CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Ontwerpbegroting 2023 BsGW en MJB 2023 - 2027 versie DEF AB 16-3-2022 corr

Gemeenteraad 7 juni 2022, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2023 en Kadernota 2023 BsGW;29.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

9.

Gewijzigde wet-/regelgeving: de eigen woning wordt in box 3 gerubriceerd.

Uitvoering van het dynamische plan van aanpak.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 52 van 78

Technologie Personeel

Nr. Risico

Mogelijk effect

Mogelijke oorzaak

Beheersmaatregelen

10. Datalek Cyberaanvallen/hack i.c.m. onzekerheid ICT-leverancier

Boete van de Autoriteit Persoonsgegevens. Afbreukrisico/reputatieschade. Aanvullende kosten door productieverlies.

Hackersaanvallen. Nalatigheid medewerkers/ deelnemers.

1.Procedure meldplicht datalekken BsGW 2.Informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol. 3.Bewustwording medewerkers/opleiding/elearning/mistery guest. 4.De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. 5.BsGW zet ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, mail, adequate antivirusbeveiligingen en data-encryptie, Third Party Memo-randum, ISAE 403-verkaring. 6.Verstrekking aan deelnemers alleen na een privacy toets/doelbinding. 7. Gebruik van Zivver

11. ICT-storingen in de piekbelasting

Het niet kunnen opleggen van aanslagen.

12. Gemankeerde migratie ICT

Onbetrouwbare (management)informatie. Aanslagen kunnen niet (tijdig) worden verstuurd. Aanslagen/andere overzichten bevatten onjuiste informatie. Financieel risico: herstelkosten. Afbreukrisico.

Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Onbetrouwbare ICTRegelen van back-ups waardoor werkzaamheden leverancier. snel opgepakt kunnen worden/uitwijklokatie. Storing bij de Extra inzet externe capaciteit. energieleverancier. Bouwwerkzaamheden. onjuiste temperatuur serverruimten. Systemen van leveranciers zijn Afspraken maken met ICT-leverancier dat oorzaken bij de leverancier vergoed worden/BsGW niet onvoldoende veilig. meebetaalt. Kwaliteit (interne/externe) medewerkers onvoldoende.

13. Fraude door medewerkers

Financieel verlies ten gevolge van (incasso/afdracht)fraude zal BsGW dienen te compenseren. Imagoschade BsGW.

Stelsel van sluitende interne controles. Geen sluitende interne Adequate functiescheidingen. controles. Samenspanning medewerkers. Integriteit onder de aandacht blijven houden.

14. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt

Niet tijdig kunnen vervullen van vacatures waardoor werk blijft liggen.

BsGW profileert zich te weinig naar buiten als aantrekkelijke werkgever.

Meer stage-/afstudeerplekken aanbieden en in de werving insteken op potentie die BsGW verder intern (traineeships) zal doorontwikkelen. Voorbeeld KCC-medewerker is bereid om taxateursopleiding te volgen, maar ook meedraaien op carrieredagen hogescholen.

15. Hoog ziekteverzuim

Uitval van functionarissen met als gevolg dat de werklast terecht komt bij de andere medewerkers danwel werk blijft liggen. Budgetoverschrijding als gevolg van extra inhuurkosten.

Bezuinigingen/vacatures worden niet (tijdig) ingevuld. Niet-werkgerelateerd (mantelzorg etc.)

1.Adequaat HRM beleid gericht op preventie en – zo nodig – herplaatsing binnen of buiten BsGW 2.Mobiliteitsplan en budget -Vrijwillige mobiliteit (geen kosten) -Verplichte mobiliteit (coaching/detachering etc. dek-king via OOP) -Afscheid bij functie-ongeschiktheid 3.Strategisch HRM-beleid

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 53 van 78

Marktontwikkelingen

Kans 4

Gevolg 3

Kans 90%

€

Gevolg 300.000

€

Score (€) 270.000

Geen voldoende of goed van de Waarderingskamer

1

4

10%

€

500.000

€

50.000

Aanbestedingsrisico - IC T-landschap: kennis van het nieuwe applicatielandschap ontbreekt; financieel risico: eventuele dubbele lasten 3. (schaduwdraaien). - accountant: niet tijdig nieuwe accountant, duurdere accountant

1

3

10%

€

250.000

€

25.000

Rechtmatigheidsverantwoording wordt niet voldoende nageleefd 5. Koepelvrijstelling van de BTW

2

1

30%

€

50.000

€

15.000

1

4

5%

€

1.733.760

€

86.688

6. Kwijtschelding valt onder bezwaar- en beroepenregime Onvoldoende gestructureerde informatiestromen 7.

1 3

3 3

10% 65%

€ €

100.000 130.000

€ €

10.000 84.500

8. Meer bezwaren en beroepen: ncnp's

4

4

90%

€

500.000

€

450.000

Meer bezwaren en beroepen: box 3

1

3

10%

€

100.000

€

10.000

Datalek C yberaanvallen/hack i.c.m. onzekerheid IC T-leverancier

1

4

1%

€ 20.000.000

€

200.000

11. IC T-storingen in de piekbelasting Gemankeerde migratie IC T 12.

1 1

4 4

10% 10%

€ €

200.000 200.000

€ €

20.000 20.000

Fraude door medewerkers

1

4

10%

€

200.000

€

20.000

4 3

3 3

80% 80%

€ €

100.000 100.000

€ €

80.000 80.000

Totaal benodigd weerstandsvermogen:

€

1.421.188

Risico C ovid-19 1. 2.

Wet- / regelgeving

4.

Proces Bezwaren en beroepen

9.

10. Technologie

13. Personeel

14. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt 15. Hoog ziekteverzuim

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 54 van 78

Toelichting risicoanalyse 1. Covid Ten tijde van het schrijven van deze ontwerpbegroting hebben we nog steeds te maken met COVID-19. De directe gevolgen zijn merkbaar in de begroting van BsGW, bijvoorbeeld door extra inhuur wegens uitval door ziekte van medewerkers. Maar ook minder direct; sinds de uitbraak is BsGW ruimhartiger in uitstel van betaling. Echter nu groeit de verwachting van een toename in het aantal faillissementen, die ertoe leiden dat vorderingen oninbaar worden, en zullen bepaalde belastingen niet of minder kunnen worden opgelegd, met als bijkomend gevolg minder opbrengsten uit vervolgingskosten. Ook is een toename in bijvoorbeeld de kwijtscheldingsverzoeken een reëel verwachte ontwikkeling als naijl effecten van COVID-19. 2. Geen voldoende of goed van de Waarderingskamer Indien BsGW geen voldoende ontvangt van de Waarderingskamer is zij niet bevoegd om aanslagen op te leggen. De kans wordt, ook gezien het verleden, laag ingeschat. Echter om een dergelijke situatie te voorkomen zullen extra kosten zijn gemoeid ten aanzien van eventuele inzet. Daarnaast heeft BsGW de ambitie uitgesproken om naar de kwalificatie ‘goed’ te groeien. Door bezuinigingen, onvoldoende kwalitatieve en kwantitatieve bezetting naast onvolkomenheden in het belastingpakket, kunnen bepaalde werkzaamheden niet tijdig gereed komen danwel van onvoldoende kwaliteit zijn.

