IS 20-05-2022 Jaarverslag 2021 nationale ombudsman.pdf
Tekst van het document
Zeker omdat er onder de evacués zo’n 450 vaak jonge kinderen onder onacceptabele omstandigheden moesten verblijven. Bovendien is er een groot gebrek aan privacy. Samen met de onduidelijkheid over de duur van het verblijf 31
Nationale ombudsman. (2021). Ombudsvisie: Een burger is geen dataset (2021/021). Nationale ombudsman. (2021). Brief aanbieding rapport «Een burger is geen dataset». Nationale ombudsman. (2021). Digitaal magazine: Overheid, data en algoritmen. 34 Nationale ombudsman & College voor de Rechten van de Mens. (2021). Brief over bezoek College voor de Rechten van de Mens en Nationale ombudsman aan noodopvang Heumensoord (2021/0991). 32 33
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
22
en onzekerheid over de toekomst leidt dat tot gezondheidsproblemen zoals stress, slapeloosheid en depressie. De ombudsman constateerde dan ook dat dit invloed heeft op de toekomstige integratie. Mensen die in Nederland mogen blijven, moeten snel en onder gezonde leefomstandigheden kunnen starten met inburgeren. De staatssecretaris van JenV meldde dat de opvang voor geëvacueerde Afghanen in Heumensoord op 1 januari 2022 zal beëindigen. Zorg voor nabestaanden beter geregeld In 2020 riep de Nationale ombudsman het Openbaar Ministerie (OM) en de politie in een rapport op de zorg aan slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers van een misdrijf, ongeluk of zelfmoord te verbeteren.35 Dit, nadat nabestaanden hadden geklaagd over de wijze waarop de politie hen had ondersteund. In april 2021 nodigde de ombudsman de betrokken ministeries, het OM en de politie uit om met hem in gesprek te gaan over de omgang met nabestaanden. Tijdens dit gesprek bleek dat het OM en de politie grote stappen hebben gezet om de zorg aan slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers te verbeteren. Zo zijn de positie en taak van de familieagent opgenomen in het bestaande protocol «Maatwerk». Het protocol biedt duidelijkheid over de rolverdeling tussen de instanties en professionals voor slachtoffers.
Familieagenten krijgen een speciale opleiding waarin aandacht is voor specifieke vaardigheden om nazorg te verlenen. Het OM heeft een handreiking gemaakt voor het voeren van een slachtoffergesprek, met hierin tips, onder meer over rouwverwerking, trauma’s en zelfzorg. Ook sluiten OM en politie aan bij initiatieven van Slachtofferhulp Nederland om aan de hand van bestaande situaties het protocol Maatwerk na te lopen op knelpunten. De ombudsman heeft het ministerie, het OM en de politie daarop per brief36 laten weten zijn onderzoek te sluiten. Aandacht voor slachtoffers bij strafbeschikkingen De Nationale ombudsman wil dat het OM, wanneer het strafzaken zelf afhandelt, dringend meer oog heeft voor slachtoffers. Bij zaken die niet voor de rechter komen, wordt te weinig rekening gehouden met de belangen van slachtoffers. De laatste jaren is de positie van slachtoffers, in zaken die voor de rechter komen, in de wetgeving versterkt. Maar bij de strafbeschikking blijft dat achter. De focus rondom de strafbeschikking ligt vooral op een efficiënte afhandeling en niet op de belangen van slachtoffers. Eind 2021 attendeerde de ombudsman de minister van JenV en de minister voor Rechtsbescherming hierop via een brief. De betrokken ministers schreven aan de Tweede Kamer dat zij geen aanleiding zagen om te onderzoeken hoe meer recht kan worden gedaan aan slachtoffers in deze zaken.
De ombudsman liet weten dat hij wel degelijk een reden ziet om regelgeving en praktijk op dit punt tegen het licht te houden. Slachtofferhulp Nederland en slachtofferadvocaten spraken eerder ook hun zorgen uit tegen de ombudsman. Zij constateren dat het OM, mede als gevolg van coronamaatregelen, steeds meer en ook zwaardere zaken zelf afhandelt. Dan is het dus des te meer van belang dat het OM aandacht heeft voor slachtoffers.
35
Nationale ombudsman. (2020). Een onderzoek naar de wijze waarop een familieagent nabestaanden heeft bijgestaan (2020/016). 36 Nationale ombudsman. (2021). Brief over zorg aan nabestaanden.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
23
Weinig extra standplaatsen voor woonwagenbewoners Op 15 september 2021 was de Nationale ombudsman uitgenodigd voor een rondetafelgesprek met de Vaste commissie Binnenlandse Zaken over het standplaatsenbeleid woonwagenbewoners. Hierin deelde hij zijn inzichten over het tekort aan standplaatsen voor woonwagenbewoners. Hij deed de oproep om snel extra standplaatsen te realiseren. Ruim drie jaar na publicatie van zijn rapport uit 201737 blijkt er nog maar weinig te zijn verbeterd. De Nationale ombudsman ziet dat woonwagenbewoners het vertrouwen in de overheid dreigen te verliezen. De overheid beloofde extra standplaatsen te realiseren. Slechts enkele gemeenten hebben dit in 2021 weten te realiseren. Uit de praktijk van de Nationale Ombudsman Politiegeweld tijdens demonstratie Samen met zijn broer was Sjoerd aanwezig bij een demonstratie in de omgeving van het Turkse consulaat (Rotterdam) en raakte gewond door het geweld van de Mobiele Eenheid van de politie (ME). De burgemeester van Rotterdam kondigde een noodbevel af, omdat gevreesd werd voor het ontstaan van ernstige onrust. De ME werd ingezet om ter plaatse de orde te handhaven. Er ontstonden ernstige rellen. Zo werden verschillende soorten voorwerpen naar de ME gegooid. De ME vormde een linie om de aanwezigen weg te leiden en vorderde hen te vertrekken.
Daarbij riep de ME om dat er geweld zou worden gebruikt als er niet werd meegewerkt. De linie liep zowel op de stoep als op de straat. Achter de linie bevonden zich hondengeleiders met honden. Op enig moment stagneerde de linie op de stoep. Twee ME’ers werden geconfronteerd met een groep van ongeveer tien demonstranten die zich dicht op de linie bleef begeven. Sjoerd en zijn broer maakten deel uit van deze groep. Tijdens de confrontatie werd de politiehond tegen Sjoerd ingezet. Ook werd de lange wapenstok gebruikt. Hierdoor liep hij ernstig letsel op. De ombudsman oordeelde dat de inzet van de politiehond niet disproportioneel was geweest, ondanks dat Sjoerd geen geweld had gebruikt tegen de politie. Hij maakte namelijk deel uit van een groep die zich dicht op de linie bleef begeven. Dit ondanks de vordering van de ME om te vertrekken en de waarschuwing dat er geweld zou worden gebruikt. Door het stagneren van de linie dreigde de achtergebleven groep demonstranten achter de linie op straat te komen. Hierdoor zou de ME kunnen worden ingesloten. De ombudsman vindt het begrijpelijk dat de ME dit hoe dan ook wilde voorkomen, omdat de veiligheid van de ME’ers in die situatie ernstig in het gedrang zou komen. De twee ME’ers op de stoep moesten als minderheid optreden tegenover ongeveer tien demonstranten.
Zij moesten onmiddellijk zien te voorkomen dat deze groep demonstranten achter de linie zou kunnen komen.
