CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

IS 20-05-2022 Jaarverslag 2021 nationale ombudsman.pdf

Gemeenteraad 7 juni 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 3.1: Verzamellijst ingekomen stukken25.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Kinderen die gepest zijn ondervinden hier in hun volwassen leven vaak nog de gevolgen van.

65 66

Kinderombudsman. (KOM04/2021). «Wie geeft mij(n)zak- en kleedgeld» Kinderombudsman. (KOM09/2021). «Nog steeds geen kleedgeld»

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

45

In een eerste analyse67 van de klachten die de afgelopen twee jaar zijn binnengekomen, concludeert de Kinderombudsman dat de ernst van pesten wordt onderschat en niet (h)erkend. Dit geldt voor de redenen om te pesten en voor de vorm die het pesten aanneemt. Ouders voelen zich niet serieus genomen door schoolbesturen. Om een idee te geven: jaarlijks worden ongeveer 350.000 kinderen gepest volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJi)68 en de Jeugdmonitor van het CBS.69 Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer vindt de uitkomsten zo alarmerend dat zij in 2021 verder onderzoek in de aanloop van de Week van het pesten (27 september t/m 1 oktober) is gestart. De uitkomsten volgen in de eerste helft van 2022.

67

Kinderombudsman. (KOM05/2021). «Opening onderzoek Buitenspel. Uitsluiting van kinderen (h)erkennen en aanpakken» 68 https://www.nji.nl/pesten 69 https://jeugdmonitor.cbs.nl/StatLine

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

46

2.5 Zorgen over kinderen onder de aandacht Toekomst jeugdhulp De toegang tot de jeugdhulp vraagt om permanente monitoring en aandacht. In het voorjaar van 2021 presenteerde de Kinderombudsman samen met de Nationale ombudsman, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Nederlandse Zorgautoriteit en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving een analyse over de complexe jeugdzorg70. We maken ons gezamenlijk zorgen over de grote problemen in de jeugdzorg en de grote groep jongeren die niet goed of te laat wordt geholpen. Vandaar deze ongewone samenwerkingscoalitie. Wij formuleerden drie speerpunten: – Zorg die nodig is, moet toegankelijk zijn. Discussie of onduidelijkheid over «wie betaalt» mag niet leiden tot het uitblijven van passende zorg. – Het bereiken van de leeftijd van 18 jaar mag niet langer reden zijn voor jongvolwassenen om in de problemen te komen. Daarom moet de leeftijdsgrens irrelevant worden. – Een systematische, integrale aanpak van problemen moet de norm worden. In het najaar van 2021 zijn acht bijeenkomsten over de toegang tot jeugdhulp georganiseerd met ervaringsdeskundigen, jongeren en ouders en professionals. Begin 2022 worden de bevindingen van de zogenaamde «Samen Verder»-coalitie gepubliceerd. Reactie op wetsvoorstellen en beleid In de zomer hebben we een uitgebreide reactie gegeven op de Wet toekomstscenario kind- en gezinsbescherming71.

Deze reactie is mede ondertekend door de gemeentelijke Jeugdombudsman van Den Haag en de gemeentelijke kinderombudsmannen van Amsterdam en Rotterdam. We zetten een aantal vraagtekens bij een nieuwe wijziging van het jeugdstelsel. Worden de rechten van het kind met de voorgestelde stelselwijziging beter gewaarborgd dan nu? Op 27 oktober sprak Margrite Kalverboer tijdens een rondetafelgesprek met de Vaste Kamercommissie van Justitie en Veiligheid haar zorgen uit over de jeugdbescherming. Voorafgaand hieraan is een gespreksnotitie ingediend72. Tijdens het gesprek heeft Margrite Kalverboer gewezen op de noodzaak om breder te kijken naar wat er aan de hand is met een kind in een gezin. Daarnaast moet geïnvesteerd worden in kwaliteit en deskundigheid. Er moet gezorgd worden voor kwalitatief goede diagnoses, passende zorg en beschikbare plekken. Zij deed de dringende oproep kinderen een sterkere positie te geven en hun belang voorop te stellen. Contact met de Kamer Na de installatie van de nieuwe Kamer in 2021 hebben wij aandachtspunten en aanbevelingen uit onze eerdere rapporten en andere knelpunten tussen kinderen en overheid onder de aandacht van Kamerleden gebracht. Daarop volgden diverse kennismakingsgesprekken met 70

Kinderombudsman. (april 2021). «Samen Verder». Kinderen en gezinnen met complexe problemen samen verder helpen Brief Kinderombudsman aan minister van Rechtsbescherming en staatssecretaris van VWS over Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming van 29/7 72 Gespreksnotitie Kinderombudsman over jeugdbescherming, voor het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer van 27/10 71

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

47

vaste Kamercommissies. Onze input zien we regelmatig in de inbreng van Kamerleden terug. Diverse brieven We hebben in 2021 voor meer onderwerpen aandacht gevraagd. Zo vroegen we in april in een gezamenlijke brief73 met de Nationale ombudsman aan de minister van SZW aandacht voor de toeslagregeling alleenstaande ouders. Eind november gaven wij schriftelijke inbreng aan Kamerleden over het wetsvoorstel Rechtpositie gesloten jeugdhulp74. Ook spraken we in december in een brief75 aan de staatssecretaris van Financiën onze zorg uit over het uitblijven van vervolgacties na het advies van het kindpanel over de toeslagenaffaire. Kinderen hebben een advies gegeven over hoe zij hun leven weer op de rit denken te krijgen. Een gesprek met de verantwoordelijk bewindspersoon heeft inmiddels plaatsgehad. Er is actie ondernomen na dit gesprek. In 2021 hebben wij wederom aandacht gevraagd voor de terugkeer van Nederlandse kinderen die in Syrië verblijven. Het VN-Kinderrechtencomité heeft onlangs aangegeven dat de staat verantwoordelijk is voor kinderen van onderdanen die vastzitten in Syrië. Tot nu toe heeft de Nederlandse regering nog maar enkele Nederlandse kinderen die vastzitten in kampen in Syrië teruggehaald. De Kinderombudsman heeft daarom de minister van Justitie en Veiligheid opnieuw opgeroepen om hier werk van te maken76.

