4. Jaarverslag en jaarrekening 2021 WAA Venlo e.o. def na vaststelling BO dd 24032022
Tekst van het document
Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo e.o. Prinsessesingel 10 5911 HT Venlo Tel.: 077-3898383 E-mail: info@waagroep.nl
Venlo, 29-3-2022 - 1-
-2-
JAARSTUKKEN 2021 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WAA
WAA Venlo e.o. Prinsessesingel 10 5911 HT Venlo Tel.: 077-3898383 E-mail : info@waagroep.nl
- 3-
Inhoudsopgave
1. Jaarverslag
5
1.1 Programmaverantwoording 1.1.1 Doelstelling van WAA 1.1.2 Algemene ontwikkelingen op bestuurlijk niveau 1.1.3 Beleidsvisie van het bestuur 1.1.5 Ontwikkelingen in de Wsw 1.1.6 Programma sociale werkvoorziening 1.1.6.1 Algemeen 1.1.6.2 Sociaal beleid 1.1.6.3 Financieel beleid 1.1.6.4 Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien 1.1.7 Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid 1.1.8 Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening 1.2 Paragrafen 1.2.1 Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing 1.2.1.1 Risico’s voor het Schap als publiekrechtelijke organisatie 1.2.1.2 Bedrijfsrisico’s vanuit het ondernemerschap 1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen 1.2.3 Financiering 1.2.4 Verbonden partijen 1.2.5 Grondbeleid 1.2.6 Bedrijfsvoering 1.2.6.1 Algemeen 1.2.6.2 COVID-19
2. Jaarrekening 2021
10 10 10 10 12 13 13 13 16 17 17 19 20 20 21 23 25 25 27 28 28 28 29
31
2.1 Balans per 31 december 2.2 Overzicht van baten en lasten 2.3 Toelichtingen 2.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 2.3.2 Toelichting op de balans per 31 december 2021 2.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2.3.5.1 Overzicht van baten en lasten naar gemeentelijke taakvelden 2.3.5.2 Overzicht van incidentele baten en lasten 2.3.6 Overige gegevens 2.3.6.1 Gebeurtenissen na balansdatum
3. Bijlagen
32 35 36 36 38 42 46 46 47 47
48
3.1 Recapitulatie begrotingsevenwicht 3.2 Sisa 3.3 Kengetallen 3.4 Overzicht verdeling reguliere gemeentelijke bijdragen 2021 3.5 Voorstel resultaatbestemming 3.6 Controleverklaring
-4-
48 49 49 50 50 51
1. Jaarverslag Voor u ligt de jaarrekening 2021 van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Aanvullende Arbeid Venlo en omstreken (hierna te noemen het Schap of WAA). Deze jaarrekening is opgemaakt conform de verplichte verslaggevingsvoorschriften voor een Gemeenschappelijke Regeling zoals verwoord in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het jaar 2021 heeft voor WAA in het teken gestaan van consistent verder doorgaan op de huidige koers en hierbij verder optimaliseren en professionaliseren. Maar het jaar 2021 is voor WAA, evenals vorig jaar, ook getekend door de hele COVID-19 situatie. Vanaf medio maart 2020 tot heden is Nederland, evenals de rest van de wereld, onveranderd in de ban van en wordt het gegijzeld door het coronavirus. De overheid heeft vervolgens meermalig een zgn. intelligente, gecontroleerde shut/lockdown afgekondigd. Zo ook eind 2021. Hierdoor is het sociale, maatschappelijke én economische leven in Nederland in diverse perioden abrupt tot een gedeeltelijke stop gekomen. En op andere momenten, zoals medio 2021, was er dan weer sprake van een afbouw en forse versoepeling van maatregelen, met de verwachting dat we allemaal weer snel en meer en meer terug zouden kunnen naar de “normale”, pré- COVID-19 situatie. Het menselijke, sociale en economische leven zit sindsdien in een achtbaan.
Met alle sociale, maatschappelijke maar ook economische gevolgen van dien. Ook begin 2022 is er weer sprake van een forse versoepeling van alle COVID-19 maatregelen en gloort er opnieuw hoop. Maar inmiddels is heel de wereld wat terughoudend geworden omdat ook nu nog geldt; wij zijn allang klaar met COVID-19 c.a. maar helaas is COVID-19 nog steeds niet klaar met ons. In een aparte paragraaf onder het hoofdstuk Bedrijfsvoering wordt nader ingegaan op de gevolgen die COVID-19 heeft op de bedrijfsvoering van WAA.
Inleiding •
Strategie, koers, organisatie en operatie WAA overall Strategische koers WAA en Participatiewet
Vanaf 2013 richt WAA zich sec op de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Deze wet is vanaf 1-1-2015 als zelfstandige regeling opgegaan in de Participatiewet, maar wel met een status aparte; de Wsw is vanaf dat moment gesloten voor nieuwe instroom en nog alleen beschikbaar voor mensen met een (dreigend) grote afstand tot de arbeidsmarkt, die al vóór 1-1-2015 in de Wsw zaten. Iedereen die tot en met 2014 is ingestroomd blijft in de Wsw met volledig behoud en inachtneming van alle onder de oude Wsw opgebouwde rechten en plichten. Hiervoor gelden onveranderd de specifieke Wsw wet- en regelgeving en Wsw (arbeids-)condities die vanaf 2014 één op één en onveranderd zijn doorgetrokken in de Participatiewet. Voor een organisatie als WAA die namens haar deelnemende gemeenten de Wsw uitvoert, zijn de algemene kaders en uitgangspunten van de Participatiewet normatief en kader stellend. In de Participatiewet is inclusiviteit hét uitgangspunt: iedereen doet ertoe en iedereen moet mee (kunnen) doen in de maatschappij. Derhalve staat voor iedereen met een (dreigend) grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt werken naar vermogen en draagkracht in een zo regulier mogelijke omgeving centraal.
Een uitgangspunt dat naadloos aansluit op de visie en missie van WAA vanaf 2014 tot heden maar wel via maatwerk en rekening houdend met de mogelijkheden en onmogelijkheden van haar Wsw c.a. mensen. Én een uitgangspunt dat naadloos aansluit op de strategische beweging “van binnen naar buiten” die WAA al vanaf 2014 volgt. Vanaf dat jaar heeft WAA de transformatie ingezet van een “commercieel gerichte, brede uitvoeringsorganisatie voor de hele onderkant van de arbeidsmarkt met diverse eigen activiteiten in eigen beheer” naar een “sociaal duurzaam detacheringsbedrijf voor sec Wsw-ers dat d.m.v. diverse vormen van detacheringen mensen plaatst bij reguliere bedrijven”. WAA richt zich vanaf medio 2018 derhalve alleen nog op het (her)plaatsen en detacheren van haar Wsw-medewerkers in een zo regulier mogelijke arbeidsomgeving. In 2018 is dit proces opgepakt en via optimaliseren en finetunen tot en met 2020, zit WAA vanaf 2021 in de fase van stap voor stap gecontroleerd en geconditioneerd verder professionaliseren. Een beweging die WAA komende jaren middels het vervolgprogramma Samen Toonaangevend vol vertrouwen doorzet.
-5-
Onderstaande is het transformatieproces van WAA vanaf 2013 tot 2021, en de opmaat hierbij naar 2022 en verder, schematisch weergegeven:
Ondanks dat de arbeidsmarkt eind 2021 onder druk staat en maatschappelijk Inclusiviteit en Sociaal & Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen steeds meer ingeburgerd raken, blijkt echter nog steeds dat het onveranderd moeilijk was, is én blijft om werkgevers écht in grote getalen warm te maken om mensen met een beperking zelf in dienst te nemen. Iets waar WAA nog steeds, en elke dag weer tegenaan loopt. Weliswaar zijn werkgevers meer en meer bereid de stap te wagen om met deze mensen zelf aan de slag te gaan, toch blijven veel werkgevers, ondanks alles, onverminderd ook nog steeds zeer terughoudend bij het plaatsen, en zeker het zelf in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Bij alle tussen- en eindevaluaties van de Participatiewet vanaf 2019 tot 2021 blijft dit iets dat ook geconstateerd en benoemd wordt als item waar de Participatiewet in zijn huidige vorm onvoldoende antwoord op geeft en oplossingen voor biedt. Reden voor partijen in de Tweede Kamer om in 2021 al een motie aan te nemen om op korte termijn te komen tot een oplossing om de groeiende groep Nieuw Beschut tóch ook aan een baan en werk te helpen: de opzet en inrichting van wat men noemt Regionale Sociale Ontwikkelbedrijven. Na de motie is het op dit punt helaas en wederom heel stil gebleven. Een tot nu toe gemiste kans en Den Haag c.a.
