rb Herziene verordening Wmo en Jeugdhulp gemeente Bergen 2023.pdf
Tekst van het document
Onderwerp: herziene Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp 2023 Zaaknr: Z23 133397 Documentnr: D677546 RAADSBESLUIT Bergen Raadsbesluit
De raad van de gemeente Bergen; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 september 2023; Gezien het advies van de algemene raadscommissie van 16 november 2023; Gezien het advies van de Adviesraad sociaal domein gemeente Bergen; gelet op: 1. de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 van de Jeugdwet; 2. de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.4a, 2.1.5, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 en 2.6.6, eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; en 3. artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; overwegende, a. dat de gemeente op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet gehouden is om zo goed mogelijke ondersteuning en hulp aan volwassenen en jeugdigen te bieden; b. dat het in het kader van de doorontwikkeling van Welzijn, Zorg en Jeugdhulp wenselijk is om de ondersteuning in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet, alsmede aanverwante onderwerpen die deze dienstverlening raken en waar gemeentelijk beleid op is ontwikkeld, zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen; c.
deze afstemming het best tot uitdrukking komt in een gezamenlijke Verordening voor beide hiervoor genoemde wetten; overwegende dat de uitvoering van de Participatiewet, Wet schuldhulpverlening, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen uitgevoerd wordt door werkorganisatie Zaffier. Zaffier legt over deze onderdelen aparte Verordeningen aan u voor. De gemeentelijke regels op het gebied van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 leggen we vast in één herziene Verordening. Besluit vast te stellen: De herziene Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Bergen 2023.
Herziene Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Bergen 2023
-2-
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen 1. Alle begrippen die in deze herziene Verordening worden gebruikt en die niet nader dan wel afwijkend worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de Wmo 2015, de Wet passend onderwijs, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2. In deze herziene Verordening wordt verder verstaan onder: a. Aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die onder verantwoordelijkheid van het College gehouden is een Algemene voorziening of een Maatwerkvoorziening te leveren; b. Algemene voorziening: 1°.een vrij toegankelijke voorziening als bedoeld in de Jeugdwet zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de Belanghebbende; 2°. aanbod van diensten of activiteiten als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de aanvragers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, het aannemelijk is dat de Belanghebbende daarover, ook als hij geen beperkingen heeft, kan beschikken.
De voorziening: 1°.is verkrijgbaar in de reguliere handel; én 2°.is in prijs vergelijkbaar is met soortgelijke producten; én 3°.levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de Belanghebbende tot zelfredzaamheid of participatie in staat is; én 4°.kan financieel gedragen worden met een inkomen op minimumniveau, al dan niet door reservering voor de kosten. Of de kosten algemeen gebruikelijk zijn, wordt beoordeeld in relatie tot de situatie en problematiek van Belanghebbende; d. Belanghebbende: 1°.een jeugdige of zijn ouder(s) of pleegouder(s), voor zover de jeugdige conform de Jeugdwet woonplaats heeft in de gemeente Bergen; 2°.een cliënt zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015; e. Beschikking: een Besluit genomen door het College van de gemeente Bergen, niet zijnde van algemene strekking, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan; f. Besluit: een Beschikking in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht afgegeven door de gemeente Bergen aan een Belanghebbende, waarmee die Belanghebbende al dan niet toegang krijgt tot de Wmo 2015 Maatwerkvoorziening; g. Bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de Wmo 2015; h. College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen; i.
Collectief vervoer: een verzamelnaam voor het openbaar vervoer (bus, tram, metro, regionale trein en ov te water) en het contractvervoer voor doelgroepen
-3-
(leerlingenvervoer, Wmo-vervoer, Regiotaxi). We spreken ook wel van collectief personenvervoer; j. Eigen kracht: ziet toe op de eigen mogelijkheden van de Belanghebbende, of door inzet van het eigen netwerk om problemen zelf op te lossen; k. Gebruikelijke hulp: ondersteuning of zorg die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot/levenspartners, ouders en/of andere verzorgers of opvoeders, inwonende kinderen of andere huisgenoten, ook al is er sprake van een Belanghebbende met een ziekte, aandoening of beperking; l. Hulpvraag: het kenbaar maken van een behoefte van een Belanghebbende aan ondersteuning; m. Informeel hulpverlener: 1e of 2e graad bloed- of aanverwant of iemand uit het sociale netwerk van de Belanghebbende. Eerste graad bloed- of aanverwanten zijn partner, ouders, schoonouders, kinderen, schoonzoons, schoondochters. Tweede graad bloed- of aanverwanten zijn broers, zussen, kleinkinderen, opa’s, oma’s, schoonzussen, zwagers, stiefzussen, stiefbroers; n. Informeel Pgb-aanbieder: iemand uit het sociale netwerk van de Belanghebbende, die de zorg en ondersteuning verleent door middel van een Pgb volgens de algemeen geldende eisen voor alle Aanbieders en niet zijnde een Informeel hulpverlener; o. Inwoner: iemand die ingezetene is van de gemeente Bergen en ingeschreven staat in de Basisregistratie personen; p.
Maatwerkvoorziening: 1°.individuele Maatwerkvoorziening als bedoeld in de Jeugdwet en artikel 8 van deze herziene Verordening; én 2°.een Maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 en artikel 9 van deze herziene Verordening; q. Mantelzorg: onbetaalde en vaak langer durende zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten; r. Melding: kenbaar maken van de Hulpvraag aan het College; s. Nadere regels: nadere regelgeving op grond van deze herziene Verordening vast te stellen bij Besluit en nadere beleidsregels die opgenomen worden met betrekking tot de uitvoering van deze herziene Verordening; t. Onafhankelijke cliëntondersteuning: ondersteuning met informatie en advies welke bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, Jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; u. Ondersteuning: hulp aan Belanghebbenden door de inzet van Maatwerkvoorzieningen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen en deel kunnen blijven nemen aan de maatschappij; v. Onverwijld: in ieder geval binnen drie werkdagen; w.
Onderzoeksverslag: plan ter ondersteuning van de Belanghebbende, bedoeld voor één of meer personen, zijnde: 1°.een weergave van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 6 van deze herziene Verordening; -4-
2°.het hulpverleningsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, waarin de doelen en hoe deze te bereiken, evenals de bijdrage die zowel het College als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren, zijn vastgelegd; 3°.het Persoonlijk plan zoals bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wmo 2015; x. Overmacht: niet te voorziene situaties niet zijnde beëindiging van klinische behandeling, beëindiging van forensische zorg, niet binnen de 8 weken te voorziene opschaling van ondersteuning; y. Persoonlijk plan: plan waarin de Belanghebbende op zijnswijze de omstandigheden beschrijft en welke maatschappelijke ondersteuning het meest is aangewezen om concrete invulling te geven aan de te behalen ondersteuningsdoelen; z. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 of artikel 8.1.1 van de Jeugdwet; aa. Pgb-aanbieder: een derde die Belanghebbende heeft betrokken om ondersteuning in te kopen. Dit kan een professionele Aanbieder of een Informeel Pgb-aanbieder zijn; bb. Pgb-beheerder: een persoon die de belangen van de Pgb-houder behartigt en de aan een Pgb verbonden taken uitvoert, indien de Belanghebbende ondersteuning heeft (of wenst te ontvangen) in de vorm van een Pgb. De Pgb-beheerder kan een aangewezen Vertegenwoordiger zijn; cc. Pgb-houder: de Belanghebbende die een Maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb ontvangt; dd.
