5. Primaire begroting 2023 WAA Schap def vastgesteld door BO dd 23-3-22
Tekst van het document
door het lopende onderzoek Samen Verder! naar een andere uitvoeringsmodaliteit - als Gemeenschappelijke Regeling door haar gemeenten integraal aangewezen als uitvoerder van de WSW. Zij heeft primair als taak de uitvoering van de WSW voor, door en namens de deelnemende gemeenten te verzorgen, hen te ondersteunen bij het invullen van hun WSW taakstelling en fungeert als Shared Service Center en als gemeenschappelijke werkgever voor WSWdienstbetrekkingen voor en namens haar deelnemende gemeenten. In deze begroting wordt ervan uitgegaan dat, going concern en met inachtneming van de huidige status quo situatie, de gemeenten de rijksbijdrage WSW voor elke gerealiseerde WSWdienstbetrekking, idem als tot en met 2022, ook voor de volgende jaren volledig beschikbaar blijven stellen aan het Schap. Voor de bepaling van de rijkssubsidie WSW per dienstbetrekking en de in te vullen taakstelling door het Schap per gemeente, is in deze begroting uitgegaan van het voor 2023 e.v. apart door het Rijk aangegeven vergoedingendeel WSW als onderdeel in de Participatiewet voor de verschillende gemeenten. Dit wordt jaarlijks door het ministerie van SZW gepubliceerd als onderdeel van het totale Participatiebudget. Onderstaande variabelen zijn hierin bepalend en worden hiervan afgeleid: • Het aantal medewerkers, uitgedrukt in arbeidsjaren resp.
standaardeenheden (SE), dat landelijk én per gemeente apart via de Participatiewet, onderdeel Wet sociale werkvoorziening, bekostigd wordt, wordt op basis van actuariële gegevens ten aanzien van verwachte uitstroom hiervan jaarlijks bepaald. Hierbij vormt de situatie eind 2020 en de hiervan afgeleide budgetten zoals SZW die eind 2021 gepubliceerd heeft voor 2022 t/m 2026 de basis. Deze gegevens worden in de loop van 2022 door het Rijk jaarlijks geactualiseerd voor 2023 en verder op basis van de realisatie van t-1 resp. op basis van de realisatie 2021 voor 2022 e.v. • Een vast budget per standaardeenheid waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen budget voor oude doelgroep (WSW) en budget voor nieuwe doelgroep (Participatiewet);
- 19 -
•
De “omrekenverhouding” WSW-medewerkers, uitgedrukt in Full Time Equivalent (FTE), naar standaardeenheden (SE), kenbaar gemaakt aan de afzonderlijke bestuurlijke eenheden middels een uitvoeringsbeschikking.
•
Voor 2023 worden de volgende omrekenfactoren vastgesteld (idem als in 2022): o Licht gehandicapt 1,00 o Middel gehandicapt 1,00 o Zwaar gehandicapt 1,25
De door het Rijk voor 2023 aan gemeenten toegekende WSW subsidievergoeding in arbeidsjaren is het te realiseren bezettingsdoel voor elke gemeente, en hiervan afgeleid voor WAA geeft dit tevens het maximum aan van de te subsidiëren WSW-arbeidsplaatsen per gemeente voor 2023. Omdat deze subsidiëring tot en met 2026 is bepaald o.b.v. historische bezettingscijfers uit 2021 en een statistische uitstroomkans voor de jaren na 2021, is er een risico op (grote) afwijkingen in de komende jaren. En ondanks het feit dat vanaf dus 2015 geen instroom in de WSW meer plaatsvindt blijft hierdoor een risico van onder- of overrealisatie aanwezig. In geval van orderrealisaties in SE is het gestelde doel niet gerealiseerd maar hoeft vanaf 2015 het niet door WSW verplichtingen gedekte overschot op de rijkssubsidie WSW niet te worden terugbetaald aan het Rijk. Dit omdat vanaf 2015 sprake is van een niet geoormerkt WSW-deel in een ontschot overall Participatie-budget. Bij overrealisatie geldt dit ook en zijn de kosten voor overrealisatie derhalve ook voor eigen risico en rekening van de betreffende gemeente. De reguliere WSW subsidie (excl.
een eventuele incidentele Covid-19 opslag) van naar verwachting € 30.473 per arbeidsjaar in 2023 zal, in lijn met hetgeen eerder door het Rijk is aangegeven, naar verwachting ook na 2023 stabiel blijven op dit nieuw nominaal structureel lagere niveau ten opzichte van afgerond €29.000 in 2020. In de volgende jaren zullen naar verwachting hierop alleen nog jaarlijks aanpassingen gedaan worden o.b.v. indexatie ter hoogte van de zgn. LPO. Deze indexatie dekt echter alleen en slechts ten dele de verwachte loonkostenstijging af en verkleint het oplopende subsidietekort, maar compenseert het zeker niet. De financiële gevolgen van de afbouw van de rijksbijdrage WSW zijn geheel voor risico en rekening van de hiervoor bij wet door het Rijk aangewezen gemeenten. 2. Sociaal beleid In de beleidsvisie van het bestuur is aangegeven welke doelstellingen het Schap nastreeft. Op sociaal gebied zijn deze doelstellingen onveranderd ten opzichte van vorige jaren en vertaald in concreet meetbare termen als: o een beleid gericht op plaatsing van WSW-medewerkers in het reguliere bedrijfsleven, rekening houdend met de individuele wensen en mogelijkheden van eenieder; o optimale invulling van de jaarlijks door het Rijk aangegeven taakstelling. Plaatsingen, in- en uitstroom Het verloop van het aantal geplaatste fte (incl.
Begeleid werken) is als volgt: Aantal fte Beginstand Bij: instroom Bij: toename a.g.v. verhuizingen en wijzigingen van handicapcode Af: Werken in buurten naar deelnemende gemeenten Af: uitstroom naar reguliere arbeid Af: uitstroom overige Eindstand Uitstroom in %
2023* 379,9 0,0
2022* 394,9 0,0
2021 420,0 0,0
2020 456,3 0,0
2019 472,6 0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
n.v.t. 0,0 -13,6 366,3 -3,6%
n.v.t. 0,0 -15,0 379,9 -3,8%
n.v.t. 0,0 -25,1 394,9 -6,0%
n.v.t. 0,0 -36,3 420,0 -8,0%
n.v.t. 0,0 -16,3 456,3 -3,4%
*) 2019 en 2020 werkelijk, 2021 volgens laatste cijfers, 2022 en 2023 volgens begroting
Vanaf 2015 is de eindstand van t-1 en de actuarieel berekende uitstroom per gemeente leidend voor de jaarlijkse subsidievaststelling WSW van de afzonderlijke gemeenten voor de komende perioden. - 20 -
Wachtlijst Vanaf 1-1-2015 zijn alle WSW-wachtlijsten opgeheven omdat vanaf die datum ook geen instroom meer mogelijk is vanaf een wachtlijst in de WSW. Taakstelling WSW en realisatie WAA zal, conform de beleidsdoelstellingen, evenals in 2022 ook in 2023 en volgende jaren de aan haar door individuele gemeenten toegewezen WSW-populatie conform de kaders van de WSW voorzien van passende arbeid. 3. Financieel beleid De begroting 2023 van het Schap sluit met een tekort van € 1.260.000. Dit is incl. een bijdrage in de reorganisatie-/frictiekosten ad € 207.000 aan WAA groep nv. Het tekort zal worden gedekt door: • een gemeentelijke tekortfinanciering ad € 600.000; • een onttrekking van € 207.000 uit de bestemmingsreserve ter dekking van frictiekosten over 2022; • een vrijval van € 147.500 van de bestemmingsreserve, dit uit hoofde van bestuursbesluiten in december 2021 dat de per 31-12-2021 benodigde bestemmingsreserve € 590.000 minder is dan eerder voorzien, en dat dit voordeel verdeeld over de jaren 2021 tot en met 2025 wordt ingezet ter dekking van eventuele exploitatietekorten van het Schap resp. ter mitigering van de gemeentelijke bijdragen over die jaren; • inzet van overschotten op de exploitatie uit voorgaande jaren ad € 305.000 ten laste van de algemene reserve.
