1 B1 Toelichting Bijlage 1 Masterplan Wells Meer
Tekst van het document
Figuur 4.2: Schema ruimtelijke hoofdstructuur
in het ontwerp ingepast en worden bestaande paden deels gehandhaafd. Het landgoed krijgt een beperkte ruimtelijke geleding met nieuwe beplantingsstructuren (lanen en houtwallen). Die leiden tot meer diepte in het beeld, kaderen het zicht op de zonnevelden en windturbines in en hebben tevens ecologische betekenis. De kavels daarbinnen zijn voldoende groot om de kenmerkende openheid van het gebied te behouden. Met het plaatsen van de beplantingsstructuren, wordt rekening gehouden met de beleving van het gebied vanaf de verschillende (doorgaande) routes en vanuit de bestaande woningen en bedrijven. In de noordflank is meer ruimte voor nieuwe houtwallen en bosontwikkeling. Deze landschappelijk hoger gelegen rug wordt hiermee ruimtelijk zichtbaar gemaakt en er ontstaat een groene omkadering van het landgoed. Figuur 4.3: Impressie Energieboulevard
33
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
34
De Veenweg loopt onnadrukkelijk door het landgoed en doorsnijdt
den aan te leggen met een hoge dichtheid aan panelen. Daarnaast
de zonnevelden. Vanaf de weg zijn de velden zo optimaal te bele-
is ruimte voor meer extensieve opstellingen, waar meervoudig
ven.
ruimtegebruik mogelijk is, denk aan natuurontwikkeling, recreatie en landbouw. Ook wordt ruimte gereserveerd voor testvelden (zie
4.3 AMBITIE PER THEMA
4.3.8.‘Innovatie’). WINDENERGIE
Gemeente Bergen gebruikt de doelstelling voor het verduurzamen
Er is gekozen voor de plaatsing van minimaal vier windturbines.
van de energievoorziening om gelijktijdig een economische en
Plaatsing van windturbines heeft een positief effect op de balans
landschappelijke versterking te realiseren. Het Energielandgoed is
in de energiewinning en betekent dat er minder areaal zonne-
zo meer dan alleen een productielocatie voor duurzame energie. In
velden in een minder hoge dichtheid en intensiteit nodig is om
deze paragraaf wordt ingegaan op de ambitie per thema.
de doelstelling te halen. Dit levert ruimte op voor een goede inpassing van de duurzame energieopwekking en het invullen van
4.3.1 D U U R Z A M E E N E R G I E - O P W E K K I N G
andere gebiedsdoelen. De landschappelijke effecten van de wind-
ZONNE-ENERGIE
turbines worden, gezien de positie van de turbines in Duitsland die
Zonne-energie vormt de belangrijkste vorm van duurzame ener-
het beeld al sterk bepalen, als aanvaardbaar beschouwd. Boven-
gieopwekking binnen het Energielandgoed. Binnen het land-
dien sluit plaatsing van windturbines, naast zonne-energie, aan bij
schappelijk raamwerk wordt een aantal ontwikkelvelden voor
de ambitie om een Energielandgoed te realiseren met een mix aan
zonne-energie gerealiseerd. Op de velden is ruimte voor verschil-
energiebronnen. Er wordt uitgegaan van een rij-opstelling van vier
lende opstellingsvormen van de panelen. Om voldoende balans in
windturbines langs de hoofdas van het landgoed. Alternatief is een
de energieopwekking gedurende de dag te realiseren en daarmee
clusteropstelling van vier turbines. De turbines worden in beide
de piekbelasting op het netwerk te verminderen, worden zowel
gevallen zorgvuldig gepositioneerd, rekening houdend met het
oost-west- als zuid-georiënteerde opstellingen toegepast. Om de
zicht daarop vanuit de omgeving.
doelstelling te kunnen halen is het nodig om intensieve zonnevel-
Figuur 4.4: Impressie Veenweg
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
4
35
3 2
1
Figuur 4.8: Opties plaatsing windturbines: rij-opstelling of cluster van 4 turbines
c a . 4, 9 TJ/H A
Figuur 4.5: Schema energiemix. De nummers verwijzen naar de profielen hiernaast.
Figuur 4.9: Principe profiel oost-westopstelling, intensief (1)
c a . 4, 3 TJ/H A
Figuur 4.10: Principe profiel zuidopstelling, regulier (2)
Figuur 4.6: Referentiebeeld zuidopstelling c a . 3, 0 TJ/H A
Figuur 4.11: Principe profiel testveld, voorbeeld met verticale panelen (3)
c a . 1, 0 TJ/H A
Figuur 4.7: Referentiebeeld oost-westopstelling
Figuur 4.12: Principe profiel extensieve opstelling zonnepanelen (4)
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
36
BIOMASSA De reststromen uit het landschappelijk raamwerk en de natuurgebieden worden optimaal benut. Er wordt aan de Energieboulevard ruimte gereserveerd voor een eventuele biomassacentrale. Zo kunnen binnen het Energielandgoed verschillende vormen van energie getoond worden en ontstaan kansen om kringlopen te sluiten en om naast elektriciteit ook warmte en biogas te produceren. G E OT H E R M I E Voor het gebied Wells Meer zien we geen mogelijkheden voor geothermie, wel voor Tuindorp. Deze optie wordt verder onderzocht in het programma VerduurSAMEN2030.
4.3.2 E D U C AT I E E N R E C R E AT I E De ambitie is om het landgoed te ontwikkelen als interessante en aantrekkelijke plek voor zowel de omwonenden als bezoekers.
Figuur 4.13: Schema recreatie en educatie
Midden in het landgoed, aan de hoofdas, komt een bezoekerscentrum. Dit is het startpunt voor een bezoek aan het Energielandgoed. Er is informatie te vinden over verduurzaming in het algemeen en specifiek over Energielandgoed Wells Meer. Ook wordt meer informatie over de geschiedenis van het gebied gegeven en bijvoorbeeld over de aanwezige natuur. Het bezoekerscentrum wordt ook gebruikt voor educatiedoeleinden. Het landgoed wordt recreatief toegankelijk. De routes vormen enerzijds een aanvulling op het doorgaande routenetwerk (wandel-, fiets-, mountainbike- en ruiterroutes) en anderzijds interessante ommetjes, die de verschillende aspecten van het Energielandgoed tonen. Deze ommetjes vertrekken vanuit het bezoekerscentrum en de entreepoorten van het landgoed. Om te voorkomen dat hekwerken om de zonnevelden het beeld domineren, wordt gekozen voor natuurlijke middelen zoals houtFiguur 4.14: Impressie ZonnePark
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
wallen, hagen, greppels en indien nodig goed ingepaste hekwerken. ’s Nachts kunnen routes eventueel worden afgesloten.
4.3.3 W AT E R S Y S T E E M Met de ontwikkeling van het Energielandgoed ontstaat ruimte om het watersysteem robuuster te maken. Het doel is om piekafvoeren in de winter en droogtes in de zomer te verminderen door water langer vast te houden in het gebied. Wateroverlast in Tuindorp en Wells Meer, alsook benedenstrooms richting de Maas, wordt hiermee verminderd. Er zal in samenwerking met Waterschap Limburg een ontwerp gemaakt worden, waarbij de Molenbeek als geheel van bron tot monding in beschouwing wordt genomen. Het uitgangspunt is om een natte natuurzone te ontwikkelen langs de rand van het Nationaal Park met ruimte voor meer waterberging, zie ook ‘natuur’. Figuur 4.15: Schema watersysteem
De afwatering van het gebied wordt in overleg met Waterschap Limburg op de nieuwe verkaveling aangepast.
