CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 2022-06-01 Rapport RKC BUCH armoedebeleid en schuldhulpverlening.pdf

Informatie en Presentatie bijeenkomsten 1 juni 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 1: Agenda en bijlagen 1 juni 2022 BUCH avond33.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hierin staat informatie over aanvullende bijstand en inkomensondersteuning. ● Inwoners die gebruik maken van de collectieve ziektekostenverzekering, krijgen aan het einde van het jaar informatie over het aankomende jaar, waaronder eventuele wijzigingen in het pakket en de gemeentelijke bijdrage. ● In het najaar van 2021 zal worden gestart met een preventieteam van de Sociaal Teams; het doel is dat hiermee de inzet op preventie wordt bevorderd. Ook is het de bedoeling dat de preventieteams in contact komen met moeilijk bereikbare doelgroepen om hen te kunnen ondersteunen.

In het Beleidsplan Schuldhulpverlening staat vermeld dat de BUCH-organisatie zich inzet om inwoners met schulden in een vroeg stadium te bereiken. Verder wordt het bereik een keer genoemd in verband met laaggeletterden: “Laaggeletterden hebben vaker te maken met gezondheidsproblemen, werkloosheid, maar ook met schuldenproblematiek (…) Deze doelgroep is bovendien moeilijk te bereiken, omdat

PAGINA 42 VAN 122

laaggeletterden moeite hebben met het lezen van informatie in bijvoorbeeld kranten of brieven. Via het Taalhuis wordt beoogd de laaggeletterdheid terug te dringen”.

2.1.5 Preventie en nazorg Preventie is een zeer breed begrip. Daarom wordt in de literatuur over schuldhulpverlening onderscheid gemaakt tussen primaire, secundaire en tertiaire preventie.22 Met primaire preventie wordt bedoeld voorkómen dat mensen in een schuldsituatie komen. Dit kan bijvoorbeeld door vroeg te beginnen met voorlichting op scholen, maar ook door goed onderwijs en investeren in het sociaal domein. Met secundaire preventie worden vormen van vroegsignalering bedoeld. Veel gemeenten kennen bijvoorbeeld een systeem van ‘vroeg erop af’, waarmee wordt bedoeld dat schulden bij de woningcorporatie of de zorgverzekeraar binnen twee maanden worden doorgegeven aan de gemeenten en de gemeente (vaak in de vorm van sociaal teams) daar snel actie op onderneemt. Met tertiaire preventie wordt nazorg bedoeld om te voorkomen dat mensen die uit een schuldensituatie zijn gekomen, daar opnieuw in belanden.

Een integrale ketenaanpak van vroegsignalering tot en met nazorg is als gemeentelijke taak benoemd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit 2012. Per 1 januari 2021 is de Wgs aangepast en aangescherpt en zijn de volgende doelen toegevoegd: ● Betere ontsluiting van persoonsgegevens als middel om schuldhulpverlening effectiever te maken. Voor schuldhulpverlening is veel informatie nodig over de (financiële) situatie van de inwoner. ● Vroegsignalering als wettelijke taak verankeren in de wet en gegevensuitwisseling tussen woningverhuurder en de gemeente, met als doel vroegsignalering, mogelijk te maken.

Tot 1 januari 2021 ging de Wgs ervan uit dat inwoners zelf informatie aanleveren, zodat de gemeente hiermee vervolgens een plan van aanpak voor schuldhulpverlening kan maken. Deze inlichtingenplicht werkte vertragend en leidde tot langere wacht- en doorlooptijden. Om die reden is in de wijziging opgenomen dat schuldhulpverleners eenvoudig zelf digitale informatiebronnen kunnen raadplegen, zoals bijvoorbeeld gegevens over schulden, salaris en andere inkomsten.

Sociaal.nl biedt ook ondersteuning na een geslaagde minnelijke regeling of afgifte van een Wsnpverklaring, om de situatie stabiel te houden en te zorgen dat de inwoner op termijn steeds meer zaken zelf oppakt. Na de afronding van een schuldregeling wordt nazorg uitgevoerd door MEE & De Wering, Socius en het Sociaal Team, zo staat vermeld in de jaarverslagen van Sociaal.nl.

22 Zie: Stavenuiter, M. en Nederland, T. (2014) Lokaal en integraal. Vormgeving en uitvoering van de

schuldhulpverlening in zestig gemeenten. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut en Baan, A. e.a. (2016). Evaluatierapport Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Utrecht: Berenschot.

PAGINA 43 VAN 122

Norm: Er is (ook) sprake van preventie en nazorg. Vroegsignalering en nazorg maken een integraal deel uit van de Wgs en daarmee van het gemeentelijk schuldhulpverleningsbeleid. Met ingang van 1 januari 2021 is de WGS gewijzigd en kunnen schuldhulpverleners zelf digitale informatiebronnen raadplegen, zoals bijvoorbeeld gegevens over schulden, salaris en andere inkomsten. Dit om de vroegsignalering eenvoudiger te maken.

2.1.6 Budgettaire sturing De kosten voor armoedebeleid en schuldhulpverlening bestaan onder meer uit de uitkering van bijzondere bijstand (voor minimahuishoudens), kosten voor schuldhulpverlening, inloopspreekuren, en uit personeelskosten voor de inzet van ambtenaren en uitvoerend medewerkers bij de Sociaal Teams.23 De kosten zijn opgenomen in zowel de financiële stukken (begrotingen en jaarrekeningen) van de individuele gemeenten, als de financiële stukken van de BUCH-werkorganisatie.

De betreffende kosten zijn niet direct inzichtelijk via de financiële stukken die in de begrotingscyclus worden behandeld. In de jaarrekening en programmabegrotingen van de gemeenten en BUCHwerkorganisatie zijn uitgaven aan armoedebestrijding en schuldhulpverlening niet expliciet benoemd, maar onderdeel van de bredere taaktaakvelden (sociaal teams, inkomensregelingen en maatwerkdienstverlening 18+). Voor een specificatie van de inkomsten en uitgaven zijn er grootboeknummers. Deze informatie aan de hand van de grootboeknummers kunnen raadsleden in principe opvragen. Hetzelfde geldt voor de begrotingen en jaarrekeningen van de BUCH-werkorganisatie.

2.1.7 Aanvullend armoedebeleid in verband met de coronacrisis Tijdens de coronacrisis heeft het kabinet een aantal maatregelen genomen om ondernemers te ondersteunen, waaronder de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en de Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (Tonk), die was bedoeld om een terugval in inkomsten als gevolg van de coronacrisis op te vangen. Bovenop de landelijke steunmaatregelen hebben de vier gemeenten aanvullende (lokale) maatregelen genomen. Deze maatregelen waren gericht op het weer op gang brengen van het maatschappelijk leven in brede zin, bedoeld voor organisaties en ondernemingen met een maatschappelijke doelstelling in de kunst-, welzijn- en sportsector. In Bergen en Castricum gold een (tijdelijke) verruiming van terrassen t/m 25 oktober 2021, de mogelijkheid voor tegemoetkoming voor de betaling van precariobelasting, en de mogelijkheid om maatwerk te bieden bij het innen van gemeentelijke belastingen. In Castricum konden tevens opbrengsten uit OZB voor ondernemers wiens terrassen op last van de overheid gesloten waren, gecompenseerd worden.

In de actie-agenda Op weg naar een schuldenvrij Bergen (2020) heeft één van de zes pijlers betrekking op de gevolgen van de coronacrisis. Met de ondernemersvereniging en de afdeling economische zaken van de gemeente werd ten tijde van het onderzoek een plan van aanpak gemaakt om zzp’ers en kleine ondernemers tijdig te bereiken met informatie over minimaregelingen. Ook zal er voorlichting worden gegeven aan vrijwilligers en professionals in het sociaal domein, om de kennis over de financiële gevolgen

23 Specifieke kosten voor bijzonder bijstand die voortvloeien uit een Bbz-aanvraag kunnen ook deel uitmaken van het armoedebudget.

PAGINA 44 VAN 122

van de coronacrisis te vergroten. De andere gemeenten houden de situatie rond armoede en schulden nauwlettend in de gaten. In hoeverre er concrete acties op dit gebied zijn uitgevoerd, is niet duidelijk.

