Programmarekening 2020 Gemeente Beesel
Tekst van het document
Regionaal is de eerste tranche / enveloppe aan projecten opgesteld. Nutsbedrijven (voordeel € 33.000) De legesopbrengsten nutsbedrijven zijn incidenteel € 33.000 hoger dan geraamd onder andere als gevolg van onvoorziene extra werkzaamheden (herstel asfaltering) bij onderhoud en aanleg leidingwerk.
Programmarekening 2020
39
Pensioenvoorziening wethouders (nadeel € 100.000) Op basis van de pensioenberekeningen 2020 moeten we op 31 december 2020 € 2.144.000 in de voorziening pensioenen wethouders hebben. Met de pensioenvoorziening dekken we de kosten voor de oudedagsvoorziening van de drie huidige en 12 ex-wethouders of hun weduwe. De gemeente is risicodrager voor de pensioenvoorziening. Dit risico is afhankelijk van de levensverwachting van de deelnemers en de rekenrente. In oktober stellen de pensioenfondsen de rekenrente vast voor de pensioenberekeningen per 31 december. Voor 2020 is dit 0,082%. Dit percentage moet de gemeente gebruiken voor de pensioenberekeningen per 31-12-2020. In de onderstaande tabel geven we een overzicht van het verloop van de pensioenvoorziening over de afgelopen 4 jaren. Bedragen x € 1.000 Rekenrente Stand 1/1 Storting Onttrekking voor dekking ingegaand pensioen Stand 31/12
2017 1,65% 1.790 -36 -57
2018 1,58% 1.697 99 -85
2019 0,29% 1.711 461 -107
2020 0,08% 2.065 186 -107
1.697
1.711
2.065
2.144
Het percentage voor de rekenrente is moeilijk te voorspellen en pas in oktober van het boekjaar bekend. Op begrotingsbasis maken we daarom een inschatting op basis van de beschikbare info. De daling van de rekeningrente van 0,29% (2019) naar 0,082% (2020) hebben we niet voorzien. De benodigde storting 2020 in de voorziening van € 186.000 is daarom € 100.000 hoger dan de raming van € 86.000. Salarissen en inhuur programma 4 (nadeel € 59.000) De salaris- en inhuurkosten in programma 4 zijn € 59.000 hoger dan we hebben geraamd in de begroting 2020. De overschrijding heeft hoofdzakelijk betrekking op de inhuur voor verkeer. De kosten voor salarissen en inhuur voor alle programma's gezamenlijk lopen in de pas met begroting. Onder Overhead geven we een overzicht van de totale salariskosten 2020 in alle programma's.
Programmarekening 2020
40
Algemene Dekkingsmiddelen 5
Algemene dekkingsmiddelen
Primaire begroting 2020
Gewijzigde begroting 2020
Rekening 2020
Afwijking
Afwijking%
Lasten 5.1
Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is
Totaal lasten
159
174
169
5
159
174
169
5
3%
Baten 5.1
Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is
4.091
3.866
3.885
19
5.2
Algemene uitkering
20.572
21.157
21.313
156
5.3
Dividend
310
202
202
0
Totaal baten
24.973
25.225
25.400
175
1%
Totaal voor winstbestemming
24.815
25.052
25.232
180
1%
Toelichting op de afwijkingen Gemeentefonds (€ 156.000 voordeel) In het boekjaar 2020 hebben we in totaal € 21.313.000 ontvangen uit het gemeentefonds. Dit is € 156.000 meer dan geraamd. Middels de decembercirculaire hebben we € 109.000 aan extra middelen ontvangen. Op basis van afrekeningen 2017 t/m 2019 hebben we € 47.000 ontvangen. Via het Gemeentefonds hebben we in 2020 in totaal € 502.000 aan corona steunpakketten ontvangen. Voor een toelichting op de inzet van deze middelen verwijzen we naar paragraaf I Corona.
Programmarekening 2020
41
Overhead 6
Overhead
Primaire begroting 2020
Gewijzigde begroting 2020
Rekening 2020
Afwijking
Afwijking%
Lasten Overhead
6.159
6.621
6.384
237
Totaal lasten
6.159
6.621
6.384
237
Overhead
67
42
61
19
Totaal baten
67
42
61
19
47%
-6.091
-6.579
-6.323
257
4%
4%
Baten
Totaal Toelichting op de afwijkingen >€ 25.000.
Salarissen en inhuur overhead (voordeel € 143.000) Het totaal van de salarissen (incl. inhuur en detacheringen) voor alle programma's gezamenlijk hebben we voor 2020 begroot op € 10.049.000. Dit is na begrotingswijzigingen in de 1e en 2e bestuursrapportage. Op rekeningbasis hebben we € 10.053.000 besteed. De uitgaven voor salarissen voor alle programma's gezamenlijk lopen dus in de pas met de ramingen. In de onderstaande tabel geven we de afwijkingen op programmaniveau. Bedragen x € 1.000
Programma 1, Beleven Programma 2, Samenkracht Programma 3, Fijn wonen en bedrijvig Programma 4, Veilige en dienstverlenende gemeente Overhead Totaal
Begroot 266 2.124 2.847 1.333
Jaarrekening 262 2.230 2.833 1.392
3.479 10.049
3.336 10.053
Afwijking 4 -106 14 -59
% 2% -5% 0% -4%
143 -4
4% 0%
De afwijkingen op programmaniveau zijn het gevolg van andere accenten die we in de loop van 2020 hebben moeten zetten op het gebied van inzet van personeel. Denk daarbij m.n. aan corona. We geven hieronder een toelichting op de belangrijkste afwijkingen Programma 2 In programma 2 hebben we als vervanging van een 4-tal zwangerschappen tijdelijk capaciteit in moeten huren. Hierdoor hebben we de dienstverlening aan de burgers, ook tijdens de coronacrisis kunnen continueren. Programma 4 We hebben extra kosten gemaakt voor de inhuur op verkeer ter vervanging van een zieke medewerker. Daarbij zijn op het beleidsveld verkeer in 2020 grote opgaven geweest waardoor de vervanging van ziekte ook noodzakelijk is gebleken. Programma Overhead In maart 2020 is gestart met de invulling van de (tijdelijke) vacature van inkoopadviseur. Deze werving is vervolgens door Covid-19 on hold gezet. In 2020 is in dat kader Inkoopcentrum zuid diverse keren ad hoc ingezet bij inkooptrajecten. Voor 2020 resteert daarom het budget van € 40.000. De
Programmarekening 2020
42
bijbehorende dekking uit de investeringsreserve van eveneens € 40.000 blijft daarom achterwege. Per saldo is dit budget neutraal. Inmiddels is de functie in het eerste kwartaal van 2021 ingevuld. Daarnaast hebben we diverse incidentele voordelen op de salarissen binnen overhead als gevolg van verschuiving van het accent naar de programma's. I&A (voordeel € 107.000) In 2020 is gestart met de overgang op SAAS/Clouddiensten. Medewerkers zijn voorzien van laptops. Kantoorapplicaties en verschillende vakapplicaties zijn vervangen door de cloudversie. Het team I&A past zich op deze ontwikkeling aan en gaat van 'zelf doen' naar 'regie voeren'. De impact van Corona (thuiswerken) heeft er voor gezorgd, dat dit proces versneld is ingegaan. Het beheer voor onze ICTinfrastructuur en applicaties is dit jaar uitbesteed. Begin 2020 is de invoering Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) 2020 gestart. Het onderdeel business continuïty management (BCM) heeft veel aandacht gekregen. Een belangrijk deel van de I&A-projecten is in januari 2021 afgerond. Hierdoor hebben we voor 2020 een voordeel van € 107.000. Bedrijfsvoering, basis op orde Eind 2020 is het project grotendeels gerealiseerd. Een aantal onderdelen kennen een doorlooptijd tot in 2021. Hiervoor hevelen we het restant budget over naar 2021.
