CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 2022-06-01 Rapport RKC BUCH armoedebeleid en schuldhulpverlening.pdf

Informatie en Presentatie bijeenkomsten 1 juni 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 1: Agenda en bijlagen 1 juni 2022 BUCH avond33.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit overleg bestaat reeds. De gemeenteraad kan het college verzoeken om in bijgepraat te worden over de uitvoering dienstverlening of ontwikkelingen op dit thema

4

Geef extra aandacht aan het bereiken van de ‘zorgmijders’, jongeren en mensen die een migratieachtergrond hebben en/of laaggeletterd zijn en aan het halen van de 120 dagentermijn bij de minnelijke schuldenregeling.

Het college heeft bij het maken en implementeren van (nieuw) beleid altijd 'extra' aandacht voor de kwetsbare inwoners/doelgroepen. Hiervoor onderhouden wij contacten met maatschappelijke partners in en om het Sociaal Team. De 120 dagentermijn bij de minnelijke schuldenregeling is een landelijk bekend probleem.

Doelmatigheid, Preventie & vroegsignalering, Ervaring met gemeentelijke voorzieningen 5 Het werken met saneringskredieten biedt de mogelijkheid om sneller met een schuldhulpverleningstraject te kunnen starten en dient serieus overwogen te worden door de gemeenten. 6 Vermeldt informatie over klachten, bezwaar en beroep ook op de website van de Sociaal Teams 7

Neem maatregelen om minima, die in en uit de bijstand stromen voor vaak kortdurend en laagbetaald werk, makkelijker te laten switchen.

Invloed van corona op de uitvoering 8 Het is raadzaam voldoende fysieke inloopspreekuren open te houden, naast voldoende telefonische contactmomenten. En te experimenteren met het (blijven) aanbieden van videobellen als contactvorm voor PAGINA 19 VAN 122

Het werken met saneringskredieten biedt deze mogelijkheid. Wij onderzoeken op dit moment de mogelijkheden hiertoe. Eventuele besluitvorming hierover vindt plaats in het licht van de (beleids)ontwikkeling naar Zaffier. De Sociaal Teams hebben geen eigen website. Het jaarverslag klachten en het jaarverslag bezwaar en beroep is/wordt gepubliceerd op de website van de gemeente. Binnen de regio Alkmaar doen wij al mee aan Simpel Switchen. Hierin is dus reeds voorzien. Meer info over Simpel Switchen: https://www.divosa.nl/onderwerpen/simpel-switchende-participatieketen Wij onderschrijven het belang van laagdrempelig contact met onze inwoners door o.a. fysieke inloopspreekuren, (video)bellen, huisbezoek, mailen, etc. We zijn daarbij wel gebonden aan de maatregelen

inwoners die daar behoefte aan hebben/bij gebaat zijn. Privacy en dienstverlening 9 Zorg voor goede informatie over de werking van de AVG, opdat er geen onnodige barrières zijn in de uitwisseling van informatie over cases onder professionals. De Privacy Officer kan de medewerkers daarover informeren. Rol gemeenteraden 10

11

PAGINA 20 VAN 122

Investeer in de kennisontwikkeling en competenties van de Adviesraden, specifiek op de onderwerpen armoedebeleid en schuldhulpverlening.

rondom Covid19, waarbij wij als gemeente een voorbeeldfunctie hebben.

We zijn gebonden aan de wet- en regelgeving en volgen dit op. Gesprekken, instructie en trainingen over dit onderwerp vinden plaats.

Stuur op het ‘wat’: stel als gemeenteraden duidelijke kaders met SMART geformuleerde doelen. Overweeg het de instelling van een regionale radenadviescommissie. Dat vergemakkelijkt de invulling van uw de kaderstellende en controlerende rol. Investeer in de kennisontwikkeling en competenties van de Adviesraden, specifiek op de onderwerpen armoedebeleid en schuldhulpverlening.

Het college onderschrijft het belang van het SMART formuleren van beleid(sdoelen).

Naast de lokale vergaderingen van de 4 adviesraden, zijn er jaarlijks ook meerdere gezamenlijke vergaderingen van de 4 adviesraden en er zijn meerdere themabijeenkomsten met de 4 adviesraden. De gemeenten en adviesraden kunnen hier beide thema's voor aandragen. Daarnaast kunnen adviesraden ook zelf deskundigheid vergaren door bijv. het volgen van een training voor adviesraden of het uitnodigen van een inhoudelijk deskundige.

Nawoord Rekenkamercommissie Wij danken de colleges van Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo voor hun reacties. Wij onderschrijven dat ons onderzoek naar het armoedebeleid en de schuldhulpverlening een momentopname is. Dat is inherent aan elk ex-durante onderzoek naar een beleidsterrein dat bovendien voortdurend in beweging is. Dit onderzoek was al in volle gang toen de oprichting van het regionale participatiebedrijf Zaffier werd vormgegeven, en dat is een factor van betekenis. In dit verband merkt de Rekenkamercommissie op dat, anders dan de colleges in hun brief beweren, in het concept-rapport wel degelijk aandacht wordt besteed aan de nieuwe situatie in het sociaal domein. In onze aanbevelingen 1 (formuleer op hoofdlijnen doelen met het nieuwe participatiebedrijf), 10 (stuur vooral op de ‘wat-vraag’) en 11 (de veranderende rol van de adviesraden) wordt daar expliciet aan gerefereerd. Juist met het oog op die ontwikkeling hebben wij als Rekenkamercommissie getracht om ons onderzoek nog vóór die datum onder de aandacht van de colleges en de raden te brengen. Dat is voor de colleges gelukt en hadden wij ook graag voor de raden willen bereiken. Wij hebben daarom het verzoek van de colleges om vijf weken extra tijd voor de ambtelijke reactie uit te trekken niet gehonoreerd. Dat zou de totale doorlooptijd van de ambtelijke reactie op maar liefst twee maanden hebben gebracht.

Dat is niet in lijn met de door de raden vastgestelde verordening en zou de publicatie van het rapport hebben vertraagd. Wij denken dat dit onderzoek vanwege de timing niet alleen waardevolle adviezen voor de nieuwe situatie bevat, maar ook kan worden gezien als een 0-meting voor de nieuwe situatie. Hieronder reageren we graag op de belangrijkste punten uit de (nagenoeg) gelijkluidende bestuurlijke reacties van Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo3 ten behoeve van de behandeling van ons rapport in de vier gemeenteraden. De colleges delen mee dat de gemeenteraden niet alleen de uitvoering hebben uitbesteed, maar ook de besluitvorming op de schuldhulpverlening en het minimabeleid grotendeels uit handen hebben gegeven door die te delegeren naar Zaffier. De Rekenkamercommissie heeft bij verschillende gelegenheden waargenomen, dat de raden uiting gaven van hun zorgen dat zij bij veel gemeenschappelijke regelingen teveel op afstand staan -ook wel aangeduid als ‘het democratisch tekort’. In dat verband werd positief gereageerd op de aanstaande wijzigingen in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen die de raden iets meer bevoegdheden geeft die de kaderstellende rol van de reden op gemeenschappelijke regelingen versterkt. Wij constateren dat het delegeren van beleidsbevoegdheden aan Zaffier daar haaks op staat.

Wat betreft de meer specifieke reacties op de aanbevelingen, merkt de Rekenkamercommissie het volgende op.

3 De reacties van de colleges van Uitgeest, Castricum en Heiloo zijn gelijkluidend. Het college van Bergen voegt enkele malen toe de Rekenkamer

dankbaar te zijn voor de complimenten over het opstellen en SMART formuleren van de actie-agenda van Bergen.