Figuur 4.16: Impressie van de groene structuren tussen de zonnevelden in met daarin opgenomen de nieuwe afwatering van het gebied
37
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
38
4.3.4 N AT U U R Het Energielandgoed ligt direct naast Natura 2000-gebied De Maasduinen. Het is van belang dat de ontwikkeling van het Energielandgoed geen negatief effect heeft op De Maasduinen. Het uitgangspunt is dat het landgoed hier juist een positieve bijdrage aan levert. Met de ontwikkeling van het Energielandgoed wordt in het gebied tussen de Molenbeek en De Maasduinen ingezet op natte natuurontwikkeling. Zo ontstaat een gradiënt van droge naar natte natuur, wat een waardevolle aanvulling kan zijn op de habitats van het Natura 2000-gebied. Er wordt een moerassige zone aangelegd, waar de beek haar eigen weg doorheen vindt. De modelvliegbaan en het evenemententerrein blijven behouden en worden binnen het natuurgebied ingepast. Ook de crossbaan in het ten noorden
Figuur 4.17: Schema natuur
gelegen bosperceel blijft bestaan. Daarnaast wordt ingezet op het realiseren van een nieuwe ecolo-
Bergse heide
gische verbinding in noord-zuidrichting door het landgoed: het ZonnePark. Nationaal Park De Maasduinen is bij het Wells Meer relatief smal (flessenhals). Deze natuurzone vormt een nieuwe
Bergerheide
verbinding en we maken de flessenhals minder smal. De ambitie is om het bodemleven en de biodiversiteit in het gebied
Wells Meer
te verbeteren door zonnepanelen te combineren met extensieve natuurontwikkeling, denk daarbij aan hooiland of bloemrijk grasland. De aanpassingen in het watersysteem bieden kansen voor biotopen zoals natte graslanden en heide. De Hamert
De nieuwe lanen en houtwallen die als onderdeel van het landschappelijk raamwerk worden aangelegd hebben ook natuurwaarde. Figuur 4.18: Ligging beoogde nieuwe natuur Wells Meer in de reeks natuurgebieden langs de oostflank van De Maasduinen
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
39
4.3.5 L A N D B O U W Het gebied wordt getransformeerd tot een Energielandgoed. Het huidige landbouwkundige gebruik zal in dezelfde vorm niet meer mogelijk zijn. Wel is de ambitie om de zonnevelden zoveel mogelijk meervoudig te gebruiken. Naast natuur en recreatie is landbouw een mogelijke functie. Een eerste verkenning heeft met o.a.
ZonnePark
Wageningen University & Research en de LLTB plaatsgevonden. Er is al een aantal voorbeelden in Nederland en andere landen waarbij de combinatie tussen zonnepanelen en verschillende teelten suc-
Testvelden
cesvol is toegepast. Aan de Energieboulevard is een aantal velden gereserveerd om dit verder te onderzoeken. Hiervoor zoeken we de samenwerking met onderzoeksinstanties en marktpartijen. De ambitie is om zonne-energie in combinatie met landbouw vervolgens ook op grotere delen van het landgoed toe te passen. Figuur 4.19: Schema landbouw
In het ZonnePark worden de mogelijkheden onderzocht voor toepassing van natuurinclusieve landbouw, in goede balans met de beoogde natuurontwikkeling, recreatie en duurzame energieopwekking. Denk aan de productie van nicheproducten, extensieve beweiding, toepassing van vruchten en nootdragende bomen, etc. Een biomassacentrale kan een alternatieve toepassing zijn voor de mest die niet langer in dit gebied kan worden uitgereden. Hier is aan de Energieboulevard ruimte voor gereserveerd.
4.3.6 I N F R A S T R U C T U U R Er wordt geen substantiële toename van het verkeer beoogd en verwacht door de komst van het Energielandgoed met de daarbij behorende functies. Wel wordt de Wezerweg nu al als een drukke weg ervaren door de aanwonenden. Gemeente Bergen is zich bewust van deze zorgen en gaat hierover nog in gesprek met de omwonenden en een verkeersdeskundige hierover raadplegen. Figuur 4.20: Referentiebeelden zonneveld i.c.m. agrarisch gebruik
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
40
Het Energielandgoed wordt beperkt toegankelijk voor autoverkeer. Alleen de Energieboulevard is bereikbaar voor auto’s richting het bezoekers- en innovatiecentrum (bestemmingsverkeer) en voor het benodigde onderhoud en beheer van het Energielandgoed. De Energieboulevard wordt vormgegeven als fietsstraat waar de auto te gast is. De aansluiting is voorzien vanaf de Veenweg en wordt verkeerskundig en zorgvuldig uitgewerkt. Het nieuwe vrijliggende fietspad langs de Veenweg vergroot hier de verkeersveiligheid. De Energieboulevard zal voor doorgaand fietsverkeer een nieuwe schakel worden in het routenetwerk. Voor het bezoekers- en innovatiecentrum is het belangrijk dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Op basis van de verwachte bezoekersaantallen kan het aantal parkeerplaatsen worden bepaald. Voor het type functie zijn geen kengetallen bekend. In een latere fase kunnen we hier een gerichtere inschatting van maken.
4.3.7 I N N O VAT I E
Figuur 4.21: Schema infrastructuur en parkeren
Er wordt gekozen voor een ruimtelijk- en ontwikkelmodel, waarbij op korte termijn met bewezen technieken duurzame energie kan worden opgewekt, maar waarbinnen ook ruimte is voor innovaties. Dit kan in de tijd verder doorgroeien. Het werken met verschillende ontwikkelvelden is hiervoor de basis. Aan de Energieboulevard is naast het bezoekerscentrum ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid die gerelateerd is aan duurzame energie. Een innovatiecentrum met bijvoorbeeld expositie- en kantoorruimte. Dit innovatiecentrum kan een toonaangevende ontwerp- en onderzoekslocatie worden voor duurzame energieopwekking. Aan de Energieboulevard ligt een aantal velden waarbinnen ruimte
Figuur 4.22: Impressie Veenweg met vrijliggend fietspad
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
is voor innovatieve opstellingsvormen van zonne-energie. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe combinaties van zonnepanelen met landbouw, panelen waarin de opslag van energie op een slimme manier wordt geïntegreerd of onderzoek naar de effecten van verschillende opstellingsvormen op het bodemleven. Indien de onderzochte opstellingsvormen succesvol zijn, kunnen ze op meer plekken in het Energielandgoed worden toegepast. De ambitie is om met het Energielandgoed, naast de productie van elektriciteit uit wind en zon, ook een bijdrage te leveren aan de gemeentelijke ambitie om energieonafhankelijk te worden. Het werken met oost-westopstellingen vormt hiervoor de basis, omdat daarmee de piekopbrengst wordt afgevlakt en het energieaanbod beter aansluit op de energievraag. Om optimaal in te kunnen spelen op de vraag is een vorm van energieopslag noodzakelijk. Door ener-
Figuur 4.23: Schema innovatie
gieopslag kan het Energielandgoed bovendien een bijdrage leveren aan de stabilisatie van het landelijke elektriciteitsnet. Interessant is het gebruik van waterstof voor de opslag van energie omdat waterstof ook gebruikt kan worden voor andere toepassingen zoals mobiliteit en warmte. Systemen kunnen zo worden gekoppeld, kringlopen worden gesloten en er ontstaan andere verdienmodellen. Aan de Energieboulevard is hiervoor ruimte gereserveerd. Onderzoeksbureau Blueconomy voert samen met Gemeente Bergen, de Provincie Limburg en Enexis een voorverkenning uit naar de ontwikkelmogelijkheden van het Energielandgoed op deze thema’s.
4.3.8 C U LT U U R H I S T O R I E Met de ontwikkeling van het Energielandgoed wordt een nieuw hoofdstuk aan de geschiedenis van het Wells Meer toegevoegd. Het gebied wordt als het ware opnieuw ‘ontgonnen’. De nieuwe tijd toont zich, maar altijd in aansluiting op historische en huidige kwaliteiten. Figuur 4.24: Schematische verbeelding van het gebruik van waterstof voor de opslag van energie
41
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
42
De cultuurhistorisch waardevolle objecten zoals de Elizenhof, de eendenkooi, de slagbomen bij de entrees van het landgoed, de voormalige arbeiderswoningen, de Kevelaarsedijk en oude houtwallen en bospercelen worden behouden en in het landgoed geïn-
Wehrmachtsstation
tegreerd. Op de locatie waar vroeger de villa en opstallen van het oude landgoed Wellsch stonden, wordt nu het nieuwe bezoekers-
Elizenhof
Wezerweg
en innovatiecentrum gerealiseerd: een nieuw hart van het nieuwe Energielandgoed.
Eendenkooi De Meerschenhof
Daarnaast wordt in het Energielandgoed het verhaal van het gebied verteld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van rondleidingen
Molenbeek
aan bezoekers en in de naamgeving van nieuwe wegen en paden.
Slagboom Kevelaarsedijk
Het bezoekerscentrum leent zich bij uitstek voor een tentoonstelling over de geschiedenis van het gebied. Dit kan bijvoorbeeld in samenwerking met het Wells Archief worden georganiseerd en vormgegeven.
