4. Jaarverslag en jaarrekening 2021 WAA Venlo e.o. def na vaststelling BO dd 24032022
Tekst van het document
Risico: optimalisatie- en finetuning proces
Vanaf 2014 heeft het Bestuur van WAA Venlo e.o. middels “Samen Groeien” en in het verlengde hiervan “Samen Anders!” nadrukkelijk een financieel kader voor WAA bepaald. Hierin is aangegeven dat er in financiële zin een sterke verbetering van het bedrijfsresultaat vanaf 2015 t/m 2020 moet worden gerealiseerd om het effect van de oplopende kortingen op de rijksbijdrage Wsw vanaf 2015 te dempen. Vanaf 2021 moet er gestreefd worden naar consolidatie van het resultaat op een niveau dat past bij de maatschappelijke taak en daarbij behorende maatschappelijke kosten en bijdragen van haar deelnemende gemeenten. Al vanaf 2015 wordt deze koers van WAA aangehouden maar ook jaarlijks zowel Bestuurlijk als operationeel tegen het licht gehouden en daar waar nodig gefinetuned. WAA is en blijft staan voor een sociaal duurzaam detacheringsbedrijf van en voor de regio Venlo en primair voor Wsw-ers met een loonwaarde vanaf 30% en hoger (zgn. ‘blauwe”/ niet beschutte Wsw groep). Daarmee is nadrukkelijk ook gekozen voor een krimp van de organisatie vanaf 2015. Ondanks dat via verantwoordingen en begrotingen grotendeels duidelijk is wat het financiële effect is van de koers, blijft het evident dat het niet geheel of gedeeltelijk passend kunnen plaatsen van Wsw-ers tegen optimaal renderende condities van groot belang is voor het uiteindelijke resultaat van WAA overall.
Het verder optimaliseren van het gehele proces van detacheren en van (aanvullende) maatregelen die hierbij nodig zijn, zal direct een effect hebben op de exploitatie van zowel WAA groep nv als WAA Venlo e.o., en de mate waarin dit proces slaagt is tevens een financieel risico voor WAA Venlo e.o. •
Risico: mogelijke herijking bestuurlijke constellatie WAA
Zoals eerder is aangegeven, zijn de gemeenten al enkele jaren bezig om te onderzoeken of en zo ja hoe, wat, waar en wanneer zij een stap wil gaan zetten om alle activiteiten voor de Participatiewet integraal en in samenhang samen te voegen. Een dergelijk proces kan en zal een risico vormen voor de continuïteit van de organisatie WAA over de volle breedte. Nog los daarvan zal een dergelijke operatie naar verwachting omvangrijk zijn, en zowel qua omvang als ook inhoudelijk complex. Eventuele externe en specialistische fiscale, juridische en personele ondersteuning zal daarbij zeker aan de orde zijn. Hiervoor zijn vanaf 2020 jaarlijks beperkt middelen gereserveerd. Het zal evident zijn dat hier een risico op ontoereikendheid hiervan schuilt. Een ander gevolg van dit proces is dat de huidige WAA zich onvoldoende kan door - ontwikkelen naar een breed detacheringsbedrijf zoals dat zou passen in de opzet van de huidige Participatiewet. Daarnaast zorgt de onzekerheid over de toekomst ervoor dat er prudent en derhalve beperkt wordt geïnvesteerd in het gereedschap (o.a. ICT) en de organisatie. Beperkt investeren geeft een risico van bijblijven maar niet (door)ontwikkelen, en derhalve stilstand. Stilstand is achteruitgang, zeker in de dynamische omgeving waarin WAA opereert.
Ook hier is een latent risico aanwezig dat steeds pregnanter wordt naarmate finale besluitvorming rond dit thema uitblijft en de toekomst langer en langer onzeker blijft. Een risico op een organisatie die straks zover achterloopt dat alleen met extra grote inspanningen weer aansluiting gevonden kan worden bij het dan geldende heden. Als dat dan überhaupt nog lukt…. Dit risico is eind 2019 ook nadrukkelijk benoemd door onze externe accountant in een bestuurlijke toelichting bij haar management letter. •
Risico’s uit hoofde van de Wsw
Steeds meer zijn de financiële risico’s voor de uitvoering van de Wsw a.g. v. de doorlopende en oplopende rijksbezuinigingen vanaf 2015 tot en met 2020, vanuit het Rijk naar de SW-bedrijven resp. haar deelnemende gemeenten verlegd. Het lijkt erop dat deze beweging vanaf 2021 tot staan is gekomen maar niets is minder waar; de rijksbijdrage wordt vanaf 2021 weliswaar niet verder autonoom gekort, maar blijft wel structureel op een fors lager niveau dan oorspronkelijk het geval was. En is hiermee verre van kostendekkend ten opzichte van de verplichtingen die hierbij horen. In combinatie met de verdere uitrol van de Participatiewet, drukt dit een forse stempel op de toekomstige vorm, inhoud en financiering van de Wsw. Daarenboven is het zeker niet uit te sluiten
- 21 -
dat de rijksbezuinigingen op de Wsw en het hele terrein van gesubsidieerde arbeid tóch verder zullen gaan dan tot nu toe is aangegeven en aangenomen. Dit omdat deze worden bepaald in een landelijke, politieke omgeving die veranderlijk is en waar maatschappelijke thema’s vaker prevaleren boven bedrijfseconomische realiteit en rationaliteit. Dit is nadrukkelijk een risico voor zowel WAA als haar deelnemende gemeenten! Het zal duidelijk zijn dat álle veranderingen in de inhoud, vorm en structuur rondom de uitvoering van de Wsw over de volle breedte zowel uitvoerings- als financiële risico’s met zich mee kan brengen. “Uitloop- en inloop-” resp. transformatierisico’s die er kunnen zijn in de volgende verbouwfase bij bestaande modaliteiten, maar ook nieuwe risico’s die nu nog niet of nauwelijks onderkend zijn en in de (nabije) toekomst manifest kunnen worden in nieuwe werkwijzen en/of structuren en uitvoeringsmodaliteiten. Daarnaast is in de Participatiewet aangegeven dat de Wsw vanaf 2015 geen instroom meer zal kennen en derhalve zal deze regeling worden afgebouwd. Door de afbouw van de Wsw krimpt de Wsw-bezetting van het Schap waardoor huidige schaalvoordelen in de uitvoering teruglopen en zelfs geheel of gedeeltelijk wegvallen waardoor de exploitatie van het Schap en/of haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv onder druk komt te staan.