in dit dossier ten voeten uit, vanuit de optiek van heel SW Nederland! Het is nu aan het nieuwe kabinet om hier opnieuw werk van te maken en dit item concreet verder vorm en inhoud te geven. Organisatie en (Wsw)-bezetting Doordat de Wsw onder de Participatiewet vanaf 2015 een zgn. ‘gesloten’ regeling is, is vanaf dat jaar door natuurlijk verloop en uitstroom bij de Wsw parallel hieraan sprake van een krimpende WAA organisatie. Een krimp die per 1-1-2018 versneld heeft plaatsgevonden. De uitvoering van de strategische koers van WAA is toen, in lijn met de ingezette beweging “van binnen naar buiten” én de transformatie naar een sociaal duurzaam Sw-detacheringsbedrijf nader ingevuld. Met ingang van 1-12018 is nl. bestuurlijk door de deelnemende gemeenten besloten dat vanaf die datum gemeenten zélf en dírect volledig verantwoordelijk zijn geworden voor het bieden van passende arbeid voor een deel van de Wsw-populatie, zijnde de zgn. Beschutte groep Wsw-ers. Dit zijn mensen die onder de Wsw vallen en die (blijvend) aangewezen (zullen) zijn op intern beschut werk en een loonwaarde hebben tot maximaal 30%. Vanaf die datum zijn de gemeenten derhalve zgn. materieel werkgever voor deze groep en zélf direct verantwoordelijk voor de regie en plaatsing van deze groep. Gemeenten geven uitvoering aan hun verantwoordelijkheid door beschermde werkplekken in m.n.
de eigen woonbuurt van deze mensen te realiseren. De overige Wsw-ers blijven vanaf 1-1-2018 onverminderd onder regie en directe verantwoordelijkheid van WAA. Het betreft dan de personen uit de Wsw-doelgroep met een loonwaarde van 30% of hoger, die bereid en in staat zijn in een reguliere omgeving – al dan niet onder WAA-begeleiding – aan de slag te gaan. WAA heeft derhalve vanaf 1-1-2018 de
-6-
verantwoordelijkheid om onder haar regie zoveel mogelijk de groep Wsw-ers met een loonwaarde van 30% of hoger d.m.v. passend werk te plaatsen bij reguliere werkgevers. De beweging van WAA vanaf 2014, in combinatie met de krimp van de organisatie, gaat gepaard met transitie- en frictiekosten. Vanaf 2015 zijn deze middelen ondergebracht in een aparte bestemmingsreserve bij het Schap. Jaarlijks wordt de aard en omvang van deze reserve herijkt op basis van alle aangegane en lopende verplichtingen. Het beleid van WAA is erop gericht, door middel van actief en preventief sturen op output en actief beheer van deze verplichtingen, het beslag op deze gereserveerde frictiemiddelen steeds te minimaliseren. Iets dat tot en met 2021 jaarlijks succesvol is geweest (zie onderdeel Financieel in dit verslag). Structuur, bestuur en governance De krimp in SW en de oplopende economies-of-scale-effecten bij WAA, in samenhang met de uitdagingen waarvoor gemeenten over de volle breedte staan vanuit de Participatiewet, én de parallellen die er steeds meer zijn tussen Wsw en de andere doelgroepen binnen die Wet, hebben ertoe geleid dat de gemeente Venlo, als grootste belanghebbende gemeente binnen WAA, vanaf 2016 heeft onderzocht óf en zo ja, hoe, wat en waar het mogelijk zou zijn de uitvoering van de gehele Wsw vorm en inhoud te willen gaan geven binnen haar eigen gemeentelijke sociale domein.
Dit heeft in 2019 geresulteerd in een eerste plan met een positief advies en voorgenomen besluit van de gemeente Venlo om hiertoe over te gaan. Omdat de wijze waarop de gemeente Venlo toen voornemens was de integratie tussen WAA en haar sociaal domein vorm en inhoud te geven, in tijd en inhoud niet paste bij de koers die de andere deelnemende gemeenten in WAA, zijnde Beesel en Bergen, hierin wensten te volgen, is dit plan van de gemeente Venlo begin 2020 niet verder doorgezet. Echter; de krimp in de Wsw gaat onverminderd door en dat zorgt voor meer en meer oplopende negatieve economy of scale effecten. Dat maakt het voor Het Schap WAA, WAA groep nv en haar deelnemende gemeenten, meer en meer een uitdaging om komende jaren de Wsw uitvoering ceteris paribus op de huidige voet en huidige koers en tegen maatschappelijk verantwoorde kosten voort te zetten. De huidige effectieve en efficiënte wijze van uitvoering en manier zoals de WAA momenteel functioneert, komt meer en meer en onderdruk te staan en zorgt bij alle participanten voor een oplopende (financiële) druk. Jaarlijks wordt het meer en meer (nood)zaak om op korte termijn kritisch te kijken naar de huidige stand van zaken. Het wordt meer en meer evident dat het straks anders moet, omdat anders e.e.a. (te) grote financiële en maatschappelijke risico’s met zich meebrengt.
Reden voor het Bestuur van het Schap om, met inachtneming van ieders belangen, op basis van gelijkwaardigheid en rekening houdende met belangen van andere stakeholders én – last but not least – de mensen in de doelgroep waar het allemaal om draait(!), begin 2020 een vervolg te geven aan het eerste onderzoek en plan van de Gemeente Venlo en samen nieuw onderzoek uit te zetten naar hoe dan verder. Dit onderzoek genaamd Samen Verder! is vanaf medio 2020 opgepakt. Eind 2021 is de zgn. richtingsfase hierbij afgerond. Er wordt gezamenlijk toe gewerkt naar een oplossing waarbij zowel de eerder beoogde integratie van Wsw en overige doelgroepen in de participatiewet bij de gemeente Venlo vorm en inhoud kan worden gegeven én die tevens een oplossing biedt voor het oplopende negatieve economy of scale effect in de uitvoering van sec de Wsw. Eind 2021 ligt er een voorstel vanuit Samen Verder! om het Schap komende jaren onveranderd de rol van samenwerkingsverband te laten behouden. Via die weg blijft er dan sprake van gezamenlijk regie en uitvoering van de Wsw in de regio Venlo en omstreken. De operationele uitvoering van de Wsw blijft bij WAA groep nv maar deze zal in zijn geheel overgaan naar de gemeente Venlo. Dit laatste via een overname van alle aandelen van WAA groep nv door de gemeente Venlo van het Schap.
Alle participanten in dit proces hebben eind 2021 expliciet het voornemen uitgesproken deze oplossing en route te steunen. Momenteel wordt deze optie in zijn geheel verder inhoudelijk uitgewerkt in de inrichtingsfase van het project Samen Verder!. Tevens wordt het geheel beoordeeld op haar merites en risico’s door de kopende partij. Hangende dit onderzoek is vooralsnog bestuurlijk besloten tot een status quo en de huidige structuur en koers van WAA onveranderd en going concern tot nadere bestuurlijke besluitvorming door zowel het Schapsbestuur als de gemeente Venlo door te zetten. Deze jaarrekening is derhalve opgesteld op basis van going concern-grondslagen.