2.2 Beleidsbevoegdheden van de vier gemeenten Binnen en in aanvulling op het BUCH-brede beleidskader, kunnen gemeenten ook zelf beleid formuleren en acties ondernemen. We hebben gezien dat er nog steeds enkele kleine verschillen zijn tussen de gemeenten. Bijzondere bijstand Voor de collectieve ziektekostenverzekering, de individuele inkomenstoeslag en het Jeugdfonds Sport & Cultuur zijn de inhoud, bedragen en inkomens- en vermogensgrenzen uniform getrokken.

Actualisering beleidsregels bijzondere bijstand Vanaf 2018 is er gewerkt aan de actualisering van de beleidsregels bijzondere bijstand voor alle BUCHgemeenten, met de intentie om de beleidsregels gelijk te trekken. Dit proces, inclusief het samenspel met de colleges en de gemeenteraden, heeft uiteindelijk ongeveer drie jaar geduurd. Het proces duurde lang, omdat er een breuk was bij de wisselingen van de raden en de colleges in 2018 (na de gemeenteraadsverkiezingen) en er meerdere bezuinigingsopdrachten vanuit de verschillende colleges en raden waren.

Vanuit gemeenteraden is er een soms een hang naar ‘couleur locale’ – wat kan worden vertaald als (gemeentelijke) ‘eigenheid’ – op vrijwel alle beleidsterreinen, waaronder ook armoedebeleid en schuldhulpverlening. De kaders voor de minimaregelingen zijn daarbij een voor de gemeenteraden tastbare onderwerp waarop invloed uit te oefenen is. Uiteindelijk zijn de gemeenten in 2021 tot afspraken gekomen over de uitgangspunten die de BUCHgemeenten in de basis hanteren, bijvoorbeeld voor het berekenen van iemands vermogen, en vergoedingen voor bepaalde doelgroepen.

2.3 Samenvatting Met de informatie in dit hoofdstuk hebben we antwoord geven op de eerste drie onderzoeksvragen.

Vraag 1: Welk beleid voeren de vier BUCH-gemeenten met betrekking tot armoede en schuldhulpverlening? ● De BUCH-gemeenten hebben doelen opgenomen in het Actieplan minimabeleid en financiële zelfredzaamheid (2018-2021), het Beleidsplan schuldhulpverlening (2018-2021; inmiddels geactualiseerd), het Integraal beleidskader sociaal domein en de Verordening domein. ● De doelen van het Actieplan minimabeleid zijn in algemene termen opgesteld en niet SMART geformuleerd. De doelen van het Beleidsplan schuldhulpverlening zijn deels SMART geformuleerd. ● De Actie-agenda Op weg naar een schuldenvrij Bergen (2020) bevat wél concrete doelen die SMART zijn geformuleerd.

PAGINA 45 VAN 122

●

●

●

●

●

●

Minimahuishoudens kunnen gebruik maken van aanvullende inkomensondersteuning via de bijzondere bijstand en kwijtscheldingsregelingen. Voor (ex-)ondernemers gelden een aantal specifieke landelijke regelingen. De schuldhulpverlening is belegd bij de BUCH-werkorganisatie en wordt uitgevoerd door schuldhulpverlener Sociaal.nl Schuldsanering BV. Gemeenten hebben de verplichting inwoners met schulden te helpen. Dit is vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Met ingang van 2021 is de Wgs gewijzigd en is het mogelijk dat hulpverleners zelf digitale informatiebronnen raadplegen, zoals bijvoorbeeld gegevens over schulden, salaris en andere inkomsten. Dit om de vroegsignalering eenvoudiger te maken. Het tegengaan van niet-gebruik van regelingen is onderdeel van het armoede- en schuldhulpverleningsbeleid door het organiseren van laagdrempelige en toegankelijke minimaregelingen en schuldhulpverlening. De samenhang met andere terreinen binnen het sociaal domein is gelegen in het uitgangspunt van een integrale aanpak, waarbij professionals oog hebben voor alle leefdomeinen. Wanneer inwoners zich melden met een hulpvraag, of wanneer zij een uitkering aanvragen, dan is het de bedoeling dat de professional een breed intakegesprek voert, waarbij er wordt gekeken naar verschillende leefgebieden. Bovenop de landelijke steunmaatregelen i.v.m.

de coronacrisis hebben de vier gemeenten aanvullende (lokale) maatregelen genomen om ondernemers te ondersteunen.

Vraag 2: In welke mate wordt gebruik gemaakt van de beleidsbevoegdheden van de vier afzonderlijke gemeenten? ● Het beleid rond armoede en schulden is in de vier BUCH-gemeenten op hoofdlijnen hetzelfde. ● De vier BUCH-gemeenten hebben ook hun individuele beleidsbevoegdheden.24 De gemeenten Bergen en Castricum hebben aanvullende activiteiten ondernomen, namelijk het opstellen van een Actieagenda op gebied van schulden en het laten onderzoeken van de armoedeval in de eigen gemeente.

Vraag 3: Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen in het beleid tussen de BUCH-gemeenten? ● Voor de collectieve ziektekostenverzekering, de individuele inkomenstoeslag en het Jeugdfonds Sport & Cultuur zijn de inhoud, bedragen en inkomens- en vermogensgrenzen uniform getrokken. ● Er zijn nog kleine verschillen tussen gemeenten met betrekking tot de bijzondere bijstand in het kader van (maatschappelijke) participatie en – in uitzonderlijke situaties - tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten (zoals kosten voor woninginrichting of verhuiskosten). ● Ten aanzien van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen zijn er geen verschillen tussen de vier BUCH-gemeenten. ● Gemeenten besteden aandacht aan specifieke groepen zoals jongeren, vergunninghouders, alleenstaande ouders, (ex-)zelfstandig ondernemers, ouderen (Bergen) en werkende armen (Castricum).

24 In de gemeente Heiloo bijvoorbeeld werd in het kader van de harmonisatie van het armoedebeleid een voorgestelde bezuiniging verworpen door

de raad.

PAGINA 46 VAN 122

3

Uitvoering van het beleid

In dit hoofdstuk gaan we in op de uitvoering van het beleid ten aanzien van armoede en schuldhulpverlening in de BUCH-gemeenten. We doen dat aan de hand van de onderzoeksvragen 4, 5 en 6. Vraag 4 heeft betrekking op de uitvoering door één werkorganisatie, de eventuele verschillen tussen de gemeenten en de invloed van de coronacrisis op de uitvoering. Vraag 5 en 6 gaan over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de aanpak van schulden en armoede. De ervaringen van inwoners en professionals met de uitvoering komen in het volgende hoofdstuk aan bod.

4 Hoe vertaalt het beleid zich naar de uitvoering? a Welke invloed heeft het werken met vier gemeenten en één werkorganisatie op de uitvoering? b Op welke punten is de uitvoering van het armoedebeleid en de schuldhulpverlening van de vier BUCH-gemeenten verschillend? c Welke invloed heeft de coronacrisis op de armoede- en schuldenproblematiek en op de uitvoering van het beleid? 5 Is de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek doeltreffend? a In hoeverre, en op welke manier, dragen de ingezette activiteiten bij aan het behalen van de beoogde doelen? b Wat zijn de resultaten van de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek? c Welke invloed heeft het werken met vier gemeenten en één werkorganisatie op de doeltreffendheid? 6 Is de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek doelmatig? a Hoe verhouden de inspanningen/administratieve lasten/kosten zich tot de mate van doelbereiking? b Welke invloed heeft het werken met vier gemeenten en één werkorganisatie op de doelmatigheid? Bij de onderzoeksvragen 5 en 6 hebben we verschillende normen ontwikkeld. Deze zullen we in loop van het hoofdstuk beantwoorden. 5. Is de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek doeltreffend? 5.b. Wat zijn de resultaten van de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek?

●

●

●

●

PAGINA 47 VAN 122

Betrokken professionals in de uitvoering hebben inzicht in de inkomensondersteunende maatregelen en in de mogelijkheden voor hulp bij financiën en schulden. Betrokken professionals in de uitvoering herkennen (signalen van) armoede en schulden bij inwoners en verwijzen ze door op de afgesproken manier. De inkomensondersteunende maatregelen en de mogelijkheden voor hulp bij financiën en schulden zijn laagdrempelig en toegankelijk voor inwoners. Inwoners weten waar ze terecht kunnen met vragen over financiën. Ondersteuning bij armoede en schulden is effectief en efficiënt en wordt snel ingezet.

