CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

rb Herziene verordening Wmo en Jeugdhulp gemeente Bergen 2023.pdf

Algemene Raadscommissie 16 november 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 6: Voorstel betreft het vaststellen van de Herziene Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Bergen 202318.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

9.

Voor bestaande Pgb-houders kan de Pgb-aanbieder het tarief hanteren dat reeds is toegekend durende de looptijd van de Beschikking.

Artikel 19. Uitbetaling Pgb 1. Het Pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren. Uitbetaling in de vorm van een vast maandbedrag is niet toegestaan. Bij dagbesteding is een dagdeel gelijk aan vier (4) uur. 2.

Indien de Pgb-aanbieder een hoger tarief berekent dan door het College vastgesteld en in artikel 18 omschreven maximale tarieven, betaalt de Belanghebbende het verschil. Indien dit aan de orde is bij de Maatwerkvoorzieningen Huishoudelijke ondersteuning, ambulante begeleiding zelfstandig wonen, zinvolle dagbesteding, respijtzorg en Beschermd Thuis, betaalt de Belanghebbende de meerkosten aan de SVB.

3.

Bij een Woonvoorziening, rolstoel, scootmobiel, aangepaste fiets en auto aanpassing wordt het Pgb bedrag indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, en/of verzekering, uitgaande van een professioneel Pgb-aanbieder. Deze aanvulling geldt voor de gehele afschrijvingsperiode.

4.

Een Pgb voor vervanging van een rolstoel of vervoersvoorziening is niet mogelijk binnen de afschrijvingsperiode waar het Pgb voor is toegekend. Bij een noodzakelijke vervanging om medische redenen kan in dat geval een voorziening in de vorm van Zorg in natura worden verstrekt.

5.

Na de afschrijvingsperiode van Maatwerkvoorzieningen (Woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen), wordt het Pgb aan de hand van betalingsbewijzen van onderhoud, reparatie en verzekeringskosten gecontroleerd. Dit is tevens onderdeel van de totale Pgb verantwoording.

6.

Een Pgb dient door de Belanghebbende binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt, tenzij hier in de Beschikking een andere termijn voor wordt vastgesteld.

7.

Het College kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het Pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als het vermoeden bestaat dat de Belanghebbende, Pgb-beheerder of Vertegenwoordiger het Pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten.

8.

Wanneer de Belanghebbende overlijdt, wordt de zorgovereenkomst per ommegaande opgezegd en vervalt het recht op besteding van het Pgb. Reeds geleverde zorg tot de datum van overlijden wordt betaald.

Artikel 20. Schriftelijke overeenkomst bij diensten 1. De Pgb-aanbieder sluit met de Belanghebbende een door het College én de Sociale verzekeringsbank goedgekeurde schriftelijke overeenkomst voor het leveren van

- 26 -

diensten binnen de Maatwerkvoorzieningen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de toepasselijke modelovereenkomst die de Sociale verzekeringsbank ter beschikking stelt. 2.

Indien er sprake is van een verhuurders - huurders relatie tussen de Belanghebbende en de Pgb-aanbieder, met scheiden van wonen en zorg, sluit de Belanghebbende een woon-zorgovereenkomst af. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de formats die Aedes ter beschikking stelt.

3.

Indien de Belanghebbende een Vertegenwoordiger en/of Pgb-beheerder heeft, worden deze voorafgaand aan het afsluiten van de overeenkomst(en) actief betrokken en geïnformeerd door de Pgb-aanbieder.

Artikel 21. Terugvordering Pgb bij de Pgb-aanbieder 1. Het College kan tot terugvordering van het Pgb bij de Pgb-aanbieder overgaan indien: a. de Pgb-aanbieder geld heeft ontvangen voor ondersteuning die (gedeeltelijk) niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend én hij niet binnen 72 uur melding heeft gedaan bij de Pgb-beheerder om dit te crediteren; b. een Maatwerkvoorziening voor een ander doel is ingezet, dan waarvoor het is toegekend; c. een Maatwerkvoorziening zonder toestemming van het College in het buitenland is ingezet; d. hij (achteraf of gedurende de uitvoering van de Maatwerkvoorziening) niet voldoet aan artikel 15 of artikel 16 van deze herziene Verordening. 2.

In geval van terugvordering stuurt het College een factuur naar de Pgb- aanbieder, die binnen vier weken moet worden voldaan.

3.

Het College kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.

4.

De hoogte van de terugvordering is de gehele of de gedeeltelijke geldwaarde van het (ten onrechte) bestede Pgb.

Hoofdstuk 6 Specifieke bepaling Persoonsgebonden budget (Pgb) Jeugdwet Aanvullend op Hoofstuk 4, zijn de onderstaande artikelen van toepassing. Artikel 22. Ondersteuning door een Professioneel Pgb-aanbieder 1. Van een Professioneel Pgb-aanbieder is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van 1e of 2e graad bloed- of aanverwanten en personen behorende tot het sociaal netwerk van de Belanghebbende:

- 27 -

a.

b.

c.

2.

personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of personen die aangemerkt zijn als ZZP’er. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) of stichting kwaliteitsregister jeugd (SKJ), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van Jeugdhulp.

De kwaliteit van de met het Pgb ingekochte ondersteuning voldoet minimaal aan de eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde Aanbieders die vergelijkbare ondersteuning leveren, hierbij moeten Pgb-aanbieders minimaal: a. ingeschreven staan in de Kamer van Koophandel; b. adequaat opgeleide medewerkers in dienst hebben; c. een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) van alle werknemers (en eventueel vrijwilligers) kunnen overleggen, gekoppeld aan de uitvoering van taken; d. beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen; e. een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen; f. een afschrift van de meest recente jaarrekening kunnen tonen; g. verzekerd zijn tegen beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid voor de uitvoering van taken.

Artikel 23. Ondersteuning Informeel Pgb-aanbieder 1. Van een Informeel Pgb- aanbieder is sprake Indien de Jeugdhulp geboden wordt door een 1e of 2e graad bloed- of aanverwant of iemand uit het sociaal netwerk van de Belanghebbende. 2.

Het College kent een Pgb voor inzet van een informeel Pgb-aanbieder enkel toe als: a. wordt gemotiveerd waarom de inzet van Informeel hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van een professional (Pgb-) zorgaanbieder; b. de Informeel Pgb-aanbieder beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden; c. de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de Informeel zorgaanbieder en deze niet meer bedraagt dan 36 uur per week op basis van de Arbeidstijdenwet; d. de ondersteuning – op lange termijn – niet leidt tot verminderde zelfredzaamheid en/of afhankelijkheid bij de Informeel zorgaanbieder of de Belanghebbende; e. de zorg niet geleverd dient te worden door een professioneel (Pgb-) zorgaanbieder conform de basis van het kwaliteitskader jeugd en de norm verantwoorde werktoedeling. - 28 -

Artikel 24. Hoogte Pgb 1. De hoogte van het Pgb voor Professioneel hulp bedraagt 85% van het tarief voor gecontracteerde Jeugdhulp in natura, tenzij passende en toereikende Jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. 2.

