CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Ontwerpbegroting 2023 BsGW en MJB 2023 - 2027 versie DEF AB 16-3-2022 corr

Gemeenteraad 7 juni 2022, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2023 en Kadernota 2023 BsGW;29.424 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 23 van 78

Voor de financiering van (ICT-)investeringen, kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegd- en verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt. Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer 1.

Kasgeldlimiet

Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale brutolasten (€ 27 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2023 uit op een bedrag van € 2,2 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)

Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,2 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,Gem. netto vlottende schuld (1)

Kwartaal 1 4.744

Kwartaal 2 4.744

Kwartaal 3 4.744

Kwartaal 4 4.744

Kasgeldlimiet (2)

1.800

1.800

1.800

1.800

Ratio (1)/(2)

264%

264%

264%

264%

De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2020 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2021 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 2.

Renterisiconorm

Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 24 van 78

schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)

Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo.

Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat. Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan.

3.6.4 Bedrijfsvoering Verdeelsleutels De processen voor het waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, overeenkomstig de organisatieopzet van BsGW. Dit resulteert in vijf primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken, Ondersteuning en Ontwikkeling en één subproduct Parkeerbelasting. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 25 van 78

De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt. Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de vijf producten van de primaire processen. Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: bruto-aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing – een zogenaamde exoot - wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels (gebaseerd op jaarschijf 2012 en gefixeerd voor de jaren erna). De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien. Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en levert ook bij de voorstellen voor nieuwe toetreders een verkeerde verwachting over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst.

Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode, te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode. In de tabel in de bijlage (8) worden de (bruto)productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode. Huisvesting BsGW huurt momenteel haar kantoorpand, inclusief parkeerplaatsen, tegen een marktconforme huurprijs. Daarnaast bestaan de huisvestingskosten uit energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. 3.6.5 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 26 van 78

4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Bedragen x € 1.000

Realisatie

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

Lasten

Meerjarenperspectief 2024

2025

2026

2027

103%

bruto lonen

8.876

10.380

10.639

10.874

11.113

11.357

11.641

sociale lasten

2.742

2.373

3.405

3.480

3.556

3.634

3.725

399

675

692

707

722

738

757

personeel derden

0

0

0

0

0

0

0

Personeelskosten

12.018

13.427

14.736

15.060

15.391

15.730

16.123

Huisvestingkosten

669

793

808

824

841

858

874

Afschrijvingkosten

357

261

357

357

357

357

357

3.293

3.227

5.271

3.101

3.079

3.140

3.225

overige personeelskosten

ICT-kosten drukwerk

8

11

12

12

12

12

13

print/kopieerwerk

202

175

179

182

186

190

193

porti

447

509

518

529

539

550

560

telefonie/datacommunicatie

254

25

25

26

27

27

28

1

0

0

0

0

0

0

293

376

383

390

398

406

414

incassokosten kosten brongegevens overige operationele kosten

0

109

112

114

116

118

121

Overige operationele kosten

1.205

1.205

1.228

1.253

1.278

1.303

1.328

Diensten door derden

2.630

436

863

880

898

916

933

Tegemoetkoming proceskosten

2.501

3.000

3.057

3.118

3.181

3.244

3.306

Overige operationele kosten

6.335

4.641

5.148

5.251

5.356

5.463

5.567

534

444

452

461

470

480

489

0

323

328

332

337

342

347

Algemene kosten

534

768

781

795

808

823

837

bankkosten

152

268

273

279

284

290

296

rentekosten

-3

32

32

33

33

33

33

149

300

306

311

317

323

329

Algemene kosten Onvoorzien

Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten

0

0

0

0

0

0

0

23.354

23.417

27.406

25.699

26.149

26.693

27.310

Baten Renteopbrengsten

0

13

13

13

13

13

13

102

0

0

0

0

0

0

overige opbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

Diensten aan derden

102

0

0

0

0

0

0

BsGW diensten aan derden

Bijdragen van derden

0

0

0

0

0

0

0

Opbrengst vervolgingskosten

2.068

2.162

2.162

2.162

2.162

2.162

2.162

Totale baten

2.170

2.175

2.175

2.175

2.175

2.175

2.175

Netto kosten

21.184

21.242

25.231

23.524

23.974

24.518

25.136

0

0

0

0

0

0

0

Totaal bijdragen

19.520

21.242

25.231

23.524

23.974

24.518

25.136

Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

-1.664

0

0

0

0

0

0

Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

In bovenstaande tabel zijn de gerealiseerde, nog niet door de accountant gecontroleerde, cijfers opgenomen. In de definitieve meerjarenbegroting 2023-2027 worden uiteraard de gecontroleerde cijfers opgenomen.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 27 van 78

4.2 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Uitgangspunt voor de berekening van de personeelskosten is het formatieplan. Voor 2023 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 2,5%. De formatie bestaat uit 161,8 fte. De staat van personeelslasten is als aparte bijlage (7) opgenomen. In het verleden werden bepaalde kostensoorten in zijn totaliteit begroot. Tijdens het opstellen van de begroting 2023, de bestuursrapportage Q4 2021 en de jaarstukken 2021 is een groeiende discrepantie naar voren gekomen in de verhouding tussen de bruto lonen en de sociale lasten. Waar in de begrotingen tot en met 2022 steeds is gerekend met een percentage aan sociale lasten van nog geen 23%, blijkt uit de realisatie sprake te zijn van ca. 32%; een verschil van bijna 10%. Een en ander werkt financieel-technisch aanzienlijk door vanwege het feit dat de personeelskosten bijna de helft van de totale begrote kosten van BsGW zijn. Een diepere analyse is gemaakt. De conclusie hieruit is dat het opnemen van 32% de reële toerekening is. Het financieel effect bedraagt € 973.000,- en is structureel. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris.

Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten van BsGW hebben voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICT- en organisatieontwikkelingsprojecten. BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn investeringskredieten opgenomen van € 300 duizend per jaar. Daarnaast worden kosten voor grote aanschaf en vervanging van inventaris geactiveerd en jaarlijks afgeschreven. De staat van vaste activa en onderhanden werken is als bijlage 3 opgenomen. Indexering inkoop goederen en diensten Voor 2023 is uitgegaan van een kosteninflatie van 1,9 % ten opzichte van 2022. Voor ICT is een index gehanteerd van 2,7%. ICT-kosten Wegens de grote mate van automatisering van de primaire processen, worden de ICT-kosten - naast de (ICT) afschrijvingskosten - als aparte post weergegeven. De ICT-kosten bestaan voornamelijk uit jaarlijkse onderhoudskosten ICT plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en beheer. De toename in de begrote ICT-kosten is voor het begrotingsjaar 2023 voornamelijk toe te schrijven aan twee posten: 1. Het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties 2. Overige GDI-voorzieningen

