221107 Nieuwere versie Regels
Tekst van het document
de goothoogte van het bouwwerk niet meer mag bedragen dan 4 m; 3. de bouwhoogte van het bouwwerk niet meer mag bedragen dan 8 m; 4. het bouwwerk moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°. k. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' buiten het bouwvlak een nutsvoorziening toegestaan waarbij de bestaande maatvoering als maximale maatvoering geldt; l. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - schaapskooi' buiten het bouwvlak een schaapskooi toegestaan waarbij de bestaande maatvoering als maximale maatvoering geldt. 5.2.2
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het met de aanduiding opgenomen maximum aantal bestaande bedrijfswoningen toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning toegestaan; d. een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; e. de voorgevel van bedrijfswoning moet in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd;
57
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
f. in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de bedrijfswoning op de bestaande locatie terug gebouwd te worden. g. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6,5 m; h. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m; i. een bedrijfswoning moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o; j. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 800 m3, tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds groter is in welk geval de bestaande inhoud als maximum geldt; k. in afwijking van het bepaalde onder j geldt de inhoudslimiet van 800 m3 niet voor langgevelboerderijen en voor cultuurhistorisch en/ of architectonisch waardevolle bebouwing die qua bouwmassa één geheel vormt met het hoofdgebouw, met dien verstande dat deze bedrijfsruimten bij de woning mogen worden getrokken, waarbij het aantal woningen gelijk dient te blijven; l. in afwijking van het bepaalde onder j mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum inhoudsmaat bedrijfswoning (m3)' de inhoud van de bedrijfswoning niet meer bedragen dan met de aanduiding is aangegeven. 5.2.3
Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, mag niet meer bedragen dan 125 m2; b. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag, aanvullend op de oppervlakte zoals bepaald onder a, niet meer bedragen dan 30 m2; c. bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden opgericht; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o. 5.2.4
Veldschuren etc.
Voor het bouwen van veldschuren, melkstallen, veegeleidingen en schuilgelegenheden ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: a. de bouwwerken zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Nederland'; b. de oppervlakte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50 m2 per agrarisch bedrijf; c. de afstand van de bouwwerken tot de gronden met de bestemming Verkeer' dient ten minste 25 m te bedragen in geval van provinciale wegen; d. de goothoogte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m;
58
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
f. de bouwwerken moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o. 5.2.5
Silo's en platen De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft artikel 5.2.5 in haar uitspraak van 3 juli 2019 (201801409/1/R1) aangepast en heeft een sub b toegevoegd.
a. Voor het bouwen van silo's en platen gelden de volgende regels: 1. mestsilo's, voersilo's, sleufsilo's en watersilo's, alsmede mest- en voerplaten zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; 2. de goothoogte van een mestsilo mag niet meer bedragen dan 5 m; 3. de doorsnee van een mestsilo mag niet meer bedragen dan 27 m; 4. de bouwhoogte van een voedersilo mag niet meer bedragen dan 12 m; 5. de bouwhoogte van een sleufsilo mag niet meer bedragen dan 4 m. b. In afwijking van het vorenstaande zijn bestaande (mengvoer- maar ook overige) silo's en andere bouwwerken, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, toegestaan indien die legaal zijn gerealiseerd. 5.2.6
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; b. binnen het bouwvlak en de aanduiding 'erf' mag de bouwhoogte van erfafscheidingen: 1. voor de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 1 m; 2. achter de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 2 m; c. buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf' mogen erfafscheidingen of hekwerken worden opgericht waarbij geldt dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; 2. de erfafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie. d. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 m. e. in afwijking van het bepaalde onder e d is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitkijktoren' een uitkijktoren toegestaan waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 30 m en de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m2. f. in afwijking van het bepaalde onder d gelden voor het bouwen van paardrijvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardrijvoorzienigen' de volgende regels: 1.
de bouwhoogte van de omheining van de paardenbak, stapmolen en longeercirkel mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 2. de omheining van de paardenbak, stapmolen en longeercirkel dient te worden uitgevoerd in een open constructie; 3. de bouwhoogte van de stapmolen mag niet meer bedragen dan 3 m.