De hoogte van het Pgb voor Informeel hulp is gelijk aan: a. het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Dit tarief is gebaseerd op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, ongeacht de diploma’s en werkervaring van de informele Pgb-hulp; of b. de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het Pgb-plan van de Belanghebbende kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming; of c. de tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten zoals bedoeld in artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de door het College vastgestelde vergoedingenlijst die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud.

3.

Het Pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren. Uitbetaling in de vorm van een vast maandbedrag is niet toegestaan. Een dagdeel is gelijk aan vier uur.

4.

Het College kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het Pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als het vermoeden bestaat dat de Belanghebbende het Pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten.

5.

Indien de Pgb-aanbieder een hoger tarief hanteert dan het maximumtarief, betaalt Belanghebbende het verschil aan de SVB.

6.

Indien de Pgb-aanbieder aanvullende servicekosten (zoals maaltijd, uitjes, was, materialen, e.a.) rekent, betreft dit een afspraak tussen de Belanghebbende en de Pgbaanbieder. De Belanghebbende betaalt deze kosten rechtstreeks aan de Pgb-aanbieder.

Artikel 25. Voorwaarden Pgb-beheerder 1. Een Pgb-beheerder wordt geacht de aan het Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: a. hij eerste of tweedegraadsbloed- of aanverwant is van de Belanghebbende, tenzij bijzondere omstandigheden aanleiding geven om het beheer te laten uitvoeren door iemand die tot het sociaal netwerk behoort; b. hij door de rechtbank is aangesteld als mentor, curator of bewindvoerder; c. hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het Pgb wordt ingekocht of geen relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de - 29 -

d. e. f.

situatie van de Belanghebbende, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het Pgb is omgeven, naar het oordeel van het College passend wordt bevonden; er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd; hij de belangen van de Belanghebbende voldoende kan behartigen; én hij de aan een Pgb verbonden taken kan uitvoeren.

2.

Een Belanghebbende krijgt twee keer de mogelijkheid om een Pgb-beheerder aan te dragen. Indien geen geschikte Pgb-beheerder wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb worden afgewezen.

3.

Verstrekking in de vorm van Pgb vindt niet of niet langer plaats als: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een Pgb; b. er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een Pgb in het verleden; c. er naar het oordeel van het College andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.

Hoofdstuk 7 Algemene bepalingen Jeugdhulp Artikel 26. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders Jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het College houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren Jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van medewerkers als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van medewerkers. 2.

Wanneer de zorgverlener op enige wijze bedragen onttrekt aan de bedrijfsvoering op een voor de branche niet gebruikelijke, niet integere, dan wel niet marktconforme wijze wordt dit gezien als schending van de integriteit. Dit staat het leveren van ondersteuning in de weg en heeft tot gevolg dat het College de zorgverlener kan uitsluiten van het leveren van de ondersteuning.

- 30 -

Artikel 27. Crisisfunctie Jeugd 1. Het College is verantwoordelijk voor de taak Crisisfunctie Jeugd, zoals benoemd in artikel 2.6 lid 1 sub b van de Jeugdwet. Het college mag de uitvoering van de Jeugdwet door derden laten verrichten (artikel 2.11 Jeugdwet). 2.

In de uitvoering door derden, zoals bedoeld in het eerste lid, borgt het College de afspraken in een Dienstverleningsovereenkomst met de uitvoerende partij, en houdt hierbij rekening met: a. b. c. d. e. f.

een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van diensten door derden; én de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan; én de benodigde deskundigheid van de beroepskrachten; én de toepasselijke arbeidsvoorwaarden volgens CAO van de uitvoerende partij, én de continuïteit van de jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering; én het borgen van een aan de Dienstverleningsovereenkomst gekoppelde Verwerkersovereenkomst gegevensdeling en – verwerking.

Hoofdstuk 8 Specifieke bepalingen Jeugdwet Artikel 28. Kwaliteitseisen Jeugdhulp 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van Jeugdhulp, eisen met betrekking tot de deskundigheid van professionals daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van Jeugdhulp op de persoonlijke situatie van de jeugdige; b. het afstemmen van Jeugdhulp op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat professionals tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van Jeugdhulp handelen in overeenstemming met de landelijk professionele standaarden; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de Jeugdhulp en de deskundigheid van professionals ten minste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken; e. het vanaf 17 jaar afstemmen van vervolgzorg in de Wmo en/of Zorgverzekeringswet en/of Wlz, indien nodig voor de continuïteit van zorg en ondersteuning van Belanghebbende. 2.

Met een Pgb bekostigde professioneel verleende Jeugdhulp moet aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen als gecontracteerde Jeugdhulp.

3.

Als het niet voldoen aan de kwaliteitseisen gevolg is van verwijtbaar handelen of er is sprake van voortdurende wanprestatie kan het College een waarschuwing met een redelijke hersteltermijn geven, of de aanbieder niet (langer) meer accepteren in het kader van een Pgb.

- 31 -

Artikel 29. Eigen Kracht: draagkracht en draaglast 1. Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouders hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kent het College geen individuele maatwerkvoorziening Jeugdhulp toe. 2.

Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouders voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt het College in haar onderzoek als bedoeld in artikel 5 van deze herziene Verordening, de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het College bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, o.b.v. de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen.

3.

Het College maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht genoemd in het eerste lid en draaglast genoemd in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids-)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar; b. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de Jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.

4.

In kortdurende situaties neemt het College aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf als het College op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht.

5.

Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties.

- 32 -

6.

Het College kan Nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen draagkracht en draaglast en de uitwerking daarvan.

Artikel 30. Verwijzing naar Jeugdhulp door huisarts, medisch specialist, jeugdarts of basisschool Het College draagt zorg voor de inzet van Jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of basisschool naar een Jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde Jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van Jeugdhulp nodig is. Voor een basisschool geldt dat zij uitsluitend doorverwijzen naar dyslexiezorg. Artikel 31. Jeugdhulp bij kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering 1. Het College draagt zorg voor de inzet van Jeugdhulp die: a. de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel; en/of b. de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig acht bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering. Artikel 32. Verwijzing naar Jeugdhulp door Veilig Thuis Het College draagt zorg voor de inzet van Jeugdhulp na een verwijzing door Veilig Thuis, als en voor zover Veilig Thuis van oordeel is dat inzet van deze Jeugdhulp nodig is. Artikel 33.

