Programmabegroting 2026
Tekst van het document
Doel 4.3:
x € 1.000
Een bestuurlijk sterke, kleine en krachtige gemeente zijn die vanuit verbinding met lokale, (EU) regionale en landelijke partners haar doelen en ambities bewerkstelligt Saldo Baten minus Lasten Saldo begroting 2026
-1.903
Subdoel 4.3.1: We werken regionaal samen (ecosysteem Noord-Limburg) In 2025 is hard gewerkt om op inhoud, samenwerkingsrelatie en organisatie toe te werken naar een nieuwe toekomstbestendige samenwerking in de regio Noord-Limburg - de Gezondste Regio 2040. Vanuit de acht deelnemende gemeenten is een zienswijze gegeven op zowel de nieuwe governance als de herijkte regionale visie. Vanaf 1 januari 2026 moet de nieuwe governance in werking treden, waarna alle acht gemeenten deel uitmaken van het Algemeen Bestuur. De nieuwe organisatiestructuur en herijkte inhoud helpt ons als acht gemeenten beter samen te werken aan de grote maatschappelijke opgaven, de economische, ruimtelijke en sociale ontwikkeling en de brede welvaart van onze regio. Daarnaast maakt het Nationaal Programma Vitale Regio's dat het Rijk de komende jaren duurzaam gaat investeren in onze regio. Niet langer tijdelijke Regio Deals maar een langjarige programmatische aanpak, samen met ondernemers, maatschappelijke partners, inwoners én het Rijk als geheel. Dit vraagt ook om een goede toekomstbestendige organisatie die enerzijds de opgave kan realiseren en een goed georganiseerde spil in het spreekwoordelijke web is. Het uitgangspunt voor de nieuwe governance is dat we sober en doelmatig bouwen aan de nieuwe organisatie, met een inhoudelijke focus. Financieel moeten we binnen de bestaande kaders blijven.
De gemeente Beesel zal net als alle andere zeven gemeenten in Noord-Limburg ook bestuurlijk en ambtelijk haar bijdrage leveren aan de nieuwe samenwerking in Noord-Limburg
Subdoel 4.3.2: We werken grensoverstijgend samen (Euregio) De gemeente Beesel heeft een strategisch partnerschap met haar Duitse buurgemeente Brüggen. We werken ook in 2026 nauw samen op beleidsthema's zoals toerisme en cultuur. Daarnaast zien we dat op specifieke onderwerpen en projecten zoals De Groene Loper / herinrichting gebied Witte Stein of jeugd en onderwijs de samenwerking, samen met partners, verder vormgeven. Het is mooi om te zien dat bijvoorbeeld vanuit het Grescollege hier programmatisch en ingebed in het curriculum aandacht voor komt. In 2026 zijn in beide gemeenten verkiezingen geweest. In 2025 zijn in Brüggen gemeenteraadsverkiezingen, burgemeesterverkiezing en Landtagsverkiezingen geweest. Dit zorgt mogelijk voor nieuwe gezichten aan beide zijden van de grens. In het tweede of derde kwartaal van 2026 bekijken hoe we ontmoeting tussen beide besturen kunnen vormgeven. Programmabegroting 2026
55
Subdoel 4.3.3: We werken landelijk samen (perspectief kleine gemeente) Eind 2025 is door het Algemeen Bestuur van de K80 een nieuw toekomstperspectief vastgesteld. De K80 groeit daarmee door zowel qua vaste formatie als qua begroting. Daarnaast wordt vanaf 2026 steviger ingezet om enerzijds leden meer te binden op de inhoudelijke thema's (community building) en anderzijds wordt actief ingezet op werving van nieuwe leden. Met bijna 70 leden zit de K80 pas op 60% van het potentieel van gemeenten dat lid kan worden. In 2026 vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats. Dat is zowel binnen de K80 als de VNG een natuurlijk moment dat posities binnen het Dagelijks Bestuur van de K80 (en van de VNG!) beschikbaar komen. Dit moet leiden tot een nieuw DB in uiterlijk september 2026. Ambtelijk blijven we ook in 2026 betrokken bij de K80 en leveren we hiervoor inzet. Hiervoor ontvangt de gemeente Beesel een kostendekkende vergoeding.
Subdoel 4.3.4: Lokale samenwerking #Gewoonsamen betekent ook dat we onze gemeentelijke ambities en maatschappelijke opgaven samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners oppakken. Daarbij hebben we oog voor rollen en (wettelijke) verantwoordelijkheden. Budget Regiodeals Nadeel € 59.000, neutraal via reserve Regiodeal In 2024 heeft de regio Noord-Limburg een tweede Regio Deal toegekend gekregen, op basis van een inhoudelijke propositie die zich onder andere richt op ondermijning, ondernemen en innoveren, het behoud van talent in onze regio en gezond leefklimaat. In totaal is voor Regio Deal II € 20 miljoen beschikbaar, waarvan € 10 miljoen door het Rijk, € 5 miljoen door de provincie Limburg en € 5 miljoen door de acht regio gemeenten wordt bijgedragen. De € 5 miljoen van de regio wordt verdeeld over de acht gemeenten via een verdeling per inwoner. Dit betekent dat de gemeente Beesel € 236.000 bijdraagt aan Regio Deal II. Deze bijdrage wordt door de regio in vier gelijke termijnen geïnd. Dit is de eerste termijn. U bent over de achtergrond, inhoud en financiën eerder via enkele raadsinformatiebrieven nader geïnformeerd. Toekomstvisie De toekomstvisie Leef Beesel is op 1 juli 2025 door de raad vastgesteld. Voor de implementatie stellen we in Q4 van 2025 een plan op; implementatie loopt in 2026 door. In Q3 van 2027 volgt er voor de eerste keer een toetsmoment.
Rol kernoverleggen en andere partners en partijen We werken graag mét de gemeenschap samen vóór de gemeenschap, zoals is vastgelegd in onze toekomstvisie Leef Beesel 2050. Hierin leren en ontwikkelen we samen en zoeken we met partners, zoals de kernoverleggen, naar de juiste aanpak en rolverdeling. We formuleren ieders rol en verantwoordelijkheden in trajecten vooraf in procesontwerpen en in adviezen over participatieve aanpakken.
Subdoel 4.3.5: Sterk bestuur In het samenspel tussen gemeenteraad, college, organisatie en gemeenschap is het van belang dat het bestuur haar werk goed kan doen. We werken conform onze hiervoor vastgestelde afspraken en onder andere via het Presidium doen we verbetervoorstellen naar behoefte. De gemeenteraad wordt ondersteund door de griffie en de rekenkamer. We nemen deel aan diverse samenwerkingsverbanden, in de (eu)regio en landelijk, om onze positie te versterken en samen te werken op thema’s die onze gemeentegrens overschrijden. Daarnaast zijn er budgetten beschikbaar voor representatie en opleiding om zichtbaar te zijn in onze gemeenschap en het kennisniveau op niveau te houden. In het kader van de uitvoering van de controlerende taak van de gemeenteraad vindt de externe controle ieder jaar door onze accountant plaats.
Programmabegroting 2026
56
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000 Veilige en dienstverlenende gemeente
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Saldo: Baten minus lasten Veiligheid
-1.632
-1.910
-1.904
-1.939
-1.943
-1.982
Burgerzaken
-288
-447
-383
-372
-441
-453
Gemeente
-2.046
-1.823
-1.903
-1.942
-1.975
-1.935
Totaal Baten minus lasten
-3.966
-4.180
-4.189
-4.253
-4.359
-4.370
Verloop begrotingssaldo x € 1.000 Veilige en dienstverlenende gemeente
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Saldo t/m 1e berap 2025*
-4.106
-4.155
-4.226
-4.293
Mutaties begroting 2026**
-83
-97
-133
-77
-4.189
-4.253
-4.359
-4.370
Geraamd resultaat * Reeds door de Raad vastgesteld ** Mutaties toegelicht in deze begroting Personeel: formatie en inhuur programma 4 Bedragen x € 1.000 Doel 4.1 Veiligheid 4.2 Burgerzaken 4.3 Gemeente 4.3 Gemeente* Totaal programma 4
Formatie 389 322 463 956
Inhuur 0 0 0 0
2.130
0
* Dit is het budget voor de loonkosten van de raad, wethouders, burgemeester en griffie. In programma vier stijgen de personeelskosten met € 54.000. Deze stijging is gedeeltelijk te verklaren door de wens voor een medewerker communicatie. De overige kosten bestaan uit diverse kleine personele wijzigingen. Samenvatting financiële mutaties Onderstaand geven we u een overzicht weer van de financiële mutaties programma 4 'Veilige en dienstverlenende gemeente' > € 50.000, met een totaalbedrag ad € 83.000 (nadeel): • • • • •
Burgerdiensten: voordeel € 59.000; Ambitiebudget: voordeel € 105.000; Budget regiodeals: nadeel € 59.000, neutraal via reserve Regiodeal; Personeel: formatie en inhuur: nadeel € 54.000; Het resterende bedrag betreft mutaties < € 50.000.