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 28 van 78

Ad. 1 Het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties De verwachte implementatiekosten van het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (voortaan genoemd: AHA) zijn ingeschat op € 2,775 miljoen, waarvan naar verwachting € 500 duizend in 2022 en € 2,275 miljoen in 2023 zullen drukken op de begroting. Hiervoor wordt een bestemmingsreserve gevormd. Aangezien het de verwachting is dat de kosten daadwerkelijk in 2022 en 2023 worden gemaakt, zal de volledige bestemmingsreserve hiervoor worden aangewend in die jaren, waardoor deze bestemmingsreserve logischerwijze niet zichtbaar is op de geprognosticeerde balans (bijlage 12). Ad. 2 Overige GDI-voorzieningen In de begrote ICT-kosten zijn daarnaast ook de gebruikerskosten van de overheidsbrede voorzieningen (zoals DigiD en MijnOverheid) opgenomen (GDI). In voorgaande jaren waren voor GDI twee begrotingsposten opgenomen van elk € 300 duizend; één betrof de doorbelasting van de beheerskosten voor Digipoort, DigiD, MijnOverheid (vanaf 2018), de andere post betrof een te verwachte doorbelasting inzake de overige GDI-voorzieningen. In de afgelopen twee jaar is deze laatste post (overige voorzieningen) nooit in rekening gebracht door het ministerie van BZK en is de verwachting dat BsGW in 2023 ook geen factuur meer ontvangt voor deze voorzieningen2. Het is daarom verantwoord om de tweede post te laten vervallen.

Overigens zijn de tarieven van de doorbelaste beheerskosten de afgelopen jaren gestegen, echter deze kunnen opgevangen worden binnen de huidige begrote € 300 duizend (zie ook mededeling 3.a.4 AB-vergadering 9 december 2021). Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware. Operationele kosten Operationele kosten omvatten de overige met de operationele primaire processen samenhangende kosten, naast de afschrijvings- en ICT-kosten. Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd naar voor het primaire proces belangrijke kosten, waaronder de post ‘tegemoetkoming proceskosten’. Eveneens zijn door de toegenomen (meer dan begrote) WOZ-bezwaren en -beroepen ook de hieraan gelieerde uitvoeringskosten toegenomen, zoals extra inzet van KCC-medewerkers, taxateurs, ICT-ers en juridisch medewerkers). Deze kosten zijn begroot onder ‘diensten door derden’. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten, accountantskosten, advieskosten, abonnementen en lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen.

De post onvoorzien 2023 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. Bank- en rentekosten De rentekosten betreft de rente over de investeringskredieten en de wettelijk door BsGW te vergoeden invorderingsrente. In de begroting 2023 is het reken-rentepercentage gesteld op 0,5%. Gezien de geringe geraamde kasgeldlening, is het effect op de totale netto-kosten gering.

2

Op basis van de laatste informatie van het ministerie van BZK zal de GDI naar alle waarschijnlijkheid vanaf 2023 centraal gefinancierd worden, hetgeen betekent dat de verrekening rechtstreeks met de deelnemers zal plaatsvinden en niet meer in de begroting van BsGW wordt opgenomen.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 29 van 78

Baten Renteopbrengsten BsGW ontvangt vanaf eind 2013 geen rentevergoeding meer voor de dagelijkse positieve saldi op de heffingenbankrekeningen door de invoering van schatkistbankieren aangezien de positieve saldi dagelijks worden afgeroomd naar de schatkist. De staat vergoedt geen rente voor wat betreft de bij haar gestalde financiële middelen. Opbrengst vervolgingskosten De werkelijk geïnde vervolgingskosten lopen direct via de exploitatie van BsGW. De verwachte netto opbrengst vervolgingskosten in de begroting en meerjarenraming wordt gebaseerd op een reëel ingeschat bedrag gerelateerd aan de aantallen te versturen aanmaningen, dwangbevelen en overige aanvullende dwanginvorderingsacties op grond van de kostenwet. Bijdragen deelnemers De bijdragen per deelnemer voor de door de desbetreffende deelnemer in de samenwerking ondergebrachte taken voor het begrotingsjaar 2023, worden in navolgende tabel weergegeven. Daarnaast wordt hierin ook de bijstorting in het weerstandsvermogen weergegeven.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 30 van 78

Bijdrage per deelnemer

Totaal

aanvulling weerstandsvermogen

Gemeente Beek

284.320

1.028

Gemeente Beekdaelen

624.235

2.256

Gemeente Beesel

254.863

921

Gemeente Bergen

224.496

811

Gemeente Brunssum

557.162

2.014

Gemeente Echt-Susteren

591.728

2.139

Gemeente Eijsden-Margraten

542.720

1.961

Gemeente Gennep

312.376

1.129

Gemeente Gulpen-Wittem

256.997

929

Gemeente Heerlen

1.917.379

6.930

Gemeente Kerkrade

1.001.135

3.618

Gemeente Landgraaf

682.057

2.465

Gemeente Leudal

593.041

2.143

Gemeente Maasgouw

430.971

1.558

Gemeente Maastricht

2.361.277

8.534

Gemeente Meerssen

399.901

1.445

Gemeente Mook en Middelaar

145.577

526

Gemeente Nederweert

282.881

1.022

Gemeente Peel en Maas

720.206

2.603

Gemeente Roerdalen

372.001

1.344

Gemeente Roermond

1.057.826

3.823

Gemeente Simpelveld

195.732

707

1.843.694

6.663

Gemeente Stein

473.089

1.710

Gemeente Vaals

225.190

814

Gemeente Valkenburg a/d Geul

315.137

1.139

2.402.844

8.684

Gemeente Sittard-Geleen

Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal

217.038

784

Gemeente Weert

886.531

3.204

5.058.700

18.283

25.231.102

91.188

Waterschap Limburg Totaal bijdragen

De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2023 is € 25,23 miljoen, gelijk aan de netto-kosten begroting 2023. Producten De volgende tabel geeft weer hoe de netto-uitvoeringskosten uit de begroting 2023 zijn toegewezen aan de vier producten en 1 sub-product (exoten) van dienstverlening. Per (sub-)product wordt de verdeelsleutel genoemd waarmee de netto kosten worden omgeslagen naar een tarief per product. De verdeelsleutels voor de kosten van de vier primaire processen plus de niet-reguliere belastingsoort Parkeerbelasting, zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. De kosten van het product Ondersteuning & Ontwikkeling worden omgeslagen naar de deelnemers op basis van het aandeel in de kosten van de vier producten van de primaire processen plus het sub-product Parkeerbelasting. De kosten van het product GDI worden omgeslagen op basis van 40% voor de gemeenten en 60% voor Waterschap Limburg, waarbij de onderlinge verdeling over de gemeenten is gebaseerd op de procentuele verdeling van het product O&O.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 31 van 78