Voor de jaren 2023 t/m 2026 is vooralsnog eveneens jaarlijks een vaste bijdrage van € 600.000 aan gemeentelijke tekortfinanciering begroot. Het jaarlijks tekort van het Schap is in die jaren begroot op gemiddeld ca. €1 mio tot €1,4 mio. Het verschil zal door het Schap en WAA groep nv ook in die jaren, idem als in 2023, door inzet van de bestemmingsreserve frictie én de vrijval hiervan ad jaarlijks € 147.500 en verder door inzet van in het verleden uit positieve exploitaties opgebouwde eigen middelen worden gedekt. Hierdoor zal het totale weerstandvermogen van Schap en de NV jaarlijks vanaf 2022 afnemen van ongeveer € 7,1 mio tot € 3,1 mio eind 2026, en zit dan op het bestuurlijk bepaalde minimum niveau van € 3,0 mio. Tot 2026 is de ruimte boven het minimumniveau bestuurlijk gealloceerd om eventuele negatieve effecten door Covid-19 op te kunnen vangen. Zowel het subsidieresultaat als het operationele resultaat bij WAA groep nv zijn relevant voor het totaalresultaat van de gehele entiteit WAA. Hieronder valt de aard en omvang van de opbrengsten voor verkochte diensten én de hieraan verbonden bedrijfskosten. Daarbovenop is het ook van belang in hoeverre een SW-organisatie succesvol is bij het buiten plaatsen van cliënten middels Begeleid Werken.
En ten slotte zijn de kapitaallasten en overheadkosten van belang die weer afhangen van hoe en op welke wijze de invulling van overhead en de financiering van een organisatie vorm en inhoud is gegeven. Door de koerswijziging Samen Anders! heeft WAA groep nv dit operationele resultaat vanaf 2018 positief kunnen ombuigen, echter onvoldoende om het sterk oplopende subsidietekort te compenseren. Evenals 2020 zal ook 2021 naar verwachting nog een positieve uitschieter opleveren t.o.v. de begroting door met name structureel gereduceerde kosten, m.n. van regulier personeel. Wat betreft 2020en 2021 dient hierbij ook te worden opgemerkt dat door de Covid-19 crisis de omzet daalde t.o.v. 2019, maar dit werd gecompenseerd door een incidenteel hogere rijksbijdrage WSW aan het Schap in zowel 2020 als 2021, die (conform bestuursbesluit) volledig aan WAA groep nv ten goede kwam. Door de dalende SW populatie en het minder en minder kunnen anticiperen hierop door verdere inkrimping van de reguliere bezetting, zal de toegevoegde waarde dalen en het overheadkostenniveau op een stabiel regulier niveau komen. Vooral hierdoor zal het operationele resultaat van WAA groep nv vanaf 2022 dalen t.o.v. voorgaande jaren en eind 2026 naar - 21 -
verwachting structureel onder de nullijn komen. Onderstaande wordt het operationeel resultaat in de tijd weergegeven;
Operationeel resultaat WAA 2015 t/m 2026 1.600
€1.000
1.400 1.200 1.000
800 600 400 200
2021
2022
begroot
2021
begroot
2021
begroot
*) voorlopige cijfers
Operationeel resultaat
begroot
2020
1e begr wijz
werk.
2020
prim. begr.
1e begr. wijz.
2019
Prognose
werk.
2018
1e begr. wijz.
werk.
2017
prim. begr.
werk.
0
2022
2023
2024
2025
2026
Om negatieve gevolgen van de coronacrisis én eventuele bezuinigingen van het Rijk vanaf 2021 op te kunnen vangen, wordt (vooralsnog) bij WAA overall (Schap + WAA groep nv c.a.) een bufferresp. weerstandsvermogen aangehouden van totaal €3,0 mio tot eind 2026. Dit vermogen dient ervoor om eventuele verdere gevolgen van de economische teruggang a.g.v. de coronacrisis en/of bezuinigingen op re-integratiebudgetten bij klanten op het exploitatieresultaat van WAA en haar uitvoeringsorganisatie in eerste instantie en in beperkte mate zelf te kunnen opvangen. Het is de bedoeling dat hiermede extra, onverwachte gemeentelijke tekortfinanciering zoveel mogelijk wordt voorkomen, maar nadrukkelijk dient gezegd te worden dat dit niet uitgesloten kan worden. 4. Uitgangspunten voor de jaarbegroting en meerjarenbegroting De verwachting ten aanzien van het sociale en financiële beleid voor het volgend jaar wordt in de jaarbegroting vertaald, en voor de komende vier jaar in de meerjarenbegroting. Beide begrotingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals die onderstaand worden aangegeven. Deze uitgangspunten zijn gestoeld op bedrijfsspecifieke, regionale en landelijke ontwikkelingen die verwacht worden en zichtbaar zijn op het gebied van gesubsidieerde arbeid in het algemeen en de sector Sociale Werkvoorziening in het bijzonder.
Door de reeds genoemde 100% aandeelhoudersrelatie van het Schap met WAA groep nv zijn de begrote resultaten van de NV, en de uitgangspunten hiervoor, direct van belang voor de begrotingen van het Schap. De jaar- en meerjarenbegrotingen van het Schap en WAA groep nv zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. Met ingang van 1-1-2015 is de nieuwe Participatiewet in werking getreden. De aparte regelingen WWB, WSW, Wajong en AWBZ dagbesteding ca. zijn samengevoegd tot één koepelregeling. De nieuwe wet is primair gericht op plaatsing van eenieder die, al dan niet tijdelijk, niet actief is in de arbeidsmarkt en aangewezen is op ondersteuning van de overheid, z.s.m. en met een zeer tijdelijke, minimale ondersteuning van de overheid terug te laten keren naar de reguliere arbeidsmarkt. Vanaf 2015 is geen instroom meer in de WSW en worden alle mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door gemeenten zo veel mogelijk bemiddeld naar reguliere arbeid. Voor diegene waar dit niet mogelijk voor is, zorgen gemeenten zélf – al dan niet via regionale werkbedrijven - voor passende activiteiten voor deze groepen. WAA staat alleen aan de lat voor de uitvoering van de WSW. 2. Op basis van het strategisch plan “Samen Anders!” 2015 - 2020 zijn alle activiteiten voor eigen risico en rekening van WAA inmiddels afgebouwd t.g.v. externe plaatsingen van WSW-capaciteit voor en onder regie van derden.
Activiteiten met relatief weinig raakvlak met onze WSWbezetting zijn vervreemd. - 22 -
3. De beschutte groep SW-medewerkers met een lagere loonwaarde (<30%) is vanaf 2018 in zijn geheel door de gemeenten zelf overgenomen, incl. alle financiële resultaten hierop, en door WAA in zijn geheel afgebouwd. In de financiële exploitatie vanaf 2018 zijn de effecten hiervan zowel in operationele zin als qua frictie opgenomen en financieel op hoofdlijnen vertaald in zowel de jaarals meerjarenbegroting. 4. Bij de ombouw en krimp van de organisatie en vervreemding resp. afstoten van activiteiten is rekening gehouden met frictiekosten bij WAA groep nv. In lijn met Samen Anders! geldt hierbij dat voor personele en contractuele frictie een uitloopperiode van 1 jaar en voor infrastructurele frictie een 2-jaarstermijn wordt gehanteerd. Zie ook onder 6. 5. Voor het budgetvolume WSW geldt als uitgangspunt een taakstelling voor 2023 van 377,0 SE (incl. Begeleid werken en excl. Werken in buurten). Doordat vanaf 2015 geen instroom meer plaatsvindt daalt de gemiddelde bezetting WSW naar verwachting t/m 2025 jaarlijks met gemiddeld 4%, naar een niveau van 336,1 fte in 2026. Deze verwachte uitstroom is hoger dan in voorgaande begrotingen verwacht, o.a. door toenemende uitstroom a.g.v. uitval van WSW-ers, die hierdoor instromen in WIA. 6. De bezetting regulier personeel volgt wat betreft het directe personeel de bezetting WSW per activiteit volgens vooraf benoemde case loads.
Het indirect reguliere personeel wordt afgebouwd naar rato van de afname van de WSW-bezetting, behoudens daar waar de dienstverlening van de WAA aan doelgroep, klanten en/of deelnemende gemeenten onder een kritische grens dreigt te komen. De kosten van door deze krimp naar verwachting boventallig wordend regulier ambtelijk personeel zijn in 2023 (evenals 2022), rekening houdende met een uitplaatsing- c.q. pensioneringtermijn van gemiddeld 5 jaar, als frictiekosten begroot. Met een evt. mismatch tussen boventallig en benodigd personeel is geen rekening gehouden. Daar waar mogelijk is wel met pensionering en is rekening gehouden met een voorrangsregeling voor WAA-personeel voor plaatsingen van werkleiding voor begeleiding van andere doelgroepen dan WSW in Huizen van de Wijk in de gemeente Venlo. Ook wordt WAA-personeel geheel of gedeeltelijk ingezet bij andere collega-SW-bedrijven. Verhouding Wsw/regulier personeel 2012 t/m 2023 Primaire begroting 2023 fte 14,0
12,0
10,0
8,0
6,0
4,0
2,0
0,0 W 2012
W 2013
W 2014
W 2015
W 2016
Aantal fte Wsw per 1 fte regulier personeel Samen Anders! 2020
W 2017
W 2018
W 2019
W 2020
Prognose 2021
1e begr. Wijz. 2022
Primaire begroting 2023
Vanaf 2018 beschut werken onder financiële verantwoordelijk-heid gemeenten (i.t.t. Samen Anders!)
