221107 Nieuwere versie Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
j. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 800 m3, tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds groter is in welk geval de bestaande inhoud als maximum geldt; k. in afwijking van het bepaalde onder j geldt de inhoudslimiet van 800 m3 niet voor langgevelboerderijen en voor cultuurhistorisch en/ of architectonisch waardevolle bebouwing die qua bouwmassa één geheel vormt met het hoofdgebouw, met dien verstande dat deze bedrijfsruimten bij de woning mogen worden getrokken, waarbij het aantal woningen gelijk dient te blijven. 3.2.3
Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, mag niet meer bedragen dan 125 m2; b. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag, aanvullend op de oppervlakte zoals bepaald onder a, niet meer bedragen dan 30 m2; c. bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden opgericht; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o. 3.2.4
Veldschuren etc.
Voor het bouwen van veldschuren, melkstallen, veegeleidingen en schuilgelegenheden ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50 m2 per agrarisch bedrijf; b. de afstand van de bouwwerken tot de gronden met de bestemming 'Verkeer' dient ten minste 25 m te bedragen in geval van provinciale wegen; c. de goothoogte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; d. de bouwhoogte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; e. de bouwwerken worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o. 3.2.5
Silo's en platen De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft artikel 3.2.5 in haar uitspraak van 3 juli 2019 (201801409/1/R1) aangepast en heeft een sub b toegevoegd.
a. Voor het bouwen van silo's en platen gelden de volgende regels: 1. mestsilo's, voersilo's, sleufsilo's en watersilo's, alsmede mest- en voerplaten zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; 2. de goothoogte van een mestsilo mag niet meer bedragen dan 5 m; 3. de doorsnee van een mestsilo mag niet meer bedragen dan 27 m; 4. de bouwhoogte van een voedersilo mag niet meer bedragen dan 12 m;
32
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
5. de bouwhoogte van een sleufsilo mag niet meer bedragen dan 4 m. b. In afwijking van het vorenstaande zijn bestaande (mengvoer- maar ook overige) silo's en andere bouwwerken, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, toegestaan indien die legaal zijn gerealiseerd. 3.2.6
Mobiele schuilgelegenheden
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mobiele schuilgelegenheden' zijn ten hoogste twee mobiele schuilgelegenheden ten behoeve van de uitloop van pluimvee toegestaan, waarvoor de volgende regels gelden: a. de oppervlakte per schuilgelegenheid mag niet meer bedragen dan 200 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de schuilgelegenheid dient te worden afgedekt met een kap, waarvan de dakhelling ten minste 15o dient te bedragen. 3.2.7
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. bouwwerken ten behoeve van de bewerking en/of verwerking van mest afkomstig van derden is niet toegestaan; b. teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; c. binnen het bouwvlak en de aanduiding 'erf' mag de bouwhoogte van erfafscheidingen: 1. voor de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 1 m; 2. achter de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 2 m; d. buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf' mogen erfafscheidingen of hekwerken worden opgericht waarbij geldt dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; 2. de erfafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie. e. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 m. 3.3
Nadere eisen aan omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. tegenprestaties gericht op verbetering van de gebiedskwaliteit; b. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; c. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; e. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
33
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
3.4 3.4.1
gemeente Bergen (L.)
Afwijken van de bouwregels Aanduiding 'erf'
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'erf' bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen, silo's en platen en overige bouwwerken buiten het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. de situering van de bedrijfsgebouwen, silo's en platen en overige bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'erf' noodzakelijk is voor een doelmatige inrichting van het perceel ten behoeve van de bedrijfsvoering; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; c. sprake is van een goede landschappelijke inpassing; d. geen dierenverblijven worden gebouwd, uitgezonderd uitbreidingen van bestaande dierenverblijven, voor zover die niet worden gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren maar voor daartoe behorende voorzieningen zoals luchtwassers. e. de bouwregels zoals genoemd in lid 3.2 voor het overige van toepassing zijn; f. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling; g. Tevens zijn bestaande (meng)voersilo’s en andere bouwwerken, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, toegestaan indien die legaal zijn gerealiseerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft artikel 3.4.1 sub g in haar uitspraak van 3 juli 2019 (201801409/1/R1) vernietigd. 3.4.2
Schuilgelegenheden
