CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering 'Evenwichtige toedeling van functies aan locaties'

Besluitvormende raadsvergadering 6 juli 2026, gemeente BeeselBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning bouwplan 10 woningen Julianastraat 4a te Reuver25.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het gaat om de volgende vier integrale kernopgaven voor de omgevingsvisie van Beesel: Groeien met kwaliteit ; Werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen met brede meerwaarde ; Vormgeven van een samen redzame gemeenschap ; Werk maken van een aantrekkelijk en herkenbaar Beesels buitengebied.

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

Pagina | 28

Groeien met kwaliteit De komende jaren staat de gemeente Beesel voor de uitdaging om voldoende en passende woningen toe te voegen. Hierbij wordt ingezet op versterking van en balans in de woningvoorraad. Tot 2033 heeft de gemeente een opgave om 500 woningen toe te voegen. Een deel van deze woningen is al gebouwd of is in voorbereiding. Voor circa 300 woningen zijn recent drie ontwikkellocaties benoemd. Ook zijn kaders voor andere toekomstige ontwikkellocaties vastgesteld. Hierin zijn afwegingen gemaakt over onder andere inbreiding versus uitbreiding en transformatie van bedrijfslocaties. Een belangrijk vertrekpunt hierbij is dat niet alleen de aantallen nieuwe woningen belangrijk zijn. De toegevoegde kwaliteit van de woningen én de woonomgeving is minstens zo belangrijk. Door bij het toevoegen van woningen stevig te sturen op deze brede woonkwaliteit ontstaan duidelijke koppelkansen. Denk bijvoorbeeld aan opgaven voor gezondheid en recreatie. Verder levert het toevoegen van brede woonkwaliteit direct profijt op voor de bestaande inwoners. Bij nieuwbouw en transformatie zijn er kansen om gelijktijdig maatregelen te nemen op het gebied van verduurzaming van de bestaande woonomgeving het versterken van de gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie. ,

Nederland heeft te maken met een woningbouwopgave. Op landelijk en regionaal niveau zijn afspraken gemaakt over de nieuwbouwopgave zoals in de Woondeal Limburg. In Beesel ligt de opgave om 500 woningen voor 2033 toe te voegen. De praktijk leert dat 30% van de woningbouwplannen vastlopen en niet of later tot realisatie komt. Om hierop voor te sorteren is gezocht naar planruimte voor 650 woningen. Een deel hiervan is al gebouwd of in voorbereiding. Tot 2033 ligt er nog een opgave om ongeveer 300 woningen toe te voegen. Recent is onderzocht hoe aan deze woningbouwambitie voldaan kan worden. Potentiële locaties zijn in beeld gebracht en randvoorwaarden en uitgangspunten en de rol van de gemeente zijn benoemd. ,

,

Afbeelding 11: uitsnede Atlas Beesel 2050 (projectgebied e. o. zwart omcirkeld)

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 29

De locatie Julianastraat 4a is opgenomen binnen de Atlas Beesel als locatie voor een mogelijk woningbouwproject.

6. 4. 3

Woonzorgvisie 2023-2033 en Kaders nieuwbouw gemeente Beesel

Woonzorgvisie 2023-2033 De Woonzorgvisie 2023-2033 van gemeente Beesel geeft een beschrijving van de gemeentelijke ambities op het gebied van wonen zorg en welzijn. De woonzorgvisie geeft een beschrijving van de gemeentelijke ambities op 4 thema’s. De 4 thema's zijn: 1. Bestaande bouw 2. Nieuwbouw 3. Wonen Zorg en Welzijn ,

,

4.

Leefbaarheid

In de Woonzorgvisie is per thema uitgewerkt acties zijn voor de komende jaren.

de visie ambities doelstellingen uitgangspunten en

op wat

,

,

,

Thema 2 Nieuwbouw als kwalitatieve aanvulling Bij nieuwbouw is de gemeentelijke rol vooral kaderstellend sturend verleidend en het stimuleren van inwonersparticipatie. Hieronder staan de belangrijkste beleidsambities beschreven. ,

,

Ambitie is het toevoegen van 500 woningen in de komende 10 jaar Om in de lokale behoefte te kunnen voorzien is er minimaal een toevoeging van 330 woningen nodig in de gemeente voor de aankomende tien jaar. Daarnaast wordt rekening gehouden met een grotere aanvullende nieuwbouwopgave mede op basis van de regionale woondeal. Hiermee wordt balans gebracht binnen de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte in de gemeente en ruimte geboden voor groei. Vanwege de grote urgentie van de woonopgave en om tot versnelling van plannen te komen is regionaal afgesproken in te zetten op de toevoeging van circa 5. 240 woningen tot 2025 waarvan 260 in de gemeente Beesel. De gemeente Beesel ziet kans om in de periode 2025 - 2030 extra woningen toe te voegen omdat de gemeente nog altijd wil groeien. De gemeente wil inwoners aantrekken en komen tot een evenwichtiger woningaanbod. De gemeente spreekt daarbij de ambitie uit om tot 2033 in totaal 500 woningen toe te voegen maar geven zichzelf ook ruimte om hier op af of op te schalen wanneer de situatie hierom vraagt. Zo bouwt de gemeente niet alleen op korte termijn (tot 2025) woningen bij zoals afgesproken in de Woondeal maar blijft zich ook nog inzetten om de jaren erna woningen toe te voegen. Daarbij staat kwalitatieve groei en onderscheidende woningen voor een grote diversiteit aan huishoudens voorop. ,

,

,

,

Nieuwbouwprogrammering voor het versterken van evenwicht in de bevolkingssamenstelling Het is belangrijk dat er complementaire producten toevoegen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. De gemeente kent een groot aandeel sociale huur en betaalbare koop in de bestaande woningvoorraad. Hierdoor komt de leefbaarheid op sommige plekken onder druk te staan. In beginsel mag nieuwbouw daarom niet leiden tot een groter aandeel sociale huur in Reuver en Offenbeek. De gemeente ziet daarnaast een behoefte aan woningen in het duurdere koop- en huursegment. In potentie zijn er meer mensen die willen doorstromen naar duurdere woningen dan dat er aanbod is. Door bij nieuwbouw in te zetten op de duurdere segmenten wil de gemeente een betere balans realiseren en betaalbare woningen in de bestaande voorraad vrij spelen. Ook dit is een manier om doorstroming te creëren. ,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