-7-
Zoals aangegeven zal op zijn vroegst in 2022 in dit proces naar verwachting een volgende stap worden gezet naar een nieuwe toekomst voor het Schap en WAA groep nv, met de nodige nieuwe uitdagingen maar ook een proces dat WAA onveranderd met verve en met vertrouwen verder zal oppakken! Mét, en ook vóór de mensen die op haar zijn aangewezen voor een passende werkplek. •
Sociaal
Evenals in voorgaande jaren is ook in 2021 op sociaal gebied eenieder die is aangewezen op passende arbeid vanuit de Wsw binnen de gestelde kaders en taakstellingen zoveel mogelijk geplaatst in een voor hem/haar zo passend mogelijke werkplek. Eind 2021 is 95% van de SW-populatie passend en duurzaam geplaatst. De overige 5% is, gelet op de beperkingen bij zowel vraag als aanbod van/naar duurzaam passend werk, (nog) niet geplaatst of in afwachting van een andere werkplek. Het reduceren van de 5% tot nihil is en blijft dé uitdaging voor de volgende jaren. Een uitdaging die WAA graag en vol overgave oppakt! De totale Wsw-bezetting van het Schap is in 2021, door het sluiten van de regeling en hierdoor wegvallen van de instroom Wsw vanaf 1-1-2015, maar ook door natuurlijk verloop elk jaar steeds verder gedaald: in full time arbeidsjaren van 708 in 2018, naar 680 in 2019, naar 644 in 2020 tot 620 in 2021. Vooral vanaf 2019 is er sprake van een versnelde uitstroom uit de Wsw omdat, o.a. door de vergrijzende bezetting, meer mensen uitstromen naar pensioen, door meer en meer vroegtijdige overlijdensgevallen en omdat voor meer mensen de handicap steeds meer een (te) grote beperking wordt voor verdere deelname in het arbeidsproces. De Wsw-bezetting zal komende jaren mogelijk zelfs versneld verder dalen o.a.
door voorgenoemde oorzaken, maar mogelijk verder versneld dalen doordat in de nieuwe CAO Wsw vanaf 2022 een uitbreiding heeft plaatsgevonden van vroegpensioenregelingen. Hiermee vaart de Wsw arbeidsrechtelijk een koers die recht ingaat tegen de gangbare maatschappelijke beweging die inzet op steeds langer doorwerken maar die op een menselijke schaal wel aansluit op de behoefte van deze specifieke doelgroep. Vanaf 2022 wordt een verdere afname met gemiddeld 20 tot 30 arbeidsjaren per jaar verwacht. In lijn met de krimp van de Wsw zal ook de eigen WAA-organisatie hierop worden aangepast, voor zover e.e.a. nog kan en past binnen de kaders en met inachtneming van een minimum niveau van dienstverlening voor al haar participanten. •
Operationeel
De strategische koers van WAA is in 2014 concreet vertaald in het strategische document “Samen Anders! en o.a. vorm gegeven door vanaf 2014 alle eigen activiteiten van WAA groep nv gecontroleerd en geconditioneerd af te stoten en “naar de markt te brengen”. Bij alle vervreemdingen zijn hierbij betrokken medewerkers in alle gevallen zoveel als mogelijk het werk gevolgd. Met de laatste vervreemdingen en het verhuizen vanuit het industriële gebouwencomplex van ruim 27000m 2 aan de Edisonstraat in Venlo naar een nieuwe kantoorruimte van 400m 2 aan de Prinsessesingel in Venlo per medio 2018, is dit onderdeel van de in 2014 ingezette koers afgerond en staat WAA voortaan synoniem voor een sociaal duurzaam detacheringsbedrijf. O.a. door de bestuurlijke onzekerheden vanaf de afgelopen jaren en hieraan gekoppelde prudentie ten aanzien van (toekomstige) investeringen, is binnen de organisatie WAA vanaf 2018 sprake van een status quo op meerdere fronten. Iets dat, zeker in de wereld van het sterk dynamische sociale domein, achteruitgang betekent voor de (door)ontwikkeling en verdere professionalisering van WAA. Waarbij het van groot belang was en blijft dat WAA, ondanks de beperkingen, in dit kader tóch verder in de organisatie en haar mensen blijft investeren om niet achteruit te hollen.
Vanaf medio 2019 tot en met 2021 is hiermede een begin gemaakt door het kader van WAA middels het interne programma “Eigenaarschap” gereed te stomen voor een nieuwe toekomst. De vier hoofdthema’s in dit programma zijn: “Ik ga voor WAA”, “Ik ben resultaatgericht”, “Ik ben verantwoordelijk” en “Ik verbind”. De doelstelling om mensen en middelen én de interne en externe organisatie meer en meer één te maken en beter op elkaar af te stemmen en met elkaar en in balans te verbinden, is geslaagd getuige de resultaten die geboekt zijn en de veranderingen van cultuur van reactief naar proactief. Het proces krijgt in 2022 en volgende jaren een vervolg onder de noemer Samen Toonaangevend! en tot doel heeft de organisatie naar het volgende niveau te tillen en te professionaliseren. Dit vanuit een continu reciprook proces van kritisch zelf analyseren, naar verbeteren, vervolgens meten, en dan weer bijstellen.
-8-
•
Financieel
Ondanks de verdergaande organisatiekrimp vanaf 2015 en de ook in 2021 nog doorlopende COVID19-crisis en de hierdoor gedaalde omzet en extra kosten, zijn zowel het Schap als WAA groep nv er in 2021 wederom in geslaagd een beter dan begroot financieel resultaat te behalen. Dit vooral door verdergaande beperking van de COVID-19-schade door specifieke (maatwerk) organisatorische maatregelen in combinatie met de compensatie van het Rijk én klanten, door structureel lagere operationele en frictiekosten, én door een beter subsidieresultaat Wsw dan begroot. Dit laatste was vooral een gevolg van een sterke daling in bezetting van Wsw’ers en hierdoor minder dan begrote loonkosten en een rijksbijdrage Wsw die hoger was dan begroot. Ondanks de hogere rijksbijdrage Wsw vanaf 2020 blijft er op financieel gebied een grote uitdaging voor WAA. Immers: vanaf 2015 tot en met 2020 heeft het Rijk jaarlijks oplopende kortingen op de rijksmiddelen voor het hele sociale domein inclusief de Wsw toegepast. Deze kortingen hebben geresulteerd in een fors subsidiegat en forse budgettaire druk bij het Schap eind 2020. De korting is na 2020 weliswaar bevroren maar wordt niet teruggedraaid. En ondanks de hogere rijksbijdrage dan eerder verwacht in 2021, blijft bij ongewijzigd rijksbeleid er in 2021 en na 2021 nog steeds sprake van een fors subsidietekort.
Daarmee was, is en blijft onveranderd een druk op het operationeel resultaat om dit subsidietekort te mitigeren en een noodzaak voor gemeentelijke tekortfinanciering om resterende tekorten af te dekken. De financiële exploitatie van het Schap sluit in 2021 met een concernresultaat van -/-€ 1.617.000 (begroot: -/-€ 1.973.000). Deze positieve afwijking ad € 356.000 is vooral een gevolg van: • lagere uitvoerings- en plaatsingskosten, dit a.g.v. een lagere Wsw-bezetting voor de doelgroep niet-beschut; • een hogere rijksbijdrage Wsw per SE dan begroot doordat het Rijk in 2021 een extra budgetverhoging voor de Wsw heeft doorgevoerd; • lagere overige lasten ad € 145.000, dit m.n. door beperkte negatieve (!!) rentebaten voor uitzettingen, een lager dan begrote bijdrage voor frictiekosten ad € 47.000, en verder door minder inhuur van externe ondersteuning t.b.v. het actualiseren van de koers WAA / modernisering Wsw. De voordelen in 2021 ten opzichte van 2020 worden deels afgezwakt door een afname van de economy of scale door de hogere krimp in Wsw-ers, die ook in 2021 niet volledig wordt gecompenseerd in de rijksbijdrage per Wsw-arbeidsjaar.
In het Overzicht van baten en lasten is de hierboven al vermelde coronacompensatie van het Rijk over 2020 ad € 933.000 en over 2021 ad € 297.000, vanwege het incidentele karakter, onder de Diverse baten verantwoord, en de doorbetaling ervan is als Bijdrage aan WAA groep nv apart vermeld. Het tekort ad € 1.617.000 over 2021 wordt met € 1.100.000 gedekt door een voor 2021 vastgestelde gemeentelijke tekortfinanciering en met € 317.000 door een onttrekking uit de bestemmingsreserve. Hierna resteert een tekort van € 200.000, dat conform bestuurlijke afspraken t.a.v. resultaatbestemming, wordt onttrokken aan de algemene reserve van het Schap. Eind 2021 bedraagt het aanwezige weerstandsvermogen van het Schap en WAA groep nv samen, na verwerking van het voorstel t.a.v. resultaatbestemming 2021, ca. € 9 mio en is hiermede fors hoger (door de beter dan begrote resultaten vanaf 2019 t/m 2021) dan het bestuurlijk vastgestelde minimum niveau van € 3 mio. Het deel van het weerstandsvermogen boven het minimumniveau van € 3 mio zal in komende jaren met de nodige voorzichtigheid en prudent worden ingezet ter mitigering van de gemeentelijke bijdragen, maar ook om als extra buffer te fungeren voor het geval dat COVID19 langer dan 2022 resp. in (nog) hogere mate dan voorzien, zijn stempel blijft drukken op de exploitatie van WAA.