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder a ten behoeve van het realiseren van schuilgelegenheden voor het uitsluitend hobbymatig houden van dieren in geval van natuurlijke weidegang buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf', onder de voorwaarden dat: a. de noodzaak van het realiseren van de schuilgelegenheid buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf' wordt aangetoond; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; c. sprake is van een goede landschappelijke inpassing; d. aansluiting wordt gezocht bij bestaande bebouwing (clustering), bestaande begroeiing of bestaande wegen en paden; e. schuilgelegenheden in elkaars directe omgeving dienen te worden geclusterd; f. omliggende waarden en functies niet onevenredig worden aangetast; g. de schuilgelegenheid wordt geplaatst op een stuk grond met een (aaneengesloten) oppervlakte van minimaal 2.000 m2, dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijk herkenbare grens in de vorm van heggen, afrasteringen of sloten e.d.; h. de schuilgelegenheden niet worden gesitueerd ter plaatse van de dubbelbestemming Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed of Waterstaat Waterbergend rivierbed;
34
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
i. de schuilgelegenheden niet worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - schuilgelegenheden uitgesloten'; j. de bouwhoogte van een schuilgelegenheid niet meer mag bedragen dan 3 m; k. de schuilgelegenheid dient te worden afgedekt met een kap, waarvan de dakhelling ten minste 15o dient te bedragen; l. de afstand van de schuilgelegenheid tot de gronden met de bestemming 'Verkeer' ten minste 25 m dient te bedragen in geval van provinciale wegen; m. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling; n. de oppervlakte van een schuilgelegenheid niet meer mag bedragen dan 36 m2. 3.4.3
Sleufsilo's
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.5 onder a ten behoeve van het oprichten van sleufsilo's buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf', onder de voorwaarden dat: a. aangetoond is dat de sleufsilo's niet gerealiseerd kunnen worden binnen het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding 'erf'; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; c. de sleufsilo's aansluitend aan het bouwvlak of de aanduiding 'erf' worden opgericht; d. de sleufsilo's niet voor (het verlengde) van de voorgevel opgericht worden; e. de sleufsilo's landschappelijk worden ingepast; f. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; g. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 3.4.4
Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.7 onder b ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, in de zin van bouwwerken, buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf', onder de voorwaarden dat: a. aangetoond is dat het redelijkerwijs niet mogelijk is de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen te realiseren binnen het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding 'erf'; b. de voorzieningen uitsluitend aanwezig zijn zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden; c. de landschappelijke waarden, met name in de zin van de karakteristieke openheid van agrarisch gebied met weinig bebouwing, niet onevenredig mogen worden aangetast; d. er zorggedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing; e. de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; f. de bouwhoogte van boogkassen niet meer mag bedragen dan 4 m.
35
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Teeltondersteunende voorzieningen
gemeente Bergen (L.)
Teeltondersteunende voorzieningen die geen bouwwerken zijn, zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan. 3.5.2
Paardenbakken
Paardenbakken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. 3.5.3
Veehouderijen
a. Het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven is uitsluitend toegestaan op de in de bijlage 2 bij deze regels vermelde veehouderijlocaties. b. Het is binnen de in de bijlage 2 bij deze regels vermelde veehouderijlocaties verboden om van de volgende diercategorieën meer dieren te houden dan in de bijlage voor de betreffende locatie is vermeld; dit verbod geldt niet indien de betreffende diercategorie in de bijlage als hoofdtak is aangegeven: 1. vleesrundvee (Rav-code A4, A6 en A7) 2. geiten (Rav-code C) 3. varkens (Rav-code D) 4. kippen (Rav-code E) 5. kalkoenen (Rav-code F) 6. eenden (Rav-code G) 7. konijnen (Rav-code I) 8. parelhoenders (Rav-code J) 9. struisvogels (Rav-code L) c. In afwijking van bepaalde onder b geldt voor de veehouderijlocatie aan de Vrij 5 dat op deze locatie: 1. het bedrijfsmatig houden van kippen (Rav-code E) is toegestaan; 2. het bedrijfsmatig houden van 10 varkens (Rav-code D) uitsluitend is toegestaan indien geen kippen meer bedrijfsmatig worden gehouden; 3. het bedrijfsmatig houden van geiten (Rav-code C) uitsluitend is toegestaan indien geen kippen meer bedrijfsmatig worden gehouden; 4. het bedrijfsmatig houden van kippen (Rav-code E) is toegestaan; d.
De ammoniakemissie van een veehouderijlocatie mag niet hoger zijn dan de ammoniakemissie zoals bepaald op basis van de in de bijlage 2 bij deze regels voor de betreffende veehouderijlocatie vermelde diercategorieën en dieraantallen, huisvestingssystemen, additionele technieken, emissiereducerende technieken en voer- en managementmaatregelen. 3.5.4
Fijnstofemissie Grensweg 2
De fijnstofemissie van de inrichting ter plaatse van de de locatie Grensweg 2 mag niet meer bedragen dan 2827,5 kg PM10/jaar. 3.5.5
Aan-huis-verbonden-bedrijf
De oppervlakte van aan-huis-verbonden bedrijven mag niet meer bedragen dan 60 m2 en dient qua aard en uitstraling ondergeschikt te zijn aan het agrarische bedrijf.