Pgb-plan: een door de Belanghebbende opgesteld Persoonlijk plan waarin de Belanghebbende de omstandigheden beschrijft, en concreet aangeeft hoe het Pgb budget wordt besteed aan de ondersteuning die gericht is op de te behalen ondersteuningsdoelen; ee. Professioneel Pgb-aanbieder: een bedrijf, instelling of zzp’er die alle diploma’s en papieren heeft die een professioneel zorgverlener moet hebben, gerelateerd aan de uitvoering van taken; ff. Sociaal netwerk: 1°.natuurlijk persoon die Jeugdhulp verleent die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen hem en de jeugdige of zijn ouders bestaande sociale relatie, tenzij die Jeugdhulp beroeps- of bedrijfsmatig wordt verleend; 2°.natuurlijk persoon die maatschappelijke ondersteuning verleent die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen hem en de Belanghebbende bestaande sociale relatie, tenzij die maatschappelijke ondersteuning beroeps- of bedrijfsmatig wordt verleend; gg. Spoedeisend: niet uitstelbare zorg, waarbij de consequentie van uitblijvende zorg binnen 24 tot 48 uur aantoonbaar of aannemelijk zal leiden tot onaanvaardbare gezondheids-, veiligheidsrisico’s of ernstig nadeel in het kader van verplichte zorg; hh.
Vertegenwoordiger: een binnen de Wmo 2015 door de Belanghebbende gemachtigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die de aan de Belanghebbende verbonden taken op zich neemt; 1°.de gemachtigde ouder of voogd is van een kind jonger dan 18 jaar; of 2°.een door de rechter benoemde wettelijke Vertegenwoordiger (curator, bewindvoerder, mentor) of een gewaarborgde hulp, een echtgenoot, een
-5-
geregistreerd partner of andere levensgezel die vrijwillig door de Belanghebbende schriftelijk is gemachtigd als Vertegenwoordiger; 3°.bij gg, eerste en tweede lid geldt dat de Vertegenwoordiger niet de (beoogd) Professioneel Pgb-aanbieder of medewerker van de (beoogd) Professioneel Pgb-aanbieder mag zijn, noch enige rechtstreekse of onrechtstreekse verbondenheid heeft met de (beoogd) Professioneel Pgb-aanbieder; ii. Voorliggende voorziening: voorziening uit andere wetgeving, al dan niet met indicatie, waarmee aan de Hulpvraag wordt tegemoetgekomen; jj. Vrijwilliger: iemand die in enig verband onverplicht en onbetaald werk verricht, voor anderen of de samenleving; kk. Woonvoorziening: roerende zaak dan wel bouwkundige of woon technische aanpassing van een woning. Artikel 2. Reikwijdte herziene Verordening 1. Deze herziene Verordening is van toepassing op het (integrale) proces rond de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). 2.
Deze herziene Verordening richt zich op personen: a. die hun woonplaats in gemeente Bergen hebben; én b. die kwetsbaar zijn, hun zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie willen behouden en/of verbeteren en daar ondersteuning bij nodig hebben; c. of die, al dan niet woonachtig in gemeente Bergen, als mantelzorger ondersteuning aan een in gemeente Bergen wonende Inwoner van gemeente Bergen bieden.
Artikel 3. Nadere regels 1. Het College stelt de hoogte van de tegemoetkomingen voor mantelzorgondersteuning, regionaal vervoer, verhuiskosten, een sportvoorziening en het bezoekbaar maken van een woning vast in een financieel Besluit. 2.
Het College stelt Nadere regels op ten aanzien van: a. dyslexie; b. verleningscriteria voor een Maatwerkvoorziening Pgb Jeugdhulp; c. kwaliteit en veiligheid (norm verantwoorde werktoedeling); d. het onderscheid tussen professionele en Informeel hulpverlening Jeugdhulp; e. sociaal medische indicatie; f. een aanvraagformulier Jeugdhulp; g. richttijden voor huishoudelijke ondersteuning; h. mantelzorg(-ondersteuning); i toezicht en handhaving op de kwaliteit en rechtmatigheid Wmo 2015; j. toezicht en handhaving op rechtmatigheid Jeugdhulp; k. klachtenregeling Jeugdhulp.
3.
Het College kan Nadere regels stellen ten aanzien van: a. Eigen kracht; b. kwaliteitseisen Pgb Jeugdhulp;
-6-
c. d. e. f. g. h. i.
de afbakening tussen onderwijs en Jeugdhulp; monitoring; voorwaarden aan het (Pgb) evaluatieverslag Jeugdhulp; voorwaarden voor de overgang van Beschermd wonen naar Beschermd thuis; een tegemoetkoming in vervoerskosten van en naar de Pgb dagbesteding; herziening, intrekking, beëindiging en terugvordering; alle Maatwerkvoorzieningen op basis van gewijzigd landelijk beleid gedurende de looptijd van deze herziene Verordening.
4.
Het College kan bij nadere regeling vaststellen welke andere Maatwerkvoorzieningen dan genoemd in artikel 8 van deze herziene Verordening beschikbaar zijn als Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp.
5.
Het College kan bij nadere regeling vaststellen welke andere Maatwerkvoorzieningen dan genoemd in artikel 9 van deze herziene Verordening beschikbaar zijn als Maatwerkvoorzieningen Wmo 2015.
6.
Het college stelt de volgende formulieren ter beschikking: a. een aanvraagformulier voor Jeugdhulp, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, sub b van deze herziene Verordening; b. een Pgb Plan, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub cc van deze herziene Verordening.
Hoofdstuk 2 Integrale benadering Artikel 4. Melding Hulpvraag 1. Een Hulpvraag kan door of namens een Belanghebbende rechtstreeks worden gemeld bij het College. 2.
Het College informeert de Belanghebbende voorafgaand aan het onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze herziene Verordening over de mogelijkheid om gebruik te maken van kosteloze en (Aanbieders) onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de Belanghebbende het uitgangspunt is.
3.
Het College brengt de Belanghebbende op de hoogte van de mogelijkheid een familiegroepsplan op te stellen.
4.
Een Melding voor behoefte aan beschermd wonen, opvang of een Safehouse dient plaats te vinden bij centrumgemeente Alkmaar.
Artikel 5. Onderzoek naar aanleiding van Melding 1. Het College informeert de Belanghebbende en/of zijn Vertegenwoordiger: a. over de gang van zaken bij het onderzoek; b. diens rechten en plichten;
-7-
c.
d.
over de mogelijkheid om een Persoonlijk plan (zoals bedoeld in de Wmo 2015) of familiegroepsplan (zoals bedoeld in de Jeugdwet) op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen; de vervolgprocedure.
2.
Aanvullend op het eerste lid vraagt het College de Belanghebbende en/of zijn Vertegenwoordiger toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken, tenzij er sprake is van een uitzondering waaronder: a. het voorkomen van ernstig nadeel in het kader van verplichte zorg; b. een (jeugdige) Belanghebbende weloverwogen te kennen geeft hulp te willen zonder toestemming van bijvoorbeeld ouder(s) met gezag of voogd(en).
3.
Voor of tijdens het onderzoek verschaft de Belanghebbende en/of zijn Vertegenwoordiger het College alle gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het College voor het onderzoek nodig zijn en waarover de Belanghebbende op dat moment redelijkerwijs beschikking kan krijgen. De Belanghebbende verstrekt in ieder geval een geldig identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
4.
Voor zover het College het nodig acht om het onderzoek volledig en zorgvuldig uit te kunnen voeren, kan informatie ingewonnen worden bij derden. Het College overlegt dit met de Belanghebbende en/of Vertegenwoordiger.