Vanaf 2018 is dit al zichtbaar en in 2021 loopt dit zgn. negatieve economies-of-scale-effect verder op. In de exploitatie wordt hier rekening mee gehouden maar het is niet mogelijk alle effecten hiervan exact voor alle toekomstige jaren in te schatten. Hierdoor is en blijft dit altijd een risico. •
Risico’s naar aanleiding van gemeentelijke herindeling
Het herindelingsproces in de regio Noord-Limburg is voorlopig niet aan de orde maar daarom niet minder belangrijk. Dit proces is direct van belang voor WAA omdat een mogelijke verkleining van het Wsw-verzorgingsgebied kan leiden tot een geringer gemeentelijk draagvlak via een lager aanbod van SW-geïndiceerd personeel. Hierdoor kan de bedrijfsvoering (nog) sterker onder druk komen te staan terwijl de financiële draagkracht onder de onderneming WAA kleiner wordt. Hierdoor kunnen in de toekomst activiteiten onder druk komen te staan. De risico’s voor WAA vanuit deze optiek zijn bijna niet in te schatten maar daarom niet minder aanwezig. •
Demografische risico’s
Het maatschappelijk probleem van een vergrijzende samenleving is ook bij WAA een issue dat bij WAA zelfs nog sterker doorwerkt dan in de samenleving. Een analyse van het SW-personeelbestand van WAA geeft aan dat de gemiddelde leeftijd hoger is dan het gemiddelde in den lande. Een stijging van de gemiddelde leeftijd gaat gepaard met een oplopende krimp en hogere uitvoeringskosten. Hierbij valt dan onder andere te denken aan hogere loonkosten per fte (meer functie-eindlonen) en hogere prepensioenkosten en vervangingskosten doordat meer gebruik gemaakt wordt van seniorenregelingen c.a. Op nationaal niveau wordt er steeds nadrukkelijker nagedacht over en gewerkt aan diverse maatregelen om werknemers langer in het arbeidsproces te houden. In de nieuwe Cao voor zowel Wsw- als niet-Wsw-personeel is deze beweging echter slechts mondjesmaat zichtbaar: seniorenregelingen en FPU-achtige modellen worden niet om- en afgebouwd en kennen hele lange uitlooptermijnen voor zittend personeel en stimuleren zo medewerkers eerder om op relatief jonge leeftijd te stoppen met werken dan andersom. Dit omdat deze regelingen nog steeds gepaard gaan met financieel aantrekkelijke voorwaarden voor de medewerkers.
Nog los van het sterk kostenverhogende effect van deze maatregelen voor de individuele bedrijven, zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontwikkelingen een risico vormen voor de bedrijfsvoering van WAA. •
Fiscale risico’s
Vanaf 2016 is een breed en integraal vennootschapsbelastingmodel voor publiekrechtelijke organisaties van toepassing. WAA Venlo e.o. is hierbij aangemerkt als een Gemeenschappelijke Regeling die geen winststreven heeft en die zich om die reden niet als onderneming voor de vennootschapsbelasting kwalificeert. De uitvoeringsorganisatie WAA groep nv is te zien als een overheids-nv die sec de Wsw uitvoert met haar werkactiviteiten en om die reden valt onder de vrijstellingsbepalingen van de nieuwe Wet Vpb. Beide vrijstellingen zijn eind 2017 formeel door de
- 22 -
Belastingdienst goedgekeurd en bevestigd. De 100% dochtermaatschappijen van WAA groep nv, Beheermaatschappij Werkvoorziening Venlo bv en Vindt bv, zijn beide wel aangemerkt als formeel Vpb-plichtig, maar voeren feitelijk (momenteel) geen onderneming. Hierdoor is de materiële Vpbplicht voor deze beide bedrijven nagenoeg nihil. Ondanks dat ten aanzien van fiscaliteiten en vennootschapsbelasting e.e.a. vanaf 2017 is uitgekristalliseerd en formeel is goedgekeurd, is het altijd maar de vraag of dit ook in de toekomst zo blijft. De hele wet- en regelgeving op dit terrein is nl. nog steeds volop in beweging. Hierdoor loopt WAA (en haar deelnemende gemeenten) het risico dat in de toekomst toch ooit mogelijke overschotten van het Schap en WAA groep nv worden ‘afgeroomd’ met vennootschapsbelasting. •
Financieringsrisico’s
In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheid) is onder andere opgenomen dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in hun begroting een treasurystatuut moeten opnemen, waarin een uiteenzetting wordt gegeven van de risico´s met betrekking tot treasurybeheer. Voor een uiteenzetting van deze risico´s wordt verwezen naar de toelichting onder ‘Financiering’. •
Risico’s COVID-19 t.a.v. Rijksbijdrage Wsw
Ondanks dat COVID-19 wel een fors effect heeft bij WAA, zijn de effecten hiervoor voor sec het Schap op kortere termijn vooralsnog beperkt. Als gekeken wordt naar de langere termijn (2022 en verder), is de verwachting dat covid-19 meer en meer onderdeel wordt van de dagelijkse gang van zaken. Het kan echter, zomaar weer omslaan met een nieuwe variant en dan weer een ander verhaal zijn. En dan kan het zomaar plots wél een forse directe impact hebben op het Schap. Het Rijk en gemeenten hebben nl. een gentlemen's-agreement waarbij het financiële uitgangspunt is "Samen de trap op, samen de trap af". Concreet: als het goed gaat met de Rijksbegroting straalt dit af op gemeenten, maar andersom ook. En m.n. dat laatste, is vanaf 2020 bij het Rijk aan de orde. Dit gezamenlijke beleid is door het Rijk voor 2020 en 2021 voorlopig in de ijskast gezet maar voor de jaren na 2021 is dat maar de vraag of ze uit de ijskast komen. Mocht dit beleid onveranderd na 2021 worden doorgezet, dan moeten gemeenten vanaf 2022 - rekening houdende met de enorme impact die alle compensatieregelingen vanuit het Rijk nu en in de toekomst hebben op de lopende Rijksbegroting - rekening houden met mogelijk forse kortingen, ook op het Participatiebudget incl. rijksbijdrage Wsw vanaf 2022. Het hoe, wat en waar verder is nog niet bekend en derhalve vooralsnog PM. Maar daardoor niet minder relevant.
1.2.1.2 Bedrijfsrisico’s vanuit het ondernemerschap •
Risico: resultaten deelneming in WAA groep nv
Door de juridische splitsing vanaf 1-1-2004 loopt het Schap als Gemeenschappelijke Regeling geen directe risico´s uit hoofde van het ondernemerschap. Als 100% aandeelhouder in WAA groep nv loopt het Schap deze risico´s natuurlijk wel. Immers, de resultaten van WAA groep nv zullen, via de waardering van de deelneming in de nv, een effect hebben op de resultaten van het Schap. Het risico dat voortvloeit uit het ondernemerschap is altijd iets wat blijft, en is inherent aan de structuur en afzetmarkten waarop WAA groep nv opereert. •
Risico’s COVID-19 op bedrijfsvoering van deelneming WAA Groep nv
Ondanks de verwachting dat WAA overall voldoende in staat is de gevolgen van COVID-19 op kortere en middellange termijn zelf op te vangen, zijn er natuurlijk wel stevige directe en indirecte risico’s hieraan verbonden. Op korte termijn moet dan met name gedacht worden aan wederom een nieuwe agressievere variant van het virus met als gevolg wederom geheel en/of partiele shut downs van gehele bedrijfstakken waardoor WAA groep nv veel minder resp. geen toegevoegde waarde meer ontvangst en extra kosten moet maken omdat plaatsingen bij inleners al dan niet tijdelijk mogelijk zijn. Wekelijks wordt deze impact gemonitord d.m.v. een geactualiseerde impactanalyse. Ook verdere gevolgen hiervan zullen meer en meer duidelijk worden waarbij meer finale sluitingen van bedrijven nadrukkelijk ook een risico zijn in dit kader. Terwijl een compensatie van het Rijk, zeker
- 23 -
op een wat langere termijn, nog maar de vraag is. En ondanks het feit dat WAA groep nv voldoende eigen middelen heeft om de gevolgen van COVID op korte en middellange termijn vooralsnog het hoofd te bieden, is het onzeker of en hoe COVID -19 zich de komende periode gaat ontwikkelen.. Wat wel al duidelijk en zeker is dat het langer duurt dan 2021 en ook in 2022 niet weg is. Hoe het daarna zal gaan is een grote vraag voor iedereen en dat blijft een risico. De omvang van dit risico is overigens vooralsnog niet in te schatten en derhalve PM. •
Risico: ontwikkelingen op de arbeidsmarkt
Een ander risico voor WAA is dat met de afronding van de strategienota Samen Anders! de organisatie WAA nadrukkelijk de beweging van “binnen naar buiten” heeft afgerond en als sociaal duurzaam Sw-detacheringsbedrijf verder gaat. Als door interne of externe (markt-) omstandigheden de invulling van detacheringen en uitplaatsingen niet (helemaal) loopt conform afspraken en planning, kan en zal dit financiële gevolgen hebben voor zowel WAA als (in het verlengde hiervan) deelnemende gemeenten. Concreet is bij het opstellen van alle begrotingen vanaf 2015 uitgegaan van een groeiend opnamevermogen van Wsw-medewerkers door bedrijven in de regio tegen reële tarieven. Er is geen rekening gehouden met mogelijke negatieve arbeidsmarktontwikkelingen zoals een teruglopende vraag, toenemende werkloosheid en/of nieuwe concurrentie voor WAA zoals bijv. Wajong. •