36
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
3.6 3.6.1
gemeente Bergen (L.)
Afwijken van de gebruiksregels Woonunits
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het plaatsen van woonunits ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers binnen het bouwvlak onder de voorwaarden dat: a. er geen omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers in bestaande agrarische bebouwing zoals bedoeld in lid 3.6.2, tenzij is aangetoond dat de huisvesting van buitenlandse werknemers in woonunits tevens noodzakelijk is, waarbij dit medegebruik gedurende maximaal zes maanden is toegestaan; b. aangetoond wordt dat gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers niet mogelijk is; c. natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen en het omliggende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; d. alleen woonunits geplaatst mogen worden en kampeermiddelen niet zijn toegestaan; e. de totale oppervlakte van de woonunits tezamen per agrarisch bedrijf maximaal 120 m2 bedraagt (inclusief sanitaire voorzieningen); f. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 20 bedraagt; g. het aantal woonunits maximaal 5 bedraagt; h.
de onderlinge afstand tussen de woonunits minimaal 5 m bedraagt; i. de woonunits dienen binnen het bouwvlak geplaatst te worden; j. er alleen werknemers worden gehuisvest die bij het betreffende bedrijf werkzaam zijn; k. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; l. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 3.6.2
Tijdelijke huisvesting bestaande bebouwing
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers, onder de voorwaarden dat: a. er geen omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend ten behoeve van het plaatsen van woonunits ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers zoals bedoeld in lid 3.6.1, tenzij is aangetoond dat het gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers tevens noodzakelijk is, waarbij dit medegebruik gedurende maximaal zes maanden is toegestaan; b. natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen en het omliggende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind;
37
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
c. aangetoond moet worden dat de huisvesting noodzakelijk is ten behoeve van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; d. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 20 bedraagt; e. er alleen werknemers worden gehuisvest die bij het betreffende bedrijf werkzaam zijn; f. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 3.6.3
Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1: a. ten behoeve van de uitoefening van aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten; b. ten behoeve van het uitoefenen van ondergeschikte nevenactiviteiten naast de agrarische bedrijfsfunctie, in de zin van een bed & breakfast of een plattelandswinkel; met dien verstande dat: 1. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast; 2. een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 3. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; 4. het een nevenactiviteit betreft bij een functionerend agrarisch bedrijf; 5. geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; 6. de bedrijfsoppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, maximaal 30% van het totale bedrijfsoppervlak van de bedrijfsgebouwen bedraagt; 7. er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; 8. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; 9.
parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 10.geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; 11.voor bed & breakfast daarnaast de volgende voorwaarden gelden: · er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok; · er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt; · degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert; · het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6; · de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m2 ; · de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw of een bestaand bijbehorend bouwwerk. 12.de verkoopvloeroppervlakte van een plattelandswinkel niet meer mag bedragen dan 200 m2.
38
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
3.6.4
gemeente Bergen (L.)
Plattelandswoning
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het gebruik van de bestaande agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning, met dien verstande dat: a. het agrarisch bedrijf waartoe de woning behoorde, wordt voortgezet; b. aangetoond dient te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de woning. 3.6.5
Paardenbakken
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.5.2 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak buiten het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. per bouwperceel is maximaal één paardenbak toegestaan; b. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 30 m wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; d. er wordt zorggedragen voor een goede landschappelijke inpassing; e. voor afrasteringen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van afrasteringen mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 2. afrasteringen worden uitgevoerd in een open constructie. 3.6.6
Ondergeschikte horeca
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1.1 onder h ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte voor ondergeschikte horeca uit categorie 1 of voor het toestaan van ondergeschikte horeca uit categorie 2, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het gebruik moet aanvaardbaar zijn vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk, milieuhygiënisch en cultuurhistorisch perspectief; b. er mag geen beperking ontstaan voor de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; c. degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de horeca uitoefent; d. er is geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking; e. parkeren vindt plaats op eigen terrein; f. de bedrijfsoppervlakte die voor horeca wordt benut, bedraagt maximaal 30% van het totale oppervlak aan gebouwen, tot een maximum van 50 m2; g. het gebruik van de grond (anders dan voor bebouwing) ten behoeve van horeca bedraagt maximaal 30% van het totale oppervlak van het perceel, tot een maximum van 50 m2. 3.6.7
Bijzondere huisvesting
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het gebruik van het hoofdgebouw, zijnde de bedrijfswoning, voor bijzondere huisvesting, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
39
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
a. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 10 bedraagt; b. parkeren op eigen terrein plaatsvindt.