Het tijdig en adequaat opleiden van medewerkers en een voldoende flexibele schil aan inhuur zal het risico op een lagere rating van voldoende verder verminderen. Ook zal bij de aanbesteding van het ICT-landschap gelet worden op de mogelijkheden van het eventuele nieuwe belastingpakket. 3. Aanbestedingsrisico Ten tijde van het opstellen van deze rapportage is de aanbesteding rondom ICT nog lopend; de kosten hiervan zijn nog niet volledig in beeld. Ook bestaat de kans dat er extra kosten uit hoofde van schaduwdraaien te verwachten zijn. Eveneens kunnen de kosten voor de eventuele nieuwe accountant hoger uitvallen dan begroot. In de loop van 2022 zal hierover meer zekerheid worden verkregen. Door tijdig de risico’s in beeld te brengen van beide trajecten en hierop passende maatregelen aan te brengen zal het risico worden verminderd. Daarnaast wordt BsGW begeleid door een externe partij om het aanbestedingstraject goed te laten verlopen. 4. Rechtmatigheidsverantwoording wordt niet voldoende nageleefd Tot en met 2021 geven externe accountants een rechtmatigheidsoordeel bij de jaarrekening af. Door een wetswijziging wordt vanaf 2022 het dagelijks bestuur zelf verantwoordelijk voor het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording gaat erover of de uitgaven voldoen aan relevante wet –en regelgeving.

Het niet voldoen hieraan kan betekenen dat BsGW ten aanzien van de jaarrekening een verklaring met beperking/oordeelonthouding danwel een afkeurende verklaring ontvangt. Om deze situatie te voorkomen is, vooruitlopend op de aanpassing van de wetgeving in 2022, een werkgroep opgesteld, die ervoor zorgt dat de rechtmatigheidsverantwoording goed wordt geïmplementeerd en ingebed wordt in de organisatie. 5. Koepelvrijstelling van de BTW Op dit moment loopt, naar aanleiding van enkele uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie, nog steeds een discussie of de koepelvrijstelling in de btw beperkter moet worden

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 55 van 78

toegepast dan tot nu toe gebruikelijk was. Het gaat om de uitleg of de koepelvrijstelling in de BTW alleen geldt voor de in de BTW-richtlijn met name genoemde activiteiten. Door deze uitspraken zou deze vrijstelling sterk worden ingeperkt. De zorg voor een goede en veilige waterhuishouding zou bijvoorbeeld niet meer als prestatie van algemeen belang gelden. Als gevolg daarvan zouden typische waterschapstaken en belastingheffing en -inning, die niet zelfstandig door het waterschap maar bijvoorbeeld met andere overheden in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR) worden uitgevoerd, niet meer onder de koepel- vrijstelling vallen, met als gevolg dat de bijdrage van het waterschap in de uitvoeringskosten van de GR met 21% wordt verhoogd. Hiermee zou niet de gehele bijdrage met 21% omhoog gaan; voor veel posten geldt dan immers ook de vooraftrek. De grootste uitzonderingen hierop zijn de salarissen inclusief de sociale lasten. De kans wordt overigens laag ingeschat dat er definitieve (Europese) regelgeving komt in 2023. Wellicht dat het BTW-compensatiefonds de kostenverhoging bij onze gemeentelijke deelnemers (deels) teniet kan doen . 6.

Kwijtschelding valt onder bezwaar- en beroepenregime Het wetsvoorstel Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 beoogt de burger betere rechtsbescherming te bieden tegen de beslissing op een verzoek om kwijtschelding en tegen de beslissing op een verzoek om uitstel van betaling. In plaats van de huidige mogelijkheid van administratief beroep, zal - naar analogie van de rechtsbescherming tegen belastingheffing - bezwaar bij de invorderende instantie, beroep bij de rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en beroep in cassatie bij de Hoge Raad mogelijk worden gemaakt. Oorspronkelijk was de inwerkingtreding per 1 januari 2019 voorzien, maar dit is uitgesteld wegens technische problemen bij de Belastingdienst om dit in het automatiseringsproces door te voeren. Naar verwachting zal de inwerkingtreding niet plaatsvinden voor 2022. Het werkproces zal moeten worden ingericht op de nieuwe rechtsbeschermingsmogelijkheden. De capaciteit van de bezwaar- en beroepsafdeling zal mogelijk hierop aangepast dienen te worden. In verband met de nieuwe beroepsmogelijkheden bestaat de kans dat de proceskostenvergoedingen die in verband met de beroepsprocedures moeten worden uitbetaald zullen stijgen. BsGW volgt de landelijke beleidsvorming op de voet en heeft zitting in een landelijke netwerkgroep Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (Lvlb) met betrekking tot innen. 7.

Onvoldoende gestructureerde informatiestromen Indien de informatiestromen niet voldoende adequaat werken, kan dit tot gevolg hebben dat er ineffciënte werkwijzen danwel fouten ontstaan. Ook het gericht sturen op belangrijke processen wordt hierdoor bemoeilijkt, maar kunnen ook correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben waardoor extra kosten mee gemoeid kunnen zijn. BsGW zal daarom goede afspraken maken over beheer, verantwoordelijkheid en gebruik van de gegevens. Door middel van een stelsel van verbandscontroles zullen de juistheid en volledigheid van de administraties worden geborgd. Foutieve gegevens worden terug gemeld aan de bronhouders. 8. Meer bezwaren en beroepen: ncnp's BsGW ziet zich de afgelopen jaren steeds meer geconfronteerd worden met oplopende proceskostenvergoedingen, waarvan de ontwikkelingen ten tijde van het opstellen van deze rapportage nog onzeker zijn. Het restrisicobedrag is, na uitvoering van het dynamische plan van aanpak, ingeschat op basis van onze ervaringen.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 56 van 78

9. Meer bezwaren en beroepen: box 3 Momenteel zijn er voorstellen om de eigen woning van box 1 naar box 3 te verplaatsen. Concreet betekent dit dat hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfait op termijn vervallen. Over de overwaarde van een woning gaan woningeigenaren belasting betalen. Doordat de woningmarkt oververhit is, zijn de huizenprijzen hoog en stijgen steeds harder. Dit leidt tot verschillende problemen. Voor starters is het steeds lastiger om een huis te kopen. Mensen moeten steeds meer lenen om een huis te kunnen kopen, wat hen financieel kwetsbaar maakt. Om aan al deze problemen wat te doen, is de verhuizing van de eigen woning van box 1 naar box 3 één van de voorgestelde maatregelen. Deze specifieke maatregel zorgt ervoor dat de huizenprijzen minder hard stijgen. Doordat het fiscaal niet meer wordt gestimuleerd om veel te lenen, zullen mensen immers minder bieden op een huis. Als gevolg van te verwachten wijzigingen in de wetgeving wordt de kans aanwezig geacht dat hierdoor meer belastingplichtigen kritischer zullen zijn ten aanzien van de vastgestelde WOZwaarde, waarbij dit mogelijk tot meer ingediende bezwaren kan gaan leiden. 10. Datalek: Cyberaanvallen BsGW wil de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening waarborgen.

De eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten zoals aanvallen van hackers, die pogen de ICTinfrastructuur van BsGW te verstoren danwel aanvallen van ransomware, maar ook verlies of diefstal van informatiedragers als laptop en USB-stick of de verstrekking van privacygevoelige gegevens naar onbevoegden dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen. Zij hanteert de procedure meldplicht datalekken en de door het bestuur vastgesteld informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol, inclusief bijbehorende procedures. Medewerkers krijgen regelmatig training in aspecten van de AVG. De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. Daarnaast zet BsGW ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, adequate anti-virusbeveiligingen en dataencryptie, naast een uitwijkmogelijkheid. Middels een Third Party Memorandum en ISAE3402-verklaring (assurance rapport van de onafhankelijke accountant) krijgt BsGW inzicht of haar leverancier de beveiligingseisen voldoende heeft ingericht en of deze voldoen aan de landelijke standaarden.

Indien BsGW eventuele financiële (gevolg)schade lijdt doordat haar leverancier haar zaken niet op orde heeft (denk aan slechte software, apparatuur, verloop van personeel et cetera) is dit financiële risico afgedekt middels een contract. Het eventuele restrisico betreft de mogelijke juridische kosten indien eventuele geschillen gaan optreden dan wel extra inhuur nodig is bij vertraging in een goede afloop hiervan. Ook het gebruik van Zivver (een tool voor vertrouwelijke communicatie via de mail) is het afgelopen jaar ingevoerd. 11. ICT-storingen in de piekbelasting Storingen zullen van materiële omvang kunnen zijn indien deze in de piekbelasting plaatsvinden. Het restrisico komt voornamelijk tot uiting in de niet-uitgevoerde danwel verloren werkzaamheden die op een later moment ingehaald resp. opnieuw dienen te worden uitgevoerd door zowel interne als externe medewerkers.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 57 van 78

12. Gemankeerde migratie ICT Indien de migratie niet voldoende verloopt bestaat de kans dat (management)informatie verloren gaat hetgeen tot uitdrukking kan komen in onjuiste managementinformatie, niet tijdig te versturen aanslagen danwel onjuiste aanslagen, naast het financieel risico van herstelkosten en reputatieschade. Afspraken hieromtrent maken met de betreffende leverancier kan ertoe leiden dat het financieel risico beperkt blijft. 13. Fraude door medewerkers Fraude staat en valt met de integriteit van medewerkers. De burgers moeten kunnen vertrouwen op een integere overheid. De Gedragscode Integriteit Ambtenaren levert een belangrijke bijdrage aan het bevorderen van het integriteitbewustzijn van de BsGW-medewerkers. De gedragscodes en gerichte communicatie over fraudebeleid dragen bij aan een integere organisatiecultuur, waardoor fraude ontmoedigd kan worden. Naast het streven naar een ingebedde, integere organisatiecultuur zet BsGW een stelsel van interne controlemaatregelen en toetsingsmaatregelen (audits) in om fraude te voorkomen. Aanvullend heeft BsGW een frauderisico-verzekering afgesloten. 14. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt Ook BsGW ziet zich de laatste jaren geconfronteerd me een kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt, zeker ten aanzien van bepaalde functies (o.m. taxateurs, ICT-ers).

Een van de maatregelen om toch voldoende gekwalificeerd personeel tijdig aan te kunnen trekken is zich meer te profileren op de arbeidsmarkt, naast het aanbieden van stage-/afstudeerplekken en in de werving hiervan insteken op potentie die BsGW verder intern (traineeships) zal doorontwikkelen. 15. Hoog ziekteverzuim BsGW dient het personeelsbestand zowel kwantitatief als kwalitatief te laten aansluiten op de (gewijzigde) eisen die BsGW aan haar medewerkers stelt. In de exploitatie van BsGW wordt geen rekening gehouden met functie-ongeschiktheid en langdurig ziekteverzuim. Hiervoor is ook geen voorziening gevormd. Bij afscheid bij functie-ongeschiktheid is BsGW eigen risicodrager WW en overige verplichtingen zoals de buitenwettelijke uitkering. Deze onvrijwillige uitstroom is niet gebudgetteerd. Dit geldt ook voor langdurig ziekteverzuim (wet Poortwachter). Voor de reguliere bedrijfsvoering ziet BsGW zich dan genoodzaakt extra inhuur te plegen. Daarnaast ziet BsGW een vergrijzende opbouw van haar personeelsbestand. Zeker bij zogeheten eenpitter-functies is het noodzakelijk tijdig nieuwe collega’s in te werken, hiermee ontstaat wel een tijdelijke overlap van salariskosten.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 58 van 78

Bijlage 10: Bijdrage Waterschap Limburg volgens BBP-opzet

Bijdrage 2023 Waterschap Limburg conform BBP-indeling

Totaal bijdrage Netto 2023

Heffing en invordering 31 Belastingheffing 3.658.356 31.1 kostentoedeling en belastingverordeningen 49.893 31.2 aanslagen huishoudens en forfaitaire bedrijfsruimten 385.962 31.3 aanslagen zuiveringsheffing overige bedrijven 606.137 31.4 aanslagen watersysteemheff. gebouwd, ongebouwd en natuur 1.913.350 31.5 aanslagen verontreinigingsheffing 31.6 verzoek-/ bezwaar-/ beroepschrift huishoud./ forfait.bedrijfsruimten 282.048 31.7 bezwaar-/ beroepschriften zuiveringsheff. ov. bedrijven 186.474 31.8 bezwaar-/beroepschriften watersysteemheff. gebouwd, ongebouwd en natuur 234.494 31.9 bezwaar-/beroepschriften verontreinigingsheffing 32 Invordering 1.400.344 32.1 32.2 32.3

betalingsverwerking aanslagen kwijtschelding invorderingsmaatregelen aanslagen

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

336.478 192.980 870.886

Zuiveringsbeheer 1.587.250 ve 1.818.217

Watersysteembeheer

Totaal

3.240.483

5.058.700

1.123.848 191.382 606.137 139.855 186.474 694.369

2.534.509 49.893 194.580 1.913.350 142.193 234.494 705.974

3.658.356 49.893 385.962 606.137 1.913.350 282.048 186.474 234.494 1.400.344

166.845 95.690 431.834

169.633 97.290 439.051

336.478 192.980 870.886

pagina 59 van 78

Bijlage 11: Berekend EMU-saldo

Bedragen x € 1.000

1

Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

Uitgaven aan investeringen in (im)materiele vaste activa 4 die op de balans worden geactiveerd De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen 5 gebrachte ontvangen bijdragen van het Rijk, de Provincies, De Europse Unie en overigen Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste 6b activa Uitgaven aan aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, 7 woonrijp 6a

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

0

0

0

0

0

0

0

261

261

357

357

357

357

357

0

0

0

0

0

0

0

-300

-300

-300

-300

-300

-300

-300

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

8a Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs)

0

0

0

0

0

0

0

8b Boekwinst op grondverkopen

0

0

0

0

0

0

0

9 Betalingen ten laste van de voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves worden gebracht 10 en die nog niet vallen onder één van de andere genoemde posten

0

0

0

0

0

0

0

0 -39

0 -39

0 57

0 57

0 57

0 57

0 57

11 Boekwinst bij verkoop van effecten Berekend EMU-saldo

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 60 van 78

Bijlage 12: Geprognosticeerde balans 2022-2027 Activa (x € 1.000,-)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Immateriële vaste activa (1) Kosten voor onderzoek en ontwikkeling

454

454

454

454

454

454

454

454

Totaal immateriële vaste activa

454

454

454

454

454

454

454

454

Vaste Activa

Immateriële vaste activa in uitvoering (2)