5.
Het College onderzoekt binnen de zes weken na de melding met de Belanghebbende: a. de hulpvraag; de ondersteuningsbehoefte van de belanghebbende op basis van de persoons- en gezinskenmerken, voorkeuren en wensen; b. of de Jeugdwet of de Wmo 2015 van toepassing zijn; c. of de gemeente Bergen verantwoordelijk is op basis van het woonplaatsbeginsel, artikel 1.1 Jeugdwet en de Wmo 2015; d. of er sprake is van beperkingen, (psychische)problemen/ stoornissen en opgroei- en opvoedingsproblematiek; e. welke ondersteuning naar (aard en omvang) minimaal noodzakelijk is voor (groeien naar) zelfstandigheid en voldoende zelfredzaamheid om mee te doen in de samenleving binnen een veilige omgeving. Hierbij houdt het College rekening met de leeftijd van belanghebbende, het ontwikkelingsniveau, de culturele achtergrond en eventuele godsdienstige gezindheid en levensovertuigingen; f. wat het doel/ gewenste resultaat is van de ondersteuning; g. de mogelijkheden om het gewenste resultaat te behalen en bij te dragen aan zelfredzaamheid en participatie door middel van: 1° de Eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van de Belanghebbende en diens 1e en 2e bloed- en aanverwanten en/of sociaal netwerk; 2° het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten; 3° aanspraak te maken op een Voorliggende voorziening; 4° aanspraak te maken op een Algemene voorziening; 5° de inzet van Mantelzorg.
-8-
6.
Het College onderzoek indien van toepassing ook: a. de wijze waarop de zorg- en ondersteuning wordt afgestemd met andere (maatwerk-) voorzieningen; b. de behoefte aan ondersteuning voor de mantelzorger van de Belanghebbende; c. de aansluiting op het familiegroepsplan of Persoonlijk plan, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub c, wat de Belanghebbende aan het College heeft overhandigd; d. de Bijdragen in de kosten de Belanghebbende met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de Wmo 2015 verschuldigd zal zijn; e. de mogelijkheden om door middel van (een versterkte) samenwerking met zorgverzekeraars, zorgkantoren, zorgaanbieders en partijen op het gebied van publieke gezondheid, Jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening. Samenwerking met het oog op de behoefte aan verbetering van de zelfredzaamheid of participatie van Belanghebbende; f. of een aanvraag Pgb voldoet aan de voorwaarde die in de herziene Verordening aan Pgb gesteld zijn.
7.
Het College kan een onafhankelijke instantie geanonimiseerd om (medisch) advies vragen, zonder toestemming van Belanghebbende of diens Vertegenwoordiger.
8.
Als de aanvraag toeziet op een verstrekking van een Pgb waarbij Belanghebbende een Vertegenwoordiger heeft gemachtigd de aanvraag namens hem in te dienen, kan het College de gemachtigde bij het onderzoek betrekken en vragen bij het onderzoek aan te sluiten.
Artikel 6. Onderzoeksverslag 1. Het College stelt samen met de Belanghebbende, dan wel diens Vertegenwoordiger, een onderzoeksverslag van het onderzoek op en verstrekt dit schriftelijk aan de Belanghebbende dan wel diens Vertegenwoordiger. 2.
Het eventueel opgemaakte familiegroepsplan en/of Persoonlijke plan maakt onderdeel uit van het onderzoeksverslag.
3.
In dit onderzoeksverslag worden de Hulpvraag van de Belanghebbende, de vervolgstappen en het gewenste resultaat/de ondersteuningsdoelen beschreven.
4.
Bij het opstellen van een onderzoeksverslag wordt onder andere aangegeven van welke Maatwerkvoorziening(en) (al) gebruik wordt gemaakt en/of voor welke Maatwerkvoorziening(en) de Belanghebbende een aanvraag bij het College indient.
5.
Het College verstrekt het onderzoeksverslag aan de Belanghebbende dan wel diens vertegenwoordiger.
-9-
Artikel 7. Aanvraag van een Maatwerkvoorziening 1. Een aanvraag in het kader van de Jeugdwet wordt als volgt ingediend: a. het College merkt een ondertekend Onderzoeksverslag als bedoeld in artikel 6 van deze herziene Verordening aan als een aanvraag als de Belanghebbende dit heeft aangeven in het Onderzoeksverslag. Indien de Belanghebbende de Jeugdhulp zelf wenst in te kopen met een Pgb, dient hij gelijktijdig met een aanvraag een Pgb-plan in; b. indien het Onderzoeksverslag als bedoeld in sub a niet aan de orde is, dan stelt het College een formulier ter beschikking dat, indien ondertekend, wordt aangemerkt als aanvraag. 2.
Een aanvraag in het kader van de Wmo 2015 kan zes weken na de melding (onderzoekstermijn) als volgt worden ingediend: a. het College merkt een ondertekend Onderzoeksverslag als bedoeld in artikel 6 van deze herziene Verordening aan als een aanvraag als de Belanghebbende dit heeft aangeven in het Onderzoeksverslag. Indien de Belanghebbende de ondersteuning zelf wenst in te kopen met een Pgb, dient hij gelijktijdig met een aanvraag een Pgbplan in; b. indien het Onderzoeksverslag als bedoeld in sub a niet aan de orde is, dan gelden de criteria die aan een aanvraag worden gesteld in artikel 4:1 en artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht; c. het aanvraagformulier dient door Belanghebbende of diens Vertegenwoordiger te zijn ondertekend.
3.
Het College is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag voor een Maatwerkvoorziening, degene door of namens wie een aanvraag is ingediend of bij Gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten en/of familieleden: a. op te roepen in persoon te verschijnen op een door het College te bepalen plaats en tijdstip en de Belanghebbende en/of diens relevante huisgenoten te bevragen; b. op een door het College te bepalen plaats en tijdstip door één of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.
4.
Het College neemt binnen twee weken na ontvangen van de aanvraag een besluit over het al dan niet indiceren van een Maatwerkvoorziening Wmo 2015 of Jeugdhulp en/of een tegemoetkoming Wmo2015. Het College kan de beslistermijn beargumenteerd verlengen op grond van artikel 4:13 en 4:14 Awb.
Hoofdstuk 3 Maatwerkvoorzieningen Artikel 8. Maatwerkvoorzieningen op grond van de Jeugdwet Onder de Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp vallen de door de gemeente ingekochte Maatwerkvoorzieningen op het gebied van: a. Ambulante Jeugdhulp (waaronder begeleiding, behandeling, persoonlijke verzorging); b. Verblijf;
- 10 -
c. d. e.
Crisishulp; Diagnostiek en behandeling bij ernstige dyslexie; Vervoer van de jeugdige van en naar de Jeugdhulpaanbieder waar de Jeugdhulp wordt geboden.
Artikel 9. Maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 Onder de Maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 vallen in ieder geval: a. Huishoudelijke ondersteuning; b. Rolstoel; c. Woonvoorzieningen: 1°.roerende Woonvoorzieningen; 2°. onroerende Woonvoorzieningen; d. Vervoersvoorzieningen: 1°. regiotaxi; 2°. scootmobiel; 3°. duofiets/driewielfiets; 4°. autoaanpassingen. e. (ambulante begeleiding voor) zelfstandig en veilig wonen; f. (begeleiding bij een) zinvolle daginvulling; g. (respijtzorg voor een) ondersteund netwerk; h. Beschermd Thuis. Artikel 10. Algemene criteria voor een Maatwerkvoorziening 1. Een Belanghebbende kan binnen de kaders van de Wmo 2015, de Jeugdwet en deze herziene Verordening in aanmerking komen voor een Maatwerkvoorziening. 2.
