A17.b Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH.pdf
Tekst van het document
Wat wilden we bereiken? Heiloo - Versnellen woningbouw Doel (indicator)
Tijd (indicator)
Geld (indicator)
Gerealiseerd (toelichting) De uitvoering van het versnellen van de woningbouw in Heiloo is conform planning uitgevoerd.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
34
Paragrafen Paragraaf 1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De BUCH acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Niet alleen voor de eigen bedrijfsvoering en continuïteit maar vooral ook voor de eigenaren van de BUCH, de deelnemende gemeenten. Vanwege de aard van de gemeenschappelijke regeling en vanwege de koepelvrijstelling is het voor de gemeenschappelijke regeling niet mogelijk om resultaat te maken en daarmee zelf enig weerstandsvermogen op te bouwen. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Om inzicht in de risico’s van de BUCH te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het benodigde weerstandsvermogen berekend. Dit benodigde weerstandsvermogen wordt vervolgens op basis van de verdeelsleutel verdeeld onder de deelnemende gemeenten. Risicoprofiel Om de risico's van de BUCH in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem) waarmee risico's systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld.
Op basis van de meest actuele gegevens (situatie Q1 2025) kan het volgende overzicht worden verstrekt voor de Jaarrekening 2024: Omschrijving
Bedrag € 3.850.000
Totaal grote risico's
€ 800.000
Overige risico's
€ 4.650.000
Totaal alle risico's
Specificatie van de risico’s In de tabel op de volgende pagina vindt u een specificatie van de belangrijkste risico’s. Wij beperken ons hierin tot financiële risico’s die alleen op De BUCH van toepassing zijn.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
35
Tabel 1 Risico Risico nr
Gevolgen
Kans
Financieel gevolg
Invloed
R321
Een (of meer) van de vier gemeenten treedt Financieel - Het ontvlechten van een van de vier uit de BUCH. gemeenten betekent dat processen, systemen, archivering en huisvesting uit elkaar gehaald moet worden.
50% max.€ 1.000.000 27.62%
R339
Loonontwikkelingen vallen hoger uit dan meegenomen indexatie
Financieel - De CAO heeft een korte looptijd (gemiddeld 2 jaar), onderhandelingen lopen nog. Gezien de hoogte van de loonsom heeft een afwijkend percentage een flinke impact vandaar dat de impact wordt ingeschat op € 500.000,-
60% max.€ 500.000
R318
De privacy wordt geschonden, datalekken, digitale spionage
Financieel - Als gevolg van verschillende situaties kunnen de privacyregels geschonden worden. Op het schenden van privacyregels staan hoge boetes. De maximale boete is € 1.000.000, Imago - Als gevolg van verschillende situaties kunnen de privacyregels geschonden worden. Op het schenden van privacyregels staan hoge boetes. De maximale boete is € 1.000.000
30% max.€ 1.000.000 16.46%
R508
Inzet van ambtelijk apparaat, bestrijding, vergoeding en claims na een ramp, pandemie of calamiteit
Financieel - Sinds het voorjaar 2020 is er sprake van een pandemie als gevolg van het coronavirus. Hoewel het virus inmiddels aardig onder controle is is het niet uit te sluiten dat ook in de toekomst de gemeente op enig moment hiermee opnieuw te maken krijgt. Daarnaast hebben gemeenten sinds het voorjaar 2022 te maken met de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Ook is het niet uit te sluiten dat door andere oorlogen in de toekomst een rol toegewezen krijgen. Naast pandemie en oorlog is ook een natuurramp op enig moment niet uit te sluiten. Voor dergelijke niet voorziene en niet beïnvloedbare ontwikkelingen neemt de werkorganisatie een risico op.
50% max.€ 500.000
13.76%
R316
Projecten lopen uit de planning en gaan meer kosten dan vooraf is begroot
Financieel - Complexiteit van de ICT (o.a. harmonisatie) is groter dan verwacht waardoor projecten uit de planning lopen en meer gaan kosten dan vooraf is begroot. Hogere kosten bij I&A zelf (licenties, onderhoud dubbel, extra inhuur etc.) en personele efficiëncy wordt later ingeboekt.
50% max.€ 250.000
6.90%
R315
Hogere kosten bij vervanging bij ziekteverzuim of vacatureruimte
Financieel - Door langdurige afwezigheid van personeel moet ingehuurd worden.Bij langdurig ziekteverzuim gaat WIA traject in met mogelijke WGA lasten wat drukt op de WHK gedifferentieerde premie
50% max.€ 250.000
6.88%
R263
(On)bewust niet voldoen aan de aanbestedingsregels
Financieel - De aanbesteding wordt ongeldig verklaard en zal opnieuw moeten gebeuren., Imago De aanbesteding wordt ongeldig verklaard en zal opnieuw moeten gebeuren.
90% max.€ 100.000
4.96%
R340
Medewerkers worden ten onrechte ontslagen
Financieel - Indien een medewerker ten onrechte ontslagen zou worden en dat ontslag wordt aangevochten bestaat de kans dat alsnog een vergoeding moet worden betaald. Momenteel spelen er geen concrete cases, maar het blijft een risico voor de toekomst
50% max.€ 100.000
2.78%
R507
Inflatie die hoger is dan gehanteerde indexatie
Financieel - Het inflatiecijfer waarmee in het budget gerekend wordt, wordt overgenomen van het CPB. Hoewel gebleken is dat dit een betrouwbare methode is, kan een afwijking voorkomen. Aangezien de inflatie na een periode van heftige stijgingen weer redelijk stabiel (laag). Gezien de omvang van het budget is derhalve voor een maximum bedrag van € 100.000 gekozen
30% max.€ 100.000
1.66%
R337
Verstoring van de ICT omgeving; wat de beschikbaarheid van de IT-omgeving aantast, waardoor de continuïteit van de bedrijfsvoerings- en dienstverleningsprocessen in het geding is
Financieel - Door de grote afhankelijkheid van ICT staan processen en medewerkers 'stil' bij een verstoring van de ICT-omgeving. Ook zullen veelal specialisten ingeschakeld moeten worden om de storing te verhelpen
30% max.€ 50.000
0.83%
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
36
16.47%
Weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico's, de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstands-capaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Om het weerstandsvermogen te kunnen waarderen is in samenwerking met de Universiteit Twente een normtabel ontwikkeld. Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. Deze simulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 4.650.000,- zie vorige pagina) ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de simulatie volgt, uitgaande van een zekerheidspercentage van 90%, dat de benodigde weerstandscapaciteit € 1.597.000,- bedraagt. Dit bedrag wordt op basis van de verdeelsleutel verdeeld onder de deelnemende gemeenten. De benodigde weerstandscapaciteit ligt wat lager dan in 2023 (€ 1.792.000). Dit is gevolg van een herbeoordeling van de risico’s, kans en inschatting en nieuwe risico’s ten opzichte van 2023, waaronder het aanpassen van de financiering Oekraïne, en de complexiteit van ICT.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