Risico: vervuilde gronden
Het Schap was tot medio 2018 eigenaar van (onder-)gronden aan de Edisonstraat in Venlo en van de Kwekerij Roobeek. En ondanks dat zowel het complex aan de Edisonstraat als de Kwekerij vervreemd zijn, kan er voor WAA t.a.v. milieuvervuilingen een staartverplichting uit voortvloeien. Ondanks het feit dat WAA van mening is dat er momenteel geen sprake is van milieurisico’s en/of vervuiling van ondergronden c.a., in welke zin dan ook, die niet in beeld en opgelost resp. afgekocht zijn, is hier wel altijd een latent risico aanwezig. •
Risico: transitievergoedingen
Per 1 juli 2015 is de Wet Werk & Zekerheid (WWZ) ingegaan. Onderdeel van deze wet is de z.g. transitievergoeding bij onvrijwillig ontslag. Deze transitievergoeding kunnen zowel werknemers met een vast contract als werknemers met een tijdelijk contract ontvangen. Ook werknemers die aaneensluitend 2 jaar ziek zijn geweest en uitstromen richting WIA/IVA kunnen aansluitend hierop recht uitoefenen op deze transitievergoeding. Medio 2019 is door het Rijk aangegeven dat alle al betaalde en toekomstige transitievergoedingen voor de laatste categorie bij het UWV kunnen worden gedeclareerd. Echter, voor andere uitdiensttredingen zoals ontslag op staande voet etc. geldt dit niet. Zeker omdat de meeste Wsw-dienstverbanden al erg lang lopen zijn de kosten die hieruit voortvloeien vaak hoog en onvoorspelbaar en vormen een financieel risico voor WAA en haar gemeenten. •
Risico: AVG
Vanaf medio 2018 is in Europa een nieuwe privacywetgeving van kracht die de wettelijke bescherming van persoonsgegevens moet waarborgen. In Nederland is dit vertaald in (aanvullende) wetgeving in de vorm van een zgn. AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Deze wet schrijft gedetailleerd voor hoe, wat en waar een organisatie moet omgaan met de bewaring en verstrekking van persoonsgegevens. Zeker aan een publieke organisatie als WAA, die werkt met een kwetsbare doelgroep, stelt deze wet hoge eisen zowel in middelen als doen en laten van mensen op dit gebied. WAA is in dit kader al een heel traject gelopen van zowel fysieke maatregelen als bewustwording en het als organisatie steeds alert zijn op alles in dit kader. En ondanks dat WAA van mening is dat zij momenteel “AVG-proof” is, moet er nog het nodige gebeuren om op dit gebied ook op lange termijn volledig AVG-proof te blijven. In de AVG zijn boetes en bestuurlijke maatregelen vastgelegd indien hier niet aan voldaan wordt. En ondanks dat WAA op dit punt naar haar mening AVG-proof is, is het nu, maar ook in de toekomst nooit uit te sluiten dat er iets op dat punt niet goed gaat. Immers: WAA is en blijft een organisatie die draait om en met mensen. En mensen maken nu eenmaal fouten. Vanuit die optiek is er nu, maar ook in de toekomst altijd een risico voor WAA en in het verlengde haar participanten.
- 24 -
•
Risico: cyberrisico’s
Recente voorvallen van organisaties die zijn aangevallen door hackers of internetcriminelen hebben aangetoond dat elke organisatie tegenwoordig risico loopt op verstoring of zelfs lamlegging van de interne werkprocessen door virussen a.g.v. malware of door bedreigingen via ransomware. WAA heeft tegen deze risico’s wel maatregelen genomen, zowel fysiek en softwarematig als in risicoafdekking (cyberverzekering). Desondanks is algemeen bekend dat beveiliging tegen cyberrisico’s vaak achter de nieuwste ontwikkelingen aanloopt, en er dus altijd een latent cyberrisico aanwezig is. •
Risico Effecten WAB
Vanaf 1-1-2020 is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht. Deze wet herbergt verschillende kaders en maatregelen die de inzet van tijdelijke arbeidskrachten voor alle organisaties fors duurder en risicovoller maken dan eerder het geval. Weliswaar zet WAA maar in beperkte mate arbeidskrachten in die niet onder de Wsw vallen en met een tijdelijk contract, maar desalniettemin zit hierin een risico. Een juridisch maar ook financieel risico indien er op dit vlak menselijke fouten gemaakt worden door (bijv. termijnoverschrijdingen e.d.). 1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen WAA Venlo e.o. heeft geen kapitaalgoederen. Derhalve is er geen sprake van onderhoud van kapitaalgoederen. 1.2.3 Financiering WAA kent conform de wet FIDO een treasurystatuut en geeft jaarlijks in een aparte paragraaf in de begroting een beschouwing van de rente en financieringsontwikkelingen zoals het Schap die verwacht. Uitgangspunt is hierbij dat er voldoende inzicht moet zijn in korte en langlopende financieringsrisico’s van het Schap en op welke wijze het Schap deze risico’s beheerst resp. beperkt. Indicatoren hiervoor zijn, naast het financieringsoverzicht, overzichten van leningenrisico’s en renterisico’s. Benchmarks hiervoor zijn de wettelijke criteria zoals die in de Wet FIDO zijn vastgelegd voor gemeenschappelijke regelingen. Onderstaand zijn de kasgeldruimte en de renterisico’s weergegeven.
Deze overzichten zijn opgesteld volgens de voorschriften van de Wet FIDO. Uit beide overzichten blijkt dat het Schap in 2021 voldoet aan de hiervoor geldende normen. Liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) 1e kwartaal 2021 Stappen (1-4) ultimo januari ultimo februari ultimo maart (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
3.988 3.760 4.410
4.043 4.834 5.204
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 55 1.074 794 641 Bedragen 1.153 1.794
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2021 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
Kasgeldlimiet
- 25 -
14.065 8,20% 1.153
2e kwartaal 2021 Stappen (1-4) ultimo april ultimo mei ultimo juni (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
4.602 5.031 11.910
5.200 5.313 12.007
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 598 282 97 326 Bedragen 1.153 1.479
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2021 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
14.065 8,20%
Kasgeldlimiet
1.153
3e kwartaal 2021 Stappen (1-4) ultimo juli ultimo augustus ultimo september (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
12.482 12.674 12.427
12.373 12.509 12.006
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -109 -165 -421 -232 Bedragen 1.153 922
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2021 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
14.065 8,20%
Kasgeldlimiet
1.153
4e kwartaal 2021 Stappen (1-4) ultimo oktober ultimo november ultimo december (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
12.912 12.741 13.644
11.791 11.400 12.275
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -1.121 -1.341 -1.369 -1.277 Bedragen 1.153 -124
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2021 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
Kasgeldlimiet
- 26 -
14.065 8,20% 1.153
Volgens art. 2 Wet FIDO, betreffende de Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden, dienen overtollige geldmiddelen in de schatkist te worden aangehouden. Als overtollige geldmiddelen worden bedragen aangemerkt boven 0,75% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 250.000 resp. €1 mio vanaf het 2e halfjaar 2021. Het Schap heeft in het 1e halfjaar van 2021 geldmiddelen boven dit minimum aangehouden. Wij verwijzen naar de toelichting op de balans, onder post Liquide middelen. Renterisico vaste schuld (bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2021
Begroting na Realisatie Realisatie wijziging 2021 2020 2021 0 0 0 0
Stap
Variabelen Renterisico(norm)
(1)
Renteherziening
(2)
Aflossingen
763
763
763
763
(3)
Renterisico
763
763
763
763
(4) (5a) = (4>3) (5b) = (3>4)
Renterisiconorm
2.784
2.813
2.675
2.657
Ruimte onder risiconorm
2.021
2.050
1.912
1.894
0
0
0
0
Berekening (4a) (4b) (4) =(4a x 4b/100)
Renterisiconorm Totaal lasten boekjaar Percentage regeling Renterisiconorm boekjaar
13.919 20%
14.065 20%
13.373 20%
13.285 20%
2.784
2.813
2.675
2.657
Overschrijding risiconorm
Renteschema 2021 in €1.000
a. b. c1. c2. c3.