Figuur 4.25: Schema cultuurhistorie
Schaapskooi
Elizenhof
Kevelaarsedijk met laanbeplanting
Voormalige eendenkooi
Historische slagbomen
Huidige bebording
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
4.4 PROGRAMMA Bovenstaande ambities vertalen zich in onderstaand programma voor het Energielandgoed.
Zonne-energie
Oost-west opstelling intensief Zuid opstelling regulier Zonne-energie met agrarisch medegebruik Zonne-energie als bijvangst in natuurgebied Testvelden Totaal zonne-energie
Windenergie
Ashoogte 125m, rotor diameter 125m, 4.5 MW
OPPERVLAKTE/AANTAL 82 ha 77 ha 8 ha 92 ha 6 ha 265 ha
4 stuks
Biomassa
Benutten reststromen uit nieuw bos en natuurzone Molenbeek en landschappelijk raamwerk
ntb
Landschappelijk raamwerk Nieuw bos Nieuwe natte natuur langs Molenbeek Groene zones tussen en langs de ontwikkelvelden zonne-energie, infrastructuur en recreatief routenetwerk Totaal landschappelijk raamwerk
15 ha 43 ha 117 ha 175 ha
Duurzame energiegerelateerde bedrijvigheid Innovatiecentrum
4 ha
Totaal oppervlakte binnen exploitatiebebied
444 ha
Totaal opgewekte energie
1053 TJ
43
5. UITWERKING LANDSCHAPPELIJK RAAMWERK Het landschappelijk raamwerk vormt het ruimtelijk kader voor de ontwikkelvelden zonne-energie en de windturbines. Het raamwerk biedt een helder stramien voor het landgoed en de benodigde ruimte om aanvullende doelstellingen te realiseren. In dit hoofdstuk wordt het ontwerp van het landschappelijk raamwerk nader toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de ontwerpprincipes voor de ontwikkelvelden voor zonne-energie en de windturbines.
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
Figuur 5.1: Masterplankaart Energielandgoed Wells Meer
45
46
Figuur 5.2: Inzoom masterplankaart
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
Figuur 5.3: Inzoom masterplankaart
47
48
Figuur 5.4: Inzoom masterplankaart
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
Figuur 5.5: Inzoom masterplankaart
49
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
50
5.1 DE ENERGIEBOULEVARD De Energieboulevard is de hoofdas van het Energielandgoed. Hij geeft structuur aan het gebied en organiseert het gebruik, doordat alle centrale functies er langs liggen. Ook vormt het de auto-ontsluiting van het gebied. De Energieboulevard is het visitekaartje van het Energielandgoed en is zorgvuldig en hoogwaardig vormgegeven. De beleving van deze hoofdroute speelt een belangrijke rol bij het ontwerp. Vanaf Nationaal Park De Maasduinen rijdt u door het bos, iets naar beneden en ziet dan het landgoed liggen met een bijzonder doorzicht over het ZonnePark richting de eendenkooi. Eerst volgt de weg het tracé van het huidige zandpad, waarmee het verschil tussen de huidige en nieuwe kavelrichting wordt benadrukt. Er is zicht op de windturbines en zonne-
B
velden. Dan draait u langs de bosrand naar het zuiden met zicht op Na-
Bezo eker s c ent r u m
Gro nd w a l, h o u t w a l en w a nd elpa d
tionaal Park De Maasduinen en de Molenbeek en tot slot naar het oosten en ziet u de lange lijn van de Energieboulevard. Als u langs de boulevard rijdt, ervaart u de grote schaal en maat van het landgoed en ziet u de
A
E nergiebo u leva rd
I nnova t iec ent r u m
verschillende vormen van duurzame energieopwekking. ONTWERPPRINCIPES: ■■ De Energieboulevard loopt in oost-westrichting midden door het landgoed. ■■ De Energieboulevard bestaat uit een strip centrale functies (bezoekerscentrum, innovatiecentrum, ruimte voor parkeren, testvelden, biovergisting en energiegerelateerde voorzieningen zoals opslag) tussen twee landschappelijke structuren. Zo ontstaat een robuuste, dubbele structuur. ■■ De route aan de zuidzijde is de auto-ontsluiting van het landgoed. Het is geen doorgaande verkeersroute, maar alleen toegankelijk voor bestemmingsverkeer. De auto is te gast, de weg wordt daarom vormgegeven als een fietsstraat. Figuur 5.6: Ligging van de Energieboulevard in het Energielandgoed
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
51
Figuur 5.9: Referentiebeeld zonnekunst, zonneboom bij Oss [Bron AD.nl]
Figuur 5.7: Principe profiel A) Hoofdontsluiting van het Energielandgoed. Fietsstraat met laanbeplanting aan weerszijden en ‘zonnebomen’. Links de testvelden, rechts de reguliere zonnevelden.
Figuur 5.8: Principe profiel B) Grondwal met houtwal en wandelpad als noordelijke grens van de testvelden. Rechts de testvelden, links het ZonnePark.
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
52
■■ Er wordt een zorgvuldig ontwerp gemaakt voor de inrichting van de weg en bijbehorende materialisatie. Uitgangspunt is een hoogwaardige, innovatieve uitstraling. De weg wordt aangezet met dubbele laanbeplanting, bijvoorbeeld eiken. ■■ De route aan de noordzijde bestaat uit een wandelpad op een grondwal, deels ingepast met een houtwal.
5 . 2 H E T Z O N N E PA R K Het ZonnePark is een robuuste groen-blauwe structuur in het Energielandgoed waar ruimte is voor natuur, educatie, recreatie en extensieve plaatsing van zonnepanelen. Het ZonnePark is belangrijk om tussen de ontwikkelvelden voor zonne-energie voldoende ‘lucht en ruimte’ te behouden. Het ZonnePark wordt tevens benut om de eendenkooi als bijzondere cultuurhistorische en landschap-
Eend enk o o i
pelijke structuur in te passen en om de directe omgeving van de woningen aan de Wezerweg te ontzien van intensieve duurzame energieopwekking. Het ZonnePark vormt een nieuwe ecologische verbinding door het Energielandgoed. De ambitie is om hier natte moeras/heide te ontwikkelen wat een interessante aanvulling is op de habitats van
Wan d e lp a d
Nationaal Park De Maasduinen. Het kan een nieuw leefgebied worden voor bijzondere soorten van het Nationaal Park, zoals de gladde slang, zandhagedis, klokjesgentiaan en insecten en vlinders. Het ZonnePark voegt zich in een reeks nattere natuurgebieden
MT B ro u t e en w a nd elpa d
langs de oostflank van het Nationaal Park, zoals de Hamert met het Heerenven. Er wordt met deze ontwikkeling gerefereerd aan de historische situatie toen het Wells Meer nog een moerasgebied was. Het Zonnepark gaat richting het noorden over in een drogere zone, in aansluiting op de hoger gelegen rug. Hier is meer ruimte voor opgaande beplanting. Figuur 5.10: Ligging van het ZonnePark in het Energielandgoed
gielandgoed en rondom de eendenkooi. Het voegt zich in de stramienmaat van het landschappelijk raamwerk en is minimaal 1 stramien breed, circa 250 meter. ■■ Met de aanleg van het ZonnePark worden de juiste condities geschapen voor de beoogde natuurontwikkeling. Er wordt
Figuur 5.11: Ontwerpprincipes ZonnePark
gedacht aan natte moeras/heide of kruidenrijk grasland. De mogelijkheden hiervoor moeten nader afgestemd worden met een ecoloog en hydroloog. Denk bij de benodigde maatregelen aan het verschralen van de grond door de toplaag af te schrapen, vernatten door minder diep te ontwateren, wat accidenteren om gradiënten te realiseren tussen nat en droog en inzaaien met inheemse mengsels. Het ZonnePark ontwikkelt zich vervolgens natuurlijk en wordt extensief beheerd, bij voorkeur door begrazing met schapen vanuit de naastgelegen schaapskooi. Binnen het ZonnePark is mogelijk ook ruimte voor natuurinclusieve landbouw, dit dient nader onderzocht te worden. ■■ In het ZonnePark is ruimte voor een extensieve opstelling van zonnepanelen. De rijen staan op het zuiden georiënteerd in een wisselend patroon van korte en langere rijen, dichter of verder
Figuur 5.12: Impressie ZonnePark
van elkaar af. ■■ Het ZonnePark is recreatief toegankelijk middels de wandel- en fietsroute. Deze route wordt hoogwaardig ingericht en vormt een duidelijk door en voor de mens ontworpen, cultuurlijk element in contrast met het natuurlijke ZonnePark. Denk bijvoorbeeld aan een pad van hout waarin zitelementen en hellingen voor mountainbikers zijn opgenomen. Figuur 5.13: Referentiebeelden ZonnePark
53
Ge l aagd on tw erp
■■ Het ZonnePark loopt in noord-zuidrichting door het Ener-
Recre ati eve rou te
ONTWERPPRINCIPES:
Ecol ogi sch n etw erk
natuur als duurzame energieopwekking te beleven.