Producten Heffen Waarderen Innen Klantzaken Parkeerbelasting Ondersteuning & ontwikkeling GDI

€ € € € € € €

2023 4.052.986 9.755.481 276.010 3.504.638 379.224 6.917.672 345.091

Totaal producten

€ 25.231.102

Verdeelsleutels Aantal (bruto) aanslagregels Aantal WOZ-objecten Aantal biljetten Aantal klantcontacten Aantal aanslagregels Aandeel uitvoeringskosten Aandeel uitvoeringskosten

Aantal 4.028.915 565.334 1.311.262 443.887 37.276 100% 100%

2023 € 1,01 € 17,26 € 0,21 € 7,90 € 10,17 nvt nvt

2022 € 0,84 € 13,44 € 0,14€ 6,54 € 9,37 nvt nvt

2021 € 0,82 € 11,04 € 0,16€ 6,40 € 9,14 nvt nvt

Tarief 2020 2019 € 0,82 € 0,78 € 9,25 € 8,31 € 0,17- € 0,24€ 8,61 € 7,56 € 8,94 € 8,58 nvt nvt nvt nvt

2018 € 0,76 € 7,09 € 0,27€ 6,04 € 8,39 nvt nvt

2015 € 0,75 € 6,97 € 0,30€ 5,94 € 9,25 nvt nvt

De tarieven 2013-2022 betreffen de tarieven zoals eerder vermeld in de desbetreffende initiële begrotingen van die jaren. De stijging van de tarieven in 2023 wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte indexering van de salariskosten, goederen en diensten. Daarnaast drukken de proceskostenvergoedingen vanaf 2021 voortaan 100% op het product Waarderen in plaats van 50% op het product Waarderen en 50% op het product Klantzaken (AB 25 juni 2020). 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie 4.3.1 Investeringen Voor het jaar 2023 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2023-2027 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2023. Het MeerjarenInvesteringsProgramma is als bijlage 1 opgenomen. 4.3.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 3.5.3. 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen een aanvullende storting van € 91 duizend.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 32 van 78

2014 € 0,74 € 7,66 € 0,14€ 6,50 € 9,50 nvt nvt

4.4 Meerjarenraming 2023-2027 Bedragen x € 1.000

Meerjarenperspectief

Realisatie

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Lasten

103%

Personeelskosten

12.018

13.427

14.736

15.060

15.391

15.730

16.123

Huisvestingkosten

669

793

808

824

841

858

874

Afschrijvingkosten

357

261

357

357

357

357

357

ICT-kosten

3.293

3.227

5.271

3.101

3.079

3.140

3.225

Overige operationele kosten

1.205

1.205

1.228

1.253

1.278

1.303

1.328

Diensten door derden

2.630

436

863

880

898

916

933

Tegemoetkoming proceskosten

2.501

3.000

3.057

3.118

3.181

3.244

3.306

Overige operationele kosten

6.335

4.641

5.148

5.251

5.356

5.463

5.567

Algemene kosten

534

768

781

795

808

823

837

Bank- en rentekosten

149

300

306

311

317

323

329

0

0

0

0

0

0

0

23.354

23.417

27.406

25.699

26.149

26.693

27.310

Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Baten Renteopbrengsten

0

13

13

13

13

13

13

Diensten aan derden

102

0

0

0

0

0

0

Bijdragen van derden

0

0

0

0

0

0

0

Opbrengst vervolgingskosten

2.068

2.162

2.162

2.162

2.162

2.162

2.162

Totale baten

2.170

2.175

2.175

2.175

2.175

2.175

2.175

Netto kosten

21.184

21.242

25.231

23.524

23.974

24.518

25.136

0

0

0

0

0

0

0

Gemeente Beek

209

234

284

265

270

276

283

Gemeente Beekdaelen

457

513

624

582

593

607

622

Gemeente Beesel

189

212

255

238

242

248

254

Gemeente Bergen

166

186

224

209

213

218

224

Gemeente Brunssum

414

464

557

519

529

541

555

Gemeente Echt-Susteren

442

495

592

552

562

575

589

Gemeente Eijsden-Margraten

399

441

543

506

516

527

541

Gemeente Gennep

233

259

312

291

297

304

311

Gemeente Gulpen-Wittem

191

214

257

240

244

250

256

Gemeente Heerlen

1.442

1.609

1.917

1.788

1.822

1.863

1.910

Gemeente Kerkrade

742

829

1.001

933

951

973

997

Gemeente Landgraaf

507

568

682

636

648

663

679

Gemeente Leudal

439

494

593

553

563

576

591

Gemeente Maasgouw

321

359

431

402

409

419

429

Gemeente Maastricht

1.758

1.970

2.361

2.202

2.244

2.295

2.352

Gemeente Meerssen

310

339

400

373

380

389

398

Gemeente Mook en Middelaar

105

118

146

136

138

141

145

Gemeente Nederweert

208

233

283

264

269

275

282

Gemeente Peel en Maas

531

599

720

671

684

700

717

Gemeente Roerdalen

276

309

372

347

353

361

371

Gemeente Roermond

795

887

1.058

986

1.005

1.028

1.054

Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

Gemeente Simpelveld

146

163

196

182

186

190

195

1.381

1.540

1.844

1.719

1.752

1.792

1.837

Gemeente Stein

358

397

473

441

450

460

471

Gemeente Vaals

165

184

225

210

214

219

224

Gemeente Valkenburg a/d Geul

232

262

315

294

299

306

314

1.889

2.054

2.403

2.240

2.283

2.335

2.394

Gemeente Voerendaal

162

181

217

202

206

211

216

Gemeente Weert

671

747

887

827

842

861

883

4.383

4.381

5.059

4.716

4.807

4.916

5.040

Totaal bijdragen

19.520

21.242

25.231

23.524

23.974

24.518

25.136

Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

-1.664

0

0

0

0

0

0

Gemeente Sittard-Geleen

Gemeente Venlo

Waterschap Limburg

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 33 van 78

Toelichting op de meerjarenbegroting In de meerjarenraming 2023-2027 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 2,5% op de personele lasten en 1,9% over de materiële kosten en ingekochte diensten. De ICT-index is berekend op basis van de gemiddeld in rekening gebrachte index van de leveranciers van de afgelopen 3 jaar en komt daarmee uit op 2,7%. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen van de rente op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 0,5%. Op de baten vindt geen indexering plaats. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van (afgerond) 13% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde, structurele kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten.

Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting

Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie

2012 179

1.171

Schaalvoordeel toetreders 2012

2013 204

2014 282

2015 300

66

Totaal

2016 300

2017 300

2018

10

9

28

2019

2020

2022

229 888

Schaalvoordeel toetreders 2014

597 2.665

Schaalvoordeel toetreders 2015

1.485 75

2.739

1.182

1.182

Schaalvoordeel toetreders 2021

40 1.171

474

reductie 1.565 1.284

229

Schaalvoordeel toetreders 2013

Totale kostenreductie

2021

1.092

3.543

1.557

310

309

28

0

0

40

40 0

8.523

De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt op hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd. In de volgende tabel samengevat:

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 34 van 78

In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: - bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen) - bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject - aanvulling weerstandsvermogen Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2020 op tot ongeveer € 123 miljoen. 8.2 (Financiële) effecten begroting 2023 De basis voor de begroting 2023 is de jaarschijf 2023 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20222026, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2023, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 3,989 miljoen ten opzichte van de begroting 2022 als gevolg van de volgende posten: 1.

Loonindexering

€ 336 duizend

2.

Correctie sociale lasten

€ 973 duizend

3.

Indexering goederen en diensten

€ 191 duizend

4.

Afschrijvingen

€

5.

Overige GDI-voorzieningen

6.

Uitvoeringskosten extra WOZ-bezwaren en -beroepen

€ 418 duizend

7.

Implementatiekosten AHA

€ 2,275 miljoen

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

96 duizend

- € 300 duizend

pagina 35 van 78

In de onderstaande tabel worden de ontwikkelingen voor 2023 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd:

Ontwikkelingen begroting 2023 Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen

Effect op netto kosten 2023 t.o.v. begroting 2022 Opgenomen in de begroting: + € 336.000,-

- Inflatie

+ € 191.000,-

- Correctie sociale lasten

+ € 973.000,-

- Afschrijvingen

+ € 96.000,-

- Overige GDI-voorzieningen

- € 300.000,-

- Uitvoeringskosten extra WOZ-bezwaren en -beroepen

+ € 418.000,-

- Implementatiekosten AHA*)

+ € 2.275.000,-

- Stimuleringsregeling

budgetneutraal

- Visie op Dienstverlening

geen

- Harmonisatie en kostenverdeelmethode

onbekend

- Verbetering archiefbeheer

onbekend

Mogelijke ontwikkelingen

Niet opgenomen in de begroting: vooralsnog niet

- Fiscale vereenvoudingswet - Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking / nieuwe deelnemers - Samenhangende objectenregistratie (SOR) - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel

+ € 250.000,- + 1 fte min. onbekend vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend

- Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde

vooralsnog niet

- Vergroening belastingen

vooralsnog niet

- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB

vooralsnog niet

- Wet modernisering electronisch berichtenverkeer

onbekend

onbekend - Koepelvrijstelling van de BTW *) Vooralsnog worden de totale implementatiekosten op € 2,775 miljoen (2022-2023) ingeschat, waarvan naar verwachting € 500.000,- ten laste van 2022 komt.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 36 van 78

Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2023-2027 Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2023 en MJR 2023-2027 Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhandenwerk Bijlage 4: Staat van vaste schulden Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage Bijlage 7: Staat van personeelslasten Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Bijlage 9: Risicoanalyse Bijlage 10: Bijdrage waterschap volgens BBP-opzet Bijlage 11: Berekend EMU-saldo Bijlage 12: Geprognosticeerde balans 2023 Bijlage 13: Ontwikkelingen

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 37 van 78

Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma : MIP 2023-2027

MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) BsGW

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Totaal

(bedragen x 1.000)

2023

2024

2025

2026

2027

2023-2027

Innovatie en Procesoptimalisatie

300

300

300

300

300

1.500

Totaal BsGW

300

300

300

300

300

1.500

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 38 van 78

Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2023 en MJR 2023-2027 In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2023-2027 wordt gerekend met de volgende rekenuitgangspunten: MJB 2023-2027 Rekenuitgangspunten

2023

2024

2025

2026

2027

A

indexering salariskosten

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

B

sociale lasten

32%

32%

32%

32%

32%

C

indexering goederen en diensten

1,9%

1,9%

1,9%

1,9%

1,9%

indexering IC T

2,7%

2,7%

2,7%

2,7%

2,7%

0%

0%

0%

0%

0%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

D

indexering opbrengsten

E

rente kredieten / leningen lang

F

reserves en voorzieningen

G

afschrijvingstermijn

H

jaarlijkse actualisering

automatisering

5 jaar

5 jaar

5 jaar

5 jaar

5 jaar

inventaris

10 jaar

10 jaar

10 jaar

10 jaar

10 jaar

immateriele activa

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

onvoorzien

a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2020-2022 en 20182022 bedraagt 2,5% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB zelf een gemiddelde van 2,7%. Gekozen is om de index aan te houden van 2,5%. b) Sociale lasten In de afgelopen jaren is het procentuele aandeel van de sociale lasten te laag begroot. Derhalve is vanaf 2023 een opwaartse correctie gemaakt en is deze gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen 4 jaar, waarmee deze uitkomt op 32%. c)

Indexering goederen en diensten In de begroting 2023-2027 wordt gerekend met een indexering van 1,9%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB eveneens een gemiddelde van 1,9%. Derhalve is gekozen om de index aan te houden van 1,9%. De ICT-index is berekend op basis van de gemiddeld in rekening gebrachte index van de leveranciers van de afgelopen 3 jaar en komt daarmee uit op 2,7%. Momenteel is er sprake van een sterk gestegen gasprijs. In de begroting 2023 is hiermee geen rekening gehouden vanwege de te grote onzekerheid over de ontwikkeling hierin.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 39 van 78

d) Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd. Gedurende de periode maart 2020 tot en met 31 december 2021 is de invorderingsrente verlaagd van 4% naar 0,01%. De invorderingsrente gaat met ingang van 31 december 2021 stapsgewijs terug naar het oude niveau. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt het percentage invorderingsrente per 1 januari 2022 op 1% vastgesteld, per 1 juli 2022 op 2%, per 1 januari 2023 op 3% en per 1 januari 2024 op 4%. e) Rentekredieten/leningen lang Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2023-2027 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. f)

Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd.

g) Afschrijvingstermijn Voor activa die gedurende het lopende jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het daaropvolgende jaar. h) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 40 van 78

Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk

Financiële vaste activa

Cumulatieven per 31-12-2020 Aanschafwaarde Afschrijving €0 €0

Boekwaarde 31-12-2021 €0

OHW naar SVA €0

Mutaties 2022 Investeringen €0

Afschrijving €0

Boekwaarde 31-12-2022 €0

Immateriële vaste activa

€ 3.582.252

-€ 3.128.378

€ 453.874

€ 300.000

€0

-€ 251.000

€ 502.874

Materiële vaste activa

€ 340.212

-€ 132.950

€ 207.262

€0

€ 10.000

-€ 10.000

€ 207.262

Immateriële vaste activa (OHW)