d1. d2. e. f.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten Doorbelaste rente naar de grondexploitatie Doorbelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden Rentebaat van door verstrekte leningen in het kader van projectfinanciering naar taakvelden Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (omslagrente) Renteresultaat op het taakveld treasury
46 0 46 0 0 0 0 0 0 46 0 46
Het Schap kent één programma, nl. de uitvoering Wsw. Alle financieringskosten zijn hieraan dienstbaar. Er wordt geen rente aan eigen vermogen, voorzieningen, investeringen en/of andere zaken toegerekend. 1.2.4 Verbonden partijen Het Schap is een Gemeenschappelijke Regeling die de Wsw uitvoert namens de hierin deelnemende gemeenten Beesel, Bergen en Venlo. Het Schap is 100% eigenaar van WAA groep nv, gevestigd aan de Prinsessesingel 10 te Venlo. WAA groep nv voert namens het Schap de Wsw uit op basis van een contract. Het huidige contract is, met een voorbehoud van behoud van de huidige organieke constellatie, verlengd en loopt tot en met 31 december 2023.
- 27 -
WAA groep nv heeft, volgens voorlopige cijfers, het jaar 2021 afgesloten met een overschot van €818.000, daar waar en tekort van € 600.000 gebudgetteerd was. De totale exploitatie van de WAA groep nv (totaal baten en lasten) over 2021 bedraagt € 36.000.000. Overzicht van het eigen en vreemd vermogen WAA groep nv: 01-01-2021
31-12-2021
€
€
Eigen vermogen Resultaat 2021 volgens marap dec 21 Totaal eigen vermogen
11.052 1.248 12.300
12.300 818 13.118
Vreemd vermogen Totaal vermogen
2.967 15.267
2.708 15.826
1.2.5 Grondbeleid Het Schap kent geen grondbeleid. Het Schap heeft, na de verkoop van haar gronden in 2017 en begin 2018, geen gronden meer in bezit. 1.2.6 Bedrijfsvoering 1.2.6.1 Algemeen Het Schap voert als Gemeenschappelijke Regeling, voor en namens de deelnemende gemeenten, de verplichtingen uit die voortvloeien uit de Participatiewet, nl. het onderdeel Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) in de regio Venlo tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het Schap heeft de bedrijfsvoering hiervan overgedragen aan haar dochteronderneming WAA groep nv. Daarom is binnen het Schap sec geen sprake van bedrijfsvoering. Het Schap kent één programma, nl. de uitvoering Wsw. Alle financieringskosten zijn hieraan dienstbaar. Er wordt geen rente aan eigen vermogen, voorzieningen, investeringen en/of andere zaken toegerekend. Investeringsbeleid Zoals in 1.2.5 vermeld heeft het Schap in 2018 alle in haar bezit zijnde gronden verkocht, en heeft daarmee geen materiële activa meer. Wat betreft haar financiële vaste activa is het Schap vanaf 2004 zowel materieel als qua zeggenschap volledig en 100% eigenaar van de deelneming in WAA groep nv.
Organisatiestructuur en administratieve organisatie Omdat het Schap de bedrijfsvoering aan haar dochteronderneming WAA groep nv heeft overgedragen is er een minimale organisatiestructuur (met zoals al vermeld een Algemeen bestuur en een Dagelijks bestuur) en administratieve organisatie. Dit kan, hangende het onderzoek Samen Verder!, veranderen als het Schap haar deelneming in WAA groep nv mogelijk zal vervreemden. Personeelsbeleid Het Schap heeft in materiële zin geen personeel in dienst. Derhalve is een personeelsbeleid niet van toepassing. Informatisering en automatisering In 2021 is de geautomatiseerde gegevensverwerking verder ingericht op het werken op afstand en flexibele werkplekken. Behoudens enkele ICT vervangingsinvesteringen zijn in 2022 geen andere noemenswaardige investeringen gepland.
- 28 -
Kansen en bedreigingen Een van de grootste bedreigingen voor het Schap is indirect een oplopend tekort bij haar 100% deelneming WAA groep nv a.g.v. de krimp en de veroudering van de SW-bezetting. Hierdoor dient de organisatie mee te krimpen, waarbij tegen grenzen van economies-of-scale wordt aangelopen, hetgeen onevenredig hoge kosten met zich mee kan brengen. Deze krimp en haar negatieve gevolgen kan mogelijk worden opgevangen door het werken met andere doelgroepen van de Participatiewet. Dit zou voor WAA kansen kunnen bieden. Naast krimp voor de hele entiteit WAA is er altijd een kans en bedreiging die voortvloeit uit het normale ondernemerschap. Dit is voor het Schap een zgn. secundaire zaak omdat ondernemerschap primair onderdeel is van de bedrijfsvoering van WAA groep nv, maar door de 100% deelnemersrelatie wel ook iets is dat het Schap weliswaar indirect maar wel degelijk raakt. Dit is vanaf 2020 duidelijk zichtbaar geworden met het uitbreken van de zgn. coronacrisis. Onderstaande wordt e.e.a. hieromtrent nader geduid. 1.2.6.2 COVID-19 Zoals al in de inleiding bij deze jaarrekening is aangegeven, is het jaar 2021 bij WAA getekend door alles rondom COVID-19. Hierdoor is het sociale, maatschappelijke én economische leven in Nederland in diverse perioden gedurende 2021 abrupt tot een gedeeltelijke stop gekomen.
En op andere momenten, zoals medio 2021, was er dan weer sprake van een afbouw en forse versoepeling van maatregelen, met de verwachting dat we allemaal weer snel en meer en meer terug kunnen naar de “normale”, pré- COVID-19 situatie. Het menselijke, sociale en economische leven zit sindsdien in een achtbaan of rollercoaster. Met alle sociale, maatschappelijke maar ook economische gevolgen van dien. Als sec naar economische gevolgen wordt gekeken, is de ervaring uit 2020 en 2021 en de verwachting voor 2022 en verder dat de directe impact van deze crisis op sec de exploitatie van het Schap WAA beperkt is, en ook zal blijven. Immers, de activiteiten van het Schap beperken zich primair tot regievoering en administratie c.a. van de Wsw voor haar deelnemende gemeenten en aansturing van haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. De primaire baten van het Schap, zijnde vnl. rijksbijdrage Wsw en gemeentelijke bijdragen, evenals de primaire lastenstroom van het Schap, zijnde vnl. uitvoeringsbijdragen Wsw en vaste vergoedingen voor regie-, administratie en controlewerkzaamheden, zijn veelal vast en worden o.b.v. de huidige wetenschap naar verwachting nauwelijks (primair) geraakt door de huidige crisis. Op middellange en langere termijn kan dat, zeker als deze crisis lang aanhoudt, een heel ander verhaal zijn. Hiervoor wordt verwezen naar de risicoparagraaf.