●

● ● ● ●

6. Is de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek doelmatig?

● ● ● ●

●

Bij inwoners met financiële problemen worden woninguitzettingen en beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water voorkómen. 80% van de gestarte schuldregelingstrajecten wordt met een positief resultaat afgesloten. De tendens is dat het, bij schuldregelingstrajecten, in toenemende mate lukt om een minnelijke schuldregeling af te sluiten. De tendens is dat het bereik van inkomensondersteunende maatregelen en hulp bij financiën en schulden toeneemt. De tendens is dat de armoede- en schuldenproblematiek in de BUCHgemeenten afneemt in termen van aantal inwoners, omvang en duur van de problematiek. De kwaliteit van de schuldhulpverlening is geborgd. De inspanningen/administratieve lasten/kosten van het beleid zijn inzichtelijk. De inspanningen/administratieve lasten/kosten staan in redelijke verhouding tot de mate van doelbereiking. De beleidsruimte van de afzonderlijke gemeenten heeft geen negatieve gevolgen voor de kwaliteit en doelmatigheid van de uitvoering van armoedebeleid en schuldhulpverlening. De beleidsruimte van de afzonderlijke gemeenten leidt niet tot onevenredig hoge kosten.

3.1 Vertaling beleid naar uitvoering 3.1.1 Uitvoering in één werkorganisatie Met de ambtelijke fusie van de BUCH-gemeenten kwam er ook één gezamenlijk dienstverleningsmodel binnen de BUCH. Ondersteuningsvragen van inwoners komen binnen bij de frontoffice (zie bijlage 4). Deze toegang is niet één plek, maar een verzameling van alle fysieke en digitale plekken (vindplaatsen) waar inwoners met een ondersteuningsvraag terecht kunnen. Ondersteuningsvragen van inwoners kunnen in beeld komen via de Sociaal Team. Het Sociaal Team bestaat uit consulenten van de gemeenten aangevuld met netwerkpartners, zoals maatschappelijk werk. Het Sociaal Team is niet van de gemeente, maar een netwerk in de wijk. Als een inwoner zich meldt bij het gemeentehuis, of bij MEE & de Wering, gaat het in beide gevallen om het Sociaal Team. Binnen het wijkgerichte Sociaal Team is – wat de gemeentelijke consulenten betreft – een knip gemaakt tussen inkomen en werk/activering. Sinds eind 2020 besluiten inkomensconsulenten van het Sociaal Team over de aanvragen, regelen uitbetalingen, en regelen (waar van toepassing) dat de inwoner in contact komt met de partij die een voorziening (zoals schuldhulpverlening) uitvoert. De activeringsconsulenten bekijken of bij een casus ook maatschappelijke organisaties betrokken moeten worden.

Het Sociaal Team bestaan naast de inkomensconsulenten en de activeringsconsulenten van de gemeenten uit professionals en vrijwilligers (maatschappelijk werkers, sociaal raadslieden en sociaaljuridisch dienstverleners) van netwerkpartners, zoals Stichting MEE & De Wering en Stichting Socius.

PAGINA 48 VAN 122

De belangrijkste (samenwerkings)partijen in de BUCH-werkorganisatie zijn:

Sociaal Team Binnen de BUCH-gemeenten bestaat één breed Sociaal Team dat werkzaam is in acht wijken in de vier gemeenten. Consulenten kunnen in meerdere wijken worden ingezet. De Sociaal Teams bestaan naast de inkomens- en activeringsconsulenten van de gemeenten, uit de genoemde netwerkpartners. Soms zitten ook een leerplichtambtenaar of een buurtsportcoach in het Sociaal Team. Deze medewerkers zijn gedetacheerd vanuit hun organisatie. Een overzicht van de locaties van de Sociaal Teams vindt u in bijlage 3. Wij lichten de netwerkpartners hieronder kort toe.

Stichting Socius Maatschappelijk Dienstverleners Socius werkt onder meer met maatschappelijk werkers, sociaal raadslieden, sociaaljuridisch dienstverleners en vrijwilligers. Zij kunnen inwoners helpen met allerlei vragen, waaronder over financiën. De sociaal raadslieden kunnen helpen bij het opstellen van bezwaarschriften. Vrijwilligers kunnen ondersteunen bij bijvoorbeeld het op orde maken van administratie. Socius is binnen de BUCH actief in de gemeenten Uitgeest en Castricum.

Stichting MEE & De Wering MEE & De Wering is een brede, landelijke organisatie die ondersteuning biedt aan cliënten. Inwoners kunnen hulp vragen op allerlei terreinen. Vrijwilligers kunnen ondersteunen bij bijvoorbeeld het op orde maken van thuisadministratie van inwoners. Maar ook sociaaljuridisch dienstverleners kunnen helpen bij ingewikkelde vragen en bij het opstellen van bezwaarschriften. MEE & De Wering is actief in alle vier de BUCH-gemeenten.

Sociaal.nl Schuldsanering B.V. Sociaal.nl Schuldsanering B.V. voert voor de BUCH-gemeenten de brede schuldhulpverlening uit. Sociaal.nl is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), een Nederlandse koepelorganisatie voor schuldhulpverlening. De schuldhulpverlening betreft: ● Intake ● Schuldregelingstraject (waarbij ernaar wordt gestreefd om een minnelijke regeling te treffen) ● Afgifte Wsnp (via de rechtbank) ● Begeleiding na geslaagde minnelijke regeling of na toelating tot Wsnp ● Budgetbeheer ● Nazorg

Stichting Welzijn De Stichtingen Welzijn in de vier gemeenten vervullen een rol bij het kunnen voorlichten van inwoners, financiële problemen tijdig kunnen signaleren en kunnen oppakken of doorverwijzen naar de juiste organisaties.

PAGINA 49 VAN 122

Het werken in één werkorganisatie heeft gevolgen voor de taken en werkzaamheden van de consulenten, de vaardigheden van professionals (gemeentelijk en vanuit netwerkpartners), de samenwerking tussen partijen en de harmonisering van de uitvoering.

Taken en werkzaamheden Elke consulent heeft één aandachtsgebied of expertise: Jeugdwet, Wmo of Participatiewet. Wél kijken alle consulenten integraal naar de situatie van inwoners (met aandacht voor de verschillende leefgebieden) en indien nodig, wordt er geschakeld. Ondersteuning bij armoede valt binnen de BUCH-gemeenten en Sociaal Teams onder het werkterrein van de Participatiewet. Deze wet vormt het kader voor de bijzondere bijstand.

De Sociaal Teams voeren gesprekken met inwoners die een ondersteuningsvraag hebben, maken afspraken in een ondersteuningsplan (bij jeugd en Wmo) en zorgen dat de inwoners passende ondersteuning krijgen. Daarnaast onderhouden de Sociaal Teams een netwerk met inwoners, vrijwilligers en maatschappelijke organisaties in de wijk. Zij signaleren welke ondersteuningsbehoeften in de wijk leven en spelen daarop in aan de hand van wijkplannen.

Met de doorontwikkeling van de Sociaal Teams (sinds eind 2020) krijgen consulenten de mogelijkheid om zich te richten op het type werkzaamheden waarmee zij de meeste affiniteit hebben: individuele caseload of wijkgerichte, preventieve werkzaamheden. Per 17 januari 2022 starten er preventieconsulenten binnen de BUCH.25 Dit team bestaat uit mensen die goed zijn in een eerste contactmoment. Onder meer de huisbezoeken zijn bij dit team belegd.

Vaardigheden van professionals De werkorganisatie heeft een leer- en ontwikkeltraject ontwikkeld voor consulenten, waarin aandacht wordt besteed aan het signaleren van problemen, waaronder op het gebied van financiën, en hoe je hierover met inwoners in gesprek gaat. Wanneer inwoners zich melden met een hulpvraag, of wanneer zij een uitkering aanvragen, dan is het de bedoeling dat de professional een breed gesprek voert, waarbij er wordt gekeken naar verschillende leefgebieden.

Samenwerking tussen partijen De BUCH-gemeenten streven naar (betere) samenwerking en kortere lijnen met (lokale) maatschappelijke partijen voor kennisdeling, het gezamenlijk oppakken van initiatieven, en gebruik maken en verwijzen naar bestaande activiteiten, dienstverlening of producten. Dit moet ertoe leiden dat inwoners zo goed mogelijk worden geïnformeerd en dat partijen inwoners op de juiste manier doorverwijzen.