Wij zijn verheugd met de inzet van de colleges om het aantal verschillen tussen de vier BUCHgemeenten terug te dringen, daar waar die verschillen niet direct zijn terug te voeren op verschillen tussen de gemeenten die een verschillende aanpak rechtvaardigen (aanbeveling 2). Wij hadden graag op een aantal andere punten eenzelfde actieve houding willen terugzien in de reacties van de colleges. Wij denken daarbij bijvoorbeeld aan onze constatering dat de 120-dagentermijn bij de minnelijke schuldenregeling extra inspanning behoeft om deze te halen (aanbeveling 4). De colleges melden dat dit een bekend landelijk probleem is, maar geven geen aanzet tot een verbetering. Onze constatering dat inwoners informatie over klachten, bezwaar en beroep soms moeilijk kunnen vinden op de website van gemeente (aanbeveling 6), wordt door de colleges beantwoord met de opmerking dat deze informatie te vinden is op de website van de gemeente. Daarmee wordt het probleem niet opgelost. Meer ruimte voor informatievoorziening via de Sociaal Teams zou wél aan de oplossing kunnen bijdragen. Ook onze aanbeveling om extra maatregelen te nemen bij inwoners met een bijstandsuitkering die voor kortere of lange tijd uitstromen naar werk en daardoor het risico lopen om in financiële problemen te komen (aanbeveling 7) wordt.

De colleges volstaan met de opmerking dat zij binnen de regio Alkmaar al mee doen met Simpel Switchen en dat daarin dus is voorzien. Daarmee gaan ze voorbij aan onze constatering dat het nu niet altijd goed genoeg werkt. Dat geldt ook voor de reactie op aanbeveling 9. Wij constateren dat in de huidige praktijk de AVG soms te stringent wordt toegepast. Dan is het ons inziens te passief om te verwijzen naar de instructies en trainingen die thans worden gegeven. Onze constatering, ten slotte, dat de rol van Adviesraden verandert met de komst van Zaffier en dat een investering in hun kennis en competenties nodig is (aanbeveling 11), leidt helaas niet tot enige actie van de kant van de colleges. De colleges geven aan belang te hechten aan SMART geformuleerde doelen. Daar hadden wij er in reactie op ons rapport graag meer van gezien. Wij geven aan de raden het advies mee om in hun bespreking van ons rapport de colleges aan te sporen tot meer inspanningen en om hen te vragen om over een jaar aan de raden te rapporteren over de voortgang.

PAGINA 22 VAN 122

Deel II Verslag van Bevindingen

PAGINA 23 VAN 122

Armoedebeleid en schuldhulpverlening in de BUCH-gemeenten Onderzoek voor de Rekenkamercommissie BUCH-gemeenten

Monique Stavenuiter Marlinda van der Hoff Micky Out Andrew Britt

Utrecht, november 2021

PAGINA 24 VAN 122

Inhoudsopgave 1 Inleiding................................................................................................................................ 26 1.1 Achtergrond ..................................................................................................................................... 26 1.2 Onderzoeksvragen ........................................................................................................................... 28 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 29 2 Beleid: armoede en schulden ................................................................................................. 31 2.1 Beleid rond armoede en schulden ................................................................................................... 31 2.2 Beleidsbevoegdheden van de vier gemeenten................................................................................ 45 2.3 Samenvatting ................................................................................................................................... 45 3 Uitvoering van het beleid ......................................................................................................

47 3.1 Vertaling beleid naar uitvoering ...................................................................................................... 48 3.2 Doeltreffendheid ............................................................................................................................. 53 3.3 Doelmatigheid.................................................................................................................................. 63 3.4 Samenvatting ................................................................................................................................... 69 4 Ervaringen met de dienstverlening en de ondersteuning ........................................................ 71 4.1 Toegankelijkheid van en voorlichting over de dienstverlening ....................................................... 72 4.2 Ervaringen met de behandeling van ondersteuningsvragen ........................................................... 74 4.3 Ervaringen met de ondersteuning bij armoede en schulden .......................................................... 77 4.4 Samenvatting ................................................................................................................................... 84 5 Rol van en ervaringen met de gemeenteraden .......................................................................

86 5.1 Rol van de gemeenteraden .............................................................................................................. 86 5.2 Informatievoorziening aan de raad en monitoring.......................................................................... 90 5.3 Samenvatting ................................................................................................................................... 91 Bijlage 1 Normenkader ...................................................................................................................... 92 Bijlage 2 Onderzoeksaanpak .............................................................................................................. 94 Bijlage 3 Kaarten spreiding Sociale Teams ........................................................................................ 102 Bijlage 4 Route voor inwoners met een ondersteuningsvraag ........................................................... 104

PAGINA 25 VAN 122

1

Inleiding

1.1 Achtergrond In Nederland hebben ongeveer een miljoen mensen te maken met armoede: zij wonen in een huishouden met een inkomen onder het zogeheten ‘niet-veel-maar-toereikend budget’. Wanneer we rekening houden met de afbetalingen van schulden, ligt dit aantal nóg hoger. Achter de cijfers zit vaak veel menselijk leed. Bepaalde doelgroepen hebben een bovengemiddeld risico op armoede, met name mensen in de bijstand, waaronder kinderen (met name uit grote gezinnen), eenoudergezinnen, alleenstaanden tot 65 jaar, Nederlanders met een migratieachtergrond en ouderen (vanaf 65 jaar).4 Ook zelfstandigen hebben een bovengemiddeld risico op armoede (zij hebben grotere inkomensfluctuaties), en daarnaast zijn er werkende armen onder werknemers (voornamelijk met lage uurlonen en/of weinig werkuren).5

De armoede van nu is heel anders dan de armoede van vroeger, of de armoede in minder ontwikkelde landen. We hebben nu andere normen voor minimaal noodzakelijke uitgaven dan bijvoorbeeld vijftig jaar geleden: denk bijvoorbeeld aan telefoon, televisie, internet, kleding of persoonlijke verzorging. Daarnaast heeft de maatschappij zich getransformeerd in een ‘consumptiemaatschappij’; mensen zijn steeds vaker en heviger in aanraking gekomen met verleidingen om te consumeren (bijvoorbeeld via aanbiedingen en reclames, ook in winkels zelf). Tegelijkertijd is het steeds makkelijker geworden om schulden te maken (bijvoorbeeld door spullen op afbetaling te kopen). Er wordt in deze maatschappij een groot beroep gedaan op het vermogen om verleidingen te weerstaan. Voor veel mensen is dit echter niet gemakkelijk; consumptiegedrag heeft een belangrijke rol bij het ontstaan van financiële problemen.6

Armoedebeleid en schuldhulpverlening zijn in veel gemeenten lastige dossiers. De doelgroepen zijn divers, regelingen zijn complex, en mensen ervaren (nog steeds) schaamte, waardoor het gemeenten niet altijd lukt om mensen met armoede en schulden te bereiken en hen passende ondersteuning te bieden. Daarnaast zijn er allerlei exogene factoren die de omvang van de armoede- en schuldenproblematiek in gemeenten beïnvloeden, en waar gemeenten niet of nauwelijks invloed op kunnen uitoefenen. Zo is er de lokale context: elke gemeente heeft een andere bevolkingssamenstelling, en ook de werkgelegenheid verschilt per regio. Ook zaken als de conjunctuur en de krapte op de woningmarkt spelen een rol. Recent kwam hier de coronacrisis bij, die een grote invloed heeft gehad op de levens van mensen, ook op financieel gebied.

Beleidscontext In 2015 vonden er decentralisaties plaats: met de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Participatiewet kregen gemeenten extra verantwoordelijkheden binnen het sociaal domein. Met deze stelselwijzigingen werd beoogd dat gemeenten hun inwoners sneller en beter konden helpen bij hun zorgof ondersteuningsvragen, en dat zij een samenhangend en integraal beleid konden voeren bij de zorg en ondersteuning aan kwetsbare groepen. Het komt namelijk vaak voor dat mensen meerdere problemen

4 SCP (2019). Armoede in kaart: 2019. 5 CPB & SCP (2020). Kansrijk armoedebeleid. 6 WRR (2017). Weten is nog geen doen.

PAGINA 26 VAN 122

hebben die verschillende wetten of beleidsdomeinen raken. Dat kan ook gelden voor armoede en schulden: inwoners met financiële problemen kunnen ook andere ondersteuningsvragen hebben, bijvoorbeeld op gebied van Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) of wonen. In de praktijk zijn gemeenten vanaf 2015 gaan werken met sociale teams of wijkteams, waar inwoners terecht kunnen bij allerlei vragen en problemen – bijvoorbeeld op het gebied van zorg en welzijn, jeugd en gezin, en wonen, werken en inkomen.