565

565

565

565

565

565

565

565

Totaal immateriële vaste activa in uitvoering

565

565

565

565

565

565

565

565

Materiële vaste activa (3) Kantoorinventaris

208

253

253

253

253

253

253

253

Totaal materiële vaste activa

208

253

253

253

253

253

253

253

1.227

1.273

1.273

1.273

1.273

1.273

1.273

1.273

Vorderingen (4) Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

573 162

573 0

573 0

573 0

573 0

573 0

573 0

573 0

Totaal vorderingen

735

573

573

573

573

573

573

573

Liquide middelen (5)

2.243

2.435

2.147

1.860

1.572

1.284

997

709

Totaal liquide middelen

2.243

2.435

2.147

1.860

1.572

1.284

997

709

Overlopende activa (6)

4.007

4.007

4.007

4.007

4.007

4.007

4.007

4.007

Totaal overlopende activa

TOTAAL VASTE ACTIVA

Vlottende activa

4.007

4.007

4.007

4.007

4.007

4.007

4.007

4.007

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

6.985

7.015

6.727

6.440

6.152

5.864

5.577

5.289

TOTAAL ACTIVA

8.212 -631

8.287

7.999

7.712

7.424

7.136

6.849

6.561

Passiva (x € 1.000,-)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2026

Algemene reserve Resultaat boekjaar

1.203 -2.092

1.203 0

1.203 0

1.203 0

1.203 0

1.203 0

1.203 0

1.203 0

Totaal eigen vermogen

-889

1.203

1.203

1.203

1.203

1.203

1.203

1.203

Langlopende schulden Lening lang

2.000

1.714

1.429

1.143

857

571

286

0

Totaal vreemd vermogen

Vaste passiva

2.000

1.714

1.429

1.143

857

571

286

0

Voorzieningen (8) Voorziening proceskosten 2017 Voorziening proceskosten 2018 Voorziening proceskosten 2019 Voorziening proceskosten 2020 Voorziening vervroegd pensioen

0 726 28

0 0 26

0 0 24

0 0 22

0 0 20

0 0 18

0 0 16

0 0 14

Totaal voorzieningen

754

26

24

22

20

18

16

14

1.866

2.943

2.655

2.367

2.080

1.792

1.504

1.217

Kortlopende schulden (9) Lening kort C rediteuren Belastingen en sociale lasten Overige schulden

730 1.028 777 3.211

0 1.213 750 2.781

0 1.213 750 2.781

0 1.213 750 2.781

0 1.213 750 2.781

0 1.213 750 2.781

0 1.213 750 2.781

0 1.213 750 2.781

Totaal kortlopende schulden

5.746

4.744

4.744

4.744

4.744

4.744

4.744

4.744

600

600

600

600

600

600

600

600

TOTAAL VASTE PASSIVA

Vlottende passiva

Overlopende passiva (10) Totaal overlopende passiva

600

600

600

600

600

600

600

600

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

6.346

5.344

5.344

5.344

5.344

5.344

5.344

5.344

8.212

8.287

7.999

7.711

7.424

7.136

6.848

6.561

TOTAAL PASSIVA

Deze tabel wordt nog aangepast zodra de definitieve gecontroleerde cijfers 2021 bekend zijn. Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 61 van 78

Bijlage 13. Zekere en mogelijke ontwikkelingen: achtergrondinformatie

Zekere ontwikkelingen Loonontwikkeling Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2020-2022 en 20182022 bedraagt 2,5% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB zelf een gemiddelde van 2,7%. Desondanks wordt er vooralsnog voor gekozen om de index aan te houden van 2,5%. In de afgelopen jaren in het procentuele aandeel van de sociale lasten te laag begroot. Derhalve is vanaf 2023 een opwaartse correctie gemaakt en is deze gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen 4 jaar, waarmee deze uitkomt op 32%. Indexering goederen en diensten In de begroting 2023-2027 wordt gerekend met een indexering van 1,9%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB eveneens een gemiddelde van 1,9%. Derhalve is gekozen om de index aan te houden van 1,9%. Een uitzondering hierop vormt de ICT-index. Deze ligt in 2021 (en voorgaande jaren) rond de 2,7%. Dit percentage wordt eveneens voor de jaren 2023–2027 aangehouden.

Proceskosten Door wijzigingen in de wetgeving, meer in het bijzonder als gevolg van het afschaffen van Fierensdrempel, is het voor de zogenaamde ncnp-bedrijven rendabel geworden om namens burgers en ondernemers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bedrijven de tegemoetkoming van de proceskosten krijgen. De ontwikkelingen met betrekking tot de hausse aan proceskosten, waarmee BsGW met name de laatste jaren wordt geconfronteerd, is en blijft nog steeds een belangrijk aandachtspunt. Het aantal ingediende bezwaren neemt nog steeds toe. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als ook het feit dat steeds meer burgers en ondernemers gebruik maken van een ncnp-bedrijf of andere gemachtigden. Een en ander leidt tot een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen hoogte van de kostenvergoeding en restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen ncnp-bedrijven een onevenredig beslag op tijd van gemeenten resp. de samenwerkingsverbanden, zo ook BsGW. Vanaf 2014 ziet ook BsGW zich geconfronteerd met een toename van de WOZ-proceskostenvergoeding. Zie onderstaande tabel:

Ontwikkeling proceskosten BsGW (begroting) Bedragen * € 1.000,2020 2.000

Proceskosten BsGW

2021 2.040

2022 2.081

2020 2021 2.700-3.000

2022

Ontwikkeling proceskosten BsGW (realisatie/prognose) Bedragen * € 1.000,Proceskosten BsGW

2014 595

2015 621

2016 1.167

2017 1.332

2018 1.700

2019 1.500

Hoewel in 2019 een lichte daling te zien was in zowel de ingediende bezwaren als de uitbetaalde proceskostenvergoeding, zagen we juist in 2020 een forse stijging. In 2021 zien we ten opzichte van 2020 ‘slechts’ een lichte stijging van het aantal ingediende bezwaren door de ncnp-bedrijven, waarbij de stijging van 2020 lijkt af te zwakken. een stijging van het aantal bezwaarschriften ver-

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 62 van 78

taalt zich niet alleen door in een stijging van de proceskosten. Ook de uitvoeringskosten (extra inzet personele ondersteuning in de vorm van taxateurs, juristen en KCC-medewerkers) stijgen, waardoor de begroting verder onder druk komt te staan. De proceskostenvergoeding in de jaarschijf 2023 uit de vastgestelde begroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2026 is ingeschat op € 2,08 miljoen. Gezien bovenstaande ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding regelmatig worden verhoogd, wordt net als in de begroting 2022 rekening gehouden met € 3 miljoen aan proceskostenvergoeding. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op basis van voornoemde ontwikkelingen een onderzoek ingesteld naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kostenvergoedingen met als doel scherp te krijgen in hoeverre de NCNP-bedrijven juridische procedures bij WOZ-beschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). In februari 2021 is het rapport door het WODC opgeleverd. Naar aanleiding hiervan heeft de VNG aangegeven dat op korte termijn een oplossing dient te komen voor de uitvoeringsproblemen.