Tot een niveau van € 3 mio zal dit vermogen sowieso worden gereserveerd als buffer om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. De fysieke transformatie van WAA die eind 2018 is afgerond, heeft een basis voor een nieuwe organisatie WAA gelegd. Eind 2021 kan worden gesteld dat de nieuwe basis er staat. Maar de volgende stap van WAA vanuit optimalisatie van de huidige organisatie naar een zelfde maar professionaliseerde organisatie een must is. Een volgende uitdaging van WAA is om als professional partner voor zowel gemeenten als bedrijven en organisaties op een inclusieve wijze uitvoering te geven aan de Wsw. Ook zal de bestuurlijke constellatie door de drie deelnemende gemeenten
-9-
gezamenlijk middels het project Samen Verder! worden uitgewerkt. Er is al veel maar er zal ook komende jaren, derhalve verder ge- en verbouwd worden aan WAA. En dat steeds terwijl de winkel open blijft. En er zal ook de komende jaren meer en meer druk komen op de financiële exploitatie van WAA; subsidietekorten op Wsw, een verdergaand verlies aan economy of scale voor de (ondersteunende) organisatie en een eind 2021 nog steeds onzekere maatschappelijke en economische situatie, blijven naar verwachting ook voor de komende jaren beeldbepalend. De uitdagingen waar WAA voor staat zijn, en blijven onverminderd, niet gering. Uitdagingen die WAA samen met haar gemeenten graag en met verve wil oppakken. Samen verder blijft het credo! Maar wel steeds en bij alles staat WAA vooral voor de menselijke maat en blijft centraal het belang van de mensen staan, die op haar zijn aangewezen voor het hebben van passend werk.
1.1 Programmaverantwoording 1.1.1 Doelstelling van WAA De doelstelling van WAA is het - voor en namens de deelnemende gemeenten - als Gemeenschappelijke Regeling uitvoering geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Participatiewet onderdeel Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) in de regio Venlo tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
1.1.2 Algemene ontwikkelingen op bestuurlijk niveau In de Participatiewet, en in het verlengde daarvan in de Wsw, is aangegeven dat de regie en uitvoering van deze wet en regelingen bij gemeenten ligt. De deelnemende gemeenten van het Schap bepalen in en middels het Schap een gemeenschappelijke koers voor de uitvoering van de Wsw resp. voor WAA. Het Schap WAA Venlo e.o. fungeert hierbij als het centrale beleidsorgaan en als steun- en coördinatiepunt voor de drie deelnemende gemeenten om de Wsw concreet vorm en inhoud te geven. Namens het Schap is haar 100% deelneming WAA groep nv de integrale uitvoerder voor de Wsw voor de gemeenten Venlo, Beesel en Bergen. De Schapsbestuurders zijn hierbij tevens toezichthouders bij WAA groep nv. Deze uitvoeringsmodaliteit is van kracht tot en met minstens 2022. In 2015 is, als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen voor de uitvoering van de Wsw onder de Participatiewet, een begin gemaakt met een onderzoek naar de toekomstbestendigheid van WAA en specifiek ook de governancestructuur van de WAA organisatie. Hangende de actualisatie van de koers van WAA is dit eind 2015 on hold gezet. Voor het Schap wordt (vooralsnog) uitgegaan van een situatie als going concern.
1.1.3 Beleidsvisie van het bestuur Vanaf 2008 is het beleid van zowel het Schap als haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv primair gericht op het realiseren van passende arbeid in een zo veel als mogelijke reguliere arbeidsomgeving voor alle personen die via de Wsw op haar zijn aangewezen. Dit beleid is vanuit het going concern uitgangspunt ook in 2022 onveranderd van toepassing. Het Schap dient haar maatschappelijke doelstelling te realiseren met inachtneming van en in overeenstemming met belangrijke strategische (maatschappelijk aanvaarde) uitgangspunten zoals rechtmatigheid, doelmatigheid en integer handelen. Zij legt op transparante wijze verantwoording af over het door haar gevoerde beleid en de resultaten hiervan. Zoals gebruikelijk wordt het strategisch beleid van WAA periodiek in een review door het management, het Bestuur en de Raad van Commissarissen afgezet tegen de nieuwste ontwikkelingen en herijkt. In lijn met het vigerende beleid en met inachtneming van de geactualiseerde uitgangspunten en kaders is onderstaande visie en missie onveranderd van kracht en vastgesteld voor WAA: • •
Missie: Samen verbinden wij mensen. WAA groep voegt waarde toe aan haar opdrachtgevers door de inzet van SW-medewerkers. Visie: WAA groep is dé professionele organisator van duurzaam werk voor SWmedewerkers bij reguliere bedrijven in de regio Noord-Limburg.
- 10 -
Visie en missie moeten leiden tot een WAA-organisatie waarin onderstaande strategische onderwerpen centraal staan: o heeft sociaal en financieel renderende strategische allianties en co-creaties met het regionale profit en non- en not for profit organisaties; o realiseert voor haar SW-medewerkers duurzame plaatsingen in groepen bij opdrachtgevers; o ambieert samen met haar Sw-medewerkers ontplooiing gericht op maximale loonwaarde; o is een proces- en resultaatgerichte organisatie waarin medewerkers gaan voor WAA en waar met plezier samengewerkt wordt. De strategische koers is verder vertaald in onderstaande door het Bestuur vastgestelde strategische uitgangspunten en beleidslijnen: •
voor de bepaling van de strategische beleidskeuzes van WAA is de uitvoering van de Participatiewet –zowel op regionaal als op lokaal niveau- maatgevend. Het Werkgevers Servicepunt (WSP), bestuurd vanuit het Werkbedrijf en de in het WSP samenwerkende partners, is in deze strategie vanuit (semi-)overheidszijde als netwerkorganisatie regionaal ondersteunend naar afnemers en bedrijven en ondersteunend voor de uitvoeringsorganisaties zoals WAA t.a.v. het verbinden in de arbeidsmarkt voor alle regionale brede Participatiewetvraagstukken van vraag- en aanbod voor gesubsidieerde arbeid;
•
de verantwoordelijkheid voor zowel de regie als uitvoering voor het beschutte deel van de Wsw is per 1 januari 2018 geheel in handen van de deelnemende gemeenten zelf. Zij zijn vanaf die datum zelf verantwoordelijk voor zowel het materieel werkgeverschap voor deze Wsw groep als aanbod van werkplekken aan SW-medewerkers uit de Beschutte Wsw groep alwaar zij (financieel) verantwoordelijk voor zijn onder de Wsw. Het gaat dan om zgn. ‘beschut werk’ en dan meer specifiek om SW-medewerkers met een loonwaarde van maximaal 30% van minimumloon of lager. De gemeenten kunnen zelf werkplekken organiseren of deze inkopen bij andere organisaties;
•
de betreffende SW-medewerkers blijven formeel in dienst bij het Schap WAA. De rechten en plichten van de huidige SW-medewerkers blijven gehandhaafd. De gemeenten nemen het materiele werkgeverschap voor deze groep vanaf 1-1-2018 over van WAA groep nv. WAA groep nv treedt per 1 januari 2018 voor deze groep alleen als pay-roller/HR-dienstverlener op. De WAA groep vraagt voor deze vorm van dienstverlening aan de gemeente een marktconform tarief.
Zoals al aangegeven is zowel het Schap als haar uitvoeringsorganisatie WAA-groep nv, in lijn met deze beleidslijn, afgebouwd en vanaf medio 2018 geen aanbieder van beschut werk meer. En is WAA omgevormd tot een sociaal duurzaam detacheringsbedrijf voor de resterende Wsw-doelgroep. Vanuit financieel perspectief is hierbij nog van belang aan te geven dat, omdat vanaf 1 januari 2018 de deelnemende gemeenten (Beesel, Bergen en Venlo) in financiële zin volledig zelf verantwoordelijk zijn voor een grote groep Wsw medewerkers de verdeelsleutel voor de gemeentelijke tekortfinanciering van WAA is aangepast. Vanaf 1-1-2018 wordt in deze verdeelsleutel alleen met het aantal niet-beschutte medewerkers gerekend. Bij de uitvoering van de Participatiewet kán een gemeente het detacheren van werkzoekenden als instrument inzetten bij de werkgeversdienstverlening. De WAA-groep kan en zal voor de invulling van die detacheringsopgave zorgdragen, maar zal dit alleen doen op nadrukkelijk verzoek van haar deelnemende gemeenten én na expliciete toestemming van het Bestuur én alleen met en onder bestuurlijk strikt geformuleerde voorwaarden. Primair is en blijft WAA als kerntaak zich richten op het verder ontwikkelen van een sociaal detacheringsbedrijf voor sec de Wsw-ers met een loonwaarde hoger dan 30%.