Om inwoners te behoeden van armoede en armoede-effecten, kunnen zij gebruik maken van minimaregelingen. De vormgeving en uitvoering van minimaregelingen ligt bij gemeenten. Onder minimaregelingen vallen verschillende zaken. Landelijk is bepaald dat inwoners met een laag inkomen gebruik kunnen maken van bijzondere bijstand wanneer zij te maken hebben met onvoorziene, noodzakelijke uitgaven; dit is vastgelegd in de Participatiewet (vóór 2015 de Wet werk en bijstand).7 Aanvullend kunnen gemeenten ook kiezen voor andere soorten vergoedingen voor mensen met een laag inkomen. Bijvoorbeeld om ze beter in staat te stellen in hun levensonderhoud te voorzien, of om mee te kunnen doen in de samenleving (participatie). Gemeenten kunnen in hun beleid bijzondere bijstand opnemen dat deze typen minimaregelingen vanuit de bijzondere bijstand worden gefinancierd. Ook kunnen mensen met een laag inkomen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Sinds de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in 2012 zijn gemeenten verantwoordelijk voor schuldhulpverlening. In een schuldhulptraject worden alle schulden geïnventariseerd en wordt er een voorstel aan de schuldeisers gedaan voor het aflossen van een bepaald percentage van het schuldbedrag, waarna (na 3 jaar) het restantbedrag wordt kwijtgescholden. Gemeenten kunnen de schuldhulpverlening zelf vormgeven. Zo kunnen gemeenten zich ook inzetten voor (betere) preventie en signalering van schulden, en kunnen zij begeleiding inzetten voor mensen met schulden. Sinds enkele jaren zet het Rijk zich in om mensen met problematische schulden beter te helpen. Hiervoor kwam het Rijk in 2018 met een actieplan brede schuldenaanpak. Op 1 januari 2021 werd de Wgs gewijzigd. Woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars moeten een melding doen bij gemeenten wanneer zij zien dat hun klanten hun rekeningen niet betalen (en wanneer het met hun eigen inspanningen niet lukt om de betalingsachterstanden op te lossen).

Ambtelijke samenwerking BUCH-gemeenten De Rekenkamercommissie BUCH heeft besloten om een onderzoek te laten uitvoeren naar het armoedebeleid en de schuldhulpverlening in de vier BUCH-gemeenten (Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo). Sinds 2017 werkt de werkorganisatie De BUCH als gezamenlijke ambtelijke organisatie, ook wel bedrijfsvoeringorganisatie genoemd, voor de vier betreffende gemeenten. Deze ambtelijke samenwerking is veel breder dan alleen maar bedrijfsvoering. Ook beleid wordt hier voorbereid en, na besluit, wordt het beleid vertaald naar uitvoering. En soms ook uitgevoerd. Hierbij is gekozen voor een gemeenschappelijke regeling. De werkorganisatie De BUCH is een publiekrechtelijke rechtspersoon op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen.8 Bij het opstellen van het BUCH-brede beleidskader, bestaande uit het integraal beleidskader sociaal domein (2016-2018), het actieplan minimabeleid en financiële 7 Ook individuele inkomenstoeslag en individuele studietoeslag voor studenten met een medische beperking vallen hieronder. 8 De bedrijfsvoeringsorganisatie is genaamd Werkorganisatie BUCH, Art 8 lid 3 GRW BUCH. Het is een PIOFACH wat wil zeggen dat alle relevante

bedrijfsvoeringselementen gebundeld zijn.

PAGINA 27 VAN 122

zelfredzaamheid (2018-2021) en het beleidsplan schuldhulpverlening (2018-2021) heeft de werkorganisatie het voortouw genomen, samen met de bestuurders van de gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraden hebben het integraal beleidskader sociaal domein en het beleidsplan schuldhulpverlening vastgesteld. Het actieplan is door de colleges vastgesteld.

De BUCH-gemeenten hebben in het najaar van 2021 besloten over de opbouw, inrichting en aansturing van een nieuw te vormen regionale uitvoeringsorganisatie voor de Participatiewet en direct daarmee samenhangende uitvoeringstaken. De gemeenteraden van Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo zijn akkoord gegaan met de vorming van een nieuwe regionale uitvoeringsorganisatie. In dit nieuwe Participatiebedrijf (Sociale Onderneming Regio Alkmaar) gaan de vier BUCH-gemeenten samenwerken met Alkmaar, Heerhugowaard en Langedijk. De portefeuillehouders hebben ermee ingestemd dat ook de bijzondere bijstand en de schuldhulpverlening in de toekomst zullen worden overgeheveld naar het op te richten regionale Participatiebedrijf. In het voorstel staat dat er, t.a.v. armoedebeleid en schuldhulpverlening, sprake zal zijn van uitvoering in mandaat. Dit betekent dat de individuele gemeenten (politiek) verantwoordelijk blijven voor het beleid en de uitvoering. Ook de frontoffice of toegang tot ondersteuning blijft op lokaal niveau uitgevoerd en georganiseerd worden. Het is de bedoeling dat de programmabudgetten voor schuldhulpverlening en minimabeleid op termijn overgaan in de nieuwe regionale uitvoeringsorganisatie. Ook wordt er eenmalig een transitiebudget ter beschikking gesteld voor de opbouw en implementatie van het Participatiebedrijf (voor een periode 3 jaar).

1.2 Onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag luidt: Op welke wijze kunnen de vier BUCH-gemeenten en de BUCH werkorganisatie de armoede- en schuldenproblematiek effectiever en efficiënter aanpakken?

We hebben de bijbehorende deelvragen ingedeeld in drie categorieën.

Beleid 1 Welk beleid voeren de vier BUCH-gemeenten met betrekking tot armoede en schuldhulpverlening? a Welke doelen heeft de gemeente zich gesteld? Zijn deze doelen concreet/SMART geformuleerd? b Is het beleid doelgroep- of regelinggericht? c Op welke wijze is samenhang aangebracht met aanpalende terreinen, zoals de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo? d Welk beleid wordt gevoerd ten aanzien van het niet-gebruik van regelingen? e Is er naast bestrijding van armoede en schulden ook sprake van preventie en nazorg, en hoe is dat vormgegeven? f Op welke wijze is de budgettaire sturing georganiseerd? g Is reeds aanvullend armoedebeleid geformuleerd ten aanzien van de verwachte gevolgen van de coronacrisis? 2 In welke mate wordt gebruik gemaakt van de beleidsbevoegdheden van de vier afzonderlijke gemeenten? 3 Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen in het beleid tussen de BUCH-gemeenten?

PAGINA 28 VAN 122

Uitvoering 4 Hoe vertaalt het beleid zich naar de uitvoering?

5

6

7 8

9

a Welke invloed heeft het werken met vier gemeenten en één werkorganisatie op de uitvoering? b Op welke punten is de uitvoering van het armoedebeleid en de schuldhulpverlening van de vier BUCH-gemeenten verschillend? c Welke invloed heeft de coronacrisis op de armoede- en schuldenproblematiek en op de uitvoering van het beleid? Is de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek doeltreffend? a In hoeverre, en op welke manier, dragen de ingezette activiteiten bij aan het behalen van de beoogde doelen? h Wat zijn de resultaten van de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek? i Welke invloed heeft het werken met vier gemeenten en één werkorganisatie op de doeltreffendheid? Is de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek doelmatig? a Hoe verhouden de inspanningen/administratieve lasten/kosten zich tot de mate van doelbereiking? b Welke invloed heeft het werken met vier gemeenten en één werkorganisatie op de doelmatigheid? Hoe ervaren de belanghebbenden de gemeentelijke voorzieningen? a Op welke punten is de waardering van de belanghebbenden in de vier gemeenten verschillend? In hoeverre zijn, in de uitvoering, de randvoorwaarden voor een succesvol armoedebeleid en schuldhulpverlening aanwezig, in de zin dat de gemeentelijke voorzieningen aansluiten op de hulpvragen en wensen van de inwoners? Wat kan er nog meer worden gedaan om de problematische situatie van de

belanghebbenden te verlichten of op te lossen? a Welke lessen kunnen de vier gemeenten van elkaar leren?