Jeugdhulp in spoedeisend geval In spoedeisende gevallen treft het College zo snel mogelijk een passende tijdelijke maatwerkvoorziening, of vraagt het College een spoedmachtiging gesloten Jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. Artikel 34. Vertrouwenspersoon jeugd 1. Het College zorgt ervoor dat Belanghebbenden een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het College wijst Belanghebbenden erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Artikel 35. Vervoer Het vervoer van een jeugdige van en naar een locatie waar geïndiceerde Jeugdhulp wordt geboden maakt onderdeel uit van de Jeugdhulpplicht als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid van de Jeugdwet. Artikel 36. Toezichthouder Jeugdhulp 1. Het toezicht op de kwaliteit van de Jeugdhulp is belegd bij de Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ). 2.

Het College van de gemeente Bergen is verantwoordelijk voor toezicht, naleving en handhaving op rechtmatigheid en (samen met centrumgemeente Alkmaar) de contractvoorwaarden Jeugdhulp. - 33 -

Hoofdstuk 9 Specifieke bepalingen Wmo 2015 Artikel 37. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen 1. Een Belanghebbende is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening In natura of in Pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het Pgb wordt verstrekt. 2. Als een maatwerkvoorziening of Pgb wordt verstrekt voor een woningaanpassing voor een minderjarige Belanghebbende is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders; én b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een Belanghebbende. 3. De aanbieder brengt de verschuldigdheid en hoogte van de bijdrage voorafgaand gebruik van de maatwerkvoorziening, schriftelijk en mondeling bij de Belanghebbende en diens vertegenwoordiger onder de aandacht in een voor de Belanghebbende begrijpelijke taal. Artikel 38. Hoogte bijdrage in de kosten 1. Voor de maatwerkvoorzieningen genoemd in artikel 9 van deze herziene Verordening bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen samen het bedrag genoemd in artikel 2.1.4 lid 3 en artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt samen. 2.

In afwijking van het eerste lid is de hoogte van de bijdrage voor de regiotaxi per rit gelijk aan het voor het reguliere openbaar vervoer geldende basistarief plus het kilometertarief vermenigvuldigd met het aantal gereisde kilometers.

3.

De hoogte van de bijdrage overstijgt niet de kostprijs van de voorziening.

4.

De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt.

5.

De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb is gelijk aan de hoogte van het Pgb.

6.

De kostprijs is niet onderhandelbaar. Dit geldt voor de tarieven van maatwerkvoorzieningen In natura en Pgb.

7.

Pgb en zorg in natura tarieven van de volgende maatwerkvoorzieningen worden door het College gepubliceerd: a. huishoudelijke ondersteuning, b. (ambulante begeleiding voor) zelfstandig en veilig wonen; c. (begeleiding bij een) zinvolle daginvulling; d. (respijtzorg voor een) ondersteund netwerk.

- 34 -

8. In afwijking van artikel 36, eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de Belanghebbende met een inkomen lager dan 120% van de bijstandsnorm. Deze norm wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd naar de op dat moment geldende normen. Artikel 39. Jaarlijkse waardering Mantelzorg De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat uit een tegoedbon. De criteria en de hoogte van de tegemoetkoming wordt uitgewerkt in Nadere regels. Artikel 40. Aanvullende criteria zorgplan 1. In het zorgplan van Aanbieder wordt vastgelegd: a. op welke wijze Maatwerkvoorziening zal worden uitgevoerd; b. op welke wijze dit bijdraagt aan het resultaat van de ondersteuningsdoelen; én c. hoe de voortgang wordt geëvalueerd. 2.

De ondersteuningsdoelen in de begeleiding en dagbesteding gaan uit van integrale herstel en/of participatie gerichte ondersteuning van de Belanghebbende. Dit zijn: a. functioneel herstel: ondersteuning gericht op het herstel van psychische functies, die als gevolg van de aandoening zijn (tijdelijk) verminderd of aangetast of niet goed zijn ontwikkeld. We duiden hier op hogere, executieve functies zoals zelfbeheersing, kunnen maken van plannen, zichzelf kunnen motiveren, de zelfspraak e.a.; b. maatschappelijk herstel: ondersteuning gericht op het herstel van het dagelijkse, sociale en maatschappelijk functioneren en het ontwikkelen of hernemen van sociale en maatschappelijke rollen, zowel in de besloten kring van lotgenoten, familie en vrienden als in de bredere context van werk, studie en vrijetijdsbesteding. Maatschappelijk herstel draagt bij aan het verbeteren van de maatschappelijke positie van de cliënt; c. persoonlijk herstel: ondersteuning gericht op het hervinden van een eigen, persoonlijke identiteit en van een hernieuwde betekenisgeving aan de eigen psychische klachten en het eigen levensverhaal. Daarnaast gaat het om het hervinden van perspectief, hoop en grip op het eigen leven en op het hervinden van verbondenheid met anderen ten behoeve van sociale deelname in de maatschappij.

3.

Klinisch herstel is gericht op het herstel van symptomen en functies als onderdeel van behandeling. Deze vorm van ondersteuning is geen onderdeel van de Wmo 2015.

4.

De Belanghebbende kan bij het opstellen van het plan hulp krijgen van een Aanbieders onafhankelijk cliëntondersteuner.

5.

Bij multiproblematiek of andere complexe omstandigheden betrekt de Aanbieder relevante deskundigen bij (de uitvoering van) het plan. Deze deskundigen dienen te voldoen aan de gestelde kaders in deze herziene Verordening.

- 35 -

Artikel 41. Aanvullende criteria (begeleiding bij) Zelfstandig en veilig wonen 1. Begeleiding bij het zelfstandig en veilig wonen is individuele begeleiding, gericht op het bevorderen van praktische of sociale zelfredzaamheid van Belanghebbende via één op één contact. 2.

De Belanghebbende wordt ondersteund bij het leggen van verbindingen met voorliggende, algemene of Algemeen gebruikelijke voorzieningen. Voorbeelden zijn: a. hulp bij het overzicht krijgen in de administratie en/of de financiën; b. het oefenen van vaardigheden zoals boodschappen doen; c. het bedienen van apparaten; d. het maken van een dag- of weekplanning, e. het zoeken naar een zinvolle daginvulling; f. het regelen van ingrijpende gebeurtenissen, zoals een verhuizing; g. praktische pedagogische thuishulp of gezinsondersteuning; h. het zoeken van contacten en het aanleren van vaardigheden om met anderen te communiceren; i. veiligheid in en om huis (val- en brandpreventie).