Margrite Kalverboer: «De meeste kinderen die in de kampen verblijven zijn nog jong, maar worden steeds ouder. Door repatriëring op zo kort mogelijke termijn hebben ze het beste perspectief op (re-)integratie in onze samenleving. Hoe langer gewacht wordt, hoe groter de kans op permanent schadelijke gevolgen voor hun ontwikkeling.» Kinderombudsman in de media en online In het afgelopen jaar heeft de Kinderombudsman naast publiciteit van landelijke en regionale media over rapporten en standpunten nog zo’n 25 interviews gegeven aan onder andere vakbladen voor scholen, jeugdartsen, ouders, kinderartsen, relatierecht en praktijk, het kindertijdschrift Jump en de («armoede-glossy») Quiet 500. Onze website, sociale media en artikelen over de Kinderombudsman zijn belangrijke middelen om in contact te staan met de samenleving en informatie en standpunten te delen. Volgers van de Kinderombudsman op sociale media in 2021: Twitter: 15.825 LinkedIn: 14.728 Facebook: 5.210 (NL) + 354 (CN) Instagram: 1.273

73

Brief Nationale ombudsman en Kinderombudsman aan minister van SZW over toeslagregeling alleenstaande ouders van 12/4 74 Schriftelijke input Kinderombudsman aan kamerleden voor de behandeling van het wetsvoorstel Rechtpositie gesloten jeugdhulp op 25/11 75 Brief Kinderombudsman aan staatssecretaris van Financiën over vervolgacties na het advies van het kindpanel over de toeslagenaffaire van 13/12 76 Brief Kinderombudsman aan minister van Justitie en Veiligheid over terughalen Nederlandse kinderen in kampen in Syrië van 14/12

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

48

3. HET WERK VAN DE VETERANENOMBUDSMAN Sinds de inwerkingtreding van de Veteranenwet in 2014 gaat de Nationale ombudsman ook over de taken én verantwoordelijkheden van de Veteranenombudsman. In die rol behandelt hij klachten van veteranen. Daarnaast heeft de Veteranenombudsman de taak om de regering en de Tweede Kamer te informeren over zijn bevindingen. In de Veteranenwet zijn de belangrijkste pijlers: • Veteranen moeten kunnen rekenen op goede zorg wanneer zij lichamelijk of psychisch letsel aan hun uitzending overhouden. Deze zorg moet blijvend zijn als dit nodig is. • Het beleid van de overheid moet zich richten op het actief bevorderen van de erkenning en waardering van veteranen. • Voorafgaand aan de uitzending moet er goede informatievoorziening zijn over mogelijke gezondheidsproblemen en over het zorgaanbod. • De Veteranenombudsman is onafhankelijk en niet verbonden aan het ministerie van Defensie. Als Veteranenombudsman kijken wij mee of overheidsinstanties veteranen correct bejegenen. Dit doen we ook voor privaatrechtelijke organen die zich bezighouden met (de zorg voor) veteranen. Veteranen in Nederland Er zijn duizenden Nederlandse veteranen die niet meer in oorlogstijd, maar tijdens recente vredesmissies of crisisbeheersingsoperaties in het buitenland hebben gediend.

Nederlandse militairen dienden in Libanon (1979–1985) en meer recent in Bosnië, Kosovo, Irak, Afghanistan en Mali. Het aantal veteranen blijft redelijk stabiel door deze generaties «jonge» veteranen. In 2020 waren er naar schatting 107.250 Nederlandse veteranen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

49

3.1 Klachtenbeeld •

• •

• •

•

In 2021 zijn 332 verzoeken van veteranen en relaties afgehandeld. Ten opzichte van voorgaande jaren neemt het aantal verzoeken structureel toe: 300 (2020) 279 (2019), 208 (2018) en 152 (2017). De Veteranenombudsman heeft voor 71 verzoeken via een interventie de klacht over de overheidsinstantie behandeld. Bij 90 verzoeken zijn klachten van veteranen door de Veteranenombudsman doorverwezen naar een overheidsinstantie of een instantie die een taak heeft ten aanzien van veteranen zoals het Veteraneninstituut of het ministerie van Defensie. Daarbij geeft de Veteranenombudsman meestal advies aan de veteraan. Bij 36 klachten was de zaak onder de rechter. In deze situaties is de Veteranenombudsman terughoudend. Er zijn 8 klachten terugverwezen voor interne klachtbehandeling door de (overheids)instantie. In deze gevallen krijgt eerst de instantie de gelegenheid om de klacht te behandelen, voordat de Veteranenombudsman zich inhoudelijk over de klacht kan buigen. De Veteranenombudsman blijft dan wel op de hoogte van de klachtenprocedure zodat de veteraan goed wordt geholpen. Op 1 januari 2022 waren er nog 46 klachtdossiers uit 2021 in behandeling.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

50

3.2 Onderzoeken In 2021 zijn vier onderzoeken afgerond en twee gestart. Hierover schreven we brieven en rapporten aan bewindspersonen met een oordeel van de Veteranenombudsman. Deze brieven en rapporten staan ook op de website van de Nationale ombudsman. Onderzoek behandelingsduur letselschadeclaims door Defensie De Veteranenombudsman heeft in januari 2021 een onderzoek gepubliceerd over de behandelingsduur van letselschadeclaims door het ministerie van Defensie77. Veteranen die tijdens een uitzending psychische of lichamelijke letselschade hebben opgelopen, kunnen na het traject voor het vaststellen van het Militair Invaliditeitspensioen (MIP) en het bereiken van de medische eindtoestand een verzoek indienen voor volledige schadevergoeding van eventuele restschade. Deze procedure bij het ministerie van Defensie duurt vaak jaren en dit zorgt voor veel stress en onzekerheid bij veteranen. De Veteranenombudsman ontvangt over deze lange behandelduur regelmatig klachten. Sommige veteranen beschrijven het contact met Defensie zelfs als een gevecht. Uit de praktijk van de Veteranenombudsman «Ben reeds 5 jaar bezig om een letselschadezaak op te lossen. De partij in deze is Defensie. Aangezien er al in 2015 PTSS is gediagnostiseerd, zit er totaal geen schot in de zaak. (...) Nu weet ik dat de ombudsman hier een onderzoek naar is gestart of er inderdaad sprake is van bewust traineren.