59
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
5.3
Nadere eisen aan omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. tegenprestaties gericht op verbetering van de gebiedskwaliteit. b. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; c. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; e. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
5.4
Afwijken van de bouwregels
5.4.1
Aanduiding 'erf'
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'erf' bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen, silo's en platen en overige bouwwerken buiten het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. de situering van de bedrijfsgebouwen, silo's en platen en overige bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'erf' noodzakelijk is voor een doelmatige inrichting van het perceel ten behoeve van de bedrijfsvoering; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; c. sprake is van een goede landschappelijke inpassing; d. geen dierenverblijven worden gebouwd, uitgezonderd uitbreidingen van bestaande dierenverblijven, voor zover die niet worden gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren maar voor daartoe behorende voorzieningen zoals luchtwassers. e. de bouwregels zoals genoemd in lid 5.2 voor het overige van toepassing zijn; f. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling; g. Tevens zijn bestaande (meng)voersilo’s en andere bouwwerken, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, toegestaan indien die legaal zijn gerealiseerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft artikel 5.4.1 sub g in haar uitspraak van 3 juli 2019 (201801409/1/R1) vernietigd. 5.4.2
Schuilgelegenheden
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 onder a ten behoeve van het realiseren van schuilgelegenheden voor het uitsluitend hobbymatig houden van dieren in geval van natuurlijke weidegang buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf', onder de voorwaarden dat: a. de noodzaak van het realiseren van de schuilgelegenheid buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf' wordt aangetoond; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; c. sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 60
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
d. aansluiting wordt gezocht bij bestaande bebouwing (clustering), bestaande begroeiing of bestaande wegen en paden; e. schuilgelegenheden in elkaars directe omgeving dienen te worden geclusterd; f. omliggende waarden en functies niet onevenredig worden aangetast; g. de schuilgelegenheid wordt geplaatst op een stuk grond met een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 2.000 m2, dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijk herkenbare grens in de vorm van heggen, afrasteringen of sloten e.d.; h. de schuilgelegenheden niet worden gesitueerd ter plaatse van de dubbelbestemming Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed of Waterstaat Waterbergend rivierbed; i. de schuilgelegenheden niet worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - schuilgelegenheden uitgesloten'; j. de bouwhoogte van een schuilgelegenheid niet meer mag bedragen dan 3 m; k. de schuilgelegenheid dient te worden afgedekt met een kap, waarvan de dakhelling ten minste 15o dient te bedragen; l. de afstand van de schuilgelegenheid tot de gronden met de bestemming 'Verkeer' ten minste 25 m dient te bedragen in geval van provinciale wegen; m. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling; n. de oppervlakte van een schuilgelegenheid niet meer mag bedragen dan 36 m2. 5.4.3
Sleufsilo's
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.5 onder a ten behoeve van het oprichten van sleufsilo's buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf', onder de voorwaarden dat: a. aangetoond is dat de sleufsilo's niet gerealiseerd kunnen worden binnen het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding 'erf'; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; c. de sleufsilo's aansluitend aan het bouwvlak of de aanduiding 'erf' worden opgericht; d. de sleufsilo's niet voor (het verlengde) van de voorgevel opgericht worden; e. de sleufsilo's landschappelijk worden ingepast; f. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; g. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 5.4.4
Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.6 onder a ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, in de zin van bouwwerken, buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf', onder de voorwaarden dat: a. de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen niet worden gesitueerd op gronden ter plaatse van de dubbelbestemming Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed of Waterstaat - Waterbergend rivierbed; b. aangetoond is dat het redelijkerwijs niet mogelijk is de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen te realiseren binnen het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding 'erf';
61
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
c. de voorzieningen uitsluitend aanwezig zijn zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden; d. de natuur- en/of landschappelijke waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; e. er zorggedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing; f. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; g. de bouwhoogte van boogkassen niet meer mag bedragen dan 4 m.
5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1
Teeltondersteunende voorzieningen
Teeltondersteunende voorzieningen die geen bouwwerken zijn, zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan. 5.5.2
Paardenbakken
Paardenbakken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak' toegestaan. 5.5.3
Veehouderijen
a. Het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven is uitsluitend toegestaan op de in de bijlage 2 bij deze regels vermelde veehouderijlocaties. b. Het is binnen de in de bijlage 2 bij deze regels vermelde veehouderijlocaties verboden om van de volgende diercategorieën meer dieren te houden dan in de bijlage voor de betreffende locatie is vermeld; dit verbod geldt niet indien de betreffende diercategorie in de bijlage als hoofdtak is aangegeven: 1. vleesrundvee (Rav-code A4, A6 en A7) 2. geiten (Rav-code C) 3. varkens (Rav-code D) 4. kippen (Rav-code E) 5. kalkoenen (Rav-code F) 6. eenden (Rav-code G) 7. konijnen (Rav-code I) 8. parelhoenders (Rav-code J) 9. struisvogels (Rav-code L) c. De ammoniakemissie van een veehouderijlocatie mag niet hoger zijn dan de ammoniakemissie zoals bepaald op basis van de in de bijlage 2 bij deze regels voor de betreffende veehouderijlocatie vermelde diercategorieën en dieraantallen, huisvestingssystemen, additionele technieken, emissiereducerende technieken en voer- en managementmaatregelen. 5.5.4
Aan-huis-verbonden bedrijf
De oppervlakte van aan-huis-verbonden bedrijven mag niet meer bedragen dan 60 m2 en dient qua aard en uitstraling ondergeschikt te zijn aan het agrarische bedrijf.