Bovenstaande grafiek toont de verhouding WSW/regulier personeel. De bezetting regulier personeel daalde, met een dipje in 2018 als gevolg van overgang van beschut naar de gemeenten, tot en met 2020 relatief meer dan het aantal WSW door relatief meer afbouw van de formatie regulier personeel t.o.v. de krimp van de WSW-bezetting. Eind 2020 bleek dat deze daling (te) fors was, en vanaf 2021 loopt de formatie regulier t.o.v. WSW jaarlijks op een, weliswaar nog steeds krimpend, maar wel stabieler en meer gewenst en vereist niveau zijn. 7. Naast de krimp in regulier personeel, vindt vanaf 2017 met de krimp van WAA én de vervreemding van activiteiten, parallel ook gestaag een afbouw plaats van indirect personeel. Vanaf 2019 stijgt de verhouding direct/indirect verder door de afslanking van de interne (staf)organisatie. Dit omdat m.n. indirecte functies zijn vervallen door de laatste uitfasering van - 23 -
de gevolgen door de vervreemding van activiteiten (waardoor minder ondersteuning noodzakelijk is), de eerste gevolgen van de ingezette finetuning van processen en een reallocatie van activiteiten én door de inzet van beschutte medewerkers (die zoals al vermeld sinds 2018 niet meer onder verantwoordelijkheid van WAA vallen) in indirecte functies. Vanaf 2021 is een keerpunt en daalt de verhouding direct/indirect a.g.v. het bereiken van de bodem van het noodzakelijke minimum aantal indirecten (economy of scale-effect). Dit is te zien in onderstaande grafiek:
Direct/indirect personeel 2016 t/m 2023 Primaire begroting 2023 25,0
20,0
15,0
10,0
5,0
0,0 Werkelijk 2016
Werkelijk 2017
Werkelijk 2018
Werkelijk 2019
Werkelijk 2020
Prognose 2021
1e begr.wijz. 2022
Aantal directe fte per 1 fte indirect
Primaire begroting 2023
In onderstaande grafiek wordt nogmaals in een meerjarenperspectief de ontwikkeling van de bezetting (gemiddeld per jaar) WSW en regulier personeel weergegeven: Regulier in fte
Bezetting Wsw en regulier personeel
Wsw in fte 900
120
800 100 700 600
80
500 60 400 300
40
200 20 100 0 Wsw
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
0
788,8 799,1 830,6 799,2 756,5 722,4 478,4 465,8 436,2 407,4 387,4 373,1 360,4 349,0 332,6
Regulier 95,5
87,4
82,2
80,7
69,6
60,9
47,6
36,3
33,5
32,6
31,4
31,1
30,3
30,0
29,2
Frictie
7,5
3,7
2,0
2,3
2,1
3,5
3,3
1,5
2,2
2,1
2,1
1,6
0,0
0,0
7,3
In bovenstaande grafiek is zichtbaar dat: • vanaf 2015 de reguliere bezetting sterk daalt door de vervreemding van activiteiten en de organisatieombouw a.g.v. Samen Anders! Vanaf 2020 is dit proces afgerond en is nog slechts sprake van een lichte daling die ongeveer parallel loopt aan de uitstroom van WSW; • vanaf 2015 de WSW-bezetting daalt doordat geen instroom meer plaatsvindt; • vanaf 2018 de WSW-bezetting van WAA sterk daalt door de overname van de uitvoering van de beschutte groep door de deelnemende gemeenten. - 24 -
8. De gehele doelgroep WSW is op basis van een IOP (Individueel Ontwikkelingsplan) gescreend en ingedeeld op basis van loonwaarde. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen WSW-ers met een verwachte loonwaarde die hoger is dan de te verwachten individuele begeleidingskosten (de z.g. “blauwe” of niet-beschutte groep) en WSW-ers waar dit waarschijnlijk niet het geval is (de z.g. “gele” of beschutte groep). De blauwe groep is zoveel mogelijk extern geplaatst als Detacheringen, Begeleid werken of in Werken op locatie. De gele groep is door de deelnemende gemeenten zelf zoveel mogelijk geplaatst via het concept “Werken in buurten”. In onderstaande grafiek is het verloop van de blauwe en gele groep zichtbaar van 2017 t/m 2026. Hierin is ook het aantal participatiebanen weergegeven dat bij WAA van 2017 t/m 2020 was geplaatst. Deze zijn vanaf 2021 niet begroot.
Aantal fte Wsw Geel en Blauw + Participatiebanen Primaire begroting 2023 800,0 700,0 600,0 500,0 400,0 300,0 200,0 100,0 0,0 werkelijk
werkelijk
werkelijk
werkelijk
1e begr.wijz. 2022
1e begr.wijz. 2022
1e begr.wijz. 2022
1e begr.wijz. 2022
1e begr.wijz. 2022
1e begr.wijz. 2022
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal Blauw Wsw
522,7
478,4
465,8
436,2
407,4
387,4
373,1
360,4
349,0
332,6
Totaal Geel Wsw
199,8
215,1
203,5
190,1
180,2
172,1
167,6
159,8
150,3
140,8
Totaal overig PAR
17,2
7,2
6,0
12,8
16,6
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
9. De ontwikkeling van het subsidieresultaat is vanaf 2014 al toonaangevend in de ontwikkeling van het totale tekort van WAA. Sterker nog: als het Rijk niet vanaf 2014 subsidiekortingen op de WSW zou toepassen, zou al vanaf 2015 geen sprake zijn van een tekort bij WAA en zou de organisatie zonder gemeentelijke tekortfinanciering draaien! Door de rijks-bezuinigingen is de reguliere rijkssubsidie WSW per SE (= totaal excl. Covid-19 bijdrage), rekening houdend met jaarlijkse compensatie LPO, van 2016 t/m 2019 slechts licht gestegen. In 2020 is deze onverwacht (en niet begroot) fors gestegen omdat landelijk sprake is van een hogere uitstroom dan primair statistisch door het rijk verwacht en dan verwerkt in de macrobudgetten. Deze ontwikkeling zal zich in de komende jaren naar verwachting voortzetten. Van 2016 t/m 2019 waren de loonkosten meer gestegen dan de rijksbijdrage, maar vanaf 2020 is de rijksbijdrage WSW per SE meer gestegen dan de loonkosten WSW per fte. In bovenstaande grafiek is te zien dat het subsidietekort (= minder rijksbijdrage dan loonkosten WSW) stijgt t/m 2019 en weer afneemt vanaf 2020, en dan met een stijgende trend weer verbeterd. Maar het tekort blijft fors hoger dan in de jaren t/m 2016 het geval was.
Er is dus vanaf 2020 deels sprake van een terugkeer naar een lager tekort maar er blijft dus wel structureel sprake van doorlopende bezuinigen vanaf 2016 tm 2020 op de WSW! Onderstaand is de ontwikkeling van het subsidieresultaat middels de verhouding tussen de rijksbijdrage en de WSW-loonkosten in de tijd weergegeven in de vorm van de subsidieratio:
- 25 -
1,02
Subsidieratio 2015 t/m 2025
1,00
0,98 WAA
0,96 Landelijk
0,94
Break even
0,92
0,90 0,88 0,86 0,84 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
*) subsidieratio = (Rijksvergoeding minus aandeel WSW subsidie begeleid werken) / loonkosten Sw (afgerond op 3 decimalen). Een ratio < 1 geeft aan dat de rijksvergoeding niet voldoende is om de loonkosten Sw te dekken. **) 2021 volgens prognose, 2022 t/m 2025 volgens begroting.