€ 300.000

€0

€ 300.000

-€ 300.000

€ 300.000

€0

€ 300.000

€0

€0

€0

€0

€0

€ 961.136

€0

€ 310.000

-€ 261.000

€ 1.010.136

Materiële vaste activa (OHW) Totaal activa en ohw

€ 4.222.465

-€ 3.261.329

Deze staat wordt nog aangepast zodra de definitieve gecontroleerde cijfers 2021 bekend zijn.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 41 van 78

Bijlage 4: Staat van vaste schulden Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 42 van 78

Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen Reserves BsGW Initieel gestort weerstandsvermogen

x € 1.000 385

Resultaat 2011

509

Resultaat 2012

-102

Resultaat 2013

-174

Resultaat 2014

-570

Resultaat 2015

-332

Resultaat 2016

-714

Resultaat 2017

-433

Aanvulling weerstandsvermogen (2017)

1.591

Aanvulling weerstandsvermogen (2018)

433

Resultaat 2018

-325

Aanvulling weerstandsvermogen (2019)

325

Resultaat 2019

13

Aanvulling weerstandsvermogen (2020)

596

Resultaat 2020

-2.092

Aanvulling weerstandsvermogen (2021)

2.092

Reserves 31-12-2021

1.203

Resultaat 2021 (begroting) Reserves 31-12-2022

0 1.203

Bestuurlijk is afgesproken dat BsGW beperkte reserves aanhoudt, in de vorm van een weerstandsreserve, zodat BsGW operationele risico’s zelf kan opvangen zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. De benodigde omvang wordt gemaximeerd op het bedrag dat voortvloeit uit de risicoanalyse. Het meerdere wordt afgedragen aan de deelnemers naar rato van het aandeel op basis van de kostenverdeelmethodiek. Bij de oprichting is het weerstandsvermogen op basis van de risicoanalyse vastgesteld op € 385.000,- (ca. 5% van het begrotingstotaal) en gerealiseerd middels een bodemstorting van de drie founding fathers van BsGW. Het positief resultaat 2011 is door het bestuur van BsGW toegevoegd aan de reserves van BsGW om slagvaardig de realisatie van de met het bestuur afgesproken groeistrategie van BsGW te kunnen nastreven. Het negatief resultaat van 2014 - 2017, voor het leeuwendeel veroorzaakt door extra proceskosten, is door het bestuur aan de reserves onttrokken. Eind 2017 en eind 2018 is besloten om de in deze jaren opgebouwde negatieve reserves aan te vullen tot het bedrag gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen van 593 duizend conform de begin 2018 uitgevoerde risico-analyse ten behoeve van de begroting 2019-2023). In 2019 is besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen (AB 27-6-2019: Vaststellen bijdragen 2020).

In 2020 is de onderschrijding op de beheerkosten GDI (€ 193 duizend) en het te veel gestorte vermogen uit hoofde van de lagere proceskostenvergoeding van 2019 (€ 356 duizend) ten gunste van het weerstandsvermogen gebracht (totaal € 548 duizend) en aangewend voor de oplossingsrichting met Waterschap Limburg inzake de (her)verdeling van de proceskostenvergoeding 2020 en GDI (AB 25 juni 2020, Weerstandsvermogen 2020).

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 43 van 78

Hierin is vastgesteld dat het Waterschap Limburg (WL) ten onrechte meebetaalde aan de kosten van de WOZ-waardering. Tevens is vastgesteld dat het Waterschap Limburg te weinig betaalde aan GDI-kosten: via de bestaande kostenverdeelmethode betaalde WL 25% van deze kosten, volgens de vaste verdeelsleutel van het ministerie van BZK zou dit 60% moeten zijn. De bestemming van het resultaat 2021 is nog niet vastgesteld door het Algemeen Bestuur en daarom nog niet opgenomen in bovenstaande tabel. Derhalve is de begroting als uitgangspunt genomen, omdat de jaarcijfers nog niet zijn vastgesteld door de accountant.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 44 van 78

Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage Sinds de verzelfstandiging van BsGW is geformaliseerd, kan BsGW deelnemen aan het geldverkeer, is een eigen bankrekening geopend en kunnen kort en/of langlopende leningen aangegaan worden.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 45 van 78

Bijlage 7: Staat van personeelslasten Begroting 2023

400000 bruto lonen 400010 overwerkvergoeding 400011 HRM cafetaria model 400200 gratificatie jubilea/afscheid 400201 gratificatie prestatie

Heffen

Waarderen

Innen

Klantenzaken

Ondersteuning & Ontwikkeling

Parkeer

Totaal BsGW

belasting

2.180.509

2.617.385

1.446.090

1.731.118

2.384.112

179.131

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

17.279

20.741

11.460

13.718

18.893

1.420

10.538.344 83.511

3.647

4.378

2.419

2.895

3.988

300

17.626

2.201.435

2.642.504

1.459.968

1.747.732

2.406.992

180.850

10.639.481

401000 sociale premies

512.498

615.180

339.883

406.875

560.352

42.102

2.476.891

401002 werkgeversaandeel ziektekosten

191.961

230.421

127.306

152.399

209.885

15.770

927.743

401100 sociale lasten

704.459

845.601

467.190

559.274

770.237

57.872

3.404.634

402000 wervingskosten

0

0

0

0

14.938

0

14.938

402100 reiskosten woon-werk

42.578

55.958

21.778

31.118

29.545

5.773

186.749

402200 opleidingskosten

47.243

75.619

30.170

43.533

68.948

6.406

271.918

402201 seminars symposia

0

0

0

0

41.161

0

41.161

402300 geschenkenregeling

17.081

15.010

7.351

10.827

20.884

2.316

73.469

402302 personeelsvereniging

0

0

0

0

20.466

0

20.466

402303 vergoeding kosten BHV

0

0

0

0

0

0

0

402304 bedrijfarts/arbodienst

0

0

0

0

43.171

0

43.171

403004 kosten ondernemingsraad

0

0

0

0

25.393

0

25.393

403099 overige personeelskosten

0

0

7.563

0

6.725

0

14.288

408100 overige personeelskosten

400100 bruto lonen

106.901

146.587

66.862

85.478

271.230

14.495

691.553

409000 uitzendkrachten

0

0

0

0

0

0

0

409001 personeel andere overheid

0

0

0

0

0

0

0

409100 personeel derden

0

0

0

0

0

0

0

409999 personeelskosten

3.012.797

3.634.693

1.994.020

2.392.485

3.448.460

253.218

14.735.667

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 46 van 78

Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Begroting Bedragen x € 1.000

Lasten bruto lonen sociale lasten overige personeelskosten personeel derden Personeelskosten Huisvestingkosten Afschrijvingkosten ICT-kosten drukwerk print/kopieerwerk porti telefonie/datacommunicatie incassokosten kosten brongegevens diensten door derden tegemoetkoming proceskosten overige operationele kosten Overige operationele kosten algemene kosten onvoorzien Algemene kosten Bankkosten Rentekosten Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Taakstellende kostenreductie 2017 Taakstellende kostenreductie 2018 Totaal lasten Baten Renteopbrengsten BsGW diensten aan derden overige opbrengsten Diensten aan derden Bijdragen van derden Opbrengst vervolgingskosten Totale baten Netto kosten