De Sociaal Teams en Sociaal.nl werken nauw met elkaar samen. Gaandeweg is Stichting Welzijn ook steeds meer betrokken geraakt. De partijen hebben elkaar op de hoogte gebracht van elkaars 25 Op 1 juli 2022 moeten de teams volledig operationeel zijn. Het Sociaal Team bestaat dan uit preventieconsulenten en expertconsulenten, die

samen één team vormen.

PAGINA 50 VAN 122

dienstverlening en van de (minima)regelingen vanuit de gemeenten, en hebben werkafspraken gemaakt over onder meer het doorverwijzen. Vervolgens zijn er ook binnen organisaties (zoals Socius of Stichting Welzijn) presentaties gegeven aan raadslieden en vrijwilligers.

Vanuit het maatschappelijk werk (Socius en MEE & De Wering) zijn er lijntjes met andere (lokale) organisaties, bijvoorbeeld doordat de professionals ook zijn aangehaakt bij andere overlegstructuren, zoals met huisartsen en POH-GGZ.26 Op die manier kunnen (mogelijke) casussen in beeld komen bij deze organisaties, en kan er actie worden ondernomen. Wanneer verschillende lokale maatschappelijke organisaties in een wijk samen gehuisvest zijn, of elkaar op een andere manier fysiek tegenkomen, is er meer sprake van kennisdeling en informatie-uitwisseling.

Sociaal.nl neemt contact op met het Sociaal Team bij iedere stap die gezet wordt in de schuldhulpverlening. Wanneer er bijvoorbeeld een plan van aanpak is opgesteld, of er een voorstel voor Wsnp wordt gedaan, geeft Sociaal.nl dit door aan het Sociaal Team. Op deze manier is het Sociaal Team op de hoogte van het dossier. Wanneer Sociaal.nl (bij de kennismaking) merkt dat er meer speelt dan alleen schulden, dan nemen zij ook contact op met MEE & De Wering of Socius voor verdere ondersteuning, en verwijzen zij de inwoner hiernaar door. Vaak worden de gesprekken al gezamenlijk gevoerd door Sociaal.nl en MEE & De Wering danwel Socius.

Harmonisering van de uitvoering Het werken met één werkorganisatie voor vier gemeenten heeft ook in andere opzichten gevolgen gehad voor de uitvoering. In de eerste plaats heeft het geleid tot meer harmonisatie in de dienstverlening. Doordat de bestuurders en de ambtelijk medewerkers van de BUCH-gemeenten meer samenwerken, is er volgens professionals ruimte ontstaan om bij elkaar te kijken: hoe pakt een andere gemeente iets op? Het gaat bijvoorbeeld om de mate waarin professionals of vrijwilligers proactief inwoners helpen bij het invullen van aanvraagformulieren, gelet op de visie op zelfredzaamheid van de inwoner. Uiteindelijk is de ervaring dat de gemeenten steeds dichter naar elkaar zijn toegegroeid qua dienstverlening, aldus de professionals. Ook noemt een professional dat er sprake is van ‘kruisbestuiving’ tussen de Sociaal Teams, doordat professionals bij Socius en MEE & De Wering voor meerdere teams werken.

Daarnaast maakt het werken met één werkorganisatie het gemakkelijker om nieuwe werkwijzen in één gemeente uit te rollen naar de overige gemeenten binnen de BUCH. Een voorbeeld is het inloopspreekuur geldzaken. Uitgeest en Castricum startten hier in 2018 mee in de vorm van een pilot; vervolgens is het ook uitgerold naar de andere gemeenten. Een ander voorbeeld heeft betrekking op de toegang tot bijzondere bijstand voor alle inwoners en toegang tot brede schuldhulpverlening voor ex-zelfstandig ondernemers. Bergen en Castricum hebben hier stappen in gezet; Uitgeest en Heiloo houden de (toekomstige) ervaringen met deze wijzigingen in Bergen en Castricum in de gaten, om op een later moment een besluit te nemen voor de eigen gemeente. Dus hoewel hier nu (nog) sprake is van verschillen tussen gemeenten, kan er binnen de BUCH worden geleerd om vervolgens het beleid en de uitvoering verder te harmoniseren. 26 POH-GGZ staat voor Praktijkondersteuner Huisarts – Geestelijke Gezondheidszorg. Deze functie wordt doorgaans uitgevoerd door een

professional binnen de huisartsenvoorziening.

PAGINA 51 VAN 122

3.1.2 Verschillen in uitvoering tussen de gemeenten In Bergen, Uitgeest en Castricum werken de Sociaal Teams met inloopuren waar inwoners kunnen langskomen met ondersteuningsvragen. In Heiloo was er geen apart inloopuur; vóór de coronacrisis konden inwoners elke ochtend tussen 9.00 en 12.00 uur op locatie langskomen bij het Sociaal Team (door corona kon dat een tijdlang alleen op afspraak op deze tijden). Voor het krijgen van ondersteuning (in de vorm van een Bbz-uitkering of een IOAZ-uitkering) verschilt het per gemeente waar zelfstandigen terecht kunnen. In Bergen, Castricum en Heiloo geldt dat zelfstandigen contact moeten opnemen met het Zelfstandigenloket van Halte Werk. De gemeente Uitgeest werkt daarentegen samen met het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK); zelfstandigen uit Uitgeest moeten met deze organisatie contact opnemen voor ondersteuning.

Verder hebben de vier gemeenten, bovenop de landelijke steunmaatregelen voor ondernemers tijdens de coronacrisis, aanvullende (lokale) maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn gericht geweest op het weer op gang krijgen van de sociaal/maatschappelijk leven in brede zin, bedoeld voor organisaties en ondernemingen met een maatschappelijke doelstelling in de kunst-, welzijn- en sportsector.

3.1.3 Invloed corona op de uitvoering De coronacrisis heeft grote gevolgen gehad voor de fysieke toegankelijkheid van de gemeentehuizen, de Sociaal Teams en ketenpartners. De gemeentehuizen waren alleen in de ochtenden fysiek geopend. Momenteel gelden de reguliere openingstijden, maar wordt er alleen op afspraak gewerkt. De spreekuren van de Sociaal Teams en de inloopspreekuren geldzaken zijn tijdens de lockdowns komen te vervallen.27 De organisaties waren dagelijks telefonisch (en per mail) bereikbaar. Ook konden inwoners een afspraak maken voor een telefonisch gesprek, of een gesprek via videobellen of eventueel live afspreken (afhankelijk van de wensen van de inwoner). Rond mei/juni 2021 werden de spreekuren van de Sociaal Teams en de inloopspreekuren geldzaken geleidelijk aan weer opgestart. Vooralsnog (juli 2021) wordt er alleen op afspraak gewerkt. Volgens de professionals met wie we hebben gesproken, hebben de beperkte openingstijden van de fysieke inloopspreekuren gevolgen gehad voor het aantal binnenkomende financiële vragen (met name in 2020). Hoewel videobellen een optie is om een meer uitgebreid gesprek te kunnen voeren, is de ervaring van professionals dat niet alle inwoners dit prettig vinden. Mogelijk omdat het minder anoniem is, of zo wordt ervaren door de inwoners.

Daarnaast geven de professionals aan dat het bij een telefonisch gesprek lastiger is om breed te kijken op alle leefgebieden wat er speelt. Mogelijk verloopt ook het doorverwijzen minder vanzelfsprekend (bijvoorbeeld om verder uit te zoeken of iemand recht heeft op bijzondere bijstand).

27 De spreekuren op de gemeentehuizen zijn tijdens de huidige lockdown (december 2021/januari 2022) opnieuw vervallen. De inloop bij

netwerkpartners in de wijk vindt wel gewoon plaats om de meest kwetsbaren te kunnen blijven ondersteunen.

PAGINA 52 VAN 122

Daarnaast maakt de coronacrisis het lastiger om mensen ‘vast te houden’. Zo legt een professional uit dat inwoners bij een inloopspreekuur een aanvraagformulier invullen, waardoor professionals meteen over de benodigde informatie beschikken en een afspraak kunnen maken voor een contactmoment. Bij telefonisch contact gebeurt dit minder makkelijk, waardoor inwoners sneller ‘uit zicht’ kunnen raken.

Ook is het lastiger geworden voor inwoners om een aanvraag voor schuldhulpverlening of bijzondere bijstand in te dienen, doordat het (tijdens de lockdowns) niet mogelijk was om papieren formulieren op te halen en (met eventuele ondersteuning) in te vullen. Hoewel het telefonisch opvragen van papieren formulieren een mogelijkheid is, is er een groep mensen voor wie het makkelijker en fijner is om binnen te lopen. Ook omdat ze dan meteen vragen kunnen stellen. Zeker bij inwoners met financiële problemen is het niet vanzelfsprekend dat zij een laptop hebben, waarmee zij digitaal een formulier kunnen invullen. De enige mogelijkheid voor het vragen van hulp, was telefonisch.

