische personeelsplanning belangrijk? Het hebben van een strategische personeelsplanning is nodig voor organisatorisch succes. Zo kun je door personeelsplanning op het juiste moment de juiste mensen inhuren of aannemen. Daarnaast zorgt het ervoor dat problemen eerder worden geïdentificeerd of zelfs worden voorkomen. Het geeft je inzicht in de verwachte personeelskosten, pensionering van medewerkers en zorgt het ervoor dat je belangrijke sleutelposities op tijd kan invullen. Uiteindelijk zorgt een strategische personeelsplanning er dus voor dat je bent voorbereid op (onverwachte) problemen. Dat scheelt veel tijd en kosten. Om dit doel te bereiken is het nodig extra middelen in te zetten om deze beweging soepel te kunnen maken. Denk hierbij aan constructies van meester-gezel waarbij het onontkoombaar is om tijdelijk extra personeelskosten te maken vanwege dubbele bezetting op sleutelposities. Op basis van de keuzes van het college zal in 2022 duidelijk worden waar het zwaartepunt komt te liggen op het gebied van de benodigde kennis en vaardigheden van onze medewerkers. Pas dan kunnen we een strategisch personeelsplan vorm gaan geven.

Dit plan presenteren we daarna aan het college.

72

HRM kengetallen – Personeelsmonitor 2021 In onderstaande tabellen maken we een vergelijk tussen de kengetallen van Bergen en het gemiddelde van alle kleine Nederlandse gemeenten (tot 20.000 inwoners).

Het ziekteverzuimpercentage is het totaal aantal ziektedagen van de medewerkers in procenten van het totaal aantal beschikbare kalenderdagen in de verslagperiode 2021. o Kort verzuim: verzuim dat maximaal 7 kalenderdagen duurt. o Middellang verzuim: verzuim dat 8 tot en met 42 kalenderdagen duurt. o Lang verzuim: verzuim dat 43 tot en met 365 kalenderdagen duurt. o Extra lang verzuim: verzuim dat 366 kalenderdagen of langer duurt. CAO gemeenten 2023 In juni 2022 zijn door de VNG de contouren geschetst in de nota Ledenraadpleging arbeidsvoorwaarden 2023 richting college en de raad.

73

De bedoeling is om tot een akkoord te komen voor één jaar met daarbij een passende salarisverhoging. Werkgevers denken dat het met een reële inzet van beide partijen mogelijk is om voor het einde van het jaar tot een passende cao te komen. De looptijd van de cao is van 2 januari 2023 t/m 31 december 2023. Werkgevers wensen enkele bepalingen meer te laten rijmen met het private recht en de praktijk in Nederland. Binnen het stelsel van bovenwettelijke sociale zekerheid hebben ze 3 belangrijke voorstellen: 1. meer accent leggen op het voorkómen van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid; 2. behoud van werk (waar dan ook); 3. minder accent op behoud van inkomen bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Krapte op de arbeidsmarkt is momenteel een van de grootste uitdagingen en lijkt een steeds structureler probleem te worden. De coronacrisis heeft op de arbeidsmarkt en bij gemeenten een flinke impact gehad. Ook de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en andere landelijke ontwikkelingen hebben gevolgen voor de werkdruk. Daarbij is onze samenleving ook nog volop in transitie, onder andere op terreinen van klimaat, energie en wonen. Dit alles vergt veel van gemeenten. De personeelsmonitor gemeenten 2021 laat zien dat het aantal medewerkers bij gemeenten opnieuw is gestegen, maar niet voldoende om de druk op het groeiende takenpakket van gemeenten op te lossen.

Eén op de vijf vacatures is moeilijk vervulbaar. Dit zet de gemeentelijke dienstverlening verder onder druk. De vacaturemonitor van het A&O fonds gemeenten laat een verdubbeling van het aantal openstaande vacatures in drie jaar tijd zien. We proberen onze formatie op orde te houden door een aantrekkelijke werkgever te zijn. Dit is een samenspel van lokaal en individueel maatwerk en de cao. Voor tijdelijke functie of voor functies waar dit lastig is kiezen we voor externe inhuur.