Op n emen h ui d i ge s tructu ren & elemen t en
fietsroute. In het ZonnePark is het mogelijk om van dichtbij zowel
Grad i ën t van n at n a a r d roog
Het ZonnePark is recreatief toegankelijk middels een wandel- en
Patroon van zon n evel d en & beplan t in g en
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
54
■■ In het Zonnepark is een aantal recreatieve rustpunten opgenomen. De entrees worden duidelijk gemarkeerd en vormgegeven. Op een aantal plekken worden informatieborden geplaatst. Het meubilair wordt in samenhang met elkaar ontworpen.
■■ Het is mogelijk om de hoogte in te gaan, bijvoorbeeld in de vorm van een uitkijktoren. ■■ Het gebouw is uitgelijnd met de oude kavelrichting. Door af te wijken van de noord-zuidrichting van het stramien van het Energielandgoed, krijgt het gebouw een meer expressieve plek
5.3 HET BEZOEKERS- EN I N N OVAT I E C E NT R U M
en wordt duidelijker de relatie gelegd met het historische landgoed. ■■ Het gebouw is energieneutraal en wekt zelf ook energie op, bijvoorbeeld door plaatsing van zonnepanelen op het dak. Mogelijk
Op het schakelpunt tussen de Energieboulevard en het ZonnePark,
kunnen materialen van de huidige opstallen op deze locatie
in het hart van het Energielandgoed, ligt het bezoekerscentrum.
worden hergebruikt.
Dit is de locatie van de voormalige villa en opstallen van het historische landgoed Wells Meer. Het bezoekerscentrum geeft informa-
O N T W E R P P R I N C I P E S I N N O VAT I E C E N T R U M :
tie over duurzame energie in het algemeen en het Energielandgoed
■■ In het masterplan is een bouwvlak aangegeven waarvan circa
in het bijzonder. Er zou bijvoorbeeld een tentoonstelling ingericht kunnen worden over de geschiedenis van het gebied, mogelijk in
80% bebouwd mag worden. ■■ Er kan gekozen worden voor één gezamenlijk, groter gebouw
samenwerking met het Wells Archief. Er is ruimte voor een hore-
waarin alle functies worden gecombineerd of een aantal kleinere
ca-voorziening en er kunnen lezingen, tentoonstellingen en ex-
gebouwen. Uitgangspunt is in alle gevallen een innovatieve,
cursies worden georganiseerd. Vanuit het bezoekerscentrum is een
hoogwaardige uitstraling.
aantal wandelommetjes te maken, die de verschillende facetten van het landgoed tonen. Het Energielandgoed is naar verwachting
■■ De hoogte van de bebouwing is tweelaags, een aantal hogere accenten is mogelijk.
bij oplevering het grootste zonnepark van Nederland en daarom
■■ De gebouwen hebben geen duidelijke achterkant en tonen zich
zeker een bezoek waard. Naast het bezoekerscentrum is ruimte
in ieder geval met een representatieve voorgevel en entree aan
gereserveerd voor kleinschalige bedrijvigheid in de vorm van een
de Energieboulevard (fietsstraat) en aan het ZonnePark.
innovatiecentrum met bijvoorbeeld kantoor- en expositieruimte.
■■ Er is ruimte voor kleinschalig parkeren, zorgvuldig ingepast. ■■ Het centrum is energieneutraal en wekt zelf ook energie op,
ONTWERPPRINCIPES BEZOEKERSCENTRUM:
bijvoorbeeld door plaatsing van zonnepanelen op het dak.
■■ Het bezoekerscentrum is een bijzonder, paviljoenachtig gebouw
Mogelijk kunnen materialen van de huidige opstallen op deze
met een bij het landgoed passende uitstraling. ■■ Het gebouw is alzijdig, zonder achterkanten en ligt ingebed in het ZonnePark. ■■ Er is beperkt ruimte voor parkeren bij het gebouw, landschappelijk ingepast in het ZonnePark.
locatie worden hergebruikt.
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
Zo n nep a nel en op het da k
G ebouwd e volume s in e e n buite n schil
55
De buite n schil man ife ste e r t z ich richtin g d e En e rgie boulevard e n he t Zon n e Park
100% M a xi ma a l één,- of t weel a a g s
En e rgie n e utrale buite n schil
Ex pe d itie aan achte rz ijd e t.o.v. d e En e rgie boulevard e n he t Zon n e Park
Figuur 5.14: Ontwerpprincipes innovatiecentrum
innovatiecentrum
bezoekerscentrum
Figuur 5.15: Ligging van het bezoekers- en innovatiecentrum
Figuur 5.16: Referentiebeelden innovatiecentrum
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
56
5.4 LANDSCHAPPELIJKE GELEDING
N
Een helder stramien van robuuste groene structuren vormt het landschappelijk kader voor de ontwikkelvelden voor zonne-energie. Ook de windturbines worden in deze structuren geplaatst. Ze geven structuur aan het Energielandgoed en zorgen voor vol-
Ha a k s o p d e Veenw eg
doende lucht en ruimte en een groen/blauwe dooradering van de zonnevelden. Deze groene structuren worden gebruikt voor de
E lizenh o f in d e z ic h t a s
ontsluiting van de velden, voor de recreatieve routes, voor de afwatering en voor de landschappelijke inpassing van de benodigde afscherming en beveiliging van de velden.
D
ONTWERPPRINCIPES: ■■ De groenstructuren tussen de velden zijn opgezet volgens een vast en helder stramien. Ze liggen in noord-zuidrichting en
Ve ld e n no o rd -z u id geo r iënt eerd , haak s o p d e E nergiebo u leva rd
hebben een regelmatige tussenafstand van circa 250 meter. Uitzondering hierop is de noord-west hoek waar ze de huidige kavelrichting volgen.
W
O
■■ De breedte van de groenstructuren is circa 40 meter. ■■ De groenstructuren bestaan uit kruidenrijk grasland of nat moerasland en worden extensief beheerd. ■■ In de noordflank, op de hoger gelegen rug waar vroeger -en
C
in mindere mate nog steeds- meer beplanting aanwezig was (bospercelen, houtwallen, lanen), worden houtwallen aange-
Gelij k m a t ige a f s t a nd t u s s en veld en
plant. ■■ De afwatering van het gebied wordt in overleg met Waterschap Limburg aangepast aan het nieuwe gebruik en de nieuwe kavelrichting en opgenomen in de groenstructuren. ■■ De ontsluiting van de velden en de recreatieve routes liggen in
Z
de groenstructuren.
Figuur 5.17: Uitgangspunten landschappelijke geleding Energielandgoed Wells Meer
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
Figuur 5.18: Principe profiel C) groene geledingszone tussen twee zonnevelden in: natuurlijk grasland, afwatering en wandelpad.
Figuur 5.19: Principe profiel D) groene geledingszone tussen twee zonnevelden in: variant met houtwal
Figuur 5.20: Referentiebeelden inpassing zonnevelden
57
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
58
5.5 N AT U U R ZO N E L A N G S D E MOLENBEEK
■■ Het evenemententerrein en de modelvliegbaan blijven vooralsnog behouden en ingepast in de natuurontwikkeling. Dit betekent dat deze gebieden niet tot natuur worden ontwikkeld
In de zone tussen de huidige Molenbeek en De Maasduinen wordt
en dat de beekloop ter plaatse het huidige tracé zal volgen, wel
ingezet op natte natuurontwikkeling. Het uitgangspunt is om de
voorzien van brede natuurvriendelijke oevers.
waterkwaliteit van de Molenbeek te verbeteren en tevens de hoge piekafvoeren in de winter te verminderen en meer water vast te houden voor droge zomers. Zo ontstaat een robuuster watersysteem en een nieuw natuurgebied in aansluiting op Nationaal Park De Maasduinen. Het nieuwe natuurgebied is middels een beperkt aantal wandelroutes recreatief toegankelijk. ONTWERPPRINCIPES: ■■ In samenwerking met Waterschap Limburg en Nationaal Park De Maasduinen wordt de beoogde ontwikkeling verder onderzocht en uitgewerkt. Hierbij wordt de gehele beekloop van bron tot monding in beschouwing genomen. Het uitgangspunt is om langs de beek een aantal moeraslanden aan te leggen waar geen beekloop meer aanwezig is; de beek zoekt hier zelf haar weg. ■■ Met de aanleg worden de juiste condities geschapen voor de beoogde natuurontwikkeling. Het natuurgebied ontwikkelt zich vervolgens spontaan en wordt extensief beheerd.