Huisvesting (nadeel € 35.000) De kosten opstalverzekering zijn hoger uitgevallen (€ 23.000), met name door de verzekering van de Greswaren. Verder zijn er onvoorziene elektrotechnische werkzaamheden geweest bij de gebouwelijke aanpassingen op de bestuursgang (€ 12.000). Vervoermiddelen (nadeel € 27.000) Onderhoudskosten gemeentelijke vervoermiddelen en gereedschappen zijn incidenteel en niet voorzien nadelig geweest. (€ 15.000) Restwaarden van niet meer in gebruik zijnde vervoermiddelen zijn afgeschreven wat heeft geleid tot een incidenteel nadeel op kapitaallasten van € 12.000.
Programmarekening 2020
43
Vennootschapsbelasting 7
Vennootschapsbelasting
Primaire begroting 2020
Gewijzigde begroting 2020
Rekening 2020
Afwijking
Afwijking%
Lasten 7.1
Vennootschapsbelasting
0
0
7
-7
0
0
7
-7
0
0
0
0
Totaal baten
0
0
0
0
Totaal voor winstbestemming
0
0
-7
-7
Totaal lasten Baten 7.1
Vennootschapsbelasting
Toelichting op de afwijkingen T.a.v. de vennootschapsbelasting hebben we geen afwijkingen >€ 25.000.
Programmarekening 2020
44
Bedrag voor onvoorzien 8
Bedrag voor onvoorzien
Primaire begroting 2020
Gewijzigde begroting 2020
Rekening 2020
Afwijking
Afwijking%
Lasten 8.1
Onvoorzien
Totaal lasten
100
100
0
100
100
100
0
100
0
0
0
0
0
0
0
0
-100
-100
0
100
100%
Baten 8.1
Onvoorzien
Totaal baten Totaal voor winstbestemming
100%
Toelichting op de afwijkingen Post onvoorzien (voordeel € 100.000) In de begroting 2020 hebben we de post onvoorzien geraamd op € 100.000. We hebben daarbij vastgesteld dat dit bedrag onvoldoende is om financiële tegenvallers op de grotere budgetten op te vangen, daarvoor hebben we onze reserves. De post onvoorzien van € 100.000 geeft de gemeente de financiële ruimte om m.n. in te springen op kansen die zich in de loop van het boekjaar voordoen. In 2020 hebben we geen aanspraak gemaakt op deze post. Dit heeft onder andere te maken met corona. De kosten voor kansen die zich in 2020 voordeden hebben we kunnen dekken uit bestaande budgetten, denk daarbij o.a. aan het budget voor gemeenschapsinitiatieven.
Programmarekening 2020
45
Mutaties Reserves 9
Mutaties reserves
Primaire begroting 2020
Gewijzigde begroting 2020
Rekening 2020
Afwijking
Afwijking%
Lasten Samenkracht
90
974
1.014
-40
Fijn wonen en bedrijvig
0
1.402
1.308
95
Veilige en dienstverlenende gemeente
117
267
267
0
Overhead
300
404
404
0
Totaal lasten
507
3.047
2.993
54
Beleven
303
302
272
-30
Samenkracht
408
1.460
2.729
1.269
Fijn wonen en bedrijvig
517
1.877
1.807
-70
Veilige en dienstverlenende gemeente
233
368
364
-4
Overhead
880
1.401
1.262
-139
Totaal baten
2.342
5.408
6.434
1.026
19%
Totaal voor winstbestemming
1.835
2.361
3.441
1.080
46%
2%
Baten
Toelichting op de afwijkingen Mutaties reserves programma 1 Beleven Budget projecten Beeselse R&T ondernemers (nadeel € 40.000) In de begroting hebben we een budget van € 50.000 opgenomen voor projecten van Beeselse R&T ondernemers dat we dekken vanuit de Investeringsreserve. Omdat we in 2020 slechts één idee van € 10.000 hebben gehonoreerd is ook de dekking vanuit de Investeringsreserve € 40.000 lager dan geraamd. Mutaties reserves programma 2 Samenkracht Inzet reserve Open Einde Regelingen Sociaal domein voor tekorten op Jeugd, Wmo HH en Participatie (voordeel € 1.299.000) In de reserve open einde regelingen sociaal domein resteert na de 2e bestuursrapportage 2020 nog een bedrag van € 1.299.000. Het bedrag in deze reserve zetten we volledig in om de onvoorziene tekorten op Jeugdzorg (ZIN, € 770.000), de uitkeringsregelingen (€ 378.000) en een deel van de tekorten op Wmo HH (€ 151.000) te dekken. De totale tekorten zijn hoger dan het bedrag in de reserve. De resterende tekorten komen ten last van het rekeningsaldo. Bijdrage Veilig Thuis (nadeel € 35.000) Via de septembercirculaire 2020 zijn extra middelen toegevoegd aan de doeluitkering voor de versterking van Veilig Thuis en voor acute crisissituaties.Dit bedrag krijgt de gemeente Venlo vanuit haar rol als Centrumgemeente.
Omdat de extra middelen 2020 bedoeld zijn om gemeenten tegemoet te komen in deze extra kosten, heeft het college BenW van gemeente Venlo in december besloten om deze extra middelen over 2020 volgens de verdeelsleutel jeugdmiddelen 2020 aan de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg beschikbaar te stellen. Wij ontvangen hierdoor eenmalig een bedrag van
Programmarekening 2020
46
€ 35.000. Omdat we de meerkosten 2020 al in de begroting geraamd hadden hebben we hierdoor een incidenteel voordeel. We storten dit bedrag in de reserve transformatie Jeugd, Wmo en Participatiewet zodat we in ieder geval de meerkosten van Veilig thuis 2021 kunnen dekken. Mutaties reserves programma 3 Fijn wonen en beleven In dit programma hebben we geen afwijking t.o.v. de raming. Mutaties reserves programma 4 Veilige en dienstverlenende gemeente In dit programma hebben we geen afwijking t.o.v. de raming. Mutaties reserve Overhead Bedrijfsvoering, basis op orde (nadeel € 93.000) Eind 2020 is het project grotendeels gerealiseerd. Een aantal onderdelen kennen een doorlooptijd tot in 2021. Hiervoor hevelen we het restant budget over naar 2021. Ook de bijbehorende dekking uit de investeringsreserve hevelen we over naar 2021. In 2020 onttrekken we daarom € 93.000 minder uit de investeringsreserve dan begroot.
Programmarekening 2020
47
2.2 Paragrafen
Programmarekening 2020
48
A Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf bevat een uitwerking van de uitgangspuntennota paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Voor een toelichting op de gehanteerde methodieken in deze paragraaf verwijzen we naar de kadernota “Weerstandsvermogen”.
1. Risico's Voor 2021 e.v. voorzien we een aantal (mogelijk) risicovolle ontwikkelingen. In deze paragraaf gaan we in op de volgende onderwerpen:
1.1 Sociaal domein 1.2 Claims / Verzekeringen 1.3 Drakenrijk 1.4 APPA-fonds 1.5 ICT 1.6 Gemeenschappelijke regelingen 1.7 Grondexploitatie 1.8 Dreigend faillissement van verbonden partijen 1.9 Dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan 1.10 Tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen. 1.11 Verplichting WW-uitkering voormalig personeel 1.12 Corona 1.13 Herijking gemeentefonds 1.14 Afval
Voor het Drakenrijk kunnen we het maximaal risico onderbouwen. Voor de overige onderwerpen hebben we geen cijfers om de financiële gevolgen te onderbouwen. 1.1 Sociaal domein (programma 2) Algemeen De uitvoering van Jeugdzorg, Wmo en de Participatiewet brengt risico’s met zich mee omdat het hier om open eind regelingen gaat. Voor alle drie de taken zien wij onder andere de volgende risico’s: De transformatie naar een nieuw stelsel, bewustzijn van verantwoordelijkheden die bij deze veranderingen horen en het realiseren van collectieve voorzieningen kost tijd en capaciteit. Het Rijk heeft bezuinigingen ingeboekt, terwijl de gemeente de taken wel moet uitvoeren. Rekbaarheid van wat een gemeenschap nog als mantelzorger of vrijwilliger aan kan. Derde partijen (huisartsen, specialisten) mogen autonoom zorg toekennen die gemeente, zonder daar invloed op te hebben, moet betalen. Beesel heeft de uitgangspunten dat we mensen niet uit sluiten van zorg, de wettelijke taak en opdracht behorende bij deze wetten serieus nemen en iedere vraag om hulp die past binnen de kaders van het beleid en wet en regelgeving toekennen. Dit betekent ook dat kosten boven het geraamde budget uit kunnen groeien. Daarnaast blijven we continu bezig met projecten en initiatieven met burgers en netwerkpartners om de transformatie verder door te voeren en meer collectieve voorzieningen te realiseren.