37
Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
A
> 2.0
Betekenis Uitstekend
B
1.4 - 2.0
Ruim voldoende
C
1.0 - 1.4
Voldoende
D
0.8 - 1.0
Matig
E
0.6 - 0.8
Onvoldoende
F
< 0.6
Ruim onvoldoende
Beschikbare weerstandscapaciteit De aard van de gemeenschappelijke regeling en de koepelvrijstelling maken dat het voor onze gemeenschappelijke regeling niet mogelijk is om zelf weerstandsvermogen op te bouwen. De BUCH heeft geen vrije reserves, geen stille reserves en ook geen onbenutte belastingcapaciteit. De enige mogelijkheid die De BUCH heeft is het in rekening brengen van de kosten bij de deelnemende gemeenten, op het moment dat bepaalde risico's zich voordoen. Onderstaand overzicht geeft weer voor welk deel de deelnemende gemeenten rekening moeten houden in hun weerstandsvermogen, afgerond op hele duizendtallen. Conclusie weerstandscapaciteit Op basis van de normtabel is de eigen weerstandcapaciteit van de werkorganisatie ruim onvoldoende. Daarom is ervoor gekozen om volgens de verdeelsleutel het benodigde weerstandsvermogen bij de deelnemende gemeenten aan te houden (norm is minimaal 1 ). Daarvan uitgaande kent de organisatie een weerstandsnorm van 1 en is daarmee voldoende. Gemeente
Verdeelsleutel
Benodigde weerstandscapaciteit
Bergen
33,34%
€ 532.000
Uitgeest
12,17%
€ 194.000
Castricum
33,54%
€ 536.000
Heiloo
20,95%
€ 335.000
Totaal
100,00%
€ 1.597.000
Financiële kerngetallen Het is verplicht (financiële) kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Naast de kengetallen is een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan leden van het bestuur over de financiële positie van hun gemeenschappelijke regeling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze van de kengetallen heeft geen functie als normeringinstrument in het kader van het financieel toezicht door de Provincie. De invoering van de set van vijf kengetallen is bedoeld om de financiële positie voor leden van het bestuur en voor raadsleden van deelnemende gemeenten inzichtelijker te maken.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
38
Kengetallen Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Begroting
2024
Jaarrekening
1. Netto schuldquote
15,1%
19,1%
2. Solvabiliteitsratio
0,0%
0,0%
3. Structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
4. Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
5. Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
2024
Netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, brengt in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. In 2024 hebben we, conform de verwachting, geen langlopende lening hoeven afsluiten, maar kon worden volstaan door gebruikt te maken van de kredietlimiet bij de BNG. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijk regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Solvabiliteitsratio is nihil: de Werkorganisatie BUCH zal in principe de komende jaren geen eigen vermogen hebben en dus geen buffer tegen onverwachte risico’s. De financiële uitgangspunten voor de gemeenschappelijke regelingen biedt de mogelijkheid om een algemene reserve te vormen tot 2,5% van de omvang van de begroting. Echter vanwege de toepassing van de koepelvrijstelling is het niet toegestaan winst te maken. Dit maakt het voor de werkorganisatie niet mogelijk om een algemene reserve te formeren.
Het kengetal “grondexploitatie” is voor de gemeenschappelijke regeling Werkorganisatie BUCH niet van toepassing aangezien zij als bedrijfsvoeringorganisatie geen grondexploitaties heeft. De structurele exploitatieruimte. Een begroting/jaarrekening waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting/jaarrekening waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De jaarrekening 2024 is structureel in evenwicht. Het kengetal “belastingcapaciteit” is voor de gemeenschappelijke regeling niet van toepassing.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
39
Paragraaf 2 Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeenschappelijke regeling. Dit zijn onder andere risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financieringspositie, het kasbeheer en de informatievoorziening. Financiering De Wet Fido stelt dat de gemeenschappelijke regeling uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kan aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. Eventuele uitzettingen en derivaten moeten een prudent karakter hebben, wat inhoudt dat sprake is van voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico. Meer concreet wordt in de Wet Fido geregeld dat de uitvoering van de treasuryfunctie geschiedt binnen de kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet is een grens die wordt gesteld aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen door de gemeente. Deze limiet beoogt de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen te beheersen en is gesteld op 8,2% van het begrotingstotaal. Met een primitieve begrotingsomvang van ongeveer € 84 miljoen bedroeg de kasgeldlimiet in 2024 circa € 6,9 miljoen. De kasgeldlimiet is in 2024 niet overschreden. Onderstaand de gerapporteerde berekeningen van de onder- en overschrijdingen van de kasgeldlimiet in het boekjaar 2024
Kwartalen
Kasgeldlimiet
1
6.862
Gemiddeld -1.593
netto saldo
Niet benutte 8.455
ruimte
2
6.862
-1.630
8.492
3
6.862
-1.978
8.840
4
6.862
-3.511
10.373
*) -/- betekent een kasoverschrijding
De renterisiconorm stelt een begrenzing aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille en bedraagt maximaal 20% van de begrotingsomvang van het begrotingsjaar. Stijgt de marktrente dan werkt dat door in maximaal 20% van de begrotingsomvang.
Bepaling renterisiconorm
2024
Renterisiconorm
16.737
Afgeloste leningen en renteherziening
0
Ruimte onder rente risiconorm
16.737
De BUCH heeft geen langlopende leningen derhalve is de renterisiconorm nog volledig onbenut zoals bovenstaand overzicht laat zien. Het beleid ten aanzien van treasury is vastgesteld in het Treasurystatuut.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
40
Algemene ontwikkelingen 2024/Rentevisie Voor de tarieven op de geldmarkt (leningen korter dan een jaar) wordt veelal gekeken naar het rentetarief dat banken elkaar onderling berekenen (de Euribor) en voor de kapitaalmarkt (leningen langer dan een jaar) naar de rente op staatsleningen. Over het algemeen geldt dat de rente hoger wordt bij een langere looptijd van de lening. In tegenstelling tot voorgaande jaren zagen we de rentes in 2024 oplopen, zowel voor kasgeldleningen als voor langlopende leningen. In 2024 hebben we geen langlopende leningen hoeven aantrekken. Wel is gebruik gemaakt van kasgeldleningen.