Een Belanghebbende komt in aanmerking voor een Maatwerkvoorziening indien naar het oordeel van het College bij de Belanghebbende: a. het op Eigen kracht en/of met Gebruikelijke hulp en zorg en/of met Algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of met Algemene voorzieningen en/of met Mantelzorg en/of met ondersteuning uit Sociaal netwerk afwezig of ontoereikend zijn om de Hulpvraag te reduceren of op te lossen; én b. een Maatwerkvoorziening aannemelijk effectief bijdraagt aan het zo lang en verantwoord mogelijk in de eigen leefomgeving te participeren; én c. een Maatwerkvoorziening aannemelijk effectief bijdraagt aan het verminderen van de (psychische of psychosociale) problemen van de Belanghebbende, met als doel zich zo lang en verantwoord mogelijk op Eigen kracht te handhaven in een veilige omgeving; én d. de Maatwerkvoorziening, gelet op de Belanghebbende, veilig is voor hemzelf en zijn omgeving en geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt; én e. de Belanghebbende binnen zijn vermogen in voldoende mate meewerkt aan het opstellen en nakomen van het Onderzoeksverslag en de afspraken met de Aanbieder van de Maatwerkvoorziening of het Pgb.
3.
Bij het verstrekken van een Maatwerkvoorziening wordt in de Beschikking in ieder geval vastgelegd:
- 11 -
a. b. c. d. e. f. g.
welke Maatwerkvoorziening wordt verstrekt, wat de omvang is en wat het beoogde resultaat en/of doel daarvan is; wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking van de Maatwerkvoorziening is; in welke vorm de maatwerkverstrekking wordt verstrekt; of een eigen Bijdrage in het kader van Wmo 2015 verschuldigd is; of er eventuele verplichtingen/voorwaarden zijn die verbonden worden aan de verstrekking van de Maatwerkvoorziening; welke gecontracteerde Aanbieder de Maatwerkvoorziening verstrekt in het geval van Zorg In natura; als de Maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb wordt verstrekt: 1°. wordt de zorg en/of Ondersteuning uitgevoerd door een Informeel Pgbaanbieder of een Professioneel Pgb-aanbieder; 2°. wat de hoogte van het Pgb is en hoe hiertoe gekomen is; 3°. de wijze van verantwoording van de besteding van het Pgb.
4.
Als een Maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het College verstrekte Maatwerkvoorziening, wordt deze alleen verstrekt als de eerder verstrekte Maatwerkvoorziening technisch is afgeschreven: a. tenzij de eerder verstrekte Maatwerkvoorziening niet opzettelijk door eigen toedoen verloren is gegaan; b. tenzij er sprake is van vervroegd technisch afschrijven door omstandigheden die aantoonbaar niet aan de Belanghebbende zijn toe te rekenen; c. tenzij de veroorzaakte kosten worden betaald via door de Belanghebbende afgesloten verzekering; of d. als de eerder verstrekte Maatwerkvoorziening niet langer een adequate oplossing biedt in de ondersteuningsbehoefte.
5.
Het College Besluit, indien de Belanghebbende op een Maatwerkvoorziening is aangewezen, tot de goedkoopst adequate en meest doeltreffende Maatwerkvoorziening.
6.
Het College kan een Maatwerkvoorziening, anders dan in de vorm van Maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 als bedoeld in artikel 9, tweede lid sub a, derde lid sub a en vierde lid sub b en sub c van deze herziene Verordening, in bruikleen of in eigendom verstrekken.
7.
Een Belanghebbende komt niet in aanmerking voor een Maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie als: a. de Belanghebbende geen Inwoner is van de gemeente Bergen; b. als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een Maatwerkvoorziening op basis van een andere wet dan de Wmo 2015 of de Jeugdwet bestaat; c. de Melding is gedaan op een zodanig moment dat een objectieve beoordeling van de noodzaak voor of de wijze van ondersteuning niet kan plaatsvinden; d. als de voorziening is verwezenlijkt voor de Melding;
- 12 -
e.
f.
8.
er ondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het beoogde aanbod aannemelijk effectief bijdraagt aan de zorg- en ondersteuningsdoelen in het Persoonlijk plan, en er aantoonbaar geen enigszins vergelijkbare zorg- en ondersteuning aanwezig is binnen Nederland; als het reis- en verblijfkosten van de Aanbieder of andere ondersteunende begeleiding betreft.
Het College kan een Maatwerkvoorziening weigeren indien de Belanghebbende aanspraak heeft op verblijf of een volledig pakket thuis (VPT) en daarmee samenhangende zorg in een instelling of wijkgerichte zorg op grond van de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de Belanghebbende daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande.
Artikel 11. Afstemming met Maatwerkvoorzieningen werk en inkomen Het College draagt zorg dat het sociaal team, Jeugdhulp aanbieders, de gecertificeerde instellingen en Aanbieders Wmo 2015 met een integrale werkwijze, financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en (jeugd)hulp vroegtijdig signaleren en waar nodig Belanghebbenden helpen de juiste ondersteuning met gemeentelijke maatwerkvoorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, reintegratievoorzieningen en armoedevoorzieningen - te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen.
Hoofdstuk 4 Persoonsgebonden budget (Pgb) Wmo 2015 en Jeugdwet Artikel 12. Voorwaarden Pgb Als een Belanghebbende in aanmerking komt voor een Maatwerkvoorziening, maar de Ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een door het College te verstrekken Pgb, is dit alleen mogelijk indien naar het oordeel van het College wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: 1.
Belanghebbende is Pgb vaardig; en/of
2.
Belanghebbende, eventueel met behulp van zijn Pgb-beheerder en/of een Vertegenwoordiger, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en het uitvoeren van de aan een Pgb verbonden rechten en plichten.
3.
De Pgb ondersteuning in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van de in het Onderzoeksverslag opgenomen beoogde ondersteuningsdoelen/resultaten. De Belanghebbende dient ten minste aan te geven: a. welke ondersteuning hij nodig heeft; b. wat hij met het Pgb wenst in te kopen; c. waarom hij de ondersteuning in de vorm van een Pgb wenst te ontvangen; d. indien van toepassing: wie hij heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het Pgb te behartigen en de aan het Pgb verbonden taken uit te voeren;
- 13 -
e.
f. g. h. i. j. k.
4.
hoe hij de keuze maakt voor een geschikte Pgb-aanbieder, waarbij er op geen enkele manier druk is uitgeoefend op Belanghebbende om de dienstverlening, in welke vorm dan ook, van deze persoon of organisatie te betrekken; op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; op welke wijze hij de Pgb-aanbieder aanstuurt in de praktijk; op welke wijze de zorg wordt gecontroleerd; op welke wijze hij een juiste administratie gaat bijhouden; op welke wijze hij een contract aangaat met de Pgb-aanbieder; hoe hij omgaat met geconstateerde onjuistheden en als er onvoldoende zorg wordt geleverd.