Rol van de raden 10 Zijn de raden actief in het stellen van kaders en het controleren van de uitvoering? a Hoe en in welke vorm bereikt de informatievoorziening van de (keten)partners de raden? b Wordt de informatievoorziening door de raadsleden voldoende geacht? Zo niet, welke verbeteringen zijn gewenst? c Is de rol van de raden overwegend passief geweest (ontvanger van informatie, periodieke evaluaties en voorstellen), of hebben de raden ook actief gebruik gemaakt van de hen ter beschikking staande middelen (verzoek om informatie, moties, amendementen, e.d.)? 11 Hoe wordt de inzet van de gemeente en de gemeenteraden ervaren door de belanghebbenden?

1.3 Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd: ● In hoofdstuk 2 beschrijven we het beleid van de BUCH-gemeenten op het gebied van armoede en schulden, en gaan we in op de overeenkomsten en eventuele verschillen tussen de gemeenten. ● In de hoofdstuk 3 behandelen we de uitvoering van het beleid. We besteden daarbij aandacht aan de acties van de BUCH-gemeenten en aan de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid. ● In hoofdstuk 4 staan de ervaringen van bestuurders, beleidsmedewerkers, raadsleden, professionals en inwoners over de dienstverlening en ondersteuning op gebied van armoede en schulden centraal.

PAGINA 29 VAN 122

●

In hoofdstuk 5 beschrijven we de inzet van en ervaringen met de gemeenteraden.

In de hoofdstukken geven we steeds antwoord op de onderzoeksvragen die we in paragraaf 1.2 hebben geformuleerd. In de hoofdstukken geven we ook aan in hoeverre aan het door de Rekenkamercommissie vastgestelde normenkader wordt voldaan die bij de betreffende vragen zijn geformuleerd. Het gehele normenkader is te vinden in bijlage 1. Een beschrijving van de onderzoekaanpak, de gebruikte bronnen en een overzicht van de geïnterviewden is opgenomen in bijlage 2. Bijlage 3 laat in kaarten de spreiding zien van de Sociale Teams over de BUCH-gemeenten en bijlage 4 geeft inzicht in de ‘route’ voor inwoners met een ondersteuningsvraag die zich melden bij de zogenoemde frontoffice.

PAGINA 30 VAN 122

2

Beleid: armoede en schulden

In dit hoofdstuk beschrijven we het beleid van de BUCH-gemeenten rond armoede en schulden. We gaan in op de uitgangspunten en doelen van het beleid van de BUCH-gemeenten ten aanzien van armoede en schulden, zoals te vinden in de beleidsdocumenten. De vier BUCH-gemeenten hebben de uitvoering van het beleid grotendeels overgedragen aan de BUCH-werkorganisatie. Veel van het beleid is daarom BUCH breed beleid. We bespreken dit beleid aan de hand van de subvragen bij onderzoeksvraag 1 (beleid) en vraag 3 (overeenkomsten en verschillen in het beleid van de gemeenten). In de laatste paragraaf gaan we in op de beleidsbevoegdheden van de vier afzonderlijke gemeenten en in hoeverre dit heeft geleid tot verschillen tussen de gemeenten (vraag 2 en deels vraag 3).

1. Welk beleid voeren de vier BUCH-gemeenten met betrekking tot armoede en schuldhulpverlening? a Welke doelen heeft de gemeente zich gesteld? Zijn deze doelen concreet/SMART geformuleerd? b Is het beleid doelgroep- of regelinggericht? c Op welke wijze is samenhang aangebracht met aanpalende terreinen, zoals de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo? d Welk beleid wordt gevoerd ten aanzien van het niet-gebruik van regelingen? e Is er naast bestrijding van armoede en schulden ook sprake van preventie en nazorg, en hoe is dat vormgegeven? f Op welke wijze is de budgettaire sturing georganiseerd? g Is reeds aanvullend armoedebeleid geformuleerd ten aanzien van de verwachte gevolgen van de coronacrisis? 2 In welke mate wordt gebruik gemaakt van de beleidsbevoegdheden van de vier afzonderlijke gemeenten? 3 Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen in het beleid tussen de BUCH-gemeenten?

Niet alle vragen zijn te verbinden aan een norm of indicator. Bij vraag 1 hebben we in het normenkader (zie voor het complete normenkader bijlage 1) de onderstaande normen geformuleerd. Waar relevant komen deze terug in dit hoofdstuk.

1.a. Welke doelen heeft de gemeente zich gesteld? 1.e. Is er naast bestrijding van armoede en schulden ook sprake van preventie en nazorg, en hoe is dat vormgegeven?

De doelen zijn concreet/SMART geformuleerd. Er is (ook) sprake van preventie en nazorg.

2.1 Beleid rond armoede en schulden De uitgangspunten van het beleid rond armoede en schulden sluiten nauw aan op de eerder ontwikkelde visie op het sociaal domein. Deze is in 2016 in het Integraal beleidskader sociaal domein uitgewerkt. Dit gebeurde in de aanloop naar de ambtelijke fusie van de BUCH-gemeenten per 1 januari 2017.

PAGINA 31 VAN 122

In het Integraal beleidskader sociaal domein (2016-2018) hebben de BUCH-gemeenten de volgende visie en missie geformuleerd: Visie sociaal domein Uitgangspunten voor de ontwikkeling van nieuw beleid binnen het sociaal domein: 1. Zelfredzaamheid en eigen regie 2. Preventie en vroegsignalering 3. Integraal werken en maatwerk 4. Ruimte aan maatschappelijke initiatieven 5. Experimenteren Missie sociaal domein “We zetten in op een samenleving waarin het welzijn van onze inwoners centraal staat en waarin inwoners zich bij elkaar betrokken voelen. Daar waar nodig faciliteert de gemeente dat inwoners ondersteuning vinden/krijgen, zodat zij zoveel mogelijk zelfredzaam worden of blijven en eigen regie kunnen voeren over hun leven.” Bron: Integraal beleidskader sociaal domein 2016-2018

2.1.1 Doelen In deze paragraaf gaan we in op de vraag welke doelen de gemeenten zichzelf hebben gesteld rondom armoede en schulden en of deze SMART zijn geformuleerd. Voor het ontwikkelen van gezamenlijk beleid rond armoede en schulden hebben de BUCH-gemeenten een gezamenlijk Actieplan minimabeleid en financiële zelfredzaamheid (2018-2021) en een gezamenlijk Beleidsplan schuldhulpverlening (2018-2021) opgesteld. In het actieplan en het beleidsplan hebben de BUCH-gemeenten de doelen met betrekking tot armoede en schuldhulpverlening geformuleerd.

Actieplan minimabeleid en financiële zelfredzaamheid 2018-2021 Het college heeft de volgende doelstellingen binnen dit actieplan: 1 We zien het hebben van een betaalde baan als de beste oplossing bij het aanpakken of voorkomen van armoedeproblemen. a. Inwoners worden gestimuleerd en ondersteund bij het vinden van een betaalde baan. 2 Vanuit de ambitie dat zoveel mogelijk inwoners mee kunnen doen in onze gemeente willen we voorkomen dat inwoners niet kunnen participeren door armoede of sociale uitsluiting. a. Minder inwoners ervaren financiële drempels om deel te nemen aan sociaalmaatschappelijke activiteiten. Daarbij richten we ons in het bijzonder op (gezinnen met) kinderen tot 18 jaar, ouderen en inwoners met hoge zorgkosten. b. Onze ondersteuning bestaat uit een integrale aanpak van armoede en het bieden van maatwerk: armoede hangt bijna altijd samen met problemen op andere leefgebieden. De ondersteuning of oplossing verschilt per persoon. c. We werken intensief samen met relevante (maatschappelijke) partners aan onze gezamenlijke doelen. 3 We ondersteunen inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium bij financiële vragen zodat (op termijn) inwoners in minder grote financiële problemen komen.