De indirecte impact van corona is anders dan de directe impact; het Schap wordt immers indirect natuurlijk wel degelijk, en wel fors hierdoor geraakt doordat zij 100% deelnemer is in de uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. WAA groep nv is en wordt nog steeds wel degelijk behoorlijk geraakt. Enerzijds doordat haar kwetsbare mensen uit de Wsw doelgroep bij het opleveren van het virus meer uitvallen (o.a. a.g. v. ziekte en/of quarantaine) maar ook omdat in de lockdown-perioden mensen in bepaalde sectoren van de economie niet of minder kunnen werken waardoor delen van in haar opbrengstenstroom (toegevoegde waarde uit leveringen van diensten) wegvallen. Daarbovenop is een bijkomend gevolg van COVID-19 dat het op een mondiale schaal zorgt voor spanningen in de logistieke ketens. Iets waar enkele grote klanten van WAA groep nv die in de Value Added Logistics (VAL) business zitten, direct en WAA derhalve indirect ook last van heeft. Al met al zorgt COVID-19 bij WAA groep nv voor een druk op de omzet bij veelal gelijkblijvende loon-(kosten) resp. zelfs hogere kosten a.g. v. capaciteits- en vraaguitval en extra maatregelen die getroffen moeten worden. In 2020 en wederom in 2021 heeft het Rijk aangegeven coronacompensatie voor Sw-bedrijven te verlenen voor de periode t/m september 2021.
Via de rijksbijdrage Wsw is, ter vervanging van de NOW-bijdrage voor Sw-bedrijven, in 2020 in totaal € 933.000 (€ 2.098 per arbeidsjaar Wsw) en voor 2021 nogmaals ongeveer € 297.000 ((€ 719 per arbeidsjaar Wsw) aan EENMALIGE, EXTRA subsidie verstrekt via gemeenten aan SW-bedrijven als overbrugging voor de gevolgen van COVID-19 op de bedrijfsvoering. Een eventuele uitbreiding van deze steun vanaf het 4 e kwartaal 2021 is vooralsnog onderwerp van gesprekken tussen het Rijk en VNG met de Sw branchevereniging Cedris. Naast compensatie van het Rijk heeft WAA al in maart 2020 afspraken met haar klanten kunnen maken waarbij, met een beroep op partnership, ook deze relaties vanaf toen onveranderd steeds bijdragen
- 29 -
hebben geleverd en zullen blijven leveren om elke (semi-)lockdown periode opnieuw de gevolgen van COVID-19 samen te mitigeren. Over en weer wordt de extra waarde van partnership in deze periode pas echt duidelijk. En wordt de meerwaarde van de huidige koers van WAA overall meer en meer duidelijk. Samen met de ingezette maatregelen bij WAA groep nv en de compensatie van klanten, was de coronacompensatie van het Rijk in 2020 maar ook nu in 2021 wederom ruim voldoende om de gevolgen van COVID-19 op de exploitatie van WAA groep nv te mitigeren. Voor Q4-2021 en verder is nog geheel niets van het Rijk hieromtrent aangegeven. Derhalve is een eventuele COVID-19compensatie van het Rijk vanaf Q4- 2021 (vooralsnog) als PM in deze jaarrekening maar ook in de (meerjaren-)begroting opgenomen. Via de uitvoerings- en plaatsingsbijdrage is deze rijks-compensatie in 2020 maar ook nu in 2021, in lijn met bestuurlijke besluitvorming uit 2020, weer volledig doorbetaald aan WAA groep nv. Dit zal ook gaan gebeuren met eventuele compensaties in de toekomst die nu PM zijn. Hierdoor worden de gevolgen van COVID-19 op de bedrijfsvoering / exploitatie en de compensatie hiervoor binnen de WAA-constellatie zowel materieel als formeel gematched. In verband met het afwijkende en eenmalige karakter van zowel de ontvangst als doorbetaling van deze Coronabijdrage van het Rijk resp.
gemeenten via de Rijksbijdrage Wsw, wordt de ontvangst hiervan in de exploitatie van het Schap apart verantwoord onder Diverse baten. De doorbetaling aan WAA groep nv wordt ook apart verantwoord onder Bijdragen aan derden. De impact van de COVID-19-crisis op de exploitatie van WAA is m.n. bij WAA groep nv verwerkt in het exploitatieresultaat. En door de blijvende hoge mate van onzekerheden hieromtrent, vanaf 2021 en verder steeds met de nodige voorzichtigheid door vertaald in de verwachte resultaten en (meerjaren)budgetten. Door te zorgen voor prudent financieel beheer met voldoende ruimte voor onvoorzien in zowel de baten als lasten, én voor de komende jaren tot en met 2026 structureel een hoger eigen weerstandsvermogen bij zowel WAA groep als het bij het Schap aan te houden dan noodzakelijk, wordt binnen de exploitatie en balans van WAA overall voldoende ruimte aangehouden om zélf de (verdere) gevolgen van COVID-19 primair eerst in haar eigen organisatie financieel te kunnen opvangen. Ondanks de forse impact die de crisis heeft op de balans en exploitatie van WAA overall, is de financiële en liquiditeitspositie van WAA overall voor nu en voor de nabije toekomst zodanig aan de maat dat de continuïteit van de gehele WAA-organisatie vooralsnog niet in gevaar is.
Naar verwachting zal de coronacrisis en de follow up daarbij, derhalve onverminderd vooralsnog geen gevolgen hebben voor de waardering van de deelneming WAA groep nv bij het Schap, en derhalve geen gevolgen hebben voor de exploitatie van het Schap. Op langere termijn, en in directe en indirecte zin en los van haar exploitatie etc., is continuïteit voor het Schap zelf sec a.g. v. de wettelijke garanties die de WGR biedt, overigens überhaupt nooit een issue. Waarvan acte!
- 30 -
2. Jaarrekening 2021
- 31 -
2.1 Balans per 31 december (x € 1.000)
31.12.2021
31.12.2020
5.448 5.448
5.448 5.448
1.558 12.266
1.275 4.320
102
2.086
13.926
7.681
9
3
19.383
13.132
Activa Vaste activa - Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen - Deelnemingen
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - uitzettingen in Rijks Schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
Liquide middelen
Totaal
- 32 -
31.12.2021
31.12.2020
1.537 3.132 -200 4.469
921 3.450 616 4.987
1.100 1.100
1.863 1.863
13.795 13.795
6.259 6.259
18 18
23 23
19.383
13.132
0
0
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserve - Gerealiseerde resultaat
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden
Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen
Totaal
Bedrag aan borg- en garantstellingen
- 33 -
- 34 -
2.2 Overzicht van baten en lasten
Primaire begroting 2021 11.919
Gewijzigde begroting 2021 12.092
Diverse baten
0
Totale baten
11.919
Rijkssubsidie Wsw
Overige uitvoerings- en plaatsingskosten
Realisatie 2021
Realisatie 2020
11.756
12.005
0
297
933
12.092
12.053
12.938
13.424
13.425
12.878
12.759
Administratiekosten Personeelskosten bestuur
64 20
64 20
64 16
63 19
Rentekosten minus – opbrengsten
46
71
46
66
113
113
113
110
120 25 107
192 25 155
145 25 86
166 30 72
Kosten wachtlijst-beheer / indicatie Frictiekosten bijdrage aan NV Projectkosten bijdrage aan NV Overige algemene kosten Totale lasten
13.919
14.065
13.373
13.285
Exploitatieresultaat
-2.000
-1.973
-1.320
-347
0
0
-297
-933
-2.000
-1.973
-1.617
-1.280
Gemeentelijke tekortfinanciering Wsw
1.600
1.100
1.100
1.600
Gerealiseerde totaal baten en lasten
-400
-873
-517
320
Onttrekkingen aan bestemmingsreserve
145
217
170
196
Aanvullende onttrekking uit bestemmingsreserve
100
148
147
100
0
0
0
0
-155
-508
-200
616
Bijdrage aan WAA groep nv Programma/concernresultaat Dekking programma/concernresultaat:
Toevoegingen aan bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat
- 35 -
2.3 Toelichtingen 2.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar.
Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans Vaste activa Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid d BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV. Vlottende activa Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
- 36 -
Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen.