,

Pagina | 30

Om de voorraad en de bevolkingssamenstelling in de gemeente beter in evenwicht te brengen wordt op gemeenteniveau gestreefd naar de volgende segmentering in de nieuwbouw (zie onderstaande tabel ). Aan de hand van dit streefprogramma kan er een goede verdeling gemaakt worden in de 500 woningen die in de komende jaren worden toegevoegd. ,

,

Afbeelding 12: tabel streefprogramma woningbouw

Bouwen voor de doorstroming Door nieuwbouw te realiseren voor ouderen realiseert de gemeente nieuwe woonkansen voor de jongere generatie elders in de gemeente. Inzet is dat alle nieuwe woningen levensloopbestendig of levensloop ‘ready’ gebouwd worden Een belangrijk aspect is dat het bij een levensloopbestendige woning om nultreden gaat. De nultredenwoning is een echte allrounder geschikt voor jong en oud met of zonder beperkingen: het ideale woningtype. Soms is dit een appartement maar het kan ook gaan om grondgebonden levensloopbestendige woningen. ,

,

,

Kaders nieuwbouw gemeente Beesel 2025 Als actiepunt in de Woonzorgvisie 2023-2033 is opgenomen dat nader uitgewerkt zal worden waar nieuwbouw plaats kan vinden en aansluitend een ontwikkelstrategie bepaald wordt. Met het opstellen van het document ‘Kaders nieuwbouw gemeente Beesel 2025’ is hier invulling aan gegeven. Dit document bevat derhalve de uitvoeringsstrategie van de Woonzorgvisie 2023-2033 en focust op duurzaamheid toegankelijkheid en een mix van woningtypen. Hoewel het aan de orde zijnde woningbouwproject aan de Julianastraat 4a te Reuver niet specifiek benoemd is als speerpunt binnen de woningbouw in Reuver (prioriteit 1-projecten) is er voor deze specifieke locatie wel een afzonderlijk positief principebesluit genomen door B&W van Beesel. Dit initiatief past binnen de bredere ambitie van de gemeente Beesel om in te zetten op nultredenwoningen woningbouw voor onder meer de doelgroep senioren om daarmee doorstroming op de woningmarkt voor andere doelgroepen te bevorderen en hergebruik van bestaande locaties binnen de bebouwde kom. Deze locatie is dan ook opgenomen in bijlage 2 ‘planlijst met locaties’ van de Kaders nieuwbouw Beesel 2025 als zachte plancapaciteit. ,

,

,

6. 4. 4

Richtlijn Ruimtelijke Kwaliteit

Gebouwen en de ruimtelijke en esthetische kwaliteit ervan vormen onderdeel van de dagelijkse leefomgeving van onze inwoners en ondernemers. Het beïnvloedt het welzijn en op die manier is de gebouwde omgeving van algemeen belang. Daarom heeft de wetgever gemeenten aangewezen als partij om dit algemene belang te behartigen. ,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 31

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Artikel 4. 19 van de Omgevingswet stelt dat de gemeente regels kan opnemen over het uiterlijk van bouwwerken in het omgevingsplan. Als de toepassing daarvan uitleg behoeft kan de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. De gemeenteraad kan ook besluiten om voor gebieden geen welstandseisen toe te ,

passen.

De Richtlijn Ruimtelijke Kwaliteit bevat de beleidskeuzen over vorm inhoud en reikwijdte van het welstandsbeleid en stelt daarvoor de instrumenten vast. Het uitgangspunt is dat (bouw)plannen welstandsvrij zijn met uitzondering van (bouw)plannen op locaties binnen: Beschermde dorpsgezichten en indien het monumenten betreft ; In- en uitbreidingslocaties bij nieuwbouw. ,

,

Aangezien elke locatie zijn eigen kwaliteiten en wensbeelden kent kan er per locatie beleid worden vastgesteld. Dit kan worden gedaan via een beeldkwaliteitsplan bij grotere ontwikkelingen. Op deze manier wordt er regie gevoerd op de ruimtelijke en esthetische kwaliteiten in hoofdlijnen van (grote) projecten. Het toevoegen van nieuwbouw op in-of uitbreidingslocaties zonder beeldkwaliteitsplan wordt separaat voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). ,

,

,

Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden algemene welstandscriteria. Deze worden gebruikt bij de argumentatie van het welstandsadvies. De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Deze algemene welstandscriteria bestaan uit een uiteenzetting van algemene architectonische begrippen en aspecten waarmee kwaliteit kan worden omschreven en zijn bedoeld als inspiratiebron voor de ontwerpers en opdrachtgevers. Daarnaast liggen ze ten grondslag aan de beoordeling van elk plan dat aan welstandsadvisering onderhevig is. Het toetsen van een bouwinitiatief gebeurt aan de hand van de volgende criteria: De relatie tussen het bouwwerk en de omgeving ; De (architectonische) kwaliteit van het gebouw op zich ; De gebruikte materialen detaillering en kleurgebruik. ,

Als er geen sprake is van een beeldkwaliteitsplan worden deze locaties getoetst aan de hand van de criteria zoals omschreven onder de algemene toetsingscriteria ,

Het plan is op 13 november 2025 beoordeeld door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en is stedenbouwkundig akkoord bevonden.