De ondersteuning die de Belanghebbende met het Pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het College van voldoende kwaliteit is en dus veilig, doeltreffend en Belanghebbende gericht is. De kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst aan de hand van de kwaliteitseisen en het door de Belanghebbende opgesteld Pgb-plan. In het Pgb-plan staat in ieder geval omschreven: a. welke Pgb-aanbieder de zorg en/of ondersteuning gaat verlenen; b. wie de directe zorgverlener(s) is; c. wat de deskundigheid is van de directe zorgverlener(s); d. wie de directe zorgverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid; e. welke doelen behaald moeten worden; f. welke concrete acties ingezet worden om de gestelde doelen te bereiken; g. wat de kosten van de ondersteuning zijn; h. waar en wanneer de ondersteuning gaat plaatsvinden; i. wie de Pgb-beheerder en/of Vertegenwoordiger en/of een Onafhankelijk cliëntondersteuner zijn. De Belanghebbende kan bij het opstellen van een Pgb-plan ondersteund worden door een Pgb-beheerder en/of Vertegenwoordiger en/of een Onafhankelijk cliëntondersteuner. Waarbij de Belanghebbende (en Pgb-beheerder en/of Vertegenwoordiger) ervoor zorgdraagt dat de Pgb-aanbieder de Maatwerkvoorziening levert conform de eisen die daaraan gesteld mogen worden en die in het Besluit tot toekenning zijn opgenomen.
5.
Belanghebbende behoudt ten alle tijden keuzevrijheid in Aanbieder en in financieringsvorm van de Maatwerkvoorziening, ook gedurende een Beschikkingsperiode.
6.
Een Pgb dient door de Belanghebbende binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt, tenzij hier in de Beschikking een andere termijn voor wordt vastgesteld op basis van aantoonbare leveringsproblemen.
7.
Indien de Belanghebbende gebruik maakt van een rolstoel of vervoersvoorziening, draagt de Belanghebbende zorg voor een afdoende verzekering van de met het Pgb
- 14 -
aangeschafte of bekostigde Maatwerkvoorziening voor aansprakelijkheid en tegen schade en diefstal in binnen- en buitenland. 8.
Zes maanden na verstrekking van het Pgb voor een rolstoel, woon- of vervoersvoorziening, wordt gecontroleerd of de Maatwerkvoorziening is aangeschaft en het gebruik ervan is gestart.
Artikel 13. Pgb-beheerder 1. Het beheren van het Pgb kan door zowel de Belanghebbende als door een Aanbieder onafhankelijke Pgb-beheerder worden uitgevoerd, onder voorbehoud dat de Pgb vaardigheidstest met succes wordt afgelegd. 2.
Indien de Belanghebbende in geval van een aanvraag voor een Pgb een Pgb-beheerder of een Vertegenwoordiger heeft gemachtigd, betrekt het College deze functionarissen in het onderzoek, alvorens over te gaan tot Besluitvorming op de aanvraag tot verstrekking van een Maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb. Het College beoordeelt of de Belanghebbende of zijn Pgb-beheerder de aan een Pgb verbonden taken kan uitvoeren.
3.
Indien de Pgb-beheerder het Pgb gaat beheren, dan zijn de eisen over het Pgb-beheer waar Belanghebbende wordt genoemd, van overeenkomstige toepassing op de Pgbbeheerder.
4.
De Pgb-beheerder, niet zijnde de Pgb-houder, dient het Pgb-plan mede te ondertekenen.
5.
Het College acht een persoon niet in staat de aan een Pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren indien bij hem sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden: a. problematische schuldenproblematiek; b. ernstige verslavingsproblematiek; c. aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; d. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; e. twijfels op overige gronden over de Pgb-vaardigheid; f. een verstandelijke beperking; g. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; h. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis.
6.
Onverlet het bepaalde in het vorige lid wordt een Pgb-beheerder alleen geacht de aan het Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: a. hij aantoont door de rechtbank te zijn aangesteld als mentor, curator of bewindvoerder; b. hij aantoont dat hij een erkend gewaarborgde hulp is volgens de kaders die de Wlz stelt; c. hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het Pgb wordt ingekocht, om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen; d. er geen sprake is van een (financiële of organisatorische) relatie tussen de Pgbbeheerder en de Pgb-aanbieder;
- 15 -
e. f. g. h. i.
er geen sprake is van belangenverstrengeling tussen de Pgb-beheerder en de Pgbaanbieder; er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd; hij de belangen van de Belanghebbende voldoende kan behartigen; hij de aan een Pgb verbonden taken kan uitvoeren zoals omschreven in het Pgbplan; hij in staat is tot een redelijke waardering van de belangen van de Pgb-houder en deze Belanghebbende centraal stelt.
7.
De Pgb-beheerder voert een deugdelijke administratie, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, cliëntdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming.
8.
Een Belanghebbende krijgt binnen vier maanden maximaal twee keer de mogelijkheid om een Pgb-beheerder aan te dragen. Indien geen geschikte Pgb-beheerder wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb worden afgewezen. De Belanghebbende kan dan zorg en/of Ondersteuning in natura aanvragen.
Artikel 14. Afwijzingsgronden Pgb Verstrekking in de vorm van Pgb vindt niet of niet langer plaats als één van de onderstaande situaties van toepassing is. 1.
Er op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de Belanghebbende en/of zijn Pgb-beheerder niet Pgb vaardig is/zijn en/of niet voldoet aan de criteria zoals opgenomen in het Pgb-plan.
2. Voor vormen van: a. feestdagenuitkeringen; b. op het Pgb-tarief of tegemoetkomingen aanvullende servicekosten; c. uitstapjes en/of vrijetijdsactiviteiten; d. onvoorziene of andere bijkomende kosten in de uitvoering van het Pgb; e. advies-, bemiddelings- of administratiekosten of een combinatie hiervan; al dan niet in combinatie met de kosten van de Pgb-beheerder; f. dubbele financieringsvormen met een gelijkaardig doel en/of een gelijkaardige inzet, waaronder vergoedingen uit stages van een opleiding, leerling- werknemers met een BBL, HBO-duaal of een daarmee vergelijkbare opleiding, een functie in het kader van de Participatiewet, werk in een oriëntatiebaan, jong gehandicapt of arbeidsgehandicapt bent als bedoeld in de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. 3.
Het College acht een Belanghebbende of een Pgb-beheerder niet in staat de aan een Pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren indien er bij Belanghebbende, diens Vertegenwoordiger en/of Pgb-beheerder sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden:
- 16 -
a. b. c. d. e. f. g. h.
problematische schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude of onrechtmatig/ oneigenlijk gebruik of misbruik van Pgb; nu en in het verleden; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; twijfels op overige gronden over de Pgb-vaardigheid.
4.
Er naar het oordeel van het College niet wordt voldaan aan alle voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Pgb, zoals omschreven in artikel 12 en artikel 13.
5.
De inschrijving van de (Professioneel Pgb) Aanbieder bij de KvK en/of in de AGBregistratie niet gekoppeld is aan de zorg en ondersteuning die geleverd dient te worden op basis van de Maatwerkvoorziening. Alle Aanbieders zijn verantwoordelijk voor het updaten van de geregistreerde gegevens.
6.
Er op – welke manier dan ook – druk is uitgeoefend op Belanghebbende om de dienstverlening, in welke vorm dan ook, van deze Pgb-aanbieder en/of onderaannemer van de Pgb-aanbieder te betrekken.
7.
Indien de door de (Pgb-) Aanbieder gedeclareerde kosten hoger zijn dan door het College vastgesteld financieel Besluit en de in deze herziene Verordening vastgestelde financiële kaders.
8.