37
Nationale ombudsman. (2017). Woonwagenbewoner zoekt standplaats (2017/060).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
24
Ook het gebruik van de lange wapenstok achtte Nationale ombudsman op zich behoorlijk, omdat Sjoerd onvoldoende meewerkte met de ME. De ombudsman heeft niet kunnen vaststellen wanneer, op welke manier, en hoe vaak Sjoerd met de wapenstok is geslagen. Daarom onthoudt de ombudsman zich van een oordeel over de manier waarop de wapenstok is gebruikt.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
25
1.4 Participatie en invloed De Nationale ombudsman vindt het belangrijk dat de overheid burgers de kans geeft om invloed uit te oefenen op beslissingen en ontwikkelingen die hen rechtstreeks aangaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om veranderingen in de fysieke leefomgeving of in het sociaal domein. Nog te vaak ervaart de ombudsman dat burgers niet of onvoldoende hun stem kunnen laten horen. Vaak worden burgers niet goed geïnformeerd of is het onduidelijk hoeveel ruimte er is om te participeren. «Participatie is nu nog te vaak «een vinkje» voor overheden. Als er een participatiemogelijkheid is geboden, dan is het goed. Maar waar het om gaat, is dat mensen in een zo vroeg mogelijk stadium echt gehoord worden en hun mening kunnen geven. Besluiten worden beter als burgers betrokken zijn en invloed hebben. Burgers, adviesraden en belangengroepen zou ik willen oproepen: Word geen vinkje! Zorg dat er echt naar je geluisterd wordt. De ervaring en inzichten van burgers zijn van wezenlijk belang om duidelijk te maken wat werkt en wat niet en wat voor bewoners echt belangrijk is. Zorg er daarbij voor dat de gemeente ook die mensen betrekt die uit zichzelf minder makkelijk kunnen meepraten.
Als dat lukt, dan ben je echt van toegevoegde waarde voor de gemeente.» Reinier van Zutphen, Nationale ombudsman Participatie bij infrastructurele rijksprojecten De Nationale ombudsman constateerde in oktober 2019 dat burgers bij infrastructurele projecten al in de beginfase betrokken moeten worden38. Dit is van cruciaal belang voor het verdere participatieproces. De ombudsman gaf vier randvoorwaarden om het participatieproces bij grote projecten te verbeteren: • Geef als bestuur duidelijkheid over de kaders • Zorg voor een open houding en gedrag van ambtenaren • Stel voldoende tijd en geld beschikbaar • Evalueer en pas geleerde lessen toe In 2021 sprak de ombudsman met de minister van Infrastructuur en Waterstaat over de ervaringen van het ministerie met het toepassen van deze randvoorwaarden. De ombudsman ziet dat het ministerie de aanbevelingen in de praktijk brengt. Daarnaast trekt het ministerie lessen uit de ingezette acties en gebruikt die weer bij de start van nieuwe projecten. Het ministerie liet de ombudsman weten verder uitvoering te geven aan de randvoorwaarden. De ombudsman vindt dit positief en gaat over twee jaar opnieuw hierover in gesprek met de minister.
Ervaringen met (online) participatie tijdens de coronacrisis Eén van de lessen van het ministerie is dat, afhankelijk van de context en de doelgroep, bij ieder participatieproject gekeken wordt of er zowel online als offline participatie kan plaatsvinden. De ombudsman onderschrijft dit. In de coronacrisis hebben we ook ervaren dat online meedoen in sommige gevallen een goed alternatief is en zelfs drempelverlagend kan zijn.
38
Nationale ombudsman. (2019). Goed begin van cruciaal belang voor participatie bij infrastructurele rijksprojecten.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
26
Verkiezingen en de coronacrisis Bij de Tweede Kamerverkiezingen (maart 2021) waren er coronamaatregelen om veilig te kunnen stemmen, zoals een gezondheidscheck voor kiezers en stembureauleden en maatregelen om 1,5 meter afstand te houden. Ook waren er andere mogelijkheden om te stemmen. Zo kon iemand voor drie andere kiezers een volmachtstem uitbrengen. Kiezers van 70 jaar en ouder kregen een stempluspas waarmee ze in het stemlokaal konden stemmen of per brief. Ook konden (voor corona kwetsbare) kiezers al op maandag 15 maart en dinsdag 16 maart hun stem uitbrengen. Klachten en interventies De Nationale ombudsman ontving vooral vragen over het briefstemmen, en 14 klachten. Bijvoorbeeld van mensen die ook graag per brief hadden willen stemmen, maar dat vanwege hun leeftijd niet mochten. Ook waren er enkele klachten van mensen die door fouten bij de postbezorging geen stempas hadden ontvangen en te laat waren voor het aanvragen van een vervangende stempas. De Nationale ombudsman attendeerde de Kiesraad hierop. De Kiesraad, die hierover zelf ook klachten had ontvangen, nam de klachten op in het advies aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hier kan rekening mee gehouden worden tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022.
Openstaan voor burgerinitiatieven In juni 2021 publiceerde de Nationale ombudsman het artikel «Burgerinitiatief, wat is dat nou eigenlijk?»39 Niet alleen kunnen gemeenten burgers betrekken bij wat er in hun leefomgeving gebeurt, burgers kunnen ook zelf initiatieven ontplooien. Van gemeenten wordt verwacht dat zij daarvoor open staan. Het artikel van de ombudsman beschrijft wat burgers zelf kunnen doen en wat zij mogen verwachten van de gemeente, namelijk: • Heldere informatie • Duidelijk aanspreekpunt • Open houding • Ondersteuning op maat Burgeralliantie Voorschoten Op woensdag 7 juli 2021 nam de substituut Nationale ombudsman, Joyce Sylvester, het jaarrapport 2020–2021 in ontvangst van de Burgeralliantie Voorschoten op het terrein van de Rijnlandroute. De Rijnlandroute is een voorbeeld van een geslaagd burgerinitiatief met de provincie. Met als resultaat onder meer een boortunnel onder Voorschoten door, verdiepte ligging en compacte aansluitingen op de A4. In september 2021 ging de Nationale ombudsman in een vervolggesprek met de Burgeralliantie Voorschoten nader in op het ondersteunen van initiatiefnemers en andere zaken die komen kijken bij het opzetten van burgerinitiatieven en burgerwerkgroepen.
Invloed van burgers in het sociaal domein De Nationale ombudsman ontvangt regelmatig klachten dat burgers zich onvoldoende gehoord voelen bij het krijgen van passende hulp en ondersteuning.
39
Nationale ombudsman. (2021). Burgerinitiatief, wat is dat nou eigenlijk?
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
27
De afgelopen jaren zijn meerdere taken van de rijksoverheid gedecentraliseerd, waaronder de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet. De Nationale ombudsman is daarom in november 2021 gestart met het opzetten van onderzoek naar de decentralisaties vanuit burgerperspectief: hoe kan de burger invloed uitoefenen op beleid en uitvoering? En heel belangrijk: wat zijn de mogelijkheden om invloed uit te oefenen op zijn of haar eigen situatie? Is het bijvoorbeeld mogelijk voor burgers om mee te denken over de oplossing van hun probleem en wordt daar daadwerkelijk gehoor aan gegeven? De uitkomsten van het onderzoek worden in 2022 gepubliceerd. Klachtafhandeling van taken die de gemeente heeft uitbesteed Ook onderzocht de Nationale ombudsman in 2021 verschillende klachten waarbij de vraag centraal stond waar de burger terecht kan met een klacht over private organisaties die publieke taken uitvoeren. Kun je met je klacht bij de gemeente terecht als die de zorg heeft uitbesteed? En wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor een goede behandeling van deze klacht? Uitgangspunt van de Nationale ombudsman, zoals opgenomen in het rapport «Gemeente blijft aanspreekbaar bij uitbestede diensten»40, is dat gemeenten aanspreekbaar blijven voor hun inwoners. Ook als zij de uitvoering van hun taken hebben uitbesteed of overgedragen.
De Nationale ombudsman vindt dat de overheid, wanneer zij haar taken uitbesteedt of overdraagt, moet waarborgen dat de wijze waarop haar taken worden uitgevoerd voldoet aan de eisen die daaraan mogen worden gesteld. Een gemeente kan zich bij een klacht over de uitvoering van haar wettelijke taak dus nooit verschuilen achter het feit dat zij die taak heeft uitbesteed of overgedragen. Ook dan dient de gemeente toezicht te houden op de wijze waarop de uitvoering plaatsvindt. Om deze toezichthoudende rol goed te kunnen invullen moet de overheid regelmatig informeren naar wat er goed en wat er niet goed gaat. Klachten zijn een belangrijke ingang om informatie te verkrijgen over wat er mogelijk niet goed gaat. Klachtafhandeling van uitbestede taken maakt ook onderdeel uit van het hierboven genoemde onderzoek naar de decentralisaties vanuit burgerperspectief. Per domein (Wmo, Participatiewet, Jeugdzorg) kijken we naar de klachtafhandeling en bespreken we met gemeenten en lokale ombudsmannen wat we daarvan vinden.