Investeringen programma 4 In dit programma hebben we geen investeringen opgenomen.
Programmabegroting 2026
57
Algemene Dekkingsmiddelen Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000 Algemene dekkingsmiddelen
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Saldo: Baten minus lasten Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is
4.872
4.965
5.299
5.592
5.842
5.842
Algemene uitkering
30.460
31.954
32.816
33.396
33.262
34.375
Dividend
349
320
238
238
238
238
Saldo van de financieringsfunctie
439
183
-171
-383
-571
-596
36.120
37.421
38.183
38.843
38.771
39.859
Totaal Baten minus lasten Verloop begrotingssaldo x € 1.000 Algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Saldo t/m 1e berap 2025*
36.294
37.195
38.304
39.204
Mutaties begroting 2026**
1.889
1.649
468
656
Geraamd resultaat
38.183
38.843
38.771
39.859
* Reeds door de Raad vastgesteld ** Mutaties toegelicht in deze begroting
Toelichting Algemene Dekkingsmiddelen Onroerendezaakbelasting Voordeel € 97.000 In 2024 heeft de raad besloten de ozb jaarlijks met 3% te verhogen. Deze stijging is verwerkt in onze meerjarenraming. We verwachten daarnaast een stijging als gevolg van areaaluitbreiding (meer woningen). Hierdoor hebben we de begroting met € 97.000 naar boven bijgesteld. Toeristenbelasting Nadeel € 50.000 De verwachte overnachtingen bij de Lommerbergen zijn bijgesteld op basis van de actuele inschattingen, onder andere in verband met een tijdelijke sluiting van het zwembad gedurende 2 weken in 2026. In verband hiermee zijn de inkomsten toeristenbelasting in 2026 met € 50.000 neerwaarts bijgesteld. Lastenverlichting Nadeel € 105.000 Analoog aan de afgelopen drie jaren geven we in 2026 een lastenverlichting van € 18 per huishouden (50% van € 36 uit 2025). Deze dekken we uit het begrotingssaldo 2026. Voor 2027 en verder passen we nu geen lastenverlichting toe op basis van het huidige beeld van de meerjarenbegroting. Gemeentefonds Voordeel € 2.152.000 Met de voorjaarsnota van het Rijk worden gemeenten enigszins gecompenseerd. Dit betekent voor de begroting 2026 dat de autonome stijging in de lasten slechts gedeeltelijk door het Rijk wordt gecompenseerd.
In de Voorjaarsnota heeft het Rijk een eerste stap gezet in de tegemoetkoming van de kosten voor jeugdhulp (op basis van het rapport van de commissie Van Ark). Dit heeft geleid tot een positieve Programmabegroting 2026
58
bijstelling tot en met 2027. Begin 2027 zal een nieuwe commissie een inschatting maken voor compensatie vanaf 2028. Daarnaast zien we dat het Rijk vanaf 2028 onttrekking uit het Gemeentefonds heeft ingeboekt, die we in de begroting moeten opvangen. Wederom een bezuiniging op het gemeentefonds. Het ravijn 2026 is daardoor deel gedempt, maar ook verbreed. Op basis van de meicirculaire Gemeentefonds 2025 ontvangen we in de jaarschijf 2026 € 2.152.000 meer uit het fonds. Dit kunnen we als volgt specificeren: Jeugdzorg Op basis van het rapport van de deskundigecommissie Van Ark compenseert het Rijk vanaf 2025 50% van het tekort op de jeugdzorg. Voor Beesel gaat het in 2026 om € 359.000. Daarnaast is het ingroeipad voor de invoering van de hervormingsagenda voor 2026 en 2027 afgevlakt. In 2026 is de onttrekking uit het Gemeentefonds a.g.v. de hervormingsagenda afgenomen met € 426.000 (2027 € 395.000). Deze bedragen brengen we in mindering op de taakstelling voor de hervormingsagenda jeugdzorg. Dit is voor de begroting budgetneutraal. De invoering van het hervormingsagenda is hiermee deels verschoven naar 2028. Vanaf 2028 kort het Rijk het Gemeentefonds structureel voor drie regelingen die samenhangen met de jeugdzorg: • Een korting van € 219.000 i.v.m. eigen bijdrage voor de jeugdzorg. We ramen hiervoor € 219.000 aan eigen bijdrage op de jeugdzorg. Dit is budgetneutraal.
• Voor sturen op trajectduur jeugdzorg € 57.000. We verhogen de taakstelling voor de hervormingsagenda jeugdzorg met € 57.000. Dit is eveneens budgetneutraal. • Voor indexering van de hervormingsagenda € 427.000. Deze korting komt ten laste van het begrotingssaldo. WMO Conform de meicirculaire wordt de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo uitgesteld tot 2027 (was 2026). De korting 2026 van € 192.000 komt daarom te vervallen. Demping terugval Gemeentefonds Voor de demping van een deel van het ravijn 2026 ontvangen we vanaf 2026 € 342.000. Loon- en prijsontwikkeling (LPO) Voor LPO, accres en overige ontwikkelingen ontvangen we vanaf 2026 € 835.000. Saldo Financieringsfunctie (Rente) Nadeel € 230.000 Tot en met 2025 was het saldo van de financieringsfunctie positief. Dit saldo bestond uitsluitend uit rentebaten, voortkomend uit enkele verstrekte leningen en het stallen van overtollige middelen in de Schatkist. Daarnaast hebben we nog 1 gemeentelijke lening (€ 4 mln.). Deze wordt volledig afgelost in 2025. Naar verwachting gaan we deze herfinancieren eind 2025. Op dat moment gaan we rente betalen. Naar huidig inzicht hebben we voor de komende periode van de meerjarenbegroting onvoldoende eigen middelen om aan de financieringsbehoefte te voldoen.
Vanaf 2026 worden langlopende leningen aangetrokken ter financiering van de uitgaven en wordt het saldo van de financieringsfunctie negatief (rentelasten > rentebaten). We bekijken op het moment dat aanvullende financiering nodig is hoe we deze invullen (kasgeldleningen of langlopende leningen). Hierbij houden we rekening met de renterisiconorm uit de wet Fido. Deze aanpak draagt bij aan een stabiele financieringsstructuur en minimaliseert het risico op rentewijzigingen en herfinanciering. De rentelasten actualiseren we jaarlijks op basis van het actuele rentetarief en de financieringsbehoefte. Samenvatting financiële mutaties Onderstaand geven we u een overzicht weer van de financiële mutaties 'Algemene dekkingsmiddelen' > € 50.000, met een totaalbedrag ad € 1.889.000 (voordeel): •
Onroerendezaakbelasting: voordeel € 97.000;
Programmabegroting 2026
59
• • • • •
Toeristenbelasting: nadeel € 50.000; Lastenverlichting: nadeel € 105.000; Gemeentefonds: voordeel € 2.152.000; Rente: nadeel € 230.000; Het resterende bedrag betreft mutaties < € 50.000.