5.6
Afwijken van de gebruiksregels 62
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
5.6.1
gemeente Bergen (L.)
Woonunits
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 ten behoeve van het plaatsen van woonunits ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers binnen het bouwvlak onder de voorwaarden dat: a. er geen omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers in bestaande agrarische bebouwing zoals bedoeld in lid 5.2.6, tenzij is aangetoond dat de huisvesting van buitenlandse werknemers in woonunits tevens noodzakelijk is, waarbij dit medegebruik gedurende maximaal zes maanden is toegestaan; b. aangetoond wordt dat gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers niet mogelijk is; c. natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen en het omliggende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; d. alleen woonunits geplaatst mogen worden en kampeermiddelen niet zijn toegestaan; e. de totale oppervlakte van de woonunits tezamen per agrarisch bedrijf maximaal 120 m2 bedraagt (inclusief sanitaire voorzieningen); f. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 20 bedraagt; g. het aantal woonunits maximaal 5 bedraagt; h.
de onderlinge afstand tussen de woonunits minimaal 5 m bedraagt; i. de woonunits dienen binnen het bouwvlak geplaatst te worden; j. er alleen werknemers worden gehuisvest die bij het betreffende bedrijf werkzaam zijn; k. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; l. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 5.6.2
Tijdelijke huisvesting bestaande bebouwing
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 ten behoeve van het gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers, onder de voorwaarden dat: a. er geen omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend ten behoeve van het plaatsen van woonunits ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers zoals bedoeld in lid 5.6.1, tenzij is aangetoond dat het gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers tevens noodzakelijk is, waarbij dit medegebruik gedurende maximaal zes maanden is toegestaan; b. natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen en het omliggende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; c. aangetoond moet worden dat de huisvesting noodzakelijk is ten behoeve van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering;
63
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
d. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 20 bedraagt; e. er alleen werknemers worden gehuisvest die bij het betreffende bedrijf werkzaam zijn; f. parkeren op eigen terrein plaatsvindt.
5.6.3
Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1: a. ten behoeve van de uitoefening van aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten; b. ten behoeve van het uitoefenen van ondergeschikte nevenactiviteiten naast de agrarische bedrijfsfunctie, in de zin van een bed & breakfast of een plattelandswinkel; met dien verstande dat: 1. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast; 2. een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 3. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; 4. het een nevenactiviteit betreft bij een functionerend agrarisch bedrijf; 5. geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; 6. de bedrijfsoppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, maximaal 30% van het totale bedrijfsoppervlak van de bedrijfsgebouwen bedraagt; 7. er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; 8. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; 9.
parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 10.geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; 11.voor bed & breakfast daarnaast de volgende voorwaarden gelden: · er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok; · er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt; · degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert; · het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6; · de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m2; · de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw of een bestaand bijbehorend bouwwerk. 12.de verkoopvloeroppervlakte van een plattelandswinkel niet meer mag bedragen dan 200 m2. 64
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
5.6.4
gemeente Bergen (L.)