Wmo Voor 2021 hebben we de kosten voor Wmo zo reëel mogelijk geraamd op basis van de informatie die we op dat moment (medio 2020) hadden en hebben we hier enkele risico's ingenomen wanneer het gaat over temoetkomingen die verwacht werden van het Rijk. Dit maakt dat we in 2021 enkele risico's zien waaronder Hulp in het huishouden.
Programmarekening 2020
49
Een onzekere factor blijft de loonontwikkeling in de cao de vraag of we daarvoor vanuit het Rijk gecompenseerd worden. Verder zien wij bij HbH wel de aanzuigende werking als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Hiervoor krijgen we vanuit het Rijk geen compensatie. We hebben de effecten die we zien meegenomen in de ramingen zoals die zijn opgenomen in de begroting 2021-2024. De maximale financiële gevolgen schatten we in op € 100.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 50.000. Participatiewet Voor de prognose van het aantal uitkeringsgerechtigden gaan wij uit van de cijfers van het UWV, CBS de ontwikkeling van ons eigen klantenbestand en de informatie van het werkgeversservicepunt. We zien dat onze uitkeringsbestand in 2020 is toegenomen. Er is een stijging van aantal uitkeringen in 2020 als gevolg van Corona. Voor 2021 gaan we uit dat we er een volledig herstel plaatsvind en dat het aantal uitkeringen herstelt. We beseffen dat deze aanname geen absolute wetenschap is maar vinden deze prognose wel passen bij het uitgangspunt risicovoller en realistisch begroten. We schatten de maximale financiële gevolgen in op € 200.000. Het risico voor het weerstandsvermogen schatten we op € 100.000.
WSW / Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid (WAA) Het aantal bij WAA werkzame WSWers neemt verder af als gevolg van uitstroom en het feit dat er sinds 2015 geen nieuwe instroom meer plaatsvindt. De (interne) afdelingen van WAA zijn vervreemd of verkocht. Wat resteert, is het sociaal duurzaam detacheringsbedrijf. Zij voert de WSW uit voor de groep met een hoge loonwaarde. Daarnaast blijft de WAA de formele werkgeverstaken uitvoeren voor alle WSWers. We hebben de ramingen in onze begroting voor 2021-2024 gebaseerd op de begroting 2021-2024 van de WAA. Gelet op het feit dat de herstructurering van de WAA gerealiseerd is, ze geen eigen panden en bedrijfseenheden meer hebben en alle mensen geplaatst zijn bij reguliere werkgevers is het risico op tekorten gering. Temeer ook omdat de WAA nog beschikt over reserves om tekorten op te vangen. Jeugdzorg Vanaf 2015 zijn we financieel verantwoordelijk voor vrijwel alle taken die met Jeugdzorg te maken hebben. Een van de grootste risico’s is het feit dat wij niet de enige verwijzers zijn. We hebben geen invloed op bepaalde vormen van specialistische hulp die heel erg duur zijn maar die we als gevolg van een rechterlijke machtiging wel moeten uitvoeren (bijvoorbeeld gesloten jeugdzorg met verblijfbehandeling in residentiële instellingen).
Ook kunnen huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen doorverwijzen naar jeugdzorg trajecten. Kosten dure verblijfsvormen De afgelopen jaren hebben we voor verschillende jeugdigen duurdere verblijfsvormen ingezet. Omdat de problematiek bij deze jeugdigen veelal vrij complex is, worden naast verblijf zeer specialistische behandeltrajecten ingezet. Ook in 2021 zullen we nog jeugdigen in deze dure trajecten hebben of plaatsen. Voor 2021 hebben we de kosten voor jeugdzorg zo reëel mogelijk geraamd op basis van de informatie die we op dat moment (medio 2020) hadden. Nu zie we echter dat we in 2020 toch geconfronteerd zijn met fors hogere uitgaven. Met name het aantal jeugdigen in dure trajecten blijft lastig te voorspellen. De maximale financiële gevolgen schatten we op basis van de meest actuele cijfers in op € 670.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 500.000. Leerlingenvervoer De verordening leerlingenvervoer regelt het vervoer van leerlingen tussen hun woonadres in de gemeente Beesel en een (speciale) school buiten de gemeente. Deze verordening regelt ook het vervoer van leerlingen met een (fysieke) handicap die het reguliere onderwijs bezoeken. Als gevolg van deze verordening regelt en betaalt de gemeente het vervoer van deze leerlingen. Leerlingenvervoer is een open eindregeling met een wettelijke verplichting.
Met ingang van het schooljaar 2019-2020 voeren we het leerlingenvervoer weer in eigen beheer uit. Hierdoor verwachten we meer grip te hebben op de uitgaven. Op basis van huidige leerlingenprognoses en beschikbare gegevens over leerlingen die gebruik maken van deze voorziening verwachten dat het aantal leerlingen dat in 2021 gebruik maakt van het leerlingenvervoer stabiel blijft. De voor 2021 geplande
Programmarekening 2020
50
herindicaties voor leerlingenvervoer hebben we echter nog niet kunnen uitvoeren waardoor we verwachten dat we een besparing pas vanaf 2022 kunnen realiseren. Omdat we in de begroting 2021 wel rekening hebben gehouden met een mogelijke besparing van lopen we in 2021 een risico. De maximale financiële gevolgen schatten wij in op € 85.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen in 2021 op € 70.000. In onderstaande tabel geven we een overzicht van genoemde risico’s in het sociaal domein. Risicoscore = inschaling waarschijnlijkheid x inschaling impact gevolg bedragen x € 1.000
Het totale risico in het sociaal domein schatten we voor 2021 in op € 720.000. We hadden een reserve “Open einde regelingen Sociaal Domein”. In een motie 2020 is deze reserve teniet gedaan. Deze reserve hebben we in 2020 ingezet als buffer voor onvoorziene budgettaire risico’s van de diverse open einde regelingen binnen het sociaal domein (WWB, IOAZ, IOAW, Bbz starters en niet-starters, langdurigheidstoeslag, re-integratieactiviteiten, bijzondere bijstand, Wmo, jeugdzorg, exploitatietekorten WAA en leerlingenvervoer). Het saldo van de reserve (€ 1.299.000) is ter afdekking van de volgende tekorten aangewend: Jeugdzorg (ZIN, € 770.000), de uitkeringsregelingen (€ 378.000) en een deel van de tekorten op Wmo HH (€ 151.000). De bufferfunctie voor de hierboven benoemde risico's in het sociaal domein is daarmee komen te vervallen. In de berekening van het weerstandsvermogen voor 2021 nemen we daarom alle benoemde risico’s in het sociaal domein mee 1.2 Claims / Verzekeringen (overhead) Onderverzekering Het voornaamste risico bij verzekeringen is het risico op onderverzekering. Voor de brandverzekering voorkomen we dit door elke drie jaar de inventaris te laten taxeren en de gebouwen elke zes jaar. In de tussenliggende jaren indexeren we de waarde van inventaris en gebouwen. De meeste verzekeringen betalen niet de werkelijke schade uit, maar een vooraf bepaald maximum.
We lopen daardoor een risico op onderverzekering. Natuurrampen We kunnen ons niet verzekeren voor natuurrampen zoals een overstroming van de Maas. Als er een natuurramp plaats vindt dan draagt de gemeente in principe alle kosten tenzij het Rijk middelen ter beschikking stelt. We schatten het maximum risico voor claims / verzekeringen op € 1.000.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 100.000. 1.3 Drakenrijk (programma 3) We hebben met de ontgronder van Drakenrijk afgesproken dat wij vanaf 2011 gedurende 14 jaar, jaarlijks € 139.000 van de ontgronder ontvangen. In 2024 (het laatste jaar) ontvangen we € 43.000 minder i.v.m. het verleggen van kabels en leidingen. Als in 2024 blijkt dat een volgende ontgronding (ten noorden van de Klokweg) kan plaatsvinden, vervalt de genoemde verrekening. Deze bijdrage "maatschappelijke genoegdoening" hebben we vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. De nakoming hiervan kunnen wij echter niet bij de rechter afdwingen (natuurlijke verbintenis tot betaling).Toch lopen wij er slechts een klein risico mee. De imagoschade voor de ontgronder is namelijk groot bij niet-nakoming.