3.7
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.7.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 3.1 buiten het bouwvlak en buiten de aanduiding 'erf' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. het dempen, graven en vergraven van watergangen en het aanleggen van dammen en bruggen; b. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m2 per agrarisch bedrijfsperceel; c. het aanleggen van waterbassins en mestbassins voor zover deze niet zijn aan te merken als bouwwerken; d. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. e. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; f. het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadigingen van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging. 3.7.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 3.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding het plan legaal in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 3.7.3
Afwegingskader
Een vergunning als bedoeld in lid 3.7.1 wordt uitsluitend verleend indien: a. door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied; b. er tevens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn;
40
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
c. en voor zover de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 7 opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij tevens wordt voldaan aan artikel 58.2.
3.8
Wijzigingsbevoegdheid
3.8.1
Bedrijf, Horeca of Recreatie
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf', 'Horeca' of 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' onder de voorwaarden dat: a. bij wijziging in de bestemming ‘Bedrijf' het bedrijfsactiviteiten betreft uit milieucategorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan bedrijfsactiviteiten uit categorie 1 of 2; b. bij wijziging in de bestemming ‘Horeca' het een restaurant of café betreft, niet zijnde een feestzaal, amusementshal, bingozaal, discotheek, dancing, erotisch getinte horeca of een vergelijkbaar bedrijf of instelling, waarbij geen overlast voor de omgeving wordt of kan worden veroorzaakt. Horeca-activiteiten dienen te worden gesitueerd in de hoofdbebouwing; c. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; d. sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering waarvoor geldt dat: 1. ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen; 2.
burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de Kwaliteitscommissie; e. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; f. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven; g. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; h. het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; i. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 3.8.2
Wonen
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' wijzigen in de bestemming 'Wonen', onder de voorwaarden dat: a. het aantal woningen niet toeneemt; b. voor iedere woning in het wijzigingsplan een afzonderlijk bestemmingsvlak wordt opgenomen; c. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt;
41
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
d. sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering waarvoor geldt dat: 1. ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen; 2. burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de Kwaliteitscommissie; e. een bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' voor ten hoogste 20% mag worden bebouwd met de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een absoluut maximum van 1.000 m2, en met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. voor een woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, geldt dat, ook als het percentage van 20% wordt overschreden, een inhoud van maximaal 800 m3 is toegestaan; 2. binnen het bestemmingsvlak is, ook als het percentage van 20% wordt overschreden, een oppervlakte van maximaal 400 m2 aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken toegestaan; 3. indien de bestaande bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, een grotere inhoud heeft dan 800 m3, geldt deze inhoud in afwijking van het bepaalde onder 1 als de inhoud die maximaal is toegestaan; f. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; g. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven; h.
sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 3.8.3
Tuin
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' wijzigen in de bestemming 'Tuin', onder de voorwaarden dat: a. er geen nieuwe bouwwerken worden opgericht; b. de wijziging aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt; c. de wijziging aanvaardbaar is vanuit milieuhygiënisch oogpunt; d. de wijziging niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven. 3.8.4
Vergroting of vormverandering bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen teneinde het bouwvlak uit te breiden of de vorm van het bouwvlak te veranderen, onder de voorwaarden dat: a. uitbreiding van een bouwvlak van een veehouderij niet is toegestaan; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen ten aanzien van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied waarbinnen het bouwvlak wordt gesitueerd; d. de wijziging vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
42
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
e. aangetoond wordt dat de vergroting noodzakelijk is voor de continuïteit of ontwikkeling van het agrarisch bedrijf; f. er zorggedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing; g. conform de LKM-uitwerking in de Structuurvisie + sprake is van: 1. een positieve ruimtelijke afweging en de levering van een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit middels inpassing en kwaliteitsverbetering; 2. vergroting of vormverandering die ingepast is op basis van een inrichtingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; 3. kwaliteitsverbeterende maatregelen; h. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 3.8.5
Bos
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bos' onder de voorwaarden dat: a. agrarische bedrijven niet onevenredig worden geschaad in hun bedrijfsvoering en in hun ontwikkelmogelijkheden; b. de wijziging alleen geschiedt bij vrijwillige medewerking van de desbetreffende grondeigenaren. 3.8.6
Natuur
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Natuur' onder de voorwaarden dat: a. agrarische bedrijven niet onevenredig worden geschaad in hun bedrijfsvoering en in hun ontwikkelmogelijkheden; b. de wijziging alleen geschiedt bij vrijwillige medewerking van de desbetreffende grondeigenaren.
43
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
Artikel 4
gemeente Bergen (L.)