Programmabegroting 2026
60
Overhead Wat willen we bereiken? Onderstaand geven we u de doelen van dit programma uit de doelenboom weer, inclusief de subdoelen:
Doel 6.1:
De organisatie heeft duurzaam inzetbare medewerkers die passen bij dat wat de organisatie en samenleving nodig heeft
We zijn een gemeente in gemeenschap. We zetten de mens centraal, gaan in gesprek, leveren maatwerk, leven ons in, managen verwachtingen, en we zorgen dat iedereen naar behoefte mee kan doen. Hiervoor is een klantgerichte dienstverlening en communicatie van hoge kwaliteit nodig. Dit vereist een bedrijfsvoering die op orde is en blijft aansluiten bij de veranderende maatschappij. Dit betekent ook dat we moeten blijven zorgen dat de juiste mensen op de juiste plek zitten. Doel is dan ook dat onze organisatie duurzaam inzetbare medewerkers heeft die passen bij dat wat de organisatie en samenleving nodig heeft: • Blijven aansluiten bij de toekomstambities, (snel) veranderende maatschappij en (landelijke) opgaven • De juiste mensen zitten op de juiste plek met aandacht voor meegroeiende ontwikkeling en voorzienbaarheid • Zorgen voor voldoende medewerkers, mensen maken het verschil in onze organisatie • Zorgen voor de juiste medewerkers, waarbij we ook inzetten op mobiliteit en (bij- en om)scholing • Aantrekkelijk blijven als werkgever, zorgen voor duurzame (ver)binding, werkgeluk en versterken van onze identiteit
Doel 6.2:
We zijn in control, adviseren, coachen en ondersteunen medewerkers zodat we taken doelmatig en rechtmatig uitvoeren
Als organisatie willen we In control zijn. Dit betekent dat we grip hebben en houden op de organisatie; op het beleid, de financiën, de rechtmatigheid en de risico's. We creëren een zo hoog mogelijke mate van voorspelbaarheid, waardoor we in staat zijn om, indien nodig, tijdig bij te sturen.
Wat gaan we er voor doen? Doel 6.1:
x € 1.000
De organisatie heeft duurzaam inzetbare medewerkers die passen bij dat wat de organisatie en samenleving nodig heeft Saldo Baten minus Lasten Saldo begroting 2026
-1.052
Subdoel 6.1.1: Blijven aansluiten bij veranderende maatschappij (bestaand personeel) De werknemer van de toekomst vraagt van de werkgever om vertrouwen, ruimte en verantwoordelijkheid. Medewerkers komen (samen) tot de beste resultaten voor inwoners als zij eigenaarschap ervaren en binnen heldere kaders autonoom kunnen handelen. Belangrijk is ook dat medewerkers aansluiten bij dat wat onze gemeenschap van ons vraagt. Hierbij zijn kernbegrippen als ondernemerschap, evenwichtig, nabijheid en wendbaarheid de rode draad in de toekomst in onze visie op goed werkgeverschap en beleidskeuzes die we daarin maken. Ongerwaeg Goed werkgeverschap wordt in Beesel opgehangen aan wat medewerkers belangrijk vinden en aangegeven hebben. In onze organisatieontwikkeling Ongerwaeg geeft de rode draad in onze toekomstvisie richting aan het bouwen van een toekomstbestendige ambtelijke organisatie. We zetten in op het versterken van onze organisatiecultuur, gerelateerd aan onze eigen identiteit en werkgeluk.
Programmabegroting 2026
61
In al onze brede communicatie leggen we hier de nadruk op. In de jaarlijkse Ongerwaeg bijeenkomsten zetten we in op de thema's ontmoeten, verbinden en samenwerken.
Subdoel 6.1.2: De juiste mensen zitten op de juiste plek Onze ambities en ook onze wettelijke taken bepalen waar we mee bezig moeten zijn. We blijven investeren in onze medewerkers om dit waar te blijven maken en gaan mee met hetgeen de gemeenschap en de maatschappij van ons vraagt. Vooruitzien en investeren, versterken en wendbaar blijven, dat is de kern van onze ingezette strategische personeelsontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat we toekomstbestendig blijven, blijven we in 2026 en de opvolgende jaren alert op mogelijkheden om onze basis op orde te houden en te versterken met daarbij gerichte aandacht voor efficiëntie en effectiviteit. Strategische personeelsontwikkeling Toekomstgericht willen we de juiste mensen op de juiste plek krijgen en behouden. Hiervoor is het belangrijk om verder in de toekomst te kijken en daarop in ruimte en tijd te anticiperen. De basisanalyses zijn gemaakt in 2025 en de toekomstvisie geeft richting in waar onze ambities liggen. Hiermee gaan we op basis van strategische personeelsplanning en -ontwikkeling (SPO) in 2026 verder aan de slag. Binnen het kader van SPO duiden we welke ontwikkelingen in de aankomende jaren invloed hebben op de benodigde kwalitatieve en kwantitatieve formatie op de verschillende beleidsvelden.
In dit proces blijven we kritisch op de personeelskosten en streven we ernaar om vanuit de basis van 2025 de personeelskosten niet automatisch mee te laten stijgen met de CAOindexatie en zelfs te streven naar een verdere afvlakking in 3 jaar. Belangrijke vragen om te beantwoorden hierbij zijn: Hebben we onze werkprocessen optimaal ingericht, wat kunnen we automatiseren, waar is uitbesteden een betere optie, stellen we de juiste prioriteiten en durven we keuzes te maken in wat we wel en wat we niet (meer) doen? Daarnaast is het zaak dat we meer voorzienbaarheid creëren met betrekking tot de benodigde capaciteit voor (nieuwe) ambities en projecten en deze qua prioriteit en snelheid beter afstemmen op de beschikbare capaciteit. Hierin zien we in het sociaal en ruimtelijk domein verschillende dynamieken op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, maar ook wat gevraagd wordt in nabijheid en regievoering. Keuzes maken doen we met draagvlak. We blijven sturen op basis van natuurlijk verloop en herschikking van taken en rollen. Interne mobiliteit Ons intern mobiliteitsbeleid zorgt ervoor dat met regelmaat medewerkers intern doorstromen op vrijgevallen functies. Ook kortdurende taken of vervangingsvraagstukken worden intern gepresenteerd. Hiermee zorgen we voor groei en ontwikkeling in de breedte. Ook een regelmatige inzet in een project versterkt ontwikkeling van medewerkers en integraal werken.
Daarmee geven we meer kracht aan samenwerken en betrokkenheid. Aanpassing personeelsbudgetten De personeelsbudgetten herrekenen we elk jaar opnieuw aan de hand van de medewerkersaantallen, de benchmarkgetallen en indexatie indien deze van toepassing is. Bij de benchmark kijken we naar de gemiddelden van andere gemeentes in Nederland (gegevens personeelsmonitor 2024).
Subdoel 6.1.3: Zorgen voor voldoende medewerkers (kwantitatief) Om onze ambities waar te maken is het van belang dat we voldoende capaciteit hebben. Onze arbeidsmarkt blijft op een aantal domeinen kritisch en dit zal voorlopig niet minder worden. Dat vergt niet alleen een strategische blik zoals al is beschreven, maar betekent dat de inspanningen die we in het nu leveren onverminderd hoog blijven. Arbeidsmarktinspanning Onze actieve benadering van de arbeidsmarkt in de vorm van imagocampagnes en arbeidsmarktcampagnes zorgt ervoor dat we de meeste vacatures passend kunnen invullen. Samen met de expertise van onze samenwerkingspartner op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie blijven we vernieuwen en verbeteren. Onze identiteit en toekomstvisie zal in 2026 onderwerp zijn van de campagnes. We laten zien waar we voor staan en hoe we ons onderscheiden van onze omgeving. Toch zien we met name op het ruimtelijk domein serieuze knelpunten. Daarom gaan we actief in gesprek met potentiële kandidaten, werven we actief in eigen netwerken en denken we vooruit in mogelijkheden en durven we te handelen.
Programmabegroting 2026
62
Impact op ambities en doelen Daarnaast zien we dat, door de landelijke onzekerheden op een duidelijke koers, druk staat op de uitvoering van onze eigen taken. Het is belangrijk om continuïteit te waarborgen in uitvoering en de focus te blijven houden op de eigen toekomstambities. Door te kijken naar de langere termijn in relatie tot onze strategische personeelsontwikkeling creëren we een stabiliteit en wendbaarheid hetgeen in de onrustige tijden belangrijk is voor een blijvende goede basis op orde.