Hangende de eventuele herpositionering van WAA zal er (vooralsnog) niet op verdere formele samenwerking tussen de SW-bedrijven in de arbeidsmarktregio Noord-Limburg (NLW-groep, Intos en WAA-groep) worden ingezet. Bedrijfsmatige samenwerking om tot kostenreductie en/of kwaliteitsverbetering te komen, is wel mogelijk. De inkooprelatie die vanaf medio 2018 geregeld is tussen WAA groep nv en NLW voor zgn. vangnetgevallen (medewerkers die al dan niet tijdelijk niet geplaatst kunnen worden op reguliere detacheringsplekken) is een voorbeeld van een dergelijke
- 11 -
WINWIN samenwerking. Maar ook verdergaande samenwerking t.a.v. het delen van backoffice activiteiten en resources is vanaf 2020 in gang gezet en zal, waar mogelijk en indien wederzijds tot een voordeel / Win-win situatie leidend, verder worden uitgebouwd.
1.1.4 Ontwikkelingen ten aanzien van de Gemeenschappelijke Regeling In 2021 is de bestuurlijke samenstelling van de Gemeenschappelijke Regeling niet gewijzigd ten opzichte van 2020. Het Bestuur van het Schap bestaat uit: - een Algemeen Bestuur dat bestaat uit een voorzitter, penningmeester en secretaris die benoemd zijn door, voor en namens de colleges uit de drie in het Schap WAA Venlo e.o. deelnemende gemeenten; - een Dagelijks Bestuur dat bestaat uit een voorzitter die wordt afgevaardigd uit het algemeen bestuur en twee adviseurs, waarbij de twee adviseurs sec een adviserende stem hebben in het dagelijks bestuur. De bestuurlijke inrichting voldoet op deze wijze geheel aan alle vigerende bepalingen zoals die in de WGR van kracht zijn. Zoals al is aangegeven, is eerder al door het Bestuur van het Schap onderkend dat de sterk veranderende omgeving rondom de Wsw en het hele sociale domein in combinatie met een andere koers en beleid van WAA overall, andere eisen stelt aan de bestuur- en governancestructuur van de hele organisatie WAA. Een proces dat vanaf 2014 met fases is opgepakt, maar vanaf 2018, in het licht van het onderzoek Samen Verder! naar een nieuwe, gezamenlijke toekomst van WAA, on hold is gezet.
Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek, zal besloten worden of en zo ja op welke wijze de herijking van de huidige bestuurlijke en operationele constellatie van WAA overall verder worden opgepakt en afgerond. Ten slotte: herindeling van gemeenten is momenteel in de regio Noord Limburg geen issue maar het is natuurlijk in de toekomst niet uit te sluiten dat in het Schap deelnemende gemeenten, direct of indirect toch ooit weer betrokken zijn en/of (wederom) worden bij volgende gemeentelijke herindelingen. Herindelingen die direct relevant kunnen zijn voor de bestuurlijke constellatie en/of het directe verzorgingsgebied van WAA Venlo e.o.
1.1.5 Ontwikkelingen in de Wsw Met ingang van 1-1-2015 is de Wsw opgegaan in een nieuwe, veel meer omvattende Participatiewet. Binnen de Participatiewet wordt de Wsw afgebouwd ten gunste van andere regelingen, doordat er vanaf 1-1-2015 geen instroom in de Wsw meer mogelijk is. De Wsw is onder de Participatiewet zowel inhoudelijk als budgettair één van de onderdelen in de nieuwe wet en kent derhalve geen apart budget meer voor de financiering van de doorlopende verplichtingen uit de Wsw. De Wsw-middelen zijn wel nog apart zichtbaar, maar niet meer apart gealloceerd, en vormen een integraal en niet geoormerkt deel van het totale participatiebudget dat gemeenten ontvangen voor de gehele (sluitende) keten van instrumenten voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In 2014 heeft het Rijk hiervoor eerste stappen gezet, en in de jaren daarna volgende stappen, en het Wsw-deel in het participatiebudget jaarlijks verlaagd. Deze ontwikkeling heeft zich tot en met 2020 doorgezet. Vanaf 2021 heeft er geen expliciete verdere korting op de budgetten meer plaatsgevonden maar is er een soort status quo optreden, waarbij het Rijk sec indexatie tegen LPO niveau op macroniveau toepast. Maar wel indexatie op en vaststelling van budgetten op een structureel veel lager niveau dan bij de uitgangssituatie in 2014 het geval was.
En ondanks dat gemeenten en uitvoeringsorganisaties al jaren klagen over het te lage niveau van middelen die het Rijk jaarlijks beschikbaar stelt voor een passende en sluitende uitvoering van de Wsw resp. participatiewet overall, dienen zowel gemeenten als uitvoeringsorganisaties zich naar verwachting blijvend op te maken voor een situatie van een structureel lager financieringsniveau door
- 12 -
de rijksoverheid voor het hele terrein van werk, inkomen en zorg dan voor 2015 het geval is. En blijvend hierop acteren en anticiperen lijkt derhalve meer een nood dan een deugd.
1.1.6 Programma sociale werkvoorziening Het Schap kent in zijn begroting en jaarrekening één programma. Dit is het programma Sociale werkvoorziening. Alle processen van het Schap, inclusief alle ondersteunende processen zoals bestuur, financieel en operationeel beheer e.d., zijn gericht op dit programma, zijnde het verzorgen van de uitvoering Wsw voor de deelnemende gemeenten. 1.1.6.1 Algemeen Vanaf 1-1-2015 is de Wsw opgegaan in de Participatiewet en is daarmee zowel inhoudelijk als financieel één van de onderdelen in de nieuwe wet. Ondanks dat de Wsw één geheel is met alle andere arbeidsmarkt-toeleidings-instrumenten binnen een groter en ontschot gemeentelijk budget, zijn in de nieuwe Participatiewet veel bepalingen vanuit de oude Wsw één op één doorgezet. Zo worden in de Participatiewet wettelijke kaders aangegeven waarbinnen het aandeel van de Wsw in het totale nieuwe budget wordt vastgesteld door het Ministerie van SZW. De verantwoordelijkheid voor zowel de regie als uitvoering voor het beschutte deel van de Wsw is per 1 januari 2018 geheel in handen van de deelnemende gemeenten. Zij zijn vanaf die datum zelf verantwoordelijk voor zowel het materieel werkgeverschap voor deze Wsw groep als aanbod van werkplekken aan SW-medewerkers uit de beschutte Wsw groep alwaar zij (financieel) verantwoordelijk voor zijn onder de Wsw.
Nadrukkelijk dient derhalve in deze jaarrekening rekening gehouden te worden bij elke vergelijking ten opzichte van alle jaren vóór 2018 van de kerncijfers, exploitatie e.d. van WAA op totaalniveau, dat de totale SW-populatie waarvoor WAA vanaf 2018 de Wsw uitvoert, fors lager is dan in alle voorgaande jaren. Door het Rijk wordt aan de hand van op gemeentelijk en landelijk niveau jaarlijks geactualiseerde en op actuariële basis bepaalde blijf- en uitstroomkansen binnen de Wsw het budgetdeel voor de Wsw in het totale landelijke participatiebudget vastgesteld waarna onderstaande variabelen hiervan worden afgeleid: • het aantal medewerkers, uitgedrukt in arbeidsjaren (AJ) resp. standaardeenheden (SE), dat landelijk via de sociale werkvoorziening bekostigd wordt; • een vast budget per standaardeenheid; • de “omrekenverhouding” SW-medewerkers, uitgedrukt in Full Time Equivalent (FTE), naar arbeidsjaren resp. standaardeenheden, kenbaar gemaakt aan de afzonderlijke bestuurlijke eenheden middels een uitvoeringsbeschikking. In 2021 is (evenals voorgaande jaren) de volgende omrekenfactor vastgesteld: o Licht gehandicapt 1,00 o Middel gehandicapt 1,00 o Zwaar gehandicapt 1,25 Het Wsw-budgetdeel in het totale participatiebudget wordt jaarlijks op het niveau van de afzonderlijke gemeenten vastgesteld en minimaal 1x per jaar herzien.