Plattelandswoning
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 ten behoeve van het gebruik van de bestaande agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning, met dien verstande dat: a. het agrarisch bedrijf waartoe de woning behoorde, wordt voortgezet; b. aangetoond dient te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de woning. 5.6.5
Paardenbakken
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.5.2 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak buiten het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. per bouwperceel is maximaal één paardenbak toegestaan; b. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 30 m wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; d. er wordt zorggedragen voor een goede landschappelijke inpassing; e. voor afrasteringen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van afrasteringen mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 2. afrasteringen worden uitgevoerd in een open constructie. 5.6.6
Ondergeschikte horeca
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1.1 onder i ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte voor ondergeschikte horeca uit categorie 1 of voor het toestaan van ondergeschikte horeca uit categorie 2, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het gebruik moet aanvaardbaar zijn vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk, milieuhygiënisch en cultuurhistorisch perspectief; b. er mag geen beperking ontstaan voor de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; c. degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de horeca uitoefent; d. er is geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking; e. parkeren vindt plaats op eigen terrein; f. de bedrijfsoppervlakte die voor horeca wordt benut, bedraagt maximaal 30% van het totale oppervlak aan gebouwen, tot een maximum van 50 m2; g. het gebruik van de grond (anders dan voor bebouwing) ten behoeve van horeca bedraagt maximaal 30% van het totale oppervlak van het perceel, tot een maximum van 50 m2. 5.6.7
Bijzondere huisvesting
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken het bepaalde in lid 5.1 ten behoeve van het gebruik van het hoofdgebouw, zijnde de bedrijfswoning, voor bijzondere huisvesting, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 65
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
a. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 10 bedraagt; b. parkeren op eigen terrein plaatsvindt.
5.7
5.7.1
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning
Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 5.1 buiten het bouwvlak en buiten de aanduiding 'erf' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. het dempen, graven en vergraven van watergangen en het aanleggen van dammen en bruggen; b. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; d. het aanleggen van waterbassins en mestbassins voor zover deze niet zijn aan te merken als bouwwerken; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadigingen van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging. 5.7.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 5.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding het plan legaal in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 5.7.3
Afwegingskader
Een vergunning als bedoeld in lid 5.1 wordt uitsluitend verleend indien: a. door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied; 66
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
b. er tevens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn; c. en voor zover de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 7 bij deze regels opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij tevens wordt voldaan aan artikel 58.2.
5.8
Wijzigingsbevoegdheid
5.8.1
Bedrijf, Horeca of Recreatie
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf', 'Horeca' of 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' onder de voorwaarden dat: a. bij wijziging in de bestemming ‘Bedrijf' het bedrijfsactiviteiten betreft uit milieucategorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan bedrijfsactiviteiten uit categorie 1 of 2; b. bij wijziging in de bestemming 'Horeca' het een restaurant of café betreft, niet zijnde een feestzaal, amusementshal, bingozaal, discotheek, dancing, erotisch getinte horeca of een vergelijkbaar bedrijf of instelling, waarbij geen overlast voor de omgeving wordt of kan worden veroorzaakt. Horeca-activiteiten dienen te worden gesitueerd in de hoofdbebouwing; c. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; d. sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering waarvoor geldt dat: 1. ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen; 2.
burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de Kwaliteitscommissie; e. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; f. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven; g. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; h. het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; i. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 5.8.2
Wonen
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' wijzigen in de bestemming 'Wonen' onder de voorwaarden dat: a. het aantal woningen niet toeneemt;
67
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
b. voor iedere woning in het wijzigingsplan een afzonderlijk bestemmingsvlak wordt opgenomen; c. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; d. sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering waarvoor geldt dat: 1. ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen; 2. burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de Kwaliteitscommissie; e. een bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' voor ten hoogste 20% mag worden bebouwd met de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een absoluut maximum van 1.000 m2, en met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. voor een woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, geldt dat, ook als het percentage van 20% wordt overschreden, een inhoud van maximaal 800 m3 is toegestaan; 2. binnen het bestemmingsvlak is, ook als het percentage van 20% wordt overschreden, een oppervlakte van maximaal 400 m2 aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken toegestaan; 3.