Subdoel 6.1.4: Aantrekkelijk blijven als werkgever Gemeente Beesel blijft alert op gezonde arbeidsvoorwaarden en omstandigheden. Het is niet alleen belangrijk dat we zorgen dat we duurzaam inzetbaar blijven, maar ook dat we aansluiten bij de diversiteit van onze medewerkers en de generatiekenmerken waar we in onze maatschappij steeds meer aandacht voor hebben. Onze organisatieontwikkeling Ongerwaeg geeft ons telkens de handvaten wat dit voor gemeente Beesel betekent en ook de arbeidsmarkt vraagt om scherper te kijken naar wat de medewerker belangrijk vindt. Van belang hierbij is niet alleen dat we nieuwe medewerkers aantrekken, maar dat we een aantrekkelijke werkgever blijven voor onze huidige medewerkers. CAO-gemeenten De huidige Cao gemeenten heeft een looptijd tot april 2027. De salariseffecten van de Cao zijn in de index meegenomen. Vitaliteit Versterken van duurzame inzetbaarheid betekent ook dat we aandacht blijven houden voor de 'vitaliteit' van medewerkers. Hierbij gaat de aandacht uit naar het bevorderen van de fysieke gezondheid van medewerkers, ondersteuning bij de mentale gezondheid en welzijn, een optimale werk-privé balans en het creëren van een positief werkklimaat. Het doel is dat iedereen kan meedoen op de verschillende activiteiten. We bieden hierbij sportieve activiteiten aan, maar ook informatieve activiteiten.
In 2026 komt een vervolg op het Periodiek Medisch Onderzoek (PMO) en gaan we inzetten op activering van gezond woonwerkverkeer. Werkgeluk Aantrekkelijk blijven als werkgever is ook weten wat er leeft en wat onze organisatie onder werkgeluk verstaat. In 2025 hebben we een medewerkersonderzoek uitgevoerd. De opbrengst is leidraad om de teams te versterken en te zorgen voor een stabiel en veerkrachtige ambtelijke organisatie. Hierin staat het model werkgeluk centraal. RVU en Verlofsparen In de Cao gemeenten worden afspraken gemaakt over vervroegd stoppen met werken en verlofsparen. Hiervoor nemen we een voorziening op in de begroting op basis van een reële inschatting. De voorwaarden waaronder de deelname aan de RVU regeling is opgenomen in de Cao voor 2026, zijn aangepast. Er is een extra voorwaarde opgenomen die nog onderzocht gaat worden (de medewerker moet een zwaar beroep uitoefenen en wat een zwaar beroep is in onze context wordt nog onderzocht). Uitspraak hierover komt in november 2025. Op basis daarvan kan beoordeeld worden hoeveel medewerkers gebruik kunnen maken van deze aangepaste regeling. De financiële consequenties kunnen daarmee pas na de begroting ingeschat worden.
Doel 6.2:
x € 1.000
We zijn in control, adviseren, coachen en ondersteunen medewerkers zodat we taken doelmatig en rechtmatig uitvoeren Saldo Baten minus Lasten Saldo begroting 2026
-5.647
Subdoel 6.2.1: We coachen en ondersteunen medewerkers in hun werk De faciliteiten voor medewerkers om hun werk goed te kunnen verrichten, worden beschikbaar gesteld vanuit de organisatie. Dit doen we in de vorm van zowel hardware en software, opleiding en training en door verbeterplannen in te zetten op basis van bevindingen uit interne controles. Programmabegroting 2026
63
Bij hardware en software kan gedacht worden aan laptops, telefoons en diensten zoals veilig emailen, anonimiseringstool, digitale werkplek, ons centrale zaaksysteem en ons archief. Informatiebeheer Nadeel € 76.000 Lease Begin 2025 hebben we alle laptops vernieuwd en eind 2025 de telefoons. Dit leidt tot een bijstelling van het leasebedrag met € 76.000 per jaar voor 2026. Transitie naar de cloud Nadat we in 2025 grote slagen gemaakt hebben in de transitie naar de cloud. Zullen we in 2026 de puntjes op de i gaan zetten en de tijd nemen om zaken te finetunen. Verder gaan we inzetten op het efficiënter samenwerken middels Teams/Sharepoint. Tevens proberen we applicaties zo kostenneutraal mogelijk naar de cloud te verhuizen. Datagedreven werken De ontwikkelingen op datagedreven werken blijven doorgaan. Zo blijven we nieuwe databronnen toevoegen aan het datawarehouse. Ook zullen we de huidige dashboards blijven doorontwikkelen en nieuwe toevoegen. Ten slotte worden er stappen gezet naar meer integraal gebruik van de data. DIV In 2025 heeft en een digitaliseringsslag plaatsgevonden om de fysieke bouwdossiers te digitaliseren. In 2026 ziet dit project een vervolg en introduceren wij een systeem waarmee op een logische, veilige en duurzame manier bouw- en milieudossiers ontsloten zullen worden. Dit komt ten goede van de dienstverlening richting inwoner en ondernemer.
Security Voor de gemeente is het uitermate belangrijk om goed om te gaan met de gegevens van haar inwoners en om te zorgen dat alle gemeentelijke systemen veilig zijn. Waarom? Omdat mensen de gemeente moeten kunnen vertrouwen. Als gemeente conformeren we ons aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit is de verplichte norm voor informatiebeveiliging binnen de Nederlandse overheid. Naar verwachting wordt medio 2026 een nieuwe wet van kracht: de Cyberbeveiligingswet. Deze wet stelt strengere eisen aan de cybersecurity van gemeenten en verplicht hen om hun systemen goed te beveiligen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Informatiebeveiligingsdienst (IBD) geven hierover advies en ontwikkelen hulpmiddelen om gemeenten te ondersteunen bij de implementatie van de BIO en het voldoen aan de nieuwe wetgeving. Wij volgen deze adviezen op. Indexering Inflatie heeft een sterk effect op de tarieven voor de dienstverlening binnen informatiebeheer. Om de budgetten beter aan te laten sluiten hebben we een index opgenomen van 2% per jaar. Om invulling en afronding te geven aan de transitie en ontwikkeling van de digitale diensten, automatisering en AI binnen het werkveld Informatiebeheer DIV is een medewerker informatiebeheer (gedurende 1 jaar) opgenomen in de begroting.
Subdoel 6.2.2: We adviseren op vakinhoud We werken integraal en nemen besluiten waarbij we rekening houden met verschillende, mogelijk conflicterende belangen. Om te komen tot integrale besluiten adviseren we medewerkers en bestuur vanuit verschillende teams zoals Documentaire Informatievoorziening, Automatisering en Informatievoorziening, Algemeen Juridische zaken, Financiën, Personeel & Organisatie, Communicatie en Strategie en Control. Dit draagt bij aan technisch en juridisch kloppende besluiten die uitvoerbaar, financieel haalbaar en conform wetgeving en onze wettelijke taken zijn. Daarnaast wordt geadviseerd en getoetst of deze aansluiten bij onze visie en ambities en of het in begrijpelijke taal / vorm gecommuniceerd wordt. Communicatie De maatschappij ontwikkelt zich en de behoeften van inwoners veranderen continu. Team Communicatie vertaalt deze steeds veranderende behoeften en ontwikkelingen naar praktische communicatieplannen voor alle projecten en beleidsvelden binnen de gemeente. Verder zorgt Programmabegroting 2026
64
communicatie voor verbinding tussen inwoners en de gemeente. Met de polarisatie in de samenleving blijft dit een continu aandachtspunt. In 2026 ligt de focus van team Communicatie dan ook nog steeds op deze verbinding. Met transparante en begrijpelijke communicatie worden alle relevante doelgroepen betrokken bij de projecten van de gemeente. Imagocampagne De imagocampagne wordt in 2026 doorgezet. Hiermee blijven we werken aan de identiteit en het imago van de gemeente Beesel als organisatie. Dit om aantrekkelijk te blijven voor huidige en nieuwe medewerkers. Begrijpelijke, aantrekkelijke en persoonlijke communicatie Met behulp van een contentplanning worden alle communicatieboodschappen zorgvuldig afgestemd op de doelgroepen. Per doelgroep wordt kritisch gekeken naar de inhoud van de boodschap, het geschikte communicatiemiddel en wanneer de boodschap wordt ingepland. We zetten steeds meer in op het gebruik van video en beeld om boodschappen begrijpelijker, aantrekkelijker en persoonlijker te maken. Een crossmediale inzet zorgt voor een zo groot mogelijk bereik van de boodschap. Communicatieboodschappen worden vervolgens geëvalueerd om toekomstige communicatie eventueel bij te schaven. Lokale omroep en streekomroep Omroep P&M blijft onze lokale omroep. Er is een wetsvoorstel in de maak om deze Mediawet (gericht op lokale omroepen) te wijzigen.