74

Paragraaf F Verbonden Partijen BBV vereisten In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat bij de begroting in een afzonderlijke paragraaf wordt ingegaan op de verbonden partijen (Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.). De paragraaf verbonden partijen bevat zoals omschreven in artikel 15, lid 1 BBV ten minste: a. de visie op de beleidsvoornemens over verbonden partijen; b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1. gemeenschappelijke regelingen; 2. vennootschappen en coöperaties; 3. stichtingen en verenigingen; 4. overige verbonden partijen. c. de lijst van verbonden partijen. In de lijst van verbonden partijen staat minstens de volgende informatie opgenomen (artikel 15 lid 2 BBV) : a. de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b. het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e.

de eventuele risico's van een verbonden partij waar geen maatregelen voor getroffen zijn door de gemeenten en die van materiële betekenis kunnen zijn op de financiële positie van de gemeente. Bij het schrijven van de paragraaf houden we rekening met de indeling van het BBV. Inleiding De wens is dat de raad kaders stelt aan de verbonden partijen en ze controleert, omdat ze van belang zijn voor onze gemeente .In deze paragraaf gaan we in op de voortgang van de beleidsuitvoering en nieuwe ontwikkelingen onder verwijzing naar de nota Governance Verbonden Partijen zoals vastgesteld in 2017. Het vastgestelde beleidskader is toegepast in het onderstaande overzicht van de bestaande verbonden partijen. Hieronder geven we aan met welke bedrijven we een verbintenis hebben. Huidige bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging bij verbonden partijen:  Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW)  Veiligheidsregio Limburg-Noord  Omnibuzz  Werkvoorziening Aanvullende Arbeid  Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord  Biblioplus  Regionale uitvoeringsdienst (RUD) De begrotingen en begrotingswijzigingen van bovengenoemde samenwerkingsverbanden worden aan de raad voorgelegd voor een zienswijze.

Verbonden partijen waarover advies wordt gegeven aan college:  Burgemeestersoverleg regio Venlo  Het veiligheidshuis Noord-Limburg  Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC)

75

Verbonden partijen waarvan gemeente Bergen aandeelhouder is en waarover geen advies wordt gegeven aan college en raad:  Enexis Holding N.V  Deelneming vordering Enexis (per 9 april 2020 ontbonden)  Verkoop Vennootschap B.V. (per 9 april 2020 ontbonden)  Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.  CBL Vennootschap B.V. (Cross Border Leases) (per 9 april 2020 ontbonden)  Claim Staat Vennootschap B.V.  Extra Zekerheid Vennootschap B.V.  Waterleidingmaatschappij Limburg  Bank Nederlandse Gemeenten  Inkoopcentrum Zuid  Energielandgoed Wells Meer B.V. Verbonden partijen waarover geen advies wordt gegeven aan college en raad:  Euregio-Rijn Waal  Euregio-Rijn-Maas Noord  Regio Venlo  BING  Gemeenschappelijke Orgaan regeling voor het toezicht op het Openbaar onderwijs Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave, Mill en St. Hubert  Regiovisie Bergen/Gennep/Mook  Bestuurlijk overleg Maas  Werkbedrijf  Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz  Lokale educatieve en welzijnsagenda  O.O.G.O.