Financieringspositie In 2024 is er geen beroep gedaan op de financiële markt en zijn er geen geldleningen aangetrokken. Ook zijn er geen geldleningen verstrekt. De Werkorganisatie BUCH heeft in 2024 alleen gebruik gemaakt van kasgeldleningen. Omdat er geen sprake is van opgenomen geldleningen, uitzettingen of garantstellingen zijn de volgende overzichten niet in de jaarrekening opgenomen:
Overzicht opgenomen langlopende leningen Overzicht uitzettingen Overzicht garantstellingen Overzicht kredietrisico Overzicht Kredietrisico ten aanzien van borgstelling
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
41
Paragraaf 3 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering Aangezien de Werkorganisatie BUCH een bedrijfsvoeringorganisatie is, verwijzen wij u voor de toelichting over de bedrijfsvoering naar programma bedrijfsvoering. Onderstaand de volgende kengetallen:
Overzicht verplichte indicatoren Bezetting/Fte per
1000 inwoners
2024
eenheid
bron
8,1
aantal per 1.000 inwoners BUCH
BUCH/gemeente
Externe inhuur/kosten als % van totale loonsom
21,4%
%
BUCH
Totale kosten inhuur externen
€ 13.680.736
€
BUCH
Overhead in % van totale kosten
45%
%
BUCH
Per 31 december 2024 is het aantal externen 202. Ten opzichte van de bezetting van 876 (peildatum 31-12, waarbij de formatie 840,45 is) is dat 25,61%. Van belang is hierbij op te merken dat het uitdrukken van inhuur in fte altijd een momentopname betreft en afhankelijk van een aantal factoren als ziekte, vacatures en (grote) projecten. Om die reden is het uitdrukken van de inhuur in een % van de loonsom over een heel jaar gezien een betrouwbaardere indicator. Tegenover de kosten voor inhuur bij ziekte en plustaken staan direct opbrengsten. Bij ziekte zijn dat de opbrengsten uit wazo en ziektewetgeleden en bij de plustaken uit de bijdragen van de gemeenten voor de uitvoering van deze plustaken. De kosten voor inhuur i.v.m. vacatures wordt “gedekt” vanuit de salarisbudgetten van personeel dat nog niet is aangenomen. Dit duurt soms langer dan verwacht in verband met de krapte op de arbeidsmarkt. Rechtmatigheid Verantwoordelijkheid algemeen directeur De algemeen directeur geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de bepalingen vermeld in het normenkader 2024 vastgesteld door het bestuur op 4 maart 2025 In het bestuur van 4 maart 2025 is het controleprotocol vastgesteld met een verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording van 1%. In de paragraaf bedrijfsvoering kan een toelichting worden gegeven over de oorzaken van de geconstateerde onrechtmatigheden, waarbij de rapportagegrens voor het toelichten van geconstateerde onrechtmatigheden in het controleprotocol is vastgesteld op € 50.000,-. In deze toelichting op de rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden wordt de rapportagegrens van € 50.000,- gehanteerd. De toelichting op de onrechtmatigheden bestaat uit een beschrijving van de geconstateerde afwijking, een toelichting op het ontstaan van de afwijking en de vermelding van de actie die wordt ondernomen om afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Conclusie rechtmatigheid 2024 De algemeen directeur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
42
gestelde verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves. Toelichting op de afwijkingen In 2024 is er bij 1 proces sprake van rechtmatigheidsfouten boven de € 50.000: 1. Aanbestedingen: in 12 gevallen is bij de aanbestedingen ten onrechte niet Europees aanbesteed. De totale fout betreft hier € 1.076.013 over de periode 2021-2024; Deze fouten en onduidelijkheden worden hieronder toegelicht. 1. Aanbestedingen In het proces aanbestedingen zijn voor € 1.076.013 aan fouten geconstateerd over de periode 2021-2024. Dit betreffen 12 dossiers waar ten onrechte niet Europees is aanbesteed, waar dat op basis van de aanbestedingsregels wel had gemoeten. Beschrijving fouten Voor 2024 hebben we op de inhuur een totaalcontrole uitgevoerd. Deze controle heeft 12 dossiers aangemerkt als onrechtmatig, waarbij opgemerkt moet worden dat er sprake is van een grote samenhang tussen een aantal dossiers. Naar nu blijkt is het, op basis van de complexe wetgeving van de Europese aanbestedingen, zo dat bij het uitzetten van vergelijkbare functies, deze niet los van elkaar gezien mogen worden maar als één opdracht beschouwd moet worden. Als we de 12 dossiers samenvatten gaat het om de aanbesteding van: • Vergunningverleners (6 dossiers); • Privacy officers (4 dossiers) • Overige functies (2 dossiers).
Hierbij moet opgemerkt worden dat in 6 gevallen het dossiers betreft die ook vorig jaar zijn aangemerkt als onrechtmatig, maar gezien de contractuele verplichtingen deze niet stopgezet konden worden. Oorzaak De oorzaak van de fout ligt voor de meeste dossiers in het aanbesteden per persoon en niet op functie. Binnen de organisatie is wel oog geweest voor deze casussen. Zo zijn er voor de vergunningverleners mantelovereenkomsten die Europees zijn aanbesteed. Echter deze partijen konden niet in alle gevallen leveren als er een uitvraag was. Toen is, naar nu blijkt ten onrechte, overgegaan op een enkelvoudige of meervoudige aanbesteding. Verbeterpunten om deze fouten in de toekomst te voorkomen In 2024 is de inhuurdesk ingericht, waarmee meer grip en centrale sturing op de inhuur is. Hiermee verkleinen we de kans op fouten zoals deze zijn geconstateerd voor 2024.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
43
Paragraaf 4 Oekraïne Toelichting De oorlog in Oekraïne is helaas nog niet voorbij. Per 1 april 2022 hebben de burgemeesters de wettelijke taak en bevoegdheid gekregen om te voorzien in de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. In 2022 heeft dit eerst geresulteerd in de eerste crisisopvang en crisismaartregelen en vanaf september 2022 is de organisatie structureel ingericht voor de duurzame opvang. Voor deze opdracht heeft het college een bestuursopdracht vastgesteld, samen met de andere BUCH-gemeenten voor de uitvoering van deze opgave. Hiervoor hebben de gemeenten gezamenlijk € 2,3 mln. beschikbaar gesteld voor de periode van (Q3 2023 tot Q3 2024) aan de werkorganisatie BUCH voor personele inzet. Deze bestuursopdracht is verlengd tot Q1 2025, hiervoor is € 0,4 mln. gereserveerd. De werkelijke kosten verdeelt de BUCH (op basis van de bestuursopdracht) in overeenstemming met de verdeelsleutel. De financiering van de kosten voor Oekraïne worden voor de BUCH vergoed door de gemeenten. De gemeenten ontvangen daar weer een vergoeding voor vanuit het Rijk. Het adagium van het Rijk is dat de gemeenten er financieel van deze opdracht niet slechter van mogen worden. Er zijn dan ook verschillende financieringsbronnen waar kosten uit vergoed worden. De belangrijkste daarin in de bekostigingsregeling Opvang ontheemden Oekraïne.