6. 4. 5 Duurzaamheid en Energiestrategie: Toetsings-KODE Beesel Opwekking Duurzame Energie

- Toetsingskader

voor

Afgelopen jaren heeft de gemeente Beesel flink ingezet op verduurzaming maar versnelling is nodig zoals al in de Duurzaamheidsvisie 2019-2030 aangekondigd. De focus gaat uit naar de thema’s duurzame energie (opwekking en besparing) klimaatadaptatie en biodiversiteit schone en slimme mobiliteit en circulaire economische en sociale duurzaamheid ,

,

,

,

De ambitie is een energieneutrale gemeente in 2030. Hiervoor wordt onder andere krachtig ingezet op energietransitie (terugdringen energiegebruik en omschakelen op duurzame energiebronnen als wind en zon). Daarvoor zet de gemeente verschillende instrumenten in zoals: inzet op draagvlak en eigenaarschap in de gemeenschap ; ondersteunen lokale initiatieven op het gebied van energiebesparing of opwekking inzet op bewustwording (voorlichting) samenwerking (lokaal en regionaal) verbinden partners prestatieafspraken waarbij we inzetten op energieneutraal maken bestaande bouw. ,

,

,

,

,

Het doel is in 2030 circa 40% van de geschikte daken te voorzien van zonnepanelen (dit kan voor elektriciteit zijn maar ook voor warmte). Ter vergelijk: momenteel ligt op circa 15% van de woningen een zonne-installatie. ,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

Pagina | 32

Mede aan de hand van de kernwaarden en uitgangspunten vanuit het coalitieakkoord en duurzaamheidsvisie en op basis van de ervaringen die tot nu toe zijn opgedaan is een vertaling gemaakt naar de ‘kern’ van deze Toetsings-KODE (Kader Opwekking Duurzame Energie) Beesel. ,

De gemeente Beesel onderscheidt daarin 4 pijlers c. q. 4 doelen: 1. Ruimte: zuinig en zorgvuldig gebruik van de ruimte Waar mogelijk uitgaan van dubbel ruimtegebruik. Waar dit niet kan kijken of d. m. v. gebiedsontwikkeling met inzet van energieopwekking een impuls kan worden gegeven (denk aan agrarische ontwikkeling of natuurontwikkeling op den duur). 2. Inwoners: samen werken aan acceptabel plan Hoge eisen stellen aan de omgevingsdialoog gedurende de planperiode en daarna. 3. Locatie: esthetica , inpassing , verbetering kwaliteit en ecologie Werken aan projecten die de kwaliteit van de omgeving verbeteren. Eigenaarschap: eerlijk verdelen van lasten en lusten 4. Borgen dat de economische voordelen tijdens aanleg en exploitatie voor een substantieel deel in de regio en gemeente blijven. Ad 4 Kansen voor onze inwoners , bedrijven en organisaties In de toetsings-KODE Beesel staat de gemeente expliciet stil bij hetgeen men wil bewerkstelligen voor alle belanghouders in de gemeente. Eén van de doelen is immers de lasten en lusten te delen op lokaal niveau. Hieronder een beknopte en niet limitatieve weergave van mogelijke voordelen per belanghouder.

Inwoners Door zelf (op eigen dak of kavel) groene stroom op te wekken daadwerkelijk stroom ‘van eigen bodem’ te hebben ; In geval van zon meer in indirecte zin en in geval van wind meer in directe zin meeprofiteren van middelen die beschikbaar komen voor compensatie ; Mogelijkheid om financieel te participeren in de opwekentiteiten opbrengsten vloeien daarmee terug naar de lokale samenleving ; Zoveel mogelijk zorgdragen voor inclusiviteit zodat iedereen mee kan doen (denk aan kleine financiële participaties of zelfs uitgifte van certificaten door gemeente in geval van mede- eigenaar opwekentiteit) ; Bijdrage aan bewustwording rond het ‘nieuwe normaal’ van decentrale duurzame energieopwekking ; Hopen op gedeelde trots van onze inwoners op het vermogen om zoveel als mogelijk zelfvoorzienend te zijn in de stroomopwekking. ,

,

,

,

6. 4. 6

Conclusie

De beoogde woningen zullen worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied (rode contour om Reuver) op een – binnen het gemeentelijk beleid aangegeven – specifieke stedelijke ontwikkellocatie. Het voornemen is om het huidige bedrijfsperceel te transformeren in een stedelijk woongebied met 10 levensloopbestendige (nultreden) woningen waarvan 50% betaalbare woningen (middenhuur en betaalbare koop) en 50% duurkoop. Hierdoor ontstaat een woongebied dat zich qua prijsstelling woningtype maatvoering en indeling zowel richt op de starter/jonge doorstromers als op senioren. Daarmee levert dit project een bijdrage aan het gemeentelijke beleid om meer woningen te bouwen voor specifieke doelgroepen (zoals starters en senioren) en om (daardoor) meer doorstroming op de woningmarkt te realiseren zodat ook voor andere doelgroepen (zoals gezinnen) voldoende passende woningen (zoals grotere eengezinswoningen) beschikbaar komen binnen de gemeente. Hiermee voldoet het project aan de woonambities uit de Structuurvisie Beesel en de Atlas Beesel 2050. ,

,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

,

Pagina | 33

Dit project biedt verder koppelkansen. Een bedrijfsfunctie hoort primair thuis op bedrijventerreinen. Het verwijderen van de bestaande bedrijfsfunctie op deze locatie (solitair gelegen in een woonwijk) past in dit streven. De aanwezigheid van leegstaande en verouderde bedrijfsbebouwing op de verkeerde plek wordt met dit project opgeheven en vervangen door een kwalitatief hoogwaardig stedelijk woongebied. Ook maakt de herontwikkeling van de bedrijfslocatie naar woongebied het financieel mogelijk dat een aangetoonde lichte tot sterke cyanide verontreiniging in de bodem en in het grondwater gesaneerd kan (en moet) worden.

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

Pagina | 34

7.

FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1. 2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen. Voor een aantal aspecten zijn nadere onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze ruimtelijke motivering toegevoegd. Artikel 8.0b eerste lid van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8. 0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s ; a. b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit) ; c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk belemmert. ,

,

,

,

7. 1

Ladder voor duurzame verstedelijking

7. 1. 1

Algemeen

Artikel 5. 129g van het Bkl schrijft voor dat voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met: ,

,

a.

De behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling ;

b.