10. De stijging van de loonkosten van het reguliere personeel is van 2023 t/m 2026 begroot op 2% per jaar. Evenals bij de SW-lonen is in de begroting hierbij ook rekening gehouden met jaarlijks louter koopkrachtbehoud. 11. De afbouw van de WAA-activiteiten en -organisatie a.g.v. het transformatieproces Samen Anders! is ultimo 2018 “uit getrild” waardoor de infrastructurele kosten (huisvesting, en aanverwante kosten) en overige bedrijfskosten (lease vervoermiddelen, algemene kosten, verkoopkosten) vanaf 2019 een fors lager en vrij stabiel verloop hebben. De infrastructurele kosten en de overige bedrijfskosten blijven in 2023 op het niveau van 2022 en 2021. De verwachte stijging van het algemeen prijspeil is vanaf 2023 t/m 2026 2% per jaar. 12. In de meerjarenraming is rekening gehouden met de meest recente prognoses van het CPB (okt. 2021). In de 1e begrotingswijziging 2022 en in deze primaire begroting 2023 is met Covid-19 effecten als volgt rekening gehouden: • In het begrote resultaat 2022 is een extra voorzichtigheidsbuffer van €150.000 in de toegevoegde waarde opgenomen. In de primaire Begroting 2023 is dit PM opgenomen. • In het weerstandsvermogen is een extra voorzichtigheidsbuffer (boven het minimale niveau ad € 3 mio) opgenomen, min of meer lineair aflopend , vanaf 2022 ad €7 mio tot nihil in 2027.
Er wordt derhalve vanaf 2022 een hoger dan strikt noodzakelijk weerstandsvermogen voor de WAA als totaal aangehouden als achtervanger voor het geval dat…... Voor 2023 en volgende jaren zijn in dit kader eventuele extra kosten én eventuele compensatie hiervoor beiden als PM opgenomen. 13. Een in enig jaar hogere gemeentelijke tekortfinanciering dan benodigd wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve. Hogere tekorten dan de vaste gemeentelijke tekortfinanciering in enig jaar worden in mindering gebracht op de egalisatiereserve. Jaarlijks zal opnieuw het bedrag worden bekeken op basis van de dan geldende situatie en/of verwachtingen. De gemeentelijke tekortfinanciering was t/m 2017 gefixeerd op € 3.183.000. Als gevolg van beter dan begrote exploitatieresultaten in 2016 en 2017 én minder frictiekosten is de gemeentelijke tekortfinanciering jaarlijks verder verlaagd naar € 600.000 voor de jaren 2022 tot en met 2026. In onderstaande grafiek is het concernresultaat en de jaarlijks gemeentelijke tekortfinanciering vanaf 2016 t/m 2026 weergegeven:
- 26 -
Concernresultaat WAA Schap + NV en gemeentelijke tekortfinanciering 2015 t/m 2026 0
€ 1.000
2015 -500
2016
2017
2018
2019
-32 2020
2021
2022
2023
2024
2025
-600
-600
-600
-600
2026
-442 -649
-1.000
-1.219
-1.100
-1.300 -1.500
-1.600
-1.413
-1.600
-1.607
-1.744
-1.797 -1.979
-2.000
-2.084
-1.972
-2.267 -2.500
-3.000 -3.183
-3.183
-3.183
-3.500
Tekortfinanciering gemeenten
Concernresultaat (Schap+NV)
14. Het (verwachte) tekort a.g.v. het negatieve concernresultaat wordt, behalve door de gemeentelijke tekortfinanciering, verder opgevangen door: a) de inzet van de bestemmingsreserve (ter dekking van frictiekosten), b) de al genoemde vrijval van de bestemmingsreserve frictie ad € 147.500 jaarlijks van 2021 t/m 2025, en c) door inzet van de vrije algemene reserves middels een zgn. egalisatiefonds resp. weerstandsvermogen. De vrije reserves van WAA Venlo e.o. en WAA groep nv tezamen bedragen eind 2021 (voorlopige cijfers) € 8,4 mio. Als gevolg van de onder 13 vermelde verlagingen van de gemeentelijke tekortfinanciering wordt dit ultimo 2021 opgebouwde weerstandvermogen tot 2026 geleidelijk afgebouwd tot € 3,1 mio, d.w.z. tot het bestuurlijke wenselijk geachte minimaal benodigde niveau ad € 3 mio. Hiermee is nog een extra voorzichtigheidsbuffer i.v.m. mogelijke negatieve coronagevolgen aanwezig, zoals hierboven (zie 12) vermeld. Tevens is, in het licht van de komende onzekerheden ten aanzien van de nieuwe ontwikkelingen, voldoende ruimte voor het opvangen van de toekomstige onzekerheden voor bestuurlijke correcties die kunnen voortvloeien uit andere koersbijstellingen. 15. Het bovengenoemde weerstandvermogen met een minimumniveau ad € 3 mio is bestuurlijk vastgelegd, in de verhouding ca. € 2,5 mio bij WAA groep nv en ca. € 0,5 mio bij het Schap.
Door verlaging van de uitvoerings- en plaatsingsbijdragen die het Schap aan WAA groep nv betaalt (2021 t/m 2025 jaarlijks gemiddeld €565.000) blijft deze verhouding in stand. Onderstaand is het (verwachte) verloop van dit weerstandsvermogen voor WAA overall (Schap incl. uitvoeringsorganisatie WAA groep nv) in de tijd x € 1.000 in relatie tot het gewenste minimumniveau aangegeven voor 2015 t/m 2026: 10.000
Gemeentelijke tekortfinanciering en weerstandvermogen 2015 t/m 2025
9.000
€ 1.000
8.389
8.000
8.441
7.406
7.128
7.000 6.525 6.000 5.000
6.107
5.725
5.998 4.981
4.714
4.098
4.000 3.000
3.183
3.183
3.183
3.148
2.000 1.600
1.000
1.300
1.600 1.100 600
600
600
600
600
2022
2023
2024
2025
2026
0 2015
2016
2017
2018
2019
Tekortfinanciering gemeenten
2020
2021
Weerstandvermogen ult. jaar
Weerstandvermogen benodigd
- 27 -
Voor de periode 2023 t/m 2026 wordt verwacht dat het beschikbare weerstandsvermogen overall nog voldoende zal zijn om eventuele onvoorziene tekorten op de gemeentelijke bijdragen af te dekken. Op basis van de genoemde uitgangspunten ziet de meerjarenbegroting er als volgt uit:
Meerjarenperspectief
2022 1e begr. wijz.