Verder noemen sommige professionals dat de coronacrisis gevolgen heeft gehad voor de samenwerking tussen organisaties en afdelingen binnen de BUCH-werkorganisatie. Doordat je elkaar niet meer fysiek treft, is het lastiger geworden om ‘even snel te schakelen’ en de korte lijnen te behouden. Desalniettemin noemen professionals dat zij uiteindelijk hun draai hebben gevonden in het werken op afstand, en ook in de samenwerking met anderen. De professionals vinden het belangrijk om zoveel mogelijk op locatie te werken.

3.2 Doeltreffendheid. 3.2.1 Beoogde doelen In deze paragraaf gaan we in op de 1e subvraag van vraag 5, namelijk in hoeverre, en op welke manier, de ingezette activiteiten bijdragen aan het behalen van de beoogde doelen. In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat de beleidsdoelen van de gemeente ten dele SMART zijn geformuleerd. Omdat er geen acties zijn gekoppeld aan de doelen is het moeilijk vast te stellen wat de verbinding is tussen activiteiten en beoogde doelen. Wel zijn er in het armoede- en schuldhulpbeleid een aantal hoofddoelstellingen te onderscheiden, te weten toegankelijkheid, bereik en tegengaan niet-gebruik, kwaliteit uitvoering, en ondersteuning bij en vroegsignalering van financiële problemen. Deze bespreken we in deze paragraaf.

Toegankelijke informatie voor mensen met een hulpvraag Ondersteuningsvragen van inwoners komen binnen bij de frontoffice. Deze toegang is een verzameling van alle fysieke en digitale plekken (vindplaatsen) waar inwoners met een ondersteuningsvraag terecht kunnen. Ondersteuningsvragen van inwoners komen in beeld via de Sociaal Teams, ketenpartners (zoals maatschappelijk werk, scholen, huisartsen, etc.) en het klantcontactcentrum (telefonisch en digitaal) van de gemeenten voor het domein Samenleven.

Binnen de BUCH-gemeenten is er ook het wekelijkse inloopspreekuur geldzaken. Inwoners kunnen hier terecht met vragen over financiën. In de loop van 2018 startten de gemeenten Uitgeest en Castricum met het inloopspreekuur geldzaken als pilot. Inmiddels is het ook uitgerold naar de andere gemeenten, en is

PAGINA 53 VAN 122

het onderdeel van de reguliere werkwijze in de BUCH-gemeenten. Voor het inloopspreekuur geldzaken werken Sociaal.nl, Socius, MEE & de Wering en het Sociaal Team met elkaar samen.

Norm: De inkomensondersteunende maatregelen en de mogelijkheden voor hulp bij financiën en schulden zijn laagdrempelig en toegankelijk voor inwoners. Inwoners weten waar ze terecht kunnen met vragen over financiën. De ondersteuning bij armoede en schulden is laagdrempelig en toegankelijk. Voor vragen en informatie over ondersteuning bij financiën en schulden kunnen inwoners op verschillende plekken terecht: fysiek, telefonisch en per mail. In vrijwel elk dorp is er een locatie van het Sociaal Team en/of het inloopspreekuur geldzaken.

Bevorderen bereik en niet-gebruik Van een deel van de inwoners is de financiële situatie al bekend bij de gemeente. Bijvoorbeeld doordat ze een bijstandsuitkering krijgen, of al een vorm van bijzondere bijstand hebben aangevraagd (of krijgen). In 2020 heeft de werkorganisatie een algemene mail gestuurd aan inwoners die een bijstandsuitkering hebben en/of gebruik maken van een regeling via de bijzondere bijstand, om hen te wijzen op de mogelijkheden voor maatschappelijke participatie via de bijzondere bijstand.

Inwoners zijn moeilijker te bereiken als ze geen hulp willen zoeken of de weg naar ondersteuning niet weten te vinden. Bij ouderen zijn de Sociaal Teams wel beter bekend. Ook merken professionals dat statushouders het Sociaal Team goed weten te vinden. Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat zij van VluchtelingenWerk actief informatie krijgen over waar zij heen kunnen met vragen. Met name jongeren en mensen die een migratieachtergrond hebben en/of laaggeletterd zijn, worden volgens professionals nog onvoldoende bereikt.

Bereiken van jongeren Jongeren hebben over het algemeen weinig overzicht van wat de gemeente aan ondersteuning kan bieden, zo legt een professional uit. Geld is wel een thema waar jongeren over willen praten. Tegelijkertijd willen jongeren vooral snel geld verdienen, ook om problemen op te lossen, en zijn ze minder op de lange termijn gericht. Jongeren zijn over het algemeen niet geïnteresseerd in gesprekken en tools of ondersteuning. Volgens de professional is dit een aandachtspunt. Daarom is de website Jongerenwerk BUCH opgericht, om onder andere financiële informatie voor jongeren toegankelijker en vindbaar te maken, zie: Jongerenwerk – Jongerenwerk Bergen, Uitgeest, Castricum & Heiloo (jongerenwerkbuch.nl) Per 2020/2021 wordt er (ook) in de BCH-gemeenten gewerkt met een Jongerenpunt Check-In: één laagdrempelige toegang voor alle typen ondersteuningsvragen. Uitgeest haakt hier op 1 januari 2022 bij aan. Volgens de professional moet de promotie van het Jongerenpunt Check-In nog (meer) van de grond komen, maar de communicatie (ook via Instagram) sluit wel goed aan bij jongeren.

PAGINA 54 VAN 122

Kwaliteit uitvoering: versterken kennis en vaardigheden van professionals De BUCH-werkorganisatie heeft een leer- en ontwikkeltraject ontwikkeld voor consulenten van de Sociaal Teams, waarin aandacht wordt besteed aan het signaleren van problemen, waaronder op gebied van financiën, en hoe je hierover met inwoners in gesprek gaat. De Sociaal Teams, Socius, MEE & De Wering en Sociaal.nl zijn bovendien nauw met elkaar gaan samenwerken. De partijen hebben elkaar op de hoogte gebracht van elkaars dienstverlening en van de (minima)regelingen vanuit de gemeenten. Ook hebben ze werkafspraken gemaakt over onder meer het doorverwijzen. Verder zijn er binnen organisaties (zoals Socius of Stichting Welzijn) presentaties gegeven aan raadslieden en vrijwilligers.

Volgens de professionals met wie we hebben gesproken, is de interne informatievoorzieningen in de afgelopen jaren verbeterd en zijn er korte lijnen tussen professionals. Ook zijn de professionals op hoofdlijnen op de hoogte van de inkomensondersteunende maatregelen en de mogelijkheden voor hulp bij financiën en schulden. Doordat er korte lijnen zijn, kunnen de professionals snel schakelen om bijvoorbeeld vragen te stellen over de details van het beleid, en om naar elkaar door te verwijzen. Dit is bevorderd doordat Socius en MEE & De Wering deelnemen aan de Sociaal Teams en door de inloopspreekuren geldzaken.

Volgens de geïnterviewde professionals (zowel gemeentelijk als van netwerkpartners) zijn de gemeentelijke consulenten van de Sociaal Teams in staat om het brede gesprek te voeren en om (signalen van) armoede en schulden te herkennen. Doordat professionals soms als duo het brede gesprek voeren en casussen binnen het Sociaal Team met collega’s kunnen bespreken, kan een casus vanuit verschillende perspectieven worden bekeken. Vervolgens kunnen professionals kijken of het mogelijk is om inkomensondersteunende maatregelen in te zetten.

De professionals zijn over het algemeen positief over de schuldhulpverlening in de BUCH-gemeenten. Zij vinden dat de dienstverlening in de afgelopen jaren is verbeterd. Dit heeft te maken met de betere samenwerking tussen partijen: wanneer iemand bijvoorbeeld nauwelijks meewerkt binnen een schuldhulpverleningstraject, neemt een consulent of maatschappelijk werker contact op met de inwoner om te onderzoeken wat er achter het gedrag van de inwoner zit. Deze professional kan dit vervolgens ‘vertalen’ naar Sociaal.nl, en vervolgens kijken de professionals naar mogelijke (vervolg)stappen.