3.

Ondersteuning bij zelfstandig en veilig wonen is doelgericht. Dat betekent dat de Belanghebbende werkt aan de doelen zoals omschreven in zowel het onderzoeksverslag, het Persoonlijk plan als het zorgplan van de Aanbieder.

4.

De Belanghebbende wordt actief betrokken bij het opstellen en evalueren van het zorgplan en Pgb plan.

5.

Bij ondersteuning bij zelfstandig en veilig wonen worden de volgende complexiteiten onderscheiden: a. Licht: praktische ondersteuning en advies (steun in de rug); b. Midden: versterken en ondersteunen (helpende hand); c. Zwaar: bieden van overzicht en (tijdelijk) overnemen van de regie (op de rit zetten). Indien de ondersteuning plaatsvindt in groepsverband, is artikel 16, zevende lid sub a ‘verantwoorde werktoedeling’ onverkort van toepassing.

Artikel 42. Aanvullende criteria (begeleiding bij een) Zinvolle daginvulling 1. Dagbesteding betreft begeleiding bij het uitvoeren van activiteiten in groepsverband, op een daartoe bestemde locatie en onder begeleiding van de Aanbieder. De Belanghebbende kan geen gebruik maken van passende Voorliggende voorzieningen. Dagbesteding omvat een professioneel, gestructureerde en structurele dagactiviteit(en) met (een) welomschreven doel(en) in het Persoonlijk plan, waarbij de Belanghebbende actief wordt begeleid naar - waar mogelijk – perspectief op verbetering van zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.

- 36 -

2.

De doelen zijn gekoppeld aan activerende, educatieve en/of arbeidstoeleidende ondersteuning waarbij; a. activerende ondersteuning gericht is op: 1° het ontmoeten en zoveel mogelijk participeren in de lokale gemeenschap om sociaal isolement te voorkomen; 2° het voorkomen van opname en/of verwaarlozing; 3° het zoveel als mogelijk handhaven dan wel stimuleren van de zelfredzaamheid en cognitieve capaciteiten en vaardigheden; 4° het stimuleren van niet-uitstelbare ADL-handelingen, zoals toiletgang, toezien op medicatie-inname, nuttigen maaltijd; én 5° gericht op de persoonlijke ontwikkeling; 6° het ontlasten van de mantelzorger; 7° het aanbieden van routine en structuur voor de dag. b. arbeidstoeleidende begeleiding gericht is op: 1° het begeleiden van de Belanghebbende die aan het werk wil of kan in het arbeidsproces. Bijvoorbeeld het opdoen van arbeidsvaardigheden en – ervaring; 2° het aanleren van werknemersvaardigheden indien er sprake is van een (chronische) arbeidsbeperking waarbij de Participatiewet geen uitkomst biedt; c. educatieve dagbesteding is gericht op het aanleren van woonvaardigheden en/of arbeidstoeleidende vaardigheden. Er is sprake van een vast weekprogramma en groepsgewijs aanbod.

3.

Dagbesteding betreft onbetaalde, legale en voor de Belanghebbende veilige werkzaamheden in een veilige omgeving.

4.

Deelname aan dagbesteding is niet vrijblijvend.

5.

Een dagdeel dagbesteding staat gelijk aan vier (4) uur.

6.

De mate van professionele ondersteuning en toezicht die de Belanghebbende nodig heeft, bepaalt de complexiteit en de groepsgrootte. De volgende complexiteiten worden onderscheiden: a. licht: praktische daginvulling (steun in de rug) Er wordt uitgegaan van een groepsgrootte van acht (8) Belanghebbenden per professionele begeleider; b. midden: ondersteunende daginvulling (begeleiding zonder structureel toezicht) Er wordt uitgegaan van een groepsgrootte van zes (6) Belanghebbenden per professionele begeleider; c. zwaar: compenserende daginvulling (permanent toezicht en ondersteuning) Er wordt uitgegaan van een groepsgrootte van vier (4) Belanghebbenden per professionele begeleider. In de uitvoering van de dagbesteding is artikel 16, zevende lid sub a ‘verantwoorde werktoedeling’ onverkort van toepassing.

7.

Indien de Belanghebbende langer dan drie (3) maanden geen gebruik maakt van de dagbesteding kan het College de toegekende Maatwerkvoorziening intrekken of beëindigen zoals bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, sub e, van de Wmo 2015, tenzij de - 37 -

Belanghebbende kan aantonen dat hij tijdelijk om medische redenen gebruik maakte van verbijfsvormen onder de Zorgverzekeringswet. 8.

Onder dagbesteding wordt niet verstaan: a. een reguliere dagstructurering die in de woon-/verblijfssituatie wordt geboden; b. participatiemogelijkheden via scholing, (Vrijwilligers)werk of mogelijkheden binnen vrij-toegankelijke voorzieningen; c. vormen van welzijnsactiviteiten zoals bijvoorbeeld koffiedrinken, spelletjes spelen, winkelen en dergelijke, tenzij deze als middel tot het behalen van de doelen uit het Persoonlijk plan worden ingezet; d. Voorliggende inloopvoorzieningen met Vrijwilligers; e. vormen van (re-)creatieve dagbesteding zoals vakantie, uitstapje, sporten, (voor-) lezen, knutselen, muziek luisteren of spelen en dergelijke; f. (vormen van) vaktherapie zoals bedoeld onder de Zorgverzekeringswet.

Artikel 43. Aanvullende criteria Respijtzorg voor een ondersteund netwerk 1. Een Belanghebbende kan in aanmerking komen voor respijtzorg, in de vorm van kortdurend verblijf, indien: a. de Belanghebbende is aangewezen op ondersteuning, gepaard gaand met permanent toezicht of nabijheid; b. het tijdelijk ontlasten van de mantelzorger die dit permanent toezicht of deze nabijheid levert noodzakelijk is; c. het tijdelijk ontlasten van de jongere als mantelzorger, noodzakelijk is in combinatie met de psychosociale en maatschappelijke ontwikkeling van de jongere en/of in combinatie met het volgen van een opleiding in het beroeps- of hoger onderwijs. 2.

Inzet van respijtzorg: a. kan voor een aantal dagen of weken ingezet worden, als incidentele (een vakantie) of een regelmatig terugkerende aangelegenheid; b. kan ingezet worden in uren, dagdelen of etmalen; c. kan thuis of buitenshuis geboden worden; d. kan aan huis plaatsvinden in de vorm van ‘oppas’ of aanwezigheidszorg; én e. kan, afhankelijk van de beperkingen en belemmeringen van de Belanghebbende, worden geïndiceerd met of zonder dagbesteding en/of logeerzorg; f. in de vorm van respijtzorg wordt alleen toegekend indien Belanghebbende geen aanspraak kan maken op respijtzorg en/of eerstelijnsverblijf in de Zorgverzekeringswet.