(in € x 1.000)
2022 primair begroot
Rijkssubsidie Wsw Overige baten Totaal baten
11.975 11.735 0 0 11.975 11.735
11.489 0 11.489
11.466 0 11.466
11.556 0 11.556
11.494 0 11.494
13.002 12.238
12.213
12.124
11.973
11.758
207 457
207 330
207 331
166 332
56 335
Totaal lasten
13.504 12.902
12.749
12.663
12.471
12.149
Exploitatieresultaat Bijdrage Schap aan NV Concernresultaat Onttrekking bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking/toevoeg. vrije reserve Gemeentelijke tekortfinanciering
-1.529 -1.167 -1.260 0 0 0 -1.529 -1.167 -1.260 142 207 207 148 148 148 0 0 0
-1.197 0 -1.197 207 148 0
-915 0 -915 166 148 0
-656 0 -656 56 0 0
Uitvoerings- en plaatsingskst. Reorganisatie-/frictiekst. Overige kosten
142 360
2023 2024 2025 begroot begroot begroot
2026 begroot
140
213
305
242
1
0
1.099
600
600
600
600
600
Onderstaand de meerjarenbegroting weergegeven in structurele en incidentele baten en lasten conform het model Begrotingsevenwicht zoals voorgeschreven door het BBV:
- 28 -
- 29 -
0
Totaal lasten diverse
0 0
420
148
12.749
11.489
11.466
12.542 0
0
12.542
0
148
512
0
-660
393
393
0
0
0
393
0
0
0
0
0
-1.053
0
148
449
0
-597
600
600
0
0
0
600
0
0
0
0
0
-1.197
11.489 11.466
11.489
12.695
0
0
0
0
0
207
207
0
0
0
207
0
0
0
0
0
-207
12.663
totaal
12.542 12.663
12.542
12.695
0
148
512
0
-660
600
600
0
0
0
600
0
0
0
0
0
-1.260
0
0
207
207
waarvan structureel incidenteel
Totaal structurele baten Structurele baten - structurele lasten
0
148
420
0
-567
393
393
0
0
0
393
0
0
0
0
0
-960
11.735 11.489
11.735
12.695 12.749
12.695
totaal
2023
Totaal structurele lasten
0
0
0
0
0
-567
Geraamd resultaat
207
600
207
0
Saldo van diverse Saldo totale saldo van baten en lasten van programma's en diverse Stortingen in reserves (excl. mut. eigen vermogen WAA groep nv) Onttrekking aan reserves (excl. mut. eigen vermogen WAA groep nv) Vrijval reserves
0
baten onvoorzien
0
600
0
baten vennootschapsbelasting
0
207
0
0
0
0
0
-207
0
0
207
207
waarvan structureel incidenteel
2022
Totaal baten diverse
0
baten overhead
600
0
lasten onvoorzien
baten algemeen dekkingsmiddel
0
lasten vennootschapsbelasting
-1.167
Saldo van baten en lasten programma's
0
11.735
Totaal baten programma's
0
11.735
Baten programma Wsw
lasten overhead
12.902
Totaal lasten programma's
lasten algemeen dekkingsmiddel
12.902
totaal
Lasten programma Wsw
Recapitulatie begrotingsevenwicht (in € 1.000)
0
0
0
0
0
207
207
0
0
0
207
0
0
0
0
0
-207
0
0
207
207
0
12.456
12.456
0
148
449
0
-597
393
393
0
0
0
393
0
0
0
0
0
-990
11.466
11.466
12.456
12.456
waarvan structureel incidenteel
2024
0
148
167
0
-315
600
600
0
0
0
600
0
0
0
0
0
-915
11.556
11.556
12.471
12.471
totaal
0
0
0
0
0
166
166
0
0
0
166
0
0
0
0
0
-166
0
0
166
166
0
12.305
12.305
0
148
167
0
-315
434
434
0
0
0
434
0
0
0
0
0
-749
11.556
11.556
12.305
12.305
waarvan structureel incidenteel
2025
0
0
56
0
-56
600
600
0
0
0
600
0
0
0
0
0
-656
11.494
11.494
12.149
12.149
totaal
0
0
0
0
0
56
56
0
0
0
56
0
0
0
0
0
-56
0
0
56
56
0
12.093
12.093
0
0
56
0
-56
544
544
0
0
0
544
0
0
0
0
0
-600
11.494
11.494
12.093
12.093
waarvan structureel incidenteel
2026
Balans meerjarenoverzicht Onderstaand een meerjarig overzicht van de geprognotiseerde balansposities van het Schap, waarin conform de verplichtingen vanuit de wet FIDO, zijn opgenomen de reserves en voorzieningen. Ultimo jaar
Omschrijving 2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1.1.1 Financiële vaste activa
5.448
5.448
5.448
5.448
5.448
5.448
5.448
Totaal vaste activa
5.448
5.448
5.448
5.448
5.448
5.448
5.448 13.464
x €1.000
1. Activa 1.1 Vaste activa
1.2 Vlottende activa 1.2.1 Uitzettingen korter dan 1 jaar
7.682
13.926
13.435
13.070
13.018
13.036
1.2.2 Liquide middelen
3
9
9
9
9
9
9
Totaal vlottende activa
7.685
13.935
13.444
13.079
13.027
13.045
13.473
Totaal activa
13.133
19.383
18.892
18.527
18.475
18.493
18.921
Algemene reserve
300
300
300
300
300
300
300
Egalisatiereserve
1.237
1.037
748
443
200
200
200
Bestemmingsreserve
3.450
3.132
2.609
2.255
1.900
1.586
1.530
2.1.1 Totaal eigen vermogen
2.031
2. Passiva 2.1 Vaste passiva
4.987
4.469
3.657
2.997
2.401
2.086
Geen voorzieningen
0
0
0
0
0
0
0
2.1.2 Totaal voorzieningen
0
0
0
0
0
0
0
Totaal reserves en voorzieningen
4.987
4.469
3.657
2.997
2.401
2.086
2.031
2.1.3 Vaste schulden langer dan 1 jaar
1.864
1.101
451
300
150
0
0
2.2 Vlottende passiva
6.282
13.813
14.784
15.230
15.924
16.407
16.890
Totaal passiva
13.133
19.383
18.892
18.527
18.475
18.493
18.921
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Mutaties reserves: x €1.000
Onttrekking bestemmingsreserve
-196
-217
-207
-207
-207
-166
-56
Vrijval bestemmingsreserve
-100
-148
-148
-148
-148
-148
0
Onttrekking egalisatiereserve
616
-200
-289
-305
-242
-1
0
Totaal
320
-565
-643
-660
-597
-315
-56
De onttrekking van de bestemmingsreserve betreft bijdragen aan frictiekosten en projectkosten van WAA groep nv. De vrijval van de bestemmingsreserve 2021-2025 betreft een bedrag ad €590.000 dat ultimo 2021 teveel is gereserveerd voor dekking van toekomstige frictiekosten. Dit bedrag zal conform bestuursbesluit (in december 2021) vanaf 2021 in vijf jaren vrijvallen ter dekking van toekomstige exploitatietekorten van WAA Schap. Bovenstaande balansposities en het eigen vermogensniveau en verloop zijn sec van toepassing voor het Schap. Daarnaast is ultimo 2021 ook bij de uitvoeringsorganisatie en 100% deelneming van het Schap zijnde WAA groep nv een vrij beschikbaar eigen vermogen aanwezig van € 7,1 mio (o.b.v. voorlopige cijfers). Dit vermogen zal, zoals eerder is aangegeven, worden afgebouwd, en wel tot € 2,5 mio eind 2026. Tezamen met het vermogen van Schap is dit het gewenste minimale weerstandsvermogen voor WAA overall van € 3 mio, waardoor binnen WAA in totaal altijd nog voldoende vermogen beschikbaar is om eventuele tekorten als gevolg van tegenvallers volledig af te dekken binnen de gestelde veiligheidsmarge van het overall weerstandsvermogen.
- 30 -
Overige paragrafen 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing Het bestuur heeft in 2017 o.b.v. een modelmatige calculatie van het risico-/weerstandvermogen bepaald dat eventuele toekomstige positieve exploitatiesaldi tot een niveau van € € 3 mio overall (Schap en WAA groep nv) voldoende zijn als weerstandvermogen om de eerste risico’s binnen WAA zelf te kunnen opvangen. De deelnemende gemeenten zijn zich ervan bewust en zijn bereid bij grotere calamiteiten bij te (moeten) springen. Onderstaand een overzicht van de kengetallen zoals genoemd in art. 11 van BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten): Verloop van de kengetallen
Primaire begroting 2023
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
1e begr.- Primaire Werkelijk Begroting Begroting Begroting wijziging begroting 2021 2024 2025 2026 2022 2023 -27% -27% -23% -18% -16% -16% 10%
13%
19%
23%
26%
26%
68% 7% n.v.t. n.v.t.
62% -3% n.v.t. n.v.t.
54% -6% n.v.t. n.v.t.
44% -3% n.v.t. n.v.t.
38% -3% n.v.t. n.v.t.
34% -2% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote en de solvabiliteit nemen af vanaf 2021 doordat het Schap jaarlijks aflost op langlopende leningen in combinatie met een afname van vrije reserves, omdat de concerntekorten niet volledig worden aangevuld door gemeentelijke tekortfinanciering, en doordat de bestemmingsreserve wordt aangesproken ter dekking van frictiekosten resp. deels vrijvallen. Hierdoor verslechtert de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen. De exploitatieruimte blijft vanaf 2022 negatief omdat er, mede a.g.v. de hoge WSW subsidietekorten, een blijvend tekort op de exploitatie is en vooralsnog blijft.
2. Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing Het Schap kent zowel risico’s als publiekrechtelijke organisatie als risico’s vanuit het ondernemerschap omdat zij volledig aandeelhouder is in de uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. De verschillende risico’s die het Schap loopt, zijn onderstaand weergegeven. 2.1 Risico’s voor Schap als publiekrechtelijke organisatie De risico’s die het Schap loopt als publiekrechtelijke organisatie zijn vanaf 2015 oplopende ten opzichte van voorgaande jaren. Dit als gevolg van: •
Risico: optimalisatie- en finetuning proces
Vanaf 2014 heeft het Bestuur van WAA Venlo e.o. middels “Samen Groeien” en in het verlengde hiervan “Samen Anders!” nadrukkelijk een financieel kader voor WAA bepaald. Hierin is aangegeven dat in financiële zin een sterke verbetering van het bedrijfsresultaat vanaf 2015 t/m 2020 moet worden gerealiseerd om het effect van de oplopende kortingen op de rijksbijdrage WSW vanaf 2015 te dempen. Vanaf 2021 moet gestreefd worden naar consolidatie van het resultaat op een niveau dat past bij de maatschappelijke taak en daarbij behorende maatschappelijke kosten en bijdragen van haar deelnemende gemeenten. Al vanaf 2015 wordt deze koers van WAA aangehouden maar ook jaarlijks zowel Bestuurlijk als operationeel tegen het licht gehouden en daar waar nodig gefinetuned. WAA is en blijft staan voor een sociaal duurzaam detacheringsbedrijf van en voor de regio Venlo en primair voor WSW-ers met een loonwaarde vanaf 30% en hoger (zgn. ‘blauwe”/niet beschutte WSW groep). Daarmee is nadrukkelijk ook gekozen voor een krimp van de organisatie vanaf 2015. Ondanks dat via verantwoordingen en begrotingen grotendeels duidelijk is wat het financiële effect is van de koers, - 31 -
blijft het evident dat het niet geheel of gedeeltelijk passend kunnen plaatsen van WSW-ers tegen optimaal renderende condities van groot belang is voor het uiteindelijke resultaat van WAA overall. Het verder optimaliseren van het gehele proces van detacheren en van (aanvullende) maatregelen die hierbij nodig zijn, zal direct een effect hebben op de exploitatie van zowel WAA groep nv als WAA Venlo e.o., en de mate waarin dit proces slaagt is tevens een financieel risico voor WAA Venlo e.o. •
Risico: mogelijke herijking bestuurlijke constellatie WAA
Zoals eerder is aangegeven, zijn de gemeenten al enkele jaren bezig om te onderzoeken of en zo ja hoe, wat, waar en wanneer zij een stap wil gaan zetten om alle activiteiten voor de Participatiewet integraal en in samenhang samen te voegen. Een dergelijk proces kan en zal een risico vormen voor de continuïteit van de organisatie WAA over de volle breedte. Nog los daarvan zal een dergelijke operatie naar verwachting omvangrijk zijn, en zowel qua omvang als ook inhoudelijk complex. Eventuele externe en specialistische fiscale, juridische en personele ondersteuning zal daarbij zeker aan de orde zijn. Hiervoor zijn vanaf 2020 jaarlijks beperkt middelen gereserveerd. Het zal evident zijn dat hier een risico op ontoereikendheid hiervan schuilt. Een ander gevolg van dit proces is dat de huidige WAA zich onvoldoende kan door - ontwikkelen naar een breed detacheringsbedrijf zoals dat zou passen in de opzet van de huidige Participatiewet. Daarnaast zorgt de onzekerheid over de toekomst ervoor dat prudent en derhalve beperkt wordt geïnvesteerd in het gereedschap (o.a. ICT) en de organisatie. Beperkt investeren geeft een risico van bijblijven maar niet (door)ontwikkelen, en derhalve stilstand. Stilstand is achteruitgang, zeker in de dynamische omgeving waarin WAA opereert.
Ook hier is een latent risico aanwezig dat steeds pregnanter wordt naarmate finale besluitvorming rond dit thema uitblijft en de toekomst langer en langer onzeker blijft. Een risico op een organisatie die straks zover achterloopt dat alleen met extra grote inspanningen weer aansluiting gevonden kan worden bij het dan geldende heden. Als dat dan überhaupt nog lukt…. Dit risico is eind 2019 ook nadrukkelijk benoemd door onze externe accountant in een bestuurlijke toelichting bij haar management letter. •
Risico’s uit hoofde van de WSW
Steeds meer zijn de financiële risico’s voor de uitvoering van de WSW als gevolg van de doorlopende en oplopende rijks-bezuinigingen vanaf 2015 tot en met 2020, vanuit het Rijk naar de SW-bedrijven resp. haar deelnemende gemeenten verlegd. Het lijkt erop dat deze beweging vanaf 2021 tot staan is gekomen maar niets is minder waar; de rijksbijdrage wordt vanaf 2021 weliswaar niet verder autonoom gekort, maar blijft wel structureel op een fors lager niveau dan oorspronkelijk het geval was. En is hiermee verre van kostendekkend ten opzichte van de verplichtingen die hierbij horen. In combinatie met de verdere uitrol van de Participatiewet, drukt dit een forse stempel op de toekomstige vorm, inhoud en financiering van de WSW. Daarenboven is het zeker niet uit te sluiten dat de rijks-bezuinigingen op de WSW en het hele terrein van gesubsidieerde arbeid tóch verder zullen gaan dan tot nu toe is aangegeven en aangenomen. Dit omdat deze worden bepaald in een landelijke, politieke omgeving die veranderlijk is en waar maatschappelijke waarden vaker prevaleren boven bedrijfseconomische realiteit en rationaliteit. Dit is nadrukkelijk een risico voor zowel WAA als haar deelnemende gemeenten! Het zal duidelijk zijn dat álle veranderingen in de inhoud, vorm en structuur rondom de uitvoering van de WSW over de volle breedte zowel uitvoerings- als financiële risico’s met zich mee kan brengen.
“Uitloop- en inloop-” resp. transformatierisico’s die er kunnen zijn in de volgende verbouwfase bij bestaande modaliteiten, maar ook nieuwe risico’s die nu nog niet of nauwelijks onderkend zijn en in de (nabije) toekomst manifest kunnen worden in nieuwe werkwijzen en/of structuren en uitvoeringsmodaliteiten. Daarnaast is in de Participatiewet aangegeven dat de WSW vanaf 2015 geen instroom meer zal kennen en derhalve zal deze regeling worden afgebouwd. Door de afbouw van de WSW krimpt de WSW-bezetting van het Schap waardoor huidige schaalvoordelen in de uitvoering teruglopen en zelfs geheel of gedeeltelijk wegvallen waardoor de exploitatie van het Schap en/of haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv onder druk komt te staan. Vanaf 2018 is dit al zichtbaar en in 2021 loopt dit zgn. negatieve economies-of-scale-effect verder op. In de exploitatie wordt hier rekening mee gehouden maar het is niet mogelijk alle effecten hiervan exact voor alle toekomstige jaren in te schatten. Hierdoor is en blijft dit altijd een risico.
- 32 -
•
Risico’s naar aanleiding van gemeentelijke herindeling
Het herindelingsproces in de regio Noord-Limburg is voorlopig niet aan de orde maar daarom niet minder belangrijk. Dit proces is direct van belang voor WAA omdat een mogelijke verkleining van het WSW-verzorgingsgebied kan leiden tot een geringer gemeentelijk draagvlak via een lager aanbod van SW-geïndiceerd personeel. Hierdoor kan de bedrijfsvoering (nog) sterker onder druk komen te staan terwijl de financiële draagkracht onder de onderneming WAA kleiner wordt. Hierdoor kunnen in de toekomst activiteiten onder druk komen te staan. De risico’s voor WAA vanuit deze optiek zijn bijna niet in te schatten maar daarom niet minder aanwezig. •
Demografische risico’s
Het maatschappelijk probleem van een vergrijzende samenleving is ook bij WAA een issue dat bij WAA zelfs nog sterker doorwerkt dan in de samenleving. Een analyse van het SW-personeelbestand van WAA geeft aan dat de gemiddelde leeftijd hoger is dan het gemiddelde in den lande. Een stijging van de gemiddelde leeftijd gaat gepaard met een oplopende krimp en hogere uitvoeringskosten. Hierbij valt dan onder andere te denken aan hogere loonkosten per fte (meer functie-eindlonen) en hogere prepensioenkosten en vervangingskosten doordat meer gebruik gemaakt wordt van seniorenregelingen c.a. Op nationaal niveau wordt steeds nadrukkelijker nagedacht over en gewerkt aan diverse maatregelen om werknemers langer in het arbeidsproces te houden. In de nieuwe Cao voor zowel WSW- als niet-WSW-personeel is deze beweging echter slechts mondjesmaat zichtbaar: seniorenregelingen en FPU-achtige modellen worden niet om- en afgebouwd en kennen hele lange uitlooptermijnen voor zittend personeel en stimuleren zo medewerkers eerder om op relatief jonge leeftijd te stoppen met werken dan andersom. Dit omdat deze regelingen nog steeds gepaard gaan met financieel aantrekkelijke voorwaarden voor de medewerkers. Nog los van het sterk kostenverhogende effect van deze maatregelen voor de individuele bedrijven, zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontwikkelingen een risico vormen voor de bedrijfsvoering van WAA.