Norm: Betrokken professionals in de uitvoering hebben inzicht in de inkomensondersteunende maatregelen en in de mogelijkheden voor hulp bij financiën en schulden. Uit de interviews blijkt dat uitvoerende professionals inzicht hebben in de inkomensondersteunende maatregelen en in de mogelijkheden voor hulp bij financiën en schulden.

PAGINA 55 VAN 122

Norm: Betrokken professionals in de uitvoering herkennen (signalen van) armoede en schulden bij inwoners en verwijzen ze door op de afgesproken manier. Door het brede gesprek te voeren met de inwoner en (bij meer complexe casussen) de casus binnen het Sociaal Team met collega’s te bespreken, kunnen (signalen van) armoede en schulden worden herkend.

Norm: De kwaliteit van de schuldhulpverlening is geborgd. De schuldhulpverlening binnen de BUCH-werkorganisatie is belegd bij Sociaal.nl die is aangesloten bij de NVVK. De uitvoerende professionals zijn getraind en geschoold in het integraal werken.

Ondersteuning bij armoede en schulden en vroegsignalering van schulden Volgens de betrokken partijen zijn er, dankzij de samenwerking tussen betrokken partijen (en ook met de inloopspreekuren geldzaken), kortere lijnen waardoor inwoners sneller en beter geholpen worden. Het is gemakkelijker om inwoners door te verwijzen naar een andere organisatie, voor ondersteuning of (alleen) voor het beantwoorden van vragen over bijvoorbeeld minimaregelingen. Verder kunnen de organisaties inwoners gemakkelijker helpen met bijvoorbeeld formulieren, doordat ook Sociaal.nl is aangesloten bij de inloopspreekuren geldzaken.

Gemiddeld genomen lukt het Sociaal.nl om, bij ruim 90% van de aanmeldingen, het intakegesprek binnen vier weken te houden. Over het algemeen vindt het intakegesprek binnen twee weken plaats, volgens de werkwijze van Sociaal.nl. Wanneer er contact wordt opgenomen met Sociaal.nl in verband met een crisissituatie – bijvoorbeeld een dreigende huisuitzetting – dan lukt het, aldus de professionals met wie we hebben gesproken, vrijwel altijd om binnen twee werkdagen contact op te nemen.

Ten aanzien van schuldhulpverlening blijft het echter lastig om snel een (minnelijke) regeling te treffen. Sociaal.nl werkt met het 120-dagen model: het doel is om binnen 120 dagen een (minnelijke) regeling te treffen. In de meeste gevallen (ook landelijk) lukt dit echter niet, omdat het in de praktijk lastig is om medewerking te krijgen van alle schuldeisers. Gemiddeld genomen heeft een cliënt bij Sociaal.nl in de BUCH-gemeenten met meer dan 10 schuldeisers te maken.

Norm: Ondersteuning bij armoede en schulden is effectief en efficiënt en wordt snel ingezet. Gemiddeld genomen lukt het Sociaal.nl om, bij ruim 90% van de aanmeldingen, het intakegesprek binnen vier weken te houden. Ten aanzien van schuldhulpverlening lukt het niet om binnen de beoogde 120 dagen een (minnelijke) regeling te treffen.

PAGINA 56 VAN 122

In het kader van vroegsignalering van schulden zijn er afspraken gemaakt om financiële achterstanden te melden voordat organisaties een verdere incassoprocedure starten. Voor wonen zijn er afspraken gemaakt in het kader van een project preventie huisuitzetting (per 2010/2011). Voor Bergen en Heiloo zijn er (binnen dit project) afspraken gemaakt tussen KennemerWonen en MEE & De Wering; voor Uitgeest en Castricum is het tussen KennemerWonen en Socius. Door een wijziging in de Wgs in 2021 krijgen gemeenten de mogelijkheid om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Ten tijde van dit onderzoek waren er (nog) geen formele afspraken gemaakt met drinkwaterbedrijf PWN en energiemaatschappijen in de vorm van convenanten, maar de werkwijze is dat zij direct een melding doen bij Sociaal.nl bij een betalingsachterstand. Met zorgverzekeraar Univé heeft de Werkorganisatie afspraken vastgelegd in een overeenkomst.

Met een moratorium kunnen inwoners (tijdelijk) worden beschermd tegen huisuitzetting en afsluiting van gas, elektra en water. Het algemene beeld van de professionals is dat de afspraken helpen om woninguitzettingen en beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water te voorkómen.

Norm: Bij inwoners met financiële problemen worden woninguitzettingen en beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water voorkómen. Ten tijd van het onderzoek waren er afspraken met de woningbouwvereniging Kennemer Wonen en met de zorgverzekeraar over het doorgeven van betalingsachterstanden. Met de nutsbedrijven zijn geen formele afspraken gemaakt. Zij melden betalingsachterstanden aan Sociaal.nl. Inmiddels zijn er rond vroeg-signalering convenanten afgesloten.

3.2.2 Resultaten In deze paragraaf gaan we in op de 2e subvraag bij vraag 5, namelijk wat de resultaten zijn van de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek. We gaan eerst in op de resultaten van de schuldregelingstrajecten en vervolgens op het bereik van minimaregelingen en schuldhulpverlening.

Resultaten schuldregelingstrajecten Wanneer er een minnelijke regeling wordt getroffen of wanneer iemand wordt toegelaten tot de Wsnp, spreken de BUCH-gemeenten en Sociaal.nl van een ‘positief resultaat’. Niet alle schuldregelingstrajecten worden met een positief resultaat afgesloten. Het kan vóórkomen dat een schuldregelingstraject (voortijdig) wordt beëindigd. Dit kan bijvoorbeeld doordat iemand verhuist naar een andere gemeente of overlijdt; iemand (alsnog) zelf een oplossing heeft gevonden voor de schuldenproblematiek; iemand onvoldoende meewerkt binnen het traject of dat één van de schuldeisers niet akkoord gaat met het voorstel ter finale kwijting.

PAGINA 57 VAN 122

In de tabel hieronder geven we het aantal afgeronde schuldregelingstrajecten per gemeente weer, en kijken we in welk deel van de gevallen er sprake is van een positief resultaat en (specifiek) van een minnelijke regeling. Hiervoor kijken we naar de jaarverslagen van Sociaal.nl per gemeente over de jaren 2017, 2018 en 2019. Trajecten die eind 2019 nog niet zijn afgerond, hebben we niet meegenomen.

Aantal afgeronde schuldregelingstrajecten, uitgesplitst naar resultaat, per gemeente (totaal 2017-2019) Totaal aantal afgeronde schuldregelingstrajecten Bergen Uitgeest Castricum Heiloo Totaal

Waarvan voortijdig beëindigd 38 23 46 41 148

9 1 6 3 19

Waarvan positief resultaat 29 (76%) 22 (96%) 40 (87%) 38 (93%) 129 (87%)

Aantal minnelijke schuldregelingen

Aantal verwijzingen naar Wsnp

23 15 26 26 90

6 7 14 12 39

Norm: 80% van de gestarte schuldregelingstrajecten wordt met een positief resultaat afgesloten. Gemiddeld over de BUCH-gemeenten wordt 87% van de schuldregelingstrajecten met een positief resultaat afgesloten.

Om beter zicht te krijgen op de mate waarin het lukt om een minnelijke schuldregeling te treffen, geven we in onderstaande tabel – per gemeente en per jaar – weer hoeveel schuldregelingstrajecten er met een positief resultaat zijn afgerond (minnelijke schuldregeling of Wsnp-verklaring), en hoeveel hiervan (aantal én percentage) een minnelijke schuldregeling betreft. Omdat het (per gemeente per jaar) om kleine (absolute) aantallen gaat, ligt het voor de hand om te focussen op de totaalgegevens voor alle vier de BUCH-gemeenten.

Aantal schuldregelingstrajecten met een positief resultaat afgerond, waarvan minnelijke schuldregeling, per gemeente per jaar 2017 2018 2019 Bergen 7 7 (100%) 8 6 (75%) 14 10 (71%) Uitgeest 12 8 (67%) 2 1 (50%) 8 6 (75%) Castricum 8 5 (63%) 12 7 (58%) 20 14 (70%) Heiloo 14 14 (100%) 13 7 (54%) 11 5 (45%) Totaal 41 34 (83%) 35 21 (60%) 53 35 (66%)

Vergeleken met 2017 lijkt het erop dat in de twee erop volgende jaren (2018 en 2019) juist minder goed gelukt is om een minnelijke schuldregeling af te sluiten.