3.

Indien respijtzorg plaatsvindt op locatie van de Aanbieder waar meerdere Belanghebbenden verblijven: a. dient de verblijfslocatie te voldoen aan zowel de lokale gemeentelijke ruimtelijke en veiligheidseisen, als aan de landelijk gestelde huisvestingseisen van zorgvoorzieningen, rekening houdend met de zorgzwaarte categorie van de Belanghebbenden;

- 38 -

b.

garandeert de Aanbieder dat er binnen 15 minuten na een calamiteitsmelding c.q. oproep, een bevoegd professional beschikbaar en aanwezig is in de accommodatie van de Belanghebbende.

4. Indien respijtzorg plaatsvindt in een gezinshuis of vormen van beschermd wonen, zijn er aanvullend de Kwaliteitscriteria Gezinshuizen of de door de centrumgemeente Alkmaar vastgesteld kwaliteitscriteria Beschermd wonen van toepassing. Artikel 44. Aanvullende criteria Beschermd Thuis Het doel van Beschermd Thuis is: a. het voorkomen van instroom in Beschermd Wonen; b. het bevorderen van uitstroom vanuit Beschermd Wonen. Tevens kan Beschermd Thuis een passende woonsetting zijn voor Belanghebbende waarvoor de stap naar zelfstandig wonen te groot is. Door inzet van Beschermd Thuis wordt het ‘gat’ tussen intramuraal wonen en zelfstandig wonen in de wijk gedicht; de Belanghebbende woont immers wel zelfstandig, maar met intensieve begeleiding en toezicht. Door Beschermd Thuis op die manier in te zetten is op- en afschaling van hulp en ondersteuning gemakkelijker te realiseren. Beschermd Thuis bestaat uit maximaal 14 uur per week begeleiding voor zelfstandig en veilig wonen met het daarbij behorende toezicht. De ondersteuning die vanuit Beschermd Thuis geleverd wordt is niet altijd planbaar, maar in tegenstelling tot Beschermd Wonen, in het algemeen instelbaar tot het volgende dagdeel (ochtend, middag, avond of nacht). Artikel 45. Aanvullende criteria Huishoudelijke ondersteuning 1.

Een Belanghebbende kan in aanmerking komen voor huishoudelijke ondersteuning indien de Belanghebbende wegens een beperking niet zelfstandig of met Gebruikelijke hulp in staat is om huishoudelijke taken te verrichten. 2. Onder Huishoudelijke Ondersteuning vallen o.a. de volgende taken: a. zwaar en licht huishoudelijk werk, zoals: opruimen, afwassen, afwasmachine in- en uitruimen, stof afnemen, bedden opmaken, huishoudelijke afval opruimen, stofzuigen, schrobben, dweilen, sanitair en keuken schoonmaken, bedden verschonen, e.a.; b. kleding/ linnengoed wassen: het sorteren en wassen van kleding met behulp van een wasmachine, centrifugeren, ophangen en afhalen van de was, vouwen, strijken en opbergen; c. signaleren: het opmerken van, dan wel aandacht hebben voor veranderingen van de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving van de Belanghebbende. 3.

Aanvullend op de ondersteuning in het eerste lid kan de Belanghebbende in aanmerking komen voor Huishoudelijke Ondersteuning Plus. Dit kan de volgende taken bevatten:

- 39 -

a. dagelijkse organisatie en ondersteunen van het huishouden bij “eenvoudige” huishoudelijke (regie-) taken, zoals het plannen van (huishoudelijke) taken; b. organisatie bij ontregelde huishoudens; c. het huishouden ondersteunen met de verzorging, zoals: verzorging van kinderen, ondersteuning bij volwassen huisgenoten die besteedt kan worden aan hulp bij het eten en/of drinken, spelen, opvoedingsactiviteiten, e.a.; d. verzorgen van maaltijden, zoals het klaarzetten en opwarmen van maaltijden en het maken van boodschappenlijstjes. 4.

Huishoudelijke activiteiten gericht op het schoonhouden van de woning worden slechts geboden indien dit betrekking heeft op de ruimten die gericht zijn op het normale gebruik van de woning door de Belanghebbende, niet zijnde een woning of woonruimte die wordt verhuurd.

5.

Van de Belanghebbende (en diens huisgenoten) wordt medewerking gevraagd om de ondersteuning zo efficiënt mogelijk te organiseren.

6.

De richttijden van huishoudelijke ondersteuning worden bij de indicatie afgerond op 5 minuten, in het voordeel van de Inwoner.

7.

Onder huishoudelijke ondersteuning wordt niet verstaan: a. het schoonhouden of schoonmaken van de buitenkant van de woning zoals het ramen lappen aan de buitenkant; b. het onderhouden van de tuin.

8.

Een Belanghebbende komt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning indien tot de woonruimte of leefeenheid van de Belanghebbende één of meer personen behoren die naar oordeel van het College gebruikelijk hulp kunnen verlenen.

Artikel 46. Aanvullende criteria Vervoersvoorzieningen 1. Voor verstrekking van de individuele vervoersvoorziening gelden de volgende criteria: a. de Belanghebbende is in staat op een verantwoorde en zelfstandige wijze aan het verkeer deel te nemen; én b. de Belanghebbende heeft een frequente verplaatsingsbehoefte van minimaal 2 à 3 keer per week voor dagelijks levensonderhoud en het aangaan of onderhouden van sociale contacten in de directe woonomgeving; én c. er is geen andere aanvullende vervoersvoorziening is verstrekt met hetzelfde gebruiksdoel; én d. de woonomgeving is geschikt voor gebruik van de vervoersvoorziening; én e. hij uit Eigen kracht op de vervoersvoorziening kan gaan zitten en afstappen; én f. hij zelfstandig in staat is het vervoermiddel te stallen. 2.

Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt rekening gehouden met lokale verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving van een maximum van tweeduizend (2000) kilometer per jaar. - 40 -

3.

Het College kent geen vervoersvoorzieningen toe als de Belanghebbende met of zonder loophulpmiddel redelijkerwijs in staat is het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken.

4.

Het College kent geen vervoersvoorzieningen toe als deze is bedoeld is voor het verplaatsen van de reeds toegekende vervoersvoorzieningen.

5.