In deze regeling is de financiering van de door de gemeenten gemaakte kosten geregeld. De bekostiging bestaat uit verschillende componenten: 1. Een normbedrag van € 61,- per dag per gerealiseerde opvangplek in gemeentelijke opvangvoorziening (GOO). Dit betreffen o.a. de kosten die de gemeenten maken voor de opvangvoorzieningen, het leefgeld voor de ontheemden in die voorziening en de uitvoeringskosten. 2. Mocht het onder 1 genoemde bedrag niet toereikend zijn voor de gemeentelijke opvangvoorzieningen, dan kan de gemeente de werkelijke kosten declareren als deze in betekende mate hoger zijn dat het bedrag als norm; 3. Het uitgekeerde leefgeld voor de ontheemden de ontheemden die bij particulieren opgevangen zijn. Vanaf 2024 geldt deze vergoeding ook voor het uitgekeerde leefgeld voor ontheemden die zijn opgevangen in de gemeentelijke opvang, dit viel in 2022 en 2023 onder het normbedrag; 4. Een normbedrag voor de verzekeringen en buitengewone kosten en de uitvoeringskosten die gemaakt zijn voor de ontheemden die door particulieren zijn opgevangen. Dit normbedrag is op 15 oktober bekend gemaakt en bedraagt € 92,-per maand per geregistreerde persoon aan wie leefgeld Particuliere Opvang Oekraïners (POO) is verstrekt 5. Een vergoeding van de werkelijke gemaakte transitiekosten voor opvang ontheemden in de gemeentelijke opvang. Deze vallen niet onder het normbedrag onder 1.
Hiertoe moet wel eerst een voorstel aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden voorgelegd. De door de BUCH (op basis van de verdeelsleutel doorbelaste) kosten worden bij de gemeenten dus vergoed door het Rijk. Deze regeling geldt tot 31 december 2024 wat de financiering voor heel 2025 nog onzeker maakt.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
44
Op totaalniveau zien wij het volgende beeld: Oekraine Bestuursopdracht
€ 1.565.000
Totale kosten
€ 1.022.000
Saldo
€ 543.000
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
45
Paragraaf 5 Openbaarheid Inleiding De Wet open overheid (hierna: Woo) heeft op 1 mei 2022 de wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Het doel van de Woo is een meer transparante en actief openbaar makende overheid. De Woo verplicht tot steeds meer uit eigen beweging, openbaar maken van documenten. Er geldt ook een inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking voor documenten anders dan de verplichte categorieën. In artikel 3.5 van de Woo is bepaald dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting en verantwoording aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo en dat er maatregelen worden getroffen ten behoeve van het duurzaam toegankelijk maken van digitale documenten. Dit wordt in de Woo de openbaarheidsparagraaf genoemd. Deze wettelijke bepaling is bedoeld om de naleving van de Woo, waaronder de bepalingen over actieve openbaarmaking, te stimuleren. De focus van deze openbaarheidsparagraaf is de beschrijvende en kwalitatieve verantwoording op hoofdlijnen over de activiteiten die zijn uitgevoerd in 2024 per thema: •
Verbetering van de informatiehuishouding;
•
Actieve openbaarmaking;
•
Passieve openbaarmaking.
Verbetering informatiehuishouding Overheidsinformatie moet duurzaam toegankelijk zijn, dat betekent (veilig) vindbaar en bruikbaar op het juiste moment, voor de juiste persoon, zolang als dat nodig en wettelijk toegestaan is. Er mag geen twijfel zijn over de betrouwbaarheid en echtheid ervan, zodat wij ons handelen voor, tijdens en na afloop van het maken en uitvoeren van beleid en wetgeving altijd onderbouwd kunnen verantwoorden. Juiste en toegankelijke informatie is ook nodig voor onze dagelijkse bedrijfsvoering/dienstverlening. Een goede informatiehuishouding is een randvoorwaarde voor een goede informatievoorziening en een noodzakelijk element in onze democratische rechtsstaat. Een goede informatiehuishouding vormt het stevige fundament om een professionele en transparante overheid te kunnen zijn. In 2024 hebben we het volgende gerealiseerd: •
Er is veel aandacht besteed aan het positioneren van archivering ‘by design’ binnen de organisatie. Dat wil zeggen tijdens de inrichting van het systeem de verplichte aspecten van informatiebeheer worden ingeregeld.
•
Als instrument is een door het Nationaal Archief ontwikkeld normenkader in gebruik genomen. Deze biedt belangrijke handvatten om onze informatie in duurzaam toegankelijke staat te brengen en daarvoor de juiste maatregelen te treffen.
•
Tenslotte is een kwaliteitsmethodiek ontworpen die het mogelijk maakt om aan de hand van het nieuwe normenkader het bestaande informatielandschap te beoordelen.
De archiefinspecties hebben dan ook in 2024 geconstateerd dat op verscheidene punten verbeteringen zijn gerealiseerd in het informatiebeheer. Al met al zijn flinke stappen gezet die het mogelijk maken knelpunten in de toegankelijkheid van informatie te identificeren en weg te nemen. Het blijft een uitdaging om ook met het Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
46
nieuwe instrumentarium (normenkader en kwaliteitsmethodiek) de noodzakelijke verbeteringen te realiseren in het complexe informatielandschap en de snelle ontwikkelingen die daarin plaatsvinden. Actieve openbaarmaking Actieve openbaarmaking houdt in dat overheden informatie uit eigen beweging openbaar maken en voor iedereen in de samenleving toegankelijk maken. In 2024 hebben we het volgende gerealiseerd: De implementatie van de Woo wordt bij de vier gemeenten en Werkorganisatie BUCH in drie fasen opgedeeld. De eerste fase van de implementatie Woo is in augustus 2024 afgerond en de tweede fase is in september 2024 van start gegaan. •
In deze periode is de algemene bewustwording over de Woo gestimuleerd bij iedereen die werkzaam is bij de vier gemeenten en Werkorganisatie BUCH. Er zijn Woo-trainingen gegeven en is er een Woo bewustwordingsfilm getoond. Ook het volgen van de interne e-learning “Woo dat zit zo” is gestimuleerd tijdens digitale bijeenkomsten, fysieke vergaderingen en communicatieberichten.
•
De websites van de vier gemeenten en de Werkorganisatie BUCH zijn zodanig aangepast dat het voor inwoners en ondernemers eenvoudig is om een formeel Wooverzoek of een algemeen verzoek om informatie in te dienen.
•
Er zijn technische voorbereidingen getroffen, zodat het openbaar maken van Wooverzoeken mogelijk is op de websites van de vier gemeenten en Werkorganisatie BUCH. De gepubliceerde Woo-verzoeken zijn straks hier te vinden, zodra de actieve openbaarmakingsverplichting inwerking is getreden. Dat was in 2024 nog niet het geval.
•
Tevens is er een tool aangeschaft waarmee de opgevraagde documenten juridisch juist en veilig gelakt kunnen worden.
•
De focus was gericht op het procesmatig voorbereiden van de aankomende verplichte categorieën, namelijk Jaarplannen en jaarverslagen.