- 37 -
2.3.2 Toelichting op de balans per 31 december 2021 Financiële vaste activa Boekwaarde per 1 januari Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Afwaarderingen
Kapitaalverstrekkingen t.b.v. deelnemingen 5.448 0 0 0 0
Totaal
5.448
5.448
0
0
Boekwaarde per 31 december Cumulatieve waardeverminderingen per 31 december
5.448 0 0 0 0
WAA Venlo e.o. heeft een 100%-belang in WAA groep nv te Venlo. Deze deelneming wordt gewaardeerd tegen historische kostprijs of lagere marktwaarde, mits de lagere marktwaarde naar verwachting structureel is. De totale historische kostprijs van de deelneming bedraagt € 5.448.000. Per 31 december 2021 bedraagt de marktwaarde van de deelneming € 13.118.000 (gebaseerd op voorlopige cijfers per ultimo 2021 van WAA groep nv en op basis van intrinsieke waarde resp. eigen vermogen). WAA Venlo e.o. heeft geen garantieverklaring afgegeven voor WAA groep nv.
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen: Deelnemende gemeenten Overige vorderingen op openbare lichamen Totaal vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Rekening-courant verhoudingen met nietfinanciële instellingen Totaal
2021
2020
1.275
1.275
283 1.558
0 1.275
12.266
4.320
102 13.926
2.086 7.681
Een voorziening voor oninbare vorderingen is niet opgenomen omdat in 2021 (evenals 2020) naar verwachting geen sprake is van oninbare vorderingen. De uitzetting met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar betreft een vrij opvraagbare (zonder voorwaarden) uitzetting bij Rijks schatkist. De rekening-courant verhouding met niet-financiële instellingen betreft uitzettingen in rekening courant bij de 100% dochter WAA groep nv en de 100% kleindochters Vindt bv resp. Beheersmaatschappij Werkvoorziening Venlo BV.
Liquide middelen Banksaldi Totaal
2021
2020
9 9
3 3
Van de liquide middelen is € 0 uitgezet in deposito. De banktegoeden zijn bij de BNG rentedragend in rekening-courant ondergebracht. Ten aanzien van de liquide middelen worden geen valutarisico’s gelopen. De benutting van de ruimte voor schatkistbankieren is in onderstaande tabel weergegeven:
- 38 -
Drempelbedrag (x € 1.000) Verslagjaar 2021 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
250
250
1.000
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
667
798
202
160
-
-
798
840
417
548
-
-
In het eerste halfjaar zijn door het Schap direct en op dagbasis beschikbare kasmiddelen buiten de Rijksschatkist aangehouden om, conform de oproep van en gewenste COVID-19 beleid van het Rijk vanaf maart 2020 voor lagere overheden, kleinere leveranciers per ommegaande en direct te kunnen betalen om hun zo zoveel mogelijk tegemoet te komen in de moeilijke COVID-19 tijd. Vanaf het tweede kwartaal 2021 is, ondanks de verhoging van de drempelbedragen, weer meer en meer gaan handelen als business as usual en geleidelijk weer teruggekeerd naar het “normale” betalingsbeleid van 30 dagen na factuurdatum. Voor wat betreft financiële instrumenten en financieringsmiddelen waar conform de wet FIDO de bepalingen op van toepassing zijn, wordt verder verwezen naar de paragraaf Financiering.
Eigen vermogen Algemene reserve Saldo per 1 januari Toevoeging Onttrekking Bestemming resultaat vorig boekjaar Saldo per 31 december
2021
2020
921 0 0 616 1.537
975 0 0 -54 921
2021
2020
3.450 0
3.745 0
-145 -25
-166 -29
-148
-100
3.132
3.450
Bestemmingsreserve Saldo per 1 januari Toevoegingen Onttrekkingen: - vermindering ter dekking van frictiekosten - Bijdrage aan WAA groep nv inzake de dekking van geoormerkte investerings- en projectlasten - Vermindering als gevolg van niet benodigd budget voor frictiekosten c.a. Saldo per 31 december
De bestemmingsreserve is gevormd op basis van bestuursbesluiten, en is enerzijds ter dekking van frictie- en ombouwkosten in het kader van de strategische koerswijziging van WAA conform het strategische plan Samen Anders! vanaf 2014 en anderzijds ter dekking van afschrijvingskosten van in het verleden (t/m 2008) middels bestemmingsreserve gefinancierde activa. De onttrekkingen zijn ter dekking van kosten a.g.v. reorganisatie en frictie in het kader van ombouw van de organisatie c.a. zoals aangegeven in het strategische beleidsplan “Samen Anders!”. De onttrekkingen betreffen een door het Schap aan WAA groep nv betaalde vergoeding voor de feitelijke frictie- en/of afschrijvingskosten in enig jaar. De vrijval in 2021 betreft dat deel van het bedrag dat meer was gereserveerd dan benodigd volgens een geactualiseerde berekening ultimo 2021 en dat, conform bestuursbesluit in december 2020, kan
- 39 -
vrijvallen uit de bestemmingsreserve. Het saldo van deze reserve ultimo 2021 is overigens ruim voldoende om naar verwachting alle toekomstige verplichtingen vanuit Samen Anders! te kunnen blijven voldoen.
Gerealiseerde resultaat 2021 616 0 -816 -200
Saldo per 1 januari Toevoeging Onttrekking Saldo per 31 december
2020 -54 616 54 616
Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer Het verloop van de onderhandse geldleningen is als volgt: %
BNG BNG BNG Totaal
Saldo per 01-01-2021
5,12 3,45 1,92
Vermeerderingen
Aflossingen
113 750 1.000 1.863
Saldo per Rentelast 31-12-2021 begrotingsjaar
113 150 500 763
0 600 500 1.100
5 24 17 46
Alle geldleningen zijn verstrekt door binnenlandse banken en overige financiële instellingen. Het in 2022 af te lossen bedrag is € 650.000.
Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Overige schulden Rekening-courant verhouding met niet-financiële instellingen Schulden aan openbare lichamen Totaal overige schulden
2021
2020
13.750 45 13.795
6.149 110 6.259
De rekening-courant verhouding met niet-financiële instellingen betreft uitzettingen in rekening courant bij de 100% dochter WAA groep nv en de 100% kleindochters Vindt bv resp. Beheersmaatschappij Werkvoorziening Venlo BV. De schulden aan openbare lichamen betreffen schulden aan deelnemende gemeenten.