D
■■ In de natuurzone is geen ruimte voor de plaatsing van zonne-panelen en windturbines. Wel kunnen de reststromen uit het natuurgebied worden benut voor biovergisting. ■■ Met de herinrichting van de beekloop mogen geen negatieve effecten voor het boven- en benedenstroomsgebied optreden. ■■ De wandelroutes door het natuurgebied zijn natuurlijk vormgegeven (bijvoorbeeld met struin- en laarzenpaden) en sluiten aan op routes in het Energielandgoed en Nationaal Park De Maasduinen.
Figuur 5.21: Ligging van de natuurzone langs de Molenbeek in het Energielandgoed
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
Figuur 5.22: Referentiebeeld moeraslanden Molenbeek
59
Figuur 5.23: Referentiebeeld fietroutes
houtwal haaks op beekloop
recreatief pad
expeditiepad
Figuur 5.24: Principe profiel E) natuurzone Molenbeek en de overgang naar de zonnevelden
Molenbeek
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
60
5.6 ROUTENETWERK
inspiratie bij een nieuw ontwerp. ■■ De recreatieve rustpunten, informatieborden en overig meu-
Het Energielandgoed wordt recreatief toegankelijk. Er wordt een
bilair worden in samenhang met elkaar ontworpen. Er wordt
aantal wandelpaden en een mountainbikepad aangelegd. Deze
gekozen voor natuurlijke materialen en een innovatieve uitstra-
routes lopen door het ZonnePark en door het landschappelijk
ling passend bij het stoere en grootschalige karakter van het
raamwerk en sluiten aan op de wandelpaden in Nationaal Park De
Energielandgoed.
Maasduinen. Door het Energielandgoed worden twee doorgaande fietsroutes gerealiseerd. Het gaat om een fietsstraat langs de Energieboulevard vo et pa d
en een vrijliggend fietspad langs de Veenweg. Deze vormen nieuwe schakels in het hoofdfietsroutenetwerk. De routes sluiten aan op
G
de omliggende wegen Wezerweg, Veenweg en Kevelaarsedijk.
vr ij liggend f iet s pa d
Het Energielandgoed is beperkt toegankelijk voor auto’s via de Energieboulevard. ONTWERPPRINCIPES: ■■ De Veenweg doorsnijdt als een autonome lijn de zonnevelden, met goed zicht op de panelen. De weg is onbeplant, wel kan een
F F iet s /vo et pa d gec o m bineerd
aantal houtwallen worden behouden. Het vrijliggend fietspad langs de Veenweg wordt onnadrukkelijk vormgegeven. Bij voor-
MT B/vo et pa d
keur wordt geen rood asfalt toegepast, maar grijs asfalt voorzien van een natuurlijk afstrooilaag. ■■ De fietsstraat is onderdeel van de Energieboulevard en krijgt een meer expressieve, hoogwaardige inrichting, zie ook paragraaf 5.1. ■■ De wandelpaden worden natuurlijk vormgegeven als gemaaid graspad. Voor de vormgeving van het wandelpad door het ZonnePark, zie ook paragraaf 5.2. ■■ De entrees van het Energielandgoed worden duidelijk gemarkeerd. Bij het ontwerp van de poorten worden de oude slagbomen van het landgoed benut, waar mogelijk letterlijk, anders als Figuur 5.25: Het routenetwerk
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
61
Bron: Strootman landschapsarchitecten Figuur 5.26: Referentiebeelden recreatieve routes en voorzieningen
Figuur 5.27: Principe profiel F) (boven) en G) (onder) Veenweg met vrijliggend fietspad
6. ONTWERPPRINCIPES O N T W I K K E LV E L D E N DUURZAME ENERGIE Om de ruimtelijke kwaliteit bij de plaatsing van de zonnevelden en windturbines te borgen is een aantal spelregels opgesteld. Binnen deze kaders is nog ontwerpvrijheid om tot de meest optimale invulling te komen en eventuele nieuwe ontwikkelingen en inzichten een plek te geven.
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
6.1 ZONNE-ENERGIE 6.1.1 O P S T E L L I N G VA N D E PA N E L E N De panelen worden geplaatst in de daarvoor bestemde ontwikkelvelden zonne-energie. Er is ruimte voor verschillende opstellingsvormen. Ten behoeve van de samenhang en om de schaal en maat van het landschap te behouden, wordt op één ontwikkelveld maximaal één opstellingsvorm toegepast. ■■ Landschappelijk is het wenselijk om alleen in de noord-oostrand (waar de zonnevelden ingebed liggen tussen bos en houtwallen) en als accent aan de westelijke entree intensieve zonnevelden met een hoge dichtheid aan panelen te plaatsen, bijvoorbeeld in een oost-westopstelling. ■■ In de rest van het gebied, met uitzondering van de testvelden,
Figuur 6.1: Ontwikkelvelden zonne-energie en type opstellingsvorm
wordt uitgegaan van een reguliere opstelling met zuidgerichte panelen. O R I Ë N TAT I E E N U I T L I J N I N G VA N D E R I J E N We kiezen voor een logische en zorgvuldige plaatsing van de rijen panelen op de velden om te voorkomen dat er een rommelig beeld ontstaat. We lijnen de rijen uit met de kavelrichting. De meeste ontwikkelvelden zijn pal op het zuiden georiënteerd, waardoor uitlijning met de kavels niet alleen ruimtelijk, maar ook vanuit energieopwekking optimaal is. Ook voor de ontwikkelvelden die niet noord-zuid georiënteerd zijn, gaat de voorkeur uit naar uitlijning met de kavelrichting. De rijen komen daarmee iets op het zuidwesten te staan. Dit heeft slechts een klein effect op het rendement, maar ruimtelijk een grote meerwaarde.
Figuur 6.2: Oriëntatie van de rijen panelen per ontwikkelveld
63
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
64
Eventueel kan bij een oost-westopstelling wel gekozen worden voor plaatsing in noord-zuidrichting. Dit geldt met name voor de drie meest noordelijke ontwikkelvelden tussen het bos en de Duitse grens. We geven de randen in dat geval vorm met een kleine, gelijkmatige vertanding. De meeste kavels zijn rechthoeking, waardoor er gelijkmatige rijen te maken zijn. We kiezen bij de vormgeving van afwijkende randen van de ontwikkelvelden voor een kleine, gelijkmatige vertanding.
Figuur 6.3: Rijen uitlijnen met de kavelrichting
We maken een zorgvuldig ontwerp voor de beëindiging van de rijen, zodat de achterkanten van de panelen bij een zuidopstelling en de kopse kanten van de panelen bij een oost-westopstelling minder zichtbaar zijn. H O O G T E VA N D E PA N E L E N De zonnepanelen blijven onder ooghoogte zodat de weidsheid, als belangrijke kwaliteit van het Wells Meer, zoveel mogelijk behouden blijft.
Figuur 6.4: Vormgeving afwijkende randen
De panelen worden op circa 60 centimeter boven maaiveld geplaatst zodat er meer licht en water kan toetreden onder de panelen en zodat schaduw door opschietend gras en vervuiling door spatwater op de panelen worden verminderd.
Figuur 6.5: Impressie van een mogelijke beeïndiging van oost-westgerichte opstelling
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
Alleen op een aantal ontwikkelvelden in het Energielandgoed is het mogelijk om de panelen boven ooghoogte te plaatsen, namelijk: ■■ De drie ontwikkelvelden in de noord-westrand ingepast tussen het bos en de houtwal langs de Duitse grens. ■■ De testvelden (zie paragraaf 6.1.4). Indien naar de toekomst toe blijkt dat nieuwe vormen van meervoudig ruimtegebruik mogelijk zijn en dat hiervoor de panelen boven ooghoogte geplaatst moeten worden, kan dit indien aangetoond wordt dat de ruimtelijke kwaliteit van het Energielandgoed als geheel niet in het geding komt. Figuur 6.6: Maximale hoogte van de panelen
TESTVELDEN In de testvelden geldt dat er ruimte is voor alle opstellingsvormen van zonnepanelen. Er gelden geen beperkingen in hoogte en type. Een belangrijk uitgangspunt voor de testvelden is dat de nieuwe ontwikkelingen zichtbaar zijn en zo mensen enthousiasmeren en inspireren. De uitstraling van de velden speelt daarbij een belangrijke rol. We bieden informatie over de testopstellingen en zorgen dat er ondanks de vrijheid in opstellingsvormen geen onnodig rommelig beeld ontstaat. De velden zijn daarom onderverdeeld in
Figuur 6.7: Panelen op circa. 60cm hoogte plaatsen
stroken. In elke strook kan maximaal één type opstellingsvorm geplaatst en getest worden. Afhankelijk van de benodigde ruimte kunnen meerdere stroken worden samengevoegd.