Passieve openbaarmaking Onder passieve openbaarmaking wordt verstaan het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek uit de samenleving. Dit noemen we Woo-verzoeken. In 2024 hebben we het volgende gerealiseerd: Eind 2023 is een intern onderzoek gestart ter verbetering van het proces afhandelen van Woo-verzoeken. Op diverse niveaus en met verschillende disciplines is gekeken naar de huidige processtappen tot afhandeling van de Woo-verzoeken en wat nodig is om deze processtappen te verbeteren. Dit interne onderzoek is in 2024 voortgezet. Inmiddels zijn wel al verbeteringen in het proces tot afhandeling van Woo-verzoeken doorgevoerd. Zo is op het niveau van 'kennis en gedrag' een Infographic ontwikkeld en in gebruik genomen welke medewerkers als stappenplan kunnen gebruiken om een verzoek zo goed mogelijk af te kunnen handelen. Ook is vanaf dit jaar het mogelijk voor inwoners om op de webpagina van de gemeente zowel een algemeen verzoek om informatie als een Woo-verzoek digitaal in te dienen. Het formulier op de website helpt de inwoner om een zo concreet mogelijk verzoek in te dienen waardoor afhandeling van dit verzoek soepeler verloopt. Ter ondersteuning van het Wooteam is een samenwerking aangegaan met een extern bureau dat gespecialiseerd is in het
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
47
anonimiseren van documenten. Dit externe bureau helpt de organisatie bij omvangrijke Wooverzoeken waardoor de kwetsbaarheid wordt verminderd en de afhandeling van verzoeken geen onnodige vertraging oploopt. Kwantitatieve cijfers rond Woo-verzoeken specifiek voor de Werkorganisatie BUCH 2024 • Er zijn in 2024 geen Woo-verzoeken of informatieverzoeken bij de Werkorganisatie BUCH ingediend. •
Het aantal Woo-verzoeken in 2024 t.o.v. 2023 is gedaald met 100% (1 Wooverzoeken in 2023).
•
In totaal zijn er 95 Woo verzoeken behandeld voor de vijf bestuursorganen. Dit is een daling van 21% t.o.v. 2023 (121 Woo-verzoeken).
•
De gemiddelde doorlooptijd van alle Woo-verzoeken van de 5 bestuursorganen is 4 weken. Dat is binnen de wettelijke afhandeltermijn.
•
Daarnaast zijn er in totaal 55 informatieverzoeken ingediend.
Algemeen Het BBV stelt gemeentelijke organisaties verplicht om in hun begroting en jaarrekening een aantal paragrafen op te nemen. Voor de Werkorganisatie BUCH Gaat het om de paragrafen weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, bedrijfsvoering, Oekraïne en openbaarheid.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
48
Jaarrekening 2024 De jaarrekening bestaat uit de volgende onderdelen: • Balans •
Toelichting op de balans
•
Niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen
•
Grondslagen voor waarde- en resultaatsbepaling
•
Overzicht baten en lasten
•
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
•
Overzicht Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen
•
Overzicht van baten en lasten per taakveld
•
Analyse begrotingsonrechtmatigheid
•
Controleverklaring accountant
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
49
Balans Balans per 31 december ACTIVA (bedragen x € 1.000)
2024
2023 PASSIVA (bedragen x € 1.000)
Vaste activa
Totaal vaste activa
Voorzieningen 14.341 12.047 Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
3.459 3.275
14.341 12.047
3.459 3.275
14.341 12.047 Totaal vaste passiva
3.459 3.275
Vlottende activa
Vlottende passiva
Uitzettingen met een rentetypische looptijd
Netto-vlottende schulden met een rente-
korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
2023
Vaste passiva
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
2024
typische looptijd korter dan één jaar 1.576 1.555 Banksaldi
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische
Overige schulden
looptijd korter dan een jaar
0 2.041
Overige vorderingen
80
4.868
909
11.110 10.536 15.978 11.445
65
1.656 3.661 Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en Overlopende activa
die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde
uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten
bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
5.727 3.210 gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
1.570 3.475
5.727 3.210 Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
717
723
2.287 4.198
Totaal vlottende activa
7.383 6.871 Totaal vlottende passiva
18.265 15.643
Totaal generaal
21.724 18.918 Totaal generaal
21.724 18.918
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
50
Toelichting op de balans ACTIVA
Vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Omschrijving
Boekwaarde per 31-12-2024
Boekwaarde per 31-12-2023
Investeringen met een economisch nut
14.341
12.047
Totaal
14.341
12.047
De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Omschrijving
Boekwaarde
31-12-2024
Boekwaarde
31-12-2023
Vervoermiddelen
4.776
3.058
Machines, apparaten en installaties
7.492
7.681
Overige materiële vaste activa
2.073
1.308
Totaal
14.341
12.047
Het volgende overzicht geeft het verloop weer van de overige investeringen met een economisch nut gedurende het jaar 2024: Omschrijving
Boekwaarde
Investe-
Desinves-
Afschrij-
Bijdragen
Afwaard-
Boekwaarde
31-12-2023
ringen
teringen
vingen
van derden
deringen
31-12-2024
Vervoermiddelen
3.058
2.248
530
4.776
Machines, apparaten en installaties
7.681
1.156
1.345
7.492
Overige materiële vaste activa
1.308
1.149
384
Totaal
12.047
4.553
0
2.073
2.259
0
0
14.341
De investeringen in totaal per cluster staan in het overzicht hieronder. Omschrijving
Beschikbaar gesteld
krediet
Werkelijk besteed
2024
Cumulatief besteed t/m 2024
Cluster Materieel
3.459
3.201
3.360
Cluster ICT Hardware
2.028
960
1.014
Cluster Facilitair
1.313
392
540
Totaal
6.800
4.553
4.914
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Het saldo ultimo 2024 Vorderingen op openbare lichamen bestaat grotendeels uit doorbelasting van de plustaken aan de BUCH gemeenten. De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder is als volgt gespecificeerd:
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
51
Omschrijving Boekwaarde 31-122024 Vorderingen op openbare lichamen
Voorziening Balanswaarde 31-12- Balanswaarde 31-12oninbaarheid 2024 2023
1.576
1.576
1.555
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
0
0
2.041
Overige vorderingen
80
80
65
1.656
3.661
Totaal
1.656
0
Buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Omschrijving
Kwartaal 1
Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
128
109
71
124
Drempelbedrag
1.674
1.674
1.674
1.674
Ruimte onder drempelbedrag
1.546
1.565
1.603
1.550
0
0
0
0
Overschrijding van het drempelbedrag
Overlopende activa De overlopende activa bestaat grotendeels uit vooruitbetaalde bedragen voor informatie en automatisering en nog te ontvangen bedragen plustaken 2024 BUCH gemeenten. De post overlopende activa kan als volgt worden onderscheiden: Omschrijving
Boekwaarde 31-12- Boekwaarde 31-122024 2023
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
5.727
3.210
Totaal
5.727
3.210
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
52
PASSIVA Vaste passiva Voorzieningen Dit betreft een voorziening voor alle bovenwettelijke verlofuren. De cao 2022 geeft de mogelijkheid tot verlofsparen vanuit het bovenwettelijk verlof. is het toegestaan om verlof te sparen. De commissie BBV heeft aangegeven dat voor alle bovenwettelijk verlof een voorziening getroffen moet worden. Het saldo aan bovenwettelijk verlof was per 31-12-2024 84.278 uur. De voorziening is berekend met een gemiddeld tarief van schaal 8. Het verloop van de voorzieningen in 2024 wordt in het hierna opgenomen overzicht weergegeven. Omschrijving
Boekwaarde 31-12-2023 Toevoeging Vrijval Aanwending Boekwaarde 31-12-2024
Voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening verlof
3.275
184
3.275
184
0
0
3.459
3.275
184
0
0
3.459
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
15.978
11.445
Overlopende passiva
2.287
4.198
Totaal
18.265
15.643
Totaal
3.459
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Omschrijving
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De overige schulden zijn de nog te betalen facturen aan leveranciers ultimo 2024, de afloop is in 2025. De in de balans opgenomen netto-vlottende schulden kunnen als volgt worden weergegeven: Omschrijving
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Banksaldi
4.868
909
Overige schulden
11.110
10.536
Totaal
15.978
11.445
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
53
Overlopende passiva De overlopende passiva bestaat uit nabetalingen salarissen, nog te betalen facturen en afrekening 2024 BUCH gemeenten. De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Omschrijving
Boekwaarde 31- Boekwaarde 3112-2024 12-2023
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
54
1.570
3.475
717
723
2.287
4.198
Niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Leasecontracten per 31 december 2024 Leverancier
Contract
ZorgNed Automatisering
2021094
Datum
31-12-26
einde contract
Totaal bedrag looptijd 268.000
Visma Roxit BV
100496
31-12-27
441.000
Inovim Nederland B.V.