Programmarekening 2020
51
We schatten het maximale risico op € 460.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen van 2021 op €139.000. 1.4 APPA-fonds (programma 4) We nemen in jaarrekening 2020 geen risico voor het APPA-fonds op. In 2021 is de rekenrente bij overdracht van het pensioen vastgesteld op 0,082%. We lopen pas vanaf 2022 een risico op een lagere rekenrente. 1.5 ICT (Overhead) We onderkennen de volgende risico’s: Projecten van hogere overheden zorgen voor overbelasting en kennen een gebrekkige samenhang. Steeds meer systemen verschuiven van beheer in ons eigen datacenter naar beheer in de cloud. De samenhang van systemen, de koppelingen tussen die systemen en de afhankelijkheid van leveranciers zijn voor ons een punt van zorg. Hackers kunnen een risico vormen voor onze systemen. We hebben passende maatregelen genomen om de veiligheid te borgen. Echter risico’s kunnen we niet uitsluiten. We schatten het maximum risico op € 300.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 50.000. 1.6 Gemeenschappelijke regelingen (div. programma's) Als deelnemende gemeente aan een Gemeenschappelijke regeling (GR) zijn we verplicht om zorg te dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
Het algemeen bestuur van een GR kan geldleningen of rekening courant overeenkomsten aangaan in verband met de uitvoering van haar taken. Ook kan het algemeen bestuur van een GR besluiten garant te staan voor de door derden aangegane kredietfaciliteiten. Wij als deelnemende gemeente kunnen aangesproken worden inzake het terugbetalen van deze verplichtingen (de balansrisico’s van een GR). We wijzen erop dat we onder punt 1.2 het risico op het gebied van de exploitatie van de WAA hebben opgenomen. Dit punt betreft het balansrisico van de GR’s. WAA In de overeenkomst met de WAA staat dat gemeenten gezamenlijk garant staan voor de juiste betaling van rente en aflossing in verhouding tot het aantal inwoners van deze gemeenten per 1 januari van het jaar van sluiting van de lening of het aangaan van de rekening-courant overeenkomst. Concreet betekent dit dat we voor ca. 10% van een schuld aangesproken kunnen worden. WAA heeft ultimo 2019 € 2,6 mln. aan geldleningen op de balans staan. In het meest ongunstige scenario worden we voor € 260.000 aangesproken. MGR SDLN De Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg Noord (MGR SDLN) heeft geen eigen reserves om risico’s af te dekken. De begroting bevat wel een post onvoorzien om financiële tegenvallers te compenseren. Het algemeen bestuur beslist over de benutting van deze post.
Als zich grotere financiële risico’s manifesteren zal aan de deelnemende gemeenten aan de module RBO naar rato een aanvullende bijdrage worden gevraagd. De MGR SDLN heeft geen (langlopende) leningen afgesloten. GR DGV Omnibuzz Per deelnemende gemeente is een bedrag gestort voor de vorming van een (weerstand)reserve om fluctuaties in de bedrijfsvoering op te vangen. Deze reserve is gebaseerd op een risico inschatting. De GR DGV Omnibuzz heeft geen (langlopende) leningen afgesloten. VRLN In de overeenkomst met de Veiligheidsregio staat dat gemeenten hoofdelijk aangesproken kunnen worden. Dit betekent dat we in het meest ongunstige scenario aangesproken kunnen worden voor het saldo van de aangegane geldleningen (€ 38,6 mln. ultimo 2019). GR Maasveren In de GR Maasveren staat dat de deelnemende gemeenten bij tekorten samen verantwoordelijk zijn voor de dekking voor de kosten middels een evenredige verdeling op basis van inwoneraantal. Dit
Programmarekening 2020
52
komt voor Beesel overeen met ongeveer 7%. Er is momenteel geen sprake van schulden of leningen. GR BsGW Indien BsGW niet meer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen is Beesel voor 1% aansprakelijk voor de schulden van BsGW. Ultimo 2019 was de totale schuld van BsGW € 6,3 mln. In het meest ongunstige scenario worden we voor € 0,06 mln. aangesproken. RUD In de GR RUD staat dat de deelnemende gemeenten bij tekorten samen verantwoordelijk zijn voor de dekking voor de kosten middels een evenredige verdeling op basis van inwoneraantal. Dit komt voor Beesel overeen met ongeveer 2,6%. Er is momenteel geen sprake van schulden of leningen. De gezamenlijke schuld van alle gemeenschappelijke regelingen samen waarvoor Beesel aansprakelijk is, is € 39 mln. We schatten het maximale risico op € 4,5 mln. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 500.000. 1.7 Grondexploitaties (programma 3) We hebben momenteel 1 complex in exploitatie: Oppe Brik. Het plan liep oorspronkelijk tot 31 december 2020. De looptijd is verlengd tot 31 december 2022. Voor meer informatie verwijzen we naar de paragraaf grondbeleid. Op dit moment hebben we € 698.000 opgenomen als voorziening voor verwachte tekorten op de grondexploitatie.
De subsidieafrekening provinciaal vindt medio 2021 plaats waarbij gezien de verwachte subsidiabele kosten rekening wordt gehouden met een risico dat het subsidie € 75.000 lager wordt vastgesteld. De provincie heeft uitstel verleend tot 1 juli 2023 voor afrekening van de subsidie LHB Daarnaast heeft uw raad op 6 juli 2020 besloten in te stemmen met een tekort van 415.000 excl. BTW voor het opstarten van een grondexploitatie Parklaan. Hiermee is de tender gunt aan Woonwenz. De grondexploitatie Parklaan zal gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan ter besluitvorming aan uw raad worden voorgelegd. Het verwachte tekort komt ten laste van de investeringsreserve. 1.8 Dreigend faillissement van verbonden partijen Is niet aan de orde. 1.9 Dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan Is niet aan de orde. 1.10 Tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen Is niet aan de orde. 1.11 Verplichting WW-uitkering voormalig personeel We nemen jaarlijks afscheid van medewerkers om diverse redenen. Wetgeving bepaalt dat sommige medewerkers aanspraak kunnen maken op een ww-uitkering. De gemeente is eigen risico drager voor deze ww-uitkering. Het risico op kosten voor gemeente Beesel ten aanzien van deze ww-uitkeringen is in 2021 aanzienlijk groter dan vorige jaren.
De mogelijkheden op de arbeidsmarkt zijn door corona dusdanig vermindert, dat de kans op een nieuwe baan kleiner is. Hierdoor wordt de aanspraak op een ww-uitkering waar gemeente Beesel voor verantwoordelijk is vergroot. We schatten het maximale risico op € 100.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen van 2021 op € 50.000. 1.12 Corona In lijn met de bestaande werkwijze uit 2020 blijft het uitgangspunt ten aanzien van de coronacrisis, dat we eerst inzetten op landelijke voorzieningen vanuit het Rijk (bijvoorbeeld uitvoeren TOZO), eventueel Provinciaal beleid en de private sector (bijvoorbeeld uitstel van betalingen). Daarna volgt eerst eigen kracht en tot slot (als laatste redmiddel) de inzet van de gemeente. We blijven hierover in nauw contact met de gemeenschap om feeling te houden bij de behoefte die er leeft. Op dit moment geven de signalen vanuit de gemeenschap nog geen aanleiding tot het vormen van extra maatregelen. We stellen de financiële gevolgen van corona op P.M..