(Op Overeenstemming Gericht bestuurlijk Overleg)  Overleg orgaan toezicht openbaar onderwijs  De lokale Driehoek (Burgemeester, Officier Openbaar Ministerie, Chef Politie)  Regionaal bestuurlijk overleg  Regiovisie Sport  Limburgs integriteitsoverleg  Fluglärm Commission  Gemeenschappelijke luchtverkeerscommissie  Regionaal Mobiliteitsoverleg  Nazorgorganisatie/Bodemzorg  Overleg openbaar vervoer  7 Burgemeesters overleg  Stichting Leisure port  Stichting promotieplatform Maasduinen  Stichting Limburg-Noord  Routebureau Noord- en Midden Limburg  Toeristisch platform  Platform Noordelijke Maasvallei  Overlegorgaan Nationaal Park de Maasduinen  Maascorridor  Industriële kring  Contactgroep Flammert  Coördinatieoverleg EZ  Werkgroep Ruimte en Economie  Werkgroep Wonen Noord-Limburg  Werkgroep Landelijk gebied  Regionale Energie Alliantie  Waterpanel Noord  Stuurgroep Wonen Noord-Limburg

76

Overzicht verbonden partijen

Omnibuzz Vestigingsplaats

Geleen

Website

https://www.omnibuzz.nl

Gemeentelijk belang Gemeentelijk aandeel

Betreft organisatie en uitvoering van het collectief vraagafhankelijke vervoer van 30 Limburgse gemeenten voor klanten met een indicatie vanuit de WMO. € 158.278

Vertegenwoordiging

Wethouder Ponjee

Beleidsverantwoording

De missie van Omnibuzz is: “Goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar doelgroepenvervoer voor nu en later”. Het doel is: het bieden van de beste service op het gebied van (aangepast) vervoer. Om te kunnen sturen op de best passende vervoersoplossingen, is Omnibuzz ingericht als mobiliteitscentrale.

Risico's

De geactualiseerde ingeschatte risico’s van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omnibuzz zijn als volgt bepaald: 1. Verminderd draagvlak en/of draagkracht bij gemeenten voor de missie en visie van Omnibuzz. 2. Beheersbaarheid van het vervoer. 3. Economische kwetsbaarheid taxibedrijven. 4. Kennis en inzetbaarheid intern personeel. 5. Continuïteitsrisico door serverbeheer. Voor de geïdentificeerde risico’s geldt dat Omnibuzz passende maatregelen treft. Op basis van een impactanalyse is de minimum (€520.000) en maximum (€1.308.000) stand van de algemene reserve berekend. Het verwachte saldo aan het begin en eind van 2023 (€ 900.000) ligt binnen deze bandbreedte. Eigen vermogen 31-12-2021 € 4.242.000 Vreemd vermogen 31-122021 Resultaat 2021

€ 3.626.000 € 2.886.000

77

Biblio+ Vestigingsplaats

Boxmeer

Website

https://www.biblioplus.nl/

Gemeentelijk belang

Gemeentelijk aandeel

Met als vertrekpunt de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het lokale bibliotheekwerk. In dat kader hebben we aansluiting gezocht bij Stichting Biblioplus: een samenwerkingsverband van Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave, Mill en Sint Anthonis. € 195.250

Vertegenwoordiging

Wethouder Ponjee

Beleidsverantwoording

In het voorjaar 2020 is het beleidsplan voor de periode 2021-2024 vastgesteld. Risico's Biblioplus heeft ruim 31.000 leden. We hebben vestigingen in de gemeente Land van Cuijk, Bergen en Gennep. Hiernaast zorgen we voor het bibliotheekwerk op 57 basischolen. De organisatie telt 37 medewerkers en werkt met meer dan 550 vrijwilligers. Eigen vermogen 31-12-2021 € 448.000 Vreemd vermogen 31-122021 Resultaat 2021

€ 774.000 - € 49.000

78

Regionale Uitvoeringsdienst Vestigingsplaats

Venray

Website

https://www.rudlimburgnoord.nl

Gemeentelijk belang

Gemeentelijk aandeel

Samenwerking op basis van een Gemeenschappelijke Regeling binnen Noord- en Midden Limburg op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor taken uit het werkveld van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deelname aan de RUD is voor een aantal taken, de zogenaamde basistaken, verplicht op grond van de Wet VTH (Hfst 5 van de Wabo) die op 14 april 2016 in werking trad. € 26.764