PAGINA 58 VAN 122

Norm: De tendens is dat het, bij schuldregelingstrajecten, in toenemende mate lukt om een minnelijke schuldregeling af te sluiten. De aantallen minnelijke trajecten zijn te klein om uitspraken te doen over een toe- of een afname van het afsluiten van minnelijke trajecten in de periode 2017-2019.

Bereik van minimaregelingen en schuldhulpverlening In de figuren en tabellen hieronder is het bereik van enkele minimaregelingen af te lezen. De cijfers zijn bekend voor de collectieve ziektekostenverzekering en voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Voor veel regelingen in de bijzondere bijstand zijn er geen gegevens beschikbaar over het bereik per jaar per gemeente, met uitzondering van Castricum.28

Percentage inwoners in minimahuishoudens (120% van de bijstandsnorm) die gebruik maken van de collectieve ziektekostenverzekering, per gemeente per jaar29 50% Bergen

40%

Uitgeest Castricum

30%

Heiloo landelijk gemiddelde

20% 2018

2019

2020

Het bereik van de collectieve ziektekostenverzekering ligt tussen ongeveer 23 en 47 procent, afhankelijk van de gemeente en het jaar. Opvallend is dat het bereik in Castricum en Heiloo – waar dit in 2018 het hoogst was – in 2019 en 2020 is afgenomen tot minder dan 40 procent. In Bergen is het bereik ongeveer gelijk gebleven met ongeveer 33 procent. In Uitgeest, waar het bereik in 2018 het laagst was, is het bereik toegenomen van ongeveer 23 tot 30 procent. Dit hangt samen met de bekendheid van de regeling. Percentage kinderen in minimahuishoudens (120% van de bijstandsnorm) die gebruik maken van het Jeugdfonds Sport, per gemeente per jaar 2018 2019 Bergen 26% 33% Uitgeest 47% 50% Castricum 26% 36% Heiloo 52% 54% Totaal 33% 40%

28 Zie: Zie: J. Nuyten & K. van Nuland (2020). Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid. Een onderzoek naar de armoedeval in gemeente

Castricum. Utrecht: Stimulansz. 29 Omdat het aantal inwoners in minimahuishoudens over de jaren heen (vrijwel) gelijk blijft geven we het bereik weer in percentages.

PAGINA 59 VAN 122

Percentage kinderen in minimahuishoudens (120% van de bijstandsnorm) die gebruik maken van het Jeugdfonds Cultuur, per gemeente per jaar 2018 2019 Bergen 2,8% 6,8% Uitgeest 8,5% 8,6% Castricum 3,4% 4,8% Heiloo 5,3% 1,3% Totaal 4,2% 5,3%

Er zijn duidelijke verschillen zichtbaar tussen de BUCH-gemeenten waar het gaat om het bereik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het Jeugdfonds Sport ligt het hoogst in Uitgeest en Heiloo. Ongeveer de helft van de kinderen binnen de doelgroep maakt gebruik van dit fonds. Bij het Jeugdfonds Cultuur ligt het bereik een stuk lager dan bij het Jeugdfonds Sport, met minder dan 10 procent in alle BUCH-gemeenten.30 Hierbij is het bereik in Uitgeest het hoogst. Overall neemt het bereik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur toe. De toename is met name zichtbaar bij de gemeenten Bergen en Castricum (in Uitgeest lag het bereik in 2018 al hoger in vergelijking met de andere gemeenten).

In de tabellen hieronder geven we, ten aanzien van schuldhulpverlening, het aantal intakegesprekken met Sociaal.nl en het aantal nieuw gestarte schuldregelingstrajecten weer, per gemeente per jaar.31

Aantal intakegesprekken schuldhulpverlening, per gemeente per jaar 2017 2018 2019 Bergen 27 10 20 Uitgeest 10 8 9 Castricum 9 18 23 Heiloo 26 15 9 Totaal 72 51 61

Aantal nieuw gestarte schuldregelingstrajecten, per gemeente per jaar 2017 2018 2019 Bergen 15 12 13 Uitgeest 9 3 6 32 Castricum 44 16 13 33 Heiloo 18 19 7 Totaal 86 50 39 30 Op het behalen van het zwemdiploma A na, kan een kind in een jaar gebruik maken van ófwel het onderdeel sport, ófwel het onderdeel cultuur. 31 Een schuldregelingstraject gaat pas van start na afronding van de stabilisatiefase, waarin alle informatie over de schulden wordt verzameld en

waarin overige hulp (zoals budgetbeheer of bewindvoering) wordt opgestart. 32 Dit aantal is vertekend doordat ook reeds lopende zaken uit 2016, begin 2017 werden overdragen van Haltewerk (die voorheen de schuldhulpverlening uitvoerde voor de gemeente Castricum) naar Sociaal.nl. 33 Dit aantal is (licht) vertekend doordat ook reeds lopende zaken uit 2016, begin 2017 werden overdragen van Haltewerk (die voorheen de chuldhulpverlening uitvoerde voor de gemeente Heiloo) naar Sociaal.nl.

PAGINA 60 VAN 122

Uit de tabellen blijkt dat het bereik van schuldhulpverlening, vergeleken met 2017, in de volgende jaren is afgenomen. In de gemeente Heiloo lag het aantal intakegesprekken en nieuw gestarte schuldregelingstrajecten in 2017 al relatief hoger dan in de andere gemeenten (gelet op het totaal aantal inwoners per gemeente). Na 2017 nam het aantal intakegesprekken en nieuw gestarte schuldregelingstrajecten in Heiloo af. In hoeverre dit betekent dat de gemeente (en het Sociaal Team) Heiloo in 2017 (en mogelijk ook eerder) inwoners met schulden goed wist te bereiken – waardoor er in de volgende jaren minder (nieuwe) mensen met schulden waren die nog niet éérder waren bereikt – of dat de gemeente (en het Sociaal Team) Heiloo er steeds minder goed in slaagden om mensen met schulden te bereiken en ondersteunen, is niet bekend.

Norm: De tendens is dat het bereik van inkomensondersteunende maatregelen en hulp bij financiën en schulden toeneemt. Voor de collectieve ziektekostenverzekering verschillen de ontwikkelingen in het bereik van inwoners per gemeente. Er is een afname in Castricum en Heiloo, in Bergen bleef het bereik ongeveer gelijk en in Uitgeest is het bereik toegenomen. Overall neemt het bereik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur toe. Gelet op het aantal intakegesprekken en nieuw gestarte schuldregelingstrajecten bij Sociaal.nl, lijkt het in eerste instantie alsof het bereik van inwoners met schulden afneemt. Een eenduidige verklaring is hiervoor niet te geven. 3.2.3 Doeltreffendheid van de werkorganisatie In deze paragraaf gaan we in op de 3e subvraag van vraag 5, namelijk welke invloed het werken met vier gemeenten en één werkorganisatie heeft op de doeltreffendheid? We beantwoorden deze vraag door na te gaan of de armoede- en schulden problematiek in de periode 2017-2019 is af- of toegenomen in de BUCH-gemeenten. Deze analyse voeren we uit aan de hand van beschikbare CBS-data. Omvang minimahuishoudens In de tabellen hieronder geven we aan hoeveel procent van de inwoners een laag inkomen heeft, en zodoende (het meeste) risico loopt op armoede.