Programmarekening 2020
53
1.13 Herijking Gemeentefonds Op 2 februari 2021 heeft de minister van BZK een adviesaanvraag voor de herijking van het Gemeentefonds ingediend bij de ROB (Raad voor het Openbaar Bestuur). In de aanvraag staat (voor het eerst) het financiële gevolg van de herijking Gemeentefonds per individuele gemeente. Voor Beesel geeft dit een voordeel. De besluitvorming t.a.v. de herijking is aan een nieuw kabinet. Op basis van de nu beschikbare informatie vervalt het risico op een negatief financieel effect als gevolg van de herijking van het Gemeentefonds. 1.14 Afval Nedvang Medio 2020 ontvingen wij een brief van Nedvang. Hieruit kwam naar voren dat de gemeente Beesel (en heel veel andere gemeenten die een contract hebben met Veolia) over de jaren 2015 t/m 2018 teveel (€ 74.000) ontvangen heeft aan vergoedingen voor het inzamelen van huishoudelijke kunststof verpakkingen vanuit het Afvalfonds. We verwachten dat dit ook over de jaren 2019 en 2020 het geval zal zijn. We hebben voor deze jaren een inschatting gemaakt en als verplichting opgenomen. Veolia Alle Limburgse gemeenten hebben een overeenkomst met Veolia voor de sortering en vermarkting van huishoudelijk kunststof verpakkingsmateriaal. Er zijn enkele juridische/financiële conflicten ontstaan tussen partijen, o.a.
over de eindafrekening 2018, extra vermarktingskosten PMD (plastic/metaal/drankenkartons) die Veolia in rekening wil brengen en wie de financiële gevolgen draagt van de brand in de sorteerinstallatie in Marl in 2019. Inmiddels zijn de gemeenten door Veolia gedagvaard in een bodemprocedure. De rechtsgang wordt centraal opgepakt door Afvalsamenwerking Limburg. Een uitspraak wordt eind 2021 verwacht. De voorlopige indicatie van de extra vermarktingkosten bedraagt € 21.800. Vooralsnog stellen we het risico op PM. Afvalstoffenheffing De kosten voor de inzameling, scheiding en verwerking voor grondstoffen stijgen sterk en de opbrengsten dalen. Ook naar de toekomst toe verwachten we dat deze ontwikkeling door zal zetten. Daarnaast is de hoogte van egalisatievoorziening afvalstoffenheffing behoorlijk geslonken. De hoogte van de tarieven afvalstoffenheffing zullen daarom moeten stijgen. Op dit moment hebben we nog onvoldoende zicht op de financiële consequenties van deze ontwikkelingen.
Programmarekening 2020
54
In onderstaande tabel geven we een overzicht van genoemde risico’s. Risicoscore = inschaling waarschijnlijkheid x inschaling impact gevolg Bedragen x € 1.000 Risico's
Maximaal Klasse risico Waarschijn- Impact € lijkheid
Risico score
Risico €
a 1.1 WMO b 1.1 Sociale uitkeringen (WWB /Participatiewet) c 1.1 Jeugdzorg d 1.1 Leerlingenvervoer e 1.2 Claims / verzekeringen
100
2
2
4
50
200
2
3
6
100
670
4
4
16
500
85
4 1
2 4
8
70
5 3
4 5
100
1 2
6
50
1
5 3 2
5 12 4
500
4 2
1.000
f 1.3 Drakenrijk g 1.5 ICT
460 300
h 1.6 Gemeenschappelijke regelingen 4.500
i 1.7 Grondexploitatie j 1.11 Verplichting WW-uitkering Totaal
155 100 7.570
139
75 50 1.634
We schatten het financiële risico's in op € 1.634.000. Dit is € 645.000 hoger dan geraamd in de begroting 2020. Op basis van het indelen van de risico’s in bovenvermelde klassen stellen we een risicomatrix op. De risicomatrix geeft een indicatie van de potentiële impact van het risico. Hieronder geven we een risicomatrix weer die we baseren op bovenvermelde risicoklassen. Hierbij geldt bij het intekenen van een risicoscore dat hoe hoger de risicoscore, hoe hoger de prioriteit voor aanpak van het risico is.
Programmarekening 2020
55
Voor alle risico’s in de rode vlakken (score 15 of hoger) geeft het college aan welk beleid we (gaan) voeren om deze risico’s te beheersen in overeenstemming met de strategie van onze gemeente. Voor deze jaarrekening is er een risico’s in een rood vlak. In de onderstaande tabel geven we weer welke gewijzigde beleidskeuzen we maken.
Risico
Beleidskeuze die past binnen de vastgestelde strategie College heeft raad via raads informatiebrief geïnformeerd over de ontstane situatie en risico en hierbij een herstelplan gepresenteerd. Deze zijn besproken in werkvergadering, opiniërende vergadering en reguliere vergadering in juni besproken en is inmiddels door de organisatie in behandeling genomen.
Jeugdzorg
2. Weerstandscapaciteit Post voor onvoorziene uitgaven In de begroting 2021 hebben we een post onvoorzien opgenomen van € 100.000. We bepalen bij elke begroting opnieuw of we een post onvoorzien ramen. Stille reserves In 2020 zijn er geen wijzigingen in de stille reserves. Conform de kadernota voor de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing stellen we de stille reserves op pm.
Programmarekening 2020
56
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt voor Beesel € 121.000. Dit bedrag specificeren we als volgt: 1. € 0 OZB; het betreft het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingenwet (Fvw). Het normpercentage voor de begroting 2021 bedraagt 0,1809% van de WOZ-waarde. 2. € 0 Rioolrechten en afvalstoffenheffing: deze zijn 100% kostendekkend. 3. € 0 Overige: de jaarlijkse inkomsten in het kader van de woonforensenbelasting, baatbelasting en hondenbelasting zijn zo marginaal dat een eventuele onbenutte belastingcapaciteit nihil is. Binnen de toeristenbelasting zit wellicht nog wel een gedeeltelijk onbenutte belastingcapaciteit die echter moeilijk in een bedrag is uit te drukken. 4. € 0 Legestarieven titel 1 (paspoorten, rijbewijzen etc. ) We hanteren de maximumtarieven. 5. € 121.000 Legestarieven titel 2 (omgevingsvergunningen). Stand van reserves en voorzieningen De raad stelt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting de hoogte van de reserves en voorzieningen vast. We actualiseren alle reserves en voorzieningen jaarlijks op aspecten zoals onderbouwing, noodzaak en toereikendheid. Via de bestuursrapportages stellen we de hoogte van de reserves en voorzieningen indien nodig bij. In de onderstaande tabel geven we de begin- en eindstand van de reserves en voorzieningen.
In de bijlagen geven we het verloop per reserve en voorziening in 2020. Bedragen x € 1.000. Algemene reserve Bestemmingsreserve waarvan bruteringsreserve Reserve rekeningsaldo Voorzieningen Totaal
Stand 1-1-2020 1.689 19.754 8.739 -104 8.511 29.850
Stand 31-12-2020 1.689 16.209 8.528 217 8.040 26.155
Overige elementen weerstandscapaciteit Uiteraard kunnen ook andere elementen in de weerstandscapaciteit een rol spelen: de aanwezige nog niet bestemde budgettaire ruimte, de flexibiliteit van het uitgavenpatroon, en het niveau van de gemeentelijke materiële en immateriële voorzieningen. De flexibiliteit van het uitgavenpatroon is beperkt. Een groot gedeelte van de uitgaven ligt vast als gevolg van investeringsbesluiten in het verleden, contracten en wettelijke verplichtingen (salariskosten, kosten overhead zoals huisvesting e.d.). Het niveau van de gemeentelijke materiële en immateriële voorzieningen is moeilijk te kwalificeren, maar heel behoorlijk voor een gemeente van deze omvang.
Programmarekening 2020
57
Onderstaande tabel geeft inzicht in de weerstandscapaciteit waarbij een onderscheid is gemaakt naar incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit 31-12-2020 Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve Stille reserves Subtotaal incidentele weerstandscapaciteit
€
Structurele weerstandscapaciteit Onvoorzien Onbenutte belastingcapaciteit Subtotaal structurele weerstandscapaciteit
€ €
1.689 PM €
1.689
€
121
€
1.810
100 121
Totaal weerstandscapaciteit
In voorstaand overzicht is de waarde van de stille reserves als PM-post meegenomen, omdat deze vooralsnog niet inzetbaar zijn voor de weerstandscapaciteit.
3. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen risicoscore en weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =
Weerstandscapaciteit Risicoscore
Wanneer we het weerstandsvermogen van de gemeente Beesel aan de hand van bovenstaande formule berekenen, komt deze uit op 1,11 (€ 1.810.000/€ 1.634.000). Ten op zichten van de begroting 2020 is de ratio gedaald van 2,95 naar 1,11.