Het College eerder een beslissing heeft herzien of ingetrokken omdat: a. de Belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de Belanghebbende niet heeft voldaan aan de aan de individuele maatwerkvoorziening of het Pgb verbonden voorwaarden; c. de Belanghebbende het Pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het is bestemd.
9.
Er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende of overmacht situatie, dan wel ondersteuning die ambtshalve wordt verleend.
10. De ondersteuning aan de Belanghebbende door de Pgb-aanbieder ‘gedelegeerd’ wordt aan een onderaannemer van deze Pgb-aanbieder, waarbij de onderaannemer naar het oordeel van de gemeente niet voldoet aan de kwaliteitskaders voor Pgb-Aanbieders. Deze eis is eveneens van toepassing tussen onderaannemers. 11. Indien de Pgb- aanbieder (delen van) de ondersteuning laat uitvoeren door (een) onderaannemer(s), dient deze afspraak geborgd te zijn in een
- 17 -
onderaannemersovereenkomst en in de overeenkomst tussen Belanghebbende en de Pgb-aanbieder. 12. Gedurende een lopend onderzoek door de Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ), de Toezichthouder van de gemeente Bergen of een lopend Bibob onderzoek. 13. Indien er twijfels zijn over de integriteit van de Pgb-aanbieder, wat zich in ieder geval voordoet indien deze Aanbieder: a. betrokken is bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen, dan wel daarvoor veroordeeld is geweest; b. bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen in relatie met de levering van zorg en ondersteuning aan Belanghebbenden binnen de Wmo 2015 of Jeugdhulp; c. bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom in relatie met de levering van zorg en ondersteuning aan Belanghebbenden binnen de Wmo 2015 of Jeugdhulp; d. er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de Pgb-aanbieder en/of zijn directie/management en/of zijn eigenaren en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden; e.
het College geen toestemming geeft om contact op te nemen of in gesprek te gaan met de Belanghebbende; f. de Belanghebbende geen toestemming geeft om contact op te nemen met het College; g. zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de Pgbaanbieder zich: 1° intimiderend opstelt; 2° geen voorbeeldfunctie toont in de uitvoering van zijn werk en naar zijn Belanghebbenden toe; 3° het onderzoek bij (her-)indicatie, bij toezicht of bij cliënt ervaringsonderzoeken; verstoort of niet toelaat; 4° incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie. 14. Er naar het oordeel van het College andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
- 18 -
Hoofdstuk 5 Specifieke bepaling Persoonsgebonden budget (Pgb) Wmo 2015 Aanvullend op Hoofstuk 4, zijn de onderstaande artikelen van toepassing. Artikel 14. Kwaliteitseisen Maatschappelijke ondersteuning door Informeel en Professioneel Pgb-aanbieder 1. Alle Pgb-aanbieders zijn verplicht te handelen conform de Nederlandse wet- en regelgeving en de geldende herziene Verordening Maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Bergen. 2.
Alle Pgb-aanbieders zijn verplicht te zorgen voor een goede kwaliteit van de Maatwerkvoorzieningen/ hulpverlening en de benodigde deskundigheid te borgen. Hieronder inbegrepen het: a. samen met de Belanghebbende en diens Vertegenwoordiger opstellen van een zorgplan /Pgb-plan, met concreet te behalen doelen die aansluiten op de beoogde ondersteuningsresultaten in de Beschikking; b. informeren van de Belanghebbende en diens Vertegenwoordiger wie de vaste contactpersoon is; c. wijzen van de Belanghebbende op de mogelijkheid om een onafhankelijke cliëntondersteuner aan te vragen via de gemeente indien er geen (toereikend) Sociaal netwerk is; d. uitvoeren van de Maatwerkvoorzieningen in afstemming met de persoonlijke situatie van de Belanghebbende; e. bieden van verantwoorde, veilige, effectieve en doeltreffende ondersteuning. Hierbij wordt integer gehandeld en vormen van ondermijning voorkomen; f. vervoeren van Belanghebbende(n), al dan niet het vervoer van en naar de dagbesteding, dient verantwoord en veilig te zijn. De vervoerder en Pgb aanbieder maken hierover duidelijke afspraken, die geborgd worden in de overeenkomst van de Pgb aanbieder met de Belanghebbende die gebruik maakt van dit vervoer. De vervoerder is verplicht een inzittenden verzekeringen te hebben en is aansprakelijk bij calamiteiten; g.
afstemmen van Maatwerkvoorzieningen met andere (zorg-)Aanbieders die bijdragen aan het persoonlijk (zorg)plan- en ondersteuningsplan van de Belanghebbende; én h. actief en integraal samenwerken met andere hulpverleners, (zorg-)Aanbieders en veiligheidspartners in het belang van de Belanghebbende; i. tijdig toeleiden van de Belanghebbende naar bijvoorbeeld een Pgb-aanbieder onafhankelijke bewindvoerder of schuldhulpverlener van de gemeente, als blijkt dat het financieel beheer van de Belanghebbende onvoldoende is; j. tijdig toeleiden van de Belanghebbende naar het preventieteam of sociale team van de gemeente Bergen, als blijkt dat de ondersteuning ontoereikend is om: 1° de ondersteuningsresultaten te behalen; 2° terugkerende problematiek te voorkomen; 3° ernstig nadeel in het kader van verplichte zorg te voorkomen; h. tijdig afschalen van de maatwerkondersteuning wanneer de resultaten conform het Pgb-plan/Persoonlijk plan bijna behaald zijn. Onder tijdig wordt bedoeld minimaal acht weken voor de beoogde afschaling en in afstemming met de Belanghebbende, diens Vertegenwoordiger en de consulent Sociaal team van de gemeente Bergen; - 19 -
i.
per ommegaande melden als de Belanghebbende zich impliciet of expliciet aan de ondersteuning onttrekt. Melding vindt plaats bij het sociaal team van de gemeente Bergen.
3.
Bij dreigende financiële problemen of dreigende onveiligheid die de continuïteit van de ondersteuning aan de Belanghebbende beïnvloeden, worden de Belanghebbende, diens Vertegenwoordiger en de gemeente Bergen direct schriftelijk in kennis gesteld ten behoeve van het borgen van de ondersteuningscontinuïteit en veiligheid van Belanghebbende.
4.
Indien lid 3 van toepassing is kan de Belanghebbende zonder gevolg en bij gelijkblijvende ondersteuningsbehoefte overstappen naar een professioneel Pgbaanbieder of een Aanbieder Zorg in natura.
5.
Er vindt geen overige vorm van belangenverstrengeling van de Belanghebbende of personen uit diens sociale netwerk plaats en de schijn van belangenverstrengeling wordt voorkomen.
Artikel 15. Ondersteuning door Informeel Pgb-aanbieder Aanvullend op artikel 14: 1.
Van een informeel Pgb- aanbieder is sprake indien de Wmo 2015 Maatwerkvoorziening wordt door een 1e of 2e graad bloed- of aanverwant of iemand uit het sociaal netwerk van de Belanghebbende.
2.
Het College kent een Pgb voor inzet van een informeel Pgb-aanbieder enkel toe als: a. wordt gemotiveerd waarom de inzet van Informeel hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van een professioneel (Pgb-)aanbieder; b. de informeel Pgb-aanbieder beschikt over de voor de ondersteuningsvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde ondersteuning te bieden; én c. de ondersteuning aan Belanghebbende niet leidt tot overbelasting bij de informeel Pgb-aanbieder en deze niet meer bedraagt dan 36 uur per week op basis van de Arbeidstijdenwet; én d. de ondersteuning – op lange termijn – niet leidt tot verminderde zelfredzaamheid van de Belanghebbende en/of afhankelijkheid bij de informeel Pgb-aanbieder; én e. de ondersteuning niet geleverd dient te worden door een professioneel (Pgb-) Aanbieder conform de geldende kwaliteitskaders Zorg in natura of voor Professioneel Pgb- aanbieder van de Maatwerkvoorziening en de norm verantwoorde werktoedeling.