Volgens de VNG staat in deze discussie de rechtsbescherming van de burger (en ondernemer) uitdrukkelijk voorop. Het bestaan van het Besluit proceskosten bestuursrecht zelf staat niet ter discussie, noch het bestaan van de NCNPbedrijven, maar wel de onbedoelde uitwassen. De VNG heeft het COELO gevraagd om een nader onderzoek. Het WODC-rapport geeft namelijk geen antwoord op een van de hoofdvragen van het onderzoek: of er een onbedoeld verdienmodel in de proceskostenregeling schuilt? Inmiddels is het onderzoek afgerond en zijn de resultaten bekend. Uit dit onderzoek blijkt de door de NCNPbedrijven ontvangen grotendeels vaste kostenvergoeding relatief hoog is gezien de veelal sterk geautomatiseerde werkwijze. En dat levert een financiële prikkel op om zoveel mogelijk bezwaarschriften (nagenoeg ongeacht de slagingskans) in te dienen. Er is dus overduidelijk sprake van een verdienmodel. Het COELO-rapport wordt door de VNG benut in de lopende gesprekken met stakeholders waaronder de betrokken ministeries en de belangenvereniging van zowel de gemeentes, samenwerkingsverbanden en NCNP-bedrijven. De inzet daarbij is om zo snel mogelijk te komen tot een adequate rechtsbescherming zonder ongewenste neveneffecten.

Stimuleringsregeling Vanaf 1-1-2017 is het voor medewerkers vanaf 10 jaar voor hun AOW-leeftijd mogelijk om minder te gaan werken met het oog op strategisch formatiebeheer nu en in de toekomst. De maatregel behelst compensatie salaris en pensioenopbouw tot het moment dat de deelnemende medewerker de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en uitstroomt. Medewerkers hebben gedurende de periode 2017 tot en met 2020 gebruik kunnen maken van deze regeling. De financiële effecten, in totaliteit begroot op € 672 duizend, zijn evenwel merkbaar tot de definitieve (pensioen-)uitstroom oftewel uiterlijk 2029. De Stimuleringsregeling wordt budgetneutraal voor de deelnemers uitgevoerd; de kosten dienen binnen de begroting van BsGW te worden opgevangen. In het AB van 8 oktober 2020 is besloten deze regeling niet meer te verlengen. De belangrijkste redenen zijn een versnippering van fte’s, toename van het aantal parttimers naast het feit dat het een kostbare regeling is. Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. De gebruiksoppervlakte is een authentiek gegeven en wordt door de inliggende gemeenten (of gegevenshui-

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 63 van 78

zen) beheerd in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. inmiddels is de beheerfase gestart: het bijhouden en actueel houden van de gegevens. In 2020 zijn gemeenten en BsGW in overleg gegaan hoe de beheerfase, als (mogelijke) voorloper van de Samenhangende Objecten Registratie (SOR) ingericht dient te worden en hoe het beheer op termijn wordt belegd. Regieportaal Een werkgroep, bestaande uit BAG- en/of contractmanagers van de gemeenten Beek, Beesel, Bergen, Gulpen-Wittem, Roermond, Stein en Valkenburg, Het Gegevenshuis (Landgraaf) en BsGW, heeft onder begeleiding van een externe marktpartij een onderzoek uitgevoerd en unaniem als oplossingsrichting gekozen om te gaan werken met een zogenaamd regieportaal. Dit is een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeente), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. De samenhang tussen beide administraties blijft zo kwalitatief op peil, gegevens blijven 1 op 1 lopen en er is realtime inzicht in de verschillende databronnen.

Het portaal is dus zowel voor de gemeenten, de op GEO-gebied aan de gemeente gerelateerde samenwerkingsverbanden, als ook voor BsGW van belang en voor alle partijen te benaderen en te gebruiken. Nut en noodzaak om over dit portaal te beschikken is voor het bestuur evident en staat los van welke positie BsGW, de deelnemende gemeente(n) en de gegevenshuizen in zullen gaan nemen in relatie tot de SOR. Net als bij het project ‘Waarderen op gebruiksoppervlakte’ voert BsGW namens de deelnemers de regie over het regieportaal uit. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. Alle projectmatige activiteiten met betrekking tot de SOR zijn in dit kader door het bestuur tot nader order opgeschort. Dit ook om onnodige projectkosten te voorkomen. Ontwikkelingen zullen in de gaten gehouden worden. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het regieportaal begrotingstechnisch dan ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 gecontinueerd, vanwege de onduidelijkheid rondom de SOR. Mutatiedetectie Voor het in beheer krijgen en houden van de WOZ-administratie is enkel de stroom van bouw- en sloopvergunningen vanuit de gemeenten of gegevenshuizen inmiddels onvoldoende.

Onder andere door vergunningsvrije (en illegale) bouw en sloop en in de toekomst de werking van het omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet, zijn andere inwinningstechnieken noodzakelijk geworden. In het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is voor elke gemeente eenmalig een WOZ-mutatiedetectie uitgevoerd. WOZ-mutatiedetectie betreft het op basis van luchtfoto’s, obliekfoto’s, de BAG- en de WOZ-administratie inzichtelijk maken welke WOZ-onderdelen opgevoerd en afgevoerd moeten worden in de WOZ-administratie. Deze wijzigingen worden gestructureerd aangeleverd zodat deze automatisch verwerkt kunnen worden in de WOZ-administratie. Het beter inzichtelijk hebben van de mutaties door het uitvoeren van de WOZ-mutatiedetectie draagt dan ook bij aan het verbeteren van de WOZ-waardering.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 64 van 78

Om de gegevens vanuit het project Waarderen op gebruikersoppervlakte actueel te houden dient de WOZ-mutatiedetectie jaarlijks te worden uitgevoerd. De gemeente maakt daarbij de keuze om de WOZ-mutatiedetectie zelf uit te (laten) voeren of door BsGW uit te laten voeren. De WOZmutatiedetectie kan immers het beste uitgevoerd worden samen met de BAG/BGT-mutatiedetectie die enkele gemeenten al jaarlijks laten uitvoeren. Het samenvoegen van de WOZ-mutatiedetectie met de BAG/BGT mutatiedetectie is efficiënt en economisch het voordeligst. Visie op dienstverlening In 2020 is de Visie op dienstverlening voor belastingplichtigen, inclusief dienstverleningsnormen, vastgesteld. De komende jaren worden, aan de hand van business-cases, projecten opgezet om de dienstverlening te verbeteren. In dit kader heeft in 2021 een nulmeting plaatsgevonden. Vanaf 2022 worden de effecten middels de bestuursrapportages gerapporteerd en verantwoord. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact zal krijgen op de bedrijfsvoering van BsGW. De interne processen en informatievoorziening van BsGW dienen op deze ontwikkelingen afgestemd te worden. Onderstaand volgt een toelichting op deze ontwikkelingen: o

Collectieve Infrastructuur Aansluiten bij deze ontwikkeling is alleen maar mogelijk wanneer de organisatie beschikt over een betrouwbare, veilige en robuuste IT-infrastructuur. Ontwikkelingen die hiervoor zorgen zijn: •

De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

•

de Gemeentelijke Gemeenschappelijke infrastructuur (GGI)

•

Common Ground

De GDI bestaat uit digitale basisvoorzieningen waarmee overheidsorganisaties hun primaire processen kunnen inrichten. Denk onder meer aan Mijn Overheid Berichtenbox en eHerkenning. Door vanuit de gebruiker te redeneren, wordt in kaart gebracht en onderzocht welke doorontwikkeling van de GDI wenselijk is, hoe regie wordt georganiseerd en hoe met GDI voorzieningen de processen verbeterd worden. De Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) is een veilige digitale infrastructuur, aangesloten op andere beveiligde overheidsnetwerken, waardoor samenwerken tussen gemeenten en andere overheden beter, veiliger en makkelijker wordt. De GGI wordt fasegewijs en projectmatig ontwikkeld, zodat kan worden ingespeeld op landelijke veranderingen zoals de Omgevingswet. De GGI vormt de technische basis waarin toegewerkt wordt naar een gemeentelijke cloud, die uiteraard is aangesloten op de landelijke GDI. De Common Ground is een informatiekundige visie die de modernisering van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering mogelijk maakt. Betrokkenen krijgen directe toegang tot gedeelde informatiebronnen. Ze versnelt de ontwikkeling van dienstverlening en bedrijfsvoering door het omarmen van nieuwe technologie. Common Ground is geïnitieerd en wordt uitgevoerd door gemeenten en gemeentelijke organisaties zelf. De VNG faciliteert deze ontwikkeling.