Echter in mijn geval duurt het wel erg lang om de stukken bij de behandelaar van Defensie te krijgen. Deze behandelaar zegt in afwachting te zijn van het rapport van haar medisch adviseur. Als reden dat dit allemaal lang duurt wordt de covid-19 aangevoerd. Dit wil ik niet langer geloven aangezien de stukken al in januari compleet waren.» * Dit citaat is afkomstig van een veteraan Aanbevelingen voor verkorten procedure In gesprekken met veteranen en hun belangenbehartigers en medewerkers van Defensie wijzen zij voor de reden van vertraging vooral naar elkaar. Om beter zicht te krijgen op de oorzaken van de vertraging, heeft de Veteranenombudsman met alle betrokken partijen gesproken. Daarbij ging het over de vraag welke verbeteringen in de procedure mogelijk zijn. De Veteranenombudsman vindt dat Defensie en belangenbehartigers duidelijk en transparant met de veteraan moeten communiceren over de behandelingsduur en de noodzaak van de verschillende stappen in de procedure. Daarnaast doet hij enkele aanbevelingen om de duur van het traject te kunnen verkorten, waaronder het versterken van de rol van de zorgcoördinator in het herziene voorzieningen- en uitkeringsstelsel. Veteranenombudsman, Reinier van Zutphen: «Het in behandeling nemen van een claim is een complexe procedure waarin veel moet worden uitgezocht. Dit moet uiteraard zorgvuldig gebeuren.

Ik vind dat ook met inachtneming van de noodzakelijke processtappen de behandeling van een claim in beginsel nooit langer mag duren dan twee jaar.» 77

Veteranenombudsman. (2021). Een onderzoek naar de behandelingsduur van verzoeken om volledige schadevergoeding bij het ministerie van Defensie (2021/001).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

51

Ook moet de mogelijkheid worden onderzocht om de medische dossiers digitaal aan de belangenbehartiger over te dragen. Tot slot beveelt de ombudsman aan om te onderzoeken of het juridisch mogelijk en uitvoerbaar is om in de vaststellingsovereenkomst een voorbehoud op te nemen. Zodat er ruimte is om bij bepaalde gewijzigde omstandigheden terug te komen op het eerder overeengekomen schadevergoedingsbedrag. Migratie met een Militair Invaliditeitspensioen De Veteranenombudsman vroeg de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in 2021 om een snelle oplossing voor een kleine groep veteranen die met behoud van hun Nederlandse ziektekostenverzekering naar een ander EU-land of verdragsland willen verhuizen78. Zij moeten een wettelijke uitkering of pensioen uit Nederland ontvangen. Dit is geen probleem wanneer de veteraan WAO en WIA ontvangt, maar veteranen met alleen een MIP komen dan in de knel. Al eerder deed de ombudsman een beroep op de bijzondere zorgplicht voor deze veteranen. Naar aanleiding van een nieuwe klacht van een veteraan blijkt het nog steeds niet geregeld. Een wijziging kan lang op zich laten wachten. Een minderheid van de lidstaten blokkeert de goedkeuring van een pakket aan veranderingen.

Zo blijft het voor veteranen met alleen een MIP volstrekt onzeker of en wanneer zij zich – met behoud van een Nederlandse ziektekostenverzekering – in een EU- of verdragsland kunnen gaan vestigen. De Veteranenombudsman heeft de minister van VWS verzocht om tot een maatwerkoplossing te komen voor deze relatief kleine groep veteranen. Oplossing nodig voor uitblijven indexatie Militair Invaliditeitspensioen De Veteranenombudsman ontvangt regelmatig klachten en signalen van veteranen voor wie het MIP hun enige of voornaamste inkomstenbron is. Zij komen in toenemende mate in financiële problemen doordat het MIP sinds 2010 al niet meer is geïndexeerd vanwege een koppeling met de ABP-pensioenen. Deze ABP-pensioenen kunnen al jaren niet stijgen omdat er sprake is van onvoldoende dekkingsgraad. Het is echter vreemd dat daardoor ook het MIP niet kan stijgen. Het MIP komt namelijk niet ten laste van de pensioengelden van het ABP, maar wordt gefinancierd vanuit de Defensiebegroting. Het zou logischer zijn om aan te sluiten bij de lonen van het Defensiepersoneel of net als bij de andere uitkeringen en inkomensvoorzieningen een koppeling te maken met het wettelijk minimumloon. Uit de praktijk van de Veteranenombudsman «Ik schaam me enorm in een welvarend land als Nederland.

Veteranen en dienstslachtoffers die de MIP indexatie missen in hun inkomen en daardoor gebruik moeten maken van voorzieningen als Stichting Leergeld, aan moeten kloppen bij kerkelijke instanties, voedselbanken etc. De schaamte onder deze groep is groot om dit bespreekbaar te maken. De signalen komen van de contactwerkers. Nu door de stijgende nuts prijzen krijgen nog meer mensen een armoedeval in hun inkomen MIP/WIA en zullen het financieel niet meer redden.» * Dit citaat is afkomstig van een oorlogs- en dienstslachtoffer 78

Veteranenombudsman. (2021). Emigrerende veteraan staat nog steeds in de kou.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