Verdeelsleutels per deelnemer

Kosten per produkt

2023

10.639.481 3.404.634 691.553 0 14.735.667 808.134 357.000 5.271.055 11.584 178.598 518.198 25.475 0 382.801 863.132 3.057.000 111.501 5.148.290 452.147 327.833 779.980 273.331 32.389 305.721 0 27.405.846

27.405.846

12.776 0 0 0 0 2.161.968 2.174.744 25.231.102

Heffen

Waarderen

Innen

Klantzaken

2.201.435 704.459 106.901 0 3.012.796 0 0 677.145 465 16.349 0 0 0 321.414 18.487 0 2.452 359.168 2.579 0 2.579 0 1.299 1.299 0 4.052.986 0 0 4.052.986 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.052.986

2.642.504 845.601 146.587 0 3.634.692 0 7.000 2.274.757 15 115 965 0 0 0 785.001 3.057.000 -2.764 3.840.332 0 0 0 0 -1.299 -1.299 0 9.755.481 0 0 9.755.481 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 9.755.481

1.459.968 467.190 66.862 0 1.994.019 0 0 366.390 174 1.188 3.547 0 0 0 0 0 54.346 59.255 0 0 0 0 25.020 25.020 0 2.444.684 0 0 2.444.684 0 0 12.676 0 0 0 0 2.155.998 2.168.674 0 276.010

1.747.732 559.274 85.478 0 2.392.484 0 0 515.961 0 141.793 489.154 1.411 0 0 0 0 -38.617 593.740 2.452 0 2.452 0 0 0 0 3.504.638 0 0 3.504.638 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3.504.638

aantal aantal WOZaanslagregel objecten s

Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Waterschap Limburg Totaal verdeelsleutels BsGW

31.000 70.717 26.851 24.650 65.100 66.115 108.165 45.426 25.204 209.000 147.101 80.300 50.500 50.000 276.000 76.686 16.184 31.350 59.200 38.500 100.500 22.550 212.000 71.500 33.100 26.735 165.000 25.300 74.181 1.800.000 4.028.915 €

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

1,01

8.250 17.887 7.628 6.500 16.350 17.500 13.247 8.507 7.741 54.700 28.106 19.750 18.000 12.500 69.600 9.572 4.221 8.200 22.100 11.000 30.000 5.700 51.900 12.900 6.300 9.846 56.000 6.250 25.079 0 565.334 €

17,26

aantal biljetten

0,21

180.850 57.872 14.495 0 253.217 3.786 9.728 14.293 66 6.679 24.532 34 0 61.387 2.045 0 435 95.179 1.821 1.528 3.349 5.741 0 5.741 0 385.293 0 0 385.293 0 0 100 0 0 0 0 5.970 6.070 0 379.224

40% Gem 60% WL

O&O

2.406.992 770.237 271.230 0 3.448.459 804.348 340.272 1.077.417 10.864 12.474 0 24.029 0 0 57.599 0 95.650 200.616 445.295 326.305 771.600 267.590 7.370 274.960 0 6.917.672 0 0 6.917.672 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 6.917.672

0 0 0 0 0 0 0 345.091 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 345.091 0 0 345.091 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 345.091

aantal aandeel in de aantal aandeel in de klantcontact productkosten aanslagregels productkosten en (GDI)

15.000 36.552 8.311 9.100 18.800 14.000 50.278 14.826 7.475 59.500 50.707 23.700 17.000 14.900 69.750 10.477 11.319 14.100 21.900 13.000 36.500 6.600 70.500 12.500 15.600 8.665 53.000 7.300 25.902 594.000 1.311.262 €

GDI Parkeerbelasting

3.442 7.617 2.833 2.800 6.073 6.698 5.217 3.595 3.012 18.515 8.481 7.918 7.634 5.054 25.316 4.190 1.633 3.400 8.983 4.493 11.575 2.270 19.554 5.330 2.050 3.465 51.500 2.634 10.106 198.500 443.887 €

7,90

0 0 0 0 0 0 0 0 0 6.100 716 0 0 0 0 900 0 0 0 0 4.000 0 4.325 0 0 0 17.000 0 4.235 0 37.276 €

1,13% 2,49% 1,02% 0,90% 2,22% 2,36% 2,17% 1,25% 1,03% 7,65% 4,00% 2,72% 2,37% 1,72% 9,42% 1,60% 0,58% 1,13% 2,87% 1,48% 4,22% 0,78% 7,36% 1,89% 0,90% 1,26% 9,59% 0,87% 3,54% 19,50% 100%

0,56% 1,24% 0,51% 0,45% 1,10% 1,17% 1,08% 0,62% 0,51% 3,80% 1,99% 1,35% 1,18% 0,85% 4,68% 0,79% 0,29% 0,56% 1,43% 0,74% 2,10% 0,39% 3,66% 0,94% 0,45% 0,62% 4,76% 0,43% 1,76% 60,00% 100%

10,17

pagina 47 van 78

Bijdrage per deelnemer Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Waterschap Limburg Totaal bijdragen

Totaal 284.320 624.235 254.863 224.496 557.162 591.728 542.720 312.376 256.997 1.917.379 1.001.135 682.057 593.041 430.971 2.361.277 399.901 145.577 282.881 720.206 372.001 1.057.826 195.732 1.843.694 473.089 225.190 315.137 2.402.844 217.038 886.531 5.058.700 25.231.102

Heffen

Waarderen

Innen

Klantzaken

31.185 71.140 27.011 24.797 65.489 66.510 108.811 45.697 25.355 210.249 147.980 80.780 50.802 50.299 277.649 77.144 16.281 31.537 59.554 38.730 101.100 22.685 213.267 71.927 33.298 26.895 165.986 25.451 74.624 1.810.754 4.052.986

142.363 308.661 131.630 112.165 282.138 301.982 228.592 146.798 133.580 943.911 485.001 340.809 310.610 215.702 1.201.027 165.176 72.838 141.500 381.361 189.818 517.684 98.360 895.594 222.604 108.714 169.904 966.344 107.851 432.767 0 9.755.481

3.157 7.694 1.749 1.915 3.957 2.947 10.583 3.121 1.573 12.524 10.673 4.989 3.578 3.136 14.682 2.205 2.383 2.968 4.610 2.736 7.683 1.389 14.840 2.631 3.284 1.824 11.156 1.537 5.452 125.032 276.010

27.176 60.136 22.368 22.105 47.948 52.880 41.190 28.384 23.781 146.182 66.960 62.515 60.270 39.906 199.879 33.081 12.890 26.844 70.925 35.472 91.390 17.922 154.386 42.082 16.185 27.357 406.610 20.796 79.790 1.567.226 3.504.638