Als de voorgenomen stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van een stedelijk gebied aangetoond is dat er geen mogelijkheden zijn voor realisatie van de voorgenomen stedelijke ontwikkeling binnen dat stedelijk gebied of stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van dat stedelijk gebied. ,

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5. 129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8. 0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

7. 1. 2

Toetsing

Allereerst moet de vraag worden beantwoord of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat onder een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ wordt verstaan is in het Bkl opgenomen en is verder uitgekristalliseerd in de jurisprudentie. In artikel 5. 129g lid 1 Bkl is een nadere omschrijving van het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd:

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 35

'de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein een zeehaventerrein een woningbouwlocatie kantoren een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. ' ,

,

,

,

De Laddertoets geldt verder nadrukkelijk alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Bij de beantwoording van deze vraag moet in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het omgevingsplan in vergelijking met het voorgaande omgevingsplan voorziet in: ,

,

functiewijziging en

1.

een

2.

welk planologische beslag op de ruimte het nieuwe omgevingsplan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande omgevingsplan.3

Een omgevingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime niet voorziet in een groter planologisch beslag op de ruimte en ook niet voorziet in een functiewijziging voorziet niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5. 129g lid 2 Bkl.4 ,

,

Een omgevingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt maar alleen een planologische functiewijziging voorziet in beginsel ook niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5. 129g lid 2 Bkl. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken als die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.5 Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe omgevingsplan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige planologische regime mogelijk was.6 ,

,

,

7. 1. 3

Conclusie

Het project waarop de omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ziet betreft de realisatie van 10 (levensloopbestendige) woningen. Door de geringe omvang is dit project derhalve niet te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling zodat de Ladder voor duurzame ontwikkeling niet doorlopen hoeft te worden. ,

,

7. 2

M. e. r. -beoordeling

7. 2. 1

Algemeen

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m. e. r) is opgenomen in afdeling 16. 4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16. 43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma als bedoeld in artikel 2 onder a van de SMB-richtlijn (EUrichtlijn voor strategische milieubeoordeling) wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie programma omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een planmilieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob) staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m. e. r. -procedure verplicht is. ,

,

,

3 4 5 6

,

,

,

uitspraken ABRvS van 6 april 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:915 (Oldenzaal) en van 20 april 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:1064 (Waalre) uitspraak ABRvS van 25 juni 2014 , ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert) uitspraak ABRvS van 20 april 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:1075 (Amersfoort) uitspraak ABRvS van 1 juni 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:1503 (Zundert) | Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

,

Pagina | 36

Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m. e. r. -beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m. e. r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht. Een plan-m. e. r. -beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor m. e. r. -(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m. e. r. -beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III van de EU-richtlijn m. e. r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. ,

,

7. 2. 2 Toetsing In bijlage V Ob categorie J11 kolom 3 is aangegeven dat een m. e. r. -beoordeling moet worden uitgevoerd voor de aanleg wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Wat een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ is wordt niet nader gedefinieerd in het Omgevingsbesluit. De minimale drempelwaarden zoals die in onderdeel D categorie D11. 2 van het Besluit milieueffectrapportage stonden zijn vervallen. ,

,

Uit de (uitgebreide) jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de enkele omstandigheid dat een project relevante (negatieve) milieugevolgen heeft niet doorslaggevend is voor het oordeel of zo’n project is aan te merken als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. De concrete aard en omvang van het project zijn veel belangrijkere criteria voor deze beoordeling (zie bijvoorbeeld AbRvS 15 maart 2017 / 201601015/1/R1 ECLI:NL:RVS:2017:694 (bouwmarkt Hornbach)).

Afbeelding 13: uitsnede bijlage V Ob

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 37

de omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ziet betreft de realisatie Het project (levensloopbestendige) van 10 woningen. Gelet op de concrete aard en omvang van dit project en gezien ook het feit dat dit project geen (relevante) milieu-en ruimtelijke gevolgen heeft – zoals is toegelicht in de paragrafen 7. 3 t/m 7. 14 van deze ruimtelijke motivering - kan worden geconcludeerd dat dit project niet is te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject. waarop

7. 2. 3

,

Conclusie

Het project betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in bijlage V Ob categorie J11. Er is derhalve geen verplichting om een m. e. r. beoordelingsprocedure te doorlopen.

7. 3

Gezondheid

7. 3. 1

Algemeen

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: • •

het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?) het bevorderen van de gezondheid zoals het bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). ,

Conform artikel 1. 3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid geur trillingen luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten zijn in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd echter ligt het voor de hand om ter introductie kort te schetsen op welke wijze het gezondheidsaspect bij de motivering van de besluitvorming omtrent verlening van de buitenplanse omgevingsvergunning is meegenomen. Dit niet alleen omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk maatschappelijk doel is van de Omgevingswet waar logischerwijs bij het nemen van een besluit op grond van deze wet aandacht voor moet zijn.

Ook omwonenden en rondom het project gevestigde bedrijven zijn vaak geïnteresseerd in de gezondheidssituatie die ten gevolge van de activiteit optreedt. ,

,

,

,

,

7. 3. 2

Toetsing

Binnen het onderhavige plan wordt nadrukkelijk rekening gehouden met klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. In het ontwerp is rekening gehouden met de infiltratie van hemelwater en zal een flink deel van het projectgebied (14%) als stedelijk groen worden vormgegeven. Deze ruime oppervlakte aan groenvoorzieningen reguleert de waterhuishouding op een natuurlijke wijze én reduceert het hitte-eiland-effect in dit deel van het stedelijk gebied. Ook wordt hierdoor de biodiversiteit beschermd en hebben de groenvoorzieningen een positief effect op de bewoners. Uitzicht op groen zorgt immers voor een lager stressniveau. Bovendien heeft groen een positief effect op de luchtkwaliteit door afvang van fijnstof/ CO2 en productie van zuurstof. Als gevolg van de ligging ten opzichte van veehouderijen kan sprake zijn van een verhoogd gezondheidsrisico als gevolg van endotoxinen. Dit is vooral aan de orde bij pluimvee- en varkenshouderijen. Daarnaast is uit het VGO-2 onderzoek gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking en Q-koorts voordoet.