40
Nationale ombudsman. (2021) Gemeente blijft aanspreekbaar bij uitbestede diensten.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
28
1.5 Leefbaarheid Veranderingen in de omgeving waar mensen wonen, werken en leven, hebben vaak grote impact. De overheid moet daarom voldoende oog hebben voor het perspectief van burgers en zich betrouwbaar opstellen. Dat geldt bijvoorbeeld ook bij de invoering van de Omgevingswet, die naar verwachting op zijn vroegst in januari 2023 in werking treedt. Zonder twijfel vergde één dossier in 2021 de meeste aandacht en inspanning van de Nationale ombudsman: de gevolgen van de gaswinning in Groningen en Drenthe. «De problemen in het gaswinningsgebied in Groningen en Drenthe, maar ook in Limburg dat kampt met de naweeën van de mijnbouw en met overstromingsproblemen, laten zien dat er veel meer oog nodig is voor de gevolgen van menselijk ingrijpen in onze leefomgeving. We ontdekken nu dat vaak onvoldoende duidelijk is wat de langjarige effecten van dat ingrijpen zijn op de leefbaarheid in het betreffende gebied. Weten burgers vanaf het begin wat er gaat gebeuren, wat de gevolgen zijn en waar zij terecht kunnen als er problemen ontstaan? Waar is de overheid wel en niet verantwoordelijk voor? Niemand schiet er iets mee op als de overheid deze vraag pas stelt nadat er problemen zijn ontstaan.
We zien dat de ernst en urgentie van de situatie rondom de schadeafwikkeling inmiddels duidelijk zijn, maar nu is het tijd voor concrete daden en snelheid.» Reinier van Zutphen, Nationale ombudsman Gevolgen Gaswinning in Groningen en Drenthe De situatie in het gaswinningsgebied in Groningen en Drenthe is nog steeds schrijnend. Daarom riep de Nationale ombudsman de overheid op om de gevolgen van de crisis aan te merken als nationale crisis en daar naar te handelen. Na vijf jaar is er nog veel te weinig gedaan om de problemen van burgers op te lossen. In de afgelopen jaren moest er veel gebeuren. Denk aan het versterken van de huizen en aan de voorbereiding op mogelijke nieuwe aardbevingen. Het grootste deel van deze acties moet nog steeds plaatsvinden. En de komende jaren komen er nog meer nieuwe problemen bij. De Nationale ombudsman heeft in 2017 zes aanbevelingen gepresenteerd. Die zijn onvoldoende opgevolgd. Dat was onze conclusie in een uitgebreide reconstructie die we in 2021 publiceerden: «Verscheurd vertrouwen»41. Deze reconstructie kwam mede tot stand door een driedaags bezoek aan Groningen en Drenthe. We spraken met bewoners, maar ook met bestuurders en medewerkers van betrokken instanties. Niet alleen het fundament van de Groningse huizen vertoont grote scheuren. Ook het fundament van vertrouwen tussen de overheid en bewoners is flink beschadigd.
Overheden verschuilen zich achter procedures en berekeningen. De overheid bestaat nog niet uit één aanspreekpunt. Burgers voelen zich alleen staan tegenover de Nederlandse staat. Deze vicieuze cirkel moet doorbroken worden. De Nationale ombudsman concludeerde in 2021 dat de eerste stap bij de overheid ligt. Haar handelen moet lange juridische procedures juist voorkomen. De laatste jaren zijn er meer compensatieregelingen voor bewoners ontwikkeld. Maar die zijn niet altijd goed op elkaar afgestemd en de doorlooptijd is lang. Organisaties steken veel tijd en moeite in het 41
Nationale ombudsman. (2021). Verscheurd vertrouwen.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
29
rechtmatig toekennen van compensatie. Maar daarbij staat ruimhartigheid niet voorop. Terwijl de overheid tijdens de coronacrisis heeft laten zien dat zij wél snel en ruimhartig compensatie kan bieden. De staat heeft dus iets goed te maken in het gaswinningsgebied. Het fundament van vertrouwen scheurt steeds verder. Kinderen krijgen mee dat de overheid er niet voor hen is. Hoe zal hun relatie met de overheid over twintig jaar zijn? Het vertrouwen herstellen kan alleen samen met het Rijk, de regio, het lokale bestuur en alle uitvoeringsinstanties, het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG), de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en alle steunpunten. De Nationale ombudsman doet in de reconstructie de volgende oproep aan de overheid: Ga de relatie met burgers aan en herstel hun vertrouwen • Doorbreek de vicieuze cirkel. De burger moet voorop staan, niet rechtmatigheid. Maak een menselijk bezwaarproces en ga met bewoners in gesprek. Richt een fonds op voor juridische ondersteuning, zodat bewoners beter toegang hebben tot het recht. • Wees eerlijk en duidelijk. Communiceer op een gelijkwaardige manier met bewoners. • Treed op als één loket. Zorg ervoor dat de burgers weten waar ze moeten zijn en wanneer. • Bied regelingen waarvoor bewoners in aanmerking komen proactief aan. • Geef bewoners inspraak. Behandel hen als gelijkwaardige partner.
Merk het aardbevingsgebied aan als crisisgebied • Vertrouw bewoners. Stop met wantrouwen en breng de kosten van experts en juristen in balans met de vergoedingen die uitgekeerd worden. • Zet vaart achter de versterking. Zorg ervoor dat Groningers veilig zijn. • Vergoed schade ruimhartig en neem gedoe over bouwkosten weg. • Investeer in toekomstige leefbaarheid. Bied een nieuw en hoopvol perspectief aan Groningers voor de toekomst. Medewerkers van de Nationale ombudsman gaan in 2022 – met de reconstructie in de hand – het gesprek aan met medewerkers van de betrokken overheidsinstanties. Hoe kijken zij naar de reconstructie? En welke (kleine) stappen kunnen zij zetten om het perspectief van bewoners meer leidend te laten zijn in het herstellen van schade, het versterken van huizen en het algehele perspectief voor een duurzame toekomst? Deze bevindingen willen we ook met bewoners bespreken. Wat hebben zij nodig? Dat betekent dat het team van de Nationale ombudsman ook in 2022 vaak in Groningen en Drenthe zal zijn. De Nationale ombudsman is in 2021 gestart met een openbaar onderzoeksdossier op zijn website. Iedereen (bewoners en professionals) kan hier de actuele onderzoeken volgen en er aan bijdragen. Om de reconstructie onder een breed publiek onder de aandacht te brengen, publiceerde de Nationale ombudsman in oktober 2021 een digitaal magazine over de problemen in Groningen.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
30
De transitie van de Onafhankelijke Raadsman naar de Nationale ombudsman In 2021 zijn de voorbereidingen gestart en op 1 januari 2022 droeg Onafhankelijke Raadsman Leendert Klaassen zijn taken over aan Nationale ombudsman Reinier van Zutphen42. Zij vinden het beiden belangrijk dat bewoners ook in de toekomst met hun problemen en klachten over de schadeafwikkeling terecht kunnen bij een onafhankelijke partij. Hierbij is extra aandacht voor de lokale toegankelijkheid, het onderhouden van een netwerk in de regio en het behouden van kennis en het signaleren van knelpunten. Het team bij de Nationale ombudsman dat zich bezighoudt met de gaswinning in Groningen is uitgebreid met de drie medewerkers van de Onafhankelijke Raadsman. Beter informeren van burgers Informatie over veranderingen in de leefomgeving bereikt burgers lang niet altijd. En/of de informatie is niet altijd even begrijpelijk voor iedereen. De overheid moet bij bijvoorbeeld het publiceren van informatie rond vergunningen het perspectief van de burger centraal stellen. Niet iedereen kan op dezelfde manier bereikt worden. De overheid zal soms meer moeten doen dan juridisch gezien verplicht is. In 2019 publiceerde de Nationale ombudsman zijn onderzoek over Behoorlijke informatieverstrekking rond vergunningverlening «Informeren = publiceren»43.