PAGINA 32 VAN 122

a. Inwoners weten bij wie ze terecht kunnen met vragen over financiën en we zorgen voor toegankelijke informatie hierover. b. Er is niet alleen ondersteuning voor inwoners met zware financiële problemen maar ook een aanbod gericht op preventie en vroegsignalering. Hierbij hebben wij speciale aandacht voor jongeren in de overgang van 18- naar 18+, laaggeletterden, vergunninghouders, inwoners met een beperking en inwoners met een laag inkomen. 4 We bieden ondersteuning aan inwoners die (tijdelijk) niet financieel zelfredzaam zijn. a. We organiseren laagdrempelige en toegankelijke minimaregelingen en schuldhulpverlening. b. De ondersteuning is effectief, efficiënt en wordt snel ingezet. c. We zorgen voor een zo groot mogelijk bereik en gaan niet-gebruik tegen. d. Er zijn geen wachttijden voor hulpvragers met problematische schulden of in crisissituaties.

Beleidsplan schuldhulpverlening 2018-20219 De gemeente stelt zich tot doel om: ● hulp zo dicht mogelijk bij de inwoner aan te bieden; ● te zoeken naar oplossingen die het meest passend en minst ingrijpend zijn voor de inwoner; niet alleen oog te hebben voor de financiële problemen, maar ook voor de onderliggende sociaalmaatschappelijke problemen. ● inwoners in een eerder stadium te bereiken. Als dit slaagt, daalt mogelijk het gemiddelde schuldbedrag van onze inwoners; ● de communicatie naar inwoners en maatschappelijke partners te verbeteren; ● inwoners en maatschappelijke partners periodiek te informeren over de mogelijkheden en ontwikkelingen van schuldhulpverlening en de inkomensondersteunende maatregelen inzichtelijk te maken. ● inwoners bewust te maken van de risico’s en gevolgen van het hebben of maken van schulden bijvoorbeeld via een cursus of workshop; ● (middelbare) scholen voorlichting aan te bieden waarbij bijvoorbeeld op een interactieve manier over geldzaken gesproken wordt en jongeren zich meer bewust worden over omgaan met geld.

De gemeente stelt zich tot doel om (werk)afspraken te hebben met verschillende partijen met als doel: ● vroegsignalering en verwijzing naar schuldhulpverlening; ● inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven te betrekken bij het signaleren van schulden; ● het waar mogelijk voorkomen van woninguitzettingen en beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water; ● het verbeteren van de samenwerking tussen schuldeisers en schuldhulpverlening; ● het terugdringen van het aantal wanbetalers en het afsluiten van minnelijke schuldregelingen te bevorderen; ● kennisdeling en het gezamenlijk oppakken van initiatieven. De gemeente stelt zich tot doel om iedereen die zich meldt voor hulp zo snel mogelijk een intakegesprek te bieden. We streven ernaar om in een crisissituatie de inwoner uiterlijk de dag na de

9 Een geactualiseerd beleidsplan wordt begin 2022 vastgesteld.

PAGINA 33 VAN 122

melding te spreken. Voor andere situaties geldt dat wij ernaar streven om in 90% van de gevallen binnen 5 werkdagen na de melding contact te leggen met de inwoner met als doel het maken van een afspraak voor een intakegesprek. De gemeente stelt zich tot doel om: ● schuldhulpverlening in te zetten als de situatie van de inwoner stabiel is en een schuldregeling kans van slagen heeft; ● 80% van de gestarte schuldregelingstrajecten met een positief resultaat af te sluiten; ● ondersteuning en nazorg te organiseren om het slagingspercentage te verhogen en het recidivepercentage te verlagen. Een positief resultaat is gerealiseerd wanneer een dwangakkoord is goedgekeurd, een Wsnp-verklaring is afgegeven of als een schuldbemiddelingstraject wordt gestart.

We kunnen de doelen indelen naar twee typen. Aan de ene kant de strategische of langere termijndoelen die de gemeenten voor ogen hebben, en aan de andere kant de operationele doelen die uitdrukking geven aan de inzet van de gemeenten en eventuele andere partijen.10 De doelen in het Actieplan minimabeleid en financiële zelfredzaamheid zijn niet SMART geformuleerd. Het was de bedoeling dat dit actieplan zou worden gemonitord aan de hand van een implementatieplan met SMART geformuleerde doelen. Dit laatste is niet gebeurd. De gemeente Bergen heeft in samenwerking met Stimulansz een eigen actie-agenda opgesteld, getiteld Op weg naar een schuldenvrij Bergen (zie voetnoot 8).

In het Beleidsplan schuldhulpverlening zijn de doelen (deels) wel SMART geformuleerd. Zo streven de BUCH-gemeenten er bijvoorbeeld naar om in 90% van de gevallen binnen 5 werkdagen na de melding contact te leggen met de inwoner met als doel het maken van een afspraak voor een intakegesprek. Ook willen de gemeenten 80% van de gestarte schuldregelingstrajecten met een positief resultaat afsluiten.

Om in het volgende hoofdstuk toch enige uitspraken te kunnen doen over de uitvoering van het beleid, hebben we op basis van de beleidstukken de volgende doelstellingen onderscheiden: ●

● ●

Toegankelijkheid. De inkomensondersteunende maatregelen en in de mogelijkheden voor hulp bij financiën en schulden zijn laagdrempelig en toegankelijk voor inwoners. Inwoners weten waar ze terecht kunnen met vragen over financiën. Bereik en tegengaan niet-gebruik. Het bereik van minimaregelingen en schuldhulpverlening is zo groot mogelijk. Kwaliteit uitvoering. Betrokken professionals in de uitvoering hebben inzicht in de inkomensondersteunende maatregelen en in de mogelijkheden voor hulp bij financiën en schulden.

10 Zie ook: https://www.kcwj.nl/kennisbank/integraal-afwegingskader-beleid-en-regelgeving/4-wat-het-doel/42-niveaus-

van?cookie=yes.1611248117807587987152

PAGINA 34 VAN 122

●

Ondersteuning bij en vroegsignalering van armoede en schulden. Betrokken professionals in de uitvoering herkennen (signalen van) armoede en schulden bij inwoners en verwijzen ze door op de afgesproken manier.

De gemeente Bergen heeft, in opdracht van de gemeenteraad, samen met betrokken partijen (waaronder de raad, maatschappelijke organisaties en inwoners) concrete doelen en acties opgesteld op het gebied van armoede en schulden. Deze exercitie leidde tot de actie-agenda Op weg naar een schuldenvrij Bergen, gepubliceerd in 2020.11 In de actie-agenda staan zes pijlers centraal met bijbehorende concrete doelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen doelen op de korte termijn (2020-2021) en doelen op de langere termijn (2022-2023). Ook is per doel aangegeven welke partij het betreffende doel oppakt.

Norm: De doelen zijn concreet/SMART geformuleerd. De doelen van het BUCH-brede beleid zijn in algemene termen geformuleerd en weinig tot niet gespecificeerd en SMART geformuleerd. De actie-agenda Op weg naar een schuldenvrij Bergen (2020) bevat wél strategische en operationele doelen die SMART zijn geformuleerd.

2.1.2 Regelingen en doelgroepen Het armoedebeleid is gericht op minimahuishoudens12. Ook is er aandacht voor enkele specifieke groepen. In deze paragraaf geven we eerst een overzicht van de verschillende regelingen en bijbehorende voorzieningen voor minimahuishoudens. Daarna gaan we in op regelingen voor schuldhulpverlening. Tot slot benoemen we een aantal regelingen voor specifieke (doel)groepen.