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. 2021 11 7 18
Transitorische rente Nog te betalen bedragen Totaal
- 40 -
2020 16 7 23
Niet in de balans opgenomen verplichtingen Vanaf 1-1-2004 zijn de werknemers van het Schap, behoudens de bestuurssecretaris, werkzaam bij WAA groep nv. Alle hieruit voortvloeiende kosten zijn, conform een Aanwijzingsbesluit en een hieraan gekoppelde jaarlijks vast te stellen Uitvoeringsovereenkomst tussen het Schap en WAA groep nv, voor rekening van WAA groep nv. Het Schap is en blijft echter, als formeel werkgever, te allen tijde aansprakelijk voor het nakomen van alle verplichtingen voor zover deze voortvloeien uit deze arbeidsovereenkomsten. De Uitvoeringsovereenkomst wordt in 2022 met één jaar verlengd en heeft dan , onder voorwaarde onveranderde going concern in 2023, een looptijd t/m 2023.
- 41 -
2.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten Begrotingsrechtmatigheid Conform de Kadernota Rechtmatigheid 2018 wordt in de toelichting op de staat van baten en lasten een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de gerealiseerde baten en lasten gemaakt. De toets op begrotingsrechtmatigheid wordt op programmaniveau uitgevoerd. Zoals reeds aangegeven kent het Schap één programma zijnde de uitvoering Wsw. Alle baten en lasten van het Schap zijn dienstbaar aan dit ene programma. Derhalve wordt in dit kader de afwijking tussen begroting en realisatie binnen dit ene programma categoriaal toegelicht, en niet nader toebedeeld naar meerdere programma’s. Gelet op het voordeel op de lasten t.o.v. de gewijzigde begroting 2021 van € 395.000 is sprake van begrotingsrechtmatigheid. Dit voordeel is als volgt opgebouwd:
Overige uitvoerings- en plaatsingskosten Administratiekosten Personeelskosten bestuur Rentekosten minus –opbrengsten Kosten wachtlijstbeheer/indicatie Frictiekosten bijdrage aan WAA groep nv Projectkosten bijdrage aan WAA groep nv Overige algemene kosten Totale exploitatielasten Incidentele bijdrage aan WAA groep nv Totaal lasten
Realisatie Gewijzigde 2021 begroting 2021 12.878 13.425 64 64 16 20 46 71 113 113 145 192 25 25 86 155 13.373 14.065 297 0 13.670 14.065
Afwijking -547 0 -4 -25 0 -47 0 -69 -692 297 -395
Hieronder worden de belangrijkste afwijkingen tussen begrotingen en realisatie 2021 en t.o.v.2020 toegelicht en nader geanalyseerd.
Rijksvergoeding Wsw
Primaire begroting 2021
Gewijzigde Realisatie begroting 2021 2021
Realisatie 2020
Toegekende reguliere rijksvergoeding Wsw Bij: Bonus Begeleid Werken Af: korting rechtmatigheid Totaal rijksbijdrage
11.919 0 0 11.919
12.092 0 0 12.092
11.756 0 0 11.756
12.005 0 0 12.005
Aantal SE totaal (incl. Begeleid werken) Toegekende rijksvergoeding per SE (x € 1)
453,90 26.261
430,50 28.086
412,96 28.468
444,39 27.016
De totale rijksvergoeding Wsw wordt bepaald door de omvang en realisatie van de taakstelling en het normbedrag per standaardeenheid/arbeidsjaar. Omdat er vanaf 2015 geen instroom in de Wsw meer plaatsvindt is de realisatie van de niet-beschutte Wsw in 2021 lager dan in 2020, en ook lager dan begroot. Dit laatste a.g.v. de uitstroom die vanaf 2019 steeds hoger was dan verwacht. De reguliere rijksbijdrage per SE (totale rijksbijdrage per arbeidsjaar exclusief de eenmalige coronabijdrage voor 2021 ad €719) in 2021 is hoger dan de gewijzigde begroting door een niet verwachte verhoging van de rijksbijdrage per SE in 2021, die volgens de septembercirculaire structureel van aard is. De reguliere rijksvergoeding Wsw is, ondanks de verhoging in 2021, onveranderd onvoldoende om de (loon)verplichtingen vanuit de Wsw te dekken. Dit door de al vanaf 2013 structureel toegepaste rijksbezuinigingen. Evenals in voorgaande jaren is er ook voor 2021 naar verwachting geen sprake van kortingen op de rijksvergoeding i.v.m. het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen door WAA groep nv. Mogelijke kortingen uit dien hoofde zullen, conform de uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst, worden
- 42 -
verhaald op WAA groep nv en in mindering worden gebracht op de overige en uitvoerings- en plaatsingskosten. De bijdrage frictiekosten aan WAA groep nv was lager dan begroot omdat de nv erin geslaagd is minder kosten te maken voor boventalligheid c.a. uit hoofde van het strategisch plan Samen Groeien! dan begroot door herplaatsingen resp. vervroegde uitstroom van boventalligen. Evenals in 2020 heeft het Schap ook in 2021 via de gemeenten van het Rijk een compensatie gekregen voor de gevolgen van Covid-19 op haar exploitatie. Deze bijdrage is volledig doorbetaald aan haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. Zowel de bijdrage als doorbetaling waren, evenals alle wat te maken heeft met Covid-19 voor 2020 en 2021 niet voorzien, derhalve niet begroot.
Diverse baten Dit betreft de in 2020 en 2021 door het Rijk toegekende bijdrage ter compensatie van de schade door de coronacrisis. Deze bate is van incidentele aard. Deze bijdrage is, conform bestuursbesluit, in beide jaren volledig doorbetaald aan WAA groep nv. Zie ook hieronder Bijdrage aan WAA groep nv.
Overige uitvoerings- en plaatsingskosten Dit betreft de vergoeding aan WAA groep nv voor het uitvoeren van de Wsw, conform de Uitvoeringsen plaatsingsovereenkomst 2021 tussen het Schap en WAA groep nv. De uitvoerings- en plaatsingskosten zijn lager dan begroot omdat er in 2021 minder Wsw-arbeidsjaren zijn gerealiseerd dan begroot. Conform bestuurlijke afspraken was de uitvoerings- en plaatsingsbijdrage bijdrage per arbeidsjaar in 2021 gelijk aan hetgeen begroot was.
Personeelskosten bestuur
Primitieve begroting 2021
Gewijzigde begroting 2021
Realisatie 2021
Realisatie 2020
Ingehuurd personeel
20
20
16
19
Totaal
20
20
16
19
In het kader van Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (WNT) is WAA Venlo e.o. verplicht een overzicht te verstrekken van haar bestuurders en topfunctionarissen met de verstrekte beloningen in het lopende boekjaar: Leidinggevende topfunctionarissen, gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling: Gegevens 2021 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021 Omvang dienstverband in fte Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terug ontvangen bedrag Totaal bezoldiging 2021 Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
- 43 -
M. van den Broek Secretaris 01/01 – 31/12 0,1695 Nee € 16.013,00 n.v.t. € 16.013,00 € 35.426,24 n.v.t. € 16.013.00 n.v.t. n.v.t.
M. van den Broek 01/01 – 31/12 0,1965 Nee
Gegevens 2020 Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband in fte Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terug ontvangen bedrag Totaal bezoldiging 2020 Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
€ 18.626,00 n.v.t. € 18.626,00 € 39.489,75 n.v.t. € 18.626,00 n.v.t. n.v.t.
Topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder:
Functiegegevens
A.P.M.A. Vervoort Bestuurder
Functiegegevens
B.M.J. Jacobs Bestuurder
Functiegegevens
F.J.R. Pekema Bestuurder
Rentekosten minus – opbrengsten
Primitieve begroting 2021
Gewijzigde begroting 2021
Rentekosten leningen o/g Renteopbrengsten
46 0
71 0
46 0
66 0
Totaal
46
71
46
66
Realisatie Realisatie 2021 2020
De rentekosten betreffen voornamelijk rentevergoedingen aan banken die het Schap betaalt voor langlopende leningen. Ten opzichte van 2020 dalen de rentekosten door reguliere aflossingen.