52

Voor de Veteranenombudsman was dit in 2021 reden om de minister te vragen om op korte termijn met een oplossing te komen voor het uitblijven van een indexatie79. In juni 2021 is in de Tweede Kamer een motie ingediend om hier werk van te maken. Toegang tot zorg voor gedetineerde veteranen Medio 2019 ontving de Veteranenombudsman voor het eerst een signaal over de manier waarop er binnen de penitentiaire inrichtingen (PI) wordt omgegaan met veteranen. Er was nauwelijks informatie bekend over de situatie van gedetineerde veteranen. Daarom is de Veteranenombudsman in 2021 een onderzoek gestart naar de toegang tot (na)zorg voor deze groep veteranen80. Om zicht te krijgen op wat een gedetineerde veteraan van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) mag verwachten als het gaat om de toegang tot (na)zorg, stelde de ombudsman een aantal vragen aan de minister voor Rechtsbescherming. En ging daarnaast in gesprek met (voormalig) gedetineerde veteranen, het Veteraneninstituut, het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV) en met diverse onderdelen binnen de DJI. De Veteranenombudsman heeft de indruk dat het delen van informatie tussen zorgaanbieders binnen een PI met zorgaanbieders buiten een PI voor verbetering vatbaar is.

Uit de gesprekken is naar voren gekomen dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de (on)mogelijkheid van het delen van medische informatie tussen diverse zorgaanbieders in de keten. Dat komt niet ten goede aan de toegang tot zorg voor de gedetineerde veteraan. Het is dan ook wenselijk dat daarover meer duidelijkheid komt en vervolgens bekendheid wordt gegeven aan de betrokken zorgaanbieders. Uit de praktijk van de Veteranenombudsman «Ik ben in 1994 en 1995 op missie geweest in voormalig Joegoslavië. Tien jaar later kreeg ik mentale klachten en werd er PTSS vastgesteld. Vroeger was ik nooit boos of agressief, maar sinds die tijd wel. Ik heb verschrikkelijk veel therapie gevolgd, maar ben ook vaak opgepakt door de politie. In de gevangenis kwam ik op de afdeling «bijzondere gevallen». Dat was fijn, want nu hoefde ik niet mijn cel met iemand anders te delen. Ik heb steeds aangegeven dat ik een veteraan ben en vóór mijn detentieperiode met therapie bezig was. Die therapie en bijbehorende medicatie stopten plotseling in de PI. Vooral de eerste periode was een hel, vanwege ontwenningsverschijnselen. Ik heb me er maar bij neergelegd en steeds aangegeven bij maatschappelijk werk en de medische dienst dat ik PTSS heb en veteraan ben. Ik had behoefte aan zorg en hulp, maar daar werd niks mee gedaan. Die zorg was beschikbaar.

Met de hulpverleners daar kon ik alleen praten over de gevolgen van het gevangen zitten, maar daar had ik geen behoefte aan. Ik liet het er maar bij zitten, wat kan je anders? Doorgaan was mijn motto, zo heb ik dat geleerd bij de Luchtmobiele Brigade.» * Dit citaat is afkomstig uit een gesprek met ex-gedetineerde veteraan

79

Veteranenombudsman. (2021). Indexatie Militair Invaliditeitspensioen (MIP) te belangrijk voor uitruil CAO-gesprekken. 80 Veteranenombudsman. (2021). Toegang tot veteranenzorg achter slot en grendel (2021/191).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

53

Met dit onderzoek is duidelijk geworden dat alle partijen zijn doordrongen van de noodzaak om specialistische veteranenzorg beter toegankelijk te maken binnen een PI. Alle goede intenties en initiatieven van alle partijen ten spijt heeft dit er echter nog niet toe geleid dat deze zorg beschikbaar is voor gedetineerde veteranen. De Veteranenombudsman drukte de partijen in 2021 op het hart om de samenwerking daarin niet alleen verder voort te zetten, maar uit te breiden en gezamenlijk tot concrete afspraken te komen. Als dat vervolgens in de praktijk wordt gebracht dan zal de veteranenzorg binnen de detentiemuren verbeteren. Zorgen om Afghaanse tolken In mei 2021 heeft de Veteranenombudsman een spoedinterventie over een Afghaanse tolk uitgezet bij het ministerie van Defensie81. Deze tolk, met een volgens Nederlandse veteranen uitstekende staat van dienst, zat al sinds 2019 in een AZC en had jarenlang getolkt voor de Nederlandse troepen in Uruzgan. Toch lag dit dossier ruim twee jaar stil, ondanks veelvuldig navragen. Deze zaak roept bij de ombudsman vragen op.

Hebben het ministerie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de aanvragen van tolken die al in Nederland verblijven wel goed in beeld? En zijn zij doordrongen van de urgentie? Ook de keuze om al in Kabul aan betrokkene te vragen aan te tonen dat hij tolk is geweest en tal van documenten te overleggen, roept de nodige vragen op. Neemt een dergelijke handelwijze niet veel te veel kostbare tijd in beslag? Hoe wordt de veiligheid in die periode gegarandeerd? En is er goede rechtshulp geregeld, als wordt beslist om de betrokkene niet over te brengen naar Nederland? In september 2021 heeft de ombudsman een tweede brief verzonden aan de minister van Defensie. Deze brief zag toe op de opvang en het verdere administratieve proces van de tolken. Uit de reactie van de minister bleek dat hier voortgang in was. In 2022 blijft de ombudsman dit dossier nauwgezet volgen. Veteranenombudsman, Reinier van Zutphen: «Nederlandse veteranen lieten mij weten zich zorgen te maken, omdat zij in het dossier van de tolken vastlopen bij Defensie. Zij voelen zich nog altijd betrokken bij hun voormalige tolken.