Ook in 2021 blijkt dit rapport actueel en blijven wij klachten ontvangen over deze informatieverstrekking door overheden. Dat gold bijvoorbeeld voor een klacht over het Hoogheemraadschap44. Een bewoner klaagde bij het Hoogheemraadschap over de nieuwe beschoeiing van de buren. Na inspectie door een handhaver bleef het lange tijd stil. Later kwam de man erachter dat de vergunning inmiddels was verleend en de bezwaartermijn al verstreken. De klacht die de man daarover indiende, werd door het Hoogheemraadschap ongegrond verklaard. Ook werd verwezen naar het Waterschapsblad waarin besluiten worden gepubliceerd. De ombudsman oordeelde in 2021 dat het Hoogheemraadschap de klacht ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Door de man niet te informeren, kon hij ook niet tijdig bezwaar maken. Klachten over overlast door bomen Regelmatig krijgt de Nationale ombudsman klachten over boomoverlast. Vaak verloopt het contact tussen burgers die hierover klagen en de gemeente niet goed. De Nationale ombudsman heeft daarom een bomenwijzer uitgebracht45. In de Bomenwijzer benadrukt de Nationale ombudsman dat gemeenten zich betrokken en oplossingsgericht moeten opstellen bij behandeling van klachten of meldingen over bomenoverlast. Ook in 2021 ontving de Nationale ombudsman verschillende klachten, waaronder een klacht over de gemeente Tilburg46.
Een inwoner klaagde dat die gemeente onvoldoende actie ondernam na zijn meldingen van boomoverlast. Hij kwam er met de gemeente niet uit en vroeg de Nationale ombudsman naar zijn klacht te kijken. De ombudsman oordeelde dat de gemeente Tilburg in dit geval veel aandacht had gehad 42
Nationale ombudsman. (2021). Toekomst klachtbehandeling Groningers verzekerd. Nationale ombudsman. (2019). Behoorlijke informatieverstrekking aan omwonenden rondom vergunningverlening (Informeren=Publiceren?) (2019/004). 44 Nationale ombudsman. (2021). Hoogheemraadschap had proactief informatie moeten geven over vergunningsaanvraag (2021/158). 45 Nationale ombudsman. (2020). Bomenwijzer. 46 Nationale ombudsman. (2021). Gemeente Tilburg stelt zich betrokken en oplossingsgericht op na meldingen over overlast van bomen. 43
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
31
voor de klachten van de man. Ook vond de ombudsman dat de gemeente zich betrokken en oplossingsgericht had opgesteld. Daarom was de klacht niet gegrond. Uit de praktijk van de Nationale Ombudsman Rijp voor de sloop Roemer runt al een tijd een winkel. Hij is op leeftijd maar vindt zijn werk zo leuk, hij wil er nog heel lang mee doorgaan. De schrik slaat hem dan ook om het hart als hij in de krant leest dat zijn winkel moet plaatsmaken voor parkeerplaatsen. De gemeente heeft hem hier helemaal niks over verteld. Hij belt de gemeente, maar die wijst naar de projectontwikkelaar. Roemer voelt zich afgescheept. Daarom meldt hij zich weer bij de gemeente. Dat helpt, want hij krijgt nu iemand te spreken die over de inrichting van de stad gaat. Hij kan zijn winkel verhuizen naar een andere plek. En daarnaast krijgt hij een vergoeding voor de hogere huur van de nieuwe locatie. Voorwaarde is wel dat hij snel het pand verlaat. Dat doet hij en ook nog eens middenin de coronacrisis. Maar heel vreemd: met het oude pand gebeurt helemaal niks. Terwijl de sloper bij wijze van spreken al klaar stond. Geen berichtgeving Roemer vindt dat hij door de gemeente is benadeeld. Niet alleen wist hij niets van de sloop, de berichtgeving hierover kostte hem ook klanten. Hij dient een schadeclaim in. En vervolgens blijft het stil. Tot overmaat van ramp komt hij ook niet in aanmerking voor coronasteun.
Er wordt gekeken naar zijn omzet in de periode dat deze juist enorm daalde door de berichtgeving over het pand en de klanten wegbleven. Behandel de claim als klacht Hij belt met de Nationale ombudsman voor hulp. Wij nemen contact op met de gemeente om na te vragen wat er met de schadeclaim is gebeurd. En vragen de gemeente om de claim als klacht te behandelen. Ook wijzen we hen op onze schadevergoedingswijzer. Dat is een overzicht van een aantal belangrijke spelregels hoe je als overheidsinstantie behoorlijk kan omgaan met schadeclaims. Excuses Niet veel later wordt Roemer uitgenodigd voor een gesprek en volgen er uitgebreide excuses van de gemeente. Bovendien helpt de gemeente hem uit coulance met een bedrag aan coronasteun. Deze column is ook verschenen in De Telegraaf van 24 juli 2021.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
32
1.6 Caribisch Nederland Bewoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kunnen bij de Nationale ombudsman terecht als zij klachten hebben over de overheid. Sinds 2010 helpt de ombudsman burgers in Caribisch Nederland met klachten over de rijksoverheid. Vanaf 2012 is het ook mogelijk een klacht in te dienen over het lokale bestuur: de openbare lichamen. Dit laatste is bijzonder omdat burgers, anders dan in Europees Nederland, met klachten over de openbare lichamen ook direct bij de Nationale ombudsman terecht kunnen. Spreekuren op de eilanden Het coronavirus heeft ook in 2021 gevolgen gehad voor de spreekuren die normaal gesproken twee tot drie keer per jaar op de eilanden plaatsvinden. Alleen vlak na de zomer in 2021 heeft de Nationale ombudsman samen met de Kinderombudsman vier spreekuren kunnen houden op Bonaire. Deze spreekuren konden rekenen op een hoge opkomst. Het team van de ombudsman behandelde ruim 80 vragen en klachten. Burgers konden bij de spreekuren ook in het Papiaments terecht. Fysieke aanwezigheid op de eilanden blijkt nog steeds nodig om mensen in een kwetsbare positie te bereiken. Het aantal klachten dat digitaal is binnengekomen (145) is ongeveer gelijk aan het aantal in 2020. Klachtbehandeling verbeteren Met de nieuwe eilandsecretaris op Bonaire zijn gesprekken gevoerd over de lange behandelingsduur van klachten door het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB).
Deze klachten en signalen waren in 2021 aanleiding voor de Nationale ombudsman om te onderzoeken hoe het ervoor staat met de klachtbehandeling door het OLB. Onderzoek uit eigen beweging naar klachtbehandeling bij overheidsinstanties in Caribisch Nederland doet de ombudsman sinds 2016. Daarmee wil de organisatie een beter beeld krijgen van de manier waarop overheidsinstanties in Caribisch Nederland omgaan met klachten. De meeste klachten in Caribisch Nederland worden door middel van interventie opgelost. Over drie zaken publiceerde de Nationale ombudsman in 2021 een rapport: • Rijksdienst Caribisch Nederland- Unit SZW stelt belang leidinggevende boven belang andere werknemer (Rapport 2021/033)47. • Zorgverzekeringskantoor Bonaire geeft burger in eerste instantie geen eerlijke kans (Rapport 2021/047)48. • KPCN had proces-verbaal moeten opmaken na verkeersongeval met huurauto (Rapport 2021/183)49. Klachtbehandeling door het Korps Politie Caribisch Nederland In februari 2021 publiceerde de Nationale ombudsman het onderzoek «Klachtbehandeling door het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) op goede weg maar ruimte voor verbetering»50. De Nationale ombudsman toetste in zijn onderzoek of de klachtbehandeling van het korps past bij de 47
Nationale ombudsman. (2021). Rijksdienst Caribisch Nederland-Unit SZW stelt belang leidinggevende boven belang andere medewerker (2021/033). 48 Nationale ombudsman. (2021). Zorgverzekeringskantoor Bonaire geeft burger in eerste instantie geen eerlijke kans (2021/047). 49 Nationale ombudsman. (2021). KPCN had proces-verbaal moeten opmaken na verkeersongeval met huurauto (2021/183). 50 Nationale ombudsman. (2021). Klachtbehandeling door Korps Politie Caribisch Nederland op goede weg maar ruimte voor verbetering (2021/003).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
33
ombudsvisie op professionele klachtbehandeling. Hij gaf aan dat het KPCN op de goede weg is om de klachtbehandeling te professionaliseren, maar dat er nog meer mogelijkheden zijn om de klachten van burgers te behandelen. Een van de verbeterpunten is eenduidige klachtbehandeling. Op Bonaire wordt een concept klachtenhandleiding gebruikt, maar op Saba en Sint Eustatius nog niet. Hierdoor worden de klachten op Saba en Sint Eustatius anders behandeld dan de klachten op Bonaire. Ook door betere registratie van informele klachten en de invoering van een jaarlijkse klachtenanalyse is er nog veel te verbeteren. Vijf van de tien aanbevelingen zijn inmiddels opgevolgd door het KPCN. Hiermee is het korps op de goede weg. De Nationale ombudsman blijft de klachtbehandeling van het korps ook in de komende jaren monitoren. Lopend onderzoek armoedebestrijding Armoede is in Caribisch Nederland een groot probleem. Om dit probleem hoog op de politieke agenda te krijgen en te houden, deed de Nationale ombudsman onderzoek naar de situatie van drie doelgroepen: ouderen, jongvolwassenen en alleenstaande ouders. Dit onderzoek vond plaats in 2019, 2020 en 2021, deels in samenwerking met de Kinderombudsman. Over het eerste onderzoek van de Nationale ombudsman over armoede onder ouderen is in september 2019 een rapport gepubliceerd51.