Regelingen en voorzieningen voor minima Minimahuishoudens en kunnen op basis van de beleidsregels (aanvullende) inkomensondersteuning krijgen via de gemeente. In de tabel hieronder is te zien om welke regelingen en voorzieningen het gaat.13 (Ex)-zelfstandig ondernemers kunnen naast de bestaande regelingen voor minimahuishoudens, onder voorwaarden gebruik maken van bbz en IAOZ.

Doelgroep Minimahuishoudens

Vanuit welke regeling of wet Bijzondere bijstand vanuit de Participatiewet.

Voorziening Minimaregelingen: • Collectieve ziektekostenverzekering • Individuele inkomenstoeslag • Jeugdfonds Sport & Cultuur • •

Individuele studietoeslag Bijzondere bijstand overig

11 De overige gemeenten hadden onvoldoende budget om hierbij aan te sluiten, maar werden wel op de hoogte gebracht van uitkomsten en

ontwikkelingen. Zie: https://www.stimulansz.nl/wp-content/uploads/2020/11/Actie-agenda-schuldenvrij-Bergen-publieksversie-003.pdf 12 Dit zijn huishoudens met een inkomen tot een bedrag dat nét boven de bijstandsnorm ligt. Zij hebben bijvoorbeeld een inkomen tot 110% of 120% van de bijstandsnorm. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke grens zij hanteren. 13 De bulk van de inkomensondersteuning aan inwoners betreft het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Dat is geen onderwerp van dit onderzoek; dit onderzoek is gericht op inkomensondersteuning vanuit armoedebeleid.

PAGINA 35 VAN 122

(Ex-)zelfstandig ondernemers14

Besluit kwijtscheldingsregels (of andere naam) Besluit bijstandverlening voor zelfstandigen (Bbz) Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ)

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen •

Bbz-uitkering

•

IOAZ-uitkering

Hieronder lichten we de verschillende voorzieningen toe. Minimaregelingen (bijzondere bijstand) De inkomensondersteuning vanuit de minimaregelingen wordt betaald vanuit de bijzondere bijstand. De BUCH-gemeenten kennen de volgende regelingen: ● Collectieve ziektekostenverzekering. De BUCH-gemeenten vinden een goede en betaalbare zorgverzekering belangrijk voor iedereen, ook voor inwoners met een laag inkomen. Ter preventie van zorgmijding om financiële redenen, bieden de gemeenten een bijdrage aan de premie van de aanvullende ziektekostenverzekering voor inwoners met een laag inkomen. De BUCH-gemeenten bieden een collectieve ziektekostenverzekering via Univé aan (zowel basisverzekering als aanvullende verzekering).15 ●

●

●

Individuele inkomenstoeslag. Uitgangspunt van de bijstand is dat met de van toepassing zijnde bijstandsnorm kan worden voorzien in de algemene kosten van het bestaan. De reserveringsruimte is te krap voor iemand die langdurig moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. De individuele inkomenstoeslag is er om dit reserveringsgebrek te compenseren. De toeslag is niet bestemd voor bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende toeslag, die voor de ontvanger vrij besteedbaar is. Eén van de voorwaarden is dat er geen sprake is van uitzicht op inkomensverbetering. Jeugdfonds Sport & Cultuur. De BUCH-gemeenten zijn aangesloten bij dit landelijke fonds om kinderen uit gezinnen met een laag inkomen de mogelijkheid te bieden om te sporten of deel te nemen aan culturele activiteiten. Dit draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van kinderen op diverse gebieden. Per kind is er eenmalig 800 euro beschikbaar voor zwemlessen. Daarnaast is er, bij de keuze voor sport, per kind per jaar 225 euro beschikbaar voor contributie en eventueel sportkleding/sportattributen. Bij de keuze voor cultuur is er per kind per jaar 425 euro beschikbaar voor contributie en eventueel attributen. Daarnaast kunnen inwoners bijzondere bijstand aanvragen in het kader van (maatschappelijke) participatie.

Bij de eerste drie regelingen zijn de inhoud, de bedragen en de inkomens- en vermogensgrenzen uniform binnen de BUCH. De inkomensgrens ligt hier op 120% van de bijstandsnorm.

14 Het betreft landelijke regelingen. 15 Bergen, Castricum en Heiloo boden de collectieve ziektekostenverzekering via Univé al vanaf 2006 aan. In het kader van harmoniseren

minimabeleid heeft ook het college van Uitgeest in 2017 ingestemd met de collectieve ziektekostenverzekering via Univé. Dit kon per 1 januari 2018 worden ingevoerd.

PAGINA 36 VAN 122

Daarnaast kunnen inwoners in uitzonderlijke situaties bijzondere bijstand aanvragen voor tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten (zoals kosten voor woninginrichting of verhuiskosten). Voor sommige regelingen kunnen de inhoud, bedragen, inkomens- en vermogensgrenzen en de wijze van uitbetaling (in geld of in natura), verschillen per gemeente. In het kader staan enkele voorbeelden.16

Bijzondere bijstand: verschillen tussen gemeenten De BUCH-gemeenten hebben een zogeheten computerregeling voor minimahuishoudens met minderjarige kinderen. In Bergen en Uitgeest is het maximale bedrag per huishouden €600, in Castricum is dit €750, in Heiloo is dit €535. In Castricum geldt tevens dat er minstens één kind op het voortgezet onderwijs moet zitten; in Uitgeest geldt de regeling alleen voor (gezinnen met) een minderjarig kind dat op het mbo zit. En waar in Castricum de inkomensgrens ligt op 110% van de bijstandsnorm, is dit in Bergen, Uitgeest en Heiloo 120% van de bijstandsnorm.

De BUCH-gemeenten hebben ook een zogeheten meedoenregeling, gericht op de (maatschappelijke) participatie van kinderen en volwassenen. Ook hier zijn de inhoud, bedragen en inkomens- en vermogensgrenzen verschillend. Zo kunnen inwoners met één of meerdere kinderen binnen het basisonderwijs financiële tegemoetkoming krijgen voor schoolkosten (waaronder ook excursies), maar de maximale bedragen zijn per gemeente verschillend.

Een ander voorbeeld is de tegemoetkoming voor de Nationale Bioscoopbon voor huishoudens met minderjarige kinderen. Dit wordt wel geboden aan gezinnen in Bergen en Heiloo, maar niet in Uitgeest en Castricum. Verder worden deze kosten in Heiloo in natura uitbetaald (de inwoners ontvangen de Nationale Bioscoopbon); in Bergen krijgen de inwoners, na het leveren van bewijsstukken, het geld uitgekeerd.

Tijdens het onderzoek hebben we niet kunnen vaststellen dat er per se een inhoudelijke onderbouwing is voor de (nog) kleine verschillen tussen de gemeenten m.b.t. de bijzondere bijstand. De vraag is dan ook of het wenselijk is dat deze (kleine) verschillen blijven bestaan. Het zorgt voor extra werk voor de uitvoering, en voor onduidelijkheid bij inwoners. Aan inwoners is het moeilijk uit te leggen waarom bijvoorbeeld de maximale vergoeding voor een computer voor een minimahuishouden met minderjarige kinderen verschilt per gemeente. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Inwoners met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Om te bepalen of iemand in aanmerking komt, wordt gekeken naar iemands vermogen en betalingscapaciteit. Voor het vaststellen van de betalingscapaciteit wordt gebruik gemaakt van landelijk bepaalde normbedragen, die mede afhankelijk zijn van iemands huishoudsituatie en leeftijd. Er zijn geen verschillen tussen de vier BUCH-gemeenten.