Artikel 16. Ondersteuning door Professionele Pgb-aanbieder Goed zorgverlenerschap draagt bij aan de continuïteit, kwaliteit en veiligheid van zorg en ondersteuning aan de belanghebbende. Als norm van goed zorgverlenerschap gelden de van toepassing zijnde beroepscodes en sectorspecifieke beroepskwalificaties (opleidingsniveau, beroepsstandaarden, registraties en competenties) van zowel de directe - 20 -
zorg en ondersteuning aan de Belanghebbende als in de bedrijfsvoering van de Pgbaanbieder. Aanvullend op artikel 14 gelden aanvullende kwaliteitseisen voor de Professioneel Pgbaanbieder van huishoudelijke ondersteuning, (vormen van) begeleiding, dagbesteding en/of respijtzorg. Om in aanmerking te komen voor het professioneel Pgb tarief, dient de Pgbaanbieder hieraan te voldoen: 1.
Van professionele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande professionals, met uitsluiting van 1e of 2e graad bloed- of aanverwanten en het Sociaal netwerk van de Belanghebbende: a. personen die werkzaam zijn bij een organisatie die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in: 1° het Handelsregister Kamer van Koophandel (KvK); én 2° in het AGB-register voor de uitvoering van begeleiding en dagbesteding. Deze inschrijvingen zijn gekoppeld aan de Maatwerkvoorziening die wordt geboden; b.
personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel (ZZP) die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden staan ingeschreven in de KvK, gekoppeld aan de Maatwerkvoorziening die wordt geboden.
2.
De professionele Pgb-aanbieder stelt de kwaliteit van de zorg- en ondersteuning aan belanghebbende centraal. Dit betekent dat de Pgb-aanbieder: a. samen met belanghebbende (en diens vertegenwoordiger) de zorg en ondersteuning periodiek evalueert, doch minimaal één keer per half jaar. Van dit evaluatiegesprek wordt een evaluatieverslag opgesteld, wat de Pgb-aanbieder schriftelijk deelt met de Belanghebbende en diens Vertegenwoordiger. Het evaluatieverslag wordt, voorafgaand aan het gesprek met de consulent ten behoeve van herindicatie, opgestuurd naar het College; b. werkt met een systematische kwaliteitsbewaking. Bijvoorbeeld ISO 9001, EN 15224, HKZ, Kiwa (ZZP en kleine ondernemers), Prezo of vergelijkbaar. Voor alle Aanbieders is het werken met een systematische kwaliteitsbewaking verplicht. Voor ZZP’ers of kleine ondernemers is het niet verplicht, wel wenselijk; c. voldoet aan het Kwaliteitswaarborg Zorgboerderijen, een keurmerk van de Federatie Landbouw en Zorg, indien de zorg en ondersteuning plaatsvindt op (vormen van) een zorgboerderij.
3.
De Professionele Pgb-aanbieder biedt, aanvullend op de Jeugdwet en Wmo 2015, verantwoorde ondersteuning op basis van: a. Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz); b. ARBO wet; c. Arbeidstijdenwet; d. Wet medezeggenschap van cliënten zorginstellingen (Wmcz);
- 21 -
e.
4.
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), welke bekend is bij de (tijdelijke) medewerkers aantoonbaar geborgd is in zowel de werkafspraken binnen de organisatie als de leveringsovereenkomst met de Belanghebbende.
De Professionele Pgb-aanbieder goed werkgever is. Aanvullend op het eerste, tweede en derde lid hanteren we voor de directe zorg en ondersteuning bij begeleiding, dagbesteding en respijtzorg de volgende kwaliteitseisen voor direct bij de zorg en ondersteuning betrokken medewerkers: a. een geldig diploma dat in Nederland wordt erkend en rechtmatig verkregen is na het volledig afronden van een studie bij een officieel erkend opleidingsinstituut; én b. een registratie bij het Registerplein als Sociaal Werker, GGZ Agoog, Maatschappelijk werker of Belanghebbende ondersteuner. In het beoordelen wat het best passende register is, hanteert de Aanbieder de website Registerkeuzehulp en/of Registerplein; én c. een diploma van een relevante opleiding die is erkend door het Centraal Register Beroepsopleidingen (Crebo). Een relevant diploma is gekoppeld aan: 1° Beroepsopleiding Maatschappelijke zorg (code BC310 in Crebo); 2° Beroepsopleiding Cultureel werk (code BC348 in Crebo). Het aanleveren van een Crebonummer of Registerpleinnummer is verplicht. Het alleen aanleveren van een diploma is niet voldoende. Indien alleen een Crebonummer wordt aangeleverd, kan (achteraf) nog naar de diploma’s gevraagd worden; d. e.
een diploma als ervaringsdeskundige bij een landelijk erkende opleiding (https://www.platformervaringsdeskundigheid.nl/opleidingen/); een BIG registratie van de bij verpleegtechnisch handelen betrokken medewerker.
5.
De Professioneel Pgb-aanbieder goed werkgever is. Ten aanzien van het salaris, vergoeding of tegemoetkoming, zijn de volgende eisen van toepassing: a. een salaris overeenkomstig het door het College vastgesteld Financieel besluit voor Professioneel geschoolde medewerkers; b. de Pgb-aanbieder maakt afspraken over een eventuele vergoeding voor vrijwilligers. Dit kan volgens de de richtlijn vrijwilligersvergoedingen van de Belastingdienst; c. een vergoeding volgens de van toepassing zijnde afspraken van de betreffende erkende onderwijsinstelling van de leerling.
6.
Het eerste tot en met het vijfde lid zijn eveneens van toepassing indien de (Pgb-) Aanbieder ZZP’ers, uitzend- of detacheringsmedewerkers of erkend geschoold ervaringsdeskundigen betrekt bij de zorg en/of ondersteuning. De (Pgb-) Aanbieder is te allen tijde verantwoordelijk voor de (schriftelijke) check op deze eisen, voorafgaand aan de inzet van deze medewerker(s).
7.
De professioneel Pgb-aanbieder zorgt voor veilige organisatie. Dit betekent dat de professioneel Pgb-aanbieder: a. een verantwoorde werktoedeling hanteert, met een balans tussen de kennis, ervaring en verantwoordelijkheden van deze functionarissen. Ervaringsdeskundigen,
- 22 -
b. c.
d.
vrijwilligers en leerlingen zijn niet bevoegd om enige vorm van eindverantwoordelijkheden te nemen en worden te allen tijde afdoende begeleid door bij de directe ondersteuning betrokken professionals; voorziet in en geeft uitvoering aan de landelijke minimale eisen voor zorgaanbieders met betrekking tot het waarborgen van veilige zorg; bij dreigende financiële problemen of dreigende onveiligheid de Belanghebbende, diens Vertegenwoordiger en de gemeente Bergen direct schriftelijk in kennis worden gesteld ten behoeve van het borgen van de veiligheid en ondersteuningscontinuïteit van Belanghebbende. Indien van toepassing kan de Belanghebbende zonder gevolg overstappen naar een andere (Pgb-) Aanbieder; voorziet in een veiligheidsmanagementsysteem, een systeem ter waarborging van een veilig medicatiebeleid, een alarmeringssysteem en, ‘Meldingen incidenten patiënten (MIP), de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Indien van toepassing wordt per Belanghebbende een veiligheidsplan opgesteld met een risicotaxatie van de Belanghebbende. Hierin is aangegeven hoe risico’s worden beperkt of beheerst.