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

Pagina | 38

Bij verschillende soorten agrarische activiteiten (glastuinbouw bloemen- sierbomen- en fruitteelt) worden gewassen doorgaans beschermd door middel van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het toebrengen van deze middelen kan de spuitvloeistof ten gevolge van luchtstroming verplaatst worden naar omliggende percelen. Dit wordt ook wel drift genoemd. Drift van gewasbeschermingsmiddelen kan tot gezondheidsproblemen leiden. Er zijn geen wettelijke regels die bepalen dat een bepaalde afstand tot agrarische grond moet worden aangehouden. In de rechtspraak wordt als vuistregel een afstand van 50 meter tussen de agrarische grond en gevoelige functies zoals woningen aangehouden. Dit wordt een spuitzone genoemd. ,

,

,

,

Het projectgebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied (centrum Reuver). Er zijn in de ruime omgeving van het projectgebied ( > 50 meter) geen gronden met een agrarische bestemming aanwezig. Er ligt geen spuitzone over het projectgebied. Verder zijn er in de ruime omgeving van het projectgebied ( > 2 km) geen veehouderijen (varkenshouderijen pluimveehouderijen en geitenhouderijen) aanwezig. ,

Als gevolg van een bodem- en/of grondwaterverontreiniging kan een veilig en gezond functioneel gebruik van het perceel en de woning ook in het gedrang komen. Om hier grip op te houden blijven de bestaande interventiewaarden bodemsanering van toepassing. Deze interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens dier of plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (namelijk indien meer dan 25 m 3 bodemvolume grond of 100 m 3 bodemvolume grondwater een gemiddelde concentratie heeft boven de interventiewaarde). ,

Na uitvoering van een bodemonderzoek is de actuele kwaliteit van de bodem in voldoende mate bekend. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt vanwege de aanwezige cyanide verontreiniging een belemmering voor het toekomst gebruik (wonen) van het projectgebied. Indien men voornemens is om de bouwplannen te realiseren dient de verontreiniging conform de eerder opgestelde beschikking vooraf gesaneerd te worden. Ten behoeve van de sanering is er een nieuw deelsaneringsplan opgesteld. In het deelsaneringsplan wordt een uitvoeringsmethode omschreven om de bodem op een zo efficiënt mogelijke wijze te saneren. Het deelsaneringsplan is inmiddels goedgekeurd door de provincie Limburg. Na afronding van de sanering zal de initiatiefnemer de gemeente Beesel een terugkoppeling geven over de uitgevoerde sanering. ,

,

,

,

Voor wat betreft potentiele geluidshinder heeft er een akoestisch onderzoek plaats moeten vinden door de nabijheid van de Rijksweg (N271) en de railverbinding Nijmegen-Roermond (Maaslijn RS11). De conclusie van dit onderzoek is in hoofdstuk 7. 5 van deze ruimtelijke onderbouwing te lezen. ,

Voor wat betreft de achtergrondluchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied is het project getoetst door middel van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit van het RIVM. Het blijkt dat nu (2025) en in de toekomst (2030) de grenswaarden met betrekking tot stikstofdioxide (NO)2 en (extra) fijn stof (PM 10 en PM)25 nergens worden overschreden. Verwezen wordt hier naar het bepaalde in paragraaf 7. 6. 2 van deze ruimtelijke motivering. Op basis van deze prognoses voor de achtergrondluchtkwaliteitswaarden ter plaatse van het projectgebied en omgeving is een aanvaardbaar woon-en leefklimaat gegarandeerd. ,

,

,

7. 3. 3

Conclusie

Vanwege het aspect gezondheid is er geen belemmering ten behoeve van de realisatie van dit project.

7. 4

Duurzaamheid

7. 4. 1

Algemeen

Duurzaam bouwen is een strategie van de overheid waarin voorwaarden worden aangegeven om de gezondheids- en milieudoelstellingen te bereiken met betrekking tot het bouwen de gebouwen en de gebouwde omgeving overeenkomstig het maatschappelijk gewenst niveau. Duurzaam bouwen omvat de thema's: grondstoffen afval energie vormgeving en ruimte. Duurzaam bouwen gebeurt op een zodanige wijze dat door de bouw het gebruik en de eventuele sloop van het bouwwerk de milieubelasting zo minimaal mogelijk is. ,

,

,

,

,

,

,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 39

Als vanzelfsprekend wordt duurzaamheid meegenomen in de realisatie van dit plan. Door het realiseren van een goed doordacht plan met een hoogwaardige en tijdloze kwaliteit wordt ingezet op een lange levensduur van zowel het gebied als de gebouwen. De benadering tot duurzaamheid is hierbij breed en vindt plaats op verschillende schaalniveaus. ,

Ook op gebouwniveau wordt ingezet op duurzaam bouwen en wonen. Zo zullen alle gebouwen voldoen aan de BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen) en de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen). Hierdoor worden de energiebehoefte en het energieverbruik van de woningen beperkt en wordt een deel van de energie zelf duurzaam opgewekt. Door te voldoen aan de MPG wordt de milieubelasting van de toegepaste materialen beperkt. Circulariteit (Cradle to Cradle (C2C)) sluit één op één aan bij duurzaam bouwen en de bovengenoemde thema’s. De te gebruiken grondstoffen dienen zolang mogelijk in gebruik te worden genomen waarna deze uiteindelijk hergebruikt dienen te worden. Afval bestaat niet en vrijkomende grondstoffen worden hoogwaardig opnieuw ingezet. Dat is het streven.

7. 4. 2

Toetsing

Op gebouwniveau wordt ingezet op duurzaam bouwen. Zo zal de woning voldoen aan de BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen) en de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen). Hierdoor wordt de energiebehoefte en het energieverbruik van het gebouw beperkt en wordt een deel van de energie zelf duurzaam opgewekt door PV panelen. Door te voldoen aan de MPG wordt de milieubelasting van de toegepaste materialen beperkt. Concrete maatregelen in dit verband zijn: de woningen gasloos uitvoeren ; de woningen aansluiten op een lucht-waterwarmtepomp ter verwarming en koeling van de gebouwen ; de woningen wekken een substantiële hoeveelheid energie zelf op middels zonne (PV)panelen. In het onderhavig project zijn verder ook nog de volgende additionele duurzaamheidsmaatregelen voorzien: het hemelwater wordt op eigen terrein geborgen en geïnfiltreerd (zie ook paragraaf 7. 12 van deze motivering) ;

7. 4. 3

Conclusie

Vanwege het aspect duurzaamheid is er geen belemmering ten behoeve van de realisatie van dit project.