Agrarisch - Glastuinbouw
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen
De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. glastuinbouwbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (waaronder groenten, bloemen en planten, substraat, belicht en niet-belicht), b. agrarisch grondgebruik; c. beweiden van grasland; d. kassen, klimaathallen, of andere opstallen van glas, alsmede bedrijfsgebouwen en overige bijbehorende voorzieningen als opslagtanks en waterbassins; e. een boerderijwinkel tot een oppervlak van maximaal 30 m2; f. ondergeschikte horeca uit categorie 1 tot een oppervlak van maximaal 30 m², alsmede een terras tot een oppervlak van maximaal 30 m2; g. extensief (dag)recreatief medegebruik; h. groenvoorzieningen en water; i. paden en wegen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. bij de bedrijfswoning behorend erf en tuin; l. behoud en herstel van cultuurhistorische waarden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 6a opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 6 b1 en b2 opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden, waarbij het bepaalde in artikel 58.1 van toepassing is; m. behoud en herstel van elementen met landschappelijke waarde zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 7 opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij het bepaalde in artikel 58.2 van toepassing is. 4.1.2
Bedrijfswoning
Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning toegestaan, met inbegrip van aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, met de daarbij behorende voorzieningen. 4.1.3
Opslag
Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' zijn de in lid 4.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor opslag. 4.1.4
Tuincentrum
Ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum' zijn de in lid 4.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een tuincentrum. 4.1.5
Specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning' zijn de in lid 4.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een plattelandswoning. 44
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
4.1.6
gemeente Bergen (L.)
Specifieke vorm van horeca - kookstudio
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - kookstudio' zijn de in lid 4.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor een kookstudio met bijbehorend terras. 4.1.7
Specifieke vorm van wonen - huisvesting seizoenarbeiders
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – huisvesting seizoenarbeiders’ zijn de in lid 4.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor de huisvesting van seizoenarbeiders. 4.2
Bouwregels Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen ten dienste van agrarische bedrijven gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'relatie' dienen de betrokken bouwvlakken te worden beschouwd als één bouwvlak; c. ten hoogste 30% van het bouwvlak mag met gebouwen en overkappingen, geen kassen of (bedrijfs)woningen zijnde, worden bebouwd, met een maximum van 1.500 m2; d. de voorgevels van gebouwen moet in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; e. de goothoogte van gebouwen en overkappingen, niet zijnde kassen, mag niet meer bedragen dan 6,5 m; f. de goothoogte van kassen mag niet meer bedragen dan 8 m; g. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen, inclusief kassen, mag niet meer bedragen dan 10 m; h. de gebouwen moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o. 4.2.2
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; b. de voorgevel van een bedrijfswoning moet in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; c. in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de bedrijfswoning op de bestaande locatie terug gebouwd te worden; d. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6,5 m; e. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m;
45
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
f. een bedrijfswoning moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o; g. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 800 m3, tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds groter is in welk geval de bestaande inhoud als maximum geldt; h. in afwijking van het bepaalde onder g geldt de inhoudslimiet van 800 m3 niet voor langgevelboerderijen en voor cultuurhistorisch en/ of architectonisch waardevolle bebouwing die qua bouwmassa één geheel vormt met het hoofdgebouw, met dien verstande dat deze bedrijfsruimten bij de woning mogen worden getrokken, waarbij het aantal woningen gelijk dient te blijven. 4.2.3
Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, mag niet meer bedragen dan 125 m2; b. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag, aanvullend op de oppervlakte zoals bepaald onder a, niet meer bedragen dan 30 m2; c. bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden opgericht; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o; 4.2.4
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. warmwater(opslag)tanks, warmtekrachtkoppelingen, watersilo's, waterbassins en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van warmwater(opslag)tanks, warmtekrachtkoppelingen en watersilo's mag niet meer bedragen dan 12 m; c. de bouwhoogte van waterbassins mag niet meer bedragen dan 4,5 m; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; e. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; d. binnen het bouwvlak mag de bouwhoogte van erfafscheidingen: 1. voor de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 1 m; 2. achter de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 2 m; e. buiten het bouwvlak mogen erfafscheidingen of hekwerken worden opgericht waarbij geldt dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; 2. de erfafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie. f. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 m.