8.
De Professioneel Pgb-aanbieder zorgt voor financieel gezonde organisatie. Dit betekent dat deze aanbieder: a. een deugdelijke administratie voert, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, Belanghebbende dossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming; én b. de Belanghebbende en/of diens Vertegenwoordiger en/of Pgb-beheerder te allen tijde inzage geeft in de bewijsstukken.
9.
Om te kunnen voldoen aan de in dit artikel gestelde kaders is een overgangstermijn van maximaal één jaar na ingangsdatum van deze herziene Verordening van toepassing, startend vanaf vaststelling van de herziene Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp 2023. Hierbij geldt: a. voor Belanghebbenden met een Beschikking, kan de Pgb-aanbieder ondersteuning blijven leveren tot maximaal de einddatum van de lopende indicatie. Het betreft de indicatie die geldt op de ingangsdatum van deze herziene Verordening. In deze overgangsperiode blijft het Pgb tarief ongewijzigd: 75% van het Zorg in natura tarief tot de Pgb-aanbieder kan aantonen dat hij voldoet aan de eisen van een Professioneel Pgb-aanbieder; b. na de overgangstermijn van maximaal één jaar gelden de kwaliteitseisen onverkort en is er geen sprake meer van een overgangstermijn of uitstel door de Pgbaanbieder en/of Belanghebbende met Pgb ondersteuning; c. indien de (nieuwe) Pgb-aanbieder één jaar na ingangsdatum van deze herziene Verordening niet aan de kwaliteitseisen voldoet, geldt het tarief voor Informeel Pgbaanbieder; d. de Belanghebbende kan, indien hij de wenst en onder voorbehoud van een gelijkblijvende ondersteuningsvraag en een veilige context, indeze overstappen naar een andere Professioneel Pgb-aanbieder of Aanbieder Zorg in natura zonder gevolg en met gelijkblijvende indicatie.
- 23 -
Artikel 17. Afwijzingsgronden Pgb Wmo 2015 Aanvullend op artikel 14 verstrekt het College geen Pgb voor de uitvoering van de Wmo2015 indien er sprake is van: 1. Activiteiten waarvan het gebruikelijk is dat deze door het Sociaal netwerk worden verricht, zoals: a. (sociale) activiteiten ondernemen met de Belanghebbende; b. het doen van de boodschappen; c. lichte huishoudelijke taken; d. eenvoudige hulp bij de administratie; e. het maken van afspraken en/of het meegaan naar afspraken met specialisten; f. vervoer naar afspraken met specialisten. 2.
Indien Belanghebbende behoort tot de leefeenheid van Pgb-aanbieder die wegens (dreigende) overbelasting niet in staat is om de Gebruikelijke hulp op zich te nemen.
3.
Algemene voorzieningen en Algemeen gebruikelijke voorzieningen.
4.
Indien Informeel (Pgb) hulp niet leidt tot minimaal een gelijkwaardig niveau van ondersteuning dan bij professionele hulp het geval is, gelet op: a. de frequentie van de hulp; b. het type hulp; c. de aard van de Hulpvraag waaraan met de verstrekking van het Pgb tegemoet wordt gekomen; d. de duur van die Hulpvraag; e. de afhankelijkheidsrelatie; én f. de mate van verplichting die voortvloeit uit het Pgb en de daaraan verbonden voorwaarden voor de persoon van wie de Ondersteuning betrokken wordt.
5.
Indien er sprake is van: a. een Hulpvraag in een Spoedeisende situatie of van Overmacht; b. een op het individu toegesneden Maatwerkvoorzieningen in het gedwongen kader of de Ketenveldnorm/Levensloopaanpak; c. maatregelen in het Veiligheidskader.
6.
De Pgb-aanbieder niet voldoet aan de kwaliteitseisen zoals verwoord in artikel 14 én artikel 15 of artikel 16 van deze herziene Verordening.
Artikel 18. De hoogte van een Pgb 1. De hoogte van een Pgb wordt berekend op basis van een prijs of het tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het Pgb toereikend is om een veilige, doeltreffende en kwalitatief goede dienst of door het College geïndiceerde maatwerkvoorziening aan te kunnen schaffen dan wel gedurende de budgetperiode in te kunnen kopen. 2.
De prijs of het tarief voor huishoudelijke ondersteuning, ambulante begeleiding voor zelfstandig en veilig wonen, ambulante begeleiding bij een zinvolle daginvulling en respijtzorg voor een ondersteund netwerk, zijn gebaseerd op de goedkoopst adequate
- 24 -
en in de gemeente Bergen beschikbare Maatwerkvoorziening In natura, naar rato van feitelijke inzet uren of tijdseenheden. 3.
Voor de goedkoopst passende Bijdrage hanteert het College gedifferentieerde Pgbtarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het College de geïndiceerde diensten heeft ingekocht: a. indien een Pgb organisatie de ondersteuning biedt wordt de hoogte van het Pgbtarief voor de Professionele Pgb-aanbieder bepaald op basis van maximaal 85% van het tarief voor de goedkoopst compenserende voorziening Zorg In natura; b. bij inzet van een ZZP ‘er wordt de hoogte van het Pgb- tarief voor de Professionele Pgb-aanbieder bepaald op basis van maximaal 75% van het tarief voor de goedkoopst compenserende voorziening Zorg in natura; c. het tarief voor een Informeel Pgb-aanbieder c.q. informele hulp is gebaseerd op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, ongeacht de diploma’s en werkervaring van de Informeel Pgb-aanbieder: 1°.bij huishoudelijke hulp: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij ‘Hulp bij het huishouden’ van de voor de betreffende periode geldende CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (CAO VVT), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; 2°.bij begeleiding: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
4.
Per Pgb-houder geldt een verantwoordingsvrij bedrag van vijftig euro per uitvoeringsjaar per Maatwerkvoorziening.
5.
De hoogte wordt vastgesteld aan de hand van een door de Belanghebbende opgesteld plan over hoe hij het Pgb gaat besteden. Een format van dit plan wordt vastgesteld door het College. Dit plan is een bijlage van het Onderzoeksverslag.
6.
Het maximale Pgb-tarief voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen bedraagt 60 maal het maandelijkse huurbedrag voor Maatwerkvoorzieningen voor kinderen in de leeftijd tot en met 12 jaar, en 84 maal het maandelijkse huurbedrag voor Belanghebbende in de leeftijd van 13 jaar en ouder. Het Pgb wordt toegekend voor respectievelijk 60 en 84 maanden. Indien de medische situatie van de Belanghebbende hiertoe aanleiding geeft kan van deze termijn worden afgeweken.
7.
Het maximale Pgb-tarief voor de Woonvoorzieningen wordt bepaald op grond van een vooraf door het College goedgekeurde offerte, waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten. Het Pgb wordt toegekend voor de duur van de hiervoor geldende afschrijvingstermijn. Bij een traplift is dit 10 jaar. Dit is de gegarandeerde technische levensduur bij de gecontracteerde Aanbieder Zorg In natura.
8.
De hoogte van een Pgb-tarief kan lager worden vastgesteld als de Belanghebbende voor een lager tarief passende en toereikende Ondersteuning kan inkopen. - 25 -