Figuur 6.8: Ontwikkelvelden waar panelen boven ooghoogte geplaatst kunnen worden
65
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
66
6.1.2 I N PA S S I N G B I J K O M E N D E V O O R Z I E N I N G E N Vanuit de omgeving mogen de benodigde gebouwde voorzieningen (trafo’s, omvormers, opslag, etc.) niet beeldbepalend zijn. We positioneren ze op een logische plek en lijnen ze met elkaar uit. We maken ze zo compact mogelijk en kiezen voor een terughoudende vormgeving en kleurstelling. ■■ Om de identiteit van het Energielandgoed te versterken en om de eenheid te vergroten, worden de benodigde gebouwde voorzieningen in samenhang met elkaar ontworpen. De vormgeving
Figuur 6.9: Trafo’s uitlijnen
sluit aan bij het grootschalige, stoere en ingetogen karakter van het Wells Meer. ■■ De gebouwtjes kunnen recreatieve betekenis krijgen (bijvoorbeeld als uitkijkplatform, of er kan een fietsenrek of zitelement in mee-ontworpen worden). Ze kunnen ook een informatieve functie vervullen (bijvoorbeeld door een informatiepaneel over het Energielandgoed te plaatsen.)
6.1.3 T O E G A N K E L I J K H E I D De zonnevelden zelf zijn niet toegankelijk voor publiek. Wel zijn de zonnevelden vanaf de routes, als onderdeel van het landschap,
Figuur 6.10: Impressie geïntegreerde recreatieve voorzieningen op trafo/opslag
zichtbaar en beleefbaar. De testvelden zijn bij voorkeur wel (gedeeltelijk) voor het publiek toegankelijk. Het ZonnePark is volledig toegankelijk (zie hoofdstuk 5). Voor het benodigd onderhoud zijn de velden toegankelijk via de groene tussenzones, als onderdeel van het landschappelijk raamwerk. Bij voorkeur zijn dit graspaden. Indien nodig kunnen deze verstevigd worden met bijvoorbeeld rittenplaten die weer doorgroeien met gras. Als er op de velden een aantal bredere beheerpaden tussen de rijen zonnepanelen nodig is, worden deze in gras uitgevoerd. Figuur 6.11: Referentiebeeld beheerpad (verstevigd gras)
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
67
6.1.4 A F S C H E R M I N G E N B E V E I L I G I N G Om diefstal en vandalisme te voorkomen is het nodig dat de zonnevelden worden beveiligd. Uitgangspunt bij de afscherming van de zonnevelden is dat deze zo min mogelijk zichtbaar zijn en het beeld niet domineren. ■■ We beperken de hoeveelheid afscherming die nodig is door niet elk ontwikkelveld afzonderlijk af te schermen, maar clusters te maken van een aantal velden.
Bo s ra nd
Houtwal
■■ We kiezen voor natuurlijke middelen zoals waterlopen, hagen en houtwallen. Indien nodig aangevuld met camerabeveiliging. Ook kunnen onzichtbare constructies toegepast worden zoals ha-ha’s. ■■ Indien nodig kunnen hekwerken worden toegepast. We kiezen voor zo laag mogelijke, transparante hekwerken. We passen één type hekwerk toe voor het hele Energielandgoed. We passen hekwerken in met beplanting en positioneren ze achter brede
H a a g/s t r u ik la a g
L a ge gro nd w a l
Bred e blo em r ij ke ber m
H a -h a
Wa t er lo o p
‘s N a c h t s a f s lu it ba a r. H ek w er ken ins pireren o p d e o u d e s la gbo m en va n h et L a nd go ed Wells c h M eer
bloemrijke bermen of achter een lage grondwal. We hebben hierbij aandacht voor de passeerbaarheid voor dieren.
Figuur 6.12: Aanduiding randen van de zonnevelden, zie de principe profielen hiernaast
Figuur 6.13: Vormgeving randen. Bij voorkeur worden er geen hekken geplaatst. In de principe profielen is aangegeven waar een hek kan komen indien nodig.
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
68
■■ Het ZonnePark is volledig recreatief toegankelijk. Wij voorkomen de toepassing van zichtbare hekwerken in het ZonnePark. Om diefstal en vandalisme te voorkomen kan het pad op voldoende afstand van de zonnepanelen geplaatst worden, kan het maaiveld relatief nat en daarmee minder toegankelijk ingericht en kan het ZonnePark ’s nachts worden afgesloten.
6.1.5 M AT E R I A L I S AT I E Het maaiveld onder de zonnepanelen is onverhard en groen (natte gras-, heide- en moeraslanden) ten behoeve van het bodemleven en de waterdoorlaatbaarheid. Om het maaiveld zo min mogelijk af
Figuur 6.14: Doorlatendheid van de tafels
te schermen, worden er spleten tussen de panelen gelaten die water doorlaten en voorkomen dat het regenwater volledig afstroomt naar de onderrand van de boven elkaar geplaatste panelen en daar uitloging veroorzaakt. De funderingen van de stellages van de zonnepanelen zijn niet zichtbaar. Toepassing van grote verharde oppervlakten is niet toegestaan. We hebben daarom de voorkeur voor een buisfundering. De kleurstelling van de stellages is terughoudend, bijvoorbeeld antracietgrijs. De stellages zijn in ieder geval voor één ontwikkelveld
Re ferent iebeeld begra z ing d oo r s c h a pen
M inim a lis eer d e ver h a rd ing o nd er d e pa nelen. Fu nd er ingen z ij n niet z ic h t ba a r [f o to Om ro ep Geld er la nd ]
Re ferent iebeeld na t u u r lij k gras la nd
Fu nd er ingen z ij n niet z ic h t ba a r
gelijk, maar bij voorkeur voor het gehele Energielandgoed. We kiezen voor panelen die zo min mogelijk schitteren. In ieder geval voor één ontwikkelveld en bij voorkeur voor het gehele Energielandgoed worden panelen met dezelfde kleur toegepast.
Figuur 6.15: Referentiebeelden maaiveld inrichting onder de zonnepanelen
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
6.2 WINDENERGIE 6.2.1 O P S T E L L I N G Binnen het Energielandgoed is ruimte voor maximaal vier windturbines. ■■ Ten behoeve van een rustig beeld wordt gestreefd naar orde, ritme en regelmaat. ■■ De windturbines staan op gelijke onderlinge afstand
Figuur 6.17: De turbines staan op gelijke onderlinge afstand
■■ De windturbines staan in een lijnopstelling op dezelfde hartlijn of in een clusteropstelling in een regelmatig grid. ■■ De windturbines worden geplaatst in de groenstructuren tussen de zonnevelden in en voegen zich zo binnen de ruimtelijke hoofdstructuur van het Energielandgoed. De voorkeur gaat uit naar een lijnopstelling van vier turbines langs de hoofdas van het Energielandgoed (de Energieboulevard). Een alternatief is een clusteropstelling van vier turbines. Deze staan in een vierkant rondom het bezoekers- en innovatiecentrum en markeren zo het Energielandgoed.
Figuur 6.16: Opstellingsvormen windturbines
Figuur 6.18: De turbines staan op dezelfde hartlijn of in een regelmatig grid
Figuur 6.19: De turbines staan in de groenstructuren tussen de zonnevelden
69
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
70
6.2.2 W I N DT U R B I N E S P E C I F I C AT I E S Het ontwerp van windturbines kan variëren in de masthoogte, rotordiameter, materiaal van de mast, vormgeving van de gondel, vormgeving van de mastvoet en kleurstelling. Ten behoeve van een rustig beeld wordt binnen het Energielandgoed maximaal één type windturbine toegepast (identiek) met een terughoudende vormgeving. ■■ De verhouding tussen rotordiameter en as-hoogte is bij voorkeur 1:1. ■■ De windturbines hebben drie wieken. ■■ De windturbines hebben dezelfde draairichting en draaien bij voorkeur -indien mogelijk- synchroon. ■■ De kleur van de windturbines is ingetogen (wit of lichtgrijs). De
Figuur 6.20: Alle windturbines in het Energielandgoed zijn hetzelfde
turbines hebben bij voorkeur geen groen geverfde mastvoet. Toepassing van rode strepen op dezelfde manier als de Duitse turbines is mogelijk. ■■ De windturbine heeft geen zichtbare materiaalverschillen aan de buitenkant. ■■ Er wordt bij voorkeur geen reclame of branding (bijvoorbeeld de naam van de fabrikant of energiemaatschappij) op de mast geplaatst. Wel kan indien gewenst de naam ‘Energielandgoed Wells Meer’ worden aangebracht. ■■ Verlichting op de turbines wordt waar mogelijk vermeden. Indien verlichting noodzakelijk is, gaat de voorkeur uit naar gedimd licht dat niet knippert. Straling naar beneden proberen we te voorkomen, eventueel door toepassing van ‘kragen’. Figuur 6.21: De verhouding ashoogte rotordiameter is 1:1
Figuur 6.22: De kleurstelling is terughoudend
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
6.2.3 I N PA S S I N G O P M A A I V E L D De mastvoet wordt met zorg in het landschap geplaatst. ■■ De footprint van de windturbine wordt zo klein mogelijk gehouden. We willen grote verharde oppervlakten voorkomen. We maken gebruik van tijdelijke opstelplaatsen, die na de bouw weer vergroend kunnen worden. ■■ De fundering van de turbine steekt niet uit boven maaiveld. We houden rekening met archeologische waarden. ■■ Alle benodigde objecten, zoals een trafo, worden geïntegreerd in de mastvoet. ■■ Er worden geen hekwerken toegepast bij de windturbines. ■■ De turbines worden ontsloten vanaf de Energieboulevard middels de beheerstrook die ook voor de ontsluiting van de zonnevelden wordt gebruikt.