Voldoet Nederland door deze werkwijze aan de verplichting om de tolken te beschermen die voor onze militairen zo belangrijk zijn geweest en voor wie Nederland een morele zorgplicht heeft?» Onderzoek naar privacy van aangehouden militair Een militair raakte in 2021 betrokken bij een vechtpartij. De Koninklijke Marechaussee (KMar) hield hem aan82. Hierdoor werd de militair verdachte in een strafzaak. Voordat deze zaak behandeld werd in de militaire rechtbank, stuitte de militair op een vervelend probleem. De regionale krant schreef een stukje op basis van een bericht op de Facebookpagina van de KMar. In het Facebookbericht stond onder andere de leeftijd, het beroep en de woonplaats van de verdachte militair. Deze militair woonde op dat moment in een klein dorp waar iedereen elkaar kent. Hij hoorde dat zelfs zijn ouders en oma vreemd aangekeken werden door de andere dorpsbewoners. De KMar had in het bericht rekening moeten houden met het feit dat het noemen van de persoonsgegevens direct herleidbaar naar hem zouden zijn. We vinden het belangrijk dat een overheidsinstantie de behandeling 81 82

Veteranenombudsman. (2021). Zorgen om Afghaanse tolken. Veteranenombudsman. (2021). Column: zorgvuldig omgaan met privacy.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

54

van een klacht goed afrondt. Daar hoort ook bij dat de instantie de klager vertelt wat er gebeurt met de resultaten van de klachtbehandeling in nieuwsberichten. De KMar laat weten dat ze in overleg met het Openbaar Ministerie hebben besloten de regels voor nieuwsberichten aan te passen. Voortaan laten ze de woonplaats van een verdachte achterwege. Onaangekondigde verrekening wachtgeld Een militair ziet op zijn bankrekening dat WWplus zijn gehele wachtgelduitkering voor die maand niet heeft uitbetaald83. WWplus voert namens Defensie wachtgeldregelingen uit. WWplus had hem daarover niet vooraf geïnformeerd. Om financiële problemen te voorkomen, sluit hij een lening af. Vervolgens vraagt hij WWplus om een betalingsregeling en een voorschot om zijn vaste lasten te kunnen betalen. Ook dient hij over deze gang van zaken een klacht in bij WWplus. Volgens WWplus had de veteraan kunnen weten dat er na de controle verrekend zou gaan worden en stuurde hem daarom geen vooraankondiging. De man kreeg uiteindelijk geen duidelijk antwoord op zijn klacht en vragen. Ook liet WWplus na om hem voor verdere klachtbehandeling te verwijzen naar de ombudsman. De behoorlijkheidsvereisten waar de ombudsman aan toetst, gelden ook voor instanties die in opdracht overheidstaken verrichten. Zoals WWplus. WWplus handelde onvoorspelbaar door zonder vooraankondiging meteen te verrekenen.

Daardoor kwam de veteraan voor een onaangename verrassing te staan. Verder ging WWplus onvoldoende in op zijn klacht en wees de man ten onrechte niet op de mogelijkheid om zijn klacht voor te leggen aan de ombudsman. Om goed toezicht te kunnen houden, moet Defensie regelmatig informeren naar wat er wel en niet goed gaat. Klachten zijn een belangrijke manier om daar informatie over te krijgen. Basisregistratie van in buitenland gestationeerde militairen Een voormalig beroepsmilitair was in de jaren zestig en zeventig gelegerd in het toenmalige West-Duitsland. Hij woonde er bij een Nederlandse luchtmachtbasis, in een huis dat beschikbaar was gesteld door het ministerie van Defensie. Omdat de Nederlandse militairen onder een NAVO-verdrag vielen, konden ze zich niet in hun tijdelijke woonplaats inschrijven. Toen hij na al die jaren terugkeerde in Nederland kreeg hij, zonder dat hem dat was gemeld, de status van «immigrant». De Veteranenombudsman opende vervolgens een onderzoek. Volgens de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt het ministerie aan verbetering en vernieuwing van de Basisregistratie persoonsgegevens (BRP). En ambtenaren onderzoeken of mensen een tweede adres kunnen registreren als ze door de overheid worden uitgezonden naar het buitenland.

De staatssecretaris liet aan de ombudsman weten dat wordt onderzocht of de term «hervestiging» kan worden gebruikt voor mensen die in Nederland zijn geboren en tijdelijk in het buitenland hebben gewoond. Start onderzoek naar opvang van veteranen bij acute nood De afgelopen jaren heeft de Veteranenombudsman verschillende klachten ontvangen van veteranen of relaties over de wijze waarop omgegaan wordt met veteranen in acute nood. Bijvoorbeeld veteranen die te maken kregen met huisuitzetting of een opgelegd tijdelijk huisverbod als gevolg 83

Veteranenombudsman. (2021). WWplus brengt wachtgeldgerechtigde in problemen door te verrekenen zonder vooraankondiging (2021/128).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

55

van hun problemen zoals suïcidale neigingen of ernstige PTSS. Hoewel het Veteranenloket een 24/7-functie heeft met onder andere maatschappelijk werk en zorgcoördinatie, zien wij in de praktijk dat noodopvang afwezig is. Volgens het Veteranenloket behoort dit niet tot haar taak. Het Leger des Heils of de Kessler Stichting zijn plekken waar mensen zonder onderdak terecht kunnen. Maar dit is voor een psychisch (zwaar) beschadigde veteraan geen optie. In de praktijk zijn het de regionale veteranen inloophuizen die met goede intenties bijspringen en een veteraan opvangen. Maar dit past niet in hun taak en vaak ontbreken kennis en middelen. In juni 2021 is de Veteranenombudsman een onderzoek gestart waarin de (toegang) tot acute opvang en noodzakelijke zorg centraal staat84. In het voorjaar van 2022 wordt dit rapport gepubliceerd. Start Monitor naar re-integratie door Defensie In april 2018 startte de Veteranenombudsman een onderzoek naar tientallen klachten en signalen over re-integratie van veteranen en actief dienende militairen. Uit het onderzoek blijkt dat gebrek aan kennis, late overdracht van hun taken en onzorgvuldige registratie de grootste problemen zijn in de re-integratieketen bij Defensie. Over het algemeen is de Veteranenombudsman positief over de recent ingezette verbeteringen die Defensie heeft toegezegd.