16 De voorbeelden zijn gebaseerd op de situatie vóór november 2021. In november 2021 zijn de regelingen geactualiseerd.

PAGINA 37 VAN 122

Wél zijn er kleine verschillen tussen de gemeenten in de heffingssoorten waarvoor kwijtschelding mogelijk is. Hiervoor wordt de volgende inhoudelijke onderbouwing gegeven: ● Afvalstoffenheffing is er bij alle vier de BUCH-gemeenten; bij Uitgeest, Castricum en Heiloo geldt een maximum van 8 ledigingen, of tot een maximum van 52 inworpen bij gebruik van verzamelcontainers (bij hoogbouw). In Bergen is dat niet mogelijk, omdat er geen registratiesysteem is voor de inzameling van afval. ● Alleen in Castricum is (op verzoek van de gemeenteraad) kwijtschelding mogelijk voor leges voor de identiteitskaart en leges voor het thuisbezorgen van een reisdocument als dat niet op het gemeentehuis kan.

Bbz-uitkering en IOAZ-uitkering Zelfstandigen kunnen in verschillende situaties een bijstandsuitkering aanvragen. Wanneer zelfstandigen financiële problemen hebben of zullen krijgen, en niet voldoende inkomsten hebben om van te leven, kunnen zij maximaal 12 maanden een Bbz-uitkering krijgen.

De regels rond de Bbz-uitkering zijn conform het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz); de regels rond de IOAZ-uitkering zijn conform de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (Wet IOAZ). Het betreft landelijke regelingen. Inhoudelijk zijn er dan ook geen verschillen tussen de BUCH-gemeenten inzake de Bbz-uitkering en de IOAZ-uitkering. Maar voor het krijgen van ondersteuning verschilt het waar zelfstandigen terecht moeten. In Bergen, Castricum en Heiloo geldt dat zelfstandigen contact moeten opnemen met het Zelfstandigenloket van Halte Werk.17 De gemeente Uitgeest werkt samen met het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK). Zelfstandigen uit Uitgeest moeten met deze organisatie contact opnemen voor ondersteuning.

Schuldhulpverlening De schuldhulpverlening is belegd bij de BUCH-werkorganisatie en wordt uitgevoerd door schuldhulpverlener Sociaal.nl Schuldsanering B.V., die gemandateerd is om de schuldhulpverlening uit te voeren namens de gemeenten.18 De schuldhulpverlening bestaat uit de volgende voorzieningen:

Budgetbeheer Budgetbeheer is een voorziening waarvan vrijwillig gebruik gemaakt kan worden om mensen te helpen en te ondersteunen bij het beheren van hun financiën. Budgetbeheer kan ingezet worden als preventiemiddel om (problematische) schulden te voorkomen. Ook als er geen sprake is van schulden, maar inwoners het lastig vinden om rekeningen op tijd te betalen en inkomen juist te beheren, kan budgetbeheer een passende oplossing zijn. Daarnaast kan budgetbeheer ook ingezet worden als extra financiële ondersteuning tijdens of na afloop van een schuldhulpverleningstraject of Wsnp-traject.

17 Het Zelfstandigenloket van Halte Werk is een samenwerkingsverband van 12 gemeenten in Noord-Holland, waaronder Bergen, Castricum en

Heiloo. 18 Een cliënt kan eventueel bij de gemeente bezwaar maken tegen een besluit van Sociaal.nl. Dit geldt niet voor de Wsnp; als iemand niet wordt

toegelaten tot de Wsnp kan de persoon bezwaar maken bij de Raad voor Rechtsbijstand.

PAGINA 38 VAN 122

Minnelijke schuldsanering De minnelijke schuldsanering is een traject waarbij natuurlijke personen geholpen worden om financiële schulden af te lossen (saneren). De schuldhulpverlening is op basis van vrijwillige medewerking van schuldeisers. Om in aanmerking te komen voor een schuldregeling moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn onder andere het niet maken van nieuwe schulden, het tijdig betalen van de vaste lasten en zich zoveel mogelijk inzetten voor de aflossing van de schulden. Als alle schuldeisers akkoord gaan met het voorstel ter finale kwijting en de schuldenaar voldoet drie jaar lang aan alle voorwaarden van de schuldhulpverlening dan wordt het restant van de schulden kwijtgescholden na verloop van deze termijn. Wanneer de schuldeisers niet akkoord gaan met het voorstel ter finale kwijting dan kan er een dwangakkoord worden opgesteld of kan een aanvraag voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) bij de rechtbank worden ingediend. Schulden die door één of meerdere van de schuldeisers betwist worden, kunnen een obstakel vormen in het minnelijk traject. De schuldhulpverlener kan dan een verzoek neerleggen bij de rechter om de ‘dwarsliggende’ schuldeiser(s) te dwingen akkoord te gaan met de voorgestelde betalingsregeling. Dit wordt een dwangakkoord genoemd.

Beschermingsbewind Beschermingsbewind wordt uitgesproken door de rechter. Door de uitspraak wordt de bevoegdheid over de financiën overgedragen aan een bewindvoerder. Beschermingsbewind is meestal vrijwillig en kan middels een verzoek aan de Rechtbank opgeheven worden als de noodzaak niet meer bestaat. Een beschermingsbewindvoerder brengt de administratie van de cliënt weer op orde. Belangrijke taken zijn het beheer van inkomsten en vermogen, die op een speciale beheerrekening komen te staan, het betalen van vaste lasten en het leefgeld. Naast het voeren van de administratie worden de belastingzaken geregeld, verzekeringen afgesloten, eventuele schulden opgelost en inkomenstoeslagen aangevraagd. Over het geheel legt de beschermingsbewindvoerder verantwoording af aan de cliënt en aan de rechter.

Wsnp De Wsnp is een wettelijke regeling die is bedoeld voor degenen die niet tot een oplossing met schuldeisers zijn gekomen door middel van een minnelijke schuldregeling. De wettelijke schuldsanering duurt in beginsel drie jaar. Indien de rechtbank na verloop van die drie jaar oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt hem de zogenoemde schone lei gegeven. De schone lei betekent dat de schulden die bestonden op het moment dat de Wsnp is uitgesproken niet langer afdwingbaar zijn en dus niet meer betaald hoeven te worden. Wordt de schone lei niet gegeven, dan blijven de schulden bestaan. Schuldenaren kunnen een beroep op de bijzonder bijstand voor de betaling van de Wsnp-bewindvoerder.

Thuisadministratie Inwoners kunnen ook worden verwezen naar laagdrempelige ondersteuning van een vrijwilliger van een maatschappelijke organisatie, die bijvoorbeeld helpt met administratie of financiën, of die een inwoner helpt met het regelen van alle papieren voor schuldhulpverlening. Vrijwilligers van Stichting Welzijn bieden ‘thuisadministratie’ aan, gericht op (simpele) administratieve handelingen. Hiervoor werkt Stichting Welzijn ook samen met Socius en MEE & de Wering.

PAGINA 39 VAN 122

Toegang tot schuldhulpverlening Een inwoner kan zichzelf direct aanmelden voor schuldhulpverlening bij Sociaal.nl, via professionals van de gemeente of netwerkpartners, of via het inloopspreekuur geldzaken. Nadat Sociaal.nl een intakegesprek met de inwoner heeft gehad, maakt Sociaal.nl een plan van aanpak en stuurt deze op naar de gemeente.

Om te voorkómen dat beschermingsbewind nodig is – wat een ingrijpend instrument is voor inwoners– hebben de BUCH-gemeenten besloten om budgetbeheer (toegang hiertoe en vergoeding ervan) onder te brengen in de bijzondere bijstand. Inwoners kunnen via een aanvraag voor bijzondere bijstand gebruik maken van budgetbeheer (en bijbehorende begeleiding). In 2019 hebben de gemeenten Bergen en Castricum echter besloten om budgetbeheer als onderdeel van de schuldhulpverlening (preventie en nazorg) onder te brengen in de beleidsregels Sociaal domein.19 Hiermee is budgetbeheer voor alle inwoners in Bergen en Castricum vrij toegankelijk geworden (zonder eigen bijdrage); er is geen sprake meer van een inkomens- of vermogenstoets.