4. Kengetallen Rekening 2020
Verloop van de kengetallen
Kengetallen:
Rekening Begroting Rekening 2019 2020 2020
netto schuldquote
-15%
-12%
-3%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-14%
-8%
-3%
solvabiliteitsrisico
64%
62%
50%
grondexploitatie
5%
0%
3%
structurele exploitatieruimte
-7%
0%
-12%
belastingcapaciteit
75%
78%
77%
Programmarekening 2020
58
B Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen vormen een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke begroting. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het betreft wegen, openbare verlichting, riolering, groenvoorzieningen, begraafplaatsen, speeltoestellen, buitensportaccommodaties en gemeentelijke gebouwen. Zorgvuldig beheer hiervan is van groot belang. Overzicht plannen In onderstaande tabel hebben we de onderhoudsplannen per onderdeel opgenomen inclusief hun jaar van vaststelling, of er sprake is van achterstallig onderhoud en of het plan is doorvertaald in de begroting. Onderhoudsplannen Wegen Openbare Verlichting Riolering en pompgemalen Groenvoorzieningen Begraafplaatsen Buitensportaccommodaties Gemeentelijke gebouwen en binnensportaccommodaties
Jaar vaststelling
Achterstallig onderhoud
2016 2016 2018 2005 2020 2020
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Financiële doorvertaling in begroting Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Jaar actualisatie 2021 2023 2022 Nnb 2021 2023 2023
Wegen Kwaliteit We monitoren de conditie van ons wegareaal door frequent (eens per 2 jaar) de wegen te inspecteren. De inspectieresultaten gebruiken we als leidraad bij het opstellen van het jaarprogramma onderhoud, de (lichte/matige) onderhoudsmaatregelen en ramingen waarmee we onze wegen in conditie houden. De gemiddelde kwaliteit van ons wegareaal toetsen we aan de beeldkwaliteitssystematiek van de CROW. Deze gemiddelde kwaliteit van onze wegen scoort een B waarvan de CROW-definitie zegt: “alles is nog wel in orde, maar er is al de nodige schade aanwezig. Het betreft een basisniveau, maar het is nog niet onveilig. Het onderhoudsniveau van onze wegen is dus voldoende, er geen sprake is van achterstallig onderhoud Rehabilitatie De grotere onderhoudsmaartegelen (verregaande of volledige vervanging van wegconstructies) zijn kostbaar en noodzakelijk. We noemen dit rehabilitatie en deze zware onderhoudsmaatregelen plannen we in tijd en geld vooruit voor de komende 5 á 10 jaar in een meerjarige onderhoudsplanning voor rehabilitatie. Samen met de uitvoering van de kleinschaligere onderhoudsmaatregelen kunnen we de gemiddelde kwaliteit van onze wegen prima op niveau houden. Grootschalige maatregelen zoals deze zijn kostbaarder maar zeer effectief en duurzaam. In 2020 is uit dit krediet, zoals gepland, niets uitgevoerd. We storten jaarlijks een bedrag in de voorziening Rehabilitatie.
Openbare verlichting Beleid Via het in 2016 vastgestelde beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2023 houden we onze openbare verlichting op niveau conform de Nederlandse Praktijkrichtlijn de NPR 13201-01. Voortdurend kijken we naar sociale- en verkeersveiligheid, duurzaamheid en energiebesparing. Met minder middelen investeren we in duurzame verlichting. In 2023 zijn alle lichtpunten in de gemeente voorzien van LED verlichting. Daardoor gaan in eerste instantie de investeringen in vervanging omhoog, maar gaan de onderhouds- en energiekosten flink omlaag. Na 2023 dalen deze kosten nog verder.
Programmarekening 2020
59
Uitvoering In 2020 gaven we € 243.000 uit aan onderhoud (€ 133.000) en vervanging (€110.000) van de openbare verlichting (inclusief kapitaallasten, uren eigen personeel en andere bijkomende kosten). In diverse straten lieten we oude armaturen vervangen door LED armaturen en werden bestaande armaturen omgebouwd tot LED. De vervanging/ombouw plannen we via een logische clustering qua leeftijd, grote delen van wegen of zelfs volledige wegen. Er is geen achterstallig onderhoud. Riolering en pompgemalen In januari 2018 heeft de raad het verbreed vGRP 2018-2022 vastgesteld. De bedragen en investeringen die we in de begroting 2021-2024 hebben opgenomen komen voort uit dit plan. Het uitgangspunt voor de riolering is voor de komende periode het doorzetten van de reeds ingezette verbeteringen en optimalisaties, waarbij we altijd streven naar de meest doelmatige invulling van beheer en onderhoud. In 2020 hebben we grootschalig onderhoud uitgevoerd aan de drukriolering in het buitengebied en enkele hoofdgemalen gerenoveerd. Ook is het bergbezinkbassin aan de Beekstraat voorzien van een filter om het grof vuil op te vangen. Stimuleren afkoppelen private percelen In het vGRP 2018-2022 is verder jaarlijks een bedrag opgenomen om het afkoppelen van private terreinen te stimuleren. In 2020 hebben we € 76.000 aan afkoppel subsidies verstrekt.
Daarvan komt € 31.000 voor rekening van Gemeente Beesel, het restant is betaald door Waterschap Limburg en DHZ. In 2020 hebben we voor het onderhoud van het gemeentelijke rioleringsstelsel € 810.000 uitgegeven. De stand van de voorziening bedraagt per 31 december 2020 € 3.912.000. Groenvoorzieningen Groenvoorzieningen Biodiversiteit en belevingswaarde Bij de aanplant van groenvoorzieningen houden we rekening met de biodiversiteit en de belevingswaarde, zodat het groen meer waarde krijgt voor mens en dier. In de wijken Hazenkamp en Spoorkamp zijn alle plantsoenen opnieuw aangeplant, waarbij we veel aandacht hebben geschonken aan meer biodiversiteit en beleving. Ook hebben wij de buurt hierbij intensief betrokken. Binnen het maaibeheer van de bermen en watergangen zijn wij minder intensief gaan maaien. Om het maaibeheer goed aan te sturen hebben we de tweejaarlijkse ecologische monitoring uitgebreid met proefvakken. Uit deze monitoring blijkt ook dat het minder maaien meteen bloemrijkere bermen oplevert en deze worden dan ook beoordeeld als botanisch bloemrijk. Ook hebben we de samenwerking opgezocht met het waterschap om de biodiversiteit langs de watergangen te bevorderen. Om de overlast van bomen te verminderen zijn we planmatig aan de slag met het vervangen van bomen die voor te veel overlast zorgen en het planten van bomen die de hoofdgroenstructuur versterken.
Beheer en onderhoud In 2014 zijn we gestart met de invoering van een groenbeheersysteem. We vullen het beheersysteem met gegevens van de plantsoenen. Daarnaast voerden we een uitgebreide boomveiligheidscontrole uit op alle gemeentelijke bomen binnen de bebouwde kom en langs wegen. Deze gegevens vormen de basis voor een vernieuwing in het boombeheer, waarbij boomgericht onderhoud mogelijk wordt. Hiermee verbeteren wij het beheer van de bomen. Bij het maken van beplantingsplannen houden we uitdrukkelijk rekening met het onderhoud door mensen met een achterstand tot de werkvloer, die nu structureel zijn opgenomen binnen de buitendienst. Ook hebben we extra beheerkaarten opgesteld voor het beheer van bepaalde nieuwe groenstroken. Hierdoor verbreden en verrijken wij het werk voor deze groep mensen. Duurzaamheid en circulariteit We besteden aandacht aan de ondergrond en de bodem, zodat we de grond niet hoeven te vervangen voor de herinrichting van groenvakken. We proberen de bodem op een duurzame wijze plantklaar te krijgen; door verrijken van de bodem door het doormengen van compost, het afdekken van de bovengrond, het loslaten van regenwormen en het toevoegen van duurzame bemesting.