Vertegenwoordiging

Burgemeester Pelzer

Beleidsverantwoording

De doelstelling van het programma is om, in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers, de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij het uitvoeren van VTH taken, en ook de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, flexibele, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn. De dienstverlening wordt verbeterd door: 1. Een 'level playing field' (gelijke benadering en behandeling onder de GR RUD LN); 2. Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden. Risico's De RUD LN inventariseert jaarlijks de risico's waaraan ze is blootgesteld. Een aantal risico's zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering. ln het kader van het opstellen van de begroting 2020 als ook op verzoek van de toezichthouder, is de inventarisatie niet alleen geactualiseerd maar tevens gekwantificeerd. Het totaal van de risico's is becijferd op € 77.OOO. Het uitgangspunt is om geen algemene reserve in te stellen. Mochten de risico's in een jaar boven de post onvoorzien uitkomen, dan worden deze doorberekend aan de deelnemers zoals afgesproken in de GR. Er is bewust gekozen om niet alle mogelijke risico's af te dekken.

Enerzijds omdat er vanuit gegaan wordt dat niet alle risico's zich tegelijkertijd zullen voordoen. Anderzijds omdat het rekeningresultaat (positief dan wel negatief) verrekend wordt met de deelnemers. Mochten de risico's in een jaar boven de post onvoorzien uitkomen, dan moeten de deelnemers deze extra kosten betalen zoals afgesproken in de GR. Eigen vermogen 31-12-2021 € 211.000 Vreemd vermogen 31-122021 Resultaat 2021

€ 807.000 €0

79

Werkvoorziening Aanvullende Arbeid Venlo e.o. (WAA) Vestigingsplaats

Venlo

Website

https://www.waagroep.nl

Gemeentelijk belang

Gemeentelijk aandeel

De doelstelling van WAA is het uitvoering geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Participatiewet (onderdeel Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) in de regio Venlo. Dit doet ze als Gemeenschappelijke Regeling (GR) voor en namens de deelnemende gemeenten in de regio Venlo en tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. € 1.300.000

Vertegenwoordiging

Wethouder Buijsse

Beleidsverantwoording

De strategische koers is verder vertaald in de onderstaande strategische uitgangspunten en beleidslijnen die door het bestuur zijn vastgesteld: 1. Voor de bepaling van de strategische beleidskeuzes van de WAA-groep is de uitvoering van de Participatiewet –zowel op regionaal als op lokaal niveau- bepalend. Het Werkgevers Servicepunt (WSP) is in deze strategie het regie- en coördinatiecentrum voor de arbeidsmarkt regionale vraagstukken van vraag- en aanbod. Dit vanuit (semi)overheidszijde. Ze wordt bestuurd vanuit het Werkbedrijf en de in het WSP samenwerkende partners. 2. De verantwoordelijkheid voor zowel de regie als uitvoering voor het beschutte deel van de Wsw is per 1 januari 2018 geheel in handen van de deelnemende gemeenten zelf. Zij zijn vanaf die datum zelf verantwoordelijk voor zowel het materieel werkgeverschap voor deze Wsw groep, als voor het aanbod van werkplekken aan SW(Sociaal Werk)-medewerkers uit de Beschutte Wsw groep. Ze zijn daar (financieel) verantwoordelijk voor onder de Wsw. Dit betreft SW-medewerkers met een loonwaarde van maximaal 30% van het minimumloon of lager. 3. De betreffende SW-medewerkers blijven formeel in dienst bij de WAA. WAA is daarmee omgevormd tot een sociaal duurzaam detacheringsbedrijf voor de resterende WsW-doelgroep.