Uiteindelijk moet dit leiden tot verbetering van kennis, ondersteuning en regie op de re-integratieketen. Het is aan Defensie om deze verbeteringen daadwerkelijk uit te voeren. Juli 2019 ontving de Veteranenombudsman, na meerdere herinneringen, de gevraagde rapportage en brief van de minister van Defensie over de re-integratie van gewonde veteranen. Hierin wordt ingegaan op de aanbevelingen van het rapport van de Veteranenombudsman. In december 2021 is de Veteranenombudsman een monitor onderzoek gestart om vast te stellen of de kennis, ondersteuning en regie daadwerkelijk zijn verbeterd. In juni 2022 wordt de publicatie van het rapport verwacht.

84

Veteranenombudsman. (2021). Veteranenombudsman start onderzoek naar noodopvang veteranen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

56

3.3 Werk in cijfers Wie doen een beroep op de Veteranenombudsman? Om inzicht te krijgen in de groep veteranen die een beroep doet op de Veteranenombudsman registeren we een aantal kenmerken. We registreren aan welke missie is deelgenomen, het betreffende krijgsmachtonderdeel en de leeftijdsgroep van de veteraan. Van 201 veteranen was bekend onder welke missie ze waren uitgezonden. De grootste groep individuele veteranen die in 2021 een beroep deed op de Veteranenombudsman, heeft gediend in voormalig Joegoslavië (58 veteranen), gevolgd door Afghanistan (40 veteranen). Opvallend is het stijgend aantal klachten van Afghanistan-veteranen, in 2017 waren dit er nog 11. Daarnaast is er een daling van Indiëveteranen zichtbaar. Gelet op de leeftijd van veteranen uit de Tweede Wereldoorlog en NederlandsIndiëveteranen is de verwachting dat het aantal klachten van deze veteranen de komende jaren verder zal afnemen. Veruit de meeste veteranen (114) die een beroep deden op de Veteranenombudsman, dienden bij de Koninklijke Landmacht. Dit was ook het geval in de voorgaande twee jaren. Gezien de bijdrage van de landmacht bij de langdurige missies in Libanon, voormalig Joegoslavië en Afghanistan is dit een logisch gevolg. Niet in alle dossiers is vastgelegd wat de leeftijd is van de verzoeker. Van 123 dossiers is dat wel bekend.

De meeste veteranen die zich in 2021 tot de Veteranenombudsman wendden, vielen in de leeftijdscategorie 41 tot 60 jaar oud. Waarover wordt geklaagd? De ingediende klachten bevatten soms meerdere klachtonderdelen. Ook hadden sommige klachten betrekking op meerdere instanties. De klachtdossiers in 2021 omvatten in totaal 370 klachtonderdelen (2020: 419). Om inzichtelijk te krijgen waarover is geklaagd, hanteert de Veteranenombudsman de volgende categorisering van klachtonderdelen: • Inkomensvoorzieningen • Geneeskundige voorzieningen • Erkenning • Nazorg • Schuldenproblematiek • Behandeltermijn • Overig • Corona De ruime meerderheid van de klachten die de Veteranenombudsman ontvangt, gaan over inkomensvoorzieningen (112 klachten in 2021). Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Er is een lichte daling van het aantal klachten waarin veteranen (of hun relaties) klagen over het gebrek aan erkenning (52 klachten in 2021, 58 klachten in 2020). Het aantal klachten dat betrekking heeft op schuldenproblematiek is ook iets gedaald. Een forse daling betreft het aantal klachten (38) over de behandeltermijn van hun klacht of vraag door de instanties (in 2020: 64). In 2021 waren er 6 klachten corona-gerelateerd. Deze klachten hadden veelal betrekking op beperkende maatregelen die bejaarde veteranen in verpleeghuizen troffen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

57

Instanties Het grootste deel van de ontvangen klachten gaat over het ministerie van Defensie en het ABP, als uitvoeringsorganisatie voor het MIP en voorzieningen voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Daarnaast werd geklaagd over andere overheidsinstanties, waaronder diverse gemeenten, uitkeringsinstanties en andere ministeries. Een beperkt deel van de klachten heeft ook betrekking op een privaatrechtelijke organisatie met een taak ten aanzien van veteranen, zoals het Veteraneninstituut.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

58

3.4 Vooruitblik Veteranenombudsman 2022 De Veteranenwet en de rol van gemeenten Er zijn ruim 105.000 veteranen die in Nederland wonen. Daarbij is het denkbaar dat in iedere gemeente veteranen wonen en dat iedere gemeente met deze groep te maken kan krijgen. Met de Veteranenwet is geregeld dat veteranen voor hun militaire inzet van zowel de overheid als de samenleving, erkenning, waardering en zorg verdienen. De Veteranenwet beschrijft onder meer de bijzondere zorgplicht van de overheid voor veteranen die als gevolg van hun inzet zorg en ondersteuning nodig hebben. Tussen uitvoering van de bijzondere zorgplicht voor veteranen en de taken van de gemeenten bestaan raakvlakken, zoals op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en zorg. Uit signalen die de Veteranenombudsman ontvangt van veteranen én instanties voor veteranen blijken gemeenten dikwijls onbekend te zijn met de Veteranenwet. Ook is het voor gemeenten vaak onduidelijk wat van hen verwacht wordt. Het is voor gemeenten van belang te weten wat erkenning, waardering en bijzondere zorgplicht voor veteranen precies inhoudt en hoe dit in de praktijk kan worden vormgegeven. In 2022 start de Veteranenombudsman een onderzoek naar de rol van gemeenten en de bijzondere zorgplicht, erkenning en waardering voor veteranen.

