rb Herziene verordening Wmo en Jeugdhulp gemeente Bergen 2023.pdf
Tekst van het document
3.
Het College baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet-productieve uren van de professionals als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis- en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen, zoals rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
4.
Het College kan het eerste lid, onder b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs of tarief voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op wat gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het College verantwoording af aan de gemeenteraad.
5.
Het College kan de uiteindelijk over een kalenderjaar te betalen vergoeding aan een Aanbieder van een dienstverlening korten met maximaal het bedrag waarmee bezoldigingen en uitgekeerde ontslagvergoedingen aan al dan niet ingehuurde (deeltijd) medewerkers, bestuurders en toezichthouders over dat jaar (naar rato) meer bedragen dan de normen, zoals bedoeld in artikel 2.3 en 2.10, van de Wet normering topinkomens.
6.
Wanneer de Aanbieder op enige wijze bedragen onttrekt aan de bedrijfsvoering op een voor de branche niet gebruikelijke, niet integere dan wel niet marktconforme wijze, wordt dit gezien als schending van de integriteit. Dit staat het leveren van ondersteuning in de - 50 -
weg en heeft tot gevolg dat het College de Aanbieder kan uitsluiten van het leveren van de ondersteuning, zoals omschreven in deze herziene Verordening en op basis van de contracten met de Aanbieders. Artikel 67. Hardheidsclausule Het College kan in bijzondere gevallen ten gunste van de Belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze herziene Verordening, als toepassing van deze herziene Verordening naar het oordeel van het College tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 68. Klachtenregeling 1. Aanbieder beschikt over een klachtenregeling voor de afhandeling van klachten van Belanghebbenden ten aanzien van alle Maatwerkvoorzieningen. Deze regeling is bij de belanghebbende en diens vertegenwoordiger schriftelijk en mondeling kenbaar gemaakt in een voor de Belanghebbenden begrijpelijke taal. 2.
Het College behandelt klachten van Belanghebbenden die betrekking hebben op Meldingen en afhandeling van aanvragen als bedoeld in deze herziene Verordening, overeenkomstig de bepalingen van de klachtenregeling gemeente Bergen. Desgewenst kan men hierna de klacht voorleggen aan de Ombudsman.
3.
Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het College toe op de naleving van de klachtregelingen van Aanbieders door periodieke overleggen met de Aanbieders, een jaarlijks cliënt ervaringsonderzoek en overeenkomstig de bepalingen van de klachtenregeling van de gemeente Bergen, de Jeugdwet en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).
4.
Het College kan Besluiten dat het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing is indien dit niet proportioneel is in relatie tot de omvang van de organisatie van de Aanbieder of de aard of omvang van de opdracht.
Artikel 69. Klachtbehandeling Het College neemt in de contracten met Aanbieders op dat de Aanbieders een effectieve en laagdrempelige klachtregeling moeten hebben voor de behandeling van klachten van Belanghebbenden ten aanzien van gedragingen van de Aanbieder jegens een Belanghebbende. Artikel 70. Monitoring 1. Het College verzamelt, ter bevordering van de kwaliteit en de continuïteit van Maatwerkvoorzieningen, systematisch informatie over: a. de ervaringen van Belanghebbenden bij de toegekende Maatwerkvoorzieningen; b. in hoeverre de resultaten uit de Beschikking daadwerkelijk worden bereikt.
- 51 -
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt tweejaarlijks na inwerkingtreding van deze herziene Verordening geëvalueerd. Het College zendt hiertoe een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de herziene Verordening en de daarbij horende nadere regelgeving en beleidsregels in de praktijk. Artikel 71. Intrekking oude Verordeningen De volgende Verordening wordt ingetrokken: 1. Verordening sociaal domein gemeente Bergen 2017, zoals vastgesteld op 18 mei 2017. Artikel 72. Overgangsbepalingen 1. Een Belanghebbende houdt recht op een lopende Maatwerkvoorziening verstrekt, als bedoeld in het eerste lid van deze herziene Verordening, totdat het College een nieuw Besluit heeft genomen waarbij het Besluit waarmee deze Maatwerkvoorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 2.
Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van de wijziging van deze herziene Verordening van 1 januari 2024 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze wijziging, worden afgehandeld krachtens de herziene Verordening zoals deze luidt na inwerkingtreding van deze wijziging.
3.
Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze herziene Verordening, blijft van toepassing op een Besluit, genomen op grond van de Verordeningen als bedoeld in het eerste lid, dat nog niet onherroepelijk is.
4.
Op bezwaarschriften tegen een Besluit op grond van deze herziene Verordening, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van de wijziging van 1 januari 2024, wordt beslist met inachtneming van de Verordening zoals die luidde voor inwerkingtreding van deze wijziging.
Artikel 73. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De herziene Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp 2023 treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. 2.
Deze Verordening wordt aangehaald als de Herziene Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Bergen 2023.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Bergen in de openbare raadsvergadering van d.d. 30 november 2023. :Signer1:Capture:size(200,70)}}
{{esl:Signer2:Capture:size(200,70)}}
mr. J.G.S. (Janne) Pijnenborg griffier
L.H. (Lars) Voskuil voorzitter
- 52 -