Elke gemeente heeft zijn eigen budgettoekenning voor de Wsw en hiervan afgeleide taakstelling en is zelf hiervoor verantwoordelijk. Onder- en overbenutting van het Wsw-budgetdeel is dan geheel voor eigen risico en rekening van de gemeente zelf. Het Schap voert namens de deelnemende gemeenten de Wsw uit en bewaakt met, voor en namens de individuele gemeenten voor hun rekening en risico de Wsw-taakstelling van elke individuele gemeente. 1.1.6.2 Sociaal beleid Het sociale beleid van het Schap is nader uitgewerkt in onderstaande concrete aspecten waarbij de doelstellingen vertaald zijn in concreet meetbare termen als:
- 13 -
• •
een beleid gericht op uitstroom van Wsw-medewerkers naar het reguliere bedrijfsleven of organisaties, rekening houdend met de individuele wensen en mogelijkheden van eenieder; binnen de zeer beperktere maar toch nog aanwezige, mogelijkheden van het Schap zorgen voor een optimale invulling van de jaarlijks door gemeenten resp. het Rijk aangegeven taakstelling.
Plaatsingen, in- en uitstroom Het verloop van het aantal geplaatste fte (incl. Begeleid werken) is als volgt: Beginstand Af: beschutte groep naar deeln. Gemeenten Beginstand excl. beschut Bij: instroom Bij: toename a.g.v. verhuizingen en wijzigingen van handicapcode Af: uitstroom naar reguliere arbeid Af: uitstroom overige Eindstand
2021 609,6 -188,0 421,6 0,0
2020 650,9 -194,9 456,0 0,0
2019 681,1 -208,3 472,8 0,0
4,3 -0,9 -25,3 399,7
5,0 0,0 -39,4 421,6
12,1 0,0 - 28,9 456,0
Als gevolg van de m.i.v. 1 januari 2015 in werking getreden Participatiewet vindt, behoudens (naadloze) overnames a.g.v. verhuizingen en/of een aanpassing van werkuren voor zittende Wsw-érs, geen instroom (en ook geen uitbreiding van het aantal arbeidsjaren werkzaam binnen de Wsw) meer plaats. Evenals in voorgaande jaren, heeft ook in 2021 nauwelijks tot geen door- en uitstroom van medewerkers vanuit de Wsw naar reguliere arbeid plaatsgevonden. Werkgevers blijven, zeker ook na invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) en met de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) in het achterhoofd, bijzonder huiverig om mensen met een Wsw-achtergrond in vaste dienst te nemen. De hoge risicoperceptie t.a.v. verzuim- en begeleidingskosten op dit punt is en blijft moeilijk te doorbreken bij het vormen van een (voor-)oordeel hiervoor bij reguliere werkgevers. Bovendien kent de huidige Wsw hoge zekerheden en, afgezet tegenover de Participatiewet, goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. Mede hierdoor durft de Wsw-er zelf de stap naar buiten vaak ook niet aan. In onderstaande tabel is zichtbaar hoe de doelstelling “van binnen naar buiten”, rekening houdend met de moeilijke markt voor externe plaatsingen, per ultimo van het jaar is ingevuld. Bezetting per werksoort in fte Ultimo boekjaar 1) - Begeleid werken - (Indiv.
en groeps-) detacheringen - Werken op locatie - Overige niet-beschut, incl. intern Totaal - Beschut werken Totaal generaal
2021 48 283 62 7 400 0 400
% 2020 % 12 45 11 71 292 69 15 76 18 2 8 2 100 421 100 0 421
2019 % 2018 % 50 11 54 11 314 69 294 62 84 18 94 20 8 2 31 7 456 100 473 100 0 0 456 473
1) Vanaf 2018 valt de beschutte groep onder verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten.
In bovenstaande tabel is zichtbaar dat WAA zich primair richt op het middels (groeps) detacheringen plaatsen van mensen. WAA blijft zich hier in de komende jaren onverminderd verder op richten, maar de grenzen zijn hierbij wel in zicht. Het dwingt WAA om buiten de geëffende paden en anders te zoeken en kijken.
- 14 -
Personeelsbezetting Wsw per handicapcategorie Gemiddeld 1) (Incl. Begeleid werken) Licht Matig Ernstig Totaal
2021 fte % 0,0 0 389,3 95 18,9 5 408,2 100
2020 Fte % 0,0 0 418,7 95 20,6 5 439,3 100
2019 fte % 0,2 0 444,9 96 20,5 4 465,6 100
1) Vanaf 2018 valt de beschutte groep onder verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten.
Na de overgang per 1 januari 2018 van de beschutte groep (met relatief meer ernstig arbeidsgehandicapten) naar de deelnemende gemeenten is het % Wsw-ers met een ernstige arbeidshandicap in de niet-beschutte groep vrij stabiel op ca. 4% tot 5%. Personeelsbezetting Wsw per leeftijdscategorie Ultimo boekjaar 1) (Incl. Begeleid werken) Tot 25 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 jaar en ouder Totaal
2021 fte 0,0 29,0 75,0 107,8 187,9 399,7
2020 % 0,0 7,2 18,8 27,0 47,0 100
fte 0,0 44,1 70,4 112,7 194,4 421,6
2019 % 0 10 17 27 46 100
fte 0,0 57,1 74,0 151,8 173,1 456,0
% 0 13 16 33 38 100
1) Vanaf 2018 valt de beschutte groep onder verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten.
Het percentage medewerkers Wsw in de oudere leeftijdscategorieën is in 2021 wederom gestegen ten opzichte van vorige jaren. Dit doordat er geen sprake meer is van instroom bij WAA. De SwNederland vergrijst hierdoor jaar in jaar uit verder én in een jaarlijks oplopend tempo, waarbij het tempo waarin dit bij WAA en Sw-Nederland van toepassing is, veel hoger is dan in de rest van de samenleving. Met ruim 70%(!) van de werknemers die 45+ zijn en een in 2021 weliswaar vernieuwde (!) maar onveranderd maatschappelijk sterk verouderde Wsw-Cao, die Wsw-ers nog steeds ongebreideld en ruim faciliteert om bijna volledig doorbetaald in deeltijd te gaan werken middels ruime VUT- en prepensioenregelingen, speelt vergrijzing een belangrijke rol bij WAA, evenals bij andere SW-bedrijven. Dit heeft een fors effect op de dagelijkse operationele en financiële bedrijfsvoering. Personeelsbezetting Wsw per gemeente Ultimo boekjaar 1) (Incl. Begeleid werken) Beesel Bergen Venlo Totaal uit deelnemende gemeenten Bij: niet deelnemende gemeenten Totaal generaal
2021 fte % 36,0 9,0 50,3 12,6 313,4 78,4 399,7 100 0,0 0 399,7 100
2020 fte % 42,3 10 52,3 12 327,0 78 421,6 100 0,0 0 421,6 100
2019 Fte % 43,8 10 58,6 13 353,6 77 456,0 100 0,0 0 456,0 100
1) Vanaf 2018 valt de beschutte groep onder verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten.
Door het krimpen van de Wsw is over- en onderrealisatie van budget/taakstelling t.a.v. het Wsw-deel voor gemeenten nadrukkelijk een onvermijdelijk risico. Met name is dit risico aanwezig voor kleinere gemeenten zoals Beesel en Bergen omdat de stuurmiddelen hier beperkter zijn.