7. 5

Geluid

7. 5. 1

Algemeen

De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met hun omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Dat kan vormgegeven worden door het stellen van zogenoemde geluidsproductieplafonds in hun omgevingsplannen. Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt het referentiepunt op korte afstand van de geluidsbron. Daarnaast voorziet afdeling 3. 5 Bkl in het wettelijk kader omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen spoorwegen en industrieterreinen. ,

,

,

Bij het toelaten van een activiteit (spoor)weg industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3. 21 Bkl. Het betreft gebouwen waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen waar mensen langdurig verblijven en slapen. ,

,

,

,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

Pagina | 40

Toetsing

7. 5. 2

Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3. 20 Bkl. Het betreft gebouwen waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel zijgevel en achtergevel. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. ,

,

,

Geluidsproductieplafond De Omgevingswet werkt met geluidsaandachtsgebieden. De omvang van de geluidsaandachtsgebieden wordt bepaald op basis van berekeningen en beslaat het gebied waarbinnen de standaardwaarde mogelijk worden overschreden. De wijze waarop het gebied moet worden bepaald is opgenomen in de Aanvullingsregeling Geluid (Arg). De bepaling van een geluidsaandachtsgebied is afhankelijk van de juridische status van de bron. Als een geluidsproductieplafond is vastgesteld wordt gebruik gemaakt van het gegeven bij vaststelling daarvan. Dit betreft met name rijkswegen hoofdspoorwegen provinciale wegen en industrieterreinen. Hetzelfde geldt voor een waterschapsweg lokale weg of lokale spoorweg als daarvoor een geluidsproductieplafond is vastgesteld. Als geen geluidsproductieplafond is vastgesteld wordt gebruik gemaakt basisgeluidsemissies voor die bronnen. ,

,

,

,

Basisgeluidemissie Met het invoeren van de Omgevingswet wordt de basisgeluidsemissie (BGE) geïntroduceerd. De basisgeluidemissie is een instrument om de geluidsproductie van lokale bronnen te monitoren. Daarnaast wordt het ook gebruikt om het geluidsaandachtsgebied te bepalen. Voor alle bronnen die buiten de bovengenoemde geluidsproductieplafond-systematiek vallen wordt onder de Omgevingswet een BGE vastgesteld om zo de geluidsproductie vast te leggen en te monitoren. Het gaat in dit geval om gemeentelijke wegen waterschapswegen en lokale spoorwegen als daarvoor geen geluidsproductieplafond is vastgesteld. ,

Het BGE wordt in ieder geval vastgesteld voor wegen met een intensiteit hoger dan 4. 500 motorvoertuigen per etmaal. De verplichting voor de overige wegen vanaf een intensiteit van 1. 000 motorvoertuigen per etmaal wordt pas later van kracht namelijk 1 januari 2026. ,

Overgangsrecht Wet geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op het tijdstip van de inwerkingtreding van de Omgevingswet tot het bevoegd gezag geluidproductieplafonds heeft vastgesteld voor de geluidsbronnen welke zijn opgenomen in de GPP-systematiek. Grenswaarden Volgens het Bkl geldt voor gemeentelijke wegen een standaardwaarde van het geluid van 53 Lden. Als grenswaarde geldt een waarde van 70 Lden. Voor provinciale wegen en rijkswegen geldt een standaardwaarde van 50 Lden en een grenswaarde van 60 Lden. Voor hoofdspoorweg en lokale spoorwegen geldt een standaardwaarde van 55 Lden en een grenswaarde van 65 Lden. De woningen zijn geprojecteerd in het aandachtsgebied van de spoorlijn Venlo-Roermond. Ook zijn de woningen geprojecteerd in de aandachtsgebieden van een aantal gemeentelijke wegen. Het project ziet op de bouw van 10 nieuwe woningen dus is een akoestisch onderzoek verplicht. In deze rapportage zullen de geluidsbelastingen (weg- en railverkeer) op de maatgevende gevels van de woningen worden bepaald. De conclusie van dit onderzoek is onderstaand te lezen. De volledige rapportage is als bijlage 2 bij deze motivering ,

opgenomen.

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 41

Uitgangspunten Wegverkeer De gemeente Beesel heeft de verkeersgegevens van de wegen rond het plan (op basis van het Regionaal Verkeersmodel Nebula) toegestuurd. Een aantal wegen betreffen 30 km/h wegen.

Afbeelding 14: verkeersgegevens

Railverkeer Voor de verkeersgegevens van de spoorlijn Venlo-Roermond is gebruik gemaakt van de verkeersintensiteiten van de brondata uit het CVGG. Alle brondata van het beschouwde spoortracé zijn in het akoestisch model geïmporteerd. Gerekend is met de plafondcorrectiewaarden volgens het Geluidregister. Resultaten Wegverkeer Toetsing van de berekende geluidbelastingen aan de voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde dient per geluidbron (weg) afzonderlijk te geschieden op de gevels van de geluidgevoelige gebouwen. De standaardwaarde bedraagt bij nieuwe bestemmingen met een woonfunctie 53 dB. Verder is bij aanwezige wegen en nog niet geprojecteerde geluidgevoelige woonfunctie onder bepaalde voorwaarden een ontheffing tot maximaal 70 dB. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat voor de woningen de standaardwaarde van 53 dB niet wordt overschreden. Er zijn verder geen maatregelen noodzakelijk. Railverkeer Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de standaardwaarde van 55 dB niet wordt overschreden op de gevels. Hiervoor zijn verder geen maatregelen noodzakelijk. Gevelwering De hoogste cumulatieve geluidsbelasting op de gevels van de woningen bedraagt 49 dB. De binnenwaarde in de verblijfsruimten wordt getoetst / gewaarborgd door de vereisten uit het Bouwbesluit te weten 33 dB.

Om deze binnenwaarde te halen moet bij onderhavig project met deze geluidsbelasting op de voorgevel een minimale geluidsisolatie van 16 dB worden bereikt. Dit voldoet reeds aan de minimale eis van het Bbl van 20 dB gevelwering zodat een aanvullend gevelweringonderzoek niet noodzakelijk is. Hierdoor is een goed woonen leefklimaat in de woningen aan de gegarandeerd. ,

,

,

Geconcludeerd kan worden dat uit akoestisch oogpunt er geen belemmeringen bestaan tegen de realisatie van de woningen op het perceel.