indien de bestaande bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, een grotere inhoud heeft dan 800 m3, geldt deze inhoud in afwijking van het bepaalde onder 1 als de inhoud die maximaal is toegestaan; f. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; g. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven; h. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 5.8.3
Tuin
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' wijzigen in de bestemming 'Tuin' onder de voorwaarden dat: a. er geen nieuwe bouwwerken worden opgericht; b. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; c. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; d. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven. 5.8.4
Vergroting of vormverandering bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen teneinde het bouwvlak uit te breiden of de vorm van het bouwvlak te veranderen, onder de voorwaarden dat: a. uitbreiding van een bouwvlak van een veehouderij niet is toegestaan; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen ten aanzien van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
68
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
c. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied waarbinnen het bouwvlak wordt gesitueerd; d. de wijziging vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; e. aangetoond wordt dat de vergroting noodzakelijk is voor de continuïteit of ontwikkeling van het agrarisch bedrijf; f. er zorggedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing; g. conform de LKM-uitwerking in de Structuurvisie + sprake is van: 1. een positieve ruimtelijke afweging en de levering van een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit middels inpassing en kwaliteitsverbetering; 2. vergroting of vormverandering die ingepast is op basis van een inrichtingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; 3. kwaliteitsverbeterende maatregelen; h. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 5.8.5
Bos
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Bos' onder de voorwaarden dat: a. agrarische bedrijven niet onevenredig worden geschaad in hun bedrijfsvoering en in hun ontwikkelmogelijkheden; b. de wijziging alleen geschiedt bij vrijwillige medewerking van de desbetreffende grondeigenaren; 5.8.6
Natuur
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' onder de voorwaarden dat: a. agrarische bedrijven niet onevenredig worden geschaad in hun bedrijfsvoering en in hun ontwikkelmogelijkheden; b. de wijziging alleen geschiedt bij vrijwillige medewerking van de desbetreffende grondeigenaren. 5.8.7
Recreatie - Camping
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Recreatie - Camping' onder de voorwaarden dat: a. natuurlijke waarden en belangen en het omliggende woon- en leefmilieu niet worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen en het omliggende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; c. de onderlinge afstand tussen de kampeermiddelen minimaal 5 m bedraagt; d. de kampeermiddelen binnen het bouwvlak geplaatst dienen te worden; e. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; f. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; g. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.
69
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
Artikel 6
gemeente Bergen (L.)
Bedrijf
6.1
Bestemmingsomschrijving
6.1.1
Algemeen
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bijlage 1 van deze regels, met uitzondering van: 1. risicovolle inrichtingen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg'; 2. geluidzoneringplichtige inrichtingen; 3. horeca; 4. detailhandel; 5. zelfstandige kantoren; b. bedrijfswoningen, met dien verstande dat de gevel ter plaatse van de aanduiding 'specfieke bouwaanduiding - dove gevel' als dove gevel wordt uitgevoerd; c. aan-huis-verbonden beroepen met de daarbij behorende voorzieningen; d. aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, met de daarbij behorende voorzieningen; e. productiegebonden detailhandel; f. ondergeschikte, bedrijfsgebonden kantoren; g. landschappelijke inpassing en instandhouding voor zover sprake is van een van de locaties zoals genoemd in artikel 53.2 en overeenkomstig de in dat artikel genoemde inpassingsplannen; h. bedrijfsgebonden parkeervoorzieningen; i. geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' en 'geluidwal'; j. groenvoorzieningen en water; k. paden en wegen; l. waterhuishoudkundige voorzieningen; m.
behoud en herstel van cultuurhistorische waarden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 6a bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 6 b1 en b2 bij deze regels opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden, waarbij het bepaalde in artikel 58.1 van toepassing is. 6.1.2
Caravanstalling
Ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een bedrijf ten behoeve van een caravanstalling. 6.1.3
Groen
Ter plaatse van de aanduiding 'groen' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor groenvoorzieningen.
70
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
6.1.4
gemeente Bergen (L.)
Opslag
Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor opslag. 6.1.5
Recreatiewoning
Ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor één recreatiewoning. 6.1.6
Verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg
Ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg, met daaraan ondergeschikt: a. detailhandel, horeca-activiteiten uit categorie 1 in de vorm van een serviceshop, een kantoor en opslag met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 200 m2; b. carwash met een oppervlakte van maximaal 60 m2. 6.1.7
Zend-/ontvangstinstallatie
Ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een zend-/ontvangstinstallatie met een bouwhoogte van niet meer dan 65 m boven NAP. 6.1.8
Specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een aannemersbedrijf. 6.1.9
Specifieke vorm van bedrijf - agrarisch hulpbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch hulpbedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een agrarisch hulpbedrijf. 6.1.10 Specifieke vorm van bedrijf - constructiewerkplaats
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - constructiewerkplaats' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een constructiewerkplaats alsmede daaraan gerelateerde bedrijfsactiviteiten, waarbij het enkel bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 1, 2 of 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, opgenomen in de bijlage 1 van deze regels, mag betreffen of daarmee van aard en omvang gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten. 6.1.11 Specifieke vorm van bedrijf - dierenverzorgingscentrum