Het tweede onderzoek (in samenwerking met de Kinderombudsman) naar armoedeproblematiek bij jongvolwassenen in Caribisch Nederland werd op 8 september 2020 gepubliceerd52. Het derde onderzoek naar ervaringen van alleenstaande ouders en kinderen die rond of onder de armoedegrens leven wordt in het eerste kwartaal van 2022 gepubliceerd. Bijeenkomst vaste Kamercommissie Koninkrijkrelaties In mei 2021 hebben de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman een kennismakingsbrief gestuurd aan de nieuwe Vaste Commissie Koninkrijksrelaties. Daarop volgde een uitnodiging voor een gesprek op 10 juni 2021. Tijdens het gesprek hebben zij verteld over hun werk in Caribisch Nederland en in het bijzonder de bevindingen en resultaten van de armoedeonderzoeken. Zij hebben hier nog eens met klem benadrukt dat de maatregelen die het kabinet neemt vooralsnog onvoldoende zijn om de armoede op de eilanden te bestrijden. Vluchtelingenproblematiek De Nationale ombudsman heeft in de zomer van 2021 een verkennend onderzoek gedaan naar vluchtelingen uit Venezuela, die zonder verblijfsvergunning op Bonaire verblijven. De ombudsman van Curaçao, UHNCR, Amnesty International en Vluchtelingenwerk Nederland vragen al langer aandacht voor de leefomstandigheden van vluchtelingen. Ook zelf ontvingen wij zorgelijke signalen tijdens onze werkbezoeken aan Bonaire.
Zo zijn er zorgen over de informatieverstrekking rond het aanvragen van asiel of een reguliere verblijfsvergunning. Opvang en toegankelijke rechtshulp zijn niet beschikbaar en er zijn vragen over de procedures rond de «vrijwillige» terugkeer. De resultaten van de verkenning waren eind oktober 2021 aanleiding voor de ombudsman om een onderzoek uit eigen beweging in te stellen. In dat onderzoek worden onder andere de samenwerking in de vreemdelingenketen, de informatie over verblijfsmogelijkheden en de werkomstandigheden onderzocht. De centrale onder51 52
Nationale ombudsman. (2019). Oog voor ouderen in Caribisch Nederland (2020/042). Nationale ombudsman. (2020). Het maakt uit waar je wieg heeft gestaan. Een onderzoek naar armoede-gerelateerde problematiek van jongvolwassenen in Caribisch Nederland (2020/030).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
34
zoeksvraag is wat er van de overheid verwacht mag worden als het gaat om primaire levensbehoeften, rechtsbijstand en informatie over rechten en plichten. In 2022 gaat de ombudsman aan de hand van de resultaten van dit onderzoek bekijken hoe hieraan vervolg wordt gegeven. Vreemdelingendetentie wordt niet meegenomen, omdat hiernaar een zelfstandig onderzoek wordt ingesteld als eerste onderdeel van (meerjarig) onderzoek naar detentie in het Caribische deel van het Koninkrijk, samen met de andere ombudsmannen van het Koninkrijk. Rondetafelgesprek over kopzorgen van Caribische studenten In 2021 hebben medewerkers van de ombudsman structureel overleg gehad met het Arubahuis, het Curaçaohuis, het Sint Maartenhuis en Levende Talen Papiaments. Zij spraken met vertegenwoordigers binnen de VNG, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Programma Mens Centraal, de projectleider van de – door de hogescholen ingestelde – Regiegroep en met diverse stakeholders onder meer over de opvolging van de aanbevelingen in het rapport «Kopzorgen van Caribische studenten»53. Dit rapport uit 2020 gaat over de problemen die studenten uit het Caribisch deel van het Koninkrijk ervaren als zij in Nederland (gaan) studeren of in Nederland hebben gestudeerd.
In december 2021, een jaar na publicatie van het rapport, heeft de Nationale ombudsman twee rondetafelgesprekken met betrokken partijen georganiseerd. De ombudsman wilde weten in hoeverre de aanbevelingen uit het rapport zijn opgevolgd, wat er nog moet gebeuren, wie waar nu op aanspreekbaar is, en waar eventueel nog een extra duwtje in de goede richting nodig is. De bevindingen worden in het voorjaar van 2022 gepubliceerd. Caribbean Ombudsman Association De Nationale ombudsman is in 2021 verkozen als Vice President in de board van de Caribbean Ombudsman Association, een samenwerking van ombudsmannen in de regio. In juli werd een eerste webinar van de Caribbean Ombudsman Association georganiseerd. Een digitale bijeenkomst om toch, zeker in tijden van crisis, samen te blijven werken. Het onderwerp was de impact van de coronapandemie op de ombudsinstituten. In november vond een tweede webinar plaats over hoe je als klein instituut toch effectief kan zijn. Werk in cijfers • In 2021: 206 klachten (digitaal + spreekuren) (in 2020: 145 klachten) • Openbaar Lichaam Bonaire: 59 klachten • Openbaar Lichaam Sint Eustatius: 8 klachten • Openbaar Lichaam Saba: 3 klachten
53
Nationale ombudsman. (2020). Kopzorgen van Caribische studenten (2020/042).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
35
1.7 Internationaal De Nationale ombudsman vindt het belangrijk om ook op internationaal niveau kennis te delen met collegaombudsmannen. Door kennis te delen tussen de verschillende internationale ombudsfuncties, kunnen burgers, ook de burgers in Nederland, nog beter worden geholpen. Meestal gebeurt dat door middel van internationale bezoeken. Naast kennis uitwisselen, de onderlinge band onderhouden, is ook poolshoogte nemen van de lokale situatie een reden van bezoek. Ook in 2021 heeft de Nationale ombudsman daarom diverse internationale bezoeken afgelegd. Door corona waren dit er minder dan andere jaren. Een aantal bezoeken is omgezet naar een digitale bijeenkomst of overleg. Caribisch deel Koninkrijk In 2021 bracht de Nationale ombudsman een bezoek aan Bonaire ter voorbereiding op een conferentie die eind 2022 op Curaçao gaat plaatsvinden. Tijdens deze conferentie staat de verhouding tussen burger en overheid in het Caribische deel van het Koninkrijk centraal. De ombudsman sprak hierover met het maatschappelijk middenveld dat actief is op het terrein van onderwijs en zorg. Deze voorbereidende gesprekken vinden in 2022 ook plaats op onder andere Saba en Sint Eustatius. De uitkomsten van alle gesprekken vormen de input voor de conferentie. Ook heeft de Nationale ombudsman in 2021 een bezoek gebracht aan de ombudsman van Sint Maarten.