20/08/203v2
31-12-25
95.000
Visma Raet B.V.
10008645
31-12-25
278.000
Centric Netherlands B.V.
111428S37
31-12-25
28.000
Centric Netherlands B.V.
211428S35
31-12-25
37.000
Centric Netherlands B.V.
341428S33
31-12-25
37.000
Centric Netherlands B.V.
391428S36
31-12-25
9.000
Centric Netherlands B.V.
3401428S02
31-12-25
10.000
Centric Netherlands B.V.
4401428S25
31-12-25
84.000
Grondslagen voor waarde- en resultaatbepaling Inleiding Onderstaande samenvatting van de grondslagen van waardering en resultaatbepaling is bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de in deze jaarrekening gepresenteerde financiële gegevens. Verslaggeving Algemeen De jaarrekening 2024 is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Balans Vaste activa Materiële vaste activa Onder de materiële vaste activa zijn opgenomen de investeringen in duurzame bedrijfsmiddelen. De waardering van de materiële vaste activa is gebaseerd op de historische kostprijs of aanschafprijs verminderd met afschrijvingen, eventuele investeringsbijdragen en eventuele beschikkingen over reserves. In het BBV wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut. Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn; investeringen met een maatschappelijk nut zijn wegen, bruggen en dergelijke. Investeringen met economisch nut worden met ingang van 2014 onderverdeeld in investeringen waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven en overige investeringen met een economisch nut.
De GR werkorganisatie De BUCH kent alleen de categorie overige investeringen met een economisch nut. Op de materiële vaste activa wordt lineair afgeschreven. Deze afschrijving is gebaseerd op de verwachte economische levensduur dan wel op de verwachte nuttigheidsduur van het desbetreffende activum. De afschrijvingstermijnen staan vermeld in onderstaande tabel.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
55
Aantal jaren Omschrijving activa Maximaal 15 Bestel-, personen-, en vrachtauto’s en machines Maximaal 15 Telefooninstallaties, kantoormeubilair Maximaal 5 Automatiseringsapparatuur/-programmatuur Maximaal 3 Mobiele devices Vlottende activa Vorderingen De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde, onder aftrek van een voorziening wegens dubieuze debiteuren. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De waardering van de overlopende activa geschiedt tegen de nominale waarde. Vlottende passiva Kortlopende schulden De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn tegen nominale waarde opgenomen. Grondslagen voor de bepaling van het resultaat In de rekening van de gewone dienst worden de baten en lasten van de diverse hoofdfuncties vermeld. De baten en lasten worden opgenomen voor de aan het verslagjaar toe te rekenen bedragen. Conform de voorschriften van het BBV wordt dus het zogenaamde stelsel van baten en lasten gehanteerd. De rubricering van de baten en lasten is eveneens in overeenstemming met het BBV. De begrotingscijfers 2024 zijn ontleend aan de door het bestuur vastgestelde primitieve begroting inclusief de hierop aangebrachte begrotingswijzigingen.
De lasten en de baten worden tegen de nominale waarde toegerekend aan de perioden waarop ze betrekking hebben. Verliezen worden genomen zodra ze voorzienbaar zijn. Winsten worden verantwoord zodra ze gerealiseerd zijn. De afschrijvingslasten worden conform de afschrijvingstermijnen berekend. De investeringen die in de loop van het verslagjaar zijn aangeschaft worden voor wat betreft de berekening van de afschrijvingslasten volledig in aanmerking genomen. De rentelasten worden via de omslagmethode ten laste van de exploitatie gebracht. De rentelasten over de vaste activa worden berekend over de boekwaarde per 1 januari van het verslagjaar. De lasten van de kostenplaatsen zijn op basis van de werkelijke tijdsbesteding ten laste van de diverse beleidstaken gebracht.
Grondslagen personeel Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
56
vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Op grond van een uitspraak van de commissie BBV is wel een voorziening voor de saldi van het bovenwettelijk verlof. Grondslag voor rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening op basis van de Financiële verordening. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de stellige uitspraken van de Commissie BBV in de Kadernota Rechtmatigheid 2023. De commissie BBV geeft via de Kadernota Rechtmatigheid haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording van de decentrale overheden.
In de Kadernota Rechtmatigheid 2023 is aangegeven dat de Rechtmatigheidsverantwoording betrekking heeft op het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Het Normenkader financiële rechtmatigheid 2023 betreft de inventarisatie van de relevante regelgeving voor de jaarlijks rechtmatigheidscontrole door de algemeen directeur ten behoeve van het voorwaardencriterium. Bij deze interne rechtmatigheidscontrole wordt vastgesteld of de baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, voor zover het handelingen betreft waaruit financiële gevolgen voortkomen die in de jaarrekening dienen te worden verantwoord. Op 4 maart 2025 heeft het bestuur het normenkader 2024 vastgesteld, op basis waarvan de interne rechtmatigheidscontrole is uitgevoerd ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2024. Met betrekking tot de begrotingsrechtmatigheid zijn regels opgenomen in de Financiële verordening.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
57
Overzicht van baten en lasten Overzicht recapitulatie financiële gegevens uit de programma's van de programmarekening Gebruikelijk treft u hier een overzicht aan wat een recapitulatie is van de financiële gegevens uit de programma’s van de programmarekening. De begroting van de BUCH kent daarentegen slechts één programma, namelijk het programma bedrijfsvoering. Om die reden treft u hier hetzelfde overzicht aan wat u ook kunt vinden onder het programma.