Programmarekening 2020
60
Bij de bestrijding van de eikenprocessierups maken we naast de reguliere bestrijding ook gebruik van natuurlijke bestrijding. Hiervoor hebben we nestkasten aangeboden aan de beheerders van onze maatschappelijke voorzieningen, zoals het buitenzwembad en de sportcomplexen. Begraafplaatsen Begraafplaatsen Gemeente Beesel voert het beheer over twee algemene begraafplaatsen. Vanuit de onderhoudsdienst hebben wij 1 medewerker (1 fte) continue belast met het onderhoud van de beide begraafplaatsen. Beheer en onderhoud zijn vrij eenvoudig, maar arbeidsintensief. Voor het reguliere jaarlijkse onderhoud hebben we in 2020 binnen deelprogramma 5.3 een bedrag van € 109.000 (inclusief kapitaallasten, uren eigen personeel en andere bijkomende kosten) uitgegeven. Speeltoestellen We willen de speelvoorzieningen zien als integrale ontmoetingsplekken in de woonwijken, waar ruimte is voor spelen, groen, ontmoeting. Binnen deze aanpak zijn de speelvoorzieningen in de wijken Hazenkamp en in de Ranonkelstraat uitgebreid en vernieuwd, met betrokkenheid van de kinderen en andere bewoners in deze wijken. Ook hebben wij op verzoek van de bewoners het trapveldje aan de Broeklaan met kunstgras en nieuwe doelen gerenoveerd. De speeltoestellen worden jaarlijks gekeurd en aan de hand van de uitkomsten gerepareerd of vervangen. Voor het grootste deel doet de gemeentelijke onderhoudsdienst dit zelf.
Hierdoor bewaken wij de veiligheid van de speeltoestellen goed. Voor het onderhoud van de speeltoestellen hebben we in 2020 een bedrag van € 76.000 (inclusief kapitaallasten, uren eigen personeel en bijkomende kosten) uitgegeven. Buitensportaccommodaties De gemeente Beesel heeft twee buitensportaccommodaties: Dijckerhof in Reuver Solberg in Beesel We hebben voor deze accommodaties onderhoudsplannen opgesteld. Deze onderhoudsplannen hebben betrekking op onderhoud en vervanging van o.a. hekwerken, veldafzettingen, ballenvangers, dug outs, lichtmasten, regeninstallaties en tribunes. De onderhoudsplannen hebben wij in 2020 geactualiseerd, in nauw overleg met de sportverenigingen. Hierdoor houden we de plannen en de kosten actueel. Ook bij het beheer van de de buitensportaccomodaties houden we rekening met duurzaamheid. Zo ondersteunen we de bestrijding van de eikenprocessierups met nestkasten voor mezen en zijn we overgestapt op een natuurlijker bemesting van de sportvelden. We hebben nadere aandacht voor het beheer van de bosstroken en beplantingsstroken langs de sportaccommodaties. In samenspraak met de sportverenigingen hebben we besloten om de verlichting te vervangen voor LED verlichting en daarmee meteen alle velden te verlichten. Dit stimuleert het meervoudige gebruik van de sportvelden.
Het saldo van de onderhoudsvoorziening voor de buitensport is op 31-12-2020 € 17.000. In 2020 hebben we in totaal € 107.000 uitgegeven aan het onderhoud van de buitensportaccommodaties. Dit bedrag is inclusief kapitaallasten, uren eigen personeel en andere bijkomende kosten. Gebouwen en binnensportaccommodaties De gemeente Beesel heeft een aantal gebouwen in beheer en eigendom: Gemeentehuis (programma Overhead) Gemeenteloods (programma 4) Brandweerkazerne (programma 4) Kantoor milieupark (programma 3) Bergingen begraafplaatsen (programma 3) Zalencentrum De Schakel (programma 2) Sporthal de Schans (programma 1) Gymzaal Beesel (programma 1) Gymzaal Offenbeek (programma 1) Schoolgebouwen (programma 2)
Programmarekening 2020
61
Vleermuistoren (programma 3) Molen De Grauwe Beer (programma 1)
De onderhoudsplannen voor deze gebouwen actualiseren we elke 3 jaar. Op basis van deze meerjarenonderhoudsplannen storten we jaarlijks storten we een vast bedrag in de onderhoudsvoorzieningen zodat we de onderhoudskosten uit de betreffende voorziening kunnen betalen. Kwaliteit Op 25 maart 2019 heeft de Raad het nieuwe Gebouwen beheerplan 2019-2022 vastgesteld. In dit plan heeft de Raad de kaders en de onderhoudsniveaus vastgelegd waarbinnen we het onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen moeten uitvoeren. Onze onderhoudsinspanningen zijn gericht op het voorkomen van technische mankementen en storingen in en aan de (installaties van de) gebouwen. In 2020 hebben we de onderhoudsplannen voor onze gemeentelijke gebouwen volgens planning geactualiseerd aan de hand van de norm NEN 2767. Deze norm vereenvoudigt het objectief en gelijkwaardig vastleggen van de technische kwaliteit van bouw- en installatieonderdelen. Onderhoudswerken die voortvloeien uit de onderhoudsplannen toetsen wij in het jaar van uitvoering altijd op technische noodzaak. Als het op basis van deze toets verantwoord is stellen wij een maatregel uit. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen. Afkoppelen hemelwater In 2020 hebben we besloten om niet over te gaan tot het afkoppelen van de hemelwaterafvoeren bij gymzaal Offenbeek en zalencentrum De Schakel.
De kosten voor het afkoppelen van deze accommodaties bleken niet meer doelmatig te zijn. De hemelwaterafvoeren bij het gemeentehuis, de gemeenteloods, gymzaal Beesel, sporthal De Schans en de brandweerkazerne zijn wel reeds afgekoppeld. Verduurzaming Verduurzamingsmaatregelen in onze accommodaties voeren we uit zover die mogelijk zijn binnen de in de onderhoudsplanning opgenomen werkzaamheden. Aanvullende verduurzamingsmaatregelen voeren we uit op basis van uitgevoerde energiescans dan wel aanwezige energielabels en voeren we uit in combinatie met geplande onderhoudswerkzaamheden. De verduurzamingsmaatregelen kunnen/ mogen we echter niet op basis van onze onderhoudsplannen uitvoeren. Voor deze verduurzamingsmaatregelen dienen we voor uitvoering een krediet aan te vragen. Aan het groot onderhoud van de gebouwen hebben we in 2020 in totaal een bedrag van € 286.000 uitgegeven. De totale stand van de voorzieningen voor het onderhoud van de gebouwen en binnensportaccommodaties is per 31 december 2020 € 1.281.000. Voor de hoogte van de diverse voorzieningen verwijzen wij naar de bijlage "Staat van Voorzieningen".