Deze ontwikkelingen zullen door BsGW nadrukkelijk worden gevolgd en hebben een plaats in de I-visie (zie hierna).

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 65 van 78

o

Informatieplan De I-visie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst. Naast een visie is er ook een informatiebeleidsplan. Hiermee kunnen de juiste keuzes worden gemaakt en kan er getoetst worden of de organisatie met de juiste dingen bezig is. Om deze uit te werken zijn er in een 4-tal primaire thema’s benoemd, namelijk: ▪ Thema 1: Informatievoorziening; ▪ Thema 2: Optimalisatie en innovatie; ▪ Thema 3: Samenwerking; ▪ Thema 4: Transparantie. Alle thema’s vinden hun weerslag in een van deze elementen. Gegevens en processen leveren uiteindelijk de KPI’s. Daarmee kun je transparantie en een betere informatievoorziening bewerkstelligen. Als je weet hoe je proces werkt en waar je op moet sturen, dan kun je gaan innoveren en optimaliseren. Soms zit een project op één onderdeel, soms op meerdere onderdelen. In feite zijn de onderste drie elementen nodig om de bovenste drie te kunnen realiseren. Hierbij is samenwerken een kernfactor voor succes. In april van 2023 zal naar huidige inzichten de Europese aanbesteding voor de waardering, de belastingapplicatie en hosting zijn gerealiseerd. Na deze herinrichting kunnen de vastgestelde thema’s verder worden uitwerkt in realisatieplannen.

Harmonisatie Op dit moment zijn er veel varianten die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief de automatisering hiervan, ingewikkeld. Maatwerk, work-arounds en meer zijn hiervoor nodig. Harmonisatie is een onderwerp dat al meer dan een jaar op de actielijst stond. Dit onderwerp komt eveneens terug in een van de aanbevelingen voortvloeiend uit een onderzoek van de Rekenkamer(commissie)s van elf van de negenentwintig in BsGW deelnemende gemeenten. In AB-verband zijn met betrekking tot het harmonisatieproces alsmede de kostenverdeelmethode procesafspraken gemaakt. Bij harmonisatie gaat het primair om de vraag ‘Hoe kan BsGW tegen lagere kosten een gelijkblijvende of hogere service bieden aan de deelnemers’. Maar zeker ook de bestuurlijk veel gestelde vraag ‘Hoe krijgen deelnemers meer grip en sturing op kosten’ wordt hiermee beantwoord: door vooraf te gaan bepalen welke producten in welke vorm/variant tegen welke prijs door een deelnemer worden afgenomen. Omdat deze opgave meerdere aspecten kent, zullen deze worden benoemd en beschreven. Beleidsvrijheid, maakbaarheid, juridische juistheid, maar ook toekomstige ontwikkelingen spelen hierbij een rol; naast de verdeling van deze kosten. Voor meer details ten aanzien van de planning, zie bijlage 14.

Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. Hieruit is een aantal verbeterpunten naar voren gekomen. Een plan van aanpak en een businesscase worden opgesteld. Bij de afronding van deze ontwerpbegroting waren de uitkomsten en daarmee de eventuele financiële consequenties nog niet bekend. Eventuele ICT-investeringen worden in beeld gebracht middels een businesscase.

Wijziging Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen Het ministerie van BZK werkt aan een wijziging van de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen. De wijziging moet gemeenten en waterschappen de mogelijkheid geven om bij de kwijtschelding ruimere vermogensnormen te hanteren voor AOW’ers en personen die

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 66 van 78

duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Momenteel is onder meer de uitvoerbaarheid nog in onderzoek. De gelegenheid is aangegrepen om daarnaast enkele technische verbeteringen in de regeling door te voeren. Deze wijziging zal naar verwachting in gaan per 1-1-2023. Diversificatie in beleid zou de toepassing ernstig kunnen belemmeren. Afstemming na de verduidelijking is dan ook van groot belang.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 67 van 78

Mogelijke ontwikkelingen De volgende mogelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bedrijfsvoering en de kosten van BsGW, maar worden niet opgenomen in de begroting 2023: Sociaal maatschappelijk invorderen Op het gebied van het invorderen van openstaande belastingvorderingen ontstaat landelijk een sterke tendens om kwetsbare groepen te ontzien en in ieder geval niet op te zadelen met sterk stijgende invorderingskosten. Door de decentralisering in het sociale domein wordt van lokale overheden verwacht dat zij hier een actieve invulling aangeven. Er dient dus in een zo vroeg mogelijk stadium een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen ‘niet kunnen’ en ‘niet willen’ betalen van aanslagen. Met ingang van 2021 is een aantal grote wijzigingen in werking getreden. De vereenvoudiging berekening beslagvrije voet is de grootste aanpassing, aangezien deze berekening opnieuw dient te worden gemaakt voor alle invorderingsdossiers die in de beslagfase verkeren. Ook de implementatie van vroegsignalering bij de gemeenten gaat ondanks capaciteitsproblemen bij veel gemeenten door. Zij kunnen met belangrijke organisaties zoals woningbouwverenigingen, zorgverzekeraars, nuts-bedrijven, sociale verzekeringsbank etc.

een convenant afsluiten, waarin wordt afgesproken dat indien er bij één van de aangesloten organisaties betalingsachterstand ontstaat, een sociaal wijkteam wordt ingeschakeld om met de betreffende burger in gesprek te gaan om erger te voorkomen. Lokale heffingen mogen wettelijk geen deel uitmaken van vroegsignalering, en afspraken over de invordering van lokale heffingen mogen niet door het sociale wijkteam gemaakt worden. BsGW neemt samen met een aantal deelnemers proactief deel aan een door het ministerie goedgekeurd experiment vroegsignalering. Na deze pilot kan worden bezien of en in hoeverre BsGW kan aanhaken op deze trend en welke mogelijkheden dit biedt, zowel wat betreft de wetgevingskaders als met betrekking tot de taakuitvoering van BsGW. Een belangrijk aspect zeker ook gezien de invorderingskosten (opbrengsten uit in rekening gebrachte vervolgingskosten) een behoorlijke baten binnen de BsGW begroting beslaan. Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) De wijziging in artikel 25 in de Invorderingswet zal worden ingevoerd. Deze wijziging betekent dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijk getrokken aan de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.

Vanaf 2021 zou er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift kunnen worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De implementatie van de wijziging is echter wederom uitgesteld. Verwacht wordt dat deze wijziging nu in 2022 ingaat. Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken, mogelijk extra kosten met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan: • Dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1.442,- p/s) • Kosten voor beroepsprocedures • Griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 68 van 78

•

Behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere NCNP-bedrijven die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bedrijven nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling).