Lasten x € 1.000
Lasten Begroot voor wijziging
Lasten Begroot wijziging
na
Lasten Werkelijk
Lasten verschil
1 Personeel
66.910
75.651
66.446
9.205
2 Inhuur
2.960
4.749
13.681
-8.932 324
3 Afschrijvingslasten
2.734
2.583
2.259
4 Overige lasten
11.079
14.789
13.834
955
Totaal lasten
83.683
97.772
96.220
1.552
Baten x € 1.000
Lasten Begroot voor wijziging
5 Reguliere bijdragen gemeenten
Lasten Begroot wijziging
na
Lasten Werkelijk
Lasten verschil
83.349
92.486
91.614
6 Bijdrage plustaken gemeenten
238
5.029
3.284
1.745
7 Overige baten
96
257
1.322
-1.065
Totaal baten
83.683
97.772
96.220
1.552
0
0
0
0
Totaal baten min lasten
872
Onderstaand opstelling baten en lasten conform de BBV vereisten: Omschrijving
Primitiev e Begrotin g
Begrotin g na wijziging
Werkelij k
Verschille n
Programma onderdeel
2024
2024
2024
2024
Baten
Lasten
Saldo Baten
Lasten
1a Bedrijfsvoering
304
45.217
- 4.237 44.91 3
47.989
1b Overhead
83.38 0
1c Onvoorzien
0
102
-102
0
100
-100
0
0
0
0 V
100 V
100 V
1d VPB
0
114
-114
0
131
-131
0
141
-141
0 V
-10 N
-10 N
1e Algemene dekkingsmiddele n
0
62
-62
0
22
-22
87
57
30
87 V
-35 N
52 V
83.68 4
83.684
0 97.77 2
97.772
0 96.22 0
96.220
0
- N 1.552
1.552 V
0 V
Totaal programma 1
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
38.189 45.19 93.53 1 5
Saldo Baten Lasten Saldo Bate V/ n N - 3.227 43.75 2
49.530 44.00 92.90 5 6
58
50.679
- N 47.45 1.010 2
45.343 47.56 3
-629 N
Lasten
V/ Sald V/ N o N
-2.690 N
- N 3.700
4.187 V 3.558 V
Toelichting op het overzicht van baten en lasten Algemeen De afwijkingen ten opzichte van de begroting staan toegelicht in het onderdeel Jaarverslag 2024.
Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. In de kadernota rechtmatigheid wordt begrotingsrechtmatigheid omschreven als: Hiervan is sprake als het College van B&W bij de realisatie van doelen en het realiseren van activiteiten de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten of investeringsbudgetten overschrijdt (1), toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door de gemeenteraad zijn vastgesteld (2) en als bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot de begroting niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast (3). Wat niet tijdig concreet betekent wordt bepaald door de ‘spelregels’ tussen de Gemeenteraad en het College van B&W over het informeren en vaststellen van begrotingswijzigingen bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot. Deze spelregels zijn veelal in de financiële verordening art. 212 Gemeentewet opgenomen. Met de controle op de juiste toepassing van het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het bestuur is gerespecteerd. Begrotingsafwijkingen en -overschrijdingen (beleidsmatig en/of financieel) behoeven autorisatie door het bestuur.
In de regel zullen begrotingswijzigingen vooraf aan het bestuur worden voorgelegd ter autorisatie. Hiermee wordt toestemming gevraagd voor het te realiseren beleid en voor de besteding van het benodigde bedrag. Slechts indien de omstandigheden een autorisatie vooraf niet mogelijk maken zal achteraf een begrotingswijziging moeten worden voorgelegd. Indien het bestuur ermee instemt wordt de besteding alsnog geautoriseerd en is deze rechtmatig. Begrotingswijzigingen moeten volgens de Wet Gemeenschappelijke regelingen tijdens het jaar zelf nog aan het bestuur worden voorgelegd. Voor het wijzigen van de begroting dient in veel gevallen ook zienswijzeprocedure te worden gevolgd. De raden van de deelnemende gemeenten hebben dan minimaal 10 weken de tijd om een zienswijze op de door het bestuur voorgestelde wijziging kunnen uitbrengen alvorens het bestuur de wijziging van de begroting gelezen de zienswijzen definitief vaststelt. Effectief houdt dit in dat zaken die de laatste twee maanden van het jaar aan het licht komen, niet in een begrotingswijziging kunnen worden voorgelegd aan het bestuur. Indien een wijziging niet meer in het jaar zelf is voorgelegd is de wijziging strikt genomen onrechtmatig.
In de Financiële verordening Werkorganisatie BUCH zijn de spelregels hieromtrent vastgelegd in artikel 18 lid 4: Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a) Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren; b) Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
59
c) De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage; d) Afwijkingen op de baten die uiterlijk in de jaarrekening zijn toegelicht. In artikel 18 lid 5 staat daarnaast nog: Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheids-verantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Het bestuur stelt de begroting vast op het niveau van programma. Er is maar één programma namelijk programma bedrijfsvoering. De totale lasten en de uitgaven op de investeringskredieten zijn lager dan de begroting, waarmee geen onrechtmatigheid is. De baten zijn voor 98,7% direct gerelateerd aan de uitgaven, waarbij de reguliere bijdrage de sluitpost is van de exploitatie. Hiermee is dus sprake van ”direct gerelateerde baten” aan de lagere uitgaven, welke daarmee niet onrechtmatig kunnen zijn. De overige baten zijn hoger dan begroot. Overzicht aanwending Onvoorzien (conform art. 28 onderdeel b BBV) De post onvoorzien is gedurende 2024 niet gebruikt.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
60
Overzicht Incidentele baten en lasten (conform art. 28 onderdeel c BBV) Onderstaand is de tabel opgenomen met incidentele baten en lasten waarbij de belangrijkste posten (> € 10.000) zijn opgenomen.