- 15 -
Taakstelling Wsw en realisatie De gemiddelde bezetting Wsw (Beschut en Niet Beschut, incl. Begeleid werken) voor de deelnemende gemeenten in 2021 bedroeg 602,28 arbeidsjaren/SE. Dit is een afname met 41,48 SE (6,4%) t.o.v. 2020. In 2020 bedroeg de afname nog 5,4%. Aantal Wsw-ers in arbeidsjaren/SE (gemiddeld): Werkelijk gerealiseerd in boekjaar: Beschut Niet beschut Werkelijk gerealiseerd totaal Schap -/-aandeel niet deelnemende gemeenten = Werkelijk gerealiseerd voor deelnemende gemeenten (A) Totaal taakstelling van deelnemende gemeenten -/- ingevuld door andere Wsw werkvoorzieningsschappen resp. door externen via PGB = Door WAA in jaar in te vullen taakstelling voor deelnemende gemeenten (B) Over(+) / onder (-) realisatie (A – B)
2021
2020
2019
189,32 412,96 602,28 0,00 602,28
199,37 444,39 643,76 0,00 643,76
209,44 470,71 680,15 0,00 680,15
603,54 2,88
652,98 4,11
686,43 3,86
600,66
648,87
682,57
+1,62
-5,11
-2,42
Vanaf 2017 is de werkgemeente financieel verantwoordelijk om uitvoering te geven voor die Wswers die onder haar vleugels en op haar “grondgebied” werkzaam zijn. Vanaf 2017 is hierdoor structureel niet meer sprake van een Wsw-bezetting uit zgn. niet-deelnemende gemeenten. In tegenstelling tot in 2019 en 2020, is in 2021 sprake van overrealisatie, waarbij er wel forse verschillen zijn en tussen de gemeenten onderling. Daar waar mogelijk heeft het Schap bijgestuurd, doch heeft zij zeer beperkte mogelijkheden en invloed op de ontwikkeling van de Wsw-bezetting, zowel totaal als per individuele gemeente. Het totale ziekteverzuim Wsw van WAA (incl. beschut) is in 2021, o.a. a.g.v. vergrijzing en COVID19, verder gestegen, en wel naar 18,4%. Het ziekteverzuim stijgt ook landelijk o.a. als gevolg van de oplopende vergrijzing binnen de Wsw. Het verlagen van het ziekteverzuim is en blijft een speerpunt in het beleid van WAA. In dit kader wordt nauw samengewerkt met de WAA arbodienst. 1.1.6.3 Financieel beleid Het jaar 2021 is afgesloten met een concernresultaat van -/-€ 1.617.000. Dit resultaat is € 356.000 beter dan het begrote tekort van € 1.973.000 als gevolg van: • lagere uitvoerings- en plaatsingskosten, dit a.g.v. een lagere Wsw-bezetting (17,54SE) voor de doelgroep niet-beschut; • lagere overige lasten ad € 145.000, dit m.n.
door beperkte negatieve rentebaten voor uitzettingen ad € 25.000, een lager dan begrote bijdrage voor frictiekosten ad € 47.000, en verder door minder inhuur van externe ondersteuning t.b.v. het actualiseren van de koers WAA / modernisering Wsw; • een hogere rijksbijdrage per SE (standaardeenheid), t.o.v. uitvoerings- en plaatsingskosten die per SE wel op begroot niveau zijn gebleven. De gevolgen van de hogere rijksbijdrage en de lagere Sw-bezetting kunnen als volgt worden weergegeven: gewijzigde realisatie Afwijking begroting 2021 2021 Rijkssubsidie regulier per SE € 28.086 € 28.468 € 382 Uitvoerings- en plaatsingskosten per SE € 31.185 € 31.185 € 0 Subsidietekort per SE € -3.099 € -2.717 € 382 Aantal SE 430,50 412,96 -17,54 Subsidietekort totaal € -1.334.000 € -1.122.000 € 212.000
- 16 -
Het lagere subsidietekort ad € 212.000 kan als volgt worden geanalyseerd:
Meer rijkssubsidie door hogere rijkssubsidie per SE Minder rijkssubsidie door lagere SW-bezetting Per saldo meer rijkssubsidie dan begroot Minder uitvoerings- en plaatsingskosten door minder SE Per saldo lager subsidietekort
SE 412,96 -17,54
€ € 382 € 28.086
-17,54
€ 31.185
€ € 158.000 € -493.000 € -335.000 € 547.000 € 212.000
In de jaarrekening is in het Overzicht van baten en lasten de corona-compensatie van het Rijk over 2021 ad € 297.000, idem als vorig jaar en vanwege het incidentele karakter, onder de Diverse baten verantwoord, en de doorbetaling ervan is als Bijdrage aan WAA groep nv vermeld. Het tekort op de exploitatie van het Schap ad € 1.617.000 over 2021 wordt met € 1.100.000 gedekt door de voor 2021 vastgestelde gemeentelijke tekortfinanciering en met € 317.000 door een onttrekking uit de bestemmingsreserve. Het resterende tekort van € 200.000 wordt conform bestuurlijke afspraken t.a.v. resultaatbestemming, onttrokken aan de algemene reserve van het Schap. 1.1.6.4 Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien Het Schap voert één programma uit, de Wet Sociale Werkvoorziening. De volledige exploitatie van de gehele WAA entiteit is hierop gericht, waardoor er geen sprake is van kosten die gemaakt worden voor meerdere programma’s. Er is derhalve bij het Schap alleen sprake van overhead t.a.v. indirecte kosten. T.a.v. vennootschapsbelasting (Vpb) is het Schap vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Dit omdat het Schap geen onderneming voert zoals bedoeld in de Wet Vpb. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de risicoparagraaf 1.2.1.1 onderdeel 4. Fiscale risico’s.
1.1.7 Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid Een basishouding en natuurlijk uitgangspunt voor een publiekrechtelijke organisatie als WAA is dat zij in al haar doen en laten bij de uitvoering van haar publieke taak altijd en overal doelmatig en rechtmatig handelt. Dit geldt voor zowel de wettelijke als ook in de uitvoering van alle andere (overheids-)taken die door de participanten in de regeling bij haar zijn neergelegd. Doelmatigheid Doelmatig opereren ten aanzien van haar sociale opdracht betekent voor WAA het maximaal invullen van de taakstelling voor haar gemeenten. Het Schap heeft, evenals in voorgaande jaren, ook in 2021 op dit aspect binnen haar mogelijkheden maximaal invulling gegeven aan haar doelstelling en derhalve op dit punt doelmatig gehandeld. Doelmatigheid veronderstelt ook dat alle toegewezen taken binnen de gestelde kaders adequaat worden uitgevoerd met in achtneming van alle vigerende (wettelijke) kaders en tegen voor deze participanten aanvaardbare kosten. Hiertoe zijn in het kader van doelmatigheid vanaf 2017 onderstaande in “Samen Groeien” en in de geactualiseerde koers bevestigde, verankerde randvoorwaarden opgenomen: • de werkwijze van het WAA bedrijf moet sober en doelmatig zijn: de uitgaven worden hierop aangepast.
Daar waar expertise of andere vormen van ondersteuning noodzakelijk is wordt contact gezocht met de drie deelnemende gemeenten; vacatures zouden dan ook over en weer kunnen worden uitgewisseld; • WAA dient zo min mogelijk langlopende financiële verplichtingen aan te gaan. Daar waar dit onverhoopt toch aan de orde zou kunnen en moeten zijn vanuit bedrijfsvoering, wordt dit vooraf afgestemd en besloten in samenspraak met de deelnemende gemeenten. Dit om eventuele staartverplichtingen als gevolg van een mogelijke mismatch tussen eisen en wensen
- 17 -
•
van een sterk veranderende WAA-organisatie en kosten uit lopende contracten en investeringen te minimaliseren; binnen de huidige financiële positie van zowel WAA als gemeenten wordt blijvend een substantieel bedrag apart geoormerkt en apart gealloceerd om de volledige transitie van WAA vanaf 2018 en verder en van een multi MKB bedrijf naar een professioneel detacheringsbedrijf voor primair Wsw’ers, mogelijk te maken. Hierdoor wordt, naast de personele organisatie, ook de gehele financiële structuur “fit” gemaakt met een bij de huidige veranderende maar ook krimpende organisatie passende kostenstructuur De gehele ombouw en transitie van de entiteit WAA zal gecontroleerd en geconditioneerd gebeuren met oog voor organisatorische en financiële stabiliteit en continuïteit van de organisatie WAA én haar participanten. Inzet van eigen én aparte frictiemiddelen moet gebeuren rekening houdende met en binnen de bestaande financiële mogelijkheden van zowel WAA als de deelnemende gemeenten en onder genoemde randvoorwaarden.