Als de Tweede Kamer en Eerste Kamer met deze wetswijziging instemmen, wordt de gewijzigde Mediawet op 1 januari 2028 van kracht. Licenties van lokale omroepen komen dan te vervallen en er wordt nog één licentie per streek verstrekt, aan de streekomroep. Met een ambtelijke streekwerkgroep hebben we aandacht voor de invoering van deze streekomroep. Dienstverleningsonderzoek In 2025 en 2026 worden acties voortkomend uit het dienstverleningsonderzoek van 2024 verder opgepakt en uitgewerkt. Bestuur met signatuur Na de verkiezingen zetten we met communicatie in op het versterken van de communicatiekracht en profilering van de (nieuwe) bestuurders. Communicatiemedewerker In de begroting van 2025 hebben we de raad gevraagd voor een uitbreiding van het team communicatie, in de vorm van een (operationeel) medewerker communicatie. Daarbij heeft de raad aangegeven deze medewerker vooralsnog voor de duur van één jaar aan te stellen en vervolgens eerst een evaluatie te willen ontvangen voordat er sprake kon zijn van een structurele uitbreiding van dit team. In lijn met dit raadsbesluit hebben we, na een wervingscampagne medio februari 2025 een communicatiemedewerker aan ons team Communicatie toegevoegd voor de duur van één jaar. In de voorliggende begroting willen we deze tijdelijke functie omzetten naar een structurele.
Zowel de raad als het communicatie- en dienstverleningsonderzoek onderstrepen het belang van heldere, tijdige en toegankelijke communicatie met inwoners, ondernemers en partners. Goede communicatie is essentieel voor het draagvlak van beleid, het vergroten van participatie en het versterken van vertrouwen in de gemeente Beesel. Tot voor kort bestond het communicatieteam uit drie communicatieadviseurs. Deze medewerkers waren aangesteld voor communicatie-advisering, met name op strategisch en tactisch niveau. Voor het operationele/ uitvoerende niveau hadden we niemand aangesteld, waardoor de communicatieadviseurs deze werkzaamheden naast hun reguliere werk moesten oppakken. Dit, terwijl de uitvoering van communicatie – waaronder de productie van middelen, webbeheer, contentcreatie en social media beheer – een steeds zwaardere druk legt op de capaciteit. Door de toevoeging van een medewerker communicatie die zich richt op de operationele werkzaamheden, ontstaat bij de adviseurs meer ruimte voor hun eigenlijk werk. Maar nog belangrijker: sinds de komst van onze nieuwe medewerker, zijn we meer en beter online zichtbaar (zowel op social media als op onze eigen websites) en worden praktische vragen vanuit inwoners en de organisatie sneller opgepakt en vertaald in tekst, beeld en geluid.
Kortom: we hebben een flinke professionaliseringsslag gemaakt op het gebied van communicatie en dat is zowel intern als extern Programmabegroting 2026
65
merkbaar. Om die reden is een structurele uitbreiding van het team communicatie noodzakelijk om de communicatie kwalitatief en kwantitatief op peil te houden. Zero Based Budgetting Nadeel € 458.000, neutraal via diverse budgetten Tot en met 2025 hadden we een taakstelling ZBB in onze begroting opgenomen. Deze taakstelling hebben we jaarlijks weten in te vullen met incidentele posten. Vanaf de begroting 2026 hebben we hier structureel invulling aan kunnen geven door in eerste instantie een wijziging in de financieringssystematiek bij het onderhoud van onze wegen en in tweede instantie door de afbouw van onze leasecontracten.
Subdoel 6.2.3: We hebben evenwicht tussen zelf doen en uitbesteden, voeren regie daar waar nodig Met alle (toenemende) taken die bij gemeenten liggen, blijft het van belang dat we evenwicht bewaren tussen wat we zelf doen, wat we uitbesteden en welke samenwerkingsvormen we kiezen. De complexiteit van vraagstukken neemt steeds verder toe. De opgaven vanuit het Rijk zijn steeds vaker naast lokaal ook gericht op de regio. We kennen al diverse gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Zowel voor bestaande als voor nieuwe opgaven moet bewust afweging plaats blijven vinden op welke wijze we uitvoering geven aan taken. Naast de eigen regio is ook de samenwerking vanuit de K80 kansrijk om op onderdelen samen te werken.
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000 Overhead
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Saldo: Baten minus lasten Organisatie
-1.022
-1.175
-1.052
-855
-712
-727
In control
-6.288
-5.615
-5.647
-5.812
-5.641
-5.655
Totaal Baten minus lasten
-7.310
-6.789
-6.699
-6.668
-6.353
-6.382
Verloop begrotingssaldo x € 1.000 Overhead
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Saldo t/m 1e berap 2025*
-6.009
-5.825
-5.928
-6.068
Mutaties begroting 2026**
-690
-842
-424
-314
-6.699
-6.668
-6.353
-6.382
Geraamd resultaat * Reeds door de Raad vastgesteld ** Mutaties toegelicht in deze begroting
Personeel: formatie en inhuur programma overhead Bedragen x € 1.000 Doel 6.1 Organisatie 6.2 In control Totaal overhead
Formatie 246 3.143
Inhuur 5 108
3.389
113
Om het voorgenomen beleid uit te kunnen voeren is het wenselijk om de formatie aan te passen met: Programmabegroting 2026
66
•
Beleidsondersteuning communicatie structurele functie werkzaam voor doel 4.3 en doel 6.2 kosten 0,67 FTE € 43.000
•
Medewerker informatiebeheer tijdelijke functie voor een jaar werkzaam voor doel 6.2 kosten 1 FTE € 83.000
In programma overhead zijn de personeelskosten gestegen met € 252.000. Naast de bovenstaande pwensen wordt het verschil veroorzaakt door de aanpassing van de vacature voor de controller naar 1 FTE. De overige kosten bestaan uit veel kleine personele wijzigingen. De p-budgetten zijn in deze begroting berekend op basis van de nieuwe CAO die tot 1 april 2027 is afgesloten. Vanaf 2027 hebben we de p-budgetten geïndexeerd met: Bedragen x € 1.000 Jaar
Index
2027 2028 2029
2% 2% 2%
Bedrag cumulatief verwerkt in de P-budgetten 325 650 978
Om knelpunten op te kunnen vangen en beloningen te kunnen toekennen hebben we al vele jaren twee stelposten. De afvloeiings- en promotiestelpost is verlaagd van € 75.000 naar € 25.000. Samenvatting financiële mutaties Onderstaand geven we u een overzicht weer van de financiële mutaties programma 'Overhead' > € 50.000, met een totaalbedrag ad € 690.000 (nadeel): • • • •
Zero based budgetting: nadeel € 458.000, neutraal via diverse budgetten; Informatiebeheer: nadeel € 76.000; Personeel: formatie en inhuur: nadeel € 252.000; Het resterende bedrag betreft mutaties < € 50.000.
Investeringen overhead In dit programma hebben we de volgende investeringen opgenomen (x € 1.000): Investering 2026 2027 2028 2029 Dekking Materieel onderhoudsdienst 2026
123
Materieel onderhoudsdienst 2028 Materieel onderhoudsdienst 2029 Overkapping incl. zonnepanelen Gemeenteloods
Kaplst. in exploitatie 147
Kaplst. in exploitatie 287 Kaplst. in exploitatie
40
Kaplst. in exploitatie
Uren: Het investeringsbedrag welke wordt toegerekend aan de activering van uren is niet in bovengenoemde tabel opgenomen. Activering van uren leidt tot een hoger investeringsbedrag maar wordt separaat van bovenstaande bedragen geraamd en geactiveerd.
