2. Ontwerpbegroting 2023 BsGW en MJB 2023 - 2027 versie DEF AB 16-3-2022 corr
Tekst van het document
Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouwen sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. In juni 2020 heeft het Dagelijks Bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau met betrekking tot de vraag waar en hoe de samenhangende objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 73 van 78
De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden dan wel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Het is evenwel de vraag of de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2025 van de SOR realistisch is. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het regieportaal begrotingstechnisch ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 gecontinueerd. Alle projectmatige activiteiten met betrekking tot de SOR zijn in dit kader tot nader order door het bestuur opgeschort. Dit ook om onnodige projectkosten (o.a. de inzet van Berenschot) te voorkomen. Het is afwachten welke keuzes het nieuwe kabinet hierin gaat maken. Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen onderzoekt of het huidige belastingstelsel van de waterschappen op de middellange termijn houdbaar is. In mei 2018 is het definitieve rapport van de commissie opgeleverd, met voorstellen tot wijziging van de waterschapsbelastingen.
Een nieuw belastingstelsel voor de waterschappen gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt’. Op basis van de bevindingen van de commissie heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de waterschappen. In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 13 december 2019 is besloten dat het traject om tot een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen te komen een vervolg krijgt. Er zijn enkele voorstellen tot aanpassing van de watersysteemheffing opgesteld en naar het ministerie gestuurd, hetgeen uiteindelijk zal moeten leiden tot een wetswijziging. Daarna moet e.e.a. in de verordeningen worden verwerkt. Schatting is dat voornoemde pas voor het eerst in werking treedt voor de feitelijke heffing belastingjaar 2025. Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde Bij de behandeling van het Belastingplan 2019 is de regering bij motie (kamerleden Lodders/Van Weyenberg) verzocht een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de OZB gehouden worden (vrijstelling). Daarbij werd gevraagd te onderzoeken hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door hogere lokale lasten. Minister Ollongren geeft in een brief van 14 januari 2021 aan de Tweede Kamer aan, dat een wettelijke belastingvrijstelling via de OZB of de WOZ de nodige uitvoeringsproblemen kent.
Een subsidie of ‘groene’ heffingskorting is volgens haar een betere oplossing. Op 22 juli 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen het ministerie van BZK, een aantal gemeenten en de VNG. Daaruit blijkt dat gemeenten hier het subsidie-instrument desgewenst al langer en naar tevredenheid gebruiken. Er is bij gemeenten geen behoefte aan aanvullende maatregelen. Momenteel is de minister met gemeenten in gesprek over het eventueel invoeren van een groene heffingskorting voor het gebruik van zonnepanelen. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen. Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 74 van 78
Concrete ideeën hierin zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achter wege te laten en het afkoppelen van regenwaterafvoer op het riool. Indien deelnemers verordeningen hierop willen aanpassen, is het raadzaam om al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het – in samenwerking met BsGW - in kaart brengen van de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Het hiervoor genoemde standaardisatietraject mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met betrekking tot maatregelen die de duurzaamheid bevorderen. Er heerst nog te veel onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen. Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan.
Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van kamerlid Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere OZB-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie. Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is.
De Minister van BZK heeft de vragen beantwoord en gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Op 22 juli 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen het ministerie van BZK, de VNG en een aantal gemeenten. Daaruit blijkt dat gemeenten hier het subsidie-instrument desgewenst al langer en naar tevredenheid gebruiken. Er is bij gemeenten geen behoefte aan aanvullende maatregelen.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 75 van 78
Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer Op 1-1-2023 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Voor BsGW betekent dit dat BsGW haar klanten meer opties moet bieden in de keuze van welk klantkanaal men gebruik wenst te maken. Daartoe dient een verdere digitalisering van in– en uitgaande documentstromen mogelijk te worden gemaakt. Bij het schrijven van deze ontwerpbegroting is BsGW bezig met nadere verkenningen. In dit kader krijgen marktpartijen de gelegenheid om hun meerwaarde te presenteren. Hierbij wordt ook gebruik van ervaringen van collega-samenwerkingsverbanden. Het is in dit stadium nog niet mogelijk om een kostenvergelijking (meerkosten digitalisering vs. minderkosten formatie-inzet) op te stellen. Koepelvrijstelling van de BTW Op dit moment loopt, naar aanleiding van enkele uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie, nog steeds een discussie of de koepelvrijstelling in de btw beperkter moet worden toegepast dan tot nu toe gebruikelijk was. Het gaat om de uitleg of de koepelvrijstelling in de btw alleen geldt voor de in de Btw-richtlijn met name genoemde activiteiten.