Onderzoek naar ondersteuning van mantelzorgers van veteranen De Nationale ombudsman heeft de afgelopen jaren aandacht gevraagd voor de knelpunten bij toegang tot, de kwaliteit en de kosten van zorg en ondersteuning van mantelzorgers. Daarbij constateerde hij onder andere dat mantelzorgers steeds zwaarder belast worden. Voor alle mantelzorgers geldt dat hun zorgtaak impact heeft op hun persoonlijke leven, hun (on)mogelijkheden om scholing te volgen, hun werk, hun financiën of de kans om af en toe rust te nemen. In het rapport «Blijvende zorg» uit 2020 riep de ombudsman de overheid op om bijzondere aandacht te besteden aan de ondersteuning van extra kwetsbare personen en hun mantelzorgers. Onder kwetsbare personen vallen ook veteranen die als gevolg van een uitzending psychisch en/of fysiek gewond zijn geraakt. Een deel van hen kampt met dermate ernstige problemen dat men terecht komt in een neerwaartse spiraal van verlies van inkomen, huis, sociale contacten en/of het eigen gezin. Veteranen en relaties die als gevolg van de uitzending maatschappelijke ondersteuning of geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, maken hier op grond van de bijzondere zorgplicht aanspraak op. In 2022 start de Veteranenombudsman daarom een onderzoek naar de ondersteuning van mantelzorgers van veteranen.

Structurele ondersteuning veteranen ontmoetingscentra In Nederland zijn er ruim 30 regionale inloophuizen voor veteranen en zijn/haar relaties. Hier kunnen zij terecht voor een gesprek met lotgenoten, voor dagbesteding en/of hulpvragen. Ook helpen zij vanuit de inloophuizen de gemeente bij activiteiten, zoals herdenkingen of scholenprojecten. De financiering is per inloophuis verschillend en afhankelijk van subsidies, giften en donaties. Dat maakt het soms lastig om financieel rond te komen en om toekomstgericht te werken. Dit alles zorgt voor onzekerheid. In 2018 werd er een motie ingediend door de Tweede Kamerleden Bruins Slot/Kerstens, waarin de regering wordt opgeroepen om te zoeken naar passende (financiële) ondersteuning voor de huizen. In september 2019 vond een inspiratiebijeenkomst plaats met Defensie en de VNG. Dit heeft vooralsnog tot weinig concrete resultaten geleid en de inloophuizen blijven afhankelijk van giften en subsidies. Daarom blijft de

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

59

Veteranenombudsman dit dossier in 2022 actief monitoren om te zien of het kabinet hier werk van maakt.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

60

3.5 Internationale activiteiten De Nationale ombudsman als Veteranenombudsman maakt deel uit van een internationaal netwerk van militaire ombudsinstanties. Jaarlijks vindt een internationale conferentie plaats, de International Conference of Ombuds Institutions for the Armed Forces (ICOAF). ICOAF richt zich op het uitwisselen van ervaringen over het behandelen van klachten. Ook gaat de conferentie over het doen van onderzoek naar de mensenrechten en welzijn van krijgsmachtpersoneel. In oktober 2021 werd de 13e ICOAF digitaal gehouden. De Veteranenombudsman was key-spreker tijdens deze conferentie en sprak over covid-19 en de invloed op het ombudswerk. In 2022 vindt de ICOAF plaats in Oslo.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

61

4. ONZE MENSEN De Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman vinden het belangrijk dat de eigen medewerkers zich voortdurend ontwikkelen en zoveel mogelijk in contact staan met burgers, professionals en overheidsinstanties. Alleen zo kunnen zij de klachten van burgers op een professionele manier behandelen en hun kennis delen met de overheid en die professionals. Dit hoofdstuk gaat over iedereen die werkt voor de drie ombudsfuncties. Hoeveel medewerkers zijn er en wat zijn hun kenmerken? Hoe besteden we aandacht aan persoonlijke ontwikkeling en ziekteverzuim? Ook beschrijven we wat we doen om in contact te blijven met de organisaties om ons heen. Daarnaast geven we een overzicht van de nevenfuncties van de ambtsdragers. Personeelsbestand In 2021 werden de Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman ondersteund door 205 medewerkers (182 fte). Dit is exclusief de mensen die tijdelijk voor ons werken. Opbouw personeel Al jaren werken er meer vrouwen dan mannen in onze organisatie: 71,1 procent vrouwen tegenover 28,8 procent mannen. Daarnaast is de leeftijdsopbouw van het personeel in aantallen als volgt: 20–24

25–34

35–44

45–54

55–59

60+

0 0

31 36

51 53

61 66

28 25

19 24

2020 2021

Bij de Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman werken veel hoogopgeleiden. Veel medewerkers zitten in loonschaal 11. Dit is de schaal van de grootste functiegroep: die van onderzoeker. De onderstaande tabel laat de bezetting per loonschaal zien, exclusief de ambtsdragers.

2020 2021

vrouw man vrouw man

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

3 0 3 0

7 4 8 4

1 0 1 0

7 2 5 2

3 3 6 2

23 12 29 14

49 20 56 19

22 11 23 9

8 7 8 7

4 3 5 2

0 0 0 0

1 0 1 0

0 0 0 0

Stagiairs In 2021 hebben acht studenten stage gelopen binnen onze organisatie. De stagiairs kwamen vanuit opleidingen bestuurskunde, communicatie en juridische opleidingen. Ook werkten er in 2021 zeven trainees. Ontwikkeling medewerkers We bieden medewerkers verschillende mogelijkheden om zich te ontwikkelen door het volgen van opleidingen en cursussen. Er zijn in 2021 onder meer opleidingen aangeboden op het gebied van conflicthantering, schrijven op B1-niveau, professioneel adviseren, professionele klachtbehandeling, omgaan met complex klaaggedrag, werkplezier en het organiseren van het werk. Daarnaast kunnen medewerkers ook overige opleidingen of trainingen volgen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

62

Interne klachtbehandeling De Nationale ombudsman ontvangt ook klachten van burgers naar aanleiding van het handelen van de ombudsman. Bijvoorbeeld van mensen die ontevreden zijn over hoe wij zijn omgegaan met een klacht die zij over een andere overheidsinstantie hadden ingediend. Dit noemen wij een «interne klacht». In 2021 heeft de Nationale ombudsman 118 interne klachten behandeld (in 2020 waren dat er 92). De meeste klachten in 2021 gingen over het overschrijden van termijnen en het daarbij niet op tijd informeren van de burger hierover. Ook waren er klachten over het niet nakomen van toezeggingen. Wanneer een klacht over ons handelen binnenkomt, treden wij snel in contact met beide partijen (de burger en de betrokken medewerker). Het is belangrijk om in gesprek te gaan, te erkennen als er iets fout is gegaan en duidelijkheid te geven over de voortgang. Het luisteren naar de visie van de burger én medewerker op de interne klacht is een belangrijk onderdeel van onze werkwijze met als doel om hiervan te leren. Ziekteverzuim en vitaliteit In 2021 is het ziekteverzuim gedaald naar 4,5 procent (2020: 5,8 procent). Vitaliteit is een belangrijk aandachtspunt voor de Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman. We willen een werkgever zijn met vitale medewerkers die veilig kunnen werken. Hier hebben we ook beleid voor opgesteld.