Parkeerbelasting 0 0 0 0 0 0 0 0 0 62.058 7.284 0 0 0 0 9.156 0 0 0 0 40.694 0 44.000 0 0 0 172.948 0 43.084 0 379.224

O&O 78.493 172.334 70.360 61.977 153.817 163.360 149.830 86.238 70.950 529.335 276.386 188.297 163.722 118.979 651.883 110.401 40.190 78.096 198.829 102.699 292.036 54.036 508.993 130.607 62.169 87.001 663.358 59.918 244.746 1.348.633 6.917.672

GDI 40% gem 60% WL 1.946 4.272 1.744 1.536 3.813 4.049 3.714 2.138 1.759 13.120 6.851 4.667 4.058 2.949 16.158 2.736 996 1.936 4.928 2.546 7.239 1.339 12.616 3.237 1.541 2.156 16.442 1.485 6.066 207.055 345.091

1. Algemeen De netto exploitatiekosten van BsGW worden gedragen door de deelnemers in BsGW. Om deze kosten over de deelnemers te verdelen, maakt BsGW gebruik van een methodiek waarbij de kosten toegerekend worden aan producten van dienstverlening, aansluitend op de procesmatige organisatieopzet van BsGW. BsGW functioneert als een kostenbesparende uitvoeringsorganisatie voor haar deelnemers. Daarom is een efficiënte procesinrichting en een geoptimaliseerde applicatiearchitectuur essentieel. De gegevensverwerkende processen worden hiertoe voor alle deelnemers integraal uitgevoerd en hebben een hoge automatiseringsgraad. Kosten worden niet product specifiek gemaakt en kosteninformatie is als gevolg hiervan niet per belastingsoort beschikbaar. De kosten van activiteiten op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals de ondersteuning van het personeel) worden als apart product inzichtelijk gemaakt, omwille van een betere sturing, controle en beheersing van deze kosten. Het doorbelasten van deze kosten, via allerlei verdeelsleutels, aan de primaire producten zou alleen maar leiden tot een vertroebeling van het inzicht in de kosten van de primaire producten. De aard van deze kosten maakt namelijk dat ze niet te splitsen zijn naar de primaire processen. 2.

De methodiek van kostenverdeling De basis van de kostenverdeling wordt gevormd door een reële en transparante begrotingsopzet. Het noodzakelijke inzicht om te komen tot een pragmatische en voor de deelnemers eerlijke toerekening van kosten wordt verkregen door gebruik te maken van een kostenplaatsenstructuur die aansluit op de procesmatige organisatieopzet van BsGW. De kosten worden gebaseerd op de begroting en met behulp van kostenplaatsen toegerekend aan de hoofdprocessen van BsGW. Deze hoofdprocessen zijn uitgedrukt in vijf producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken en Organisatieondersteuning & Ontwikkeling (O&O).

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 48 van 78

Vervolgens worden de kosten met behulp van aparte verdeelsleutels omgeslagen naar een eenheidstarief per product van dienstverlening. De processen voor waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. Het hanteren van eenheidstarieven is, gezien de overlap van de processen en integrale wijze van uitvoering van de processen gerechtvaardigd. Belastingen die niet passen in de integrale uitvoeringswijze van BsGW worden aangemerkt als exoot. In de uitvoeringsregeling van BsGW worden de standaard belastingsoorten en de afwijkende belastingsoorten (de zogenaamde exoten) die hiervoor in aanmerking komen apart genoemd. Indien een exoot in de samenwerking ingebracht wordt dan dient via een (financiele) analyse bepaald te worden of de gangbare methodiek van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend moeten worden. Vanaf 2012 voert BsGW de parkeerbelasting uit voor enkele gemeenten. Omdat parkeerbelasting in eerste instantie was aangemerkt als exoot, werd dit uitgevoerd via een pilot.

De uitkomst hiervan was dat de directe activiteiten die BsGW moet uitvoeren voor de parkeerbelasting voor het overgrote deel specifiek van aard zijn en uitsluitend gericht zijn op een adequate uitvoering van deze taak voor de betreffende gemeente. De directe activiteiten kunnen niet geïntegreerd worden in de reguliere uitvoering van de processen. Vanaf 2014 is daarom het product Parkeerbelasting toegevoegd als sub-product van de dienstverlening van BsGW. De verdeelsleutels voor de kosten van de vier primaire processen, plus het sub-product Parkeerbelasting zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. Voor het toewijzen van indirecte kosten aan primaire processen bestaat vanuit cost-accounting oogpunt geen algemeen geldende oplossing. Elke verdeelsleutel is een arbitraire keuze. De kosten van het product van dienstverlening O&O worden omgeslagen naar de deelnemers op basis van het aandeel in de kosten van de vier producten van de primaire processen plus het subproduct parkeerbelasting. In het AB van 8 oktober 2020 is besloten de kosten uit hoofde van GDI apart in de begroting en doorbelasting op te nemen, omdat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) de beheerkosten verdeelt via de door haar vastgestelde verdeelsleutel 40% gemeenten/60% waterschap.

De kosten voor het gemeentelijke deel worden vervolgens omgeslagen op basis van het aandeel in O&O.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 49 van 78

In onderstaand figuur is de methodiek van kostenverdeling schematisch weergegeven.

3. De methode van kostenverdeling toegepast BsGW begroot haar uitvoeringskosten per activiteit en direct gerelateerd aan de kostenplaatsenstructuur. De kostenplaatsenstructuur is gebaseerd op de organisatieopzet en opgezet vanuit het principe dat de kosten per kostenplaats direct gerelateerd moeten kunnen worden aan het subproduct van dienstverlening. Per kostensoort zijn de kosten direct (zonder verdeelsleutels) toegewezen aan de juiste kostenplaatsen. Door het samenvoegen van de kostenplaatsen per product van dienstverlening ontstaat inzicht in de kosten per product van dienstverlening. Hierna worden de kosten omgeslagen naar een tarief per (sub-)product van dienstverlening op basis van aparte verdeelsleutels. De verdeelsleutels die hierbij gehanteerd worden, zijn gebaseerd op de verwachte productieaantallen: - Voor het product Heffen, het aantal (bruto) aanslagregels. - Voor het product Waarderen, het aantal WOZ-objecten. - Voor het product Innen, het aantal aanslagbiljetten. - Voor het product Klantzaken, het aantal klantcontacten. - Voor het sub-product Parkeerbelasting, het aantal aanslagregels. De kosten van het product O&O worden omgeslagen naar rato van het aandeel van de deelnemer in de kosten van de vier primaire producten plus het sub-product Parkeerbelasting. De kosten van het product GDI worden v.w.b.

het gemeentelijke deel omgeslagen op basis van het aandeel in O&O.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 50 van 78