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf dierenverzorgingscentrum' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een dierenverzorgingscentrum. 6.1.12 Specifieke vorm van bedrijf - farmaceutisch bedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - farmaceutisch bedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een bedrijf voor de productie van voedingssupplementen, tabletten en capsules en de verwerking van 71
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
farmaceutische grondstoffen alsmede daaraan gerelateerde bedrijfsactiviteiten en de daarbij behorende voorzieningen, waarbij het enkel bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 1, 2 of 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, opgenomen in de bijlage 1 van deze regels, mag betreffen of daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten. 6.1.13 Specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een garagebedrijf. 6.1.14 Specifieke vorm van bedrijf - groencompostering
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groencompostering' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor groencompostering. 6.1.15 Specifieke vorm van bedrijf - grond- en sloopwerkbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - grond- en sloopwerkbedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een grond- en sloopwerkbedrijf. 6.1.16 Specifieke vorm van bedrijf - grond- en straatwerk
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - grond- en straatwerk' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een grond- en straatwerkbedrijf. 6.1.17 Specifieke vorm van bedrijf - hoveniersbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - hoveniersbedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een hoveniersbedrijf inclusief buitenopslag, met dien verstande dat buitenopslag van stenen, hout, zand, grind, bestratingsmateriaal en dergelijke niet meer mag bedragen dan 50 m3. 6.1.18 Specifieke vorm van bedrijf - landbouwverwante functie
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - landbouwverwante functie' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een landbouwverwant bedrijf. 6.1.19 Specifieke vorm van bedrijf - loonbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonbedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een loonbedrijf. 6.1.20 Specifieke vorm van bedrijf - maalderij
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - maalderij' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een maalderij. 6.1.21 Specifieke vorm van bedrijf - mechanisatiebedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - mechanisatiebedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een mechanisatiebedrijf.
72
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
6.1.22 Specifieke vorm van bedrijf - opslagbedrijf
a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslagbedrijf' geldt, in aanvulling op het bepaalde in lid 6.1.1 onder a, dat opslagbedrijven als bedoeld in de Staat van bedrijfsactiviteiten (SBI-code 1993: 6312) uitsluitend zijn toegelaten voor zover het betreft opslag waarbij op grond van de Staat van bedrijfsactiviteiten voor de aspecten geur, gevaar en/of stof een afstand van ten hoogste 10 m geldt en voor het aspect geluid een afstand van ten hoogste 30 m, en dat de gronden tevens zijn bestemd voor de reparatie en het onderhoud van campers. b. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – opslagbedrijf’ geldt, in aanvulling op het bepaalde in lid 6.1.1 onder a, dat bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zijn uitgesloten, voor zover voor die activiteiten op grond van de Staat van Bedrijfsactiviteiten voor de aspecten geur, gevaar en/of stof een grootste afstand van meer dan 10 m geldt. 6.1.23 Specifieke vorm van bedrijf - regionale ambulance voorziening
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - regionale ambulance voorziening' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een inrichting van de ruimte ten behoeve van de permanente bezetting van hulpdiensten met bijbehorende voorzieningen waaronder slaapvertrekken, sanitaire voorzieningen alsmede de stalling van ambulances. 6.1.24 Specifieke vorm van bedrijf - steenfabriek
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - steenfabriek' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een steenfabriek. 6.1.25 Specifieke vorm van bedrijf - timmerbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerbedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een timmerbedrijf. 6.1.26 Specifieke vorm van bedrijf - transportbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - transportbedrijf' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een transportbedrijf. 6.1.27 Specifieke vorm van bedrijf - caravanstalling en statische opslag
er plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - caravanstalling en statische opslag' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor een bedrijf ten behoeve van een caravanstalling en statische opslag. 6.1.28 Specifieke vorm van groen - aardenwal
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - aardenwal' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor een geluidwerende voorziening in de vorm van een aardenwal.
73
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
6.2
Bouwregels Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen ten dienste van bedrijven gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'relatie' dienen de betrokken bouwvlakken te worden beschouwd als één bouwvlak; c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een bebouwingspercentage is aangegeven; d. de voorgevels van gebouwen moeten in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; e. de afstand tussen de gebouwen en overkappingen en zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 3 m te bedragen; f. de goothoogte van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 6,5 m; g. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 10 m; h. in afwijking van het bepaalde onder g mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan met de aanduiding is aangegeven; i. de gebouwen moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o; j. in afwijking van het bepaalde onder e dient ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - steenfabriek', 'specifieke vorm van bedrijf transportbedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf' de afstand tussen gebouwen en de zijdelings perceelsgrens ten minste 5 m te bedragen; k.