•
Fiscale risico’s
Vanaf 2016 is een breed en integraal vennootschapsbelastingmodel voor publiekrechtelijke organisaties van toepassing. WAA Venlo e.o. is hierbij aangemerkt als een Gemeenschappelijke Regeling die geen winststreven heeft en die zich om die reden niet als onderneming voor de vennootschapsbelasting kwalificeert. De uitvoeringsorganisatie WAA groep nv is te zien als een overheids-nv die sec de WSW uitvoert met haar werkactiviteiten en om die reden valt onder de vrijstellingsbepalingen van de nieuwe Wet Vpb. Beide vrijstellingen zijn eind 2017 formeel door de Belastingdienst goedgekeurd en bevestigd. De 100% dochtermaatschappijen van WAA groep nv, Beheermaatschappij Werkvoorziening Venlo bv en Vindt bv, zijn beide wel aangemerkt als formeel Vpb-plichtig, maar voeren feitelijk (momenteel) geen onderneming. Hierdoor is de materiële Vpbplicht voor deze beide bedrijven nagenoeg nihil. Ondanks dat ten aanzien van fiscaliteiten en vennootschapsbelasting e.e.a. vanaf 2017 is uitgekristalliseerd en formeel is goedgekeurd, is het altijd maar de vraag of dit ook in de toekomst zo blijft. De hele wet- en regelgeving op dit terrein is nl. nog steeds volop in beweging. Hierdoor loopt WAA (en haar deelnemende gemeenten) het risico dat in de toekomst toch ooit mogelijke overschotten van het Schap en WAA groep nv worden ‘afgeroomd’ met vennootschapsbelasting. •
Financieringsrisico’s
In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheid) is onder andere opgenomen dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in hun begroting een treasurystatuut moeten opnemen, waarin een uiteenzetting wordt gegeven van de risico´s met betrekking tot treasurybeheer. Voor een uiteenzetting van deze risico´s wordt verwezen naar de toelichting onder ‘Financiering’. •
Risico’s Covid-19 ten aanzien van Rijksbijdrage WSW
Ondanks dat Covid-19 wel een fors effect heeft bij WAA, zijn de effecten hiervoor voor sec het Schap op kortere termijn vooralsnog beperkt. Als gekeken wordt naar de langere termijn (2023 en verder), is de verwachting dat Covid-19 meer en meer onderdeel wordt van de dagelijkse gang van zaken. Het kan echter, zomaar weer omslaan met een nieuwe variant en dan weer een ander verhaal zijn. En dan kan het zomaar plots wél een forse directe impact hebben op het Schap. Het - 33 -
Rijk en gemeenten hebben nl. een gentlemen's-agreement waarbij het financiële uitgangspunt is "Samen de trap op, samen de trap af". Concreet: als het goed gaat met de Rijksbegroting straalt dit af op gemeenten, maar andersom ook. En m.n. dat laatste, is vanaf 2020 bij het Rijk aan de orde. Dit gezamenlijke beleid is door het Rijk voor 2020 en 2021 voorlopig in de ijskast gezet maar voor de jaren na 2021 is dat maar de vraag. Mocht dit beleid onveranderd na 2021 worden doorgezet, dan moeten gemeenten vanaf 2022 - rekening houdende met de enorme impact die alle compensatieregelingen vanuit het Rijk nu en in de toekomst hebben op de lopende Rijksbegroting mogelijk rekening houden met mogelijk forse kortingen, ook op het Participatiebudget incl. rijksbijdrage WSW vanaf 2023. Het hoe, wat en waar verder is nog niet bekend en derhalve vooralsnog PM. Maar daardoor niet minder relevant. 2.2 Bedrijfsrisico’s vanuit het ondernemerschap •
Risico: resultaten deelneming in WAA groep nv
Door de juridische splitsing vanaf 1-1-2004 loopt het Schap als Gemeenschappelijke Regeling geen directe risico´s uit hoofde van het ondernemerschap. Als 100% aandeelhouder in WAA groep nv loopt het Schap deze risico´s natuurlijk wel. Immers, de resultaten van WAA groep nv zullen, via de waardering van de deelneming in de nv, een effect hebben op de resultaten van het Schap. Het risico dat voortvloeit uit het ondernemerschap is altijd iets wat blijft, en is inherent aan de structuur en afzetmarkten waarop WAA groep nv opereert. •
Risico’s Covid-19 op bedrijfsvoering van deelneming WAA Groep nv
Ondanks de verwachting dat WAA voldoende in staat is de gevolgen van Covid-19 op kortere en middellange termijn zelf op te vangen, zijn natuurlijk wel stevige directe en indirecte risico’s hieraan verbonden. Op korte termijn moet dan met name gedacht worden aan wederom een nieuwe agressievere variant van het virus met als gevolg wederom geheel en/of partiele shut downs van gehele bedrijfstakken waardoor WAA groep nv veel minder resp. geen toegevoegde waarde meer ontvangst en extra kosten moet maken omdat plaatsingen bij inleners al dan niet tijdelijk mogelijk zijn. Wekelijks wordt deze impact gemonitord d.m.v. een geactualiseerde impactanalyse. Ook verdere gevolgen hiervan zullen meer en meer duidelijk worden waarbij meer finale sluitingen van bedrijven nadrukkelijk ook een risico zijn in dit kader. Terwijl een compensatie van het Rijk, zeker op een wat langere termijn, nog maar de vraag is. En ondanks het feit dat WAA groep nv voldoende eigen middelen heeft om de gevolgen van Covid-19 op korte en middellange termijn vooralsnog het hoofd te beiden, is het onzeker of en hoe Covid-19 -19 zich de komende periode gaat ontwikkelen.. Wat wel al duidelijk en zeker is dat het langer duurt dan 2021 en ook in 2022 niet weg is. Hoe het daarna zal gaan is een grote vraag voor iedereen en dat blijft een risico.
De omvang van dit risico is overigens vooralsnog niet in te schatten en derhalve PM. •
Risico: ontwikkelingen op de arbeidsmarkt
Een ander risico voor WAA is dat met de afronding van de strategienota Samen Anders! de organisatie WAA nadrukkelijk de beweging van “binnen naar buiten” heeft afgerond en als sociaal duurzaam SW-detacheringsbedrijf verder gaat. Als door interne of externe (markt-) omstandigheden de invulling van detacheringen en uitplaatsingen niet (helemaal) loopt conform afspraken en planning, kan en zal dit financiële gevolgen hebben voor zowel WAA als (in het verlengde hiervan) deelnemende gemeenten. Concreet is bij het opstellen van alle begrotingen vanaf 2015 uitgegaan van een groeiend opnamevermogen van WSW-medewerkers door bedrijven in de regio tegen reële tarieven. Er is geen rekening gehouden met mogelijke negatieve arbeidsmarktontwikkelingen zoals een teruglopende vraag, toenemende werkloosheid en/of nieuwe concurrentie voor WAA zoals bijv. Wajong. •
Risico: vervuilde gronden
Het Schap was tot medio 2018 eigenaar van (onder-)gronden aan de Edisonstraat in Venlo en van de Kwekerij Roobeek. En ondanks dat zowel het complex aan de Edisonstraat als de Kwekerij vervreemd zijn, kan voor WAA ten aanzien van milieuvervuilingen een staartverplichting uit voortvloeien. Ondanks het feit dat WAA van mening is dat momenteel geen sprake is van - 34 -
milieurisico’s en/of vervuiling van ondergronden c.a., in welke zin dan ook, die niet in beeld en opgelost resp. afgekocht zijn, is hier wel altijd een latent risico aanwezig. •
Risico: transitievergoedingen
Per 1 juli 2015 is de Wet Werk & Zekerheid (WWZ) ingegaan. Onderdeel van deze wet is de z.g. transitievergoeding bij onvrijwillig ontslag. Deze transitievergoeding kunnen zowel werknemers met een vast contract als werknemers met een tijdelijk contract ontvangen. Ook werknemers die aaneensluitend 2 jaar ziek zijn geweest en uitstromen richting WIA/IVA kunnen aansluitend hierop recht uitoefenen op deze transitievergoeding. Medio 2019 is door het Rijk aangegeven dat alle al betaalde en toekomstige transitievergoedingen voor de laatste categorie bij het UWV kunnen worden gedeclareerd. Echter, voor andere uitdiensttredingen zoals ontslag op staande voet etc. geldt dit niet. Zeker omdat de meeste WSW-dienstverbanden al erg lang lopen zijn de kosten die hieruit voortvloeien vaak hoog en onvoorspelbaar en vormen een financieel risico voor WAA en haar gemeenten. •
Risico: AVG
Vanaf medio 2018 is in Europa een nieuwe privacywetgeving van kracht die de wettelijke bescherming van persoonsgegevens moet waarborgen. In Nederland is dit vertaald in (aanvullende) wetgeving in de vorm van een zgn. AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Deze wet schrijft gedetailleerd voor hoe, wat en waar een organisatie moet omgaan met de bewaring en verstrekking van persoonsgegevens. Zeker aan een publieke organisatie als WAA, die werkt met een kwetsbare doelgroep, stelt deze wet hoge eisen zowel in middelen als doen en laten van mensen op dit gebied. WAA is in dit kader al een heel traject gelopen van zowel fysieke maatregelen als bewustwording en het als organisatie steeds alert zijn op alles in dit kader. En ondanks dat WAA van mening is dat zij momenteel “AVG-proof” is, moet nog het nodige gebeuren om op dit gebied ook op lange termijn volledig AGV-proof te blijven. In de AVG zijn boetes en bestuurlijke maatregelen vastgelegd indien hier niet aan voldaan wordt. En ondanks dat WAA op dit punt naar haar mening AVG-proof is, is het nu, maar ook in de toekomst nooit uit te sluiten dat iets op dat punt niet goed gaat. Immers: WAA is en blijft een organisatie die draait om en met mensen. En mensen maken nu eenmaal fouten. Vanuit die optiek is nu, maar ook in de toekomst altijd een risico voor WAA en in het verlengde haar participanten. •
Risico: cyberrisico’s
Recente voorvallen van organisaties die zijn aangevallen door hackers of internetcriminelen hebben aangetoond dat elke organisatie tegenwoordig risico loopt op verstoring of zelfs lamlegging van de interne werkprocessen door virussen als gevolg van malware of door bedreigingen via ransomware. WAA heeft tegen deze risico’s wel maatregelen genomen, zowel fysiek en softwarematig als in risicoafdekking (cyberverzekering). Desondanks is algemeen bekend dat beveiliging tegen cyberrisico’s vaak achter de nieuwste ontwikkelingen aanloopt, en dus altijd een latent cyberrisico aanwezig is. •
Risico Effecten WAB
Vanaf 1-1-2020 is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht. Deze wet herbergt verschillende kaders en maatregelen die de inzet van tijdelijke arbeidskrachten voor alle organisaties fors duurder en risicovoller maken dan eerder het geval. Weliswaar zet WAA maar in beperkte mate arbeidskrachten in die niet onder de WSW vallen en met een tijdelijk contract, maar desalniettemin zit hierin een risico. Een juridisch maar ook financieel risico indien op dit vlak menselijke fouten gemaakt worden door (bijv. termijnoverschrijdingen e.d.).