Samen hebben zij met de minister van Onderwijs van Sint Maarten gesproken over de aanbevelingen in ons rapport Kopzorgen van Caribische studenten54. In dit rapport concludeerde de Nationale ombudsman dat studenten uit Caribisch Nederland tegen allerlei obstakels aanlopen als ze in Nederland gaan studeren. De Nationale ombudsman benadrukte dat samenwerking tussen overheden – ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk – noodzakelijk is om het voor studenten beter te regelen en hen beter voor te bereiden op hun studie in Nederland. Ten slotte zijn de ombudsmannen van het Koninkrijk eind november 2021 bij elkaar gekomen op Sint Maarten. Zij hebben overlegd over wat ze kunnen doen om ervoor te zorgen dat ook Aruba een eigen ombudsman krijgt. Ook is besproken welke onderzoeken mogelijk gezamenlijk opgepakt kunnen worden. Brussel De Nationale ombudsman heeft in 2021 een bezoek gebracht aan Brussel om de nieuwe federale ombudsmannen van België te ontmoeten. De drie ombudsmannen hebben gesproken over onderwerpen zoals digitalisering en dan vooral in tijden van corona. Zij spraken over de waarde van de SDG’s (Sustainable Development Goals) voor het instituut ombudsman en de Venice Principles (internationale beginselen waarin de rol en taken van ombudsmannen staan beschreven). Tot slot stonden de behoorlijkheidseisen op de agenda, zoals deze zijn opgesteld door de Nationale ombudsman.
54
Nationale ombudsman. (2020). Kopzorgen van Caribische studenten (2020/042).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
36
De drie ombudsmannen hebben ook een werklunch bijgewoond van het Benelux parlement. De ombudsman bracht daar een aantal onderwerpen onder de aandacht die de landsgrenzen overschrijden: gezondheidszorg, digitale toegang tot de overheid en de blijvende problemen rond werkenden over de grens. Manchester In november 2021 heeft de UK Parliamentary and Health-ombudsman de eerste internationale ombudsconferentie georganiseerd sinds de uitbraak van corona. De Nationale ombudsman sprak met de deelnemers onder andere over het bereiken van moeilijk bereikbare doelgroepen en de Raadbaak, het online platform voor professionals waar de Nationale ombudsman initiatiefnemer van is. Een belangrijk inzicht was het feit dat we het verhaal van burgers nodig hebben om ons werk te doen. Daarbij is het argument dat het soms slechts om één verhaal gaat niet relevant. Het verhaal van één persoon kan zomaar symbool staan voor het verhaal van vele anderen.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
37
2. HET WERK VAN DE KINDEROMBUDSMAN «Bij alles wat er speelt in de wereld moeten we blijven kijken naar de rechten van ieder kind. Juist nu! Armoede, de ontplofte huizenmarkt, oorlog in jouw thuisland, de toeslagenaffaire, corona, de aardbevingen in Groningen... Alles met grote gevolgen voor veel kinderen. Ieder kind heeft recht om betrokken te worden bij beslissingen over zijn leven om goed en veilig op te mogen groeien. De Kinderombudsman blijft daarom opkomen voor de rechten van kwetsbare kinderen. Zowel voor, als achter de schermen. Onze boodschap is en blijft: geef kinderen invloed op hun toekomst!» Deze tekst plaatste de Kinderombudsman op LinkedIn op zaterdag 20 november 2021, Internationale dag van de rechten van het kind. 2.1 Betere naleving van het VN-Kinderrechtenverdrag nog steeds nodig Ieder kind kan in zijn of haar leven in een kwetsbare situatie belanden. Een situatie waarin kinderrechten in het geding komen. De Kinderombudsman bevordert de naleving van kinderrechten in Europees en Caribisch Nederland. Het VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK) en het belang van het kind vormen in ons werk altijd het vertrekpunt. De Kinderombudsman vindt het belangrijk dat de ontwikkeling van kinderen voorop staat bij alle wetgeving, beleid en beslissingen die kinderen (direct of indirect) raken.
De belangen van kinderen komen alleen tot hun recht als er integraal vanuit alle 14 levensdomeinen55 naar hun belang wordt gekeken. Kinderen moeten het recht hebben om invloed op deze beslissingen te hebben en ze moeten gelijk behandeld worden. In de afgelopen jaren hebben we deze visie op verschillende manieren uitgedragen. Zo hebben we rapporten geschreven waarin we laten zien welke levensdomeinen belangrijk zijn voor de ontwikkeling van een kind. Daarnaast hebben we handreikingen, flyers en andere hulpmiddelen ontwikkeld voor professionals. Hiermee kunnen zij het belang van een kind in hun specifieke domein onderzoeken en bepalen hoe je dit belang vervolgens meeneemt in beslissingen. Veel (overheids-)organisaties omarmen onze visie, zo blijkt uit de contacten die wij regelmatig met hen hebben. Ook horen we dat ons stappenplan «Het beste besluit voor het kind»56 steeds meer gebruikt wordt. Verder wordt onze kennis en medewerking op dit punt regelmatig gevraagd. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de totstandkoming van handreikingen over omgaan met kinderarmoede in het sociaal domein, in de jeugdgezondheidszorg en bij de kinderarmoede-aanpak van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
55
BIC model (Kalverboer en Zijlstra 2006). Best interest of children. 14 levensdomeinen w.o. fysieke zorg, veiligheid, educatie, sociaal netwerk, contact met leeftijdsgenoten, respect. 56 Kinderombudsman. (2019). In vier stappen naar het beste besluit voor het kind. Het kinderrechtenverdrag als kompas bij besluitvorming.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
38
We hebben uitleg gegeven aan een landelijke huisvestingsorganisatie en onze expertise gedeeld over hoorrecht in het onderwijs. De ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en van SZW hebben ons in 2021 laten weten dat zij een gezamenlijke reactie voorbereiden op onze verhalenbundel «Ongehoord! De onzichtbaarheid van kinderen bij huisvestingsproblemen».57 Wij werken hard aan een betere naleving van het Kinderrechtenverdrag in Nederland. Niet alleen staan kinderrechten onder druk. Te vaak lopen we er tegenaan dat de belangen van kinderen helemaal geen rol spelen bij beslissingen die hen aangaan. Voor de Kinderombudsman is het cruciaal de mening, belangen en belevingswereld van jongeren zichtbaar te maken en hen actief invloed te geven. Focus op kwetsbare kinderen In Nederland wordt ongeveer 5 tot 10 procent van de kinderen in meer of mindere mate in hun ontwikkeling bedreigd. Dit komt doordat ze opgroeien in moeilijke situaties of in aanleg kwetsbaar zijn. De meest kwetsbare kinderen blijken vaak te maken te hebben met problemen op meerdere levensgebieden. Kinderen die in moeilijke situaties opgroeien en kinderen die in aanleg – bijvoorbeeld door een beperking of gedragsprobleem – kwetsbaar zijn, lopen het grootste risico dat hun (kinder)rechten onder druk staan.
Daarom richt de Kinderombudsman zich bij uitstek op deze kinderen. Onze wettelijke taak De Kinderombudsman bevordert de naleving van rechten van kinderen in Nederland. Deze wettelijke taak vervult de Kinderombudsman als volgt: 1. Geven van voorlichting over kinderrechten aan kinderen én aan volwassenen. Het is belangrijk dat we kwetsbare kinderen bereiken. 2. Adviseren van kinderen en volwassenen over kinderrechten. De Kinderombudsman bemiddelt, voert interventies uit, doet onderzoek en verwijst waar nodig door naar het juiste loket. 3. Thematisch onderzoek doen en gevraagd en ongevraagd adviseren van kabinet, parlement, gemeenten, beleidsmakers en uitvoerende professionals over hoe vanuit het kinderrechtenperspectief te handelen. De Kinderombudsman spreekt hen aan als ze kinderrechten niet naleven. 4. De Kinderombudsman houdt zoveel mogelijk rekening met de mening, belangen en belevingswereld van kinderen. Daarom vraagt de Kinderombudsman kinderen naar hun mening, zowel over kinderrechtelijke thema’s als over andere onderwerpen.