Indien de Belanghebbende langer dan 3 maanden geen gebruik maakt van de vervoersvoorzieningen kan het College de toegekende Maatwerkvoorziening intrekken of beëindigen zoals bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, sub e, van de Wmo 2015.

Artikel 47. Aanvullende criteria Regiotaxi 1. Voor de Regiotaxi zijn de volgende criteria van toepassing: a. Belanghebbende heeft een structurele regionale vervoersbehoefte; b. de Regiotaxi wordt alleen verstrekt In natura. Een Pgb is hiervoor niet mogelijk. 2.

De Regiotaxi wordt niet ingezet voor vervoer van en naar de dagbesteding.

3

Begeleiding bij het reizen met de regiotaxi kan worden geïndiceerd als Belanghebbende: a. afhankelijk is van medische handelingen tijdens de rit; of b. er begeleiding nodig is vanwege gedragskenmerken; of c. als de noodzaak aanwezig is door fysieke of visuele beperkingen.

4.

Indien de noodzaak voor begeleiding bij het reizen is vastgesteld dient de Belanghebbende hier altijd gebruik van te maken.

Artikel 48. Aanvullende criteria scootmobiel 1. Belanghebbende kan in aanmerking komen voor een scootmobiel indien: a. de beperkingen langdurend van aard zijn; én b. het bestemmingsdoel op de middellange afstand niet op een andere manier kan worden bereikt; én c. er sprake is van een balansprobleem of een energetisch probleem, waardoor de Belanghebbende ernstig beperkt is in zijn mobiliteit. 2.

Een scootmobiel kan alleen worden geïndiceerd als: a. stalling en stroomvoorziening mogelijk is; én b. de belanghebbende uit eigen kracht op de vervoersvoorziening kan gaan zitten en afstappen.

Artikel 49. Aanvullende criteria rolstoel 1. Belanghebbende kan ik aanmerking komen voor een rolstoel indien: a. hij beperkingen ondervindt in het zich verplaatsen in en om de woning; én b. niet in staat is om zich met een loophulpmiddel zoals wandelstok of rollator te verplaatsen; én

- 41 -

c. d.

aangewezen is op zittend verplaatsen; én de beperkingen langdurig van aard zijn.

Artikel 50. Aanvullende criteria elektrische rolstoel 1. Belanghebbende kan in aanmerking komen voor een elektrische rolstoel indien: a. hij ernstige lichamelijke beperkingen ondervindt in het zich verplaatsen in en om de woning; én b. permanent afhankelijk is van een rolstoel; én c. niet in staat is om zich te verplaatsen met een (reguliere) rolstoel; én d. niet in aanmerking komt voor een scootmobiel. Artikel 51. Aanvullende criteria elektrische ondersteuning op de rolstoel 1. Belanghebbende kan in aanmerking komen voor elektrische ondersteuning. Dit kan door middel van: a. ondersteuning op een handbewogen rolstoel (e-motion wielen) indien: 1° hij niet in staat is om zich zelfstandig hoepelend te verplaatsen vanwege te weinig kracht; én 2° rolstoel gebonden is; én 3° een “duwtje in de rug” nodig heeft. b. duwondersteuning op een rolstoel indien: 1° hij volledig rolstoel gebonden is en niet in staat is om zich zelfstandig hoepelend te verplaatsen; én 2° van anderen afhankelijk is voor zijn verplaatsingen, waarbij diegene zelf ook niet zonder ondersteuning de rolstoel meer dan 400 meter kan duwen. 2.

Elektrische ondersteuning betreft een aanpassing van de rolstoel.

3.

Elektrische ondersteuning is geen losstaande vervoersvoorziening.

Artikel 52. Aanvullende criteria duofiets/driewielfiets 1. Belanghebbende kan in aanmerking komen voor een duofiets/driewielfiets met trapondersteuning, op advies van een fysiotherapeut of ergotherapeut, indien: a. Belanghebbende op medische gronden een mobiliteitsbeperking over een middellange afstand ondervindt; én b. er sprake is van een frequente verplaatsingsbehoefte van 2 á 3 keer per week in de directe woon- en leefomgeving. 2.

Een driewielfiets/duofiets kan alleen worden geïndiceerd als: a. stalling mogelijk is; én b. de belanghebbende uit eigen kracht op de vervoersvoorziening kan gaan zitten en afstappen.

Artikel 53. Aanvullende criteria handbike 1. Belanghebbende kan in aanmerking komen voor een handbike indien Belanghebbende: a. is aangewezen op verplaatsing middels een rolstoel; én b. niet in staat is zich met behulp van een handbewogen (sport) rolstoel te verplaatsen; én - 42 -

c. de handbike nodig heeft in verband met een specifieke verplaatsingsbehoefte boven de 400 meter, die niet anderszins kan worden opgelost; d. redelijkerwijs in staat is om met de handbike een middellange afstand af te leggen. Artikel 54. Aanvullende criteria autoaanpassingen 1. Belanghebbende kan in aanmerking komen voor autoaanpassingen indien: c. er een medische indicatie is voor individueel vervoer per eigen auto (elke vorm van taxivervoer is medisch niet verantwoord); d. er een regionale vervoersbehoefte is vastgesteld; e. Belanghebbende beschikt over een eigen auto die niet ouder is dan vijf jaar; én f. het gebruik van de eigen auto verantwoord is; én g. Belanghebbende een rijbewijs heeft met een minimale geldigheid van twee jaren ten tijde van de autoaanpassing; én h. de kosten van aanpassing niet hoger zijn dan de kosten die uitgegeven zouden worden aan een andere geschikte vorm van individueel vervoer gedurende één jaar. Artikel 55. Aanvullende criteria gesloten buitenwagen 1. Belanghebbende kan alleen in aanmerking komen voor een gesloten buitenwagen indien: a. er een regionale vervoersbehoefte is vastgesteld; én b. op basis van medisch advies is vastgesteld dat geen van de andere in deze herziene Verordening opgenomen vervoersvoorzieningen voldoet. Artikel 56. Aanvullende criteria Woonvoorzieningen 1.

Woonvoorzieningen hebben tot doel beperkingen, die het normale gebruik van de woning door de Belanghebbende met beperking in de weg staan, te compenseren. 2.

Een Belanghebbende kan in aanmerking komen voor een Woonvoorziening voor een woning in de gemeente Bergen, indien de aanpassing van de woning waar hij zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in deze gemeente en als deze permanent en het hele jaar wordt bewoond door Belanghebbende.

3.

Een Woonvoorziening voor de aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex is niet mogelijk als het wooncomplex specifiek is bestemd voor de huisvesting van ouderen of personen met een beperking.