We organiseerden in 2021 ook workshops over ziekteverzuim en vitaliteit voor het management. Verder vinden we het belangrijk dat medewerkers het hele jaar door kunnen deelnemen aan sportieve activiteiten, tijdens de lunchpauze en na werktijd. In 2021 was het vrijwel onmogelijk om dit georganiseerd aan te bieden vanwege corona. In plaats daarvan zijn online (lunch)trainingen zoals stoelyoga en mindfulnessontspanningssessies aangeboden. Tijdens een slechts korte periode kon het reguliere aanbod voor stoelmassages worden voortgezet. Daarnaast werd via ons intranet actief geïnformeerd over een goede werkhouding en over videobellen. En was het net als in 2020 mogelijk om kantoormaterialen te lenen voor een goede thuiswerkplek, zoals een stoel, beeldscherm of toetsenbord. Medewerkers naar buiten We ontvangen dagelijks klachten van burgers over verschillende overheidsinstanties. Kennis van die instanties en hoe zij werken, is daarom erg belangrijk. Ook is het van belang dat de medewerkers die die klachten behandelen weten wat er in de samenleving speelt en waar burgers mogelijk tegenaan lopen. Hier bereiden we onze medewerkers als volgt op voor: • Medewerkers brengen werkbezoeken aan uiteenlopende overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties.

Zij volgen, organiseren en geven uiteenlopende workshops, lezingen en cursussen aan tal van groepen, onderwijsinstellingen en instanties. Zo hebben medewerkers in 2021 een werkbezoek gebracht aan de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen over de klachtbehandeling door deze uitvoeringsorganisatie. Ook hebben medewerkers deelgenomen aan een online bijeenkomst over het advies van de Adviescommissie vreemdelingenzaken over inburgeringsonderwijs. Verder zijn er verschillende online

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

63

• •

workshops over professionele klachtbehandeling en complex klaaggedrag gegeven, onder meer bij de Belastingdienst, het CAK en het Instituut Mijnbouwschade Groningen. We detacheerden drie medewerkers bij andere (overheids)organisaties. Medewerkers van andere organisaties worden ook regelmatig gedetacheerd bij de Nationale ombudsman. Dit levert voor beide partijen nieuwe kennis en inzichten op. In 2021 waren dat 7 tijdelijke collega’s.

Nevenfuncties ambtsdragers In 2021 bekleedden de ambtsdragers de onderstaande nevenfuncties. Dit is de stand van zaken op 31 december 2021. Deze nevenfuncties zijn ook gepubliceerd op onze website. Nationale ombudsman: Reinier van Zutphen Functie uit hoofde van de functie Nationale ombudsman • Lid Raad van Advies College Rechten van de Mens (sinds 1 april 2015, onbezoldigd). Functies samenhangend met de functie Nationale ombudsman • Lid bestuur Kirchheiner Stichting Ombudsman en Democratie (sinds 1 april 2015, onbezoldigd). • Voorzitter van de Vereniging voor Klachtrecht (sinds 13 april 2016, onbezoldigd). • Vice-president van de board van de Caribbean Ombudsman Association (sinds april 2021, onbezoldigd). • Voorzitter Raad van Toezicht Juridisch Loket (sinds 5 juli 2012, bezoldigd). Nevenfuncties • Docent Studiecentrum Rechtspleging (sinds 1 april 2005, bezoldigd). • Voorzitter Raad van Toezicht Center for International Legal Cooperation (sinds 20 december 2013, onbezoldigd). • Voorzitter Raad van Toezicht Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (sinds 1 oktober 2017, bezoldigd). • Lid Raad van Advies Instituut Gak (sinds 1 juli 2018, bezoldigd). • Lid Board of Advisors Master programma Law & Society, Van Vollenhoveninstituut (sinds 2020, onbezoldigd).

Substituut ombudsman: Joyce Sylvester Andere functies • Lid Landelijke Selectiecommissie Rechters (sinds 1 oktober 2020, bezoldigd). • Voorzitter Raad van Toezicht Slot Zuylen (sinds september 2019 lid, sinds juni 2020 voorzitter, onbezoldigd). • Voorzitter Raad van Toezicht van het VSB fonds (sinds 1 januari 2018, bezoldigd). • Voorzitter Raad van Toezicht PCOU/St. Willibrord Utrecht (sinds 2015 lid, en sinds augustus 2018 voorzitter, bezoldigd). • Ambassadeur Stichting duurzame Ontwikkeling Nederland Suriname (d’ONS) (sinds 2006, onbezoldigd). • Lid Commissie van wijzen onverplichte tegemoetkoming onvolledige AOW Suriname (sinds 1 april 2021, bezoldigd).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

64

Kinderombudsman: Margrite Kalverboer Andere functies • Hoogleraar kind, (ortho)pedagogiek, kinderrechten en vreemdelingenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (onbezoldigd).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 046, nr. 2

65

Kinderombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon (070) 356 35 63 kinderombudsman.nl

Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon (070) 356 35 63 nationaleombudsman.nl

Veteranenombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon (070) 356 35 63 nationaleombudsman.nl/veteranen

Foto voorzijde: Jan Willem van Vliet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4711/documents/34776