Kwijtschelding 3.0 In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling van KWS 3.0 is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor burgers zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die burgers in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden. Een landelijk tegengeluid in deze ontwikkeling rondom kwijtschelding is dat sommige waterschappen en gemeenten er voor kiezen juist geen of beperkt kwijtschelding te verlenen. Een voorbeeld is om voor het vastrecht van Diftar wel kwijtschelding te verlenen maar voor het aangeboden vuil niet. Teveel verschillende varianten kunnen overigens wel leiden tot onduidelijkheid bij de burgers en problemen bij de verwerking in het belastingsysteem. Immers op een combibiljet waar verschillende variaties gehanteerd worden is dit niet alleen onduidelijk maar ook automatiseringstechnisch lastig uitvoerbaar. Net niet in aanmerking komen voor kwijtschelding, maar toch net niet rond kunnen komen.

Deze gevallen komen helaas vaak voor. Dit komt doordat de berekening van de betalingscapaciteit (= inkomen minus woonlasten minus zorgkosten minus rijksnormbedrag), te ingewikkeld is geworden. Hierdoor kan het voorkomen dat burgers met een iets lager inkomen wel huurtoeslag ontvangen, maar dan geen kwijtschelding krijgen, terwijl burgers met een hoger inkomen, maar zonder huurtoeslag, wel kwijtschelding krijgen. Het totaalbedrag van kwijtschelding is veelal lager dan het totaalbedrag van huurtoeslag, waardoor iemand met een lager inkomen uiteindelijk meer netto te besteden heeft dan iemand met een hoger inkomen. Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 In het kader van belastingvereenvoudiging is op 21-12-2016 de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 aangenomen, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Dit is een rijksregeling die zijn weerslag kan hebben op diverse andere regelingen, zoals de Invorderingswet 1990. Tot 2017 was er een aparte rechtsgang met betrekking tot eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding, namelijk administratief beroep bij het bestuursorgaan. Dit betekent dat dit de enige (en laatste) mogelijkheid was ten aanzien van deze twee procedures. In de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 wordt aangesloten op de reguliere rechtsbescherming.

Dit betekent dat er in eerste instantie bezwaar ingediend kan worden en vervolgens beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter (bij de rechtbank (in eerste aanleg), het gerechtshof (in hoger beroep) en de Hoge Raad (in cassatie). De Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 is een rijksregeling. Indien deze wijzigingen ook voor decentrale overheden worden geformaliseerd, leidt dit tot extra werkzaamheden bij BsGW. Er worden immers extra rechtsbeschermingsstappen in de procedure ingebouwd: bezwaar, hoger beroep en cassatie. Daarnaast zal dit naar verwachting leiden tot een (forse) toename van de proceskostenvergoedingen. In de huidige situatie kan geen aanspraak worden gemaakt op de proceskostenvergoeding. Dit is wel het geval indien de procedures onder de reguliere rechtsbescherming van be-

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 69 van 78

zwaar en beroep (rechtbank) gaan vallen. Daarnaast leidt deze nieuwe wetgeving wellicht tot een nieuwe markt voor de zogenaamde beroepsmatige gemachtigden (eventueel op ‘no cure, no pay’ basis) om namens burgers bezwaar/beroep te maken waarbij deze gemachtigden de tegemoetkoming proceskosten als mogelijke inkomsten zien. Vanwege eenvoud en eenduidigheid voor de belastingbetaler hebben de decentrale overheden sinds jaar en dag als uitgangspunt bij formele invorderings- en kwijtscheldingswetgeving dat zij het beleid van het Rijk volgen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. De reactie van de commissie Invordering van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op de wet is dat deze weliswaar voorziet in een verbetering van de rechtsbescherming voor de verzoeker en een eenduidige werkwijze van afdoening ten opzichte van andere werkprocessen, maar dat de voorgestelde wijziging een forse (werk)druk met zich mee zal brengen bij zowel de kwijtschelding verlenende organisaties als de rechterlijke macht. De beoogde inwerkingtreding voor de lokale overheden betreffende het onderdeel wijziging rechtsbescherming bij verzoeken uitstel van betaling en kwijtschelding was 1 januari 2019 maar is opgeschort naar op zijn vroegst 1 januari 20223.

In de huidige begroting van BsGW zijn dan ook geen proceskostenvergoedingen als gevolg van eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding opgenomen. De verwachting is dat hiermee een nieuwe doelgroep voor ncnp-bedrijven gaat ontstaan. Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister Het invorderingsproces gaat wijzigen Grip op de invorderingspraktijk van overheden is politiek actueel, zeker na de toeslagenaffaire. Eerder is ook al door de Ombudsman vastgesteld dat veel mensen met betalingsproblemen er verder door in het nauw worden gebracht. Om mensen met schulden beter te helpen, zijn er diverse wetswijzingen doorgevoerd. Op 1 januari 2021 is de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking getreden. De beslagvrije voet – het bedrag waar schuldeisers niet aan mogen komen – blijkt in de praktijk vaak te laag te worden vastgesteld. Veel mensen met schulden komen daardoor onder het absolute bestaansminimum terecht, ook omdat schuldeisers niet van elkaar weten dat ze beslag leggen op hetzelfde inkomen. De nieuwe wet moet hier verandering in brengen. BsGW zal dus op dit vlak meer moeten samenwerken met onder andere sociale diensten en schuldhulpinstanties om mensen wegwijs te maken in de wetgeving en de mogelijkheden van kwijtschelding.

Het berekenen van de beslagvrije voet wordt na invoering van de wet eenvoudiger en uniform door middel van een digitale rekentool. Omdat zowel softwareontwikkelaars als een groot aantal organisaties hebben aangegeven voor onderdelen van hun proces een volledige inwerkingtreding per 1 januari 2021 niet te gaan halen komt er mogelijk een overgangstermijn in de wet4. De nieuwe beslagvrije voet heeft als gevolg dat het invorderingsproces aangepast moet worden.

3 4

Ten tijde van het schrijven van deze ontwerpbegroting zijn er geen actuele ontwikkelingen bekend rondom de ingangstermijn. Ten tijde van het schrijven van deze ontwerpbegroting zijn er geen actuele ontwikkelingen bekend rondom de overgangstermijn.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 70 van 78

Er wordt daarnaast bij samenloop van meerdere beslagen één coördinerend deurwaarder aangewezen die de beslagvrije voet berekent, de betalingen regelt en communiceert met de schuldenaren en andere schuldeisers. VNG Realisatie start een implementatietraject om te ondersteunen bij de invoering van de Wvbvv. Een achterliggende ambitie is ook eerder en meer contact, wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. Hier gaan de kosten zoals de te investeren tijd in maatwerk voor de baten uit. Bovendien zal een deel van de (financiële) voordelen niet bij BsGW belanden maar bij de gemeenten, omdat hier bijvoorbeeld schuldhulpverlening trajecten worden voorkomen. In de verschillende rapporten wordt aangegeven dat de kosten die hierbij komen, zoals een tarief per berekening, uitwisseling van gegevens en realiseren van real-time koppelingen niet zondermeer op de schuldenaar doorberekend mogen worden. Verbreding beslagregister Gekoppeld aan het programma ‘Verbreding beslagregister’ werkt de staatssecretaris aan het wetsvoorstel ‘Stroomlijning keten voor derdenbeslag’. Inmiddels is de internetconsultatie gesloten en worden de reacties verwerkt. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties en deurwaarders informatie uitwisselen over beslagen en verrekeningen van mensen met schulden.