46
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
4.3
Nadere eisen aan omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. tegenprestaties gericht op verbetering van de gebiedskwaliteit; b. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; c. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; e. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1
Hogere bouwhoogte kassen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder f en g teneinde een hogere goothoogte en/of bouwhoogte van kassen toe te staan, onder de voorwaarden dat: a. de goothoogte van de kassen niet meer mag bedragen dan 10 m; b. de bouwhoogte van de kassen niet meer mag bedragen dan 12 m; c. de verhoging van de goothoogte en/of bouwhoogte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. 4.4.2
Hogere bouwhoogte gebouwen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder g teneinde een hogere bouwhoogte van gebouwen, niet zijnde kassen, toe te staan, onder de voorwaarden dat: a. de bouwhoogte van de gebouwen, niet zijnde kassen, niet meer mag bedragen dan 12 m; b. de verhoging van de bouwhoogte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. 4.4.3
Schuilgelegenheden
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder a ten behoeve van het realiseren van schuilgelegenheden voor het uitsluitend hobbymatig houden van dieren in geval van natuurlijke weidegang buiten het bouwvlak en de aanduiding 'erf', onder de voorwaarden dat: a. de noodzaak van het realiseren van de schuilgelegenheid buiten het bouwvlak wordt aangetoond; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; c. sprake is van een goede landschappelijke inpassing; d. aansluiting wordt gezocht bij bestaande bebouwing (clustering), bestaande begroeiing of bestaande wegen en paden; e. schuilgelegenheden in elkaars directe omgeving dienen te worden geclusterd; f. omliggende waarden en functies niet onevenredig worden aangetast;
47
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
g. de schuilgelegenheid wordt geplaatst op een stuk grond met een (aaneengesloten) oppervlakte van minimaal 2.000 m2, dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijk herkenbare grens in de vorm van heggen, afrasteringen of sloten e.d.; h. de schuilgelegenheden niet worden gesitueerd ter plaatse van de dubbelbestemming Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed of Waterstaat Waterbergend rivierbed; i. de schuilgelegenheden niet worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - schuilgelegenheden uitgesloten'; j. de bouwhoogte van een schuilgelegenheid niet meer mag bedragen dan 3 m; k. de schuilgelegenheid dient te worden afgedekt met een kap, waarvan de dakhelling ten minste 15o dient te bedragen; l. de afstand van de schuilgelegenheid tot de gronden met de bestemming 'Verkeer' ten minste 25 m dient te bedragen in geval van provinciale wegen; m. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling; n. de oppervlakte van een schuilgelegenheid niet meer mag bedragen dan 36 m2.
4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Paardenbakken, boerderijwinkel en ondergeschikte horecavoorzieningen
Paardenbakken, boerderijwinkels en ondergeschikte horecavoorzieningen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan.
4.5.2
Aan-huis-verbonden-bedrijf
De oppervlakte van aan-huis-verbonden bedrijven mag niet meer bedragen dan 60 m2 en dient qua aard en uitstraling ondergeschikt te zijn aan het agrarische bedrijf. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1
Woonunits
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het plaatsen van woonunits ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers binnen het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. er geen omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers in bestaande agrarische bebouwing zoals bedoeld in lid 4.6.2, tenzij is aangetoond dat de huisvesting van buitenlandse werknemers in woonunits tevens noodzakelijk is, waarbij dit medegebruik gedurende maximaal zes maanden is toegestaan; b. aangetoond wordt dat gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers niet mogelijk is; c. natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen en het omliggende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; 48
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
d. alleen woonunits geplaatst mogen worden en kampeermiddelen niet zijn toegestaan; e. de totale oppervlakte van de woonunits tezamen per agrarisch bedrijf maximaal 120 m2 bedraagt (inclusief sanitaire voorzieningen); f. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 20 bedraagt; g. het aantal woonunits maximaal 5 bedraagt; h. de onderlinge afstand tussen de woonunits minimaal 5 m bedraagt; i. de woonunits dienen binnen het bouwvlak geplaatst te worden; j. er alleen werknemers worden gehuisvest die bij het betreffende bedrijf werkzaam zijn; k. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; l. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 4.6.2
Tijdelijke huisvesting bestaande bebouwing
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers, onder de voorwaarden dat: a. er geen omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend ten behoeve van het plaatsen van woonunits ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers zoals bedoeld in lid 4.6.1, tenzij is aangetoond dat het gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers tevens noodzakelijk is, waarbij dit medegebruik gedurende maximaal zes maanden is toegestaan; b. natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen en het omliggende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; c. aangetoond moet worden dat de huisvesting noodzakelijk is ten behoeve van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; d. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 20 bedraagt; e. er alleen werknemers worden gehuisvest die bij het betreffende bedrijf werkzaam zijn; f. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 4.6.3
Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1: a. ten behoeve van de uitoefening van aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten; b. ten behoeve van het uitoefenen van ondergeschikte nevenactiviteiten naast de agrarische bedrijfsfunctie, in de zin van een bed & breakfast of een plattelandswinkel; met dien verstande dat:
49
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
1. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast; 2. een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 3. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; 4. het een nevenactiviteit betreft bij een functionerend agrarisch bedrijf; 5. geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; 6. de bedrijfsoppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, maximaal 30% van het totale bedrijfsoppervlak van de bedrijfsgebouwen bedraagt; 7. er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; 8. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; 9. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 10.geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; 11.voor bed & breakfast daarnaast de volgende voorwaarden gelden: · er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok; · er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt; · degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert; · het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6; · de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m2; · de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw of een bestaand bijbehorend bouwwerk.