Figuur 6.23: De footprint is klein, voorkom grote verharde oppervlakten
Figuur 6.24: Integreer alle voorzieningen in de mastvoet en voorkom hekwerken
71
7. O N T W I K K E L S T R AT E G I E Dit hoofdstuk gaat over de verdere ontwikkeling van Energielandgoed Wells Meer. We lichten toe hoe de visie van Gemeente Bergen tot realisatie wordt gebracht. We gaan dieper in op de uitgangspunten die hiervoor van belang zijn en de manier waarop het Energielandgoed juridisch en financieel georganiseerd gaat worden.
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
7.1 R E A L I S AT I E S T R AT E G I E O P HOOFDLIJNEN
De ontwikkelstrategie rust op twee pijlers: ‘just in time’ en maximale flexibiliteit. ‘Just in time’ betekent dat we de eerste zonnevelden gereed willen hebben (precies) op het moment dat de aan-
Energielandgoed Wells Meer is een multifunctionele gebiedsont-
sluiting op het elektriciteitsnet gereed is. De afstemming met het
wikkeling waarin, naast energieopwekking, plaats is voor natuur-
ontwikkeltraject van Enexis en TenneT is daarmee cruciaal. Vanaf
versterking, educatie, recreatie en landbouw. Om deze ambitie
de start bouwen we het energielandgoed stapsgewijs uit, uitgaan-
waar te maken is een doordachte ontwikkelstrategie met regie
de van een ritme dat haalbaar is in de markt (op dit moment lijkt
vanuit de overheid essentieel. De ontwikkelstrategie rust op de
dat circa vijftig hectare zonneveld per half jaar te zijn). Het Ener-
volgende uitgangspunten:
gielandgoed wordt afgebouwd en definitief ingericht zodra de zonnevelden en windturbines zijn gerealiseerd. Ruimtelijk ligt daar-
1. Gemeente Bergen wil de regie op de planvorming, ontwikkeling
mee een ontwikkeling van zuidoost naar noordwest voor de hand.
en exploitatie behouden en de Provincie Limburg en buurge-
De intensieve zonnevelden aan de zuidzijde worden zo als eerste
meenten ruimte bieden om mee te investeren. Participatie door
ontwikkeld en van daar uit werken we toe naar de landschappe-
anderen (bedrijven, particulieren en andere overheden) mag er
lijke zone nabij de Wezerweg. Een tweede uitgangspunt is dat we
niet toe leiden dat de gemeente haar ‘grip’ (doorslaggevende
zo lang mogelijk flexibel willen ontwikkelen binnen de randvoor-
zeggenschap) op de ontwikkeling en de exploitatie van het
waarden van het landschapsontwerp (zie hoofdstukken 4, 5 en 6)
project verliest.
om het ‘energiecollectief’ de ruimte te bieden op elk moment in te
2. Het Energielandgoed moet de mogelijkheid bieden voor inwo-
spelen op actuele ontwikkelingen in de dynamische energiemarkt.
ners en bedrijven in gemeente Bergen om te participeren in het project, zowel in de vorm van meedenken als financieel. 3. De zonnepanelen, biomassa(centrale) en windturbines worden gerealiseerd op gronden die te allen tijde eigendom van de
7.2 ONTWIKKELPROCES EN WAARDEONTWIKKELING
gemeente zullen blijven; de op te richten opstallen worden eigendom (door middel van opstalrechten) van het ‘energiecol-
Het Energielandgoed is een projectontwikkeling op het gebied van
lectief’, dat voor de exploitatie verantwoordelijk zal zijn.
duurzame energie. Figuur 7.1 geeft een algemeen ontwikkelproces
4. De planning van de realisatie van de aansluiting op het elektri-
en waardecurve weer van een duurzaam energie project. Grofweg
citeitsnet door Enexis en TenneT zal aansluiten op de realisatie
is de projectontwikkeling in te delen in drie fasen: ontwikkeling,
van het Energielandgoed.
financiering en bouw/exploitatie. Er vindt waardecreatie plaats bij
5. Qua inrichting, vormgeving en planning moet de ontwikkeling aansluiten bij de (veranderende) eisen en randvoorwaarden vanuit de markt op het gebied van infrastructuur, park lay-out en doorlooptijd.
het doorlopen van deze verschillende fasen.
73
74
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
Te zien is dat er in het begin ontwikkelkapitaal benodigd is in een
krijging van de vergunningen en de subsidiebeschikking (SDE++).
fase waarin de waarde, vanwege de grote onzekerheden op allerlei
De hoogste waarde wordt bereikt aan het einde van de bouwfase
vlakken, nog laag is. Het ontwikkelen van duurzame energie pro-
wanneer er grote zekerheid is omtrent het succesvol opleveren van
jecten is een vak, waarbij planologische, juridische, technische,
het project en de start van de energieproductie.
fiscale en financiële aspecten en onzekerheden een rol spelen en in goede banen geleid moeten worden. Naarmate de ontwikkeling
De ontwikkeling van het Energielandgoed is in volle gang maar
vordert, neemt de onzekerheid (de projectrisico’s) af en de waarde
staat op dit moment nog aan het begin van de ontwikkelingsfase
dus toe. Een significante waardesprong is waar te nemen na ver-
en waardecurve.
Figuur 7.1: Ontwikkelproces en waardecurve van een duurzaam energie project
1 Dirkzwager Legal & Tax, Advies inzake organisatiemodel Energielandgoed Wells Meer, september 2019
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
7.3 ONTWIKKELMODEL
Wij gaan uit van een bv die door Gemeente Bergen wordt opgericht waarbij de overheden voor minimaal 51% aandeelhouder zullen
7.3.1 J U R I D I S C H E S T R U C T U U R
worden en blijven. In de raadsvergadering van 21 oktober 2019 is
Om het Energielandgoed te realiseren is het noodzakelijk een
besloten dat de raad geen bedenkingen heeft tegen de oprichting
samenwerking met derden (niet-overheden) aan te gaan. Dirk-
van de bv of bv’s en dat het college van burgemeester en wethou-
zwager Legal & Tax heeft in opdracht van Gemeente Bergen een
ders de invulling verder gaat uitwerken. De bv bouwt en exploiteert
advies gegeven over de meest geschikte rechtsvorm voor de op te
de turbines, zonnepanelen, biomassacentrale etc. Uitgangspunt
richten ontwikkelorganisatie. Op basis van het advies kiezen we
is dat de bv zich richt op het ontwikkelen en/of exploiteren van de
voor de oprichting van een rechtspersoon met eigen rechten en
(bewezen) technieken wind- en zonne-energie. Andere energie-
plichten en een eigen, afgescheiden vermogen. Onder andere om
vormen (zoals een biomassacentrale) of innovatieve toepassingen
hoofdelijke aansprakelijkheid voor het handelen van anderen te
op het Energielandgoed zullen door marktpartijen worden geëx-
voorkomen, zijn contractuele samenwerkingsvormen zoals een
ploiteerd. Het is, omwille van de spreiding van risico’s, mogelijk
vennootschap onder firma (vof) of een commanditaire vennoot-
om onder deze bv separate bv’s op te richten waarvan de bv 100%
schap (cv) niet gewenst.
aandeelhouder wordt, bijvoorbeeld een bv voor de zonnepanelen
1
en een bv voor de windturbines of zelfs een bv per turbine. DaarDe besloten vennootschap (bv) blijkt de meest geschikte rechts-
mee kan per bv subsidie worden aangevraagd en inzicht worden
persoon voor het project te zijn. De belangrijkste overwegingen
gegeven in hoe de verschillende energievormen functioneren. Ook
hiervoor zijn:
worden hiermee risico’s gespreid en wordt de financierbaarheid
1.
vergroot.