80

Risico's

Als de belangrijkste risico's zien wij: 1. Het optimalisatieproces. Er is vanaf 2014 door het bestuur een financieel kader bepaald voor de WAA waarin is aangegeven dat het bedrijfsresultaat vanaf 2015 t/m 2020 sterk verbeterd moet worden om het effect van de oplopende kortingen op de rijksbijdrage WSW vanaf 2015 te dempen. Al vanaf 2015 wordt deze koers van WAA jaarlijks herijkt. Daarbij blijft het duidelijk dat het niet geheel of gedeeltelijk passend kunnen plaatsen van WSW-ers tegen optimaal renderende condities van groot belang is voor het uiteindelijke resultaat van WAA. 2. Mogelijke verkoop WAA. Gemeente Venlo onderzoekt al enkele jaren of ze een stap wil zetten om al haar activiteiten, in het kader van de Participatiewet, integraal binnen haar eigen gemeentelijk domein wil nemen. 3. Risico's uit hoofde van WSW. Het is niet uit te sluiten dat de rijksbezuinigingen op de WsW in de toekomst verder zullen gaan. Uit hoofde van de bedrijfsrisico's is het minimale weerstandsvermogen bepaald op € 3.000.000. Bij grotere calamiteiten moeten de gemeenten bij springen.

Eigen vermogen 31-12-2021 € 4.469.000 Vreemd vermogen 31-122021 Resultaat 2021

€ 15.000 - € 200.000 (verlies)

81

Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Vestigingsplaats

Roermond

Website

https://bsgw.nl/nl

Gemeentelijk belang

Gemeentelijk aandeel

BsGW behartigt, als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende waterschappen en gemeenten, de zorg voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen. Ook beheert ze de authentieke basisregistratie WOZ. De keuze voor welke belastingen door het BsGW worden uitgevoerd, wordt bepaald door de deelnemer. Het takenpakket bestaat uit:  het taakveld van advisering en opstellen van conceptverordening(en);  de opbouw van benodigde basisregistraties;  het opleggen en innen van de aanslagen (tot en met de dwang invordering;)  het oninbaar verklaren;  afhandeling van klantreacties gedurende deze processtappen. € 176.000

Vertegenwoordiging

Burgemeester Pelzer

Beleidsverantwoording

Beleid en strategie zijn gericht op: - daling van kosten voor de deelnemers; - minimaal gelijkblijvende kwaliteit van de dienstverlening; - vergroting van digitale dienstverlening.

Risico's

Begin 2020 heeft BsGW opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd. Deze is geactualiseerd op basis van de meest actuele begrotingscijfers uit 2020. De benodigde weerstandcapaciteit is berekend op € 1.190.000. De bedrijfsvoeringrisico’s voor BsGW zijn oplopend qua impact (kans x gevolg): 1.Datalek, hackersaanvallen en overige ICT-storingen 2.Uitbesteding van niet-kernactiviteiten 3.Fraude 4.Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden 5.Overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW 6.Ambitieuze schatting opbrengst vervolgingskosten 7.Frictiekosten personeel Eigen vermogen 31-12-2021 € 362.000 Vreemd vermogen 31-122021 Resultaat 2021

€ 9.490.000 - € 1.565.000

82

Veiligheidsregio Limburg Noord Vestigingsplaats

Venlo

Website

https://www.vrln.nl

Gemeentelijk belang

Gemeentelijk aandeel

De VRLN geeft vorm en inhoud aan intergemeentelijke samenwerking op de schaal van Noord- en Midden-Limburg en heeft tot doel: 1. het behartigen van de belangen van de gemeenten en inwoners op het gebied van: a. brandweerzorg; b. geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen; c. rampenbestrijding en crisisbeheersing; d. het bevorderen van de multidisciplinaire uitvoering van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de bestrijding van zware ongevallen. 2. het bevorderen van een samenhangend integraal veiligheidsbeleid in de regio; 3. het behartigen van taken die door de wet- en regelgeving aan gemeenten zijn toegekend op het gebied van collectieve preventie volksgezondheid en maatschappelijke zorg. Hiervoor is samenwerking tussen gemeenten op de schaal van de regio vereist uit het oogpunt van verhoging van efficiency en effectiviteit. € 1.451.518