WAA blijft in dit proces ten aanzien van doelmatigheid jaarlijks streven naar evenwicht tussen doel en de hieraan verbonden kosten en bijdragen, in samenwerking met de deelnemende gemeenten. Doel is om jaarlijks het tekort voor WAA en dus ook de gemeentelijke bijdragen te beperken. In alle jaar- en meerjarenbegrotingen t/m 2026 is jaarlijks een tekort voor WAA op de uitvoering van de Wsw opgenomen, dat past binnen dit kader. De tekorten worden (vooralsnog) jaarlijks gedekt door een gemeentelijke bijdrage. Doelmatigheid is en blijft altijd voor WAA van belang en zal intern periodiek worden gemeten en getoetst aan de hand van vooraf benoemde prestatie-indicatoren. Via jaarrekeningen, begrotingen, kwartaalberichten, maandrapportages en maandelijkse dashboards worden periodiek alle voor de sturing en bedrijfsvoering relevante indicatoren op een eenduidige en transparante wijze periodiek aan alle belanghebbenden bij WAA gepresenteerd. Naast eigen indicatoren wordt doelmatigheid bij het Schap en haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv jaarlijks getoetst door de gerealiseerde doelen en de daarbij behorende kosten voor de uitvoering van de Wsw af te zetten tegen beschikbare branchegegevens.
Dit, tezamen met een duidelijke periodieke (interne) verantwoording en toelichting op resultaten en van nature ingebouwde interne en externe controles, zorgt voor een informatieverzorging die de vereiste (bestuurlijke) transparantie waarborgt. WAA heeft altijd al doelmatigheid hoog in haar vaandel staan en zal op dit punt de ingezette lijn blijven volgen. Rechtmatigheid Rechtmatigheid is te zien als “handelt binnen vigerende wettelijke kaders én bestuurlijke beleids- en richtlijnen zoals die door haar deelnemende gemeenten zijn geformuleerd”. Rechtmatigheid veronderstelt ook te allen tijde integer zijn in al het doen en laten. Ook dit is voor een publieke organisatie als WAA een must en een vanzelfsprekendheid. Bij rechtmatigheid hoort ook het adequaat afleggen van verantwoording naar alle participanten, transparantie in doen en laten en integer zijn. Dit zijn de uitgangspunten voor al het handelen en doen en als zodanig benoemd door WAA. Omdat het afleggen van verantwoording en transparantie voor WAA altijd al van groot belang was en ook blijft, en het Schap het belang van Sisa (single information single audit) en de informatie die hieruit naar voren kwam, onverminderd onderschrijft, zijn (ondanks het ontbreken van een wettelijke verplichting hiervoor) in 2021 wederom de van toepassing zijnde Sisa-gegevens door WAA integraal opgenomen in de jaarstukken.
De accountant geeft d.m.v. zijn controle(verklaring) en de Provincie Limburg middels hun toezicht aan in hoeverre WAA heeft voldaan aan de eisen van financiële en sociale rechtmatigheid: • de financiële rechtmatigheid wordt getoetst door kengetallen en door te controleren in hoeverre alle uitgaven binnen de kaders van de genoemde wettelijke regelingen vallen én of deze passen binnen wettelijke bepalingen voor verslaggeving (gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften), financiering (wet FIDO), etc. Vanaf den beginne heeft WAA steeds ruimschoots aan de gestelde rechtmatigheidseisen voldaan en ook in 2020 is dit het geval. WAA blijft ook in de toekomst streven om steeds aan deze eisen te voldoen maar kan geen garantie hiervoor geven. Dit omdat het Rijk jaarlijks wet- en regelgeving aanpast zonder rekening te houden met praktische (on)mogelijkheden. Hierdoor is het risico van subsidiekorting altijd latent aanwezig;
- 18 -
•
de sociale rechtmatigheid wordt getoetst door te controleren of WAA heeft voldaan aan de personele eisen zoals die door het Rijk in de Wsw heeft neergelegd.
WAA richt zich vanaf 2014 sec op de uitvoering van de Wsw, en blijft dit vooralsnog onverminderd doen. Behoudens de inzet van mensen uit de Participatiewet op werkobjecten á la Wsw om de uitvoering van de Wsw te ondersteunen, zijn geen andere doelgroepen dan Wsw in behandeling bij WAA. De resultaten (i.c. kosten en opbrengsten) die door WAA gegenereerd worden, worden geclassificeerd als volledig publiekrechtelijk. De publieke activiteit van WAA vloeit namelijk per definitie voort uit de Wsw. Mocht er sprake zijn van activiteiten die niet hieraan direct of indirect gerelateerd zijn, worden deze steeds zowel operationeel als financieel nadrukkelijk gescheiden van de Wsw. Op deze wijze voldoet WAA aan de eisen die de Wsw stelt en is de scheiding tussen Wsw en overige activiteiten en tussen publieke en private financiering duidelijk verankerd in de (administratieve) organisatie van de gehele WAA-organisatie. De accountant heeft in 2020, wederom, vastgesteld dat ook op dit punt de WAA-organisatie voldoet aan de administratief organisatorische eisen die op dit punt van belang zijn.
1.1.8 Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening Het dagelijks bestuur stelt u voor de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening vast te stellen.
- 19 -
1.2 Paragrafen 1.2.1 Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing Het vrij beschikbaar vermogen wordt aangemerkt als weerstandsvermogen voor de entiteit WAA als geheel (Schap incl. WAA groep nv en andere verbonden (werk)maatschappijen). Het huidige weerstandsvermogen is als volgt: x €1.000
WAA Venlo e.o. WAA groep nv *) Totaal
31-12-2021 1.337 7.670 9.007
*) Op basis van voorlopige cijfers 2021 van WAA groep nv
31-12-2020 1.537 6.322 7.859
Bedrijfsrisico’s worden regelmatig gemonitord en het daarbij behorende noodzakelijke weerstandsvermogen wordt in kaart gebracht en zo nodig bijgesteld. In 2017 is berekend en vastgesteld dat het minimale weerstandsvermogen vanaf 2018 € 2 mio is. Het bestuur heeft in 2020 en 2021, in afwachting van de nieuwe verkenningen rondom de koers van WAA en de mogelijke gevolgen hiervan op de exploitatie en het risicoprofiel van WAA, besloten uit voorzichtigheid het minimale weerstandsvermogen van € 3 mio vooralsnog te handhaven en, in het licht van de risico’s en onzekerheden die de huidige COVID-19 pandemie met zicht meebrengt, op een voorzichtige en komende jaren prudente wijze te komen tot afbouw hiervan tot dit minimum niveau. Een eventuele verlaging hiervan tot € 2 mio is pas aan de orde als er meer zicht komt op de gevolgen van de lopende verkenning resp. een koersbijstelling voor WAA en COVID-19 effecten voor de periode 20222026. De verwachting is dat in de huidige situatie en gedurende de transitieperiode het vermogensniveau voldoende is om de eerste risico’s binnen WAA zelf te kunnen opvangen. De deelnemende gemeenten zijn zich ervan bewust en zijn bereid bij grotere calamiteiten bij te (moeten) springen. Onderstaand een overzicht van de kengetallen zoals genoemd in art. 11 van BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten): Jaarrekening 2021
Verloop van de kengetallen Werkelijk 2021
Netto schuldquote
1e begrotingswijziging 2021
Werkelijk 2020
-34%
-56%
-34%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
7%
-14%
3%
Solvabiliteitsrisico
23%
43%
45%
Structurele exploitatieruimte
-4%
-6%
2%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
De netto schuldquote c.a. en de solvabiliteit nemen t.o.v. vorige jaren verder af in 2021 doordat het Schap jaarlijks aflost op dure, langlopende leningen (ten faveure van goedkopere, intra concern rekeningcourant financiering) en doordat de bestemmingsreserve wordt aangesproken ter dekking van frictiekosten, resp. deels vrijvalt. Hierdoor verslechtert de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen. De exploitatieruimte verslechtert in 2021 doordat, conform Bestuursbesluit, een deel van het overschot op het eigen vermogen wordt ingezet ter dekking van de lopende exploitatie. Op deze wijze wordt de gemeentelijke bijdrage gemitigeerd en uiteindelijk het overtollige weerstandsvermogen meer in balans gebracht naar het beoogde en noodzakelijke niveau. Het Schap kent zowel risico’s als publiekrechtelijke organisatie als vanuit het ondernemerschap omdat zij volledig aandeelhouder is in de uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. De verschillende risico’s die het Schap loopt, zijn onderstaand weergegeven.
- 20 -
1.2.1.1 Risico’s voor het Schap als publiekrechtelijke organisatie De risico’s die het Schap loopt als publiekrechtelijke organisatie zijn vanaf 2015 oplopende ten opzichte van voorgaande jaren. Dit als gevolg van: •