7. 5. 3

Conclusie

Vanwege het aspect geluid is er geen belemmering ten behoeve van de realisatie van dit project.

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

Pagina | 42

7. 6

Luchtkwaliteit

7. 6. 1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5. 1. 4. 1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO)2 en fijnstof (PM). 10 Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen

sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde ; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit ; het project draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5. 53 en 5. 54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM 10 niet hoger is dan 12 ug/m.3 Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. ,

,

Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: 1.

Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM artikel 5. 54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren woonwijken en het telen ,

,

van gewassen.

2.

Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.

In artikel 5. 54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ,

woningen: 1. 500 met een enkele ontsluitingsweg ; woningen: 3. 000 met twee ontsluitingswegen ; kantoren: 100. 000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

7. 6. 2

Toetsing luchtkwaliteit

Bijdrage project aan verslechtering van de luchtkwaliteit (voorgrondluchtkwaliteit) De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 10 woningen met één ontsluitingsweg. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die vallen onder NIBM zoals opgenomen in artikel 5. 54 Bkl. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Goed

woon- en

leefklimaat (achtergrondluchtkwaliteit)

Het initiatief ligt niet in de nabijheid van zware industrie (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt er alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving. ,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 43

In het Bkl zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM)10 en stikstofdioxide (NO)2 kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in het Bkl treden er naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. De Monitoringstool die door het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) van het RIVM is opgesteld geeft de volgende jaargemiddelden voor de relevante stoffen ter plaatse van de meest dichtbijgelegen receptorpunten op basis van de meest actuele monitoringsronde: ,

,

,

Monitoringsjaar Receptorpunt

XY (RDH)

Categorie*

Grens-

2023

2025

2030

waarde 14130743_76348

x: 203409. 293265449

Rijksweg

y: 366706. 768823213

Jaargem. conc. NO 2

40 µg/m 3

1350 ,

1396 ,

1164 ,

Jaargem. conc. PM 10

40 µg/m 3

1528 ,

1485 ,

1389 ,

Jaargem. conc. PM 2. 5

25 µg/m 3

861 ,

850 ,

757 ,

Overschrijdingsda

35

6

6

6

gen p. j. PM 10

*rijksomgevingswaarden voor de overige stofcategorieën die in paragrafen 2. 2. 1. 1 en 2. 2. 1. 2 Bkl staan zijn in casu niet van toepassing. Afbeelding 15: tabel grenswaarden luchtkwaliteit

7. 6. 3

Conclusie

Vanwege het aspect luchtkwaliteit is er geen belemmering ten behoeve van de realisatie van dit project.

7. 7

Bodem

7. 7. 1

Algemeen

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. Het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.

,

De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem door in onderlinge samenhang ; ,

beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen ; evenwichtig toedeling van functies aan locaties rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem ; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. ,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

Pagina | 44

De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Op basis van paragraaf 5. 1. 4. 5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en artikel 22. 2 uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dient in planvorming rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Onder bepaalde omstandigheden kan het oprichten van gebouwen pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij veel nieuwbouwactiviteiten de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld.

7. 7. 2

Toetsing

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is binnen het projectgebied een (actualiserend) verkennend (bodem)onderzoek (asbest) uitgevoerd conform NEN 5740 NEN 5707 en NEN 5897. De uitkomsten van dit onderzoek zijn in deze paragraaf beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 3 bij deze motivering ,

opgenomen.

Grond en grondwater Op basis van de analyseresultaten is de eerder aangetoonde verontreiniging met cyanide ten gevolge van de calamiteit (brand) in 1973 bevestigd. In zowel de grond als het grondwater zijn streef- en interventiewaarden overschrijdingen met cyanide aangetoond. De omvang van de grondverontreiniging met cyanide binnen de perceelsgrens is vastgesteld op circa 850 m³ waarvan circa 300 m³ sterk verontreinigd (gehalten > interventiewaarde). De omvang van de sterke grondwaterverontreiniging (gehalteninterventiewaarde) > binnen de perceelsgrens is vastgesteld op circa 400 m³. ,

,

,

Voor de sanering van de locatie is reeds in 2006 door de provincie Limburg een beschikking afgegeven. Gelet op de beschikking is de ‘oude’ wetgeving (Wet Bodembescherming) in casu nog steeds van kracht. Op basis van de uitgevoerde risicobeoordeling is destijds bepaald dat er geen risico’s aan de verontreiniging zijn verbonden. Naast de cyanideverontreiniging zijn in de grond nog verhoogde gehalten zware metalen PAK PCB en minerale olie aangetoond. De verontreinigingen in de grond zijn vermoedelijk te relateren aan de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. ,

,

In het grondwater zijn nog verhoogde gehalten zware metalen gemeten. Het aantreffen van verhoogde gehalten zware metalen is in de regio een bekend verschijnsel. De verhoogde gehalten worden derhalve toegeschreven aan van nature verhoogde achtergrondconcentraties. PFAS In de grond zijn geen verhoogde gehalten PFAS boven de toepassingsnormen landbouw/natuur aangetoond. Asbest In de onderzochte bodemlagen zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbesthoudende materialen aangetoond. De locatie is derhalve niet meer verdacht op het voorkomen van asbest. Halfverharding Op basis van de resultaten worden de aangetoonde halfverhardingen met slakken (en baksteen) en puin beoordeeld als niet-vormgegeven bouwstoffen. In de onderzochte lagen is eveneens geen asbest aangetoond.

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 45

Aanvullend onderzoek ter plaatse van bestaande bebouwing Omdat een aantal nader te onderzoeken locaties fysiek onder het bestaande bedrijfsgebouw ligt is een dergelijk onderzoek feitelijk pas mogelijk nadat de betreffende bebouwing is gesloopt. Dan zal het onderzoek naar de bodemkwaliteit pas afgerond kunnen worden door middel van een aanvullend bodemonderzoek conform de NEN 5740. In maart 2026 is het aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Als eerste dient de bodemkwaliteit ter plaatse van de huidige bebouwing inzichtelijk te worden gemaakt. Daarnaast dient uitgesloten te worden dat ter plaatse van de tweede spot c. q. cyanide verontreiniging bij de boringen 06 en 20 ook in het grondwater aanwezig is. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de bodem onder de bebouwing ten hoogste licht verhoogde gehalten zware metalen boven de landbouw/natuurnormen bevat. De verhoogde gehalten zijn aangetoond in de slakhoudende ondergrond. In de zintuiglijk schone grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten zware metalen gemeten. Ter plaatse van de grondverontreiniging met cyanide bij de boringen 06 en 20 is in het grondwater van de directe omgeving geen verontreiniging met cyanide aangetoond. Er bestaat derhalve geen verwachting dat hier sprake is van grondwaterverontreiniging met cyanide.