Door deze uitspraken zou de koepelvrijstelling alleen nog maar voor specifiek benoemde prestaties van algemeen belang gelden, zoals medische zorg, ziekenhuisverpleging, maatschappelijk werk en sociale zekerheid, prestaties door bejaardentehuizen en het geven van onderwijs. Daardoor zou deze vrijstelling, zoals die in Nederland wordt toegepast, sterk worden ingeperkt. De zorg voor een goede en veilige waterhuishouding zou bijvoorbeeld niet meer als prestatie van algemeen belang gelden. Als gevolg daarvan zouden typische waterschapstaken en belastingheffing en -inning, die niet zelfstandig door het waterschap maar bijvoorbeeld met andere overheden in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR) worden uitgevoerd, niet meer onder de koepelvrijstelling vallen, met als gevolg dat de bijdrage van het waterschap in de uitvoeringskosten van de GR met 21% wordt verhoogd. Vanuit de Unie van Waterschappen is aangegeven dat deze nadelige financiële consequenties ongewenste gevolgen hebben voor de samenwerking tussen overheden. De Staatssecretaris heeft op 7 juni 2018 aangegeven dat het Kabinet, samen met andere Europese lidstaten, zich hard gaat maken voor reparatie via Europese regelgeving.
In dat verband is namens het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Financiën (in overleg met de Unie van Waterschappen, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten) in het najaar van 2018 een onderzoek uitgevoerd naar de impact van de mogelijke inperking van de koepelvrijstelling. In afwachting van reparatie via Europese regelgeving is de eerder aangekondigde inperking van de koepelvrijstelling per 1 januari 2019 opgeschort. Wel blijkt dat de Belastinginspecteurs hier verschillend mee omgaan. Specifiek voor het Waterschapshuis is deze koepelvrijstelling met ingang van 2019 komen te vervallen. Het Waterschapshuis heeft in dat verband beroep ingesteld. Het toepassen van de koepelvrijstelling is door een uitspraak van de Hoge Raad van 12 juli 2019, zaaknummer 17/03824 verder onder druk komen te staan. Eind 2020 heeft het Europese Hof van Justitie bevestigd dat uit vaste jurisprudentie blijkt dat btwvrijstellingen in beginsel strikt moeten worden uitgelegd, maar dat de toepassing van een vrijstelling te allen tijde sterk afhankelijk blijft van de feitelijke omstandigheden van het geval. Vooralsnog is er momenteel geen zicht op een datum waarop de koepelvrijstelling wordt ingeperkt, noch een datum waarop Europese regelgeving ten aanzien van deze vrijstelling is te verwachten.
Ondertussen blijft er jurisprudentie ontstaan met betrekking tot de koepelvrijstelling. Van recente datum is
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 76 van 78
de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 12 augustus 2021 en de toelichting van de Staatssecretaris van Financiën van 23 september 2021 op het niet instellen van beroep in cassatie tegen deze uitspraak. Het blijft vooralsnog wachten op (Europese) regelgeving.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 77 van 78
Bijlage 14. Harmonisatie: tijdslijn Fase 1: Inventarisatie diensten per gemeente -
Start op: 01-10-2021
-
Eindigt op: 31-12-2021
Fase 2: Interactief Harmonisatieproces -
Start op: 01-04-2022
-
Eindigt op: 31-12-2022
Keuzemoment -
Start op: 01-01-2023
-
Eindigt op: 30-06-2023
Fase 3: De nieuwe kostenverdeelmethode -
Start op: 01-01-2023
-
Eindigt op: 31-12-2023
Keuzemoment -
Start op: 01-10-2023
-
Eindigt op: 31-03-2024
Fase 4: Implementatie en uitvoering Implementatie: -
Start op: 01-04-2024
-
Eindigt op: 30-09-2024
Uitvoering: -
Start op: 01-01-2025
Fase 5: Monitoring -
Start op: 01-01-2025
-
Eindigt op: 31-12-2027
Fase 6: Evaluatie -
Start op: 01-01-2028
-
Eindigt op: 31-03-2028
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 78 van 78