Op basis van deze informatie kunnen zij bij de vaststelling van de beslagvrije voet en bij het leggen van beslag beter rekening houden met reeds lopende beslagen en verrekeningen. Dit zorgt in het verlengde van de nieuwe beslagvrije voet voor een betere borging van het bestaansminimum van de schuldenaar. De met het wetsvoorstel te realiseren gegevensuitwisseling maakt het daarnaast ook mogelijk om in bepaalde gevallen een afweging te maken met betrekking tot de proportionaliteit van een beslaglegging. Hierdoor wordt voorkomen dat een schuldenaar te maken krijgt met onnodige kosten. De organisaties die gaan deelnemen aan de gegevensuitwisseling zijn uitgenodigd de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel te toetsen. De inhoud van de consultatiereacties en uitvoeringstoetsen bepalen mede de datum van de inwerkingtreding. Het wetsvoorstel is rond het einde van 20205 aan de Tweede Kamer aangeboden. De komende jaren zal het leggen van beslag op roerende zaken verder gaan veranderen. Wordt het enerzijds makkelijker voor deurwaarders om ‘administratief’ beslag te leggen op een auto, door de opkomst van ‘private-lease’ wordt dit in de praktijk evenwel steeds lastiger om daadwerkelijk beslag te kunnen leggen. Dit vanwege het feit dat het eigendom van de auto in genoemde situatie bij de leasemaatschappij ligt.

Het leggen van derdenbeslag (bankrekening) wordt door banken enkel nog elektronisch toegestaan, waardoor dit via een beveiligde email-omgeving zal worden gedaan. Herziening beslag- en executierecht De “Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177)” beoogt het bestaansminimum van schuldenaren te beschermen, beslag en executie efficiënter te maken en te voorkomen dat beslag en executie uitsluitend als pressiemiddel worden ingezet. De wet is als een prioritair voorstel behandeld en nu is besloten voor een snelle stapsgewijze inwerkingtreding. De nieuwe wet betekent dat nogal wat wijzigingen in het invorderingsbeleid en uitvoeringsproces moeten worden doorgevoerd. 5

Ten tijde van het schrijven van deze ontwerpbegroting zijn er geen actuele ontwikkelingen hieromtrent bekend.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 71 van 78

Naast deze wetswijzigingen en landelijke ontwikkelingen staan ook nog op het programma de uitbreiding van de toepassing van de overheidsvordering en de recentelijk geïntroduceerde ‘betalingsvordering’: een (vereenvoudigd) derdenbeslag door de ambtenaar belast met de invordering waarbij inzet van de belastingdeurwaarder niet altijd meer noodzakelijk lijkt. Bovenstaande ontwikkelingen hebben naar verwachting (financiële) gevolgen voor de begroting van BsGW. Meer inzicht op de (financiële) effecten hiervan wordt in de loop van 2022 verwacht, mede ingegeven door het feit dat er mogelijk een overgangstermijn in de wet wordt opgenomen. Op basis van de huidige contouren is echter al evident dat, wil BsGW tegemoetkomen aan deze wettelijke eisen, er investeringen gedaan moeten worden in specifieke software en gegevensuitwisseling (€ 250.000, -), naast uitbreiding van capaciteit met minimaal 1 fte. Overigens kan dit niet los gezien worden van de waarschijnlijk positieve impact op de (gemeentelijke) schuldhulpverlening. Gezien het maatschappelijke belang is BsGW voornemens om in overleg te gaan met de individuele deelnemers.

Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente Als gevolg van COVID-19 zijn in 2020 op verzoek van de deelnemers van BsGW verschillende maatregelen genomen om met name de ondernemers, die zijn getroffen door deze pandemie, te ontzien, zoals: - kosteloze betalingsherinnering, - coulance met betrekking tot aanvraag betalingsregeling, - lage invorderingsrente (0,01% in plaats van 4%). Dit heeft geresulteerd in lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente in 2020 en naar verwachting ook 2021. Gedurende de periode maart 2020 tot en met 31 december 2021 is de invorderingsrente verlaagd van 4% naar 0,01%. De invorderingsrente gaat met ingang van 31 december 2021 stapsgewijs terug naar het oude niveau. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt het percentage invorderingsrente per 1 januari 2022 op 1% vastgesteld, per 1 juli 2022 op 2%, per 1 januari 2023 op 3% en per 1 januari 2024 op 4%. Verruiming gemeentelijk belastinggebied Door de recente decentralisaties vanuit het Rijk, is het taakveld van de gemeenten aanzienlijk toegenomen. De financiële ruimte (lees: het belastinggebied), die gemeenten krijgen, is daarentegen niet mee ontwikkeld.

Tijdens het debat over de inning door de Belastingdienst op 21 juni 2018 heeft de toenmalige staatssecretaris van Financiën aangegeven verbeteringen in het belastingstelsel in kaart te brengen voor de volgende kabinetsperiode. Het doel was om begin 2020 concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het stelsel te bewerkstelligen. Naast schuiven tussen grondslagen en tarieven op rijksniveau, zou een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied ook tot de mogelijkheden behoren. Hoewel een wezenlijke wijziging dan wel toevoeging van belastingsoorten vergaande gevolgen kan hebben voor de bestaande processen binnen BsGW en zelfs voor de kostenverdeelmethode, is een dergelijke wijziging op korte termijn niet te verwachten. Het is afwachten welke keuzes het nieuwe kabinet hierin gaat maken.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 72 van 78

Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De vereenvoudiging heeft ook tot gevolg dat er meer vergunningsvrij gebouwd of verbouwd kan worden. BsGW zal hierdoor minder informatie over wijzigingen in de leefomgeving kunnen halen uit vergunningen en meldingen. Teneinde deze veranderingen te kunnen faciliteren, wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgezet en stapsgewijs ontwikkeld. Het DSO dient per 2024 volledig operationeel te zijn. BsGW raadpleegt momenteel andere bronnen zoals bijvoorbeeld luchtfotovergelijking. BsGW voorziet dan ook dat de verwerking van de vergunningsvrije bouwmutaties arbeidsintensiever is dan de huidige werkwijze, zeker in de overgangsperiode. In het kader van het project waarderen op gebruiksoppervlakte heeft er een nulmeting/mutatiedetectie plaatsgevonden waardoor deze mutaties in beeld worden gebracht. Voor de toekomst zullen hierover afspraken gemaakt dienen te worden. Een en ander ligt in lijn met de beheerfase van het project waarderen op gebruiksoppervlakte én in het verlengde van de Samenhangende Objecten Registratie (zie hieronder). Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW Schaalvergroting op het gebied van belastingheffing en invordering heeft zowel financieel als qua kwaliteit van de dienstverlening een heel direct effect.

Waterschap Limburg en 29 Limburgse gemeenten zijn onderdeel van de samenwerking. Slechts twee gemeenten in het werkgebied van BsGW zijn geen deelnemer. Eventuele groei heeft dan ook geen groot toekomstig (financieel) effect voor de zittende deelnemers. Samenhangende Objecten Registratie (SOR) Een samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11460331/1