Kosten wachtlijstbeheer/indicatie Dit betreft de vergoeding aan WAA groep nv voor het uitvoeren van het wachtlijstbeheer en de indicatie van de Wsw, conform de Uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst tussen het Schap en WAA groep nv.
Frictiekosten bijdrage aan NV Dit betreft frictie- en ombouwkosten van WAA groep nv op basis van “Samen Anders!” die, op basis van bestuursbesluiten, gedekt worden uit hiervoor gereserveerde middelen in de bestemmingsreserve. Voor een toelichting verwijzen wij naar de toelichting op de balans.
- 44 -
Projectkosten bijdrage aan NV Dit betreft door het Schap aan WAA groep nv vergoede afschrijvingskosten voor investeringen t/m 2014. Deze worden op basis van bestuursbesluiten, gedekt uit hiervoor gereserveerde middelen in de bestemmingsreserve.
Overige algemene kosten Kosten t.b.v. interne controle Externe accountantskosten Modernisering Wsw Onvoorzien Resultaten voorgaande boekjaren Overige Totaal
Primaire Gewijzigde begroting begroting 2021 2021 37 36 10 10 25 75 24 24 0 0 11 10 107 155
Realisatie Realisatie 2021 2020 36 36 14 14 36 11 0 0 0 10 10 1 86 72
In de begroting zijn onder de post Onvoorzien, naast een budget voor onvoorziene zaken, ook middelen begroot om eventuele verschillen tussen de ontvangen rijksbijdrage en uitvoerings- en plaatsingsbijdrage Wsw a.g. v. afwijkingen tussen begrote en feitelijk ingevulde Wsw-bezetting bij het Schap te kunnen opvangen. De onder Modernisering Wsw zijn kosten begroot en opgenomen voor inzet van externe deskundigen vanuit een gemeenschappelijke vraag en gemeenschappelijk belang van alle drie de deelnemende gemeenten voor een herpositionering van WAA in het kader van het eerder genoemde strategische project Samen Veder!
Bijdrage aan WAA groep nv Dit betreft de door het Schap in 2020 en 20212 ontvangen (zie Diverse baten) en, conform bestuursbesluit, volledig aan WAA groep nv doorbetaalde rijksbijdrage ter compensatie van de schade door de coronacrisis. Primaire Gewijzigde Realisatie Realisatie begroting begroting 2021 2020 2021 2021 1.600 1.100 1.100 1.600
Gemeentelijke tekortfinanciering Wsw Totaal gemeentelijke tekortfinanciering Aantal SE incl. Begeleid werken Gemeentelijke tekortfinanciering per SE (x € 1)
453,90 3.525
430,50 2.555
412,96 2.664
444,39 3.600
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Er vinden bij het Schap geen directe structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves plaats. Alle mutaties ten gunste of ten laste van reserves worden verantwoord via de Staat van baten en lasten.
- 45 -
2.3.5 Taakvelden 2.3.5.1 Overzicht van baten en lasten naar gemeentelijke taakvelden Het Schap voert één programma uit, zijnde de Wet Sociale Werkvoorziening. De volledige exploitatie van WAA is hierop gericht, waardoor er geen sprake is van overheadkosten, resp. kosten die gemaakt worden voor meerdere programma’s. Er is derhalve bij het Schap alleen sprake van algemene overheadkosten zijnde indirecte kosten.
Taakvelden gemeenten (in € 1.000)
Begroting 2021
Begroting na wijziging 2021
Realisatie 2021
Verschil Begroting na wijziging met Realisatie 2021
Baten
Baten
Baten
Baten
Lasten
Lasten
Lasten
Lasten
0. Bestuur en Ondersteuning 0.1 Bestuur
20
20
16
4
0.4 Overhead
196
244
175
69
0.5 Treasury
46
71
46
0.8 Overige baten en lasten
120
192
145
0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
245
365
317
25 0
47
48
0
155
0
508
0
200
0
308
0
6.4 Begeleide Participatie
13.519
13.537
13.192
13.538
13.153
13.288
39
250
Totaal generaal
13.919
13.919
14.065
14.065
13.670
13.670
395
395
6.0 Sociaal domein
Voor een nadere toelichting op de verschillende afwijkingen wordt verwezen naar de toelichting bij de verschillende posten in de paragraaf 2.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten. 2.3.5.2 Overzicht van incidentele baten en lasten
Incidentele baten en lasten (in € 1000)
Begroting 2021
Begroting na wijziging 2021
Realisatie 2021
Verschil Begroting na wijziging met Realisatie 2021
Baten
Baten
Baten
Baten
lasten
Lasten
Lasten
Lasten
6.0 Sociaal domein 6.4 Begeleide Participatie
0
0
0
0
297
297
-297
-297
Totaal Generaal
0
0
0
0
297
297
-297
-297
Evenals in 2020 heeft het Schap ook in 2021 via de gemeenten van het Rijk een compensatie gekregen voor de gevolgen van Covid-19 op haar exploitatie. Deze bijdrage is wederom volledig doorbetaald aan haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. Zowel de bijdrage als doorbetaling waren PM begroot.
- 46 -
2.3.6 Overige gegevens 2.3.6.1 Gebeurtenissen na balansdatum Alle na balansdatum bekend geworden feiten en omstandigheden die relevant zijn in het kader van deze jaarrekening, zijn – indien van toepassing – in deze jaarrekening verwerkt. Dit geldt ook voor de zgn. coronacrisis die in 2020 een aanvang genomen heeft en ook in 2021 onveranderd beeldbepalend was; een pandemie die over een langere periode in grote delen van de wereld een gehele of gedeeltelijke (al dan niet gecontroleerde) shut down van (delen) van de maatschappij tot gevolg had, en nog steeds heeft. Deze crisis heeft zowel menselijk als financieel een zeer forse impact op het sociale, maatschappelijke én economische leven van mensen en organisaties. Door vergaande ondersteuningsmaatregelen van overheden vanaf 2020, in m.n. westerse landen, aan het bedrijfsleven heeft deze crisis (voorlopig) nog geen economische recessie tot gevolg gehad. Ten tijde van de opmaak van dit jaarverslag, maart 2022, is er weliswaar meer en meer sprake van terug naar het normale leven van voor corona. Maar er is onveranderd ook steeds een risico op terugkeer naar een soort lockdown- situatie als het virus weer oplaait. Door de sterke financiële positie van WAA overall eind 2021, incl.
voorhanden zijnde buffers in zowel weerstandsvermogen als (toekomstige) exploitatiebegrotingen voor mogelijke coronaschade, én de waarborgen die de Wet Gemeenschappelijke Regelingen voor het Schap biedt, zijn er ondanks de covid-19 situatie, eind 2021 onveranderd geen continuïteits- en non going concern issues aan de orde. Recent is de wereld opgeschrikt door het conflict tussen Rusland en Oekraïne. In reactie hierop zijn door de Europese Unie sancties tegen Rusland en Belarus ingesteld. De ontwikkelingen rondom de situatie in Oekraïne volgen elkaar momenteel in hoog tempo op. De door de EU ingestelde sancties tegen Rusland en Belarus hebben geen directe impact op Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo e.o., aangezien de gemeenschappelijke regeling geen zaken doet met personen, bedrijven en organisaties die op de EU-sanctielijst staan. In economische zin zorgen de geopolitieke spanningen voor een ongekende stijging van de energieprijzen. Ook zijn de belangrijkste beursindices inmiddels aanmerkelijk gedaald ten opzichte van de stand per jaareinde 2021. Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo e.o.