3. Onderhoud kapitaalgoederen Na de verkoop van haar gronden in 2017 en 2018 heeft WAA Venlo e.o. geen kapitaalgoederen meer. Derhalve is geen sprake van onderhoud van kapitaalgoederen.
- 35 -
4. Financiering WAA kent conform de wet FIDO een treasurystatuut. Hierin is opgenomen dat jaarlijks in een aparte paragraaf in de begroting een beschouwing wordt gegeven van de rente en financieringsontwikkelingen zoals het Schap die verwacht. Uitgangspunt is hierbij dat voldoende inzicht moet zijn in korte en langlopende financieringsrisico’s van het Schap en op welke wijze het Schap deze risico’s beheerst resp. beperkt. Indicatoren hiervoor zijn, naast het financieringsoverzicht, overzichten van leningenrisico’s en renterisico’s. Benchmarks hiervoor zijn de wettelijke criteria zoals die in de Wet FIDO zijn vastgelegd voor gemeenschappelijke regelingen. Onderstaand zijn de kasgeldruimte en de renterisico’s weergegeven. Uit beide overzichten blijkt dat het Schap in 2021 overall heeft voldaan aan de hiervoor geldende normen. Vanaf het 4e kwartaal is marginaal sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet als gevolg van de reguliere aflossing op en vervanging van duur lang vreemd vermogen door goedkope overtollige interne rekeningcourant financiering vanuit WAA Groep nv c.a.. Deze lijn zal uit budgettair oogpunt going concern in 2023 en volgende jaren worden doorgezet. 1e Kwartaal 2021 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo januari ultimo februari ultimo maart (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
3.988 3.760 4.410
4.043 4.834 5.204
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 55 1.074 794 641 Bedragen 1.153 1.794
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2021 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
14.065 8,20%
Kasgeldlimiet
1.153
2e kwartaal 2021 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo april ultimo mei ultimo juni (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
4.602 5.031 11.910
5.200 5.313 12.007
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 598 282 97 326 Bedragen 1.153 1.479
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2021 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
Kasgeldlimiet
- 36 -
14.065 8,20% 1.153
3e kwartaal 2021 Stappen (1-4) Bedragen x € 1.000
ultimo juli ultimo augustus ultimo september (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
12.482 12.674 12.427
12.373 12.509 12.006
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -109 -165 -421 -232 Bedragen 1.153 922
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2021 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
14.065 8,20%
Kasgeldlimiet
1.153
4e kwartaal 2021 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo oktober ultimo november ultimo december (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
12.912 12.741 13.644
11.791 11.400 12.275
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -1.121 -1.341 -1.369 -1.277 Bedragen 1.153 -124
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2021 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
Kasgeldlimiet
- 37 -
14.065 8,20% 1.153
Renterisico vaste schuld Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021
Begroting 2022 na wijziging
Primaire begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0 763 764
0 650 764
0 150 651
0 150 150
0 0 0
0 0 0
Renterisiconorm Ruimte onder risiconorm
2.698 1.934
2.580 1.816
2.550 1.899
2533 2.383
2.494 2.494
2.430 2.430
Overschrijding risiconorm
0
0
0
0
0
0
13.491 20%
12.902 20%
12.749 20%
12.663 20%
12.471 20%
12.149 20%
2.698
2.580
2.550
2.533
2.494
2.430
Stap
Variabelen Renterisico(norm)
(1) (2) (3)
Renteherziening Aflossingen Renterisico
(4) (5a) = (4>3) (5b) = (3>4)
Berekening Renterisiconorm: (4a) Totaal lasten boekjaar (4b) Percentage regeling (4) =(4a x 4b/100)
Renterisiconorm boekjaar
Volgens art. 2 Wet FIDO, betreffende de Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden, dienen overtollige geldmiddelen in de schatkist te worden aangehouden. Als overtollige geldmiddelen worden bedragen aangemerkt boven 0,75% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1.000.000 vanaf medio 2021.
- 38 -
EMU-saldo
x € 1000 Begroting
Realisatie Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan 1 c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Afschrijvingen ten laste van de 2 exploitatie Bruto dotaties aan de post 3 voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste 4 activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden waaronder in het Schap deelnemende gemeenten, de Europese 5 Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in 6 (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d.
(alleen 7 transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten 8 voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen 9 voor zover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks 10 ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten 11 Verkoop van effecten a Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte b boekwinst op de exploitatie? Berekend EMU-saldo *) volgens voorlopige cijfers
2021 *)
2022 voor wijz.
2024
2025
2026
-1.741
-1.529 -1.167 -1.260 -1.197
-915
-656
2022 na 1e wijz.
2023
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.100
1.100
600
600
600
600
600
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
-641
-429
-567
-660
-597
-315
-56
- 39 -
5. Verbonden partijen Het Schap kent slechts één verbonden partij, namelijk WAA groep nv (gevestigd aan de Edisonstraat 8 te Venlo), waarvan het Schap 100% eigenaar is. WAA groep nv voert namens het schap de WSW uit op basis van een contract. Het huidige contract loopt tot en met 31 december 2022 en kent een verlengingsoptie voor 2023 en volgende jaren. Het begrote resultaat van WAA groep nv in 2022 is -/- € 800.000. Dit tekort zal binnen WAA groep nv zelf worden gedekt door de inzet van overschotten uit vorige jaren resp. vrije reserves. De begrote totale exploitatie van de WAA groep nv (totaal baten en lasten) over 2022 bedraagt naar verwachting ongeveer € 34.000.000.
6. Lokale heffingen Het Schap kent geen lokale heffingen.
7. Grondbeleid Het Schap kent geen grondbeleid. Het Schap heeft, na de verkoop van haar gronden in 2017 en begin 2018, geen gronden meer in bezit.
- 40 -
Overzicht van baten en lasten begroting 2023
- 41 -
- 42 -
Overzicht van baten en lasten
Primaire begroting 2023 Lasten
Begroting 2022 na 1e wijziging
Baten
11.489
11.735
11.975
11.756
Diverse baten
0
0
0
297
Totale baten
11.489
11.735
11.975
12.053
Overige uitvoerings- en plaatsingskosten
Lasten
Werkelijk 2021*
Baten Lasten
Rijkssubsidie WSW