Materieel onderhoudsdienst 2026 t/m 2029 (Totaal geraamde investering 2026 bedraagt € 122.700 + activering uren € 14.700 = € 137.400. Voor 2028 bedraagt deze € 146.500 + activering uren € 14.700 = € 161.200 Voor 2029 bedraagt deze € 287.000 + activering uren € 14.700 = € 301.700) Voor de aanschaf en vervanging van materieel voor de onderhoudsdienst nemen we jaarlijks een investeringsbedrag op. Voor iedere aanschaf van nieuw materieel maken we een beoordeling of we kopen of leasen. De kapitaallasten zijn opgenomen in de meerjarenbegroting.
Programmabegroting 2026
67
Overkapping incl Zonnepanelen gemeenteloods (Naast de investering in 2025 ad € 160.282 + activering uren € 6.344 = € 166.626, is in 2026 extra benodigd/begroot: € 40.000) De nieuwe overkapping is in 2025 gerealiseerd zonder zonnepanelen. Zoals in de 1e bestuursrapportage van 2025 aangekondigd, zijn de kosten hoger uitgevallen dan oorspronkelijk begroot (totaal investering € 160.282, exclusief activering uren). De plaatsing van zonnepanelen op het dak van de nieuwe overkapping hebben we vooralsnog uitgesteld vanwege: • deze hogere kosten, alsmede • de huidige onzekerheid rondom regelgeving/saldering bij zonnepanelen De mogelijkheid tot plaatsing van zonnepanelen op het dak van de overkapping onderzoeken we. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat het toch nog gunstig is om zonnepanelen aan te brengen op dit dak, dan is hiervoor in 2026 bovenstaande aanvullend bedrag van € 40.000 nodig.
Programmabegroting 2026
68
Vennootschapsbelasting Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Saldo: Baten minus lasten Vennootschapsbelasting
-1
0
0
0
0
0
Totaal Baten minus lasten
-1
0
0
0
0
0
Begroting 2027
Begroting 2028
Verloop begrotingssaldo x € 1.000 Vennootschapsbelasting
Begroting 2026
Begroting 2029
Saldo t/m 1e berap 2025*
0
0
0
0
Mutaties begroting 2026**
0
0
0
0
Geraamd resultaat
0
0
0
0
* Reeds door de Raad vastgesteld ** Mutaties toegelicht in deze begroting
Programmabegroting 2026
69
Bedrag voor onvoorzien Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000 Bedrag voor onvoorzien
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Saldo: Baten minus lasten Onvoorzien
0
-80
-100
-100
-100
-100
Totaal Baten minus lasten
0
-80
-100
-100
-100
-100
Verloop begrotingssaldo x € 1.000 Bedrag voor onvoorzien
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Saldo t/m 1e berap 2025*
-100
-100
-100
-100
Mutaties begroting 2026**
0
0
0
0
-100
-100
-100
-100
Geraamd resultaat * Reeds door de Raad vastgesteld ** Mutaties toegelicht in deze begroting
Programmabegroting 2026
70
Mutaties Reserves Bedragen x €1.000 Mutaties reserves
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Saldo: Baten minus lasten Beleven
-186
106
0
0
0
0
Samenkracht
-752
-609
-291
-186
-253
-253
Fijn wonen en bedrijvig
169
1.198
161
160
104
4
Veilige en dienstverlenende gemeente
-383
117
106
141
106
47
Overhead
1.807
1.603
611
836
506
506
655
2.414
587
950
463
304
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Saldo t/m 1e berap 2025*
718
493
304
704
Mutaties begroting 2026**
-131
457
159
-400
Geraamd resultaat
587
950
463
304
Totaal Baten minus lasten Verloop begrotingssaldo x € 1.000 Mutaties reserves
* Reeds door de Raad vastgesteld ** Mutaties toegelicht in deze begroting Onderstaand geven we u een overzicht van de financiële mutaties > € 50.000, met een totaalbedrag ad € 131.000 (nadeel): Voor een drietal kostenposten hadden we in de begroting 2025 een dekking uit de reserve voor de jaarschijf 2026 geraamd. Bij het opstellen van de begroting 2026 blijkt dat deze dekking uit de reserve in de jaarschijf 2026 niet meer nodig is i.v.m. voldoende begrotingssaldo. De dekking uit de reserve kan daarom komen te vervallen. Het betreft de dekking voor de posten: -Cultuurmakelaar -Straatcoaches -Medewerker werving en selectie Programma 1 Beleven (nadeel € 93.000): • Cultuurmakelaar, dekking uit de reserve vervalt (nadeel € 93.000) Programma 2 Samenkracht (nadeel € 81.000): • Geen mutaties > € 50.000 Programma 3 Fijn wonen en bedrijvig (voordeel € 100.000): • Uitvoering Woonzorgvisie (voordeel € 100.000); Programma 4 Veilige en dienstverlenende gemeente (voordeel € 9.000): • Regiodeal (voordeel € 59.000) • Straatcoaches, dekking uit de reserve vervalt (nadeel € 50.000) Overhead (nadeel € 66.000) • Personeel medewerker werving & selectie, dekking uit de reserve vervalt (nadeel € 66.000); • Reserve Ontheemden (voordeel € 2.000.000); • Algemene reserve vrij besteedbaar (nadeel € 2.000.000) Programmabegroting 2026
71
Paragrafen
Programmabegroting 2026
72
A Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze wettelijk verplichte paragraaf bestaat uit de relatie tussen: • alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie; • de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om risico's af te dekken. De paragraaf is opgebouwd uit: 1. kaders 2. inventarisatie risico's 3. inventarisatie weerstandscapaciteit 4. berekening weerstandsvermogen 5. kengetallen (wettelijk)
1. Kaders Als aanvulling op de wettelijke bepaling (art. 11 BBV) stelt de Raad de volgende kaders voor het weerstandsvermogen en de risicobeheersing: •
•
Het college informeert de Raad over een risico van de categorie 15 of hoger op het moment dat zich een dergelijk risico voordoet. Het college geeft aan welk beleid we gaan voeren om deze risico’s te beheersen in overeenstemming met de strategie van onze gemeente. In de paragraaf Weerstandsvermogen van de begroting en jaarrekening nemen we voor deze risico’s het gekozen beleid op. De raad stelt de minimale norm voor het weerstandsvermogen op 1.
2. Risico's Voor 2026 e.v. voorzien we een aantal (mogelijk) risicovolle ontwikkelingen. In deze paragraaf gaan we in op de volgende onderwerpen: • • • • • • • • • • •
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Sociaal domein Claims / Verzekeringen APPA-fonds ICT Grondexploitatie Dreigend faillissement van verbonden partijen Dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan 2.8 Tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen. 2.9 Verplichting WW-uitkering voormalig personeel 2.10 Inflatie 2.11 Afval
2.1 Sociaal domein (programma 2) De afgelopen jaren hebben we een risico opgenomen met betrekking tot de budgetten in het sociaal domein. De gedachte hierbij was, dat we nog niet volledig grip hadden op de uitgaven binnen dit domein en dat kosten altijd hoger kunnen uitvallen. Inmiddels is dit uitgangspunt achterhaald. We bouwen onze begroting op een realistische manier op, waarbij we voor alle budgetten een realistische inschatting maken van de te verwachten kosten. Dit maakt het opnemen van een risico specifiek voor het sociaal domein overbodig. Immers, dan zouden we ook voor alle andere budgetten een risico op moeten nemen en kunnen we niet meer spreken van een realistische begroting. Programmabegroting 2026
73
2.2 Claims/ Verzekeringen (overhead) Onderverzekering Het voornaamste risico bij verzekeringen is het risico op onderverzekering. Voor de brandverzekering voorkomen we dit door elke drie jaar de inventaris te laten taxeren en de gebouwen elke zes jaar. In de tussenliggende jaren indexeren we de waarde van inventaris en gebouwen. De meeste verzekeringen betalen niet de werkelijke schade uit, maar een vooraf bepaald maximum. We lopen daardoor een risico op onderverzekering. Natuurrampen We kunnen ons niet verzekeren voor natuurrampen zoals een overstroming van de Maas. Als er een natuurramp plaatsvindt dan draagt de gemeente in principe alle kosten tenzij het Rijk middelen ter beschikking stelt. We schatten het maximum risico voor claims / verzekeringen op € 1.000.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 100.000. 2.3 APPA-fonds (programma 4) We hebben voor 2024 een rekenrente van 2.325% gebruikt voor de berekening van de pensioenvoorziening voor wethouders. Bij een verplichte overdracht van de wethouderspensioenen aan een pensioenfonds tegen een lagere rekenrente dan 2.325% hebben we niet voldoende middelen in onze voorziening. We schatten het maximale risico op € 300.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 50.000.