in afwijking van het bepaalde onder f dient de goothoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf' ten minste 3,5 m te bedragen en mag deze ten hoogste 7 m bedragen. 6.2.2
Bedrijfswoning
a. per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het met de aanduiding opgenomen maximum aantal bestaande bedrijfswoningen toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning toegestaan; d. een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; e. de voorgevel van bedrijfswoning moet in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd;
74
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
f. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 800 m3, tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds groter is in welk geval de bestaande inhoud als maximum geldt; g. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6,5 m; h. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m; i. de bedrijfswoning moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o. j. in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de bedrijfswoning op dezelfde locatie terug gebouwd te worden. 6.2.3
Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, mag niet meer bedragen dan 125 m2; b. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag, aanvullend op de oppervlakte zoals bepaald onder a, niet meer bedragen dan 30 m2; c. bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden opgericht; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o. 6.2.4
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; d. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - weegbrug' buiten het bouwvlak een weegbrug toegestaan; e. in afwijking van het bepaalde onder d mag de bouwhoogte van overige bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf steenfabriek' niet meer mag bedragen dan 10 m en voor 15% van het bouwvlak niet meer dan 25 m; f. in afwijking van het bepaalde onder d mag de bouwhoogte van overige bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf transportbedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf' niet meer bedragen dan 10 m; g. per bouwperceel is één overkapping toegestaan waarvan de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 30 m2 en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m en de overkapping alleen achter de voorgevelrooilijn gesitueerd mag worden;
75
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
h. ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' wordt een geluidscherm c.q. afschermende muur met een hoogte van 2 m boven het lokale maaiveld opgericht; i. ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' wordt een grondwal met een hoogte van 1,8 m boven het lokale maaiveld opgericht. 6.3
Nadere eisen aan omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. tegenprestaties gericht op verbetering van de gebiedskwaliteit. b. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; c. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; e. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
6.4
Afwijken van de bouwregels
6.4.1
Zijdelingse perceelgrens
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.2.1 onder e en j ten behoeve van het verkleinen van de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens, onder de voorwaarden dat: a. dit vanuit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt aanvaardbaar is; b. dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden; c. er geen extra belemmeringen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven; d. voldaan wordt aan de bepalingen ingevolge de Wet geluidhinder. 6.4.2
Uitbreiding bebouwing
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.2.1 onder a ten behoeve van het uitbreiden van de bebouwing buiten het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. de uitbreiding niet meer bedraagt dan 10% van de toegestane bebouwing; b. de uitbreiding is vanuit natuurlijk oogpunt aanvaardbaar; c. de uitbreiding vanuit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt aanvaardbaar is; d. de uitbreiding niet leidt tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden; e. zorggedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing; f. er geen extra belemmeringen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven; g. voldaan wordt aan de bepalingen ingevolge de Wet geluidhinder; h. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.
76
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
6.5 6.5.1
gemeente Bergen (L.)
Specifieke gebruiksregels Algemeen
a. De ammoniakemissie van het bedrijfsmatig houden van dieren mag niet hoger zijn dan de ammoniakemissie zoals bepaald op basis van de in de bijlage 2 bij deze regels voor de betreffende locatie vermelde diercategorieën en dieraantallen, huisvestingssystemen, additionele technieken, emissiereducerende technieken en voer- en managementmaatregelen. b. In uitzondering op het bepaalde in lid a geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - steenfabriek' (Heukelom 4 te Afferden, Wienerberger B.V., steenfabriek “Nuance”) de stikstofdioxide-emissie niet meer mag bedragen dan 2174 kg NO2/jaar en de zwaveldioxide-emissie niet meer mag bedragen dan 1975 kg SO2/jaar. c. In uitzondering op het bepaalde in lid a geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch hulpbedrijf' (Berkenkamp 2a te Afferden, Van Lin Holding B.V.) volgens de Wet natuurbeschermingsvergunning met kenmerk 2017/23685 d.d. 6 april 2017 de stikstofdioxide-emissie niet meer mag bedragen dan 12.953,6 kg NOx/jaar en de ammoniakemissie niet meer mag bedragen dan 197,1 kg NH3/ jaar. 6.5.2
Aan-huis-verbonden-bedrijf
De oppervlakte van aan-huis-verbonden bedrijven mag niet meer bedragen dan 60 m2 en dient qua aard en uitstraling ondergeschikt te zijn aan het bedrijf.