Incidentele baten en lasten x € 1.000 Implementatie Omgevingswet Ziektebudget
Begroot lasten 2024
Realisatie lasten 2024
Begroot baten 2024
663.100
271.400
1.663.300
965.800
WAZO opbrengsten
Realisatie Einddatum baten 2024
Toelichting
2024 2022 178.800
302.300
2022
Oekraine
1.864.700
874.000
2023
Corona
1.059.300
1.302.100
2022
Eenmalige cao bijdrage 2022 voor cao 2023
420.000
420.000
2022
Extra formatie beleidsmedewerker verkeer
150.800
150.800
150.800
150.800
2023
Maatwerk incidenteel
Inhuur adviseur wonen en zorg
89.300
89.300
89.300
89.300
2022
Maatwerk incidenteel
Inbesteding afval Bergen per 1 januari 2023
230.000
173.000
230.000
173.000
2022
Maatwerk incidenteel
Energiearmoede
82.000
18.200
82.000
18.200
2023
Maatwerk incidenteel
Extra formatie vergunningen plustaak Bergen
91.900
18.800
91.900
18.800
2023
Maatwerk incidenteel
Juridische kosten ontslag baliemedewerkers
131.000
97.900
2023
Aan- en verkoop verlof 2022
238.000
243.900
2022
Log-4j systeembeheer taken
60.000
76.200
2022
Functioneel beheer overgang Zaffier
125.000
137.500
2022
Extra kosten invoering zaaksysteem
200.000
198.700
2022
Invoeringskosten ICT project Zaffier
62.500
36.600
2022
Extra ondersteuning facilitair
88.000
88.000
2022
Communicatie inzet Samen Sterk en Zaffier
66.000
44.700
2022
Informatiebeheer op orde krijgen (IBT archief)
150.000
96.800
2022
Opbrengsten materieel
20.000
Verlofsaldi Ontslag- en transitievergoedingen Totaal
7.434.900
90.700
2022
2.759.000
2022
700.000
2022
8.762.700
842.800
843.100
Overzicht beoogde respectievelijk gerealiseerde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves (art. 19 BBV) Aan artikel 19 van het BBV is de verplichting toegevoegd dat gemeenschappelijke regelingen een overzicht opnemen van de beoogde respectievelijk gerealiseerde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. De BUCH heeft geen reserves.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
61
Overzicht Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen Algemeen De WNT (Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector) stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De WNT is op 6 december 2011 door de Tweede Kamer aangenomen en is met ingang van 1 januari 2013 in werking getreden. De WNT kent een openbaarmakingsregime en een maximale bezoldigingsnorm (totaal € 233.000 in 2024). In het kader van de WNT zijn wij verplicht om gegevens van aangewezen topfunctionarissen, i.c. de directeuren en de leden van het bestuur te vermelden ook wanneer zij beneden de norm worden betaald. Er zijn geen medewerkers bij de GR BUCH in dienst die de bezoldigingsnorm overschrijden. 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende Bedragen x € 1
T.W. Andriessen
E. Zandstra
Functiegegevens
Algemeen directeur
Algemeen directeur
1/1-31/12
nvt
Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
138.127
Beloningen betaalbaar op termijn
23.219
Subtotaal
161.346
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
233.000
-/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen
0
Totale bezoldiging 2024
161.346
0
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
n.v.t.
n.v.t
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t.
n.v.t
1/10-31/12
1/1-1/10
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
0,90
Dienstbetrekking?
ja
nee
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
32.865
149.275
Beloningen betaalbaar op termijn
5.620
0
Subtotaal
38.485
149.275
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
56.208
149.275
Totale bezoldiging 2023
38.485
149.275
Gegevens 2023 Aanvang en einde functievervulling in 2023
Bezoldiging
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
62
Overzicht baten en lasten taakveld Taakveld Omschrijving taakveld
Bedrag begroot Bedrag werkelijk uitgaven uitgaven
Bedrag begroot inkomsten
Bedrag werkelijk inkomsten
0.1
Bestuur
1.201
1.297
0.2
Burgerzaken
2.609
2.806
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
1.017
1.107
0.4
Overhead
552
253
0.4
Overhead
46.692
42.350
0.5
Treasury
22
57
0.61
OZB woningen
18
20
0.62
OZB niet-woningen
17
18
0.63
Parkeerbelasting
66
72
0.64
Belastingen overig
110
120
0.8
Overige baten en lasten
0
1
0.8
Overige baten en lasten
100
0.9
Vennootschapsbelasting (VpB)
131
141
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
14
15
1.2
Openbare orde en veiligheid
2.004
2.224
174
142
2.1
Verkeer en vervoer
4.881
5.248
161
161
2.2
Parkeren
165
179
2.4
Economische havens en waterwegen
36
39
2.5
Openbaar vervoer
200
219
3.1
Economische ontwikkeling
270
295
3.2
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
11
12
3.3
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
125
137
4.2
Onderwijshuisvesting
200
218
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
132
143
5.1
Sportbeleid en activering
154
168
5.2
Sportaccommodaties
685
743
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
98
106
5.4
Musea
123
134
5.5
Cultureel erfgoed
137
149
161
64
5.6
Media
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
6.1 6.2 6.3
100
93.535
92.906 87
1
51
55
7.558
7.965
180
322
Samenkracht en burgerparticipatie
818
1.028
1.080
590
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
6.519
7.108
47
41
Inkomensregelingen
101
96
6.4
WSW en beschut werk
28
31
6.5
Arbeidsparticipatie
28
31
6.6
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
496
532
6.71a
Hulp bij het huishouden (WMO)
465
504
6.71b
Begeleiding (WMO)
510
495
6.71c
Dagbesteding (WMO)
344
347
6.71d
Overige maatwerkarrangementen (WMO)
208
225
6.72b
Jeugdhulp behandeling
144
156
6.72c
Jeugdhulp dagbesteding
144
156
6.72d
Jeugdhulp zonder verblijf overig
144
156
6.73a
Pleegzorg
131
142
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
63
6.73b
Gezinsgericht
134
146
6.73c
Jeugdhulp met verblijf overig
131
142
6.74a
Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
137
149
6.74b
Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
135
146
6.74c
Gesloten plaatsing
124
135
6.81a
Beschermd wonen (WMO)
14
15
6.82a
Jeugdbescherming
45
49
6.82b
Jeugdreclassering
42
46
7.1
Volksgezondheid
220
239
7.2
Riolering
1.235
1.341
7.3
Afval
5.243
5.659
7.4
Milieubeheer
2.120
1.604
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
8.1
Ruimte en leefomgeving
8.2
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
8.3
Wonen en bouwen
EINDTOTAAL
864
922
2.087
2.253
167
182
28 2.171
1.851
23
23
4
5.615
5.894
140
97.772
96.220
97.772
96.220
Analyse begrotingsonrechtmatigheid Hiervoor is ook reeds per programma, voor de algemene dekkingsmiddelen en investeringskredieten ingegaan op de verschillen tussen de realisatie en de begrotingscijfers voor en na wijziging. Toelichting afwijkingen in het kader van de begrotingsrechtmatigheid Omdat er maar een programma is en een resultaat van € 0 is er geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid.
Rechtmatigheidsverantwoording 2024 Verantwoordelijkheid algemeen directeur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht de algemeen directeur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur op 4 maart 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het bestuur bepaald en bedraagt 1% (maximaal 3) van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
64
is daarmee vastgesteld op € 962.200 De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Bevinding De algemeen directeur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 1.076.013 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 962.200. De geconstateerde afwijkingen betreffen: • Afwijkingen van de Europese aanbestedingswet voor een totaalbedrag van € 1.076.013 In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft de algemeen directeur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
65
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 2024
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
66
Bestuursbesluit Bestuursbesluit Bestuursbesluit Het bestuur van de Werkorganisatie BUCH gezien het voorstel van de directie gelet op artikel 198 van de Gemeentewet; besluit: 1. Het jaarverslag en de jaarrekening 2024 van de Werkorganisatie BUCH vast te stellen. Aldus besloten door het bestuur van de Werkorganisatie BUCH in zijn vergadering van 8 april 2025. de algemeen directeur T. Andriessen
de voorzitter, M. ten Bruggencate
_______________
_______________
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
67
Bijlage Bijlage 1: Verloop begroting Specificatie
Jaarstukken 2024 Werkorganisatie BUCH
68
Omschrijving
Jaar
2017
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Lasten Aanvang BUCH
2017 56.807.000
2e rapportage 2017
2017
subtotaal na 2e rapportage 2017
2017 57.696.000
Totaal lasten begroting 2024