4.

Het College verstrekt geen Woonvoorziening: a. indien de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. voor verblijf in een hotel, pension, trekkerswoonwagen, tweede woning of andere niet voor permanente bewoning bedoelde verblijven; c. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners of het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren;

- 43 -

d.

e.

f. g. h.

als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; indien het een monumentaal pand betreft waarbij, voorafgaand start verbouwing, geen toestemming tot aanpassing is.

5. Indien het College een woningaanpassing heeft verstrekt en de Belanghebbende verhuist binnen 10 jaar nadat de woningaanpassing is verstrekt, dan dient de meerwaarde van de woning door de woningaanpassing – onder verrekening van de voldane eigen bijdrage als bedoeld in artikel 10, derde lid, sub d, van deze herziene Verordening - te worden terugbetaald aan het College tot maximaal de kostprijs van de woningaanpassing. Dit lid is niet van toepassing bij verhuizing naar een verblijfsvorm onder de Wlz of langdurig Beschermd wonen onder de Wmo 2015. Artikel 57. Aanvullende criteria financiële tegemoetkoming 1. Het College kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor aannemelijke meerkosten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. Dit is van toepassing voor: a. regionaal vervoer, als uit onderzoek is gebleken dat Belanghebbende niet in staat is om van een Collectieve en/of Algemeen gebruikelijke en/of Maatwerkvoorziening vervoer gebruik kan maken. Dit wordt onderbouwd door een medisch advies. Een tegemoetkoming kan worden geïndiceerd voor: 1°. gereden kilometers eigen auto; 2°. taxikosten vergoeding; 3°. rolstoeltaxikosten vergoeding. b. een verhuiskostenvergoeding kan alleen worden verstrekt voor kosten die gepaard gaan met het verhuizen. Een tegemoetkoming wordt niet verstrekt voor inrichtingskosten.

De Belanghebbende moet voldoen aan de volgende criteria: 1°. er is een huisvestingsindicatie afgegeven; 2°. de Inwoner is als gevolg van de beperkingen waarvoor een huisvestingsindicatie is afgegeven niet in staat om spullen in te pakken en te vervoeren naar een andere woning; 3°. er is geen netwerk dat de Inwoner daarin kan bijstaan; én 4°. de Inwoner heeft geen mogelijkheid gehad om te reserveren voor de verhuizing. Hier is in ieder geval sprake van als de huisvestingsindicatie langer dan 6 maanden voor de Melding is afgegeven.

- 44 -

2.

Het bedrag voor de verhuiskosten, zoals omschreven in het vijfde lid sub b, is een maximaal bedrag. Het uit te keren bedrag wordt bepaald en onderbouwd door aangeleverde rekeningen of offertes.

3.

Belanghebbende komt in aanmerking voor een sportvoorziening als is voldaan aan de volgende aanvullende voorwaarden: a. Belanghebbende maakt ook in het dagelijks leven gebruik van een loophulpmiddel of een verplaatsingshulpmiddel; b. Belanghebbende is zonder sportvoorziening niet in staat tot sportbeoefening; c. beoefening van de gekozen sport is uitsluitend mogelijk met een specifieke sportvoorziening, beoefening is niet op een andere wijze mogelijk.

4.

Het budget voor aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening, zoals omschreven in het vijfde lid, is gemaximeerd en wordt maximaal één keer per drie jaar toegekend.

5.

Kosten voor het bezoekbaar maken van een woning is alleen mogelijk indien de Belanghebbende die in een Wlz instelling verblijft, regelmatig op bezoek komt. De compensatie wordt beperkt tot het bereiken van de woonkamer en het toilet.

Artikel 58. Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen Het College verstrekt de voorzieningen opvang en beschermd wonen volgens het daartoe vastgesteld beleid van de centrumgemeente Alkmaar, de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde Nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze centrumgemeente. Artikel 59. Toezicht, naleving en handhaving 1. Toezicht, naleving en handhaving Wmo 2015 is belegd bij de toezichthouder Wmo 2015. Hieronder inbegrepen de eisen in deze herziene Verordening, rechtmatigheid, (regionaal) gecontracteerde maatwerkondersteuning en de door het College nog vast te stellen Nadere regels. 2.

Per Besluit van 28 oktober 2014 (BD2014-010654) heeft het College B&W van burgemeester en wethouders het team Hygiëne en Inspectie van de GGD aangewezen als toezichthouder calamiteiten Wmo 2015. Ook de toezichthouder(s) de BUCH is door het College B&W aangewezen als toezichthouder in de zin van artikel 6.1 van de Wmo 2015.

3.

De plichten en bevoegdheden van de toezichthouder Wmo 2015 zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wmo 2015. De toezichthouder heeft de volgende plichten en bevoegdheden: a. Inzage in alle zakelijke gegevens (artikel 5:17 Awb); b. Inzage in dossiers (artikel 6.1, tweede en derde lid, Wmo 2015); c. Vereisen van medewerking van eenieder (artikel 5:20 Awb); d. Geheimhoudingsplicht toezichthouder (artikel 3.4, derde lid Wmo 2015 en artikel 2:5, eerste lid Awb); e. Betreden van plaatsen (artikel 5:15 Awb);

- 45 -

f. g. h. 4.

Invorderen van inlichtingen (artikel 5:16 en 5:16a Awb); Onderzoek naar zaken (artikel 5:18 Awb); Verwerking en verstrekking (persoons)gegevens (artikel 5.1.5 Wmo 2015).

De in het tweede en derde lid omschreven eisen zijn onderdeel van de door het College vast te stellen Nadere regels (artikel 3 tweede lid sub i en j). Na vaststelling van de Nadere regels zijn de Aanbieder, Belanghebbende en/of diens Vertegenwoordiger verplicht om actief en volledig mee te werken aan alle plichten en bevoegdheden van de toezichthouder.

Artikel 60. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het College treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een Maatwerkvoorziening door een Aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wmo 2015 en in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.

Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan tijdens de uitvoering van een Maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 Onverwijld, binnen drie werkdagen, schriftelijk aan de toezichthoudend ambtenaar.

3.

De toezichthoudend ambtenaar als bedoeld in artikel 6.1 van de Wmo 2015 doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het College over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

4.

Eenieder is verplicht om actief en volledig mee te werken aan het onderzoek van de toezichthouder.

5.

Het College kan bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld.

Artikel 61. Medezeggenschap 1. (Professionele) Aanbieders van Wmo 2015 Maatwerkvoorzieningen dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van Belanghebbenden over voorgenomen Besluiten van de Aanbieder die voor zijn Belanghebbenden van belang zijn. 2.