57
Kinderombudsman. (KOM010/2020). Verhalenbundel «Ongehoord! De onzichtbaarheid van kinderen bij huisvestingsproblemen»
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
39
2.2 Impact coronamaatregelen op kinderen en jongeren Ook in 2021 lag de focus van de Kinderombudsman voor een groot deel op de effecten van de coronamaatregelen op kinderen en jongeren. De verschillende lockdowns hebben veel impact gehad op kinderen en jongeren. Door de schoolsluitingen, online onderwijs, het niet kunnen uitgaan, en daarmee het gemis aan sociaal contact en sociale structuur. De Kinderombudsman maakt zich grote zorgen over de fysieke en mentale gezondheid van jongeren als gevolg van deze langdurende crisis. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de schade aan hun ontwikkeling door eerdere schoolsluitingen groot is. Vooral voor kinderen en jongeren in een kwetsbare positie. Er zijn zorgen over de korte en lange termijn. Kinderen en jongeren hebben leervertraging opgelopen, met als mogelijk gevolg een groeiende kansenongelijkheid en voortijdige schooluitval. Een stip op de horizon ontbreekt. Voor het welzijn van kinderen en jongeren is het belangrijk dat scholen in het primair en voortgezet onderwijs en mbo open zijn en blijven. De Kinderombudsman heeft hier het afgelopen jaar voortdurend aandacht voor gevraagd. Via onze brieven aan bewindslieden58, interviews in de media en onze publicaties op sociale media. Daarbij hebben we steeds benadrukt dat het belang van kinderen en jongeren beter moet worden onderzocht en zwaarder moet meewegen in de beslissingen.
Ook moet er beter worden gecommuniceerd met kinderen en jongeren over de belangenafweging die wordt gemaakt en welke rol hun belangen daarin spelen. In juni hebben we een inventarisatie59 gemaakt op basis van knelpunten die jongeren en professionals in het mbo als gevolg van corona ervaren. We hebben specifiek aandacht gevraagd bij de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voor de opgelopen achterstanden, de sociale functie van scholen, perspectief en het sociaal-emotionele en mentale welzijn van jongeren. Naast het onderwijs hebben wij gekeken naar het vraagstuk rond het vaccineren van kinderen en jongeren. In december heeft de Kinderombudsman zich uitgesproken over vrijwillige vaccinatie voor gezonde kinderen van 5 tot 12 jaar. Vanuit onder andere het recht op onderwijs heeft de Kinderombudsman het demissionair kabinet opgeroepen60 kinderen en jongeren te ontzien als wordt overgegaan tot het invoeren van het coronatoegangsbewijs voor zowel 2G (alleen voor gevaccineerde en genezen personen) als 3G (gevaccineerd, genezen of getest). Werkbezoeken Gelukkig konden we naast een aantal online werkbezoeken (onder andere aan het Revalidatiecentrum Friesland), ook weer fysiek bij kinderen en jongeren en organisaties op bezoek.
De Kinderombudsvrouw bezocht tijdens de provincietour in Flevoland een jeugd- en jongereninstelling in Urk en de Penitentiaire Instelling in Lelystad. Verder sprak zij onder meer in Almelo en Utrecht met mbo-studenten en docenten.
58
Brieven Kinderombudsman aan Kabinet en ministers van OCW over openhouden, heropenen scholen 11/1, 17/2, 1/4, 14/4, 4/6, 25/11 en 30/12 59 Brief aan Vaste Kamercommissie van OCW van 24/6 over aandachtspunten corona en mbo 60 Brief Kinderombudsman aan kabinet en ministers van VWS en van OCW van 25/11 over coronatoegangsbewijs voor 2G en 3G
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
40
De Kinderombudsman en Caribisch Nederland In juni brachten we een rapport61 uit naar aanleiding van vragen aan kinderen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) naar de kwaliteit van hun leven. Kinderen op de eilanden voelen zich met (heel) weinig toch gelukkig. Ze maken zich zorgen over armoede, kindermishandeling en het onderwijs. Ze zijn echter tevreden over hun leven en hebben relatief weinig negatieve ervaringen gehad tijdens de coronamaatregelen in 2020. Margrite Kalverboer: «Ik ben blij met de hoge cijfers die kinderen hun leven geven, maar tegelijkertijd hoor ik kinderen ook zeggen dat er buiten school free eten moet zijn. Als iedereen arm is, is het begrijpelijk dat kinderen hun geluk daaraan relateren. Er worden stappen gezet, maar er is nog meer nodig om kinderen zich goed te laten ontwikkelen en een beter perspectief te bieden.» In september 2021 was een team van de Kinderombudsman en de Nationale ombudsman op Bonaire. Het team organiseerde diverse goedbezochte spreekuren voor bewoners, die met vragen kwamen over onder andere onderwijs en zorg voor kinderen. Eén van die zaken ging over een jongere die al enige tijd niet naar school ging. Door een interventie van de Kinderombudsman is voor deze jongere een goede oplossing gevonden voor werk en onderwijs. Het team bezocht diverse onderwijsinstellingen en sprak onder andere met de leerlingenraden.
De scholen gaan leerlingen met individuele klachten in het vervolg doorverwijzen naar de Kinderombudsman. Een maand later maakte Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer zelf een lang uitgestelde reis naar Bonaire. Tijdens haar werkbezoek aan Bonaire sprak Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer met vertegenwoordigers van verschillende instanties. Een andere aanleiding voor het bezoek was het onderzoek naar armoede onder alleenstaande ouders en hun kinderen waarover zij sprak met jongeren, een ouder en professionals. Ook gaf zij samen met collega’s van de Kinderombudsman voorlichting aan politieambtenaren over kinderrechten. De Kinderombudsman heeft onder meer een bezoek gebracht aan de voorziening voor begeleid wonen van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland. Deze voorziening is gerealiseerd mede naar aanleiding van het rapport «Het maakt uit waar je wieg heeft gestaan»62 van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman naar armoede onder adolescenten. Naar aanleiding van verschillende rapporten van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman heeft het ministerie van VWS het initiatief genomen voor een meer integrale samenwerking op het gebied van jongerenbeleid op de BES. Begin december tekenden de departementen van VWS, OCW, Justitie en Veiligheid (JenV), SZW en BZK en de bestuurders van de drie eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba hiervoor een samenwerkingsconvenant.
61 62
Kinderombudsman. (KOM03/2021). «Als je het ons vraagt. Kinderen op de BES-eilanden» Nationale ombudsman & Kinderombudsman. (2020/030). «Het maakt uit waar je wieg heeft gestaan»
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
41
2.3 Ombudswerk Het hart van het werk van de Kinderombudsman is het ombudswerk: het beoordelen en onderzoeken van meldingen van volwassenen en kinderen over kinderrechten die in het geding zijn. Bij het merendeel van deze contacten vragen zij om hulp of informatie over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ze dienen ook klachten in over individuele situaties, waarbij mogelijk kinderrechten zijn geschonden. Onderzoek moet aantonen of daar inderdaad sprake van is. Een paar voorbeelden: Kinderbijslag In oktober 2021 neemt een moeder contact op met de Kinderombudsman. Zij had voor haar zoon (15 jaar) vanaf het 3e kwartaal kinderbijslag aangevraagd. Volgens de Sociale Verzekeringsbank (SVB) had zij daar pas vanaf het vierde kwartaal recht op. Het bedrag zou in januari 2022 worden uitgekeerd. De moeder is het daar niet mee eens. Na het gesprek met de moeder neemt de Kinderombudsman contact op met de SVB en vraagt de situatie van de moeder nogmaals te bekijken in het licht van haar aanvraag kinderbijslag. Dit leidde tot een herziening van de eerder genomen beslissing. De conclusie is dat de moeder recht heeft op kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2021. Er is een nabetaling gedaan. Leerlingenvervoer Een terugkerend thema is het leerlingenvervoer.