2.4 ICT (Overhead) We onderkennen de volgende risico’s: • Projecten van hogere overheden zorgen voor overbelasting en kennen een gebrekkige samenhang. • Steeds meer systemen verschuiven van beheer in ons eigen datacenter naar beheer in de cloud. De samenhang van systemen, de koppelingen tussen die systemen en de afhankelijkheid van leveranciers zijn voor ons een punt van zorg. • Hackers kunnen een risico vormen voor onze systemen. We hebben passende maatregelen genomen om de veiligheid te borgen. Echter risico’s kunnen we niet uitsluiten. • Niet voldoen aan wetgeving op nationaal en/of Europees niveau (waaronder de AVG) waarbij bestuurlijke boetes in rekening worden gebracht indien de gemeente verwijtbaar handelt bijvoorbeeld in het geval van een datalek. We schatten het maximum risico op € 300.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 100.000. 2.5 Grondexploitaties (programma 3) We hebben in 2026 nog één exploitatie: Heijackerstraat. Grondexploitaties worden gelijktijdig met de jaarrekening herzien. Voor meer informatie met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen we naar de paragraaf F Grondbeleid. Binnen deze paragraaf 'Weerstandsvermogen' geven we voor grondexploitaties de risico's weer, welke op dit moment niet concreet zijn en derhalve ook niet financieel vertaald in de grondexploitaties. Heijackerstraat: Deze grondexploitatie is in 2022 geopend.
Programmabegroting 2026
74
De grondexploitatie bevat de budgetten op basis van inschattingen. Het voeren van een grondexploitatie brengt onzekerheden met zich mee. Daarom voeren we een gevoeligheids- en risicoanalyse uit. Gezien de fase, waarin het bouw- en woonrijp maken, is aanbesteed en alle bouwkavels zijn toegewezen, zijn de risico's zoals eerder opgenomen, grotendeels komen te vervallen. Het resultaat van de grondexploitatie is voldoende om overige onverwachte risico's op te vangen. Het risico voor het weerstandsvermogen bedraagt daarmee € 0,00. Parklaan (afgesloten per ultimo 2024): Binnen de grondexploitatie was een bedrag opgenomen voor mogelijke nadeelcompensatie. De termijn voor deze nadeelcompensatie was nog niet afgelopen bij het afsluiten van de grondexploitatie en eindigt in 2026. We schatten het maximale risico op € 20.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 5.000. 2.6 Dreigend faillissement van verbonden partijen Is niet aan de orde. 2.7 Dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan Is niet aan de orde. 2.8 Tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen Is niet aan de orde. 2.9 Verplichting WW-uitkering (voormalig) personeel We nemen jaarlijks afscheid van medewerkers om diverse redenen. Wetgeving bepaalt dat sommige medewerkers aanspraak kunnen maken op een ww-uitkering.
De gemeente is eigen risico drager voor deze ww-uitkering. We schatten het maximale risico op € 100.000. We schatten het risico voor het weerstandsvermogen op € 25.000. 2.10 Inflatie In 2022 en 2023 hebben we te maken gehad met sterk stijgende lonen en prijzen. In de loop van 2023 en ook in 2024 is deze stijging afgevlakt. In deze begroting hebben we de loon- en prijsstijgingen zo realistisch mogelijk ingeschat. De werkelijke stijging kan afwijken van de raming. Deze afwijking kunnen we vooraf niet inschatten. We stellen daarom het risico op een tekort in verband met inflatie op P.M. 2.11 Afval Voorjaarsnota 2025 – Mogelijke impact op afvalstoffenheffing In deze begroting is geen rekening gehouden met eventuele financiële consequenties van maatregelen uit de Voorjaarsnota 2025 van het kabinet, zoals eventuele wijzigingen in belastingwetgeving of extra bijdragen vanuit gemeenten voor bv. plasticverwerking. Dit kan leiden tot een noodzakelijke verhoging van de afvalstoffenheffing. Omdat deze consequenties nog niet volledig bekend zijn, vormt dit een onzekerheid met mogelijk budgettaire gevolgen. Het risico is op dit moment nog niet in te schatten. We stellen daarom het risico op P.M. Waarschijnlijkheid 1 2 3 4 5
Programmabegroting 2026
Zeer klein (1-20%) Klein (21-40%) Gemiddeld (41-60%) Groot (61-80%) Zeer groot (81-100%)
75
Financiële gevolgen (impact) 1 2 3 4 5
€ 10,000 < x > € 50,000 € 50.000 < X > € 100.000 € 100.000 < X > € 500.000 € 500.000 < X > € 1.000.000 > € 1.000.000
Risicoscore = inschaling waarschijnlijkheid x inschaling impact gevolg Bedragen x € 1.000 Risico's
a b c d e f g
2.2 Claims / verzekeringen 2.3 APPA-fonds 2.4 ICT 2.5 Grondexploitaties 2.9 Verplichting WW-uitkering 2.10 Inflatie 2.11 Afval Totaal
Maximaal Klasse risico Waarschijn- Impact € lijkheid 1 4 1.000 1 2 300 2 2 300 1 1 20 2 1 100 p.m. p.m. 1.720
p.m. p.m.
p.m. p.m.
Risico score 4 2 4 1 2 p.m. p.m.
Risico € 100 50 100 5 25 p.m. p.m. 280
We schatten het financiële risico's in op € 280.000. De hoogte van de financiële risico's is hiermee lager dan de jaarrekening 2024. Dit komt doordat we de risico's van het sociaal domein hebben weggehaald omdat de risico's in de begroting afgedekt zijn door een raming. Op basis van het indelen van de risico’s in bovenvermelde klassen stellen we een risicomatrix op. De risicomatrix geeft een indicatie van de potentiële impact van het risico. Hieronder geven we een risicomatrix weer die we baseren op bovenvermelde risicoklassen. Hierbij geldt bij het intekenen van een risicoscore dat hoe hoger de risicoscore, hoe hoger de prioriteit voor aanpak van het risico is.
Programmabegroting 2026
76
Voor alle risico’s in de rode vlakken (score 15 of hoger) geeft het college aan welk beleid we (gaan) voeren om deze risico’s te beheersen in overeenstemming met de strategie van onze gemeente. Voor deze rapportage zijn er geen risico’s in een rood vlak.
3. Weerstandscapaciteit Post voor onvoorziene uitgaven In de begroting hebben we een post onvoorzien opgenomen van € 100.000. We bepalen bij elke begroting opnieuw of we een post onvoorzien ramen. Stille reserves In 2026 zijn er geen wijzigingen in de stille reserves. We stellen de stille reserves op p.m. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit stellen we op p.m. Stand van reserves en voorzieningen In de onderstaande tabel geven we de begin- en eindstand van de reserves en voorzieningen voor de jaarschijven 2025 en 2026. In de bijlagen geven we het verloop per reserve en voorziening voor de begrotingsperiode 2026 t/m 2029. Bedragen x € 1.000 Stand 31-december 2025 2026 Algemene reserve 7.782 9.282 Bestemmingsreserve 12.562 10.475 Voorzieningen 7.694 6.860 Totaal 28.038 26.617 Programmabegroting 2026
77
Overige elementen weerstandscapaciteit Uiteraard kunnen ook andere elementen in de weerstandscapaciteit een rol spelen: de aanwezige nog niet bestemde budgettaire ruimte, de flexibiliteit van het uitgavenpatroon, en het niveau van de gemeentelijke materiële en immateriële voorzieningen. De flexibiliteit van het uitgavenpatroon is beperkt. Een groot gedeelte van de uitgaven ligt vast als gevolg van investeringsbesluiten in het verleden, contracten en wettelijke verplichtingen (salariskosten, kosten overhead zoals huisvesting e.d.). Het niveau van de gemeentelijke materiële en immateriële voorzieningen is moeilijk te kwalificeren, maar heel behoorlijk voor een gemeente van deze omvang. Onderstaande tabel geeft inzicht in de weerstandscapaciteit waarbij een onderscheid is gemaakt naar incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Bedragen x € 1.000 Weerstandscapaciteit 01-01-2026 Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve Stille reserves Subtotaal incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Onvoorzien Onbenutte belastingcapaciteit Subtotaal structurele weerstandscapaciteit Totaal weerstandscapaciteit
€
€
9.282 PM €
9.282
€
100
€
9.382
100 PM
De weerstandscapaciteit is hoger omdat de reserve Onzekerheden Rijk (saldo 1-1-2026 € 6.093.000) niet langer een bestemmingsreserve is. Deze reserve valt daardoor onder de algemene reserve (vrije reserve).
4. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen risicoscore en weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =
Weerstandscapaciteit Risicoscore
Wanneer we het weerstandsvermogen van de gemeente Beesel aan de hand van bovenstaande formule berekenen, komt deze uit op 33,51 (€ 9.382.000 / € 280.000). Dit is ruim boven de door de raad gestelde minimumnorm van 1.
5. Kengetallen Begroting 2026 Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 netto schuldquote -15% -2% 26% 52% 53% 53% netto schuldquote gecorrigeerd -13% 3% 31% 58% 58% 58% voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsrisico 52% 46% 37% 29% 28% 28% grondexploitatie 1% -2% 0% 0% 0% 0% structurele exploitatieruimte 1% -3% 1% 0% -1% 0% belastingcapaciteit 84% 83% 89% 94% 98% 102%
Programmabegroting 2026
78
B Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen vormen een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke begroting. Een groot deel van het 'vermogen' van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het betreft wegen, openbare verlichting, riolering, groenvoorzieningen, begraafplaatsen, speeltoestellen, buitensportaccommodaties en gemeentelijke gebouwen. Zorgvuldig beheer hiervan is van groot belang. Uitgangspunten De raad bepaalt het kwaliteitsniveau voor het onderhoud van de kapitaalgoederen. In de onderhoudsplannen, dan wel in deze paragraaf leggen we het kwaliteitsniveau vast. Bij de uitvoering van de onderhoudsplannen combineren wij zoveel mogelijk de werkzaamheden ("werk met werk maken") en verbinden dit daar waar mogelijk met ambities binnen het sociaal domein. Overzicht plannen In onderstaande tabel vindt u de onderhoudsplannen, hun jaar van vaststelling, of er sprake is van achterstallig onderhoud en of het plan is doorvertaald in de begroting. Onderhoudsplannen
Jaar Vastgesteld Achterstallig Financiële Jaar vaststelling door: onderhoud doorvertaling actualisatie in begroting
Openbare Verlichting
2016
Raad
Nee
Ja
2026
Riolering en pompgemalen (GRP) Wegen
2022
Raad
Nee
Ja
2027
2016
Raad
Nee
Ja
2026
Nee
Ja
2026
Groenvoorzieningen Begraafplaatsen
2016
Raad
Nee
Ja
2026
Buitensportaccommodaties
2024
College
Nee
Ja
2027
Gebouwen en 2025 Raad Nee Ja, deels* 2030 binnensportaccommodaties (*) Onderhoud van kapitaalgoederen is opgenomen in de begroting. Mutaties door actualisaties zonder besluitvorming, ten tijde van het opstellen van de begroting, zijn nog niet verwerkt.
Openbare Verlichting In 2023 is het huidige Beleidsplan Openbare Verlichting (OVL) 2016-2023 afgerond. Hierdoor zijn nagenoeg alle armaturen van de openbare verlichting vervangen door energiezuinige LED-verlichting. Het nieuwe beleidsplan OVL wordt onderdeel van het "Integraal Maatschappelijk Beheerkader" (IMBK). Het IMBK wordt in Q1 2026 ter vaststelling voorgelegd aan de raad. De daaruitvolgende beheerkosten, zullen, na besluitvorming, worden verwerkt in de meerjarenbegroting. Voor nu zijn er, m.u.v. het structurele budget voor onderhoud (€ 48.000), hiermee geen additionele beheerkosten opgenomen in meerjarenbegroting 2026.
Riolering en pompgemalen (GRP) Het beheer en onderhoud van de riolering vindt plaats conform het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). We leggen dit beleidsplan eenmaal per vier jaar aan de raad voor. Het GRP bevat een opsomming van de noodzakelijke maatregelen en bijbehorende investeringen. Het huidige GRP loopt tot en met 2027. Voor de uitgangspunten verwijzen wij naar dit plan. In 2026 realiseren we de Groene Berging Klaashofweg, starten we met het vervangen van de riolering en aanleg van infiltratieriool in de Wittebergstraat. Verder worden in 2026 de regionale stresstesten uitgevoerd. Via (regionale) risicodialogen, waar de kwetsbaarheden aan bod komen voor wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingsrisico, werken we naar een uitvoeringsprogramma. Voor Beesel gaan we dit omzetten naar een top 3 van uit te voeren maatregelen. Begin 2026 presenteren we aan de Raad de tussenevaluatie van het kostendekkingsplan van het rioolfonds, waarin we de inflatie van de afgelopen jaren ook inzichtelijk Programmabegroting 2026
79
gaan maken. We gaan een maatregelenplan opstellen van aangetroffen gebreken in het vrijvervalrioolstelsel welke naar voren zijn gekomen uit de inspectie van de afgelopen jaren. Bovenal gaan we een start maken met het nieuwe GRP 2028-2032.
Wegen Zoals in programma 3 onder subdoel 3.3.1 is toegelicht, wijzigt in 2026 de financieringsvorm voor het onderhoud van wegen. De voorziening voor wegenonderhoud komt te vervallen. Deze wordt vervangen door jaarlijkse kredieten (groot onderhoud) en een jaarlijks structureel budget (klein onderhoud). De jaarlijkse investeringen/kredieten zijn afgeleid van het (concept) beheerplan voor wegen. Het nieuwe beheerplan wegen wordt onderdeel van het "Integraal Maatschappelijk Beheerkader" (IMBK). Het IMBK wordt in Q1 2026 ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Eens per twee jaar voeren we op het wegenareaal een zogenaamde “Globale visuele inspectie” uit. Zo krijgen we een goed globaal beeld van de onderhoudstoestand van onze wegen. Medio 2023 is de laatste inspectie gehouden. De inspectieresultaten gebruiken we als leidraad bij de beoordeling van de uit te voeren onderhoudsmaatregelen, aangevuld met onder andere eigen waarnemingen, afwegingen in de gebruiksfrequentie, lokale klachten enz. Deze totale informatie gebruiken we bij het opstellen van onderhoudsmaatregelen met bijbehorende ramingen die we verwerken in onze meerjaren onderhoudsplanning. Deze meerjaren onderhoudsplanning is onderdeel van het nieuwe IMBK. Middels deze systematiek houden we de kwaliteit van ons wegenareaal in stand. De kosten voor het onderhoud worden gedekt uit de voorziening onderhoud wegen.
De kwaliteit van de wegen toetsen we aan de landelijke, door de CROW (centrum regelgeving en onderzoek in grond-, water- en wegenbouw) vastgestelde kwaliteitsniveaus, zoals hieronder aangegeven. Op dit moment gaan we uit van onderhoudsniveau B (voldoende). Dit betekent dat onze wegen functioneel moeten zijn. Als uit de inspectie resultaten blijkt dat op een wegvak dit niveau niet wordt gehaald (bijvoorbeeld score C of D), dan is volgens de CROW-systematiek binnen twee jaar groot onderhoud nodig. De tabel met de kwaliteitsniveaus CROW treft u onderaan deze paragraaf aan. Onderhoudsmaatregelen Om ons wegareaal in goede conditie te houden, voeren we verschillende onderhoudsmaatregelen uit. We maken onderscheid in: • Klein onderhoud; uitvoering van dagelijks kleinschalig onderhoud om kleine schades aan de verharding te herstellen; • Groot onderhoud; uitvoering van grootschalige onderhoudsmaatregelen waarmee de kwalitatieve achteruitgang van de weg(constructie) wordt vertraagd en de levensduur wordt verlengd (bijvoorbeeld scheuren vullen, oppervlaktebehandeling, vervangen deklaag, herstraten van elementenverharding e.d.; • Rehabilitatie; uitvoering van grootschalige vervanging van complete wegen of (onder)delen daarvan. Hierdoor brengen we de verharding weer op het oorspronkelijke functionele niveau.