De volledige rapportage is als bijlage 4 bij deze motivering opgenomen.

7. 7. 3

Conclusie

Na uitvoering van het bodemonderzoek is de actuele kwaliteit van de bodem in voldoende mate bekend. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt vanwege de aanwezige cyanide verontreiniging een belemmering voor het toekomst gebruik (wonen) van het projectgebied. Dat geldt niet voor de bodem en het grondwater onder het bovengenoemde bedrijfsgebouw. Indien graafwerkzaamheden plaatsvinden dienen de te verwachten verschillende kwaliteiten grond gescheiden te worden ontgraven en indien nodig gescheiden opgeslagen en/of afgevoerd te worden. ,

,

,

,

Indien men voornemens is om de bouwplannen te realiseren dient de verontreiniging conform de eerder opgestelde beschikking vooraf gesaneerd te worden. Om de uitvoering van deze sanering juridisch te borgen zal door de gemeente Beesel hiertoe een nader voorschrift aan de BOPA-omgevingsvergunning worden verbonden. ,

,

,

De sanering zal conform overgangsrecht bij de provincie Limburg worden ingediend. De provincie Limburg heeft eerder aangegeven dat het saneringsplan uit 2006 is vervallen. Ten behoeve van de sanering is er een nieuw deelsaneringsplan opgesteld. In het deelsaneringsplan wordt een uitvoeringsmethode omschreven om de bodem op een zo efficiënt mogelijke wijze te saneren. Door het bevoegd gezag (de provincie Limburg) is op 12 februari 2026 met het deelsaneringsplan ingestemd. Na afronding van de sanering zal de initiatiefnemer de gemeente Beesel een terugkoppeling geven over de uitgevoerde sanering. Het instemmingsbesluit is als bijlage 5 bij deze motivering opgenomen. Vanwege het aspect bodem is er geen belemmering ten behoeve van de realisatie van dit project.

7. 8

Omgevingsveiligheid

7. 8. 1

Algemeen

Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand ramp of crisis voorkomen kunnen worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Externe veiligheid heeft derhalve een belangrijke plaats in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. ,

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |

Pagina | 46

De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5. 1. 2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. ,

Het werken met aandachtsgebieden (brand en explosie) voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5. 12 t/m 5. 15 Bkl). Bij risicovolle activiteiten uit het Bal wijst het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dergelijke aandachtsgebieden aan. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden ,

genomen.

De norm van het plaatsgebonden risico (PR-10)-6 blijft gelijk en daarmee ook het basisbeschermingsniveau. Het Bkl geeft in de bijlagen ook aan wat de PR-contouren en aandachtsgebieden zijn. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebied gelden de extra bouweisen van paragraaf 4. 2. 14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •

Opslaan bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5. 1. 2. 4 Bkl). Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5. 1. 2. 5 Bkl). Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5. 1. 2. 5 Bkl). Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5. 1. 2. 5 Bkl) ,

Kwetsbare functies Bij de beoordeling van de hiervoor beschreven risico’s wordt uitgegaan van een onderscheid in zeer kwetsbare gebouwen kwetsbare gebouwen beperk kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties en beperkt kwetsbare locaties. Of een bepaald gebouw of een bepaalde locatie is aan te merken als één van voornoemde gebouwen of locaties volgt uit het Bkl (Bijlage IV). Gebouwen met een woonfunctie zijn kwetsbare gebouwen net als onder andere gebouwen met een kantoor- of onderwijsfunctie. Basisscholen kinderdag- verblijven en gebouwen met 24-uurszorg zijn voorbeelden van zeer kwetsbare gebouwen. Deze indeling is gemaakt op basis van de volgende afwegingen: ,

,

,

,

• • •

Hoeveel personen zijn in dat gebouw c. q. op die locatie gelijktijdig aanwezig? Wat is de aanwezigheidsduur van die personen? In hoeverre zijn die personen in staat zichzelf in veiligheid te brengen bij een incident.

Het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties is niet mogelijk binnen een plaatsgebonden risicocontour. Voor het overige geldt dat rekening dient te worden gehouden met de relevante plaatsgebonden risicocontouren en aandachtsgebieden. Dat vraagt om een afweging en motivering (verantwoording) bij het wijzigen van het omgevingsplan.

| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |

Pagina | 47

7. 8. 2

Toetsing

Met behulp van de Signaleringskaart EV zijn de risicobronnen in de omgeving van het nieuwe woongebied in kaart gebracht. Onderstaand is een uitsnede weergegeven van de kaart met de risicobronnen in de omgeving van het aan de orde projectgebied.

Afbeelding 16: uitsnede signaleringskaart EV

Zoals op de bovenstaande kaart te zien is ligt het projectgebied in zowel het gifwolkaandachtsgebied als het explosie-aandachtsgebied van de railverbinding Nijmegen-Roermond (Maaslijn RS11). ,

7. 8. 3

Aandachtsgebieden en risicocommunicatie

Explosieaandachtsgebied (spoor) Zoals reeds genoemd in paragraaf 7. 8. 2 ligt het projectgebied binnen het explosieaandachtsgebied van de railverbinding Nijmegen-Roermond (Maaslijn RS11). Onderstaand worden de aspecten beheersbaarheid bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid nader beschouwd. ,

Bestrijding calamiteit 7 Een explosie als gevolg van een koude BLEVEis niet te bestrijden omdat de tankwagon meteen explodeert. Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. Voor het voorkomen van een warme BLEVE dient een aangestraalde tankwagon tijdig te worden gekoeld en de brandhaard te worden geblust.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=b5b84e7f-3abc-4495-9686-b2e42d152719