De Kinderombudsman wordt benaderd door een moeder van een meisje van 16 jaar, dat met leerlingenvervoer naar school (voortgezet speciaal onderwijs) wordt gebracht. Zij zit in het examenjaar. De vervoerder kan de dochter niet van school halen als de lessen zijn afgelopen. Zij wordt of 1,5 tot 2 uur te vroeg van school opgehaald en anders 1,5 tot 2 uur na het einde van de lessen. De dochter moet na schooltijd een darmspoeling nemen. Ze is extreem vermoeid, heeft veel pijn aan haar lichaam, buikpijn en geen tijd meer voor ontspanning. Moeder heeft geprobeerd om de darmspoeling te verplaatsen naar de ochtend. Maar dit werkt niet. De dochter is tijdelijk met klachten opgenomen in het ziekenhuis. Moeder heeft diverse meldingen/ klachten ingediend bij de vervoerder en de gemeente. Er kwam geen reactie van de vervoerder. De gemeente stelde voor de reiskosten te vergoeden als de moeder haar dochter zelf naar school zou brengen en halen. Dit is geen optie omdat de moeder geen rijbewijs heeft en werkt. Na interventie van de Kinderombudsman heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de moeder en de vervoerder. De vervoerder heeft excuses gemaakt en er zijn nieuwe afspraken gemaakt, zodat het vervoer beter afgestemd is op de behoeften van het meisje. De gemeente houdt de vinger aan de pols.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
42
Ombudswerk in cijfers Algemeen- Totaal aantal zaken 2021: 2020:
2.169 1.992
Onderwerpen – aantal zaken
Jeugdhulp Onderwijs Gezag en omgang Coronavirus Overig
2021
2020
570 591 311 442 255
598 444 353 224 373
2021
2020
1.312 204 113 267
1.172 154 121 245
Wie nam er contact op?
Ouders Professionals Kinderen Overig1
1 Overig (onder meer directe familie zoals grootouders, broers en zussen. Maar ook bekenden uit het netwerk van jongeren, zoals vrienden of buren)
Wijze van contact
E-mail Telefonisch Post/werkbezoek
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
2021
2020
1.264 887 18
1.072 900 20
43
2.4 Publicaties Naast onderzoek naar individuele klachten, heeft de Kinderombudsman ook een aantal rapporten en onderzoeken op eigen initiatief uitgevoerd. In 2021 zijn daar de volgende publicaties uit voortgekomen: Aandacht voor kinderrechten nog steeds hard nodig in Nederland Eind april stuurde de Kinderombudsman haar rapportage63 aan het VN Kinderrechten-comité. Daarin vraagt de Kinderombudsman aandacht voor zes knelpunten op het gebied van kinderrechten in Europees en Caribisch Nederland: • Multiproblematiek en het gebrek aan een integrale aanpak. • Te grote regionale verschillen in aanbod van voorzieningen. • Rechtsongelijkheid voor groepen kwetsbare kinderen. • Onvoldoende verankering van het belang van het kind en de stem van kinderen. • Knelpunten in specialistische zorg en hulp. • Onvoldoende inzet op algemene implementatiemaatregelen. In december hebben we het Kinderrechtencomité geïnformeerd over mogelijke actuele ontwikkelingen sinds onze rapportage van april. We hebben het Kinderrechtencomité laten weten dat de knelpunten die we in april hebben aangekaart nog niet zijn opgelost. Dit kwam mede doordat het kabinet demissionair was. Hierdoor lagen belangrijke dossiers stil. In sommige gevallen ziet de Kinderombudsman zelfs een negatieve ontwikkeling, zoals in de toegang en beschikbaarheid van specialistische vormen van jeugdzorg.
Voor de reguliere jeugdhulp wordt gesproken over «code zwart» vanwege de wachtlijsten. Ook zijn er nog steeds zorgen over beschikbare integrale hulp voor kinderen die opgroeien in armoede. Kinderen willen dat medische behandeling in hun leven past In juni 2021 publiceerde de Kinderombudsman het rapport «Mijn Zorg Mijn Zaak64» Dit gaat over de vraag hoe kinderen graag betrokken willen worden bij hun medische behandeling. Daarin concludeert zij dat kinderen die medische zorg ontvangen te weinig ruimte voelen om zich uit te spreken over beslissingen die voor hen heel belangrijk zijn. Ook willen zij graag dat de medische zorg in hun bestaande leven past. Maar de uitleg en flexibiliteit van zorg- en onderwijsinstellingen om hiermee om te gaan is te beperkt. Margrite Kalverboer: «Kinderen willen beter betrokken worden bij álle beslissingen waar ze door hun ziekte mee te maken krijgen. Niet alleen beslissingen over de behandeling zelf. Alleen dan kunnen ze hun ziekte en behandeling inpassen in hun leven en niet andersom.» Ons rapport is voor het ministerie van VWS aanleiding om subsidie toe te kennen voor het programma «Samen Beslissen voor kinderen met een zorgvraag en hun naasten». Hierin wordt uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor het betrekken van kinderen bij beslissingen tijdens hun ziekte.
Er komt een groot bedrag beschikbaar voor initiatieven die erop zijn gericht om beter samen met kinderen besluiten te nemen over hun behandeling in de eerste- en tweedelijnszorg. 63
Kinderombudsman. (KOM01/2021). «Nederland – Rapportage aan het VN-Kinderrechtencomité» 64 Kinderombudsman. (KOM02/2021) «Mijn Zorg Mijn Zaak» – Kinderen over hun betrokkenheid tijdens hun ziekte
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2
44
Zak- en kleedgeld al jaren hardnekkig probleem Nog steeds komt het regelmatig voor dat jongeren die niet meer thuis kunnen wonen, in een instelling geen zak- en kleedgeld ontvangen. Ondanks alle aandacht die de afgelopen jaren aan deze problematiek is gegeven. Het komt nog te vaak voor dat partijen (gemeenten en instanties) hun verantwoordelijkheid niet nemen, naar andere partijen wijzen of dat medewerkers niet goed genoeg op de hoogte zijn van de regelgeving. In juni vragen de Kinderombudsman en de Jeugdombudsman Den Haag met hun rapport «Wie geeft mij(n) zak- en kleedgeld»65 opnieuw aandacht voor dit hardnekkige probleem. Aanleiding van het rapport is een meisje van 15 jaar dat met haar verhaal aanklopt bij de Jeugdombudsman Den Haag. Door tussenkomst van de Jeugdombudsman ontvangt zij inmiddels wel zak- en kleedgeld. De beide ombudsmannen dringen wederom bij het ministerie van VWS aan op een landelijke uniforme regeling. Margrite Kalverboer: «Alle kinderen hebben recht op ontwikkeling en een adequate levensstandaard. Kinderen die onder toezicht gesteld zijn of onder voogdij staan en in een instelling wonen, hebben het op veel fronten minder makkelijk dan kinderen die thuis opgroeien.
Goed geregelde basisvoorzieningen zoals zak- en kleedgeld zijn voor hen noodzakelijk om mee te kunnen doen in de samenleving.» In december 2021 volgde nog een rapport66 waarbij de Kinderombudsman in actie moest komen om voor Marleen (niet haar echte naam) met terugwerkende kracht kleedgeld te regelen waar zij recht op heeft. Interventies van de Kinderombudsman op dit thema zijn doorgaans succesvol voor jongeren, die daarna wel zak- en kleedgeld ontvangen. De inzet blijft uiteraard een structurele landelijke oplossing. Het was voor de Kinderombudsman ook reden om een speciale flyer te maken, die jongeren wijst op hun recht op zak en/of kleedgeld en antwoord geeft op de vraag bij wie zij dan terecht kunnen. Tweede helft 2022 wordt deze flyer ook verspreid onder gemeenten en instellingen die verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van het zak- en/of kleedgeld. Pestgedrag te vaak niet (h)erkend Nog steeds worden er te veel kinderen gepest. De afgelopen jaren kreeg de Kinderombudsman vaak meldingen van kinderen en hun ouders over pestervaringen en het uitblijven van een goede aanpak op school. Terwijl algemeen bekend is dat de impact van pesten op kinderen groot is. Kinderen willen niet meer naar school, hebben minder zelfvertrouwen, worden somber en angstig en in enkele gevallen ook suïcidaal.