We kijken hierbij naar de huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum (waar tevens de inkomensgrens ligt bij de geharmoniseerde minimaregelingen van de BUCH-gemeenten). Hieruit blijkt dat de omvang van minimahuishoudens over de jaren heen (vrijwel) gelijk blijft. In hoeverre het om (steeds) dezelfde of juist andere inwoners gaat over de tijd heen, is niet bekend. Percentage inwoners in huishoudens met tenminste één jaar een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, per gemeente per jaar (bron: CBS, Laag en langdurig laag inkomen)34 2017 2018 2019 Bergen 6,9% 6,5% 6,7% Uitgeest 5,0% 4,1% 4,5% Castricum 4,6% 4,5% 4,5% Heiloo 5,3% 5,0% 6,1%

34 De cijfers over 2019 betreffen voorlopige cijfers (12 oktober 2021).

PAGINA 61 VAN 122

Percentage inwoners in huishoudens met 4 jaar of langer een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, per gemeente per jaar (bron: CBS, Laag en langdurig laag inkomen)35 2017 2018 2019 Bergen 3,4% 3,3% 3,5% Uitgeest 2,2% 1,9% 2,0% Castricum 2,2% 2,1% 2,2% Heiloo 2,5% 2,4% 2,5%

Huishoudens met geregistreerde problematische schulden In de figuren hieronder is het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden weergegeven, en het percentage huishoudens waarbij sprake is van instroom (geregistreerde problematische schulden). De cijfers laten zien dat er in de BUCH-gemeenten minder sprake is van schuldenproblematiek, vergeleken met het landelijk gemiddelde, maar er is geen sprake van een afname in de omvang. Percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden, per gemeente per jaar (bron: CBS, Ontwikkeling geregistreerde problematische schulden)

10 8 Nederland 6

Bergen Uitgeest

4

Castricum Heiloo

2

0 2017

2018

2019

2020-01

2020-10

Gemiddeld schuldbedrag We hebben ook gekeken naar het gemiddelde schuldbedrag van de cliënten bij Sociaal.nl, per gemeente en per jaar (op basis van de jaarverslagen van Sociaal.nl). De cijfers zijn weergegeven in de tabel. Gemiddelde schuldbedrag cliënten Sociaal.nl, per gemeente per jaar

Bergen Uitgeest Castricum Heiloo

35 Idem.

PAGINA 62 VAN 122

2017 € 16.340 € 19.793 € 32.913 € 65.570

2018 € 16.340 € 43.884 € 44.067 €81.649

2019 € 41.312 € 79.263 € 45.765 € 34.695

De hogere gemiddelde schuldbedragen in 2019 kunnen worden verklaard door enkele uitschieters omhoog. Het hogere bedrag in Bergen in 2019 (in vergelijking met eerdere jaren) wordt voornamelijk verklaard door nieuwe aanmeldingen van 2 ex-ondernemers met een fikse schuldenlast. Het hoge gemiddelde bedrag in Uitgeest komt doordat één cliënt een schuldenlast heeft van boven de €500.000. Ook zonder de uitschieters is er overall sprake van een stijging van het gemiddelde schuldbedrag over de tijd heen. Met uitzondering van de gemeente Heiloo, waar het gemiddelde schuldbedrag is afgenomen.

Norm: De tendens is dat de armoede- en schuldenproblematiek in de BUCH-gemeenten afneemt in termen van aantal inwoners, omvang en duur van de problematiek. Voor zover uit de cijfers bekend, is de armoede- en schuldenproblematiek in de BUCH-gemeenten gelijk gebleven in termen van het aantal en percentage inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, en het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden.

Van de inwoners die schuldhulpverlening krijgen via Sociaal.nl, is het gemiddelde schuldbedrag (en daarmee de omvang van de problematiek) toegenomen. Dit komt doordat enkele cliënten een hoge schuldenlast hebben.

3.3 Doelmatigheid 3.3.1 Kosten en mate van doelbereiking Om te onderzoeken in hoeverre de kosten in redelijke verhouding staan tot de mate van doelbereiking, vergelijken we de BUCH-gemeenten met een aantal andere gemeenteclusters in Nederland. Bij de selectie van vergelijkingsgemeenten hebben we gekeken welke gemeenteclusters, algemeen genomen, het meest overeenkomen met de BUCH in termen van: ● Aantal inwoners (ongeveer 100.000); ● Percentage inwoners in huishoudens met (tenminste één jaar) een inkomen tot 120% van het sociaal minimum; ● Percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden.

Hierbij hebben we gebruik gemaakt van data van het CBS. In onderstaande tabel staat informatie over de vijf vergelijkingsgemeenten.

PAGINA 63 VAN 122

Vergelijkingsgemeenten t.b.v. doelmatigheidsonderzoek Groepering Gemeenten meegenomen Overige gemeenten (niet meegenomen in de in de vergelijking vergelijking) en opmerkingen Bollenstreek Hillegom, Lisse, Teylingen De Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek voert de Participatiewet uit voor deze gemeenten, en ook voor de gemeente Noordwijk. De voormalige gemeente Noordwijkerhout is in 2019 samengegaan met Noordwijk, wat zorgt voor risico’s in het gebruik van cijfers over deze gemeente. Woerden e.o. Woerden, Montfoort, Ferm Werk voert de Participatiewet uit voor Oudewater, Bodegravendeze gemeenten. Reeuwwijk Kromme Rijnstreek en Bunnik, De Bilt, Utrechtse De Regionale Sociale Dienst (RSD) Kromme Heuvelrug Heuvelrug, Wijk bij Rijn-Heuvelrug voert de Participatiewet uit Duurstede voor deze gemeenten, en ook voor de gemeente Zeist. Laatstgenoemde gemeente hebben we niet meegenomen in vergelijking, omdat de kerncijfers over armoede en schulden in deze gemeente relatief sterk afwijken van de BUCH-gemeenten. Meierij Bernheze, Boekel, Deze gemeenten hebben een Meierijstad dienstverleningsovereenkomst voor sociale zaken en werkgelegenheid. Kempengemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Deze zogeheten Kempengemeenten werken Oirschot, Reusel-De Mierden samen op allerlei terreinen, waaronder binnen het sociaal domein.

Aanpak vergelijking kosten en inzet Voor de vergelijking kijken we primair naar de kosten, en in hoeverre de uitgaven van de BUCHgemeenten vergelijkbaar zijn met die in andere (vergelijkbare) gemeenten. Het is niet mogelijk om via de Databank Financiën Decentrale Overheden (Findo) 36 voor alle gemeenten op detailniveau inzicht te krijgen in de kosten voor armoedebeleid en schuldhulpverlening. Wel zijn de kosten voor het sociaal domein inzichtelijk en onderling (tussen gemeenten) vergelijkbaar via de zogeheten taakvelden; landelijk afgesproken posten of eenheden voor gemeentelijke baten en lasten. Voor de vergelijking hebben we daarom gekeken naar de (kosten bij) taakvelden waaronder ook uitgaven voor armoedebeleid en schuldhulpverlening vallen. Het gaat om de volgende taakvelden: ● Wijkteams. Hieronder vallen alle loketvoorzieningen gericht op het toeleiden naar de juiste vorm van individuele ondersteuning. Gebruikte termen zijn onder meer: voorlichting, advisering, preventie en vroegsignalering. ● Inkomensregelingen. Hieronder vallen alle inkomens- en bijstandsvoorzieningen.

36 https://findo.nl/jive

PAGINA 64 VAN 122

●

Maatwerkdienstverlening 18+. Hieronder valt individuele dienstverlening, waaronder schuldhulpverlening, maar bijvoorbeeld ook ambulante begeleiding, huishoudelijke hulp en individueel vervoer (overige Wmo-voorzieningen vallen binnen een ander taakveld).

We hebben voor elk van de drie taakvelden gekeken naar de totale uitgaven en naar de gemiddelde uitgaven per inwoner – oftewel de totale uitgaven gedeeld door het aantal inwoners – per jaar.37 Dit deden we zowel op het niveau van individuele gemeenten, als op het niveau van gemeenteclusters. We hebben gekeken naar de uitgaven gebaseerd op de jaarrekeningen van gemeenten. Voor de vergelijking zijn we vooral geïnteresseerd in het algemene beeld dat uit de cijfers komt; in hoeverre zijn de uitgaven van de BUCH-gemeenten vergelijkbaar met de uitgaven in andere gemeenten?

In theorie is het mogelijk dat gemeenten (sterk) van elkaar verschillen in ambities ten aanzien van armoedebeleid en schuldhulpverlening, of in de manier waarop zij te werk gaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om de mate waarin wijkteams samenwerken met maatschappelijke organisaties, integraal werken of outreachend werken om zoveel mogelijk inwoners te bereiken (om ze te ondersteunen). Om te onderzoeken in hoeverre de kosten in redelijke verhouding zijn tot de mate van doelbereiking, is het dan ook van belang om rekening te houden met eventuele verschillen in ambities en inzet van gemeenten. Zo zouden (opvallend) hogere uitgaven van gemeenten wellicht kunnen worden verklaard doordat zij, gemiddeld genomen, hogere ambities en een hogere inzet hebben. Om een beeld te krijgen van de inzet van de gemeenten, hebben we gekeken naar het (algemene) beleid dat de vergelijkingsgemeenten voeren. Een overzicht met de gescande beleidsdocumenten van de vergelijkingsgemeenten is te vinden in bijlage 2 van dit rapport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4709/documents/34706