De (professionele) Aanbieder draagt er zorg voor dat de informatie over de medezeggenschap voldoende kenbaar is voor de Belanghebbenden van zijn organisatie.

3.

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het College toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de Aanbieders In natura, het jaarlijks cliënt ervaringsonderzoek en het door de toezichthouder zo nodig ter plaatse controleren van de gestelde kaders in deze herziene Verordening.

- 46 -

4.

Het College kan Besluiten dat het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing is indien dit niet proportioneel is in relatie tot de omvang van de organisatie van de Aanbieder of de aard of omvang van de opdracht.

Hoofdstuk 10 Herziening, intrekking, beëindiging en terugvordering Artikel 62. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Jeugdwet, Wmo 2015 1. Het College informeert Belanghebbenden of hun Vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een Maatwerkvoorziening of Pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.

Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet en artikel 2.3.8 van de Wmo 2015, doet een Belanghebbende aan het College op verzoek of Onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een Maatwerkvoorziening dan wel over een Pgb.

3.

Onder het tweede lid zijn inbegrepen: a. een maatregel of lopend onderzoek van de IGJ; b. een registratie vanwege ondeskundige zorg; c. het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels; d. misleiding; of e. fraude.

4.

Indien het derde lid gedurende de looptijd van de dienstverlening aan de Belanghebbende aan de orde is, dient de Aanbieder de Belanghebbende en diens Vertegenwoordiger direct schriftelijk op de hoogte te stellen. De Belanghebbende en diens Vertegenwoordiger zijn dan zonder verplichtingen, vrij om de overéénkomst met de Aanbieder zonder gevolg te ontbinden.

5.

Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet en artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 kan het College een beslissing over een Maatwerkvoorziening dan wel over een Pgb herzien dan wel intrekken als het College vaststelt dat: a. de Belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de Belanghebbende niet langer op de Maatwerkvoorziening of het Pgb is aangewezen; c. de Maatwerkvoorziening of het Pgb niet meer toereikend is te achten; d. de Belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden van de Maatwerkvoorziening of het Pgb; of e. de Belanghebbende de Maatwerkvoorziening of het Pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. - 47 -

6.

Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de Maatwerkvoorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

7.

Als het College een beslissing op grond van het tweede, derde, vierde en/of vijfde lid heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de Belanghebbende opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het College van de Belanghebbende en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten Maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten Pgb.

8.

Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte Maatwerkvoorziening is ingetrokken, kan deze Maatwerkvoorziening worden teruggevorderd.

9.

Het College kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het Pgb als er ten aanzien van een Belanghebbende een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wmo 2015.

Artikel 63. Beëindiging Maatwerkvoorziening 1. Het College kan een Maatwerkvoorziening als beëindigen als: a. de Maatwerkvoorziening naar het oordeel van het College niet meer geschikt is voor de Belanghebbende die gebruik maakt van de Maatwerkvoorziening; b. de Belanghebbende die aan de Maatwerkvoorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden Maatwerkvoorziening; c. de Belanghebbende die aan de Maatwerkvoorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze herziene Verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die Maatwerkvoorziening. Artikel 64. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik, niet-gebruik en fraude 1. Het College treft de nodige maatregelen om het oneigenlijk gebruik van Maatwerkvoorzieningen en Pgb’s te voorkomen en fraude te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. onderzoek bij Aanbieders van Maatwerkvoorzieningen die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente Bergen onderhouden of die ondersteuning verlenen op grond van een Pgb aan Inwoners van Bergen en die verplicht zijn om kosteloos hun medewerking te verlenen; c.

maken van afspraken met Aanbieders van Maatwerkvoorzieningen over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties;

- 48 -

d. e. f. g. h.

i.

al dan niet steekproefsgewijs controleren of de gemaakte afspraken zoals genoemd in het voorgaande lid worden nagekomen; het beperken van de looptijd van de indicaties of periodiek controles uitvoeren bij langlopende indicaties; uitvoeren van een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een Pgb op; het inschakelen van de regiemogelijkheden van de Belanghebbende of diens Vertegenwoordiger; toetsen van de kwaliteit van de invulling van het door de Belanghebbende en de Pgb-Aanbieder te overleggen Persoonlijke plan/ Pgb-plan, mede met het oog op de te bereiken ondersteuningsdoelen/-resultaten; monitoren van het gebruik van het Pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen.

2.

De gemeenteraad stelt ten minste iedere vier jaar een handhavingsbeleidskader vast, waarin beleidsuitgangspunten en -prioriteiten worden aangegeven.

3.

Dit handhavingsbeleidskader omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik en niet-gebruik van de Jeugdwet en de Wmo 2015, alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast.

4.

Het College rapporteert éénmaal per jaar aan de gemeenteraad over de uitvoering, de resultaten en de effecten op het gebied van handhaving in relatie tot de beleidsuitgangspunten en -prioriteiten zoals vastgelegd in het handhavingsbeleidskader. Misbruik van diploma’s en Verklaringen omtrent het Gedrag (VOG’s) is een ernstige zaak vanwege mogelijke risico’s p de kwaliteit en veiligheid van de ondersteuning aan Belanghebbenden. Het vervalsen van deze documenten is een strafbaar feit.

5.

6.

Indien het vijfde lid van toepassing is of er een vermoeden is van valsheid in geschrifte, doet het College ten alle tijden Melding bij de IGJ en/ of via het civiel recht bij ingehuurde medewerkers via een (vorm van) uitzendbureau of detacheringsbureau en/of het Strafrecht bij diplomafraude.

7.

Is de Aanbieder die diplomafraude pleegt geregistreerd in het BIG- of SKJ-register, dan kan de IGJ een tuchtrechtelijk procedure tegen de betreffende zorgverlener starten.

Artikel 65. Aangifte bij het Openbaar Ministerie Indien een schending van de inlichtingenplicht leidt tot benadeling van de gemeenten, doet het College aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten in de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude.

- 49 -

Hoofdstuk 11 Overige bepalingen Artikel 66. Verhouding prijs en kwaliteit Aanbieder 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst als bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid, van de Wmo 2015 of artikel 2.12, van de Jeugdwet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het College vast: a. een vaste prijs of tarief, toegepast bij een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met een derde; of b. een reële prijs of tarief, geldend als ondergrens voor: 1° het doen van een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst, én 2° de vaste prijs, bedoeld in sub a. 2.

Het College stelt de prijzen of het tarief, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van de dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht; én b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wmo 2015 en 12.4, eerste lid, onder a, van de Jeugdwet, tussen degenen aan wie de dienst of Jeugdhulp wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4898/documents/38341