6.6
Afwijken van de gebruiksregels
6.6.1
Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1: a. ten behoeve van de uitoefening van aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten; b. ten behoeve van het uitoefenen van ondergeschikte nevenactiviteiten, naast de bedrijfsfunctie, in de zin van een bed & breakfast; met dien verstande dat: 1. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast; 2. een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 3. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; 4. het een nevenactiviteit betreft bij een functionerend bedrijf; 5. geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen;
77
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
6. de bedrijfsoppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, maximaal 30% van het totale bedrijfsoppervlak van de bedrijfsgebouwen bedraagt; 7. er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; 8. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; 9. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 10.geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; 11.voor bed & breakfast daarnaast de volgende voorwaarden gelden: · er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok; · er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt; · degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert; · het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6; · de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m2; · de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw of een bestaand bijbehorend bouwwerk.
6.7 6.7.1
Wijzigingsbevoegdheid Vergroting of vormverandering bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen teneinde het bouwvlak uit te breiden of de vorm van het bouwvlak te veranderen, onder de voorwaarden dat: a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen ten aanzien van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied waarbinnen het bouwvlak wordt gesitueerd; c. de wijziging vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; d. aangetoond wordt dat de vergroting noodzakelijk is voor de continuïteit of ontwikkeling van het bedrijf; e. er zorggedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing; f. conform de LKM-uitwerking in de Structuurvisie + sprake is van: 1. een positieve ruimtelijke afweging en de levering van een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit middels inpassing en kwaliteitsverbetering; 2. vergroting of vormverandering die ingepast is op basis van een inrichtingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; 3. kwaliteitsverbeterende maatregelen; g. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 6.7.2
Horeca of Recreatie
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Horeca' of 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' onder de voorwaarden dat: a. bij wijziging in de bestemming ‘Horeca' het een restaurant of café betreft, niet zijnde een feestzaal, amusementshal, bingozaal, discotheek, dancing, erotisch
78
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
getinte horeca of een vergelijkbaar bedrijf of instelling, waarbij geen overlast voor de omgeving wordt of kan worden veroorzaakt. Horeca-activiteiten dienen te worden gesitueerd in de hoofdbebouwing; b. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; c. sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering waarvoor geldt dat: 1. ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen; 2. burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de Kwaliteitscommissie; d. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; e. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven; f. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; g. het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; h. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 6.7.3
Wonen
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Wonen', onder de voorwaarden dat: a. het aantal woningen niet toeneemt; b. voor iedere woning in het wijzigingsplan een afzonderlijk bestemmingsvlak wordt opgenomen; c. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; d. sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering waarvoor geldt dat: 1. ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen; 2. burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de Kwaliteitscommissie; e. een bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' voor ten hoogste 20% mag worden bebouwd met de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een absoluut maximum van 1.000 m2, en met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. voor een woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, geldt dat, ook als het percentage van 20% wordt overschreden, een inhoud van maximaal 800 m3 is toegestaan; 2. binnen het bestemmingsvlak is, ook als het percentage van 20% wordt overschreden, een oppervlakte van maximaal 400 m2 aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken toegestaan; 3.
indien de bestaande bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, een grotere inhoud heeft dan 800 m3, geldt deze inhoud in afwijking van het bepaalde onder 1 als de inhoud die maximaal is toegestaan; 79
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
f. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; g. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven; h. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 6.7.4
Tuin
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Tuin', onder de voorwaarden dat: a. er geen nieuwe bouwwerken worden opgericht; b. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; c. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; d. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven. 6.7.5
Agrarisch en/ of Agrarisch met waarden
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden', onder de voorwaarden dat: a. wijziging ten behoeve van de vestiging van een veehouderij niet is toegestaan; b. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; c. sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering waarvoor geldt dat: 1. ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen; 2. burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de Kwaliteitscommissie; d. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; e. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven; f. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; g. het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; h. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.
80
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
Artikel 7
gemeente Bergen (L.)
Bedrijf - Groenteverwerkingsbedrijf
7.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Groenteverwerkingsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1': 1. een groenteverwerkend bedrijf; 2. een vergistingsinstallatie; 3. het produceren en verdichten van biogas; 4. het produceren van elektriciteit en warmte; 5. het zuiveren van vrijkomend proceswater; 6. het opslaan van bestrijdingsmiddelen, chemicaliën en propaan; 7. het onderhouden en stallen van landbouwvoertuigen en -machines; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2': 1. het raffineren van biomassa; 2. het produceren van CO2-ijs; c. bedrijfswoningen; d. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': een bedrijfsontsluitingsweg; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen en water.
7.1.1
Groen
Ter plaatse van de aanduiding 'groen' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van een landschappelijke inpassing in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende functie, zoals hagen, gebiedseigen bomen en opgaande/afschermende beplanting; b. water; c. ontsluitingspaden; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen. 7.2