Ook is de toegang tot brede schuldhulpverlening voor ex-zelfstandig ondernemers in Bergen en Castricum verruimd. Wanneer zij door financiële problemen de belastingaangifte(n) (omzet- en/of inkomstenbelasting) niet op orde kunnen brengen, kunnen zij – na een indicatie van het Sociaal Team of Sociaal.nl – een eenmalige tegemoetkoming van maximaal 500 euro ontvangen, zodat zij in aanmerking kunnen komen voor schuldhulpverlening.

In Uitgeest en Heiloo valt budgetbeheer wel onder de (beleidsregels voor) bijzondere bijstand, en is de toegang tot de brede schuldhulpverlening voor ex-zelfstandig ondernemers (nog) niet verruimd. Deze gemeenten houden de (toekomstige) ervaringen met deze wijzigingen in Bergen en Castricum in de gaten, om op een later moment een besluit te nemen voor de eigen gemeente.

Specifieke groepen Het armoedebeleid van de BUCH-gemeenten richt zich op minimahuishoudens en middels het Jeugdfonds Sport & Cultuur is er aandacht voor gezinnen met (inwonende en minderjarige) kinderen. Andere specifieke groepen zijn jongeren, vergunninghouders, alleenstaande ouders, (ex-)zelfstandig ondernemers, ouderen (in Bergen) en werkende armen (in Castricum). Jongeren De BUCH-gemeenten stellen in de beleidsdocumenten dat zij aandacht hebben voor jongeren en daarbinnen met risicogroepen, waaronder jongeren die gebruik maken van jeugdzorg en jongeren die de premie van de zorgverzekering niet (tijdig) betalen). Er zijn, voor zover bekend, geen concrete acties geformuleerd of uitgevoerd. Wel hebben een aantal jongeren uit de BUCH-gemeenten in 2018 deelgenomen aan het project Speaking Minds. Hierbij gaven de jongeren advies over wat jongeren die met armoede te maken hebben, nodig hebben om te kunnen meedoen in de maatschappij, en hoe jongeren geïnformeerd willen worden.

19 Met name in hoofdstuk 8 over schuldhulpverlening.

PAGINA 40 VAN 122

Bergen: aandacht voor ouderen In de gemeente Bergen wonen relatief veel ouderen. De gemeente wil, in het kader van preventie en vroegsignalering, daarom specifiek aandacht besteden aan deze groep. In de actie-agenda Op weg naar een schuldenvrij Bergen (2020) zijn acties opgenomen die gericht zijn op vroegsignalering van financiële problemen bij ouderen, en het informeren van ouderen over regelingen en voorzieningen.

Castricum: aandacht voor werkende armen Vergeleken met de andere gemeenten, is er in de gemeente Castricum relatief veel aandacht voor werkende armen. Dit vloeide voort uit een opdracht van de gemeenteraad. De gemeente Castricum heeft in 2020 een onderzoek laten uitvoeren naar de inkomensondersteunende regelingen van de gemeente en het bereik ervan.20

2.1.3 Samenhang met het sociaal domein (P-wet, Jeugdwet en Wmo) De uitgangspunten van het beleid rond armoede en schulden sluiten aan op de visie op het sociaal domein, die in een integraal beleidskader voor het sociaal domein is uitgewerkt. Uit het Integraal beleidskader sociaal domein 2016-2018 staan een aantal elementen die betrekking hebben op de beleidsterreinen armoede en schulden: ● Vergroten van de (financiële) zelfredzaamheid en beroep op eigen verantwoordelijkheid. Het versterken van de (financiële) zelfredzaamheid van de inwoner, uitgaande van diens eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden, staat centraal. Bij schuldhulpverlening wordt een beroep gedaan op de motivatie en eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. ● Preventie en vroegsignalering. Er is niet alleen ondersteuning voor inwoners met zware financiële problemen, maar ook aanbod gericht op preventie en vroegsignalering. Door inwoners met (dreigende) financiële problemen tijdig in beeld te hebben, kan er zo snel mogelijk passende ondersteuning geboden worden en komen inwoners (op termijn) in minder grote financiële problemen. Dit gebeurt middels het preventieteam en het inloopspreekuurgeldzaken.21 ● Integrale aanpak en maatwerk. Er wordt uitgegaan van een integrale aanpak, met oog voor alle leefdomeinen.

Professionals die zich bezig houden met armoede en schulden, hebben niet alleen oog voor de financiële problemen, maar ook voor onderliggende problemen zoals psychische problemen, verslaving of laaggeletterdheid. Deze zaken kunnen immers een rol spelen bij (het ontstaan van) financiële problemen. En bij inwoners met hulpvragen op andere leefdomeinen, wordt ook gekeken naar eventuele financiële problemen. ● Samenwerking. De gemeenten werken samen met maatschappelijke partners. Dit heeft meerdere functies: (a) kennisdeling en het gezamenlijk oppakken van initiatieven – en waar mogelijk gebruik maken van bestaand (lokaal) aanbod dat minder ingrijpend is voor inwoners; (b) het (beter) signaleren van schulden en verwijzen van inwoners – ook om zaken als woninguitzetting of beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water te voorkómen; en (c) het verbeteren van de samenwerking tussen schuldeisers en schuldhulpverlening.

20 Zie: J. Nuyten & K. van Nuland (2020). Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid. Een onderzoek naar de armoedeval in gemeente

Castricum. Utrecht: Stimulansz. 21 Zie het Actieplan Bergen en het geactualiseerd Beleidsplan schuldhulpverlening.

PAGINA 41 VAN 122

●

Laagdrempelig en toegankelijk aanbod. Er wordt gezocht naar ondersteuning die het meest passend, het minst ingrijpend, en zo dicht mogelijk bij de inwoner is. Verder weten inwoners waar ze terecht kunnen met vragen over financiën; er is toegankelijke informatie beschikbaar over de mogelijkheden.

Het integrale beleidskader voor het sociaal domein van de BUCH-gemeenten vormt ook de basis voor het armoede- en schuldenbeleid. De samenhang met andere terreinen binnen het sociaal domein is gelegen in het uitgangspunt van een integrale aanpak, waarbij professionals oog hebben voor alle leefdomeinen. Zo hebben bijvoorbeeld professionals die zich bezig houden met armoede en schulden, niet alleen oog voor de financiële problemen, maar ook voor bijvoorbeeld psychische problemen, verslaving of laaggeletterdheid. Omgekeerd wordt bij inwoners met hulpvragen op andere leefdomeinen, ook gekeken naar eventuele financiële problemen.

2.1.4 Beleid voor het niet-gebruik van regelingen In het Actieplan minimabeleid en financiële zelfstandigheid wordt niet-gebruik van regelingen als volgt benoemd: “We zorgen voor een zo groot mogelijk bereik en gaan niet-gebruik tegen”. De BUCHgemeenten willen niet-gebruik tegengaan door voorlichting en informatievoorzieningen over inkomensondersteunende regelingen en schuldhulpverlening. In het Actieplan staat dit als volgt verwoord: 1. We intensiveren de voorlichting over inkomensondersteunende voorzieningen en schuldhulpverlening door goede en actuele informatie op de gemeentelijke website, de sociale kaart, de gemeentelijke pagina, facebook, twitter, et cetera en we delen dit met scholen, sportverenigingen, maatschappelijke partners. 2. We ontwikkelen een folder met een overzicht van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen, schuldhulpverlening en de uitvoerende organisaties en verspreiden deze op voor de doelgroep toegankelijke plaatsen. 3. Wij onderzoeken op welke wijze we jongeren kunnen betrekken bij de beleidskeuzes over verstrekkingen voor deze doelgroep (experiment). Daarnaast zijn er een aantal specifieke acties voor de uitvoering benoemd om niet-gebruik te verkleinen: ● Inwoners die in de bijstand komen, krijgen informatie mee over de mogelijkheden voor ondersteuning vanuit de gemeente, het Sociaal Team en maatschappelijke partners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4709/documents/34706