Bijlage 9: Risicoanalyse Om de financiële gevolgen van de genoemde risico’s op te kunnen vangen is het van belang dat de BsGW een weerstandsvermogen aanhoudt dat overeenkomt met de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het beleidsmatige kader, zie ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ versie februari 2022. Op basis van de risicoanalyse is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. Het totale benodigde weerstandsvermogen voor de genoemde risico’s is € 1,42 miljoen (was: 1,33 miljoen). De uitsplitsing en opbouw van dit bedrag staat in de tabel ‘Berekening weerstandsvermogen BsGW’. Voor elk van de risico’s is het bruto risicobedrag geïdentificeerd. Dit is het maximale bedrag dat nodig is indien het risico zich daadwerkelijk voordoet, in een situatie waar geen beheersmaatregelen worden genomen. Daarna is voor elk van de risico’s het netto risicobedrag gekwantificeerd. Dit is het risico dat kan optreden indien de geformuleerde beheersmaatregelen effectief zijn uitgevoerd. Vanuit het netto risico is het restrisico berekend. Het restrisico is het netto risicobedrag vermenigvuldigd met de kans die er bestaat dat het geïdentificeerde risico optreedt, ná het nemen van de geformuleerde beheersmaatregelen. Hierbij is de maximale kans genomen zoals die in de risico analyse staat aangegeven.

Dit leidt tot een conservatief weerstandsvermogen, dat wil zeggen: met het berekende weerstandsvermogen worden de risico’s afgedekt. Weerstandsvermogen begroting 2023 Bij de (meerjaren)-begroting 2022-2026 is het weerstandsvermogen berekend op € 1,33 miljoen, circa 6,3% van de netto-kosten BsGW 2022. Begin 2022 is de risico-analyse opnieuw uitgevoerd, waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2022 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandcapaciteit, exclusief risico frictiekosten, komt uit op € 1,42 miljoen, circa 6,5 % van de netto-kosten 2023. Een toename van € 91 duizend. Deze toename heeft te maken met een aantal veranderingen in de (kans op) risico’s, naast nieuw benoemde risico’s, zie onderstaande tabel en de erop volgende toelichting.

Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027

pagina 51 van 78

Marktontwikkelingen

Nr. Risico 1. Covid-19

Mogelijk effect

Mogelijke oorzaak

Beheersmaatregelen

Meer faillissementen (innen) met als gevolg oninbaarheid van vorderingen. Meer werk. Het niet kunnen opleggen van bepaalde belastingen (met als gevolg minder opbrengst vervolgingskosten). Uitval personeel door Covid. Beperkingen in processen door Covid.

Naijl-effecten door Covid-19

Kosten inzichtelijk maken en in rekening brengen voor de deelnemers. Contacten leggen met onze deelnemers/afdeling EZ die de economische prognoses met ons moet kunnen volgen.

Wet- / regelgeving

2. Geen voldoende of goed van BsGW mag geen aanslagen opleggen. de Waarderingskamer

3. Aanbestedingsrisico Hogere kosten voor de deelnemers. - ICT-landschap: Door kennisgebrek ligt de foutenkans kennis van het nieuwe hoger danwel wordt er minder efficiënt applicatielandschap gewerkt. ontbreekt; financieel risico: eventuele dubbele lasten (schaduwdraaien). - accountant: niet tijdig nieuwe 4. Rechtmatigheidsverantwoord T.a.v. de jaarrekening: ing wordt niet voldoende een verklaring met beperking/ nageleefd een afkeurende verklaring/ een verklaring van oordeelonthouding Meer werk

Bezwaren en beroepen

Proces

5. Koepelvrijstelling van de BTW

Kostprijsverhogend voor deelnemers

Onvoldoende kwaliteit van Opleiden van medewerkers. medewerkers. Voldoende en adequate uitvoer van interne Onvolkomenheden in controles. belastingpakket. Geringe ICT Tijdig nieuwe medewerkers aantrekken danwel ondersteuning. zorgen voor een voldoende flexibele schil inhuur. Te weinig capaciteit, waardoor Bij aanbesteding letten op mogelijkheden pakket. taken niet tijdig gereed komen. Bezuinigingen. Onvoldoende kennis bij Risicomanagement is in het AHA-project opgenomen. medewekers. Zorgen voor goede strategische visie en mensen die Ontbreken van een goede daarop kunnen acteren. overerall strategie. Mogelijke extra kosten mee nemen in aanbestedingskosten of trachten uit te sluiten.

Rechtmatigheidsverantwoordi Opstellen van een adequaat beleid, procedures en ng is niet goed goed uitgevoerde verbijzonderde interne geimplementeerd in de controles/lijncontroles. organisatie. Voldoende capaciteit voor uitvoer van inyterne Te weinig capaciteit om het controles. proces te bewaken. Goede tussentijdse afstemming tussen accountant Niet voldoende kennis van wet-en BsGW: tussentijds zaken voorleggen ogv beleid /regelgeving. en processen. Wijziging in wet-/regelgeving. Groot risico, dus onderzoek naar laten doen. Wellicht dat het Btw-compensatiefonds (BCF) hier weer een sleutel geeft ter bestrijding van kostenverhogende factor.

6. Kwijtschelding valt onder Extra proceskostenvergoeding bezwaar- en beroepenregime (Fiscale vereenvoudigingswet 2017): ombudsman en administratief en beroep (daarna geen adm beroep maar bezwaar, beroep, hoger beroep en cassatie 11-2023?) 7. Onvoldoende Gerichter sturen op het proces bezwaar gestructureerde en beroep wordt bemoeilijkt zo niet informatiestromen onmogelijk. Hogere proceskostenvergoedingen. Inefficiënte werkwijzen (excel) en foutgevoelig.

Wijziging in wet-/regelgeving

Uitvoering van het dynamische plan van aanpak. Dit zit (m.u.v. de Haagse lobby) niet in het huidige plan van aanpak; BsGW zal beleidsvorming vanuit het westen op de voet moeten volgen. Afdelingshoofd Innen zit in landelijke netwerkgroep Lvlb mbt innen.

Het Management Informatie Systeem (MIS) sluit niet aan op de informatiebehoefte van de gebruikers.

Herinrichten/verbeteren MIS. Extra capaciteit (uren intern danwel extern) vrijmaken voor inrichting/verbetering MIS

8. Meer bezwaren en beroepen Overschrijding begroting als gevolg van hogere proceskostenvergoedingen en hogere uitvoeringskosten.

Door gewijizgde wet/regelgeving is er voor de ncnp-bedrijven een verdienmodel ontstaan.

Uitvoering van het dynamische plan van aanpak: dit plan bevat interne acties en 'Den Haag'-gerichte acties; deze stroomlijnen en aan de lijn blijven met con-collega's, zodat de aanpak sluitend blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11460331/1