De mogelijkheid om door middel van een certificering van aandelen relatief eenvoudig een splitsing aan te brengen in
2. 3.
de winstgerechtigdheid van haar deelnemers enerzijds en
7.3.2 A A N D E L E N
de stemgerechtigdheid van haar deelnemers anderzijds. Dit
De bv kent aandeelhouders die naar rato van hun aandelenbezit
maakt het mogelijk om participanten wél mee te laten delen
winstrechten hebben en stemrecht uitoefenen in de algemene
in de winst, maar hen geen (of minder) zeggenschap te geven
vergadering van aandeelhouders. Naast de aandeelhouders kent
over het handelen van de besloten vennootschap.
de bv één (of meerdere) bestuurder(s) die de dagelijkse leiding van
De mogelijkheid om overdraagbaarheid van de aandelen (of
de bv vormen. Conform de raadsbesluiten van 21 oktober 2019 zal
certificaten) uit te sluiten of aan goedkeuring te onderwerpen.
het college van burgemeester en wethouders het organisatiemodel
De goede financieringsmogelijkheden (met de opstalrechten
voor de bv (of bv’s) verder uitwerken en daarbij rekening houden
en aandelen in de bv als onderpand voor de financier) en be-
met de wensen en bedenkingen die de gemeenteraad heeft inge-
kendheid bij banken met de financiering van deze rechtsvorm.
bracht.
1 Dirkzwager Legal & Tax, Advies inzake organisatiemodel Energielandgoed Wells Meer, september 2019
75
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
76
Uitgangspunt is dat Gemeente Bergen eigenaar wordt en blijft van
Voor aanvang van de ontwikkeling zal vanuit de gemeente een in-
de gronden in het gebied. Er worden daarom opstalrechten voor
formatie- en wervingscampagne worden opgezet om inwoners en
de duur van de projectfinanciering (20 jaar) gevestigd, waar reële
bedrijven maximaal in de gelegenheid te stellen om deel te nemen
vergoedingen tegenover staan. De financieringsbehoefte van het
in het Energielandgoed.
landgoed zal ingevuld worden met een projectfinanciering van banken en eigen vermogen van Gemeente Bergen en participaties. Door de gemeentelijke investering in het eigen vermogen beschikt Gemeente Bergen bij afronding van de totstandkoming van het
7.5 ECONOMISCHE HAALBAARHEID
Energielandgoed dus over inkomstenstromen uit dividenden en pacht.
Als indicator voor de economische haalbaarheid van Energielandgoed Wells Meer is op basis van het voorkeursmodel een globale fi-
7 . 4 F I N A N C I Ë L E PA R T I C I PAT I E INWONERS EN BEDRIJVEN
nanciële doorrekening gemaakt. Deze doorrekening is gemaakt op basis van kasstromen uit een geprognosticeerde investeringsbegroting en exploitatie voor 16 jaar. Dit is de periode waarin duurzame energieprojecten kunnen rekenen op SDE++ subsidie. Op basis
In de ontwikkelfase van het Energielandgoed krijgen inwoners en
van deze subsidie kan een sluitende businesscase worden opgezet
bedrijven de mogelijkheid om te participeren op projectniveau, in
en projectfinanciering worden verkregen voor maximaal dezelfde
de vorm van financiële participatie. Hierbij dragen participanten
periode. Hoewel de economische levensduur van de projecten vaak
financieel bij aan de ontwikkeling van het Energielandgoed en
langer is, verdient het de aanbeveling om in businesscases uit te
kunnen hier op termijn rendement uit halen. Het Energielandgoed
gaan van de maximaal subsidiabele en financierbare periode. De
wordt op deze wijze gedeeltelijk ‘eigendom’ van de participanten.
set van aannames is hieronder opgenomen. In het vervolg van de
Centraal hierin staat dat de lusten van het Energielandgoed door
ontwikkeling zullen de aannames en gegevens steeds verder aan-
de bv worden gedeeld met de gemeenschap. Inwoners en onder-
gescherpt worden, waarmee ook de betrouwbaarheid van de analy-
nemers moeten maximaal kunnen profiteren van de ontwikkeling.
se toeneemt. De belangrijkste aannames die worden gehanteerd in
Energielandgoed Wells Meer is immers van en voor Bergen. Parti-
de analyse staan in figuur 7.2.
cipanten kunnen certificaten in het Energielandgoed kopen. Certificaten bieden geen stemrecht, maar wel recht op de winst die op
Het resultaat van de economische analyse van het voorkeursmo-
de corresponderende aandelen wordt uitgekeerd. In een financieel
del van Energielandgoed Wells Meer laat zien dat het project
participatieplan wordt de manier waarop de financiële participatie
economisch haalbaar is en in grote mate bijdraagt aan het beha-
vorm krijgt verder uitgewerkt.
len van de duurzaamheidsdoelstellingen van Gemeente Bergen. Het projectrendement op basis van het voorkeursmodel is bij de
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
uitwerking in het masterplan verhoogd naar 3,5% zoals hierboven aangegeven. De potentiële elektriciteitsproductie van Energielandgoed Wells Meer bedraagt 1,05 PJ per jaar. Dit komt overeen met 60% van het totale elektriciteitsverbruik in gemeente Bergen (1,74 PJ). Met dit project wordt de gemeentelijke doelstelling om 50% van het energieverbruik zelf duurzaam op te wekken dan ook ruimschoots behaald. De totale investering voor het gehele project wordt geschat op € 207 miljoen. Dit bedrag kan voor 80 tot 85% worden gefinancierd met vreemd vermogen (projectfinanciering), waarmee nog een eigen investering van € 30 miljoen tot € 40 miljoen benodigd is.
77
Project algemeen Totaal oppervlakte exploitatiegebied Vreemd vermogen financiering Looptijd vreemd vermogen
ha % jaren
Zonne-energie Oppervlakte zonne-energie Opgesteld vermogen Opgewekte energie SDE basisbedrag - zon
ha MWp MWh/jaar EUR/MWh
265 271 251.101 88
Windenergie Oppervlakte windenergie Windturbines Windturbine vermogen Opgesteld vermogen Opgewekte energie SDE basisbedrag - wind
ha # MWp MWp MWh EUR/MWh
0 4 5 18 41.400 71
Uitkomsten Totale investering (excl. net aansluiting) EUR Jaarlijkse operationele kosten EUR Totale inkomsten EURm
444 1,0% 15
207.397.032 6.199.703 26.403.726
Projectrendement (16 jaar) Rendement op eigen vermogen (16 jaar)
% %
3,5% 11,7%
Totaal opgewekte energie % verduurzaming
TJ %
1.053 60,5%
Figuur 7.2 Aannames financiële doorrekening
8. M A AT S C H A P P E L I J K E K O S T E N E N B AT E N In dit hoofdstuk lichten we toe wat een maatschappelijke kosten-batenanalyse is, waarom we die hebben uitgevoerd en behandelen we de resultaten van deze analyse: wat zijn de financiële effecten, effecten voor leefomgeving en de economische effecten van het Energielandgoed?
MASTERPLAN ENERGIELANDGOED WELLS MEER
8.1 TOELICHTING MKBA
wijze waarop we dit hebben gedaan. Ook voor het masterplan zal een MKBA worden uitgevoerd en als onderbouwing van het voor-
Voor het maken van de keuze voor de inrichting van Energieland-
ontwerp bestemmingsplan (fase 3) worden meegenomen.
goed Wells Meer is een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uitgevoerd (zie bijlage 2 voor de volledige MKBA). Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) is een afwegingsmethode die is gebaseerd op de economische welvaartstheorie. In een MKBA worden alle effecten van een project met elkaar vergeleken en zoveel mogelijk in euro’s gewaardeerd. De term ‘maatschappelijk’ betekent dat de analyse verder gaat dan alleen financieel economische gevolgen. Juist ook de effecten die voor belanghebbenden een niet-financiële waarde hebben, worden meegenomen. Het gaat dus niet alleen om de kosten en opbrengsten van het Energielandgoed, maar ook om emissiereducties, klimaateffecten, de effecten van geluid en slagschaduw en ruim-