12.de verkoopvloeroppervlakte van een plattelandswinkel niet meer mag bedragen dan 200 m2. 4.6.4
Plattelandswoning
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het gebruik van de bestaande agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning, met dien verstande dat: a. het agrarisch bedrijf waartoe de woning behoorde, wordt voortgezet; b. aangetoond dient te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de woning. 4.6.5
Paardenbakken
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.5.1 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak buiten het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. per bouwperceel is maximaal één paardenbak toegestaan; b. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 30 m wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; d. er wordt zorggedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
50
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
e. voor afrasteringen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van afrasteringen mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 2. afrasteringen worden uitgevoerd in een open constructie. 4.6.6
Bijzondere huisvesting
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het gebruik van het hoofdgebouw, zijnde de bedrijfswoning, voor bijzondere huisvesting, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 10 bedraagt; b. parkeren op eigen terrein plaatsvindt.
4.7
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.7.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 4.1 buiten het bouwvlak de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. het dempen, graven en vergraven van watergangen en het aanleggen van dammen en bruggen; b. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m2 per agrarisch bedrijfsperceel; c. het aanleggen van waterbassins en mestbassins voor zover deze niet zijn aan te merken als bouwwerken; d. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 4.7.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 4.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding het plan legaal in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 4.7.3
Afwegingskader
Een vergunning als bedoeld in lid 4.7.1 wordt uitsluitend verleend indien: a. door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied; b. er tevens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn; 51
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
c. en voor zover de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 7 bij deze regels opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij tevens wordt voldaan aan artikel 58.2. 4.8
Wijzigingsbevoegdheid
4.8.1
Nieuwvestiging, vergroting of vormverandering glastuinbouwbedrijf
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op het toevoegen van een bouwvlak ten behoeve van een nieuw glastuinbouwbedrijf danwel het plan te wijzigen teneinde het bouwvlak uit te breiden of de vorm van het bouwvlak te veranderen, onder de voorwaarden dat: a. de oppervlakte van het bouwvlak wordt afgestemd op de gewenste/noodzakelijke bedrijfsomvang; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen ten aanzien van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied waarbinnen het bouwvlak wordt gesitueerd; d. de wijziging vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; e. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; f. conform de LKM-uitwerking in de Structuurvisie + sprake is van: 1. een positieve ruimtelijke afweging en de levering van een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit middels inpassing en kwaliteitsverbetering; 2. vergroting of vormverandering die ingepast is op basis van een inrichtingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; 3. kwaliteitsverbeterende maatregelen; g. sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling; h.
de NOx emissie mag niet hoger zijn dan de emissie zoals ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan.
52
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
Artikel 5 5.1 5.1.1
gemeente Bergen (L.)
Agrarisch met waarden Bestemmingsomschrijving Algemeen
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en herstel van de aan het gebied eigen zijnde landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; b. reële agrarische bedrijven met bijbehorende voorzieningen, waarbij geldt dat: 1. veehouderijen uitsluitend zijn toegestaan op locaties zoals vermeld in bijlage 2 met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' een intensieve veehouderij is toegestaan; 2. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' een glastuinbouwbedrijf is toegestaan; 3. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch productiegerichte paardenhouderij' een productiegerichte paardenhouderij is toegestaan; c. agrarisch grondgebruik; d. beweiden van grasland; e. een boerderijwinkel tot een oppervlak van maximaal 30 m2; f. bedrijfswoningen met bijbehorend erf en tuin; g. aan-huis-verbonden beroepen met de daarbij behorende voorzieningen; h. aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, met de daarbij behorende voorzieningen; i. ondergeschikte horeca uit categorie 1 tot een oppervlak van maximaal 30 m², alsmede een terras tot een oppervlak van maximaal 30 m2; j.
landschappelijke inpassing en instandhouding voor zover sprake is van een van de locaties zoals genoemd in artikel 53.2 en overeenkomstig de in dat artikel genoemde inpassingsplannen; k. extensief (dag)recreatief medegebruik; l. groenvoorzieningen en water; m. paden en wegen; n. waterhuishoudkundige voorzieningen; o. behoud en herstel van elementen met cultuurhistorische waarde zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 6 bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 6 a en b bij deze regels opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden, waarbij het bepaalde in artikel 58.1 van toepassing is; p. behoud en herstel van elementen met landschappelijke waarde zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 7 bij deze regels opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij het bepaalde in artikel 58.2 van toepassing is.
53
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
5.1.2
gemeente Bergen (L.)