Programmarekening 2020
62
C Financiering Algemeen Deze paragraaf gaat in op de financiering van de gemeente. Het treasurystatuut is de kadernota voor deze paragraaf. Risicobeheer Voor het risicobeheer zijn wettelijke normen ontwikkeld die zijn vastgelegd in de wet Fido (Financiering decentrale overheden). Het betreft: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beiden hebben als doel om de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan financiering. Kasgeldlimiet (voor kort geld met looptijd korter dan 1 jaar) De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Dit komt neer op afgerond € 2,8 mln. (primaire begroting 2020). Voor dit bedrag mogen we met kort geld financieren. Bedragen x € 1.000 1ste kwartaal 2e kwartaal 2020 2020
Stappen (1-4)
3e kwartaal 2020
4e kwartaal 2020
(1) Vlottende schuld
ultimo maand 1 ultimo maand 2 ultimo maand 3
219 341 333
221 312 659
313 364 413
436 268 406
(2) Vlottende middelen
ultimo maand 1 ultimo maand 2 ultimo maand 3
122 242 9
70 93 187
155 11 121
61 93 -
98 100 324
151 218 472
158 354 292
376 176 406
174
280
268
319
(3) netto vlottend (+) of overschot middelen (-) ultimo maand 1 ultimo maand 2 ultimo maand 3 (4) gemiddelde van (3)
Stappen ( 5-9) (5)
Kasgeldlimiet (KGL)
2.838
2.838
2.838
2.838
(6a) = (5> 4) (6b) = (4>5)
Ruimte onder KGL Overschijding van de KGL
2.664
2.558
2.570
2.519
Berekening kasgeldlimiet (5) (7) (8)
Begrotingstotaal Percentage regeling
33.390 8,5%
33.390 8,5%
33.390 8,5%
33.390 8,5%
(5) = (7) x (8)/100
Kasgeldimiet
2.838
2.838
2.838
2.838
Programmarekening 2020
63
Rente risiconorm Toelichting: renterisico vaste schuld in relatie tot renterisiconorm. Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en het bedrag waarover we een renterisico lopen. Naast renteherzieningen zijn hiervoor ook aflossingen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisico heeft betrekking op het gehele openbare lichaam en op diensten zoals het grondbedrijf. Het renterisico wordt getoetst aan het bedrag van de renterisiconorm. De renterisiconorm heeft betrekking op het totaal van de begroting van het jaar Bedragen x € 1.000 Stap
Variabelen Renterisico(norm)
Jaar 2020
(1) (2)
Renteherzieningen Aflossingen
0 0
(3)
Renterisico (1+2)
0
(4)
Renterisiconorm
6.678
(5a) = (4 > 3)
Ruimte onder renterisiconorm
6.678
(5b) = (3 > 4)
Overschrijding renterisiconorm
Berekening
Renterisiconorm
(4a)
Begrotingstotaal jaar T
33.390
(4b)
Percentage regeling
20%
(4) = (4a x 4b/100)
Renterisiconorm (alleen van jaar T)
6.678
Dit betekent, dat we uit financieringsoogpunt geen renterisico lopen. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille Uitzettingen met een looptijd < 1 jaar. Eind 2020 bedroegen de tegoeden bij de banken ca. € mln. € 2,35 mln. op de rekening courant bij het Agentschap (schatkist) € 0,2 mln. op lopende rekeningen bij BNG. Uitzettingen met een looptijd > 1 jaar. € 2,1 mln. in het APPA-fonds bij ASR Leningen Kasgeldlening Ultimo jaar hebben we nog een kasgeldlening van € 1,5 mln. Deze loopt tot 26 april 2021. We ontvangen 0,1% rente. Langlopende leningen
Programmarekening 2020
64
In onderstaand overzicht hebben we de leningen aan de woningbouwvereniging niet meegenomen. De leningen tbv de woningbouwvereniging zijn doorverstrekkingen. Per saldo zijn deze voor de jaarrekening neutraal. Momenteel hebben we nog 1 gemeentelijke lening. Deze lening lossen we af in 2022. In de leningvoorwaarden zijn geen mogelijkheden voor vervroegde aflossing opgenomen. We hebben geen nieuwe leningen aangetrokken. In onderstaande tabel staan de bedragen die betrekking hebben op de gemeentelijke leningen. Bedragen x €1.000
Leningen Gemeente
2020
primo jaar aflossingen ultimo jaar
425 142 283
rente
23
Rente Conform artikel 13 BBV geven we in het onderstaande schema inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop we rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden toerekenen.
Renteschema: a. b.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (-/-)
€ 26 -€ 4
Totaal door te rekenen externe rente c.
€ 22 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend (-/-)
-€ 39
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (-/-) -€ 39 Saldo door te rekenen externe rente d1. d2.
e. f.
Rente over eigen vermogen
-€ 17 €0
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
€0
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente
-€ 17
De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente ,renteomslag ( -/-) Renteresultaat op het taakveld treasury
€0 -€ 17
Programmarekening 2020
65
D Bedrijfsvoering Algemeen Deze paragraaf bevat informatie over de dagelijkse bedrijfsvoering om de programma's te kunnen realiseren. De bedrijfsvoering betreft de gehele gemeentelijke organisatie.
Kerncijfers personeel 2020: - Gemiddeld waren er 144 medewerkers in dienst - Er zijn 22 collega's in dienst gekomen - Er zijn 11 collega's uit dienst getreden - Het ziekteverzuim bedroeg 5,63% Structuur afdelingen Onder leiding van de secretaris is gekeken naar de structuur van de organisatie en teams. Dit heeft geresulteerd in koers document en nieuw herschikking van teams en verantwoordelijkheden onder leidinggevende. De visie is vastgelegd in het in december gepresenteerde Koers document Basis op orde Onder dit traject is werk gemaakt van het versterken van 0onze infrastructuur en ondersteunende programma's. Zo is in het sociaal domein de slag gemaakt naar de implementatie van Zorgnet, heeft men binnen het team handhaving en bouwen de Squit geïmplementeerd en we voor alle medewerkers nieuwe laptops uitgerold. Informatiebeveiliging (IB) Ons informatiebeveiligingsbeleid richt zich op de geautomatiseerde gegevensverwerking door middel van ICT-voorzieningen, maar uitdrukkelijk ook op de bescherming van niet geautomatiseerde gegevens (zoals fysieke documenten) en bedrijfseigendommen. Het doel van informatiebeveiliging binnen de gemeente Beesel is om te allen tijde een passende set van maatregelen te hebben getroffen. Om hiermee de risico’s te beperken dan wel de gevolgschade te beperken.
De gemeente Beesel hanteert sinds 2020 de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als minimale norm voor het invoeren van informatiebeveiliging. De verantwoording over informatiebeveiliging is sinds 2018 gebundeld in de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). De ENSIA heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid verder te professionaliseren. Dat gebeurt door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de gemeentelijke Planning & Control cyclus. Algemeen beeld en resultaten afgelopen periode Ons informatiebeveiligingsbeleid en –plan lopen tot 2021. We hebben aandacht besteed aan de deelgebieden Suwinet en Basisregistratie Personen & Reisdocumenten. Voor Suwinet hebben we ook beleid en plan geactualiseerd. In mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht geworden. Privacy maakt sindsdien standaard onderdeel uit van de projecttoetsing. Het uitvoeren van (aanvullend noodzakelijke) zogenaamde PIA's (privacy impact assessments) levert continu inzicht in de risico's die we lopen. Door maatregelen te treffen minimaliseren we de risico's. De interne bewustwording omtrent privacy neemt toe. Medewerkers stellen zich steeds vaker vooraf al de vraag of bepaalde gegevensdelingen wel zijn toegestaan. Er is steeds meer begrip voor benodigde maatregelen, zoals bijvoorbeeld een extra code bij het inloggen.
In 2020 hebben we een gemeentebreed privacyreglement opgesteld. Het privacyreglement bevat de regels waar medewerkers zich aan moeten houden bij het verwerken van persoonsgegevens van inwoners, bedrijven, et cetera. Daarnaast bevat het ook de regels waar de werkgever zich aan moet houden bij het verwerken van persoonsgegevens van medewerkers. En voor het controleren van medewerkers die deze gegevens gebruiken.
Programmarekening 2020
66
Het afgelopen jaar hebben we ons weer verantwoord op basis van ENSIA. De audit leverde ons een positief resultaat op voor Suwinet en DigiD. De verantwoordingsrapportages voor de basisregistraties Adressen & Gebouwen (BAG) en Grootschalige Topografie (BGT) zijn ook positief beoordeeld door de toezichthouder. De verantwoordingsrapportage Basisregistratie Ondergrond (BRO) was voor het eerst verplicht. De score was onvoldoende en hiervoor hebben we een verbeterplan opgesteld. Daarmee hebben we ENSIA 2019 succesvol afgesloten. Datalekken Het afgelopen jaar hadden we te maken met een klein aantal datalekken. We hebben 2 datalekken gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP heeft vervolgens geen aanvullend onderzoek verricht. Disclaimer De afgelopen jaren hebben we diverse audits en zelfevaluaties uitgevoerd. De externe beoordelingen van de resultaten zijn altijd positief geweest. Voor ons de bevestiging dat we op de goede weg zijn. Beveiliging blijft echter mensenwerk en ondanks de goede resultaten blijft 100% veilig een illusie.
Programmarekening 2020
67
E Verbonden partijen Algemeen In deze paragraaf geven we een toelichting op de verbonden partijen. In de kadernota “Verbonden partijen” geven we de kaders voor de verbonden partijen aan. Wettelijk gezien is er alleen sprake van een verbonden partij als er sprake is van een rechtspersoon waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Conform wetgeving splitsen we de verbonden partijen op in: Gemeenschappelijke regelingen; Stichtingen/Verenigingen; Coöporaties / Vennootschappen en Overige verbonden partijen. In de onderstaande tabel hebben we deze opsplitsing vorm gegeven. Naam verbonden partij