Vertegenwoordiging

Burgemeester Pelzer

Beleidsverantwoording

De Wet publieke gezondheid (Wpg) geeft de gemeenten de opdracht om, via een Gemeenschappelijk Regeling (GR) een gemeentelijke gezondheidsdienst in te stellen en in stand te houden. Dat gebeurt in de vorm van de GGD Limburg-Noord. Kernactiviteit van de GGD is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de ruim 515.000 inwoners in de regio. Een sterke publieke gezondheid is een krachtig instrument om concreet invulling te geven aan de publieke belangen in onder andere het (grotendeels private) zorgveld. De resultaten in de publieke gezondheid dragen bij aan de verschillende beleidsdomeinen binnen de gemeenten. Denk hierbij aan (arbeids-)participatie, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), ruimtelijke ordening en sociale veiligheid. Het programma Brandweerzorg bestaat uit de onderdelen risicobeheersing, incidentbestrijding en preparatie. Via het onderdeel risicobeheersing biedt zij gemeenten deskundige hulp bij het voorkomen en beperken van (brand)incidenten en het indammen van brandrisico's. Incidentbestrijding betreft de operationele brandweerzorg (o.a. het bestrijden van branden en ongevallen). Hier ontbreekt tekst over preparatie.

83

Risico's

De belangrijkste risico’s gaan over: 1. Kwaliteit personeel: a. het risico dat medewerkers niet voldoende beschikken over gevraagde competenties; b. het optreden van ontwikkelingen in de omgeving die de vereiste en beschikbare kwaliteiten op spanning kunnen zetten; c. de uitstroom van deskundigheid en ervaring door gemiddeld hoge leeftijd personeel wat leidt tot onvoorziene investeringen in opleidingen en positionering van de VRLN als aantrekkelijk werkgever en werving- en selectietrajecten. 2. Kwantiteit personeel: het risico op onderbezetting door gebrek aan (gespecialiseerd) personeel wat kan leiden tot productieverlies, verminderde paraatheid en hulpverlening, hogere kosten inhuur en het niet kunnen voldoen aan gemaakte afspraken/verwachtingen wat leidt tot onvoorziene externe inhuur en/of werving- en selectietrajecten. 3. Ziekteverzuim: het risico op ziekteverzuim door het ervaren van hoge werkdruk, onderbezetting en gevraagde flexibiliteit van medewerkers, met als gevolg niet gedekte externe inhuur. 4. Beroepsziekten en arbeidsongevallen: risico is dat de verzekering de schade als gevolg van bepaalde ziekten/ongevallen niet (meer) dekt (bijvoorbeeld PTSS). 5. Financiële claims: het risico dat de VRLN claims krijgt als gevolg van handelwijzen van medewerkers, die niet gedekt zijn door de verzekering. 6.

Kennisdeling: het risico dat beschikbare en benodigde informatie onvoldoende gedeeld wordt (met interne en externe partijen). Kennisdeling vraagt om extra onvoorziene investeringen. 7. Integriteit beveiliging data: het risico op uitval van systemen en verlies van data als gevolg van gedrag van medewerkers, met extra kosten als gevolg. 8. Bij extreme weersomstandigheden is extra inzet van medewerkers nodig wat leidt tot hogere kosten voor de inzet van bijvoorbeeld brandweervrijwilligers. Dit is niet volledig is meegenomen in de begroting. 9. Het risico dat door inwerkingtreding van de WNRA de vrijwilligers betaalde beroepskrachten moeten worden. Dit leidt tot hogere arbeidskosten bij gelijkblijvende personele inzet. 10. Het handelen in strijd met wet- en regelgeving waarmee het risico ontstaat op een rechtszaak tegen de VRLN. Bijvoorbeeld bij aanbestedingen wat leidt tot (gerechts-)kosten en/of boetes. 11. Het onvoldoende bereiken van kinderen die in aanmerking komen voor (RVP-)vaccinaties waardoor de vaccinatiegraad onder RIVM-streefwaarde komt. Daardoor wordt het risico op uitbraak van ziekte vergroot, wat leidt tot de noodzaak tot actievere voorlichting van ouders en extra

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11909666/1