Erf
Ter plaatse van de aanduiding 'erf' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor bedrijfsactiviteiten van de (agrarische) bedrijven en nevenactiviteiten die op grond van lid 5.1.1 en 5.1.3 tot en met 5.1.29 zijn toegelaten binnen het bouwvlak waaraan de aanduiding 'erf' grenst, waaronder in ieder geval wordt verstaan opslag ten dienste van die bedrijven en nevenactiviteiten. 5.1.3
Dagrecreatie
Ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor recreatieve functies in relatie tot de uitkijktoren, zoals o.a. abseilen, klimmen, boogschieten. 5.1.4
Groen
Ter plaatse van de aanduiding 'groen' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor groenvoorzieningen. 5.1.5
Nutsvoorziening
Ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden uitsluitend bestemd voor een nutsvoorziening. 5.1.6
Opslag
Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor opslag. 5.1.7
Parkeerterrein
Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een parkeerterrein. 5.1.8
Recreatie
Ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor dagrecreatie en tijdelijk kamperen waarbij deze recreatie ondergeschikt is en gericht is op (een combinatie van) de beleving van de agrarische, cultureel-historische en landschappelijke waarden. 5.1.9
Recreatiewoning
Ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een recreatiewoning. 5.1.10 Zend-/ontvangstinstallatie
Ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een zend-/ontvangstinstallatie met een bouwhoogte van niet meer dan 65 m boven NAP. 5.1.11 Zorgboerderij
Ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een zorgboerderij.
54
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
5.1.12 Specifieke vorm van agrarisch - bosbouwbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bosbouwbedrijf' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een bosbouwbedrijf. 5.1.13 Specifieke vorm van agrarisch - gemengd
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – gemengd’ zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een kleinschalig productiegerichte en gebruiksgerichte paardenhouderij, het houden van dieren (schapen, paarden en runderen) en het telen van gewassen. 5.1.14 Specifieke vorm van agrarisch - landbouwschuur
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - landbouwschuur' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een landbouwschuur. 5.1.15 Specifieke vorm van agrarisch - paardenbak
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een paardenbak. 5.1.16 Specifieke vorm van agrarisch - paardrijvoorzieningen
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch paardrijvoorzieningen' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor zaken als een paardenbak, stapmolen en longeercirkel. 5.1.17 Specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een plattelandswoning. 5.1.18 Specifieke vorm van agrarisch - bezinkbassin
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden bezinkbassin' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een bezinkbassin. 5.1.19 Specifieke vorm van agrarisch - zorgboerderij met logeerfunctie
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zorgboerderij met logeerfunctie' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een zorgboerderij waarbij ten behoeve van de zorgfunctie niet permanent nachtverblijf is toegestaan. 5.1.20 Specifieke vorm van agrarisch met waarden - mestbassin
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden mestbassin' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een mestbassin.
55
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
5.1.21 Specifieke vorm van bedrijf - opslag 1
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag 1' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor opslag tot een oppervlakte van 718 m2. 5.1.22 Specifieke vorm van bedrijf - valkeniersbedrijf
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - valkeniersbedrijf' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een valkeniersbedrijf. 5.1.23 Specifieke vorm van maatschappelijk - kapel
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kapel' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een kapel. 5.1.24 Specifieke vorm van natuur - schaapskooi
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - schaapskooi' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een schaapskooi. 5.1.25 Specifieke vorm van recreatie - minicamping
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een minicamping. 5.1.26 Specifieke vorm van recreatie - jeu de boulesbaan
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – jeu de boulesbaan’ zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een jeu de boulesbaan. 5.1.27 Specifieke bouwaanduiding - uitkijktoren
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitkijktoren' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een uitkijktoren. 5.1.28 Caravanstalling
Ter plaatse van de aanduiding ‘caravanstalling’ zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een caravanstalling. 5.1.29 Specifieke vorm van agrarisch met waarden - 3 vakantiewoningen toegestaan'
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - 3 vakantiewoningen toegestaan’ zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor 3 vakantiewoningen. 5.2
Bouwregels Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen ten dienste van agrarische bedrijven, gelden de volgende regels:
56
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e Herziening'
gemeente Bergen (L.)
a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'relatie' dienen de betrokken bouwvlakken te worden beschouwd als één bouwvlak; c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' een bebouwingspercentage is aangegeven; d. de voorgevels van gebouwen moeten in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; e. de goothoogte van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 6,5 m; f. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 13 m; g. in afwijking van het bepaalde onder e en f mag ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' de goothoogte van kassen niet meer bedragen dan 8 m en de bouwhoogte van kassen niet meer bedragen dan 10 m; h. de gebouwen moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15o; i. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kapel' buiten het bouwvlak een gebouw met een goothoogte van ten hoogste 4 m toegestaan; j. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - landbouwschuur' buiten het bouwvlak een landbouwschuur toegestaan waarbij geldt dat: 1. de oppervlakte van het bouwwerk niet meer mag bedragen dan 400 300 m2; 2.